FANDOM


iatrochemicus ZN

1 iatrochimico


iatrochemie ZN

1 iatrochimia


iatrochemisch BN

1 iatrochimic


iatrogeen BN

1 iatrogene, iatrogenic


iatroleptisch BN

1 iatroleptic


iatrotechniek ZN

1 iatrotechnica


Iberië ZN EIGN

1 Iberia


Iberiër ZN

1 ibero


iberis ZN

1 iberis


Iberisch BN

1 iber, iberic
--e beschaving = civilisation iber
-- Schiereiland = Peninsula Iberic


Ibero-Amerikaans BN

1 iberoamerican


ibidem BW

1 ibidem


ibis ZN

1 ibis
heilige -- = ibis sacre


i.b.v.

1 (Afk.: in het bezit van) in possession de


i.c.

1 (Afk.: in casu) in iste caso


IC

1 (COMP) IC (= circuito integrate)
-- met luchtisolatie = IC a isolation aeree
analoog -- = IC analoge
discreet -- = IC discrete


Icarisch BN

1 icarie
--e Zee = Mar Icarie


Icarus ZN EIGN

1 Icaro
van -- = icarian


icebergsla ZN

1 lactuca iceberg (E)


ichneumon ZN

1 ichneumon


ichor ZN

1 ichor


ichthyocol ZN

1 ichthyocolla


ichthyofaag ZN

1 ichthyophago


ichthyofobie ZN

1 ichthyophobia


ichthyografie ZN

1 ichthyographia


ichthyografisch BN

1 ichthyographic


ichthyol ZN

1 ichthyol


ichthyoliet ZN

1 ichthyolitho


ichthyologie ZN

1 ichthyologia


ichthyologisch BN

1 ichthyologic


ichthyoloog ZN

1 ichthyologo, ichthyologista


ichthyosaurus ZN

1 ichthyosauro


ichthyose ZN

1 ichthyose (-osis)


icing ZN

1 icing (E)


iconiciteit ZN

1 iconicitate


iconisch BN

1 iconic
--e kunst = arte iconic
--e schilderkunst = pictura iconic
--e beeldhouw-kunst = sculptura iconic


iconoclasme ZN

1 iconoclasma


iconoclast ZN

1 iconoclasta


iconoclastisch BN

1 iconoclastic
--e beweging = movimento iconoclastic


iconograaf ZN

1 iconographo


iconografie ZN

1 iconographia


iconografisch BN

1 iconographic


iconolatrie ZN

1 iconolatria


iconologie ZN

1 iconologia


iconologisch BN

1 iconologic


iconoloog ZN

1 iconologo, iconologista


iconometer ZN

1 (FOTO) iconometro


iconoscoop ZN

1 iconoscopio


iconostase ZN

1 iconostase (-asis)


icoon ZN

1 icone


icosaëder ZN

1 icosahedro


icterisch BN

1 icteric
--e huidkleur = color icteric del pelle


icterus ZN

1 ictero


ictus ZN

1 (MED) ictus
2 (TAAL) ictus


id.

1 (Afk.: idem) id. (=idem)


ideaal BN

1 (volmaakt) ideal, perfecte
-- voorbeeld = exemplo perfecte
2 (zoals men zich niet beter kan wensen) ideal, perfecte, exemplar
-- gereedschap = utensiles perfecte
onder --e omstandigheden = sub circumstantias/conditiones ideal
3 (denkbeeldig) ideal, theoretic, imaginari


ideaal ZN

1 ideal
een -- verwezenlijken/bereiken = realisar un ideal
een -- nastreven = persequer un ideal
zij had haar -- gevonden = illa habeva trovate su ideal
iemand zonder --en = un persona sin ideales
utopische --en = ideales utopic


ideaalbeeld ZN

1 imagine ideal, ideal, idealisation
een -- creëren van iets/van iemand = idealisar un cosa/un persona


ideaalloos BN

1 sin ideal(es)


idealisatie ZN

1 idealisation


idealiseren WW

1 idealisar
het -- = idealisation
iemand die idealiseert = idealisator
Dante heeft de figuur van Beatrice geïdealiseerd = Dante ha idealisate le figura de Beatrice


idealisering ZN

1 idealisation
de -- van het land-schap in de schilderkunst van de primitieven = le idealisation del paisage in le pictura del primitivos


idealisme ZN

1 (FIL) idealisme
transcendentaal -- van Kant = idealismo transcendental de Kant
2 idealismo


idealist ZN

1 (FIL) idealist
2 idealista


idealistisch BN

1 (FIL) idealista
--e filosofie = philosophia idealista
--e dialectiek van Hegel = dialectica idealista de Hegel
-- monisme = monismo idealista
2 idealista, idealistic
--e bedoelingen = intentiones idealista/idealistic
iets -- opvatten = conciper un cosa idealisticamente
--e levensopvatting = vision idealistic del vita


idealiteit ZN

1 idealitate


idealiter BW

1 idealmente


ideatie ZN

1 ideation
incoherente -- = ideation incoherente


idee ZN

1 (gedachtenvoorstelling) idea
-- fixe = idea fixe
een -- overnemen = adoptar un idea
zich een -- van iets vormen = facer se/formar se un idea de un cosa
2 (ideaal, streven) idea, ideal
3 (begrip, notie) idea, notion, concepto
abstract -- = idea abstracte
geen flauw -- van iets hebben = non haber le minor notion/idea de un cosa
zij had geen -- van grammatica = illa non habeva un idea/notion de grammatica
eerste -- = prenotion
4 (mening) idea, opinion, vista
botsing van --en = collision de ideas
naar/volgens mijn -- = secundo mi opinion/vista
van -- veranderen = cambiar/mutar de idea/de opinion
5 (ingeving) idea
een goed -- = un bon idea
een gelukkig -- = un idea felice
lumineus -- = idea luminose
op het -- komen = imaginar
iemand op een -- brengen, iemand een -- aan de hand doen = dar un idea un un persona, suggerer un cosa a un persona
6 (ontwerp) idea
7 (illusie) idea, illusion
8 (FIL) idea, concepto
de -- van het recht = le idea/concepto del justitia


ideëel BN

1 (denkbeeldig) ideal, theoretic, imaginari
-- geld = moneta ideal
-- gewicht = peso ideal
--e goederen = benes ideal
2 (gericht op de verwezelijking van een idee) idealista, idealistic
--e strekking = tendentia idealistic


ideeënassociatie ZN

1 association de ideas


ideeënbus ZN

1 cassa a ideas


ideeëngoed ZN

1 (stock (E) de) ideas


ideeënleer ZN

1 (FIL) theoria del ideas
2 (FIL) idealismo


ideeënreeks ZN

1 serie/catena de ideas/conceptos/notiones


ideeënroman ZN

1 roman de ideas


ideeënstrijd ZN

1 battalia/querela de ideas


ideeënwereld ZN

1 mundo del ideas


idee-fixe ZN

1 idea fixe/dominante, obsession, monomania


idem ZN

1 idem, ditto


idempotent BN

1 idempotente


idempotentie ZN

1 idempotentia


identiek BN

1 identic, semblabile, simile
-- geval = caso identic/semblabile
--e tweeling = geminos identic
(WISK) --e vergelijking = equation identic


identificatie ZN

1 identification, recognoscientia


identificatiecode ZN

1 codice de identification


identificatiedienst ZN

1 servicio de identification


identificatiekaart ZN

1 carta de identification


identificatienummer ZN

1 numero de identification


identificatieplicht ZN

1 obligation de identificar se


identificatieproces ZN

1 processo de identification


identificeerbaar BN

1 identificabile
niet -- = inidentificabile


identificeren WW

1 (vereenzelvigen) identificar
het -- = identification
2 (de identiteit vaststellen) identificar, recognoscer
het -- = identification
het -- van honden = le identification de canes
een misdadiger -- = identificar un criminal
niet te -- = inidentificabile


identificering ZN

1 identification


identiteit ZN

1 (ook WISK) identitate
gerechtelijke -- = identitate judiciari
de -- vaststellen = identificar
vaststelling van de -- = identification
zijn -- bewijzen = monstrar su identitate, identificar se


identiteitsbewijs ZN

1 certificato/documento/carta de identitate
zijn -- overleggen/laten zien = producer/presentar/exhiber su carta de identitate


identiteitscrisis ZN

1 crise/crisis de identitate


identiteitskaart ZN

1 carta/documento/certificato de identitate


identiteitspapieren ZN MV

1 papiros/documentos de identitate/de identification


identiteitspenning ZN

1 Zie: identiteitsplaatje


identiteitsplaatje ZN

1 placa/medalia/disco de identitate


identiteitsrelatie ZN

1 relation de identitate


identiteitsverlies ZN

1 perdita de identitate


ideografie ZN

1 ideographia


ideografisch BN

1 ideographic
--e tekens = signos ideographic


ideogram ZN

1 ideogramma
de --men van het Chinese schrift = le ideogrammas del scriptura chinese {sj}


ideogrammatisch BN

1 ideogrammatic


ideologie ZN

1 (FIL) ideologia
2 (op eenzijdige opvattingen berustend stelsel) ideologia
marxistische -- = ideologia marxista


ideologisch BN

1 ideologic
--e oorlogvoering = guerra ideologic
-- conflict = conflicto ideologic/de ideologias
--e strijd = lucta ideologic
--e tegenstellingen = contrastos ideologic
--e beïnvloeding = indoctrination
iemand -- beïnvloeden = indoctrinar un persona


ideologiseren WW

1 ideologisar


ideologisering ZN

1 ideologisation


ideoloog ZN

1 ideologo, ideologista


ideopathie ZN

1 ideopathia


ideopathisch BN

1 ideopathic


idioblast ZN

1 idioblasto


idiofoon BN

1 idiophone


idiogram ZN

1 idiogramma


idiolect ZN

1 idiolecto


idiomatisch BN

1 idiomatic
--e zinnen = phrases idiomatic
--e uitdrukking = expression idiomatic


Idiom Neutral ZN EIGN

1 Idiom Neutral


idiomorf BN

1 idiomorphe, idiomorphic


idiomusculair BN

1 idiomuscular


idioom ZN

1 idioma


idioot ZN

1 (geesteszieke) idiota, imbecille
geboren -- = idiota congenite/congenital
2 (als scheldwoord) idiota, imbecille
volslagen -- = idiota absolute
zich als een -- gedragen = comportar se/conducer se idioticamente


idioot BN

1 (zwakzinnig) idiota, idiotic
een --e patiënt = un idiota
2 (bespottelijk) idiota, idiotic, folle, stupide, inepte, absurde
--e vraag = question idiota/stupide/folle


idiootheid ZN

1 (zwakzinnigheid) idiotia
2 (dwaasheid) idiotia, stupiditate, follia, absurditate, ineptia, ineptitude


idiopathisch BN

1 idiopathic
--e ziekte = maladia idiopathic


idioplasma ZN

1 idioplasma


idiosyncrasie ZN

1 idiosyncrasia


idiosyncratisch BN

1 idiosyncratic, idiosyncrasic


idioterie ZN

1 (onzinnigheid) idiotia, stupiditate, follia, absurditate, ineptia, ineptitude


idiotie ZN

1 (zwakzinnigheid) idiotia, debilitate de spirito
2 (dwaasheid) idiotia, stupiditate, follia, absurditate, ineptia, ineptitude


idiotisme ZN

1 (TAAL) idiotismo
2 (toestand van geestelijke zwakte) idiotia, idiotismo


idiotype ZN

1 idiotypo


idiovariatie ZN

1 idiovariation


Idist ZN

1 idista


Ido ZN EIGN

1 Ido


idolaat BN

1 idolatra
-- zijn van iemand = idolatrar un persona


idolatrie ZN

1 idolatria


idoliseren WW

1 idolisar


idool ZN

1 (afgod) idolo
2 (FIG) (aanbeden figuur) idolo, fetiche (F)


idylle ZN

1 (LIT) idyllio
schrijver van --n = idyllista
2 (liefdesverhouding) idyllio


idyllendichter ZN

1 autor de idyllios, idyllista


idyllisch BN

1 (LIT) idyllic
2 (bekoorlijk) idyllic
-- gelegen = situate idyllicamente, in un sito idyllic


ieder ONB VNW BIJV

1 cata, omne, tote
-- mens = cata/omne/tote homine
--e dag = cata die/jorno
--e keer = cata vice
in -- geval = in omne caso
in --e hand = in cata mano
hij kan -- moment komen = ille pote venir in qualqunque momento


ieder ONB VNW

1 cata uno, cata persona, totes, omnes, tote le mundo
-- op zijn beurt = cata uno a su torno
-- het zijne = cata uno le sue
-- voor zich = cata uno pro se
we kregen -- honderd gulden = a cata uno de nos on ha date cento florinos
een -- = totes


iedereen ONB VNW

1 Zie: ieder


iegelijk ONB VNW

1 cata un
elk en een -- = quicunque


iel ZN

1 tenue, (zwak) debile


ielheid ZN

1 tenuitate, (zwakheid) debilitate


iemand ONB VNW

1 alicuno, alcuno, qualcuno, (un) persona
-- anders = qualcuno altere, un altere persona
zomaar -- = un quidam
volgzaam -- = persona docile
aardig -- = persona agradabile/sympathic
belangrijk/invloedrijk -- = persona importante/de peso
hij is niet zomaar -- = ille non es un persona qualcunque
wat maken ze het -- toch lastig! = como on complica le vita a uno!


iemker ZN

1 apicultor, apiario


iemkerij ZN

1 apicultura


iep ZN

1 ulmo


iepachtig BN

1 ulmacee


iepachtigen ZN MV

1 ulmaceas


iepen BN

1 de ligno de ulmo


iepenblad ZN

1 folio de ulmo


iepenbos(je) ZN

1 ulmeto


iepenhout ZN

1 ligno de ulmo


iepenhouten BN

1 de ligno de ulmo


iepenstam ZN

1 trunco de ulmo


iepentak ZN

1 branca/ramo de ulmo


iepentakvlinder ZN

1 angerona prunari


iepenzwam ZN

1 pleuroto ulmari


iepziekte ZN

1 maladia del ulmos


Ier ZN

1 irlandese


ier ZN

1 stercore liquide


ierkelder ZN

1 cellario de stercore liquide


Ierland ZN EIGN

1 Irlanda, Eire
2 (GESCH) Hibernia


Iers BN

1 irlandese, de Irlanda
--e Zee = Mar de Irlanda


Iers ZN

1 (taal) irlandese


iets ONB VNW

1 alique, alco, aliquid, alicun cosa, alcun cosa, qualque cosa, qualcosa
-- anders = altere cosa, qualcosa altere
hoorde je --? = tu ha audite alco?
-- zijn = esser alco


iets ZN

1 cosa
een onstoffelijk -- = un cosa immaterial
-- moois = un cosa belle


iets BW

1 un pauco, un poco
-- meer = un pauco plus
-- beter = un pauco melior
wij moeten -- vroeger weggaan = nos debe partir un pauco plus tosto


ietsje ZN

1 iota, jota, un pauco, un poco
een -- zout = un pauco de sal


ietwat BW

1 un pauco, un poco, legiermente
hij is -- koortsig = ille ha un febre legier


iezegrim BN

1 grunnion, grunnitor, murmurator


igloo ZN

1 igloo {iglu}


ignipunctuur ZN

1 ignipunctura


ignis fatuus ZN

1 foco fatue


ignorant BN

1 ignorante


ignorantie ZN

1 ignorantia


ignoreren WW

1 (negeren) ignorar
2 (niet weten) esser ignorante de


i-grec ZN

1 i grec


i.g.st.

1 (AFK.: in goede staat) in bon stato/condition


iguana ZN

1 iguana


iguanodon ZN

1 iguanodonte


i.g.z.

1 (in geheime zitting) in session secrete


i.h.a.

1 (in het algemeen) in general, generalmente


i.h.b.

1 (in het bijzonder) specificamente, specialmente


IJ ZN EIGN

1 (golfo del) IJ


ij ZN

1 ij nederlandese


ijdel BN

1 (behaagziek) vanitose, coquette, vangloriose
-- meisje = puella/juvena vanitose/coquette
-- vertoon = ostentation
2 (verwaand) van, vanitose, orgoliose, pretentiose
3 (zonder enige grond) van, inutile, sin fundamento
--e vrees = pavor nun fundate
4 (nutteloos) van, sterile
--e poging = effortio/tentativa van/sterile
5 (leeg) van, vacue
--e woorden = parolas van


ijdelheid ZN

1 (pronkzucht) vanitate, coquetteria, vangloria, gloriola
wereldse -- = mundanitate
2 (verwaandheid) vanitate, orgolio, pretention, pretension
schaamteloze -- = vanitate impudente
gekrenkte -- = vanitate injuriate
iemands -- strelen = flattar le vanitate de un persona
(BIJBEL) -- der --en = vanitate del vanitates
3 (vergankelijkheid) vanitate, fragilitate
4 (nutteloosheid) sterilitate, inanitate
-- der aardse dingen = inanitate del cosas terrestre
-- van een hoop = inanitate de un spero
5 (nietigheid) vanitate, futilitate


ijdeltuit ZN

1 persona vanitose, vanitoso


ijdeltuiterij ZN

1 vanitate, gloriola


ijk ZN

1 Zie: ijkmerk
2 (het ijken) calibration, verification


ijken WW

1 calibrar, verificar
geijkte thermometer = thermometro calibrate
het -- van een balans = le controlo de un balancia


ijker ZN

1 calibrator, verificator/inspector de pesos e mesuras


ijkgeld ZN

1 costos de verification (de pesos e mesuras)


ijking ZN

1 calibration, verification (de pesos e mesuras)
periodieke -- = calibration periodic


ijkinstallatie ZN

1 dispositivo de calibration


ijkinstrument ZN

1 instrumento de verification (de pesos e mesuras)/de calibration, calibrator


ijkkantoor ZN

1 officio de verification de pesos e mesuras


ijkletter ZN

1 littera de verification (de peso/de mesura)


ijkloon ZN

1 Zie: ijkgeld


ijkmaat ZN

1 mesura standard (E)


ijkmeester ZN

1 Zie: ijker


ijkmerk ZN

1 marca de verification (de peso/de mesura)/de calibration


ijkteken ZN

1 Zie: ijkmerk


ijkwezen ZN

1 inspection/verification de pesos e mesuras


ijl BN

1 (van geringe dichtheid) rar
--er maken = rarefacer
de lucht wordt --er = le aere se rareface
het --er worden van de lucht = le rarefaction del aere
2 (met veel tussenruimte) fin, tenue


ijl ZN

1 haste
in der -- = in haste
in aller -- = in tote/grande haste


ijlbode ZN

1 currero (urgente), staffetta, expresso


ijldienst ZN

1 servicio de grande velocitate


ijlen WW

1 (haasten) currer, hastar se
2 (verward spreken door koorts) delirar, esser delirante
het -- van een zieke = le delirio de un malado
3 (onzin uitslaan) delirar


ijlend BN

1 delirante
--e koorts = febre delirante


ijlgesprek ZN

1 telephonata multo urgente


ijlgoed ZN

1 mercantias de grande velocitate


ijlgoederentarief ZN

1 tarifa pro mercantias de grande velocitate


ijlheid ZN

1 (geringe dichtheid) raritate
2 (losheid, dunheid) tenuitate


ijlings BW

1 in tote/grande haste, con tote velocitate, rapidemente


ijlkoorts ZN

1 febre delirante, delirio febril


ijltempo ZN

1 grande haste, alte velocitate
in -- = in grande/tote haste, a tote velocitate


ijs ZN

1 (bevroren water) glacie
whisky met -- = whisky (E) con glacie
(ook FIG) het -- breken = rumper le glacie
zich op glad -- begeven = aventurar se super un cammino glissante, aventurar se in situationes difficile/periculose
goed beslagen ten -- komen = esser ben preparate
-- en weder dienende = si le tempore lo permitte
2 (consumptieijs) gelato
-- met vruchtjes = gelato con fructos


ijs(co)karretje ZN

1 carretta del mercante/del venditor de gelatos


ijsaanzetting ZN

1 Zie: ijsafzetting


ijsafstroming ZN

1 escolamento del glacie


ijsafzetting ZN

1 (op vliegtuigvleugels) formation/accumulation de glacie
2 (GEOL) sedimento glaciari/de glacie


ijsazijn ZN

1 acido acetic glacial


ijsbaan ZN

1 pista/area de patinar/de patinage, patinatorio
overdekte -- = patinatorio coperte/coperite


ijsbal ZN

1 bolla de glacie


ijsballet ZN

1 ballet (F) super glacie


ijsbank ZN

1 banchisa, banco de glacie, ice-field (E)


ijsbarrière ZN

1 barriera de glacie


ijsbeer ZN

1 urso blanc/polar


ijsbereiding ZN

1 fabrication de glacie (artificial)
2 fabrication de gelato


ijsberen WW

1 mover se/ir nervosemente de un latere al altere


ijsberg ZN

1 iceberg (E), monte de glacie
het topje van de -- = le summitate/puncta del iceberg


ijsbergsla ZN

1 (plant) lactuca iceberg (E)
2 (gerecht) salata iceberg (E)


ijsbestrijder ZN

1 disgelator


ijsbestrijding ZN

1 disgelation


ijsbestrijdingsmiddel ZN

1 disgelator


ijsbijmengsel ZN

1 admixtion de glacie


ijsbloem ZN

1 flor/filice de glacie/pruina


ijsblok ZN

1 bloco de glacie


ijsblokje ZN

1 cubo/cubetto de glacie


ijsbreker ZN

1 rumpeglacie


ijsclub ZN

1 club (E) de patinatores/de patinage


ijsco ZN

1 gelato


ijscokar(retje) ZN

1 carretta (del mercante/venditor) de gelatos


ijscoman ZN

1 venditor/mercante de gelatos


ijscompres ZN

1 compresso de glacie


ijsconsumptie ZN

1 consumo/consumption de gelatos


ijsdam ZN

1 Zie: ijsbarrière


ijsdruk ZN

1 pression del glacie


ijseend ZN

1 clangula hyemal


ijselijk BN

1 abominabile, horribile, horripilante, terrificante, terribile, atroce
--e daad = acto abominabile
--e wraak = vengiantia atroce
-- lelijk = terribilemente fede, fedissime


ijselijkheid ZN

1 horror, atrocitate


ijsemmer ZN

1 situla a/de glacie


ijserosie ZN

1 erosion glaciari


ijsfabriek ZN

1 fabrica de glacie, (van consumptieijs) fabrica de gelato


ijsfabrikant ZN

1 fabricante de glacie, (van consumptieijs) fabricante de gelato


ijsfeest ZN

1 festa super glacie


ijsgang ZN

1 glacie flottante


ijsgors ZN

1 (vogel) calcario lapponic


ijsgrot ZN

1 grotta de glacie


ijshanden ZN MV

1 manos glacial


ijsheiligen ZN MV

1 sanctos de glacie


ijshockey ZN

1 hockey (E) super glacie


ijshockeyclub ZN

1 club (E) de hockey (E) super glacie


ijshockeyschaats ZN

1 patin de hockey (E) super glacie


ijshockeyspeler ZN

1 jocator de hockey (E) super glacie


ijshockeywedstrijd ZN

1 match (E) de hockey (E) super glacie


ijshoorn ZN

1 cornetta de gelato


ijshut ZN

1 igloo {iglu}


ijsje ZN

1 gelato


ijskap ZN

1 calotte (F) glaciari/polar


ijskar(retje) ZN

1 Zie: ijscokar


ijskast ZN

1 refrigerator, armario frigorific, glaciera


ijskegel ZN

1 Zie: ijspegel


ijskelder ZN

1 glaciera


ijskist ZN

1 cassa frigorific/de glacie


ijsklomp ZN

1 bloco de glacie
ik ben net een -- = io es congelate


ijskoffie ZN

1 caffe glaciate/frigide


ijskompres ZN

1 compresso de glacie


ijskorst ZN

1 crusta de glacie


ijskoud BN

1 frigide como le glacie, multo frigide, glacial, gelide, gelate
--e handen = manos glacial
hij bleef -- = ille restava/remaneva de glacie/frigide como le glacie


ijskoud BW

1 sin (facer se) problemas


ijskristal ZN

1 crystallo de glacie


ijslaag ZN

1 strato de glacie


IJsland ZN EIGN

1 Islanda


IJslander ZN

1 islandese


IJslands BN

1 islandese, islandic
--e taal = lingua islandese
--e literatuur = litteratura islandese
--e sagen = sagas islandese


IJslands ZN

1 (taal) lingua islandese, islandese


ijslepeltje ZN

1 coclearetto de gelato


ijslolly ZN

1 gelato al aqua


ijsmachine ZN

1 (mbt kunstijs) machina frigorific/de glacie
2 (mbt consumptieijs) machina de gelatos


ijsmassa ZN

1 massa de glacie


ijsmuts ZN

1 bonetto de lana


ijsnaald ZN

1 agulia de glacie


ijsoppervlak ZN

1 superficie glacial


ijspegel ZN

1 pendente/stalactite de glacie


ijsperiode ZN

1 periodo glaciari/glacial


ijspiste ZN

1 pista/area de patinage


ijspret ZN

1 placeres/gaudio/joia del glacie, diversiones super le glacie, (schaatsen) patinage


ijsranonkel ZN

1 ranunculo glacial


ijsregen ZN

1 pluvia gelate


ijssalon ZN

1 gelateria


ijsschol ZN

1 Zie: ijsschots


ijsschots ZN

1 morsello/pecia/placa de glacie (flottante)


IJsselcup ZN

1 cuppa IJssel


IJsselmeer ZN EIGN

1 Laco IJssel


ijssla ZN

1 Zie: ijsbergsla


ijssport ZN

1 sport (E) super glacie


ijsstaaf ZN

1 barra de glacie


ijsstadion ZN

1 stadio de glacie/de patinage


ijssteen ZN

1 cryolitho


ijssurfen WW

1 surfar/facer surf (E) super glacie


ijstaart ZN

1 torta de gelato


ijstang ZN

1 pincia(s) pro le glacie


ijstent ZN

1 gelateria


ijsthee ZN

1 the glaciate/frigide


ijstijd ZN

1 periodo/epocha glacial/glaciari, glaciation
van na de -- = postglacial


ijstoestand ZN

1 stato del glacie


ijsveld ZN

1 banchisa, banco/campo de glacie, (GEOGR) icefield (E)


ijsventer ZN

1 venditor de gelatos, gelatero (ambulante)


ijsverkoper ZN

1 Zie: ijsventer


ijsvermaak ZN

1 Zie: ijspret


ijsvink ZN

1 Zie: ijsgors


ijsvlakte ZN

1 campo de glacie, (GEOGR) ice-field (E)


ijsvloer ZN

1 strato de glacie


ijsvogel ZN

1 alcyon, martin-piscator


ijsvorming ZN

1 formation de glacie
2 (GEOL) glaciation


ijsvrij BN

1 (zonder ijs) libere de glacie, sin glacie
--e haven = porto libere de glacie
2
-- hebben = esser libere pro patinar/pro ir al glacie


ijswafel ZN

1 wafla de/con gelato


ijswagentje ZN

1 carretta del gelatero (ambulante)


ijswand ZN

1 pariete de glacie


ijswater ZN

1 (van gesmolten ijs) aqua de disgelo
2 (waarin smeltend ijs ligt) aqua glaciate/con glacie


ijswinter ZN

1 hiberno con multe glacie


ijszaag ZN

1 serra a/de glacie


ijszee ZN

1 mar glacial/de glacie
Noordelijke IJszee = Oceano (Glacial) Arctic
Zuidelijke IJszee = Oceano (Glacial) Antarctic


ijszeilen WW

1 facer vela super glacie


ijszone ZN

1 zona glacial/de glacie


ijver ZN

1 zelo, diligentia, assiduitate, application, laboriositate
te grote --, overmaat aan -- = excesso de zelo
apostolische -- = zelo apostolic
misplaatste -- = zelo intempestive
onbezonnen -- = zelo inconsiderate
toonbeeld van -- = exemplo de zelo
-- aan de dag leggen = displicar zelo
gebrek aan -- = inapplication
2 (geestdrift) zelo, ardor, fervor, fuga, enthusiasmo
zich vol -- op iets toeleggen = dedicar se a un cosa con grande enthusiasmo
iemands -- aanvuren = stimular/excitar le zelo/ardor de un persona


ijveraar ZN

1 zelator, fanatico
fanatieke -- = zelator fanatic
-- voor het liberalisme = zelatores del liberalismo


ijveren WW

1 zelar, defender con ardor/fervor, luctar
voor iets -- = devotar se a/luctar pro un cosa
tegen iets -- = opponer se/luctar contra un cosa ardentemente/ferventemente/con ardor/con fervor


ijverig BN

1 (vlijtig) zelose, diligente, assidue, dynamic, laboriose, industriose, active, applicate
--e leerling = alumno studiose
-- werken aan zijn taak = applicar se a su carga
2 (fervent) zelose, ardente, fervente
-- christen = christiano zelose/fervente


ijverzucht ZN

1 jelosia, invidia


ijverzuchtig BN

1 jelose, invidiose


ijzel ZN

1 glacie al solo


ijzelen WW

1
het ijzelt = il face glacie al solo


ijzelmelder ZN

1 indicator de glacie al solo


ijzen WW

1 fremer, haber horror (de)
die gedachte doet me -- = iste pensata/pensamento me face fremer


ijzer ZN

1 (metaal) ferro
gedegen -- = ferro pur
ruw -- = ferro brute
gegalvaniseerd -- = ferro galvanisate
geslagen -- = ferro battite
gesmeed -- = ferro forgiate
gesmolten -- = ferro fundite
gloeiend -- = ferro incandescente
-- delven = extraher ferro
het -- smeden = forgiar/batter le ferro
het -- bewerken = laborar le ferro
-- smelten/gieten = funder ferro
men moet het -- smeden als het heet is = on debe batter le ferro quando illo es cal(i)de
je kunt geen -- met handen breken = inutile tentar le impossibile
2 (voorwerp van ijzer) ferro
de --s van een paard = le ferros de un cavallo
van --(s) voorzien, met -- beslaan = ferrar
de --s onderbinden = poner se le patines
oud -- = ferro vetule, ferralia
dat is een heet -- om aan te vatten = isto es un thema multo delicate


ijzeraarde ZN

1 terra ferruginose/de ferro


ijzerachtig BN

1 ferrose, ferruginose, ferric


ijzerader ZN

1 filon/vena de ferro


ijzerafval ZN

1 ferralia, (schroot) mitralia


ijzeralliage ZN

1 Zie: ijzerlegering


ijzerbeslag ZN

1 guarnition/guarnitura/revestimento de ferro
van -- voorzien = ferrar
het -- afnemen van = disferrar


ijzerbevattend BN

1 ferruginose


ijzerbloemen ZN MV

1 flores de ferro


ijzerboor ZN

1 forator a metallos


ijzerbron ZN

1 fonte ferruginose


ijzercarbonaat ZN

1 carbonato de ferro


ijzerconstructie ZN

1 construction in/de ferro


ijzerdeeltje ZN

1 particula de ferro


ijzerdraad ZN

1 filo de ferro


ijzeren BN

1 de ferro, ferree
-- discipline/tucht = disciplina ferree/de ferro
-- wil = voluntate ferree/de ferro
-- bank = banco de ferro
-- stang/staaf = barra de ferro
-- plaat = placa de ferro
-- rolluik = cortina de ferro
(POL) -- gordijn = cortina de ferro
-- hoepel/ring = circulo de ferro
-- kruis = cruce de ferro
-- tijdperk = etate de ferro
-- gezondheid = sanitate/constitution de ferro
-- maag = stomacho de ferro
-- vuist = pugno de ferro
-- long = pulmon artificial/de aciero
met -- hand = con mano de ferro


ijzererts ZN

1 mineral de ferro


ijzerfabriek ZN

1 fabrica de ferro


ijzerfabrikant ZN

1 fabricante de ferro


ijzergaas ZN

1 tela/rete metallic


ijzergaren ZN

1 filo multo resistente/forte


ijzergieter ZN

1 funditor de ferro


ijzergieterij ZN

1 funderia de ferro


ijzergroeve ZN

1 mina de ferro


ijzerhandel ZN

1 (handel in ijzer) commercio/negotio de ferro
2 (handel in ijzerwaren) commercio/negotio de ferramentos, quincaleria


ijzerhandelaar ZN

1 (handelaar in ijzer) commerciante/negotiante de ferro, (ijzerwarenhandelaar) commerciante/negotiante/mercante de ferramentos/de objectos de ferro, quincaliero


ijzerhard BN

1 dur como le ferro


ijzerhard ZN

1 verbena


ijzerhardfamilie ZN

1 verbenaceas


ijzerhoudend BN

1 ferrifere, ferrose, ferruginose
-- erts = mineral ferrifere/ferrose
-- terrein = terreno ferrifere


ijzerhoudendheid ZN

1 ferruginositate


ijzerhout ZN

1 ligno de ferro


ijzerhouten BN

1 de ligno de ferro


ijzerindustrie ZN

1 industria siderurgic/del ferro, siderurgia


ijzerkalk ZN

1 calce de ferro


ijzerkies ZN

1 pyrite (de ferro)


ijzerkleur ZN

1 color de ferro


ijzerkleurig BN

1 de color de ferro


ijzerkoper ZN

1 mercante de ferro


ijzerkruid ZN

1 sideritis
2 verbena


ijzerkruidachtigen ZN MV

1 verbenaceas


ijzerlegering ZN

1 alligato ferrose/de ferro


ijzermenie ZN

1 oxydo ferric, minio


ijzermijn ZN

1 mina ferrifere/de ferro


ijzeroer ZN

1 limonite


ijzeroplossing ZN

1 solution de ferro


ijzeroxyde ZN

1 oxydo de ferro, (ferro-) oxydo ferrose, (ferri-) oxydo ferric


ijzerperiode ZN

1 periodo/epocha de ferro


ijzerpletter ZN

1 (machine) laminatorio


ijzerpletterij ZN

1 fabrica de lamination de ferro


ijzerpreparaat ZN

1 preparation de ferro, medicamento ferruginose


ijzerproduktie ZN

1 production de ferro


ijzerroest ZN

1 ferrugine


ijzerroestkleur ZN

1 color de ferrugine


ijzerschroot ZN

1 mitralia de ferro


ijzerslakken ZN MV

1 scoria


ijzersmaak ZN

1 sapor/gusto ferruginose


ijzersmederij ZN

1 forgia, ferreria


ijzersmelterij ZN

1 funderia de ferro


ijzersmet ZN

1 macula de ferro


ijzersmid ZN

1 Zie: smid


ijzersoldeersel ZN

1 soldatura de ferro


ijzerspaat ZN

1 ferro spatic, siderite


ijzerstaaf ZN

1 barra de ferro


ijzersteen ZN

1 hematite rubie


ijzersterk BN

1 de ferro, multo solide/forte, fortissime, de un sanitate robuste
-- gestel = constitution de aciero/multo solide
--e kousen = calceas multo forte
--e benen hebben = haber gambas de aciero
hij kwam met --e argumenten = ille produceva argumentos multo forte


