Fandom

Interlingua Wiki

Nederlandese-Interlingua/a

< Nederlandese-Interlingua

9 806paginas in
iste wiki
Add New Page
Discussion0 Share

aai ZN

1 caressa
iemand een -- geven = dar un caressa a un persona
2 (IRON) pulsata sensibile


aaien WW

1 caressar
de kat -- = caressar le catto
iemand over zijn bol -- = caressar le testa/capite de un persona


aak ZN

1 (vaartuig) gabarra
2 (PLANTK)
Spaanse -- = acere campestre


aaks ZN

1 hacha {sja}


aakschipper ZN

1 gabarrero


aakschuit ZN

1 Zie: aak-1


aakster ZN

1 Zie: ekster


aal ZN

1 anguilla
zo glad als een -- zijn = glissar como un anguilla


aalachtig BN

1 como un anguilla


aalbes ZN

1 (struik) ribes rubre/rubie, ribes
2 (vrucht) baca de ribes (rubre/rubie), ribes


aalbessenblad ZN

1 folio de ribes (rubre/rubie)


aalbessenboompje ZN

1 Zie: aalbessenstruik


aalbessencompote ZN

1 compota de bacas de ribes (rubre/rubie)


aalbessenfamilie ZN

1 ribesiaceas


aalbessengelei ZN

1 gelea de bacas de ribes (rubre/rubie)


aalbessenjam ZN

1 confitura/confectura de bacas de ribes (rubre/rubie)


aalbessenjenever ZN

1 gin (E) de bacas de ribes (rubre/rubie)


aalbessennat ZN

1 Zie: aalbessensap


aalbessensap ZN

1 succo de bacas de ribes (rubre/rubie)


aalbessensaus ZN

1 sauce (F) de bacas de ribes (rubre/rubie)


aalbessenstruik ZN

1 arbusto/frutice de ribes rubre/rubie


aalbessentros ZN

1 racemo de bacas de ribes (rubre/rubie)


aalbessenvla ZN

1 crema dulce al bacas de ribes (rubre/rubie)


aalbessenwijn ZN

1 vino de bacas de ribes (rubre/rubie)


aalbezie ZN

1 Zie: aalbes


aalboer ZN

1 Zie: palingboer


aalduiker ZN

1 (fuut) prodiceps cristate


aalfuik ZN

1 nassa a/de anguillas


aalglad BN

1 (ook FIG) glissante como un anguilla, multo glissante, (FIG) habilissime
een --de politicus = un politico habilissime


aalhaak ZN

1 hamo pro anguillas


aalkaar ZN

1 vivario pro anguillas


aalkorf ZN

1 corbe pro anguillas


aalkwab(be) ZN

1 Zie: kwabaal


aalmoeder ZN

1 Zie: kwabaal


aalmoes ZN

1 almosna, caritate, eleemosyna, obolo
om een -- vragen = peter un almosna
een -- geven = dar un almosna
--en geven = facer almosnas/le caritate
iemand die --en geeft = almosnero
van --en leven = viver de eleemosyna
van --en levend = eleemosynari


aalmoezenier ZN

1 almosnero


aalmoezenierschap ZN

1 dignitate de almosnero


aalmoezeniersverblijf ZN

1 almosneria


aalmoezenierswoning ZN

1 almosneria


aalnet ZN

1 rete pro anguillas


aalpad ZN

1 Zie: kwabaal


aalpoel ZN

1 stagno con anguillas


aalpuit ZN

1 Zie: kwabaal


aalreiger ZN

1 hairon cineree


aalrijk BN

1 abundante in anguillas


aalscholver ZN

1 cormoran, corvo marin


aalshuid ZN

1 pelle de anguilla


aalsoep ZN

1 Zie: palingsoep


aalspeet

1 brochetta


aalsvel ZN

1 Zie: aalshuid


aalt ZN

1 stercore liquide


aaltje ZN

1 anguillula, filaria, nematodo


aalvijver ZN

1 anguilliera


aalvlug BN

1 rapide/veloce como un anguilla


aalvormig BN

1 anguilliforme


aalwaardig, aalwarig BN

1 Zie: onbezonnen
2 Zie: gemelijk


aalziekte ZN

1 maladia de anguillas


aambeeld ZN

1 Zie: aanbeeld


aambeeldsbeentje ZN

1 Zie: aanbeeldsbeentje


aambeeldsblok ZN

1 Zie: aanbeeldsblok


aambei ZN

1 hemorrhoide, varice al ano
droge --en = hemorrhoides sic
bloedende --en = hemorrhoides sanguinante
aan --en lijdend = hemorrhoidari
lijder aan --en = hemorrhoidario


aambei-aderen ZN MV

1 venas hemorrhoidal


aambeienkruid ZN

1 Zie: helmkruid


aambeienlijder ZN

1 hemorrhoidario


aambeienzalf ZN

1 unguento contra le hemorrhoides


aambeiwortel ZN

1 Zie: helmkruid


aamborstig BN

1 curte de respiration, anhelante, dyspneic
-- zijn = haber problemas de respiration, anhelar


aamborstigheid ZN

1 difficultate pro respirar, anhelation, dyspnea


aan VZ

1 a, (voor klinker OOK) ad


aan BW

1
de kachel is -- = le estufa es accendite
daar heb ik wat -- = isto pote servir me
daar heb ik niets -- = isto non ha nulle utilitate pro me
er beroerd -- toe zijn = esser in mal condition
daar is niets -- = 1. (gemakkelijk) isto es facilissime, 2. (saai) isto es multo enoiose
de deur staat -- = le porta es interaperte


aanaarden WW

1 (met aarde bedekken) coperir de terra, interrar
de wortels -- = coperir de terra le radices del plantas


aanademen WW

1 (de adem blazen naar) sufflar super
2 (FON) (met sterke adem articuleren) aspirar


aanbaffen WW

1 Zie: aanblaffen


aanbakken WW

1 (vastbakken) attachar {sj} (se) (al fundo/al potto)
(FIG) hij zal nog aan de haard -- = ille es sempre/semper in su casa
2 (aanbranden) esser ardite
3 (licht bakken) frir/friger/rostir legermente
de uien -- = friger legermente le cibollas
4 (van een korstje voorzien) gratinar


aanbaksel ZN

1 crusta attachate {sj} (al fundo/al potto)


aanbassen WW

1 Zie: aanblaffen


aanbedene ZN

1 persona/femina (multo) amate


aanbeeld ZN

1 incude
zo zwaar als een -- = multo pesante
steeds op hetzelfde -- slaan/hameren = revolver sempre/semper al mesme canto, cantar/repeter sempre/semper le mesme canto
tussen hamer en -- zijn = trovar se inter le incude e le martello


aanbeeldsbeentje ZN

1 (in het oor) incude


aanbeeldsblok ZN

1 bloco de incude


aanbehoren WW

1 Zie: toebehoren


aanbelanden WW

1 Zie: terechtkomen
ik weet niet waar hij -- zal = io non sape ubi ille arrivara


aanbelang ZN

1 importantia
een omstandigheid van het grootste -- = un circumstantia del plus grande importantia


aanbelangen WW

1 concerner
wat dit aanbelangt = concernente isto


aanbellen WW

1 sonar (al porta)
bij iemand -- = sonar al porta de un persona


aanbenen WW

1 (vlug of vlugger voortstappen) accelerar le passo, hastar se
wij moeten wat --, willen we op tijd komen = nos debe accelerar le passo, si nos vole esser illac a tempore
2
komen -- = venir/approchar {sj} a grande passos


aanbesteden WW

1 adjudicar


aanbesteder ZN

1 adjudicator


aanbesteding ZN

1 adjudication
openbare -- = adjudication public
een -- houden = organisar un adjudication


aanbestedingsprijs ZN

1 precio de adjudication


aanbestedingsprocedure ZN

1 procedura/procedimento de adjudication


aanbestedingssom ZN

1 summa de adjudication


aanbetalen WW

1 pagar le prime rata, pagar un summa initial, facer un paga/pagamento initial/provisional


aanbetaling ZN

1 prime rata, paga/pagamento initial/provisional/de entrata
2 (JUR) arrha


aanbetreffen WW

1 concerner


aanbevelen WW

1 commendar, recommendar, preconisar
een produkt -- = recommendar un producto
een geneesmiddel -- = preconisar un remedio
zijn ziel Gode -- = commendar su anima a Deo
een plan in iemands aandacht -- = commendar un plano al attention de un persona
iemand voor een betrekking -- = recommendar un persona pro un posto/function/empleo
een boek ter lezing -- = recommendar le lectura de un libro, consiliar un libro
dat kan ik je -- = io te lo recommenda/consilia
van harte -- = recommendar cal(i)demente/vivemente/fervidemente
iemand die iets aanbeveelt = preconisator
aan te bevelen = commendabile, recommendabile


aanbevelenswaard(ig) BN

1 commendabile, recommendabile, consiliabile


aanbevelenswaardigheid ZN

1 character (re)commendabile


aanbeveling ZN

1 commendation, recommendation, preconisation, (lijst van aanbevolen personen) lista de personas recommendate, lista de candidatos
de --en van de dokter opvolgen = sequer le recomendationes del medico
op -- van = per recommendation de
tot -- strekken = esser recommendabile/consiliabile
(referenties) --en = referentias
-- verdienen = esser recommendabile


aanbevelingsbrief ZN

1 littera de recommendation


aanbevelingswaard BN

1 Zie: aanbevelenswaard


aanbevolen BN

1 recommendate


aanbevolene ZN

1 recommendato


aanbiddelijk BN

1 (hoogst bekoorlijk) adorabile
een -- meisje = un juvena adorabile
2 (waardig aanbeden te worden) digne de adoration, adorabile
3 (bewonderenswaard) admirabile
4 (goddelijk) divin


aanbiddelijkheid ZN

1 adorabilitate


aanbidden WW

1 (REL) (vereren) adorar, venerar
het -- = adoration, veneration
God -- = adorar Deo
het gouden kalf -- = adorar le vitello de auro
de zon -- = adorar le sol
2 (FIG) adorar, sentir adoration pro, (bewonderen) admirar
iemand in stilte -- = adorar/admirar un persona in silentio


aanbiddenswaardig BN

1 Zie: aanbiddelijk-1


aanbidder ZN

1 adorator, venerator, (bewonderaar) admirator
stille -- = admirator secrete/anonyme
vurige -- = admirator fervente
2 (huwelijkskandidaat) pretendente


aanbidding ZN

1 (REL) adoration, veneration, culto, latria
Aanbidding der (drie) Koningen = Adoration del Magos
Aanbidding van het Lam = Adoration del Agno
in -- neerknielen voor = prosternar se/prosterner se ante
in blinde -- liggen voor = esser in adoration cec ante
2 (eerbiedige bewondering) admiration


aanbidster ZN

1 adoratrice, adoratora, veneratrice, veneratora
2 (bewonderaarster) admiratrice, admiratora


aanbieden WW

1 presentar, offerer
het -- = presentation
opnieuw -- = representar
het opnieuw -- = representation
de rekening -- = presentar le nota
een telegram -- = presentar un telegramma
zijn gelukwensen -- = presentar su felicitationes
een verzoekschrift -- = presentar un petition/requesta
zich -- om iets te doen = offerer se a facer un cosa
zijn diensten -- = offerer su servicios
zijn geloofsbrieven -- = presentar su litteras credential/de credentia
zijn verontschuldigingen -- = presentar (su) excusas
iemand zijn hulp -- = offerer (su) adjuta a un persona
een dame een arm -- = presentar/offerer le bracio a un dama
iemand iets te drinken -- = offerer a un persona alique de biber
iets te koop -- = offerer un cosa in vendita, mitter in vendita un cosa
zich als vrijwilliger -- = offerer se como voluntario
iemand een diner -- = offerer un dinar a un persona, invitar un persona a un dinar
iemand die iets aanbiedt = presentator
2 (voorstellen) proponer
een akkoord -- = proponer un accordo


aanbieder

1 persona qui offere, offerente


aanbieding ZN

1 offerta
voordelige -- = offerta avantagiose
speciale -- = offerta special
een artikel is in de -- = un articulo es in offerta
iemands --en afslaan = rejectar le offertas de un persona
2 (voorstel) proposition


aanbiedingsprijs ZN

1 precio de offerta


aanbiedster ZN

1 femina qui offere, presentatrice


aanbijten WW

1 (in de haak bijten) morder al hamo, (de eerste beet doen in) morder in


aanbinden WW

1 (vastmaken) ligar, laciar, attachar {sj}, nodar
de schaatsen -- = poner se le patines
de kat de bel -- = facer le prime passo (periculose)
waar het paard aangebonden is, moet het vreten = on debe adaptar se al circumstantias
2 (beginnen) comenciar, ingagiar
de strijd -- = ingagiar le combatto/le lucta


aanblaffen WW

1 (door blaffen bedreigen) menaciar latrante
2
(FIG) iemand -- = latrar/critar contra un persona


aanblazen WW

1 (mbt vuur) attisar, activar, avivar, sufflar
het vuur -- = avivar le foco
2 (opwekken) attisar, excitar, avivar, fomentar
de haatgevoelens -- = excitar/avivar/fomentar le odios
3 (MUZ) imbuccar
4 (FON) (met aspiratie uitspreken) aspirar
het -- = aspiration


aanblazer ZN

1 (TECHN) insufflator
2 (FIG) instigator, excitator


aanblazing ZN

1 (FIG) excitation, instigation
-- van haatgevoelens = excitation de odios
2 (FON) (het uitspreken met aspiratie) aspiration
met -- uitspreken = aspirar


aanblijven WW

1 (in een betrekking) conservar su posto, esser mantenite in su functiones
het kabinet blijft aan = le cabinetto resta/remane in function
2 (vuur/licht) remaner/restar accendite
3 (duren) durar
de kerk bleef lang aan = le servicio se prolongeva
4
de deur moet -- = on debe lassar interaperte le porta


aanblik ZN

1 (het aanblikken) vista, aspecto, spectaculo, vision
een troosteloze -- opleveren = offerer un spectaculo desolante/de desolation
geen vrolijke -- bieden = non esser un vista multo agradabile
een andere -- krijgen = cambiar de facie
de -- van iets niet kunnen verdragen = non supportar le vista de un cosa
bij de -- van = al vista de
bij de eerste -- = a prime vista
2 (wat gezien wordt) apparentia exterior, aspecto


aanblikken WW

1 jectar un reguardo super, reguardar, mirar, (aanstaren) adocular


aanbod ZN

1 offerta
voordelig -- = offerta avantagiose
schriftelijk -- = offerta scripte
een breed -- = un ample offerta
vraag en -- = le offerta e le demanda, le demanda e le offerta
het -- overtreft de vraag = le offerta supera le demanda
een -- aannemen, ingaan op een -- = acceptar un offerta
een -- afslaan = rejectar/refusar un offerta
2 (voorstel) proposition


aanbonzen WW

1 batter violentemente/colpar contra
tegen de deur -- = batter violentemente contra le porta


aanboren WW

1 (raken) discoperir
nieuwe belastingbronnen -- = discoperir nove fontes de imposto
nieuwe markten -- = aperir/discoperir nove mercatos
een nieuw onderwerp -- = abordar un nove thema (de conversation)
2 (een opening maken in) perciar, forar, perforar
iemand die aanboort = perforator, forator


aanbotsen WW

1 choccar {sj} contra/con, collider con, impinger


aanbouw ZN

1 (handeling) construction
gebouw in -- = edificio in construction
2 (resultaat) parte annexe, annexo, dependentia, (uitbreiding) extension


aanbouwelement ZN

1 (meubel) modulo, elemento


aanbouwen WW

1 adjunger/construer un annexo/un ala, etc., construer al latere, adorsar


aanbouwkeuken ZN

1 cocina annexe


aanbouwmeubel ZN

1 mobile a elementos


aanbouwsel ZN

1 annexo, (uitbreiding) extension


aanbouwtent ZN

1 tenta annexe, extension del tenta
caravan met -- = caravana con tenta annexe


aanbraden WW

1 rostir/friger legiermente, subrostir
2 (van een korstje voorzien) gratinar


aanbranden WW

1 esser ardite(FIG)
dat zal -- = isto finira mal


aanbranding ZN

1 Zie: aanbaksel


aanbrandsel ZN

1 Zie: aanbaksel


aanbreien WW

1 annexar al texito


aanbreken WW

1 (aanspreken) aperir
een fles wijn -- = aperir/discorcar un bottilia de vino
een aangebroken fles = un bottilia aperte
een vat -- = aperir un barril
2 (beginnen) comenciar, arrivar
het ogenblik is aangebroken = le momento ha arrivate
een nieuwe dag breekt aan = un nove die comencia
de grote dag is aangebroken = le grande die ha arrivate/venite
det uur van de waarheid is aangebroken = le hora del veritate ha arrivate
3
het -- van de dag = alba, aurora
het -- van de nacht = annoctamento


aanbreng ZN

1 apporto


aanbrengen WW

1 (aangeven) denunciar, delatar, (bij het gerecht) deferer
een misdadiger bij de politie -- = denunciar un malfactor al policia
het -- = denunciation, delation
2 (naar de bestemde plaats brengen) apportar
het -- = apporto
3 (meebrengen in het huwelijk) apportar al matrimonio/maritage
4 (invoegen, toevoegen) applicar, mitter, poner, apponer, installar, collocar, placiar, facer
het -- = application, apposition, installation, collocation, placiamento
een gat in de muur -- = facer un apertura in le muro
iets opnieuw -- = reponer un cosa
5 (werven) recrutar
het -- = recrutamento
arbeiders -- = recrutar obreros
nieuwe leden -- = recrutar nove membros
6 (veroorzaken) causar
het -- = causation
7 (invoeren) introducer
het -- = introduction
veranderingen -- = introducer alterationes/modificationes
8 (plaatsen) collocar
een prikkeldraadversperring -- = collocar un barrage de filo (de ferro) spinate


aanbrengend BN

1 (aanklagend) denunciative, denunciatori


aanbrenger ZN

1 (verklikker) denunciator, delator
2 (werver) recrutator
-- van arbeiders = recrutator de obreros
-- van nieuwe leden = recrutator de nove membros


aanbrenging ZN

1 (verklikking) denunciation, delation
2 (het werven) recrutamento
-- van arbeiders = recrutamento de obreros
-- van nieuwe leden = recrutamento de nove membros
3 (het plaatsen) application, installation, collocation, placiamento
4 (het brengen naar een plaats) apporto
5 (het veroorzaken) causation
6 (invoering) introduction
-- van veranderingen = introduction de alterationes


aanbrengpremie ZN

1 premio de recrutamento


aanbrengst ZN

1 apporto


aanbrullen WW

1 critar/tonar contra
het personeel -- = critar/tonar contra le personal


aandacht ZN

1 attention, advertentia
zij verdient onze -- = illa merita tote nostre attention
ik dank U voor Uw -- = io vos regratia de/pro vostre attention
-- hebbend = attente, attentive, advertente
-- krijgen = reciper attention
-- besteden/schenken aan = dar/dedicar/facer/prestar attention a, attender, remarcar
alle -- richten op = centrar tote attention in
alle/de -- voor zich opeisen = voler esser al centro del attention
de -- vestigen op = fixar le attention a, adverter, relevar, mitter/poner in evidentia
de -- trekken = (at)traher/(at)tirar/suscitar le attention
de -- vasthouden/boeien/opeisen = absorber/caper le attention
de -- gevangen houden = captivar le attention
veel -- vragen/vergen = requirer multe attention
zijn -- versnipperen = dispersar su attention
zijn -- afleiden = distraher/diverter su attention
iets met gespannen -- volgen = sequer un cosa con grande attention/con attention tendite
de -- bij iets bepalen, de -- richten op iets = centrar/concentrar le attention a un cosa
iets onder iemands -- brengen = portar un cosa al attention de un persona
aan iemands -- ontsnappen = escappar al attention de un persona
mag ik even uw --! = vostre attention, per favor!, un momento de attention, per favor!
2 (oplettendheid) perceptivitate
3 (belangstelling) interesse
4 (geestelijke concentratie) contention


aandachtig BN

1 attente, attentive, advertente
--e luisteraar = ascoltator attente/attentive
-- gehoor = audientia/publico attente/attentive
-- bij de les = attente al lection
-- luisteren = ascoltar attentemente/con attention


aandachtigheid ZN

1 attention, advertentia


aandachtsgebied ZN

1 Zie: aandachtsveld


aandachtspunt ZN

1 puncto de interesse special/particular


aandachtsstreep ZN

1 punctos suspensive


aandachtsveld ZN

1 area/campo de attention special/de interesse, area/campo que merita un attention particular


aandeel ZN

1 (deel) contingente, parte, quota
-- in de erfenis = quota/parte/portion del hereditage
zijn -- betalen = contribuer, pagar su parte
2 (bijdrage) contribution, parte (contributive), (FIG) parte, participation
een actief -- hebben in = haber un parte active a/in, haber un participation active a/in
-- hebben aan iemands ongeluk = haber parte in le/al disgratia de un persona
-- hebben aan een oproer = prender parte a un revolta
3 (FIN) (bewijs van aandeel) action
gewoon -- = action ordinari
preferent -- = action preferential/privilegiate/de prioritate
converteerbare --en = actiones convertibile
-- aan toonder = action al portator
-- op naam = action nominative/nominal/registrate
-- met stemrecht = action con derecto de voto
-- zonder stemrecht = action sin derecto de voto
uitgesteld -- = action differite
aan de beurs genoteerde --en = action quotate in le bursa
certificaat van -- = certificato actionari
--en uitgeven = emitter actiones
uitgifte van --en = emission de actiones
pakket --en = pacchetto actionari/de actiones
vennootschap op --en = societate per actiones
4 (in de winst) participation
-- in de winst = participation in le/al beneficios
-- hebben in = participar in/a
5 rata
ieder naar zijn -- = pro rata


aandeelbewijs ZN

1 titulo/certificato actionari/de action


aandeelhebber ZN

1 participante


aandeelhouder ZN

1 tenitor de actiones, actionero, actionista
lijst van --s = registro de actioneros/de actionistas
vergadering van --s = assemblea de actionistas/de actioneros
gewoon -- = actionista ordinari
de gezamenlijke --s = actionariato


aandeelhoudersbelangen ZN MV

1 interesses del actioneros/actionistas


aandeelhoudersbewijs ZN

1 certificato de actionero/de actionista


aandeelhouderschap

1 actionariato


aandeelhouderscommissie ZN

1 commission de actionistas/de actioneros


aandeelhoudersvereniging ZN

1 association de actionistas/de actioneros


aandeelhoudersvergadering ZN

1 assemblea (general) de actionistas/de actioneros


aandelenbeurs ZN

1 bursa actionari/de actiones


aandelenbezitter ZN

1 actionero, actionista


aandelencertificaat ZN

1 certificato actionari/de actiones


aandelenhandel ZN

1 commercio actionari/de actiones


aandelenindex ZN

1 index/indice actionari/del actiones


aandelenkapitaal ZN

1 capital actionari/in actiones


aandelenkoers ZN

1 curso actionari/de actiones


aandelenmarkt ZN

1 mercato actionari/de actiones


aandelenoptie ZN

1 option (de compra) de actiones


aandelenpakket ZN

1 pacchetto actionari/de actiones


aandelenregister ZN

1 registro de actiones


aandelenuitgifte ZN

1 emission de actiones


aandelenzwendel ZN

1 fraude de actiones


aandenken ZN

1 (gedachtenis) memoria, remembrantia
2 (voorwerp) recordo, souvenir (F)
als -- aan = in/como recordo de


aandienen WW

1 (aankondigen) annunciar
zich laten -- = facer se annunciar
zich -- als = presentar se como
wie kan ik --? = qui pote io annunciar?
2
zich als redder in nood -- = presentar se como le salvator


aandijken WW

1 (door dijken aanhechten) ligar/attachar {sj} per dicas
men heeft het eiland aan de vaste wal aangedijkt = per dicas on ha ligate le insula al terra fixe


aandikken WW

1 (van omvang) ingrossar
2 (van letters) render plus grasse
3 (dikker maken van vloeistof) render plus spisse, (in)spissar
4 (overdrijven) exaggerar, ultrar, amplificar, inflar
het -- = exaggeration, amplification
een verhaal -- = exaggerar un historia


aandikking ZN

1 (het groter/omvangrijker maken/worden) ingrossamento
2 (van vloeistof) inspissation
3 (overdrijving) exaggeration, amplification
-- van een verhaal = exaggeration/amplification de un historia


aandoen WW

1 (kleren, etc.) mitter, poner
een jas -- = mitter se un mantello
zijn kleren -- = vestir se, mitter se le vestimentos
een kind de schoenen -- = mitter le scarpas a un infante
2 (in werking stellen van licht/radio, etc.) connecter, facer functionar
het licht -- = connecter le luce/lumine
de televisie -- = connecter le television
3 (een indruk geven) dar un impression
onaangenaam -- = causar/producer un sensation disagradabile
zijn houding doet mij onaangenaam aan = su attitude me da un impression disagradabile
modern -- = haber un aere moderne
4 (veroorzaken) causar, occasionar, facer
hoe kunt U mij dit --? = como pote vos facer me isto?
geweld -- = violentar, facer violentia
Shakespeare geweld -- = maltractar Shakespeare
5 (berokkenen) facer
iemand onrecht -- = facer un injustitia a un persona
6 (JUR) intentar, facer
iemand een proces -- = facer/intentar un processo a un persona
7 (SCHEEP) toccar, facer scala a
een haven -- = facer escala a/toccar un porto, abbordar


aandoening ZN

1 (ziekte) affection, maladia
tuberculeuze -- = affection tuberculose
chronische -- = affection chronic
acute -- = affection acute
neurotische --en = affectiones neurotic
een lichte -- van de ogen = un legier affection ocular
seksueel overdraagbare --en = affectiones/maladias de transmission sexual
--en van de luchtwegen = affectiones del vias respiratori
2 (gewaarwording) sensation
--en van vreugde = sensationes de gaudio/de joia
--en van droefheid = sensationes de tristessa
3 (ontroering) emotion
met -- = con emotion


aandoenlijk BN

1 (treffend, roerend) toccante, pathetic, commovente
-- verhaal = historia pathetic/commovente
iets -- beschrijven = describer un cosa patheticamente
2 (vatbaar voor indrukken) sensibile, impressionabile, emotive
een -- gemoed = un corde sensibile


aandoenlijkheid ZN

1 (het aandoenlijk zijn) character pathetic, pathos
de -- van een verhaal = le patheticitate/le character pathetic de un historia
2 (vatbaarheid voor gemoedsaandoeningen) sensibilitate, emotivitate


aandraaien WW

1 (schroef, etc.) dar un torno a, serrar
een schroef -- = serrar un vite
een schroef een slag -- = dar un torno de vite
2 (in werking stellen) facer functionar, connecter, (lamp/licht OOK) accender, (motor) poner in marcha {sj}
het licht -- = connecter/accender le luce


aandragen WW

1 (komen brengen) apportar, adducer
2 (FIG) adducer, allegar, avantiar
argumenten -- = adducer/allegar/avantiar argumentos
alternatieven -- = apportar/proponer alternativas


aandrang ZN

1 (MED) (opeenhoping) congestion, affluxo
-- van bloed naar het hoofd = congestion/affluxo de sanguine al testa/capite
2 (toeloop) affluentia, affluxo, concurrentia
3 (aansporing) instantia, insistentia, pression
-- uitoefenen op = exercer pression super
op -- van mijn vader = al instantias de mi patre
4 (innerlijke noodzaak) necessitate, impulso
de -- voelen om = sentir le necessitate de
5 (nadruk, klem) insistentia
met -- vragen = peter con insistentia, reclamar


aandraven WW

1
komen -- = arrivar/venir al trotto


aandrentelen WW

1 approchar {sj} lentemente


aandribbelen WW

1 arrivar/venir a parve passos rapide


aandrift ZN

1 (sterke opwelling) impulso, impulsion
uit eigen -- = per proprie impulso
2 (drang) pulsion, instincto
natuurlijke -- = instincto natural
3 (bezieling) inspiration


aandrijfas ZN

1 axe/arbore motor/propulsori/de propulsion/de impulsion


aandrijfketting ZN

1 catena motor/propulsori/de propulsion/de impulsion


aandrijfkoppel ZN

1 copula motor/propulsori


aandrijfkracht ZN

1 Zie: aandrijvingskracht


aandrijfmechanisme ZN

1 mechanismo motor/propulsori/de propulsion/de impulsion


aandrijfmotor ZN

1 motor propulsori/de propulsion/de impulsion


aandrijfschijf ZN

1 disco motor/propulsori/de propulsion/de impulsion


aandrijfwiel ZN

1 rota propulsori/de propulsion/de impulsion


aandrijven WW

1 propulsar, propeller, impeller, actuar, actionar, mover, poner/mitter in action/in activitate
door een elektromotor -- = actionar per un motor electric
een machine -- door een as = mover un machina per un axe
2 (aansporen) instigar, stimular, impeller, incitar, mover
het -- = instigation, stimulation, impulso, impulsion, incitamento, incitation
iemand -- tot wraak = instigar un persona al vengiantia
eerzucht drijft hem aan = le ambition le instiga/pulsa, le ambition le face ager
3 esser portate al ripa
komen -- = venir flottante
op een vlot komen -- = arrivar super un rate
het is komen -- = le mar lo ha deponite super le costa


aandrijvend BN

1 impellente, impulsive


aandrijver ZN

1 (degene die aanspoort) instigator, stimulator, incitator, promotor


aandrijving ZN

1 traction, propulsion
elektrische -- = propulsion electric
mechanische -- = traction mechanic
directe -- = propulsion directe
2 (asoverbrenging, transmissie) transmission
transversale -- = transmission transversal
flexibele -- = transmission flexibile/elastic
3 (aansporing) instigation, stimulation, incitation


aandrijvingskracht ZN

1 fortia propulsori/de propulsion/de impulsion


aandringen WW

1 (aansporen) insister, instar, urger
het -- = insistentia, instantia
op -- van mijn vader = al requesta urgente/al insistentia/al instantias de/per instigation de/a instigation de mi patre
2 (naar voren dringen) avantiar se con fortia, pulsar


aandrukken WW

1 premer contra, pressar, serrar
de kurk van de fles goed -- = clauder/serrar ben le corco del bottilia
de deur -- = clauder ben le porta


aandrukking ZN

1 pression


aanduiden WW

1 (kenbaar maken) indicar, marcar, designar, signalar
het -- = indication, designation, signalation
nader -- = specificar, precisar
2 (blijk geven van) indicar, denotar, exprimer
het -- = indication, denotation
zijn houding duidt zijn ontevredenheid aan = su attitude exprime su discontento
3 (betekenen) significar, exprimer, designar
het -- = signification, designation
4 (een toespeling maken) dar a intender, alluder, insinuar
het -- = allusion, insinuation
5 (schetsmatig aangeven) schizzar {tsar}
6 (suggereren) suggerer
het -- = suggestion


aanduidend BN

1 indicative, designative, denotative
2 (benoemend, naamgevend) appellative


aanduiding ZN

1 designation, denotation, indication
vage --en = indicationes vage
zonder verdere --en = sin ulterior indicationes
2 (toespeling) allusion, insinuation
3 (suggestie) suggestion
4 (naamgeving) appellation


aandurven WW

1
het -- = haber le corage, osar (facer/interprender) lo, osar mesurar se con
iemand -- = sentir se plus forte que un persona


aanduwen WW

1 (aandrukken) premer contra
zich tegen iemand -- = premer se contra un persona
2 (vastduwen) premer ben
3 (voortduwen) pulsar
een auto -- = pulsar un auto(mobile)


aandweilen WW

1 mundar con un panno de fricar, dar un colpo de panno de fricar, fricar
(FIG, SCHERTS) de vloer met iemand -- = ecrasar/pulverisar un persona


aaneen BW

1
drie dagen -- = tres dies consecutive
jaren -- = durante multe/longe annos
uren -- = hora post hora
zes weken -- = sex septimanas consecutive
hij heeft drie uur -- zitten praten = ille ha parlate ininterruptemente durante tres horas


aaneenbehoren WW

1 formar un toto


aaneenbinden WW

1 ligar insimul/in garba/in fasce


aaneenbinding ZN

1 ligation (in garba/in fasce)


aaneenblijven WW

1 restar/remaner unite


aaneengeschakeld BN

1 incatenate
een -- verhaal = un relation incatenate
2 (onafgebroken) ininterrumpite, continue
3 (FIG) coherente
4
(WISK) --e evenredigheid = proportion continue


aaneengesloten BN

1 serrate, (ononderbroken) ininterrumpite, continue, (dicht opeen) compacte, (verenigd) unite
in -- gelederen = in filas/rangos serrate
een -- groep = un gruppo compacte


aaneengroeien WW

1 soldar se, unir se, junger se


aaneengroeiing ZN

1 soldatura
2 (FIG) fusion, union


aaneenhaken WW

1 agrafar


aaneenhangen WW

1 (FIG) esser coherente
dat hangt aaneen als droog zand = isto es incoherente


aaneenhechten WW

1 (samenvoegen) junger, unir, attachar {sj} (insimul)
het -- = junction, union
2 (aaneenlijmen) agglutinar, conglutinar
het -- = agglutination, conglutination
3 (lassen) soldar
het -- = soldatura
4 (FIG) ligar strictemente, unir


aaneenhechtend BN

1 (aaneenlijmend) agglutinative, conglutinative


aaneenhechting ZN

1 (samenvoeging) junctura, junction, union
2 (aaneenlijming) agglutination, conglutination
3 (las) soldatura


aaneenhouden WW

1 tener insimul/unite/reunite


aaneenketenen WW

1 incatenar (insimul), concatenar


aaneenketening ZN

1 incatenamento, concatenation


aaneenklampen WW

1 reunir con tenones


aaneenkleven WW

1 agglutinar se, conglutinar se


aaneenklinken WW

1 rivetar


aaneenkluisteren WW

1 Zie: aaneenketenen


aaneenknopen WW

1 ligar per un nodo, nodar


aaneenkoppelen WW

1 copular, accopular
het -- = accopulamento
wagons -- = accopular wagones
woorden -- = copular parolas


aaneenkoppeling ZN

1 accopulamento
-- van wagons = accopulamento de wagones


aaneenlassen WW

1 soldar
het -- = soldatura


aaneenlassing ZN

1 soldatura


aaneenliggen WW

1 esser contigue, toccar se


aaneenlijmen WW

1 collar insimul, agglutinar, conglutinar
het -- = agglutination, conglutination


aaneenlijmend BN

1 agglutinative, conglutinative


aaneenlijming ZN

1 agglutination, conglutination


aaneennaaien WW

1 suer insimul


aaneennagelen WW

1 clavar insimul


aaneenpassen WW

1 (tot een geheel in elkander sluiten) assemblar, adaptar
het -- = assemblage, adaptation


aaneenplaatsen WW

1 placiar le un contra le altere


aaneenplakken WW

1 agglutinar, conglutinar
het -- = agglutination, conglutination


aaneenrijgen WW

1 bastir
2
parels -- = infilar perlas


aaneenschakelen WW

1 incatenar, concatenar, connecter, accopular, (verenigen) unir
het -- = incatenamento, concatenation, accopulamento


aaneenschakelend BN

1 connective
2 (TAAL) copulative, coordinative
--e voegwoorden = conjunctiones copulative/coordinative
-- zinsverband = coordination


aaneenschakeling ZN

1 incatenamento, concatenation, consecution, accopulamento, filiation, infilada, texito
-- van ideeën = concatenation de ideas
-- van gebeurtenissen = incatenamento/filiation de eventos
-- van dwaasheden = texito de absurditates
2 (serie, opeenvolging) succession, serie, progression, consecution


aaneenschrijven WW

1 (als één woord schrijven) scriber in un sol parola
2 (letters verbinden) ligar
het -- = ligation


aaneensluiten WW

1 (strak tegen elkaar aanleggen) stringer le distantia, junger, adjustar
2
(verbond sluiten) zich -- = unir se, associar se, gruppar se
zich tot vakverenigingen -- = gruppar se in syndicatos


aaneensluitend BN

1 (verbindend) copulative, connexive, subjunctive, conjunctive
2 (aaneensluitend in de tijd) continue


aaneensluiting ZN

1 union, junction


aaneensmeden WW

1 (door smeden met elkaar verbinden) soldar (per colpos de martello)
2 (onverbrekelijk verbinden) soldar, unir


aaneensolderen WW

1 soldar (insimul), junger/unir per soldatura


aaneenspijkeren WW

1 clavar insimul


aaneenstrikken WW

1 laciar, ligar con un lacio


aaneenvlechten WW

1 tressar insimul


aaneenvoegen WW

1 (verbinden) copular, accopular, junger, assemblar, unir
het -- = accopulamento, junctura, junction, assemblage
2 (van pagina's) compaginar
het -- = compagination


aaneenvoeging ZN

1 accopulamento, junction, junctura, assemblage


aanerven WW

1
dat landgoed is mij aangeërfd = io ha acquisite iste proprietate rural per hereditage


aanerving ZN

1 acquisition per hereditage


aanfietsen WW

1
achter iemand -- = sequer un persona a bicycletta


aanflitsen BN

1 Zie: aanfloepen


aanfloepen WW

1 accender se improvisemente/subitemente/subito


aanfluiten WW

1 (honen) conspuer


aanfluiting ZN

1 (caricatuur) caricatura
een -- van alle recht = un caricatura/parodia de lo que deberea esser le justitia
2 (schande) scandalo, dishonor
3 (puinhoop) disastro


aanfokken WW

1 elevar


aanfruiten WW

1 (CUL) subfrir, subfriger


aangaan WW

1 (gaan in de richting van) ir verso, diriger se verso
op huis -- = ir verso le casa
achter iemand -- = sequer un persona
achter iets -- = ir detra un cosa
2 (beginnen te branden) accender se
het licht gaat aan = le luce/lumine se accende
3 (beginnen) comenciar, ingagiar
het gevecht -- = comenciar/ingagiar le combatto
4 contractar, contraher, facer
een schuld -- = contractar/contraher un debita
een lening -- = contractar/contraher un presto
een verbond -- = contractar/contraher un alliantia
een verplichting -- = contractar/contraher un obligation
een compromis -- = facer un compromisso
een weddenschap -- = facer un sponsion
het -- van een schuld = contraction de un debita
5 (betreffen) concerner, reguardar, toccar
deze zaak gaat me niet aan = iste cosa non me tocca
het gaat ons allen aan = isto nos concerne totes
het gaat niet aan dat = il non pote esser que
allen die het aangaat = tote le interessates
wat mij aangaat = quanto a me


aangaande VZ

1 re, concernente, relative a, quanto a, super
mij -- = quanto a me


aangapen WW

1 reguardar/mirar/ocular stupidemente/fixemente/persistentemente/con/a bucca aperte/con curiositate pueril


aangeblazen BN

1 aspirate
-- h = h aspirate


aangebonden BN

1
kort -- zijn = esser brusc


aangeboren BN

1 innate, congenite, congenital, connatural, native
-- afwijking = malformation congenite/congenital
-- karakter = character congenital
-- ziekte = maladia congenite/congenital
-- sluwheid = astutia innate
dat is hem -- = ille lo ha de nascentia


aangebouwd BN

1 annexe
het huis heeft een --e garage = le casa ha un garage annexe


aangebrand BN

1 ardite, (mbt smaak/geur OOK) empyreumatic
--e melk = lacte ardite
-- smaken = haber un sapor/gusto de arditura
(FIG) gauw -- zijn = incholerisar se pro nihil, esser multo susceptibile
(FIG) de pot (= zij) is -- = illa es pregnante/gravide


aangedaan BN

1 (ontroerd) emotionate


aangegeven BN

1 indicate, declarate
brief met -- waarde = littera con valor indicate/declarate


aangehaalder BN

1
ter -- plaatse = in le loco jam citate


aangehuwd BN

1 affin, per maritage, per matrimonio
--e familie = familia affin


aangeklaagd BN

1 inculpate, accusate, imputate


aangeklaagde ZN

1 inculpato, accusato, imputato


aangekomene ZN

1 arrivato
de laatst --n = le ultime arrivatos


aangeleerd BN

1 apprendite
--e toon = tono artificial


aangelegd BN

1
humoristisch -- zijn = esser un grande humorista
artistiek -- zijn = haber un vena artistic


aangelegen BN

1 adjacente, vicin, limitrophe, contigue


aangelegenheid ZN

1 affaire (F), question, problema
(POL) binnenlandse --en = questiones de politica interne


aangelijnd BN

1
--e hond = can al corda


aangemerkt VW

1 viste que


aangenaam BN

1 agradabile, placente, grate, sympathic
-- van smaak = agradabile de gusto
-- voor het gehoor = grate/agradabile al audition
het nuttige met het --e verenigen = combinar le utile con le agradabile
deze muziek doet het oor -- aan = iste musica flatta le aure
-- maken = render agradabile/grate, ingratiar
2 (gerieflijk) confortabile


aangenomen BN

1 adoptive
-- kind = infante adoptive
2 fictive
(EC) -- waarde = valor fictive
3
-- werk = labor a contracto
4
--! = de accordo!


aangenomen dat VW

1 date que, supponite que, admittite que


aangepast BN

1 adaptate


aangeraden BN

1 recommendate


aangeschoten BN

1 (dronken) ebrie, inebriate, (door wijn) avinate
2 (getroffen) vulnerate


aangeschreven BN

1
slecht/goed -- staan = esser mal/ben notate, haber mal/bon reputation /fama
2
-- cirkel = circulo tangente (de un triangulo)


aangeslagen BN

1 (van zijn stuk gebracht) disconcertate, (ontmoedigd) dismoralisate
2 (NAT) excitate


aangeslibd BN

1 alluvial
--e gronden = terrenos alluvial


aangesloten BN

1 (bij vereniging, etc.) affiliate


aangeslotene ZN

1 (bij vereniging, etc) affiliato


aangespen WW

1 cinger, cincturar, buclar, affibular
het zwaard -- = cinger/cincturar le spada


aangesprokene ZN

1 persona a qui on parla, interpellato


aangestoken BN

1 (tand) cariose/cariate
-- tand = dente cariose/cariate
2 (fruit) guastate, putride
-- vruchten = fructos mangiate per le vermes, fructos guastate/putride


aangetast BN

1 malade
--e boom = arbore malade
2 (mbt het gebit) cariose, cariate, malade
--e tand = dente cariose/cariate/malade


aangetekend BN

1 registrate, recommendate, de aviso
--e brief = littera registrate/recommendate/de aviso


aangetrouwd BN

1 affin, per maritage, per matrimonio
--e familie = familia affin


aangevallene ZN

1 attaccato


aangeven WW

1 (overhandigen) passar, dar
iemand de peper -- = passar le pipere a un persona
2 (ter kennis brengen van de overheid) declarar, facer registrar
het -- = declaration
een geboorte -- = facer registrar/declarar un nascentia
bij de douane -- = declarar al doana
3 (aanduiden) indicar, monstrar, signalar, marcar
het -- = indication, signalation
de thermometer geeft 30 graden aan = le thermometro indica 30 grados
de koers/richting -- = indicar le direction
de grote lijnen -- = indicar/traciar le grande lineas
de toon -- = dar le tono
tenzij anders is aangegeven = salvo indication contrari
4 (bij de politie) delatar, denunciar, deferer
het -- = delation, denunciation
een dief bij de politie -- = denunciar un fur/robator al policia
een diefstal -- = denunciar/deferer un furto/robamento


aangever ZN

1 declarator
2 (verklikker) delator, denunciator
3 (SPORT) ille que passa le ballon


aangewezen BN

1 indicate, qualificate
de -- persoon = le persona indicate
2
op iets -- zijn = depender de un cosa


aangezet BN

1 (scherper gemaakt) affilate
2 (gekruid) pimentate
3 (aangebrand) legiermente ardite


aangezetene ZN

1 conviva


aangezicht ZN

1 facie, visage
van -- tot -- = de facie a facie
in het -- van de dood = facie a facie con le morte
zijn -- redden = salvar le facie
zich verbergen voor het -- des Heren = celar se ante le facie del Senior


aangezichtskramp ZN

1 crampo facial


aangezichtsligging ZN

1 (MED) presentation de facie, position de testa/capite


aangezichtspijn ZN

1 neuralgia facial


aangezichtsspier ZN

1 musculo facial


aangezichtsverlamming ZN

1 paralyse (-ysis) facial


aangezichtszenuw ZN

1 nervo facial


aangezien VW

1 proque, porque, perque, pois que, post que, viste que, del momento que


aangifte ZN

1 (bij de politie) denunciation, delation
-- doen van een misdrijf = denunciar un delicto
valse -- = denunciation false
2 (bij belasting, douane, etc.) declaration
-- doen van een geboorte = declarar un nascentia
aangifte inkomstenbelasting = declaration fiscal


aangiftebiljet ZN

1 folio de declaration (de impostos)


aangifteformulier ZN

1 formulario de declaration (de impostos)


aangifteplicht ZN

1 obligation de declarar


aangorden WW

1 cinger, cincturar
het zwaard -- = cinger/cincturar le spada
zich -- voor de strijd = apprestar se pro le lucta


aangrenzend BN

1 adjacente, limitrophe, contigue, confin, vicin, contermine, propinque
--e landen = paises limitrophe
--e kamer = camera contigue


aangrenzing ZN

1 contiguitate, adjacentia


aangrijnzen WW

1
zit me niet zo stom aan te grijnzen = non me reguarda con iste facie de idiota


aangrijpen ZN

1 (beetpakken) prender, sasir, caper
de gelegenheid -- = prender/sasir le occasion
2 (ontroeren) emover, emotionar
3 consternar


aangrijpend BN

1 emotionante, pathetic, commovente, toccante
--e redevoering = discurso pathetic
-- schouwspel = spectaculo emotionante
--e film = film toccante


aangrijping ZN

1 (ontroering) emotion
2 (het beetpakken) prehension


aangrijpingspunt ZN

1 puncto de contacto
2 (NAT) puncto de contacto/de application (de un fortia)


aangroei ZN

1 crescentia, accrescentia, crescimento, accrescimento, augmento, augmentation, incremento, proliferation
2
het schip zat vol -- = le nave esseva plen de algas e conchas adherite


aangroeien WW

1 crescer
weer -- = recrescer
de staart van de hagedis groeit weer aan = le cauda del lacerta recresce
2 (toenemen) crescer, accrescer, augmentar, incrementar
het -- = crescimento, accrescimento, crescentia, accrescentia, augmento, augmentation, incremento
de wind is tot stormkracht aangegroeid = le vento ha attingite le fortia de tempesta
3 (groter maken) aggrandir
4 (begroeid raken) coperir se (de algas e conchas)


aangroeiing ZN

1 crescimento, accrescimento, crescentia, accrescentia, augmento, augmentation, (ook WISK) incremento


aangroeisel ZN

1 excrescentia


aanhaken WW

1 attachar {sj}, accopular


aanhalen WW

1 (naar zich toe trekken) attraher, traher a se, tirar
het -- = attraction
de teugels -- = tirar le bridas/redinas
de buikriem -- = tirar le cingula
2 (vaster trekken) stringer
de veters -- = stringer le cordones/lacettos
de banden nauwer -- = stringer le ligamines
3 (liefkozen) caressar
het -- = caressa
een hond -- = caressar un can
4 (citeren) citar, mentionar
het -- = citation, mention
een boek -- = citar un libro
een spreker -- = citar un orator
op de aangehaalde plaats = in le loco jam citate
5 (aanvoeren) invocar
het -- = invocation
6 (REKENK) abassar
het -- = abassamento
een cijfer -- = abassar un cifra
7 (SCHEEP) (een zeil) invirgar
het -- = invirgatura


aanhalig BN

1 caressante, affectuose


aanhaling ZN

1 (het naar zich toe trekken) attraction
2 (liefkozing, aai) caressa
3 (het citeren, citaat) citation, mention
letterlijke -- = citation directe/textual
4 (aanvoering) invocation
5 (REKENK) abassamento
6 (SCHEEP) (van een zeil) invirgatura


aanhalingsteken ZN

1 signo de ditto, virguletta
een woord tussen --s zetten = mitter/poner un parola inter virgulettas
de --s openen = aperir le virgulettas
de --s sluiten = clauder le virgulettas


aanhang ZN

1 partitarios, partisanos, adeptos, discipulos, adherentes
2 familia


aanhangen WW

1 (toegedaan zijn) esser partitario/partisano/adepto de, adherer
een geloof -- = adherer un fide
een partij -- = adherer a un partito
2 professar
een theorie -- = professar un theoria
3 (door hangen bevestigen) appender, attachar {sj}, accopular
4 (bijvoegen) adjunger


aanhangend BN

1 (vastplakkend) adhesive


aanhanger ZN

1 adherente, adepto, discipulo, partisano, partitario
fervent -- = partitario fervente, aficionado (S)
2 (aanhangwagen) remolco
de -- vastkoppelen = attachar {sj} le remolco
de -- loskoppelen = distachar {sj} le remolco


aanhangig BN

1 pendente, in discussion
een wetsontwerp -- maken = presentar un projecto de lege
(JUR) een proces -- maken = intentar un processo


aanhangmotor ZN

1 motor distachabile {sj}/amovibile/exterior/auxiliar


aanhangsel ZN

1 (iets aan een groter geheel) annexo, appendice
als -- van = in annexo de
wormvormig -- (van de blinde darm) = appendice vermiforme/vermicular
2 (mbt boek/document) annexo, appendice, supplemento
3 (JUR) appertinentia
4 (TAAL) affixo
5 (van testament) codicillo
-- bij een testament = codicillo de un testamento


aanhangwagen ZN

1 remolco


aanhankelijk BN

1 affectionate, affectuose, devote


aanhankelijkheid ZN

1 affectuositate, affection, devotion, attachamento {sj}, dilection
iemand zijn -- betonen = manifestar/monstrar/demonstrar su affection a un persona


aanhankelijksbetuiging ZN

1 monstra/manifestation/demonstration de affection


aanharden WW

1 indurar
het -- = induration


aanharken WW

1 equalisar per rastro/rastrello, rastrellar
het -- = rastrellage


aanhebben WW

1 (aan het lijf hebben) portar
kleren -- = esser vestite
schoenen -- = esser calceate
2 (brandende hebben) haber accendite


aanhechten WW

1 fixar, affixar, figer, affiger, appender, attachar {sj}, adjunger, apponer, aggregar, annecter, (annexeren) annexar
weer -- = reattachar {sj}
een gebied -- = annexar un territorio
een zegel -- = apponer un sigillo


aanhechting ZN

1 adjunction, addition, apposition, aggegation
-- van een zegel = apposition de un sigillo
2 (annexatie) annexion, annexation
-- van een gebied = annexion de un territorio


aanhechtingspunt ZN

1 puncto de contacto


aanhechtsel ZN

1 annexo


aanhef ZN

1 (van een boek/gedicht, etc.) comenciamento, initio, exordio
-- van een rede = comenciamento/exordio de un discurso
-- van een brief = initio de un littera, formula de apertura de un littera
2 (MUZ) intonation


aanheffen WW

1 comenciar
2 (MUZ) intonar
een lied -- = intonar un canto


aanhikken (tegen) WW

1 haber/incontrar problemas (con)


aanhitsen WW

1 excitar, incitar, instigar, provocar, fomentar
het -- = excitation, excitamento, incitation, incitamento, instigation, provocation, fomentation
zijn hond op iemand -- = excitar su can contra un persona


aanhitser ZN

1 excitator, incitator, instigator, provocator, fomentator


aanhitsing ZN

1 excitation, excitamento, incitation, incitamento, instigation, provocation, fomentation


aanhoeven WW

1
uw jas hoeft niet aan = il es inutile de mitter/poner vostre mantello
het vuur hoeft niet aan = il ha nulle besonio de accender le foco


aanhogen WW

1 realtiar


aanhoging ZN

1 realtiamento


aanhollen WW

1 accurrer
komen -- = venir/arrivar currente


aanhoren WW

1 ascoltar, audir
ten -- van = in presentia de, ante
iets met belangstelling -- = ascoltar un cosa con interesse
iemand welwillend -- = prestar un aure benevolente a un persona
het is niet om aan te horen = isto sona horribile, isto finde le corde, isto es insupportabile


aanhorig BN

1 pertinente (a)


aanhouden WW

1 (voortduren) continuar, durar
het -- = continuation, duration
de regen houdt aan = le pluvia continua
dat zal nog wel even -- = isto durara ancora un pauco/poco
2 (arresteren) arrestar, apprehender
het -- = arrestation
een misdadiger -- = arrestar un criminal
3 (aan het lijf houden) guardar
een kledingstuk -- = guardar un vestimento
4 (niet ophouden te doen) persister, perseverar
het -- = persistentia, perseverantia
5 (aandringen) insister, instar
het -- = insistentia
6 (uitstellen) suspender
een rechtszaak -- = suspender un causa/processo
7
het personeel -- = mantener le personal in su postos
8
op de kust -- = diriger se verso le costa
9
een strakke dagindeling -- = mantener un ordine del die rigide


aanhoudend BN

1 (zonder ophouden) constante, continue, incessante, permanente, perpetual, persistente
een -- geloop = un continue ir e venir
--e droogte = siccitate persistente
--e koorts = febre persistente
--e interrupties = interruptiones continue
het regende -- = il pluveva sin interruption/sin discontinuar, le pluvias persisteva
2 (met geringe tussenpozen) repetite, (op elkaar volgend) successive
3 (langdurig) prolongate


aanhoudendheid ZN

1 continuitate, persistentia


aanhouder ZN

1 persona perseverante/tenace


aanhouding ZN

1 (arrestatie) arresto, arrestation
bevel tot -- = mandato/ordine de arresto/arrestation
2 (uitstel van behandeling) demora, dilation


aanhoudingsbevel ZN

1 mandato/ordine de arresto/de arrestation


aanhoudingsbevoegdheid ZN

1 competentia de arrestar (personas)


aanjagen WW

1 (veroorzaken bij) causar, occasionar, provocar
iemand angst/schrik -- = intimidar/espaventar/terrificar un persona
2 (feller aanstoken) attisar
het vuur -- = attisar le foco
3 (sneller aandrijven) pressar, pulsar, accelerar
een motor -- = pulsar un motor
4 (aansporen) exhortar, incitar


aanjager ZN

1 (iemand die of toestel dat aanjaagt) stimulator
2 (mbt een motor) starter (E)


aankaarten WW

1 (aansnijden) mitter/poner super le tapis (F)/le tapete, intabular, abordar, toccar
een onderwerp -- = abordar un subjecto


aankijken WW

1 reguardar, mirar
iemand strak -- = mirar un persona fixemente
iemand verachtelijk -- = diriger a un persona un reguardo de despecto/de disprecio
iemand vriendelijk -- = diriger a un persona un reguardo amabile
iemand verbaasd -- = reguardar un persona surprendite
elkaar veelbetekenend -- = cruciar un reguardo complice
iemand ergens op -- = jectar a un persona le culpa
het is het -- niet waard = isto non vale le pena de reguardar lo


aanklacht ZN

1 accusation, inculpation, denunciation, crimination, incrimination, (JUR) querela
valse/lasterlijke -- = denunciation false/calumniose
schriftelijke -- = libello
deze misstand is een -- tegen de maatschappij = iste abuso es/constitue un accusation contra le societate
een -- indienen = intentar un accusation


aanklagen WW

1 accusar, imputar, denunciar, inculpar, criminar, incriminar, (bij het gerecht) deferer
het -- = accusation, imputation, denunciation, inculpation, crimination, incrimination


aanklagend BN

1 accusatori, denunciative, denunciatori


aanklager ZN

1 accusator, denunciator, delator
openbare -- = accusator public


aanklampen WW

1 (met klampen aanhechten) reunir per tenones
2 (aanspreken) abbordar, accostar
iemand op straat -- = abbordar un persona in le strata


aankleden WW

1 (kleding aantrekken) vestir
een kind -- = vestir un infante
zich -- = vestir se
2 (versieren) decorar, guarnir
een gerecht -- = decorar/guarnir un platto


aankleding ZN

1 (versiering) decoration


aankleven WW

1 esser inherente a


aankleving ZN

1 adhesion, adherentia


aanklevingskracht ZN

1 adhesion


aanklikken WW

1 cliccar


aankloppen WW

1 (op de deur kloppen) batter al porta (de)
bij de juiste persoon -- = diriger se al persona indicate
2 (door kloppen vaster maken) fixar
een spijker -- = fixar un clavo


aanknippen WW

1 accender
het licht -- = accender le luce/lumine, tornar le commutator/interruptor


aanknopen WW

1 (met een knoop vastmaken) attachar {sj} con un nodo, nodar
2 nodar
handelsbetrekkingen -- = entrar in relationes commercial
briefwisseling -- = entrar in correspondentia
3 (toevoegen) adjunger, adder
ik heb er nog een week aangeknoopt = io ha prolongate mi sojorno de un septimana
4 (voortzetten) continuar


aanknopingspunt ZN

1 indicio
2 (in gesprek) puncto de partita
3 puncto de contacto/de referentia/de referimento


aankoeken WW

1 incrustar se, attachar se {sj}
het -- = incrustation
de rijst was aangekoekt = le ris esseva attachate


aankoeking ZN

1 incrustation


aankoeksel ZN

1 incrustation


aankomeling ZN

1 (nieuweling) comenciante, debutante, novicio


aankomen WW

1 (arriveren) arrivar
heelhuids -- = arrivar san e salve
de trein komt aan = le traino arriva
de klap kwam hard aan = le colpo esseva multo dur
2 (het doel bereiken) attinger le scopo
3 (in gewicht toenemen) augmentar/crescer de peso, ingrassiar
4 (aanraken) toccar
het -- = tocca
niet --! = non tocca!
5
er op -- = importar
nu komt het erop aan = nunc le question se decide
als het er op aankomt = in caso de necessitate
het komt er op aan dat ... = le unic cosa que conta es que ...
6
iets zien -- = vider venir un cosa, presentir un cosa
een botsing zien -- = previder un collision
iets op het laatste ogenblik laten -- = lassar un cosa pro le ultime momento
alles komt op hem aan = (alles hangt van hem af) toto depende de ille, (hij moet alles doen) ille debe facer toto
het erop aan laten komen = riscar


aankomend BN

1 (nog niet volwassen) juvene, adolescente
2 (beginnend) comenciante, principiante
3 (toekomstig) futur
-- docent = docente futur
4 (aanstaand) proxime, que veni
--e week = le septimana proxime


aankomst ZN

1 arrivata
station van -- = station de arrivata
bij -- van de trein = al arrivata del traino


aankomstdatum ZN

1 data de arrivata


aankomsthal ZN

1 hall (E) de arrivata


aankomstlijn ZN

1 linea de arrivata, finish (E)


aankomsttijd ZN

1 hora de arrivata
bord met vertrek- en --en = tabula de partitas e arrivatas


aankondigen WW

1 annunciar, notificar, indicer
het -- = annunciation, notification
van te voren -- = preannunciar
een dividend -- = annunciar un dividendo
een artiest -- = annunciar/presentar un artista
de aankomst van de trein -- = annunciar le arrivata del traino
de zwaluwen kondigen de lente aan = le hirundines annuncia le primavera
zijn bezoek -- = annunciar su visita
iemand die iets aankondigt = notificator, annunciator
2 presentar
een uitzending -- = presentar un emission
3 (als inleiding dienen van) preluder


aankondigend BN

1 (MED) prodromal, prodromic


aankondiger ZN

1 annunciator


aankondiging ZN

1 annuncio, annunciation, aviso, notification


aankoop ZN

1 compra, acquisition, acquesto
grote --en doen = facer grande compras
-- op krediet/op de pof = compra a credito
die auto was een dure -- = iste auto(mobile) ha costate multe moneta


aankoopbedrag ZN

1 amonta/summa de compra


aankoopbeleid ZN

1 politica de compra


aankoopbon ZN

1 bono de compra


aankoopcontract ZN

1 contracto de compras/acquisitiones


aankoopdatum ZN

1 data de compra/acquisition


aankoopdossier ZN

1 dossier (F) del compras/acquisitiones


aankooporder ZN

1 ordine de compra/acquisition


aankoopprijs ZN

1 Zie: aankoopsom


aankoopsom ZN

1 precio/amonta de compra/acquisition


aankopen WW

1 comprar, (aanschaffen) acquirer


aankoper ZN

1 comprator, acquiritor, acquisitor, mancipe


aankoping ZN

1 compra, acquisition


aankoppelen WW

1 attachar {sj}, copular, accopular


aankoppeling ZN

1 accopulamento


aankorsten WW

1 incrustar se


aankorsting ZN

1 incrustation


aankrijgen WW

1 (als levering ontvangen) reciper
nieuwe voorraad -- = reciper nove stocks (E), reciper un nove partita de merces
2 (kledingstuk/schoenen) poter mitter, poter poner, succeder a mitter, succeder a poner
3
het vuur -- = succeder a inflammar le foco


aankruisen WW

1 marcar per/con un cruce
de gewenste artikelen -- = marcar con un cruce le articulos desirate/desiderate


aankuieren WW

1
komen -- = approximar (se)/approchar {sj} a passo lente


aankunnen WW

1 (opgewassen zijn tegen) poter mesurar se con un persona
2 (berekend zijn voor) esser capace/capabile de
hij kan dit werk niet aan = iste labor/travalio es troppo difficile pro ille
3
op iemand -- = poter contar con un persona
4
de lamp kan aan = on pote accender le lampa


aankwakken WW

1 jectar contra


aankweek ZN

1 cultura


aankweekbaar BN

1 cultivabile


aankweken WW

1 cultivar
het -- = cultura
2 disveloppar, cultivar, facer crescer
het -- = disveloppamento
vriendschap -- = disveloppar/cultivar amicitate
een geest van verzet -- = disveloppar un spirito de resistentia


aankweking ZN

1 (het opkweken) cultura
2 (het opwekken) disveloppamento


aanlachen WW

1 (toelachen) surrider a


aanlanden WW

1 (voor de wal komen) abordar
2 (zijn bestemming bereiken) arrivar a, pervenir a
hij is tenslotte veilig thuis aangeland = al fin ille ha arrivate a casa san e salve
3 (aanslibben) sedimentar se


aanlandig BN

1 que suffla verso le terra, del mar
de wind is -- = le vento suffla del mar


aanlangen WW

1 passar, dar


aanlassen WW

1 soldar, assemblar, unir, junger


aanlassing ZN

1 soldatura, assemblage


aanlaten WW

1
het licht -- = non estinguer le luce/lumine
de radio -- = non disconnecter le radio
het vuur -- = lassar accendite le foco


aanleg ZN

1 (bouw, vervaardiging) construction
-- van dijken = construction de dicas
in -- zijn = esser in construction
2 installation
-- van een centrale verwarming = installation de un calefaction central
3 (begaafdheid) talento, dono, genio, ingenio, facultate, propension, aptitude, disposition, capacitate, vocation
-- voor wiskunde = capacitate de mathematica
hij heeft veel -- voor wiskunde = ille es dotate pro le mathematica
kunstzinnige -- = disposition/talento artistic
natuurlijke -- = talento natural/innate
-- voor talen = dono de/pro le linguas
4 (geneigdheid) predisposition, inclination
criminele -- = predisposition criminal, inclination al crimines
-- hebben voor = haber predisposition/esser propense a
-- voor een ziekte = predisposition a un maladia
5 (JUR) instantia
in eerste -- = in prime instantia
6 (park) parco
7 (beplanting) plantation


aanleggen WW

1 construer, facer
dijken -- = construer dicas
kanalen -- = construer canales
een spoorweg -- = construer un via ferree/un cammino de ferro/un ferrovia
2 (installeren) installar
centrale verwarming -- = installar un calefaction central
elektrisch licht -- = installar luce/lumine electric
3 (vormen) formar, constituer, facer
een verzameling -- = formar/constituer un collection
een dossier --/opstellen van = reunir un documentation de/super
4 (aan de oever komen) abbordar
5 (vastmeren) ammarrar
een schip -- = ammarrar un nave
6 (mikken) mirar
het -- = mira
7
een tuin -- = plantar un jardin
8
de kachel -- = accender le estufa
9
het zuinig -- = (eenvoudig leven) viver modestemente, (spaarzaam zijn) esser economic
10
hoe leg ik dat aan om...? = como facer pro...?
11
een maatstaf -- = applicar un criterio/norma
12
het met iemand -- = stabilir un contacto/relation con un persona
een voorraad -- = accumular un stock, stockar


aanlegger ZN

1 (bouwer) constructor
2 (persoon die iets aanbrengt) installator
3 (persoon die de twist begonnen is) instigator


aanleghaven ZN

1 porto emporio/de scala


aanlegkosten ZN MV

1 costos de construction
2 costos de installation


aanlegplaats ZN

1 Zie: aanlegsteiger


aanlegsteiger ZN

1 (losplaats) disbarcatorio, (laadplaats) imbarcatorio


aanleidend BN

1 occasional
--e oorzaak = causa occasional


aanleiding ZN

1 occasion, motivo
-- geven tot = dar occasion/loco a, causar, dar motivo a
een -- vormen/zijn = motivar
zonder enige -- = sin alicun motivo
naar -- van = a proposito de
2 origine
-- tot een conflict = origine de un conflicto


aanlengen WW

1 diluer, (met water) aquar, (knoeien) adulterar
de melk met water -- = diluer le lacte con aqua
de wijn -- = aquar le vino


aanlenging ZN

1 dilution, (geknoei) adulteration


aanleren WW

1 (eigen maken) apprender, familiarisar se con, studiar
het vak -- = apprender le mestiero
2 (onderwijzen) inseniar
3
een aangeleerde toon = un tono artificial


aanleunen WW

1
-- tegen = appoiar se contra
2
zich iets laten -- = lassar se attribuer un cosa, tolerar un cosa, non opponer se a un cosa


aanleuning ZN

1 appoio


aanleuningspunt ZN

1 puncto de appoio


aanleveren WW

1 Zie: leveren-1-2


aanligbed ZN

1 (GESCH) lecto de tabula


aanliggen WW

1 adjacer (a), jacer presso, esser adjacente/contigue/limitrophe/confinante/vicin
2 (FIG) esser simile a
die muziek ligt tegen de rumba aan = iste musica es simile al rumba


aanliggend BN

1 adjacente, contigue, limitrophe, confinante, vicin
(WISK) --e hoeken = angulos adjacente
(WISK) --e zijde = later adjacente


aanligging ZN

1 adjacentia, contiguitate


aanlijmen WW

1 collar (a/super)


aanlijnen WW

1 tener/prender al corda, tener ligate
aangelijnde -- = can al corda


aanlokkelijk BN

1 attractive, attrahente, seductive, seducente
-- voorstel = proposition attractive


aanlokkelijkheid ZN

1 attractivitate, seduction, charme (F)
de --en van het buitenleven = le seductiones del vita rural


aanlokken WW

1 attraher, seducer, (met lokaas) escar
het -- = attraction, seduction
het gevaar lokte hem aan = le periculo le ha attrahite


aanlokker ZN

1 seductor, tentator


aanlokking ZN

1 attraction, seduction, charme (F)


aanlonken WW

1 Zie: lonken


aanloop ZN

1 (inleidende loop) impeto, impulso
een -- nemen = prender su impeto/impulso
2 (inleidende woorden) preambulo
3 preludio
-- tot de Tweede Wereldoorlog = preludio al Secunde Guerra Mundial
4 (bezoek) visitantes, visitatores, visitas
veel -- hebben = haber/reciper multe visitas
5 (klandizie) clientela, clientes
die koopman heeft veel = iste mercante ha multe clientes


aanloopfase ZN

1 phase initial


aanloophaven ZN

1 porto emporio/de scala, scala


aanloopkosten ZN MV

1 costos initial


aanloopmoeilijkheden ZN MV

1 problemas/difficultates initial


aanlooppeiler ZN

1 radiogoniometro


aanloopperiode ZN

1 periodo initial/de preparationes


aanloopprobleem ZN

1 problema initial


aanlooptijd ZN

1 phase initial (de functionamento)


aanlopen WW

1
-- op = diriger se verso, ir verso
2 (snel naderen) accurrer, (een aanloop nemen) prender un impeto/impulso
3 (zich haasten met lopen) pressar le passo
4 (duren) durar
5 (tegenaan schuren) fricar
het wiel loopt aan tegen het spatbord = le rota frica le parafango
6 (genoemde kleur krijgen) devenir
rood -- = devenir rubie
7
achter iemand -- = ir detra un persona, sequer un persona
8 (binnenlopen en afmeren) facer scala a
morgen wordt Vlissingen aangelopen = deman on facera scala a Vlissingen
9
zo is hij tegen zijn vrouw aangelopen = assi ille ha cognoscite/incontrate su spo(n)sa


aanmaak ZN

1 fabrication, production, confection, manufactura
de -- van antistoffen = le production de anticorpores