ijzertegel ZN

1 quadrello de ferro


ijzertijd(perk) ZN

1 epocha/etate del ferro


ijzervaren ZN

1 cyrtomio


ijzervast BN

1 firme como le ferro


ijzerverbinding ZN

1 (SCHEI) composito de ferro


ijzerverkoper ZN

1 (van ijzerwaren) mercante de objectos de ferro, quincaliero


ijzervernis ZN

1 vernisse a ferro


ijzervijlsel ZN

1 limatura de ferro


ijzervitriool ZN

1 sulfato de ferro


ijzervlek ZN

1 macula de ferro


ijzervrij BN

1 sin ferro


ijzerwaren ZN MV

1 articulos/objectos de ferro, ferramentos, quincalia


ijzerwarenhandelaar ZN

1 commerciante/negotiante/mercante de ferramentos/de articulos/objectos de ferro, quincaliero


ijzerwarenwinkel ZN

1 commercio de ferramentos/de objectos/articulos de ferro, quincalieria


ijzerwater ZN

1 aqua ferruginose


ijzerwerk ZN

1 ferramento


ijzerwinkel ZN

1 Zie: ijzerwarenwinkel


ijzerzaag ZN

1 serra pro metallos


ijzerzand ZN

1 sablo/arena ferruginose


ijzerzout ZN

1 sal de ferro, (van driewaardig ijzer) sal ferric, (van tweewaardig ijzer) sal ferrose


ijzig BN

1 (ijskoud) glacial, glaciari, gelide
--e wind = vento glacial/gelide
--e temperaturen = temperaturas glacial
--e stilte = silentio glacial
--e blik = reguardo glacial
--e gelatenheid = impassibilitate glacial
iemand -- behandelen = tractar un persona frigidemente
2 (ijzingwekkend) terrificante, horribile, horripilante


ijzingwekkend BN

1 terrificante, horribile, horripilante
--e gil = crito horripilante


ik PERS VNW

1 io


ik ZN

1 ego
mijn tweede -- = mi altere ego


ik-besef ZN

1 notion del ego, autoconscientia


ikebana ZN

1 ikebana


ik-figuur ZN

1 narrator al prime persona


ik-gerichtheid ZN

1 egocentrismo


ikheid ZN

1 (het ik) ego
2 (individualiteit) individualitate


ik-roman ZN

1 roman(ce) al prime persona


ik-tijdperk ZN

1 epocha/era individualista/del individualismo


ik-vorm ZN

1 prime persona
roman geschreven in de -- = roman(ce) al prime persona


ikzucht ZN

1 egocentrismo, egoismo, narcissismo


ikzuchtig BN

1 egocentric, egoista, egoistic, narcissic, narcissista, narcissistic


ilangilang(boom) ZN

1 ylang-ylang


ileaal BN

1 ileal


ileïtis ZN

1 ileitis


ileocecaal BN

1 ileocecal


ileotomie ZN

1 ileotomia


ileum ZN

1 ileon


ileus ZN

1 ileo, occlusion intestinal


iliacaal BN

1 iliac


iliocostaal BN

1 iliocostal


iliodorsaal BN

1 iliodorsal


iliofemoraal BN

1 iliofemoral


iliospinaal BN

1 iliospinal


iliotibiaal BN

1 iliotibial


ilium ZN

1 osso iliac, ilio


illatief BN

1 illlative
--e zin = phrase illative


illegaal BN

1 (onwettig) illegal, illicite, interlope, (clandestien) clandestin
--e abortus = aborto illegal
--e praktijken = practicas/activitates illegal
--e wapenhandel = traffico illegal de armas
-- werk = labor/travalio illegal/clandestin
--e invoer = importation illicite
--e gifstortingen = discargas illegal de residuos toxic
een blad -- verspreiden = diffunder un jornal clandestimente
2 (strijdend tegen overweldiger) del (movimento de) resistentia


illegaal ZN

1 (verzetsstrijder) resistente, membro del movimento de resistentia
2 (buitenlander) travaliator/laborator immigrate clandestin, immigrato clandestin


illegaliteit ZN

1 (onwettigheid) illegalitate
2 (verzetsbeweging) movimento de resistentia, resistentia, illegalitate, clandestinitate


illegitiem BN

1 illegitime


illegitimiteit ZN

1 illegitimitate


illiquiditeit ZN

1 (FIN) illiquiditate, manco de liquiditate


illocutie ZN

1 illocution


illuminaat ZN

1 illuminato, illuminista
leer van de --en = illuminismo


illuminatie ZN

1 (feestelijke verlichting) illumination
2 (het verkrijgen van geestelijk inzicht) illumination


illuminator ZN

1 illuminator


illumineren WW

1 illuminar


illusie ZN

1 illusion
optische -- = illusion optic
een -- in de grond boren = destruer un illusion
zich --s maken = facer se/forgiar se illusiones, illuder se
kortstondigheid van een -- = fugacitate de un illusion
de -- verstoren = destruer le illusion, disillusionar, disilluder
een doorgeprikte -- = un illusion destruite
een -- armer zijn = esser disillusionate, haber perdite un illusion
een -- geven = illusionar
--s wekken = crear illusiones
zijn --s laten varen = abandonar su illusiones
--s ontnemen = disillusionar
zonder --s = sin illusiones, disillusionate


illusieloos BN

1 sin illusiones, disillusionate


illusionair BN

1 illusori


illusioneren WW

1 illusionar


illusionisme ZN

1 (leer, opvatting) illusionismo
2 (goochelkunst) illusionismo, prestidigitation


illusionist ZN

1 illusionista, prestidigitator


illusoir BN

1 illusori
-- voordeel = avantage illusori


illuster BN

1 illustre
--e voorbeelden = exemplos illustre
-- gezelschap = compania illustre
zeer -- = illustrissime


illustratie ZN

1 (het illustreren) illustration
2 (afbeelding) illustration, figura, imagine
met --s versieren = illustrar, miniar
3 (voorbeeld) illustration, exemplo
ter -- van = pro illustrar, a titulo illustrative
4 (tijdschrift) revista illustrate


illustratief BN

1 illustrative
--e voorbeelden = exemplos illustrative/instructive


illustratiemateriaal ZN

1 material de illustration


illustratietekenaar ZN

1 designator de illustrationes, illustrator


illustrator ZN

1 illustrator


illustreren WW

1 (van afbeeldingen voorzien) illustrar
rijk geïllustreerd = con profuse illustration, riccamente illustrate
2 (toelichten) illustrar, explicar
met een voorbeeld -- = illustrar con un exemplo


illuviaal BN

1 illuvial


illuvium ZN

1 illuvion


Illyrië ZN EIGN

1 Illyria


Illyriër ZN

1 illyrio


Illyrisch BN

1 illyric, illyrie
--e beschaving = civilisation illyric
--e taal = lingua illyric


imagebuilding ZN

1
aan -- doen = crear/construer (se) un imagine


imaginair BN

1 imaginari
--e winst = profito/beneficio imaginari
-- getal = numero imaginari
--e punten = punctos imaginari
--e platte vlakken = planos imaginari
--e wereld = mundo imaginari


imaginatie ZN

1 imagination


imagineren WW

1 imaginar


imago ZN

1 imagine
iemands -- opvijzelen = meliorar le imagine de un persona
2 (BIOL) imago
3 (PSYCH) imago


imam ZN

1 imam


imamaat ZN

1 imamato


imbeciel BN

1 imbecille, cretin


imbeciel ZN

1 imbecille, cretino


imbeciliteit ZN

1 imbecillitate, cretinismo
mongoloïde -- = imbecillitate mongoloide, mongolismo


imbiberen WW

1 imbiber


imbibitie ZN

1 imbibition, imbibimento


imbroglio ZN

1 imbroglio (I)


IMF

1 (Afk.: Internationaal Monetair Fonds) FMI (Fundo Monetari International)


imitatie ZN

1 imitation
slechte -- = mal imitation, mal copia, pastiche (F)


imitatieleer ZN

1 pelle de imitation, moleskin (E)


imitatiemarmer ZN

1 marmore artificial/de imitation


imitatieparel ZN

1 perla de imitation


imitatieperkament ZN

1 imitation de pergamena


imitatiesteen ZN

1 petra synthetic


imitatiezucht ZN

1 mania del imitation


imitatio ZN

1 imitation


imitator ZN

1 imitator, copiator, copista, mimico, mimologo


imiteerbaarheid ZN

1 imitabilitate


imiteerkunst ZN

1 arte del imitation, mimologia


imiteren WW

1 imitar, copiar, refacer
het -- = imitation
iemands stem -- = refacer le voce de un persona
iemands manier van spreken -- = copiar le modo de parlar de un persona


imiterend BN

1 imitante, imitator, imitative


imker ZN

1 apicultor


imkerij ZN

1 apicultura


immanent BN

1 immanente
--e gerechtigheid = justitia immanente
-- zijn = immaner


immanentie ZN

1 immanentia


immanentieprincipe ZN

1 principio de immanentia


immanentisme ZN

1 immanentismo
aanhanger van het -- = immanentista


immaterialisme ZN

1 immaterialismo


immaterialist ZN

1 immaterialista


immaterialistisch BN

1 immaterialista, immaterialistic


immaterieel BN

1 immaterial, incorporee, intangibile
--e schade = damno(s) immaterial
--e goederen = benes immaterial
-- maken = immaterialisar


immatriculatie ZN

1 immatriculation, inscription


immatriculatielijst ZN

1 lista de immatriculation/inscription


immatriculatieregister ZN

1 registro de immatriculation/inscription


immatriculeren WW

1 immatricular, inscriber
het -- = immatriculation


immatriculering ZN

1 immatriculation, inscription


immaturiteit ZN

1 immaturitate


immatuur BN

1 immatur


immens BN

1 immense, enorme, colossal, monstro
-- werk = travalio/labor monstro


immensiteit ZN

1 immensitate


immer BW

1 sempre, semper
het -- aanwezige gevaar = le periculo sempre presente


immergroen BN

1 semper verde


immermeer BW

1 sempre, semper


immers BW

1 pois que, nonne?
hij komt -- morgen = pois que ille veni deman, ille veni deman, nonne?
hij geeft veel, hij is -- rijk = ille da multo, pro que ille es ric


immersie ZN

1 immersion


immersiemicroscoop ZN

1 microscopio a/de immersion


immersieobjectief ZN

1 objectivo a/de immersion


immersiethermometer ZN

1 thermometro a/de immersion


immigrant ZN

1 immigrante, immigrato


immigratie ZN

1 immigration


immigratiebeleid ZN

1 politica de immigration


immigratiebeperking ZN

1 restriction del immigration, limitation del fluxo de immigration


immigratiebureau ZN

1 bureau (F)/officio de immigration


immigratiecontingent ZN

1 quota de immigration


immigratiedienst ZN

1 servicio de immigration


immigratiegolf ZN

1 unda de immigration


immigratieland ZN

1 pais de immigration


immigreren WW

1 immigrar
het -- = immigration


imminent BN

1 imminente
-- gevaar = periculo imminente


immissie ZN

1 immission


immobiel BN

1 immobile


immobilia ZN MV

1 immobiles


immobiliën ZN MV

1 immobiles


immobilisatie ZN

1 immobilisation


immobiliseren WW

1 (onbeweeglijk maken) immobilisar
2 (FIG) immobilisar, paralysar


immobilisme ZN

1 immobilismo
politiek -- = immobilismo politic


immobiliteit ZN

1 (onbeweeglijkheid) immobilitate
2 (FIG) immobilitate, paralyse (-ysis)


immoderaat BN

1 immoderate


immodest BN

1 immodeste


immolatie ZN

1 immolation


immoleren WW

1 immolar


immoralisme ZN

1 immoralismo
aanhanger van het -- = immoralista


immoralistisch BN

1 immoralista


immoraliteit ZN

1 immoralitate


immoreel BN

1 immoral
-- maken = immoralisar
-- gedrag = comportamento/conducta immoral, immoralismo
iemand die zich -- gedraagt = immoralista


immortaliteit ZN

1 immortalitate


immunisatie ZN

1 immunisation
actieve -- = immunisation active
passieve -- = immunisation passive


immunisatiereactie ZN

1 reaction de immunisation


immunisator ZN

1 immunisator


immuniseren WW

1 immunisar
het -- = immunisation
-- tegen griep = immunisar contra le grippe (F)/le influenza (I)


immunisering ZN

1 immunisation


immuniteit ZN

1 (weerstandsvermogen) immunitate
natuurlijke -- = immunitate natural
cellulaire -- = immunitate cellular
overgeërfde -- = immunitate hereditari
aangeboren -- = immunitate congenital
verworven -- = immunitate acquirite
passieve -- = immunitate passive
actieve -- = immunitate active
humorale -- = immunitate humoral
onderdrukking van de -- = immunosuppression
2 (onschendbaarheid) immunitate
parlementaire -- = immunitate parlamentari
kerkelijke -- = immunitate ecclesiastic


immuniteitsgebied ZN

1 zona de immunitate


immuniteitsleer ZN

1 immunologia


immuniteitsonderdrukkend BN

1 Zie: immunosuppressief


immuniteitsreactie ZN

1 reaction de immunitate


immunobiologie ZN

1 immunobiologia


immunochemie ZN

1 immunochimia


immunodeficiëntie ZN

1 immunodeficientia


immunodepressivum ZN

1 immunodepressivo


immunofluorescentie ZN

1 immunofluorescentie


immunogeen BN

1 immunogene
--e therapie = immunotherapia


immunogenetica ZN

1 immunogenetica


immunogenetisch BN

1 immunogenetic


immunoglobuline ZN

1 immunoglobulina


immunologie ZN

1 immunologia


immunologisch BN

1 immunologic
--e studiën = studios immunologic


immunoloog ZN

1 immunologo, immunologista


immunomechanisme ZN

1 immunomechanisme


immunopathie ZN

1 immunopathia


immunoreactiviteit ZN

1 immunoreactivitate


immunosuppressief BN

1 immunosuppressive, immunosuppressor
-- middel = immunosuppressor, immunosuppressivo


immunosuppressivum ZN

1 immunosuppressivo, immunosuppressor


immunotherapie ZN

1 immunotherapia


immunotolerantie ZN

1 tolerantia immunologic, immunotolerantia


immuun BN

1 (onvatbaar) immun
-- maken = render immun, immunisar
het -- maken = immunisation
2 (onschendbaar) immun, exempte


immuunmechanisme ZN

1 immunomechanismo, mechanismo immunitari/immunologic


immuunreactie ZN

1 immunoreaction, reaction immunitari/immunologic


immuunserum ZN

1 immunosero


immuunsysteem ZN

1 systema immunitari


immuuntherapie ZN

1 immunotherapia


impact ZN

1 impacto, effecto, influentia


impala ZN

1 impala


impanatio ZN

1 impanation


imparipinnaal BN

1 imparipinnate, imparipennate


impartiaal BN

1 impartial


impartialiteit ZN

1 impartialitate


impasse ZN

1 impasse (F)
in een -- geraken = arrivar in un impasse
zich in een -- bevinden, in een -- zitten = trovar se in un impasse, esser in un impasse
uit een -- komen = superar un impasse


impassibel BN

1 impassibile


impassibiliteit ZN

1 impassibilitate


impatibel BN

1 incompatibile


impeachment ZN

1 impeachment (E)


impedantie ZN

1 impedantia
akoestische -- = impedantia acustic
wederzijdse -- = impedantia mutual
karakteristieke -- = impedantia characteristic
complexe -- = impedantia complexe
gekoppelde -- = impedantia copulate


impediëren WW

1 impedir


impediment ZN

1 impedimento


impenetrabel BN

1 impenetrabile


impenetrabiliteit ZN

1 impenetrabilitate


imperatief ZN

1 (TAAL) modo imperative, imperativo
2 (FIL) imperativo
categorische -- = imperativo categoric
hypothetische -- = imperativo hypothetic


imperatief BN

1 imperative, injunctive
(JUR) -- voorschrift = disposition/prescription imperative
-- mandaat = mandato imperative


imperator ZN

1 imperator


imperatorisch BN

1 imperative


imperceptibel BN

1 imperceptibile


imperfect BN

1 imperfecte
-- kristal = crystallo imperfecte


imperfectie ZN

1 imperfection


imperfectief BN

1 imperfective
-- aspect = aspecto imperfective


imperfectum ZN

1 imperfecto


imperiaal ZN

1 (op auto, etc.) imperial, portabagages


imperiaal BN

1 (keizerlijk) imperial
-- decreet = decreto imperial


imperialisme ZN

1 imperialismo
het -- van Karel de Vijfde = le imperialismo de Carolo V
cultu-reel -- = imperialismo cultural


imperialist ZN

1 imperialista


imperialistisch BN

1 imperialista, imperialistic
--e politiek = politica imperialista/imperialistic


imperium ZN

1 imperio
koloniaal -- = imperio colonial
Britse Imperium = Imperio Britannic
industrieel -- = imperio industrial
financieel -- = imperio financiari


impermeabel BN

1 impermeabile


impertinent BN

1 (JUR) (irrelevant) impertinente
2 (brutaal) impertinente, insolente, impudente
--e blikken = reguardos impertinente
--e opmerkingen = remarcas impertinente
-- gedrag = comportamento impertinente, impertinentia, insolentia, impudentia
--e vraag = question impertinente
-- optreden = esse impertinente


impertinentie ZN

1 (JUR) (irrelevantie) impertinentia
2 (brutaliteit) impertinentia, insolentia, impudentia


imperturbabel BN

1 imperturbabile


imperturbabiliteit ZN

1 imperturbabilitate


impetigineus BN

1 impetiginose


impetigo ZN

1 impetigo


impetueus BN

1 impetuose


impetuositeit ZN

1 impetuositate


impetuoso

1 (MUZ) impetuoso (I)


impiëteit ZN

1 impietate


implacabel BN

1 implacabile


implantaat ZN

1 implant


implantatie ZN

1 implantation


implanteerbaar BN

1 implantabile


implanteren WW

1 implantar
het -- = implantation


implantologie ZN

1 implantologia


implementatie ZN

1 implementation


implementeren WW

1 implementar


implementering ZN

1 implementation


implicatie ZN

1 (verwikkeling) implication, complication
dit heeft politieke --s = isto ha implicationes politic
2 (wat in iets opgesloten ligt) implication
bij -- = lo que implica que, per consequentia, per implication
3 (het geïmpliceerd zijn) implication


impliceren WW

1 (verwikkelen) implicar, involver
het -- = implication
in de affaire geïmpliceerd zijn = esser implicate in le affaire (F)
2 (inhouden) implicar
dat impliceert dat hij op de hoogte was = isto implica que ille esseva al currente


impliciet BN

1 implicite, inexprimite, tacite
--e voorwaarde = condition implicite/tacite
-- bedoelen = subintender
-- erkennen = recognoscer implicitemente/tacitemente


imploderen WW

1 imploder


implosie ZN

1 implosion


implosief BN

1 implosive


implosief ZN

1 consonante implosive


impluvium ZN

1 impluvio


imponderabilia ZN MV

1 (NAT) (onweegbare zaken) particulas imponderabile
2 (FIG) imponderabiles


imponeren WW

1 imponer, impressionar
hij is gemakkelijk te -- = ille lassa impressionar se facilemente, ille es multo impressionabile
zijn zelfvertrouwen imponeert = su confidentia (in se ipse) es impressive
laat je niet --! = non lassa impressionar te!


imponerend BN

1 imponente, impressive, impressionante
--e figuur = figura imponente/impressionante


impopulair BN

1 impopular
--e maatregelen = mesuras impopular
--e wet = lege impopular
--e minister = ministro impopular


impopulariteit ZN

1 impopularitate
-- van een minister = impopularitate de un ministro


import ZN

1 (invoer van koopwaren) importation
de -- van tarwe = le importation de tritico/frumento
2 (ingevoerde koopwaar) importationes
de -- moet de export niet overtreffen = le importationes non debe exceder le exportationes
3 (SOC) (personen) gente de foras
in deze wijk woont bijna allemaal -- = in iste quartiero quasi tote le gente es de foras


import BN

1 de importation, importate


importabel BN

1 importabile


important BN

1 importante, de importantia


importantie ZN

1 importantia
een zaak van de grootste -- = un cosa del plus grande importantia


importartikel ZN

1 articulo de importation


importbepaling ZN

1 disposition de importationes


importbeperking ZN

1 limitation/restriction del importationes


importeerbaarheid ZN

1 importabilitate


importeren WW

1 importar
het -- = importation
weer -- = reimportar


importeur ZN

1 importator


importfirma ZN

1 casa/firma de importation


importgoederen ZN MV

1 merces/mercantias/articulos de importation, importationes


importhandel ZN

1 commercio de importation


importhandelaar ZN

1 importator


importhuis ZN

1 Zie: importfirma


importkrediet ZN

1 credito de importation


importland ZN

1 pais de importation


importlijst ZN

1 lista de articulos de importation


importmarkt ZN

1 mercato de importation


importoverschot ZN

1 excesso/excedente de importation


importsaldo ZN

1 saldo de importation


importsigaren ZN MV

1 cigarros de importation


importuneren WW

1 importunar


importuniteit ZN

1 importunitate


importuun BN

1 importun


importvergunning ZN

1 permisso/licentia de importation


importzaak ZN

1 Zie: importfirma


imposant BN

1 imponente, impressionante


impost ZN

1 (accijns) imposto
2 (BOUWK) imposta


impostlijst ZN

1 (BOUWK) architrave


impotent BN

1 (MED) (onmachtig tot geslachtsgemeenschap) impotente
dit middel maakt mannen -- = iste substantia rende impotente le homines
2 (geestelijk onbekwaam) impotente
zich -- voelen = sentir se impotente


impotentie ZN

1 (geslachtelijke onmacht) impotentia
2 (geestelijke onbekwaamheid) impotentia


impracticabel BN

1 impracticabile


imprecatie ZN

1 imprecation


impregnatie ZN

1 impregnation


impregneerbaar BN

1 impregnabile


impregneerder ZN

1 persona qui impregna


impregneermiddel ZN

1 agente impregnante/pro impregnar


impregneervloeistof ZN

1 liquido impregnante/pro impregnar


impregneren WW

1 impregnar, (waterdicht maken) impermeabilisar
het -- = impregnation
het hout -- = impregnar le ligno


impresario ZN

1 impresario (I)


imprescriptibel BN

1 imprescriptibile


impressie ZN

1 impression
een goede -- maken = facer un bon impression


impressief BN

1 impressive


impressionabel BN

1 impressionabile


impressionabiliteit ZN

1 impressionabilitate


impressioneren WW

1 impressionar


impressionisme ZN

1 impressionismo


impressionist ZN

1 impressionista


impressionistisch BN

1 impressionista, impressionistic
--e schilderkunst = pictura impressionista/imprssionistic
-- schilderij = pictura impressionista/impressionistic
de --e aspecten van de muziek van Debussy = le aspectos impressionistic del musica de Debussy
op --e wijze de wer-kelijkheid weergeven = representar impressionisticamente le realitate


imprimatur ZN

1 imprimatur (L)
het -- verkrijgen = obtener le imprimatur


improbabel BN

1 improbabile


improbiteit ZN

1 improbitate


improduktief BN

1 (EC) improductive
2 (TAAL) improductive


improduktiviteit ZN

1 improductivitate
-- van een terrein = improductivitate de un terreno
-- van een kapitaal = improductivitate de un capital
-- van een onderneming = improductivitate de un interprisa


improfitabel BN

1 non profitabile


impromptu ZN

1 impromptu (F)


improvisatie ZN

1 (ook MUZ) improvisation
vrije -- = improvisation libere


improvisatietalent ZN

1 capacitate de improvisation, talento de improvisator


improvisator ZN

1 improvisator


improvisatorisch BN

1 improvisatori, improvisate


improviseren WW

1 improvisar
het -- = improvisation
een paar slaapplaatsen -- = improvisar alicun lectos


improviste ZN

1
à l'-- = improvisatemente, ex tempore


imprudent BN

1 imprudente


impuberteit ZN

1 impubertate


impudentie ZN

1 impudentia


impugnatie ZN

1 impugnation


impuls ZN

1 (duw) impulso
2 (FIG) impulso, impulsion, impeto, incentivo, stimulo, elan (F)
een nieuwe -- krijgen = reciper un nove impulso/impeto
3 (opwelling) impulso
hij handelde in een -- = ille ha agite impulsivemente/per un impulso
4 (elektrische stroomstoot) impulso, impulsion


impulsaankoop ZN

1 compra spontanee/impulsive/sub le stimulo del momento


impulsduur ZN

1 durata/duration de impulso/impulsion


impulsie ZN

1 impulso, impulsion, incentivo, stimulo, elan (F)


impulsief BN

1 impulsive
--e beslissing = decision impulsive
-- gedrag = comportamento/conducta impulsive
--e koper = comprator/emptor impulsive
-- iemand = persona impulsive, impulsivo
-- kind = infante impulsive
--e beweging = movimento impulsive
-- karakter = impulsivitate
-- handelen = ager impulsivemente


impulsiviteit ZN

1 impulsivitate
jeugdige -- = impulsivitate juvene/juvenil


impulsmoment ZN

1 (NAT) momento de impulso


impuniteit ZN

1 impunitate


imputabel BN

1 imputabile


imputatie ZN

1 (beschuldiging) imputation, accusation


imputeren WW

1 imputar, accusar


impuur BN

1 impur


in VZ

1 in, a
-- het bos = in le bosco
-- Bilthoven = in/a Bilthoven
-- de kerk = in le ecclesia
-- de vergadering = in le assemblea
-- mijn voordeel = in/a mi favor
een doctor -- de chemie = un doctor in le chimia


in BW

1
hij loopt de winkel -- = ille entra in le magazin
dat wil er bij mij niet -- = io refusa de creder lo
tussen twee huizen -- = inter duo casas
het artikel komt er niet -- = le articulo non sera acceptate
tegen de wind -- = contra le vento
tegen de stroom -- = contra le currente


inaan BN

1 inan


in absentia ZN

1 in absentia (L)


in abstracto ZN

1 in abstracto (L)


inacceptabel BN

1 inacceptabile, inadmissibile


inaccessibel BN

1 inaccessibile


inaccuraat BN

1 inaccurate, inexacte, imprecise, incorrecte


inaccuraatheid ZN

1 inexactitude, imprecision


inachtnemend BN

1 observante


inachtneming ZN

1 observation, observantia, consideration
strenge -- van de regels = observation/observantia stricte/rigorose del regulamento/del regulas
met -- van = in observantia de, in virtute de, in consideration de/a


inactief BN

1 inactive
-- maken = inactivar


inactiveren WW

1 inactivar


inactivering ZN

1 inactivation


inactiviteit ZN

1 inactivitate, inaction
-- schaadt het organisme = inactivitate noce al organismo
-- van een vulkaan = inactivitate de un vulcano


inadaptatie ZN

1 inadaptation


inadembaar BN

1 respirabile


inadembaarheid ZN

1 respirabilitate


inademen WW

1 respirar, aspirar, (tgov uitademen) inspirar, (inhaleren) inhalar
het -- = respiration, aspiration, inhalation, inspiration
frisse lucht -- = respirar aere pur
moeilijk in te ademen = irrespirabile
geschikt om in te ademen = respirabile
geschiktheid om in te -- = respirabilitate


inademing ZN

1 inspiration, respiration, aspiration, inhalation
-- en uitademing = inspiration e expiration
geschikt voor -- = respirabile
geschiktheid voor -- = respirabilitate


inadequaat BN

1 inadequate


inadequatie ZN

1 inadequation


inagglutinabel BN

1 inagglutinabile


inaliënabel BN

1 inalienabile


inalterabel BN

1 inalterabile


inamovibiliteit ZN

1 inamovibilitate


inaniteit ZN

1 inanitate


inanitie ZN

1 inanition


inappellabel BN

1 inappellabile


in articulo mortis

1 in articulo mortis (L)


inattentie ZN

1 inattention


inauguraal BN

1 inaugural, inaugurative, inaugurator, de apertura
--e rede = discurso/oration inaugural/de apertura


inauguratie ZN

1 inauguration


inaugureel BN

1 Zie: inauguraal


inaugureren WW

1 inaugurar
het -- = inauguration


inbaar BN

1 (van belasting, etc.) perceptibile, percipibile, recovrabile
--e schulden = debitas recovrabile


inbakenen WW

1 jalonar


inbakening ZN

1 jalonamento


inbakeren WW

1 (in doeken wikkelen) involver


inbalsemen WW

1 imbalsamar


inbalseming ZN

1 imbalsamento, imbalsamation


inbedden WW

1 incastrar
het -- = incastratura
2 (weg, rivier) incassar
het -- = incassamento


inbedding ZN

1 incastratura
2 (weg, rivier) incassamento


inbedroefd BN

1 extrememente/multo triste


inbeelden WW

1
zich -- = imaginar se, figurar se, creder se
zich veel -- = haber un troppo alte opinion de se ipse
hij beeldt zich in dat hij ziek is = ille se crede malade
dat beeld je je maar in = isto es pur imagination tue
ingebeelde ziekte = maladia imaginari


inbeelding ZN

1 (verbeelding) imagination
2 (droombeeld) chimera, hallucination
3 (verwaandheid) pretention, pretension, presumption, vanitate, fatuitate


inbegrepen BN

1 incluse, inclusive, includite
de bediening -- = servicio incluse/includite, le precio include servicio
alles -- = toto incluse/includite
niet -- = non includite, excludite
in de prijs is het vervoer -- = le transporto es includite in le precio, le precio coperi le transporto


inbegrip ZN

1
met -- van = con inclusion de, inclusivemente
een hifi-installatie met -- van speakers = un equipamento hi-fi (E) que include altoparlatores


inbeitelen WW

1 intaliar in, cisellar in


inberekenen WW

1 calcular in


inbeslagneming ZN

1 confiscation, sequestration, sequestro, embargo (S)


inbeuren WW

1 Zie: beuren


inbewaringgeving ZN

1 consignation


inbewaringstelling ZN

1 (van personen) arresto
-- van verdachten = arresto de suspectos
2 (van goederen) sequestration


inbezithouding ZN

1 detention


inbezitnemer ZN

1 occupator


inbezitneming ZN

1 prisa de possession, appropriation, occupantia, occupation
-- van de veroverde gebieden = occupation del territorias capturate
wederrechtelijke -- = appropriation illegal, usurpation


inbezittreding ZN

1 entrata in possession


inbijten WW

1 morder, roder, corroder
--de kracht = causticitate, mordacitate


inbijtend BN

1 corrosive, caustic, mordace
--e werking = causticitate, mordacitate


inbijting ZN

1 corrosion


inbikken BN

1 facer intalios in


inbinden WW

1 (bedwingen) retener, continer, reprimer, moderar, temperar, mitter un surdina a su pretentiones/pretensiones
2 (boeken) ligar


inbinding ZN

1 (intoming) moderation
2 (van boeken) ligatura


inblazen WW

1 (door blazen inkomen) sufflar in
de wind blies de schoorsteen in = le vento sufflava in le camino
2 (door blazen doen komen in) (ook FIG) insufflar, inspirar, (FIG) suggerer, (PEJ) insinuar
God blies Adam de levensadem in = Deo insufflava le vita a Adam
iemand moed -- = insufflar corage a un persona
een instelling nieuw leven -- = revigorar un institution


inblazer ZN

1 (opruier) instigator, provocator


inblazing ZN

1 (het inblazen) insufflation
2 (FIG) inspiration, suggestion, insinuation
de --en van de duivel = le suggestiones del diabolo


inbleek BN

1 multo/extrememente pallide


inblikken WW

1 (in blik conserveren) poner/mitter in conserva, inlattar
groente -- = poner/mitter verduras in conserva, inlattar verduras
muziek -- = inlattar musica
2 (de blik keren in/naar) reguardar/mirar in
de zaal -- = jectar un reguardo in le sala
de toekomst -- = reguardar in le futuro


inboedel ZN

1 effectos mobiliari, mobiliario, mobiles


inboedelverzekering ZN

1 assecurantia del effectos mobiliari


inboeken WW

1 inscriber, registrar
het -- = inscription, registration
de rekeningen -- = inscriber/registrar le facturas


inboeking ZN

1 inscription, registration
-- van de facturen = inscription/registration del facturas


inboeten WW

1 (-- aan) perder de
aan geloofwaardigheid -- = perder de su credibilitate
aan waarde -- = perder de su valor
aan kracht -- = perder de su fortia


inboezemen WW

1 inspirar, causar, imponer, infunder
afkeer/afschuw -- = inspirar/causar repugnantia/repulsion
vertrouwen -- = inspirar/infunder confidentia/fiducia
achterdocht -- = inspirar diffidentia
belangstelling -- = inspirar interesse
eerbied -- = inspirar/imponer/infunder respecto
angst -- = inspirar le terror
iemand vrees -- = infunder timor/pavor a un persona, intimidar un persona
het -- van vrees = le infusion de timor/pavor


inboorling ZN

1 indigena, nativo, aborigine, autochthono


inboorlingenbevolking ZN

1 population de indigenas/de nativos/de autochthonos/de aborigines


inboorlingenwijk ZN

1 quartiero de indigenas/de nativos/de autochthonos/de aborigenes


inboren WW

1 (aan gat maken in) forar in, perforar
2 (doordringen in) penetrar in
de kogel boorde een heel eind de grond in = le balla penetrava profundemente in le solo


inborst ZN

1 natural, indole, character
hij heeft een zachtzinnige -- = ille ha un natural/character dulce
2 mentalitate, temperamento


inbouw ZN

1 (het inbouwen) incorporation, incastratura
de -- van een koelkast = le incastratura de un refrigerator
2 (de ingebouwde onderdelen) componentes incastrate


inbouwelement ZN

1 elemento incastrate


inbouwen WW

1 (zo bouwen dat iets zich in iets anders bevindt) incorporar, incastrar (in)
het -- = incorporation, incastratura
de toren is ingebouwd = le turre es un parte integrate del edificio
ingebouwde microfoon = microphono interior/incorporate
2 (rekening houden met) includer, introducer
veiligheidsmaatregelen -- = includer mesuras de securitate


inbouwijskast ZN

1 Zie: inbouwkoelkast


inbouwkast ZN

1 armario incastrate
2 armario incastrabile/a incastrar, armario que on pote incastrar


inbouwkeuken ZN

1 cocina incastrate
2 cocina incastrabile/a incastrar, cocina que on pote incastrar


inbouwkoelkast ZN

1 refrigerator incastrate
2 refrigerator incastrabile/a incastrar, refrigerator que on pote incastrar


inbouwoven ZN

1 furno incastrate
2 furno incastrabile/a incastrar, furno que on pote incastrar


inbouwspot ZN

1 spot (E) incastrate
2 spot (E) incastrabile/a incastrar, spot (E) que on pote incastrar


inbraak ZN

1 furto/robamento con effraction/fractura, effraction
een -- plegen = committer un furto/robamento con effraction/fractura
beveiligd tegen -- = a proba/prova de effraction


inbraakalarm ZN

1 alarma/campana antifurto


inbraakbeveiliging ZN

1 (preventie) prevention antifurto
2 (installatie) dispositivo/systema/alarma antifurto


inbraakgolf ZN

1 unda de effractiones


inbraakpoging ZN

1 tentativa de effraction


inbraakpolis ZN

1 polissa contra furto/robamento con effraction


inbraakpreventie ZN

1 prevention antifurto/de effraction, mesuras preventive contra le furtos


inbraakverzekering ZN

1 assecurantia contra furtos (con effraction)


inbraakvrij BN

1 a prova/proba de effraction


inbranden WW

1 (merkteken aanbrengen) marcar con un ferro ardente
2 (graveren) pyrogravar


inbreken WW

1 (inbraak plegen) committer un furto/robamento con effraction/con fractura, penetrar in (un casa), introducer se per effraction in
in een computerbestand -- = introducer se in un computator/un computer (E)
2 (FIG) (schenden, verbreken) rumper un pacto/tractato, etc.


inbreker ZN

1 effractor


inbrekersbende ZN

1 banda de effractores


inbrekersgereedschap ZN

1 instrumentos de effractor


inbrekerswerktuig ZN

1 instrumento de effractor


inbreking ZN

1 effraction


inbreng ZN

1 apporto, contribution, (deelname) participation
-- in natura = apporto in natura
-- in contanten = apporto in numerario
weinig -- hebben = contribuer pauco/poco a, participar pauco/poco in
zijn -- in de discussie is gering = ille apporta/contribue pauco/poco al discussion
2 (het naar binnen brengen) insertion, introduction
3 (bij een spaarbank: inleg) deposito
4 (COMP) entrata


inbrengaandeel ZN

1 action de apporto


inbrengen WW

1 (naar binnen brengen) facer entrar, insertar, introducer
een catheter -- = catheterisar
een spiraaltje -- = insertar/introducer un dispositivo intrauterin
2 (inleggen) deponer
3 (aanvoeren) objectar, opponer, allegar, adducer
bezwaren -- = opponer objectiones
wat hebt u tegen deze beschuldiging in te brengen? = que ha vos a objectar contra iste accusation?
daar valt/is niets tegen in te brengen = isto es incontestabile/indisputabile
niets in te brengen hebben = non haber necun voce in le capitulo, non haber necun influentia, non haber un grande peso
4 (geld) portar, apportar, contribuer
5 (voorstellen) proponer, suggerer
een suggestie -- = proponer un suggestion
een alternatief -- = proponer/suggerer un alternativa


inbrenger ZN

1 apportator, contributor
2 (van geld op spaarbank) depositor


inbrenging ZN

1 introduction
-- van een maagsonde = introduction de un sonda gastric


inbreuk ZN

1 infraction, violation, transgression, infringimento, transpasso
-- maken op iemands rechten = violar/infringer/transgreder le derectos de un persona
dat is een -- op mijn privacy = isto es un violation de mi vita private
-- op de wet = infraction al lege


inbuigen WW

1 (naar binnen buigen) inflecter, incurvar
2 (doorbuigen) inflecter se, incurvar se


inbuiging ZN

1 (het naar binnen buigen) inflexion, incurvation, curva
2 (knik) inflexion, incurvation, curva


inburgeren WW

1 acclimatar se, integrar se, (mbt zaken OOK) devenir currente
die bastaardwoorden zijn bij ons ingeburgerd = iste parolas hybride ha devenite currente/se ha integrate in nostre lingua
die gewoonte is hier goed ingeburgerd = iste habitude ha essite adoptate hic generalmente
2 (zich aanpassen aan een andere cultuur) acculturar se


inburgering ZN

1 (aanpassing aan een andere cultuur) acculturation
-- van de immigranten = acculturation del immigratos


inbusbout ZN

1 bulon cave hexagonal, bulon a testa hexagonal


inbussleutel ZN

1 clave mascule hexagonal


incalculeren WW

1 (begroten) calcular in, includer in
niet goed -- = miscalcular
2 (voorzien) previder


incantatie ZN

1 obsecration


incapabel BN

1 incapabile, incompetente, inapte, incapace


incapabiliteit ZN

1 incapabilitate, incompetentia, inaptitude, incapacitate


incapaciteit ZN

1 Zie: incapabiliteit


incarceratie ZN

1 incarceration


incardinatie ZN

1 incardination


incardineren WW

1 incardinar
het -- = incardination


incarnaatklaver ZN

1 trifolio incarnate


incarnatie ZN

1 (THEOL) incarnation
2 (belichaming) incarnation, personification


incarneren WW

1 incarnar, personificar
(van een god) zich -- in een menselijk lichaam = incarnar se in un corpore human
hij is de geïncarneerde gierigheid = ille es le avaritia incarnate/personificate


incassatie ZN

1 incassamento


incasseerder ZN

1 incassator


incasseren WW

1 (innen) incassar, cassar, reciper
het -- = incassamento
weer -- = reincassar
het weer -- = reincassamento
2 (opvangen) acceptar, reciper, prender, incassar
klappen -- = reciper/incassar colpos


incassering ZN

1 incassamento, reception


incasseringsvermogen ZN

1
hij heeft een groot -- = ille pote prender multo, ille sape incassar


incasso ZN

1 (het incasseren) incassamento
2 (administratiekosten) costos de incassamento


incassoafdeling ZN

1 section de incassamento


incassobank ZN

1 banca de incassamento


incassobedrijf ZN

1 interprisa de incassamento


incassobureau ZN

1 agentia de incassamento


incassocheque ZN

1 cheque (E) de incassamento


incassodienst ZN

1 servicio de incassamento


incassokosten ZN MV

1 costos de incassamento


incassokrediet ZN

1 credito de incassamento


incassoprovisie ZN

1 commission de incassamento


incassotarief ZN

1 tarifa de incassamento


incassowissel ZN

1 effecto de incassamento


in casu BW

1 in iste caso


incest ZN

1 incesto
-- bedrijven = committer incesto, incestar


incestpleger ZN

1 persona qui committe/qui ha committite incesto


incestslachtoffer ZN

1 victima de incesto


incestueus BN

1 incestuose
--e verhouding = relation incestuose


incestzaak ZN

1 processo de incesto


inch ZN

1 (lengtemaat) uncia, inch (E)


incheckbalie ZN

1 loco de registration


inchecken WW

1 (door passagiers) facer registrar se
2 (door baliepersoneel) (facer) registrar


inchoatief BN

1 inchoative, inceptive
-- werkwoord = verbo inchoative/inceptive/de inception


inchoatief ZN

1 verbo inchoative/inceptive


incident ZN

1 incidente
het -- is gesloten = le incidente es clause
zonder --en verlopen = passar sin incidentes


incidenteel BN

1 incidente, incidental, occasional
-- bezoekje = visita occasional
-- geval = caso isolate
dit verschijnsel doet zich -- voor = isto es un phenomeno incidental/occasional
2 (bijkomstig) incidental, accessori, secundari


incideren WW

1 incider, incisar
het -- = incision


incipiënt ZN

1 incipiente


incipiëren BN

1 inciper


incisie ZN

1 incision, scarification
kruisvormige -- = incision crucial
een -- maken in = facer un incision in, incider, incisar


incisief BN

1 incisive


incitabiliteit ZN

1 incitabilitate


incitatie ZN

1 incitation


inciteren WW

1 incitar


inciviek ZN

1 persona subversive


inciviek BN

1 subversive


incivisme ZN

1 incivismo


inclinatie ZN

1 (geneigdheid) inclination
2 (NAT, ASTRON, AARDR) inclination
magnetische -- = inclination magnetic


inclinatiehoek ZN

1 angulo de inclination


inclinatiekompas ZN

1 compasso de inclination


inclinatienaald ZN

1 agulia de inclination


inclineren WW

1 inclinar


inclinometer ZN

1 (in)clinometro


includeren WW

1 includer


incluis BW

1 inclusemente


inclusie ZN

1 inclusion


inclusief BN

1 (alles omvattend) inclusive, incluse
de prijs is -- BTW = le precio include le TVA
-- transportkosten = incluse transporto
2 (TAAL) inclusive


inclusief BW

1 inclusivemente


incognito ZN

1 incognito
het -- bewaren = conservar/guardar/mantener le incognito


incognito BW

1 incognito
-- reizen = viagiar incognito
strikt -- = trictemente incognito


incoherent BN

1 incoherente, inconsequente, inconsequential


incoherentie ZN

1 incoherentia, inconsequentia
-- van een redenering = inconsequentia de un rationamento


incommensurabel BN

1 incommensurabile
--e grootheden = quantitates incommensurabile


incommoderen WW

1 incommodar


incompatibel BN

1 incompatibile, irreconciliabile, inconsistente


incompatibiliteit ZN

1 incompatibilitate, irreconciliabilitate, inconsistentia
-- van karakter = incompatibilitate de temperamento


incompatitibiliteitsfactor ZN

1 factor de incompatibilitate


incompetent BN

1 (onbevoegd) incompetente, non qualificate
2 (onbekwaam) incompetente, incapace, incapabile


incompetentie ZN

1 (onbevoegdheid) incompetentia
2 (ongeschiktheid) incompetentia, incapacitate
3 (ontoereikendheid) insufficientia


incompleet BN

1 incomplete
-- maken = discompletar
het verlies van dat stuk heeft zijn verzameling -- gemaakt = le perdita de iste pecia ha discompletate su collection


incompressibel BN

1 incompressibile
--e vloeistof = liquido incompressibile
--e stroming = fluxo/currente incompressibile


incompressibiliteit ZN

1 incompressibilitate


inconciliabel BN

1 inconciliabile


in concreto BW

1 concretemente, in iste caso particular


inconform BN

1 inconforme


incongruent BN

1 incongruente


incongruentie ZN

1 incongruentia


incongruïteit ZN

1 incongruitate


inconsequent BN

1 inconsequente, inconsequential, inconsistente, incoherente


inconsequentheid ZN

1 Zie: inconsequentie


inconsequentie ZN

1 inconsequentia, inconsistentia, incoherentia, contradiction


inconsideratie ZN

1 inconsideration


inconsistent BN

1 Zie: inconsequent


inconsistentie ZN

1 Zie: inconsequentie


inconstitutioneel BN

1 inconstitutional


incontestabel BN

1 incontestabile


incontinent BN

1 incontinente


incontinentie ZN

1 incontinentia


inconveniënt ZN

1 inconveniente, obstaculo, impedimento


inconveniëntie ZN

1 inconvenientia


inconveniëren WW

1 non convenir, esser inconveniente


incoördinatie ZN

1 incoordination


incorporatie ZN

1 (inlijving) incorporation
2 (FARM) incorporation
3 (TAAL) incorporation
4 (REL) incarnation


incorporeren WW

1 incorporar
incorporerende talen = linguas incorporante/polysynthetic


incorrect BN

1 (onnauwkeurig) incorrecte, inaccurate, inexacte
--e stijl = stilo incorrecte
2 (ongepast) incorrecte, inconveniente
--e handeling = action incorrecte/inconveniente
-- spreken = parlar incorrectemente


incorrectheid ZN

1 incorrection


incourant BN

1 non currente, (weinig gevraagd) pauco/poco demandate, (onverkoopbaar) invendibile
--e artikelen = articulos non currente/invendibile


increduliteit ZN

1 incredulitate


increment ZN

1 incremento


incrementeel BN

1 incremental
-- meetsysteem = systema de mesura incremental
--e positionering = positionamento incremental


incriminatie ZN

1 incrimination


incrimineren WW

1 (als strafbaar beschouwen) incriminar
2 (als laakbaar beschouwen) incriminar, blasmar


incroyabel BN

1 incredibile


incrustatie ZN

1 (omkorsting) incrustation
2 (invatting van edelstenen) incrustation
3 (BOUWK) incrustation


incrusteren WW

1 incrustar


incrustering ZN

1 Zie: incrustatie


incubatie ZN

1 incubation


incubatieperiode ZN

1 Zie: incubatietijd


incubatiestadium ZN

1 stadio de incubation


incubatietijd ZN

1 incubation, periodo de incubation


incubator ZN

1 incubator


incubus ZN

1 incubo, demonio nocturne


inculpatie ZN

1 inculpation


inculperen WW

1 inculpar, incriminar, accusar


incunabel ZN

1 incunabulo
kenner van --en = incunabulista


incunabelcatalogus ZN

1 catalogo de incunabulos


incunabelistiek ZN

1 scientia/studio/cognoscentia/cognoscimento del incunabulos


incunabelverzameling ZN

1 collection de incunabulos


incunabulist ZN

1 incunabulist


incurabel BN

1 incurabile


indachtig BN

1 memore de, attente a
-- zijn = pensar a, memorar se de
-- aan het feit = consciente del facto
onze vriendschap -- = memore de nostre amicitate


indagen WW

1 citar


indaging ZN

1 citation


indalen WW

1 (MED) descender


indammen WW

1 (tussen dijken insluiten) cinger/circumferer de un dica
2 (FIG) localisar, circumscriber, (beperken) limitar
een epidemie -- = localisar un epidemia
een conflict -- = localisar un conflicto, tener un conflicto sub controlo


indamming ZN

1 construction de un dica


indampbaar BN

1 evaporabile


indampen WW

1 evaporar, condensar, concentrar


indamping ZN

1 evaporation


indampingskom ZN

1 (SCHEI) capsula


indampingsschaal ZN

1 Zie: indampingskom


indampinstallatie ZN

1 installation de evaporation


indecent BN

1 indecente, improprie, inconveniente


indecentie ZN

1 indecentia


indecisie ZN

1 indecision


indeclinabel BN

1 indeclinabile


indekken WW

1
zich -- tegen een risico = preservar se/proteger se/coperir se contra un risco, (verzekeren) assecurar se contra un risco


indelen WW

1 (rangschikken) divider, disponer, repartir, (in klassen) classificar, classar, (in graden) graduar
zijn dag -- = organisar/regular su jorno
een huis -- = distribuer un casa
in groepen -- = divider in gruppos
2 (onderbrengen bij) incorporar in
een recruut bij een bataljon -- = incorporar un recruta in un battalion
hij werd ingedeeld bij de gevorderden = on le ha ponite in le gruppo del avantiatos


indelicaat BN

1 indelicate, indiscrete


indeling ZN

1 division, repartition, disposition, arrangiamento, ordine, ordinantia, ordination, (in klassen) classamento, classification, (leger) incorporation
alfabetische -- = ordine/arrangiamento/classamento alphabetic
administratieve -- = division administrative
-- in categorieën = classification in categorias
overzichtelijke -- = arrangiamento/distribution clar
-- van een flat = division interior/distribution/ordinantia de un appartamento
-- van een recruut in een bataljon = incorporation de un recruta in un battalion


indemnisatie ZN

1 indemnisation


indemniseren WW

1 indemnisar


indemniteit ZN

1 indemnitate, reimbursamento del damnos
akte van -- = acto de indemnitate


indemniteitscontract ZN

1 contracto de indemnitate


indemniteitswet ZN

1 lege de indemnitate


indenken WW

1
zich -- = imaginar se, figurar se, realisar se, conciper
ik kan mij -- dat = io pote conciper que


indentatie ZN

1 indentation


independent BN

1 independente


independentie ZN

1 independentia


in-de-plaats-stelling ZN

1 (JUR) subrogation


in deposito BW

1 in deposito


inderdaad BW

1 in effecto, effectivemente, in veritate, vero, in realitate, realmente
geloof je dat nu echt? --' = e tu crede isto? si!


inderhaast BW

1 in haste, con grande/tote haste
een werk -- afmaken = hastar se de terminar un travalio/labor, finir un travalio/labor in haste


indertijd BW

1 in su tempore, in ille/iste tempore, in ille/iste epocha, alora
dat was -- niet te voorzien = isto non poteva esser previdite in ille tempore, on non poteva previder lo in ille tempore
dit hotel was -- een school = alora iste hotel (F) esseva un schola
hij was -- een goede voetballer = in su dies/tempore ille esseva un bon footballero {oe}


indeterminabel BN

1 indeterminabile


indeterminisme ZN

1 indeterminismo


indeterminist ZN

1 indeterminista


indeterministisch BN

1 indeterminista, indeterministic


indeuken WW

1 deprimer
het -- = depression


indeuking ZN

1 depression


index ZN

1 (inhoudsopgave) indice, index, tabula alphabetic
2 (verhoudingscijfer) indice, index
-- van de kosten van levensonderhoud = indice del costos del vita
gewogen -- = indice/index ponderate
3 (R.K.) (lijst van verboden boeken) indice, index (de libros prohibite)
op de -- staan = esser al indice
op de -- plaatsen = mitter/poner al indice, prohiber un libro
4 (toegevoegd cijfertje/lettertje) indice, index
(WISK) a -- n = a indice n
5
Dow Jones -- = indice/index Dow Jones


indexaanpassing ZN

1 correction/adjustamento del index/indice, (van de lonen) indexation salarial


indexatie ZN

1 indexation


indexcijfer ZN

1 index, indice, indicator


indexeren WW

1 indexar
geïndexeerd loon = salario indexate


indexering ZN

1 indexation


indexgetal ZN

1 numero indice/index


indexlening ZN

1 impresto a taxa indexate


indexloon ZN

1 salario indexate


indexpolis ZN

1 polissa (de assecurantia) a taxa indexate


India ZN EIGN

1 India


Indiaan ZN

1 indiano (american), amerindiano


Indiaans BN

1 indian, de India


Indiaantje ZN

1
-- spelen = jocar al indianos


Indiaas BN

1 indian
(TAAL) --e wending = indianismo


Indiakenner ZN

1 indianista


Indiakunde ZN

1 indianismo


Indiana ZN EIGN

1 Indiana


Indianapolis ZN EIGN

1 Indianapolis


indianenboek ZN

1 libro de indianos


indianendans ZN

1 dansa de indianos


indianengebied ZN

1 zona/region de indianos


indianenreservaat ZN

1 reserva de indianos


Indianenstam ZN

1 tribo indian/de indianos


indianentaal ZN

1 lingua/indian/de indianos


indianenverhaal ZN

1 (verhaal over Indianen) historia de indianos
2 (ongeloofwaardig verhaal) conto de phantasia, historia incredibile/inverisimile/inverosimile


indicateur ZN

1 indicator


indicatie ZN

1 indication
ter -- = como un indication


indicatief BN

1 indicative


indicatief ZN

1 modo indicative, indicativo
dit werkwoord staat in de -- = iste verbo es in le indicativo


indicativus ZN

1 Zie: indicatief


indicator ZN

1 (SCHEI) indicator
methyloranje is een -- = helianthina es un indicator
2 (ECON, etc.) indicator
economische -- = indicator economic
ecologische -- = indicator ecologic


indiceren WW

1 (aanwijzing zijn voor) indicar, esser le signo de


indicering ZN

1 (een aanwijzing zijn voor) indication
2 (het plaatsen op de index) indexation


indicie ZN

1 indicio, indication


indicium ZN

1 indicio


indictie ZN

1 (bijeenroeping van een kerkvergadering) indiction
2 (van de Juliaanse Kalender) indiction
3 (ROM GESCH) (belasting) indiction


Indië ZN EIGN

1 (voormalig Engels-Indië) India
2 (voormalig Nederlands Indië) Indias nederlandese, (tegenwoordig) Indonesia


indien VW

1 si
-- mogelijk = si possibile


indienen WW

1 presentar, submitter
zijn ontslag -- = presentar/dar su dimission
een klacht -- = presentar un reclamation
een motie -- = presentar un motion
een wetsontwerp -- = presentar un projecto de lege
een verzoekschrift -- = presentar un requesta/un petition
een rapport -- = presentar/submitter un reporto
ter goedkeuring -- = submitter pro approbation
een onkostennota -- = submitter un nota del costos


indiener ZN

1 presentator
-- van een wetsontwerp = presentator de un projecto de lege
-- van een verzoekschrift = presentator de un requesta/petition


indiening ZN

1 presentation
-- van een motie = presentation de un motion
-- van een verzoekschrift = presentation de un requesta/petition


indienstneming ZN

1 ingagiamento


indiensttreding ZN

1 entrata in servicio/in functiones


Indiër ZN EIGN

1 (bewoner van India) indiano
2 (bewoner van Indonesië) indonesiano


indifferent BN

1 indifferente
(NAT) -- evenwicht = equilibrio indifferente


indifferentie ZN

1 indifferentia
(NAT) magnetische -- = indifferentia magnetic


indifferentisme ZN

1 indifferentismo


indifferentist ZN

1 indifferentista


indigent BN

1 indigente


indigentie ZN

1 indigentia


indigestie ZN

1 indigestion
zich ergens een -- aan eten = mangiar troppo, dar se un indigestion


indignatie ZN

1 indignation


indigniteit ZN

1 indignitate


indigo ZN

1 (PLANT) indigo, anil
2 (verf) indigo, anil
3 (kleur) indigo, anil


indigoblad ZN

1 folio de indigo


indigoblauw ZN

1 indigo, anil


indigobloem ZN

1 flor de indigo


indigocultuur ZN

1 cultura de indigo


indigokuip ZN

1 cupa de indigo


indigoplant ZN

1 indigo, anil


indigoplantage ZN

1 plantation de indigo


indigoplanter ZN

1 plantator de indigo


indigotine ZN

1 indigotina


indigoververij ZN

1 tinctureria de indigo


indigowit ZN

1 indigo blanc


indijken WW

1 cinger/circumferer de un dica, construer un dica circa/circum, incassar
een polder -- = circumferer un polder (N) de un dica, construer un dica circum un polder (N)


indijking ZN

1 (handeling) construction de un dica, incassamento
2 (ingedijkt land) polder (N)


indikken WW

1 inspissar, concentrar
het -- = inspissation, concentration
vruchtensap -- = concentrar succo de fructos
ingedikt vruchtensap = succo concentrate de fructos


indikking ZN

1 inspissation, concentration
-- van vruchtensap = concentration de succo de fructos


indirect BN

1 indirecte, mediate
--e belasting = imposto indirecte
-- bewijs = proba/prova indirecte
-- licht = lumine/luce indirecte
-- gevolg = effecto indirecte
--e echo = echo indirecte
--e vraag = question indirecte
-- verlichting = exclaration/illumination indirecte
--e kennis = cognoscentia indirecte
(SPORT) --e vrije trap = colpo franc indirecte
--e oorzaak = causa mediate
-- effect = effecto mediate


indirectelijk BW

1 indirectemente


Indisch BN

1 (mbt het voormalig Nederlands Indië) del Indias nederlandese, indonesian
2 (mbt India) indic, indian, de India
--e Oceaan = Ocean Indian/Indic
--e olifant = elephante indian


indiscreet BN

1 indiscrete, inconveniente, pauco/poco delicate, indelicate
--e vraag = question indiscrete/inconveniente
op --e wijze een geheim onthullen = disvelar indiscretemente un secreto


indiscretie ZN

1 indiscretion


indiscutabel BN

1 indiscutabile


indispensabel BN

1 indispensabile


indisponeren WW

1 indisponer


indisponibel BN

1 indisponibile


indispositie ZN

1 indisposition


indium ZN

1 indium


individu ZN

1 individuo, esser
een verdacht -- = un individuo suspecte
tot een -- maken = individuar, individualisar
het maken tot een -- = individuation, individualisation


individualisatie ZN

1 individualisation


individualiseren WW

1 individualisar
het -- = individualisation
geïndividualiseerd onderwijs = inseniamento individualisate


individualisering ZN

1 individualisation


individualisme ZN

1 individualismo


individualist ZN

1 individualista


individualistisch BN

1 individualista, individualistic
-- handelen = ager individualisticamente


individualiteit ZN

1 individualitate


individuatie ZN

1 individuation


individueel BN

1 (persoonlijk) individual, personal, particular
--e vrijheid = libertate individual
--e verantwoordelijkheid = responsabilitate individual
--e reizen = viages personal
een -- karakter geven aan = individualisar
-- maken = individuar
2 (afzonderlijk) individual, isolate


indivisibel BN

1 indivisibile


Indo ZN

1 eurasiano


indo(o)l ZN

1 indol


Indo-Arisch BN

1 indoaryan


Indo-China ZN EIGN

1 Indochina {sj}


Indo-chinees BN

1 indochinese {sj}
--e talen = linguas indochinese


indociel BN

1 indocile


indoctrinatie ZN

1 indoctrination


indoctrineren WW

1 indoctrinar
het -- = indoctrination
de massa's -- = indoctrinar le massas
de kiezers -- = indoctrinar le electorato


indoen WW

1 introducer, mitter ... in, poner ... in, adjunger


Indo-europeaan ZN

1 indoeuropeo, indogermano


Indo-europees BN

1 indoeuropee, indogermanic
--e talen = linguas indoeuropee/indogermanic
--e fonetiek = phonetica indoeuropee
--e mor-fologie = morphologia indoeuropee


indofenol ZN

1 indophenol


Indo-germaan ZN

1 indogermano, indoeuropeo


Indo-germaans BN

1 indogermanic, indoeuropee
--e talen = linguas indogermanic/indoeuropee


indogermanistiek ZN

1 studio del linguas indogermanic/indoeuropee


Indo-iraans BN

1 indoiranian


indolent BN

1 indolente, apathic, inerte


indolentie ZN

1 indolentia, apathia, inertia


indologie ZN

1 indologia


indologisch BN

1 indologic


indoloog ZN

1 indologo, indologista


indom BN

1 multo/extrememente stupide, stupidissime


Indomaleis ZN

1 indo-malay


indommelen WW

1 addormir se


indompelen WW

1 immerger
het -- = immersion


indompeling ZN

1 immersion
doop bij -- = baptismo per immersion


indonderen WW

1 (instorten) laber, collaber


Indonesië ZN EIGN

1 Indonesia


Indonesiër ZN

1 indonesiano


Indonesisch BN

1 indonesian
--e archipel = archipelago indonesian


indooratletiek ZN

1 athletismo indoor (E)/in sala


indoorkampioenschap ZN

1 campionato indoor (E)/in sala


indoorsport ZN

1 sport (E) indoor (E)/in sala


indoortennis ZN

1 tennis (E) indoor (E)/in sala


indoortenniskampioenschap ZN

1 campionato de tennis (E) indoor (E)/in sala


indoorwedstrijd ZN

1 match (E) indoor (E)/in sala


indopen WW

1 molliar


indossement ZN

1 indorsamento
volledig -- = indorsamento complete


indraaien WW

1 (draaiend in iets terecht komen) tornar in, girar in, girar e entrar in
de auto draaide de straat in = le auto(mobile) tornava/entrava in le strata
2 (door draaien in iets brengen) introducer per un movimento de rotation, (inschroeven) vitar in


indragen WW

1 (ap)portar in


indrammen WW

1 inculcar
het -- = inculcation


indri ZN

1 indri


indrijven WW

1 introducer, figer
een spijker -- = introducer un clavo


indringen WW

1 (binnendringen) penetrar in, intruder
in de geheimen van de natuur -- = penetrar in/discoperir le secretos del natura
2
(zich opdringen) zich -- = insinuar se, intruder se


indringend BN

1 (doordringend) penetrante
--e blik = reguardo penetrante
--e geur = odor penetrante
--e reportage = reportage impressionante/profunde
2 (opdringerig) insistente, insinuante, insinuative
die man is erg -- = iste homine es multo insistente/insinuative


indringer ZN

1 intruso
2 invasor


indringerig BN

1 insistente, insinuante, insinuative


indringerigheid ZN

1 character insistente/insinuante/insinuative


indringing ZN

1 intrusion, penetration


indringingsvermogen ZN

1 fortia de penetration


indrinken WW

1 biber, (opzuigen) absorber
iemands woorden -- = biber le parolas de un persona
de aarde drinkt de regen in = le terra absorbe le pluvia


indroevig BN

1 multo triste, tragic


indrogen WW

1 (droog wordend intrekken) siccar, dishydratar se
2 (door opdrogen inkrimpen) reducer, diminuer de volumine/de peso, contraher se


indroging ZN

1 (verlies door indrogen) perdita de volumine/de peso


indroppelen WW

1 Zie: indruppelen


indroppeling ZN

1 Zie: indruppeling


indroppen WW

1 Zie: indruppelen


indruisen WW

1 esser contrari (a), ir contra, contrastar con
dit druist tegen onze belangen in = isto es contrari a nostre interesses
dit druist tegen de goede smaak in = isto es un insulto al bon gusto, isto va contra le bon gusto
dat druist tegen de waarheid in = isto contrasta con le veritate


indruk ZN

1 (gewaarwording) impression, sensation
onuitwisbare -- = impression indelibile
-- van het ogenblik = impression del momento
-- maken = facer impression, impressionar
--ken uitwisselen = cambiar/excambiar/intercambiar impressiones
een verlegen -- maken = parer timide
een gunstige -- hebben van = haber un bon impression de
dat maakt een slechte -- = isto da un mal impression
de -- wekken dat = causar le impression que
ik heb de -- = il me sembla/pare
onder de -- zijn van = esser impressionate per
vatbaar voor --ken = impressionabile
2 (spoor, prent) impression, marca, vestigio


indrukken WW

1 (induwen, verbrijzelen) deprimer, rumper, fracassar
een ruit -- = rumper/fracassar un vitro
2 (door drukken als vorm achterlaten) imprimer
3 (door drukken naar binnen brengen) pulsar, premer, pressar, appoiar super
de knop -- = appoiar super le button, premer/pressar le button
het gaspedaal -- = premer/appoiar super le accelerator
4 (onderdrukken) reprimer
een opstand de kop -- = reprimer/jugular un revolta


indrukmakend BN

1 Zie: indrukwekkend


indrukwekkend BN

1 imponente, impressionante, impressive, prestigiose, spectacular
-- gebouw = edificio imponente
--e kennis van Interlingua = cognoscentia/cognoscimento impressionante de Interlingua
er -- uitzien = haber un aspecto impressionante, imponer, impressionar


indruppelen WW

1 (druppelsgewijs inbrengen) instillar, infunder gutta a gutta
het -- = instillation
een oog -- = instillar un oculo
2 (druppelsgewijs inlopen) stillar, penetrar gutta a gutta, infiltrar se gutta a gutta


indruppeling ZN

1 infusion gutta a gutta, instillation


indruppen WW

1 Zie: indruppelen


indubben WW

1 postsynchronisar
het -- = postsynchronisation


indubbing ZN

1 postsynchronisation


indubitabel BN

1 indubitabile


induceren WW

1 (afleiden) inducer, inferer
2 (NAT) inducer
inducerende stromen = currentes inducente/inductive
geïnduceerde stromen = currentes inducite
geïnduceerde elektriciteit = electricitate inducite


inducerend BN

1 inducente
--e stroom = currente inducente


inductantie ZN

1 inductantia
akoestische -- = inductantia acustic
wederkerige -- = inductantia mutue/mutual


inductantiespoel ZN

1 bobina de inductantia


inductie ZN

1 (NAT) induction, inductantia
magnetische -- = induction magnetic
elektromagnetische -- = induction electromagnetic
elektrostatische -- = induction electrostatic
volledige -- = induction complete
eenpolige/unipolaire -- = induction unipolar/monopolar
wederkerige -- = inductantia mutue/mutual
2 (LOGICA) induction
apodictische -- = induction apodictic
mathematische -- = induction mathematic
3 (BIOL) (invloed van een deel van een organisme op een ander) induction
4 (PSYCH) induction


inductie-elektriciteit ZN

1 electricitate de induction


inductief BN

1 (LOGICA) inductive
--e methode = methodo inductive
--e redenering = rationamento inductive
-- te werk gaan = applicar le methodo inductive, proceder per induction
2 (mbt magnetische inductie) inductive


inductieklos ZN

1 Zie: inductiespoel


inductielijn ZN

1 linea de induction


inductiemachine ZN

1 machina a/de induction


inductiemeter ZN

1 contator a/de induction


inductiemotor ZN

1 motor a/de induction


inductieoven ZN

1 furno a/de induction


inductiespoel ZN

1 bobina a/de induction


inductiestroom ZN

1 currente inducite/inductor/de induction, currente faradic


inductieverhitting ZN

1 calefaction inductive/per induction


inductieweerstand ZN

1 reactantia


inductor ZN

1 (mbt het opwekken van inductiestroom) inductor, bobina de Rhumkorff
2 (mbt het meten van isolatieweerstand) ohmmetro
3 (MED) substrato


induiken WW

1 immerger se in, submerger se in


induiking ZN

1 immersion


indulgent BN

1 indulgente


indulgentie ZN

1 indulgentia


induline ZN

1 indulina


indult ZN

1 (pauselijke vergunning) indulto


induratie ZN

1 induration


Indus ZN EIGN

1 Indo


indusium ZN

1 indusio


industrialisatie ZN

1 industrialisation
de gevolgen van de -- = le consequentias del industrialisation


industrialisatiepolitiek ZN

1 politica de industrialisation


industrialisatieproces ZN

1 processo de industrialisation


industrialiseren WW

1 industrialisar
het -- = industrialisation
de wijnproduktie -- = industrialisar le production de vino
de geïndustrialiseerde landen = le paises industrialisate


industrialisering ZN

1 industrialisation, disveloppamento industrial
-- van de landbouw = industrialisation del agricultura
-- van de wijnproduktie = industrialisation del production de vino
van voor de -- = preindustrial


industrialisme ZN

1 industrialismo


industrie ZN

1 (nijverheid) industria
zware -- = industria pesante
lichte -- = industria legier
tak van -- = branca de industria
chemische -- = industria chimic
petrochemische -- = industria petrochimic
keramische -- = industria ceramic
metaalverwerkende -- = industria metallurgic, metallurgia
grafische -- = industria graphic
kosmetische -- = industria cosmetic/de cosmeticos
werknemer in de -- = laborator/travaliator industrial
de -- spreiden = discentralisar le industria
spreiding van de -- = discentralisation del industria
2 (onderneming) industria


industrieaandeel ZN

1 action de un interprisa industrial


industrieaardappel ZN

1 Zie: fabrieksaardappel


industrieafval ZN

1 residuos industrial


industriearbeider ZN

1 obrero industrial/de industria


industriebank ZN

1 banca industrial


industriebeleid ZN

1 politica industrial


industriebond ZN

1 syndicato industrial/de industria


industriebouw ZN

1 construction industrial


industriecentrum ZN

1 centro industrial/de industria


industriecomplex ZN

1 complexo industrial


industriediamant ZN

1 diamante industrial/synthetic


industriëel BN

1 industrial
--e onderneming = interprisa/exploitation {plwa} industrial
--e vestiging = establimento industrial
-- centrum = centro industrial
--e revolutie = revolution industrial
-- imperium = imperio industrial
-- tijdperk/vak = epocha industrial
--e vormgeving = esthetica industrial
--e vooruitgang = progresso industrial
-- afval = residuos industrial


industrieel ZN

1 (fabrikant) industrial, industrialista


industriegebied ZN

1 zona industrial


industriehaven ZN

1 porto industrial


industriekern ZN

1 Zie: industriecentrum


industriekolen ZN

1 carbon pro le industria


industrieland ZN

1 pais industrial/industrialisate


industriemagnaat ZN

1 Zie: grootindustrieel


industrieonderneming ZN

1 interprisa industrial


industriepark ZN

1 (complex geëxploiteerd door een industrieel lichaam) complexo industrial
2 (industrieterrein) zona/terreno industrial