aanmaakhout ZN

1 ligno minute (pro accender le foco), accendalia


aanmaakkosten ZN MV

1 costos de fabrication


aanmaken WW

1 (vervaardigen) fabricar, producer, confectionar, manufacturar
het -- = fabrication, production, confection, manufactura
2 (toebereiden) preparar, apprestar
het -- = preparation, appresto
3 (kruiden, op smaak brengen) condimentar
de salade -- = condimentar le salata
4 (doen branden) accender
het -- = accendimento
de kachel -- = accender le estufa


aanmanen WW

1 (dringend verzoeken) adjurar
het -- = adjuration
2 (sommeren) requirer
het -- = requirimento
tot betaling -- = requirer le paga/pagamento de
3 (berispen) admoner, admonestar
het -- = admonition, admonestation
4 (aansporen) exhortar
het -- = exhortation
tot kalmte -- = exhortar al calma


aanmanend WW

1 (berispend) admonitori


aanmaning ZN

1 exhortation
2 (berisping) admonition, admonestation
3 (betalingsbevel) requirimento de paga/pagamento


aanmaningsbrief ZN

1 requirimento de paga/pagamento


aanmatigen WW

1
zich -- = arrogar se, usurpar, attribuer se
het -- = usurpation, arrogation
zich een titel -- = usurpar un titulo
zich de eer -- = attribuer se le honor
zich een oordeel -- = permitter se un judicamento, arrogar se le derecto de judicar


aanmatigend BN

1 arrogante, presumptuose, pretentiose, gloriose, superbe
-- optreden = comportamento arrogante


aanmatiging ZN

1 (laatdunkende taal/daad) arrogantia, pretension, pretention
2 (onrechtmatige opeising) arrogation, usurpation


aanmelden WW

1 (aandienen) annunciar, presentar
een bezoeker -- = annunciar un visitator
zich bij iemand -- = presentar se ante un persona
zich voor een baan -- = presentar se pro un empleo
zich bij de justitie -- = denunciar se
2 (opgeven) inscriber
zich voor een examen -- = inscriber se a un examine


aanmelding ZN

1 presentation
2 (inschrijving) inscription
-- voor een examen = inscription a un examine


aanmeldingsformulier ZN

1 scheda/folio/formulario de inscription/registration


aanmeldingsplicht ZN

1 inscription/registration obligatori


aanmeldingstermijn ZN

1 termino de registration/inscription


aanmengen WW

1 diluer, (met water) aquar
het -- = dilution


aanmenging ZN

1 dilution


aanmeren WW

1 ammarrar


aanmerkelijk BN

1 (tamelijk groot) considerabile, notabile, sensibile
het gaat -- beter = le cosas ha meliorate considerabilemente


aanmerken WW

1
(beschouwen als) -- als = considerar como
iets als zijn plicht -- = considerar un cosa como su deber
hij wordt als lastig aangemerkt = ille es considerate como un typo difficile
2
(afkeuren) -- op = criticar, censurar, reprobar, disapprobar, reprehender, blasmar, animadverter


aanmerking ZN

1 consideration
in -- komen = entrar in consideration
in -- komen voor een studiebeurs = esser idonee pro un bursa de studio
de omstandigheden in -- genomen = considerate le circumstantias, in consideration del circumstantias
in -- genomen dat = viste/vidite que
2 reprehension, blasmo, critica, censura, animadversion
--en = commentario
--en maken op = reprehender, blasmar, criticar, censurar, animadverter, commentar
op alles --en maken = criticar omne cosa


aanmeten WW

1 prender le mesura (de)
zich een pak laten -- = facer prender se le mesura de un costume
2
zich een beleefde houding -- = adoptar un attitude cortese, monstrar se cortese


aanmeting ZN

1 mesura


aanminnig BN

1 amabile, amene


aanminnigheid ZN

1 amabilitate, amenitate


aanmodderen WW

1 (klungelen) facer inhabilemente


aanmoedigen WW

1 incoragiar, dar corage, stimular, favorisar, promover, excitar, incitar, animar, sporonar, impeller, inhardir
--de woorden = parolas incoragiante/de stimulo


aanmoedigend BN

1 incoragiante


aanmoediging ZN

1 incoragiamento, excitation, excitamento, incitation, incitamento, fomento, sporon, sporonamento
ter -- = pro stimular, como stimulo


aanmoedigingspremie ZN

1 premio de incoragiamento/de stimulo


aanmoedigingsprijs ZN

1 Zie: aanmoedigingspremie


aanmoeren WW

1 vitar


aanmoeten WW

1
de handschoenen moeten aan = on debe mitter le guantos
de kachel moet aan = on debe accender le estufa


aanmogen WW

1
mijn zondagse jas mag aan = io ha le permission de mitter/poner mi mantello del dominica
de kachel mag aan = il es permittite de accender le estufa


aanmonsteren WW

1 (in dienst nemen) inrolar
2 (dienst nemen) inrolar se


aanmonstering ZN

1 inrolamento


aanmunten WW

1 monetar, monetisar, cunear
het -- = monetage, monetisation, cuneage
goud -- = monetar auro


aanmunting ZN

1 monetage, monetisation, cuneage


aannaaien WW

1 suer
een knoop -- = suer un button
iemand een oor -- = dupar un persona


aanname ZN

1 (veronderstelling) supposition, hypothese (-esis), assumption
2 (FIL, WISK, etc.) postulato
3 (aanneming, aanvaarding) acceptation
4 ingagiamento, recrutamento
-- van personeel = ingagiamento/recrutamento de personal


aanneembaarheid ZN

1 verosimilantia


aanneemsom ZN

1 precio de contracto


aannemelijk BN

1 (aanvaardbaar) acceptabile, admissibile
-- bod = offerta acceptabile
--e voorwaarden = conditiones acceptabile
tegen elk -- bod = on accepta qualcunque offerta rationabile
2 (geloofwaardig) plausibile, credibile, verisimile, verosimilante
iets -- maken = demonstrar le veracitate de un cosa


aannemelijkheid ZN

1 (aanvaardbaarheid) acceptabilitate, admissibilitate
2 (geloofwaardigheid) plausibilitate, credibilitate, verisimilitude, probabilitate, verosimilantia, verisimilantia


aannemen WW

1 (aanpakken) prender, reciper
een pakje -- = reciper un pacchetto
2 (accepteren) acceptar
een aanbod -- = acceptar un offerta
geld -- = acceptar moneta
een schenking -- = acceptar un dono/un donation
een voorstel -- = acceptar un proposition
een telegram -- = acceptar un telegramma
een raad -- = acceptar un consilio
een verontschuldiging -- = acceptar un disculpation
bij acclamatie -- = acceptar per acclamation
3 adoptar
een maatstaf -- = adoptar un criterio
een wetsvoorstel -- = adoptar un projecto de lege
een houding -- = adoptar un attitude
een kind -- = adoptar un infante
als regel -- = adoptar como norma
een geloof/godsdienst -- = adoptar/imbraciar un fide/religion
4 (zich verbinden uit te voeren) contractar
de bouw van een blok woningen -- = contractar le construction de un bloco de casas
aangenomen werk = travalio/labor sub contracto
5 (geloven) creder, pensar, admitter
voetstoots -- = creder cecamente
dat neem ik graag aan = io lo crede ben
6 imbraciar
een carriëre -- = imbraciar un carriera
een goede raad -- = imbraciar un bon consilio
de christelijke godsdienst -- = imbraciar le christianismo
7 (veronderstellen, vermoeden) supponer, presumer, admitter, conjicer, conjecturar
8 (in dienst nemen) ingagiar, recrutar, contractar
arbeiders -- = ingagiar/recrutar obreros
personeel -- = contractar personal
9 (goedkeuren) approbar
een motie -- = approbar/acceptar un motion
een wetsontwerp -- = approbar un projecto de lege
10 assumer
een menselijke gedaante -- = assumer un forma human
de rol van weldoener -- = assumer le rolo de benefactor
11 (oplopen) contractar, prender
een gewoonte -- = contractar/prender un habitude


aannemer ZN

1 contract(at)or/interprenditor de constructiones


aannemersbedrijf ZN

1 interprisa de constructiones


aannemersfirma ZN

1 firma de constructiones


aanneming ZN

1 (aanvaarding) acceptation, admission
2
-- van een voorstel = approbation de un proposition
3 (R.K.) prime communion
4 (PROT) confirmation
5 contractation
-- van een bouwwerk = contractation de un construction
-- van personeel = contractation de personal


aannemingssom ZN

1 precio de contracto


aanpak ZN

1 approche {sj}
hier is een andere -- nodig = isto exige un altere approche
een harde -- voorstaan = esser partitario del mano dur


aanpakken WW

1 (vastpakken) prender, sasir, caper
2 (beginnen) comenciar, initiar
een werk -- = comenciar/initiar un labor/travalio
3 (aanvallen) attaccar
de vijand -- = attaccar le inimico
een moeilijkheid -- = attaccar un difficultate
4
hij weet van -- = ille es un homine de initiativa, ille es un laborator assidue
iemand hard -- = tractar un persona con mano dur/sin amenitate
je zult harder moeten -- = tu debera travaliar/laborar plus
een probleem flink -- = abbordar un problema con firmessa


aanpalen WW

1 confinar a


aanpalend BN

1 adjacente, vicin, limitrophe, confinante, contigue, contermine


aanpappen WW

1
-- met = facer se amico de
2
(een praatje maken) -- met = conversar con


aanpasbaar BN

1 adaptabile, appropriabile, accommodabile


aanpassen WW

1 (passend maken) adaptar, appropriar, conformar, accommodar, aptar, adjustar, adequar
zijn gedrag -- aan de situatie = adaptar/conformar su comportamento/su conducta al situation
zich bij de tradities -- = adaptar se/conformar se al traditiones
zich aan de omstandigheden -- = conformar se al circumstantias
zijn stijl -- aan het onderwerp = appropriar su stilo al subjecto
aan het gebruik -- = adaptar al uso
zich gemakkelijk -- = adaptar se facilemente
pas de opvoeding van de mens aan bij de mens (ROUSSEAU) = appropria le education del homine al homine
iemand die aanpast = adaptator
2 (herzien) readjustar
de salarissen -- = readjustar le salarios
iemand die aanpast = readjustator
3 (passen van kleding, etc.) essayar, probar, provar
het -- = essayage, proba, prova
4
zijn pas aan het ritme van de trommel -- = rhythmar su passo al sono del tambur


aanpassing ZN

1 (het passend maken) adaptation, appropriation, accommodation, adjustamento
2 (het herzien) readjustamento
-- van de salarissen = readjustamento del salarios
3 (gewenning) habituation


aanpassingsfase ZN

1 phase de adaptation


aanpassingsmechanisme ZN

1 mechanismo de adaptation


aanpassingsmoeilijkheden ZN MV

1 difficultates de adaptation


aanpassingsproces ZN

1 processo adaptive/de adaptation/de accommodation


aanpassingsprogramma ZN

1 programma de adaptation


aanpassingsvermogen ZN

1 facultate/poter/aptitude/capacitate adaptive/de adaptation/de accommodation, adaptabilitate, flexibilitate


aanpersen WW

1 serrar plus fortemente


aanpersing ZN

1 pression


aanpezen WW

1 effortiar se multo, travaliar/laborar dur


aanplakbiljet ZN

1 bulletin (mural), affiche (F), placard (F), placardetto


aanplakbord ZN

1 tabula annunciatori/de placardage/de placardar/de reclamo, tabula pro collar/fixar affiches (F)


aanplakken WW

1 collar, fixar, affiger, (van affiche, etc. OOK) placardar
verboden aan te -- = (il es) prohibite de placardar/de fixar affiches (F)/de collar affiches (F)


aanplakker ZN

1 fixator de affiches (F)/de placards (F)


aanplakking ZN

1 fixation de affiches (F)/de placards (F)


aanplakzuil ZN

1 columna/colonna annunciatori/de placardage/de placardar/de reclamo, columna/colonna pro collar/fixar affiches (F)/placards (F)


aanplant ZN

1 (het aankweken) cultura
2 (het geplante) plantation


aanplanten WW

1 plantar, cultivar


aanplanter ZN

1 plantator, cultivator


aanplanting ZN

1 plantation, cultura


aanplempen WW

1 plenar con terra, terraplenar


aanporder ZN

1 stimulator, incitator, excitator, instigator


aanporren WW

1 stimular, incitar, excitar, instigar


aanporring ZN

1 stimulation, incitation, excitation, instigation


aanpoten WW

1 plantar


aanpoting ZN

1 plantation


aanpraten WW

1 (aansmeren) persuader
ik heb hem het boek aangepraat = io le ha persuadite de prender le libro
2 (doen geloven) facer creder, suggerer
iemand een ziekte -- = suggerer a un persona que ille es malade


aanprijzen WW

1 vantar, commendar, recommendar, preconisar, laudar, (sterk --) elogisar
het -- = commendation, recommendation, preconisation, laudation, elogio
zijn koopwaar -- = vantar su merces
iemand die iets aanprijst = preconisator


aanprijzing ZN

1 commendation, recommendation, preconisation, elogio


aanpunten WW

1 (een punt maken aan) appunctar, acutiar
een potlood -- = appunctar un stilo de graphite
een paal -- = appunctar un palo


aanraden WW

1 consiliar, avisar, commendar, recommendar, preconisar
het -- = commendation, recommendation, preconisation
op -- van = per consilio de, sequente le consilio de
ik raad je dit boek aan = io te consilia iste libro
iemand die iets aanraadt = preconisator


aanrader ZN

1 (iemand die raad geeft) consiliero
2 (artikel) producto recommendate


aanrading ZN

1 aviso, consilio, recommendation


aanraken WW

1 toccar, tanger
het -- = tocca, tocco, tacto
een voorwerp -- = toccar un objecto
een gevoelige snaar -- = toccar un chorda sensibile, facer vibrar un chorda sensibile
opnieuw/weer -- = retoccar
wat kan worden aangeraakt = toccabile
iemand die iets aanraakt = toccator
2 (betasten) tastar, palpar
het -- = tastamento, palpation
3 (in contact zijn met) continger


aanraking ZN

1 (het aanraken) tocca, tocco, tacto, tastamento, (contact) contacto
punt van -- = puncto de contacto
bij de minste -- = al minime tocco
in -- komen met = entrar in contacto con
in -- brengen met = poner/mitter in contacto con
de ruwe -- met de werkelijkheid = le aspere contacto del realitate
het medicijn mag niet in -- komen met de ogen = evitar le contacto del medicina con le oculos


aanrakingsoppervlak ZN

1 superficie/superfacie de contacto


aanrakingspunt ZN

1 (WISK) (raakpunt) puncto tangential
2 (FIG) puncto de contacto


aanranden WW

1 aggreder
het -- = aggression
een vrouw -- = attentar al virtute de un femina, violar/stuprar un femina
iemand in zijn eer -- = vulnerar le honor de un persona


aanrander ZN

1 aggressor, (verkrachter) violator, stuprator


aanranding ZN

1 aggression, attentato, (verkrachting) violation, stupro
-- van de eerbaarheid = attentato al pudor


aanrecht ZN

1 plano de labor/de travalio


aanrechtblad ZN

1 Zie: aanrecht


aanrechtkastje ZN

1 (parve) armario sub le plano de labor/de travalio


aanreiken WW

1 passar, dar, presentar
de peper -- = passar le pipere


aanrekenbaar BN

1 ascribibile, attribuibile, imputabile


aanrekenen WW

1 (toeschrijven) ascriber, attribuer, imputar
2 (de schuld geven van) dar le culpa a, imputar, reprochar {sj}
iemand iets -- = imputar/reprochar un cosa a un persona
(door de vingers zien) niet -- = condonar
3 (beschouwen) considerar
het zich tot een eer -- te mogen meedoen = considerar como un honor de poter participar a
iemand iets als boze opzet -- = considerar malintentionate le action de un persona


aanrekening ZN

1 ascription, attribution, imputation


aanrennen WW

1
komen -- = venir/arrivar currente, accurrer, approximar (se)/approchar {sj} currente


aanrichten WW

1 causar, facer, occasionar
schade -- = causar/facer damno(s)
verschrikkelijke verwoestingen -- = causar/facer devastationes tremende
een bloedbad -- = causar un massacro
een feestmaal -- = organisar un repasto de festa


aanrijden WW

1
(in een richting gaan) -- op = ir verso, diriger se in auto(mobile)/a cavallo, etc. verso
2
-- tegen = choccar {sj} con/contra, collider con, entrar in collision con, haber un collision con, (van achteren) tamponar
3
achter iemand -- = sequer un persona


aanrijding ZN

1 choc {sj}, collision, (van achteren) tamponamento
lichte -- = choc legier
een -- hebben = choccar {sj} con/contra, haber un collision, entrar in collision, (van achteren) tamponar


aanrijgen WW

1 bastir
2 (tot een snoer vormen) infilar
parels -- = infilar perlas


aanrijroute ZN

1 cammino de accesso


aanroep ZN

1 appello, interpellation
2 (mbt hoger wezen) invocation


aanroepen WW

1 appellar, interpellar
het -- = appello, interpellation
een taxi -- = appellar un taxi
2 (hulp vragen aan) invocar, implorar, obsecrar
het -- = invocation, imploration, obsecration
God -- = invocar Deo
de heiligen -- = invocar/implorar le sanctos
om aan te roepen = invocatori


aanroepformule ZN

1 formula invocatori/invocative


aanroeping ZN

1 appello, interpellation
2 invocation, imploration, obsecration
onder -- van Gods naam = invocante le nomine de Deo


aanroeren WW

1 (opzettelijk aanraken) toccar
2 (onder de aandacht brengen) toccar, abordar, evocar, intabular
een onderwerp -- = toccar (a) un thema, abordar un subjecto
een probleem -- = evocar un problema
even -- = facer mention de
(FIG) een snaar -- = facer vibrar un chorda
3 (door roeren gereedmaken) miscer, admiscer


aanrollen WW

1
komen -- = approximar (se)/approchar {sj} (rolante)
-- tegen = rolar contra


aanrukken WW

1 (MIL) approximar (se)/approchar {sj} rapidemente
2
(SCHERTS) nog een fles laten -- = facer venir un altere bottilia


aanrukking ZN

1 approche {sj}


aanschaf ZN

1 acquesto, acquisition, compra


aanschaffen WW

1 acquirer, comprar, procurar (un cosa a un persona)
het -- = acquisition, compra
zich een nieuwe fiets -- = procurar se un nove bicycletta


aanschaffer ZN

1 acquiritor, acquisitor, comprator


aanschaffing ZN

1 (het aanschaffen) acquisition, acquesta, compra
2 (wat aangeschaft is) acquisition, acquesta, compra


aanschaffingsprijs ZN

1 precio de acquisition/de acquesta/de compra


aanschafkosten ZN MV

1 costos de acquisition/de acquesta/de compra


aanschakelen WW

1 connecter
2 incatenar


aanschakeling ZN

1 connexion
2 incatenamento


aanschellen WW

1 Zie: aanbellen


aanscherpen WW

1 affilar, acutiar
het -- = affilamento, acutiamento
een bijl -- = affilar un hacha {sj}
een potlood -- = appunctar un stilo de graphite
2 (verhevigen) exacerbar
het -- = exacerbation
3 (naar voren brengen) accentuar
4 (verbeteren) meliorar, ameliorar
het -- = melioration, amelioration
en record -- = meliorar un record (E)
5 (beter formuleren) reformular
het -- = reformulation


aanscherping ZN

1 affilamento, acutiamento


aanschieten WW

1 (haastig aantrekken) vestir hastivemente/rapidemente
2 (met vuurwapenen) vulnerar legiermente
een aangeschoten hert = un cervo vulnerate
3 (aanspreken) accostar, abordar
iemand op straat -- = abordar un persona in le strata


aanschijn ZN

1 (uiterlijk) aspecto exterior
2 (aangezicht) visage, facie
in het zweet zijns --s = in/con le sudor de su fronte
3 (nabijheid) proximitate, approche {sj}, vista
in het -- van de dood = al approche/in vista del morte, ante le morte, facie a facie con le morte


aanschikken WW

1 (dichter bijeen gaan zitten) serrar se un pauco/un poco, approchar {sj} se, approchar {sj} su sedia
2 (zich aan tafel zetten) seder se al tabula


aanschoffelen WW

1 sarcular, binar, disherbar


aanschoppen WW

1 (een schop geven) dar un colpo de pede
2 (kritiek leveren) criticar, (felle kritiek leveren) vituperar


aanschouw ZN

1 contemplation
in -- nemen = prender in consideration, considerar


aanschouwbaar BN

1 visibile


aanschouwelijk BN

1 (zichtbaar/duidelijk voorgesteld) vivente, tangibile, concrete, clar, evidente, manifeste, ostensive
iets -- maken/beschrijven = dar un idea clar de un cosa, demonstrar/describer graphicamente un cosa, facer un description plastic de un cosa
een begrip -- maken = render un concepto plus concrete
iets -- maken met voorbeelden = illustrar un cosa con exemplos
-- onderwijs = inseniamento demonstrative


aanschouwelijkheid ZN

1 claritate, vivacitate, impression del realitate, character evidente, evidentia


aanschouwen WW

1 (zien) vider
het -- = vision
2 (aandachtig bekijken) contemplar, spectar
het -- = contemplation
de natuur -- = contemplar le natura
ten -- van = in presentia de, ante
3 (met de geest waarnemen) contemplar
het -- = contemplation
de heerlijkheid Gods -- = contemplar le gloria de Deo


aanschouwer ZN

1 spectator, observator, teste ocular


aanschouwing ZN

1 (daad van aanschouwen) vision, vista
2 (aandachtige waarneming) observation, contemplation


aanschouwingsvermogen ZN

1 perceptibilitate


aanschrappen BN

1 marcar (per un tracto), sublinear, signalar


aanschrijven WW

1 scriber a
2 (berichten) informar per scripto, notificar
het -- = notification
3 (convoceren) convocar
het -- = convocation


aanschrijving ZN

1 notification
2 convocation


aanschroeven WW

1 vitar, fixar con vite(s), serrar le vite de
vaster -- = stringer le vite


aanschuinen WW

1 Zie: schuinen


aanschuiven WW

1 (dichterbij brengen) avicinar
een stoel -- = avicinar un sedia (al tabula)
2
mee -- = seder se al tabula con le alteres, seder se al mesme tabula, unir se al tabula
kan ik bij u --? = me permitte vos que io me sede a vostre latere?


aansjokken WW

1
komen -- = arrivar/venir a passo lente


aansjorren WW

1 stringer
een riem -- = serrar un corregia


aansjouwen

1 apportar con effortio


aanslaan WW

1 (snel en kort raken) toccar
2 (laten horen) facer audir
3 (de waarde bepalen van) taxar, valutar, estimar
4 (belasting) taxar
extra -- = supertaxar
iemand voor 10 000 euros -- = imponer a un persona le pagamento de 10 000 euros
5 (vasthechten) fixar
6 (van honden) latrar, dar le alarma
7 (beslag leggen op) confiscar
8 (aannemen) adoptar
een sarcastische toon -- = adoptar un tono sarcastic
9 (SCHEEP) (een zeil) invirgar
het -- = invirgatura
10 (WEVERIJ) ordir
het -- = orditura, ordimento
11 (goed ontvangen worden) esser ben recipite, haber successo
het idee is bij iedereen aangeslagen = totes ha recipite le idea con enthusiasmo
12 (vastslaan) clavar
13 (salueren) salutar
14 (succes hebben) haber successo
15 (in werking komen) partir
de motor slaat aan = le motor parti


aanslag ZN

1 (laag die zich vastgezet heeft) deposito
2 (poging tot moord, overrompeling) attentato, aggression
terroristische -- = attentato terrorista
gewelddadige -- = attentato/aggression a mano armate
-- op de goede zeden = attentato al moral
-- op de vrijheid = attentato al libertate
een -- beramen = preparar un attentato
een -- plegen = committer un attentato, attentar
een -- op iemands leven plegen = attentar al vita de un persona
een -- opeisen = revindicar un attentato
de bevolking terroriseren met --en = terrorisar le population con attentatos
iemand die een -- pleegt = attentator
3 (m.b.t. een vuurwapen) position de tiro, mira
4 (belastingaanslag) taxation, imposition
5 (MUZ) tocco, modo de toccar le instrumento
6 (in een ketel, etc.) incrustation
7 (in pan) crusta
8
geweer in de -- = fusil al spatula


aanslagbiljet ZN

1 folio de impostos


aanslepen WW

1 apportar (in grande quantitates)
liters bier -- = apportar litros e litros de bira


aanslibben WW

1 depositar se, formar alluviones, alluvionar, reimpler de fango
aangeslibd land = terreno alluvional/de alluvion


aanslibbing ZN

1 (het aanslibben) alluvionamento
2 (aanslibsel) alluvion, deposito alluvial


aanslibbingsvlakte ZN

1 plana alluvial


aanslibsel ZN

1 alluvion, deposito alluvial


aanslijpen WW

1 acutiar, affilar


aanslijping ZN

1 acutiamento, affilamento


aanslingeren WW

1 (aanzwengelen) tornar le manivella, manivellar
2 (gooien tegen) jectar contra


aansluipen WW

1
komen -- = approximar se/approchar {sj} cautemente/furtivemente/a passos furtive


aansluiping ZN

1 approche {sj}/approximation caute/furtive


aansluitdoos ZN

1 prisa de currente


aansluitdraad ZN

1 filo de connexion


aansluiten WW

1 connecter, junger
het huis op het gasnet -- = connecter le casa al rete de gas
wilt u mij -- met B? = Vole vos dar me le communication con B?
2 haber connexion (con), guardar relation (con)
3 (van treinen, etc.) corresponder
deze treinen sluiten goed op elkaar aan = il ha un bon correspondentia inter iste trainos
4 affiliar
zich -- bij = affiliar se a/con, adherer a, associar se a
zich -- bij een vakbond = affiliar se a un syndicato
zich bij een politieke partij -- = associar se/adherer a un partito politic
zich bij een demonstratie -- = participar a un demonstration
5
achter -- in de rij = poner se/mitter se in le cauda


aansluitend BN

1
--e trein = traino correspondente


aansluiting ZN

1 junction, junctura, connexion
-- op het gasnet = connexion al rete del gas
2 (ELEKTR) prisa, connexion
-- voor de antenne = prisa de antenna
3 (telefonisch) communication
4 (contact) contacto, cognoscentia
-- zoeken bij iemand = cercar a facer cognoscentia con un persona
geen -- krijgen met iemand = non succeder a mitter se in contacto con un persona
5 (voortzetting) continuation
in -- op onze brief = in/como continuation de nostre littera
6 (bij vereniging, etc.) adhesion, affiliation
-- van Spanje bij de Europese Unie = adhesion de Espania al Union Europee
7 (van treinen, etc.) correspondentia


aansluitingskosten ZN MV

1 costos de installation


aansluitingsplaats ZN

1 junction


aansluitingspunt ZN

1 puncto de junction


aansluitklem ZN

1 puncto de connexion


aansluitmof ZN

1 manichetto de accopulamento


aansluitpunt ZN

1 (ELEKTR) puncto de connexion


aansluitstuk ZN

1 (TECHN) connector


aansmeren WW

1 (met metselspecie/kalk bestrijken) recoperir (con cemento/calce), applicar (cemento/calce)


aansnellen WW

1 venir/arrivar currente, accurrer


aansnijden WW

1 (de eerste snee maken) trenchar {sj} in, comenciar a taliar/secar
2 (te berde brengen) abbordar, poner super le tapete, intabular
een onderwerp -- = abbordar un thema/un subjecto


aansnoeren WW

1 stringer un lacio/un corda


aanspannen WW

1 (strak trekken) tender
een touw -- = tender un corda
zijn spieren -- = tender le musculos
2 (JUR) intentar, initiar
een proces tegen iemand -- = intentar/initiar un processo contra un persona
3 (mbt trekdieren) attachar {sj}


aanspeelbaar BN

1 (SPORT)
hij is -- = ille es in (bon) position


aanspelen WW

1 (toeschuiven) passar
de bal -- = passar le ballon (a)


aanspoelen WW

1 depositar se, alluvionar, formar alluviones
de rivier spoelt hier voortdurend grond aan = le fluvio alluviona hic
2 (op het strand/de kust werpen) jectar super le/al plagia/al/le costa, portar al ripa
er is een lijk aangespoeld = le mar ha jectate un cadavere al plagia


aanspoeling ZN

1 (het aanspoelen) alluvionamento
2 (aanslibsels) alluviones, depositos alluvial


aanspoelsel ZN

1 alluvion, deposito alluvial


aansporen WW

1 sporonar, instigar, incoragiar, excitar, incitar, exhortar, animar, provocar, stimular, mover, impeller, convitar
het -- = sporonamento, instigation, incoragiamento, excitation, excitamento, incitamento, incitation, stimulation, impulso, impulsion


aansporend BN

1 stimulative, stimulante, exhortatori, incitative, incitator, incentive


aansporing ZN

1 sporonamento, incoragiamento, stimulation, stimulo, incentivo, excitation, excitamento, incitation, exhortation, animation, instigation, sporon, impulso, impulsion, fomento
nadrukkelijke -- = exhortation emphatic
-- tot geduld = exhortation al patientia
als -- bedoelde hulp = adjuta incitative
op -- van = a instigation de


aanspraak ZN

1 (eis) revindication, exigentia, pretention, pretension
rechtmatigheid van een -- = legitimitate de un pretention
-- maken op = pretender a, revindicar
-- maken op de troon = pretender al throno
zijn --en doen gelden = facer valer su derectos
ten onrechte -- maken op = arrogar se
een betwistbare -- = un revindication contestabile
2 (gezelschap) contactos
weinig -- hebben = haber pauc/poc contactos


aansprakelijk BN

1 responsabile
-- stellen voor = render responsabile de
bepalen wie -- is = establir le responsabilitates
niet -- = irresponsabile


aansprakelijkheid ZN

1 responsabilitate
wettelijke -- = responsabilitate legal
burgerlijke -- = responsabilitate civil
uitgesloten -- = responsabilitate excludite
de ETA heeft de -- voor de aanslag opgeëist = le ETA ha revindicate le attentato


aansprakelijkheidsverzekering ZN

1 assecurantia de responsabilitate (civil)


aanspreekbaar BN

1 approchabile {sj}, abordabile, accessibile, tractabile
hij is moeilijk -- = ille es difficilemente approchabile


aanspreekbaarheid ZN

1 (toerekenbaarheid) imputabilitate


aanspreektijd ZN

1 tempore de responsa


aanspreektitel ZN

1 titulo


aanspreekvorm ZN

1 (RHET) apostrophe


aanspreken WW

1 (het woord richten tot) diriger le parola a
2 (aanklampen) diriger se a, abbordar, accostar
iemand op straat -- = abbordar/accostar un persona in le strata
3 (in de smaak vallen) placer (a), agradar (a), esser al gusto de
deze muziek spreekt veel mensen aan = iste musica place a multe gente
Bach spreekt me niet aan = Bach me dice nihil
4 (aanbreken) comenciar a usar/a mangiar/a biber, etc.
zijn kapitaal -- = comenciar a expender su capital
zijn kapitaal niet -- = non toccar a su capital
de inmaak -- = aperir le conserva


aansprekend BN

1 attractive, sympathic, placente, agradabile


aanspreker ZN

1 interlocutor
2 empleato de pompas funebre


aanspreking ZN

1 (RHET) apostrophe


aanstaan WW

1 (op een kier staan) esser interaperte
2 (ingeschakeld zijn) esser connectite, (van de verwarming) esser accendite
de radio staat aan = le radio es connectite
3 (bevallen) agradar, placer
niet -- = disagradar, displacer
jouw manier van denken staat me wel aan = tu modo de pensar me place
4
tegen iets -- = appoiar se a un cosa


aanstaand BN

1 (eerstkomend) proxime, que veni
de --e week = le septimana proxime
--e maandag = lunedi proxime
2 (toekomstig) futur
--e moeder = matre futur
3 (nabij in de tijd) proxime
--e zijn = esser proxime, approximar se, approchar {sj}, (dreigen) esser imminente


aanstaande ZN

1 futuro, futura


aanstalten ZN MV

1 preparativos, preparationes, apprestos
-- maken om te = preparar se a/pro
-- maken voor de reis = apprestar se pro le viage
geen -- maken om = non monstrar le intention de


aanstampen WW

1 calcar, comprimer, batter con le pedes


aanstappen WW

1 marchar {sj} plus velocemente/a grande passos, allongar le passo


aanstaren WW

1 Zie: aangapen


aansteekvlam ZN

1 flamma de accendimento


aanstekelijk BN

1 (navolging opwekkend) contagiose, communicative
--e blijdschap = allegressa contagiose/communicative
-- voorbeeld = exemplo contagiose
-- werken = esser contagiose
--e lach = riso communicative/contagiose
-- lachen = haber un riso contagiose
2 (besmettelijk) contagiose


aanstekelijkheid ZN

1 contagiositate
de -- van het voorbeeld = le contagion del exemplo


aansteken WW

1 (doen branden) accender, incender, inflammar
het vuur -- = accender le foco
een kaars -- = accender un candela
een lucifer -- = accender un flammifero
de kachel -- = accender le estufa
een sigaret -- = accender un cigarretta
de ene sigaret met de andere -- = fumar in catena
het -- = accendimento, inflammation
2 (in de brand steken) incendiar
3 (besmetten) infectar, contaminar, contagiar
het -- = infection, contamination, contagion


aanstekend BN

1 (besmettend) infectante, contaminante, contagiante


aansteker ZN

1 (voor sigaretten, gas, etc.) accenditor


aansteking ZN

1 (besmetting) contagion, infection, contamination


aanstellen WW

1 (aanwijzen, benoemen) ingagiar, nominar, appunctar, constituer, designar
het -- = ingagiamento, nomination, appunctamento
ze hebben een nieuwe parkwacht aangesteld = on ha nominate un nove guardiano del parco
2 (JUR) (-- als) instituer
het -- = institution
3 (in ambt bevestigen) installar
het -- = installation
4 (gekunsteld spreken/kleden/schrijven, etc.) affectar
zich bespottelijk -- = haber un comportamento/conducta ridicule, comportar se de maniera ridicule


aansteller ZN

1 comediante, posator, snob (E)


aanstellerig BN

1 affectate, manierate
een --e man = un posator
-- gedrag = comportamento/conducta manierate, affectation


aanstellerij ZN

1 affectation, comedia, theatro, theatralitate


aanstelleritis ZN

1 Zie: aanstellerij


aanstelling ZN

1 nomination, appunctamento
voorlopige -- = nomination/appunctamento provisional
tijdelijke -- = nomination/appunctamento temporari
vaste -- = nomination/appunctamento definitive/permanente, posto fixe
akte van -- = acto de nomination/appunctamento


aanstellingsbesluit ZN

1 decision de nomination/appunctamento


aanstellingsbrief ZN

1 littera de nomination/appunctamento


aanstellingsdatum ZN

1 data de nomination/appunctamento


aansterken WW

1 reprender/recovrar/recuperar le fortias


aansterking ZN

1 retorno del fortias, convalescentia


aanstevenen WW

1
het schip stevende op de haven aan = le nave navigava in le direction del porto


aanstichten WW

1 excitar, incitar, instigar, causar, esser le instigator de, prender le initiativa de
het -- = excitation, excitamento, incitation, incitamento, instigation


aanstichter ZN

1 instigator, excitator, incitator, fomentator, machinator, provocator


aanstichting ZN

1 excitation, excitamento, incitation, incitamento, instigation
op -- van = al instigation de


aanstippen WW

1 (met een stip aantekenen) marcar per/con un puncto
2 (terloops vermelden) facer mention de, mentionar brevemente
3 (even aanraken) toccar legiermente/a pena


aanstipping ZN

1 mention breve/passager


aanstoken WW

1 (feller laten branden) attisar, avivar
het -- = attisamento, avivamento
2 (tot kwaad aanzetten) instigar, excitar, incitar, fomentar
het -- = instigation, excitation, excitamento, incitamento, incitation, fomentation


aanstoker ZN

1 (aanstichter) instigator, excitator, incitator, fomentator, machinator, provocator


aanstonds BW

1 immediatemente


aanstoot ZN

1 choc {sj}
2 (FIG) scandalo
-- geven = dar scandalo, scandalisar, choccar {sj}
-- nemen aan = scandalisar se de
steen des --s = petra del scandalo


aanstootgevend BN

1 indecente, grossier, licentiose, malsonante, incongrue, scabrose, scandalose
-- boek = libro licentiose
-- gedrag = comportamento/conducta indecente/scandalose
-- verhaal = historia scabrose
2 (beledigend) offensive, injuriose, injuriante


aanstormen WW

1
komen -- = accurrer/avantiar impetuosemente


aanstotelijk BN

1 (aanstootgevend) indecente, grossier, licentiose, incongrue, scabrose, scandalose, malsonante
-- gedrag = comportamento/conducta indecente
2 (beledigend) injuriante, injuriose, offensive


aanstotelijkheid ZN

1 (hoedanigheid) character choccante {sj}/scandalose
2 (wat aanstotelijk is) indecentia


aanstoten WW

1 choccar {sj} con/contra
hij stootte tegen de tafel = ille choccava con/contra le tabula


aanstoting ZN

1 choc {sj}, collision


aanstouwen WW

1 stivar


aanstouwing ZN

1 stivage


aanstrepen WW

1 notar, marcar per/con un tracto, poner un marca, sublinear


aanstreping ZN

1 marca, tracto


aanstrijken WW

1 (door strijken doen ontbranden) accender, fricar
een lucifer -- = accender/fricar un flammifero
2 facer vibrar
een snaar -- = facer vibrar un chorda
3
met pleister -- = stuccar


aanstromen WW

1 affluer


aanstuiven WW

1 (naar een plaats toestuiven) accumular se
2
komen -- = venir/arrivar currente, accurrer


aansturen WW

1
(naar een punt richten) -- op = diriger verso, ir verso, vader verso
de boot op de haven -- = diriger le barca verso le porto
2 (trachten te bereiken) visar a, aspirar a
op een breuk -- = essayar de provocar un ruptura
ik weet niet waar hij op aanstuurt = io non sape ubi ille vole arrivar


aanstuwen WW

1 stivar


aantal ZN

1 numero, quantitate
een -- personen = un certe numero de personas
groot -- = grande numero, multiplicitate, multitude
toenemend -- = numero crescente
het totale -- = le total
in -- = in numero, numericamente
in -- overtreffen = superar in numero, superar numericamente
2 (aantal leden, bestand) effectivo
-- leden van een partij = effectivo de un partito


aantastbaar BN

1 destructibile


aantastbaarheid ZN

1 destructibilitate


aantasten WW

1 (invreten) eroder, corroder
dit zuur tast metalen aan = iste acido corrode le metallos
2 (MED) (doen rotten) cariar
3 (bederven) alterar
de zon tast de kleuren aan = le sol altera le colores
4 (zedelijk --) perverter
het -- = pervertimento
(FIG) de smaak -- = perverter le gusto
5 (besmetten) contaminar
6 (aanvallen) attaccar, aggreder, nocer a
iemand in zijn goede naam -- = attaccar/leder le reputation de un persona, nocer al reputation de un persona, diffamar/infamar un persona
iemand in zijn eer -- = leder le honor de un persona
7 (ondergraven) minar


aantaster ZN

1 (besmetter) contaminator


aantasting ZN

1 (bederf) maladia, alteration
2 (invreting) erosion, corrosion
3 (besmetting) contamination
4 (aanval) attacco, aggression
-- van iemands eer = ultrage al honor de un persona, diffamation


aantekenboek(je) ZN

1 libro/libretto de memoria/de notas, carnet (F)


aantekenen WW

1 (noteren, inschrijven) notar, prender nota de, registrar
2 (van aantekeningen voorzien) annotar, facer annotationes, accompaniar (un texto) de notas
3 (in strafzaken) facer appello
4 registrar, recommendar
een brief -- = registrar/recommendar un littera
aangetekende brief = littera registrate/recommendate
5
protest -- tegen = protestar contra
verzet -- tegen = opponer se a


aantekening ZN

1 (notitie, noot) nota
--en maken = prender notas, notar
-- in steno = notas stenographiate
-- houden van = tener nota de
2 memorandum
3 (verklarende --) annotation, commento, commentario, glossa
uitvoerige --en = annotationes detaliate
losse --en = annotationes sparse
korte --en = marginalia (L)
van --en voorzien = annotar, glossar
een uitgave van Erasmus met --en = un edition annotate de Erasmus
4 mention special
-- voor kraamverpleging = mention special pro obstetricia, diploma de neonatologia


aantekenschrift ZN

1 quaderno de notas


aantijgen WW

1 imputar (un cosa a un persona), accusar (un persona de un cosa), incriminar, inculpar
het -- = imputation, accusation, incrimination, inculpation


aantijger ZN

1 accusator


aantijging ZN

1 imputation, accusation, incrimination, inculpation
lasterlijke --en = imputationes calumniose/diffamatori/infamante
ongegronde -- = imputation injustificate
zich tegen een -- verweren = defender se contra un accusation


aantikken WW

1 (aanraken) toccar (legiermente)
2 (oplopen) arrivar a un alte summa


aantocht ZN

1 approximation, approche {sj}
in -- zijn = approximar (se), approchar {sj}, avicinar se
de winter is in -- = le hiberno approcha, le hiberno es al porta


aantonen WW

1 (bewijzen) probar, provar, demonstrar
ik zal -- dat ik gelijk heb = io demonstrara que io ha ration
2 (vaststellen) establir
iemands onschuld -- = establir le innocentia de un persona
3 (aanwijzen) monstrar, indicar, designar
de oorzaak van de narigheid -- = indicar le causa del miseria


aantonend BN

1 (demonstratief) demonstrative
2 (TAAL) indicative
--e wijs = modo indicative, indicativo


aantoner ZN

1 demonstrator


aantoning ZN

1 demonstration


aantoonbaar BN

1 demonstrabile, provabile
dat is niet -- = on non pote demonstrar lo
een gemakkelijk -- alibi = un alibi facilemente provabile
zijn schuld is niet -- = su culpabilitate non es demonstrabile


aantoonbaarheid ZN

1 demonstrabilitate, provabilitate
-- van een feit = provabilitate de un facto


aantrappen WW

1
de motor -- = mitter/poner le motor in marcha {sj} con le pedal


aantreden WW

1 (verschijnen) presentar se
2 (zich verzamelen) reunir se, (in rijen) alinear se, mitter se in fila
3 (een ambt aanvaarden) assumer, entrar in function
als president -- = assumer le presidentia


aantreffen WW

1 trovar, incontrar
iemand levenloos -- = trovar morte/sin vita un persona
iemand niet thuis -- = non trovar un persona a casa


aantrekkelijk ZN

1 attrahente, attractive, seducente
--e prijs = precio interessante
het is een zeer --e vrouw = illa es un femina multo attrahente
2 (er smakelijk uitziend) appetitive


aantrekkelijkheid ZN

1 character attractive, attractivitate, charme (F)


aantrekken WW

1 (naar zich toetrekken) attraher
kapitaal -- = attraher capital
de magneet trekt het ijzer aan = le magnete attrahe le ferro
de aarde wordt door de zon aangetrokken = le sol attrahe le terra
nieuw personeel -- = recrutar/ingagiar nove personal
trachten nieuwe medewerkers aan te trekken = essayar de ingagiar/recrutar nove collaboratores
2 (kledingstuk, etc.) mitter, poner, vestir
een jas -- = mitter un mantello
zijn handschoenen -- = poner se le guantos, guantar se
zijn schoenen -- = mitter su scarpas/su calceas, calcear se
andere schoenen -- = cambiar de calceos/de scarpas
andere kleren -- = cambiar se, cambiar de vestimentos
3 (vastsnoeren) stringer
het -- = strictura
een knoop -- = stringer un nodo
4
de markt trekt aan = le mercato redeveni normal
5
de prijzen trekken aan = le precios se stabilisa
6
zich iemands lot -- = interessar se pro un persona
7
de deur -- = clauder le porta
8
het tempo -- = accelerar le rhythmo/le marcha {sj}


aantrekking ZN

1 attraction, fascino
-- uitoefenen = attraher
2 (NAT) attraction, attractivitate
magnetische -- = attraction magnetic
3 (voorliefde) gusto


aantrekkingskracht ZN

1 attraction, fortia attractive/de attraction
een grote -- uitoefenen op = exercer un grande attraction super
2 (NAT) (fortia de) attraction, fortia attractive, gravitation
algemene -- = gravitation universal
moleculaire -- = gravitation molecular
3 (onweerstaanbare invloed) fascination, fascino, charme (F)
-- van het vrouwelijk schoon = fascino/charme del beltate feminin


aantrekkingspotentiaal ZN

1 potential attractive/de attraction


aantrekkingspunt ZN

1 puncto/centro de attraction/de gravitation


aantrekkingswet ZN

1
algemene -- = lege del attraction universal


aanvaardbaar BN

1 acceptabile, admissibile
-- aanbod = offerta acceptabile


aanvaardbaarheid ZN

1 acceptabilitate, admissibilitate
-- van een voorstel = acceptabilitate de un proposition


aanvaarden WW

1 (accepteren) acceptar, admitter, approbar
verontschuldigen -- = acceptar excusas
dit tragisch verlies moeten wij -- = nos debe acceptar iste perdita tragic
een algemeen aanvaarde mening = un opinion generalmente admittite
2 (in ontvangst nemen) acceptar
een schenking -- = acceptar un donation
3 adoptar
een leer -- = adoptar un doctrina
als regel -- = adoptar como norma
4 (op zich nemen) assumer, cargar se de
het -- = assumption
een rol -- = assumer un rolo
de regering -- = assumer le governamento
een ambt -- = assumer un officio
de verantwoording -- = assumer le responsabilitate
5 (erfenis) acceptar, adir
een erfenis -- = acceptar/adir un hereditage
6 (beginnen te doen) comenciar, interprender
een reis -- = interprender un viage
de terugtocht -- = prender le cammino de retorno
7 (inwilligen) acquiescer


aanvaarder ZN

1 (HAND) acceptor


aanvaarding ZN

1 (het in ontvangst/gebruik nemen) acceptation
-- van een schenking = acceptation de un donation
2 (van erfenis) acceptation, adition
-- van een erfenis = acceptation/adition de un hereditage
3 (het op zich nemen) assumption
-- van de verantwoordelijkheid = assumption del responsabilitate
4 (innerlijke aanvaarding) resignation


aanval ZN

1 attacco, aggression, offensiva
nachtelijke -- = attacco nocturne
ongemotiveerde -- = attacco immotivate
frontale -- = attacco frontal
hevige -- = attacco violente
teken tot de -- = signal de attacco
tot de -- overgaan = passar al attacco
een -- inzetten = lancear un attacco
de -- inzetten = prender le/passar al offensiva
een -- terugslaan = repeller/repulsar/parar un attacco
de -- is de beste verdediging = le attacco es le melior defensa, le melior defensa es le attacco
2 (bestorming) assalto, (charge) carga
verwoede -- = assalto furibunde
-- van de cavallerie = carga del cavalleria
bevel geven tot de -- = ordinar le assalto
3 (vlaag, opwelling) accesso, attacco
-- van hysterie = accesso/attacco de hysteria
-- van waanzin = accesso de follia
-- van woede = accesso de furor
een -- krijgen = suffrer un attacco
4 (MED) (aandoening) crise, crisis, attacco
5 insulto
-- op de goede zeden = insulto del bon mores


aanvallen WW

1 (een aanval doen op) attaccar, aggreder, (bestormen) assalir, assaltar
een tegenstander -- = attaccar un adversario
de speler viel de scheidsrechter aan = le jocator ha aggredite le arbitro
frontaal -- = attaccar frontalmente
opnieuw/weer -- = reattaccar
2 (betwisten) contestar
een testament -- = contestar un testamento


aanvallend BN

1 aggressive, offensive
-- voetbal = football (E) offensive
--e oorlog = guerra offensive
-- optreden = prender le offensiva


aanvallenderwijs BW

1 offensivemente, aggressivemente


aanvaller ZN

1 attaccante, attaccator, aggressor
2 (bestormer) assalitor, assaltator
3 (VOETBAL) attaccante
4 insultator


aanvallig BN

1 amabile, gratiose


aanvalligheid ZN

1 amabilitate, gratia


aanvalsactie ZN

1 attacco, action offensive


aanvalsbasis ZN

1 base de attacco


aanvalscolonne ZN

1 columna/colonna de attacco


aanvalsfront ZN

1 fronte de attacco


aanvalsgolf ZN

1 unda de assalto/de attacco


aanvalskracht ZN

1 fortia offensive


aanvalskreet ZN

1 crito de guerra


aanvalslinie ZN

1 linea de assalto/de attacco


aanvalslust ZN

1 aggressivitate


aanvalsmijn ZN

1 mina


aanvalsoorlog ZN

1 guerra offensive/de aggression


aanvalsplan ZN

1 plano combattive/de attacco


aanvalspoging ZN

1 tentativa de attacco/de assalto


aanvalspunt ZN

1 puncto de assalto/de attacco


aanvalssein ZN

1 signal de assalto/de attacco


aanvalsveldtocht ZN

1 campania offensive


aanvalswapen ZN

1 arma offensive/de offensiva/de attacco


aanvang ZN

1 initio, comencio, comenciamento
-- van de voorstelling = comencio del representation
een -- nemen = comenciar
een -- maken met = comenciar, initiar
in de -- = al comencio, al comenciamento, al initio
van de -- af = desde le comencio/initio
2 inchoation
3 (inleiding, aanhef) exordio
4 (oorsprong) principio, origine, origination, primordio


aanvangen WW

1 comenciar, initiar
2 inchoar
3 debutar


aanvanger ZN

1 debutante, novicio


aanvangscapaciteit ZN

1 capacitate initial


aanvangsdatum ZN

1 data de initio


aanvangsdruk ZN

1 pression initial


aanvangsfase ZN

1 phase initial


aanvangskapitaal ZN

1 capital initial


aanvangsloon ZN

1 salario initial


aanvangsniveau ZN

1 nivello initial


aanvangsonderwijs ZN

1 inseniamento preparatori


aanvangsprijs ZN

1 precio initial


aanvangspunt ZN

1 puncto initial


aanvangsregel ZN

1 verso initial


aanvangssalaris ZN

1 salario initial


aanvangssaldo ZN

1 saldo initial


aanvangssnelheid ZN

1 velocitate initial


aanvangsstadium ZN

1 stadio initial


aanvangstijd ZN

1 tempore initial, initio


aanvangstoestand ZN

1 stato initial


aanvangsuur ZN

1 hora initial


aanvankelijk BN

1 initial
--e indruk = impression initial
--e snelheid = velocitate initial


aanvankelijk BW

1 initialmente, al initio, al comencio, al comenciamento


aanvaren WW

1 (varende in aanraking komen met) choccar {sj} con/contra, abbordar, entrar in collision con
het grote schip heeft de visserboot aangevaren = le grande nave ha abbordate le barca de pisca
tegen een brug -- = choccar con/contra un ponte
2
komen -- = venir/arrivar navigante, navigar verso


aanvaring ZN

1 collision
in -- komen met = entrar in collision con, choccar {sj} con/contra, abbordar


aanvaringschade ZN

1 damno(s) de collision


aanvatten WW

1 (beetpakken) prender, sasir
het -- = prehension
2 (beginnen) comenciar, interprender


aanvechtbaar BN

1 criticabile, contestabile, questionabile, impugnabile, recusabile, discutibile, disputabile, controvertibile
--e beslissing = decision criticabile
-- beleid/politiek = politica criticabile
-- vonnis = sententia impugnabile
--e theorie = theoria discutibile
2 (kwetsbaar) vulnerabile
--e redenering = rationamento vulnerabile


aanvechtbaarheid ZN

1 character discutabile/contestabile, contestabilitate, discutibilitate, disputabilitate, impugnabilitate, recusabilitate, controvertibilitate
-- van een vonnis = impugnabilitate de un sententia


aanvechten WW

1 (betwisten) contestar, criticar, impugnar, recusar, questionar, controverter
het -- = contestation, impugnation
een theorie -- = contestar un theoria
een stelling -- = contestar/impugnar un these (-esis)
een testament -- = impugnar un testamento
een vonnis -- = impugnar un sententia


aanvechting ZN

1 (betwisting) contestation, impugnation
-- van een vonnis = impugnation de un sententia
2 (onweerstaanbare neiging) tentation, attacco
een nauwelijks te onderdrukken -- van slaap = un attacco de somnolentia difficile de reprimer


aanvegen WW

1 (met bezem/veger) scopar


aanvertrouwen WW

1 confider


aanverwant BN

1 (door huwelijk verwant) apparentate, affin
2 similar, analoge, connexe, proxime, affin
--e artikelen = articulos similar/analoge
de natuurkunde en --e disciplines = le physica e le disciplinas affin


aanverwantschap ZN

1 parentato


aanvijlen WW

1 limar


aanvlammen WW

1 inflammar se, accender se
de lucifer vlamde aan = le flammifero se ha accendite


aanvliegen WW

1 (vliegend naderen) approximar (se)/approchar {sj} volante
2
tegen iets -- = choccar {sj} con/contra un cosa
3 (aanvallen) attaccar
iemand -- = attaccar un persona, jectar se super un persona


aanvliegroute ZN

1 corridor de atterrage, trajecto de arrivata


aanvochten WW

1 humectar


aanvochting ZN

1 humectation


aanvoegen WW

1 (toevoegen aan) adjunger, adder
2 (verbinden) junger, ligar


aanvoegend BN

1 conjunctive, subjunctive
--e wijs = modo conjunctive/subjunctive, conjunctivo, subjunctivo
tegenwoordige tijd van de --e wijs = presente del conjunctivo/subjunctivo


aanvoegsel ZN

1 supplemento, appendice


aanvoelen WW

1 sentir, esser sensibile a, haber le intuition de, intuer
men kan zo iets beter -- dan beredeneren = isto es plus facile de intuer que de rationar/que de explicar rationalmente
iemand -- = comprender un persona intuitivemente
de stemming -- = sentir le atmosphera
2
koud -- = esser frigide al tacto, esser de tacto frigide


aanvoeling(svermogen) ZN

1 intuition


aanvoer ZN

1 (naar de bestemde plaats brengen) transporto
2 (bevoorrading) approvisionamento
3 (het aangevoerde) provisiones
4 (buis, kanaal) tubo/canal de alimentation


aanvoerbuis ZN

1 tubo de alimentation, (van water) tubo de adduction


aanvoerder ZN

1 capite, capitano, chef (F), leader (E)
2 (SPORT) capitano (del equipa)
3 (MIL) commandante, capitano
4 (FYSIOL) (spier) adductor


aanvoerdersband ZN

1 (SPORT) banda del capitan (del equipa)


aanvoeren WW

1 (leiden) diriger, ducer, conducer, guidar, commandar, (een troep) capitanar
het -- = direction, conducta, commando
de troepen -- = guidar le truppas
een leger -- = commandar un armea
een expeditie -- = commandar un expedition
een team -- = diriger un equipa/team (E)
een opstand -- = diriger un sublevation
2 (met een vervoermiddel aanbrengen) transportar verso, adducer per vehiculo
het -- = transporto
troepen werden per vliegtuig aangevoerd = le transporto/transportation de truppas se faceva per avion
3 (bevoorraden) approvisionar
het -- = approvisionamento
4 (als bewijs naar voren brengen) allegar, adducer, invocar, avantiar
het -- = allegation, adduction, invocation
bewijzen -- = allegar/adducer/avantiar provas/probas
argumenten -- = allegar/adducer/avantiar argumentos
redenen -- = allegar/adducer/avantiar rationes
iets ter verontschuldiging -- = avantiar un cosa como excusa
verzachtende omstandigheden -- = allegar/invocar circumstantias attenuante
hij voerde enige bijbelcitaten aan = ille citava alicun passages del biblia
als voorwendsel -- = allegar como pretexto, pretextar
een bezwaar -- = opponer un objection
zelfverdediging -- = allegar autodefensa
5 (FYSIOL) adducer
het -- = adduction


aanvoerend BN

1 (toevoerend) adductor
(water)-- kanaal = canal adductor


aanvoerhaven ZN

1 porto de approvisionamento


aanvoering ZN

1 (bevelvoering) conducta, direction, commando
onder -- van = sub le conducta/direction de
2 (argumenten, etc.) allegation, adduction, invocation
3 (FYSIOL) adduction


aanvoerkanaal ZN

1 canal de alimentation


aanvoerlijn ZN

1 linea de approvisionamento


aanvoerpijp ZN

1 tubo de alimentation


aanvoerroute ZN

1 via de approvisionamento


aanvraag ZN

1 petition, demanda, requesta
een -- indienen = presentar un petition
een -- inwilligen = conceder/acceder a un petition
-- tot echtscheiding = demanda de divortio
op -- = a requesta


aanvraagformulier ZN

1 formulario de demanda/de requesta/de petition


aanvraagprocedure ZN

1 procedura/procedimento de demanda/de requesta/de petition


aanvragen WW

1 demandar, requestar, peter, sollicitar
echtscheiding -- = demandar le divortio
een beurs -- = sollicitar un bursa
een subsidie -- = sollicitar un subsidio/subvention


aanvrager ZN

1 sollicitante, petitionario


aanvreten BN

1 (door vreten aantasten) roder
aangevreten door de mot = rodite per tineas, tineose
2 (mbt metaal) corroder


aanvriezen WW

1 attachar {sj} se per le gelo
2 continuar a gelar


aanvullen WW

1 (bijvullen) plenar, replenar, repler
het -- = replenamento
vaten -- = replenar barriles
2 (voltallig/volledig maken) suppler, supplementar, compler, completar, complementar
het -- = supplementation, completamento
iemands woorden -- = completar le parolas de un persona
het tekort -- = suppler le deficit
een lacune -- = suppler/compler un lacuna
een bedrag -- = completar un summa


aanvullend BN

1 additional, supplementari, supplemental, completive, complementari, completori, suppletive, suppletori
-- krediet = credito supplementari, supplemento de credito
--e verklaring = declaration supplementari
--e verzekering = assecurantia complementari
-- examen = examine suppletive/complementari
--e begroting = budget (E) suppletori/supplementari/annexe
-- recht = derecto suppletive
--e verkiezingen = electiones suppletive
--e informatie = information additional/supplementari
2 (ondersteunend) subsidiari
3 (JUR) (vervangend) subsidiari
4 (bijkomstig) ancillar


aanvulling ZN

1 (het bijvullen) replenamento
-- van de vaten = replenamento del barriles
2 supplementation, supplemento, addition, completion, complemento, completamento
ter -- van = como complemento de, pro completar
3 addendum (MV: addenda) (L)
4 (bijblad) supplemento


aanvullingsartikel ZN

1 articulo supplementari/annexe


aanvullingsbegroting ZN

1 budget (E) suppletori/supplementari/annexe


aanvullingsdiploma ZN

1 diploma suppletive/complementari


aanvullingsexamen ZN

1 examine suppletive/complementari


aanvullingskohier ZN

1 registro supplementari/complementari


aanvullingskredieten ZN MV

1 creditos supplementari/complementari/additional


aanvullingslijst ZN

1 lista supplementari/complementari


aanvullingsovereenkomst ZN

1 accordo supplementari/complementari


aanvullingsregeling ZN

1 regulation supplementar/complementari


aanvullingstarief ZN

1 tarifa supplementari/complementari


aanvullingstroepen ZN MV

1 truppas supplementari/de reinfortio


aanvullingsverdrag ZN

1 Zie: aanvullingsovereenkomst


aanvullingsvoorwaarde ZN

1 condition complementari


aanvulsel ZN

1 supplemento, complemento


aanvuren WW

1 animar, incitar, excitar, stimular, avivar, inflammar
het -- = animation, excitation, excitamento, incitation, incitamento, stimulation, avivamento
iemands ijver -- = excitar le ardor de un persona


aanvuring ZN

1 excitation, excitamento, incitation, incitamento, stimulation, animation, avivamento, animation


aanwaaien WW

1 (door de wind aangewaaid worden) esser apportate per le vento
het zand dat door de wind uit de vlakte was komen -- = le sablo/arena que le vento habeva apportate del plana
2
kom eens -- = veni visitar me un die


aanwakkeren WW

1 stimular, avivar, activar, inflammar, attisar
het -- = stimulation, avivamento, activation, attisamento
iemands ijver -- = stimular/attisar le zelo de un persona
iemands verlangen -- = avivar/attisar le desiros/desiderios de un persona
het vuurtje -- = activar/attisar le foco
de haat -- = attisar le odio
2 (aanstichten) fomentar
tweedracht -- = fomentar le discordo
het -- = fomentation
3
de wind wakkerde aan = le vento cresceva


aanwakkering ZN

1 excitation, stimulation, activation, avivamento, attisamento


aanwas ZN

1 augmento, augmentation, crescentia, crescita, (ac)crescimento, incremento
-- van de bevolking = augmentation/crescimento del population


aanwassen WW

1 crescer, accrescer, augmentar (se), incrementar
tot een stroom -- = crescer usque a formar un torrente


aanwassing ZN

1 augmento, augmentation, crescentia, (ac)crescimento, incremento


aanwendbaar BN

1 (bruikbaar) utilisabile
2
(toepasbaar) applicabile, niet -- = inoperante
3 (aanpasbaar) adaptabile


aanwenden WW

1 (gebruiken) emplear, usar, utilisar, servir se de, facer uso de
het -- = empleo, uso, utilisation
zijn invloed -- ten gunste van = facer valer/emplear su influentia in favor de
alle beschikbare middelen -- = utilisar tote le medios possibile
pogingen -- = facer effortios/tentativas
verkeerd -- = perverter
2 (toepassen) applicar
het -- = application


aanwending ZN

1 (gebruik) empleo, uso, utilisation, practica
2 (toepassing) application


aanwendingsprogramma ZN

1 programma de application


aanwennen WW

1
zich -- = prender/acquirer/adoptar le costume/le habitude/le habito (de), habituar se (a), accostumar se (a)


aanwensel ZN

1 mania, tic
2 (slecht aanwensel) mal costume/habitude, vitio


aanwerven WW

1 recrutar, ingagiar
het -- = recruta, recrutamento, ingagiamento
iemand die aanwerft = recrutator, ingagiator
personeel -- = recrutar personal
2 (MIL) recrutar, inrolar
het -- = recruta, recrutamento, inrolamento
iemand die aanwerft = recrutator
soldaten -- = recrutar soldatos


aanwerver ZN

1 recrutator, ingagiator
2 (MIL) recrutator


aanwerving ZN

1 recruta, recrutamento, ingagiamento
2 (MIL) recruta, recrutamento, inrolamento


aanwetten WW

1 acutiar, affilar
het -- = acutiamento, affilamento


aanwezig BN

1 (mbt personen) presente
de --e ouders = le parentes presente
overal -- = omnipresente
de heer Pietersen is niet -- = Senior Pietersen es absente
op een vergadering -- zijn = assister a un reunion
persoonlijk -- zijn = facer acto de presentia
2 (mbt zaken) (bestaand) existente, (beschikbaar) disponibile
de documenten -- in het archief = le documentos existente in le archivo
niet -- = inexistente
de --e mogelijkheden benutten = profitar del possibilitates existente
de --e voorraden verbruiken = utilisar le stocks (E) existente
in overvloed -- zijn = abundar, pullular


aanwezige ZN

1 (persoon) persona presente
--n = personas presente, assistentia
geachte --n = estimate publico
2 (wat voorhanden is) stock (E), reserva


aanwezigheid ZN

1 (presentie) presentia, assistentia
in -- van = in presentia de, ante
(THEOL) werkelijke -- = presentia real
2 (het voorhanden zijn) presentia, existentia, (beschikbaarheid) disponibilitate
-- van bacteriën = presentia de bacterios


aanwezigheidslijst ZN

1 Zie: presentielijst


aanwijsbaar BN

1 (aantoonbaar) demonstrabile
de berekening is -- fout = on pote demonstrar que il ha un error de calculo
2 (bepaalbaar) assignabile
3 (merkbaar) sensibile


aanwijsstok ZN

1 baston indicatori


aanwijzen WW

1 (wijzen naar) indicar, monstrar, designar
de naald wijst het noorden aan = le agulia indica le nord
met de vinger -- = indicar per le digito
2 (benoemen, aanstellen) appunctar, designar, constituer
een opvolger -- = appunctar/designar un successor
als opvolger aangewezen worden = esser appunctate/designate como successor
een commissie -- = constituer un commission
3 (aanduiden) indicar, designar, denotar, marcar
de klok wijst de tijd aan = le horologio indica le hora
iemand die iets aanwijst = indicator
4 (toewijzen) assignar, designar, attribuer
5 (JUR) (-- als) instituer
iemand als erfgenaam -- = instituer un persona herede


aanwijzend BN

1 indicative, demonstrative
2 (TAAL) demonstrative
-- voornaamwoord = pronomine demonstrative
3 (TAAL) deictic


aanwijzer ZN

1 (persoon of toestel) indicator
2 (iets) indication, indicio, signo
3 (WISK) mantissa
de -- in de logaritme = le mantissa del logarithmo
4 (WISK) (index) indice, index
5 (TECHN) detector


aanwijzing ZN

1 (aanduiding) designation, denotation, indication
2 (benoeming) designation, appunctamento
-- van een opvolger = designation de un successor
3 (TECHN) detection
4 (teken, symptoom) indicio, indication, signo (indicative), symptoma
de --en aflezen = leger le indicationes
-- voor het bestaan van een ziekte = signo indicative de un morbo
-- voor een verstoord evenwicht = indicios de un disequilibrio
--en voor iets hebben = haber indicios de un cosa
vage -- = indicio vage
belangrijke -- = indicio significante
duidelijke --en = signos evidente
5
--en voor het gebruik = instructiones pro le uso


aanwijzingsbord ZN

1 tabula indicatori


aanwinnen WW

1 acquirer, obtener
het -- = acquisition
land -- = conquirer terras al mar


aanwinst ZN

1 (verworvene) acquesto, acquisition, inricchimento
nieuwe --en van een bibliotheek = nove acquestos de un bibliotheca
-- van een verzameling = inricchimento de un collection
de jongste -- = le ultime acquisition
2 (voordeel) avantage


aanwinteren WW

1
het wintert aan = le frigido deveni plus intense


aanwippen WW

1
bij iemand komen -- = facer un breve visita a un persona


aanwoekeren WW

1 multiplicar se rapidemente, pullular, proliferar
het -- = pullulation, proliferation


aanwonenden ZN MV

1 vicinos, residentes
toegang alleen voor -- = accesso pro residentes solo, accesso reservate al residentes


aanwrijven WW

1 fricar contra
het -- = fricamento
2 (ten laste leggen) imputar, attribuer


aanwrijving ZN

1 fricamento
2 (tenlastelegging) imputation


aanzanden WW

1 plenar de sablo/de arena


aanzegelen WW

1 sigillar a


aanzeggen WW

1 (bekend maken) notificar, annunciar, communicar
het -- = notification, annunciation, communication
gerechtelijk -- = notificar judicialmente/per via judicial
iemand zijn ontslag -- = communicar a un persona su dimission/licentiamento
iemand die iets aanzegt = notificator, annunciator, communicator


aanzegger ZN

1 annunciator, notificator, communicator


aanzegging ZN

1 notification, annuncio
2 (JUR) notification, signification
gerechtelijke -- = notification judicial


aanzeilen WW

1 (zeilend naderen) approximar (se)/approchar {sj} navigante al vela
2
(naderen) -- op = diriger se verso
3
(wankelend naderen) komen -- = approximar (se)/approchar {sj} zigzagante


aanzet ZN

1 impulsion, impulso
een -- geven tot = dar un impulsion a, promover, initiar, impulsar


aanzetbuis ZN

1 tubo additional


aanzetpijp ZN

1 Zie: aanzetbuis


aanzetriem ZN

1 corregia/corio a affilar/a rasar/a rasorio


aanzetsel ZN

1 Zie: aanbaksel


aanzetslinger ZN

1 manivella


aanzetstaal ZN

1 affilator de aciero


aanzetsteen ZN

1 petra a affilar


aanzetstuk ZN

1 pecia adjungite/additional


aanzettafeltje ZN

1 tabula mobile


aanzetten WW

1 (inschakelen) facer functionar, connecter, aperir, actionar, activar
het -- = connexion, activation
de radio -- = connecter/aperir le radio
de motor -- = actionar/poner in marcha {sj} le motor
een machine -- = poner in marcha {sj}/activar un machina
2 (vastmaken) attachar {sj}, fixar, affixar
het -- = fixation
een knoop -- = attachar {sj}/suer un button
een mouw -- = suer un manica
3 (aansporen, prikkelen) excitar, incitar, instigar, stimular, provocar, impeller, impulsar, propeller, mover
het -- = instigation, incitation, incitamento, incitation, excitamento, stimulation, impulso, impulsion
iemand tot losbandigheid -- = perverter un persona
4 (tot onrust, tweedracht) fomentar
tot tweedracht -- = fomentar le discordo
het -- = fomentation
5 (aankomen) venir, arrivar
ergens laat komen -- = venir/arrivar tarde a un loco
6 (meer nadruk geven) accentuar
het -- = accentuation
7
tot spoed -- = hastar
8 (scherpen) acutiar, affilar
het -- = acutiamento, affilamento
een mes -- = acutiar/affilar un cultello
9 stringer, serrar
de remmen -- = stringer le frenos
een schroef -- = serrar un vite
10 (aankoeken) incrustar se, attachar se {sj}, depositar
het -- = incrustation
11
een deur -- = interaperir un porta