industriepolitiek ZN

1 politica industrial


industrieprodukt ZN

1 producto industrial


industrierobot ZN

1 robot (Tsj) industrial


industrieschool ZN

1 schola industrial


industriesector ZN

1 sector industrial


industriespreiding ZN

1 discentralisation industrial


industriestad ZN

1 urbe/citate industrial


industriestreek ZN

1 region industrial


industrietak ZN

1 (branca de) industria, sector industrial


industrietentoonstelling ZN

1 exposition industrial


industrieterrein ZN

1 terreno/zona/area industrial


industrievestiging ZN

1 establimento industrial/de industria


industriezone ZN

1 Zie: industrieterrein


industriezout ZN

1 sal pro uso industrial


indutten WW

1 addormir se
doen -- = addormir


induwen WW

1 (door duwen naar binnen brengen) figer, pulsar
zij hebben hem de auto ingeduwd = illes le ha pulsate in le auto(mobile)
2 (door duwen stukmaken) deprimer, rumper
een ruit -- = rumper un vitro


induwing ZN

1 (MED) (van een orgaan) taxis


ineen BW

1 (in elkaar) le un in le altere
2 (dichter naar elkaar toe) insimul
3 (stuk) in morsellos, in pecias


ineendraaien WW

1 torquer
het -- = torsion, torquimento
draden tot touw -- = cordar


ineendringen WW

1 Zie: ineendrukken


ineendringing WW

1 Zie: ineendrukking


ineendrukken WW

1 comprimer, serrar, condensar


ineendrukking ZN

1 compression


ineenduiken WW

1 quattar
zij zat ineengedoken in een hoekje = illa esseva quattate in un angulo


ineenfrommelen WW

1 arrugar


ineengedoken BN

1 quatte


ineengedrongen BN

1 compacte, dense


ineengerold BN

1 (mbt bladeren) convolute


ineengeschoven BN

1 (van darm) invaginate


ineengrijpen WW

1 interconnecter, (met tandingen) ingranar se
de tanden van de tandwielen grijpen ineen = le dentes del rotas dentate se ingrana


ineenklappen WW

1 imploder


ineenknijpen WW

1 Zie: samenknijpen


ineenkrimpen WW

1 contraher se
hij kromp ineen van de pijn = ille se ha contrahite de dolor


ineenkrimping ZN

1 contraction


ineenkronkelen WW

1 convolver


ineenlopen WW

1 (in elkaar uitlopen) junger se, (van kamers) communicar
2 (in elkaar overgaan) miscer se, confunder se
de kleuren lopen in elkaar = le colores se misce


ineenpersen WW

1 comprimer


ineenrollen WW

1 convolver


ineens BW

1 (tegelijk) in un vice, simul, insimul
-- betalen = pagar in un vice
2 (plotseling) subito, subitemente
-- schoot het hem te binnen = subito illo ha venite in su mente
zij begon -- te huilen = illa erumpeva in lacrimas


ineenschrompelen WW

1 crispar se


ineenschrompeling ZN

1 crispation


ineenschuiven WW

1 telescopar
2 (MED) (van darm) invaginar
het -- = invagination


ineenslaan WW

1
de handen -- = (van verbazing) junger le manos, (elkaar helpen) unir su fortias


ineensmelten WW

1 funder se


ineensmelting ZN

1 fusion


ineenstorten WW

1 laber, collaber
de huizenmarkt stortte ineen = le mercato immobiliari collabeva


ineenstorting ZN

1 cadita, collapso, ruina, (fiasco) fallimento
-- van de beurs = cadita del bursa, crac
economische -- = collapso economic


ineenstrengelen WW

1 interlaciar
het -- = interlaciamento


ineenstrengeling ZN

1 interlaciamento


ineenvlechten WW

1 interlaciar
het -- = interlaciamento


ineenvlechting ZN

1 interlaciamento


ineenvloeien WW

1 junger se, reunir se, confluer, fluer insimul


ineenvoegen WW

1 junger


ineenzakken WW

1 laber, collaber


ineenzetten WW

1 montar, (mbt onderdelen) assemblar


ineffabel BN

1 ineffabile


ineffectief BN

1 sin effecto, sin resultato, ineffective, inefficace, inefficiente
-- bezig zijn = esser laborante/travaliante inefficientemente


ineffectiviteit ZN

1 Zie: inefficiëntie


inefficiënt BN

1 inefficiente, inefficace, inoperante, ineffective
-- bezig zijn = laborar/travaliar inefficientemente


inefficiëntie ZN

1 inefficientia, inefficacitate


inegaal BN

1 inequal


inegaliteit ZN

1 inequalitate


inelegant BN

1 inelegante


inentbaar BN

1 vaccinabile, inoculabile


inenten WW

1 (vaccineren) vaccinar, inocular
het -- = vaccination, inoculation
zich laten -- = vaccinar se, inocular se
iemand tegen hondsdolheid -- = vaccinar un persona contra le rabie
opnieuw -- = revaccinar
het opnieuw -- = revaccination
2 (als ent inzetten) graffar


inenter ZN

1 vaccinator, inoculator


inenting ZN

1 vaccination, inoculation
preventieve -- = inoculation preventive
-- tegen hondsdolheid = vaccination antirabic/contra le rabie
-- tegen pokken = vaccination antivariolic


inentingsbewijs ZN

1 certificato de vaccination


inentingsbriefje ZN

1 Zie: inentingsbewijs


inentnaald ZN

1 aco/agulia de vaccination


inept WW

1 inepte, absurde


ineptie ZN

1 ineptia, ineptitude


inert BN

1 inerte, apathic, indolente
--e ideeën = ideas inerte
2 (NAT, SCHEI) inerte
helium is chemisch -- = helium es chimicamente inerte


inert BW

1 passivemente
-- reageren = reager passivemente


inertiaal BN

1 inertial


inertie ZN

1 (traagheid) inertia
2 (daadloosheid) inertia, apathia, indolentia, passivitate
3 (NAT, SCHEI) inertia


inessentieel BN

1 inessential


inetsen WW

1 gravar al aqua forte


inevitabel BN

1 inevitabile, inescappabile


inexact BN

1 inexacte, inaccurate


inexcusabel BN

1 inexcusabile


inexperiëntie ZN

1 inexperientia


inexplicabel BN

1 inexplicabile


inexpressibel BN

1 inexprimibile


in extenso BW

1 in extenso (L)
iets -- weergeven = reproducer un cosa integralmente/in extenso
een rede -- publiceren = publicar un discurso in extenso


in extremis BW

1 in extremis (L)


infaam BN

1 infame, detestabile, ignominiose, ignobile, indigne


infamant BN

1 infamante


infamie ZN

1 infamia


infante ZN

1 (SPANJE) infante


infanterie ZN

1 infanteria
lichte -- = infanteria legier
een regiment -- = un regimento de infanteria


infanteriebataljon ZN

1 battalion de infanteria


infanteriebrigade ZN

1 brigada de infanteria


infanteriekazerne ZN

1 caserna de infanteria


infanterieofficier ZN

1 officiero de infanteria


infanterieregiment ZN

1 regimento de infanteria


infanteriesoldaat ZN

1 Zie: infanterist


infanterist ZN

1 soldato de infanteria/a pede, pedon


infanticide ZN

1 infanticidio


infantiel BN

1 infantil, pueril
--e handelingen = actos infantil
-- gedrag = comportamento infantil, infantilismo


infantilisatie ZN

1 infantilisation


infantiliseren BN

1 render infantil, infantilisar
het -- = infantilisation


infantilisme ZN

1 infantilismo


infantiliteit ZN

1 (kinderlijkheid) infantilitate, (PSYCH) infantilismo


infarct ZN

1 infarcto


infarctogeen BN

1 infarctogene


infatigabel BN

1 infatigabile


infatsoenlijk BN

1 multo respectabile


infatuatie ZN

1 infatuation


infavorabel BN

1 infavorabile


infecteren WW

1 infectar, contaminar, contagiar
een wond -- = infectar un plaga
iemand -- met verwerpelijke ideeën = infectar un persona con ideas reprehensibile


infecterend BN

1 infectante, contaminante, contagiante


infectie ZN

1 infection, contamination, contagion


infectiegevaar ZN

1 risco de infection/de contamination/contagion


infectiehaard ZN

1 foco infectiose/infective/contagiose/de infection/de contamination/de contagion


infectieus BN

1 infectiose, infective, contagiose


infectieverwekkend BN

1 septic
--e stof = septico


infectieziekte ZN

1 morbo/maladia infectiose/infective/contagiose


inferentie ZN

1 inferentia
deductieve -- = inferentia deductive


infereren WW

1 inferer
het -- = inferentia


inferieur BN

1 (minderwaardig) inferior
-- produkt = producto (de qualitate) inferior
-- mens = subhomine
2 (ondergeschikt) inferior, subalterne, subordinate
--e betrekking = empleo subalterne
-- werk = travalio/labor inferior


inferioriteit ZN

1 (minderwaardigheid) inferioritate
2 (ondergeschiktheid) inferioritate, subalternitate, subordination


inferioriteitscomplex ZN

1 complexo de inferioritate


inferioriteitsgevoel ZN

1 sentimento de inferioritate


infernaal BN

1 infernal


inferno ZN

1 inferno
het -- van Stalingrad = le inferno de Stalingrad


infertiel BN

1 infertile


infertiliteit ZN

1 infertilitate


infestatie ZN

1 infestation


infesteren WW

1 infestar


infestering ZN

1 infestation


infibulatie ZN

1 infibulation


infideel BN

1 infidel


infideliteit ZN

1 infidelitate


infiltraat ZN

1 infiltrat


infiltrant ZN

1 infiltrator


infiltratie ZN

1 (ook POL, ook MIL) infiltration


infiltratie-index ZN

1 index/indice de infiltration


infiltratiemeter ZN

1 infiltrometro


infiltratiepoging ZN

1 tentativa de infiltration


infiltratiepolitiek ZN

1 politica de infiltration


infiltratieproces ZN

1 processo de infiltration


infiltratiesnelheid ZN

1 velocitate de infiltration


infiltratievermogen ZN

1 capacitate de infiltration


infiltratievolume ZN

1 volumine de infiltration


infiltratiewerking ZN

1 action de infiltration


infiltreren WW

1 infiltrar
in een beweging -- = infiltrar in un movimento


infiniteit ZN

1 infinitate, (FIL) infinitude


infiniteitsaxioma ZN

1 axioma del infinitate


infinitesimaal BN

1 infinitesimal


infinitesimaalrekening ZN

1 calculo infinitesimal


infinitief ZN

1 modo infinitive, infinitivo
een -- zelfstandig gebruiken = substantivar un infinitivo


infinitivus ZN

1 Zie: infinitief


infix ZN

1 infixo


inflammatie ZN

1 inflammation


inflammeren WW

1 inflammar


inflateren WW

1 inflar, haber un effecto inflationista super
het -- = inflation


inflatie ZN

1 inflation
hollende -- = inflation galopante
tegen de -- = anti-inflation
-- teweegbrengen/veroorzaken = causar inflation, inflar
plan ter bestrijding van de -- = plano anti-inflation
de -- terugdringen = reducer le inflation
de -- een halt toeroepen = jugular le inflation
vermindering/teruggang van de -- = disinflation
voorstander van -- = inflationista


inflatiebeleid ZN

1 Zie: inflatiepolitiek


inflatiebestrijding ZN

1 lucta contra le inflation


inflatiecorrectie ZN

1 correction de inflation/del depreciation monetari


inflatiedruk ZN

1 pression inflational


inflatiegevaar ZN

1 risco de inflation


inflatiegolf ZN

1 unda de inflation


inflatiegraad ZN

1 grado de inflation


inflatiepercentage ZN

1 percentage de inflation


inflatiepolitiek ZN

1 politica (anti-)inflationista


inflatieproces ZN

1 processo inflationista/de inflation


inflatiespiraal ZN

1 spiral inflationista/inflational/de inflation


inflatietijd ZN

1 periodo de inflation


inflationeren WW

1 Zie: inflateren


inflationisme ZN

1 inflationismo


inflationist ZN

1 inflationista


inflationistisch BN

1 inflationista


inflatoir BN

1 inflationista
--e krachten = fortias inflationista


inflatoor BN

1 Zie: inflatoir


inflecteren WW

1 inflecter


inflexibel BN

1 inflexibile, rigide


inflexibiliteit ZN

1 inflexibilitate


inflexie ZN

1 inflexion


inflictie ZN

1 infliction


inflorescentie ZN

1 inflorescentia


influenceren WW

1 influer, influentiar


influentie ZN

1 (invloed) influentia
2 (NAT) influentia


influenza ZN

1 influenza (I), grippe (F)


influenzabacil ZN

1 bacillo de influenza (I)


influenza-epidemie ZN

1 epidemia de influenza (I)


influenzalijder ZN

1 Zie: influenzapatiënt


influenzapatiënt ZN

1 malado de influenza (I)


influenzavirus ZN

1 virus de influenza (I)


influeren WW

1 influer


influisteren WW

1 (fluisterend zeggen) susurrar/dicer in le aure
mijn geweten fluistert me in dat = mi conscientia me dice que
2 (met arglistige bedoelingen meedelen) insinuar, suggerer
3 (souffleren) sufflar


influistering ZN

1 (handeling) susurro
2 (suggestie) suggestion, insinuation


info ZN

1 information, info


infodag ZN

1 die de information


infolijn ZN

1 linea de information


infomap ZN

1 dossier (F) de information


informaliteit ZN

1 (informeel karakter) informalitate, character informal
2 (ambtsvergrijp) irregularitate


informant ZN

1 informante, informator
-- van de politie = informator del policia


informateur ZN

1 informator


informatica ZN

1 informatica


informatica-industrie ZN

1 industria informatic/de informatica


informaticatechnologie ZN

1 technologia informatic


informaticus ZN

1 specialista in informatica


informatie ZN

1 information
toeristische -- = information touristic {oe}
kosteloze -- = information gratuite
nadere -- = information ulterior/complementari, complemento de information
vertrouwelijke -- = information confidential
genetische -- = information genetic
-- verstrekken/geven = communicar/dar un information, informar
-- inwinnen bij iemand = prender informationes de un persona
schat aan -- = mina de information
een -- overbrengen = transmitter un information
verkeerde -- = disinformation
verkeerde -- verstrekken = disinformar
gebrek aan -- = inscientia
te uwer -- = pro vostre information


informatieaanbod ZN

1 offerta de information


informatieadres ZN

1 adresse (F) de information


informatiebalie ZN

1 loco de information, information


informatiebank ZN

1 (COMP) banca de datos


informatiebehoefte ZN

1 besonio de information


informatiebit ZN

1 bit (E) de information


informatieblad ZN

1 folio de information


informatiebord ZN

1 placa/tabula de informationes


informatiebrochure ZN

1 brochure (F) de information


informatiebron ZN

1 fonte de information


informatiebureau ZN

1 agentia/servicio/centro de informationes


informatiecentrum ZN

1 Zie: informatiebureau


informatiedrager ZN

1 supporto de information/de datos


informatief BN

1 informative, informatori
--e brochure = brochure (F) informative
-- programma = programma informative/de information


informatie-industrie ZN

1 industria del informatica


informatielijn ZN

1 linea de information


informatiemaatschappij ZN

1 societate de information


informatiemarkt ZN

1 mercato de datos


informatiemechanica ZN

1 informatica


informatieoverdracht ZN

1 transmission de datos, transferimento de information


informatieplicht ZN

1 obligation de provider information


informatierecht ZN

1 derecto de haber accesso a information


informatiestroom ZN

1 fluxo/currente de informationes/datos


informatiesysteem ZN

1 systema informatic/de information/de datos


informatietechniek ZN

1 technica informatic


informatietechnologie ZN

1 technologia informatic


informatie-terugkoppelingssysteem ZN

1 systema de retroaction del informationes


informatietheorie ZN

1 theoria del information


informatietijdperk ZN

1 era del information/informatica


informatieverspreiding ZN

1 dissemination de information


informatieverwerker ZN

1 processor de datos


informatieverwerking ZN

1 tractamento de datos/information


informatievoorziening ZN

1 systema informative


informatiewaarde ZN

1 valor informative


informatiseren WW

1 informatisar


informatisering ZN

1 informatisation


informatrice ZN

1 informatrice, informatora
zij is -- bij het verkeersbureau = illa travalia in le officio de information touristic {oe}


informeel BN

1 (onvormelijk) informal, non official
--e ontvangst = reception informal
2 (vrijblijvend) informal, non official


informeren WW

1 (inlichtingen inwinnen) informar se, inquirer se
ik heb ernaar geïnformeerd = io me ha informate de illo
iemand die naar iets informeert = inquiritor, inquisitor
2 (inlichtingen geven) informar, advertir, avisar
iemand over iets -- = informar un persona de un cosa
verkeerd geïnformeerd zijn = esser mal informate
verkeerd -- = misinformar


infotelefoon ZN

1 linea de information


infozuil ZN

1 columna/colonna de information


infraai BN

1 superbe, meraviliose


infractie ZN

1 infraction


infrarood BN

1 infrarubie
-- licht = luce/lumine infrarubie
--e straal = radio infrarubie
--e fotografie = photographia infrarubie
--e lamp = lampa infrarubie


infraroodbron ZN

1 fonte infrarubie


infrarooddroger ZN

1 siccator infrarubie


infraroodfotografie ZN

1 photographia infrarubie


infraroodlamp ZN

1 lampa infrarubie


infraroodmicroscoop ZN

1 microscopio infrarubie


infraroodspectroscopie ZN

1 spectroscopia infrarubie


infraroodspectrum ZN

1 spectro infrarubie


infraroodstraler ZN

1 Zie: infraroodlamp


infraroodtechniek ZN

1 technica infrarubie


infraroodtelemetrie ZN

1 telemetria infrarubie


infraroodtelescoop ZN

1 telescopio infrarubie


infraroodtomografie ZN

1 tomographia infrarubie


infraroodverhitting ZN

1 calefaction infrarubie


infrasonisch BN

1 Zie: infrasoon


infrasoon BN

1 infrasonic, infrasonor


infrasoon ZN

1 infrasono


infraspinaal BN

1 infraspinal


infrastructureel BN

1 infrastructural, concernente le infrastructura
--e organisatie = organisation infrastructural


infrastructuur ZN

1 infrastructura
-- van een streek = infrastructura de un region
economische -- = infrastructura economic
militaire -- = infrastructura militar


infructueus BN

1 infructuose


infula ZN

1 infula


infunctietreding ZN

1 entrata in functiones


infundibulair BN

1 infundibular


infusie ZN

1 (het maken van een aftreksel) infusion
2 (aftreksel) infusion, (van planten) tisana
3 (MED) infusion, perfusion


infusiediertje ZN

1 infusorio
--s bevattend = infusiorial


infusievloeistof ZN

1 liquido de infusion


infusorie ZN

1 infusorio


infuus ZN

1 (aftreksel) infusion
2 (MED) infusion, perfusion
een -- inbrengen = poner/introducer un infusion


ingaan WW

1 (binnengaan) entrar in
een huis -- = entrar in un casa
een bocht -- = entrar in un curva
de geschiedenis -- als = entrar in le/passar al historio como
de eeuwigheid -- = passar al eternitate
in staking gaan = entrar in exopero
2 (reageren op) reager a, prender in consideration
-- tegen = reager contra, contrariar
tegen iemands wil -- = contrariar le voluntate de un persona
3 (aandacht besteden aan) approfundar, entrar
op de details -- = entrar in le detalios
dieper op een probleem -- = approfundar un problema
4 (positief reageren) acceder (a), acceptar, prender in consideration
op een uitnodiging -- = acceptar un invitation
op een aanbod -- = prender un offerta in consideration, acceptar un offerta
op voorwaarden -- = acceptar conditiones
op een verzoek -- = acceder a un requesta/petition
op iemands wensen -- = acceder al desiros/desiderios de un persona
5 (beginnen) comenciar, (van kracht worden) entrar in vigor
de regeling gaat morgen in = le regulation entra in vigor deman
de vakantie gaat in op tien juli = le vacantias comencia le dece de julio
de tijd gaat nu in = le tempore comencia a contar ora
de nieuwe week -- = comenciar le nove septimana
om middernacht gaat het nachttarief in = a medie nocte le ratifa nocturne entra in vigor


ingaand BN

1
--e rechten = derectos de entrata/de importation


ingaande VZ

1 (mbt toekomst) a partir de, a contar de, (mbt verleden) desde


ingang ZN

1 (opening) entrata, bucca
het station heeft twee --en = le station ha duo entratas
-- van de metro = bucca del metro
2 (toegangsdeur) porta de entrata, entrata, ingresso
toezicht houden bij de -- = guardar le entrata
3 (toegang) entrata, accesso
-- doen vinden = facer acceptar, facer adoptar, introducer, lancear
een -- hebben bij iemand = haber accesso a un persona
4 (mbt informatie) entrata
5 (aanvang) entrata, comencio, comenciamento, apertura, principio
met -- van 10 mei = a partir/a contar del dece de maio
met -- van heden = a partir de/desde hodie
6 (het binnengaan) entrata, ingresso


ingangsdatum ZN

1 data de comencio/initio, (van kracht worden) data de entrata in vigor


ingangsformule ZN

1 preambulo


ingangsimpedantie ZN

1 impedantia de entrata


ingangspoort ZN

1 portal


ingangsspanning ZN

1 tension/voltage de entrata


ingebakken BN

1 inveterate
een -- gewoonte = un habitude inveterate


ingebed BN

1
de rivier ligt -- tussen de dijken = le fluvio flue inter le dicas


ingebeeld ZN

1 (verzonnen) imaginari, fictive, ficticie
--e ziekte = maladia imaginari
--e zieke = malado imaginari, hypochondriaco
--e zwangerschap = pregnantia/graviditate imaginari
2 (verwaand) presumptuose, pretentiose, vanitose, fatue


ingebeeldheid ZN

1 presumption, pretension, pretention, vanitate, fatuitate


ingeblikt BN

1 in conserva, inlattate
--e groente = legumines/verduras inlattate/in conserva
--e muziek = musica registrate/inlattate/in conserva


ingebonden BN

1 ligate
-- boek = libro ligate/con copertura dur


ingeboren BN

1 (aangeboren) innate, congenite, congenital, connatural
een -- afkeer hebben voor = haber un aversion innate pro
2 (inheems) indigena, native, autochthone
(GESCH) -- poorter = burgese native


ingeborene ZN

1 indigena, nativo, autochthono, aborigine
een -- van dit land = un nativo de iste pais


ingebouwd BN

1 faciente corpore con, incastrate, incorporate
--e kast = armario incastrate


ingebrekestelling ZN

1 constitution in mora


ingebruikneming ZN

1 introduction
-- van nieuwe machines = introduction de nove machinas
2 apertura
-- van het nieuwe theater = apertura del nove theatro


ingeburgerd BN

1 (als burger opgenomen) ben integrate
2 (algemeen aanvaard) consecrate, acceptate, establite, sanctionate, (gewoon) currente
--e uitdrukking = expression/locution consecrate/acceptate/establite
-- raken = trovar acceptation


ingehouden BN

1 continite, retenite, reprimite, controlate
-- woede = ira continite
-- adem = respiration retenite
-- toon = tono contenite
2 latente
-- vijandigheid = hostilitate latente


ingehuurd BN

1 mercenari


ingekankerd BN

1 inveterate
--e gewoonte = habitude inveterate


ingekeerd BN

1 (mbt karakter) introvertite, clause


ingekleurd BN

1 colorate


ingekort BN

1 accurtate
-- touw = corda accurtate
--e versie van de tekst = version accurtate/condensate del texto
2 reducite
--e termijn = termino reducite
3
-- macht = poter restringite


ingeland ZN

1 proprietario de terras in un polder (N)


ingelast BN

1 (TAAL) intercalar, incidente
--e zin = proposition incidente
2 (extra) supplementari
--e trein = traino supplementari


ingelegd BN

1 (uit ingelegde stukjes bestaand) incrustate
hout met zilver -- = ligno incrustate de argento
2 (ingemaakt) in conserva, (in pekel/azijn) marinate, (in suiker) candite, (in zout) salate, (in een fles) imbottiliate
--e haring = haringo marinate
--e bonen = phaseolos imbottiliate


ingelukkig BN

1 multo contente, multo felice


ingemaakt BN

1 Zie: ingelegd-2


ingemeen BN

1 ignobile, multo abjecte, multo basse, multo vil


ingenaaid BN

1 brochate {sj}
-- boek = libro brochate


ingenieur ZN

1 ingeniero
scheikundig -- = ingeniero chimic/chimista
bouwkundig -- = ingeniero architecto
landbouwkundig -- = ingeniero agronomo/agricole
werktuigkundig -- = ingeniero mechanic
civiel -- = ingeniero civil
-- bij de waterstaat = ingeniero de camminos, canales e pontes


ingenieursbureau ZN

1 officio/firma de ingenieros


ingenieursdiploma ZN

1 diploma de ingeniero


ingenieurstitel ZN

1 titulo de ingeniero


ingenieursvereniging ZN

1 association de ingenieros


ingenieurswerk ZN

1 labor/travalio de ingeniero


ingenieus BN

1 (vindingrijk) ingeniose, inventive
2 (geestig uitgedacht) ingeniose
--e uitvinding = invention ingeniose


ingenomen BN

1 (tevreden) contente, satisfacte
met zichzelf -- = contente de se (mesme/ipse), satisfacte de se (mesme/ipse), vanitose
2 (ingenomen tegen) indisposite (contra)


ingenomenheid ZN

1 satisfaction
-- met zichzelf = fatuitate, infatuation
zijn -- betuigen met = exprimer su satisfaction con


ingenuïteit ZN

1 ingenuitate


ingereren WW

1 ingerer


ingeroest BN

1 inveterate
--e gewoonten = habitudes inveterate


ingeschapen BN

1 innate, congenite, congenital, connatural
-- denkbeelden = ideas innate
-- optimisme = optimismo congenital


ingeschoven BN

1 episodic


ingeschreven BN

1 (geregistreerd) inscripte, inscribite, registrate
-- staan = esser inscripte/inscribite/registrate
2 (MEETK) inscripte, inscribite
-- hoek = angulo inscripte
-- cirkel = circulo inscripte
-- veelhoek = polygono inscripte
die/dat -- kan worden = inscribibile


ingesloten BN

1 (bijgaand) hic incluse, hic juncte, incluse
volgens -- afschrift = secundo copia incluse
-- brief/cheque/foto, etc. = incluso
2 (ingebouwd) blocate, immobilisate


ingesloten BW

1 (hierbij) hic juncto


ingesneden BN

1 indentate
2
(PLANTK) -- bladeren = folios laciniate


ingesneewd BN

1 blocate per le nive


ingesnoerd BN

1 constringite


ingespannen BN

1 (geconcentreerd) concentrate, intense, intensive
-- luisteren = ascoltar attentemente/con attention
2 (met inspanning geschiedend) intensive, tense
--e geestesarbeid = labor/travalio intellectual intensive


ingesprektoon ZN

1 signal de occupate


ingesteld BN

1
op iets -- zijn = esser preparate a un cosa, esser equipate pro un cosa, haber previdite un cosa
commercieel -- zijn = haber un mentalitate commercial
2
op iemand -- zijn = esser habituate/accostumate a un persona, ben cognoscer un persona, esser familiarisate con un persona


ingestort BN

1 ruinose


ingestulpt BN

1 (van darm) invaginate


ingetogen BN

1 modeste, moderate, pudic, plen de pudor, caste, continente, frugal
-- schoonheid = beltate modeste/plen de modestia


ingetogenheid ZN

1 modestia, pudor, pudicitia, castitate, continentia


ingeval VW

1 in (le) caso que


ingevallen BN

1 cave, cavate, magre
-- wangen = genas cave/magre
-- ogen = oculos cave


ingeven WW

1 (doen innemen) facer prender, dar, administrar
2 (inspireren) inspirar, suggerer, dictar, infunder
moed -- = infunder corage
iemand geestdrift -- = infunder ardor a un persona
maatregelen ingegeven door angst = mesuras inspirate/dictate per pavor/timor


ingeving ZN

1 inspiration, suggestion, intuition, infusion, dictamine, impulso, pensata
goddelijke -- = inspiration divin
geniale -- = pensate genial
naar de -- van het ogenblik = secundo le inspiration del momento
de --en zijns harten volgen = sequer le inspirationes/impulso de su corde
als bij -- = como per inspiration, intuitivemente
als bij -- weten = intuer


ingevoegd BN

1 intercalar
-- bladen = folios intercalar


ingevoerd BN

1 competente, experte, al currente, informate, preparate, ben introducite, versate, familiarisate (con)
hij is in deze materie goed -- = ille es multo versate/ben informate in le materia


ingevolge VZ

1 in consequentia de, conforme(men)te a, in responsa a, secundo, (krachtens) in virtute de


ingevroren WW

1 (haven, schip) claudite in le glacie
2 (voedsel) gelate
-- vlees = carne gelate


ingewanden ZN MV

1 visceras (MV), intestino, entranias
de -- verwijderen = extirpar le intestinos, eviscerar
verwijdering van de -- = extirpation del intestinos, visceration
2 (CUL) tripas


ingewandsbreuk ZN

1 hernia abdominal/ventral


ingewandsholte ZN

1 cavitate splanchnic


ingewandskwaal ZN

1 maladia intestinal


ingewandsleer ZN

1 splanchnologia


ingewandsorgaan ZN

1 organo visceral


ingewandsparasiet ZN

1 entozoon (MV: entozoa)


ingewandspijn ZN

1 dolor intestinal, enteralgia


ingewandsstoornis ZN

1 disordine intestinal


ingewandstuberculose ZN

1 tuberculose (-osis) intestinal


ingewandsworm ZN

1 verme intestinal, helminthe, ascaride


ingewandsziekte ZN

1 Zie: ingewandskwaal


ingeweide ZN

1 Zie: ingewanden


ingewijd BN

1 initiate
-- in de kunst van het koken = initiate al arte del cocina


ingewijde ZN

1 initiato
tot de --n behoren = esser inter le initiatos
alleen voor --n = solmente pro initiatos


ingewikkeld BN

1 complicate, complexe, intricate
-- vraagstuk = problema/question complexe/complicate
--e tekst = texto complexe/complicate
-- onderwerp = subjecto complexe/complicate
-- mechanisme = mechanismo complexe/complicate
-- proces = processo complicate
--e techniek = technica sophisticate
-- maken = complicar, imbroliar
-- worden = devenir complicate, complicar se, imbroliar se
-- doen = complicar se le vita
doe niet zo --! = non face tante complicationes!
uiterst -- = inextricabile, complicatissime


ingewikkeldheid ZN

1 complication, complexitate, intrication, intrigo, natura complicate
-- van een probleem = complexitate de un problema


ingewikkeldheidsgraad ZN

1 grado de complication/complexitate


ingeworteld BN

1 inveterate, establite, tenace
--e haat = odio inveterate
-- vooroordeel = prejudicio establite


ingezakt BN

1 insellate
paard met een --e rug = cavallo insellate


ingezetene ZN

1 habitante, residente
--n van een provincie = habitantes de un provincia


ingezetenschap ZN

1 qualitate de habitante


ingezonden BN

1
-- stukken/brieven = litteras al redaction/de lectores
-- mededelingen = annuncios


ingezonken BN

1
-- ogen = oculos cave


ingierig BN

1 multo avar, multo avaritiose


ingieten WW

1 (gietend naar binnen laten stromen) versar, infunder


ingieting ZN

1 infusion


inglazen WW

1 vitrificar


inglazing ZN

1 vitrification


inglijden WW

1 glissar in


inglippen WW

1 entrar furtivemente in


inglipping ZN

1 entrata furtive


ingoed BN

1 multo bon, nobile, bonissime


ingooi ZN

1 remissa in joco


ingooien WW

1 (gooiend binnen doen komen) jectar in
iemand een cel -- = jectar un persona in un cella
2 (door een worp breken) rumper, fracassar
de ruiten -- = rumper/fracassar le vitros con petras
3 (SPORT) (re)mitter/(re)poner in joco
de rechtsbuiten gooit in = le exterior de dextra remitte le ballon in joco


ingoor BN

1 infecte


ingraven WW

1 cavar (in)
een weg -- = cavar un cammino
2 (begraven) interrar
een schat -- = interrar un tresor


ingraveren WW

1 gravar in, incider, (in hout) intaliar
ingegraveerde naam = nomine gravate


ingrediënt ZN

1 ingrediente, constituente, componente, substantia componente, elemento


ingreep ZN

1 intervention, intromission
chirurgische -- = intervention chirurgic, operation
gewapende -- = intervention armate


ingressief BN

1 inchoative, inceptive


ingriffen WW

1 gravar


ingrijpen WW

1 (zich bemoeien met) intervenir, ingerer se, intromitter
het -- = intervention, ingerentia
dat grijpt diep in in het maatschappelijk leven = isto incide profundemente in le vita social
2 (optreden) intervenir, interponer se, prender mesuras (contra)
-- in de verhouding tussen vraag en aanbod = intervenir in le relation inter le offerta e le demanda
ik zag me genoodzaakt om in te grijpen = io me ha vidite obligate/fortiate a intervenir
operatief -- = intervenir chirurgicamente
fors -- = intervenir con rigor
3 (TECHN) ingranar


ingrijpend BN

1 energic, radical, drastic
--e maatregelen = mesuras energic/radical/drastic
--e veranderingen = cambios/cambiamentos/modificationes radical/drastic
-- veranderen = cambiar radicalmente


ingrijping ZN

1 Zie: ingreep


ingroeien WW

1 (in iets vastgroeien) crescer in
2 (FIG) adaptar se a


ingroeven WW

1 (van groeven voorzien) cannellar, facer cannellaturas (in)
een plank diep -- = facer cannellaturas profunde in un planca
2 (ingraveren) gravar


ingrossatie ZN

1 registration/inscription de hypothecas


ingrosseren WW

1 registrar/inscriber hypothecas


inhaalbuis ZN

1 (NAT) klystron


inhaaldag ZN

1 die/jorno de recuperation


inhaalmanoeuvre ZN

1 manovra de/pro passar


inhaalstrook ZN

1 via de/pro passar


inhaalverbod ZN

1 interdiction/prohibition de passar


inhaalwedstrijd ZN

1 match (E) postponite


inhabiliteit ZN

1 inhabilitate


inhagelen WW

1
het hagelt hier in = le grandine entra hic


inhaken WW

1 (aanknopen bij) incatenar, adjunger
2 (de arm steken door andermans arm) dar le bracio (a un persona)
3 (met een haak slaan) agrafar, crampar


inhakken WW

1 (door hakken aanbrengen) intaliar, taliar in, facer intalios in
dat hakt er flink in = isto costa un capital
2 (aanvallen) attaccar, assaltar, assalir
op de vijand -- = cader super le inimico


inhalatie ZN

1 inhalation


inhalatieapparaat ZN

1 Zie: inhalator


inhalatiemiddel ZN

1 inhalante


inhalatietoestel ZN

1 Zie: inhalator


inhalator ZN

1 inhalator, apparato inhalatori


inhaleertoestel ZN

1 Zie: inhalator


inhalen WW

1 (feestelijk verwelkomen) reciper solemnemente
de koning -- = reciper solemnemente le rege
2 (naar zich toe) attraher, retirar
de riemen -- = attraher le remos
de vlag -- = retirar le bandiera
3 (bereiken) rejunger, (passeren) passar
een auto -- = passar un auto(mobile)
4 (herwinnen) recuperar, recovrar, reattrappar
de verloren tijd -- = recuperar/recovrar/reattrappar le tempore perdite
het -- van de arbeidsdagen = le recuperation del jornos de travalio/de labor
5 (binnenbrengen) recolliger
de oogst -- = recoltar, portar le recolta ad in le granario
6
de schade -- = recuperar le tempore perdite


inhaler ZN

1 inhalator


inhaleren WW

1 inhalar, aspirar
-- bij het roken = inhalar al fumar
rook -- = inhalar/aspirar fumo
iemand die inhaleert = inhalator


inhalering ZN

1 inhalation


inhalig BN

1 rapace, cupide, avide, (gierig) avar, avaritiose


inhaligheid ZN

1 rapacitate, cupiditate, aviditate, (gierigheid) avaritia


inham ZN

1 (GEOGR) (klein) baia, (groot) golfo
2 (GEOL) (insnijding) indentation


inhameren WW

1 clavar (con un martello), martellar
spijkers in een plank -- = martellar clavos in un planca
2 (FIG) gravar in le memoria, inculcar


inhebben WW

1 continer, portar, tener, haber
hij heeft de pee/pest in = ille es de multo mal humor


inhechtenisneming ZN

1 arresto, arrestation, carceration
bevel tot -- = ordine/mandato de arresto


inhechting ZN

1 intercalation, insertion


inheems BN

1 autochthone, indigena, endemic, del pais
--e bevolking = population autochthone/indigena
-- ras = racia autochthone
--e bewoner = autochthono
het -- zijn = autochthonia
--e planten = planta indigena/endemic
--e taal = lingua indigena/vernacular
--e woorden = parolas indigena/vernacular
-- gebruik = costume del pais
die ziekte is -- in dat land = iste maladia es endemic in iste pais


inherent BN

1 inherente
ergens -- aan zijn = esser inherente a un cosa


inherentie ZN

1 inherentia


inhereren WW

1 inherer


inhiberen WW

1 inhiber


inhiberend BN

1 inhibitive


inhibitie ZN

1 inhibition


inhibitor ZN

1 (SCHEI, BIOL) inhibitor, retardator


inhomogeen BN

1 inhomogene
-- veld = campo inhomogene


inhomogeniteit ZN

1 inhomogen(e)itate


inhoud ZN

1 (volume) contento, volumine, capacitate, (aantal kubieke meters) cubage
-- van een lichaam = volumine de un corpore
-- van een bol = volumine de un sphera
de -- meten/bepalen van (het aantal kubieke meters bepalen van) = cubar
2 (dat waarmee iets gevuld is) contento
de -- van de fles is water = le contento del bottilia es aqua
envelop met -- = inveloppe con moneta
portemonnee met -- = bursa con moneta
korte -- van een boek = résumé (F) de un libro
3 (dat waarover iets handelt) contento, materia
vorm en -- = forma e contento
-- van een brief = contento de un littera
korte -- = compendio, recapitulation, résumé (F), summario, synopse (-opsis), texto condensate
4 (overzicht) indice, index, tabula de materias
5 (betekenis) contento, signification, senso
een nieuwe -- geven aan = dar un nove signification a
de termen 'volk' en 'natie' zijn niet gelijk van -- = le terminos 'populo' e 'nation' non es identic
6 (LOGICA) (inhoud van begrip) comprension, comprehension


inhoudelijk BN

1 del contento, concernente le contento, relative al contento
--e opmerkingen = remarcas relative al contento


inhouden WW

1 (bevatten) continer, caper, comprender, comprehender
deze fles houdt een liter in = iste bottilia contine un litro
2 (bedwingen, beheersen) comprimer, reprimer, continer, retener
zijn adem -- = retener su respiration/sufflo/halito
zijn toorn -- = continer/reprimer/comprimer su cholera
zijn tranen -- = continer/reprimer/comprimer su lacrimas
een paard -- = continer/retener un cavallo
de pas -- = relentar le passo
(zich beheersen) zich -- = continer se, retener se
op ingehouden toon = in un tono continite/controlate
3 (niet uitbetalen, innemen) deducer, retener
loon -- = retener salarios
er wordt een zeker percentage ingehouden = on deduce un certe percentage
op het loon ingehouden belasting = imposto deducite del salario
4 (behelzen) continer, implicar, includer
dat houdt een belofte in = isto include/contine un promissa
wat houdt dat in? = que implica/significa isto?
deze bepaling houdt in dat ... = iste disposition contine que ...
dit houdt een grote opoffering in = isto implica un grande sacrificio


inhouding ZN

1 (handeling) deduction
-- van loon = deduction de salarios
onder -- van = deducente
2 (bedrag) deduction


inhoudsaanduiding ZN

1 indication del volumine/del contento


inhoudsbepaling ZN

1 (het berekenen van de inhoud) calculo/calculation/determination del volumine/contento, cubatura
2 (bepaling van de inhoud van een term) definition/determination del signification


inhoudsberekening ZN

1 Zie: inhoudsbepaling-1


inhoudsformule ZN

1 formula de volumine


inhoudsloos BN

1 vacue


inhoudsmaat ZN

1 mesura de capacitate/de volumine


inhoudsmeting ZN

1 determination del contento/volumine, cubatura, volumetria


inhoudsopgave ZN

1 tabula de materias, contento, indice, index, registro


inhuldigen WW

1 inaugurar, installar solemnemente, (koning) sacrar, inthronisar, (bisschop) consecrar
een burgemeester -- = inaugurar/installar un burgomaestro


inhuldiging ZN

1 inauguration, installation, (koning) sacro, inthronisation, (bisschop) consecration
glorieuze -- = inauguration gloriose
plechtige -- = inauguration solemne


inhuldigingsfeest ZN

1 festa de inauguration/installation


inhuldigingsplechtigheid ZN

1 ceremonia de inauguration/installation


inhullen WW

1 inveloppar (in)


inhulling ZN

1 inveloppamento


inhumaan BN

1 inhuman


inhumaniteit ZN

1 inhumanitate


inhumatie ZN

1 inhumation


inhuren WW

1 (huren) locar, (in dienst nemen) ingagiar
het -- = location, ingagiamento
een kok -- = ingagiar un cocinero
iemand die inhuurt = ingagiator
daarvoor ben ik niet ingehuurd = io nos pagate pro (facer) isto
2 (opnieuw in huur nemen) renovar/continuar le location


inhuring ZN

1 location, (indienstneming) ingagiamento


inhuurgeving ZN

1 dation in location


inhuurneming ZN

1 prisa in location


inhuwen WW

1 entrar per maritage/matrimonio (in)


inimitabel BN

1 inimitabile


iniquiteit ZN

1 iniquitate


initiaal ZN

1 littera initial, initial


initiaal BN

1 initial
-- accent = accento super le syllaba initial


initiaalwoord ZN

1 acronyme


initialiseren WW

1 (COMP) initialisar


initiatie ZN

1 initiation
-- in de politiek = initiation al politica


initiatiecursus ZN

1 curso de initiation


initiatief ZN

1 initiativa
particulier -- = initiativa private
eigen -- = initiativa individual
op eigen -- = per/de proprie initiativa
recht van -- = derecto de initiativa
het -- gaat uit van = le initiativa veni de
het -- nemen tot = prender le initiativa de
het -- houden = guardar/conservar le initiativa
gebrek aan -- hebben = mancar de initiativa
op -- van = a(l)/per initiativa de


initiatiefeest

1 festa initiatic/de initiation


initiatiefnemer ZN

1 initiator, introductor, inspirator, promotor


initiatiefrecht ZN

1 derecto de initiativa


initiatieplechtigheid

1 solemnitate/ceremonia initiatic/de initiation


initiatierite

1 rito initiatic/de initiation


initiator ZN

1 initiator, originator


initieel BN

1 initial, prime, inceptive
--e kosten = costos initial


initiëren BN

1 (inwijden) initiar
2 (invoeren) introducer
een nieuwe stijl -- = introducer un nove stilo


initiëring ZN

1 initiation


injagen WW

1 (in/naar binnen jagen) inviar (in), facer entrar (in)
jaag de hond de tuin in = invia le can in le jardin
iemand de dood -- = inviar un persona al morte


injecteren WW

1 injicer, injectar, syringar


injectie ZN

1 injection, syringation
intraveneuze -- = injection intravenose
intramusculaire -- = injection intramuscular
onderhuidse -- = injection hypodermic
intracardiale -- = injection intracardiac
financiële -- = injection/adjuta financiari
een -- geven = injicer, injectar, syringar


injectiebuis ZN

1 tubo de injection


injectief BN

1 (WISK) injective


injectiegeweer ZN

1 fusil injector


injectielaser ZN

1 laser (E) a injection


injectiemotor ZN

1 motor a injection


injectienaald ZN

1 aco/agulia hypodermic/a/de injection, (holle) cannula


injectiepomp ZN

1 pumpa de injection


injectiespuit ZN

1 syringa injector, injector


injectiestroom ZN

1 currente de injection


injectietechnologie ZN

1 technologia de injection


injectievloeistof ZN

1 liquido de injection


injector ZN

1 injector


injectoringang ZN

1 orificio del injector


injectorveer ZN

1 resorto de injector


injiceren WW

1 injicer, injectar, syringar


injunctie ZN

1 injunction


injurie ZN

1 injuria


injuriëren WW

1 injuriar


injurieus BN

1 injuriose


Inka ZN

1 Inca


Inkabeschaving ZN

1 civilisation inca


Inkabouwkunst ZN

1 architectura inca


inkankeren WW

1 (invreten) roder, corroder
2 (FIG) inveterar se
3 (door kanker ingevreten worden) cancer(is)ar se


inkappen WW

1 (uitholling aanbrengen) cannellar


inkapselen WW

1 incapsular, involver
het -- = incapsulation, incapsulamento
ingekapseld zitten in zijn eigen wereld = esser clause in su proprie mundo


inkapseling ZN

1 incapsulation, incapsulamento


Inkarijk ZN

1 Imperio inca


inkarnaat BN

1 incarnate


inkassen WW

1 (van edelsteen) incastrar


inkassing ZN

1 (van edelsteen) incastratura


inkeep ZN

1 intalio, indentation


inkeer ZN

1 repententia, reflexion, (REL) resipiscentia
tot -- komen = repentir se


inkelderen WW

1 mitter/collocar in un cellario


inkepen WW

1 intaliar, insecar, indentar, incider, incisar


inkeping ZN

1 intalio, indentation


inkeren WW

1
tot zichzelf -- = recolliger se


inkering ZN

1
-- tot zichzelf = recolligimento


inkerkeren WW

1 incarcerar


inkerkering ZN

1 incarceration


inkerven WW

1 intaliar, gravar
in hout gekerfde namen = nomines intaliate/gravate in ligno


inkerving ZN

1 intalio, indentation
2 (BOUWK) glypho
3 (MED) scarification


inkijk ZN

1 (gelegenheid om in iets te kijken) vista del interior
jurk met veel -- = veste con décolleté (F) basse
2 reguardos del passantes
hier is veel -- = le reguardos del passantes entra hic liberemente


inkijken WW

1 (kijken in) reguardar (in)
2 (vluchtig kennis nemen van de inhoud) percurrer, jectar un colpo de oculo


inkjetprinter ZN

1 impressor/imprimitor a jecto de tinta


inklapbaar BN

1 plicabile, plicante
--e stoel = sedia plicante


inklappen WW

1 (mentaal instorten) collaber (psychicamente)
2 (naar binnen vouwen) plicar
de poten van een klaptafel -- = plicar le pedes de un tabula plicabile


inklaren BN

1 disdoanar
het -- = disdoanamento
een schip -- = disdoanar un nave
ingeklaarde bagage = bagage disdoanate


inklaring ZN

1 disdoanamento
bewijs van -- = certificato de disdoanamento


inklaringsformaliteiten ZN MV

1 formalitates de disdoanamento


inklaringskantoor ZN

1 officio del doana


inklaringskosten ZN MV

1 costos de disdoanamento


inkleden WW

1 (in een vorm gieten) presentar, exprimer, dar (un certe) forma a, formular
hoe zal ik mijn verzoek --? = como formular mi requesta/petition?
2 (R.K.) (in een orde opnemen) dar le habito a


inkleding ZN

1 (bewoording) presentation, maniera de presentar/de exprimer, forma, formulation
2 (R.K.) le prender del habito


inklemmen WW

1 (vastklemmen) serrar, stringer
2 (inbouwen) incastrar
het -- = incastratura


inklemming ZN

1 (het vastklemmen) le serrar
2 (inbouwing) incastratura


inkleuren WW

1 colorar
een gebied op de kaart -- = colorar un area super le mappa/carta


inkleuring ZN

1 coloration


inklimmen WW

1 scalar


inklimming ZN

1 scalada


inklinken WW

1 (inhameren) rivetar
spijkers -- = rivetar clavos
2 (van grond) comprimer se


inklinking ZN

1 (inhamering) rivetage
2 (van grond) compression


inknijpen WW

1 Zie: samenknijpen


inknippen WW

1 taliar, secar
2 (MED) facer un episiotomia


inknipping ZN

1 (MED) episiotomia


inkoken WW

1 condensar/reducer (per coction)
tot de helft van het volume -- = reducer usque al medietate del volumine
de soep laten -- = facer reducer le suppa
de soep is ingekookt = le suppa se ha spissate


inkokeren WW

1 (DIERK) introverter


inkomen ZN

1 receptas, salario
vast -- = salario fixe
onzuiver -- = salario brute
besteedbaar -- = receptas disponibile


inkomen WW

1 (binnenkomen) entrar in, ingressar in
de haven -- = entrar in le porto
het huis -- = entrar in le casa
ik moet er even -- = io debe entrar in le materia
2 (ontvangen) reciper
ingekomen stukken = correspondentia/litteras recipite
3
daar kan ik -- = io pote imaginar me lo, io lo comprende
daar kan niets van -- = isto es impossibile


inkomensafhankelijk BN

1 proportional al receptas/salario


inkomensbeleid ZN

1 politica salarial/del salarios


inkomensderving ZN

1 privation salarial/de salario


inkomensgrens ZN

1 limite salarial


inkomensgroep ZN

1 Zie: inkomensklasse


inkomensklasse ZN

1 categoria salarial


inkomensnivellering ZN

1 nivellamento salarial/del salarios


inkomenspeil ZN

1 nivello salarial/del salarios


inkomenspolitiek ZN

1 Zie: inkomensbeleid


inkomensverdeling ZN

1 repartition salarial/del salarios


inkomensverschil ZN

1 differentia salarial/del salarios


inkomst ZN

1 (intocht) entrata, ingresso
2 (wat aan geld ontvangen wordt) recepta
bron van --en = fonte de receptas
--en derven = perder receptas


inkomstenbelasting ZN

1 imposto super le receptas/salarios
aangifte -- = declaration fiscal


inkoop ZN

1 compra, emption
afdeling -- = section/departimento del compras
in- en verkoop = compra e vendita
--en doen = facer compras/emptiones
hij is belast met de -- = ille es incargate del compras


inkoop(s)prijs ZN

1 precio de compra/costo
iets beneden/onder de --- verkopen = vender un cosa sub le precio de compra


inkoopafdeling ZN

1 section/departimento del compras


inkoopbedrag ZN

1 amonta de compra/acquisition


inkoopboek ZN

1 libro de compras


inkoopbureau ZN

1 agentia de compras


inkoopcentrale ZN

1 central de compras, officio central de acquisitiones


inkoopchef ZN

1 chef (F) (del section/departimento) del compras


inkoopcombinatie ZN

1 combination de compratores


inkoopcontract ZN

1 Zie: aankoopcontract


inkoopcoöperatie ZN

1 cooperativa de compratores


inkoopdatum ZN

1 data de compra


inkoopfactuur ZN

1 factura de compra(s)


inkoopkantoor ZN

1 officio de compra


inkoopkartel ZN

1 cartel de compratores


inkoopleider ZN

1 Zie: inkoopchef


inkooporganisatie ZN

1 organisation de compra


inkoopvereniging ZN

1 Zie: inkoopcoöperatie


inkopen WW

1 (inkopen doen) comprar
-- doen voor de hele week = facer le compras de tote le septimana
2
zich -- = comprar le derecto de entrar in
zich in een genootschap -- = comprar un participation in un societate


inkoper ZN

1 comprator, mancipe, incargato/agente de compras


inkoppen WW

1 (SPORT) facer/marcar un goal (E) con le testa/capite


inkorten WW

1 (korter maken) accurtar, abbreviar
een touw -- = accurtar un corda
2 (verminderen) reducer, diminuer
iemands straftijd -- = reducer le pena de un persona


inkortend BN

1 abbreviative


inkorting ZN

1 accurtamento, accurtation, abbreviation, abbreviamento, reduction, diminution
-- van een touw = accurtamento de un corda
-- van een straf = reduction de un pena


inkorven WW

1 mitter in un corbe


inkoud BN

1 multo frigide, glacial


inkrassen WW

1 rader, insecar
ingekraste initialen = initiales insecate


inkrijgen WW

1 (naar binnen krijgen, inslikken) inglutir
de drenkeling kreeg water in = le necante inglutiva aqua
het schip kreeg water in = le nave faceva aqua
2 (bezorgd krijgen) reciper


inkrimpen WW

1 (zich samentrekken) contraher se, disinflar se
2 (afnemen) reducer, diminuer, decrescer, discrescer
zijn straftijd is al aardig ingekrompen = su pena ha essite reducite considerabilemente
3 (kleiner maken) reducer, comprimer, contraher, accurtar
zijn uitgaven -- = reducer/comprimer/limitar su expensas
een leerplan -- = reducer/accurtar un programma de studios
het personeel -- = reducer le personal


inkrimping ZN

1 (samentrekking) contraction, disinflation
2 (vermindering) reduction, diminution, decrescentia, decrescimento, discrescimento, compression
-- van het personeel = reduction del personal


inkruipen WW

1 (kruipend binnenkomen) reper in, reptar in
2 (ongemerkt binnenkomen) infiltrar se in


inkruisen WW

1 (BIOL) hybridar


inkt ZN

1 tinta
Chinese/Oostindische -- = tinta de China {sj}
onuitwisbare -- = tinta indelibile
onzichtbare/sympatische -- = tinta sympathic/invisibile
autografische -- = tinta autographic
met rode -- schrijven = scriber con/in tinta rubie
flesje -- = bottilia de tinta


inktachtig BN

1 de tinta


inktdruppel ZN

1 gutta de tinta


inkten WW

1 marcar de tinta


inktfabriek ZN

1 fabrica de tintas


inktfabrikant ZN

1 fabricante de tintas


inktfles ZN

1 bottilia de tinta


inktgom ZN

1 gumma de/pro tinta


inktgum(mi) ZN

1 Zie: inktgom


inktjetprinter ZN

1 imprimitor/impressor/printer (E) à jecto de tinta


inktklad ZN

1 Zie: inktvlek


inktkleur ZN

1 color de tinta


inktkleurig BN

1 de color de tinta


inktklodder ZN

1 Zie: inktvlek


inktkoker ZN

1 tintiera


inktkussen ZN

1 tampon de tinta


inktlap ZN

1 nettapenna, essugapenna


inktlint ZN

1 banda del machina a/de scriber


inktmop ZN

1 grande macula de tinta


inktpatroon ZN

1 cartucha {sj} de tinta


inktpot ZN

1 tintiera


inktpotlood ZN

1 stilo a tinta


inktreservoir ZN

1 reservoir (F) de tinta


inktrol ZN

1 rolo de tinta


inktsoort ZN

1 specie de tinta


inktspat ZN

1 Zie: inktvlek


inktvis ZN

1 sepia
vangarmen van een -- = tentaculos de un sepia


inktvlek ZN

1 macula de tinta


inktwortel ZN

1 morinda


inktzwam ZN

1 coprino


inktzwart BN

1 nigre como tinta


inkuilen WW

1 insilar
het -- = insilage
groenvoer -- = insilar forrage verde
ingekuilde aardappelen = patatas insilate


inkuiling ZN

1 insilage


inkuilmethode ZN

1 methodo de insilage


inkuipen WW

1 imbarrilar, intonnar


inkwakken WW

1 jectar/lancear rudemente (in)


inkwartieren WW

1 allogiar, (MIL) billetar, cantonar, quartierar


inkwartiering ZN

1 allogiamento, (MIL) cantonamento


inkwartieringsbiljet ZN

1 billet de cantonamento


inl.

1 (inleiding) intr.
2 (inlichting) inf(o)


inlaag ZN

1 deposito, apporto
de winst naar verhouding van de --en verdelen = divider le profito in proportion al/proportionalmente al depositos


inlaat ZN

1 tubo de entrata/de adduction/de admission, admission, entrata


inlaatbuis ZN

1 Zie: inlaat


inlaatdoek ZN

1 tela sin fin


inlaatduiker ZN

1 Zie: inlaat


inlaatklep ZN

1 valvula de entrata/de admission/de adduction


inlaatkraan ZN

1 Zie: inlaatklep


inlaatsluis ZN

1 esclusa de admission


inladen WW

1 cargar, incargar


inlader ZN

1 cargator


inlading ZN

1 cargamento


inlander ZN

1 indigena, aborigine, nativo, autochthono


inlands BN

1 indigena, native, del pais, autochthone
--e gewassen = plantas indigena/endemic
--e produkten = productos indigena
-- meisje = puera indigena/native
-- recht = derecto indigena


inlas ZN

1 (las) juncto
2 (ingevoegd stuk in tekst) insertion, intercalation, interpolation


inlassen WW

1 inserer, insertar, intercalar, interpolar, introducer
het -- = insertion, intercalation, interpolation, introduction
er werd een pauze ingelast = on ha intercalate un pausa


inlasser ZN

1 (tussenvoeger) interpolator


inlassing ZN

1 insertion, intercalation, interpolation, introduction
-- van een pauze = intercalation un pausa
-- van een letter = intercalation/epenthese (-esis) de un littera


inlaten WW

1 (binnenlaten) facer entrar, admitter, introducer
2 (in laten stromen) facer fluer (in), lassar entrar
vers water -- = lassar entrar aqua fresc
3
(zich bemoeien met) zich -- met = immiscer se in, ingerer se in, occupar se de
met zulke kleinigheden laat ik mij niet in = io non es interessate in tal futilitates


inlating ZN

1 entrata, admission


inlaut ZN

1 littera medial


inleg ZN

1 (bij een bank) deposito
2 (in zaak/vennootschap) apporto
3 (bij het spel) moneta/summa riscate
4 (bij het wedden) moneta/summa spondite


inlegblad ZN

1 folio intercalar/intercalate/supplementari
een -- in de boekjes = un folio supplementari in le librettos


inlegeren WW

1 (MIL) billetar, cantonar, quartierar


inlegering ZN

1 (MIL) cantonamento


inleggeld ZN

1 derecto de entrata
2 (bij een bank) deposito
3 (bij het spel) summa/moneta riscate


inleggen WW

1 (in/binnen/tussen iets leggen) mitter (in), poner (in)
een zoom -- = facer un orlo
2 (geld inbrengen bij een bank) deponer
3 (in zaak/vennootschap) apportar, investir
4 (tussenvoegen) inserer, insertar, adjunger
een blad -- = inserer/insertar un folio
5 (anders gekleurde stukjes inzetten) incrustar, marquetar
een tafel -- = incrustar un tabula
een met diamanten ingelegde broche = un broche (F) con incrustationes de diamantes
6 (conserveren) mitter in conserva, conservar, (in azijn) marinar, (in pekel) salmuriar
groenten -- = conservar verduras/legumines
7
daar leg je eer mee in = isto te honora, isto te da honor


inlegger ZN

1 (iemand die geld inlegt) depositor, depositante


inleghout ZN

1 ligno de marqueteria


inlegkapitaal ZN

1 capital investite


inlegkruisje ZN

1 protege-slip


inlegvel ZN

1 folio intercalari/intercalate/supplementari
losse --len in brochures = folios supplementari in brochures (F)


inlegwerk ZN

1 incrustation, marqueteria, mosaico
met -- versieren = incrustar, marquetar


inlegzool ZN

1 solea feltrate/de feltro


inleiden WW

1 (binnenleiden, introduceren) introducer, presentar
een spreker bij het publiek -- = presentar un orator al publico
2 (ingang doen vinden) introducer
3 (eerste kennis geven van) initiar
het -- = initiation
-- in een wetenschap = initiar in un scientia
iemand in de filosofie -- = initiar un persona in le philosophia
4 (van een voorwoord voorzien) prefaciar
5 (de voorbode zijn van) preluder
de Golfoorlog leidde de derde wereldoorlog in = le guerra del Golfo esseva le preludio del tertie guerra mundial


inleidend BN

1 introductori, introductive, initiatori, preparatori, preliminar, exordial, proemial
--e gevechten = combattos preliminar
--e fase = phase preparatori
-- hoofdstuk = capitulo introductive
--e woorden = parolas de introduction, introduction
--e spreker = orator introductori, introductor, presentator
--e cursus = curso introductori


inleider ZN

1 introductor, presentator


inleiding ZN

1 (woorden voor het eigenlijke onderwerp) introduction, preambulo, preliminar, exordio, parolas preliminar
korte/beknopte -- = curte introduction
een -- maken voor = preambular
dat verhaal was de -- tot haar verzoek = iste historia esseva le preambulo de su petition/requesta
2 (voorwoord, introductie) introduction, presentation, prefacio, prologo, advertimento, prolegomenos, proemio
van een -- voorzien = prefaciar
3 (voorbereiding tot kennis/begrip van iets) introduction, initiation
-- in een wetenschap = initiation in un scientia
(als boektitel) -- tot de taalwetenschap = introduction al linguistica
4 (het binnenleiden) introduction
5 (voorspel) preludio
als -- dienen = preluder
6 (van toneelstuk) protase (-asis)
7 (causerie) discurso


inleidingsbrief ZN

1 littera de introduction


inleidingsformule ZN

1 formula de introduction


inleidingsrede ZN

1 discurso preliminar


inlekken WW

1 infiltrar se gutta a gutta
het lekt hier in = le tecto lassa filtrar le pluvia


inlelijk BN

1 multo/extrememente fede, fedissime, horribile


inleven WW

1
zich -- in = identificar se con, familiar se con (un situation), mitter se/poner se in le pelle de (un persona), mitter se/poner se in le loco de, penetrar in le sentimentos de (un persona), saper vider con le oculos de (un persona)
zich in een boek -- = poner se/mitter se in le historia de un libro


inleverdatum ZN

1 Zie: inleveringsdatum


inleveren WW

1 (doen toekomen) livrar, remitter, presentar, (teruggeven) render
wapens -- = remitter armas
een verzoekschrift -- = presentar un requesta/petition
2 (afstand doen van koopkracht) acceptar un reduction del poter de compra
3
loon -- voor werk = ceder un parte del salario pro garantir le empleo


inlevering ZN

1 remissa, livration, presentation


inleveringsdatum ZN

1 data de livration/de remissa


inleveringstermijn ZN

1 termino de livration/de remissa


inleving ZN

1 penetration
2 assimilation


inlevingsvermogen ZN

1 facultate de poner se/mitter se in le situation de un persona, empathia


inlezen WW

1 (COMP) leger, memorisar
het optisch -- van een tekst = le lectura optic de un texto
het automatisch -- van een tekst = le lectura automatic de un texto
het -- van de gegevens = le lectura del datos


inlezing ZN

1 lectura
-- van de gegevens = lectura del datos


inlichten WW

1 informar, dar informationes, avisar, communicar, instruer, prevenir, advertir
zich laten -- over = lassar se informar super
verkeerd -- = misinformar


inlichter ZN

1 dator de informationes, informator


inlichting ZN

1 information
betrouwbare -- = information digne de fide
--en geven/verstrekken = dar informationes, informar
het geven/verstrekken van --en = information
--en inwinnen = prender informationes, informar se, inquirer
iemand die --en inwint = inquiritor, inquisitor


inlichtingenbron ZN

1 fonte de informationes


inlichtingenbureau ZN

1 bureau (F)/officio/agentia de informationes


inlichtingendienst ZN

1 (informatiedienst) servicio de informationes
2 (POL) servicio secrete


inlichtingenofficier ZN

1 officiero de informationes


inliggend BN

1 hic-juncte, ci-juncte, ci-incluse
--e brief = littera ci-juncte


inlijfbaar BN

1 incorporabile


inlijmen WW

1 attachar {sj}/fixar con colla


inlijsten WW

1 inquadrar, mitter in un quadro
het -- = inquadramento
een schilderij -- = inquadrar un pictura
een foto -- = mitter un photo(graphia) in un quadro


inlijsting ZN

1 inquadramento


inlijven WW

1 (mbt personen) incorporar, integrar, (in een regiment) inregimentar
2 (mbt grondgebied) annexar, incorporar
een gebied bij een ander -- = incorporar un territorio in un altere


inlijvend BN

1 incorporative


inlijving ZN

1 incorporation
2 (mbt grondgebied) annexion, annexation, incorporation
-- van een gebied bij een ander = incorporation de un territorio in un altere
3 (in een regiment) inregimentation


inlijvingsbeweging ZN

1 movimento annexionista


inlijvingsproces ZN

1 processo incorporative/de incorporation


in-line ZN

1 (COMP) in-line (E)
-- verwerking = tractamento in-line


inloggen WW

1 (COMP) entrar in communication
-- op een systeem = entrar in communication con un systema, entrar in un systema


inlokken WW

1 persuader de entrar


inloodsen WW

1 pilotar in, facer entrar in (le porto)


inloodsing ZN

1 pilotage


inloop ZN

1 (handeling) entrata, ingresso
't is hier een -- voor iedereen = hic pote entrar tote le mundo
2 (plaats) entrata, ingresso


inlooptijd ZN

1 periodo de orientation/de adaptation/de apprentissage/de prova


inloopwinkel ZN

1 Zie: inloopzaak


inloopzaak ZN

1 magazin a/de entrata/ingresso libere


inlopen ZN

1 (binnengaan) entrar (in)
een haven -- = entrar in un porto
een straat -- = entrar in un strata
2 (vuil in huis brengen) entrar con le scarpas/calceos immunde
3 (een achterstand) reattrappar, recuperar
een achterstand (achterstallige schuld) -- = recuperar un arretrato
een achterstand (vertraging) -- = recuperar un retardo
4
er -- = cader in le insidia
5
zijn nieuwe schoenen -- = accostumar/habituar se a su nove scarpas/calceos


inlossen WW

1 amortisar, pagar, reimbursar, redimer
een schuld -- = amortisar/pagar un debita
een hypotheek -- = redimer un hypotheca
2
een belofte -- = complir/mantener un promissa
een oningeloste belofte = un promissa non complite/non mantenite
3 (van pand) dispignorar
het -- = dispignoramento


inlossing ZN

1 amortisation, reimbursamento, redemption, (van pand) dispignoramento
-- van een schuld = amortisation de un debita
-- van een hypotheek = redemption de un hypotheca


inluiden WW

1 (door klokgelui aankondigen) annunciar con sonos de campanas, carillonar
2 (iets nieuws/het begin aankondigen) inaugurar, annunciar
een nieuw tijdperk -- = inaugurar/annunciar/aperir un nove era/epocha


inluiding ZN

1 (met klokgelui) annuncio con sonos de campanas
2 (begin) inauguration, annuncio


inluizen WW

1
er -- = cader in le insidia


inmaak ZN

1 (handeling) conservation
2 (resultaat) conserva
onze -- = nostre conservas
de -- aanspreken = aperir le conservas


inmaakazijn ZN

1 vinagre pro conserva


inmaakbrandewijn ZN

1 brandy (E) pro conserva


inmaakbus ZN

1 latta a/pro conserva


inmaakfles ZN

1 bottilia a/pro conserva


inmaakfruit ZN

1 (fruit om in te maken) fructos pro conserva
2 (ingemaakt fruit) fructos in conserva


inmaakglas ZN

1 bocal hermetic/a/pro conserva, vasculo/vitro/bottilia a/pro conserva


inmaakgroente ZN

1 (groente om in te maken) verduras/legumines pro conserva
2 (ingemaakte groenten) verduras/legumines in conserva


inmaakpot ZN

1 potto a/pro conserva


inmaaktijd ZN

1 saison (F)/periodo del conservas


inmaakuitjes ZN MV

1 (uitjes om in te maken) parve cibollas pro conserva
2 (ingemaakte uitjes) parve cibollas in conserva


inmaken WW

1 (wecken) facer conservas de, mitter in conserva
ingemaakte bonen = fabas in conserva


in medias res ZN

1 in medias res (L)


in memoriam ZN

1 discurso/articulo al memoria de, notitia necrologic, necrologia
schrijver van een -- = necrologo, necrologista


inmengen WW

1
(zich bemoeien) zich -- = immiscer se (in), intervenir (in), ingerer se (in), intromitter se (in)
2 (er bij doen) adjunger


inmenging ZN

1 intervention, immixtion, ingerentia, intromission


inmeten WW

1 (minder uitmeten dan er is) dar un curte mesura
2 (LANDMEETK) mesurar


inmetselen WW

1 (im)murar
een brandkast -- = murar un cassa forte
hij had zijn schat ingemetseld = ille habeva (im)murate su tresor
hij werd levend ingemetseld = ille esseva immurate vivente


inmiddels BW

1 intertanto, interim, in le interim, interea, interdum, durante iste tempore
hij was -- opnieuw getrouwd = intertanto ille se habeva remaritate
ik ben er -- al drie keer geweest = desde alora io ha essite illac non minus que tres vices


innaaien WW

1 (naaiend sluiten in) suer (in)
smokkelwaar -- in de kleding = suer contrabando in su vestimentos
2 (brocheren) brochar {sj}
ingenaaid boek = libro brochate
3 (korter maken) accurtar, (nauwer maken) restringer
hemdsmouwen -- = accurtar manicas de camisa


innagelen WW

1 clavar in, attachar {sj}/fixar con clavos


inname ZN

1 (verovering) expugnation, conquesta, occupation, captura
2 (inzameling) collection
-- van lege flessen = collection de bottilias (vacue)