aanzetter ZN

1 (aanstichter) incitator, excitator, instigator


aanzetting ZN

1 (aansporing) excitation, excitamento, incitation, stimulation
2 (het meer nadruk geven) accentuation
3 (MED) (opzetting) tumefaction, dilatation
4 (het aankoeken) incrustamento
5 (het scherpen) affilamento, acutiamento


aanzetvijl ZN

1 lima platte


aanzicht ZN

1 vista, aspecto, apparentia
een ander -- krijgen = prender un altere aspecto/apparentia
2 panorama
deze streek biedt een mooi -- = iste region offere un belle panorama


aanzien ZN

1 (het kijken naar) reguardo, vista
dat is het -- waard = isto es digne de vider
2 (achting) estima, consideration, deferentia, dignitate, distinction, qualitate, credito, prestigio
iemand van -- = persona distinguite/honorabile/de distinction/de qualitate/de alte rango
in -- stijgen = acquirer prestigio
in hoog -- staan = esser in grande estima/consideration, gauder de grande prestigio, haber un multo bon reputation
zonder -- des persoons = sin considerationes personal/del persona, sin distinction del persona, indiscriminate
in -- stijgen = ganiar prestigio
zijn -- verliezen = perder su credito
in eer en -- leven = viver honorate e respectate
maatschappelijk -- = prestigio social, standing (E)
in -- = considerate
3 (grootsheid) grandor
4 (aanblik) aspecto, facie, aere, apparentia
van -- veranderen = cambiar de aspecto/de facie
iets een ander -- geven = transfigurar un cosa, dar un altere aspecto/apparentia a un cosa, cambiar un cosa
de zaken hebben een geheel ander -- gekregen = le cosas ha prendite un aspecto toto diverse
iemand van -- kennen = cognoscer un persona de vista
het laat zich gunstig -- = il ha bon perspectivas


aanzien WW

1 (kijken naar) reguardar
het schouwspel -- = reguardar le spectaculo
iemand uit de hoogte -- = reguardar un persona con contempto
naar het zich laat -- = a judicar secundo le apparentias, secundo tote probabilitate
2 (toezien) restar/remaner inactive ante
ik wil het nog even -- = io ha ancora alicun patientia, io prefere non reager immediatemente
kun je zo iets --? = tu pote supportar iste spectaculo?
iets niet langer kunnen -- = non supportar plus le vista de un cosa
3
(beschouwen) -- voor = prender pro, considerar como
waar ziet U mij voor aan? = pro qui me prende vos?
iemand voor een ander -- = prender un persona pro un altere
iemand ten onrechte -- voor = prender un persona erroneemente pro, confunder un persona con
4
ten -- van = quanto a, relative a


aanzienlijk BN

1 (groot, belangrijk) considerabile, notabile, importante, de importantia, substantial, respectabile, sensibile
--e waarde = valor considerabile
-- verlies = perdita notabile/sensibile
--e som geld = summa/quantitate considerabile de moneta
--e vooruitgang = progresso notabile
--e voordelen = avantages substantial
--e verbetering = (a)melioration substantial
--e schade = damno(s) substantial
-- aantal = numero respectabile
de zieke is de laatste twee weken -- opgeknapt = le malado ha meliorate sensibilemente in le ultime duo septimanas
2 (voornaam) considerabile, prestigiose, notabile, honorabile, illustre
een --e familie = un familia illustre/importante/de alte rango


aanzienlijken ZN MV

1 notabiles, personas de alte rango


aanzienlijkheid ZN

1 (voornaamheid) dignitate, prestigio, importantia
2 (grootheid) importantia


aanzijn ZN

1 esser, existentia, vita
het -- geven aan = dar le esser/le vita a


aanzitten WW

1 (aan tafel zitten) esser (sedite) al tabula
bij iemand -- = mangiar al tabula de un persona
aangezeten zijn = esser a tabula
-- aan een banket = prender parte a un banchetto
2 (aanraken) toccar


aanzittenden ZN MV

1 convivas, commensales


aanzoek ZN

1 (verzoek) demanda, requesta, petition, sollicitation
2 (huwelijksaanzoek) proposition/demanda de matrimonio/de maritage
bij iemand een -- doen = peter le mano de un persona


aanzoeken WW

1 (verzoeken) demandar, peter, sollicitar
men heeft hem aangezocht om de leiding op zich te nemen = on le ha petite de prender/assumer le direction
2 (ten huwelijk vragen) facer un proposition de maritage/matrimonio, demandar/peter le mano de


aanzoeten WW

1 edulcorar
het -- = edulcoration


aanzoeting ZN

1 edulcoration


aanzouten WW

1 adjunger sal


aanzuigbuis ZN

1 tubo de aspiration


aanzuigen WW

1 (door zuigen ergens heen brengen) aspirar
het -- = aspiration
een pompinstallatie zuigt het water aan = un pumpa aspira le aqua
2 (zich door zuigen vasthechten) fixar se


aanzuigend BN

1 aspirante


aanzuiging ZN

1 aspiration


aanzuigsnelheid ZN

1 velocitate de aspiration


aanzuigventiel ZN

1 valvula de aspiration


aanzuiveren WW

1 saldar, completar
een bedrag -- = completar un summa
een schuld -- = liquidar/pagar un debita
een tekort -- = suppler un deficit


aanzuivering ZN

1
-- van een bedrag = completamento/completion de un summa
-- van een schuld = liquidation de un debita


aanzuren WW

1 render plus acide, acidificar, (licht) acidular
een kruidendrank -- = acidular un tisana


aanzuring WW

1 acidification, (licht) acidulation


aanzwellen WW

1 (in omvang/sterkte toenemen) inflar se, amplificar se, augmentar
doen -- = inflar
zijn stem doen -- = inflar su voce
de wind zwelt aan = le vento deveni plus forte
2 (MUZ) ir crescendo (I)
3 (van water) crescer


aanzwellend BN

1 (van water) crescente
2 (BW) (MUZ) crescendo (I)


aanzwemmen WW

1 natar verso, approximar (se)/approchar {sj} natante


aanzwengelen WW

1 mitter/poner in movimento (con un manivella), tornar le manivella, manivellar
2 (FIG) (op gang brengen) actionar, mitter/poner in movimento/marcha {sj}, stimular, activar, impeller, fomentar, (met geld) financiar


aap ZN

1 simia
antropoïde --en = simias anthropoide
al draagt de -- een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding = le simia es semper/sempre un simia, anque vestite de seta
de -- uit de mouw laten komen = monstrar su character/le intention secrete
iemand voor -- zetten = ridiculisar un persona
voor -- staan = esser ridicule
in de -- gelogeerd zijn = trovar se in un situation incommode/disagradabile


aapachtig BN

1 simiesc
-- gezicht = visage/facie simiesc
--e grimas = grimasse simiesc
--e vlugheid = agilitate simiesc


aapje ZN

1 (huurrijtuig) fiacre


aapmens ZN

1 anthropopitheco, pithecantropo, homine simia


aar ZN

1 spica
--en lezen = leger/colliger spicas
--en vormen = spicar
--en dragend = spicate
een bundel --en samenbinden = ligar un fasce de spicas
gulden --en = spicas dorate
verzamelde --en = spicilegio


aard ZN

1 (mbt personen) character, indole, complexion, natura, natural, temperamento, genio
opvliegende -- = temperamento vive
hij is heftig van -- = ille ha un temperamento impetuose
dat ligt niet in zijn -- = isto non es in su natura/natural/character
dat ligt nu eenmaal in zijn -- = isto forma parte de su character
2 (mbt abstracte zaken) natura, character
met een eigen -- = sui generis (L)
uit de -- der zaak = per definition, naturalmente
van voorbijgaande -- = de character passager
3 (mbt tot levende wezens) natura
4 (soort, categorie) genere, ordine, sorta, specie
een beschuldiging van die -- = un accusation de ille genere


aardaantrekking ZN

1 attraction terrestre


aardachtig BN

1 terrose


aardachtigheid ZN

1 character terrose


aardalkalimetalen ZN MV

1 metallos alcalino-terrose


aardamandel ZN

1 amandola de terra, cypero esculente


aardappel ZN

1 patata
geschilde -- = patata pellate
kruimelige -- = patata farinose
gebakken --s = patatas frite
gekookte --s = patatas cocite
nieuwe --s = patatas nove
een mud --s = un hectolitro de patatas
--s schillen = pellar patatas
--s koken = cocer patatas
--s rooien = recoltar patatas
zoete -- = patata dulce, batata
een veld --s = un campo de patatas


aardappelakker ZN

1 campo de patatas


aardappelbloesem ZN

1 flor(es) de patata


aardappelboer ZN

1 (leverancier, verkoper) mercante/venditor de patatas
2 (verbouwer) cultivator de patatas


aardappelbouw ZN

1 Zie: aardappelteelt


aardappelbovist ZN

1 scleroderma vulgar


aardappelbrandewijn ZN

1 brandy (E) de patatas


aardappelcampagne ZN

1 recolta de patatas


aardappelcultuur ZN

1 cultura de patatas


aardappeleter ZN

1 mangiator de patatas


aardappelgerecht ZN

1 platto de patatas


aardappelhandel ZN

1 commercio de patatas


aardappelhandelaar ZN

1 mercante de patatas


aardappelkelder ZN

1 cellario pro patatas


aardappelkoek ZN

1 torta de patatas


aardappelkriel ZN

1 multo parve patatas


aardappelkroket ZN

1 croquette (F) de patata(s)


aardappelland ZN

1 campo de patatas


aardappelloof ZN

1 folios de patatas


aardappelmand ZN

1 corbe a/de patatas


aardappelmarkt ZN

1 mercato de patatas


aardappelmeel ZN

1 fecula/farina de patatas


aardappelmeelfabriek ZN

1 fabrica de fecula de patatas, feculeria


aardappelmeelindustrie ZN

1 feculeria


aardappelmes ZN

1 cultello a/pro patatas


aardappelmoeheid ZN

1 maladia del patata causate de anguillulas


aardappeloogst ZN

1 recolta de patatas


aardappeloogstmachine ZN

1 machina a/de recoltar patatas


aardappelplant ZN

1 planta de patata


aardappelpootmachine ZN

1 machina a/de plantar patatas


aardappelpoter ZN

1 plantator de patatas


aardappelpurée ZN

1 puree (F) de patatas


aardappelrooier ZN

1 recoltator de patatas


aardappelrooimachine ZN

1 Zie: aardappeloogstmachine


aardappelsago ZN

1 sago de patatas


aardappelsalade ZN

1 salata de patatas


aardappelschil ZN

1 pelle de patata
--len = pelles/pellatura de patatas


aardappelschiller ZN

1 Zie: aardappelmes


aardappelschilmes ZN

1 Zie: aardappelmes


aardappelschimmel ZN

1 Zie: aardappelziekte


aardappelschotel ZN

1 platto de patatas


aardappelschrapmachine ZN

1 machina a/de grattar patatas, grattator de patatas


aardappelsla ZN

1 Zie: aardappelsalade


aardappelsoep ZN

1 suppa de patatas


aardappelsorteermachine ZN

1 machina classificatori de patatas


aardappeltaart ZN

1 torta de patatas


aardappelteelt ZN

1 cultura/cultivation de patatas


aardappelveld ZN

1 campo de patatas


aardappelverkoper ZN

1 venditor de patatas


aardappelzak ZN

1 sacco a/de patatas


aardappelzetmeel ZN

1 fecula/amylo de patatas


aardappelziekte ZN

1 phytophtora, maladia del patata


aardas ZN

1 axe terrestre/del terra


aardatmosfeer ZN

1 atmosphera terrestre


aardbaan ZN

1 orbita terrestre/del terra


aardbei ZN

1 fraga
verrukkelijke --en = fragas delectabile/deliciose/exquisite


aardbeiblad ZN

1 folio de fraga


aardbeienbed ZN

1 frageto


aardbeiencocktail ZN

1 cocktail (F) de fragas


aardbeiencompote ZN

1 compota de fragas


aardbeiengelei ZN

1 gelea de fragas


aardbeienijs ZN

1 gelato al fragas


aardbeienjam ZN

1 confectura/confitura de fragas


aardbeienkweker ZN

1 cultivator/cultor de fragas


aardbeienlikeur ZN

1 liquor de fragas


aardbeienlimonade ZN

1 limonada de fragas


aardbeienpudding ZN

1 crema dulce al fragas


aardbeiensaus ZN

1 sauce (F) de fragas


aardbeienteelt ZN

1 cultura/cultivation de fragas


aardbeientijd ZN

1 saison (F) del fragas


aardbeienveld ZN

1 campo de fragas


aardbeienverkoper ZN

1 venditor de fragas, fragero


aardbeiklaver ZN

1 trifolio fragifere


aardbeimijt ZN

1 tarsonemo pallide


aardbeipitje ZN

1 semine de fraga


aardbeiplant ZN

1 fragaria, fragiero, planta de fragas


aardbeispinazie ZN

1 chenopodio capitate
rode -- = chonopodio foliose


aardbeistruik ZN

1 epigea repente


aardbeizaadje ZN

1 semine de fraga


aardbeschrijving ZN

1 geographia


aardbeving ZN

1 tremor de terra, seismo
tectonische -- = tremor de terra tectonic
haard van een -- = foco de un seismo, hypocentro
centrum van een -- = epicentro seismic
zeer zwakke -- = microseismo
er is vannacht een -- geweest = iste nocte le terra ha tremite
de -- had een kracht van 6 op de schaal van Richter = le tremor de terra habeva un intensitate 6 del scala de Richter


aardbevingsbestendig BN

1 resistente al seismos/al tremores de terra
--e constructie = structura resistente al seismos


aardbevingsbestendigheid ZN

1 resistentia aseismic, resistentia al seismo/al tremores de terra
proef naar -- = test (E) aseismic


aardbevingsbreuk ZN

1 fallia del seismo


aardbevingsduur ZN

1 durata/duration de un seismo


aardbevingsfrequentie ZN

1 frequentia de seismo


aardbevingsgebied ZN

1 area/zona/region seismic/de un seismo


aardbevingsgolf ZN

1 unda seismic


aardbevingsgordel ZN

1 Zie: aardbevingsgebied


aardbevingshaard ZN

1 foco/hypocentro seismic


aardbevingshypocentrum ZN

1 hypocentro de un seismo


aardbevingsintensiteit ZN

1 intensitate de un seismo


aardbevingskracht ZN

1 fortia seismic/del seismo
hydrodynamische -- = fortia hydrodynamic del seismo


aardbevingsmeter ZN

1 seismographo


aardbevingsramp ZN

1 catastrophe/disastro seismic


aardbevingsschade ZN

1 damno(s) seismic


aardbevingssimulator ZN

1 simulator de seismo


aardbevingsspanning ZN

1 tension del seismo


aardbevingsvoorspelling ZN

1 prognostico de seismo


aardbewoner ZN

1 habitante del terra


aardbezie ZN

1 fraga


aardbij ZN

1 andrena


aardbodem ZN

1 solo/superficie terrestre/del terra
met de -- gelijkmaken = non lassar petra super petra
van de -- verdwijnen = disparer del facie del terra
op Gods -- = super iste terra, in iste mundo


aardbol ZN

1 (globe) sphera/globo terrestre
2 (wereld) terra, mundo


aardboor ZN

1 (MIJNW) trepano, sonda


aarddistel ZN

1 cirsio acaule


aarddraad ZN

1 filo de terra


aarde ZN

1 (aardbol) terra, mundo
de kern van de -- = le centro/nucleo del terra
tussen hemel en -- = inter celo e terra
hemel en -- bewegen = mover celo e terra
(BIJBEL) het zout der -- = le sal del terra
in de nabijheid van de -- bewegend/bevindend = circumterrestre
2 (grond, bodem) terra, solo
gewijde -- = terra consecrate/benedicte
taktiek der verschroeide -- = tactica/politica del terra ardite/calcinate
ter -- bestellen = interrar, inhumar, sepelir
zich ter -- werpen = prosternar se
in goede -- vallen = esser ben recipite/acceptate
het leek of hemel en -- zouden vergaan = il pareva le fin del mundo
veel voeten in de -- hebben = comportar multe problemas
(DIERK) in de -- levend = terricola
(DIERK) in de -- levend dier = terricola
3 (grond, klei) terra
zwarte -- = terra nigre
het eten van -- = geophagia
4 (ELEKTR) (massa) (prisa de) terra
5 (SCHEI) terra
zeldzame --n = terras rar


aardedonker ZN

1 obscuritate total/complete/absolute


aardedonker BN

1 totalmente/completemente obscur, obscurissime


aardedraad ZN

1 filo de terra


aardeekhoorn ZN

1 tamia


aarde-etend BN

1 geophage


aardelektrode ZN

1 electrodo de terra


aarden WW

1 (de aard hebben van) haber le character de, resimilar (a)
2 (gedijen, ook mbt planten en dieren) acclimatar se
3 (ELEKTR) connecter al terra


aarden BN

1 (van aarde gemaakt) de terra
-- wal = muro de terra
2 (uit klei gevormd) de argilla, de gres, de terracotta
-- pot = potto de gres


aardereprijs ZN

1 veronica spicate


aardeter ZN

1 geophago


aardeweg ZN

1 cammino de terra


aardewerk ZN

1 potteria, olleria, ceramo, ceramica
vervaardiging van -- = ceramica
voorwerp van -- = ceramica
grof -- = potteria brute
Delfts -- = ceramica de Delft


aardewerker ZN

1 pottero, ceramista


aardewerkfabricage ZN

1 potteria, ceramica


aardewerkfabriek ZN

1 fabrica de ceramica


aardewerkfabrikant ZN

1 fabricante de ceramica, pottero


aardewerkhandelaar ZN

1 mercante de ceramica, pottero


aardewerkindustrie ZN

1 industria de ceramica


aardewerkmaker ZN

1 Zie: aardewerker


aardewerkprodukt ZN

1 producto de ceramica


aardewerkwinkel ZN

1 magazin de ceramica/de potteria


aardewind ZN

1 cabestan


aardgas ZN

1 gas natural, methano


aardgasbaten ZN MV

1 ganios per gas natural


aardgasbel ZN

1 jacimento de gas natural


aardgasboiler ZN

1 boiler (E)/caldiera a gas natural


aardgasbron ZN

1 fonte de gas natural


aardgasconcessie ZN

1 concession de gas natural


aardgasdistributie ZN

1 distribution de gas natural


aardgasleiding ZN

1 conducto de gas natural


aardgasmotor ZN

1 motor propulsate per gas natural


aardgasnet ZN

1 rete de (distribution del) gas natural


aardgasreserve ZN

1 reserva de gas natural


aardgastanker ZN

1 tanker (E) de gas natural


aardgasterminal ZN

1 terminal de gas natural


aardgasveld ZN

1 jacimento/campo de gas natural


aardgasverkoop ZN

1 vendita de gas natural


aardgasverwarming ZN

1 calefaction per gas natural


aardgasvoorraad ZN

1 reservas de gas natural


aardgaswinning ZN

1 extraction/exploitation {plwa} de gas natural


aardgeest ZN

1 gnomo


aardgeur ZN

1 odor de terra


aardglobe ZN

1 globo terrestre


aardglooiing ZN

1 (FORTIF) glacis (F)


aardgolving ZN

1 undulation seismic


aardgordel ZN

1 zona (terrestre)


aardhommel ZN

1 bombo terrestre


aardhoop ZN

1 massa de terra


aardhoudend BN

1 terrose


aardig BN

1 (lief) gentil, agradabile, gratiose, sympathic
2 (vriendelijk) amabile, affabile, benevole, amene
3 (vrij groot) (as)satis/bastante grande
-- resultaat = bon resultato
het is -- koud = il face bastante frigido
4
ergens -- raad/weg mee weten = saper multo ben que facer con un cosa


aardigheid ZN

1 (plezier) placer
zo gaat de -- eraf = assi on perde le placer
hij heeft nergens -- aan = nihil le interessa
er is geen -- aan = isto non es divertente
2 (vriendelijkheid) gentilessa
3 (gezegde) facetia
4 (klein geschenk) parve presente


aardigheidje ZN

1 (grapje) joculo, burla, facetia


aarding ZN

1 (ELEKTR) prisa a/de terra, ligation/connexion al terra


aardingsdraad ZN

1 filo de prisa a/de terra


aardkastanje ZN

1 castania de terra


aardkern ZN

1 centro del terra, nucleo terrestre, barysphera, nife


aardkleur ZN

1 color terrose/de terra


aardklomp ZN

1 Zie: aardkluit


aardklont ZN

1 Zie: aardkluit


aardkloot ZN

1 globo terrestre, terra, mundo


aardkluit ZN

1 gleba (de terra)


aardkorst ZN

1 crusta terrestre, cortice del globo, lithosphera


aardkrekel ZN

1 gryllotalpa (vulgar)


aardkromming ZN

1 curvatura terrestre/del terra


aardkunde ZN

1 geologia


aardkundig BN

1 geologic


aardkundige ZN

1 geologo, geologista


aardlaag ZN

1 strato terrestre/de terra


aardleiding ZN

1 (ELEKTR) prisa/filo a/de terra, deviation a terra


aardlekschakelaar ZN

1 interruptor con prisa a/de terra/con deviation a terra


aardlucht ZN

1 Zie: aardgeur


aardluis ZN

1 haltica


aardmagnetisch BN

1 geomagnetic
-- veld = campo geomagnetic
--e olieboring = prospection geomagnetic del petroleo


aardmagnetisme ZN

1 magnetismo terrestre, geomagnetismo


aardmannetje ZN

1 gnomo


aardmantel ZN

1 mantello terrestre


aardmassa ZN

1 (grote hoeveelheid grond) massa de terra
2 (massa van de aarde) massa terrestre/del terra


aardmeetkunde ZN

1 geodesia


aardmeetkundig BN

1 geodesic


aardmeetkunst ZN

1 geodesia practic/applicate


aardmeridiaan ZN

1 meridiano terrestre


aardmetalen ZN MV

1 (metallos de) terras rar


aardmeting ZN

1 geodesia


aardmijt ZN

1 trombidio


aardmos ZN

1 (PLANTK) lycopodio


aardnoot ZN

1 (plant) arachide
2 (vrucht) arachide, cacahuete


aardnotenolie ZN

1 oleo de arachide


aardnotenplant ZN

1 arachide


aardolie ZN

1 petroleo
ruwe -- = petroleo brute


aardoliecokes ZN

1 coke (E) de petroleo


aardoliegebied ZN

1 zona petrolifere


aardoliehoudend BN

1 petrolifere


aardolie-industrie ZN

1 industria petrolifere/de petroleo


aardoliemaatschappij ZN

1 Zie: oliemaatschappij


aardolieprijs ZN

1 precio del petroleo


aardolieprodukt ZN

1 producto petrolifere/de petroleo


aardolieraffinaderij ZN

1 raffineria de petroleo


aardoliereserves ZN MV

1 Zie: oliereserves


aardolievoorraad ZN

1 stock (E) de petroleo


aardoliewinning ZN

1 Zie: oliewinning


aardomtrek ZN

1 circumferentia del terra


aardoppervlak(te) ZN

1 superficie terrestre/del terra/del globo


aardpeer ZN

1 heliantha tuberose, tupinamba


aardpek ZN

1 pice mineral, asphalto, bitumine


aardplaat ZN

1 (ELEKTR) placa de terra


aardplooi ZN

1 plica de terreno


aardpool ZN

1 polo terrestre


aardprofiel ZN

1 profilo terrestre


aardreliëf ZN

1 relievo terrestre/del terra


aardreuk ZN

1 Zie: aardgeur


aardrijk ZN

1 (rijk der aarde) terra, regno terrestre


aardrijkskunde ZN

1 geographia
natuurkundige/fysische -- = geographia physic, geophysica
economische -- = geographia economic
politieke -- = geographia politic, geopolitica
sociale -- = geographia social


aardrijkskundeboek ZN

1 manual de geographia


aardrijkskundeleraar ZN

1 professor de geographia


aardrijkskundeles ZN

1 lection de geographia


aardrijkskundig BN

1 geographic
-- woordenboek = dictionario geographic/de geographia


aardrijkskundige ZN

1 geographo


aardrook ZN

1 (PLANTK) fumaria officinal


aards BN

1 terrestre, terren, de iste terra, del mundo, (REL) temporal
--e goederen = benes terrestre/terren/temporal
--e vreugden = gaudios/joias del mundo
-- paradijs = paradiso terrestre
-- bestaan/leven = vita/existentia terrestre/terren
--e liefde = amor terren
het --e = le cosas del mundo
(FIL) zich boven het --e verheffen = transcender le materia


aardsatelliet ZN

1 satellite artificial/del terra


aardschaduw ZN

1 cono de umbra del terra


aardschok ZN

1 succussa seismic/telluric, seismo


aardschol ZN

1 platteforma continental


aardschors ZN

1 Zie: aardkorst


aardsgezind BN

1 mundan


aardsgezindheid ZN

1 mundanitate


aardsheid ZN

1 character terrestre


aardslak ZN

1 limace


aardslang ZN

1 serpente de terra


aardsmaak ZN

1 gusto terrose


aardster ZN

1 (PLANTK) gasteromyceto


aardstoot ZN

1 Zie: aardschok


aardstraal ZN

1 (halve diameter van de aarde) radio del terra
2 (schadelijke straal) unda/emanation telluric
ontvankelijkheid voor --en = radiesthesia


aardstraling ZN

1 (ir)radiation terrestre/telluric, (ir)radiation thermic del terra


aardstroom ZN

1 (NAT) currente telluric


aardtrilling ZN

1 legier tremor de terra, legier undas seismic


aardvarken ZN

1 orycteropo


aardvast BN

1 (JUR) immobile
--e goederen = benes immobile


aardveil ZN

1 Zie: hondsdraf


aardverf ZN

1 color mineral


aardverschuiving ZN

1 glissamento de terreno/de solo


aardvlas ZN

1 (PLANTK) camelina dentate


aardvlo ZN

1 altisa
2 haltica


aardwarmte ZN

1 calor geothermic, geothermia
-- als energiebron = energia geothermal/geothermic


aardwas ZN

1 ozocerite, cera fossile, paraffin natural, ceresina


aardwetenschappen ZN MV

1 scientias del terra


aardwind ZN

1 cric, cabestan


aardwolf ZN

1 protele


aardworm ZN

1 verme de terra, lumbrico (terrestre)


aardzalf ZN

1 Zie: zinkzalf


aars ZN

1 ano, orificio anal/del recto


aarsdarm ZN

1 recto


aarsfistel ZN

1 fistula anal/del ano


aarsgat ZN

1 Zie: aars


aarsgezwel ZN

1 tumor del ano


aarsholte ZN

1 cloaca


aarsklier ZN

1 glandula anal


aarsmade ZN

1 oxyuro vermicular


aarsontsteking ZN

1 inflammation del ano


aarsopening ZN

1 Zie: aars


aarsspiegel ZN

1 speculo anal


aarsuitzakking ZN

1 prolapso del ano


aarsvin ZN

1 pinna/aletta anal


aartje ZN

1 spichetta


aartsbedrieger ZN

1 impostor/fraudator incorrigibile


aartsbisdom ZN

1 archidiocese (-esis), archiepiscopato


aartsbisschop ZN

1 (ROM KERK) archiepiscopo (metropolitan), metropolitano
ambtsgebied en ambt van -- = archiepiscopato
2 (ORTH KERK) metropolita


aartsbisschoppelijk BN

1 (ROM KERK) archiepiscopal, metropolitan
-- paleis = palatio archiepiscopal
--e waardigheid = dignitate archiepiscopal


aartsbisschopstad ZN

1 metropole


aartsbooswicht ZN

1 scelerato incorrigibile


aartsbroederschap ZN

1 archiconfratreria


aartsconservatief BN

1 ultraconservative, ultraconservatori


aartsdeken ZN

1 Zie: aartsdiaken


aartsdeugniet ZN

1 Zie: aartsbooswicht


aartsdiaken ZN

1 archidiacono


aartsdief ZN

1 fur/robator incorrigibile


aartsdiocees ZN

1 archidiocese (-esis), archiepiscopato


aartsdom BN

1 imbecille


aartsdomkop ZN

1 imbecille


aartsengel ZN

1 archangelo


aartsengelachtig BN

1 archangelic


aartsgierig BN

1 multo/extrememente avar


aartsgierigaard ZN

1 grande avaro


aartshertog ZN

1 archiduc


aartshertogdom ZN

1 archiducato


aartshertogelijk BN

1 archiducal
--e titel = titulo archiducal


aartshertogin ZN

1 archiduchessa


aartshuichelaar ZN

1 hypocrita incorrigibile


aartskanselier ZN

1 protonotario


aartsketter ZN

1 heresiarcha


aartslelijk BN

1 multo/extrememente fede, fedissime


aartsleugenaar ZN

1 mentitor incorrigibile


aartslui BN

1 multo/extrememente pigre, pigrissime, indolentissime


aartsluiaard ZN

1 pigro incorrigibile


aartspriester ZN

1 archipresbytero


aartspriesterlijk BN

1 archipresbyteral


aartspriesterschap ZN

1 dignitate de archipresbytero


aartstwijfelaar ZN

1 dubitator/sceptico incorrigibile


aartsvader ZN

1 patriarcha


aartsvaderlijk BN

1 patriarchal
--e gebruiken/zeden = mores patriarchal


aartsverrader ZN

1 grande traitor


aartsvijand ZN

1 inimico mortal/jurate


aartszondaar ZN

1 peccator incorrigibile


aarvederkruid ZN

1 myriophyllo spicate


aarvormig BN

1 in forma de spica, spicate, spiciforme


aarzelen WW

1 hesitar, vacillar, balanciar, oscillar
het -- = hesitation, vacillation, vacillamento
zonder -- = sin hesitation/hesitar, sin vacillar
tussen twee dingen -- = balanciar inter duo cosas
2 (niet durven) recular


aarzelend BN

1 hesitante, vacillante, irresolute, indecise, incerte
-- karakter = character irresolute
-- houding = attitude vacillante


aarzeling ZN

1 hesitation, hesitantia, dubita, dubitation, indecision, indetermination, vacillation, vacillamento
na enige -- = post un momento de hesitation/vacillation
zonder -- = sin vacillar, sin dubitar


aas ZN

1 (lokspijs) esca
levend -- = esca vivente
het aas aan de haak vastmaken = attachar {sj} le esca al hamo
van -- voorzien = escar
2 (voedsel) alimento
3 (kreng) caronia, cadavere in decomposition
4 (in het kaartspel) asse
de -- van harten = le asse de cordes
een -- spelen = jocar un asse


aasdier ZN

1 Zie: aaseter


aasetend BN

1 necrophage
-- insekt = insecto necrophage


aaseter ZN

1 animal necrophage, necrophago


aasgier ZN

1 percnoptero, vulture
2 (FIG) (uitbuiter) exploitator {plwa}, (woekeraar) usurero


aasje ZN

1 (greintje) uncia


aaskever ZN

1 necrophoro


aaslucht ZN

1 odor de caronia


aasraaf ZN

1 corvo scapulate


aastor ZN

1 necrophoro


aasvlieg ZN

1 musca carnivore


aasvretend BN

1 necrophage


abaca ZN

1 (PLANTK) abaca


abactis ZN

1 secretario


abacus ZN

1 (telraam) abaco, nomogramma
2 (dekplaat) abaco


abandon ZN

1 (HAND) abandono


abasie ZN

1 (MED) abasia


abattoir ZN

1 abattitorio


abattoirafval ZN

1 residuos de abattitorio


abattoirgebouw ZN

1 (edificio del) abattitorio


abattoirpersoneel ZN

1 personal de abattitorio


abbatiaal BN

1 abbatial
--e mis = missa abbatial


abbreviatie ZN

1 abbreviation


abbreviatuur ZN

1 abbreviatura


abbreviëren WW

1 abbreviar


abc ZN

1 abece, abc
het -- van het vak = le abece/abc del mestiero
het -- van de schilderkunst = le abece/abc del pictura


abc-boek ZN

1 abecedario, syllabario


abces ZN

1 abscesso
koud -- = abscesso frigide
woekerend -- = abscesso exuberante
het -- is doorgebroken = le abscesso ha perciate
een -- doorprikken = perforar un abscesso
een -- opensnijden/excideren = disbridar/incisar un abscesso


ABC-oorlog ZN

1 guerra atomic, chimic e bacteriologic


ABC-wapens ZN MV

1 armas atomic, chimic e bacteriologic


abdicatie ZN

1 abdication


abdiceren WW

1 abdicar
het -- = abdication


abdij ZN

1 abbatia
regale -- = abbatia regal


abdijbier ZN

1 bira producite in un abbatia


abdijgebouw ZN

1 (edificio del) abbatia


abdijkerk ZN

1 ecclesia abbatial


abdijorgel ZN

1 organo de abbatia


abdijschap ZN

1 abbatia


abdijschool ZN

1 schola abbatial


abdijsiroop ZN

1 sirop pectoral/pro le tusse


abdiqueren WW

1 abdicar


abdis ZN

1 abbatessa


abdomen ZN

1 (onderbuik) abdomine
2 (achterlijf van een insekt) abdomine


abdominaal BN

1 abdominal


abduceren WW

1 abducer


abductie ZN

1 abduction


abductor ZN

1 musculo abductor, abductor


abecedarium ZN

1 abecedario


abeel ZN

1 poplo
witte -- = poplo blanc/albe


abelia ZN

1 (PLANTK) abelia


aberratie ZN

1 aberration
geestelijke -- = aberration mental
2 (OPTICA, ASTRON, BIOL, etc.) aberration
sferische -- = aberration spheric/de sphericitate
chromatische -- = aberration chromatic, chromatismo


Abessijn ZN

1 abyssino


Abessijns BN

1 abyssin


Abessinië ZN EIGN

1 Abyssinia


Abessiniër ZN

1 abyssino


abhorreren WW

1 abhorrer


abiogenese (-esis) ZN

1 abiogenese (-esis), autogenese (-esis)


abiogenetisch BN

1 abiogenetic, autogenetic


abiotisch BN

1 abiotic
--e natuur = natura abiotic
-- milieu = ambiente abiotic


abiotrofie ZN

1 abiotrophia


abject BN

1 abjecte, abominabile, ignobile, repugnante


abjectie ZN

1 abjection


ablactatie ZN

1 ablactation


ablastine ZN

1 ablastina


ablatie ZN

1 ablation


ablatief ZN

1 Zie: ablativus


ablativus ZN

1 caso ablative, ablativo
absolute -- = ablativo absolute
een woord in de -- zetten = mitter un parola al ablativo


ablaut ZN

1 alternantia vocalic, apophonia


ablegaat ZN

1 (pauselijk gezant) ablegato


ablutie ZN

1 ablution


A.B.N. ZN

1 nederlandese standard (E)


abnormaal BN

1 (afwijkend van de gewoonte) anormal, aberrante, exceptional, inaccostumate, inhabitual
-- gedrag = comportamento/conducta aberrante
2 (TAAL) anormal, anomal
3 (afwijkend van de gewone gedaante) anormal, irregular, anomal
-- hart = anomalia cardiac
4 (geestelijk afwijkend) anormal, arretrate
-- kind = infante anormal
5 (pervers) depravate


abnormaliteit ZN

1 anormalitate, anomalia, irregularitate, exception
-- van een gedrag = anormalitate de un comportamento


aboleren WW

1 abolir


abolitie ZN

1 abolition


abolitionisme ZN

1 abolitionismo


abolitionist ZN

1 abolitionista


abolitionistisch BN

1 abolitionista


A-bom ZN

1 bomba A, bomba atomic


abominabel BN

1 abominabile, horribile


abominatie ZN

1 abomination


abondantie ZN

1 abundantia


abonnee ZN

1 abonato, subscriptor


abonneebestand ZN

1 numero de abonatos


abonneenummer ZN

1 numero del abonato/abonamento


abonneetelevisie ZN

1 television pagante/pagate/pro abonatos


abonnement ZN

1 abonamento, subscription
een -- op een krant nemen = prender un abonamento a un jornal
weer een -- nemen = renovar le abonamento
een -- opzeggen = annullar/disdicer un abonamento, disabonar se


abonnementsbewijs ZN

1 certificato de abonamento


abonnementsconcert ZN

1 concerto pro le abonatos


abonnementsgeld ZN

1 costos de abonamento/de subscription


abonnementshouder ZN

1 abonato, subscriptor


abonnementskaart ZN

1 carta de abonamento/de subscription


abonnementsprijs ZN

1 precio de abonamento/de subscription


abonnementstarief ZN

1 tarifa de abonamento/de subscription


abonnementsvoorstelling ZN

1 representation reservate al abonatos/pro le abonatos


abonnent ZN

1 Zie: abonnee


abonneren WW

1 abonar, subscriber
zich op een tijdschrift -- = prender un abonamento/abonar se/subscriber se a un revista


A.B.O.P.

1 (Afk.: Algemene Bond van Onderwijzend Personeel) Syndicato General del Personal Inseniante


aboraal BN

1 aboral


aborderen WW

1 abordar


aborteren WW

1 abortar
zich laten -- = facer se abortar


aborteur ZN

1 abortator, feticida


abortief ZN

1 abortivo


abortief BN

1 abortive


abortus ZN

1 aborto, abortamento, feticidio
-- provocatus = aborto provocate
een -- veroorzaken = abortar
een -- veroorzakend = abortive
een -- ondergaan = submitter se a un aborto
een -- plegen/opwekken = provocar un aborto


abortusdebat ZN

1 debatto super le aborto/abortamento


abortuskliniek ZN

1 clinica pro abortos


abortuskwestie ZN

1 question del aborto/del abortamento


abortuspil ZN

1 pilula de aborto


abortuspraktijken ZN MV

1 practicas abortive


abortusregeling ZN

1 disposition super le abortamento


abortustoerisme ZN

1 tourismo {oe} de aborto


abortuswet ZN

1 lege super le abortamento


abortuswetgeving ZN

1 legislation relative al abortamento


abortuswetsvoorstel ZN

1 proposition de lege relative al abortamento


aboulie ZN

1 abulia


ab ovo

1 ab ovo (L)


abracadabra ZN

1 abracadabra


Abraham ZN EIGN

1 Abraham
--s schoot = sino de Abraham
hij heeft -- gezien = ille ha cinquanta annos


abrasie ZN

1 abrasion
fluviatiele -- = abrasion fluviatile/fluvial
mariene -- = abrasion marin


abrasieweerstandsindex ZN

1 index/indice de resistentia al abrasia


abri ZN

1 refugio (de attender), halto coperte de autobus/tram (E)


abrikoos ZN

1 albricoc, armeniaca


abrikozenboom ZN

1 albricochiero


abrikozencompote ZN

1 compota de albricoches


abrikozengebak ZN

1 pastisseria al albricoches


abrikozengelei ZN

1 gelea de albricoches


abrikozenjam ZN

1 confitura/confectura de albricoches


abrikozenpit ZN

1 semine de albricoc


abrikozenpudding ZN

1 crema dulce al albricoches


abrikozensaus ZN

1 sauce (F) de albricoches


abrikozensteen ZN

1 Zie: abrikozenpit


abrikozentaart ZN

1 Zie: abrikozengebak


abrikozenvla ZN

1 Zie: abrikozenpudding


abrogatie ZN

1 abrogation


abrogreren WW

1 abrogar, abolir, revocar


abronia ZN

1 abronia


abrupt BN

1 abrute, brusc, subite, subitanee
--e overgang = transition abrupte
een -- einde = un fin brusc


abscis ZN

1 abscissa
-- en ordinaat = abscissa e ordinata


abscissie ZN

1 abscission


absent BN

1 (niet aanwezig) absente
2 (verstrooid) absente, distracte


absent ZN

1 persona absente, absente


absenteisme, absentisme ZN

1 absenteismo, absentismo


absentenlijst ZN

1 Zie: absentielijst


absenteren WW

1
zich -- = absentar se


absentie ZN

1 (afwezigheid) absentia
ongeoorloofde -- = absentia injustificate
2 (verstrooidheid) distraction


absentielijst ZN

1 lista del absentes


abside ZN

1 apside, abside
de -- betreffend = apsidal, absidal


absidiool ZN

1 absidiola, cappella absidal


absint ZN

1 absinthio


absintachtig BN

1 absinthic


absinthine ZN

1 absinthina


absintisme ZN

1 absinthismo


absintvergiftiging ZN

1 absinthismo


absintverslaafdheid ZN

1 absinthismo


absis ZN

1 abside, apside


absiskapel ZN

1 cappella apsidal/absidal, absidiola


absolutie ZN

1 absolution
iemand de -- geven = dar le absolution a un persona, absolver un persona


absolutisme ZN

1 (volstrektheid van gezag) absolutismo
2 (alleenheerschappij) absolutismo, autocratia


absolutist ZN

1 absolutista


absolutistisch BN

1 absolutista, absolutistic
--e re-gering = governamento absolutista/absolutistic


absoluut BN

1 absolute
-- gehoor = aure absolute
--e temperatuur = temperatura absolute
-- nulpunt = zero absolute
--e macht/gezag = poter absolute
-- vorst = soverano absolute
--e waarheid = veritate absolute
--e meerderheid = majoritate absolute
--e superlatief = superlativo absolute
--e waarde = valor absolute
--e alcohol = alcohol absolute
--e stilte = silentio absolute/total
--e vochtigheid = humiditate absolute
(ASTRON) --e helderheid = magnitude absolute
--e muziek = musica absolute
--e ablatief = ablativo absolute
dat is -- noodzakelijk = isto es absolutemente necessari


absoluutheid ZN

1 character absolute, absolutitate
-- van een principe = absolutitate de un principio


absolveren WW

1 (dispensatie verlenen) dispensar
2 (vergeving van zonden schenken) absolver, dar le absolution a, pardonar


absorbeerbaar BN

1 absorbibile


absorbeerbaarheid ZN

1 absorbibilitate


absorbens ZN

1 absorbente


absorberen WW

1 absorber
het -- = absorption, absorbentia
weer -- = reabsorber
het weer -- = reabsorption


absorberend BN

1 absorbente, absorptive
-- vermogen = absorbibilitate, absorptivitate, poter/capacitate absorbente/absorptive/de absorption
-- materiaal = material absorbente
(voor geluid) --e wand = pariete absorbente
--e stof = absorbente


absorptie ZN

1 absorption, absorbentia


absorptieband ZN

1 banda de absorption


absorptiecoëfficiënt ZN

1 coefficientia de absorption


absorptiecurve ZN

1 curva de absorption


absorptielijn ZN

1 linea de absorption


absorptiemiddel ZN

1 absorbente


absorptieproces ZN

1 processo de absorption


absorptiespectrum ZN

1 spectro de absorption


absorptiestreep ZN

1 Zie: absorptielijn


absorptievermogen ZN

1 poter/capacitate absorbente/de absorption, absorptivitate, absorbibilitate


absorptiviteit ZN

1 Zie: absorptievermogen


abstinent BN

1 abstinente, abstemie


abstinent ZN

1 abstinente, abstemio


abstinentie ZN

1 abstinentia


abstinentiedagen ZN MV

1 dies de abstinentia


abstinentieverschijnsel ZN

1 symptoma de abstinentia/de disintoxication


abstineren BN

1
zich -- = abstiner se


abstract BN

1 abstracte
-- begrip = concepto/notion abstracte, abstraction
-- getal = numero abstracte
--e denkbeelden = pensatas/pensamentos/ideas abstracte
--e wetenschappen = scientias abstracte
--e kunst = arte abstracte
--e schilderkunst = pictura abstracte/non-figurative
--e schilder = pictor abstracte


abstractheid ZN

1 character abstracte


abstractie ZN

1 (het abstraheren) abstraction
2 (afgetrokken begrip) abstraction, concepto, notion


abstractieniveau ZN

1 nivello de abstraction


abstractisme ZN

1 abstractismo
aanhanger van het -- = abstractista


abstractum ZN

1 parola/vocabulo abstracte


abstraheren WW

1 abstraher, facer abstraction de
het -- = abstraction


abstruus BN

1 abstruse


abstruusheid ZN

1 character abstruse


absurd BN

1 absurde, inepte
-- toneel = theatro absurde, theatro del absurdo
--e redenering = rationamento absurde
-- toeval = hasardo absurde


absurde ZN

1 absurdo, absurditate
tot in het -- = usque al absurdo


absurdheid ZN

1 Zie: absurditeit


absurdistisch BN

1
-- theater = theatro del absurdo


absurditeit ZN

1 absurdo, absurditate, ineptia, extravagantia, ridiculessa, ridiculitate


abt ZN

1 abbate, superior de un monasterio
gemijterde -- = abbate mitrate


abtelijk BN

1 abbatial


abtsgebied ZN

1 abbatia


abuis ZN

1 error
per -- = per error, abusivemente


abundant BN

1 abundante


abundantie ZN

1 abundantia


abunderen WW

1 abundar


abuseren WW

1 abusar (de)


abusief BN

1 abusive, erronee


abusievelijk BW

1 abusivemente, per error, erroneemente


abyssaal BN

1 abyssal
--e zone = zona abyssal
--e breuk = fallia abyssal
-- gesteente = rocca abyssal


acacia ZN

1 acacia


acaciablad ZN

1 folio de acacia


acaciabos ZN

1 bosco de acacias


acaciahoning ZN

1 melle de acacia


acaciahout ZN

1 ligno de acacia


acaciasap ZN

1 succo de acacia


academicus ZN

1 academico


academie ZN

1 academia
militaire -- = academia militar
-- van wetenschappen = academia de scientias
-- voor schone kunsten = academia de belle artes
Koninklijke Academie van Wetenschappen = Academia Royal Nederlandese de Scientias
2 universitate
de -- van Groningen = le universitate de Groningen


academiegebouw ZN

1 edificio universitari/del universitate


academiejaar ZN

1 anno universitari


academieleven ZN

1 vita universitari


academiestad ZN

1 urbe/citate universitari


academietijd ZN

1 annos de universitate


academievriend ZN

1 camerada/companion de studios


academisch BN

1 academic, universitari
--e vrijheid = libertate academic
-- examen = examine universitari
-- jaar = anno academic
--e graad = grado academic/universitari
--e stijl = stilo academic
--e kwestie = question academic
--e titel = titulo universitari
-- opgeleid = de formation universitari


academisme ZN

1 academismo


acalculie ZN

1 acalculia


acanthocyt ZN

1 acanthocyto


acanthus ZN

1 acantho


acanthusachtig BN

1 acanthacee


acanthusblad ZN

1 folio de acantho


acanthusfamilie ZN

1 acanthaceas


acanthusmotief ZN

1 motivo de acantho


acanthusversiering ZN

1 ornamento de acantho


a cappella

1 (MUZ) a cappella
-- zingen = cantar a cappella


a-cappellakoor ZN

1 choro a cappella


acarofobie ZN

1 acarophobia


acatalepsie ZN

1 acatalepsia


acataleptisch BN

1 acataleptic


accapareren WW

1 accaparar


accapareur ZN

1 accaparator


accelerando BW

1 (MUZ) accelerando (I)


acceleratie ZN

1 acceleration


acceleratiebeginsel ZN

1 (EC) principio de acceleration


acceleratiepomp ZN

1 pumpo de acceleration


acceleratiespanning ZN

1 tension/voltage de acceleration


acceleratietijd ZN

1 tempore de acceleration


acceleratievermogen ZN

1 (van auto) acceleration


accelerator ZN

1 (deeltjesversneller) accelerator de particulas
2 (acceleratiepomp) pumpa de acceleration
3 (SCHEI) accelerator


accelereren WW

1 accelerar
het -- = acceleration


accelerogram ZN

1 accelerogramma


accent ZN

1 accento
tonisch -- = accento tonic
dynamisch -- = accento dynamic
het -- leggen op = poner/mitter le accento super, accentuar
waar valt het -- ? = ubi cade le accento?
het -- verschuiven = displaciar le accento
verschuiving van het -- = displaciamento del accento
--en plaatsen op = accentuar
waar het -- op valt = accentual
met -- = accentuate
zonder -- = inaccentuate
2 (tongval) accento
Interlingua spreken met een Nederlands -- = parlar Interlingua con un accento nederlandese
geen -- hebben = non haber accento


accent aigu ZN

1 accento acute


accent circonflexe ZN

1 accento circumflexe


accent grave ZN

1 accento grave


accentletter ZN

1 littera de accento


accentteken ZN

1 accento (graphic), signo de accentuation, signo diacritic


accentuatie ZN

1 (het leggen van een/het accent) accentuation
2 (wijze waarop) accentuation, intonation, inflexion


accentueren WW

1 (de klemtoon plaatsen/leggen op) accentuar, mitter/poner le accento super
2 (MUZ) accentuar
3 (FIG) accentuar, insister
het -- = insistentia


accentuering ZN

1 accentuation
de regels van de Russische -- = le regulas del accentuation russe


accentvers ZN

1 verso accentuate


accentverschuiving ZN

1 displaciamento del accento, cambio/variation accentual


accept ZN

1 (het accepteren van een wissel) acceptation (de un littera de cambio)
2 (wissel) littera de cambio acceptate


acceptabel BN

1 acceptabile, admissibile


acceptant ZN

1 (iemand die een overeenkomst aanvaardt) acceptor, acceptator


acceptatie ZN

1 (aanneming) acceptation
2 (HAND) acceptation
voorwaardelijke -- = acceptation conditional/con reserva
schone -- = acceptation inconditional


accepteerbaar BN

1 acceptabile


accepteren WW

1 (aannemen) acceptar
een wissel -- = acceptar un littera de cambio
2 (dulden) acceptar, admitter, tolerar
zijn gedrag kan ik niet -- = io non pote tolerar su conducta


acceptie ZN

1 (aanneming) acceptation
2 (aangenomen betekenis van een woord) acception, senso, signification


acceptkrediet ZN

1 credito de/per acceptation


acceptor ZN

1 (NAT, SCHEI, BIOL) acceptor


acceptor-atoom ZN

1 atomo acceptor


acceptprovisie ZN

1 commission de/pro acceptation


accepttijd ZN

1 (HAND) intervallo de acceptation


acceptwissel ZN

1 Zie: accept-2


acces ZN

1 (toegang tot een bijeenkomst) accesso
2 (verkiesbaarheid tot een kerkelijk ambt) accesso


accessibel BN

1 accessibile


accessibiliteit ZN

1 accessibilitate


accessie ZN

1 accession


accessoir BN

1 accessori
-- recht = derecto accessori
--e verbintenis = obligation accessori
--e overeenkomst = contracto accessori


accessoir BN

1 accessori


accessoire ZN

1 accessorio


accident ZN

1 (ongeluk) accidente
2 (FIL) accidente, attributo
3 (MUZ) (verhoging, verlaging) accidente
4 (MUZ) (teken) accidente, signo accidental


accidenteel BN

1 accidental, occasional, casual
2 contingente


accijns ZN

1 accisia, imposto/taxa indirecte
-- heffen op, met -- belasten = taxar


accijnsbiljet ZN

1 folio de declaration del accisias


accijnskantoor ZN

1 officio de accisias


accijnsplichtig BN

1 subjecte a accisias


accijnsverhoging ZN

1 augmento/augmentation del accisia(s)


accijnsvrij BN

1 exempte de accisias


acclamatie ZN

1 acclamation
bij -- aannemen = acceptar per acclamation
bij -- verkiezen = eliger per acclamation


acclimatisatie ZN

1 (algemeen) acclimatation
2 (van plant/dier) acclimatation


acclimatisatieproces ZN

1 processo de acclimatation


acclimatiseerbaar BN

1 acclimatabile
die plant is niet -- in ons land = iste planta non es acclimatabile in nostre pais


acclimatiseren WW

1 (algemeen) acclimatar
het -- = acclimatation
2 (van plant/dier) acclimatar
het -- = acclimatation


acclimatisering ZN

1 (algemeen) acclimatation
2 (van plant/dier) acclamatation


accolade ZN

1 (typografisch teken) accollada
2 (omhelzing) accollada


accommodatie ZN

1 (ruimte) capacitate de allogiamento
beperkte -- = capacitate limitate, placias limitate
met -- voor tien passagiers = con capacitate pro (allogiar) dece passageros, con dece placias disponibile pro dece passageros
het hotel heeft -- voor honderd gasten = le hotel (F) ha cameras pro cento hospites
2 (aanpassing) accommodation, adaptation
-- van het oog = accommodation del oculo


accommodatievermogen ZN

1 poter/facultate de accommodation/de adaptation


accommoderen WW

1 (regelen) accommodar, adaptar, adjustar
2 (van het oog) accommodar
3
(verzoenen) zich -- = accommodar se


accommoderend BN

1 accommodatori
--e spieren = musculos accommodatori


accompagnateur ZN

1 accompaniator


accompagnement ZN

1 accompaniamento


accompagneren WW

1 accompaniar


accoordenleer ZN

1 harmonica


accordeon ZN

1 accordion
diatonische -- = accordion diatonic


accordeonist ZN

1 accordionista


accordeonmuziek ZN

1 musica de accordion


accordeonsolo ZN

1 solo de accordion


accorderen BN

1 (overeenkomen, overeenstemmen) accordar se, harmoniar se
2 (MUZ) accordar se, harmoniar se
3 (goed overweg kunnen met elkaar) accordar se


accosteren WW

1 accostar


accountancy ZN

1 contabilitate


accountant ZN

1 revisor de contos, experto contabile


accountantsbedrijf ZN

1 interprisa de expertos contabile/de revisores de contos


accountantsbureau ZN

1 Zie: accountantskantoor


accountantsfirma ZN

1 firma de expertos contabile/de revisores de contos


accountantskantoor ZN

1 officio de expertos contabile/de revisores de contos


accountantsonderzoek ZN

1 examine del revisor de contos/del experto contabile, expertise contabile


accountantsrapport ZN

1 reporto del revisor de contos/del experto contabile


accountantsverklaring ZN

1 declaration del revisor de contos/del experto contabile


accountantsverslag ZN

1 Zie: accountantsrapport


accrediteren WW

1 accreditar
als ambassadeur -- = accreditar como ambassador


accreditief ZN

1 Zie: geloofsbrief


accres ZN

1 accrescimento, crescimento, incremento, augmento, augmentation


accu ZN

1 Zie: accumulator


accubak ZN

1 cassa de accumulator/batteria


accucel ZN

1 elemento de un accumulator/batteria


accu-element ZN

1 Zie: accucel


accufabriek ZN

1 fabrica de accumulatores


accuklem ZN

1 crampa de accumulator/batteria


acculader ZN

1 cargator de accumulatores/batterias


acculturatie ZN

1 acculturation
de -- van een immigrant = le acculturation de un immigrato


acculturatieproces ZN

1 processo de acculturation


accultureren WW

1 acculturar


accumulatie ZN

1 accumulation, accumulamento


accumulatief BN

1 cumulative, accumulative


accumulatiepomp ZN

1 pumpa de accumulation


accumulatiepunt ZN

1 puncto de accumulation


accumulatietheorie ZN

1 (EC) theoria del accumulation del capital


accumulator ZN

1 accumulator, (groep) batteria
hydropneumatische -- = accumulator hydropneumatic
een -- laden = cargar un accumulator
een -- ontladen = discargar un accumulator


accumuleren WW

1 cumular, accumular
het -- = cumulation, accumulation, accumulamento


accumulerend BN

1 cumulative, accumulative


accu-oplader ZN

1 cargator de accumulator/batteria


accuplaat ZN

1 placa de accumulator/batteria


accuraat BN

1 accurate, exacte, precise, punctual, correcte, conscientiose, scrupulose, meticulose
-- rekenen = calcular accuratemente/exactemente
-- werken = laborar/travaliar con precision


accuratesse ZN

1 accuratessa, exactitude, precision, punctualitate
dit werk eist grote -- = iste labor/travalio require grande precision


accusatie ZN

1 accusation


accusatief ZN

1 Zie: accusativus


accusatiefvorm ZN

1 forma accusative


accusativus ZN

1 accusativo
van de -- = accusative


accusatoir BN

1 accusatori
-- proces = processo accusatori


accutester ZN

1 probator de accumulatores/batterias


accuvoeding ZN

1 alimentation per accumulator/batteria


accuvulling ZN

1 liquido pro accumulatores/batterias


accuzuur ZN

1 acido pro accumulatores/batterias


ace ZN

1 (TENNIS) ace (E)


acefaal BN

1 acephale


acefalisch BN

1 acephale


acellulair BN

1 acellular


acentrisch BN

1 acentric


acetaat ZN

1 acetato


acetaatzijde ZN

1 rayon (E) de acetato


acetabulum ZN

1 (ROM GESCH) acetabulo
2 (heupkom) acetabulo


acetaldehyde ZN

1 aldehyde acetic, acetaldehyde


acetamide ZN

1 acetamido


acetometer ZN

1 acetimetro


aceton ZN

1 acetona, propanon


acetonemie ZN

1 acetonemia


acetonurie ZN

1 acetonuria


acetyl(rest) ZN

1 acetyl


acetylcellulose ZN

1 acetato de cellulosa


acetylcholine ZN

1 acetylcholina


acetyleen ZN

1 acetylen


acetyleenfles ZN

1 bottilia de acetylen


acetyleengas ZN

1 gas de acetylen


acetyleengasgenerator ZN

1 generator de acetylen


acetyleengasontwikkelaar ZN

1 generator de acetylen


acetyleenlamp ZN

1 lampa a/de acetylen


acetyleenlantaarn ZN

1 lanterna a/de acetylen


acetyleenlicht ZN

1 lumine/luce a/de acetylen


acetyleenreservoir ZN

1 reservoir (F) de acetylen


acetyleenverlichting ZN

1 exclaramento a acetylen


acetyleen-zuurstofmengsel ZN

1 oxyacetylen


acetylsalicylzuur ZN

1 acido acetylsalicylic


ach ZN

1
-- en wee roepen = lamentar
men hoort niets dan -- en wee = on audi solmente lamentationes


ach! TW

1 ah!, ha!, ay!


Acheron ZN EIGN

1 Acheronte


achillea ZN

1 achillea


Achilles ZN EIGN

1 Achilles


achilleshiel ZN

1 calce/talon de Achilles


achilleskruid ZN

1 achillea


achillespees ZN

1 tendon/tendine de Achilles


achondroplasie ZN

1 achondroplasia


achromasie ZN

1 achromasia


achromatine ZN

1 achromatina, linina


achromatisch BN

1 achromate, achromatic, incolor
-- stelsel = systema achromatic
-- objectief = objectivo achromatic
--e lens = lente achromatic
-- maken = achromatisar
een objectief -- maken = achromatisar un objectivo
het -- maken = achromatisation


achromatisme ZN

1 achromatismo


acht ZN

1 (zorg, aandacht) attention, vigilantia
in -- nemen = guardar, observar, respectar, obedir a
het stilzwijgen in -- nemen = guardar/observar le silentio
de wetten in -- nemen = obedir al leges
de regels in -- nemen = observar le regulas
de vormen/de fatsoensnormen in -- nemen = respectar le formas/le convenientias
-- slaan op = esser attente/attentive a, facer attention a


acht

1 ZN, H TELW octo
iets in --en breken = rumper un cosa in octo morsellos
wij zijn met zijn --en = nos es octo (personas)
in -- delen verdelen = octavar
(PLANTK) met -- bloembladen = octopetale


achtarm ZN

1 (DIERK) pulpo


achtarmig BN

1 (DIERK) octopode
de --en = le octopodos


achtbaan ZN

1 montanias russe


achtbaar BN

1 respectabile, honorabile, estimabile


achtbaarheid ZN

1 respectabilitate, honorabilitate


achtbenig BN

1 a/de octo gambas, octopode


achtcijferig BN

1 a/de octo cifras


achtcilindermotor ZN

1 motor de/a octo cylindros


achtdaags BN

1 (acht dagen durend) de octo dies, que dura octo dies, que es valabile durante octo dies
-- verlof = congedo de octo dies
-- abonnement = abonamento que es valabile durante octo dies
2 (om de acht dagen) que eveni cata octo dies


achtdelig BN

1 in/de octo partes


achtdubbel BN

1 octuple, octo vices plus grande


achteloos BN

1 (mbt zaken) disinvolte
-- gebaar = gesto disinvolte/de indifferentia
--e stijl = stilo disinvolte
-- te werk gaan = operar con indifferentia
2 (mbt personen) inattente, inadvertente, inattentive, negligente, laxe, nonchalant (F), indiligente


achteloosheid ZN

1 negligentia, inadvertentia, mancantia de attention, laxitate, nonchalance (F), indiligentia
uit -- = per negligentia, per inadvertentia


achten WW

1 (menen, houden voor) estimar, creder, considerar, judicar, reputar
tot alles in staat -- = creder capace de toto
iets belangrijk -- = considerar un cosa importante
iets nodig -- = considerar un cosa necessari
iets als een gunst -- = considerar un cosa como un favor
iets verkeerd -- = judicar un cosa irrationabile
iets gering -- = disdignar/dispreciar/minuspreciar un cosa
het niet beneden zich -- = dignar se
de tijd gekomen -- = creder que le momento ha venite
het nodig -- = considerar/judicar necessari
ik acht hem schuldig = io le considera culpabile
2 (letten op) facer attention a, esser attente/attentive a
3 (hoogschatten) estimar, respectar


achtenswaardig BN

1 respectabile, estimabile, honorabile, digne de estima/estimation/respecto, reverende
-- beroep = profession honorabile
-- persoon = persona respectabile


achtenswaardigheid ZN

1 respectabilitate, honorabilitate, estimabilitate
-- van een beroep = honorabilitate de un profession


achter VZ

1 (mbt plaats) detra
-- het huis = detra le casa
vlak -- = secundo
-- elkaar = le un detra le altere, in fila
zeven dagen -- elkaar = septe dies consecutive
2 (mbt tijd) post


achter BW

1 detra
van voor naar -- = de avante a detra
iets van -- naar voren kennen = cognoscer un cosa a fundo
-- zich laten = lassar detra se, distantiar
-- in de zaal = in le fundo del sala
-- in de middag = al ultime hora del postmeridie
kamer -- in de gang = camera in le fundo del corridor
(vertraging hebben) -- zijn = retardar
uw horloge loopt -- = vostre horologio retarda
-- staan = esser/star detra
-- iets komen = deteger/detectar/discoperir un cosa
hij is er -- = ille lo ha comprendite
Thomas zit er -- = Thomas ha le mano in illo
ergens -- heen zitten = pulsar un cosa
hij zoekt overal wat -- = ille vide le mal ubique


achteraan BW

1 detra, in cauda
wij wandelden -- = nos marchava {sj} detra le alteres
-- lopen = ir a cauda
-- plaatsen = postponer
(FIG) achter iets aanzitten = accelerar le execution de un cosa


achteraanblijven WW

1 remaner/restar detra


achteraandrijving ZN

1 traction del rotas posterior, transmission posterior


achteraangaan WW

1 occupar se activemente de


achteraankomen WW

1 (de laatste zijn) venir detra le alteres, ir al cauda
2 (te laat zich moeite geven) ager/reager troppo tarde


achteraanlopen WW

1 (lopen achter anderen) marchar {sj} detra le alteres
2 (zich voor iets moeite geven) occupar se activemente de


achteraanrennen WW

1 (rennen achter anderen) currer detra le alteres
2 (zich voor iets moeite geven) occupar se activemente de


achteraanzicht ZN

1 vista posterior/de detra


achteraanzitten WW

1 (achterin/achter anderen zitten) esser sedite detra le alteres/in le fundo
2 (zich voor iets moeite geven) occupar se activemente de


achterachterkleindochter ZN

1 granfilia tertie


achterachterkleinzoon ZN

1 granfilio tertie


achteraf ZN

1 loco isolate


achteraf BW

1 plus tarde, retrospectivemente, a aposteriori (L)
wijsheid -- = sagessa retrospective
-- beschouwd = reguardate in retrospectiva, post toto


achterafbuurt ZN

1 quartiero isolate/remote/peripheric


achterafstraat ZN

1 strata isolate/remote/peripheric


achteras ZN

1 axe posterior


achterbak ZN

1 (in auto) cala de bagages, coffro posterior/de cauda


achterbaks BN

1 (mbt zaken) dissimulate, secrete, occulte, tortuose, sinuose
-- gedrag = conducta/comportamento tortuose
--e praktijken = manovras tortuose
2 (mbt personen) hypocrite, false
een -- jongen = un puero hypocrite


achterbaksheid ZN

1 dissimulation, hypocrisia, duplicitate, tortuositate


achterbalkon ZN

1 (van een huis) balcon posterior/de detra
2 (in tram, etc.) platteforma posterior


achterban ZN

1 partisanos, adherentes, membros, base
de -- raadplegen = consultar le base


achterband ZN

1 pneu(matico) posterior


achterbank ZN

1 sedia posterior/de detra


achterbeen ZN

1 (van paard) gamba de detra


achterblijven WW

1 (niet met anderen meekomen) remaner (retro), restar (retro)
2 (FIG) retardar, perder terreno
-- bij de verwachtingen = non corresponder al expectationes
3 (blijven leven) restar, remaner
onverzorgd -- = restar/remaner sin medios


achterblijvend BN

1 remanente
-- magnetisme = magnetismo remanente
2 residual, residuari
3 supervivente


achterblijvende ZN

1 supervivente


achterblijver ZN

1 (iemand die blijft) persona qui resta/remane
2 (iemand die achteraankomt) persona qui veni detra le alteres, retardatario
3 (kind dat geestelijk achterblijft) infante arretrate


achterbout ZN

1 coxa
2 (van schaap) gigot (F)


achterbrug ZN

1 (van auto) ponte posterior/de detra


achterbumper ZN

1 paracolpos/parachocs {sj} posterior/de detra


achterbuurman ZN

1 vicino de detra


achterbuurten ZN MV

1 vicos secundari, basse fundos, quartieros povre/paupere/isolate


achterbuurvrouw ZN

1 vicina de detra


achterdak ZN

1 tecto posterior/de detra


achterdeel ZN

1 parte posterior/de detra
2 (zitvlak) posterior
3 (kruis van paard) cruppa


achterdek ZN

1 ponte de poppa/de detra


achterdeur ZN

1 porta posterior/de detra, posterna
2 (FIG) exito de succurso, escappatoria


achterdeurtje ZN

1 (FIG) (uitvlucht) subterfugio


achterdijks BN

1 situate intra le dica(s)/al interior del dica(s)
-- land = terra/polder (N) al interior del dica(s)


achterdocht ZN

1 diffidentia, suspicion
-- wekken/inboezemen = inspirar/suscitar diffidentia
de -- wegnemen = dissipar le suspicion


achterdochtig BN

1 diffidente, suspiciose


achterdochtigheid ZN

1 diffidentia, suspicion


achterdoek ZN

1 tela de fundo


achtereen BW

1 sin interruption, sin arresto
zeven dagen -- = septe dies consecutive


achtereenvolgend BN

1 successive, consecutive
drie --e generaties = tres generationes successive
zijn vijfde --e overwinning = su quinte victoria consecutive
zeven --e dagen = septe dies consecutive


achtereenvolgens BW

1 successivemente, consecutivemente


achtereind ZN

1 extremitate posterior, (staart) cauda
2 (kont) culo, popo


achterelkaar BW

1 successivemente, consecutivemente, uno detra le altere
de spelers komen -- het veld op = le jocatores entra in le campo uno detra le altere


achteren BW

1 detra, retro
naar -- = a retro, verso detra
naar -- gaan = ir/vader al toilette (F)


achtererf ZN

1 corte posterior


achterflap ZN

1 parte posterior del camisa (de un libro)


achtergaan WW

1 retardar
mijn horloge gaat achter = mi horologio retarda


achtergalerij ZN

1 galeria posterior


achtergebleven BN

1 arretrate, subdisveloppate, subdeveloppate
-- gebieden = territorios/paises arretrate/subdisveloppate


achtergebouw ZN

1 parte posterior del edificio


achtergedeelte ZN

1 parte posterior/de detra


achtergevel ZN

1 faciada posterior/de detra


achtergrond ZN

1 (het verst afliggende deel) fundo
op de -- blijven = restar/remaner in/al fundo/in secunde plano, arretrar se, tener se a retro
zich op de -- houden = mantener se in secunde plano
op de -- schuiven = relegar a secunde plano
de --en van een conflict = le fundo de un conflicto
2 (afkomst) fundo
historische -- van een legende = fundo historic de un legenda
3 (oorzaak) motivation
de -- van de beslissing = le motivation del decision
4 (diepere oorzaak) contexto, quadro
5 (van schilderij) secunde plano
6
de nieuwe minister mist een politieke -- = le nove ministro care de experientia politic


achtergrondartikel ZN

1 articulo de fundo


achtergrondfiguur ZN

1 figura de fundo


achtergrondgeheugen ZN

1 (COMP) memoria auxiliar/secundari/peripheric


achtergrondgeluiden ZN MV

1 fundo sonor, ruitos de fundo


achtergrondinformatie ZN

1 informationes super le fundo (de un question/de un problema), informationes plus detaliate, informationes specific


achtergrondkoor ZN

1 choro de fundo


achtergrondmuziek ZN

1 fundo sonor, musica de ambiente/de fundo, fundo musical


achtergrondstraling ZN

1 radioactivitate natural/de fundo
2 radation de fundo


achterhaalbaar BN

1 (terug te vinden) retrovabile
2 (in te halen) que on pote reattrappar, reattrappabile


achterhaald WW

1 (uit de tijd) perimite, antiquate, superate
--e opvattingen = conceptiones perimite


achterhal ZN

1 hall (E) posterior


achterhalen WW

1 (terugvinden) retrovar, recuperar
men kan die gegevens niet -- = on non pote retrovar/recuperar iste datos
iemands verblijfplaats -- = localisar un persona
2 (inhalen) reattrappar
de politie heeft de dief kunnen -- = le policia ha potite reattrappar le fur/robator
3 (ontdekken) discoperir
4
(de onjuistheid aantonen van) die opvatting is al lang achterhaald = iste es un opinion perimite


achterham ZN

1 (achterbout van het varken) coxa
2 (vlees van de achterbout) gambon


achterhand ZN

1 (handwortel) carpo
2 (KAARTSPEL) cartas del ultime jocator
3 (van paard) cruppa


achterhandsbeentje ZN

1 osso del carpo


achterheen BW

1
ergens -- zitten = occupar se activemente de un cosa


achterhersenen ZN MV

1 metencephalo
de -- betreffend = metencephalic


achterhoede ZN

1 (MIL) retroguarda
2 (SPORT) defensa
3 (het achteraan komend gedeelte van een gezelschap) cauda


achterhoedegevecht ZN

1 combatto/scaramucia de retroguarda
een -- leveren = livrar un battalia de retroguarda


achterhoedespeler ZN

1 jocator del defensa, defensor


achterhoek ZN

1 angulo isolate/remote


achterhoofd ZN

1 occipite
onder het -- gelegen = suboccipital
(FIG) idee in het -- = idea subjacente


achterhoofdsbeen ZN

1 osso occipital


achterhoofdsgat ZN

1 orificio occipital


achterhoofdsknobbel ZN

1 condylo occipital


achterhoofdskwab ZN

1 lobo occipital


achterhoofdsligging ZN

1 presentation occipital/de testa


achterhoofdsnaad ZN

1 sutura occipital


achterhoofdsspier ZN

1 musculo occipital


achterhouden WW

1 (bewaren) conservar, reservar, guardar, retener
het -- = conservation, reservation
2 (verzwijgen) tacer, dissimular
het -- = dissimulation, reticentia
die iets achterhoudt = reticente
3 supprimer
het -- = suppression
een brief -- = supprimer un littera
4 (aan het oog onttrekken) occultar
het -- = occultation
5 (JUR) subnegar
het -- = subnegation
informatie -- = subnegar information


achterhoudend BN

1 reticente, reservate


achterhoudendheid ZN

1 reticentia, reserva


achterhouding ZN

1 (verzwijging) reticentia, dissimulation
2 suppression
-- van een brief = suppression de un littera
3 (onttrekking aan het oog) occultation
4 (JUR) subnegation
-- van informatie = subnegation de information


achterhuis ZN

1 parte posterior del casa


achterin BW

1 detra, in le/al fundo
-- zitten = esser sedite/seder in le/al fundo


Achter-Indië ZN EIGN

1 Indochina, India Posterior


achteringang ZN

1 entrata/ingresso posterior/de detra


achterkamer ZN

1 camera posterior/de detra


achterkant ZN

1 parte posterior, latere de detra, dorso, reverso
-- van een blad = reverso/dorso de un folio
-- van een wissel = reverso/dorso de un littera de cambio
op de -- van de brief = al dorso del littera
de -- van de maan = le facie celate/le altere facie del luna
de -- van het gelijk = le altere facie del veritate


achterkeuken ZN

1 Zie: bijkeuken


achterkiel ZN

1 quilla posterior/de detra


achterkieuwigen ZN MV

1 opisthobranchios


achterklap ZN

1 maledicentia, commatrages


achterklappen WW

1 commatrar, dicer commatrages


achterklapper ZN

1 persona maledicente


achterkleindochter ZN

1 granfilia secunde


achterkleinkind ZN

1 bisnepto/a, bisnepote


achterkleinzoon ZN

1 granfilio secunde


achterklinker ZN

1 vocal posterior/velar


achterkomen WW

1 perder terreno


achterkwab ZN

1 lobo posterior


achterlamp ZN

1 foco posterior, luce/lumine de cauda


achterland ZN

1 area interior, hinterland (D)


achterlap ZN

1 talon
2 (van helm of pet) coperinuca


achterlast ZN

1 (SCHEEP) carga de poppa


achterlaten WW

1 (in een toestand/op een plaats laten) lassar (detra se/retro), abandonar
schulden -- = lassar debitas
een bevel -- = lassar un ordine
2 (door de dood achter doen blijven) lassar
een weduwe -- = lassar un vidua
3 (laten voortbestaan) lassar
iemand in goed gezelschap -- = lassar un persona in bon compania
sporen -- = lassar tracias


achterlating ZN

1 abandono, abandonamento


achterleen ZN

1 retrofeudo, subfeudo


achterleenheer ZN

1 possessor de un retrofeudo/un subfeudo


achterleenman ZN

1 valvassor, subfeudatario
van de -- = subfeudatari


achterlichaam ZN

1 Zie: achterlijf


achterlicht ZN

1 luce/lumine posterior/rubie, pharo posterior
2 (van schip) pharo de poppa


achterliggen WW

1 (meer naar achteren gelegen plaats hebben) esser detra, trovar se detra, sequer
2 (FIG) esser in retardo


achterligger ZN

1 (die volgt) persona qui es detra, (fietser) bicyclista qui seque, (automobilist) conductor qui seque
2 (die te traag is) retardario


achterlijf ZN

1 parte posterior del corpore
2 (van gelede dieren) abdomine
3 (van paard) cruppa


achterlijfssegment ZN

1 segmento abdominal


achterlijk BN

1 arretrate, (personen OOK) mentalmente retardate
een -- land = un pais arretrate
school voor --e kinderen = schola pro infantes arretrate


achterlijke ZN

1 arretrato


achterlijkheid ZN

1 spirito arretrate, retardo mental, imbecillitate


achterlijn ZN

1 linea de fundo


achterlopen WW

1 (van uurwerken) retardar
het -- = retardo
mijn horloge loopt achter = mi horologio retarda
2 (van personen) restar detra


achtermast ZN

1 (van schip) artimon


achtermiddag ZN

1 postmeridie


achtermuur ZN

1 muro posterior/del fundo/de detra


achterna BW

1 detra
iemand -- gaan = ir detra un persona, sequer un persona
hij ging ervandoor en ik ging hem -- = ille ha discampate e io le ha sequite
2 (later) plus tarde


achternaad ZN

1 sutura posterior/de detra


achternaam ZN

1 nomine de familia


achternagaan WW

1 ir/vader detra, sequer


achternageven WW

1 (uitschelden) invectivar


achternalopen WW

1 ir/vader/currer detra, sequer
iemand -- = ir detra un persona, sequer un persona


achternamiddag ZN

1 (deel van de middag) fin del postmeridie
2 (verloren uurtje) momento perdite


achternarijden WW

1 sequer in auto(mobile)/a bicycletta
2 (streng controleren) controlar strictemente


achternasturen WW

1 inviar, facer sequer


achternazenden WW

1 inviar, facer sequer


achternazitten WW

1 (achtervolgen) currer detra, persequer
2 (streng controleren) controlar strictemente


achterneef ZN

1 (zoon van oomzegger) grannepto
2 (zoon van neefzegger) cosino de secunde grado


achternicht ZN

1 (dochter van oomzegger) grannepta
2 (dochter van neefzegger) cosina de secunde grado


achterom BW

1 per detra
de melkboer komt -- = le lactero veni al porta posterior/de detra


achterom ZN

1 entrata/porta posterior/de detra


achteromkijken WW

1 reguardar/mirar detra se, respicer


achteromlopen WW

1 contornar le casa/le edificio, etc.


achteromzien WW

1 reguardar/mirar detra se, tornar le testa/le capite, respicer


achteronder ZN

1 (van schip) cala de detra


achterop BW

1 detra
hij zat bij mij -- = ille esseva detra me super le portabagages
de advertenties staan -- = le annuncios es al verso
(TAAL) -- geplaatst = postpositive


achteroplopen WW

1 reattrappar, rejunger


achteropplaatsing ZN

1 (TAAL) postposition


achterover BW

1 retro, a retro


achteroverdrukken WW

1 pulsar a retro
2 (FIG) furar, robar


achterovergooien WW

1 reverter


achteroverhellen WW

1 clinar a retro


achteroverkanteling ZN

1 (MED) retroversion
-- van de baarmoeder = retroversion del utero
2 (BIOL) supination


achteroverleunen WW

1 appoiar se a retro


achteroverliggend BN

1 (BIOL) supine


achteroverslaan WW

1 (onverhoeds achterovervallen) cader a retro
2 (snel opdrinken) inglutir


achterovervallen WW

1 cader a retro


achterpad ZN

1 sentiero posterior/de detra


achterpagina ZN

1 ultime pagina


achterpand ZN

1 (achtergedeelte) parte posterior
2 (gebouw aan de achterkant) edificio de detra


achterplaats ZN

1 patio (S)
2 (van auto, etc.) placia posterior/de detra


achterplan ZN

1 secunde plano, fundo


achterplecht ZN

1 castello de poppa


achterpoort ZN

1 porta posterior/de detra


achterpoot ZN

1 gamba posterior/de detra
2 (van meubelen) pede de detra
3
(DIERK) --en = scelides


achterraam ZN

1 fenestra posterior/de detra


achterrad ZN

1 rota posterior/de detra


achterruim ZN

1 (van schip) cala posterior/de detra


achterruit ZN

1 vitro posterior/de detra


achterruitverwarming ZN

1 disgelator posterior


achterschip ZN

1 (deel van een schip) poppa
2 (achterste schip) ultime nave


achtersluiting ZN

1 serratura posterior/de detra


achterspant ZN

1 trabe/trave posterior/de detra


achterspatbord ZN

1 guardafango posterior/de detra


achterspeler ZN

1 defensor


achterst BN

1 ultime, posterior
de --e stoelen = le sedias posterior


achterstaan WW

1 (onderdoen) esser inferior (a)
2 (achtergesteld worden) esser relegate al secunde plano
3 (SPORT) esser in disavantage
Nederland staat met 2 - 0 achter = Nederland es in disavantage de 2 - 0


achterstaand BN

1 al reverso


achterstallig BN

1 arretrate
--e betaling = pagamento arretrate
--e schulden = debitas arretrate, arretrato
--e huur = location arretrate
--e rente = interesses arretrate
-- onderhoud = mantenimento arretrate
-- werk = labor/travalio arretrate
-- werk hebben = haber labor/travalio in retardo


achterstand ZN

1 retardo, arretrato, (van werk) labor/travalio arretrate, (SPORT) disavantage
geestelijke -- = retardo mental
-- van een uur = retardo de un hora
met een -- van 100 meter = cento metros detra
de -- inlopen = recuperar le arretrato
op -- zetten = disavantagiar
de -- inlopen = recuperar le disavantage
(bij een loop- of wielerwedstrijd) de tegenstander op -- zetten = distantiar (se de) un adversario
2 inferioritate
technische -- = inferioritate technic


achterste ZN

1 (achtereinde) latere de detra
2 (achterwerk) posterior, podice, natica, (kont) culo, popo
met een dik -- = naticute
van het -- = podical


achterste BN

1 posterior, ultime


achterstel ZN

1 parte posterior/de detra, (van paard) cruppa


achterstellen WW

1 (minder schatten) poner/mitter al secunde plano, (discrimineren) discriminar
2 (minder bevoordelen) disavantagiar


achterstelling ZN

1 (discriminatie) discrimination


achtersteven ZN

1 poppa


achterstevoren BN

1 prepostere


achterstevoren BW

1 al inverso


achterstuk ZN

1 parte posterior/de detra, (staart) cauda


achtertrap ZN

1 scala posterior/de detra


achtertuin ZN

1 jardin detra le casa


achteruit BW

1 retro, a retro, verso detra
ga --! = retro!


achteruit ZN

1 porta de detra
2 (uitvlucht) subterfugio, pretexto, excusa
3 (van auto) marcha {sj} a retro


achteruitdeinzen WW

1 recular, retroceder
het -- = reculamento, retrocession


achteruitdringen WW

1 pulsar verso detra


achteruitgaan WW

1 (verzwakken, verminderen) declinar, bassar, regreder, regressar, receder
het -- = declination, regression, recession
2 (achteruit bewegen) ir a retro, facer passos a retro, retrogradar, recular, retroceder, receder, arretrar
het -- = retrogradation, reculamento, retrocession, recession
de auto gaat achteruit = le auto(mobile) recula
3 (aftakelen) deperir, periclitar


achteruitgaand BN

1 (achterwaarts) retrograde


achteruitgang ZN

1 (verzwakking, vermindering) regression, recession, declino, declination
-- van een bedrijf = regression de un interprisa
economische -- = recession (economic)
2 (het teruggaan) reculamento, retrocession, recession
3 deterioration
-- van de geestelijke vermogens = deterioration mental
4 exito/porta posterior/de detra, posterna


achteruitglijden WW

1 glissar a retro


achteruitkijken WW

1 spectar/reguardar/mirar a retro, retrospectar


achteruitkijkspiegel ZN

1 speculo retrovisive, retrovisor


achteruitkrabbelen WW

1 (met woorden) retractar se


achteruitlopen WW

1 recular, retroceder, retrogradar
het -- = reculamento, retrocession, retrogradation


achteruitrijden WW

1 recular, retroceder
het -- = reculamento, retrocession
de auto rijdt achteruit = le auto(mobile) recula


achteruitschuiven WW

1 pulsar a retro


achteruitspringen WW

1 saltar a retro


achteruittrappen WW

1 (mbt fiets) pedalar al inverso, retropedalar
het -- = retropedalage


achteruitvallen WW

1 cader a retro


achteruitwijken WW

1 recular
het -- = reculamento


achteruitzetten WW

1 (meer naar achteren zetten) poner/mitter a retro
2 (achteruit doen gaan) facer regreder, retrogradar
het -- = retrogradation
3 (mbt uurwerken) retardar
een uurwerk -- = retardar un horologio


achteruitzetting ZN

1 retrogradation


achtervanger ZN

1 (SPORT) catcher (E)


achterveer ZN

1 resorto posterior


achtervelg ZN

1 janta del rota posterior/de detra


achtervenster ZN

1 fenestra posterior/de detra


achterverhemelte ZN

1 palato posterior/de detra


achterverlichting ZN

1 luce/lumine/lampa posterior/de detra


achtervertrek ZN

1 camera posterior/de detra


achtervoegen WW

1 junger, adjunger, adder
2 (TAAL) postponer


achtervoeging ZN

1 addition
2 (TAAL) paragoge


achtervoegsel ZN

1 (TAAL) suffixo
adjectivisch -- = suffixo adjectival
dienend als -- = suffixal
voorzien van een -- = suffixar
woordvorming dmv --s = suffixation


achtervoet ZN

1 pede posterior, talon


achtervolgen WW

1 (van achteren volgen) (ook FIG) persequer
het -- = persecution
de vijand -- = persequer le inimico
die gedachte achtervolgt mij = iste pensata me perseque/me obsede
2 chassar {sj}


achtervolger ZN

1 persona que perseque, chassator {sj}


achtervolging ZN

1 persecution, chassa {sj}
de -- inzetten = comenciar le persecution/chassa


achtervolgingswaan(zin) ZN

1 mania/follia/delirio persecutori/de persecution, paranoia


achtervork ZN

1 furca posterior/de detra (de un bicycletta)


achterwaarts BN

1 (naar achteren) retrograde
--e beweging = movimento retrograde, retroaction, retraite (F)
(MED, FON) -- omgebogen = retroflexe
(MED, FON) --e ombuiging = retroflexion
2 (naar achteren gelegen) situate a retro
3
(PLANTK) -- gekruld = revolute


achterwaarts BW

1 a retro
een stap -- = un passo a retro


achterwand ZN

1 pariete posterior/del fundo/de detra


achterweg ZN

1 via/cammino remote


achterwege BW

1
-- blijven = non haber loco, non evenir
-- laten = non facer, supprimer, omitter


achterwerk ZN

1 posterior, podice, natica, (kont) culo, popo
met een dik -- = naticute
van het -- = podical


achterwiel ZN

1 rota posterior/de detra


achterwielaandrijving ZN

1 traction del rotas posterior/de detra, traction/propulsion/transmission posterior


achterwielophanging ZN

1 suspension del rotas posterior/de detra


achterzaal ZN

1 sala de fundo


achterzak ZN

1 tasca posterior/de detra


achterzijde ZN

1 parte posterior/de detra, latere de detra, reverso
-- van een wissel = reverso de un littera de cambio
2 (DRUKK) (keerzijde) verso


achterzijde ZN

1 Zie: achterkant


achterzitplaats ZN

1 sedia posterior/de detra


achthoek ZN

1 octagono
regelmatige -- = octagono regular
bolvormige -- = octagono spheric


achthoekig BN

1 octagonal, octagone, octangular
--e piramide = pyramide octagone/octagonal


achting ZN

1 respecto, estima, estimation, consideration, deferentia
-- voor iemand hebben = respectar un persona, estimar un persona, haber estima pro un persona
grote -- genieten = gauder de un grande estima
iemands -- verliezen = perder le estima/le consideration de un persona
de algemene -- genieten = gauder del estima public
uit -- voor = per consideration pro
-- voor zichzelf = autoestimation
gebrek aan -- = disestima


achtjaarlijks BN

1 que occurre cata octo annos


achtjarig BN

1 (leeftijd aanduidend) habente octo annos
2 (acht jaren durend) que dura octo annos


achtkant BN

1 Zie: achtkantig


achtkantig BN

1 octagone, octagonal, octangular


achtlettergrepig BN

1 octosyllabe, octosyllabic
--e versregel = octosyllabo


achtmaal BW

1 octo vices


achtmaands BN

1 de octo menses


achtponder ZN

1 balla de octo libras


achtpotig BN

1 octopode


achtpuntig BN

1 a/de octo punctos


achtregelig BN

1 de octo lineas/versos
-- vers = octava


achtsnarig BN

1 octachorde


achtste R TELW

1 octesime, octave
het --e deel = le octesime/octave parte, le octesimo/octavo
(SPORT) -- finale = octavos de final


achttal ZN

1 octo, octava


achttien

1 ZN, H TELW dece-octo


achttiende R TELW

1 dece-octesime, decimoctave


achttiende-eeuws BN

1 del dece-octesime seculo


achturendag ZN

1 jornata de octo horas, die/jorno de labor/de travalio de octo horas


achturig BN

1 de octo horas
--e werkdag = jornata de octo horas, die/jorno de labor/de travalio de octo horas


achtvlak ZN

1 octahedro


achtvlakkig BN

1 octahedre, octahedric


achtvoetig BN

1 de octo pedes
--e versregel = octametro
--e jambe = iambo de octo pedes


achtvoud ZN

1 octuplo


achtvoudig BN

1 octuple


achtzijdig BN

1 octagonal, octagone
--e piramide = pyramide octagonal


achtzuilig BN

1 octostyle


achylie ZN

1 (MED) achylia


acidemie ZN

1 acidemia


acidimeter ZN

1 acidimetro


acidimetrie ZN

1 acidimetria


aciditeit ZN

1 aciditate


acidofiel BN

1 acidophile
--e planten = plantas acidophile


acidolyse ZN

1 acidolyse (-ysis)


acidose ZN

1 acidose (-osis)


acidurie ZN

1 aciduria


acinus ZN

1 acino


aclinisch BN

1 aclinic
--e lijn = linea aclinic
-- punt = puncto aclinic
--e plaats = loco aclinic


acme ZN

1 acme


acne ZN

1 acne
-- hebbend = acneic
door -- aangetaste huid = pelle acneic


acoasma ZN

1 (gehoorhallucinatie) acoasma


acoliet ZN

1 (R.K.) acolyt(h)o


acologie ZN

1 acologia


acologisch BN

1 acologic


aconitine ZN

1 (BIOCH) aconitina


acquest ZN

1 acquesto


acquiesceren WW

1 acquiescer


acquisiteur ZN

1 acquisitor


acquisitie ZN

1 (het verwerven) acquisition
2 (het verworvene) acquisition


acquisitiebeleid ZN

1 politica de acquisition


acquisitief BN

1 acquisitive
--ve verjaring = prescription acquisitive


acquisitiekosten ZN MV

1 costos de acquisition


acquit ZN

1 (BILJ) comencio
wie gaat van --? = qui comencia?


acranie ZN

1 acrania


acre ZN

1 (Engelse landmaat) acre


acribie ZN

1 acribia


acribometer ZN

1 acribometro


acridine ZN

1 acridina


acriflavine ZN

1 acriflavina


acrobaat ZN

1 acrobata, saltimbanco
-- van een circus = acrobata de un circo


acrobatenkunst ZN

1 acrobatia, acrobatismo


acrobatentoer(en) ZN

1 acrobatia, acrobatismo


acrobatie(k) ZN

1 acrobatia, acrobatismo


acrobatisch BN

1 acrobatic
--e oefeningen = exercitios acrobatic
--e sprong = salto acrobatic
--e toeren uithalen = facer acrobatias


acrocefaal BN

1 acrocephale


acrocefalie ZN

1 acrocephalia


acrocentrisch BN

1 acrocentric


acrocyanose ZN

1 acrocyanose (-osis)


acrofobie ZN

1 acrophobia


acroleïne ZN

1 acroleina


acroliet ZN

1 acrolitho


acromegalie ZN

1 acromegalia


acromion ZN

1 acromio


acroniem ZN

1 acronymo


acropathie

1 acropathia


acropathologie ZN

1 acropathologia


acrosoom ZN

1 acrosoma


acrostichon ZN

1 acrostichio


acroterie ZN

1 acroterio


acryl ZN

1 acryl, fibra acrylic
een trui van -- = un jersey (E) de fibras acrylic


acrylaat ZN

1 acrylato


acrylgaren ZN

1 filo acrylic


acrylhars ZN

1 resina acrylic


acrylverf ZN

1 color acrylic


acrylvezel ZN

1 fibra acrylic


acrylzuur ZN

1 acido acrylic


act ZN

1 numero
een -- opvoeren = facer un/su numero


acta ZN MV

1 actos
Acta Apostolorum = Actos del Apostolos
een dossier ad -- leggen = considerar un dossier (F) como terminate, archivar un dossier (F)


acte de présence ZN

1 acto de presentia
-- geven = facer acto de presentia


acteren WW

1 (toneelspelen) jocar


acteur ZN

1 actor, (in blijspel) comediano
komisch -- = comediante, comico


acteursloopbaan ZN

1 carriera de actor


actie ZN

1 action, activitate
-- en reactie = action e reaction
politieke -- = action politic
vertragende -- = action retardatari
-- ondernemen = ager
in -- komen = entrar in action/in activitate
tot -- overgaan = passar al action, ager
-- voeren in een revolutionaire partij = militar in un partito revolutionari
2 (campagne) action, campania, cruciada
een gezamelijke -- = un action conjuncte/collective/commun
3 (aandeel) action


actiecentrum ZN

1 centro de action


actiecomité ZN

1 committee (E)/comité (F)/commission de action


actiedag ZN

1 die de action


actief BN

1 (werkzaam) active
-- leven = vita active
--e kool = carbon active
-- maken = activar, mobilisar
het -- maken = activation, mobilisation
2 (in dienst, in functie) active
in --e dienst = in servicio active
het -- maken = activation, mobilisation
3 (TAAL) active
een -- werkwoord = un verbo active
4 (actievoerend) militante


actief ZN

1 activo
het -- en het passief van een balans = le activo e le passivo de un balancia


actiefilm ZN

1 film (A) de action


actiefoto ZN

1 photo(graphia) de action


actiefzijde ZN

1 latere del activo


actiegroep ZN

1 gruppo de action


actiemiddel ZN

1 medio de action


actieparameter ZN

1 (EC) parametro de action


actieplan ZN

1 plano de action


actieprogramma ZN

1 programma de action


actieradius ZN

1 (bereik) radio/ambito de action, portata
de -- van een vliegtuig = le autonomia de un avion
2 (FIG) radio de action, sphera de activitate


actieveling ZN

1 persona (hyper)active


actievoerder ZN

1 persona militante, militante, activista


actievoerend BN

1 militante


actine ZN

1 actina


actinie ZN

1 actinia


actinisch BN

1 actinic
--e lichtstralen = radios actinic
-- glas = vitro actinic


actiniteit ZN

1 actinismo, actinicitate


actinium ZN

1 actinium


actinograaf ZN

1 actinographo


actinografie ZN

1 actinographia


actinografisch BN

1 actinographic


actinogram ZN

1 actinogramma


actinologie ZN

1 actinologia


actinologisch BN

1 actinologic


actinometer ZN

1 actinometro


actinometrie ZN

1 actinometria


actinometrisch BN

1 actinometric


actinomorf BN

1 actinomorphe


actinomorfie ZN

1 actinomorphia


actinomyceten ZN MV

1 actinomycetos


actinomycetine ZN

1 actinomycetina


actinomycine ZN

1 actinomycina


actinomycose ZN

1 actinomycose (-osis)


actinomycotisch BN

1 actinomycosic


actinotherapie ZN

1 actinotherapia


actionaris ZN

1 actionista, actionero


actionist ZN

1 actionista, actionero


activa ZN MV

1 (baten van een boedel) activo
-- en passiva = activo e passivo
vaste -- = activo fixe
vlottende -- = activo circulante
2 (bezittingen van de gefailleerde) activo


activator ZN

1 activator


activeren WW

1 (actief maken) activar, render active, stimular
2 (SCHEI) activar
3 (radioactief maken) activar


activering ZN

1 (het activeren) activation, stimulation
2 (SCHEI) activation
3 (het radioactief maken) activation


activeringsanalyse ZN

1 analyse (-ysis) per activation


activeringsenergie ZN

1 energia de activation


activisme ZN

1 activismo
-- van de milieubeweging = activismo del movimento pro le ambiente


activist ZN

1 activista. militante


activistisch BN

1 activista


activiteit ZN

1 activitate, animation
ondergrondse -- = activitate clandestin
buitenschoolse --en = activitates parascholar/extrascholar


activiteitenagenda ZN

1 agenda del activitates


activiteitscoëfficiënt ZN

1 coefficiente de activitate


actomyosine ZN

1 actomyosina


actrice ZN

1 actrice


actualiseren WW

1 (actueel maken) actualisar, render actual
het -- = actualisation
2 (maken tot iets feitelijks) realisar
het -- = realisation


actualisme ZN

1 (FIL) actualismo


actualist ZN

1 (FIL) actualista


actualiteit ZN

1 (het actueel zijn) actualitate
-- van een probleem = actualitate de un problema
de -- van een kwestie = le actualitate de un question
zijn -- verliezen = perder le actualitate
2 (onderwerp van het ogenblik) thema de actualitate, thema del momento
de -- op de voet volgen = sequer continuemente le actualitate


actualiteitenprogramma ZN

1 (programma de) actualitates (televisate/radiodiffundite)


actualiteitenrubriek ZN

1 rubrica de actualitates


actualiteitenzender ZN

1 emissor/radiodiffusor de actualitates


actualiteitswaarde ZN

1 valor de actualitate


actuariaat ZN

1 actuariato


actuarieel BN

1 actuarial
--e wetenschap = scientia actuarial


actuaris ZN

1 actuario
beroep van/kantoor van een -- = actuariato


actueel BN

1 actual, de actualitate
-- onderwerp = subjecto de actualitate
-- artikel in een krant = articulo actual in un jornal
--e berichten = novas actual
van -- belang = de interesse actual
-- maken = render actual, actualisar
een oud probleem weer -- maken = actualisar un problema
het -- maken = actualisation
iets dat -- is = actualitate
iets dat niet (meer) -- is = inactualitate


acuïteit ZN

1 acuitate


acumetrie

1 acumetria


acumetrisch BN

1 acumetric


acupressuur ZN

1 acupressura


acupuncteur ZN

1 acupuncturista


acupuncturist ZN

1 acupuncturista


acupunctuur ZN

1 acupunctura
-- toepassen = acupuncturar


acustica ZN

1 acustica


acuut BN

1 (plotseling opkomend) acute
--e ziekte = maladia/morbo acute
--e aandoening = affection acute
--e leukemie = leucemia acute
--e blindedarmontsteking = appendicitis acute
-- gevaar = periculo imminente/instante
2 (dringend) urgente


acuut BW

1 (onmiddellijk) immediatemente, instantaneemente


acuutheid ZN

1 acutessa


acyclisch BN

1 acyclic
-- verbinding = composito acyclic
--e koolwaterstof = hydrocarburo acyclic
--e bloem = flor acyclic
--e oscillatie = oscillation acyclic


adagio ZN

1 (MUZ) adagio (I)
--'s van Bach = adagios de Bach


adagissimo

1 (MUZ) adagissimo (I)


adagium ZN

1 adagio, proverbio


adaline ZN

1 adalina


Adam ZN EIGN

1 Adam
rib van -- = costa de Adam
kinderen van -- = infantes de Adam
--s val = cadita de Adam
de oude -- = le vetule Adam
van -- = adamic


adamieten ZN MV

1 adamitas
ketterij der -- = adamismo


adamsappel ZN

1 nodo guttural/del gutture, pomo de Adam, prominentia laryngee/del larynge, larynge


adamskostuum ZN

1 costume adamic/de Adam
in -- = in costume adamic/de Adam, nude


adamsnaald ZN

1 (PLANTK) yucca flaccide


adamsvork ZN

1 mano


adaptatie ZN

1 adaptation


adapter ZN

1 adaptator


adapteren WW

1 adaptar


adaptief BN

1 adaptive


adaptometrie ZN

1 adaptometria


adat ZN

1 derecto consuetudinari (in Indonesia)
2 costumes, usos, usage, mores
de parlementaire -- = le usos parlamentari


addax ZN

1 (DIERK) addax


addendum ZN

1 addendum (MV: addenda) (L)


adder ZN

1 vipera, aspide
gehoornde -- = vipera cornute
er schuilt een --tje onder het gras = le serpente se occulta inter le flores


adderachtig BN

1 viperin


adderachtigen ZN MV

1 viperides


adderbeet ZN

1 morsura de vipera


adderen WW

1 adder


addergebroed ZN

1 racia de viperas


addergeslacht ZN

1 Zie: addergebroed


addergif ZN

1 veneno de vipera


adderkluwen ZN

1 nodo de viperas


addernest ZN

1 nido de viperas


adderspog ZN

1 Zie: addergif


addertong ZN

1 (tong van een adder) lingua del vipera
2 (lastertong) lingua viperin
3 (PLANTK) ophioglosso


adderwortel ZN

1 bistorta


addict ZN

1 drogato, toxicomano


additie ZN

1 addition


additief ZN

1 additivo
-- voor levensmiddelen = additivo alimentari


additief BN

1 additive
--e kleuren = colores additive
--e constante = constante additive


additiegroep ZN

1 gruppo additive


additieprodukt ZN

1 producto de addition


additietheorema ZN

1 theorema de addition


additioneel BN

1 additional
--e artikelen van de grondwet = articulos additional del constitution


additiviteit ZN

1 addivitate
volledige -- = additivitate complete


additivum ZN

1 additivo


adducerend BN

1 (FYSIOL) adductor


adductie ZN

1 (FYSIOL) adduction


adductor ZN

1 (FYSIOL) musculo adductor


adekwaat BN

1 adequate, appropriate, pertinente


adel ZN

1 (hoedanigheid) nobilitate
van -- zijn = esser nobile
2 (personen) nobilitate
hoge -- = alte nobilitate
lage -- = basse nobilitate
de voorrechten van de -- = le privilegios del nobilitate


adelaar ZN

1 aquila
koninklijke/enkelkoppige -- = aquila royal/regal
(HERALD) tweekoppige/dubbelkoppige -- = aquila bicephale/bicipite


adelaarsblik ZN

1 Zie: arendsblik


adelaarsnest ZN

1 nido de aquila(s)


adelaarsneus ZN

1 Zie: arendsneus


adelaarsoog ZN

1 Zie: arendsoog


adelaarssteen ZN

1 petra de aquila


adelaarsvaren ZN

1 filice aquilin, pteridio


adelaarsveer ZN

1 pluma de aquila


adelaarsvlucht ZN

1 (vlucht van een adelaar) volo aquilin/de un aquila
2 (afstand tussen twee adelaarsvleugels) invirgatura aquilin/de un aquila


adelboek ZN

1 nobiliario


adelborst ZN

1 aspirante, guardamarina, cadetto del marina


adelbrief ZN

1 littera de nobilitate


adeldom ZN

1 nobilitate
-- verplicht = noblesse oblige (F)


adelen WW

1 (ook FIG) innobilir
het -- = innobilimento


adelfogamie ZN

1 adelphogamia


adellijk BN

1 nobile, nobiliari
-- bloed = sanguine nobile
--e familie = familia nobile
van --e geboorte zijn = esser de nascentia nobile
--e titel = titulo nobiliari/nobile
-- persoon = nobile
--e stand = stato de nobilitate
een -- 'van' = un particula nobiliari


adelregister ZN

1 nobiliario


adelstand ZN

1 nobilitate, casta nobile
in de -- verheffen = conceder/conferer un titulo de nobilitate, innobilir, facer nobile
verheffing in de -- = innobilimento


adeltrots ZN

1 orgolio nobiliari


adem ZN

1 halito, suspiro, sufflo, (ademhaling) respiration
frisse -- = halito fresc
stinkende -- = halito infecte
(MED) slechte -- = halitose (-osis)
van lange -- = de longe halito
in één -- = toto de un halito, in/de un sufflo, in le mesme sufflo
buiten -- = foras de/sin halito
buiten -- raken = perder le halito/le sufflo/le respiration
onrustige -- = respiration irregular
weer op -- komen = reprender/recuperar le halito/le respiration, respirar
de -- benemen = suffocar le halito
de -- inhouden = retener le sufflo/le respiration
de laatste -- uitblazen = exhalar/render le ultime suspiro
met moeite -- halen = anhelar
achter -- = anhelante
naar -- snakken = esser sin halito, suffocar
een spreker van lange -- = un orator prolixe
iemand in één -- noemen met iemand anders = mentionar duo personas al mesme tempore
in één -- = sin respirar
met ingehouden -- luisteren = ascoltar sin respirar
al wat -- heeft = tote lo que respira


ademanalyse ZN

1 analyse (-ysis) del halito


adembeklemmend BN

1 Zie: adembenemend


adembenemend BN

1 extraordinairi, impressionante
met --e snelheid = a un velocitate vertiginose
-- mooi = bellissime, de beltate extraordinari


adembuis ZN

1 trachea


ademcentrum ZN

1 centro respiratori


ademen WW

1 spirar, respirar
vrij -- = respirar liberemente
door de mond -- = respirar per le bucca
een geest van verzoening -- = respirar un spirito de reconciliation
geschikt om in te -- = respirabile
deze streek ademt rust = iste region spira quiete
zijn woorden ademen liefde en oprechtheid = su parolas respira amor e sinceritate
diep -- = respirar profundemente


ademfrequentie ZN

1 frequentia del respiration


ademhalen WW

1 respirar
door de mond -- = respirar per le bucca
diep -- = respirar profundemente, respirar a plen pulmones
al wat ademhaalt = tote lo que respira


ademhaling ZN

1 (het ademhalen) respiration
stertoreuze -- = respiration stertorose
rustige -- = respiration regular/tranquille
onrustige -- = respiration agitate
kunstmatige -- toepassen = practicar le respiration artificial
naar iemands -- luisteren = ascoltar le respiration de un persona
2 (ademtocht) sufflo, halito


ademhalingsapparaat ZN

1 apparato respiratori, respirator


ademhalingsbeweging ZN

1 movimento respiratori


ademhalingscentrum ZN

1 centro de respiration


ademhalingsgymnastiek ZN

1 gymnastica respiratori


ademhalingsintensiteit ZN

1 intensitate respiratori


ademhalingsmeter ZN

1 spirometro


ademhalingsmoeilijkheden ZN MV

1 difficultates respiratori/de respiration


ademhalingsoefening ZN

1 exercitio respiratori/de respiration


ademhalingsopening ZN

1 (van walvis) spiraculo
2 (van insekten) stigma


ademhalingsorganen ZN MV

1 organos respiratori/del respiration, apparato/systema respiratori


ademhalingsproces ZN

1 processo respiratori


ademhalingsquotiënt ZN

1 (BIOL) quotiente respiratori


ademhalingsspier ZN

1 musculo respiratori


ademhalingsstelsel ZN

1 apparato respiratori


ademhalingsstoornis ZN

1 affection respiratori


ademhalingstoestel ZN

1 respirator


ademhalingswegen ZN MV

1 vias respiratori


ademloos BW

1 sin respirar, sin respiration, foras de halito
-- toekijken = reguardar/mirar sin respirar


ademloos BN

1
--e stilte = silentio profunde/de morte


ademnood ZN

1 insufficientia respiratori, difficultate respiratori/de respirar, suffocation, oppression, (MED) dyspnea
in -- verkeren = suffocar


ademoefening ZN

1 exercitio respiratori


adempauze ZN

1 pausa respiratori/de halito
2 (FIG) pausa, tregua


ademstilstand ZN

1 apnea, arresto respiratori


ademstoot ZN

1 Zie: ademtocht


ademtest ZN

1 test (E) de alcohol


ademtocht ZN

1 suspiro, sufflo
tot de laatste -- = usque al ultime suspiro/sufflo


ademwortel ZN

1 radice aeree, pneumatophoro


adenine ZN

1 adenina


adenocarcinoom ZN

1 adenocarcinoma


adenofibroom ZN

1 adenofibroma


adenografie ZN

1 adenographia


adenoïde BN

1 adenoide
-- vegetaties = vegetationes adenoide


adenologie ZN

1 adenologia


adenoma ZN

1 adenoma


adenomateus BN

1 adenomatose


adenoom ZN

1 adenoma


adenopathie ZN

1 adenopathia


adenosine ZN

1 adenosina


adenovirus ZN

1 adenovirus


adept ZN

1 adepto, discipulo


adequaat BN

1 adequate, appropriate, congrue
een definitie moet -- zijn = un definition debe esser adequate
-- reageren = reager adequatemente/de maniera adequate


ader ZN

1 (ANAT, ook FIG) vena
van de --en = venose
holle -- = vena cave
diepliggende -- = vena profunde
een -- openen = incider/aperir un vena
2 (streep) vena
3 (PLANTK) (nerf) vena
4 (GEOL, MIN, etc.) vena, filon


aderachtig BN

1 venose


aderbreuk ZN

1 ruptura de un vena, phleborrhagia


aderen WW

1 venar


adergezwel ZN

1 tumor aneurismal/vascular, (van ader) aneurismo venose, (van slagader) aneurismo arterial


aderhout ZN

1 ligno venose/venate


aderig BN

1 venose


adering ZN

1 (marmering) venatura, venositate
2 (mbt insekten) nervation, nervura, nervatura


aderklep ZN

1 valvula venose


aderlaten WW

1 incider/aperir un vena, exsanguinar, phlebotomisar


aderlater ZN

1 phlebotomista


aderlating ZN

1 apertura de vena, exsanguination, phlebotomia


aderlijk BN

1 venose
-- bloed = sanguine venose


adermine ZN

1 adermina


aderontsteking ZN

1 phlebitis


aderpunctie ZN

1 punction de vena


aderstelsel ZN

1 systema venose


aderstructuur ZN

1 structura venose


adertje ZN

1 venula


aderuitzetting ZN

1 aneurisma


aderverbloeding ZN

1 phleborrhagia


aderverkalking ZN

1 sclerose (-osis) arterial, (arterio)sclerose (-osis)
aan -- lijden = esser arteriosclerotico, suffrer de arteriosclerose (-osis)


aderverwijding ZN

1 Zie: aderuitzetting


adervlies ZN

1 tunica vascular


ad fundum BW

1 usque al fundo


adherent BN

1 adherente (a)


adhereren WW

1 adherer


adhesie ZN

1 (NAT) adhesion
2 (instemming) adhesion, appoio
-- betuigen = dar/manifestar (su) adhesion/appoio


adhesiebetuiging ZN

1 testimonio/monstra de adhesion/de appoio


adhesief BN

1 adhesive
--e aantrekking = attraction adhesive


adhesiekracht ZN

1 fortia de adhesion


ad hoc

1 ad hoc (L)
commissie -- = commission ad hoc
rechter -- = judice ad hoc


ad-hocoplossing ZN

1 solution ad hoc (L)


ad hominem

1 ad hominem (L)


adiabaat ZN

1 curva adiabatic, adiabato


adiabatisch BN

1 adiabatic
-- proces = processo adiabatic
-- apparaat = apparato adiabatic
--e curve = curva adiabatic
--e compressie = compression adiabatic
--e expansie/ontspanning = expansion adiabatic
--e temperatuurstijging = augmento de temperatura adiabatic


adiantum ZN

1 adianto


adiëren WW

1 (aanvaarden van een erfenis) adir


adieu ZN

1 adeo, adieu (F)


adieu TW

1 adeo, adieu (F)
iemand -- zeggen = dicer adeo/adieu a un persona


ad infinitum BW

1 ad infinitum (L)


ad interim BN

1 ad interim, in le interim
minister -- = ministro ad interim/provisori/provisional


adipeus BN

1 adipose


adipocire ZN

1 adipocera


adipocyt ZN

1 adipocyto


adipositas ZN

1 adiposis, adipositate


adjacent BN

1 adjacente


adjectief ZN

1 adjectivo
qualificerend -- = adjectivo qualificative
als -- gebruiken = adjectivar


adjectivisch BN

1 adjective, adjectival
-- achtervoegsel = suffixo adjectival
--e vorm = forma adjective


adjudant ZN

1 adjutante


adjudicatie ZN

1 (JUR) adjudication


adjudiceren WW

1 (gerechtelijk toewijzen) adjudicar
2 (gunnen van een levering bij aanbesteding) adjudicar


adjunct ZN

1 adjuncto


adjunct-commissaris ZN

1 commissario adjuncte


adjunct-directeur ZN

1 director adjuncte, subdirector, vicedirector


adjunctie ZN

1 adjunction


adjunct-ingenieur ZN

1 subingeniero


adjunct-inspecteur ZN

1 subinspector
functie van -- = subinspection


adjunct-intendant ZN

1 subintendente


adjusteerbalans ZN

1 balancia de adjustamento


adjusteren BN

1 adjustar
2 (DRUKK) (op de juiste regelhoogte brengen) justificar
het -- = justification


ad libitum, ad lib.

1 ad libitum, ad lib. (L), a voluntate


administrabel BN

1 administrabile


administrateur ZN

1 (iemand die de administratie voert) administrator
2 (beheerder namens de eigenaar) administrator, gestor, gerente, intendente, economo


administratie ZN

1 (beheer) administration, gestion, intendentia
met de -- belast zijn = esser incargate del administration
2 (personen) administration, personal administrative


administratief BN

1 administrative
-- werk = labor/travalio administrative
--e beslissing = decision administrative
--e maatregelen = mesuras administrative
--e kosten = costos administrative
-- personeel = personal administrative
-- taalgebruik = linguage administrative
2 (JUR) administrative
-- recht = derecto administrative
--e rechtspraak = justitia administrative
langs --e weg = per via administrative, administrativemente


administratief BW

1 administrativemente
-- onder een ander kantoor vallen = depender administrativemente de un altere officio


administratiegebouw ZN

1 edificio de administration


administratiekantoor ZN

1 (officio de) administration


administratiekosten ZN MV

1 costos administrative/de administration


administratienummer ZN

1 numero de administration


administratiesysteem ZN

1 systema administrative/de administration


administreren WW

1 (beheren, besturen) administrar
--d lichaam = corpore administrative
2 (toedienen) administrar


admiraal ZN

1 admiral


admiraalschap ZN

1 dignitate de admiral, admiralato


admiraalsschip ZN

1 nave admiral


admiraalsuniform ZN

1 uniforme de admiral


admiraalsvlag ZN

1 bandiera del admiral


admiraalvlinder ZN

1 admiral, atalanta


admiraliteit ZN

1 admiralitate
2 admiralato


admiratie ZN

1 admiration


admissibel BN

1 admissibile


admissie ZN

1 admission


admissie-examen ZN

1 examine de admission


admitteren WW

1 admitter


adnominaal BN

1 adnominal


adobe(constructie) ZN

1 adobe


adolescent ZN

1 adolescente
-- worden = adolescer


adolescentie ZN

1 adolescentia
de -- betreffend = adolescente


Adonis ZN EIGN

1 Adonis


adonis(roosje) ZN

1 adonis, adonide


Adonisch BN

1 adonic, adonie
-- vers = adonico, adonio


adoniseren WW

1 adonisar
zich -- = adonisar se


adoptabel BN

1 adoptabile


adopteren WW

1 (een kind --) adoptar, filiar
een kind -- = adoptar un infante, filiar
2 (aannemen) adoptar


adoptie ZN

1 adoption, filiation
voor -- in aanmerking komend = adoptabile


adoptie(f)kind ZN

1 infante adoptive/adoptate


adoptie(f)ouders ZN

1 parentes adoptive


adoptief BN

1 adoptive


adoptiegezin ZN

1 familia adoptive


adorabel BN

1 adorabile


adorateur ZN

1 adorator


adoratie ZN

1 adoration
de prins lag in -- aan haar voeten = le principe esseva a su pedes in adoration


adoreren WW

1 adorar


adouceren WW

1 adulciar


ad rem

1 ad rem (L)


adrenaline ZN

1 adrenalina


adrenalinegehalte ZN

1 percentage de adrenalina


adrenochroom ZN

1 adrenochromo


adrenocorticaal BN

1 adrenocortical


adrenogenitaal BN

1 adrenogenital


adrenolytisch BN

1 adrenolytic


adrenotherapie ZN

1 adrenotherapia


adrenotoxine ZN

1 adrenotoxina


adres ZN

1 adresse (F)
het -- op de enveloppe schrijven = scriber le adresse super le inveloppe
aan het -- van = al adresse de
het -- schrijven op = adressar
2 (petitie) adresse (F), petition, requesta
tot de koning gericht -- = adresse destinate al rege
-- aan de Kamer = petition al Parlamento
een -- opstellen = facer un petition
een -- indienen = presentar un petition
iemand die een -- indient = petitionario, petitionero
3 (WISK, COMP) adresse (F)


adresband ZN

1 banda de adresse


adresboek ZN

1 libro/indice/index/guida de adresses (F), adressario, indicator


adresconstante ZN

1 (WISK) constante de adresse (F)


adreskaart ZN

1 carta adresse (F)


adreslijst ZN

1 lista de adresses (F)


adresregister ZN

1 registro de adresse (F)


adresseermachine ZN

1 machina a/de adressar/a/pro imprimer adresses (F), adressographo


adresseersysteem ZN

1 systema de adressar


adressenbestand ZN

1 adressario, lista de adresses


adressenlijst ZN

1 Zie: adreslijst


adresseren WW

1 scriber le adresse(s) (F), adressar


adressering ZN

1 indication del adresse (F)


adressograaf ZN

1 adressographo


adresstrook(je) ZN

1 etiquetta {kè} de adresse (F)


adresverandering ZN

1 Zie: adreswijziging


adreswijziging ZN

1 cambiamento/cambio de adresse (F)/de domicilio


adreswiskunde ZN

1 mathematica de adresse (F)


adreszijde ZN

1 latere destinate al adresse (F)


Adria ZN EIGN

1 Adria


Adriaan ZN EIGN

1 Adriano


Adrianopel ZN EIGN

1 Adrianopole


Adriatisch BN

1 adriatic
--e Zee = Mar Adriatic, Adriatico
--e kust = costa Adriatic


adsorbent ZN

1 adsorbente


adsorberen WW

1 adsorber
het -- = adsorption


adsorberend BN

1 adsorbente
--e stof = substantia adsorbente, adsorbente


adsorptie ZN

1 adsorption


adsorptiecoëfficiënt ZN

1 coefficiente de adsorption


adsorptieoppervlak ZN

1 superficie de adsorption


adsorptievermogen ZN

1 capacitate/poter de adsorption


adsorptieverschijnsel ZN

1 phenomeno de adsorption


adsorptiewater ZN

1 aqua de adsorption


adstraat ZN

1 adstrato


adstringent BN

1 astringente


adstringerend BN

1 adstringente


adstructie ZN

1 appoio, corroboration
ter -- van mijn beweringen = in appoio de mi affirmationes, pro corroborar mi affirmationes


adstrueren WW

1 appoiar, corroborar


adulaar ZN

1 petra de luna, adularia


adulatie ZN

1 adulation


aduleren WW

1 adular


adult ZN

1 adulto


ad valorem

1 ad valorem (L)


advectie ZN

1 advection


advenant ZN

1
naar -- = a/in proportion (de)


Advent ZN EIGN

1 Advento


adventief BN

1 (van planten) adventicie
--e plant = planta adventicie
2 (van knop/wortel) adventive


adventisme ZN

1 adventismo


adventist ZN

1 adventista


adventskaars ZN

1 cereo del Advento


adventskrans ZN

1 corona del Advento


adventspreek ZN

1 sermon del Advento


adventzondag ZN

1 dominica del Advento


adverbiaal BN

1 adverbial


adverbium ZN

1 adverbio


adverteerder ZN

1 annunciator


advertentie ZN

1 annuncio
nederlandstalige -- = annuncio in nederlandese
een -- plaatsen = facer inserer/facer insertar un annuncio, mitter un annuncio
op een -- schrijven = responder a un annuncio


advertentieafdeling ZN

1 section del annuncios


advertentieblad ZN

1 jornal/folio publicitari/de annuncios


advertentiebudget ZN

1 budget (E) publicitari/pro annuncios


advertentiebureau ZN

1 officio/agentia publicitari/de annuncios


advertentiecampagne ZN

1 campania publicitari/de publicitate/de annuncios


advertentiecolporteur ZN

1 agente de annuncios


advertentiegedeelte ZN

1 annuncios


advertentiekantoor ZN

1 Zie: advertentiebureau


advertentiekolom ZN

1 colonna/columna de annuncios


advertentiekosten ZN MV

1 costos de publicitate


advertentiepagina ZN

1 pagina publicitari/de publicitate/de annuncios


advertentieprijs ZN

1 precio de annuncio


advertentierubriek ZN

1 section de annuncios


advertentieruimte ZN

1 spatio pro le annuncios


advertentietarief ZN

1 tarifa del annuncios


adverteren WW

1 (advertenties plaatsen) facer inserer/facer insertar annuncios/un annuncio, mitter annuncios/un annuncio
2 (openbaar bekendmaken) annunciar, publicar
3 (door advertenties aanprijzen) facer publicitate


advies ZN

1 (raad) consilio
iemands -- opvolgen = sequer le consilio de un persona
van iemand het -- krijgen om te = reciper de un persona le consilio de
iemand van -- dienen = dar un consilio a un persona
iemand om -- vragen = prender consilio de/consultar un persona
op -- van = per (le) consilio de
commissie van -- = commission consultative
2 (kennisgeving, bericht) aviso
volgens -- = secundo aviso


adviesaanvraag ZN

1 petition/demanda de consilio


adviesbureau ZN

1 agentia consultative/de consultation


adviescentrum ZN

1 centro consultative/de consultation


adviescollege ZN

1 consilio, commission/comité (F) consultative/de consultation
hoogste -- = consilio supreme


adviescommissie ZN

1 commission/comité (F)/consilio consultative/de consultation


adviesgroep ZN

1 gruppo consulative/de consultation


adviesorgaan ZN

1 organismo consultative/de consultation


adviesprijs ZN

1 precio (de vendita) consiliate/indicative


adviesraad ZN

1 consilio consultative/de consultation


adviesrecht ZN

1 derecto consultative


adviessnelheid ZN

1 velocitate consiliate/recommendate


adviesverlening ZN

1 prestation de consilio


adviseren WW

1 consiliar, avisar, recommendar, dar un consilio (a)
de arts adviseerde een nieuwe behandeling = le medico recommendava un nove tractamento
ik zou U -- dat niet te doen = io vos consiliarea non facer lo


adviserend BN

1 consultative, consultatori
--e stem = voto consultative
--e functie = function consultative


adviseur ZN

1 consiliero, consiliator, consultor
rechtskundig -- = consiliero juridic/judicial, jurisconsulto
geestelijk -- = director spiritual


advocaat ZN

1 advocato, (verdediging bij de rechtbank OOK) defensor, defensa
toegewezen -- = advocato de officio
-- van de duivel = advocato del diabolo
-- van kwade zaken = advocato de causas indefendibile
zijn eigen -- zijn = esser su proprie advocato, plaitar/plaidar su proprie causa
orde der --n = ordine del advocatos
2 (drank) liquor al/de ovos


advocaat-generaal ZN

1 advocato general


advocate ZN

1 advocata


advocatenbank ZN

1 banco del advocatos


advocatenbureau ZN

1 Zie: advocatenkantoor


advocatencollectief ZN

1 collectivo/gruppo de advocatos


advocatenfirma ZN

1 firma de advocatos


advocatenkantoor ZN

1 officio de advocatos


advocatenorganisatie ZN

1 organisation de advocatos


advocatenstreek ZN

1 advocateria, chicana {sj}


advocatentaal ZN

1 linguage de advocatos


advocaterij ZN

1 Zie: advocatenstreek


advocatuur ZN

1 advocatura
sociale -- = advocatura social


adynamie ZN

1 adynamia


aedilitas ZN

1 edilitate


aedilus ZN

1 edil


Aegeus ZN EIGN

1 Egeo


aegide ZN

1 egide


aegis ZN

1 egide


Aeneas ZN EIGN

1 Eneas


Aeneïde, Aeneïs ZN EIGN

1 Eneide


Aeolus ZN EIGN

1 Eolo


aeolusharp ZN

1 harpa eolie


aeon ZN

1 eon


aequinoctium ZN

1 equinoctio


aequipollente BN

1 (WISK, LOGICA) equipollente
--e vectoren = vectores equipollente


aequipollentie ZN

1 (WISK, LOGICA) equipollentia
-- van twee vectoren = equipollentia de duo vectores


aëratie ZN

1 aeration


aërator ZN

1 aerator


aëreren WW

1 aerar


aerobics ZN MV

1 aerobica


aërobiologie ZN

1 aerobiologia


aëroclub ZN

1 aeroclub


aërodroom ZN

1 aerodromo


aërodynamica ZN

1 aerodynamica
theoretische -- = aerodynamica theoric
experimentele -- = aerodynamica experimental
hypersonische -- = aerodynamica hypersonic
subsonische -- = aerodynamica subsonic
supersonische -- = aerodynamica supersonic
transsonische -- = aerodynamica transsonic


aërodynamisch BN

1 aerodynamic
--e vormgeving = designo aerodynamic
-- laboratorium = laboratorio aerodynamic


aërofagie ZN

1 aerophagia


aërofobie ZN

1 aerophobia


aërofoon ZN

1 aerophono


aërofyt ZN

1 aerophyto


aërograaf ZN

1 aerographo


aërografie ZN

1 aerographia


aërografisch BN

1 aerographic


aëroliet ZN

1 aerolitho, petra meteoric, meteorite


aërolitisch BN

1 aerolithic


aërologie ZN

1 aerologia


aërologisch BN

1 aerologic
--e instrumenten = instrumentos aerologic
--e waarnemingen = observationes aerologic


aëroloog ZN

1 aerologo, aerologista


aëromant ZN

1 aeromante


aëromantie ZN

1 aeromantia


aëromantisch BN

1 aeromantic


aëromechanica ZN

1 aeromechanica


aëromechanisch BN

1 aeromechanic


aërometer ZN

1 aerometro


aërometrie ZN

1 aerometria


aërometrisch BN

1 aerometric


aëronaut ZN

1 aeronauta


aëronautica ZN

1 aeronautica


aëronautiek ZN

1 aeronautica


aëronautisch BN

1 aeronautic


aëronomie ZN

1 aeronomia


aëroob BN

1 aerobie, aerobic
-- bacterie = bacterio aerobie, aerobio
-- enzym = enzyma aerobie
--e afbraak = decomposition aerobic
--e cultuur = cultura aerobie
--e stofwisseling = metabolismo aerobie


aëroplankton ZN

1 aeroplancton


aëroscoop ZN

1 aeroscopio


aërosol ZN

1 aerosol


aërostaat ZN

1 aerostato


aërostatica ZN

1 aerostatica


aërostatisch BN

1 aerostatic
--e evenwicht = equilibrio aerostatic


aërotherapie ZN

1 aerotherapia


aërothermisch BN

1 aerothermic


aërotrein ZN

1 aerotraino


aërotropisme ZN

1 aerotropisme


Aeschylus ZN EIGN

1 Eschylo


Aesopisch BN

1 esopic


Aesopus ZN EIGN

1 Esopo


aethyn ZN

1 acetylen


af BW

1 ab, de, desde, a partir de
van die dag -- = desde ille die
-- en aan lopen, op en -- gaan = ir e venir
de schepen voeren -- en aan = le naves arrivava e partiva
van jongs -- (aan) = desde le infantia
van de eerste januari -- = desde le prime (die) de januario
van nu -- = desde iste momento
ver van de weg -- = lontan del cammino
-- en toe = de tempore a tempore, alicun vices, a vices, occasionalmente
-- en toe een bui = pluvias occasional
hij is minister -- = ille non plus es ministro
hij woont een eindje van de weg -- = ille habita a un certe distantia del cammino
van elkaar -- zijn = esser separate
ze komen op ons -- = illes se dirige verso nos
op het geluid -- = guidate per le sono/le ruito
op de man -- = directemente, sin ambages
bij zwart -- = quasi nigre
het kan er niet -- = le circumstantias non lo permitte
hij valt van het dak -- = ille cade del tecto


af BN

1 (klaar, voltooid) finite, terminate


af ZN

1
teruggaan naar -- = repartir de zero, retornar al puncto de partita


af! TW

1 a basso!
hoed --! = a basso cappello!