innatisme ZN

1 (FIL) innatismo


inneembaar BN

1 (MIL) prendibile, expugnabile


inneembaarheid ZN

1 (MIL) expugnabilitate


innemen WW

1 (mbt geneesmiddelen) prender, ingerer
een drankje -- = prender/ingerer un potion
iets op de nuchtere maag -- = ingerer un cosa al stomacho vacue
2 (mbt plaatsruimte) prender, occupar
plaats -- = occupar loco/spatio
een positie -- = occupar un position
een betere gevechtspositie -- = prender un melior position de combatto
weer -- = reprender
zijn plaats weer -- = reprender su placia
(FIG) iemands plaats -- = prender le placia de un persona, reimplaciar un persona, substituer se a un persona
3 (veroveren) prender, occupar, expugnar, capturar
een stad -- = prender/occupar un citate/urbe
stormenderhand -- = prender de assalto
4 (vertrouwen/genegenheid winnen) captivar
iemand voor zich -- = ganiar le favor/sympathia de un persona
iemand tegen zich -- = indisponer un persona contra se, render se antipathic a un persona
5 (aan boord nemen) prender
water -- = prender aqua
kolen -- = prender carbon
ballast -- = prender ballast
6 (inkorten) restringer
een rok -- = restringer un gonna/gonnella
7 (verzamelen) colliger


innemend BN

1 affabile, amabile, gratiose, grate, agradabile, sympathic, attractive, placente


innemendheid ZN

1 affabilitate, amabilitate, gratia, charme (F)


inneming ZN

1 occupation, expugnation, conquesta, captura
de -- van de stad = le occupation/expugnation del urbe


innen WW

1 incassar, (van belasting/invoerrechten, etc.) perciper
het -- = incassamento, perception
een cheque -- = incassar un cheque (E)


inner ZN

1 incassator, (van belasting, etc.) perceptor


innerlijk BN

1 interior, interne, intime
--e rust = calma interior
--e tegenstrijdigheid = contradiction interne
--e stem = voce interior
-- leven = vita interior/intime
--e beschaving = civilisation innate
--e strijd = combatto/lucta interior
iets uit --e overtuiging doen = facer un cosa per conviction intime
--e samenhang = coherentia interne, cohesion
-- overtuigd = sincermente convincite
2 (waarde, belang) intrinsec
--e waarde van een munt = valor intrinsec de un moneta


innerlijk ZN

1 anima, corde, spirito


innerlijkheid ZN

1 interioritate


innervatie ZN

1 innervation


innerveren WW

1 innervar
het -- = innervation


innervering ZN

1 innervation


innestelen WW

1 (mbt eicel) implantar se
de eicel moet zich -- in de baarmoederwand = le ovulo debe implantar se in le pariete uterin/del utero


innesteling ZN

1 (mbt eicel) implantation


innig BN

1 intime, profunde, tenere, (oprecht) sincere, (vurig) intense, ardente, fervide
iemands --ste gedachten = le pensatas/pensamentos intime de un persona
dat is mijn --e overtuiging = isto es mi conviction intime/profunde
iemand -- liefhebben = amar carmente/teneremente un persona
--e contacten = contactos intime
-- verband = relation intime
--e vriendschap = amicitate tenere
mijn -- geliefde dochter = mi adorate filia
iemand -- omhelzen = imbraciar affectuosemente un persona
-- met elkaar omgaan = haber un relation affectuose
2 (REL) devote, fervente


innigheid ZN

1 intimitate, teneressa, (oprechtheid) sinceritate, (vurigheid) ardor, fervor, ferventia
2 (REL) fervor, ferventia


inning (I) ZN

1 incassamento, (van belasting) perception


inning (II) ZN

1 (SPORT) inning (E)


inningskosten ZN MV

1 costos de incassamento


innocent BN

1 innocente


innocentie ZN

1 innocentia


innovatie ZN

1 innovation


innovatief BN

1 innovative, innovator


innovatieprogramma ZN

1 programma de innovation/de modernisation


innovatietijd ZN

1 tempore de innovation


innoveren WW

1 innovar
het -- = innovation
--d werken = introducer innovationes


inoculatie ZN

1 inoculation


inoculeren WW

1 inocular
het -- = inoculation


inoefenen WW

1 apprender per le exercitio


inoffensief BN

1 inoffensive


inofficieel BN

1 non official


inoliën WW

1 olear, imbiber de oleo


inondatie ZN

1 Zie: inundatie


inontvangstneming ZN

1 reception, acceptation


inoogsten WW

1 recoltar
lof -- = reciper elogios


inoogsting ZN

1 recolta


inoperabel BN

1 inoperabile


inoperabiliteit ZN

1 inoperabilitate


inopportuun BN

1 inopportun, inappropriate, intempestive
--e opmerking = remarca inopportun


inpakken WW

1 impaccar, pacchettar, impacchettar, imballar, inveloppar, (in doos/kist/krat) incassar
het -- = imballage, inveloppamento, incassamento
de fruitverkoper pakt de sinaasappelen in = le fructero inveloppa le oranges (F)
goederen -- = imballar/impacchettar mercantias
een pakje -- = facer un pacchetto
-- en wegwezen = partir rapidemente
2 (in dikke kleren/doeken hullen) involver, inveloppar
3 (inpalmen) captar per belle parolas


inpakker ZN

1 imballator, impaccator, impacchettator


inpakking ZN

1 imballage, incassamento


inpakmachine ZN

1 imballator


inpakpapier ZN

1 papiro a/de imballar


inpakrobot ZN

1 robot (Tsj) de imballage


inpaktafel ZN

1 tabula a/de imballar


inpalmen WW

1 (toeëigenen) appropriar se, usurpar
2 (behendig winnen) captar (per belle parolas), (verleiden) seducer
het -- = captation, (verleiding) seduction


inpalming ZN

1 (toeëigening) appropriation, usurpation
2 (het behendig winnen) captation (per belle parolas), (verleiding) seduction


inpandig BN

1 incorporate in le casa/edificio, in le mesme edificio, sub le mesme tecto
--e garage = garage (F) in le mesme edificio
met --e garage = con garage (F) incorporate


inpassen WW

1 (invoegen in een bestaand geheel) inserer, insertar, incorporar, integrar
iemand in de salarisschaal -- = inserer/incorporar/placiar un persona in le scala del salarios
2 (juist passend maken) adjustar, adaptar
3 (inbouwen) incastrar
het -- = incastratura


inpassing ZN

1 (invoeging) (mbt zaken) insertion, incorporation, (mbt personen) integrar, incorporation
2 (het passend maken) adjustage, adjustamento
3 (inbouwing) incastratura


inpekelen WW

1 Zie: pekelen


inpeperen WW

1 (met peper bestrooien) coperir de pipere
(FIG) dat zal ik hem -- = ille me lo pagara
2 (met sneeuw inwrijven) fricar con nive


inperken WW

1 restringer, limitar, reducer
iemands vrijheid -- = restringer le libertate de un persona
de uitgaven -- = reducer le expensas/costos


inperking ZN

1 restriction, limitation, reduction
-- van de vrijheid = restriction del libertate


inpersen WW

1 (in elkaar persen) comprimer
het -- = compression
2 (dmv persing inbrengen) stampar
het -- = stampage


inpersing ZN

1 compression


in petto BW

1 in petto (I), in reserva


inpikken WW

1 (pakken) prender, sasir
2 (stelen) appropriar se, robar, furar
3 (doen) arrangiar, regular


inplakken WW

1 collar (in)
foto's in een album plakken = collar photo(graphia)s in un album


inplannen WW

1 introducer in le plano/programma, programmar


inplant ZN

1 (jonge aanplant) nove plantation
2 (MED) (implantatie) implant, implantation


inplanten WW

1 (in de grond zetten) plantar
het -- = plantation
2 (op het hart drukken) inculcar
3 (MED) implantar
het -- = implantation
weer -- = reimplanter
het weer -- = reimplantation


inplanting ZN

1 (handeling, toestand) implantation
2 (plaats) loco de implantation


in pleno

1 in session plenari


inpluggen WW

1 connecter, attachar {sj}
snoeren in een versterker -- = connecter le cablos a un amplificator
een koptelefoon -- = attachar un receptor de testa


inpolderen WW

1 transformar in polder (N), facer un polder (N), clauder con dicas, impolderar


inpoldering ZN

1 (handeling) transformation in polder (N), construction de un polder (N)
2 (resultaat) polder (N)


inpompen WW

1 (iemand iets leren) inculcar
2 (dmv een pomp inbrengen) pumpar (in)


inponsen WW

1 perforar


inpraten WW

1 (suggereren) suggerer, suggestionar
2 (overreden) persuader
op iemand -- = insister per tote le medios


inprating ZN

1 suggestion
2 persuasion


inprenten WW

1 inculcar, gravar in le memoria
het -- = inculcation
zich iets goed -- = mitter se un cosa in le testa/capite
iemand die een ander iets inprent = inculcator
geleidelijk -- = instillar


inprenting ZN

1 inculcation
geleidelijke -- = instillation


inprijzen WW

1
iemand de hemel -- = altiar un persona al celo


inprikken WW

1 piccar in


in print

1 imprimite
een gedicht -- = un poema imprimite


inproppen WW

1 reimpler


input ZN

1 (COMP) input (E), entrata


inquiline ZN

1 inquilina


inquisiteur ZN

1 inquisitor, judice del inquisition


inquisitie ZN

1 inquisition
van de -- = inquisitori, inquisitorial


inquisitierechters ZN MV

1 judices inquisitorial


inquisitoriaal BN

1 inquisitori, inquisitorial


inramen WW

1 inquadrar, montar (in)
dia's -- = inquadrar diapositivas


inranselen WW

1 inculcar a fortia de colpos


inregenen WW

1
het regent hier in = le pluvia entra hic


inreis ZN

1 entrata, ingresso


inreisvergunning ZN

1 permisso de entrata/de ingresso


inreisvisum ZN

1 visa de entrata/de ingresso


inrekenen WW

1 (arresteren) arrestar, apprehender
2 coperir
een brand -- = coperir un foco
3 (incalculeren) calcular, mitter in conto


inrekening ZN

1 (arrestatie) arrestation


I.N.R.I.

1 I.N.R.I. (L)


inrichten WW

1 (iets in orde brengen) arrangiar, organisar, installar
een huis -- = installar un casa
de administratie -- = organisar le administration
opnieuw -- = reinstallar
2 (gereed maken voor gebruik/bewoning) arrangiar, equipar, (huis) mobilar
de kamer anders -- = rearrangiar le camera
als slaapkamer ingericht = equipate como camera a dormir/de lecto
compleet ingerichte keuken = cocina completemente equipate
modern ingericht ziekenhuis = hospital equipate modernemente
een kerk tot sporthal -- = transformar un ecclesia in sala de sport (E)
op logé's zijn we niet ingericht = nos non es preparate pro reciper hospites
3 (regelen, ordenen) arrangiar, regular, organisar, ordinar
zijn leven -- = organisar su vita
het onderwijs anders -- = reorganisar le inseniamento


inrichting ZN

1 (aankleding) arrangiamento, installation, disposition
-- van een huis = installation de un casa
2 (niet commerciële inrichting) instituto, institution, establimento, stabilimento
penitentiaire -- = establimento penitentiari
3 (tehuis, gesticht) asylo
4 (wijze van organisatie) organisation, arrangiamento
de -- van de staat = le organisation del stato
5 (toestel) dispositivo, ingenio
6 (constructie) construction
7 (bedrijf) establimento, stabilimento
8 (voorziening) equipamento
9
(ziekenhuis) psychiatrische -- = hospital psychiatric
10 (binnenwerk van apparaat) mechanismo


inrij ZN

1 entrata, accesso


inrijden WW

1 (naar binnen rijden) entrar (in)
2 (rijdend raken) collider (con)
de auto's reden recht op elkaar in = le auto(mobile)s collideva
3 (door snel rijden tijd inhalen) reattrappar
4 (geschikt maken voor het gebruik) rodar
het -- = rodage
een auto -- = rodar un auto(mobile)


inrijdeur ZN

1 porta de entrata


inrijgen WW

1 (in iets anders rijgen) infilar
2 (nauwer maken) stringer, serrar con un lacetto
het -- = strictura


inrijperiode ZN

1 (mbt auto) periodo de rodage


inrijpoort ZN

1 grande porta de entrata


inrijstrook ZN

1 via de acceleration


inrit ZN

1 (plaats) entrata, accesso, passage
verboden -- = entrata prohibite
2 (het inrijden) entrata


inroepbaar BN

1 (JUR) (tegen een derde) opponibile


inroepen WW

1 appellar, advocar, invocar, implorar, reclamar, recurrer
de hulp -- van = appellar/advocar/invocar le auxilio/adjuta de
medische hulp -- = recurrer al adjuta medic
Gods -- inroepen = invocar le misericordia de Deo
een scheidsrechterlijke beslissing -- = submitter se al decision del arbitro, compromitter


inroeping ZN

1 appello, invocation, imploration


inroesten WW

1 oxydar se, ferruginar se, devenir ferruginose
ingeroeste vooroordelen = prejudicios inveterate
ingeroeste gewoonten = habitudes inveterate


inrollen WW

1 (rollende komen in) rolar in
de bal rolde het doel in = le ballon rolava in le goal (E)
2 (tot een rol maken) inrolar
3 (inwikkelen) rolar in, inveloppar, involver


inroosteren WW

1 includer/inserer/insertar in un horario
vrije dagen -- = includer dies/jornos libere in le horario


inruil ZN

1 (het inwisselen) cambio, (uitwisseling) excambio
tegen -- van = a cambio de
2 (inlevering van een oud produkt) reprisa


inruilauto ZN

1 auto(mobile) usate/de reprisa/de occasion
de -- bracht weinig op = nos non recipeva multo pro nostre vetule auto(mobile)


inruilen WW

1 cambiar, excambiar, (auto) facer reprender, (door ruiling verkrijgen) trocar
postzegels -- voor knikkers = trocar timbros postal pro marmores
een auto -- = cambiar de auto(mobile)


inruiling ZN

1 cambio, excambio


inruilobject ZN

1 articulo de cambio/excambio


inruilpremie ZN

1 disconto


inruilprijs ZN

1 precio de occasion/de secunde mano


inruilwaarde ZN

1 valor de cambio/excambio


inruilwagen ZN

1 Zie: inruilauto


inruimen WW

1 (ruimte maken) ceder, liberar
voor iemand een plaats -- = ceder un placia a un persona
2 (toestaan) conceder, accordar
iemand een recht -- = conceder un derecto a un persona


inrukken WW

1 (binnenrukken) entrar in, penetrar in, (binnenvallen) invader
de vijand is de stad ingerukt = le inimico ha penetrate/entrate in le urbe
2 (in de kwartieren terugkeren) retirar se
de troepen zijn weer ingerukt = le truppas se ha retirate al base
de brandweer kon spoedig weer -- = le (corpore de) pumperos poteva retirar se tosto


inrukking ZN

1 entrata, invasion


inschakelaar ZN

1 commutator


inschakelen WW

1 (invoegen) intercalar, inserer, insertar, interpolar
2 (TECHN) connecter, mitter in circuito/contacto
het licht -- = connecter le luce
het alarm -- = connecter le alarma
de computer -- = connecter le computator/computer (E)
de stroom -- = connecter le currente
3 (doen meewerken) facer appello a, mobilisar
het leger -- = mobilisar le armea, recurrer al armea
de politie -- = facer intervenir le policia
iemand weer in het arbeidsproces -- = reintegrar un persona in le labor/travalio


inschakeling ZN

1 (invoeging) intercalation, insertion, interpolation
2 (ELEKTR) connexion
3 (van mensen voor speciale dienst) mobilisation


inschalen WW

1 inserer/includer/poner in un scala (salarial)
iemand te laag -- = poner un persona troppo basse in le scala


inschaling ZN

1 classification salarial


inscharen WW

1 eroder (se)


inschatten WW

1 valutar, evalutar, estimar, supputar, judicar
te laag -- = subvalutar, subevalutar, subestimar
de situatie goed -- = valutar ben le situation
iemand verkeerd -- = judicar mal un persona


inschatting ZN

1 valutation, evalutation, estimation, supputation
-- van de mogelijke gevaren = valutation del possibile periculos
-- van de uitvoerbaarheid = evalutation del realisabilitate/facibilitate


inschenken WW

1 (uitgieten in) versar
2 (serveren) versar, servir
thee -- = servir the
iemand een drankje -- = servir un bibita a un persona
wat mag ik je --? = que pote io servir te?


inschepen WW

1 imbarcar, ir a bordo
het -- = imbarcamento, imbarcation
troepen -- = imbarcar truppas


inscheping ZN

1 imbarcamento, imbarcation
-- van troepen = imbarcamento/imbarcation de truppas


inschepingsdatum ZN

1 data de imbarcamento/de imbarcation


inschepingshaven ZN

1 porto de imbarcamento/de imbarcation


inschepingskosten ZN MV

1 costos de imbarcamento/de imbarcation


inschepingspier ZN

1 jectata de imbarcamento


inscheppen WW

1
een lepel suiker -- = adjunger un coclearata de sucro


inscherpen WW

1 (inprenten) inculcar
het -- = inculcation
iemand zijn plichten -- = inculcar a un persona le notion de su deberes
iemand die een ander iets inscherpt = inculcator


inscherping ZN

1 (inprenting) inculcation


inscheuren WW

1 facer un laceration in


inscheuring ZN

1 laceration


inschieten WW

1 (iets kwijtraken) perder
geld erbij -- = perder moneta in un cosa
het leven er bij -- = perder le vita
2 (verbrijzelen) rumper per un colpo de foco
3 (wapens testen) adjustar
kanonnen -- = adjustar le tiro del cannones
4 (niet gebeuren) non haber loco
5 (vallen in) cader in
hij is met zijn auto de sloot ingeschoten = ille ha cadite con su auto(mobile) in le fossato
6 (ergens snel binnengaan) entrar rapidemente
een zijstraat -- = entrar rapidemente in un strata lateral
7 (SPORT) (in het doel schieten) tirar/calcar in le rete
8 (WEVEN) tramar


inschikkelijk BN

1 indulgente, complacente, accommodante, acquiescente, ductibile, docile, tractabile
-- karakter = character complacente
zich -- tonen = monstrar se complacente
-- zijn = esser indulgente, indulger


inschikkelijkheid ZN

1 indulgentia, complacentia, docilitate, ductilitate, tractabilitate


inschikken WW

1 (inschuiven) serrar se
2 (toegeven) ceder, esser complacente, monstrar complacentia
beide tegenstanders wilden niet -- = le duo opponentes non voleva facer concessiones


inschoppen WW

1 (naar binnen schoppen) calcar/tirar in
2 (breken) rumper per colpos de pede
de deur -- = rumper le porta per colpos de pede


inschrift ZN

1 inscription, epigrapho


inschrijden WW

1 entrar solemnemente (in)


inschrijfbaar BN

1 inscribibile, (ook WISK) inscriptibile
een regelmatige veelhoek is -- in een cirkelomtrek = un polygono regular es inscriptibile in un circumferentia


inschrijfbiljet ZN

1 Zie: inschrijfformulier


inschrijfformulier ZN

1 formulario/scheda/folio de inscription/de registration
een -- invullen = completar/plenar un formulario de inscription


inschrijfgeld ZN

1 Zie: inschrijfkosten


inschrijfkosten ZN MV

1 costos de inscription/de registration
de -- bedragen 100 gulden = le costos de registration es cento florinos


inschrijven WW

1 inscriber, registrar
het -- = inscription, registration
weer -- = reinscriber
het weer -- = reinscription
zijn bagage laten -- = facer registrar su bagage
een lid -- = inscriber un membro
een deelnemer -- = inscriber un participante
zich voor een examen laten -- = facer inscriber se pro un examine
zich (als student, etc.) laten -- = (im)matricular se
het -- (als student, etc.) = matriculation
2 (WISK) inscriber
het -- = inscription
3 (voor aanbesteding) facer/presentar un offerta
4 (intekenen) subscriber
op een nieuwe uitgave -- = subscriber a un nove edition


inschrijver ZN

1 subscriptor
2 registrator


inschrijving ZN

1 (het opnemen in een lijst/register) inscription, registration, immatriculation
-- in het handelsregister = inscription in le registro mercantil
-- van een hypotheek = inscription/registration de un hypotheca
-- van leden = inscription/immatriculation de membros
bewijs van -- = certificato de inscription
de -- openen = aperir le inscription
2 (intekening) subscription
laatste -- 31 januari = le ultime die de subscription es le 31 de januario
3 (bij aanbesteding) offerta
laagste -- = melior offerta
--en accepteren = acceptar offertas


inschrijvingsbedrag ZN

1 amonta/summa de inscription/de registration


inschrijvingsbewijs ZN

1 certificato de inscription/registration
2 certificato de subscription


inschrijvingsformulier ZN

1 Zie: inschrijfformulier


inschrijvingsgeld ZN

1 costos de inscription/registration


inschrijvingslijst ZN

1 lista de inscription/de registration


inschrijvingsnummer ZN

1 matricula


inschrijvingsregister ZN

1 matricula


inschrijvingstermijn ZN

1 termino de inscription/de registration


inschrijvingsvoorwaarden ZN MV

1 conditiones de inscription/de registration


inschroeven WW

1 vitar


inschrompeling ZN

1 (MED) (van orgaan) involution


inschuifbaar BN

1 telescopic
--e antenne = antenna telescopic


inschuifbeker ZN

1 cuppa telescopic


inschuifladder ZN

1 Zie: uitschuifladder


inschuiftafel ZN

1 Zie: uitschuiftafel


inschuiven ZN

1 (met een schuivende beweging binnengaan) entrar
2 (er tussen plaatsen) inserer, insertar, intercalar, interpolar
het -- = insertion, intercalation, interpolation
3 (naar binnen schuiven) pulsar
een la -- = clauder un tiratorio
4 (opschuiven) serrar


inschuld ZN

1 debita active


inscriberen WW

1 inscriber


inscriptie ZN

1 (opschrift) inscription, epigrapho
-- in twee talen = inscription bilingue
een horloge met -- = un horologio con un inscription
van een -- voorzien = munir/provider de un inscription
2 (bewijs van inschrijving) certificato de inscription/registration


insectie ZN

1 incision


insectifugum ZN

1 insectifugo


insecuriteit ZN

1 insecuritate


inseinen WW

1 poner/mitter al currente, informar, instruer
ze hebben hem kennelijk ingeseind = obviemente on le ha ponite al currente


insekt ZN

1 insecto
honingvoortbrengend -- = insecto mellifere
gevleugeld -- = insecto alate
halfvleugelig -- = insecto hemiptere
versteend -- = entomolytho
--en betreffend = entomic


insektarium ZN

1 insectario


insektenbeet ZN

1 piccatura/punctura de insecto


insektenbestrijding ZN

1 campania pro le extermination de insectos


insektenbestrijdingsmiddel ZN

1 insecticida


insektenbloem ZN

1 flor entomophile


insektenbloemig BN

1 entomophile


insektenboek ZN

1 libro de insectos


insektendodend BN

1 insecticida
-- middel = insecticida


insektendoders ZN MV

1 fungos carnivore


insektenetend BN

1 insectivore, entomophage
--e planten = plantas insectivore
--e dieren = animales insectivore
--e vogel = ave insectivore


insekteneter ZN

1 animal insectivore, insectivoro, entomophago


insektenkenner ZN

1 entomologo, entomologista, insectologo


insektenkunde ZN

1 insectologia, entomologia


insektenlarve ZN

1 larva de insecto


insektenlichaam ZN

1 corpore de insecto


insektenplaag ZN

1 plaga/flagello/invasion de insectos


insektenpoeder ZN

1 pulvere insecticida


insektenrijk ZN

1 Zie: insektenwereld


insektenstaat ZN

1 societate de insectos


insektensteek ZN

1 punctura/piccatura/morsura de insecto


insektenstudie ZN

1 studio de insectos


insektenverdelger ZN

1 insecticida


insektenverzamelaar ZN

1 collectionator de insectos


insektenverzameling ZN

1 collection entomologic/de insectos


insektenwereld ZN

1 mundo del insectos


insektenwerend BN

1 insectifuge
-- middel = insectifugo


insekticide ZN

1 insecticida


insektivoor BN

1 insectivore, entomophage
--e planten = plantas insectivore


insektivoor ZN

1 insectivoro, entomophago


insektologie ZN

1 insectologia, entomologia


insektologisch BN

1 insectologic, entomologic


insektoloog ZN

1 insectologo, entomologo, entomologista


inseminatie ZN

1 insemination
kunstmatige -- = insemination artificial


inseminator ZN

1 inseminator, fecundator


insemineren WW

1 inseminar (artificialmente)
het -- = insemination


ins en outs ZN MV

1 detalios
ik ken niet alle -- van die zaak = io non sape omne detalios de iste affaire (F)


inseparabel BN

1 inseparabile


inseraat ZN

1 (bijlage) supplemento
2 (tussengevoegde mededeling) insertion


insereren WW

1 inserer, insertar


insertie ZN

1 insertion


insgelijks BW

1 equalmente, alsi, anque
prettig weekend! --! = bon fin de septimana! equalmente!


inside information ZN

1 novas de bon fonte, information confidential


insider ZN

1 initiato
alleen voor --s begrijpelijk = comprensibile/comprehensibile solmente pro initiatos


insidieus BN

1 insidiose


insigne ZN

1 insignia, ordine, decoration


insijpelen WW

1 infiltrar se
het -- = infiltration


insijpeling ZN

1 infiltration


insinuatie ZN

1 insinuation
grove -- = insinuation crude
lasterlijke -- = insinuation calumniose
de --s negeren = disdignar le insinuationes


insinueren WW

1 insinuar
het -- = insinuation
iemand die insinueert = insinuator
--de woorden = parolas insinuante, insinuationes


insipide BN

1 insipide


insisteren WW

1 insister


in situ BW

1 in situ (L)
een plant -- bestuderen = studiar un planta in situ


inslaan WW

1 (door slaan breken) rumper, fracassar
een ruit -- = rumper un vitro
iemand de hersens/harses/schedel -- = rumper/fracassar le capite/testa a un persona
2 (in voorraad nemen) facer provision de, approvisionar se, facer un stock (E) de, (opslaan) immagazinar
drank -- = approvisionar se de bibitas
3 (omvouwen) replicar
een mouw -- = replicar un manica
4 (indrijven) introducer, (spijker) clavar
5 (aanbrengen) stampar
6 (nuttigen) ingurgitar, prender
7 (WEVEN) (de ketting --) tramar
8 (met een slag in iets doordringen) cader
de bliksem is hier ingeslagen = le fulmine ha cadite hic
als een bom -- = cader como un bomba, venir como un fulmine a celo seren
9 (een richting nemen) prender, tornar in, entrar in
de weg -- naar = prender le cammino de
een straat -- = prender/tornar in/entrar un strata
10 (FIG) haber successo, haber effecto, facer impression
die opmerking sloeg in = iste remarca ha facite sensation
-- bij het publiek = haber successo ante le publico


inslaapmiddel ZN

1 hypnotico


inslag ZN

1 (in weefsel) trama
(FIG) dat is schering en -- = isto es le pan de cata die
2 (het met een slag doordringen) impacto, impaction
de -- van meteorieten = le impacto de meteorites
plaats van -- = loco/puncto de impacto
3 (mbt waren) approvisionamento, provision, stock (E)
4 (strekking, tendens) tendentia
partij met een fascistische -- = partito con un tendentia/de tendentia fascista
in de brochure zit een duidelijk commerciële -- = in le brochure (F) il ha un clar tendentia commercial


inslagdraad ZN

1 (WEVEN) (filo de) trama


inslagkrater ZN

1 crater de impacto


inslagzijde ZN

1 (WEVEN) sete de trama


inslapen WW

1 (indutten) addormir se
doen -- = addormir
2 (sterven) morir, deceder


inslapertje ZN

1 (middel om in te slapen) medio pro addormir se, soporifico
2 (fantasiegedachte) phantasma ante le somno


inslecht BN

1 odiose, ignobile, perverse


inslijpen WW

1 (door slijpen aanbrengen) taliar in, gravar in
2 (passend slijpen) affilar


inslikken WW

1 glutir, inglutir, deglutir, ingurgitar
het -- = inglutimento, deglutition, ingurgitation


inslikking ZN

1 inglutimento, deglutition, ingurgitation


inslingeren WW

1 lancear in


inslinken WW

1 Zie: slinken


inslinking ZN

1 Zie: slinking


inslippen WW

1 glissar se in


inslokken WW

1 mangiar/biber avidemente/gluttemente


inslorpen WW

1 sorber, absorber


inslorping ZN

1 absorption


insluimeren WW

1 addormir se
doen -- = addormir


insluimering ZN

1 somnolentia


insluipen WW

1 entrar/introducer se/insinuar se (clandestinmente/furtivemente) in
de kinderen sluipen het huis in = le infantes entra furtivemente in le casa
er is een fout in de berekening geslopen = il se ha introducite un error in le calculo
een ingeslopen misbruik = un abuso que se ha introducite pauco a pauco in le mores


insluiper ZN

1 persona qui entra furtivemente, intruso


insluiping ZN

1 entrata/introduction clandestin/furtive, intrusion
diefstal met -- = furto sin effraction


insluipsel ZN

1 abuso/habito que se ha introducite (lentemente)


insluiten WW

1 (bijvoegen) junger, adjunger, includer, inserer
in de brief -- = includer in le littera
een formulier -- = adjunger un formulario
ik sluit hier een briefje voor je zuster in = io junge un parve littera pro tu soror
2 (omsingelen, belegeren) investir, blocar, assediar, incircular, cinger
3 (omgeven) circumferer
het binnenplein wordt door de gebouwen geheel ingesloten = le corte interior es completemente circumferite de edificios
4 (opsluiten) carcerar, incarcerar
5 (bevatten) continer, comprender, comprehender, implicar
in een vloeistof ingesloten gasbellen = bullas de gas continite in un liquido
dit sluit niet in dat = isto non implica que


insluiting ZN

1 (belegering) investimento, assedio, incirculamento
2 (mbt brief) inclusion
3 (in een mineraal) inclusion


insluitingsleger ZN

1 armea de investimento/de assedio/de incirculamento


insluitingstroepen ZN

1 truppas de investimento/de assedio/de incirculamento


insluizen WW

1 facer entrar in un esclusa


inslurpen WW

1 sorber, absorber


inslurping ZN

1 absorption


insmelten WW

1 (smeltend invoegen) funder in, incorporar in


insmeren WW

1 lubricar, lubrificar, unctar, linir
met vet -- = ingrassar
met olie -- = olear
met vaseline -- = unctar con vaselina, vaselinar
met teer -- = catranar
met zeep -- = saponar
met wrijfpommade -- = pomadar, embrocar
zal ik je rug even --? = esque io te da un pauco/un poco de crema al humeros/spatulas?