afasie ZN

1 aphasia, perdita del parola
gedeeltelijke -- = paraphasia


afasiepatiënt ZN

1 aphasico


afatisch BN

1 aphasic
een --e oude man = un vetulo aphasic, un aphasico vetule


afbakenen WW

1 limitar, delimitar, demarcar, jalonar, circumscriber, (met paaltjes) picchettar
het -- = limitation, delimitation, demarcation, jalonamento, circumscription
een stuk land -- = delimitar/jalonar un terreno
een kanaal -- = poner boias in un canal
iemands macht -- = limitar le poter de un persona


afbakening ZN

1 limitation, delimitation, demarcation, jalonamento, circumscription
de -- van een gebied = le demarcation de un territorio
-- van de verantwoordelijkheden = demarcation del responsabilitates
scherpe -- = demarcation ben delimitate


afbakeningslijn ZN

1 linea de demarcation


afbedelen WW

1 mendicar, implorar, obtener mendicante/per mendicar
een gunst -- = mendicar/implorar un favor


afbeelden WW

1 representar, pinger, depinger, figurar, effigiar, reproducer, portraitar {e}
het -- = representation, figuration, effigiamento, reproduction
af te beelden = representabile


afbeelding ZN

1 (het afbeelden) representation, illustration, figuration, effigiamento, reproduction
2 (beeld) representation, depiction, figura, imagine, portrait (F), stampa, illustration, effigiamento, reproduction
van --en voorzien = illustrar
met --en = figurate, illustrate
kleine -- = miniatura
lijst van --en = lista/indice/index de illustrationes
3 (beeltenis) effigie
een -- vervaardigen = effigiar


afbekken WW

1 Zie: afsnauwen


afbellen WW

1 (telefonisch afzeggen) disdicer/annullar/cancellar per telephono
Frits heeft afgebeld = Frits ha telephonate pro dicer que ille non va venir
2 (per telefoon langsgaan) telephonar ubique


afbestellen WW

1 contramandar, annullar/cancellar (un ordine)


afbestelling ZN

1 annullation/annullamento/cancellation (de un ordine), contraordine


afbetalen WW

1 (in gedeelten betalen) pagar/amortisar per partes/per ratas
2 (volledig betalen) pagar integralmente, saldar, liquidar
een schuld in twaalf maanden -- = saldar un debita in dece-duo menses


afbetaling ZN

1 (betaling in gedeelten) pagamento/amortisation per partes/per ratas/a terminos
op -- = in/a/per rata, a terminos
koop op -- = compra a terminos
2 (volledige betaling) pagamento integral, extinction, liquidation
-- van een schuld = extinction de un debita


afbetalingsclausule ZN

1 clausula de pagamento/amortisation per partes/per ratas


afbetalingssysteem ZN

1 systema de pagamento/amortisation per partes/per ratas


afbetalingstermijn ZN

1 termino de pagamento/amortisation per partes/per ratas


afbetten WW

1 tamponar


afbetting ZN

1 tamponamento


afbeulen WW

1 extenuar, tormentar
een paard -- = exhaurir un cavallo
zich -- = exhaurir se al travalio/labor


afbidden WW

1 (mbt tot iets kwaads) deprecar, conjurar
het -- = deprecation, conjuration
2 (mbt iets goeds) implorar
het -- = imploration


afbidding ZN

1 (mbt iets kwaads) deprecation
2 (mbt iets goeds) imploration


afbijten WW

1 (met de tanden afsnijden) morder, aveller/secar con le dentes
(FIG) hij kan niet van zich -- = ille non ha defensa
2 (aantasten) corroder
3 (schoonbijten) disoxydar


afbijtmiddel ZN

1 liquido corrossive, corrosivo


afbikken WW

1 remover (le calce, le crusta)


afbinden WW

1 (losbinden) distachar {sj}, disligar
2 (afknijpen) constringer
3 (MED) ligaturar, strangular
het -- = ligatura
de navelstreng -- = ligaturar le cordon umbilical


afblaaskraan ZN

1 Zie: aftapkraan


afbladderen WW

1 exfoliar se, squamar se
het -- = exfoliation


afbladdering ZN

1 exfoliation


afblaffen WW

1
iemand -- = latrar/critar contra un persona


afblazen WW

1
stof -- van = sufflar pulvere de
2 (annuleren) disdicer, annullar, cancellar, contramandar


afblijven WW

1 non toccar
(aankomen, aanraken) afblijven! = non tocca!
2 (met rust laten) lassar in pace


afboeken WW

1 (als verlies boeken) amortisar, cancellar
2 (alles boeken) registrar completemente
3 (overboeken) transferer


afboeking ZN

1 (boeking als verlies) amortisation, cancellation
2 (boeking van alles) registration complete
3 (overboeking) transferimento


afborstelen WW

1 (met een borstel reinigen) brossar
een paard -- = brossar un cavallo
even -- = dar un colpo de brossa
2 (met een borstel wegnemen) remover con un brossa


afbouw ZN

1 (geleidelijke stopzetting) suppression/cessation progressive, reduction gradual
2 (voltooiing van een bouwwerk) termination de un construction


afbouwen WW

1 (geleidelijk beëindigen) supprimer/cessar progressivemente, reducer gradualmente/pauco a pauco/poco a poco, diminuer
2 (de bouw voltooien) finir/terminar de construer/le construction


afbraak ZN

1 (puin) discombros
2 (het afbreken) demolition
3 (demontage) dismontage
4 (geleidelijke afbraak) degradation
biologische -- = biodegradation
5 (rotting) decomposition
aërobe -- = decomposition aerobie
6 (FYSIOL) (dissimilatie) disassimilation
7 (MED, BIOCH) lyse, lysis


afbraakbuurt ZN

1 quartiero destinate a demolition


afbraakpand ZN

1 edificio/casa ruinose, edificio/casa destinate al demolition


afbraakprijs ZN

1 precio vil/irrisori/derisori/multo basse
tegen --en verkopen = vender a precios multo basse


afbraakprodukt ZN

1 producto de decomposition, residuo


afbraakterrein ZN

1 area/sito con edificios/casas destinate al demolition


afbranden WW

1 (door brand vernietigen) comburer completemente, destruer per le foco, reducer a cineres


afbreekbaar BN

1 destructibile
2 degradabile
biologisch -- = biodegradabile
door licht -- = photodegradabile


afbreekbaarheid ZN

1 destructibilitate
2 degradabilitate
biologische -- = biodegradabilitate


afbreekstreepje ZN

1 division


afbreien WW

1 terminar de tricotar


afbreken WW

1 (door breken gescheiden worden) rumper se
de punt van de stok brak af = le puncta del baston se ha rumpite
het -- = ruptura
2 (door breken scheiden) rumper, abrumper
het -- = ruptura
een tak -- = rumper un branca
3 (doen ophouden) interrumper, cessar, discontinuar, suspender, (met tussenpozen) intermitter
het -- = interruption, cessation, discontinuation, intermittentia, suspension
een gesprek -- = interrumper un conversation
een reis -- = interrumper/suspender un viage
de onderhandelingen -- = interrumper le negotiationes
de briefwisseling -- met = suspender le correspondentia con
4 (slopen) demolir, destruer, disfacer, (van vesting) dismantellar
het -- = demolition, destruction, (van vesting) dismantellamento
een huis -- = demolir un casa
5 (demonteren) dismontar
6 (afkammen) detraher, denigrar
het -- = detraction, denigration
iemands verdiensten -- = detraher le meritos de un persona
7 (SCHEI) decomponer
het -- = decomposition
8 (FYSIOL) (dissimileren) disassimilar
het -- = disassimilation
9 (uit elkaar vallen) disintegrar se
het -- = disintegration
10 (biologisch) biodegradar
11 divider
een woord -- = divider un parola
het -- van een woord = division de un parola


afbrekend BN

1 destructive
2 (afkammend) denigrante, negative
--e kritiek = critica negative


afbreker ZN

1 (sloper) destructor, demolitor
2 (afkammer) detractor, denigrator


afbreking ZN

1 (het door breken scheiden) ruptura
2 (het doen ophouden) interruption, cessation, discontinuation, suspension
3 (het slopen) demolition
4 (SCHEI) decomposition
5 (het afkammen) detraction, denigration
6 (van woorden) division


afbrekingsteken ZN

1 (DRUKK) division


afbrengen WW

1 dissuader
iemand van zijn mening -- = dissuader un persona de su opinion
iemand van een onderwerp -- = facer que un persona cambia de thema
2 disviar
iemand van de rechte weg -- = disviar un persona del cammino recte, facer abandonar un persona del sentiero del virtute
3
er het leven -- = salvar le vita/le pelle


afbreuk ZN

1 derogation, prejudicio, damno, detrimento
-- doen aan = prejudicar a, prejudiciar a, causar detrimento a, nocer a, compromitter
-- doen aan zijn waardigheid = derogar a su dignitate
iemand -- doen in zijn eer = compromitter le honor de un persona


afbroddelen WW

1 facer mal


afbrokkelen WW

1 dispeciar se, fragmentar se
2 (afschilferen) squamar se
3
de prijzen brokkelen af = le precios bassa gradualmente
de koersen brokkelen af = le cursas se debilita


afbrokkeling ZN

1 fragmentation


afbuigen WW

1 (afwijken) inflecter, deflecter, deviar
het -- = inflexion, deflexion, deviation
2 (een andere richting aannemen) facer un curva, disviar, tornar
naar rechts -- = tornar/virar a dext(e)ra
de weg buigt hier af = le cammino face un curva/disvia hic
3 (ombuigen) plicar, curvar
4 (door buigen verwijderen) curvar
een tak van een boom -- = curvar un branca de arbore


afbuiging ZN

1 deflexion, inflexion
-- veroorzakend = deflective
2 curva


afchecken WW

1 verificar, controlar
het -- = verification, controlo


afdak ZN

1 tecto protector, marquise (F)


afdalen WW

1 descender
weer -- = redescender
het -- = descendita, descension
in een mijn -- = descender in un mina
de onderwijzer moet tot zijn leerlingen -- = le maestro/le institutor debe poner se al nivello de su alumnos
van de hoofdlijnen tot de details -- = passar del lineas general al detalios


afdalend BN

1 (afgaand, aflopend) descendente
--e lijn = linea descendente
--e toonladder = scala/gamma descendente
(WISK) --e reeks = progression descendente/decrescente


afdaling ZN

1 descendita, descension
aan de -- beginnen = comenciar le descension


afdalingswedstrijd ZN

1 cursa de descendita


afdammen ZN

1 barrar/clauder con/per dicas/un dica, retener mediante un dica


afdamming ZN

1 clausura per un dica/per dicas, dica, barrage


afdanken WW

1 (ontslaan) licentiar, congedar
het -- = licentiamento
personeel -- = licentiar personal
troepen -- = licentiar truppas
2 (wegdoen) disfacer se (de)
een jas -- = disfacer se de un mantello


afdankertje ZN

1 vetule vestimento


afdanking ZN

1 (ontslag) licentiamento
-- van troepen = licentiamento de truppas


afdekken WW

1 (bedekken) coperir
de meubels -- = coperir le mobiles
2 (SPORT) marcar


afdekking ZN

1 copertura


afdekverf ZN

1 color opac


afdeling ZN

1 categoria, classe
2 departimento, sector, section, division
chef van de -- = chef (F) de section
plaatselijke -- van een partij = section local de un partito
3 (ruimte) compartimento
waterdichte --en = compartimentos a proba/prova de aqua


afdelingsbestuur ZN

1 consilio directive de un section


afdelingsbestuurder ZN

1 membro del consilio directive de un section


afdelingschef ZN

1 director/chef (F) de section/de departimento
2 (hoofd van dienst) director/chef (F) de servicio


afdelingshoofd ZN

1 Zie: afdelingschef


afdelingskas ZN

1 cassa del section


afdelven WW

1 excavar


afdichten WW

1 clauder hermeticamente, obturar, (waterdicht maken) impermeabilisar
het -- = obturation, impermeabilisation
2 (SCHEEP) calfatar
het -- = calfatage


afdichtend BN

1 obturante


afdichting ZN

1 junctura impermeabile


afdichtingstape ZN

1 banda obturante


afdingen WW

1 contender le precio, negotiar cavillosemente, requirer/obtener un disconto/un rebatto


afdoen WW

1 (afleggen) retirar, levar, sublevar
het deksel van de pot -- = sublevar le coperculo del potto
2 (ten einde brengen) terminar, finir, concluder
3 (snel afmaken) expedir, finir/terminar (un cosa) in haste
4 (aflossen, delgen) pagar, amortisar, liquidar, saldar
een schuld -- = pagar/amortisar/liquidar/saldar un debita
5 (beslissen) decider
6
iets van de prijs -- = bassar alco le precio
7
dat doet er niets toe af = isto non cambia le cosas, isto es de necun influentia
8
hij heeft bij mij afgedaan = io ha perdite tote confidentia in ille


afdoend BN

1 (voldoende) sufficiente, (doeltreffend) efficace, radical
-- middel = medio radical/efficace
--e maatregel = mesura radical, remedio efficace
2 (beslissend) concludente, conclusive, decisive, peremptori, probante, definitive, convincente
-- bewijs = prova concludente/decisive
-- argument = argumento peremptori/convincente
-- redenen = rationes concludente


afdoening ZN

1 (afhandeling) termination, execution
2 (betaling) pagamento, discarga


afdonderen WW

1 cader (de)... (con un ruito de tonitro)
hij dondert van de trap = ille cade del scala


afdoppen WW

1 Zie: doppen


afdraaien WW

1 (zijwaartse richting nemen) cambiar de direction, tornar, virar, girar
rechts -- = tornar/virar al dext(e)ra
de weg draait hier af = hic le cammino face un curva
2 (door draaien verwijderen) disvitar
de dop van de fles -- = disvitar le capsula del bottilia
3 (ongeïnteresseerd afwikkelen) psalmodiar, recitar machinalmente
een les -- = psalmodiar un lection
4
een film -- = projectar/projicer un film (E)
een grammofoonplaat -- = facer tornar un disco de grammophono


afdracht ZN

1 contribution
2 (EC) transferimento


afdragen WW

1 (naar beneden brengen) portar/transportar in basso
wij moeten hem de trap -- = nos debe portar le pro descender le scala
2 (overdragen) remitter, transferer
geld -- = versar moneta
3 (verslijten) consumer, finir
kleren -- = consumer vestimentos


afdreggen WW

1 perquirer con un draga


afdrift ZN

1 (SCHEEP) deriva


afdrijven WW

1 (uit de koers drijven) derivar
2 (stroomafwaarts drijven) derivar, ir al deriva, ir con le currente, sequer le currente
3 (bui, onweer) passar
de bui drijft af = le pluvia passa
4 (MED) expulsar
5 (vrucht) provocar un aborto


afdrijving ZN

1 (het wegdrijven) deriva
2 (MED) expulsion
3 aborto provocate


afdrijvingskuur ZN

1 tractamento de expulsion


afdrinken WW

1 (door drinken de kwade gevolgen wegnemen) biber pro oblidar un cosa


afdrogen WW

1 (vaatwerk, handen) essugar, siccar
zijn handen -- = essugar se/siccar se le manos
de vaat -- = essugar le plattos
2 (afranselen) bastonar


afdroger ZN

1 essugator


afdronk ZN

1 retrogusto, sapor que remane in le bucca
een zote -- hebben = lassar un sapor dulce in le bucca


afdroogdoek ZN

1 panno de essugar


afdrop ZN

1 stillation


afdroppelen WW

1 Zie: afdruppelen


afdruipen WW

1 (in druppels neervallen) guttar, deguttar, cader gutta a gutta
2 (weggaan) retirar se, salvar se


afdruipplaat ZN

1 (van aanrecht) escolatorio, deguttatorio, siccaplattos


afdruipplank ZN

1 Zie: afdruipplaat


afdruiprek ZN

1 Zie: afdruipplaat


afdruk ZN

1 (het afdrukken) impression
2 impression, marca
-- van de vinger = impression digital
-- van de voet = impression del pede
3 copia
4 (DRUKK, FOTO) prova, proba
fotografische -- = reproduction photographic
5 (prent, gravure, etc.) stampa, gravure
6 (exemplaar) exemplar


afdrukapparaat ZN

1 (COMP) imprimitor, impressor


afdrukken WW

1 (DRUKK) imprimer, tirar, stampar
het -- = impression, tirada, tirage, stampage
een foto in een krant -- = publicar un photo(graphia) in un jornal
2 (FOTO) tirar, copiar
het -- van foto's = le tirada/tirage de photo(graphia)s
3 (afschieten) tirar, discargar


afdrukpapier ZN

1 (FOTO) papiro photographic/sensibile


afdruksel ZN

1 impression, imagine, figura, gravure (F)


afdruksnelheid ZN

1 velocitate de impression


afdrup ZN

1 stillation


afdruppelen WW

1 distillar, guttar, deguttar, cader gutta a gutta


afdruppen WW

1 Zie: afdruppelen


afduikelen WW

1 cader


afduvelen WW

1 cader (de)


afduwen WW

1 pulsar de
hij duwt hem van de stoel = ille le pulsa del sedia


afdwalen WW

1 (verdwalen) disviar se, discamminar se, perder se
2 (ronddwalen) divagar, errar
het -- = divagation, errantia
3 (afwijken) aberrar
het -- = aberration
4 (van zijn onderwerp) digreder, divagar
het -- = digression, divagation
van zijn onderwerp -- = perder se in digressiones
5
van de rechte weg -- = abandonar le via recte


afdwalend BN

1 (van zijn onderwerp) digressive


afdwaling ZN

1 (ronddwaling) divagation, errantia
2 (van zijn onderwerp) digression, divagation
3 (afwijking) aberration, aberrantia


afdwingen WW

1 (dwingen, verplichten) compeller
2 (onvermijdelijk opwekken) imponer, infunder
bewondering -- = imponer admiration
eerbied -- = imponer/infunder respecto
de vrede -- = imponer le pace
3 (door dwang verkrijgen) extorquer
het -- = extorsion
iemand een handtekening -- = extorquer un signatura a un persona
iemand een bekentenis -- = facer confessar un persona per le fortia


afebben WW

1 diminuer gradualmente


aferesis ZN

1 apheresis


afeten WW

1 finir/terminar/concluder de mangiar, finir su repasto


affaire ZN

1 (zaak, aangelegenheid) affaire (F), question
2 ("affaire") scandalo


affect ZN

1 affecto, affection
het -- van een woord = le carga/valor affective de un parola


affectatie ZN

1 affectation


affecteren WW

1 affectar


affectie ZN

1 affection


affectief BN

1 affective
--e verwaarlozing = carentia affective
(PSYCH) --e onrijpheid = immaturitate affective
--e woorden = parolas con carga affective


affectiewaarde ZN

1 valor affective


affectiviteit ZN

1 affectivitate


afferent BN

1 (FYSIOL) afferente
--e zenuw = nervo afferente


afferentie ZN

1 (FYSIOL) afferentia


affiche ZN

1 affiche (F), placard (F)
een -- aanplakken = collar/fixar un affiche


affichekunst ZN

1 arte del affiche (F)


afficheren WW

1 collar/fixar affiches (F)
2 (FIG) ostentar
zijn kennis -- = ostentar su erudition/su cognoscentias


affichetekenaar ZN

1 designator de affiches (F)


affichetentoonstelling ZN

1 exhibition/exposition de affiches (F)


affidavit ZN

1 affidavit


affien BN

1 affin


affigering ZN

1 affixation


affiliatie ZN

1 affiliation


affiliëren WW

1 affiliar
geaffilieerd bedrijf = interprisa affiliate
geaffilieerde loge (bij de vrijmetselaars) = logia affiliate


affineerstaal ZN

1 aciero de affinamento


affineren WW

1 (van metalen) affinar, purificar
het -- = affinamento
goud -- = affinar auro


affineur ZN

1 (van metalen) affinator


affiniteit ZN

1 (gevoel van genegenheid) affinitate, sympathia
geen -- met iets hebben = non haber alicun affinitate con un cosa
2 (TAAL, etc.) affinitate
3 (SCHEI) affinitate (elective/chimic)


affiniteitswet ZN

1 lege de affinitate


affirmatie ZN

1 affirmation


affirmatief BN

1 affirmative


affirmeren WW

1 affirmar


affix ZN

1 affixo
vergrotend -- = affixo augmentative
verkleinend -- = affixo diminutive


affluentie ZN

1 affluentia


affluiten WW

1 dar le sibilo final, sibilar le fin del joco/del match (E)/del partita
2 sibilar le interruption del joco


affodil(le) ZN

1 asphodelo


affreus BN

1 abominabile, horribile, atroce, horripilante
--e kwellingen = tormentos atroce
een --ze toestand = un situation horribile


affricaat ZN

1 affricato, consonante affricate


affront ZN

1 offensa, injuria, ultrage, rebuffo


affronteren WW

1 offender, injuriar, ultragiar, rebuffar


affuit ZN

1 affuste


affusie ZN

1 affusion


afgaan WW

1 (afdalen) descender
2
(gaan naar) -- op = diriger se verso, ir verso
3 (weggaan) quitar, sortir de
(FIG) van de rechte weg -- = abandonar le sentiero del virtute, quitar le cammino derecte
van zijn vrouw -- = abandonar su sposa
van een voornemen -- = renunciar a un projecto
van zijn geloof -- = devenir renegato
4 (verminderen) diminuer
5 (afgenomen worden van een geheel) esser deducite, esser defalcate
van mijn uitspraak gaat niets af = mi declaration non es questionabile
er gaat veel van dit bedrag af = on debe defalcar un grande parte de iste summa
6 (ontlasting hebben) defecar
7 (een gek figuur slaan) facer mal figura, ridiculisar se
hij is bang om af te gaan = ille time ridiculisar se
8
op het geluid -- = lassar guidar se per le sono
9
-- op geruchten = basar se super rumores
10
de wekker gaat af = le eveliator sona
11
het geweer gaat af = le fusil se discarga
12
de hoeden gingen af = le testas/capites se discoperiva
13
het verband gaat er af = on removera le bandage


afgang ZN

1 (mislukking) echec (F)
2 (mal figuur) ridiculo
3 (stoelgang) defecation, evacuation del excrementos


afgebrand BN

1 incendiate


afgebroken BN

1 abrumpite
een -- tak = un branca abrumpite
2 (geen volle zin vormend) discontinue
3 (onsamenhangend) incoherente


afgedraaid BN

1 Zie: afgepeigerd


afgedragen BN

1 usate


afgeknepen BN

1 (MED) strangulate


afgeknot BN

1 truncate, trunculate
--te piramide = pyramide truncate
--te kegel = cono truncate
--te zuil = columna/colonna truncate


afgeladen BN

1 (overvol) plenissime


afgelasten WW

1 annullar, cancellar, suspender, revocar, disdicer
een concert -- = cancellar un concerto


afgelasting ZN

1 annullation, cancellation, suspension, revocation, disdicimento


afgeleefd BN

1 decrepite, caduc
--e grijsaard = vetulo decrepite


afgeleefdheid ZN

1 decrepitude, caducitate


afgelegen BN

1 (eenzaam) isolate, solitari
-- huis = casa isolate/solitari
2 (niet nabij) lontan, distante, remote
-- zijn = distar


afgelegenheid ZN

1 isolamento, solitude


afgeleid BN

1 (met zijn aandacht weggetrokken) distracte
2 (niet-oorspronkelijk) derivate
--e tonen = tonos derivate
--e vorm/woord = derivation(WISK)
--e functie = function derivate
-- worden/zijn = derivar


afgeleide ZN

1 (WISK) derivata
normale -- = derivata normal
partiële -- = derivata partial
-- van een functie = derivata de un function
de -- bepalen van = derivar


afgelopen BN

1 (geëindigd) clause
de tentoonstelling is -- = le exhibition/exposition es clause
2 (die voorbij is gegaan) passate, (laatst) ultime
de -- week = le septimana passate
de -- dagen = le ultime dies/jornos


afgemat BN

1 multo fatigate, multo lasse, extenuate, exhauste


afgematheid ZN

1 grande fatiga, grande lassitude, extenuation, exhaustion


afgemeten BN

1 (in de juiste maat afgepast) (ben) mesurate
een -- hoeveelheid = un quantitate mesurate
2 (precies) precise, exacte
3 (FIG) (beheerst) moderate, mesurate, formal


afgepast BN

1 Zie: afgemeten-1


afgepeigerd BN

1 Zie: afgemat


afgeplat BN

1 applattate, applanate


afgeprijsd BN

1 depreciate


afgericht BN

1 trainate
een --e hond = un can trainate


afgerond BN

1 (met ronde vormen) arrotundate
2 (zijn volle vorm hebbend) complete


afgeroomd BN

1 discremate, disbutyrate
--e melk = lacte discremate/disbutyrate


afgeschaafd WW

1 abradite
-- plek = abrasion


afgescheiden BN

1 separate, distincte
2 dissidente


afgescheidene ZN

1 (KERK) dissidente, (PROT ook) reformato


afgeschermd BN

1 protegite, coperite, (van elektrische apparaten, etc.) blindate


afgesloofd BN

1 Zie: afgepeigerd


afgesloten BN

1 clause, claudite
2 isolate


afgeslotenheid ZN

1 isolamento


afgespen WW

1 disbuclar, (gordel) discinger


afgesproken BN

1 convenite, fixate
de -- plaats = le loco convenite
op de -- tijd = al hora convenite
op de -- dag = al jorno fixate
-- werk = collusion


afgesproken! TW

1 convenite!, de accordo!


afgestampt BN

1
-- vol = plenissime


afgestemd BN

1 (op elkaar --) coordinate
op elkaar --e acties = actiones coordinate
niet op elkaar -- = disharmonic, disharmoniose
niet op elkaar zijn -- = disharmonisar


afgestompt BN

1 obtuse, obtundente
2 (FIG) indifferente (a), insensibile (a)


afgestomptheid ZN

1 (FIG) indifferentia, insensibilitate, hebetude, hebetation


afgestorven BN

1 morte, defuncte, decedite


afgestorvene ZN

1 morto, defuncto, decedito


afgetakeld BN

1 (afgeleefd) decrepite, caduc


afgetobd BN

1 exhauste, extenuate


afgetrokken BN

1 (verstrooid) distracte
2 (abstract) abstracte
3
acht van veertien -- geeft zes = dece-quatro minus octo es sex


afgetrokkenheid ZN

1 (verstrooidheid) distraction
2 (abstractheid) abstraction


afgevaardigde ZN

1 (afgezondene) delegato, representante, representator
als -- zenden = legar, delegar
2 (lid van een vertegenwoordigende vergadering) deputato, representante
kamer van --n = camera de deputatos/de representantes
3 (R.K.) (plaatsvervanger) vicario
4 (-- met geheime missie) emissario


afgevallene ZN

1 (REL) apostata, renegato


afgeven WW

1 (overhandigen) dar, remitter
een brief -- = remitter un littera
2 (onvrijwillig geven) esser obligate de dar/remitter
3 (verspreiden) diffunder, emanar
een aangename geur -- = diffunder un odor agradabile
warmte -- = emanar calor
4 (NAT) (uitstralen) emitter
licht -- = emitter lumine/luce
5 (beschimpen) criticar, denigrar, diffamar
op iemand -- = criticar un persona
op iets -- = parlar mal de un cosa
6
zich met iemand -- = incanaliar se con un persona
7 (kleurstof loslaten) discolorar (se), distinger (se)
die handschoenen geven af = iste guantos distinge
8 (SPORT)
de bal -- = passar le ballon/balla


afgewerkt BN

1 usate
--e olie = oleo usate
2 finite
-- produkt = producto finite


afgewogen BN

1
hij sprak in -- termen = ille parlava pesante su parolas


afgezaagd BN

1 banal
-- onderwerp = subjecto banal
--e denkbeelden = ideas banal
--e aardigheid = banalitate


afgezant ZN

1 inviato, messagero
2 (vertegenwoordiger) ambassator
3 (met geheime missie) emissario


afgezien ZN

1
-- van = abstraction facite de, independentemente de, sin parlar de, con exception de
-- van het feit dat = ultra que
-- daarvan/hiervan = a parte isto, isto a parte


afgezonderd BN

1 (van anderen verwijderd) separate, isolate, solitari
2 (eenzaam) sol, solitari, recluse, retirate
een --e levenswijze = un vita retirate


afgezonderdheid ZN

1 isolamento


Afghaan ZN

1 afghano


Afghaans BN

1 afghan


Afghanistan ZN EIGN

1 Afghanistan


afgieten WW

1 effunder, versar
de aardappels -- = versar le aqua del patatas
2 (door gieten doen ontstaan) modular
3 (SCHEI) (waar bezinksel is) decantar
het -- = decantation


afgieting ZN

1 (SCHEI) decantation
2 modulage


afgietsel ZN

1 modulage


afgietseldiertje ZN

1 infusorio


afgifte ZN

1 (aflevering) remissa, livration
2 (NAT) (uitstraling) emission


afgiftebewijs ZN

1 certificato de livration


afglijden WW

1 glissar
2 descender


afgod ZN

1 idolo
-- dienen = adorar le idolos
een -- maken van = idolatrar


afgodendienaar ZN

1 adorator de idolos, idolatra


afgodendienst ZN

1 culto idolatra, idolatria


afgodentempel ZN

1 templo idolatra/idolatric/pagan/de idolos


afgoderij ZN

1 culto idolatra, idolatria
-- bedrijven = practicar le idolatria


afgodisch BN

1 (OUDH) ethnic
2 idolatra, idolatric
--e verering = veneration idolatra/idolatric, idolatria
--e godsdiensten = religiones idolatra/idolatric


afgodist ZN

1 idolatra


afgodsbeeld ZN

1 idolo


afgodsdienaar ZN

1 idolatra


afgodspriester ZN

1 prestre idolatra/idolatric


afgodstempel ZN

1 Zie: afgodentempel


afgooien WW

1 (naar beneden gooien) jectar a basso
2 (zonder opzet doen vallen) lassar cader
3 (door gooien doen vallen) facer cader
4
zijn jas -- = disfacer se rapidemente de su mantello


afgraven WW

1 cavar, excavar
een veenlaag -- = excavar un strato de turba/turfa
een heuvel -- = abassar/explanar un collina
het -- van een heuvel = le explanation de un collina


afgraving ZN

1 (het afgraven) excavation
de -- van een heuvel = le explanation de un collina
2 (plaats) excavation


afgrazen WW

1 pascer
de schapen grazen de weide af = le oves pasce le prato


afgrendelen WW

1 mitter le pessulo, clauder per (le) pessulo
2 (versperren) barrar, bloccar
een stad -- = blocar le accesso a un urbe
3 (omsingelen) incircular


afgrendeling ZN

1 clausura per (le) pessulo
2 (versperring) barrage
3 (omsingeling) incirculamento


afgrenzen WW

1 delimitar, demarcar
het -- = delimitation, demarcation


afgrenzing ZN

1 delimitation, demarcation


afgrijselijk BN

1 (gruwelijk) atroce, abominabile, detestabile, horrende, horride, abhorribile, horribile, horrific, abhorrente
--e misdaad = crimine horrende
--e daad = atrocitate
zij kleedt zich -- = illa se vesti horribilemente mal
2 (heel lelijk) execrabile, abominabile, monstruose


afgrijselijkheid ZN

1 (gruwelijkheid) atrocitate, abomination, horriditate
2 (het foeilelijk-zijn) execration


afgrijzen ZN

1 aversion, disgusto, horror, detestation, repugnantia, repulsion
schreeuw van -- = crito de horror


afgrissen BN

1 eveller violentemente


afgrond ZN

1 precipitio, gurgite, abysmo, abysso
-- van leed = abysmo de miseria
gapende -- = precipitio aperte
bodemloze -- = precipitio sin fundo
de -- gaapte ons aan = le precipitio se aperiva ante nostre pedes
in een -- vallen = cader in un precipitio/abysmo/abysso
aan de rand van de -- staan = esser al bordo/orlo del abysmo/abysso
boven een -- zweven = esser suspendite super un precipitio


afgunst ZN

1 jelosia, zelosia, invidia
iemands -- opwekken = dar invidia a un persona
verteerd worden door -- = consumer se de invidia


afgunstig BN

1 jelose, zelose, invide, invidiose
--e blikken = reguardos invidiose/de invidia


afgunstige ZN

1 invidioso


afgunstigheid ZN

1 Zie: afgunst


afhaalchinees ZN

1 restaurante chinese (a plattos) a portar via


afhaalmaaltijd ZN

1 repasto a portar via


afhaalrestaurant ZN

1 restaurante (a plattos) a portar via


afhaken WW

1 (van de haak halen) disuncar
2 (losmaken) distachar {sj}
3 (niet meer meedoen) arrestar, cessar, stoppar, retirar se, abandonar (le joco/le projecto), retirar se


afhakken WW

1 trenchar {sj}, taliar, distachar {sj} per hacha {sj}


afhalen ZN

1 (in ontvangst nemen) prender, retirar
een brief -- = retirar un littera
2 (van iets ontdoen) disfacer
het bed -- = disfacer le lecto
sperziebonen -- = tirar via le filo del phaseolos, disgranar phaseolos
3
iemand gaan -- = ir a/pro prender un persona
iemand komen -- = venir a/pro prender un persona
4
iemand van iets -- = dissuader un persona de facer un cosa


afhameren WW

1 (met de hamer afwerken) martellar
2 (het woord ontnemen) imponer silentio a


afhandelen WW

1 (tot een besluit brengen) terminar, regular, concluder
2 (vlot afhandelen) expedir
het -- = expedition


afhandeling ZN

1 termination, regulation
2 (vlotte --) expedition


afhandig BN

1
-- maken = subtraher, escamotar, (stelen) furer, robar
iemand geld -- maken = subtraher/escamotar moneta a un persona


afhangen WW

1 (naar beneden hangen) pender
2 (afhankelijk zijn) depender (de)
dit hangt van de omstandigheden af = isto depende del circumstantias
iets laten -- van iets anders = subordinar un cosa a un altere
3 (losmaken en afnemen) distachar {sj}
de gordijnen -- = distachar le cortinas


afhangend BN

1 (neerhangend) pendente
--e oren = aures pendente
2 (afhankelijk) dependente


afhankelijk BN

1 dependente, subordinate
-- zijn van = depender de
-- maken/stellen van = facer depender de, subordinar a
--e zin = phrase subordinate
onderling -- = interdependente


afhankelijkheid ZN

1 dependentia, subordination, subjection
onderlinge -- = dependentia reciproc, interdependentia


afhankelijkheidsverhouding ZN

1 relation de dependentia


afhaspelen WW

1 disbobinar, disrolar


afhaspeling ZN

1 disrolamento


afhebben WW

1 (klaar hebben) haber finite/terminate/concludite
2
hij had de hoed af = ille habeva le cappello in le mano


afhellen WW

1 inclinar se


afhelling ZN

1 inclination


afhelpen WW

1 adjutar a descender
iemand van de ladder -- = adjutar un persona a descender del scala
2 adjutar a vincer
hij heeft mij van mijn verlegenheid afgeholpen = ille me ha adjutate a vincer mi timiditate
3 dishabituar
iemand van de drank -- = dishabituar un persona del alcohol/del vitio de biber
4 disembarassar, liberar
iemand van een last -- = disembarassar un persona de un carga


afhollen WW

1 (hollend afleggen) percurrer a grande velocitate


afhouden WW

1 (zich terugtrekken) renunciar, cessar, arrestar, abandonar, lassar cader
2 (verwijderd houden) (man)tener a distantia
een hond van zich -- = (man)tener un can a distantia
zijn handen niet van iemand/iets kunnen -- = non poter impedir se de toccar a un persona/a un cosa
zijn ogen niet kunnen -- van = non poter distachar {sj} su reguardos/le oculos de
iemand van zijn werk -- = distraher un persona de su labor/de su travalio, disturbar un persona durante su labor/travalio
iemand van iets -- = dissuader un persona de facer un cosa
3 (aftrekken, inhouden) deducer, discontar
een voorschot -- = deducer un avantia
-- van 10 gulden = dar le resto de 10 florinos
4 (VOETBAL) blocar


afhouding ZN

1 deduction


afhouwen WW

1 abatter, secar, trenchar {sj}


afhuren WW

1 locar, prender in location
het -- = location
2 (een schip) affretar
het -- = affretamento


afiguratief BN

1 non-figurative


afjagen WW

1 (wegjagen) chassar {sj}, expulsar, expeller
2 (afmatten) extenuar, fatigar


afjakkeren WW

1 (uitputten) extenuar, tormentar
2 (overhaast en slordig afmaken) expedir


afkalken WW

1 remover le calce


afkalven WW

1 dispeciar se
het -- = dispeciamento
de oevers kalven af = le ripas se dispecia


afkalving ZN

1 dispeciamento
-- van de oevers = dispeciamento del ripas


afkammen WW

1 (door kammen reinigen) cardar, pectinar
afgekamde wol = lana pectinate
2 remover con un pectine
3 terminar de pectinar
4 (onbillijk bekritiseren) denigrar, detraher, depreciar, minuspreciar
het -- = denigration, detraction, depreciation, minuspreciation


afkammer ZN

1 denigrator, detractor, depreciator, minuspreciator


afkamming ZN

1 denigration, detraction, depreciation, minuspreciation


afkanten WW

1 (kanthouwen) esquadrar
2 (BOUWK) chanfrenar {sj}
3 (mbt breiwerk) orlar


afkanting ZN

1 (BOUWK) chanfreno {sj}


afkapen WW

1 furar, robar


afkappen WW

1 (afhakken) abatter, trenchar {sj}, secar, taliar, truncar
de kabels -- = trenchar le cablos
2 (iemand onderbreken) interrumper
3 (mbt klinker/medeklinker) elider
het -- = elision


afkapping ZN

1 (mbt klinker/medeklinker) elision, (aan het begin van een woord) apheresis, (aan het einde van een woord) apocope


afkappingsteken ZN

1 apostropho


afkeer ZN

1 disgusto, repulsion, execration, aversion, antipathia, disaffection, horror, disinclination, repugnantia, tedio
hartstochtelijke -- = repulsion fervente
gevoelsmatige/instinctieve -- = aversion/antipathia instinctive
onoverwinbare -- = aversion insuperabile
ingeboren -- = aversion innate
hartgrondige -- = repulsion fervente
gevoel/gewaarwording van -- = sensation de disgusto
een -- hebben van = haber un aversion contra, sentir aversion contra, detestar, execrar
-- inboezemen = disgustar, causar/inspirar repugnantia, repugnar


afkeerwekkend BN

1 repugnante, disgustante, antipathic


afkeren WW

1 (afwenden) averter
het -- = aversion
2 (afweren) parar
een stoot -- = parar un colpo


afkerig BN

1 contrari (a), adverse (a), pauco/poco inclinate (a), disinclinate (a), disfavorabile (a)
-- maken = disgustar, disinclinar, indisponer
(vervreemden) -- maken = disaffectionar, alienar, estraniar
het -- maken = alienation, estraniamento
-- zijn van geweld = esser contrari al violentia, esser inimico del violentia
ik ben er niet -- van = io non es contra


afkerigheid ZN

1 aversion, disgusto, disinclination


afketsen WW

1 (afstuiten) resaltar, retrosaltar
2 (FIG) (afwijzen) refusar
daarop is het plan afgeketst = isto es lo que habeva fracassate le plano


afketsing ZN

1 (afstuiting) resalto, retrosalto


afkeuren WW

1 (laken, veroordelen) reprobar, disapprobar, criticar, blasmar, condemnar, vituperar, animadverter, censurar, reprehender
een daad -- = condemnar/censurar un acto
iemands gedrag -- = censurar le comportamento de un persona
iemand die afkeurt = reprobator, disapprobator, vituperator
2 (ongeschikt verklaren) declarar improprie, refusar, declinar
een huis -- = declarar inhabitabile un casa
afgekeurd vlees = carne non apte/idonee pro le consumo/consumption (human)
3
een doelpunt -- = invalidar/annullar un goal (E)


afkeurend BN

1 reprobative, reprobatori, improbative, disapprobative, disapprobatori, reprehensive
--e gebaren = gestos disapprobatori/reprobatori/de disapprobation/de reprobation
--e toon = tono disapprobatori/rebrobatori
een --e blik werpen = jectar un reguardo disapprobatori/reprobatori


afkeurenswaard(ig) BN

1 reprobabile, reprehensibile, blasmabile, accusabile, incriminabile, condemnabile, damnabile, censurabile, criticabile, demeritori


afkeurenswaardigheid ZN

1 damnabilitate, reprehensibilitate, accusabilitate


afkeuring ZN

1 reprobation, disapprobation, improbation, blasmo, censura, condemnation, animadversion
motie van -- = motion de censura
gemompel van -- = rumor de disapprobation
blijken van -- = signos de disapprobation
gebaar van -- = gesto disapprobative/de disapprobation
ieders -- verdienen = meritar le disapprobation de totes
2 (het ongeschikt verklaren) declaration de inaptitude/de incapacitate


afkeuringsteken ZN

1 signo de disapprobation


afkickboerderij ZN

1 ferma de disintoxication


afkickcentrum ZN

1 centro de disintoxication


afkicken WW

1 disintoxicar se, sequer un cura de disintoxication


afkickverschijnselen ZN MV

1 symptomas de disintoxication, syndrome de abstinentia


afkijken WW

1 (tot het einde bekijken)
een film -- = vider un film (E) usque al fin
2 (zorgvuldig bekijken) scrutar
de horizon -- = scrutar le horizonte
3 (overnemen) copiar, imitar
4 (spieken) copiar


afkijker ZN

1 copiator, imitator
2 (iemand die spiekt) copiator


afklemmen WW

1 serrar
2 (MED) strangular


afklimmen WW

1 descender
de ladder -- = descender del scala


afklokken BN

1 (SPORT) chronometrar


afkloppen WW

1 (van stof zuiveren) batter/succuter le pulvere de, dispulverar
kleren -- = succuter vestimentos
2 (bijgeloof) toccar ligno/ferro


afkluiven WW

1 roder
een bot -- = roder/discarnar un osso


afknabbelen WW

1 roder
de botjes -- = roder le ossos


afknagen WW

1 (door knagen ontdoen van) roder
2 (langzaam wegschuren) eroder
de stroom knaagde de oever af = le currente erodeva le ripa


afknager ZN

1 roditor


afknakken WW

1 rumper


afknakking ZN

1 ruptura


afknappen WW

1 (knappend gescheiden worden) rumper se, crepar
de veer knapte af = le resorto se ha rumpite
2 (mbt personen) cader de fatiga
3
ik ben helemaal op hem afgeknapt = ille me ha profundemente disappunctate/disillusionate


afknapper ZN

1 disillusion, disappunctamento


afknellen WW

1 serrar


afknibbelen WW

1 Zie: afdingen


afknijpen WW

1 constringer, pinciar con tenalia


afknipbaar BN

1 distachabile {sj}


afknippen WW

1 trenchar {sj}, taliar, secar, distachar {sj}
het -- = distachamento {sj}
een stuk van een draad -- = taliar un pecia de un filo


afknipsel ZN

1 retalio


afknotten WW

1 (van een uitstekend deel ontdoen) truncar
het -- = truncamento, truncation
een kegel -- = truncar un cono
een wilg -- = decapitar un salice
2 (BOUWK) chanfrenar {sj}


afknotting ZN

1 truncamento, truncation
-- van een kegel = truncamento/truncation de un cono
-- van een wilg = decapitation de un salice


afkoelen WW

1 (koeler maken) refrescar, refrigerar, frigidar
het -- = refrescamento, refrigeration
2 (FIG) (verminderen in heftigheid) attenuar


afkoelend BN

1 refrescante


afkoeling ZN

1 (het koeler worden) refrescamento, refrigeration, descendita del temperatura
2 (FIG) (vermindering van heftigheid) attenuation


afkoelingsmethode ZN

1 methodo de refrigeration


afkoelingstijd ZN

1 tempore de refrigeration


afkoeltijd ZN

1 Zie: afkoelingstijd


afkoken WW

1 (door koken ontdoen van) decocer, facer un decoction de
het -- = decoction


afkoker ZN

1 patata farinose


afkoking ZN

1 decoction


afkomen WW

1 (zich verwijderen) sortir de, quitar
zij konden niet van het eiland -- = illes non poteva quitar le insula
kom van het ijs af! = non resta/remane super le glacie!
2 (toegaan naar) ir verso, venir verso, avantiar verso, currer verso, esser attrahite de
de muggen komen op het licht af = le mosquitos (S) es attrahite del lumine/luce
dingen op zich af laten komen = lassar le cosas sequer lor curso
3 (afdalen) descender
de berg -- = descender del montania
van de trap -- = descender del scala
4 (bevrijd worden) escappar (a), liberar se (de), esser liberate (de)
ze kon niet van die kerel -- = illa non poteva liberar se de iste typo
er levend -- = escappar con le vita
5 (ten einde komen) finir, terminar
morgen komt het werk af = deman le travalio/le labor essera finite
6 (uitgaan van een hogere instantie) devenir official
de benoeming komt spoedig af = tosto le nomination deveni official
7 (TAAL) (afgeleid worden) derivar
van het Latijn -- = derivar del latino


afkomst ZN

1 (afstamming) descendentia, extraction, origine, nascentia, condition, lineage, (stam) stirpe
van lage -- = de basse origine/nascentia/extraction
van adellijke -- = de origine nobile
iemand van (hoge) -- = persona generose/de condition/de alte nascentia/de origine illustre
van eenvoudige -- = de familia humile
van goddelijke -- = de stirpe divin
familie van eenvoudige -- = familia de condition humile/modeste
van Franse -- = de origine francese
zonder onderscheid naar -- = sin distinction de origine
zijn -- verloochenen = renegar su origines
2 (herkomst) provenientia


afkomstig BN

1 (komende) originari, nascite
-- van goede familie = nascite de bon familia
-- zijn = descender
2 (afgeleid) derivate
een woord -- uit het Latijn = un parola derivate/venite del latino
3 (voortkomend) proveniente
-- zijn = provenir, manar, emanar
dit plan is van mijn broer -- = iste projecto proveni de mi fratre
deze planken zijn -- van die oude eik = iste plancas proveni de ille vetule querco
4
dit boek is van mijn grootvader -- = iste libro ha pertinite a mi avo
dit horloge is -- van mijn vader = iste horologio esseva de mi patre/pertineva a mi patre
van wie is dat plan --? = de qui proveni iste plano?


afkondigen ZN

1 proclamar, promulgar, decretar, denunciar, annunciar, publicar, declarar
het -- = proclamation, promulgation, denunciation, annunciation, publication, declaration
een decreet -- = promulgar un decreto
een wet -- = promulgar/decretar un lege
de vrede -- = proclamar le pace
de staat van beleg -- = proclamar/declarar le stato de assedio
een dogma -- = proclamar un dogma


afkondiger ZN

1 proclamator, promulgator, denunciator, annunciator


afkondiging ZN

1 proclamation, promulgation, publication, annunciation, denunciation, banno
-- van een dogma = proclamation de un dogma
-- van een decreet = promulgation de un decreto
-- doen van = proclamar


afkooksel ZN

1 decoction, decoctato, extracto


afkoop ZN

1 indemnisation, compensation
2 (JUR) redemption


afkoopbaar BN

1 amortisabile, compensabile
2 (JUR) redimibile


afkoopbedrag ZN

1 Zie: afkoopsom


afkoopsom ZN

1 indemnitate, indemnisation, compensation


afkopen WW

1 amortisar, compensar
2 (JUR) redimer


afkoping ZN

1 amortisation, compensation
2 (JUR) redemption


afkoppelen WW

1 disaccopular, disconnecter, disunir, separar, disjunger, distachar {sj}
het -- = disaccopulamento, disconnexion, separation, disjunction, distachamento {sj}


afkoppeling ZN

1 disaccopulamento, disconnexion, separation, disjunction, distachamento {sj}


afkorten WW

1 abbreviar, curtar, accurtar
een rede -- = abbreviar un discurso
een woord -- = abbreviar un parola


afkortend BN

1 abbreviative


afkorting ZN

1 abbreviation, abbreviamento, abbreviatura, accurtamento, accurtation


afkortingsteken ZN

1 (teken dat afkorting aanduidt) signo abbreviative
2 (weglatingsteken) apostropho
3 (puntjes) punctos de suspension


afkrabben WW

1 raspar, rader, grattar
het -- = raspatura, rasura, grattamento
iemand die iets afkrabt = raspator, grattator


afkrabber ZN

1 raspator, grattator


afkrabbing ZN

1 raspatura, rasura, grattamento


afkrabsel ZN

1 raspatura


afkraken WW

1 criticar durmente/violentemente, detraher, denigrar, depreciar
het -- = detraction, denigration, depreciation
iemands verdiensten -- = detraher le meritos de un persona


afkraker ZN

1 critico dur/violente, detractor, denigrator, depreciator


afkrassen WW

1 remover con un grattator


afkrijgen WW

1 (er in slagen ergens af te halen) remover
verf van een deur -- = remover le color de un porta
2 (voltooien) terminar, concluder, finir


afkruisen WW

1 signar con un cruce


afkukelen WW

1 cader (de)
mijn broer kukelde van de trap = mi fratre ha cadite del scala


afkunnen WW

1 poter facer, poter terminar
men kan dit werk in twee uur af = on pote facer iste travalio/labor in duo horas, duo horas suffice pro facer iste travalio/labor
ik kan dit werk alleen wel af = io non ha besonio de adjuta
2
dat kan er bij mij niet af = io non pote permitter me lo, mi medios non me lo permitte
3
van iets niet meer -- = non jam poter liberar se de un cosa


afkussen WW

1 (door kussen wegnemen) remover con un basio/osculo
de pijn -- = mitigar le dolor con basios/osculos
2 (met kussen bedekken) coperir de basios/osculos
iemands gezicht -- = coperir de basios/osculos le facie de un persona


afkwakken WW

1 cader rudemente de


aflaadkosten ZN MV

1 costos de discarga/discargamento


aflaat ZN

1 indulgentia
volle -- = indulgentia plenari
gedeeltelijke -- = indulgentia partial
een -- verbinden aan iets = indulgentiar un cosa
iemand -- schenken/verlenen = conceder/accordar indulgentia a un persona
-- verdienen = meritar un indulgentia


aflaatbrief ZN

1 littera de indulgentia


aflaathandel ZN

1 traffico de indulgentias


aflachen BN

1
wij hebben heel wat afgelachen = nos ha multo ridite


afladen WW

1 discargar
het -- = discarga, discargamento
de koffers -- = discargar le valises (F)


aflader ZN

1 discargator


aflading ZN

1 discarga, discargamento


aflakken WW

1 dar le ultime mano de lacca a


aflandig BN

1 verso le mar, veniente de terra
--e wind = vento (veniente) de terra


aflangen WW

1 remitter, dar, passar


aflaten WW

1 (ophouden) arrestar, cessar
zij liet niet af haar waren aan te prijzen = illa non cessava de vantar su mercantias
2 (neerlaten) facer descender
kisten -- = facer descender cassas
3
ik zal je even de trap -- = io va accompaniar te usque al basso del scala


aflatend BN

1
niet -- = assidue
niet --e inspanningen = effortios assidue


aflatoxine ZN

1 aflatoxina


aflebberen WW

1 (aflikken) leccar, lamber
2 (afzoenen) coperir de basios/de osculos


afleesfout ZN

1 error de lectura


afleesinstrument ZN

1 instrumento de lectura


afleesloep ZN

1 lupa de lectura


afleggen WW

1 (afdoen) levar, retirar
een kledingstuk -- = levar un vestimento
2 (neerleggen) deponer
een last -- = deponer un carga
(FIG) zijn toorn -- = deponer su cholera
3 facer
een bezoek -- = facer un visita
een examen -- = facer/passar un examine
4 prestar, facer
een eed -- = prestar/facer un juramento
een eed op de bijbel -- = jurar super le biblia
de gelofte van kuisheid -- = facer voto de castitate
een bekentenis -- = facer un confession
een verklaring -- = facer un declaration
5 (ten einde volgen) coperir, percurrer
een weg te voet -- = percurrer un cammino a pede
een afstand -- = coperir/percurrer un distantia
6 (van wijnstok) propaginar
7
een dode -- = vestir un morto
8
het tegen iemand -- = esser inferior a un persona, esser vincite per un persona
9
oude vooroordelen -- = abandonar vetule prejudicios


aflegger ZN

1 (afdankertje) vestimento usate, vetule vestimento
2 (van wijnstok) propagine


aflegging ZN

1 prestation
-- van een eed = prestation de un juramento


afleidbaar BN

1 (LOGICA) deducibile, inferibile
2 (TAAL, WISK) derivabile
--e functie = function derivabile


afleidbaarheid WW

1 derivabilitate
-- van een rivier = derivabilitate de un fluvio
2 (TAAL, WISK) derivabilitate
-- van een functie = derivabilitate de un fluvio


afleiden WW

1 (de gevolgtrekking maken) inferer, inducer, deducer, concluder, arguer
2 (wegleiden, omleiden) derivar, deviar
een rivier -- = derivar/deviar un fluvio
het water van de bron -- = derivar le aqua del fonte
iemand de trap -- = accompaniar un persona usque al basso del scala
3 (TAAL, WISK) derivar
4 (van het werk houden) distraher, diverter
ik leidde hem af van zijn werk = io le distraheva de su labor/su travalio
5 (vermaken) distraher, amusar, diverter
6 (MED) (naar buiten -- van een ziekte) reveller, derivar
7
de vijand -- = distraher le inimico


afleidend ZN

1 (deductief) deductive
--e methode = methodo deductive
--e redenering = rationamento deductive
2 (TAAL) derivative
3 (MED) derivative, revulsive
-- middel = derivativo
4 (FYSIOL) efferente, exodic
--e zenuwen = nervos efferente/exodic


afleiding ZN

1 (omleiding) derivation, deviation
-- van een rivier = derivation de un fluvio
2 (MED) derivation
3 (TAAL, WISK) (het afleiden) derivation
4 (TAAL) (afgeleide vorm) derivation
5 (ELEKTR) (aftakking) derivation
6 (vermaak) amusamento, distraction, diversion, divertimento, recreation
-- bezorgen/geven = distraher, diverter, amusar, recrear
voor -- zorgen = procurar distraction
ter -- dienen = servir de distraction
7 (LOGICA) deduction, induction, inferentia


afleidingsmanoeuvre ZN

1 manovra de diversion/distraction, diversion


afleidingssuffix ZN

1 suffixo derivative/derivational


afleren WW

1 (een ander) dishabituar, disaccostumar, corriger
het -- = dishabituation
iemand iets -- = dishabituar un persona de un cosa
een gewoonte -- = corriger un habitude
2 (zichzelf --) dishabituar se de, perder le habitude de, perder le practica de
het roken -- = dishabituar se de fumar
3 (verleren) disapprender, oblidar


afleveren WW

1 livrar, fornir, remitter
het -- = livration, fornition


aflevering ZN

1 (bezorging) livration, fornitura
2 (van film, roman, etc.) episodio
3 (katern) quaderno, fasciculo
uitgegeven in --en = editate in fasciculos


afleveringsdatum ZN

1 data de livration/fornitura


afleveringstermijn ZN

1 termino de livration/fornitura


afleveringsvoorwaarden ZN MV

1 conditiones de livration/fornitura


aflezen WW

1 (ten einde lezen) finir de leger
2 (lezen) leger
de temperatuur -- = leger le temperatura
de stand van de manometer -- = leger le manometro
instrumenten -- = controlar instrumentos
je kon de woede van zijn gezicht -- = on poteva leger le furia in su facie
3 (oplezen) leger a alte voce
de namen -- = enumerar le nomines, facer le appello nominal


afliegen WW

1
hij heeft heel wat afgelogen = ille ha multo mentite


afliggen WW

1 (verwijderd zijn van) distar de


aflikken WW

1 (door likken verwijderen/schoonmaken) leccar, lamber
het -- = leccamento
een lepel -- = leccar/lamber un coclear
zijn vingers -- = leccar/lamber se le digitos
2 (PEJ) (afzoenen) coperir de basios/osculos


aflikker ZN

1 leccator


aflikking ZN

1 leccamento


afloden WW

1 plumbar
2 (SCHEEP) sondar
het -- = sondage


afloeren WW

1 spiar


afloop ZN

1 (einde) fin, termination
noodlottige -- = fin disastrose
ongeluk met dodelijke -- = accidente mortal/fatal
goede -- = happy end (E)
de -- van de oorlog = le termination del guerra
na -- van het examen = post le examine
2 (uitkomst) resultato
gelukkige -- = resultato felice
-- van de wedstrijd = resultato del match (E)
-- van een examen = resultato de un examine
3 (het verstrijken) expiration
-- van een termijn = expiration de un termino
-- van een contract = expiration de un contracto
4 (het af/weglopen van vloeistoffen) evacuation, defluxo
het water op de weg heeft geen voldoende -- = le aqua super le cammino non ha un evacuation sufficiente
5 (buis) tubo


afloopdatum ZN

1 data de expiration


aflopen WW

1 (naar beneden gaan) descender
de trap -- = descender le scala
2 (omlaag glooien, hellen) descender, declinar, esser in/formar declivitate
3 (ten einde lopen) terminar se, concluder se, finir
hoe is die zaak afgelopen? = como se ha terminate iste cosa?
het zal slecht met hem -- = ille finira mal
zo iets loopt meestal verkeerd af = un tal cosa sole finir mal
4 (verstrijken) expirar
het -- = expiration
het contract loopt af = le contracto expira
het termijn loopt af = le termino expira
5 (zich haastig begeven naar) hastar se de ir verso, precipitar se a
de jongens liepen op de brand af = le pueros se hastava de ir verso le incendio/al loco del incendio
6 (ergens afgaan) distachar se {sj}
de ketting loopt er af = le catena se distacha
7 (mbt wekkers) sonar
de wekker loopt af = le eveliator sona
8 (rondtrekken, afreizen) percurrer
het platteland -- = percurrer le campania
9 (verslijten) guastar
zijn schoenen -- = guastar su calceos/su scarpas
10 (laten weglopen) effunder, versar


aflopend BN

1 (PLANTK) decurrente
--e bladeren = folios decurrente
2 (beëindigbaar) terminabile
3 (SCHEI) irreversibile
--e reactie = reaction irreversibile
4 currente del alto in basso
5 descendente
-- tij = marea descendente
een --e weg = un cammino que descende
6 (glooiend) declive, inclinate
7
--e nummering = numeration decrescente
8
(FIG) de landbouw in deze zone is een --e zaak = le agricultura in iste zona es moriente


aflosbaar BN

1 amortisabile, redimibile, reimbursabile
--e obligatie = obligation amortisabile/redimibile/reimbursabile
--e lening = presto amortisabile


aflossen WW

1 (terugbetalen) amortisar, reimbursar, extinguer, redimer, saldar, pagar
een schuld -- = amortisar/reimbursar/extinguer/saldar un debita
een hypotheek -- = amortisar/redimer un hypotheca
obligaties -- = amortisar obligationes
2 (vervangen) relevar, reimplaciar
het -- = relevamento, reimplaciamento
elkaar aan het stuur -- = relevar unaltere/le un le altere al volante


aflossing ZN

1 (delging) amortisation, extinction, reimbursamento
-- van een schuld = amortisation/extinction de un debita
de -- vervroegen = anticipar le amortisation
vervroegde/tussentijdse -- = amortisation anticipate
2 relevamento, substitution, relevo
-- van de wacht = relevo/cambio del guarda


aflossingsdatum ZN

1 data de amortisation/de reimbursamente/de pagamento


aflossingsduur ZN

1 Zie: aflossingstermijn


aflossingsplan ZN

1 plano de amortisation/de reimbursamento/de pagamento


aflossingsschema ZN

1 schema de amortisation/de reimbursamento/de pagamento


aflossingstermijn ZN

1 termino/periodo de amortisation/de reimbursamento/de pagamento


afluisterapparatuur ZN

1 apparatos de ascolta, (afluisterapparaat) microphono occultate


afluisteren WW

1 ascoltar (clandestinmente), (mbt telefoongesprek) interceptar
het -- = ascolta (clandestin)


afluisterinstallatie ZN

1 dispositivo de ascolta


afluistermicrofoon ZN

1 microphono de detection


afluisterpost ZN

1 posto de ascolta, ascolta


afmaaien WW

1 falcar, tonder
het -- = falcatura, tonsura
iemand die afmaait = falcator, tonsor


afmaken WW

1 (voltooien) terminar, finir, finalisar, completar, ultimar, concluder
zijn opleiding -- = completar su formation
een werk -- = finir/finalisar un labor/un travalio
iets netjes -- = terminar ben un cosa
iemand die iets afmaakt = finitor
2 (vernietigend beoordelen) demolir, pulverisar
het -- = demolition, pulverisation
een schrijver -- = pulverisar un autor
3
zich van iets -- = disembarassar se de un cosa
zich snel van iets -- = expedir un cosa
zich van iemand -- = liberar se de un persona
4 (doden) occider, assassinar, massacrar, abatter, liquidar, exterminar
het -- = occision, assassination, massacro, liquidation, extermination
een gewond paard -- = abatter un cavallo vulnerate


afmaker ZN

1 (iemand die vlug en beslist handelt) typo interprendente
2 (SPORT) jocator qui marca le goal (E)


afmarcheren WW

1 (wegmarcheren) mitter se in marcha {sj}
2 (weggaan) partir
wij konden -- = nos poteva partir


afmars ZN

1 partita


afmartelen WW

1 torturar, tormentar, martyrisar


afmarteling ZN

1 tortura, tormento


afmatten WW

1 extenuar, fatigar, enervar
het -- = extenuation, enervation


afmattend BN

1 extenuante, fatigante, enervante
--e arbeid = labor/travalio extenuante
--e hitte = calor extenuante


afmatting ZN

1 extenuation, fatiga, enervation


afmelden WW

1 communicar/annunciar le partita de
zich -- = dar aviso de absentia, excusar se


afmelding ZN

1 annunciation/declaration de partita


afmeren WW

1 accostar, abordar


afmeten WW

1 (opmeten) metir, mesurar, mensurar, (in meters) metrar
het -- = mesura, mesuration, mensuration, metrage
een tuin -- = mesurar/metir un jardin
zijn woorden -- = mesurar/pesar su parolas
zijn tijd weten af te meten = saper metir/calcular su tempore
de verdiensten van twee personen tegen elkaar -- = metir le meritos de duo personas per comparar los
iemand die afmeet = mensor, mesurator, mensurator
2 (met een passer) compassar
3 (doseren) dosar
het -- = dosage
4 calibrar


afmeting ZN

1 dimension, formato, mesura, mensura, proportion
de --en van een terrein = le dimensiones de un terreno
de --en van een standbeeld = le mesuras de un statua
de -- hebben van = mesurar
grote --en aannemen = prender grande proportiones
van geringe -- = de dimensiones/proportiones reducite
2 (per meter) metrage
3 (dosering) dosage


afmieteren WW

1 (afvallen) cader rudemente de
hij mieterde van de muur af = ille cadeva del muro
2 (afgooien) jectar de


afmonsteren WW

1 (uit de scheepsdienst ontslag nemen) licentiar se, (uit de scheepsdienst ontslaan) licentiar


afmonstering ZN

1 licentiamento


afnaaien WW

1 finir/terminar de suer


afname ZN

1 (het minder worden) diminution, declino, decrescentia, decrescimento, minoration
-- van de koorts = decrescentia del febre
-- van het gezichtsvermogen = diminution del vista
2 (het kopen) compra, acquisition


afneembaar BN

1 (demonteerbaar) dismontabile, distachabile {sj}, amovibile, retirabile, separabile
2 (afwasbaar) lavabile
--e lak = vernisse lavabile


afnemen WW

1 (minder worden) diminuer, declinar, decrescer, discrescer, remitter, subsider
de krachten van de zieke nemen af = le fortias del malado declina
de koorts neemt af = le febre decresce/discresce/declina/remitte/bassa
de belangstelling nam af = le interesse diminueva
2 (verlichten) attenuar
3 (kwijnen) deperir
4 (verkleinen) minorar
5 (trager worden) relentar se
6 (van een plaats verwijderen) levar, retirar, remover
7 (van het hoofd nemen) levar
de hoed -- = levar le cappello
8 (wegnemen) prender
zij namen de vijand die stad af = illes prendeva iste citate al inimico
(FIG) de scherpe kanten van iets -- = render un cosa plus acceptabile
9 (ontdoen van wat er op ligt) disembarassar
iemand een last -- = disembarassar un persona de un carga, discargar un persona
de meubels -- = dispulverar le mobiles
10 (afpakken) prender
iemand iets -- = prender un cosa de un persona
11 (kopen) comprar
goederen -- = comprar mercantias
12 (van hangend voorwerp) distachar {sj}
een schilderij -- = distachar un pictura
13 (schoonmaken) mundar, nettar
met zeep -- = mundar con sapon
14
de biecht -- = audir le confession, confessar
15
een eed -- = facer prestar un juramento
16
iemand een examen -- = submitter un persona a un examine, examinar un persona
17
iemand een verhoor -- = interrogar un persona


afnemend BN

1 decrescente, discrescente, declinante
-- tij = marea descendente
--e amplitude = amplitude decrescente
--e koorts = febre decrescente/discrescente


afnemer ZN

1 (koper) comprator, consumitor, cliente, acquiritor


afneming ZN

1 diminution, declino, decrescentia, decrescimento, decremento
-- van de handel = diminution del commercio
-- van krachten = diminution de fortias
-- van de koorts = decrescentia/remission del febre
-- van de ziekte = decremento del maladia
2
(BK, REL) -- van het kruis = descendita/deposition del cruce


afneuzen WW

1 spiar


afnokken WW

1 partir


afnummeren WW

1 (nummers geven) numerar
het -- = numeration


afonie ZN

1 aphonia


afoon BN

1 aphone


aforisme ZN

1 aphorismo, gnoma
spreken/schrijven in --n = aphorisar
iemand die schrijft/spreekt in --n = aphorista


aforistisch BN

1 aphoristic
--e stijl = stilo aphoristic
--e behandeling van een wetenschap = tractamento aphoristic de un scientia


a fortiori

1 a fortiori (L)


afpakken WW

1 (ontnemen) prender, confiscar
2 (afladen) discargar
het -- = discarga, discargamento
de wagen -- = discargar le carro


afpalen WW

1 (afbakenen) delimitar, demarcar
het -- = delimitation, demarcation
je zult je onderzoeksveld moeten -- = tu debera delimitar tu campo de recercas/de investigation
2 (met palen afzetten) jalonar
het -- = jalonamento


afpaling ZN

1 (afbakening) delimitation, demarcation, (met palen) jalonamento


afpassen WW

1 (afmeten) metir, mesurar, mensurar, metrar
het -- = mesuration, mensuration, metrage
geld -- = preparar le amonta juste
een afgepaste portie = un portion juste
2 (met passer) compassar
3 (doseren) dosar
het -- = dosage


afpassing ZN

1 (het afmeten) mesura, mesuration, mensuration, metrage
2 (dosering) dosage


afpeigeren WW

1
iemand -- = fatigar multo un persona, extenuar un persona


afpeilen WW

1 sondar


afpellen WW

1 pellar, decorticar
het -- = decortication
garnalen -- = decorticar crangones


afpelling ZN

1 decortication


afpennen WW

1 scriber rapidemente


afperken WW

1 delimitar, demarcar, circumscriber
iemands functie -- = circumscriber le function de un persona
2 (met palen) jalonar
een terrein -- = jalonar un terreno
3 (beperken) limitar


afpersen WW

1 facer chantage {sj} (F), extorquer
het -- = extorsion, exaction, chantage
iemand geld -- = extorquer moneta a un persona
de bevolking -- = extorquer le population
-- door middel van chantage = extorquer per chantage
iemand die afperst = extortionario, chantagista {sj}, exactor
2 (knevelen) concuter
het -- = concussion
iemand die afperst = concussionario


afpersend BN

1 extorsive
2 (knevelend) concussionari


afperser ZN

1 extortionista, exactor, chantagista {sj}, (knevelaar) concussionario


afpersing ZN

1 extortion, exaction, chantage (F), racket (E)
2 (knevelarij) concussion


afpijnigen WW

1 tormentar, torturar
zich -- = fatigar se


afpijniging ZN

1 tormento, tortura


afpikken WW

1 (stelen) robar, furar


afpingelen WW

1 obtener/requirer un disconto/un rebatto, baratar


afplakken WW

1 poner un banda adhesive super, coperir
de arts heeft zijn linkeroog afgeplakt = le medico ha ponite un sparadrapo super su oculo leve/sinistre
de ruiten -- = coperir le bordos del vitros


afplatten WW

1 applattar, applanar, nivellar
het -- = applattamento, applanamento, nivellamento
afgeplatte bol = sphera applanate


afplatting ZN

1 applattamento, applanamento, nivellamento
polaire -- = applattamento polar
-- van de aarde = applattamento del terra


afploffen WW

1 cader con un ruito surde


afplukken WW

1 (door plukken aftrekken) colliger, distachar {sj}
bloemen -- = colliger flores
2 (gevogelte) plumar, displumar
het -- = displumation


afpoeieren WW

1 liberar se (de), pagar per belle parolas


afpoetsen WW

1 (door poetsen reinigen) polir, (van metaal OOK) furbir


afpraten WW

1 (uit het hoofd praten) dissuader
ik moet hem van dat dwaze idee -- = io debe dissuader le de iste idea folle
2 (over veel zaken praten) parlar multo, discuter multe cosas, conversar super multe cosas


afprijzen WW

1 discontar, depreciar, vender a rebatto
het -- = depreciation


afprijzing ZN

1 disconto, depreciation


afpulken WW

1 grattar


afpunten WW

1 levar le puncta(s) de
2
het haar -- = accurtar le capillos


afraden WW

1 disconsiliar, dissuader


afrader ZN

1 persona qui disconsilia/dissuade


afraffelen WW

1 facer in haste, expedir


afraken WW

1
van de drank -- = abandonar le vitio de biber, perder le habitude de biber
van het roken -- = dishabituar se de fumar
van een gewoonte -- = perder un habitude
van het rechte pad -- = sortir del/quitar le cammino recte
't nieuwe raakt er af = isto perde le charme (F) del novitate
het is afgeraakt tussen die twee = le duo ha rumpite


aframmelen WW

1 batter, castigar, bastonar, tunder, fustigar
het -- = castigation, castigamento, bastonada, fustigation


aframmeling ZN

1 punition/castigation/castigamento corporal, bastonada, fustigation


afranselaar ZN

1 fustigator


afranselen WW

1 Zie: aframmelen


afranseling ZN

1 Zie: aframmeling


afraspen WW

1 raspar
het -- = raspatura, rasura


afrasteren WW

1 Zie: omrasteren


afrastering ZN

1 Zie: omrastering


afrasteringsdraad ZN

1 filo de clausura


afreageren WW

1 abreager
het -- = abreaction
zijn woede op iemand -- = discargar su ira a un persona


afreagerend BN

1 abreactive


afreagering ZN

1 abreaction


afregelcondensator ZN

1 condensator adjustabile


afregelen WW

1 adjustar, regular
het -- = adjustage, adjustamento


afregeling ZN

1 adjustage, adjustamento


afregenen WW

1
de tekst is van het bord afgeregend = le pluvia ha radite le texto del tabula


afreis ZN

1 partita


afreizen WW

1 (vertrekken) partir, poner se/mitter se in cammino
morgen reizen we af = deman nos partira
2 (geheel doorreizen) percurrer, currer
de wereld -- = currer/percurrer le mundo
een landstreek -- = percurrer un region
hij heeft alle musea afgereisd = ille ha visitate tote le museos
hij heeft al heel wat afgereisd = ille ha viagiate multo


afrekenen WW

1 pagar, reimbursar, liquidar, pagar le conto
het -- = paga, pagamento, reimbursamento, liquidation
met de bakker -- = pagar le panetero(FIG)
met iemand -- = liquidar/regular contos con un persona
2
ober, --! = servitor, le conto (per favor)!


afrekening ZN

1 (het afrekenen) paga, pagamento, reimbursamento, liquidation, (FIG) liquidation/regulamento de contos
2 (geschreven stuk) factura, nota, conto


afremmen WW

1 diminuer le velocitate, frenar, actionar le freno, lentar, relentar, (FIG) refrenar
het -- = frenage, lentamento, relentamento
een fiets -- = frenar un bicycletta
de economische groei -- = relentar le expansion economic
de produktie -- = relentar le production
iemand in zijn enthousiasme -- = (re)frenar le enthusiasmo de un persona


afremming ZN

1 lentamento, relentamento, frenage, deceleration
dynamische -- = frenage dynamic


afrennen WW

1 currer de
zij renden de heuvel af = illes curreva del collina


africhten WW

1 exercitar, dressar, trainar
een hond -- = exercitar un can
valken -- voor de jacht = dressar falcones pro le chassa {sj}
2 (van paarden) manear
het -- = maneamento
3 (van soldaten) instruer
het -- = instruction


africhter ZN

1 trainator
2 (van soldaten) instructor


africhting ZN

1 exercitation, dressage
-- van een hond = exercitation de un can
-- van een paard = maneamento de un cavallo
2 (van soldaten) instruction


afrij ZN

1 partita


afrijden WW

1 (wegrijden) partir
2 (rijdend afleggen) percurrer
in hoeveel tijd kan hij die weg --? = in quante tempore pote ille percurrer iste cammino?
3 (naar een lagere plaats rijden) descender (a cavallo/a bicycletta, etc.)
de heuvel -- = descender del collina
4 (een paard) manear
5 (rij-examen doen) facer le examine de conducer/guidar


afrijten WW

1 Zie: afscheuren


Afrika ZN EIGN

1 Africa
equatoriaal -- = Africa equatorial
dwars door -- lopend = transafrican


Afrikaan ZN

1 africano


Afrikaans BN

1 african


Afrikaans ZN

1 (taal) africano


afrikaniseren WW

1 africanisar


afrikanisering ZN

1 africanisation


afrikanisme ZN

1 africanismo


afrikanist ZN

1 africanista


afrikanistiek ZN

1 studio del linguas african, africanistica


afrikanistiek ZN

1 africanistica


afristen WW

1 disgranar


afrit ZN

1 (vertrek) partita
2 (helling) rampa
3 (afslag) exito, sortita


Afro-Amerikaans BN

1 afro-american


Afro-aziatisch BN

1 afro-asiatic


Afro-Cubaans BN

1 afro-cuban


afrodisiacum ZN

1 afrodisiaco


afroep ZN

1
op -- = a (nostre) requesta/demanda
op -- beschikbaar = disponibile a demanda, disponibilitate immediate


afroepcontract ZN

1 contracto de disponibilitate immediate


afroepen WW

1 (één voor één opnoemen) appellar
het -- = appello
het -- van de namen = le appello del nomines
2 (afkondigen) annunciar, publicar


afroffelen WW

1 Zie: afraffelen


afrolbaar BN

1 que pote esser disrolate/disinrolate


afrollen WW

1 (uiteenrollen) disrolar, disinrolar, (van een spoel) disbobinar
een kaart -- = disrolar un carta/mappa
2 (zich naar beneden laten rollen) rolar ad infra


afromen WW

1 discremar, disbutyrar
het -- = discremation
melk -- = discremar/disbutyrar lacte


afroming ZN

1 discremation, disbutyration


afronden WW

1 (rond maken) rotundar, arrotundar
een vierkante tafel waarvan de hoeken een beetje afgerond zijn = un tabula quadrate con angulos legiermente arrotundate
2 (getallen, bedragen) rotundar, arrotundar
naar boven -- = (ar)rotundar a supra/al cifra superior
naar beneden -- = (ar)rotundar ad infra/al cifra inferior
de prijzen worden afgerond in guldens = le precios se (ar)rotunda in florinos
3 (afmaken) finir, terminar, mitter a puncto, concluder
een gesprek -- = terminar/concluder un conversation
--d gesprek = conversation conclusive


afronding ZN

1 (het afronden) rotundamento, arrotundamento
2 (ronde vorm) rotunditate


afrondingsfout ZN

1 error de arrotundamento


afrossen WW

1 fustigar, castigar, bastonar, tunder
het -- = fustigation, castigation, bastonada


afrosser ZN

1 fustigator


afrossing ZN

1 fustigation, castigation, bastonada


afruimen WW

1 levar
de tafel -- = levar le tabula
2 disincombrar
het -- = disincombramento


afrukken WW

1 (met geweld lostrekken) distachar {sj} con fortia, eveller, aveller
het -- = evulsion, avulsion
2 (zich verwijderen) retirar se, recular
het -- = retiro, retiramento, reculamento


afsabbelen WW

1 suger


afschaafsel ZN

1 raspatura


afschaduwen WW

1 adumbrar, facer un silhouette (F) de
het -- = adumbration


afschaduwing ZN

1 adumbration, umbra, silhouette (F)
zijn strubbelingen waren een -- van de crisis in de Europese gedachte = su difficultates reflecteva le crise del pensata/pensamento europee


afschaffen WW

1 (doen ophouden) abolir, abrogar, supprimer, annullar, revocar, rescinder
het -- = abolition, abolimento, abrogation, suppression, annullation, revocation, rescission
een wet -- = abolir/abrogar un lege
de doodstraf -- = abolir le pena de morte
de slavernij -- = abolir le sclavitude
het geld -- = supprimer le moneta
het roken -- = supprimer le tabaco
een impopulaire belasting -- = abolir un imposto impopular
een visum -- = supprimer un visa
een tijdschrift -- = cessar de leger un revista
2 (niet meer in dienst houden) congedar, disfacer se (de), separar se (de)
zij schafte haar dienstmeisje af = illa congedava su servitrice


afschaffend BN

1 abrogative, abolitive


afschaffer ZN

1 abrogator
2 (van sterke drank) abstemio
3 (van de slavernij) abolitionista


afschaffing ZN

1 abolition, abolimento, abrogation, suppression, annullation, rescission, revocation, (mbt alcoholgebruik) abstinentia
-- van de slavernij = abolition/abolimento del sclavitude
-- van de doodstraf = abolition/suppression del pena de morte


afschampen WW

1 (even raken) toccar legiermente
2 (afketsen) ricochetar {sj}


afschamping ZN

1 (afketsing) ricochete {sj}


afschaven WW

1 (gladschaven) planar, applanar
het -- = applanamento
2 (afschuren) abrader
het -- = abrasion
de sterke stroom heeft hier de oever afgeschaafd = le fortia del currente ha abradite le ripa in iste loco


afschavend BN

1 (afschurend) abrasive
-- vermogen = abrasivitate


afschaving ZN

1 (het gladschaven) applanamento
2 (het door sterke schuring wegnemen) abrasion


afscheid ZN

1 congedo, adeo, adieu (F)
-- voor altijd = adeo eternal
-- nemen = prender congedo, dicer adeo/adieu


afscheidbaar BN

1 separabile


afscheidbaarheid ZN

1 separabilitate


afscheiden WW

1 (verwijderen) separar, isolar
hij leefde afgescheiden van zijn familie = ille viveva separate de su familia
2 (mbt ruimte/oppervlakte) separar
het weiland was door een sloot van de weg afgescheiden = un fossato separava le prateria del cammino
3 (SPORT) (achter zich laten) distantiar
4 (SCHEI) (afzonderen, produceren) separar, extraher, isolar
5 (BIOL) producer, formar, secretar, excretar, exsudar, secerner
het -- = production, formation, secretion, excretion, exsudation
uit de neusholte scheidt zich slijm af = le cavitate nasal secreta mucositate
melk wordt door zoogklieren afgescheiden = le lacte es secretate per le glandulas mammari
sommige bomen scheiden hars af = certe arbores produce/forma/secreta/exsuda resina
6
(zich afsplitsen) zich -- = segregar se, seceder, facer secession
het -- = segregation, secession


afscheidend BN

1 (FYSIOL) excretori


afscheider ZN

1 separator


afscheiding ZN

1 (het afscheiden, het afgescheiden worden) separation, (ook KERK) schisma, secession, segregation, scission, dissidentia
2 (FYSIOL) secretion, excretion, production
-- van slijm = secretion de mucositate
3 (voorwerp van --) separation, clausura, barriera, muro, pariete
een sloot was de -- tussen beide weilanden = un fossato separava le duo praterias
4 (grens) limite, frontiera, linea de separation/de demarcation


afscheidingsbeweging ZN

1 movimento separatista/separatistic/secessionista


afscheidingsklieren ZN MV

1 glandulas secretori


afscheidingslijn ZN

1 linea divisori/de separation/de demarcation


afscheidingsmuur ZN

1 muro divisori/de separation


afscheidingsoorlog ZN

1 guerra de secession


afscheidingsorgaan ZN

1 (FYSIOL) organo secretori


afscheidingsproces ZN

1 processo secessionista


afscheidingsprodukt ZN

1 (FYSIOL) secretion


afscheidingstoestel ZN

1 separator


afscheidsbezoek ZN

1 visita de adeo/adieu (F)


afscheidsblik ZN

1 ultime reguardo


afscheidsbrief ZN

1 littera de adeo/adieu (F)


afscheidscadeau ZN

1 Zie: afscheidsgeschenk


afscheidscollege ZN

1 curso/lection de adeo/de adieu (F)


afscheidsconcert ZN

1 concerto de adeo/adieu (F)


afscheidsdag ZN

1 die de adeo/adieu (F)


afscheidsdiner ZN

1 dinar de adeo/adieu (F)


afscheidsdronk ZN

1 toast (E) de adeo/adieu (F), ultime toast (E)


afscheidsel ZN

1 secretion


afscheidsfeest ZN

1 festa de adeo/adieu (F)


afscheidsformule ZN

1 formula de adeo/adieu (F)


afscheidsgeschenk ZN

1 presente de adeo/adieu (F)


afscheidsgroet ZN

1 salute de adeo/adieu (F), ultime salute


afscheidskus ZN

1 basio/osculo de adeo/adieu (F)


afscheidsmaal ZN

1 dinar/banchetto de adeo/adieu (F)


afscheidsreceptie ZN

1 reception de adeo/adieu (F)


afscheidsrede ZN

1 discurso de adeo/adieu (F)


afscheidstournee ZN

1 tournée (F) de adeo/adieu (F)


afscheidsuur ZN

1 hora de adeo/adieu (F)


afscheidsvisite ZN

1 visita de adeo/adieu (F)


afscheidsvoorstelling ZN

1 spectaculo de adeo/adieu (F)


afscheidswoord ZN

1 (van stervende) ultime parolas
2 (bij vertrek) discurso de adeo/adieu (F)


afscheidszoen ZN

1 Zie: afscheidskus


afschenken WW

1 (inschenken) versar, servir
het -- = versamento
2 (overschenken) transvasar
het -- = transvasamento
3 (SCHEI) decantar
het -- = decantation
4
de room van de melk -- = discremar le lacte


afschenking ZN

1 (inschenking) versamento
2 (overschenking) transvasamento
3 (decantering) decantation


afschepen WW

1 expedir/transportar per nave
2
met mooie woorden -- = pagar per belle parolas
zij laat zich niet zo gemakkelijk -- = illa non lassa dissuader se tanto facilemente


afscheper ZN

1 expeditor


afscheppen WW

1 remover, (afschuimen) scumar
het zand van de kar -- = remover le sablo del carro
de melk -- = discremar le lacte
vet -- = disgrassiar


afscheren WW

1 (door scheren wegnemen) rasar
iemand die afscheert = rasator
2 (van wol, etc., ook hoofdhaar) tonder
het -- = tonsura
iemand die afscheert = tonsor


afschermen WW

1 proteger, coperir
2 (elektrische apparaten, etc.) blindar
een atoomreactor moet goed zijn afgeschermd = un reactor nuclear debe esser ben blindate


afscherming ZN

1 protection
2 (van elektrische apparaten, etc.) blinda, blindage
magnetische -- = blindage magnetic


afschetsen WW

1 schizzar {ts}
2 depinger, describer


afscheuren WW

1 (losscheuren) diveller, eveller
het -- = divulsion, evulsion
2 (aftrekken) distachar {sj}
het -- = distachamento {sj}


afscheuring ZN

1 divulsion, evulsion
2 (FIG) scission, schisma


afschieten WW

1 (afvuren) discargar, tirar
een kanon -- = discargar un cannon
het -- = discarga
het -- van een geweer = le discarga de un fusil
2 lancear
een projectiel -- = lancear un projectil
3 catapultar
4 (doodschieten) occider
duiven -- = occider columbas
5 (afscheiden dmv een schot/schutting) separar


afschieter ZN

1 tirator


afschieting ZN

1 (afscheiding) pariete de plancas
2 (van vuurwapen) discarga
-- van een kanon = discarga de un cannon
3 (van torpedo) lanceamento


afschijn ZN

1 reflexo, reflexion


afschijnsel ZN

1 Zie: afschijn


afschilderen WW

1 (afbeelden) pinger, facer le portrait (F) de
2 (uitbeelden) depinger, describer, representar


afschildering ZN

1 (geschilderde afbeelding) pictura
2 (uitbeelding) depiction, description


afschilferen WW

1 scaliar se, exfoliar se
het -- = scaliage, exfoliation
2 (MED, GEOL) desquamar se
het -- = desquamation
zijn huid schilfert af = su pelle se disquama


afschilferend BN

1 (GEOL, MED) desquamatori


afschilfering ZN

1 exfoliation, scaliage
2 (GEOL, MED) desquamation


afschillen WW

1 pellar, decorticar
het -- = decortication
bomen -- = decorticar arbores
appels -- = pellar malos/pomos


afschminken WW

1 remover le fardo, disfardar


afschooien WW

1 mendicar


afschraapsel ZN

1 raspatura


afschrapen WW

1 raspar, rader, grattar
het -- = raspatura, rasura, grattamento
beenderen -- = raspar ossos
iemand die iets afschraapt = grattator, raspator


afschrappen WW

1 raspar, rader, grattar
het -- = raspatura, rasura, grattamento
iemand die iets afschrapt = grattator, raspator


afschrift ZN

1 copia, duplicato, transcription, transcripto
-- van een document/van een brief/van een testament/van een contract = copia de un documento/de un littera/de un testamento/de un contracto
authentiek -- = copia authentic
gewaarmerkt -- = copia autorisate/legalisate
een -- maken van = copiar
volgens ingesloten -- = secundo copia incluse
2 (van de bank) extracto de conto


afschrijffout ZN

1 falta/error de copista


afschrijven WW

1 (afboeken) deducer
2 (de boekwaarde verlagen) amortisar, cancellar
een schuld -- = amortisar/cancellar un debita
een verlies -- = amortisar/cancellar un perdita
3 (schriftelijk afzeggen) disdicer/annullar per littera
een vergadering -- = disdicer un reunion
4 (een afschrift maken van) copiar, transcriber
het -- = transcription
5 (uit het hoofd zetten) oblidar
dat plan kun je nu wel voorgoed -- = tu pote oblidar iste projecto pro sempre/semper


afschrijver ZN

1 copiator, copista, transcriptor


afschrijving ZN

1 amortisation, depreciation
statutaire -- = amortisation statutari
versnelde -- = amortisation/depreciation accelerate
voor -- van de machines = pro le amortisation del machinas


afschrijvingsfonds ZN

1 fundo de amortisation


afschrijvingskosten ZN MV

1 costos de amortisation


afschrijvingspremie ZN

1 premio de amortisation


afschrijvingsrekening ZN

1 conto de amortisation


afschrik ZN

1 horror, espavento
-- inboezemen = facer horror (a)


afschrikken WW

1 (schrik aanjagen) terrer, terrificar, espaventar, intimidar
2 (ontmoedigen) discoragiar, disanimar
het -- = discoragiamento
3 (MIL) dissuader
het -- = dissuasion
de vijand -- = dissuader le inimico


afschrikker ZN

1 persona qui discoragia, (dmv geweld) intimidator, (MIL) dissuasor


afschrikking ZN

1 (ontmoediging) discoragiamento, (dmv geweld) intimidation
2 (MIL) dissuasion


afschrikkingseffect ZN

1 effecto de dissuasion


afschrikkingsevenwicht ZN

1 balancia de terror


afschrikkingspolitiek ZN

1 politica de dissuasion


afschrikkingsstraf ZN

1 pena de intimidation


afschrikkingswapen ZN

1 arma de dissuasion, dissuasor


afschrikwekkend BN

1 espaventabile, terrificante, repulsive
een -- voorbeeld = un exemplo espaventabile


afschrobben WW

1 mundar con un scopa


afschroefbaar BN

1 disvitabile


afschroeven WW

1 (losmaken) disvitar
het -- = disvitamento
2 (verwijderen) disvitar, remover
de dop van de radiateur -- = disvitar le capsula del radiator


afschroeving ZN

1 disvitamento
-- van een dop = disvitamento de un capsula


afschubben WW

1 squamar
een vis -- = squamar un pisce


afschudden WW

1 (door schudden ontdoen van) succuter, (FIG ook) liberar se de
de sneeuw van zijn jas -- = succuter le nive de su mantello
het juk van de slavernij -- = succuter le jugo del sclavitude, liberar se del jugo del sclavitude
de hond schudde zich af = le can se succuteva


afschuieren WW

1 brossar
zijn kleren -- = brossar su vestimentos


afschuimen WW

1 (afscheppen) scumar, spumar
het vet van de soep -- = scumar/spumar le grassia del suppa
2 (afzoeken) cercar ubique
3
feestjes -- = ir de un festa al altere


afschuinen WW

1 (schuin afslijpen/afzagen) bisellar, secar/taliar in bisello, secar/taliar obliquemente, chanfrenar {sj}, obliquar


afschuining ZN

1 bisello, chanfreno {sj}


afschuiningshoek ZN

1 angulo de bisello/chanfreno {sj}


afschuiven WW

1
de tafel van de muur -- = retirar le tabula del pariete


afschuren WW

1 (schoonmaken) nettar/mundar fricante
2 (door schuren verwijderen) abrader
het -- = abrasion
3 (glad schuren) polir
een plaat -- = polir un placa
4 (eroderen) eroder, corroder, abrader
het -- = erosion, corrosion, abrasion
de rivier schuurt de oever af = le riviera abrade/erode le ripa


afschurend BN

1 (door schuren verwijderend) abrasive
-- vermogen = abrasivitate
2 (eroderend) erosive, corrosive, abrasive


afschuring ZN

1 (verwijdering door schuren) abrasion
2 erosion, corrosion, abrasion


afschutten WW

1 (afscheiden) clausurar, palissadar
een tuin -- = clausurar un jardin


afschutting ZN

1 clausura, pariete, palissada


afschuw ZN

1 horror, repugnantia, disgusto, abomination, detestation, execration, abhorrimento, abhorrentia
-- inboezemen/wekken = inspirar/causar/producer repugnantia/horror/repulsion, horrificar
een -- hebben van = detestar
met -- = con horror


afschuwelijk BN

1 abominabile, detestabile, atroce, horrende, horride, horribile, horrific, abhorrente, abhorribile, espaventabile, execrabile, monstruose
--e misdaad = crimine abominabile
--e manieren = manieras execrabile
-- weer = tempore horrende
--e hoed = cappello horrende
-- idee = idea monstruose
-- klinkend = horrisone
zij sprak een -- Engels = illa parlava un anglese horrende
wat een -- weer! = que horror de tempore!


afschuwelijkheid ZN

1 horror, atrocitate, abomination, execrabilitate, horriditate, monstruositate


afschuwwekkend BN

1 detestabile, execrabile, horrific, horrende, horride, horribile, horripilante, espaventabile, atroce


afsijpelen WW

1 guttar, deguttar, cader gutta a gutta


afslaan WW

1 (weigeren) declinar, refusar, rejectar, repeller, repulsar
het -- = refusa, declination, rejection, repulsion
een uitnodiging -- = refusar/declinar un invitation
een aanbod -- = refusar/repeller un offerta
een cadeau -- = refusar un presente
2 (van richting veranderen) cambiar de direction, girar, virar, tornar
linksaf -- = girar/virar/tornar al leva/al sinistra
rechtsaf -- = girar/virar/tornar al dext(e)ra
verbod rechtsaf te slaan = prohibition de virar al dext(e)ra
3 (ophouden te werken) arrestar se, blocar se
de motor slaat af = le motor se arresta
4 (door slaan verdrijven) repulsar, repeller, chassar {sj}
het -- = repulsion
de vijand -- = repeller/repulsar le inimico
de vliegen van het vlees -- = chassar le muscas del carne
5 (verlagen) bassar, diminuer, reducer
de prijzen -- = bassar/diminuer/reducer le precios
6
een thermometer -- = facer descender un thermometro
het stof van zijn kleren slaan = succuter le pulvere de su vestimentos
de storm heeft een stuk van het dak afgeslagen = le tempesta ha distachate {sj} un parte del tecto
7
iemand het hoofd -- = decapitar un persona


afslachten WW

1 (slachten) macellar, abatter, occider
2 (massaal doden) massacrar, exterminar
het -- = massacro, extermination
de gevangenen -- = massacrar le prisioneros


afslachting ZN

1 occision, (massaal) massacro


afslag ZN

1 (afrit) exito, sortita
de -- naar de Van Brienenoordbrug = le sortita que conduce al ponte Van Brienenoord
we pakken de volgende -- = nos prende le sequente sortita
2 (vermindering) reduction
een -- van 5 % = un reduction de 5 percento
3 (openbare verkoping) auction
4 (het wegspoelen) abrasion
-- van de duinen = abrasion del dunas


afslager ZN

1 auctionator


afslanken WW

1 (afvallen) perder peso, magrir
2 (inkrimpen) diminuer
dat bedrijf zal moeten -- = iste interprisa debera reducer su activitates/su personal
3 (slanker maken) render svelte


afslepen WW

1 (naar beneden slepen) traher/trainar in basso


afslibben WW

1 eroder


afslijpen WW

1 (door slijpen wegnemen) abrader
2 (aantasten) eroder
3 (met vijl) limar
4 (scherp maken) affilar
5
schuin -- = bisellar, taliar/secar in bisello


afslijpend BN

1 abrasive, erosive


afslijping ZN

1 erosion, abrasion


afslijpingskracht ZN

1 fortia erosive


afslijten WW

1 guastar, deteriorar, abrader
zijn zolen -- = guastar le soleas (de su scarpas/calceos)
2 abrader, eroder


afslijtend BN

1 abrasive, erosive


afslijting ZN

1 abrasion, erosion
2 (GEOL) ablation


afslijtingsbestendigheid ZN

1 resistentia al abrasion


afslijtingstoets ZN

1 test (E) de abrasion


afslopen WW

1 demolir


afsloven WW

1
zich -- = extenuar se, tormentar se


afsluit(ings)muur ZN

1 muro de clausura


afsluitbaar BN

1 claudibile, clausibile


afsluitboom ZN

1 barriera, barrage


afsluitdatum ZN

1 data de clausura


afsluitdeksel ZN

1 (van bijencellen) operculo


afsluitdijk ZN

1 dica de barrage/de isolamento/de clausura


afsluitdop ZN

1 tappo de clausura


afsluiten WW

1 (beëindigen) concluder, clausurar, terminar, ultimar
een rede -- = concluder un discurso
een debat -- = terminar un debatto
2 (tot stand brengen) concluder
het -- = conclusion
een contract -- = concluder un contracto
3 (op slot doen) clauder a/con clave
een deur -- = clauder un porta a/con clave
4 (buiten gebruik stellen) condemnar
een raam -- = condemnar un fenestra
5 (versperren) barrar, blocar
een weg -- = barrar un cammino
een toegang -- = blocar un accesso/entrata
de doorgang -- = blocar le passage
iemand de weg tot promotie -- = blocar le promotion de un persona
6 (afzonderen) isolar, separar
zich van de wereld -- = separar se del mundo
het -- = isolation, separation
7 (MED) (verstoppen) obliterar, obstruer, occluder
het -- = obliteration, obstruction
8 (dichtstoppen) obturar, tappar
het -- = obturation
9 (FON) occluder
10 (balans) saldar, clauder
de balans -- = clauder le balancio
11
een kasboek -- = terminar un libro de cassa


afsluitend BN

1 (afdichtend) obturante
2 (MED) occlusive
3 final, conclusive
-- examen = examine final


afsluiter ZN

1 (toestel) tappo, valvula/valva de clausura, obturator
automatische -- = valvula/valva de clausura automatic
2 (opmerking) observation final


afsluithek ZN

1 grillia de clausura, barriera


afsluiting ZN

1 (het afsluiten) clausura, ultimation
2 (voorwerp dat afsluit) clausura
3 (dichtstopping) obturation
4 (MED) (stresie) imperforation
5 (MED) (verstopping) obliteration, obstruction, occlusion
6 (FON) occlusion
7 (hek, etc.) clausura, barriera, barrage
8 (in kanaal/rivier) esclusa


afsluitingsfase ZN

1 phase de clausura


afsluitingsmuur ZN

1 muro de clausura


afsluitklep ZN

1 tappo, valva/valvula de clausura


afsluitmuur ZN

1 Zie: afsluitingsmuur


afsluitplaat ZN

1 placa de clausura, obturator


afsluitpremie ZN

1 Zie: afsluitprovisie


afsluitprovisie ZN

1 commission


afsmeken WW

1 implorar, supplicar, deprecar, obsecrar
het -- = imploration, supplication, deprecation, obsecration
iemand die iets afsmeekt = implorator, supplicator, deprecator


afsmekend BN

1 supplicative, deprecative, deprecatori


afsmeking ZN

1 imploration, supplication, deprecation, obsecration


afsmelten WW

1 (van ijs) funder se, disgelar se


afsmelting ZN

1 (van ijs) fusion , disgelo
2 (GEOL) ablation
-- van een gletsjer = ablation de un glaciero


afsmeren ZN

1 remover de grassia de


afsmijten WW

1 jectar a basso
iemand van de trap -- = jectar un persona del scala


afsnauwen WW

1 rebuffar, critar (contra un persona), apostrophar (rudemente/grossiermente)


afsnellen WW

1
op iemand -- = currer verso un persona
de trap -- = descender le scala (multo) rapidemente


afsnijdbaar BN

1 distachabile {sj}


afsnijden WW

1 secar, sectionar, trenchar {sj}, taliar, precider, abscinder, distachar {sj}
het -- = trenchamento {sj}, distachamento {sj}, (ook MED) section
een touw -- = trenchar/secar un corda
de hals -- = trenchar le collo
de strot -- = trenchar le gorga/le gurgite
de waterleiding -- = taliar/trenchar le aqua
de telefoon -- = taliar/trenchar le telephono
de elektriciteit/de stroom -- = taliar/trenchar le electricitate
iemand de weg -- = taliar le cammino a un persona
een dier de kop -- = sectionar/trenchar le testa/capite de un animal
bochten in een rivier -- = rectificar un fluvio
iemand die iets afsnijdt = trenchator {sj}
2 (verwijderen) rescinder
3 (afbreken, ontnemen) rumper, interrumper
de vriendschap -- = rumper le amicitate
4 (afsluiten, versperren) isolar, separar
5
de gelegenheid -- = supprimer le occasion
de mogelijkheid -- = supprimer le possibilitate


afsnijding ZN

1 distachamento {sj}, trenchamento {sj}, section, abscission


afsnijdsel ZN

1 (van stof/leer) retalio


afsnoeien WW

1 taliar, secar, trenchar {sj}


afsnoepen WW

1
(FIG) iemand iets -- = falcar le herba sub le pedes de un persona


afsnoeren WW

1 constringer, (MED) strangular, ligaturar


afsoppen WW

1 Zie: afzepen


afspannen WW

1 disharnesar, distachar {sj}
een paard -- = disharnesar un cavallo


afspeelapparatuur ZN

1 apparatos de reproduction auditive/sonor


afspeelnaald ZN

1 agulia de lector


afspelen WW

1
zich -- = occurrer, evenir, haber loco
2
(SPORT) de bal -- = passar/transmitter le balla/ballon
het -- = le transmission
3 (uitspelen) terminar le partita
4
een plaat -- = facer tornar un disco
een band -- = facer rotar un banda (magnetic)
een cassettebandje -- = facer sonar un musicassetta


afspeuren WW

1 percurrer con le reguardo


afspiegelen WW

1 (weerspiegelen) reflecter
in de letterkunde spiegelt zich de tijdgeest af = le litteratura reflecte le spirito de su tempore
2 (afschilderen) depinger, describer
men spiegelt hem af als een misdadiger = on le depinge como un malfactor


afspiegeling ZN

1 reflexo, reflexion, (voorstelling) representation, (beschrijving) description
zijn kalm gelaat was de -- van zijn vreedzaam gemoed = le calma de su visage esseva le reflexo del serenitate de su corde
een zwakke -- van = un pallide reflexo de


afsplijten WW

1 finder


afsplinteren WW

1 finder se in fragmentos/clasmas


afsplitsen WW

1 (door splitsen scheiden) distachar {sj}, separar, (POL) scinder
het -- = distachamento {sj}, separation
een draad uit een kabel -- = separar un filo de un cablo
2 isolar
het -- = isolation
water uit alcohol -- = isolar/separar le aqua de un alcohol
3
(personen) zich -- = seceder, facer secession
het -- = secession
4
(wegen, leidingen) zich -- = bifurcar
het -- = bifurcation


afsplitsing ZN

1 (afscheiding door splitsing) distachamento {sj}, separation, (POL) scission
2 isolation
-- van water uit alcohol = isolation de aqua de un alcohol
3 (afscheiding van personen) secession
4 (van wegen/leidingen) bifurcation


afspoelen WW

1 (met water reinigen) nettar/mundar con aqua, lavar, rinciar, abluer
2 (doen wegspoelen) levar
3 (weggespoeld worden) esser levate per le currente/le mar/le fluvio
4 (afwinden) disbobinar, disrolar


afsponsen WW

1 spongiar, lavar/mundar/remover con spongia, passar le spongia super


afspraak ZN

1 accordo, convention, (mbt tijdstip) rendez-vous (F), appunctamento
harde -- = accordo firme
volgens -- = secundo le accordo
prijs volgens -- = precio convenite
een -- afzeggen = disdicer/annullar un appunctamento
te laat komen op een -- = esser in retardo a un rendez-vous
op tijd zijn op een -- = esser punctual a un appunctamento


afspraakje ZN

1 rendez-vous (F) galante/amorose


afspreken WW

1 (een afspraak maken) fixar un appunctamento
2 (overleggen, op touw zetten) concertar, arrangiar
3 (overeenkomen) convenir
op het afgesproken uur = al hora convenite
op de afgesproken plaats = in le loco convenite
afgesproken! = convenite!, de accordo!


afspringen WW

1 saltar
van de muur -- = saltar del muro
2
(zich storten op) -- op = saltar a/verso, precipitar se super
3 (plotseling loslaten) distachar se {sj}
de veer is er afgesprongen = le resorto se ha distachate
het vernis begint van het schilderij af te springen = le vernisse comencia a saltar/distachar se del pictura
4 (afgebroken worden) interrumper se
de onderhandelingen zijn afgesprongen = le negotiationes se ha interrumpite
5 (niet plaatsvinden) non occurrer, non evenir, non haber loco


afsprong ZN

1 salto (final)


afspuiten WW

1 lavar/mundar/nettar per un jecto de aqua, rigar


afstaan WW

1 (verwijderd zijn) esser distante, distar
2 (afstand doen van) ceder, desister se de, renunciar a, abandonar
het -- = cession, renunciamento
een gebied -- = ceder un territorio
een eigendom -- = ceder un proprietate
een recht -- = ceder un derecto
een voorrecht -- = ceder un privilegio
hij staat zijn erfdeel af aan zijn broer = ille abandona su parte de hereditage a su fratre
zijn (zit)plaats aan iemand -- = ceder su placia a un persona
weer -- = retroceder
het wederom -- = retrocession
3 (geven, verlenen) ceder, conceder, accordar
iemand het woord -- = accordar/dar le parola a un persona
kosteloos -- = conceder gratuitemente
in vruchtgebruik -- = conceder le usufructo de


afstammeling ZN

1 descendente
directe -- = descendente directe


afstammen WW

1 (mbt personen/dieren) descender, originar
in rechte lijn van iemand -- = descender in linea recte de un persona
van een adellijke familie -- = descender de un familia nobile
2 (mbt woorden) derivar, provenir
3 (mbt gebruiken/toestanden) provenir


afstamming ZN

1 descendentia, filiation, extraction, origine
onwettige -- = descendentia/filiation natural
wettige -- = descendentia/filiation legitime
matrilineaire -- = descendentia/filiation matrilinee/matrilinear
-- langs één lijn = descendentiafiliation unilinear
directe -- van de koninklijke familie = descendentia directe del familia regal/royal
aanzienlijk van -- = de alte extraction
Amerikanen van Nederlandse -- = Americanos de extraction nederlandese
2 (mbt een woord) derivation, origine, etymologia


afstammingsleer ZN

1 theoria del descendentia, (BIOL) phylogenetica


afstammingstheorie ZN

1 Zie: afstammingsleer


afstand ZN

1 (distantie) distantia, (afgelegde/af te leggen --) trajecto
grote -- = grande distantia
onmetelijke -- = distantia incommensurabile
op eerbiedige -- = a distantia respectabile/respectuose/prudente
op korte/geringe -- = a pauc/poc/breve distantia, a duo passos
op een meter -- = a un metro de distantia, a distantia de un metro
op een half uur -- = a un distantia de medie hora
-- bewaren = guardar distantia
-- houden = tener distantia
iemand op -- houden = tener un persona a distantia
-- nemen van iemand = prender distantia de un persona, distantiar se de un persona
een -- schatten = estimar un distantia
een -- afleggen = coperir/percurrer un distantia
op -- zetten = distantiar
op -- = distante
op enige -- = a alicun distantia
op -- besturen = teleguidar
op -- bestuurd vliegtuig = avion teleguidate
(WISK) gelijke -- = equidistantia
(WISK) op gelijke -- van = equidistante de
(WISK) op gelijke -- liggen van = equidistar de
2 (het terugtrekken/opgeven) dimission, desistentia, (van de kroon) abdication, resignation, abandono, renunciation, renunciamento
-- doen van iets = resignar/desister de/abandonar/renunciar a/abjurar un cosa
-- doen van een recht = renunciar a un derecto
-- doen van een voorrecht = renunciar a/relinquer un privilegio
-- doen van zijn functies = resignar su functiones
-- doen van de troon/kroon = abdicar al throno/corona
de koning had te kiezen tussen een vrijwillige -- en een gedwongen afzetting = le rege habeva a seliger inter un abdication voluntari(e) e un destitution fortiate
-- doen van zijn bezittingen = abandonar su benes
-- doen van zijn vrijheid = renunciar a su libertate
-- doen van zijn bezit = renunciar a su possession
-- van de wereld = renunciar al mundo
3 (JUR) (overdracht) cession
4 (JUR) repudiation
-- doen = repudiar
het -- doen = repudiation
-- doen van zijn nationaliteit = repudiar su nationalitate
iemand die van iets -- doet = repudiator


afstandelijk BN

1 distante, (gereserveerd) reservate, (behoedzaam) circumspecte, (onverschillig) indifferente
hij toonde zich -- tegenover ons = ille se ha monstrate distante verso nos
zich -- opstellen = guardar le distantias


afstandelijkheid ZN

1 (attitude de) reserva, (discretie) discretion, (behoedzaamheid) circumspection, (onverschilligheid) indifferentia


afstandsbediening ZN

1 commando/manovra a distantia, controlo remote, telecommando, telecontrolo, teleguidage, telemechanica
-- van de televisie = telecommando del television
vliegtuig met -- = avion telecommandate
-- van een signaal = telesignalisation
tank met -- = tank (E) teleguidate


afstandsbepaling ZN

1 determination del distantia


afstandsbereik ZN

1 radio de action


afstandsbesturing ZN

1 Zie: afstandsbediening


afstandsbewaking ZN

1 telesurveliantia


afstandsdetectie ZN

1 teledetection


afstandshoek ZN

1 (ASTRON) elongation


afstandsloop ZN

1 cursa de longe distantia


afstandsmaat ZN

1 mesura/unitate de distantia


afstandsmeter ZN

1 hodometro, distantiometro, apomecometro
2 (LANDM) stadiometro
3 (ook FOTO) telemetro
ingebouwde -- = telemetro incorporate/accopulate


afstandsmeting ZN

1 hodometria
2 (ook FOTO) telemetria


afstandsonderwijs ZN

1 inseniamento a distantia


afstandsrit ZN

1 cursa de longe distantia


afstandsschakelaar ZN

1 teleinterruptor


afstandsschot ZN

1 (SPORT) tiro a distantia


afstandstabel ZN

1 tabella del distantias


afstandsvlucht ZN

1 volo de longe distantia


afstandswerking ZN

1 action a distantia


afstandswijzer ZN

1 tabula de distantias
2 (in taxi) taximetro


afstapje ZN

1 scalon (fixe)
let op het --! = attention al scalon!


afstappen WW

1 (naar beneden stappen) descender, (van fiets OOK) dismontar
het -- = descendita, descension
ik stap van mijn fiets = io descende/dismonta de mi bicycletta
van het trottoir -- = descender del trottoir (F)
2
(stappen naar) op iemand -- = diriger se (a pede) verso un persona
3 (afzien, ophouden) abandonar, renunciar a, desister se de
van zijn onderwerp -- = abandonar su subjecto, passar a un altere subjecto


afsteken WW

1 (sterk uitkomen) contrastar (con), facer un contrasto (con)
gunstig -- bij = contrastar favorabilemente con
de schoorstenen steken lelijk af tegen de horizon = le caminos face un contrasto fede con le horizonte
2 (wegvaren) partir, levar le ancora
3 (uitspreken) pronunciar
een speech -- = pronunciar/facer/tener un discurso
4 (afbakenen) delimitar, marcar le limites de
5
een visite -- = facer un visita
6
een vuurwerk -- = facer un foco de artificio, accender focos de artificio
7
als je dit pad neemt, kun je een heel stuk -- = si tu prende iste sentiero, tu pote accurtar multo le distantia


afstel ZN

1 abandono
uitstel in geen -- = differer non significa abandonar


afstelbaar BN

1 adjustabile, regulabile, adaptabile


afstelbaarheid ZN

1 adjustabilitate, regulabilitate, adaptabilitate


afstelknop ZN

1 button de adjustage/de adjustamento/de regulation/de adaptation


afstellen WW

1 adjustar, readjustar, adaptar, regular
het -- = adjustage, adjustamento, adaptation
een motor -- = adjustar/regular un motor
iemand die iets afstelt = adjustator, readjustator


afstelling ZN

1 adjustage, adjustamento, adaptation
-- van een motor = adjustage/adjustamento de un motor
-- van een machine = adjustage/adjustamento de un machina
-- van de remmen = adjustage/adjustamento del frenos


afstelschroef ZN

1 vite de adjustage/adjustamento


afstemapparaat ZN

1 Zie: afstemeenheid


afstemeenheid ZN

1 (RADIO, TV) syntonisator


afstemindicator ZN

1 (RADIO) oculo magic


afstemknop ZN

1 (RADIO, TV) button de syntonisation, selector, syntonisator


afstemmen WW

1 (bij stemming verwerpen) rejectar, votar contra
het -- = rejection
de meerderheid stemde het voorstel af = le majoritate ha votate contra/rejectate le proposition
2 (niet herverkiezen) non reeliger
3 (zuiver stemmen) accordar
4 (in overeenstemming brengen) accordar, mitter in harmonia, harmonisar, adaptar, coordinar
het -- = harmonisation, adaptation, coordination
alle werkzaamheden zijn op elkaar afgestemd = tote le activitates es in stricte harmonia
inkomsten en uitgaven op elkaar -- = adaptar le dispensas/expensas al receptas
de kleuren op elkaar -- = equilibrar le colores
5 (in verhouding brengen) proportionar
6 (RADIO, TV) syntonisar
het -- = syntonisation
een radio op een zender -- = syntonisar un radio a un emissor
7 (TECHN) modular


afstemmer ZN

1 (RADIO, TV) syntonisator


afstemming ZN

1 (het bij stemming verwerpen) rejection
2 (overeenstemming) adaptation, coordination
3 (RADIO, TV) syntonysation, syntonia
de -- van de radio was niet geheel zuiver = le radio non esseva perfectemente syntonysate


afstemoog ZN

1 (RADIO) oculo magic


afstempelen BN

1 timbrar, obliterar, invalidar
het -- = obliteration
een postzegel -- = obliterar un timbro postal
een strippenkaart -- = timbrar/obliterar/invalidar un bono de transporto public


afstempeling ZN

1 obliteration
-- van een postzegel = obliteration de un timbro postal


afstemschaal ZN

1 (RADIO) quadrante


afstemscherpte ZN

1 (RADIO, TV) selectivitate


afstemspoel ZN

1 bobina de syntonisation


afsterven WW

1 (mbt lichaams- en plantedelen) morir, deperir
2
(MED) doen -- = atrophiar, mortificar, necrosar
koudvuur doet het vlees -- = gangrena mortifica le carne
het -- van weefsels = necrose (-osis)
3 (overlijden) morir, deceder


afsterving ZN

1 gangrena, atrophia, necrose (-osis), mortification


afstevenen WW

1 diriger se/ir/vader (a/verso)


afstijgen WW

1 descender (de), dismontar (de)
het -- = descendita, descension


afstoffen WW

1 dispulverar, essugar
het -- = dispulveramento
de meubels -- = essugar le mobiles


afstompen WW

1 (ook FIG) obtunder
2 (doen -- van de geest) hebetar, imbrutir
het -- = imbrutimento
3 (ongevoelig worden voor emoties) devenir insensibile


afstompend BN

1 (van de geest) imbrutiente


afstomping ZN

1 (van de geest) hebetismo, hebetude, imbrutimento, obtusion


afstoppen WW

1 (dichtmaken) tappar
2 (tot stilstand brengen) stoppar
3 (SPORT) blocar
een speler -- = blocar un jocator
4 (trager maken) relentar


afstormen WW

1
op iemand -- = currer verso un persona
de trap -- = descender le scala (multo) rapidemente


afstotelijk BN

1 repulsive, repugnante, rebarbative, abhorrente, abhorribile


afstoten WW

1 (onaangenaam aandoen) disgustar, displacer, repugnar, provocar repulsion
2 (bij transplantatie) rejectar
het ruilhart werd afgestoten = le corde transplantate esseva rejectate
3 (van de hand doen) vender, disembarrassar se de, disfacer se de
filialen -- = vender succursales
4 (NAT) repulsar, repeller
gelijknamige magneetpolen stoten elkaar af = polos magnetic de mesmo signo repulsa/repelle unaltere
5 (zich ontdoen van) disfacer se de, liberar se de
taken -- = disfacer se de cargas


afstotend BN

1 repulsive, repellente, abhorrente, abhorribile, repugnante, rebarbative, antipathic
-- gezicht = visage repugnante
een -- karakter = un character repellente
2 (NAT) repulsive
--e kracht van gelijknamige polen = fortia repulsive de polos equal/de mesme signo


afstoting ZN

1 (afwijzing) repellentia, repulsion
2 (bij transplantatie) rejection
3 (NAT) repulsion
de onderlinge -- van gelijknamige polen = le repulsion reciproc de polos equal/de mesme signo
4 (het van de hand doen) vendita


afstotingskracht ZN

1 fortia repulsive/de repulsion


afstotingsverschijnsel ZN

1 (bij transplantatie) phenomeno de rejection


afstraffen WW

1 punir, castigar, corriger
het -- = punition, castigation, castigamento, correction
stevig -- = castigar con severitate
(SPORT) een fout van de verdediging -- = facer un goal (E) profitante de un error del defensa


afstraffer ZN

1 punitor, castigator


afstraffing ZN

1 punition, castigation, castigamento, correction corporal


afstralen WW

1 (stralend doen uitgaan) diffunder
het -- = diffusion
2 (stralend uitgaan van) irradiar
het -- = irradiation
er straalt hitte van de oven af = le furno irradia calor


afstraling ZN

1 (het afstralen) irradiation
de -- van een c.v.-ketel = le irradiation del un caldiera del calefaction central
2 (afspiegeling) reflexo, reflexion, reverberation


afstreek ZN

1 (MUZ) movimento descendente del archetto


afstrepen WW

1 marcar per un stria/tracto
2 cancellar


afstrijken WW

1 (door strijken verwijderen) remover per fricar, rader
2 (door strijken ontdoen van) essugar, nettar
3
een lucifer -- = accender un flammifero


afstrippen WW

1 denudar
een draad -- = denudar un filo


afstromen ZN

1 defluer


afstropen WW

1 (de huid afhalen van) spoliar
een paling -- = spoliar un anguilla
2 (stropend aflopen) piliar
het -- = piliage
3
de bladeren van een wilgetak -- = disfoliar le ramo de un salice


afstudeerproject ZN

1 projecto de fin de curso


afstudeerrichting ZN

1 specialisation


afstuderen WW

1 terminar/finir su studios
2
we hebben deze week heel wat afgestudeerd = iste septimana nos ha studiate/studite multo


afstuiten WW

1 (terugspringen van bijv. steentjes/projectielen) saltar a retro, retrosaltar, resaltar, (afschampen) ricochetar {sj}
2 (mbt licht) reflecter se
3 (mbt geluid) repercuter se


afstuiting ZN

1 (terugspringing) resalto, retrosalto, salto a retro, (afschamping) ricochete {sj}


afstuiven WW

1 (zich snel begeven naar) currer verso, jectar se super
het volk stoof van de markt af = le gente ha abandonate precipitatemente le placia
2 (wegstuiven) esser levate per le vento
hier is nogal wat zand van de duinen afgestoven = le vento ha removite multe arena/sablo del dunas


afsturen WW

1 (mbt een vaartuig) cambiar de direction
2 (wegzenden) chassar {sj}, excluder, expulsar, expeller
3 (ergens heen zenden) inviar, expediar, diriger verso
een boot op iets -- = diriger un nave in le direction de un cosa


aft ZN

1 (mondzweertje) aphtha


aftakdoos ZN

1 cassa de connexion(es)/de derivation


aftakelen WW

1 deperir, declinar, deteriorar
het -- = deperimento, declination
2 (op instorten staan) periclitar
3 (van een schip) disarmar


aftakeling ZN

1 deperimento, declination
2 debilitate, decadentia, decrepitude
geestelijke -- = decadentia moral/intellectual
seniele -- = debilitate/dementia senil, senilitate
3 (van een schip) disarmamento


aftakkanaal ZN

1 branca de canal, canal secundari


aftakken WW

1 ramificar, (omleiden) derivar, ramificar, (wegen/spoorwegen) separar, bifurcar
2 (ELEKTR) derivar


aftakking ZN

1 (zijwaarts gaande tak) ramification, (van wegen/spoorwegen) bifurcation, derivation, deviation
2 (ELEKTR) derivation


aftands WW

1 (mbt personen) decrepite, caduc
2 (mbt voorwerpen) guastate per le uso


aftapkraan ZN

1 tappo de (e)vacuation


aftappen WW

1 (vloeistof laten wegvloeien) vacuar, evacuar
het -- = evacuation, evacuamento
2
hars -- van een boom = extraher resina de un arbore, resinar un arbore
het -- = extraction
3 (telefoon) interceptar
een telefoonlijn -- = interceptar un linea/communication telephonic


aftapping ZN

1 (het laten wegvloeien van vloeistof) evacuation, evacuamento
2 (van rubber uit boom) extraction
3 (telefoon) interception, interceptation


aftasten WW

1 (tastend met de vingers langsgaan) tastar, palpar
het -- = tacto, palpation
2 (FIG) sondar, explorar
iemands bedoelingen -- = explorar le intentiones de un persona


aftaster ZN

1 sensor


aftekenen WW

1 (afmaken) finir de designar
2 (door omtrekken begrenzen) circumscriber, traciar
3 (afbakenen) traciar, marcar
4 (ondertekenen) signar, paraphar
5 (nauwkeurig afbeelden) copiar
6 (aantekenen op kaart) inscriber, registrar
7
(zichtbaar/merkbaar worden) zich -- = distachar {sj} se, profilar se


aftelbaar BN

1 numerabile


aftelefoneren WW

1 (telefoneren) telephonar
hij heeft heel wat afgetelefoneerd = ille ha multo telephonate
2 (afzeggen per telefoon) annullar/contramandar per telephono


aftelegraferen WW

1 (telegraferen) telegraph(i)ar
2 (afzeggen per telegraaf) disdicer/annullar/contramandar per telegrapho


aftellen WW

1 (nauwkeurig uittellen) contar (exactemente)
geld -- = contar moneta
ik heb van dit geld vijftig gulden afgeteld = de iste summa io ha contate cinquanta florinos
2 (een naderend tijdstip afwachten) contar
de dagen -- = contar le dies


aftelling ZN

1 conto


aftershave

1 ZN/BN aftershave (E)
--lotion = lotion aftershave


aftikken WW

1 (SPORT) toccar


aftobben WW

1 (afmatten) fatigar, extenuar
2 (moeite/zorgen hebben) inquietar se (multo)
ze heeft heel wat afgetobd met het zieke kind = illa ha habite multe problemas con le infante malade


aftocht ZN

1 retiro, (MIL ook) retraite (F), (ordeloze terugtocht) deroute (F)
eervolle -- = retiro honorabile
vrije -- = retiro libere
de -- blazen = sonar le retraite
het bevel tot de -- geven = dar le ordine del retraite
iemands -- dekken = coperir le retiro de un persona


aftomen WW

1 disbridar
het -- = disbridamento


aftoming ZN

1 disbridamento


aftoppen WW

1 truncar, decapitar
het -- = truncamento, truncation, decapitation
de takken -- = secar/trenchar {sj} le extremitates del brancas


aftopping ZN

1 truncation, truncamento, decapitation


aftrainen WW

1 reducer methodicamente le training (E)


aftrap ZN

1 (VOETBAL) colpo de initio


aftrappen WW

1 (VOETBAL) dar le colpo de initio
2 (met de voet afbreken) distachar {sj}/rumper per un colpo de pede
3 (fietsend afleggen) pedalar
4 (verslijten) deformar
afgetrapte schoenen = scarpas/calceos deformate


aftreden WW

1 (ontslag nemen) dimitir se, presentar/dar su dimission
het -- = dimission
het kabinet moest -- = le governamento ha debite dimitter se
2 (van vorst) abdicar
het -- = abdication


aftreden ZN

1 (van toneel) exito


aftredend BN

1 dimissionari
de --e minister = le ministro dimissionari
2 (mbt troonsafstand) abdicante, abdicatari


aftreding ZN

1 dimission
de -- van de minister = le dimission del ministro
2 (van vorst) abdication


aftrek ZN

1 (het verminderen) deduction, defalcation
-- van voorlopige hechtenis = deduction de detention preventive
drie maanden met -- = tres menses con deduction del detention preventive/con reduction del prision preventive
-- voor kinderen = exoneration fiscal pro infantes
na -- van = previe deduction de
na -- van kosten = previe deduction del costos
de -- bedraagt tien gulden = il ha un disconto de dece florinos
2 (bedrag) summa deducite
3 (afname) vendita
-- hebben/vinden = vender se facilemente
geen -- hebben = non vender se, esser invendibile


aftrekbaar BN

1 deductibile, deducibile
--e kosten = costos deductibile/deducibile


aftrekbaarheid ZN

1 deductibilitate


aftrekken WW

1 (zich verwijderen) partir
2 (zich op weg begeven) ir (verso), diriger se (verso)
3 (WISK) subtraher, facer subtractiones
het -- = subtraction
een getal van een ander -- = subtraher un numero de un altere
je hebt verkeerd afgetrokken = tu ha mal facite tu subtraction
4 (afschieten) discargar un arma de foco
de soldaat trok (zijn geweer) af = le soldato ha discargate su fusil
5 (korten) deducer, defalcar, discontar
kosten -- = deducer costos
6 (naar beneden trekken) traher verso le basso, facer descender
7 (villen) spoliar, decorticar
een haas -- = spoliar un lepore
8 (masturberen) masturbar
9 (abstraheren) abstraher
10 (afleiden, afhouden) diverter
11 (een aftreksel maken zonder te koken) infunder, facer un infusion de
het -- = infusion
12 (afkoken) decocer
het -- = decoction
13
iemand het masker -- = remover le masca/mascara de un persona, dismascar un persona


aftrekker ZN

1 (WISK) subtrahendo, numero a subtraher


aftrekking ZN

1 (korting) deduction, defalcation, disconto
2 (WISK) subtraction, (aftreksom) problema de subtraction


aftrekpost ZN

1 deduction


aftreksel ZN

1 (dmv koken) decoction, (zonder koken) infusion, (extract) extracto, (van kruiden) tisana
aromatisch -- = essentia
sterk -- = infusion/extracto concentrate/forte
slap -- = infusion legier/pauco concentrate
-- van lindebloesem = infusion/tisana de tilia
iemand die --s maakt = extractor
2 (FIG) imitation
deze vertaling is een slap -- van het origineel = iste traduction es un imitation/reflexo pallide del original


aftreksom ZN

1 (problema de) subtraction


aftrekstreep ZN

1 barra de substraction


aftrektal ZN

1 minuendo


aftroeven WW

1 (SPEL) prender con un triumpho


aftroggelen WW

1 obtener per astutia, extorquer, subtraher
iemand geld -- = extorquer moneta a un persona


aftuigen WW

1 (paarden, etc.) disbridar, disharnesar, levar/remover le harnese
het -- = disbridamento
2 (afranselen) bastonar


aftuiging ZN

1 (van paarden, etc.) disbridamento, levamento/remotion del harnese
2 (afranseling) bastonada


aftuimelen WW

1 cader de


aftuimeling ZN

1 cadita


afvaardigen WW

1 (met een opdracht) deputar, delegar, inviar
2 (als afgevaardigde) deputar, legar, delegar
in zijn plaats -- = subdelegar


afvaardiger ZN

1 persona qui delega


afvaardiging ZN

1 (het afvaardigen) delegation
2 (personen) delegation, deputation, mission


afvaart ZN

1 partita (del nave)


afvaartdatum ZN

1 data de partita


afvaartsteiger ZN

1 imbarcatorio


afval ZN

1 (rest) resto, (nutteloze rest) detrito, immunditias, residuo
industrieel -- = residuos industrial
radioactief -- = residuos radioactive
chemisch -- = residuos chimic
organisch -- = residuos organic
giftig -- = residuos toxic
(DIERK) -- etend = saprophage
2 (het ontrouw worden aan zaak/partij) defection, desertion
iemand tot -- bewegen = incitar/pulsar un persona al defection
3 (rebellie) rebellion, revolta, sublevamento
4 (REL) apostasia
iemand tot -- bewegen = incitar/pulsar un persona al apostasia


afvalbak ZN

1 recipiente a/de immunditias/residuos


afvalberg ZN

1 monte de immunditias/residuos


afvalcontainer ZN

1 container (E) a/de immunditias/residuos


afvalemmer ZN

1 situla a/de immunditias/residuos


afvaleter ZN

1 saprophago, detritovoro


afvalhoop ZN

1 cumulo de immunditias/residuos


afvallen WW

1 (naar beneden vallen) cader
de bladeren vallen af = le folios cade
zijn hoed viel af = su cappello cadeva
het boek viel van zijn knieën af = le libro cadeva de su genus/geniculos
2 (niet meer meetellen/meedoen) esser eliminate
na de eerste afstand zijn er tien schaatsers afgevallen = post le prime distantia dece patinatores ha essite eliminate
3 (ontrouw worden) desertar
4
van het geloof/de kerk -- = apostatar
5 (afslanken) magrir, perder peso
ik ben een kilo afgevallen = io ha magrite un kilogramma
6 (overschieten)
er zal voor mij stellig wel wat -- = il habera pro me certemente alicun beneficio
7 (tegenvallen) disappunctar, esser un disappunctamento, frustrar le sperantias


afvallig BN

1 (ontrouw) infidel, disloyal, dissidente
2 (REL) apostatic, renegate
weder -- = relapse
-- worden = apostatar
een --e priester = un prestre apostatic


afvallige ZN

1 persona infidel/disloyal, dissidente
2 (REL) renegato, apostata


afvalligheid ZN

1 dissidentia, defection, desertion
2 (REL) apostasia


afvalolie ZN

1 oleo residuari/residual


afvalprodukt ZN

1 producto residuari/residual, subproducto


afvalput ZN

1 puteo pro residuos


afvalrace ZN

1 cursa eliminatori/per elimination/de elimination


afvalscheiding ZN

1 selection del detritos


afvalstof ZN

1 residuo, detrito
schadelijke --fen = residuos nocive


afvalstort ZN

1 discagatorio de immunditias/residuos


afvalstorting ZN

1 discarga de immunditias/residuos


afvalsysteem ZN

1 systema per/de elimination


afvalverbranding ZN

1 combustion de immunditias/residuos


afvalverbrandingsinstallatie ZN

1 installation pro le combustion de immunditias/residuos


afvalverwerking ZN

1 tractamento de immunditias/residuos


afvalverwerkingsbedrijf ZN

1 interprisa de tractamento de immunditias/residuos


afvalwarmte ZN

1 calor residual/residuari


afvalwater ZN

1 aqua(s) usate/guastate/residuari/residual/cloacal
zuivering van -- = epuration/depuration/purification de aquas residuari/residual
sanitair -- = aquas usate sanitari


afvalwaterzuivering ZN

1 purification de aqua(s) residual/residuari


afvalwedstrijd ZN

1 match (E) eliminatori/per elimination/de elimination


afvangen WW

1 attrappar
een bal -- = interceptar un balla/un ballon


afvaren WW

1 (wegvaren) partir, levar le ancora
2 (stroomafwaarts varen) descender
wij voeren langzaam de rivier af = nos descendeva lentemente le fluvio
3
af- en aanvaren = ir e venir


afvegen WW

1 (door vegen reinigen) nettar, mundar
2 (door vegen wegnemen) essugar, remover
zweet -- = essugar sudor
stof -- = essugar/remover pulvere, dispulverar
tranen -- = essugar lacrimas
zijn voeten -- = essugar su pedes


afvenen WW

1 remover le strato turbose de


afvijlen WW

1 limar
het -- = limatura


afvijling ZN

1 limatura


afvijlsel ZN

1 limatura


afvinken WW

1 marcar per un 'v'


afvlaggen WW

1 (tot vertrek) dar le signal de partita (con un bandiera)
2 (tot stopzetting) dar le signal de arresto (con un bandiera)


afvlakken WW

1 (vlak maken) planar, applanar, applattar, nivellar
het -- = applanamento, applattamento, nivellamento
2 (mbt tot spanningsverschillen) nivellar
het -- = nivellamento


afvlakking ZN

1 applanamento, applattamento, nivellamento


afvliegen WW

1 (vliegend weggaan) volar via
2 (begerig erop afgaan) precipitar se super
de vrouwen vlogen op de koopjes af = le feminas se ha precipitate super le occasiones


afvloeibuis ZN

1 Zie: afvloeiingspijp


afvloeien WW

1 (mbt personen) partir, esser licentiate (progressivemente/gradualmente)
personeel laten -- = reducer le personal
2 (wegvloeien) defluer, effluer, effunder
doen -- = escolar
3 (met vloeipapier bestrijken) tamponar/siccar con papiro absorbente/siccante


afvloeiend BN

1 defluente


afvloeiing ZN

1 (mbt personen) licentiamento progressive/gradual
2 (wegvloeiing) defluxo, escolamento


afvloeiingsloos BN

1 (GEOL) endoreic
-- gebied = zona endoreic


afvloeiingspijp ZN

1 tubo de escolamento


afvloeiingsregeling ZN

1 regulation concernente le reduction del personal, plano social


afvoer ZN

1 (vervoer naar elders) transporto
2 (het afwaarts voeren) escolamento, evacuation
3 (pijp) tubo de escolamento/de evacuation/de discarga/de discargamento


afvoerbuis ZN

1 (van water) aquiero, tubo/conducto de disaquamento
2 tubo de escolamento/de evacuation/de discarga/de discargamento, tubo abductor
3 (FYSIOL) conducto deferente


afvoerder ZN

1 (FYSIOL) musculo abductor


afvoeren WW

1 (naar elders vervoeren) transportar, (in een kar) carrear
goederen naar de kust -- = transportar mercantias al costa
gevangenen -- = transportar prisioneros
warmte -- = eliminar calor
2 (spuien, lozen) evacuar, escolar, (ook FYSIOL) abducer
het -- = evacuation, evacuamento, escolamento, abduction
3 (naar beneden/afwaarts voeren) conducer a basso
4 (schrappen) rader
iemand van de ledenlijst -- = rader un persona del lista del membros


afvoerend BN

1 (ook FYSIOL) deferente, abductor


afvoergeul ZN

1 Zie: afvoersloot


afvoergoot ZN

1 guttiera


afvoering ZN

1 (spuiing) evacuation, evacuamento, escolamento, disaquamento


afvoerkanaal ZN

1 canal de disaquamento/de escolamento/de drainage {e}, emissario


afvoerklep ZN

1 valva de discarga


afvoeropening ZN

1 orificio de evacuation


afvoerpijp ZN

1 Zie: afvoerbuis


afvoerrivier ZN

1 riviera de disaquamento/de escolamento/de drainage {e}, emissario


afvoersloot ZN

1 fossato de discarga/de drainage {e}/de escolamento/de disaquamento, emissario


afvoerventilator ZN

1 exhaustor


afvoerwater ZN

1 emissario


afvoerweg ZN

1 emissario


afvragen WW

1 (zichzelf een vraag stellen) interrogar se
men moet zich -- of = il importa saper si
2 (betwijfelen) demandar se
ik vraag mij af of dat juist is = io me demanda si isto es exacte


afvraging ZN

1 interrogation


afvriezen WW

1 (door de vorst afsterven) gelar
2 (door de vorst losgaan en afvallen) cader per le effecto del gelo


afvuren WW

1 tirar, discargar (un arma de foco)
het -- = tiro, tirada, discarga
2
(FIG) vragen op iemand -- = bombardar un persona de questiones


afvuring ZN

1 tiro, tirada, discarga


afwaaien WW

1 (door de wind meegenomen worden) esser portate via/levate per le vento
2
(wegwaaien) de storm heeft een stuk van het dak afgewaaid = le tempesta ha distachate {sj} un parte del tecto


afwaarts BN

1 verso le basso
--e beweging = movimento verso le basso


afwaarts BW

1 ad infra, a basso, verso le basso
-- varen/gaan = descender


afwachten WW

1 expectar, attender
het gunstige ogenblik -- = attender le bon momento/le momento opportun
niet kunnen -- = esser impatiente (de)
2 (dralen, uitstellen) temporisar
het -- = temporisation


afwachtend BN

1 expectante, expectative
een --e houding aannemen = adoptar un attitude expectante


afwachting ZN

1 expectation
in -- van = in expectation de


afwas ZN

1 (nettation del) plattos immunde, lavage de plattos
de -- doen = lavar le plattos


afwasautomaat ZN

1 Zie: afwasmachine


afwasbaar BN

1 lavabile, (mbt inkt) delibile


afwasbaarheid ZN

1 lavabilitate


afwasbak ZN

1 cupetta pro lavar le plattos


afwasborstel ZN

1 brossa a (lavar) plattos


afwaskom ZN

1 Zie: afwasbak


afwaskwast ZN

1 Zie: afwasborstel


afwasmachine ZN

1 machina lavaplattos, lavaplattos automatic


afwasmiddel ZN

1 detergente liquide


afwassen WW

1 (door wassen reinigen) lavar, nettar
2 (de afwas doen) lavar/nettar le plattos
het -- = le lavage/nettation del plattos


afwassing ZN

1 lavage, nettation
2 (REL) ablution
de -- der zonden = le ablution del peccatos


afwaswater ZN

1 lavatura


afwateren WW

1 escolar, evacuar (le aqua), drainar {e}, disaquar, defluer
het -- = escolamento, evacuation (de aqua), drainage {e}, disaquamento


afwatering ZN

1 (buis) aquiero, tubo de disaquamento
2 evacuation (de aqua), drainage {e}, escolamento, disaquamento
3
(GEOL) interne -- = endorheismo
gebied met interne -- = zona endorheic


afwateringsbuis ZN

1 tubo de escolamento/de disaquamento/de drainage {e}, aquiero


afwateringsgoot ZN

1 aquiero


afwateringsgreppel ZN

1 Zie: afwateringsgoot


afwateringskanaal ZN

1 canal de disaquamento/de escolamento/de evacuation/de drainage {e}, emissario


afwateringssluis ZN

1 esclusa de escolamento/disaquamento/evacuation


afweer ZN

1 defensa, protection


afweergeschut ZN

1 artilleria/cannon antiaeree


afweerhouding ZN

1 attitude defensive, defensiva


afweerkanon ZN

1 cannon antiaeree


afweermechanisme ZN

1 (PSYCH, MED) mechanismo de defensa


afweermiddel ZN

1 medio defensive/de defensa
2 (mbt geesten) talisman, amuleto
3 (MED) prophylactico


afweerreactie ZN

1 reaction de defensa


afweerslag ZN

1 battalia defensive


afweerstof ZN

1 anticorpore


afweerstrategie ZN

1 strategia defensive/de defensa


afweersysteem ZN

1 systema defensive/de defensa


afweervuur ZN

1 tiro antiaeree


afwegen WW

1 (nauwkeurig wegen) pesar (exactemente), (FARM) dosar
(FARM) het -- = dosage
suiker -- = pesar sucro
2 (overwegen) pesar, considerar, evalutar, valutar
het voor en het tegen van iets (tegen elkaar) -- = pesar/considerar le pro e le contra de un cosa
de voor- en nadelen van iets tegen elkaar -- = examinar/considerar/studiar/balanciar le avantages/pros e inconvenientes/contras de un cosa
rechten en plichten (tegen elkaar) -- = opponer le derectos e le obligationes
zijn woorden op een goudschaaltje -- = pesar (scrupulosemente) cata parola


afweging ZN

1 (nauwkeurige weging) (le) pesar
2 (overweging) consideration, evalutation, valutation
na een serieuze -- van de risico's beslissen = decider post haber valutate seriemente le riscos


afweiden WW

1 pascer


afweken WW

1 (losmaken van iets dat gelijmd is) discollar, distachar {sj} in aqua
postzegels -- = discollar timbros postal


afwenden WW

1 (in een andere richting wenden) disviar, averter
het -- = aversion
zijn blik -- = disviar le oculos
de ogen niet van iets -- = non disviar le oculos de un cosa
het hoofd -- = volver le testa/capite
2 (afweren, voorkomen) parar, prevenir, conjurar, evitar, impedir
een slag -- = parar un colpo
een ongeluk -- = impedir un accidente
een gevaar -- = prevenir/conjurar un periculo


afwending ZN

1 (afwering) parada
-- van een slag = parada de un colpo


afwennen BN

1 dishabituar, disaccostumar
het -- = dishabituation
iemand het gebruik van alcohol -- = disaccustomar un persona del alcohol
zich een kwade gewoonte -- = disfacer se de un mal habitude


afwenning ZN

1 dishabituation


afwentelen WW

1 (naar beneden rollen) rolar verso le basso
2 (door rollen verwijderen) remover rolante
de steen van het graf -- = remover le petra del tumba
3 (door rollen omlaag brengen) facer rolar verso le basso
4 (op anderen overdragen) discargar se de
de kosten op iemand -- = cargar un persona con le costos


afweren WW

1 (op een afstand houden) tener a distantia, repulsar, repeller, facer retroceder
iemands liefkozingen -- = repulsar le caressas de un persona
2 (zich verzetten tegen) refusar, repulsar, repeller, rejectar, resister se a, eluder
beschuldigingen -- = rejectar accusationes
treurige gedachten -- = chassar {sj} pensatas/pensamentos triste
lastige vragen -- = eluder demandas embarassante
3 (afslaan) parar, repulsar, repeller
het -- = parada
een slag -- = parar un colpo
een aanval -- = parar/repulsar/repeller un attacco
vliegen -- = chassar {sj} muscas
4 (MED) (terugdrijven) repercuter
het -- = repercussion


afweren ZN

1 (SCHERMEN) parata


afwerend BN

1 (verdedigend) defensive
--e houding = attitude defensive, defensiva
2 repellente
-- gebaar = gesto repellente


afwering ZN

1 repulsion, defensa
2 (van stoot) parada


afwerken WW

1 (afmaken) finir, terminar, complir, completar, finalisar
een taak -- = terminar un carga
iets goed -- = dar a un cosa un bon termination
2
schuin -- = taliar in bisello/obliquemente
3 (volbrengen) effectuar, facer
het -- = effectuation
4 (totaal gebruiken) usar
afgewerkte olie = oleo usate
5 (uitputten) extenuar


afwerker ZN

1 finitor


afwerking ZN

1 termination, complimento
2 (TECHN) finition


afwerkmachine ZN

1 finitor


afwerkschaaf ZN

1 plana de finition


afwerpen WW

1 (afdoen) levar, disembarassar se de, disfacer se de, liberar se de
het masker -- = levar/jectar le masca/mascara
het juk der slavernij -- = succuter le jugo del sclavitude
de slang werpt zijn huid af = le serpente se spolia de su pelle, le serpente muta de pelle
een gevoel van ongerustheid niet van zich kunnen -- = non succeder a liberar se de un sentimento de anxietate
2 (van zich werpen) jectar via, repulsar, repeller, rejectar
alle verantwoordelijkheid van zich -- = declinar tote responsabilitate
3 (naar beneden werpen) jectar a basso/ad infra/a terra
het paard wierp zijn ruiter af = le cavallo dismontava su cavallero, le cavallo jectava su cavallero a terra
4 (voortbrengen, opleveren) producer, dar
vruchten -- = producer/dar fructos


afweten WW

1
het laten -- = facer saper a un persona que un cosa non habera loco
2
-- van = haber audite parlar de, esser in le secreto


afwezen ZN

1 absentia
in zijn -- = in su absentia


afwezend BN

1 absente


afwezende ZN

1 Zie: afwezige


afwezendheid ZN

1 absentia


afwezig BN

1 (absent) absente
de secretaris noteert de --e leden = le secretario face un lista del membros absente
-- zijn = esser absente, absentar se, mancar
2 (verstrooid) distracte, inattentive, inattente
--e blikken = reguardos distracte/absente
een -- air aannemen = adoptar un aere distracte


afwezige ZN

1 persona absente, absente
de --n hadden ongelijk = le personas absente habeva torto


afwezigheid ZN

1 (absentie) absentia
-- met verlof = absentia autorisate
bij/in -- van iemand = in absentia de de un persona, durante le absentia de un persona
gedurende de -- van iemand = durante le absentia de un persona
schitteren door -- = brillar per su absentia
regelmatige -- = absentismo
2 (het niet-bestaan) inexistentia, manco, mancantia
3 (verstrooidheid) absentia, distraction, inattention
in een ogenblik van -- = in un momento de distraction


afwieden WW

1 sarcular completemente


afwijken WW

1 (een andere richting nemen) disviar, deviar, aberrar, deflecter, allontanar se
van de route -- = allontanar se del route (F)
2 (niet overeenkomen) disviar, deviar, derogar, infringer
van zijn gedragslijn -- = deviar de su linea de comportamento/de conducta
van de wet -- = derogar del lege, infringer le lege
van de eigen principes -- = derogar/deviar del proprie principios
voorschriften waarvan men niet mag -- = prescriptiones non derogabile
3 (van kompasnaald) declinar
4 (van zijn onderwerp/betoog) digredar, perder se in digressiones
5 (in gevoelen/godsdienstige overtuiging, etc.) dissentir, dissider
6 (verschillen) diverger, differer, esser differente/diverse
onze meningen wijken zeer af = nostre opiniones diverge multo
de goederen wijken af van het monster = le mercantias non es de accordo con le monstra


afwijkend BN

1 variante
--e lezing/vorm/spelling, etc. = variante
2 divergente, differente, distincte, diverse, aberrante, deviante
--e meningen = opiniones divergente
--e principes = principios divergente
-- standpunt = puncto de vista divergente
-- idee = idea aberrante
-- persoon = persona deviante, deviante
-- gedrag = conducta/comportamento aberrante
--e vormen = formas aberrante, (TAAL ook) formas irregular
(BIOL) --e soort = specie aberrante
op een --e manier = de modo aberrante
3 (niet overeenkomstig de norm) anomale
-- gedrag = conducta/comportamento anomale
4 (strijdig) discrepante
5 (afschaffend) derogative, derogatori
6 (ongebruikelijk) extraordinari
7 (van zijn onderwerp) digressive
8 (omslachtig) devie
9 (niet passend) dissone, dissonante


afwijking ZN

1 (het afwijken van de richting) deviation, disviation, deflexion, aberration
-- van lichtstralen = deflexion/aberration de radios luminose
lens zonder sferische -- = lente sin aberration spheric/de sphericitate
2 (wat niet overeenkomstig de norm is) anomalia, anormalitate, aberration, malformation, irregularitate
aangeboren lichamelijke -- = defecto physic/malformation congenital
geestelijke -- = aberration mental
in -- van de regel = contrari al regula
3 (het niet-volgen van een regel/norm, inbreuk) infraction, infringimento, derogation
in -- van de regel = contrarimente al regula
4 (verschil) divergentia, differentia
er is een aanmerkelijke -- tussen de twee versies = il ha/existe un discrepantia considerabile inter le duo versiones, le duo versiones discrepa considerabilemente
-- van het gemiddelde = variante del media
5 (van onderwerp) digression
6 (van magneetnaald) declination
-- van een kompas = declination de un bussola
7 (defect) defecto, disrangiamento
8
(BIOL) -- van de norm = atypia
9
(TECHN) toegestane -- = tolerantia
10 perturbation
-- van een planeet = perturbation de un planeta


afwijkingselektrode ZN

1 electrodo de deviation


afwijkingshoek ZN

1 angulo de deviation/deflexion


afwijkingskompas ZN

1 compasso azimuthal


afwijkingskracht ZN

1 fortia de deviation/deflexion


afwijkingsmeter ZN

1 declinometro


afwijkingsspoel ZN

1 bobina de deviation/deflexion


afwijkingssysteem ZN

1 systema de deviation/deflexion


afwijsbaar BN

1 (erfenis) repudiabile


afwijzen WW

1 (niet ontvangen) non reciper
een bezoeker -- = non reciper un visitante, (niet toelaten) non admitter un visitante
2 (een graad/bevoegdheid niet toekennen) refusar
het -- = refusa
een kandidaat -- = refusar un candidato
afgewezen worden voor een examen = esser refusate a un examine
3 (weigeren, verwerpen) refusar, declinar, rejectar, repulsar, repeller, opponer se a
het -- = refusa, declination, rejection, repulsion, repulsa
een uitnodiging -- = declinar/rejectar un invitation
een aanbod -- = declinar/refusar un offerta
een beloning -- = declinar un recompensa
een voorstel -- = rejectar un proposition
hulp -- = repulsar adjuta/assistentia
ieders verantwoordelijkheid -- = declinar tote responsabilitate
4 (ook JUR) repudiar
het -- = repudiation


afwijzend BN

1 negative, declinatori
--e houding = attitude negative
-- antwoord = responsa negative
-- gebaar = gesto de refusa
-- staan tegenover = esser opposite a
een verzoek -- beantwoorden = responder negativemente a un persona


afwijzing ZN

1 refusa, negativa, declination, rejection, repulsa, repulsion, repellentia
-- van een wetsvoorstel = rejection de un projecto de lege
-- van hulp = repulsion de adjuta/assistentia


afwikkelen WW

1 (afwinden) disrolar, disbobinar
2 (afhandelen) liquidar, regular, executar, exequer
het -- = liquidation, regulation
een schuld -- = liquidar un debita
een nalatenschap -- = liquidar un succession
een testament -- = executar/exequer un testamento
een faillissement -- = liquidar un fallimento


afwikkeling ZN

1 (het afhandelen) liquidation, regulation, execution
-- van een nalatenschap = liquidation de un succession
-- van een testament = execution de un testamento
-- van een faillissement = liquidation de un fallimento
2 (afwinding) disrolamento


afwikkelingsbureau ZN

1 officio de liquidation


afwimpelen WW

1 refusar, rejectar, repulsar, repeller, declinar
een voorstel -- = rejectar un proposition
een uitnodiging -- = dar/presentar un excusa pro un invitation


afwinden WW

1 disrolar, disbobinar
garen -- = disrolar filo


afwisselen WW

1 (beurtelings opvolgen) alternar con, succeder a
het -- = alternantia, alternation, succession
vocale en instrumentale muziek wisselden elkaar af = le musica vocal alternava con le musica instrumental
2 (variëren) variar, diversificar, facer alternar
het -- = variation, diversification
3 (beurtelings voorkomen) alternar, variar
hoogbouw wisselt hier af met laagbouw = le alte constructiones alterna hic con le basse
4 (telkens anders worden) cambiar


afwisselend BN

1 (gevarieerd) varie, variate
-- programma = programma variate
-- leven = vita variate
2 (elkaar vervangend/opvolgend) alternante, alternate, alternative, successive
-- rijm = rima alternate/alternante/alternative
-- plaatsvinden = alternar
3 (WISK, PLANTK) alterne
-- geplaatste bladeren/bloemen = folios/flores alterne


afwisseling ZN

1 variation, varietate, alternantia, alternation, diversitate, diversification, cambiamento, succession
de -- van zand- en kleibanken = le alternantia de bancos de sablo/arena e de argilla
een bonte -- = un grande varietate/diversitate
constante/voortdurende -- = variation/alternantia continue/permanente
-- brengen in, voor -- zorgen = variar, diversificar, dar varietate a, rumper le monotonia de
-- brengen in het leven = rumper le monotonia del vita
meer -- in de tv-programma's brengen = diversificar le programmas de television
voor de -- = pro variar, pro cambiar


afwissen WW

1 (afvegen) essugar
de bril -- = essugar le berillos
zijn zweet -- = essugar se le sudor
zijn voorhoofd -- = essugar se le fronte
iemands tranen -- = siccar le lacrimas de un persona
2 (wegnemen) remover, rader, expunger


afwrijven WW

1 (afvegen) essugar, nettar
2 (uitwissen) remover, rader, expunger


afz.