insmijten WW

1 jectar in, lancear in
2 rumper per colpos de petra


insmokkelen WW

1 importar contrabando


insneeuwen WW

1
(naar binnen sneeuwen) het sneeuwt in op zolder = le nive entra a transverso le tecto
2 (door sneeuw ingesloten worden) esser blocate per/in le nive


insnijden WW

1 (een snede maken in) facer un incision/intalio/sectura, incider, incisar, insecar, intaliar, scarificar
een wond -- = incisar un plaga, facer un incision in un plaga
de bast van een boom -- = incisar le cortice de un arbore, scarificar un arbore
een boom voor harswinning -- = intaliar un arbore pro obtener resina
2 (door snijden aanbrengen in) gravar
zijn naam -- = gravar su nomine


insnijding ZN

1 incision, intalio, sectura, (ANAT ook) incisura
2 (BOUWK) glypho
3 (GEOL) indentation
--en van een rotsachtige kust = indentationes de un litoral roccose
4 (van blad) indentation


insnijdmes ZN

1 bisturi


insnoeren WW

1 (vernauwen) stringer, constringer, render plus stricte
een bloedvat -- = constringer un vasculo sanguinee
2 (inrijgen) laciar


insnoerend BN

1 constrictive, constringente


insnoering ZN

1 (handeling) constriction
2 (plaats) constriction


insnuiven ZN

1 respirar, aspirar


insolatie ZN

1 insolation


insolent BN

1 insolente


insolentie ZN

1 insolentia


insolide BN

1 (onvast) pauco/poco solide/resistente
2 (onbetrouwbaar) pauco/poco digne de confidentia/fiducia


insolvabel BN

1 insolvente


insolvabiliteit ZN

1 insolventia


insolvabiliteitsverzekering ZN

1 assecurantia contra insolventia


insolvent BN

1 insolvente
--e debiteur = debitor insolvente
iemand -- verklaren = declarar insolvente un persona


insolventie ZN

1 insolventia


insolventverklaring ZN

1 declaration de insolventia


insomnie ZN

1 insomnia


insoppen WW

1 molliar


inspannen WW

1
(zijn kracht aanwenden) zich -- = effortiar se, facer un effortio, facer effortios, dar se pena
al zijn krachten -- = facer un supreme effortio/tote su effortios
zijn hersens -- = facer un effortio mental
zich dubbel -- = reduplar su effortios
zich sterker -- = accentuar su effortio
hij moet zich flink -- om de deur open te krijgen = ille debe facer un grande effortio pro aperir le porta
2 (trekdieren) attachar {sj}, harnesar
een paard -- = harnesar un cavallo
3 (mbt proces) intentar


inspannend BN

1 fatigante, extenuante, ardue
een -- werk = un labor/travalio ardue
corrigeren is een -- werk = corriger es un labor/travalio fatigante


inspanning ZN

1 (het aanwenden van kracht) effortio
geestelijke -- = effortio intellectual/mental
bovenmenselijke -- = effortio superhuman/suprahuman
hun gezamelijke --en = lor effortios conjuncte/conjugate
een -- belonen = recompensar/premiar un effortio
zijn --en op iets richten = orientar su effortios verso un cosa
alle --en bleven tevergeefs = tote le effortios ha essite in van
dat kost veel -- = isto costa/exige multe effortio
de -- belonen = premiar le effortio


in spe

1 futur, proxime, in herba
mijn schoonzus -- = mi futur soror affin


inspecteren WW

1 (controleren) inspectar, inspicer, facer un inspection de, controlar, visitar
de troepen -- = inspectar le truppas
de slaapzalen -- = facer le inspection del dormitorios
2 (monsteren) passar in revista
de troepen -- = passar le truppas in revista


inspecteur ZN

1 inspector, controlator, supervisor, visitator
-- van politie = inspector de policia
-- bij het middelbaar onderwijs = inspector del inseniamento secundari
-- bij een verzekeringsmaatschappij = inspector de assecurantias/de un compania de assecurantia
-- generaal = inspector general
ambt van -- = inspectorato


inspecteur-generaal ZN

1 inspector general


inspecteurschap ZN

1 inspectorato


inspectie ZN

1 (controle) inspection, visita
vluchtige -- = inspection rapide
grondige -- = inspection a fundo
-- van een schip = inspection de un nave
een -- houden = facer un inspection
2 (wapenschouwing) inspection, revista
3 (dienst van het op- en toezicht over iets) inspection, inspectorato
4 (ambtsgebied van een inspecteur) inspectorato


inspectiebezoek ZN

1 visita de inspection/del inspector


inspectiedienst ZN

1 inspection, inspectorato


inspectieluik ZN

1 (in vloer) trappa de inspection


inspectiereis ZN

1 viage de inspection


inspectietocht ZN

1 tour (F) de inspection


inspectoraat ZN

1 (ambt) inspectorato, inspection
2 (ambtsgebied) inspectorato


inspelen WW

1 (geschikt maken voor het gebruik) preparar, (MUZ) essayar, preluder, (DRAM) essayar
de nieuwe snaren van een gitaar -- = essayar le nove chordas de un guitarra {gi}/gitarra
(SPORT) zich -- = preparar se
(SPORT) goed op elkaar ingespeeld zijn = formar un bon equipa
2 (vooruit lopen op) anticipar
3 (reageren op) reager (a)
-- op een behoefte = responder a un necessitate, saper facer uso de un besonio


inspijkeren WW

1 clavar in, fixar con clavos


inspinnen WW

1 inveloppar in filos
de spin had het vliegje ingesponnen = le aranea habeva inveloppate le musca in su tela
2
zich -- = mitter/poner se in le cocon (F)


inspiratie ZN

1 (bezieling) inspiration
een voortdurende bron van -- = un fonte constante de inspiration
goddelijke -- = inspiration divin
-- opdoen = inspirar se, haber un inspiration
2 (inademing) inspiration, inhalation


inspiratiebron ZN

1 fonte de inspiration


inspirator ZN

1 inspirator, instigator


inspiratorisch BN

1 inspiratori
--e medeklinker = consonante inspiratori
-- spreken = parlar inspiratorimente


inspireren WW

1 (bezielen) inspirar, enthusiasmar, infunder enthusiasmo a
een geïnspireerd kunstenaar = un artista inspirate
geïnspireerd pianospelen = esser un pianista inspirate
2 (modelleren naar) basar (super)
een film geïnspireerd op de gelijknamige roman = un film (E) basate super le libro del mesme nomine


inspirerend BN

1 inspirante, inspiratori, stimulante, enthusiasmante, vivificante
-- betoog = discurso inspirante/stimulante
-- werken = esser inspirante/stimulante, inspirar, stimular


inspraak ZN

1 participation
de -- van de arbeiders = le participation del obreros
-- eisen = exiger participation
-- bevorderen = incoragiar participation
de -- van zijn hart volgen = sequer le inclinationes/impulsos de su corde


inspraakprocedure ZN

1 procedura/procedimento de participation


inspraakronde ZN

1 opportunitate de participation del publico


inspreken BN

1 (inboezemen) insufflar, infunder, inspirar
iemand moed -- = insufflar/infunder corage a un persona, incoragiar un persona
2 (spreken in) registrar
een boodschap -- in het antwoordapparaat = registrar un message in le responditor automatic
boeken -- voor een blindenbibliotheek = registrar libros pro un bibliotheca Braille


inspringen WW

1 (invallen) suppler, substituer, reimplaciar, prender le placia de
voor een collega -- = substituer/reimplaciar un collega
2 (zich meer naar binnen uitstrekken) esser/star retro, receder
het huis springt hier in = le casa sta retro in iste loco
3 (met een sprong inkomen) saltar in, salir in
de Maas -- = saltar in le Mosa
4 (inhaken op) adherer (a)
deze firma is ingesprongen op de laatste ontwikkelingen op modegebied = iste firma ha sequite le ultime evolutiones del moda
5 (DRUKK) indentar


inspringend BN

1 entrante, recedente
--e hoek = angulo entrante
--e muur = muro recedente


inspringing ZN

1 (DRUKK) indentation


inspuitdruk ZN

1 pression de injection


inspuiten WW

1 (een injectie geven) injicer, injectar, syringar
het oor -- = injicer/injectar/syringar le aure
serum bij iemand -- = injicer/injectar sero a un persona, facer injectiones de sero a un persona


inspuiting ZN

1 (handeling) injection
onderhuidse -- = injection hypodermic/hypodermatic/subcutanee
2 (dat wat ingespoten wordt) injection


inspuitmondstuk ZN

1 injector de benzina


inspuitmotor ZN

1 motor a injection


inspuitsysteem ZN

1 (van motor) systema de injection


inspuittoestel ZN

1 injector


inspuwen WW

1 spuer in, sputar in


instaan WW

1 responder (de), garantir
wij staan er voor in dat = nos garanti que
niet voor de gevolgen -- = non responder del consequentias
niet voor het resultaat -- = non garantir le resultato
-- voor de kwaliteit van een produkt = responder del qualitate de un producto
voor de echtheid van iets -- = garantir le/responder del authenticitate de un cosa
nergens voor -- = garantir nihil
voor een borg -- = certificar un caution
de directie staat niet in voor eventuele schade = le direction non assume le responsabilitate de eventual damnos


instabiel BN

1 instabile, labile
-- evenwicht = equilibrio instabile
--e constructie = construction instabile
-- karakter = character instabile


instabiliteit ZN

1 instabilitate, labilitate
politieke -- = instabilitate politic


installateur ZN

1 installator
de -- van onze centrale verwarming = le persona qui ha installate nostre calefaction central
erkend -- = installator recognoscite


installatie ZN

1 (inauguratie, bevestiging in ambt) installation, inauguration
2 (plaatsing van technische toestellen) installation, montage
-- van een wasmachine = installation de un machina a/de lavar
3 (technische toestellen) installation, dispositivo, apparato, equipamento


installatieaanwijzingen ZN MV

1 indicationes de installation


installatiebureau ZN

1 officio de installationes


installatiekosten ZN MV

1 costo(s) de installation


installatiemateriaal ZN

1 material de installation


installatieplechtigheid ZN

1 solemnitate/ceremonia de installation/de inauguration


installatievoorschriften ZN MV

1 prescriptiones de installation


installeren WW

1 (inaugureren, in ambt bevestigen) installar, inaugurar
2 (voor het gebruik gereed maken) installar, montar
een wasmachine -- = installar un machina a/de lavar
de autoradio -- = montar le autoradio
3 (plaatsen, vestigen) installar, stabilir, establir
zich behaaglijk -- = installar se commodemente


instampen WW

1 (door stampen indrijven) introducer per colpos/per le pede(s), figer
palen -- = figer palos
2 (inprenten) inculcar
het -- = inculcation
de onregelmatige werkwoorden -- = inculcar le verbos irregular


instamperij ZN

1 Zie: instamping-2


instamping ZN

1 (indrijving door stampen) introduction per colpos/per le pede(s)
2 (inprenting) inculcation


instandhouder ZN

1 mantenitor, perpetuator


instandhouding ZN

1 conservation, mantenentia, mantenimento, preservation, (het voortzetten) perpetuation
-- van de bestaande orde = mantenentia del ordine establite
-- van de dijken = mantenentia/conservation del dicas
-- van een monument = conservation de un monumento
-- van een beweging = conservation de un movimento
-- van een traditie = perpetuation de un tradition
-- van de soort = conservation/perpetuation/preservation del specie


instant BN

1 instantanee


instantie ZN

1 (JUR) (aanleg) instantia
in eerste -- dachten wij dat het waar was = initialmente/in prime instantia nos pensava que illo esseva ver
in tweede -- = in secunde instantia
in laatste -- = in ultime instantia
een hogere -- = un instantia superior
2 (dringend verzoek) instantia, insistentia
3 (orgaan) servicio, autoritate, organismo
openbare --s = autoritates public
bevoegde --s = autoritates competente
de betrokken --s op de hoogte brengen = informar le autoritates concernite
zich tot een hogere -- wenden = diriger se a un autoritate superior


instantkoffie ZN

1 caffe instantanee/solubile


instant-oplossing ZN

1 solution instantanee


instantsoep ZN

1 suppa instantanee


instapkaart ZN

1 carta de accesso (a bordo)


instappen WW

1 (mbt voertuig) montar
in een vliegtuig stappen = montar a bordo de un avion
in de trein stappen = montar in un traino
vlug -- = montar rapidemente
2 (binnenstappen) entrar in
3 (meedoen aan) adherer a


instaptoets ZN

1 test (E) de entrata/de ingresso/de admission


in statu nascendi

1 in statu nascendi (L)


insteek ZN

1 entresol (F)


insteekkamer ZN

1 Zie: insteek


insteekvenster ZN

1 mezzanin


insteekverdieping ZN

1 mezzanin


insteken WW

1 mitter in, poner in, introducer in
een draad -- = infilar un agulia
zijn neus overal -- = mitter le naso in toto


instelbaar BN

1 adjustabile, regulabile, adaptabile
--e ring = anello adjustabile/regulabile
turbine met --e schoepen = turbina a palas adjustabile/regulabile
vooraf -- = adjustabile in avantia


instelbaarheid ZN

1 adjustabilitate, regulabilitate, adaptabilitate


instelcondensator ZN

1 condensator adjustabile


instellen WW

1 (oprichten) fundar, instituer, constituer, instaurar, eriger, crear, formar, convocar, stabilir, establir
een commissie -- = instituer/constituer/crear/formar un commission
een traditie -- = fundar un tradition
een prijs -- = instituer un premio
een leerstoel -- = instituer un cathedra universitari
een belasting -- = stabilir/establir/crear un imposto
nieuwe bisdommen -- = instituer nove dioceses
2 (beginnen) aperir, comenciar, initiar, (JUR) intentar
een onderzoek -- = comenciar/aperir/facer un inquesta/recerca/investigation, investigar
een vervolging tegen iemand -- = proceder contra un persona
3 (regelen, afstellen) regular, adjustar, programmar
het contrast van de tv -- = regular le contrasto del television
de tv is niet goed ingesteld = le television besonia adjustamento
een camera (scherp) -- = focalisar un camera
een microscoop -- = adjustar/focalisar un microscopio
de wasmachine is ingesteld op het wasprogramma voor bontgoed = le lavator ha essite programmate pro pannos colorate
4
(FIG) zich -- op = preparar se a/pro


insteller ZN

1 fundator, instaurator, creator, erector, establitor


instelling ZN

1 (het oprichten) fundation, constitution, erection, creation, stabilimento, establimento, instauration, institution
-- van een commissie = constitution de un commission
-- van een nieuw ministerie = creation de un nove ministerio
-- van de Olympische Spelen = institution/instauration del Jocos Olympic
2 (mbt toestellen) regulation, adjustamento
automatische -- = regulation automatic
3 (organisatie, instituut) instituto, institution, fundation, stabilimento, establimento
openbare -- = institution/stabilimento/establimento public
een -- oprichten = crear un instituto
democratische --en = institutiones democratic
internationale --en = institutiones international
kerkelijke -- = institution religiose
politieke -- = institution politic
-- van liefdadigheid, liefdadige -- = institution de caritate
-- voor hoger onderwijs = establimento/stabilimento de inseniamento superior
tot een -- maken = institutionalisar
een -- worden = institutionalisar se
het tot een -- maken, het tot -- worden = institutionalisation
4 (mentaliteit) attitude, spirito, mentalitate, disposition
kritische -- = spirito critic/de examine
negatieve -- = attitude negative
positieve -- = attitude positive
materialistische -- = mentalitate/disposition materialistic
een zakelijke -- hebben = haber un mentalitate commercial, haber un approche {s} commercial
de juiste -- hebben voor iets = haber le mentalitate appropriate/le spirito juste pro un cosa


instelloep ZN

1 lupa adjustabile


instelraam ZN

1 quadro adjustabile


instelschaal ZN

1 scala de adjustamento


instelschroef ZN

1 vite de adjustamento


instemmen WW

1 (goedkeuren) esser de accordo (con), approbar, assentir, consentir, adherer, acquiescer, dar acceptation, sympathisar (con)
stilzwijgend met iets -- = consentir tacitemente a un cosa
met een verzoek -- = consentir a un requesta
met een voorstel -- = approbar un proposition
geheel met iemand -- = esser completemente de accordo con un persona
met iemands bezwaren -- = supportar le objectiones de un persona


instemmend BN

1 approbative, approbatori, acquiescente, assentiente, consentiente
-- gemompel = rumor/murmure approbatori/de approbation
--e houding = attitude consentiente


instemming ZN

1 accordo, approbation, assentimento, consenso, consentimento, adhesion, acquiescentia, adhesion
blijken van -- = signos/monstras de consentimento/de approbation
algemene -- = consenso/consentimento/approbation general/ unanime
het voorstel vond -- bij de andere leden = le proposition esseva approbate per le resto del membros
de motie vond algemene -- = le motion esseva approbate generalmente
zijn -- betuigen met = dar su adhesion a, esser de accordo con, manifestar su approbation, approbar, adherer a
zijn -- aan een plan onthouden = non approbar un plano
de -- van de kiezers verkrijgen = obtener le consenso del electorato


instigatie ZN

1 instigation, incitation
op -- van = a/per instigation de


instigator ZN

1 instigator, fomentator, excitator


instigeren WW

1 instigar, incitar


instijgen WW

1 (stijgend ingaan) montar (in)
de ballon steeg de lucht in = le ballon montava in le celo
2 (in een voertuig stappen) montar (in un avion/traino/autobus/auto, etc.)


instikken WW

1 stringer
een rok -- = stringer un gonna/gonnella


instillatie ZN

1 instillation


instinct ZN

1 (natuurlijke aandrift) instincto
-- tot zelfbehoud = instincto de conservation
-- van dieren, dierlijk -- = instincto animal/bestial
lage --en = instinctos basse
zijn -- volgen = sequer su proprie instincto
aan zijn --en toegeven = ceder al natura
zijn --en beteugelen = frenar su instinctos
bij -- = per instincto, instinctivemente
2 (intuïtie) instincto, intuition
het vrouwelijk -- = le intuition feminin
hij daar een -- voor = ille ha un naso pro tal cosas


instincthandeling ZN

1 action instinctive


instinctief BN

1 instinctive, (PSYCH) instinctual
--e beweging = movimento instinctive
-- acto = instinctieve handeling
-- gebaar = gesto instinctive
-- gedrag = comportamento instinctive
--e afkeer = aversion instinctive
-- handelen = ager per instincto


instinctiviteit ZN

1 instinctivitate
-- van het moe-dergevoel = instinctivitate del sentimento materne


instinctleven ZN

1 vita instinctive


instinctmatig BN

1 instinctive, (PSYCH ook) instinctual
-- gebaar = gesto instinctive
--e handeling = action instinctive
-- gedrag = comportamento/conducta instinctual
-- handelen = ager instinctivemente


instinctmatigheid ZN

1 instinctivitate


instinken WW

1
er -- = esser dupate, cader in le insidia


institueren WW

1 instituer, fundar, estabilir, stabilir, crear


instituten ZN MV

1 (ROM RECHT) institutas


institutie ZN

1 institution


institutionaliseren WW

1 institutionalisar
een gebruik -- = institutionalisar un uso/usage/consuetude


institutionalisering ZN

1 institutionalisation
-- van een gebruik = institutionalisation de un uso/usage/consuetude


institutionalisme ZN

1 institutionalismo


institutionalist ZN

1 institutionalista


institutioneel BN

1 institutional
--e crisis = crise/crisis institutional
--e beleggers = investitores institutional


instituut ZN

1 instituto, institution, officio
de kerk als -- = le ecclesia como institution
sinologisch -- = instituto sinologic
biologisch -- = instituto biologic/de biologia
meteorologisch -- = officio meteorologic
het Instituut voor Nederlandse Lexicologie = le Instituto de Lexicologia Nederlandese


instituutsbeheerder ZN

1 administrator/gerente del instituto


instituutsbibliotheek ZN

1 bibliotheca de un instituto


instomen WW

1
de schepen stomen de haven in = le naves entra in le porto


instoppen WW

1 (induwen) mitter (in), pulsar (in), figer (in)
je moet er een euro -- = tu debe mitter un euro in illo/in le apparato
2 (toedekken) coperir, involver, inveloppar
warm -- = coperir ben


instore BN

1 in le magazin
-- reclame = publicitate in le magazin


instormen WW

1 entrar precipitemente (in), facer irruption (in)


instorten WW

1 (doen instromen) versar
graan in een zak storten = versar grano in un sacco
2
(REL) een genade -- = infunder un gratia
3 (neerstorten) laber, collaber, cader in ruina(s)
op -- staan = periclitar
het dak stortte boven zijn hoofd in = le tecto collabeva super su testa/capite
(FIG) de huizenmarkt is ingestort = le mercato immobiliari ha collabite
4 (een inzinking krijgen) laber, collaber
(van een zieke) weer -- = recader


instorting ZN

1 collapso
2 (van een zieke) recadita, collapso


instortingsgevaar ZN

1 risco de collapso


instoten WW

1 (door stoten doen indringen) figer
2 (naar binnen stoten) pulsar in
3 (door stoten breken) rumper
een ruit -- = rumper un vitro


instouwen WW

1 (SCHEEP) stivar
het -- = stivage
2 (mbt eten) inglutir, ingurgitar


instouwing ZN

1 (SCHEEP) stivage
2 (mbt eten) inglutimento


instromen WW

1 fluer in, affluer in, entrar in


instroom ZN

1 affluxo, influxo, affluentia
-- van eerstejaars studenten = affluxo/affluentia de studentes/studiantes de prime anno


instructeur ZN

1 instructor


instructie ZN

1 (onderwijs) instruction, inseniamento
geprogrammeerde -- = inseniamento programmate
2 (aanwijzing) instruction, ordine, prescription, consigna, notitia
iemand --s geven = dar instructiones a un persona
strenge --s hebben = haber instructiones/ordines stricte
de --s opvolgen = sequer le instructiones, conformar se al instructiones, observar le consigna
de --s nauwkeurig opvolgen = sequer le instructiones strictemente/al pede del littera
nieuwe --s uitvaardigen = dar nove instructiones/ordines
(handleiding) technische -- = notitia technic
--s voor de computer = instructiones pro le cumputator/computer (E)
3 (JUR) instruction
rechter van -- = judice de instruction, instructor
-- van strafzaken = instruction judiciari


instructiebad ZN

1 piscina de instruction


instructieboekje ZN

1 libretto de instructiones


instructief BN

1 instructive, educative, maestrative


instructiefilm ZN

1 film (E) de instruction


instructiemateriaal ZN

1 material de instruction


instructiereis ZN

1 viage de instruction


instructieschip ZN

1 nave schola


instructie-sequentie ZN

1 sequentia de instructiones


instructieset ZN

1 joco/set (E) de instructiones


instructievlucht ZN

1 volo de instruction


instrueren WW

1 (onderrichten, op de hoogte brengen) instruer, inseniar
het -- = instruction
goed/slecht geïnstrueerd = ben/mal instruite
2 (instructies geven) instruer, dar instructiones
3 (JUR) instruer
het -- = instruction
een proces -- = instruer un processo


instruering ZN

1 instruction, briefing (E)


instrument ZN

1 instrumento, apparato, machina, utensile, dispositivo, ingenio
gevoelige --en = instrumentos de precision
optisch -- = instrumento optic
chirurgisch -- = instrumento chirurgic
astronomisch -- = instrumento astronomic
natuurkundig -- = instrumento physic
--en aflezen = controlar instrumentos
2 (MUZ) instrumento
concerterende --s = instrumentos concertante
een -- bespelen = sonar un instrumento


instrumentaal BN

1 instrumental
--e muziek = musica instrumental
-- recitatief = recitativo instrumental


instrumentair BN

1 instrumentari
--e getuigen = testes instrumentari


instrumentalis ZN

1 caso instrumental


instrumentalisme ZN

1 instrumentalismo


instrumentalist ZN

1 (MUZ) instrumentista, instrumentalista
2 (FIL) instrumentista, instrumentalista


instrumentarium ZN

1 instrumentos


instrumentatie ZN

1 (MUZ) instrumentation, orchestration
2 (TECHN) instrumentation


instrumentenbord ZN

1 pannello de instrumentos


instrumentendoos ZN

1 cassa de instrumentos


instrumentenfabriek ZN

1 fabrica de instrumentos


instrumentenkast ZN

1 armario de instrumentos


instrumentenkunde ZN

1 instrumentation


instrumentenlanding ZN

1 (LUCHTV) atterrage automatic


instrumentenpaneel ZN

1 Zie: instrumentenbord


instrumententas ZN

1 sacco de instrumentos


instrumentenvliegen WW

1 Zie: blindvliegen


instrumenteren WW

1 (JUR) instrumentar
het -- = instrumentation
2 (MUZ) instrumentar, orchestrar
het -- = instrumentation, orchestration


instrumentering ZN

1 (JUR) instrumentation
2 (MUZ) instrumentation, orchestration


instrumentmaker ZN

1 constructor/fabricante de instrumentos


instuderen WW

1 studiar


instudering ZN

1 studio


instuif ZN

1 (feestje) festa informal
2 (vorm van jeugdwerk) centro aperte pro juvenes


instuiven WW

1 entrar precipitemente
2
het stuift hier erg in = le vento face entrar multe pulvere


instulpen WW

1 incurvar
2 (BIOL, MED) invaginar
het -- = invagination


instulping ZN

1 incurvation
2 (BIOL, MED) invagination, (van darm) intussusception


insturen WW

1 (inzenden) inviar
een schilderij voor een tentoonstelling -- = inviar un pictura a un exposition
de oplossing van de kruiswoordpuzzel -- = inviar le solution del cruciverba
2 (naar binnen sturen) facer entrar in, conducer in
een schip de haven -- = facer entrar un nave in le porto
3 (zenden naar een plaats) inviar
4
iemand het bos -- = poner/mitter un persona super un false pista


instuwen WW

1 (SCHEEP) stivar
het -- = stivage


insubordinatie ZN

1 insubordination, indisciplina, refusa de obedientia, disobedientia deliberate
-- plegen = committer insubordination


insuffen WW

1 addormir se, haber sopor
boven een boek -- = addormir se super un libro


insufficiënt BN

1 insufficiente, deficiente


insufficiëntie ZN

1 insufficientia, (tekortkoming) deficientia


insufflatie ZN

1 insufflation


insufflator ZN

1 insufflator


insulair BN

1 insular
Engelands --e positie = le position insular/le insularitate del Regno Unite


insulinase ZN

1 insulinase


insuline ZN

1 insulina


insuline-injectie ZN

1 injection de insulina


insulinetherapie ZN

1 insulinotherapia


insult ZN

1 (belediging) insulto, offensa, injuria, affronto
2 (MED) crise, crisis, attacco
epileptisch -- = crise epileptic/de epilepsia
apoplectisch -- = attacco apoplectic/de apoplexia


insultatie ZN

1 insulto, offensa, affronto, injuria


insulteren WW

1 insultar, offender, injuriar, affrontar


in summa BW

1 in summa


insurgent ZN

1 insurgente


insurrectie ZN

1 insurrection


insussen WW

1 addormir


inswinger ZN

1 ballon/balla con effecto interior


intabuleren WW

1 (in een register) registrar


intact BN

1 intacte, inalterate
iets -- laten = lassar intacte un cosa, lassar un cosa como illo es


intake ZN

1 (lijst met gegevens) lista/registro de datos
2 (lijst van ontvangen goederen) lista/registro de mercantias
3 Zie: intakegesprek


intakegesprek ZN

1 intervista preliminar, intervista super le admission in le hospital


intanden WW

1 indentar
het -- = indentation


intanding ZN

1 indentation


intapen WW

1 (MED, SPORT) applicar un banda (auto)adhesive, bandar


intappen WW

1 versar


intarsia ZN

1 (soort inlegwerk) intarsia


inteelt ZN

1 maritage consanguinee, endogamia
-- bedrijvend = endogame
2 (BIOL) selection consanguinee, inbreeding (E)


inteeltdegeneratie ZN

1 degenerescentia/degeneration consanguinee/de inbreeding (E)


inteeltpopulatie ZN

1 population consanguinee


integendeel BW

1 al contrario


integer BN

1 integre, eque, equitabile, incorrupte, incorruptibile, honeste, honorabile, probe
--e rechter = judice eque/incorruptibile


integraal ZN

1 integral
volledige -- = integral complete
bepaalde -- = integral definite
onbepaalde -- = integral indefinite
oneigenlijke -- = integral improprie
de -- berekenen van = calcular le integral de, integrar
het berekenen van de -- = integration


integraal BN

1 integral, complete
--e betaling = pagamento integral
--e geneeskunde = medicina integral
--e editie = edition integral/complete
een tekst -- uitgeven = publicar un texto integralmente/in un edition integral


integraalband ZN

1 (van boek) copertura integral


integraalcosinus ZN

1 cosinus integral


integraalfunctie ZN

1 function integral


integraalhelm ZN

1 casco integral/de un pecia


integraalkromming ZN

1 curvatura integral


integraalrekening ZN

1 calculo integral


integraalsinus ZN

1 sino integral


integraalteken ZN

1 signo de integral


integraaltransformatie ZN

1 transformation integral


integraalvergelijking ZN

1 equation integral


integralisme ZN

1 integralismo


integralist ZN

1 integralista


integralistisch BN

1 integralista, integralistic


integrant BN

1 integrante


integrant ZN

1 function integrabile


integratie ZN

1 (opneming in het geheel) integration
de Europese -- = le integration/unification europee
de -- van minderheden in de maatschappij = le integration de minoritates in le societate
de -- op gang brengen = stimular le integration
voorstander van -- = integrationista
naar -- strevend = integrationista
horizontale -- = integration horizontal
2 (WISK) integration
partiële -- = integration partial


integratiebeleid ZN

1 politica de integration
een actief -- voeren = conducer un politica active de integration


integratieconstante ZN

1 constante de integration


integratiedichtheid ZN

1 densitate de integration


integratief BN

1 integrative
--e norm = norma integrative


integratieproces ZN

1 processo de integration


integrator ZN

1 integrator
incrementele -- = integrator incremental


integreerbaar BN

1 integrabile
(WISK) --e functie = function integrabile


integreerbaarheid ZN

1 integrabilitate


integreren WW

1 (volledig maken) integrar, completar
2 (tot een geheel samenvoegen) integrar, unificar
twee bedrijven -- = integrar duo interprisas/companias
3 (WISK) integrar
4 (tot één geheel worden) integrar se
die mensen integreren gemakkelijk in de maatschappij = iste gente se integra facilemente in le societate


integrerend BN

1 integrante, integral, essential
een -- deel uitmaken van = formar parte integrante/integral de


integriteit ZN

1 (ongeschonden toestand) integritate
territoriale -- = integritate territorial
lichamelijke -- = integritate physic
2 (onkreukbaarheid) integritate, honestate, honestitate, incorruptibilitate, probitate
-- van een rechter = incorruptibilitate de un judice
iemand -- in twijfel trekken = mitter/poner in dubita le integritate de un persona
zijn -- bewaren = mantener/conservar/guardar su integritate
3 (onschendbaarheid) integritate, inviolabilitate


integument ZN

1 (in)tegumento


intekenaar ZN

1 subscriptor
-- op aandelen = subscriptor de actiones


intekenbiljet ZN

1 formulario de subscription, folio de adhesion


intekenen WW

1 (subscriberen) subscriber
-- voor een som van honderd gulden = subscriber pro le summa de cento florinos
op de zesde druk van het woordenboek Nederlands-Interlingua -- = subscriber al sexte edition del dictionario Nederlands-Interlingua
2 (inschrijven) inscriber, registrar
3 (tekenend aanbrengen) designar


intekening ZN

1 (handeling) subscription
bij -- op de gehele reeks ontvangt u een waardevol geschenk = si vos subscribe a tote le serie vos va reciper un presente de valor
2 (geval) inscription, registration


intekenlijst ZN

1 lista de subscription
een -- laten rondgaan = facer circular un lista de subscription


intekenprijs ZN

1 precio de subscription
-- vóór verschijning = precio ante le publication


intellect ZN

1 (verstand) intellecto, intelligentia
scherp -- = intellecto acute
verwerking door het -- = intellectualisation
(FIL) het kennen door het -- = intellection
2 (intellectuelen) intellectuales, intelligentsia (R)
de vertegenwoordigers van het -- = le representantes del intelligentsia
3 (persoon mbt zijn verstand) intellecto, intelligentia


intellectualisering ZN

1 intellectualisation


intellectualisme ZN

1 (wereldbeschouwing) intellectualismo
2 (verstandelijkheid) intellectualismo


intellectualist ZN

1 (aanhanger van het intellectualisme) intellectualista
2 (nuchter verstandsmens) intellectualista


intellectualistisch BN

1 intellectualista, intellectualistic


intellectualiteit ZN

1 intellectualitate


intellectualiter BW

1 intellectualmente


intellectueel BN

1 intellectual
--e arbeid = labor/travalio intellectual
--e gaven = donos intellectual
--e ontwikkeling = disveloppamento intellectual
--e leven = vita intellectual
--e vorming = formation/education intellectual
--e uitwisseling = intercambio intellectual
--e instelling = cerebralitate
--e begaafd = dotate intellectualmente, intelligente
--e klasse = intelligentsia (R)
-- verwerken = intellectualisar


intellectueel ZN

1 (iemand met hoge ontwikkeling) intellectual
2 (MV) (intelligentsia) intellectuales, intelligentsia (R)


intelligent BN

1 intelligente
niet -- = inintelligente
--e leerling = alumno intelligente
-- gezicht = visage/facie intelligente


intelligentie ZN

1 intelligentia, intellecto
kunstmatige -- = intelligentia artificial
sociale -- = intelligentia social
practische -- = intelligentia practic
buitengewone -- = intelligentia exceptional
door -- schitteren = brilliar per su intelligentia
iemand met een matige -- = mediocritate


intelligentieniveau ZN

1 grado de intelligentia, nivello intellectual/mental


intelligentieonderzoek ZN

1 Zie: intelligentietest


intelligentiepeil ZN

1 Zie: intelligentieniveau


intelligentiequotiënt, I.Q. ZN

1 quotiente intellectual/mental/de intelligentia, Q.I.


intelligentietest ZN

1 test (E) psychometric/de intelligentia


intelligentsia ZN

1 intelligentsia (R)


intelligibel BN

1 intelligibile
--e wereld = mundo intelligibile


intempestief BN

1 intempestive


intendance ZN

1 (rentmeesterschap) intendentia, administration (de benes)
2 (korps ambtenaren) intendentia
3
(MIL) militaire -- = intendentia militar


intendance-officier ZN

1 officiero del intendentia


intendant ZN

1 intendente
-- van het paleis = intendente del palatio
kantoor/bureau van een/het ambt van -- = intendentia


intendantschap ZN

1 intendentia


intenderen WW

1 intender


intens BN

1 intense, forte
--e vreugde = gaudio/joia intense
-- verlangen = desiro/desiderio intense
--e afkeer = aversion intense
--e pijn = dolor acute
-- genieten = gauder intensemente
-- gelukkig = intensemente felice
-- moe zijn = esser exhauste/extenuate


intensheid ZN

1 intensitate


intensief BN

1 intensive
-- landbouw = agricultura intensive
-- bodemgebruik = cultura intensive
-- werkwoord = verbo intensive
--e reclame = campania publicitari intensive
-- contact onderhouden met iemand = haber contactos intensive con un persona
-- gebruik maken van iets = facer un uso intensive de un cosa, usar un cosa intensivemente


intensief ZN

1 (TAAL) intensivo, verbo intensive


intensifiëren WW

1 intensificar


intensifiëring ZN

1 intensification, augmentation del intensitate


intensiteit ZN

1 intensitate
de -- verhogen van = intensificar
-- van een magnetisch veld = intensitate de un campo magnetic


intensiteitsaccent ZN

1 accento de intensitate


intensitometer ZN

1 intensitometro


intensive care ZN

1 intensive care (E)
op de -- liggen = esser in intensive care


intensive care afdeling ZN

1 unitate de intensive care (E)


intensiveren WW

1 intensificar
het -- = intensification


intensivering ZN

1 intensification


intentie ZN

1 intention
oprechte --s = intentiones sincer
de -- hebben om = haber le intention de
2 (KERK) intention
mis tot -- van = missa al intention de


intentieverklaring ZN

1 declaration de intention(es)/de principio


intentionaliteit ZN

1 intentionalitate


intentioneel BN

1 intentional


interacademiaal BN

1 interacademic


interactie ZN

1 interaction


interactief BN

1 interactive
-- systeem = systema interactive
-- robot(E) = robot(E) interactive
--e televisie = television interactive
-- werken = functionar interactivemente


interalveolair BN

1 interalveolar


interatomair BN

1 interatomic
--e afstand = distantia interatomic
--e wisselwerking = interaction interatomic


interbancair BN

1 interbancari


interbellum ZN

1 periodo interbellic/inter duo guerras


intercalatie ZN

1 intercalation


intercaleren WW

1 intercalar


intercapillair BN

1 intercapillar


intercedent ZN

1 intermediario, mediator
als -- werken bij een uitzendbureau = esser empleate como un intermediario in un agentia de empleo interimari


intercederen WW

1 (als bemiddelaar optreden) interceder, mediar
2 (een goed woord doen) interceder, mediar
voor iemand -- = interceder pro un persona


intercellulair BN

1 intercellular
-- vocht = fluido/liquido intercellular
--e ruimte = spatio intercellular


intercepteren WW

1 interceptar


interceptie ZN

1 intercep(ta)tion


interceptieraket ZN

1 missile/rocchetta de intercep(ta)tion


interceptor ZN

1 (radartoestel) intercept(at)or de radar, radar de intercept(at)ion
2 (vliegtuig) intercept(at)or


intercessie ZN

1 intercession


intercity ZN

1 traino expresse, expresso, traino intercity (E)


intercitylijn ZN

1 linea (ferree) intercity (E)


intercitynet ZN

1 rete ferroviari intercity (E)


intercitytrein ZN

1 Zie: intercity


interclaviculair BN

1 interclavicular


intercom ZN

1 interphono
iets over de -- omroepen = annunciar un cosa per le interphono


intercominstallatie ZN

1 installation de interphono


intercommunaal BN

1 intercommunal, interurban
--e telefoondienst = servicio telephonic interurban


intercomsysteem ZN

1 systema de interphono


interconfederaal BN

1 interconfederal


interconfessioneel BN

1 interconfessional
-- con-gres = congresso interconfessional
--e betrekkingen = relationes inter le ecclesias


intercontinentaal BN

1 intercontinental
-- raket = missile intercontinental
--e luchtlijn = linea aeree intercontinental
--e vluchten = volos intercontinental


intercostaal BN

1 intercostal
--e neuralgie = neuralgia intercostal


intercultureel BN

1 intercultural


intercurrent BN

1 intercurrent
--e hartslag = pulso intercurrente
--e ziekten = maladias intercurrente


intercutaan BN

1 intercutanee


interdentaal ZN

1 consonante interdental


interdentaal BN

1 interdental


interdepartementaal BN

1 interdepartimental
--e commissie = commission interdepartimental


interdependentie ZN

1 interdependentia


interdict ZN

1 (verbod) interdiction, interdicto, prohibition
2 (R.K.) interdicto
het -- uitspreken over = pronunciar le interdicto contra, interdicer
een -- uitvaardigen = promulgar un interdicto


interdictie ZN

1 interdiction, prohibition


interdiffusie ZN

1 interdiffusion


interdigitaal BN

1 interdigital


interdiocesaan BN

1 interdiocesan
-- beraad = consultation(es) interdiocesan


interdisciplinair BN

1 interdisciplinari
-- karakter van het onderzoek = character interdisciplinari del recerca(s)/investigation


interen BN

1 mangiar su capital/su sparnios, etc.