1 (Afk.: afzender) exp. (= expeditor)


afzadelen WW

1 remover/levar le sella, dissellar


afzadeling ZN

1 remotion del sella


afzagen WW

1 secar con serra, serrar
een stuk van een plank -- = serrar un morsello de un planca


afzager ZN

1 serrator


afzaging ZN

1 serration


afzakken ZN

1 (afglijden van kledingstukken) cader
2 (neerdalen) descender
het -- = descendita, descension
3 (stroomafwaarts drijven) descender le currente
een rivier -- = descender un fluvio
4 (slechter worden) diminuer
5 (langzaam wegtrekken) passar
het onweer zakt af = le tonitro passa
6 (slechter worden) bassar
het niveau begint af te zakken = le nivello comencia a bassar
7
veel Zweden zakken in de vakantie af naar Nederland = multe svedeses veni passar lor vacantias in Nederland


afzakkertje ZN

1 bicarietto


afzanden WW

1 (mbt duinen) nivellar
2 (zand winnen) extraher sablo/arena de


afzeggen WW

1 cancellar, annullar, contramandar, disdicer
het -- = cancellation, annullation, disdicimento
een bestelling -- = annullar un ordine
een audiëntie -- = cancellar un audientia
een vergadering -- = cancellar un reunion
een abonnement -- = disdicer un abonamento
een bezoeker -- = annullar le invitation de un persona


afzegging ZN

1 cancellation, annullation, disdicimento, contramandato, contraordine


afzemen WW

1 essugar con un pelle de camoce


afzenden WW

1 inviar, expedir
het -- = invio, expedition


afzender ZN

1 expeditor


afzending ZN

1 invio, expedition


afzepen WW

1 saponar, lavar con sapon, nettar/mundar/fricar con aqua saponose/con aqua e sapon


afzet ZN

1 (het verkopen) vendita
goede -- vinden = vender ben
2 (verkochte waren) volumine del venditas, vendita(s)
3 (het zich afzetten bij het springen) impulso


afzetbaar BN

1 (uit ambt) destituibile, amovibile, removibile
een -- ambtenaar = functionario (public) destituibile/amovibile


afzetbaarheid ZN

1 (uit ambt) amovibilitate, removibilitate


afzetbalk ZN

1 (SPORT) planca de salto


afzetbevordering ZN

1 promotion del consumo, marketing (E)


afzetgebied ZN

1 mercato (de consumo/de vendita), zona de consumo/de vendita
een nieuw -- zoeken = aperir nove mercatos


afzetmarkt ZN

1 Zie: afzetgebied


afzetmogelijkheid ZN

1 possibilitate de vendita
beperkte --en = possibilitates de vendita limitate


afzetten ZN

1 (afnemen en ergens neerzetten) levar
de bril -- = levar le berillos
2 (buiten werking stellen) arrestar, clauder, disconnecter
de televisie/de radio -- = clauder/disconnecter le television/le radio
het alarm -- = disconnecter le alarma
(van auto) de motor -- = arrestar le motor, rumper le contacto del motor
3 (ontslaan) dimitter, deponer, destituer, cassar, amover, remover, relevar de su functiones
een koning -- = disthronar un rege
een vorst -- = destituer un soverano
4 (ontfutselen) extorquer, subtraher
iemand tien gulden -- = extorquer dece florinos a un persona
5 (oplichten) dupar, fraudar, defraudar
6 (afscheiden) clausurar
een bouwterrein -- = clausurar un terreno de construction
7 (van/tegen iets afduwen) repulsar, repeller
8 (op enige afstand plaatsen, verschuiven) displaciar
de stoelen van de muur -- = separar le sedias del pariete
9 (laten uitstappen) facer descender
een passagier bij het station -- = facer descender un passagero al station
10 (markeren) marcar, delimitar
een parcours -- = marcar un percurso
met boeien -- = signalar con boias
11 (omboorden) orlar, (decoratief omboorden) galonar, passamentar
een jas afgezet met bont = un mantello con orlo de pelle
12 (verkopen) vender
goederen -- = vender mercantias
een partij koffie -- = vender un partita de caffe
13 (doen bezinken, neerslaan) depositar, sedimentar
het vuil zet zich tegen de wand af = le immunditias se deposita contra le muro
14 (afsluiten) clauder, blocar, barrar, barricadar
een straat -- = clauder un strata
15 (inklappen) clauder
de paraplu -- = clauder le parapluvia/umbrella
16 (amputeren) amputar
een been -- = amputar un gamba
het -- = amputation
17 (met een passer) compassar
18
twee visies tegen elkaar -- = confrontar/contrastar duo punctos de vista
19
zich tegen iets -- = rebellar se contra un cosa


afzetter ZN

1 dupator, fraudator, defraudator


afzetterij ZN

1 duperia, defraudation, fraude


afzetting ZN

1 (uit ambt, etc.) deposition, destitution, cassation, remotion
2 (het bezinken) formation de sedimentos, sedimentation
de -- van ketelsteen in een geyser = le formation de incrustationes in un geyser
3 (bezinking) deposito, sedimento
gelaagde -- = deposito stratificate
4 (amputatie) amputation
5 (omheining) clausura, palissada
6 (GEOL) jacimento, sedimento, deposito
glaciale -- = deposito glacial/glaciari
continentale --en = formationes sedimentari continental
gelaagde -- = deposito stratificate
alluviale -- = deposito alluvial
terrigene -- = deposito terrigene
biogenetische -- = deposito biogenetic
fluviatiele -- = deposito fluviatile


afzettingsgesteente ZN

1 rocca sedimentari


afzettingsprocedure ZN

1 procedura de destitution


afzetvergroting ZN

1 augmentation del venditas


afzichtelijk BN

1 repulsive, repugnante, abhorrente, horribile, abhorribile
-- individu = individuo/typo repulsive/repugnante
--e ellende = miseria extreme
zijn handen zagen -- zwart = su manos esseva nigrissime
-- bij iets afsteken = contrastar terribilemente con un cosa
iets --s hebben = haber alco repulsive


afzichtelijkheid ZN

1 (het afzichtelijk-zijn) repugnantia, feditate repulsive
2 (zaak, toestand, voorstelling) spectaculo repugnante


afzien WW

1
-- van = renunciar a, abandonar, desister de, abstiner se de
het -- = renunciamento, renunciation, desistentia
van een voornemen -- = abandonar un projecto
van zijn rechten -- = abandonar su derectos
van het woord -- = renunciar al parola
van rechtsvervolging -- = renunciar al persecution judiciari
-- van verdere pogingen = desister de nove tentativas
iemand van iets doen -- = dissuader un persona de facer un cosa
van deelneming -- = abstiner se de participation
waarvan men niet kan -- = irrenunciabile
van zijn kandidatuur -- = retirar su candidatura
2 (in zijn geheel overzien) dominar con le reguardo, imbraciar con le vista
3 (afkijken) copiar
4
het moois van iets -- = nun plus esser sensibile al beltate de un cosa
5 (SPORT) suffrer


afzienbaar BN

1 visibile in tote su extension, previsibile
binnen --e tijd = intra un spatio previsibile de tempore, intra un tempore determinate, in breve tempore, in un futuro proxime, in un futuro non multo lontan


afzijdig BN

1 neutre, neutral
zich -- houden = remaner/restar neutral


afzijdigheid ZN

1 neutralitate, (POL) neutralismo


afzijgen WW

1 filtrar


afzijging ZN

1 filtration


afzijgsel ZN

1 filtrato


afzinken WW

1 immerger


afzoeken WW

1 (overal zoeken) cercar ubique/in omne partes, perquirer
2 (verkennen) explorar, scrutinar
het -- = exploration, scrutinio
de horizon -- = explorar/scrutar le horizonte
de streek -- = explorar le zona/region (in cerca de un cosa)
de hemel met lichtbundels -- = explorar le celo con fasces de luce/lumine
3 (aftasten) tastar, palpar
4 prospectar
het -- = prospection


afzoenen WW

1 (door zoenen goedmaken) appaciar/resolver per/con un basio/osculo
een ruzie -- = reconciliar se per basios/osculos post un disputa, regular un disputa per/con un basio/osculo
2 (door zoenen wegnemen) essugar/remover per/con basios/osculos
3 (veelvuldig zoenen) coperir de basios/osculos
elkaar -- = coperir unaltere de basios/osculos


afzomen WW

1 orlar


afzonderbaar BN

1 isolabile


afzonderen WW

1 (apart leggen/plaatsen) poner/mitter a parte/in isolamento, separar, appartar
het -- = separation
2 (isoleren) insular, isolar, appartar, separar
het -- = insulation, isolation
de zieke koeien -- = isolar/separar le vaccas malade (del vaccas san)
zich van een gezelschap -- = isolar se/separar se de un gruppo
van de buitenwereld afgezonderd leven = viver in le isolamento complete, isolar se del resto del mundo, retirar se/appartar se del mundo
3 (uit een mengsel/verbinding afscheiden) extraher, separar, isolar, insular
het -- = extraction, separation, isolation, insulation
het metaal uit het erts -- = separar le metallo del mineral
4 (apart nemen voor een deel) reservar, poner/mitter a parte, appartar
het -- = reservation
een bedrag -- = reservar un summa
5 (opsluiten) confinar, claustrar, recluder
het -- = confination, reclusion
6 (i.h.b. van rassen) segregar
het -- = segregation


afzonderend BN

1 (i.h.b. van rassen) segregative


afzondering ZN

1 (het afzonderen) separation, insulation, isolation
2 (verblijf in eenzaamheid) insulamento, isolation, solitate, solitude
in -- leven = viver isolate
zijn dagen in -- doorbrengen = passar su dies in solitude
3 (opsluiting) confinamento, reclusion


afzonderlijk BN

1 (op zichzelf staand/beschouwd) individual, separate, isolate, independente, particular
--e vrede = pace separate
een -- geval = un caso particular
dit deel circuleert als -- boek = iste parte circula como libro independente
2 (bestemd voor een bijzonder doel) particular, special, distincte, separate
--e scholen voor de protestanten en de katholieken = scholas separate/distincte/particular pro le protestantes e le catholicos
het bestuur heeft een --e vergaderzaal = le direction ha un sala de reunion particular
3 (niet gezamenlijk gedaan) particular, individual, private
een -- gesprek = un intervista particular/private
-- onderwijs = inseniamento individual
4 (NAT) (niet continu) discrete


afzuigen WW

1 (door zuigen verwijderen) aspirar, evacuar per suction, extraher per suction/aspiration
2 (leegpompen) exhaurir


afzuiging ZN

1 aspiration, evacuation (per suction)
2 (leegpomping) exhaustion


afzuigpomp ZN

1 (in de mijnen) pumpa de exhaustion


afzwaaien BN

1 (MIL) demobilisar se, esser demobilisate, terminar/haber complite le servicio militar
het -- = demobilisation


afzwaaiing ZN

1 (MIL) demobilisation


afzwakken WW

1 (zwakker maken) attenuar, debilitar, enervar, moderar, temperar, diminuer
een belediging -- = attenuar un offensa
2 (zwakker worden) attenuar se, debilitar se, enervar se, moderar se, temperar se, diminuer se


afzwakking ZN

1 attenuation, attenuamento, debilitation, enervation, moderation, temperamento, diminution


afzwemmen WW

1 (mbt het zwemdiploma) facer le examine/prova/proba de natation


afzwenken WW

1 cambiar/mutar de direction, prender un altere direction, deviar, virar, obliquar


afzwenking ZN

1 cambio/mutation de direction, deviation, virage


afzweren WW

1 (met nadruk loochenen) abjurar, abnegar, renegar, repudiar
het -- = abjuration, renegamento, repudiation
zijn geloof -- = abjurar/abnegar/renegar/repudiar su religion
de drank -- = renunciar al bibita
de wereld -- = renunciar al mundo
hij heeft alle trots afgezworen = ille ha abjurate tote feritate
2 (door verzwering afsterven) cader per ulceration


afzwering ZN

1 abjuration, abjuramento, renegamento, repudiation
-- van de ketterij = abjuration del heresia
de -- van Filips II = le abjuration de Philippe II


afzweringsakte ZN

1 acto abjuratori


afzweringsformule ZN

1 formula abjuratori


afzwoegen WW

1
zich -- = extenuar se


aga ZN

1 aga (Tu)


agaam BN

1 (BIOL) agame, agamic


agaat ZN

1 agata
donkergroene -- = plasma
als -- = agatiforme
uit -- vervaardigd = agatin


agaatachtig BN

1 agatiforme


agaatgesteente ZN

1 rocca agatifere


agaathoudend BN

1 agatifere


agaatkleur ZN

1 color de agata


agaatkleurig BN

1 de color de agata


agaatsteen ZN

1 Zie: agaat


agameet ZN

1 agameto


agami ZN

1 agami


agamie ZN

1 (BIOL) agamia


agamobium ZN

1 agamobio


agamogenese ZN

1 agamogenese (-esis)


agamogenetisch BN

1 agamogenetic


agamogonie ZN

1 agamogonia


agamont ZN

1 agamonte


agamospermie ZN

1 agamospermia


agapanthus ZN

1 agapantho


agape ZN

1 agape


agar-agar ZN

1 agar-agar


agar-agarcultuur ZN

1 cultura de agar-agar


agaten BN

1 de agata


agave ZN

1 agave


agavevezel ZN

1 fibra de agave


agenda ZN

1 (notitieboekje) agenda, memorandum, carnet (F)
electronische -- = agenda electronic
een overvolle -- hebben = haber un programma replete
2 (agendapunten) agenda, ordine del die/jorno
de -- vaststellen = establir/fixar le ordine del die/jorno
op de -- plaatsen/zetten = poner/mitter/includer/inscriber in le ordine del die/jorno
op de -- staan = figurar in le ordine del die/jorno
plaatsing op de -- = inclusion in le ordine del die/jorno


agendapunt ZN

1 puncto del ordine del die/jorno, question/thema a tractar


agenderen WW

1 (op de agenda plaatsen) poner/mitter/includer/inscriber in le ordine del die/jorno
2 (een lijst maken van) facer un lista de


agenesie ZN

1 agenesia


agens ZN

1 agente


agent ZN

1 (iemand die voor iemand anders optreedt) agente, representante, mandatario
geheim -- = agente secrete
consulair -- = agente consular
-- van de C.I.A./ K.G.B., etc = agente del C.I.A./K.G.B., etc.
2 (politieagent) agente (de policia), policiero
-- in burger, stille -- = agente in civil
bereden -- = agente a cavallo
oom -- = senior agente


agente ZN

1 policiera


agent-provocateur ZN

1 agente provocator


agentschap ZN

1 agentia


agentuur ZN

1 agentia


ageratum ZN

1 agerato


ageren WW

1 ager


agglomeraat ZN

1 agglomerato
-- van cellen = agglomerato de cellulas


agglomeratie ZN

1 (uitwendige aanzetting, opeenhoping) agglomeration
2 (steden en voorsteden) agglomeration (urban), conurbation
Parijse -- = agglomeration parisian/de Paris


agglomereren WW

1 (samenklonteren) agglomerar se


agglutinatie ZN

1 (samenklontering) agglutination
2 (TAAL) agglutination


agglutineren WW

1 (samenklonteren) agglutinar se
2 (TAAL) agglutinar se


agglutinerend BN

1 (samenklonterend) agglutinante
--e rode bloedlichaampjes = globulos rubie/erytrocytos agglutinante
2 (TAAL) agglutinante, agglutinative
--e talen = linguas agglutinante


agglutinering ZN

1 agglutination


agglutinine ZN

1 agglutinina


agglutinogeen BN

1 agglutinogene


agglutinogeen ZN

1 agglutinogeno


aggravatie ZN

1 aggravation


aggregaat ZN

1 aggregato
stroomopwekkend -- = gruppo electrogene


aggregatie ZN

1 aggregation


aggregatiegraad ZN

1 grado de aggregation


aggregatietoestand ZN

1 stato de aggregation
gasvormige/vaste/vloeibare -- = stato gasose/solide/liquide


aggregeren WW

1 aggregar
het -- = aggregation


agiel BN

1 agile


agio ZN

1 agio
-- doen = facer agio


agiorekening ZN

1 conto de agio


agiotage ZN

1 agiotage, speculation


agioteren WW

1 agiotar


agioteur ZN

1 agiotator, speculator


agiotheorie ZN

1 (EC) theoria del agio


agitatie ZN

1 agitation


agitatiemiddel ZN

1 medio de agitation


agitato BW

1 (MUZ) agitato (I)


agitator ZN

1 (onruststoker) agitator, demagogo
2 (mengapparaat) agitator
elektrische -- = agitator electric


agitatorisch BN

1 agitatori


agiteren WW

1 agitar, inquietar, turbar


agitprop ZN

1 agitation e propaganda


agnaat ZN

1 (tgov cognaat) agnato


agnatisch BN

1 agnatic


agnosie ZN

1 (onwetendheid) ignorantia
2 (onvermogen om zintuigindrukken te herkennen) agnosia
visuele/optische -- = agnosia visual/optic


agnost ZN

1 Zie: agnosticus


agnosticisme ZN

1 agnosticismo


agnosticus ZN

1 agnostico


agnostisch BN

1 agnostic


Agnus Dei ZN EIGN

1 Agnus dei


agogiek ZN

1 agogica


agogiek ZN

1 agogica


agogisch BN

1 agogic


agon ZN

1 agon


agone ZN

1 agone, linea agogic


agonie ZN

1 (doodsstrijd) agonia


agonisch BN

1 agonic
--e lijn = linea agonic


agoniseren WW

1 agonisar


agora ZN

1 agora


agorafobie ZN

1 agoraphobia


agrafa ZN MV

1 agrapha


agrafie ZN

1 agraphia


agrammatisme ZN

1 agrammatismo


agrammatisme ZN

1 agrammatismo


agrariër ZN

1 agricultor, cultivator


agrarisch BN

1 agrari, agricole, rural
--e hervorming = reforma agrari
--e sector = sector agricole
--e bevolking = population rural/agricole
--e school = schola agrari/de agricultura
-- recht = derecto agrari
--e wet = lege agrari


agressie ZN

1 (aantasting met geweld) aggression
een daad van -- = un acto de aggression
-- plegen tegen iemand = committer un acto de aggression contra un persona, aggreder un persona
2 (vijandelijke aanval) aggression


agressief BN

1 (aanvallend) aggressive
--e verkooptechnieken = technicas de vendita aggressive
een --e oorlog = un guerra de aggression
een --e politiek = un politica aggressive
2 (bijtend) corrosive, caustic, abrasive
--e chemicaliën = productos chimic caustic


agressieoorlog ZN

1 guerra de aggression


agressiviteit ZN

1 aggressivitate, character aggressive
iemands -- intomen/beteugelen = temperar le aggressivitate de un persona


agressor ZN

1 aggressor, autor de un aggression
tegen de -- strijden = luctar contra le aggressor


agricultuur ZN

1 agricultura


a-griep ZN

1 grippe (F) asiatic


agrimonie ZN

1 agrimonia


agrobiologie ZN

1 agrobiologia


agrobiologisch BN

1 agrobiologic


agrobioloog ZN

1 agrobiologo, agrobiologista


agrochemie ZN

1 agrochimia, chimia agrari


agrogeologie ZN

1 agrogeologia


agrogeoloog ZN

1 agrogeologo


agro-industrie ZN

1 industria agricole


agrologie ZN

1 agrologia


agrologisch BN

1 agrologic


agrometeorologie ZN

1 agrometeorologia


agronomie ZN

1 agronomia


agronomisch BN

1 agronomic
--e kaart = carta/mappa agronomic


agronoom ZN

1 agronomo, agronomista


A.G.V.

1 (COMP) (Afk: Automatische Gegevensverwerking) tractamento automatic del information del datos


ah! TW

1 ah!


aha! TW

1 ha!, ah!


aha-erlebnis ZN

1 (PSYCH) aha-erlebnis (D)


ahob ZN

1 (Afk.: automatische halve overwegbomen) passage a nivello con medie barrieras (automatic)


ahorn ZN

1 acere


ahornbast ZN

1 cortice de acere


ahornblad ZN

1 folio de acere


ahornen BN

1 de ligno de acere


ahornhout ZN

1 ligno de acere


ahornhouten BN

1 de ligno de acere


ahornsoort ZN

1 specie de acere


ai! TW

1 ay!, aie!


AID ZN

1 (Algemene Inspectiedienst) Servicio General de Inspection


aide-de-cuisine ZN

1 adjutante de cocina


aide-mémoire ZN

1 (kort diplomatiek briefje) memorandum
2 (geheugensteuntje) adjuta mnemotechnic


AIDS, aids ZN

1 AIDS (E), SIDA (= syndrome de immunodeficientia acquirite)


aidsbesmetting ZN

1 contamination/infection per AIDS (E), per SIDA


aidsdrager ZN

1 portator del AIDS (E)/de SIDA


aidspatiënt ZN

1 malado de AIDS (E)/de SIDA


aidsremmer ZN

1 inhibitor de AIDS (E)/de SIDA


aidstest ZN

1 test (E) del AIDS (E)/de SIDA


aidsvirus ZN

1 virus del AIDS (E)/de SIDA


aigrette ZN

1 aigrette (F)


ailurofilie ZN

1 ailurophilia


ailurofobie ZN

1 ailurophobia


aimabel BN

1 amabile


air ZN

1 aere
zich een -- geven = dar se aeres


airbag ZN

1 airbag (E)


airbus ZN

1 aerobus


air-conditioned BN

1 a/de aere conditionate
niet -- = sin aere conditionate


airconditioner ZN

1 Zie: airconditiongapparaat


airconditioning ZN

1 climatisation, conditionamento del aere, airconditioning (E)
voorzien van -- = climatisar, conditionar le aere


airconditioningapparaat ZN

1 climatisator, conditionator del aere


airdale terrier ZN

1 (hond) airdale (E)


airmail ZN

1 posta aeree


ajakkes! TW

1 puh!


ajourneren WW

1 ajornar


aju!, ajuus! TW

1 adeo!, salute!, a revider!


ajuin ZN

1 Zie: ui


akant ZN

1 acantho


A-kant ZN

1 facie A, latere A


akantvormig BN

1 acanthacee


akela ZN

1 akela


akelei ZN

1 aquilegia


akelig BN

1 (onaangenaam) disagradabile, displacente, repugnante
-- boek = libro disagradabile
-- karweitje = carga displacente
--e smaak = mal gusto, gusto disagradabile
--e jongen = puero antipathic
een -- wezen = un esser repugnante
ik voel me zo -- = io me senti tanto mal
2 (naar, vreselijk) sinistre, lugubre, horrende, horribile, horride
-- licht = lumine/luce sinistre/lugubre
-- weer = mal tempore, tempore horribile


akeligheid ZN

1 (hoedanigheid) horror
2 (naar gevoel) sentimento disagradabile
3 (iets dat akelig is) horror


aker ZN

1 (emmer) situla, cupa
2 (eikel) glande


aki ZN

1 (Afk.: automatische knipperlichtinstallatie) luce automatic intermittente


akinesie ZN

1 (MED) akinesia


akkefietje ZN

1 (onaangenaam werkje) carga/travalio/labor disagradabile
2 (kleinigheid) bagatella


akker ZN

1 campo, agro, terra
ingezaaide -- = campo seminate
op zijn dooie --tje = con tote le calma del mundo
2 (GESCH) gleba


akkeraarde ZN

1 humus (L), terra vegetal


akkerarbeid ZN

1 Zie: veldarbeid


akkerboterbloem ZN

1 ranunculo arvense


akkerbouw ZN

1 agricultura, cultivation del solo


akkerbouwer ZN

1 cultor, agricultor


akkerbouwwerktuigen ZN MV

1 instrumentos aratori


akkerbrem ZN

1 genista tinctori


akkerdistel ZN

1 cirsio arvense


akkerereprijs ZN

1 veronica agreste


akkergeelster ZN

1 gagea arvense


akkergereedschap ZN

1 Zie: akkerbouwwerktuigen


akkergoudsbloem ZN

1 calendula arvense


akkergrond ZN

1 Zie: akkerland


akkerguichelheil ZN

1 anagallis arvense


akkerhanevoet ZN

1 Zie: akkerboterbloem


akkerhoningklaver ZN

1 meliloto officinal


akkerhoornbloem ZN

1 cerastio arvense


akkerkamille ZN

1 anthemis arvense


akkerkers ZN

1 nasturtio silvestre


akkerklaver ZN

1 trifolio pratense/agrari


akkerland ZN

1 terra/solo arabile/cultivabile


akkerleeuweklauw ZN

1 alchemilla arvense


akkermanskruid ZN

1 Zie: akkerhoornbloem


akkermelkdistel ZN

1 soncho arvense


akkermunt ZN

1 mentha arvense


akkerpaardestaart ZN

1 equiseto arvense


akkerscherm ZN

1 ammi


akkervederdistel ZN

1 cirsio arvense


akkerviooltje ZN

1 viola tricolor


akkerwesp ZN

1 vespa arvense


akkerwet ZN

1 lege agrari


akkerwinde ZN

1 convolvulo arvense


akkoord ZN

1 (overeenkomst) accordo, convention, contracto
sociaal -- = accordo social
stilzwijgend -- = accordo tacite
monetair -- = accordo monetari
een -- aanbieden = proponer un accordo
een -- aangaan/sluiten = concluder un accordo
tot een -- komen = arrivar/venir a un accordo
het aangaan/het sluiten van een -- = le conclusion de un accordo
2 (JUR) (schikking) transaction, concordato
3 (MUZ) accordo
afgeleide --en = accordos derivate
polytonale --en = accordos polytonal
gebroken -- = arpeggio (I)
een -- aanslaan = toccar un accordo


akkoord BN

1 exacte, conforme
-- gaan met = esser de accordo con


akkoord! TW

1 de accordo!


akkoordbevinding ZN

1 confirmitate
bij -- = in caso de confirmitate


akkoordenleer ZN

1 theoria del accordos


akkoordje ZN

1
het op een -- gooien met zijn geweten = facer un pacto con/transiger con su conscientia


akoestiek ZN

1 (geluidsleer) acustica
toegepaste -- = acustica applicate
2 (wijze waarop het geluid wordt voortgeplant) acustica
-- van een zaal = acustica de un sala
een zaal met een goede -- = un sala de bon conditiones acustic


akoestisch BN

1 (door het gehoor kenbaar) acustic
--e signalen = signales acustic
-- cardiogram = cardiogramma acustic
--e wisselwerkingen = interactiones acustic
-- beeld = imagine acustic
--e perceptie = perception acustic
2 (mbt de akoestiek) acustic
een --e gitaar = guitarra {gi}/gitarra acustic
--e sensor = sensor acustic
--e detector = detector acustic
--e impedantie = impedantia acustic
--e dispersie = dispersion acustic
--e refractie = refraction acustic
--e inductantie = inductantia acustic
--e traagheid = inertia acustic
--e weerstand = resistentia acustic
--e balans = balancia acustic
--e flux = fluxo/currente acustic
--e interferometer = interferometro acustic
--e viscosimeter = viscosimetro acustic
--e stralingsmeter = radiometro acustic
-- paneel = pannello acustic


akoesto-elektrisch BN

1 acustoelectric
--e omvormer = convertitor acustoelectric


akolei ZN

1 Zie: akelei


akoniet ZN

1 aconito


aks ZN

1 hacha {sj}
(OUDH) tweesnijdende -- = bipenne


akte ZN

1 (schriftelijk stuk) acto, documento
-- van beschuldiging = acto de accusation
-- van cessie/overdracht = acto de cession
-- van de burgerlijke stand = acto del stato civil
-- van geboorte = acto de nascentia
-- van overlijden = acto de decesso/de morte
-- van oprichting = acto constitutive/de fundation
-- van benoeming = acto de nomination
notariële -- = acto notarial
(JUR) (instrumenteren) --n opmaken = instrumentar
(JUR) oorspronkelijke -- = minuta
2 (diploma) diploma, certificato
-- van bekwaamheid = certificato de capacitate
een -- halen = obtener un diploma/certificato
3 (vergunning) permisso
-- voor de jacht = permisso pro le/de chassa {sj}
-- voor de visserij = permisso pro le/de pisca
4 (DRAM, FILM) acto
treurspel in vijf --n = tragedia in cinque actos
5 (GESCH) (staatstuk) acto
Acte van Navigatie = Acto de Navigation
6 (R.K.) acto
een -- van geloof = un acto de fide
een -- van berouw = un acto de contrition
7
-- de présence geven = facer acto de presentia


akte-examen ZN

1 examine pro le obtention de un certificato


aktenkast ZN

1 armario pro le actos/documentos/dossiers (F), armario/mobile archivo


aktentas ZN

1 portadocumentos, portafolio, cartiera


aktieprogramma ZN

1 programma de action


al BW

1 (reeds) ja, jam
dat boek is -- oud = iste libros es jam vetule
hij is -- in Amsterdam = ille es jam in Amsterdam
hij kent Interlingua -- lang = ille sape Interlingua jam desde longe tempore
2
-- te = troppo, nimis
zij waren -- te enthousiast = illes esseva troppo/nimis enthusiastic
3
-- of niet = si o no
4 (+ tegenw dw) "niet vertalen"
-- schrijvend = scribente


al ZN

1
het -- = le universo


al VW

1 benque
-- is hij arm, hij is gelukkig = benque ille es paupere/povre, ille es felice
ook -- = anque si


al, alle ZN

1 (BIJV) tote le, omne
--le boeken = tote le/omne libros
-- deze boeken = tote/omne iste libros
-- de moeite = tote le/omne effortios
met -- zijn macht = con tote su potentia
te allen tijde = sempre, semper
2 (ZELFST) toto
-- met -- = toto ben considerate


à la BW

1 (op de wijze van) à la (F)


alabandiet ZN

1 alabandite


à la carte BW

1 à la carte (F), al carta


alachtig BN

1 algal


alanine ZN

1 (BIOCH) alanina


alant(swortel) ZN

1 inula


alarm ZN

1 (noodsein) alarma, alerta
loos -- = alarma false
groot -- = alarma general
-- slaan = dar le alarma, alarmar
-- blazen = sonar le alarma
2 (alarminstallatie) dispositivo de alarma
stil -- = alarma silentiose
3 (noodtoestand) emergentia
het land is in staat van -- = le pais es in stato de emergentia


alarmbel ZN

1 campana de alarma


alarmblazer ZN

1 sonator de alarma


alarmcentrale ZN

1 central/centro de alarma/de urgentia/de emergentia, servicio de messages personnal (pro touristas {oe} al extero)


alarmeren WW

1 (door alarm oproepen) alarmar, alertar, advertir
de troepen -- = poner le truppas in stato de alerta
2 (in opschudding brengen) alarmar, consternar


alarmerend BN

1 alarmante
--e berichten = novas/notitias alarmante


alarmfase ZN

1 phase de alarma


alarmfluit ZN

1 sibilo de alarma


alarmgeschreeuw ZN

1 critos de alarma


alarminrichting ZN

1 Zie: alarminstallatie


alarminstallatie ZN

1 installation/dispositivo de alarma
2 (in auto) dispositivo antifurto


alarmist ZN

1 alarmista


alarmistisch BN

1 alarmistic


alarmklep ZN

1 valva de alarma


alarmklok ZN

1 campana de alarma


alarmkreet ZN

1 crito de alarma


alarmmaker ZN

1 alarmista


alarmnummer ZN

1 numero (telephonic) de urgentia/de emergentia


alarmpistool ZN

1 pistola de alarma


alarmsignaal ZN

1 signal de alarma
2 (MIL) alerta


alarmsirene ZN

1 sirena de alarma/alerta


alarmsysteem ZN

1 systema de alarma/alerta


alarmtoestand ZN

1 stato de alarma/alerta
de -- afkondigen = proclamer le stato de alerta
de -- opheffen = levar le stato de alerta


alarmtoon ZN

1 tono de alarma


Albanees BN

1 albanese
het --e volk = le populo albanese


Albanees ZN

1 albanese


albanees ZN

1 (taal) albanese


Albanië ZN EIGN

1 Albania


albast ZN

1 alabastro
oosters -- = alabastro oriental
van -- = alabastrin


albastachtig BN

1 alabastrin


albasten BN

1 alabastrin, de alabastro


albastgroeve ZN

1 mina de alabastro


albatros ZN

1 albatros


albe ZN

1 alba


albedil ZN

1 criticastro


albedo ZN

1 albedo


albeheersend BN

1 qui domina toto


albestier ZN

1
het -- = le omnipotentia, le poter divin


albestuur ZN

1 Zie: albestier


albezielingsleer ZN

1 panpsychismo


albiet ZN

1 albite


Albigenzen ZN MV

1 albigenses


albinisme ZN

1 albinismo


albino ZN

1 albino


albino BN

1 albin


Albion ZN EIGN

1 Albion
het perfide -- = le perfide Albion


album ZN

1 album


albumblad ZN

1 folio de album


albuminaat ZN

1 albuminato


albumine ZN

1 albumina
-- bevattend = albuminose


albuminefabriek ZN

1 fabrica de albumina


albuminepapier ZN

1 papiro a albumina


albuminoïde ZN

1 albuminoide


albuminometer ZN

1 albuminometro


albuminurie ZN

1 albuminuria
aan -- lijdend = albuminuric


albumose ZN

1 albumose


alcaïsch BN

1 alcaic
-- vers = verso/strophe alcaic


alchemie ZN

1 alchimia


alchemist ZN

1 alchimista


alchemistisch BN

1 alchimic, alchimistic


alcohol ZN

1 alcohol
absolute -- = alcohol absolute
pure -- = alcohol pur
gedenatureerde -- = alcohol disnaturate
tweewaardige -- = alcohol bivalente
driewaardige -- = alcohol trivalente
houtgeest is een vergiftige -- = le alcohol methylic es toxic
gehalte aan -- = grado de alcohol
met -- = alcoholisate
in -- omzetten = alcoholisar
omzetting in -- = alcoholisation
in -- om te zetten = alcoholisabile
suiker kan in -- worden omgezet = sucro es alcoholisabile
toevoeging van -- = alcoholisation


alcoholaat ZN

1 alcoholato


alcoholbereiding ZN

1 fabrication de alcohol


alcoholbstrijding ZN

1 Zie: drankbestrijding


alcoholconsumptie ZN

1 Zie: alcoholgebruik


alcoholgebruik ZN

1 consumo/consumption de alcohol/de bibitas alcoholic


alcoholgehalte ZN

1 percentage/grado de alcohol, tenor alcoholic, alcoholicitate
de bepaling van het -- van wijn = le alcoholometria del vino
het -- van het bloed = le grado de alcoholemia


alcoholgeur ZN

1 odor de alcohol


alcoholhoudend BN

1 alcoholic, alcoholisate
--e dranken = bibitas/biberages alcoholisate


alcoholica ZN MV

1 bibitas/biberages alcoholisate/alcoholic


alcoholicus ZN

1 Zie: alcoholist


alcoholintoxicatie ZN

1 Zie: alcoholvergiftiging


alcoholisatie ZN

1 alcoholisation


alcoholisch BN

1 alcoholic, alcoholisate
--e gisting = fermentation alcoholic
--e levercirrose = cirrhose (-osis) alcoholic
-- dranken = bibitas/biberages alcoholic/alcoholisate
sterk --e dranken = bibitas spirituose


alcoholiseren WW

1 alcoholisar, adjunger alcohol


alcoholisering(sproces) ZN

1 alcoholisation


alcoholisme ZN

1 alcoholismo
het -- bestrijden = combatter le alcoholismo


alcoholist ZN

1 alcoholico, dipsomaniaco


alcoholmeter ZN

1 alcoholometro


alcoholmisbruik ZN

1 abuso de alcohol


alcoholometrie ZN

1 alcoholometria


alcoholpercentage ZN

1 Zie: alcoholgehalte


alcoholpreparaat ZN

1 preparation de alcohol


alcoholprobleem ZN

1 problema del alcoholismo


alcoholpromillage ZN

1 nivello de alcohol in le sanguine, alcoholemia


alcoholsmaak ZN

1 gusto de alcohol


alcoholspiegel ZN

1 tenor alcoholic


alcoholtest ZN

1 test (E) del nivello de alcohol in le sanguine, test (E) de alcohol


alcoholthermometer ZN

1 thermometro a/de alcohol


alcoholverbod ZN

1 prohibition de alcohol


alcoholverbruik ZN

1 consumo/consumption de alcohol


alcoholvergiftiging ZN

1 intoxication alcoholic


alcoholvraagstuk ZN

1 Zie: alcoholprobleem


alcoholvrij BN

1 exempte de alcohol, sin alcohol, non alcoholisate
--e dranken = bibitas/biberages exempte de/sin alcohol/non alcoholisate


alcoholweger ZN

1 Zie: alcoholmeter


aldaar BW

1 illac, ibi, ibidem, in ille loco


aldehyde ZN

1 aldehyde


aldoor BW

1 continuemente, constantemente, tote le tempore, sin cessar
val me niet -- in de rede! = non me interrumpe continuemente!


aldose ZN

1 aldose


aldosteron ZN

1 aldosteron


aldra BW

1 Zie: weldra


aldus BW

1 assi, de iste maniera, de iste modo
-- de woordvoerder = secundo le portavoce


ale ZN

1 (Engels bier) ale (E)


aleatoir BN

1 aleatori
-- contract = contracto aleatori


aleatorisch BN

1 aleatori
een --e fout = un error aleatori
--e muziek = musica aleatori
-- karakter van een verwachting/prognose = aleatorietate de un prevision


aleer VW

1 ante que
-- u begint = ante que vos comencia, ante de comenciar


alef ZN

1 alephe


Aleman ZN

1 alemanno


Alemannisch BN

1 alemanne, alemannic


Aleoet ZN

1 (bewoner van de Aleoeten) aleut


Aleoeten ZN EIGN MV

1 Aleutas, Insulas aleutian


alert BN

1 vigilante, attente, attentive
-- zijn op iets = esser attente a un cosa


alertheid ZN

1 vigilantia, attention


aleuron ZN

1 aleuron


Alexander ZN EIGN

1 Alexandro
-- de Grote = Alexandro Magne


Alexandrië ZN EIGN

1 Alexandria


alexandriet ZN

1 alexandriet


alexandrijn ZN

1 alexandrino
halve -- = hemistichio
-- met twee cesuren = trimetro


Alexandrijns BN

1 (van Alexandrië) alexandrian
2 (van Alexandrië, van Alexander de Grote) alexandrin


alexandrijns BN

1 alexandrin


alexie ZN

1 alexia, cecitate verbal


alexine ZN

1 alexina


alfa ZN

1 (Griekse letter) alpha
de -- en de omega = le alpha e le omega
2 (school, richting) litteras
3 (leerling) studiante de litteras


alfa-actief BN

1 alpha-active


alfabet ZN

1 alphabeto, abece
gotisch -- = alphabeto gothic
cyrillisch -- = alphabeto cyrillic
fonetisch -- = alphabeto phonetic
zonder -- = analphabetic
de letters van het -- = le litteras del alphabeto
volgens het -- geordend = in ordine alphabetic
iets op -- zetten = mitter in ordine alphabetic, ordinar alphabeticamente


alfabetisch BN

1 alphabetic, per ordine alphabetic
--e tabel = tabella alphabetic
--e indeling = classamento/classification alphabetic
-- register = registro alphabetic
--e catalogus = catalogo alphabetic
niet --e notatie = analphabetismo
in --e volgorde leggen/zetten = rangiar/poner in ordine alphabetic, alphabetisar


alfabetiseren WW

1 (in alfabetische volgorde zetten) alphabetisar, rangiar/poner/mitter in ordine alphabetic
2 (leren lezen en schrijven) alphabetisar


alfabetisering ZN

1 alphabetisation


alfabetiseringsgraad ZN

1 grado de alphabetisation


alfabetiseringsproject ZN

1 plano/programma de alphabetisation


alfadeeltje ZN

1 particula alpha
bescherming tegen --s = protection contra particulas alpha
beschieting met --s = bombardamento per particulas alpha


alfanumeriek BN

1 (COMP) alphanumeric
--e code = codice alphanumeric
--e printer = impressor/imprimitor alphanumeric


alfarereptor ZN

1 receptor alpha


alfastralen ZN MV

1 radios alpha


alfastraling ZN

1 radiation alpha


alfa-verval ZN

1 disintegration alpha


alg ZN

1 alga
bruine -- = alga brun
groene -- = alga verde
rode -- = alga rubie, rhodophyto
blauwe -- = alga blau
eencellige -- = alga unicellular
meercellige -- = alga pluricellular
kolonie van --en = cenobio de algas
studie der --en = phycologia, algologia
iemand die de --en bestudeert = algologo


algebra ZN

1 algebra
commutatieve -- = algebra commutative
hogere -- = algebra superior
lineaire -- = algebra linear


algebraïsch BN

1 algebric, algebraic
--e formule = formula algebric/algebraic
--e functie = function algebric/algebraic
--e uitdrukking = expression algebric/algebraic
-- getal = numero algebric/algebraic
--e vergelijking = equation algebric/algebraic
-- complement = complemento algebraic/algebric
--e multipliciteit = multiplicitate alegric/algebraic
een vraagstuk -- oplossen = resolver un problema con algebra


algebraïst ZN

1 algebrista


algebraleraar ZN

1 professor de algebra


algeheel BN

1 total, general, integral, integre, complete
--e mobilisatie = mobilisation general
--e vernietiging = destruction total
--e erfgenaam = legatario universal
--e overeenstemming = accordo total
--e vrijheid = libertate total
--e vrijheid van handelen hebben = haber carta blanc


algemeen BN

1 (voor allen/alle gevallen geldig) general, universal
-- gebrek = defecto general/universal
--e geschiedenis = historia universal
-- stemrecht = suffragio universal
-- verschijnsel = phenomeno general
--e dienstplicht = servicio militar universal
--e mobilisatie = mobilisation general
-- aantrekkingskracht = gravitation universal
--e opstand = sublevation/insurrection general
-- gevoelen = sentimento general
--e staking = exopero general
--e vergadering = assemblea general
--e begrippen = conceptos universal
--e taalkunde/taalwetenschap/linguïstiek = linguistica general
-- karakter/geldigheid = universalitate
op -- verzoek = a petition general
-- verbreiden = universalisar
2 (publiek, gemeenschappelijk) general, public
--e mening = opinion general/public
-- welzijn = benesser general/public
3 (zonder uitzondering) general
--e regel = regula general
--e wet = lege general
-- geacht zijn = gauder de estima general
met --e stemmen = unanimemente
4 (onbepaald) general, vage
--e beloften = promissas vage
--e onkosten = costos general
-- reglement = regulamento general


algemeen ZN

1
het -- = le publico
over/in het -- = generalmente, in general, de costume, vulgo


algemeengeldig BN

1 de validitate general


algemeenheid ZN

1 generalitate, universalitate, globalitate
in zijn -- is dat waar = parlante in terminos general isto es ver


algenachtig BN

1 algal, algose


algenkenner ZN

1 algologo


algenkunde ZN

1 algologia, phycologia


Algerije ZN EIGN

1 Algeria


Algerijn ZN

1 algeriano, algerino


Algerijns BN

1 algerian, algerin
--e Sahara = Sahara algerian
--e regering = governamento algerin


algesimeter ZN

1 algesimetro


Algiers ZN

1 (stad) Alger


alginaat ZN

1 alginato


algine ZN

1 algina


alginezuur ZN

1 acido alginic


algodendom ZN

1 pantheismo


algoed BN

1 de infinite bontate, benevol(ent) issime, benignissime


algol, ALGOL

1 s. algol


algologie ZN

1 algologia, phycologia


algologisch BN

1 algologic


algoloog ZN

1 algologo, algologista


algometer ZN

1 algometro


algometrie ZN

1 algometria


algometrisch BN

1 algometric


algoritme ZN

1 (WISK, COMP) algorithmo
convergerend -- = algorithmo convergente
recursief -- = algorithmo recursive
euclidisch -- = algorithmo de Euclides
universeel -- = algorithmo universal


algoritmisatie ZN

1 algorithmisation, presentation algorithmic


algoritmisch BN

1 (WISK, COMP) algorithmic
--e taal = linguage algorithmic
--e berekeningen = calculos algorithmic


alhier BW

1 hic, ci, in iste loco, in iste urbe


alhoewel VW

1 ben que
-- je gelijk hebt = ben que tu ha ration


alias BW

1 alias
Ramona, -- de leeuwin = Ramona, alias le leona


alibi ZN

1 (bewijs) alibi
waterdicht -- = alibi de ferro
zich een -- verschaffen = procurar se un alibi
2 (uitvlucht) alibi, escappatoria, pretexto


alicyclisch BN

1 alicyclic


alidade ZN

1 alidada


aliënabel BN

1 alienabile


aliënatie ZN

1 alienation


aliëneren WW

1 alienar


alifatisch BN

1 aliphatic
--e verbinding = composito aliphatic
--e koolwaterstof = hydrocarburo aliphatic


alikruik ZN

1 litorina


alimentatie ZN

1 pension alimentari


alinea ZN

1 paragrapho
laatste -- = ultime paragrapho, paragrapho final


alizari ZN

1 alizari


alizarine ZN

1 alizarina


alizarine-inkt ZN

1 tinta de alizarina


alizarinekleurstof ZN

1 colorante de alizarina


alk ZN

1 alca


alkaan ZN

1 alcano


alkali ZN

1 alcali


alkaligehalte ZN

1 alcalescentia


alkaligesteente ZN

1 rocca alcalin


alkaligrond ZN

1 solo alcalin


alkalimetaal ZN

1 metallo alcalin


alkalimeter ZN

1 alcalimetro


alkalimetrie ZN

1 alcalimetria


alkalimetrisch BN

1 alcalimetric


alkaline ZN

1 alcalino


alkalinebatterij ZN

1 pila de alcalino


alkaliniteit ZN

1 alcalinitate


alkalisatie ZN

1 alcalisation


alkalisch BN

1 alcalin, (licht alkalisch) alcalescente
--e reactie = reaction alcalin
--e oplossing = solution alcalic
--e grond = terreno alcalin
-- maken = alcalisar


alkaliseren WW

1 alcalisar


alkalisering ZN

1 alcalisation


alkaliteit ZN

1 alcalinitate, alcalescentia


alkalivergiftiging ZN

1 alcalose (-osis)


alkalivorming ZN

1 alcalescentia


alkalivrij BN

1 sin alcali
--e zeep = sapon sin alcali


alkaloïde ZN

1 alcaloide


alkaloïdeachtig BN

1 alcaloidal


alkalose ZN

1 alcalose (-osis)


alkanna ZN

1 alkanna


alkoof ZN

1 alcova


alkylering ZN

1 alkylation


alla breve BW

1 (MUZ) alla breve (I)


Allah ZN EIGN

1 Allah


allang BW

1 desde longe tempore


allassotherapie ZN

1 allassotherapia


alle BN

1 tote le, omne
-- mensen = tote le/omne homines
-- anderen = tote le/omne alteres


allebei ZN

1 ambes, tote (le) duo


alledaags BN

1 (van elke dag, dagelijks) de tote le dies, de cata die, quotidian, habitual
--e koorts = febre quotidian
niet -- = inhabitual
2 (gewoon) normal, ordinari, currente, commun, conventional, colloquial
3 (onbeduidend) insignificante, trivial, vulgar, banal, platte, prosaic
--e dingen = cosas insignificante
-- geval = caso banal
--e naam van een plant = nomine vulgar de un planta
--e uitdrukking = colloquialismo
-- maken = banalisar


alledaagse (het) ZN

1 ordinario


alledaagsheid ZN

1 (het alledaags zijn) quotidianitate, character habitual
2 (onbeduidendheid) insignificantia, banalitate, vulgaritate, prosaismo, prosaicitate, trivialitate
(banale gezegden/gevallen) alledaagsheden = banalitates


alledag BW

1 tote le dies
het werk van -- = le labor/travalio de tote le dies


allee ZN

1 avenue (F)


alleen BN

1 sol
zij is een vrouw -- = illa es un femina sol
ik wil -- zijn = io vole esser sol
zich -- voelen = sentir se sol
-- leven = viver sol


alleen BW

1 solmente, unicamente
niet alleen ... maar ook ... = non solmente ... sed etiam/ma anque ...
ik vind dit opstel heel goed, -- is het wat langdradig = io trova iste dissertation multo bon, benque un pauc/poc troppo longe


alleengebruik ZN

1 empleo/uso exclusive


alleenhandel ZN

1 monopolio


alleenheerschappij ZN

1 autocratia, poter/governamento absolute, absolutismo, dictatura
2 (mbt staatshoofd) monocratia


alleenheerser ZN

1 autocrate, dictator


alleenheersing ZN

1 Zie: alleenheerschappij-1


alleenheid ZN

1 solitate


alleenlijk BW

1 solmente


alleenrecht ZN

1 derecto exclusive, monopolio


alleenspraak ZN

1 monologo, soliloquio
een -- houden, een -- voordragen = monologar


alleenstaand BN

1 (apart staand) isolate, solitari
-- geval = caso isolate
--e bloem = flor solitari
--e woning = casa isolate
--e ouder = parente isolate
2 (afgezonderd) sol
-- persoon = persona sol
3 (enkelvoudig, enig) singule, singular


alleenstaande ZN

1 persona qui vive sol, persona sol


alleenverdiener ZN

1 sol salariato del familia


alleenverkoop ZN

1 vendita exclusive, monopolio de vendita


alleenverkooprecht ZN

1 monopolio, exclusivitate


alleenvertegenwoordiger ZN

1 representante/agente exclusive/unic/general, concessionario


alleenvertegenwoordiging ZN

1 representation exclusive/general, exclusivitate


alleenvertoningsrecht ZN

1 exclusivitate


alleenwonend BN

1 vivente sol, qui vive sol


alleenzaligmakend BN

1 unicamente beatificante
de --e kerk = le ecclesia foris del qual il non ha salute/salvation


alleen-zijn ZN

1 solitate, solitude


allegaartje ZN

1 mixtura confuse


allegaat ZN

1 Zie: allegatie


allegatie ZN

1 allegation, citation


allegeren WW

1 allegar, citar


allegorese ZN

1 explication/explanation allegoric


allegorie ZN

1 allegoria
een -- op de dood = un allegoria del morte


allegorisch BN

1 allegoric
-- gedicht = poema allegoric
--e betekenis = signification allegoric
--e figuur = figura allegoric
--e personen = personages allegoric
-- schilderij = pictura allegoric
--e optocht = procession allegoric
--e uitlegging van de bijbel = explication allegoric del biblia
-- voorstellen/uitleggen = allegorisar
het -- voorstellen/uitleggen = allegorisation
--e voorstelling = allegoria, allegorisation


allegoriseren WW

1 allegorisar
het -- = allegorisation


allegorisering ZN

1 allegorisation


allegorist ZN

1 allegorista, allegorisator


allegretto

1 (MUZ) allegretto (I)


allegro

1 (MUZ) allegro (I)


allehens ZN

1 totes
-- aan dek! = totes super le ponte!


allelie ZN

1 allelismo


allelomorf BN

1 allelomorphe
-- gen = gen allelomorphe


allelomorfisme ZN

1 allelomorphismo


allelopathie ZN

1 allelopathia


allelotype ZN

1 allelotypo


alleluja ZN

1 (h)allelujah {ja}


alleluja TW

1 (h)allelujah {ja}


allemaal ONB VNW

1 totes
ik heb ze -- opgegeten = io los ha mangiate totes
het kan -- = (mogelijk) toto es possibile, (toegestaan) toto es permittite


allemachtig! TW

1 bontate divin!


alleman ZN

1
Jan en -- = totes, tote le mundo


allemande ZN

1 (MUZ, DANSK) allemande (F)


allemansgeheim ZN

1 secreto public


allemansvriend ZN

1 amico de tote le mundo, amico de totes


allen ONB VNW

1 omnes, totes, tote le mundo
-- behalve hij = totes minus ille
met z'n -- = totes juncte


allengs BW

1 pauco a pauco, poco a poco, gradualmente


aller ZN

1 de totes
-- ogen = tote le oculos


alleraardigst BN

1 multo sympathic, sympathicissime


allerbest BN

1 multo bon, excellente, optime
zijn --e vrienden = su melior amicos
de --e = le melior de totes
op zijn -- zijn = esser in optime forma


allerchristelijkst BN

1 christianissime


allerdoorluchtigst BN

1 illustrissime


allereerst BN

1 primissime
de --e keer = le primissime vice


allergeen BN

1 allergene
--e stof = substantia allergene


allergeen ZN

1 allergene, substantia allergene


allergetrouwst BN

1 multo fidel, fidelissime


allergicus ZN

1 allergico


allergie ZN

1 allergia, anaphylaxia
aangeboren -- = allergia hereditari
-- voor stof = allergia al pulvere


allergiespecialist ZN

1 allergologo, allergologista


allergisch BN

1 allergic
--e ziekte = maladia allergic
--e verschijnselen = phenomenos allergic
-- voor katteharen = allergic al pilos de catto
-- maken = allergisar


allergist ZN

1 allergista


allergologie ZN

1 allergologia


allergologisch BN

1 allergologic


allergoloog ZN

1 allergologo, allergologista


allergopathie ZN

1 allergopathia


allergopathisch BN

1 allergopathic


allerhande BN

1 tote/omne sorta(s) de, tote/omne specie(s) de, de omne typo, un varietate de, differente


allerhande ZN

1 biscuites assortite


Allerheiligen ZN

1 (Die de) Omne Sanctos
de avond voor -- = vigilia de Omne Sanctos


allerheiligste ZN

1 sanctum sanctorum (L)


allerhoogst BN

1 (zeer hoog) multo alte, altissime, (het hoogst) le plus alte, summe, supreme
van het -- belang = del plus alte importantia, del ultime importantia, del summe importantia


allerijl ZN

1
in -- = in grande/tote haste


allerlaatst BN

1 ultime, ultimissime, in ultime loco
de --e toevlucht = le ultime refugio
de --e voorstelling = le ultime representation
het --e komen = arrivar le ultime de totes
op het --e = al ultime momento


allerlei BN

1 Zie: allerhande


allerliefst BN

1 (zeer lief) adorabile, gratiosissime


allerliefst BW

1 (liever dan iets anders) de preferentia


allermeest BW

1 le majoritate del vices, le plus sovente


allerminst BW

1 non del toto


allerminst BN

1 le minor, le plus parve


allernieuwst BN

1 toto nove, novissime, le plus recente, le ultime novitate


allernoodzakelijkst BN

1 indispensabile
het --e = le stricte minimo


allerslechtst BW

1 le pejor


alleruiterste BN

1 ultime, ultimissime, extreme
op het -- liggen = agonisar


allervoortreffelijkst BN

1 excellentissime


allerwegen BW

1 in tote le directiones, ubique


allerzielen ZN

1 die (commemorative) del animas/del mortos/del defunctos


alles ONB VNW

1 toto, omne cosa
voor -- = ante toto
ten koste van -- = a omne costo


allesbehalve BW

1 toto salvo, non ... del toto, nullemente, in necun modo/maniera


allesbrander ZN

1 combure-toto


allesetend BN

1 omnivore


alleseter ZN

1 omnivoro


allesomvattend BN

1 que include toto, universe, universal, omnimode


allesomvattendheid ZN

1 universalitate


allesoverheersend BN

1 dominante, predominante, prevalente, prepotente
--e smaak = sapor predominante
-- gevoel = sentimento propotente


allesreiniger ZN

1 netta-toto, detergente universal


alleszins BW

1 in omne modo, in omne respectos, sub tote le respectos, absolutemente
het is -- begrijpelijk dat ze niet wil = il es toto comprensibile que illa non lo vole


alliage ZN

1 alligato


alliantie ZN

1 alliantia, liga, pacto
Triple Alliantie = Triple Alliantia
Heilige Alliantie = Sancte Alliantia
een -- vormen = alliar


allicht BW

1 (zeker wel) evidentemente, certemente, multo probabilemente, obviemente, (natuurlijk) naturalmente


allieerbaar BN

1 alligabile


alliëren WW

1 alligar
ijzer en koper met elkaar -- = alligar le ferro e le cupro


alligatie ZN

1 alligato


alligator ZN

1 alligator, caiman


alligatorleer ZN

1 pelle/corio de alligator


all-in BW

1 toto incluse
dat kost u honderd gulden -- = isto vos costa cento florinos toto incluse


all-in BN

1 total
de -- prijs = le precio total


alliteratie ZN

1 alliteration


allitereren WW

1 alliterar, formar alliteration


allobiologie ZN

1 allobiologia


allobiologisch BN

1 allobiologic


allobiose ZN

1 allobiose (-osis)


allocatie ZN

1 allocation


allochtoon BN

1 allochtone


allochtoon ZN

1 allochtono


allocutie ZN

1 allocution


allodiaal BN

1 allodial
-- goed = allodio
--e bezittingen = benes allodial


allodificatie ZN

1 allodification


allodificeren WW

1 allodificar


allodium ZN

1 allodio, benes allodial


allofoon BN

1 allophone, allophonic


allogaam BN

1 allogame, allogamic


allogamie ZN

1 allogamia


allogeen BN

1 allogene


allogenetisch BN

1 allogenetic


allohaploide BN

1 allohaploide


allometrie ZN

1 allometria


allometrisch BN

1 allometric


allomorf BN

1 allomorphe, allomorphic


allonge ZN

1 (GELDW) allonge
2 (SCHEI) allonge


alloniem ZN

1 allonymo


allooi ZN

1 (FIG) nivello, qualitate, valor
poëzie van beter -- = poesia de un melior nivello
van twijfelachtig -- = equivoc


allopaat ZN

1 allopathe


allopathie ZN

1 allopathia


allopathisch BN

1 allopathic
--e methode = methodo allopathic


alloritmie ZN

1 allorhythmia


allosyndetisch BN

1 allosyndetic


allotroop ZN

1 allotropo, stato allotrope/allotropic


allotroop BN

1 Zie: allotropisch


allotropie ZN

1 allotropia


allotropisch BN

1 allotrope, allotropic
--e toestand = stato allotrope/allotropic, allotropo


alloxaan ZN

1 alloxano


all right TW

1 all right (E), de accordo


all-risk ZN

1 (BN/BW) (contra) tote le riscos


all-riskpolis ZN

1 polissa contra tote le riscos


all-riskverzekering ZN

1 assecurantia contra tote le riscos


allround BN

1 complete
-- kunstenaar = artista complete
-- sportman = sportista complete


allrounder ZN

1 (SCHAATSSPORT) patinator de tote le categorias


all terrain bike ZN

1 bicycletta ATB


alluderen ZN

1 alluder, facer allusion a


alluminiumbrons ZN

1 bronzo al aluminium


allure ZN

1 (mbt personen) conducta
2 (mbt zaken) aspecto, presentation, stilo
een tuin van bescheiden -- = un jardin de aspecto modeste


allusie ZN

1 allusion


alluviaal BN

1 (aangeslibd) alluvial
--e gronden = terrenos/solo alluvial
--e formatie = formation alluvial
--e afzetting = deposito alluvial
2 (van het alluvium) holocen
het --e tijdperk = holoceno


alluvium ZN

1 holoceno


allyl ZN

1 allyl


allylalcohol ZN

1 propenol


allylalcohol BN

1 alcohol allylic


almaar BW

1 continuemente, sin arresto


almacht ZN

1 omnipotentia


almachtig BN

1 omnipotente
iemands --e hand herkennen = recognoscer le mano omnipotente de un persona


Almachtige ZN EIGN

1 Omnipotente


almagest ZN

1 almagesto


almagra ZN

1 almagra


alma mater ZN

1 alma mater (L)


almanak ZN

1 almanac, ephemeride
Enkhuizer -- = almanac de Enkhuizen


almandien ZN

1 almandina


almede BW

1 anque, etiam, equalmente


almeh ZN

1 (Egyptische danseres) almea


almogend BN

1 omnipotente


Almogende ZN

1 Omnipotente


almogendheid ZN

1 omnipotentia


almucium ZN

1 almucio


aloë ZN

1 aloe


aloëachtig BN

1 aloetic


aloëbitter ZN

1 aloina


aloëhars ZN

1 aloe


aloëpil ZN

1 pilula de aloe


alogie ZN

1 alogia


alogisch BN

1 alogic


aloïne ZN

1 aloina


alom BW

1 ubique, in omne locos
-- verspreiden = universalisar, generalisar


alomtegenwoordig BN

1 omnipresente, ubique, ubiquitari
God is -- = Deo es omnipresente


alomtegenwoordigheid ZN

1 omnipresentia, ubiquitate
-- van God = omnipresentia de Deo


alomvattend BN

1 universal
een --e geest = (alles kennend) spirito universal, (zeer veel kennend) spirito encyclopedic


alopecia ZN

1 alopecia


aloud BN

1 (zeer oud) multo ancian/antique
naar het --e gezegde = secundo le expression consecrate
2 (eerwaardig) venerabile, respectabile


aloudheid ZN

1 antiquitate


alp ZN

1 alpe


alpaca ZN

1 (bergschaap) alpaca
2 (legering) alpaca


alpacawol ZN

1 alpaca


Alpen ZN EIGN MV

1 Alpes
Beierse -- = Alpes Bavarese
Berner -- = Alpes Bernese
Transsylvanische -- = Alpes Transsylvan
Norische -- = Alpes Noric
Italiaanse -- = Alpes Italian
de -- overtrekken = transversar le Alpes


alpenanemoon ZN

1 anemone alpin


alpenanjer ZN

1 diantho alpin


alpenaster ZN

1 astere alpin


alpenbeemdgras ZN

1 poa alpin


alpenbeklimmer ZN

1 alpinista


alpenbewoner ZN

1 habitante del Alpes


alpenbloem ZN

1 flor alpin


alpenboktor ZN

1 rosalia alpin


alpenbosrank ZN

1 clematis alpin


alpenboterbloem ZN

1 ranunculo alpestre


alpenclub ZN

1 club (E) alpin/alpinista


alpendistel ZN

1 carduo deflorate


alpenereprijs ZN

1 veronica alpin


alpenfauna ZN

1 fauna alpestre/alpin


alpenflora ZN

1 flora alpestre/alpin


alpengeit ZN

1 capra alpin


alpengletsjer ZN

1 glaciero alpin


alpengordel ZN

1 catena alpin/del Alpes


alpengras ZN

1 armeria alpin


alpenherfsttijloos ZN

1 colchico {sj} alpin


alpenhoorn ZN

1 corno alpin/del Alpes


alpenhut ZN

1 refugio alpin, chalet (F) alpin


alpenjager ZN

1 chassator {sj} alpin


alpenketen ZN

1 catena alpin/del Alpes


alpenklokje ZN

1 soldanella alpin


alpenkraai ZN

1 pyrrhocorax


alpenlandschap ZN

1 paisage alpestre/alpin


alpenpas ZN

1 passo del Alpes


alpenplant ZN

1 planta alpicole/alpin


alpenroos ZN

1 rhododendro hirsute


alpenspoorweg ZN

1 ferrovia alpestre/alpin


alpenstok ZN

1 baston de alpinista/de montania, alpenstock


alpenweide ZN

1 pastura/prato alpestre/del Alpes


alpien BN

1 alpin
--e vegetatie = vegetation alpin
2 (ETNOL) alpin
--e ras = racia alpin


alpineskiën ZN

1 ski alpin


alpinisme ZN

1 alpinismo


alpinist ZN

1 alpinista


alpinistenclub ZN

1 club (E) alpin/alpinista


alpino(muts/pet) ZN

1 berretto/béret (F) alpin


alras BW

1 tosto, bentosto


alreeds BW

1 ja, jam


alruin ZN

1 mandragora


als BW

1 (tijd) quando
-- je naar De Bilt gaat, bezoek dan het Meteorologisch Instituut = quando tu va a De Bilt, visita le Instituto Meteorologic
2 (voorwaarde) si
-- ik geld had, zou ik het niet doen = si io habeva moneta, io non lo facerea
3 (vergelijking) como
zwemmen -- een vis = natar como un pisce
zo licht -- een veertje = legier como un pluma
zo groot -- = tanto grande como
4 (in de hoedanigheid van) como, qua, in le qualitate de, a titulo de


alsdan BW

1 alora, in iste caso, in tal caso


alsem ZN

1 absinthio, artemisia


alsemachtig BN

1 absinthic


alsemsmaak ZN

1 gusto de absinthio


alsmaar BW

1 continuemente, a omne passo, sempre, semper


alsmede VW

1 assi como, e anque


alsnog BW

1 ancora


alsof VW

1 como si, quasi que
-- je niet beter wist! = como si tu non esseva al currente!
doen -- = facer como, facer le comedia, simular, finger


alstublieft TW

1 per favor


alstublieft BW

1 si il vos place


alstublieft ZN

1 si il vos place


alt ZN

1 (stem) contralto, alto
2 (altviool) alto


altaar ZN

1 altar
draagbaar -- = altar portative
een -- versieren = decorar un altar


altaarblad ZN

1 Zie: altaarstuk


altaarboek ZN

1 Zie: misboek


altaardienaar ZN

1 acolyt(h)o


altaargeheim ZN

1 mysterio/sacramento del altar


altaargereedschap ZN

1 vasos sacrate


altaarhemel ZN

1 baldachino


altaarkelk ZN

1 ciborio


altaarornament ZN

1 ornamento de altar


altaaroverhuiving ZN

1 ciborio


altaarschildering ZN

1 Zie: altaarstuk


altaarsteen ZN

1 petra del altar


altaarstuk ZN

1 pictura de altar, retabulo
-- in twee delen = diptico
-- in drie delen = triptico


altaartafel ZN

1 tabula de altar


altaartooi ZN

1 paramento


altaartrede ZN

1 grado del altar


Altai ZN EIGN

1 Altai


Altaïsch BN

1 altaic
--e talen = linguas altaic


altaïstiek ZN

1 studio del linguas altaic, altaistica


altegenwoordig BN

1 Zie: alomtegenwoordig


altemet BW

1 a vices
2 per hasardo


alteratie ZN

1 alteration


altercatie ZN

1 altercation


alter ego ZN

1 alter ego (L)


altereren WW

1 (veranderen) alterar(MUZ)
gealtereerde akkorden = accordos alterate


alternantie ZN

1 alternantia


alternatie ZN

1 alternation


alternatief ZN

1 alternativa
iemand voor een -- stellen = proponer un alternativa a un persona


alternatief BN

1 (een keuze latend) alternative
--e oplossing = solution alternative
(JUR) --e verbintenis = obligation alternative
2 (niet volgens de norm) alternative, parallel
--e geneeswijze = medicina parallel/non official
(JUR) --e straf = pena/sanction alternative/non traditional


alternatieveling ZN

1 typo alternative, persona marginal


alterneren WW

1 alternar


alternerend BN

1 alternante
--e pols = pulso alternante
-- rijm = rima alternante


altfluit ZN

1 flauta alto


althans BW

1 al minus


althea ZN

1 althea (officinal)


althobo ZN

1 oboe alto, corno anglese


altijd BW

1 semper, sempre
voor -- = pro semper/sempre
zoals -- = como semper/sempre, como de costume
eens en voor -- = un vice pro semper/sempre
-- en eeuwig = eternemente
-- groen/-- groen blijvend = semperverde
-- groene/-- groen blijvende plant = semperverde
-- door = continuemente
hij zoekt -- door = ille continue a cercar


altijddurend BN

1 perpetue, perpetual, perenne, perennal, continue, eternal, permanente
--e beweging = movimento perpetue
--e vete = rancor eternal


altijdgroen BN

1 semperverde
--e planten = plantas semperverde


altimeter ZN

1 altimetro


altimetrie ZN

1 altimetria


altklarinet ZN

1 clarinetto alto


altocumulus ZN

1 altocumulo


altoos BW

1 sempre, semper


altoosdurend BN

1 Zie: altijddurend


altostratus ZN

1 altostrato


altpartij ZN

1 partita de alto


altruïsme ZN

1 altruismo


altruïst ZN

1 altruista


altruïstisch BN

1 altruista, altruistic
-- gedrag = comportamento altruista/altruistic
--e gevoelens = sentimentos altruista/altruistic


altsax ZN

1 Zie: altsaxofoon


altsaxofoon ZN

1 saxophono alto


altsleutel ZN

1 clave de ut


altstem ZN

1 alto, voce de contralto


altviool ZN

1 alto, viola


altzangeres ZN

1 contralto


aluin ZN

1 alun


aluinaarde ZN

1 alumina, trioxydo de aluminium


aluinen WW

1 alunar


aluinerts ZN

1 mineral de alun


aluinfabriek ZN

1 aluneria, fabrica de alun


aluingroeve ZN

1 aluniera, mina de alun


aluinkuip ZN

1 cupa de alun


aluinsteen ZN

1 (mineraal) alunite
2 (scheersteen) alun, petra de alun


aluinwater ZN

1 aqua de alun


alumina ZN

1 alumina, trioxydo de aluminium


aluminaat ZN

1 aluminato


aluminiseren WW

1 aluminar


aluminium ZN

1 aluminium
--oxyde = oxydo de aluminium


aluminiumachtig BN

1 aluminose


aluminiumbrons ZN

1 bronzo de aluminium


aluminiumbuis ZN

1 tubo de aluminium


aluminiumcement ZN

1 cemento aluminose


aluminiumdraad ZN

1 filo de aluminium


aluminiumfabriek ZN

1 alumineria, fabrica de aluminium


aluminiumfoelie ZN

1 Zie: aluminiumfolie


aluminiumfolie ZN

1 folio de aluminium, papiro aluminium


aluminiumhoudend BN

1 aluminifere, aluminose


aluminiumlegering ZN

1 alligato de aluminium


aluminiumoxyde ZN

1 oxydo de aluminium


aluminiumproduktie ZN

1 production de aluminium


aluminiumsilicaat ZN

1 silicato de aluminium


aluminiumsmelterij ZN

1 funderia de aluminium


aluminiumsulfaat ZN

1 sulfato de aluminium


aluminiumzout ZN

1 sal de aluminium


alumiseren WW

1 alumisar


alumnus ZN

1 alumno


aluniet ZN

1 alunite


alvast BW

1 ja, jam


alveolaar ZN

1 (ANAT) alveolar, alveolate
2 (TAAL) alveolar


alveolair BN

1 Zie: alveolaar


alveole ZN

1 alveolo


alvermogen ZN

1 omnipotentia


alvermogend BN

1 omnipotente


alvernielend BN

1 que destrue toto


alverslindend BN

1 que devora toto


alvertje ZN

1 (vis) alburno


alvleesklier ZN

1 pancreas


alvleesklierontsteking ZN

1 pancreatitis


alvleessap ZN

1 secretion/succo pancreatic


alvorens VW

1 (met bijzin) ante que
2 (met infinitief) ante (de)
-- u begint = ante que vos comencia, ante (de) comenciar


alwaar BW

1 ubi


alweer, alweder BW

1 de novo, ancora


alwetend BN

1 omnisciente
--e verteller van een roman = narrator omnisciente de un roman(ce)


alwetendheid ZN

1 omniscientia
goddelijke -- = omniscientia divin


alwijs BN

1 pansophic


alwijsheid ZN

1 pansophia


alziend BN

1 que vide toto, omnividente
-- oog = oculo omnividente
2 panoptic


alzijdig BW

1 sub omne aspectos


alzijdig BN

1 universe, universal
--e kennis = saper/cognoscentia/cognoscimento universal
-- ontwikkeld mens/man = homine universe/universal


alzijdigheid ZN

1 universalitate


alzo BW

1 (aldus) assi, de iste modo/maniera
2 (dus) dunque


AM

1 modulation del amplitude, MA


amalgaam ZN

1 amalgama


amalgamatie ZN

1 amalgamation


amalgameren WW

1 (met kwik legeren) amalgamar
2 (verbinden, samenstellen) amalgamar


amandel ZN

1 (vrucht) amandola
gebrande/geroosterde -- = amandola tostate
bittere -- = amandola amar
zoete -- = amandola dulce
zoute -- = amandola salate
groene -- = pistacio
--s pellen = decorticar amandolas
2 (boom) amandoliera
3 (klier) amygdala, tonsilla
van de --en = tonsillar
iemands -- trekken/pellen = extirpar/extraher/remover le amygdalas/tonsillas de un persona
ontstoken --en = tonsillitis
het knippen van de --en = tonsillectomia


amandelbloesem ZN

1 flor(es) de amandoliero


amandelboom ZN

1 amandoliero


amandelbroodje ZN

1 panetto al pasta de amandolas


amandeldeeg ZN

1 Zie: amandelpers


amandelextract ZN

1 essentia de amandolas


amandelgebak ZN

1 pastisseria al/de amandolas


amandelgeur ZN

1 odor de amandolas


amandelkoekje ZN

1 biscuit al amandolas


amandelmelk ZN

1 (voor huid) lacte de amandolas


amandelmolen ZN

1 molino a/de amandolas


amandelolie ZN

1 oleo de amandola


amandelontsteking ZN

1 inflammation del amygdalas, amygdalitis, tonsillitis


amandeloperatie ZN

1 amygdalectomia


amandelpers ZN

1 pasta de amandolas


amandelpudding ZN

1 crema dulce a amandolas


amandelsaus ZN

1 sauce (F) de amandolas


amandelsmaak ZN

1 gusto de amandola


amandelspijs ZN

1 Zie: amandelpers


amandeltaart ZN

1 torta al/de amandolas


amandelvormig BN

1 (ANAT) amygdaloide


amandelwolfsmelk ZN

1 euphorbia amygdaloide


amaniet ZN

1 amanita


amanitine ZN

1 amanitina


amanuensis ZN

1 preparator (de laboratorio)


amarant ZN

1 amarantho
witte -- = amarantho albe


amarant(rood) BN

1 amaranthin


amarantenfamilie ZN

1 amaranthaceas


amarantkleurig BN

1 amaranthin


amaril ZN

1 smerilio


amarilpapier ZN

1 papiro de smerilio


amarilpoeder ZN

1 pulvere de smerilio


amarilschijf ZN

1 disco de smerilio


amaril-slijpsteen ZN

1 rota de smerilio, petra de affilar de smerilio


amarilvijl ZN

1 lima de smerilio


amaryllis ZN

1 amaryllis, amaryllide


amateur ZN

1 amateur (F), dilettante (I)


amateurbokser ZN

1 boxator amateur (F)


amateurclub ZN

1 club (E) de amateurs (F)


amateurfotograaf ZN

1 photographo amateur (F)


amateurgeoloog ZN

1 geologo amateur (F)


amateurisme ZN

1 amateurismo, dilettantismo


amateuristisch BN

1 pauco/poco professional


amateurklasse ZN

1 classe de amateurs (F)


amateurkoers ZN

1 (WIELRENNEN) cursa cyclista de amateurs (F)


amateursport ZN

1 sport (E) amateur (F)


amateurswedstrijd ZN

1 match (E) de amateurs (F)


amateurtoneel ZN

1 theatro amateur (F)


amateurvoetbal ZN

1 football (E) amateur (F)


amateurvoetballer ZN

1 footballero {foet}/footballista {foet} amateur (F)


amateurwielrenner ZN

1 curritor cyclista amateur (F)


amaurose ZN

1 amaurose (-osis)


amaurotisch BN

1 amaurotic


Amazone ZN

1 (rivier) Amazon
2 (MYTH) Amazon
3 (paardrijdster) amazon


amazonerok ZN

1 gonna/gonnella de amazon


amazonesteen ZN

1 amazonite


amazoniet ZN

1 amazonite


ambacht ZN

1 mestiero (manual)
2 (GESCH) (heerlijkheid) senioria


ambachtelijk BN

1 artisanal


ambachtsgilde ZN

1 (GESCH) corporation


ambachtsheer ZN

1 (GESCH) senior


ambachtsheerlijkheid ZN

1 (GESCH) senioria


ambachtsman ZN

1 artisano, obrero


ambachtsonderwijs ZN

1 inseniamento de mestiero


ambachtsschool ZN

1 schola de mestiero


ambassade ZN

1 (gebouw en beambten) ambassada
2 (gebouw) ambassada
3 (diplomatieke zending) ambassada, deputation, mission


ambassadegebouw ZN

1 edificio del ambassada, ambassada


ambassadepersoneel ZN

1 personal de un ambassada


ambassaderaad ZN

1 consiliero de ambassada


ambassadesecretaris ZN

1 secretario de ambassada


ambassadeur ZN

1 ambassador
reizend -- = ambassador itinerante
een -- van geloofsbrieven voorzien = accreditar un ambassador


ambassadeursniveau ZN

1 nivello de ambassadores


ambassadeurspost ZN

1 posto de ambassador


ambassadeursrang ZN

1 rango de ambassador


ambassadoriaal BN

1 ambassadorial


ambassadrice ZN

1 ambassadrice, ambassadora


amber ZN

1 ambra
witte -- = sperma de balena, spermaceti
(barnsteen) gele -- = ambra jalne, succino
naar -- ruiken = ambrar


amberboom ZN

1 liquidambar


amberen BN

1 de ambra


ambergeur ZN

1 odor de ambra


ambergeurig BN

1 de odor de ambra


ambergrijs ZN

1 ambra gris


amberhars ZN

1 styrax


amberhoornslak ZN

1 succinea


amberkleurig BN

1 de color de ambra


ambersteen ZN

1 ambra jalne, succino


ambiance ZN

1 ambiente, atmosphera


ambidexter BN

1 ambidext(e)re


ambidextrie ZN

1 ambidextria


ambiëren WW

1 ambitionar, aspirar a


ambigram ZN

1 palindromo


ambigu BN

1 ambigue, equivoc


ambiguïteit ZN

1 ambiguitate, equivoco


ambiofonie ZN

1 ambiophonia


ambipolair BN

1 ambipolar


ambitie ZN

1 (eerzucht) ambition
zijn --s waarmaken = realisar su ambitiones
veel --s hebben = esser multo ambitiose
2 (ijver) zelo, ardor, enthusiasmo


ambitieus BN

1 (eerzuchtig) ambitiose
--e politiek = politica ambitiose
--e plannen = planos ambitiose
2 (ijverig) diligente, active, laboriose, plen de zelo


ambivalent BN

1 ambivalente, ambigue
--e gevoelens = sentimentos ambivalente


ambivalentie ZN

1 ambivalentia


ambiversie ZN

1 ambiversion


amblygoniet ZN

1 amblygonite


amblyopie ZN

1 amblyopia


amboceptor ZN

1 amboceptor


Ambon ZN EIGN

1 Ambon, Amboina


Ambonees ZN

1 ambonese, amboinese


Ambonees BN

1 ambonese, amboinese


amboseksueel BN

1 ambisexual


ambrosia ZN

1 ambrosia


Ambrosiaans BN

1 ambrosian
--e zang/hymne = canto/hymno ambrosian
--e rite = rito ambrosian


Ambrosius ZN EIGN

1 Ambrosio
De Heilige --, Sint -- = Sancte Ambrosio


ambrozijn ZN

1 ambrosia


ambt ZN

1 empleo, officio, function, placia, posto, profession, carga
tijdelijk -- = empleo temporari
onbezoldigd -- = function honorific
onverenigbare --en = functiones incompatibile
kerkelijk -- = function ecclesiastic
een -- aanvaarden = assumer un officio
zijn -- neerleggen = dimitter se de su functiones
een -- uitoefenen = exercer un function, occupar un carga
hoog -- = dignitate
van een -- ontheffen = deponer
ontzetting uit -- = deposition
in -- herstellen = reinstallar, reintegrar
herstel in -- = reinstallation, reintegration
2 (REL) ministerio


ambtelijk BN

1 official
--e weg = via official
de --e molen = machina bureaucratic {o}


ambteloos BN

1 sin function, sin officio, sin carga, sin profession


ambtenaar ZN

1 functionario (public), official
hoge -- = alte functionario, dignitario
bosbouwkundig -- = functionario forestal
bevoegde -- = functionario competente
betrokken -- = functionario cargate del dossier (F)
corrupte/omkoopbare -- = functionario corruptibile
een -- omkopen = corrumper un functionario
een -- in zijn functie herstellen = reintegrar un functionario
herstel in functie van een -- = reintegration de un functionario
omkoping van een -- = corruption de un functionario
Algemene Bond van Ambtenaren, ABVA = Syndicato General de Functionarios


ambtenaarsbestaan ZN

1 Zie: ambtenaarsleven


ambtenaarsfamilie ZN

1 familia de functionarios (public)


ambtenaarsleven ZN

1 vita/existentia de functionario (public)


ambtenaarsloopbaan ZN

1 carriera de functionario (public)


ambtenaarstraktement ZN

1 salario de functionario (public)


ambtenaarswereld ZN

1 mundo del functionarios (public)


ambtenarenapparaat ZN

1 administration/functionarios public, apparato administrative


ambtenarenbond ZN

1 syndicato del functionarios (public)


ambtenarencorps ZN

1 administration public, functionarios public


ambtenarengerecht ZN

1 tribunal de functionarios (public)


ambtenarensalaris ZN

1 salario de functionario (public)


ambtenarentaal ZN

1 prosa administrative, linguage de functionarios (public)


ambtenares ZN

1 functionaria


ambtenarij ZN

1 bureaucratia {o}


ambtgenoot ZN

1 collega, confratre


ambtsaanvaarding ZN

1 entrata in functiones


ambtsbediening ZN

1 exercitio de un function


ambtsbekleding ZN

1 Zie: ambtsbediening


ambtsbevoegdheid ZN

1 competentia (professional)


ambtsbezigheden ZN MV

1 activitates professional, functiones


ambtsbroeder ZN

1 collega, confratre


ambtsbroederlijk BN

1 confraternal


ambtsdelict ZN

1 Zie: ambtsmisdrijf


ambtsdrager ZN

1 dignitario, magistrato


ambtsduur ZN

1 durata/duration de un function (public)


ambtseed ZN

1 juramento professional/official


ambtsgeheim ZN

1 secreto professional


ambtsgewaad ZN

1 habito/costume official/de ceremonia, roba


ambtshalve BW

1 officialmente, de/ex officio


ambtsketen ZN

1 catena official (de su dignitate)


ambtskledij ZN

1 Zie: ambtsgewaad


ambtskleding ZN

1 Zie: ambtsgewaad


ambtskostuum ZN

1 Zie: ambtsgewaad


ambtsmisbruik ZN

1 prevarication, malversation, abuso de poter/de autoritate


ambtsmisdrijf ZN

1 Zie: ambtsmisbruik


ambtsontheffing ZN

1 destitution
voorlopige -- = suspension


ambtsontrouw ZN

1 Zie: ambtsmisdrijf


ambtsperiode ZN

1 (van president) presidentia, periodo presidential
2 (van rechter) magistratura
3 (van bisschop) episcopato


ambtsplicht ZN MV

1 deber professional
zijn -- verzaken = trair le deberes de su carga


ambtsressort ZN

1 jurisdiction


ambtstermijn ZN

1 Zie: ambtsperiode


ambtsuitoefening ZN

1 gestion


ambtsvervulling ZN

1 exercitio de su function


ambtsvoorganger ZN

1 antecessor del function


ambtswege BW

1
van -- = officialmente, ex/de officio


ambtswoning ZN

1 residentia official, (van president) presidentia


ambtszegel ZN

1 sigillo official


ambulance ZN

1 ambulantia


ambulance-auto ZN

1 ambulantia


ambulancedienst ZN

1 servicio de ambulantia


ambulancetrein ZN

1 traino ambulantia


ambulancevliegtuig ZN

1 avion ambulantia


ambulancewagen ZN

1 ambulantia


ambulancier ZN

1 ambulanciero


ambulant BN

1 ambulatori, ambulante
--e patiënten = malados ambulatori
--e handel = commercio ambulante


amebiasis ZN

1 amebiasis


amechtig BN

1 (buiten adem) foris de halito
2 (kortademig) anhelante


amechtigheid ZN

1 anhelation


ameiose ZN

1 ameiose (-osis)


ameiotisch BN

1 ameiotic


amen ZN

1 amen (L)
op alles ja en -- zeggen = dicer amen
van eeuwigheid tot -- = eternemente, infinitemente


amen TW

1 amen (L)


amendement ZN

1 emendamento
het recht van -- = le derecto de emendamento
een -- indienen = proponer/presentar un emendamento
een -- aannemen = approbar un emendamento


amendementsvoorstel ZN

1 proposition de emendemento


amenderen WW

1 emendar
het -- = emendation


amendering ZN

1 emendation, emendamento
bij -- wijzigen = emendar


amenderingsrecht ZN

1 derecto de emandation/emendamento


amenderingsvoorstel ZN

1 proposition de emendation/emendamento


amenorroe ZN

1 amenorrhea


americium ZN

1 americium


Amerika ZN EIGN

1 (werelddeel) America
Latijns -- = America Latin
2 (Verenigde Staten) Statos Unite


Amerikaan ZN

1 americano
zwarte -- = afro-americano


Amerikaans BN

1 american
--e gewoonte/kenmerk/uitdrukking/woord = americanismo
-- maken/worden = americanisar


Amerikahatend BN

1 americanophobe


Amerikahater ZN

1 americanophobo


amerikanisatie ZN

1 americanisation


amerikaniseren WW

1 americanisar


amerikanisering ZN

1 americanisation


amerikanisme ZN

1 (TAAL) americanismo
2 (levensbeschouwing, levensstijl) americanismo


amerikanist ZN

1 americanista


amerikanistiek ZN

1 americanistica


A-merk ZN

1 marca de prime categoria


amethist ZN

1 amethysto


amethisten BN

1 de amethysto


amethistkleurig BN

1 amethystin


ametropie ZN

1 ametropia


ametropisch BN

1 ametropic


ameublement ZN

1 mobiliario, mobiles
ebbenhouten -- = mobiliario de ebeno


amfetamine ZN

1 amphetamina


amfi-aëroob BN

1 amphi-aerobe, amphi-aerobic
-- bekken = stagno amphi-aerobe


amfibie ZN

1 animal amphibie, amphibio


amfibie-operatie ZN

1 operation amphibie


amfibietank ZN

1 tank (E) amphibie/amphibio


amfibievaartuig ZN

1 barca amphibie/amphibio


amfibievliegtuig ZN

1 avion amphibie/amphibio


amfibievoertuig ZN

1 vehiculo amphibie/amphibio


amfibiologie ZN

1 amphibiologia


amfibioloog ZN

1 amphibiologo, amphibiologista


amfibiotisch BN

1 amphibiotic


amfibisch BN

1 amphibie
--e operatie = operation amphibie


amfibolie ZN

1 amphibolia


amfiboliet ZN

1 amphibolite


amfibologie ZN

1 (TAAL, FIL) amphibologia


amfibologisch BN

1 (TAAL, FIL) amphibologic


amfibool ZN

1 amphibol


amfibrachisch BN

1 amphibrachic


amfibrachys ZN

1 (versvoet) amphibracho


amfictyonie ZN

1 amphictyonia


amfictyoon ZN

1 amphictyon


amfimixis ZN

1 amphimixis, amphimixia


amfioen ZN

1 opium


amfioenpijp ZN

1 pipa pro fumar opium


amfioenschuiven WW

1 fumar opium


amfioenschuiver ZN

1 fumator de opium


amfiprostylos ZN

1 amphiprostylo


amfitheater ZN

1 amphitheatro


amfitheatergewijs BW

1 in amphitheatro


amfoor ZN

1 Zie: amfora


amfora ZN

1 amphora


amfoteer BN

1 amphotere, amphoteric


amiant ZN

1 amianto


amiatiet ZN

1 hyalite


amicaal BN

1 amical, amicabile
-- gebaar = gesto amical


amice ZN

1 car amico


amict ZN

1 amicto


amidase ZN

1 amidase


amide ZN

1 amido


amidogeen ZN

1 amidogene


amidopyrine ZN

1 amidopyrina


amine ZN

1 amino


aminoazijnzuur ZN

1 glycina, glycocolla


aminohars ZN

1 aminoplasto


aminophenol ZN

1 aminophenol


aminoplast ZN

1 aminoplasto


aminozuur ZN

1 aminoacido


amitose ZN

1 amitose (-osis), division amitotic


ammeter ZN

1 amperometro


ammofiel BN

1 ammophile


Ammon ZN EIGN

1 Ammon


ammonia ZN

1 alcali volatile, ammoniaco liquide, aqua ammoniac
met -- overgieten, drenken in -- = ammonificar


ammoniak ZN

1 ammoniaco


ammoniakdamp ZN

1 vapor de ammoniaco


ammoniakemissie ZN

1 emission de ammoniaco


ammoniakfabriek ZN

1 fabrica de ammoniaco


ammoniakgas ZN

1 gas ammoniac/ammoniacal


ammoniakgeur ZN

1 Zie: ammoniaklucht


ammoniakgom ZN

1 gumma ammoniac/ammoniacal, ammoniaco


ammoniakhoudend BN

1 ammoniac, ammoniacal


ammoniaklucht ZN

1 odor de ammoniaco


ammoniakoplossing ZN

1 solution ammoniac/ammoniacal


ammoniakuitstoot ZN

1 emissiones de ammoniaco


ammoniakvergiftiging ZN

1 invenenamento/intoxication per ammoniaco


ammoniakwater ZN

1 aqua ammoniac/ammoniacal


ammoniakzout ZN

1 sal ammoniac/ammoniacal


ammoniet ZN

1 ammonite, corno de ammon


ammonium ZN

1 ammonium


ammoniumcarbonaat ZN

1 carbonato de ammonium


ammoniumchloride ZN

1 chlorido de ammonium


ammoniumfosfaat ZN

1 phosphato de ammonium


ammoniumnitraat ZN

1 nitrato de ammonium


ammoniumsulfaat ZN

1 sulfato de ammonium


ammoniumverbinding ZN

1 composito de ammonium


ammonshoorn ZN

1 ammonite, corno de ammon


ammunitie ZN

1 munition(es)
van -- voorzien = munitionar


ammunitieschip ZN

1 nave de munitiones


ammunitiewagen ZN

1 furgon de munitiones


amnesie ZN

1 amnesia, perdita de memoria
retrograde -- = amnesia retrograde


amnesiepatiënt ZN

1 amnesico


amnesisch BN

1 amnesic


amnestie ZN

1 amnestia
-- verlenen = conceder amnestia, amnestiar


amnestieerbaar BN

1 amnestiabile


amnestiëren WW

1 amnestiar, conceder amnestia


amnion ZN

1 amnion


amnionholte ZN

1 cavitate amniotic


amnioscoop ZN

1 amnioscopio


amnioscopie ZN

1 amnioscopia


amoebe ZN

1 ameba
van een -- = amebic
als van een -- = ameboide


amoebeachtig BN

1 ameboide
--e bewegingen = movimentos ameboide


amoebevormig BN

1 amebiforme


amok ZN

1 amok
-- maken = currer/facer amok, crear agitation


amokmaker ZN

1 ille qui curre amok, agitator, fomentator de disordines


amoom ZN

1 amomo


Amor ZN EIGN

1 Amor


amoralisme ZN

1 amoralismo


amoralist ZN

1 amoralista


amoraliteit ZN

1 amoralitate


amoreel BN

1 amoral
-- leven = vita amoral
-- gedrag = comportamento/conducta amoral


amorf BN

1 (SCHEI) amorphe
--e toestand = stato amorphe, amorphia, amorphismo
--e stof = materia amorphe
--e halfgeleider = semiconductor amorphe
2 (futloos, slap) amorphe, apathic, indolente


Amorfiguur ZN

1 figura de Amor


amorfisme ZN

1 amorphismo


amoroso

1 (MUZ) amoroso (I)


amortisatie ZN

1 amortisation
-- van een schuld = amortisation de un debita


amortisatiefonds ZN

1 fundo de amortisation


amortisatiekas ZN

1 cassa de amortisation


amortiseerbaar BN

1 amortisabile


amortiseren WW

1 amortisar
het -- = amortisation


amortisseur ZN

1 amortisator


amourette ZN

1 amor passager


amoureus BN

1 sentimental
--e verwikkelingen = complicationes sentimental


amoveren WW

1 (verwijderen) remover, (uit een functie ontzetten) relevar de su functiones
2 (slopen) demolir
het -- = demolition


ampas ZN

1 bagasse


ampel BN

1 ample, extense, detaliate
na --e bespreking = post ample discussion
--e overwegingen = considerationes ample
een -- verslag = un reporto extense


amper BW

1 a pena


ampèrage ZN

1 amperage


ampère ZN

1 ampere


ampèremeter ZN

1 amperometro


ampère-uur ZN

1 ampere-hora


ampèrewinding ZN

1 ampere-torno


ampex ZN

1 (T.V.) ampex
op -- opnemen = registrar super ampex, ampexar


ampliatie ZN

1 ampliation


amplidyne ZN

1 amplidyne


amplificatie ZN

1 amplification


amplificeren WW

1 amplificar


amplitude ZN

1 amplitude
afnemende -- = amplitude decrescente


amplitudeanalysator ZN

1 analysator de amplitudes


amplitudemodulatie, AM ZN

1 modulation de amplitude, MA


amplitudo ZN

1 amplitude


ampul ZN

1 ampulla


ampulla ZN

1 (REL) ampulla


amputatie ZN

1 amputation


amputatiezaag ZN

1 serra pro amputationes


amputeerbaar BN

1 amputabile


amputeren WW

1 amputar
het -- = amputation


amsinckia ZN

1 amsinckia


Amsterdam ZN EIGN

1 Amsterdam


Amsterdammer ZN

1 amsterdamese


Amsterdams BN

1 amsterdamese, de Amsterdam


Amsterdams Peil, A.P. ZN

1 Nivello de Aqua de Amsterdam


amulet ZN

1 amuleto, talisman, phylacterio, fetiche (F), mascotte (F)


amusant BN

1 (vermakelijk) amusante, placente, divertente
2 (grappig) drolle, comic


amusement ZN

1 amusamento, divertimento, diversion, distraction, placer, intertenimento, recreation
deze stad biedt niet veel -- = iste urbe non offere multe distractiones


amusementsbedrijf ZN

1 show-business (E), industria de divertimentos, interprisa de diversion


amusementsfilm ZN

1 film (E) recreative/de intertenimento


amusementsgehalte ZN

1 nivello de amusamento/divertimento


amusementsindustrie ZN

1 Zie: amusementsbedrijf


amusementslectuur ZN

1 lectura legier


amusementsmuziek ZN

1 musica legier


amusementspark ZN

1 parco de attractiones


amuseren WW

1 amusar, diverter, distraher, intertener


amusie ZN

1 amusia
sensorische -- = amusia sensorial


amuzikaal BN

1 sin talento musical


AMVC ZN

1 (Afk.: Archief en Museum van het Vlaamse Cultuurleven) Archivo e Museo del Cultura Flaminge


amygdaline ZN

1 amygdalina


amygdalitis ZN

1 amygdalitis


amyl ZN

1 amyl


amylacetaat ZN

1 acetato amylic


amylalcohol ZN

1 alcohol amylic


amylase ZN

1 amylase, diastase


amyloïde ZN

1 amyloide


amylopectine ZN

1 amylopectina


amyloplast ZN

1 amyloplasto


amylose ZN

1 amylose (-osis)


amylum ZN

1 amylo


amyotrofie ZN

1 amyotrophia


amyotrofisch BN

1 amyotrophic


anaal BN

1 anal
--e reflex = reflexo anal
--e erotiek = erotica anal
--e opening = orificio anal, ano
voor -- gebruik = pro uso anal


anaalspeculum ZN

1 speculo anal


anabaptisme ZN

1 anabaptismo


anabaptist ZN

1 anabaptista


anabiose ZN

1 anabiose (-osis), vita latente


anabolisme ZN

1 anabolismo


anabool BN

1 anabolic, anabolisante
--e steroïden = steroides anabolic/anabolisante
-- proces = processo anabolic


anachoreet ZN

1 anachoreta


anachoretisch BN

1 de anachoreta


anachronisme ZN

1 anachronismo
een historische roman vol --n = un roman historic plen de anachronismos
--n schrijven/uitspreken = anachronisar


anachronistisch BN

1 anachrone, anachronic, anachronistic
-- maken = anachronisar


anaconda ZN

1 anaconda


Anacreon ZN EIGN

1 Anacreonte


anacreontisch BN

1 anacreontic
--e poëzie = poesia anacreontic


anacreontisme ZN

1 anacreontismo


anaëroob BN

1 anaerobie, anaerobic
-- organisme = anaerobio
-- afbraak = decomposition anaerobe/anaerobic


anafase ZN

1 anaphase


anafasisch BN

1 anaphasic
-- beweging = movimento anaphasic


anafoor ZN

1 anaphora


anaforisch BN

1 anaphoric
-- gebruik van de pronomina = empleo anaphoric del pronomines


anafrase ZN

1 anaphrase


anafrodisiacum ZN

1 anaphrodisiaco


anafrodisie ZN

1 anaphrodisia


anafylactisch BN

1 anaphylactic
--e shock = choc {sj} anaphylactic
--e toestand = stato anaphylactic


anafylaxie ZN

1 anaphylaxia, allergia, hypersensibilitate


anaglyf ZN

1 anaglypho


anaglyfisch BN

1 anaglyphic


anagoge ZN

1 anagoge


anagogie ZN

1 anagogia


anagogisch BN

1 anagogic


anagram ZN

1 anagramma
van een -- = anagrammatic
maker vam --men = anagrammista, anagrammatista
een -- vormen = anagrammar, anagrammatisar


anakoloet ZN

1 anacolutho


analecta, analecten ZN

1 analecta, analectos


analemma ZN

1 analemma


analepsis ZN

1 analepsis


analepticum ZN

1 analeptico, pharmaco analeptic


analeptisch BN

1 analeptic
analeptisch middel, analepticum = pharmaco-analeptic


analfabeet ZN

1 (iemand die niet kan lezen en schrijven) analphabetico
functioneel -- = analphabetico functional
2 (iemand die onbekend is met iets) ignorante, illitterato


analfabetisch BN

1 (niet kunnende lezen en schrijven) analphabete, analphabetic
2 (onbekend met iets) ignorante, illitterate


analfabetisme ZN

1 analphabetismo


analg(es)ie ZN

1 analgia, analgesia


analist ZN

1 analysta, (SCHEI ook) analysator


analistencursus ZN

1 curso pro/de analystas


analistendiploma ZN

1 diploma de analysta


analistenschool ZN

1 schola de analystas


analogie ZN

1 (overeenkomst) analogia, similitude
bij -- redeneren = rationar per analogia
2 (TAAL) analogia
door -- met = per analogia con/de


analogieparameter ZN

1 parametro de analogia


analogisch BN

1 analogic
--e redenering = rationamento analogic, analogismo


analogiseren BN

1 applicar le analogia, rationar per analogia


analogon ZN

1 analogo


analoog BN

1 analoge, analogic
--e interpretatie = interpretation analogic
de film is niet -- aan het boek = le film (E) e le libro non es analoge
2 (COMP, TECHN) analoge, analogic
-- rekenmachine = calculator analoge/analogic
-- computer = computator/computer (E) analoge/analogic


analoog-digitaal BN

1 analogic-digital, analoge-digital, hybride


analoog-digitaalomzetter ZN

1 convertitor analogic-digital/analoge-digital/hybride


analysator ZN

1 analysator


analyse ZN

1 analyse (-ysis), examine
structurele -- = analyse (-ysis) structural
thematische -- = analyse (-ysis) thematic
(SCHEI) kwalitatieve -- = analyse (-ysis) qualitative
(SCHEI) kwantitatieve -- = analyse (-ysis) quantitative
harmonische -- = analyse (-ysis) harmonic
economische -- = analyse (-ysis) economic
een -- maken = facer un analyse (-ysis), analysar


analyseerbaar BN

1 analysabile
niet -- = inanalysabile


analyseerbaar BN

1 analysabile


analyse-instrument ZN

1 instrumento de analyse (-ysis)


analysemethode ZN

1 methodo de analyse (-ysis)


analyseren WW

1 facer le analyse (-ysis) de, analysar, decomponer
een kunstwerk -- = analysar un obra de arte
een ingewikkeld probleem -- = analysar un problema complexe
niet te -- = inanalysabile


analytisch BN

1 analytic
--e scheikunde/chemie = chimia analytic
--e meetkunde = geometria analytic
--e functie = function analytic
--e psychologie = psychologia analytic
--e taal = lingua analytic
--e methode = methodo analytic
--e geest = spirito analytic
--e balans = balancia analytic
langs --e weg = per via de analyse (-ysis)
-- denken = pensar analyticamente


anamnese (-esis) ZN

1 (MED) anamnese
2 (REL) anamnese


anamnestisch BN

1 (MED) anamnestic


anamorfose ZN

1 anamorphose (-osis)


anamorfotisch BN

1 anamorphic


ananas ZN

1 ananas


ananascompote ZN

1 compota de ananas


ananasdrank ZN

1 bibita/biberage al ananas


ananasessence ZN

1 essentia de ananas


ananasjam ZN

1 confectura/confitura al ananas


ananaspudding ZN

1 crema dulce al ananas


ananassap ZN

1 succo de ananas


ananassaus ZN

1 sauce (F) de ananas


ananassmaak ZN

1 gusto de ananas


ananastaart ZN

1 pastisseria/torta al ananas


ananasvezel ZN

1 fibra de ananas


ananasvla ZN

1 Zie: ananaspudding


anapest ZN

1 anapesto


anapestisch BN

1 anapestic


anapestritme ZN

1 rhythmo anapestic


anapestvers ZN

1 verso anapestic


anaplastiek ZN

1 anaplastia


anaplastisch BN

1 anaplastic


anarchie ZN

1 (POL) anarchia
-- teweeg brengen = anarchisar
2 (wanorde) anarchia, disordine


anarchisme ZN

1 anarchismo, libertarismo


anarchist ZN

1 anarchista, libertario


anarchistencomplot ZN

1 complot de anarchistas


anarchistisch BN

1 (POL) anarchic, anarchista, anarchistic, libertari
--e leer = doctrina anarchic/anarchista/anarchistic
2 (ordeloos) anarchic


anarchosyndicalisme ZN

1 anarchosyndicalismo


anarchosyndicalist ZN

1 anarchosyndicalista


anarchosyndicalistisch BN

1 anarchosyndicalista


anastatisch BN

1 anastatic


anastigmaat ZN

1 objectivo anastigmatic


anastigmatisch BN

1 anastigmatic
-- objectief = objectivo anastigmatic


anastigmatisme ZN

1 anastigmatismo


anastomose ZN

1 anastomose (-osis)
door -- verbinden = anastomosar


anastrofe ZN

1 anastrophe


anataas ZN

1 anatase, octahedrite


anathema ZN

1 anathema
zijn -- uitspreken = pronunciar su anathema


Anatolië ZN EIGN

1 Anatolia


Anatolisch BN

1 anatolic
--e dorpen = villages anatolic


anatomie ZN

1 anatomia
pathologische -- = anatomia pathologic
teratologische -- = anatomia teratologic
beschrijvende -- = anatomia descriptive
vergelijkende -- = anatomia comparative
macroscopische -- = anatomia macroscopic
microscopische -- = anatomia microscopic
atlas der -- = atlas de anatomia


anatomie-atlas ZN

1 atlas de anatomia


anatomisatie ZN

1 anatomisation


anatomisch BN

1 anatomic
--e bouw = conformation anatomic
-- laboratorium = laboratorio anatomic
--e atlas = atlas anatomic
-- onderzoek = examine anatomic
Anatomische Les van Rembrandt = Lection de Anatomia de Rembrandt


anatomiseren WW

1 anatomisar, dissecar


anatoom ZN

1 specialista in anatomia, anatomista
patholoog-anatoom = anatomista pathologic


anatoxine ZN

1 anatoxina


anatroop BN

1 anatrope


ancestraal BN

1 ancestral


anciënniteit ZN

1 ancianitate
naar -- = per ordine de ancianitate


Andalusië ZN

1 Andalusia


Andalusiër ZN

1 andaluso


andalusiet ZN

1 andalusite


Andalusisch BN

1 andaluse


andante

1 (MUZ) andante (I)


andantino

1 (MUZ) andantino (I)


ander BN

1 altere
een -- boek = un altere libro
een --e keer = un altere vice
het --e ik = alter ego (L)
de --e week = le septimana proxime, le septimana que veni
de --e zijde van het kanaal = le altere latere del canal
op de een of --e manier = per un maniera/modo o per le altere
een hand wast de --e = un mano lava le altere
met --e woorden = con/in altere parolas/terminos
om de --e dag = cata duo dies, a jornos alterne, alternativemente
--e dingen = altere cosas, alia (L)
onder --e(n) = inter alia (L), i.a., inter alteres, inter altere cosas
een --e dokter nemen = cambiar de medico
2 differente, distincte
zijn vader was een heel --e man = su patre esseva un homine toto differente
een geheel -- probleem = un problema completemente distincte


ander ONB VNW

1 altere
de --e drie = le altere tres
de een of --e voorbijganger = un passante qualcunque


ander ZN

1 altere
een -- = un altere (persona)
de --en = le alteres, le altere personas


anderdaags BN

1 tertian
--e koorts = febre tertian, tertiana


anderdeels BW

1 del altere parte/latere


anderhalf BN

1 un e medie
-- uur = un hora e medie


anderhalfjarig BN

1 de un anno e medie


andermaal BW

1 de novo, ancora un vice


anders BN

1 altere, differente, distincte
het is -- = isto es differente
de positie van de voorzitter is geheel -- = le position del presidente es multo altere
iemand -- = un altere (persona), qualcuno altere
niemand -- = nemo/necuno altere
iets -- = qualcosa altere, alco/alique differente, altere cosa
dat is heel iets -- = isto es un cosa multo distincte
niets -- = nihil altere, necun altere cosa
ergens -- = alibi, alterubi
nergens -- = nusquam altere, in nulle altere loco
een gesprek op iets -- brengen = cambiar le thema/subjecto de un conversation


anders BW

1 (op een andere wijze) alteremente, differentemente
hij doet het geheel -- = ille lo face in modo toto differente
-- gezegd = in altere terminos
-- zetten/plaatsen = remover
2 (voorheen) in altere tempores
3 (gewoonlijk) generalmente, in altere circumstantias
4 (overigens) del resto
5 (zo niet) si non, in caso contrari


andersdenkend BN

1 de opinion differente/divergente, heterodoxe, dissidente


andersdenkende ZN

1 heterodoxo, dissidente


andersgezind BN

1 heterodoxe, dissidente


andersom BW

1 in senso inverse
je moet die schroef -- draaien = tu debe tornar iste vite in senso inverse


andersoortig BN

1 de un altere sorta/specie, de sorta/specie differente


anderstalige ZN

1 persona qui parla un altere lingua, (uitgaande van de Nederlandse situatie) persona non nederlandophone, (uitgaande van de Franse/Engelse situatie) persona non francophone/non anglophone


anderzijds BW

1 alteremente, del altere parte


Andes(gebergte) ZN EIGN

1 (Cordillera (S) del) Andes
dwars door het -- lopend = transandin
aan gene zijde van het -- gelegen of wonend = transandin


Andesbewoner ZN

1 andino


andesiet ZN

1 andesite


andesietporfier ZN

1 porphyro de andesite


andijvie ZN

1 endivia, scarola
wilde -- = cineraria


andijviebed ZN

1 quadro/quadrato de endivia


andijvieblad ZN

1 folio de endivia


andijvieteelt ZN

1 cultura de endivia


andoorn ZN

1 stachys
zwarte -- = ballota (nigre)
wilde -- = stachys sylvatic


Andorra ZN EIGN

1 Andorra


Andorrees ZN

1 andorrano


Andorrees BN

1 andorran


andradiet ZN

1 andradite


andragogie(k) ZN

1 andragogia


andragogisch BN

1 andragogic


andragoog ZN

1 andragogo


Andreas, André ZN EIGN

1 Andreas


Andreaskruis ZN

1 cruce de Sancte Andreas


androcefaal BN

1 androcephalic


androgeen BN

1 androgene, androgenic


androgenese ZN

1 androgenese (-esis)


androgyn ZN

1 androgyno


androgynie ZN

1 androgynia


androhermafrodiet ZN

1 androhermaphrodite


androïde ZN

1 androide


androïde BN

1 androide


andrologie ZN

1 andrologia


Andromeda ZN EIGN

1 Andromeda


Andromedanevel ZN EIGN

1 Nebulosa de Andromeda


andropauze ZN

1 andropausa


androsteron ZN

1 androsteron


anekdote ZN

1 anecdota, historietta
smeuïge -- = anecdota saporose
verteller van --n = anecdotista


anekdotenboek ZN

1 Zie: anekdotenverzameling


anekdotenverzameling ZN

1 collection de anecdotas, anecdotario


anekdotiek ZN

1 anecdotica


anekdotisch BN

1 anecdotic


anelasticiteit ZN

1 inelasticitate


anemie ZN

1 anemia
pernicieuze -- = anemia perniciose


anemisch BN

1 anemic


anemofiel BN

1 anemophile


anemofilie ZN

1 anemophilia


anemograaf ZN

1 anemographo


anemografie ZN

1 anemographia


anemografisch BN

1 anemographic


anemologie ZN

1 anemologia


anemometer ZN

1 anemometro


anemometrie ZN

1 anemometria


anemometrisch BN

1 anemometric
--e schaal = scala anemometric


anemoon ZN

1 anemone


anemoscoop ZN

1 anemoscopio


aneroïde BN

1 aneroide
-- barometer = barometro aneroide


anestheseren WW

1 anesthesiar


anesthesie ZN

1 anesthesia, privation del sensibilitate
lokale -- = anesthesia local


anesthesiologie ZN

1 anesthesiologia


anesthesioloog ZN

1 anesthesiologo


anesthesist ZN

1 anesthesista, anesthetista


anesthetisch BN

1 anesthetic


aneurine ZN

1 aneurina


aneurismatisch BN

1 aneurismatic, aneurismal


angarie ZN

1 angaria
recht van -- = derecto de angaria


angel ZN

1 aculeo


Angela ZN EIGN

1 Angela


angeldragend BN

1 aculeate
-- insect = insecto aculeate


Angelen ZN MV

1 Anglos
van de -- = anglic


angelica ZN

1 angelica


Angelica, Angelique ZN EIGN

1 Angelica


angelologie ZN

1 angelologia


Angelsakser ZN

1 anglosaxono


Angelsaksisch BN

1 anglosaxone
de --e landen = le paises anglosaxone
--e literatuur = litteratura anglosaxone


Angelsaksisch ZN

1 anglosaxono


angelsteek ZN

1 piccatura/punctura de aculeo


angelus

1 (gebed) angelus
2 (klok) campana del angelus, angelus


angelusklok ZN

1 (campana del) angelus


angelvormig BN

1 aculeiforme


angina ZN

1 angina


angina pectoris ZN

1 angina del pectore, stenocardia


angineus BN

1 anginose, stenocardic


angiocardiografie ZN

1 angiocardiographia


angiocardiogram ZN

1 angiocardiogramma


angiocardiopathie ZN

1 angiocardiopathia


angiografie ZN

1 angiographia


angiogram ZN

1 angiogramma


angiologie ZN

1 angiologia


angioloog ZN

1 angiologo


angioom ZN

1 angioma


angiosarcoom ZN

1 angiosarcoma


angiosperm BN

1 angiosperme


angiotensine ZN

1 angiotensina


Anglia ZN EIGN

1 Anglia
van -- = anglic


Anglicaan ZN

1 anglicano


anglicaans ZN

1 anglican
--e godsdienst = anglicanismo
Anglicaanse Kerk = Ecclesia Anglican


anglicisme ZN

1 anglicismo


anglikaan ZN

1 episcopal


Anglisch BN

1 anglic


angliseren WW

1 anglisar


anglist ZN

1 anglista, anglicista


anglistiek ZN

1 anglistica


Anglo-Amerikaan ZN

1 angloamericano


Anglo-Amerikaans BN

1 angloamerican


anglofiel BN

1 anglophile


anglofiel ZN

1 anglophilo


anglofilie ZN

1 anglophilia


anglofobie ZN

1 anglophobia


anglo-katholiek BN

1 anglocatholic


Anglo-katholiek ZN

1 anglocatholico


anglomaan ZN

1 anglomano, anglomaniaco


anglomaan BN

1 anglomane, anglomaniac


anglomanie ZN

1 anglomania


Anglo-Normandiër ZN

1 anglonormanno


Anglo-Normandisch BN

1 anglonormanne


Anglo-Normandisch ZN

1 (taal) anglonormanno


Angola ZN EIGN

1 Angola


Angolees BN

1 angolan


Angolees ZN

1 angolano


angora ZN

1 angora


angorageit ZN

1 capra angora/de Angora


angorakat ZN

1 catto angora/de Angora


angorakonijn ZN

1 conilio angora/de Angora


angorawol ZN

1 lana angora, mohair (E)


angostura ZN

1 angostura


angosturabast ZN

1 cortice de angostura


angostura-elixer ZN

1 elixir de angostura


angst ZN

1 pavor, timor, anxietate, angustia, espavento, terror, paviditate
panische -- = pavor/terror panic, panico
dodelijke -- = anxietate mortal
kreet van -- = crito de angustia
-- voor de hel = pavor del inferno
beven van -- = tremular de pavor
in -- verkeren = angustiar se
in -- leven = viver in terror/angustia/con pavor
verlamd van -- = paralysate de terror
verstijfd van -- = glaciate de terror
met stijgende -- = con un pavor crescente
iemand -- inboezemen = inspirar le terror a un persona
zijn -- overwinnen = vincer le pavor
-- aanjagen = infunder pavor, espaventar, intimidar, terrer, terrificar
2 (ongerustheid) inquietude, trepidation


angstaanjagend BN

1 intimidante, intimidatori, terrificante


angstcomplex ZN

1 complexo de angustia, syndrome/neurose (-osis) phobic


angstdroom ZN

1 sonio de angustia, incubo


angstgegil ZN

1 Zie: angstgeschrei


angstgehuil ZN

1 Zie: angstgeschrei


angstgekerm ZN

1 gemimentos de angustia


angstgeroep ZN

1 Zie: angstgeschreeuw


angstgeschreeuw ZN

1 critos de angustia


angstgevoel ZN

1 (sentimento de) angustia, inquietude, anxietate, timor


angstgil ZN

1 Zie: angstkreet


angsthaas ZN

1 pavoroso, coardo


angstig BN

1 anxie, anxiose, angustiose, pavide, pavorose, timorose
--e blik = reguardo anxiose
--e gedachten = pensatas/pensamentos angustiose
-- maken = angustiar


angstkreet ZN

1 crito de angustia/pavor


angstneurose ZN

1 neurose (-osis) de angustia


angstpsychose ZN

1 psychose (-osis) de angustia


angström ZN

1 angström


angstschreeuw ZN

1 Zie: angstkreet


angsttoestand ZN

1 stato de angustia


angstvallig BN

1 (angstig) timorate, timorose, timide, pavorose, inquiete
--e blik = reguardo timorose
2 (pijnlijk nauwkeurig) scrupulose, meticulose
--e aandacht voor het kleinste detail = attention meticulose al minime detalio


angstvalligheid ZN

1 (angstigheid) timiditate, timor, inquietude
2 (nauwgezetheid) scrupulositate, meticulositate


angstverwekkend BN

1 Zie: angstwekkend


angstwekkend BN

1 angustiante, inquietante


angstzweet ZN

1 sudor frigide/de angustia/de pavor
het -- brak hem uit = ille sentiva venir le sudor del pavor


angulair BN

1 angular


angulatie ZN

1 (ANAT) duplicatura


angusticlavia ZN

1 angusticlavia


anharmonisch

1 anharmonic
--e trillingen = oscillationes anharmonic


anhydride ZN

1 anhydrido


anhydriet ZN

1 anhydrite


anhydrose ZN

1 anhydrose (-osis)


aniconisch BN

1 aniconic
-- symbool = symbolo aniconic
--e cultus = culto aniconic


anijs ZN

1 anis (F)
met -- kruiden/bestrooien = anisar
met -- = anisate


anijsbeschuit ZN

1 biscocto al anis (F)


anijsblokje ZN

1 cubetto de anis (F)


anijsbrandewijn ZN

1 brandy (E) al anis


anijsdrank ZN

1 bibita/biberage al anis (F)


anijsdrop ZN

1 liquiritia al anis (F)


anijsgeur ZN

1 odor de anis (F)


anijslikeur ZN

1 anisette (F), liquor al anis (F)


anijsmelk ZN

1 lacte anisate


anijsolie ZN

1 oleo/essentia de anis (F)


anijssmaak ZN

1 gusto de anis (F)
met -- = anisate


anijssnoepje ZN

1 bonbon al anis (F)


anijstablet ZN

1 pastilla de anis (F)


anijszaad ZN

1 semines/granas de anis (F)


anijszwam ZN

1 clitocybe agaric


aniline ZN

1 anilina


aniline-inkt ZN

1 tinta de anilina


anilinekleurstof ZN

1 color/colorante de anilina


anilinepotlood ZN

1 stilo de anilina


anilinevergiftiging ZN

1 anilinismo


animaal BN

1 animal
--e driften = instinctos animal
--e functies = functiones animal
--e zenuwstelsel = systema nervose animal


animaliseren WW

1 animalisar


animaliteit ZN

1 animalitate


animatie ZN

1 (filmtechniek) animation


animatiefilm ZN

1 film (E) de animation


animato

1 (MUZ) animato (I)


animator ZN

1 animator


animeren WW

1 animar, stimular, incoragiar, incitar
het verhaal animeert niet tot verder lezen = le historia non incoragia a continuar le lectura


animisme ZN

1 animismo


animist ZN

1 animista


animistisch BN

1 animista, animistic
--e leer = doctrina animista/animistic


animo ZN

1 animo, energia, enthusiasmo, activitate
iets met -- doen = facer un cosa con enthusiasmo


animositeit ZN

1 animositate, inimicitate, hostilitate, rancor


animoso

1 (MUZ) animoso (I)


anion ZN

1 anion, ion negative


anionenwisseling ZN

1 excambio de aniones


anionisch BN

1 anionic


anisette ZN

1 anisette (F)


anisogamie ZN

1 anisogamia


anisometropie ZN

1 anisometropia


anisotroop BN

1 anisotrope
--e grond = solo anisotrope
--e kwel = infiltration/percolation anisotrope
--e consolidatie = consolidation anisotrope


anisotropie ZN

1 anisotropia
eenassige -- = anisotropia uniaxe/uniaxial


anjelier ZN

1 Zie: anjer


anjer ZN

1 diantho, caryophyllo


anjerachtigen ZN MV

1 silenoidas, caryophyllaceas


anjerblad ZN

1 folio de diantho/caryophyllo


anjerfamilie ZN

1 Zie: anjerachtigen


anker ZN

1 ancora
voor -- gaan, het -- werpen = ancorar, jectar le ancora
het voor -- gaan = ancorage
voor -- liggen = esser ancorate/al ancora
het -- lichten = levar le ancora, disancorar
(FIG) ergens bij iemand zijn -- laten vallen = installar se in le casa de un persona
2 (TECHN) armatura
3 (BOUWK) tirante
4 (van dynamo) rotor
5 (BILJ) quadro
6 (mbt uurwerk) ancora


ankerarm ZN

1 bracio de ancora


ankeras ZN

1 (van dynamo) axe de rotor


ankerboei ZN

1 boia de ancora


ankerbout ZN

1 bulon de ancora/ancorage


ankeren WW

1 ancorar
het -- = ancorage


ankergeld ZN

1 (derecto de) ancorage


ankerhorloge ZN

1 horologia de/ad ancora


ankerketting ZN

1 catena de ancora


ankerlier ZN

1 cabestan


ankermast ZN

1 mast/poste/palo de ancorage


ankerplaats ZN

1 (placia de) ancorage, rada


ankerrecht ZN

1 derecto de ancorage


ankerring ZN

1 anello de ancora


ankerspil ZN

1 cabestan


ankerstaaf ZN

1 barra de ancorage


ankertouw ZN

1 Zie: ankertros


ankertros ZN

1 cablo de ancora


anklet ZN

1 calcetta curte


ankylose ZN

1 ankylose (-osis)


Anna ZN EIGN

1 Anna


anna ZN

1 (GESCH) (Indiase munt) anna


annalen ZN MV

1 annales
in de -- bijschrijven = scriber in le annales
schrijver van -- = annalista


annalist ZN

1 annalista


annaliteit ZN

1 annalitate


Annam ZN EIGN

1 Annam


Annamiet ZN

1 annamita


Annamitisch BN

1 annamita


annex BN

1 annexe, accessori
uitgeverij -- drukkerij = casa editorial con imprimeria annexe


annexatie ZN

1 annexation, annexion


annexatieplan ZN

1 plano de annexation/annexion


annexatiepolitiek ZN

1 politica annexionista/de annexation/de annexion


annexen ZN MV

1 annexos
de -- van een verdrag = le annexos de un contracto


annexeren WW

1 annexar, appropriar se
het -- = annexation, annexion


annexionisme ZN

1 annexionismo


annexionist ZN

1 annexationista, annexionista


annexionistisch BN

1 annexionista, annexionistic
--e politiek = politica annexionista/annexionistic/de annexation/de annexion


annihilatie ZN

1 annihilation


annihilator ZN

1 annihilator


annihileren WW

1 annihilar


anno BW

1 in le anno


anno Domini ZN

1 anno Domini (L)


annonce ZN

1 (advertentie) annuncio
een -- plaatsen = facer inserer/facer insertar un annuncio


annonceren BN

1 (bekend maken) annunciar, notificar, publicar
het -- = annunciation, notification, publication


annotatie ZN

1 annotation, nota


annotator ZN

1 annotator


annoteren WW

1 annotar, poner notas
het -- = annotation
een tekst -- = annotar un texto


annuarium ZN

1 annuario


annuïteit ZN

1 annuitate


annuïteitenaflossing ZN

1 amortisation in annuitates


annuïteitensysteem ZN

1 systema de annuitates


annulatie ZN

1 Zie: annulering


annuleerbaar BN

1 annullabile, rescindibile, rescissibile


annuleerbaarheid ZN

1 (JUR) rescindibilitate


annuleren WW

1 annullar, cancellar, disdicer, rescinder
een reis -- = annullar/cancellar un viage
een boeking -- = annullar un reservation
een contract -- = annullar/rescinder un contracto
de voorstelling is geannuleerd = le representation ha essite cancellate


annulerend BN

1 annullative, (JUR ook) dirimente


annulering ZN

1 cancellation, annullation, annullamento, revoco, revocation, abolition, abolimento, cancellation, cancellamento, denunciation, rescission


annuleringsverzekering ZN

1 assecurantia del costos del annullation/annullamento


annunciatie ZN

1 annunciation


annzuigsnelheid ZN

1 velocitate de aspiration


anode ZN

1 anodo


anodebatterij ZN

1 batteria anodic/de anodo


anodebelasting ZN

1 carga anodic/de anodo


anodespanning ZN

1 tension anodic/de anodo


anodestralen ZN MV

1 radios anodic


anodestroom ZN

1 currente anodic/de anodo


anodeval ZN

1 cadita de tension anodic


anodiseren WW

1 anodisar


anodisering ZN

1 anodisation


anofeles ZN

1 anophele(s)


anomaal BN

1 irregular
2 (TAAL) anomal


anomalie ZN

1 anomalia, irregularitate
2 (TAAL, ASTRON) anomalia


anomalistisch BN

1 anomalistic
--e maand = mense anomalistric
-- jaar = anno anomalistic


anomie ZN

1 anomia


anomisch BN

1 anomic


anoniem BN

1 anonyme, sin nomine de autor
--e brief = littera anonyme
-- blijven = restar/remaner in le anonymitate, guardar le anonymitate


anoniem ZN

1 autor/compositor anonyme, anonymo


anonimiteit ZN

1 anonymitate, anonymato


anonymus ZN

1 autor/compositor anonyme, anonymo


anorak ZN

1 anorak


anorectaal BN

1 anorectal


anorectisch BN

1 anorectic, anorexic


anorexie ZN

1 anorexia


anorexiepatiënt ZN

1 anorectico, anorexico


anorganisch BN

1 anorganic, inorganic
--e stoffen = materias inorganic
--e chemie/scheikunde = chimia anorganic/inorganic


anorgasmie ZN

1 anorgasmia, anaphrodisia


anortiet ZN

1 anortite


anosmie ZN

1 anosmia


anosotropie ZN

1 anisotropia


anovulatoir BN

1 anovulatori
--e cyclus = cyclo anovulatori


anoxemie ZN

1 anoxemia


anoxie ZN

1 anoxia


ANP

1 (Afk: Algemeen Nederlands Persbureau) Agentia de Pressa Nederlandese


ansicht ZN

1 carta (postal) illustrate


ansichtkaart ZN

1 Zie: ansicht


ansjovis ZN

1 anchova {sj}


ansjovisfilet ZN

1 filet (F) de anchova {sj}


ansjovisvangst ZN

1 pisca del anchova {sj}


ansjovisvisser ZN

1 piscator de anchova {sj}


ansjovisvisserij ZN

1 Zie: ansjovisvangst


antagonisme ZN

1 (tegenstrijdige werking) antagonismo
2 (strijd tussen twee tegengestelden) astagonismo, opposition, contrarietate, rivalitate


antagonist ZN

1 (persoon) antagonista, adversario, concurrente, rival
2 (spier) musculo antagonista/antagonic


antagonistisch BN

1 antagonista, antagonic


Antarctica ZN EIGN

1 Antarctica


antarctisch BN

1 antarctic
fauna -- = antarctische fauna


antecedent ZN

1 (LOGICA) antecedente
2 (TAAL) antecedente
3
(verleden) iemands --en = le antecedentes de un persona


antecedent BN

1 antecedente


antecedentenonderzoek ZN

1 inquesta in re le antecedentes de un persona


antecedentie ZN

1 antecedentia


antecederen WW

1 anteceder, preceder


antedateren WW

1 antedatar, retrodatar
een brief -- = antedatar un littera


antediluviaal BN

1 antediluvian


antediluviaans BN

1 Zie: antediluviaal


antefix ZN

1 antefixa


ante litteram

1 ante litteram (L), avant la lettre (F), ante le littera


antenne ZN

1 (RADIO, T.V.) antenna
gemeenschappelijke -- = antenna collective
gerichte -- = antenna directional/dirigite
telescopische -- = antenna telescopic
parabolische -- = antenna parabolic
ongerichte/rondstralende -- = antenna omnidirectional
gerichtheid van een -- = directivitate de un antenna
bereik van een -- = campo/portata de un antenna
aansluiting van de -- = prisa/connexion del antenna
2 (BIOL) antenna


antennedraad ZN

1 filo de antenna


antenne-installatie ZN

1 installation de antenna


antennekabel ZN

1 cablo de antenna


antennemast ZN

1 Zie: antennepaal


antennepaal ZN

1 palo/poste/pylon de antenna


antenneschakelaar ZN

1 commutator de antenna


antennesysteem ZN

1 systema de antenna
central -- = systema antenna central, antenna collective


antenneweerstand ZN

1 resistentia de antenna


antepenultima ZN

1 syllaba antepenultime


anthemion ZN

1 anthemio


anthocyanine ZN

1 anthocyanina


anthografie ZN

1 anthographia


anthologie ZN

1 anthologia, chrestomathia
een -- samenstellen = compilar un anthologia
samensteller van een -- = anthologista


anthologisch BN

1 anthologic


anthologist ZN

1 anthologista


anthrachinon ZN

1 anthraquinon


anthracometer ZN

1 anthracometro


anthracose ZN

1 anthracose (-osis)


anti ZN

1 (tegenstander) opponente, adversario


anti-aanbaklaag ZN

1 strato antiadherente


anti-allergicum ZN

1 antiallergico


anti-allergisch BN

1 antiallergic


anti-amerikanisme ZN

1 antiamericanismo


anti-anemisch BN

1 antianemic
--e factor = factor antianemic


anti-apartheid ZN

1 anti-apartheid (N)


anti-apartheidsactivist ZN

1 activista contra le apartheid (N)


anti-apartheidsbeweging ZN

1 movimento contra le apartheid (N)


anti-apartheidsgroep ZN

1 gruppo contra le apartheid (N)


anti-Arabisch BN

1 antiarabe


anti-astmatisch BN

1 antiasthmatic


anti-autoritair BN

1 anti-autoritari


antibacterieel BN

1 antibacterial


antibiose ZN

1 antibiose (-osis)


antibioticum ZN

1 antibiotico, pharmaco antibiotic
bacteriostatisch -- = antibiotico bacteriostatic


antibiotisch BN

1 antibiotic
-- middel = pharmaco antibiotic, antibiotico
-- produkt = producto antibiotic


antichambre ZN

1 antecamera


antichambreren WW

1 facer antecamera


antichrese, antichresis ZN

1 antichrese (-esis)


Antichrist ZN EIGN

1 Antichristo


antichristelijk BN

1 antichristian


anticipatie ZN

1 anticipation


anticiperen WW

1 anticipar
het -- = anticipation


anticlassicisme ZN

1 anticlassicismo


anticlericaal BN

1 anticlerical


anticlericalisme ZN

1 anticlericalismo


anticlimax ZN

1 anticlimax


anticlinaal ZN

1 anticlinal
afgetopte -- = anticlinal scalpate
as van een -- = axe de un anticlinal


anticlinaal BN

1 anticlinal
--e plooi = plica anticlinal
--e breuk = fallia anticlinal
--e aardlaag = strato anticlinal


anticoïncidentie ZN

1 anticoincidentia


anticommunisme ZN

1 anticommunismo


anticommunist ZN

1 anticommunista


anticommunistisch BN

1 anticommunista


anticommutatief BN

1 anticommutative


anticommutativiteit ZN

1 anticommutativitate


anticonceptie ZN

1 anticonception, contraception


anticonceptiemiddel ZN

1 contraceptivo, anticonceptivo, medio/producto contraceptive/anticonceptive/anticonceptional/anticonceptive


anticonceptiepil ZN

1 pilula anticonceptive/contraceptive/anticonceptional/anticonceptive


anticonceptioneel BN

1 anticonceptional, anticonceptive, contraconceptive, contraconceptional


anticonceptivum ZN

1 anticonceptivo, contraceptivo, medio/producto contraceptive/anticonceptive/anticonceptional/anticonceptive


anticonformisme ZN

1 anticonformismo


anticonformist ZN

1 anticonformista


anticonformistisch BN

1 anticonformista, anticonformistic


anticonstitutioneel BN

1 anticonstitutional


anticonvulsief BN

1 anticonvulsive


anticonvulsivum ZN

1 anticonvulsivo


anticorps ZN

1 anticorpore, antitoxina


anticorrosie ZN

1 anticorrosion


anticorrosief BN

1 anticorrosive


anticrisismaatregel ZN

1 mesura contra le crise/crisis


anticyclisch BN

1 anticyclic


anticyclonaal BN

1 anticyclonal, anticyclonic


anticycloon ZN

1 anticyclon


antidateren WW

1 Zie: antedateren


antidatering ZN

1 antedata
-- van een brief = antedata de un littera


antideeltje ZN

1 antiparticula


antidemocraat ZN

1 antidemocrate


antidemocratisch BN

1 antidemocratic
--e maatregelen = mesuras antidemocratic
--e wetten = leges antidemocratic


antidepressivum ZN

1 antidepressivo


antidifterieserum BN

1 sero diphteric/antidiphteric


antidifterievaccin ZN

1 vaccino antidiphteric


antidiureticum ZN

1 antidiuretico


antidiuretisch BN

1 antidiuretic


antidogmatisch BN

1 antidogmatic
-- geschrift = scripto antidogmatic


antidogmatisme ZN

1 antidogmatismo


antidotaal BN

1 antidotal, antitoxic


antidotarium ZN

1 antidotario


antidotum ZN

1 antidoto, contraveneno


antidrugsbrigade ZN

1 brigada antidroga/contra le drogas


antidrugwet ZN

1 lege antidroga


antiduikbootwapen ZN

1 arma antisubmarino


anti-Duits BN

1 germanophobe
--e gezindheid = germanophobia
iemand die -- gezind is = germanophobo


antidumpingmaatregel ZN

1 mesura antidumping


antidumpingwet ZN

1 lege antidumping


antidysentericum ZN

1 antidysenterico


antidysenterisch BN

1 antidysenteric


antiek BN

1 (verouderd) antique, ancian, vetule
2 (mbt de Griekse en Romeinse Oudheid) antique, classic
--e beschaving = civilisation antique
--e vaas = vaso antique


antiek ZN

1 (oude kunstvoorwerpen) antiquitates


antiekbeurs ZN

1 bursa de antiquitates


antiekveiling ZN

1 vendita public/auction de antiquitates


antiekwinkel ZN

1 boteca/magazin de antiquitates


antiekzaak ZN

1 Zie: antiekwinkel


anti-Engels BN

1 anglophobe
iemand die -- gezind is = anglophobo


antiënzym ZN

1 antienzyma


antifascisme ZN

1 antifascismo


antifascist ZN

1 antifascista


antifascistisch BN

1 antifascista, antifascistic


antifeminisme ZN

1 antifeminismo


antifeminist ZN

1 antifeminista


antifeministisch BN

1 antifeminista, antifeministic


antiferment ZN

1 antifermento


antiferromagnetisme ZN

1 antiferromagnetismo


antifibrine ZN

1 antifibrina


antifilosofisch BN

1 antiphilosophic


antifonaal BN

1 antiphonal


antifonarium ZN

1 antiphonario, libro antiphonal


antifonenboek ZN

1 Zie: antifonarium


antifoon ZN

1 antiphona


anti-Frans BN

1 francophobe, gallophobe, antifrancese
--e gezindheid = francophobia, gallophobia
iemand die -- is = francophobo, gallophobo


antifrase ZN

1 antiphrase (-asis)


antifrictie-eigenschap ZN

1 proprietate antifriction


antifrictiemetaal ZN

1 metallo antifriction


anti-g BN

1 antigravitational


antigeen ZN

1 antigeno


antigeen BN

1 antigene, antigenic


antigodsdienstig BN

1 antireligiose


antihallucinatoir BN

1 antihallucinatori


antihalo ZN

1 antihalo


antiheld ZN

1 antiheroe


antihistaminicum ZN

1 antihistaminico


antihormoon ZN

1 antihormon


anti-imperialisme ZN

1 anti-imperialismo


anti-imperialist ZN

1 anti-imperialista


anti-imperislistisch BN

1 anti-imperialista, anti-imperialistic


anti-inflatiepolitiek ZN

1 politica anti-inflationista


anti-inflationistisch BN

1 anti-inflationista, anti-inflationistic


anti-islamitisch BN

1 anti-islamic


anti-isolationistisch BN

1 anti-isolationista


antijoods BN

1 antisemitic
--e houding = attitude antisemitic
--e gezindheid = antisemitismo
--e propaganda = propaganda antisemitic


antikapitalistisch BN

1 anticapitalista


antikatholiek BN

1 anticatholic


antikerkelijk BN

1 anticlerical


antikernenergielobby ZN

1 lobby (E) contra le energia nuclear


antiklastisch BN

1 (WISK) anticlastic


antikleefmiddel ZN

1 agente antiadhesive


antiklerikaal BN

1 anticlerical


antiklerikaal ZN

1 anticlerical


antiklerikalisme ZN

1 anticlericalismo