interessant BN

1 interessante
-- boek = libro interessante
niet -- = ininteressante
dat is hoogst -- = isto es de un interesse extraordinari
2 (voordelig) interessante, avantagiose
--e aanbieding = offerta interessante


interesse ZN

1 (belangstelling) interesse, attention, curiositate
-- tonen voor iemand = monstrar interesse pro un persona
hebt u -- voor deze kast? = esque vos es interessate in iste armario?
gebrek aan -- = manco de interesse, disinteresse
2 (belang) interesse


interessegebied ZN

1 campo/sphera de interesse
dat valt buiten zijn -- = isto es foras/foris su campo de interesse


interessent ZN

1 persona interessate


interesseren WW

1 interessar
geld interesseert me niet = le moneta non me interessa
zich -- voor = interessar se a/in, prender interesse a/in, esser interessate a/in
zich niet meer -- voor = disinteressar se de


interest ZN

1 interesse
drie maanden -- = tres menses de interesse
samengestelde -- = interesse composite
enkelvoudige -- = interesse simple/simplice


interestbedrag ZN

1 amonta de interesse


interestberekening ZN

1 calculo/calculation del interesse


intereuropees BN

1 intereuropee
--e commissie = commission intereuropee
--e samenwerking = cooperation intereuropee


interface ZN

1 (COMP) interface (E), interfacie


interfacultair BN

1 de un facultate combinate/pluridisciplinari


interfaculteit ZN

1 facultate combinate/pluridisciplinari
de -- van aardrijkskunde en prehistorie = le facultate combinate de geographia e prehistoria


interfasciculair BN

1 interfascicular
-- cambium = cambio interfascicular


interfase ZN

1 interphase


interfederaal BN

1 interfederal
--e vergadering = reunion interfederal
-- pact = pacto interfederal


interfemoraal BN

1 interfemoral


interferentie ZN

1 interferentia
-- van moedertaal en vreemde taal = interferentia del linguas materne e estranier
constructieve -- = interferentia constructive
destructieve -- = interferentia destructive
selectieve -- = interferentia selective


interferentiefilter ZN

1 filtro interferential


interferentiekleuren ZN MV

1 colores de interferentia


interferentiemeting ZN

1 interferometria


interferentiemicroscoop ZN

1 microscopio interferential/de interferentia


interferentiespectrograaf ZN

1 spectrographo interferential


interferentiestreep ZN

1 frangia de interferentia


interferentieverschijnsel ZN

1 phenomeno de interferentia


interfereren WW

1 interferer
het -- = interferentia


interfererend BN

1 interferente


interferogram ZN

1 interferogramma


interferometer ZN

1 interferometro
akoestische -- = interferometro acustic


interferometrie ZN

1 interferometria
holografische -- = interferometria holographic


interferometrisch BN

1 interferometric
--e metin-gen = mesurationes interferometric


interferon ZN

1 interferon


interfibreus BN

1 interfibrose


interfoliëren WW

1 interfoliar


intergalactisch BN

1 intergalactic
--e ruimte = spatio intergalactic


intergeallieerd BN

1 interalliate


intergemeentelijk BN

1 intercommunal, intermunicipal
-- huisvestingsbeleid = politica intermunicipal de allogiamento


interglaciaal BN

1 interglacial, interglaciari
--e tijdvakken = periodos/eras interglacial/interglaciari


interglaciaal ZN

1 periodo/era/phase interglacial/interglaciari


interglandulair BN

1 interglandular


interglanglionair BN

1 interganglionar


intergouvernamenteel BN

1 intergovernamental


interhemisferisch BN

1 interhemispheric


interieur ZN

1 (ook KUNST) interior


interieurontwerper ZN

1 decorator de interiores


interieurverlichting ZN

1 exclaration del interior


interim ZN

1 interim
minister ad -- = ministro interimari/ad interim


interimaandeel ZN

1 action interimari


interimaat ZN

1 interim
onder het -- van = durante le interim de


interimadvies BN

1 consilio provisori/provisional
een -- uitbrengen over iets = dar un consilio provisori super un cosa


interimair BN

1 interimari
--e minister = ministro interimari


interimbestuur ZN

1 interim, direction provisori/provisional/interimari


interimdirecteur ZN

1 director provisori/provisional/interimari


interimdividend ZN

1 dividendo interimari/interime/provisional


interimrapport ZN

1 reporto provisori/provisional


interimregeling ZN

1 regulamento provisori/provisional


interimregering ZN

1 governamento provisori/provisional/ad interim


interimverslag ZN

1 Zie: interimrapport


intering ZN

1 diminution


interinsulair BN

1 interinsular
-- verkeer = traffico interinsular


interjectie ZN

1 interjection


interkerkelijk BN

1 inter le ecclesias, interconfessional, interecclesiastic
-- overleg = deliberationes inter le ecclesias
Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) = Consilio Interecclesiastic pro le Pace


interkoloniaal BN

1 intercolonial


interlabiaal BN

1 interlabial


interland(wedstrijd) ZN

1 match (E)/partita international


interlineair BN

1 (tussen de regels gedrukt/geschreven) interlinear
--e vertaling = traduction interlinear
2 (met regels wit doorschoten) interlinear


Interlingua ZN EIGN

1 (taal van I.A.L.A.) Interlingua
Wereldbond voor -- = Union Mundial pro Interlingua, U.M.I.
2 (taal van G.Peano) Interlingua, Latino sine Flexione


Interlingua-conferentie ZN

1 Conferentia de Interlingua


Interlingua-cursus ZN

1 curso de Interlingua


Interlingua-vereniging ZN

1 societate pro Interlingua


interlinguïst ZN

1 interlinguista


interlinguïstiek ZN

1 interlinguistica


interlinguïstisch BN

1 interlinguistic


interlinie ZN

1 (regelafstand) interlinea
2 (regel wit) interlinea


interliniëren WW

1 interlinear
het -- = interlineation


interliniëring ZN

1 interlineation


interlock ZN

1 (dubbel breigoed) interlock
2 (ondergoed) subvestimento interlock


interlocutie ZN

1 judicamento/sententia interlocutori


interlocutoir BN

1 interlocutori
-- vonnis = judicamento/sententia interlocutori
een -- vonnis uitspreken = interloquer


interlocutor ZN

1 interlocutor


interlokaal BN

1 interurban, intercommunal
-- telefoongesprek = appello (telephonic)/telephonata interurban/intercommunal


interludium ZN

1 interludio


intermediair ZN

1 (bemiddeling) mediation, intervention
2 (intermedium) intermediario
3 (bemiddelaar) intermediario, mediator


intermediair BN

1 (tussenliggend) intermediari
2 (voorbijgaand) transitori
3 (bemiddelend) intermediari, mediatori


intermedium ZN

1 (tijd) intervallo
2 (persoon) intermediario, mediator


intermembraneus BN

1 intermembranose


intermenselijk BN

1 interhuman, interindividual
--e communicatie = communication (inter)human
psychologie van de --e relaties = psychologia interindividual


intermenstrueel BN

1 intermenstrual


intermezzo ZN

1 intermezzo (I), interludio, intermedio, entracte (F), interacto
2 (afdwaling) digression, incidente


interministerieel BN

1 interministerial
--e vergadering = reunion interministerial
-- plan = projecto interministerial


intermissie ZN

1 (tussentijd) intermission, intervallo


intermittentie ZN

1 intermittentia


intermitteren WW

1 intermitter


intermitterend BN

1 intermittente, periodic
-- parasitisme = parasitismo intermittente
--e koorts = febre intermittente
--e wrijving = friction intermittente
--e bron = fonte intermittente
--e schakelaar = interruptor a intermittentia
-- karakter = intermittentia


intermoleculair BN

1 intermolecular
--e krachten = fortias intermolecular
--e wisselwerking = interaction intermolecular


intermusculair BN

1 intermuscular


intern BN

1 (inwonend) interne
--e leerling = alumno interne
2 (mbt een staat/organisatie) interne
(COMP) -- geheugen = memoria interne
3 (mbt het lichaam) interne
--e geneeskunde = medicina interne
--e secretie = secretion interne
--e ziekten = maladias interne
uitsluitend voor -- gebruik = exclusivemente pro uso interne


intern ZN

1 (kostschoolleerling, arts) interno


internaat ZN

1 internato, pensionato


internaatopvoeding ZN

1 education in un internato


internationaal BN

1 international
--e taal = lingua international
--e overeenkomst = accordo/convention international
--e conferentie = conferentia international
--e politiek = politica international
--e trein = traino international
-- karakter = character international, internationalitate
een debat op -- niveau gaan voeren = internationalisar un debatto
een gebied onder -- gezag plaatsen = internationalisar un zona/un territorio


international ZN

1 (SPORT) jocator international
2 (onderneming) compania/interprisa multinational


Internationale ZN

1 (arbeidersverbond) International
2 (strijdlied) International


internationalisatie ZN

1 internationalisation
de -- van een conflict verhinderen = impedir le internationalisation de un conflicto


internationaliseren WW

1 internationalisar
het -- = internationalisation


internationalisering ZN

1 internationalisation


internationalisme ZN

1 internationalismo


internationalist ZN

1 internationalista


internationalistisch BN

1 internationalista, internationalistic


internationaliteit ZN

1 internationalitate


interneren WW

1 internar
het -- = internamento
politieke vluchtelingen -- = internar refugiatos politic


internering ZN

1 internamento
-- van politieke vluchtelingen = internamento de refugiatos politic


interneringskamp ZN

1 campo de internamento


Internet ZN

1 Internet


internist ZN

1 internista


internodaal BN

1 internodal
--e cel = cellula internodal


internodium ZN

1 internodio


internuntiatuur ZN

1 internunciatura


internuntius ZN

1 internuncio, nuncio interimari
waardigheid/zetel van een -- = internunciatura


interoceanisch BN

1 interoceanic
--e kanaal = canal interoceanic
--e spoorlijn = linea ferroviari interoceanic


interoceptief BN

1 interoceptive


interpalpebraal BN

1 interpalpebral


interpariëtaal BN

1 interparietal
-- been = osso interparietal


interparlementair BN

1 interparlamentari
--- commissie = commission interparlamentari
Interparlementaire Unie = Union Interparlamentari


interpellant ZN

1 interpellante, interpellator


interpellatie ZN

1 interpellation
recht van -- = derecto de interpellation


interpelleren WW

1 interpellar
de minister -- = interpellar le ministro


interpenetratie ZN

1 interpenetration


interplanetair BN

1 interplanetari
--e ruimte = spatio interplanetari
--e nevel = nebulosa interplanetari
-- verkeer = traffico interplanetari
--e reizen = viages interplanetari
--e vlucht = volo interplanetari


Interpol ZN EIGN

1 Interpol


interpolatie ZN

1 (inlassing in een tekst) interpolation, insertion
2 (WISK) interpolation
circulaire -- = interpolation circular


interpolatieformule ZN

1 formula de interpolation


interpolator ZN

1 interpolator


interpoleerbaar BN

1 interpolabile


interpoleren WW

1 (ook WISK) interpolar
het -- = interpolation


interponeren WW

1 (tussenplaatsen) interponer


interpositie ZN

1 interposition


interpreet ZN

1 interprete
een goed -- van de muziek van Bach = un bon interprete del musica de Bach


interpretabel BN

1 interpretabile


interpretabiliteit ZN

1 interpretabilitate


interpretatie ZN

1 (uitleg) interpretation, explication, explanation
enge -- = interpretation restrictive
ruime -- = interpretation ample
-- van een wetsartikel = interpretation de un articulo de lege
foute/verkeerde/averechtse -- = misinterpretation
een eigen -- aan iets geven = interpretar un cosa a su maniera, dar su proprie version de un cosa
zijn verklaring is voor meer dan één -- vatbaar = su explanation es aperte a/admitte plus de un sol interpretation
2 (vertolking, uitbeelding) interpretation
een fraaie -- = un belle interpretation


interpretatief BN

1 interpretative


interpreteerbaar BN

1 interpretabile


interpreteerbaarheid ZN

1 interpretabilitate


interpreteren WW

1 (uitleggen) interpretar, explicar, explanar
dit gedicht kun je zo niet -- = iste poema non pote esser interpretate de iste maniera
hoe zou je deze passage -- ? = como interpretarea tu iste passage?
de wet ruim -- = dar un large interpretation del lege
verkeerd -- = interpretar mal, misinterpretar
het verkeerd -- = misinterpretation
2 (vertolken, uitbeelden) interpretar
een muziekstuk -- = interpretar un pecia/morsello de musica


interpretering ZN

1 Zie: interpretatie


interprovinciaal BN

1 interprovincial


interpsychologie ZN

1 interpsychologia


interpuncteren WW

1 punctuar


interpunctie ZN

1 (plaatsing van leestekens) punctuation
2 (leestekens) signos de punctuation, punctuation
-- aanbrengen in een tekst = punctuar un texto


interpunctiesysteem ZN

1 systema de punctuation


interpunctieteken ZN

1 signo de punctuation


interpungeren WW

1 punctuar
een tekst -- = punctuar un texto


interraciaal BN

1 interracial
--e gemeenschap = communitate interracial


interregionaal BN

1 interregional
-- initiatief = initiativa interregional


interregnum ZN

1 interregno


interrelatie ZN

1 interrelation


interrenaal BN

1 interrenal


interrogatie ZN

1 interrogation


interrogatief BN

1 (vragend voornaamwoord) pronomine interrogative
2 (vragende vorm) forma interrogative


interrogatief BN

1 interrogative


interrogeren WW

1 interrogar


interrumperen WW

1 interrumper
iemand die interrumpeert = interruptor


interruptie ZN

1 interruption
aanhoudende --s = interruptiones continue


interruptiemicrofoon ZN

1 microphono de intervention (in le parlamento)


interruptor ZN

1 interruptor (de currente), rheotomo


interscapulair BN

1 interscapular


interscolair BN

1 interscholar
-- toernooi = torneo interscholar


intersectie ZN

1 (doorsnijding, kruising) intersection
2 (snijpunt) intersection
3 (doorsnee) intersection


interseks ZN

1 hermaphrodito, androgyno


interseks ZN

1 intersexo


interseksualiteit ZN

1 intersexualitate


interseksueel BN

1 intersexual, androgyne


interspinaal BN

1 interspinal


interstellair BN

1 interstellar, intersideral
--e ruimte = spatio interstellar/intersideral
--e materie = materia interstellar
--e afstanden = distantias interstellar
-- gas = gas interstellar


intersteriliteit ZN

1 intersterilitate


interstitie ZN

1 interstitio


interstitieel BN

1 interstitial
-- weefsel = texito interstitial
--e ontsteking = inflammation interstitial
-- water = aqua interstitial
--e cel = cellula interstitial
-- atoom = atomo interstitial


intersubjectief BN

1 intersubjective


intersubjectiviteit ZN

1 intersubjectivitate


intertaal ZN

1 interlingua
de -- betreffend = interlingual


intertribaal BN

1 intertribal


intertropisch BN

1 intertropical


interval ZN

1 (tussenpoos) intervallo
ruitenwisser met -- = essugavitros intermittente
2 (opening, gaping) intervallo, spatio
3 (WISK) intervallo
open -- = intervallo aperte
gesloten -- = intervallo clause
met regelmatige --len = a/con intervallos regular
4 (MUZ) intervallo
muzikaal -- = intervallo musical
diatonisch -- = intervallo diatonic
atonaal -- = intervallo atonal
chromatisch -- = intervallo chromatic


intervalvulair BN

1 intervalvular


intervasculair BN

1 intervascular


interveniëren WW

1 intervenir


interventie ZN

1 (ook POL en MIL) intervention
de Russische -- in Afghanistan = le intervention russe in Afghanistan
voorstander van -- = interventionista
-- voorstaand = interventionista


interventiemacht ZN

1 fortias de intervention


interventiepolitiek ZN

1 interventionismo


interventieprijs ZN

1 precio de intervention


interventietroepen ZN MV

1 truppas/fortias de intervention


interventionisme ZN

1 (POL, EC) interventionismo


interventionist ZN

1 interventionista


interversie ZN

1 interversion
-- van de bewijslast = interversion del carga de proba/prova


intervertebraal BN

1 intervertebral
-- gewricht = articulation intervertebral


interverteren WW

1 interverter
het -- = interversion


interview ZN

1 interview (E), intervista
een -- geven = dar un interview/intervista
iemand een -- afnemen = interviewar un persona


interviewen WW

1 interviewar


interviewer ZN

1 interviewer (E), intervistator


interviewtechniek ZN

1 technica pro interviewar/del interview (E)


intervocalisch BN

1 intervocalic
--e verbinding = liaison (F) intervocalic


interzonaal BN

1 interzonal


intestaat BN

1 (zonder geldig testament) intestate
-- erfgenaam = herede/hereditario intestate


intestaat ZN

1 intestato


intestinaal BN

1 intestinal


intiem BN

1 intime
-- hoekje = angulo intime
-- etentje = repasto intime
-- gesprek = conversation intime
-- karakter = intimitate
--e vriendin = amica intime
in --e kring = in le intimitate
-- met iemand zijn = esser in intimitate con un persona
zij gaan -- met elkaar om = illes es amicos intime, il existe inter illes un grande intimitate
haar --ste gedachten = su pensatas/pensamentos le plus intime


intiemspray ZN

1 disodorante intime


intifada ZN

1 intifada


intijds BW

1 a tempore


intikken WW

1 (inslaan) rumper
een ruit -- = rumper un vitro
2 (COMP) (intoetsen) introducer (datos)


intimatie ZN

1 (dagvaarding) intimation


intimidatie ZN

1 intimidation
weerstand bieden aan -- = resister al intimidationes
door -- zorgen dat iemand zijn mond houdt = intimidar un persona a silentio


intimidatiemethode ZN

1 methodo de intimidation


intimidatiepoging ZN

1 tentativa de intimidation


intimidatiestrijdmacht ZN

1 fortia de dissuasion, dissuasor


intimidatievoetbal ZN

1 football (E) de bluff (E)


intimideren BN

1 intimidar
het -- = intimidation
iemand met bedreigingen -- = intimidar un persona per menacias


intimiderend BN

1 intimidante, intimidatori
--e woorden = parolas intimidatori


intimisme ZN

1 intimismo


intimist ZN

1 intimista


intimistisch BN

1 intimista
--e literatuur = litteratura intimista
--e schilderkunst = pictura intimista


intimiteit ZN

1 intimitate, interioritate


intimmeren WW

1 fracassar
iemand de hersens -- = fracassar le cranio de un persona


intimus ZN

1 amico intime


intituleren WW

1 intitular


intocht ZN

1 entrata, ingresso
zegevierende -- = entrata/ingresso triumphal
-- van Sinterklaas = entrata de Sancte Nicolaus
zijn -- doen = facer su entrata/ingresso, entrar, ingressar
de koning doet zijn -- = le rege face su entrata/ingresso


intoetsen WW

1 (COMP) introducer (datos)


intolerabel BN

1 intolerabile


intolerant BN

1 (onverdraagzaam) intolerante
2 (MED) intolerante


intolerantie ZN

1 (onverdraagzaamheid) intolerantia
godsdienstige -- = intolerantia religiose
ideologische -- = intolerantia ideologic
2 (MED) intolerantia


intomen WW

1 bridar, frenar, constringer, comprimer, temperar, moderar
zijn hartstochten -- = constringer su passiones
zijn geestdrift -- = frenar/moderar su enthusiasmo
iemands agressiviteit -- = temperar le aggressivitate de un persona


intonatie ZN

1 (MUZ) (het inzetten van de toon) intonation
2 (stembuiging) (cambiamento de) tono, intonation, modulation, inflexion
vragende -- = intonation interrogative


intoneren WW

1 intonar


intoneur ZN

1 accordator


intoxicatie ZN

1 intoxication


intra VZ

1 intra


intra-alveolair BN

1 intra-alveolar


intra-articulair BN

1 intra-articular


intra-atomair BN

1 intra-atomic
--e fysica = physica intra-atomic
--e energie = energia intra-atomic


intra-auraal BN

1 intra-aural


intracardiaal BN

1 intracardiac
--e injectie = injection intracardiac


intracellulair BN

1 intracellular
--e parasiet = parasito intracellular


intracerebraal BN

1 intracerebral


intracervicaal BN

1 intracervical


intracommunautaire BN

1 intracommunitari


intradermaal BN

1 intradermic
--e injectie = injection intradermic


intrados ZN

1 intrados


intragastrisch BN

1 intragastric


intralinguaal BN

1 intralingual


intramoleculair BN

1 intramolecular
--e krachten = fortias intramolecular


intramuraal BN

1 intramural


intramusculair BN

1 intramuscular
--e injectie = injection intramuscular
een geneesmiddel -- toedienen = injectar/injicer/syringar un medicina per via intramuscular


intranasaal BN

1 intranasal


intransigent ZN

1 persona intransigente


intransigent BN

1 intransigente


intransitief BN

1 intransitive
-- werkwoord = verbo intransitive


intransitief ZN

1 verbo intransitive


intranucleair BN

1 intranuclear
--e krachten = fortias intranuclear


intrappen WW

1 (trappend breken) rumper per colpos de pede
(FIG) een open deur -- = demonstrar un evidentia
2
(zich laten beetnemen) er -- = lassar se dupar


intrarectaal BN

1 intrarectal


intrarenaal BN

1 intrarenal


intrascrotaal BN

1 intrascrotal


intraspinaal BN

1 intraspinal


intratellurisch BN

1 intratelluric


intratesticulair BN

1 intratesticular


intratumoraal BN

1 intratumoral


intra-uterien BN

1 intra-uterin
--e voorbehoedsmiddelen = anticonceptivos/contraceptivos intra-uterin
-- leven = vita intra-uterin


intravaginaal BN

1 intravaginal


intravasculair BN

1 intravascular


intraveneus BN

1 intravenose
--e injectie = injection intravenose
--e voeding = alimentation intravenose
-- inspuiten = injectar/injicer/syringar per via intravenose/intravenosemente


intravertebraal BN

1 intravertebral


intravesicaal BN

1 intravesical


intrazonaal BN

1 intrazonal


intrede ZN

1 (binnenkomst) entrata, ingresso
zijn -- doen = facer su entrata/ingresso, entrar, ingressar
de -- van Spanje in de Europese Unie = le entrata de Espania in le Union Europee
2 (ambtsaanvaarding) entrata in functiones
3 (aanvang) comencio, comenciamento, principio


intrede-antifoon ZN

1 invitatorio


intreden WW

1 (binnengaan) entrar in
2 (mbt tijdruimten) comenciar
een periode van grote hitte was ingetreden = il habeva comenciate un periodo de multe calor


intredezang ZN

1 (REL) introito


intreerede ZN

1 discurso inaugural/de inauguration/de entrata/de ingresso


intrek ZN

1 sojorno
zijn -- nemen in = allogiar se in, installar se in


intrekbaar BN

1 (JUR) (herroepbaar) revocabile, annullabile, abrogabile, retractabile, rescindibile, rescissibile
2 (nagels, etc.) retractabile, retractile
--e voelsprieten = antennas retractile
--e nagels = ungues/ungulas retractile


intrekbaarheid ZN

1 (nagels, etc.) retractabilitate, retractilitate


intrekken WW

1 (gaan inwonen bij) ir viver con, installar se in (le casa) de
2 (binnentrekken) entrar in
3 (opgezogen worden door) esser absorbite, infiltrar se (in), penetrar
de verf moet nog -- = le vernisse debe ancora absorber se
4 (krimpen) contraher se
5 (terugtrekken) retirar, retraher, retractar
de loopplank -- = retirar le passarella/planca
de benen -- = retirar le gambas
6 (terugnemen, afschaffen) revocar, retirar, retractar, retraher, cancellar, annullar, supprimer, disdicer, abrogar, abolir, contramandar, abandonar, rescinder
een belofte -- = retirar/retractar un promissa
een wetsontwerp -- = retirar/abandonar un projecto de lege
een wet -- = abrogar un lege
een krediet -- = revocar un credito
een offerte -- = annullar un offerta
een decreet -- = abolir un decreto
aandelen -- = cancellar actiones
bankbiljetten -- = retirar billetes de banca
een vergunning -- = retirar un licentia
een verlof -- = cancellar un permisso
zijn woorden -- = revocar su parolas, disdicer se
7 (nagels, voelsprieten) retractar, retraher
zijn voelsprieten -- = retractar/retraher le antennas
zijn nagels -- = retractar/retraher le ungues
die/dat ingetrokken kan worden = retractabile


intrekking ZN

1 (samentrekking) contraction
2 (inzuiging) absorption, infiltration
3 (herroeping, afschaffing) revoco, revocation, cancellation, suppression, abolimento, abrogation, disdicimento, retraction, rescission
-- van een benoeming = revoco de un nomination
4 (van nagels) retraction


intrepiditeit ZN

1 intrepiditate


intrest ZN

1 Zie: interest


intreurig BN

1 multo/summemente/extrememente triste, tristissime


intricaat BN

1 intricate


intriest BN

1 Zie: intreurig


intrigant ZN

1 intrigante, machinator


intrigant BN

1 (arglistig) intrigante


intrige ZN

1 (kuiperij) intriga, intrico, machination, cabala, maneo, manovras, (samenzwering) complot, conspiration
politieke -- = intriga politic
netwerk van --s = rete de intrigas
een -- beramen = tramar un intriga
2 (LIT) intriga, fabula
-- van een tragedie = fabula de un tragedia


intrigeren WW

1 (kuipen) intrigar, intricar, complotar, conspirar, insidiar, cabalar
2 (boeien) intrigar, intricar, fascinar, captivar, incantar
dat gedicht intrigeert me = iste poesia me intriga


intrigerend BN

1 intrigante


intrigeroman ZN

1 roman de intriga


intrigestuk ZN

1 comedia de intriga


intrinsiek BN

1 intrinsec
--e waarde van een munt = valor intrinsec de un moneta
--e viscositeit = viscositate intrinsec
--e halfgeleider = semiconductor intrinsec


intro ZN

1 (Afk.: introductie) introduction


introducé ZN

1 introducito, invitato, convitato, accompaniante
elk lid mag één -- meebrengen = cata membro potera introducer un accompaniante


introduceren WW

1 (inleiden) introducer, (voorstellen) presentar
iemand -- bij de vereniging = presentar un persona al club (E)
iemand -- in invloedrijke kringen = introducer un persona in circulos influente
het -- = introduction, presentation
2 (invoeren) introducer, lancear
het -- = introduction
nieuwe ideeën -- = introducer/lancear nove ideas


introductie ZN

1 (eerste kennismaking) introduction, (het voorstellen) presentation
de -- van nieuwe leden = le presentation de nove membros
iemand een -- meegeven = dar un littera de introduction a un persona
2 (ook MUZ) (inleiding) introduction
3 (het in zwang/op de markt brengen) introduction
-- van een nieuw artikel = introduction de un nove articulo


introductiebrief ZN

1 littera de introduction/de presentation


introductiedag ZN

1 die de orientation/introduction, die aperte


introductief BN

1 introductive


introductiefase ZN

1 phase de introduction


introductiekaart ZN

1 carta de introduction


introductieprijs ZN

1 precio de introduction


introductieweek ZN

1 septimana de orientation


introeven WW

1 triumphar


introgressie ZN

1 introgression


introgressief BN

1 introgressive
--e hybridisatie = hybridation introgressive


introïtus ZN

1 (intredezang) introito
2
(MED) -- vaginae = orificio vaginal


introjectie ZN

1 introjection


intron ZN

1 intron


intronisatie ZN

1 inthronisation


introrse BN

1 introrse
-- meeldraad = stamine introrse


introspectie ZN

1 introspection
aan -- onderwerpen = introspicer


introspectief BN

1 introspective
--e psychologie = psychologia introspective


introspectivisme ZN

1 psychologia introspective


introuwen WW

1 entrar per maritage in un familia
mijn schoondochter trouwt bij ons in = post su maritage mi filia affin veni habitar con nos


introversie ZN

1 introversion


introvert BN

1 introvertite
--e persoon = introvertito


introvert ZN

1 introvertito


intrusie ZN

1 intrusion


intrusiegesteente ZN

1 rocca intrusive/de intrusion


intrusiemiddel ZN

1 agente de intrusion


intubateur ZN

1 intubator


intubatie ZN

1 intubation


intueren WW

1 intuer


intuimelen WW

1 cader in


intuinen WW

1 cader in le insidia, esser dupate


intuïtie ZN

1 intuition, instincto, flair (F)
vrouwelijke -- = intuition feminin
feilloze -- = intuition infallibile
op zijn -- afgaan = ager secundo su intuition
bij -- = per intuition, intuitivemente
bij -- begrijpen/weten = intuer


intuïtief BN

1 intuitive, instinctive
--e kennis = saper/cognoscentia/cognoscimento intuitive
--e methode = methodo intuitive
--e waarheid = veritate intuitive
-- aanvoelen = intuer, saper/sentir intuitivemente


intuïtionisme ZN

1 intuitionismo
-- van Bergson = intuitionismo de Bergson


intuïtionist ZN

1 intuitionista


intuïtionistisch BN

1 intuitionista


intuïtiviteit ZN

1 intuitivitate


intumescentie ZN

1 intumescentia


intussen BW

1 (inmiddels) intertanto, interim, in le interim, interea, interdum
2 (desondanks) nonobstante


intussusceptie ZN

1 intussusception


intypen WW

1 typar (in), (COMP) introducer (in)


inuline ZN

1 inulina


inundatie ZN

1 (het onder water zetten) inundation
2 (terrein) terreno/area inundate
3 (water) aqua inundante


inundatiegebied ZN

1 zona de inundation


inundatiekanaal ZN

1 canal de inundation


inundatiepeil ZN

1 nivello de inundation


inundatieschade ZN

1 damno(s) de inundation


inundatiesluis ZN

1 esclusa de inundation


inundatiewater ZN

1 aqua de inundation


inunderen WW

1 inundar
het -- = inundation


inundering ZN

1 inundation


invaart ZN

1 (het binnenlopen) entrata (in le porto)
2 (monding van een rivier) bucca, imbuccatura


invaginatie ZN

1 (ineenschuiving) invagination
2 (MED) invagination (intestinal), intussusception


inval ZN

1 (invasie) invasion, incursion, irruption
--len der barbaren = irruptiones del barbaros
vijandelijke -- = invasion inimic
een -- doen = invader, incurrer
2 (ingeving, idee) idea, inspiration, (gril) capricio
geniale -- = idea genial/luminose
3 (begin) comenciamento subite
4 (NAT) incidentia
hoek van -- = angulo de incidentia
5
de zoete -- = le casa que ha le porta sempre/semper aperte


invalidatie ZN

1 invalidation, nullification


invalide BN

1 invalide, infirme, handicapate


invalide ZN

1 invalido, handicapato, mutilato, stropiato


invalidendorp ZN

1 village de invalidos


invalidenhuis ZN

1 casa/home (E) de invalidos


invalidentoilet ZN

1 toilette (F) pro invalidos


invalidenwagentje ZN

1 cochietto {sj} pro invalidos


invalidenwoning ZN

1 casa adaptate pro invalidos


invalidenzorg ZN

1 cura de invalidos


invalideren WW

1 invalidar, nullificar


invaliditeit ZN

1 (het invalide zijn) invaliditate
tijdelijke -- = invaliditate temporanee
blijvende -- = invaliditate permanente
2 (arbeidsongeschiktheid) invaliditate
3 (JUR) (ongeldigheid) invaliditate


invaliditeitskans ZN

1 riscos de invaliditate


invaliditeitspensioen ZN

1 pension de invaliditate


invaliditeitsrente ZN

1 Zie: invaliditeitspensioen


invaliditeitsuitkering ZN

1 prestation/allocation de invaliditate


invaliditeitsverzekering ZN

1 assecurantia contra le invaliditate


invallen WW

1 (naar binnen vallen) cader (in)
het licht moet van links -- = le lumine/luce debe cader/venir del sinistra
2 (een inval doen) facer un incursion, incurrer, invader
3 (beginnen) comenciar, (plotseling beginnen) supervenir
de dooi valt in = il comencia a disgelar
de duisternis valt in = le nocte superveni
4 (vervangen) reimplaciar, substituer
voor iemand -- = reimplaciar/substituer un persona
5 (in de rede vallen) interrumper
6 (instorten) laber, collaber
7 (te binnen schieten) occurrer
wat is jou ingevallen? = que (cosa) te ha occurrite?, que te ha venite in mente?


invallend BN

1 (binnendringend) invasive, irruptive
2 (NAT) incidente
--e straal = radio incidente
--e bundel = fasce incidente
-- elektron = electron incidente
3
--e dooi = comencio del disgelo
--e duisternis = nocte superveniente


invaller ZN

1 (iemand die een inval doet) invasor
2 (vervanger) reimplaciante, substituto, locotenente, (reserve) reserva
als -- optreden = substituer a, esser le reimplaciante de


invalsas ZN

1 axe de incidentia


invalshoek ZN

1 (van lichtstralen) angulo de incidentia
2 (gezichtshoek) puncto de vista, angulo, perspectiva, optica, aspecto
vanuit die -- bekeken = vidite desde iste angulo/perspectiva/optica
een veelheid aan --en = un multitude de aspectos


invalslijn ZN

1 linea de incidentia


invalsplan ZN

1 (invasieplan) plano de invasion


invalspoort ZN

1 porta de entrata


invalspunt ZN

1 (van lichtstralen) puncto de incidentia


invalsrichting ZN

1 (van lichtstralen) incidentia


invalsvlak ZN

1 (van lichtstralen) plano de incidentia


invalsweg ZN

1 (grote weg die aansluit op een rijksweg) via/cammino de accesso/de entrata
2 (bij een inval gevolgde weg) via/cammino de invasion


invar ZN

1 invar


invaren WW

1 entrar in
hij voer de haven in = ille entrava in le porto


invariabel BN

1 invariabile, fixate, constante


invariant BN

1 invariante, invariabile, constante, fixe
--e eigenschappen = qualitates invariabile/constante


invariant ZN

1 invariante
adiabatische -- = invariante adiabatic
metrieke -- = invariante metric


invariantentheorie ZN

1 (WISK) theoria del invariantes


invariantie ZN

1 invariantia


invasie ZN

1 (MIL) invasion, incursion, irruption
-- van de geallieerden in Normandië = invasion del alliatos in Normandia
2 (massale intocht) invasion
-- van toeristen = invasion de touristas {oe}


invasieleger ZN

1 armea de invasion


invasieplan ZN

1 plano de invasion


invasietroepen ZN MV

1 truppas/fortias de invasion


invasievloot ZN

1 flotta de invasion


invaten WW

1 imbarrilar, intonnar


invatten WW

1 (van een edelsteen) incastrar
het -- = incastratura
2 (omlijsten) inquadrar


invatting ZN

1 (van edelsteen) incastratura


invectief ZN

1 invectiva


invegen WW

1 scopar in
de voegen van de bestrating -- = scopar sablo/arena in le interstitios inter le briccas del strata


inventariëren WW

1 Zie: inventariseren


inventaris ZN

1 inventario
de -- opmaken = facer le inventario, inventariar
2 (FIG) facer le balancio


inventarisatie ZN

1 inventario, inventariation
jaarlijkse -- = inventario annual


inventarisboek ZN

1 libro de inventario


inventariseren WW

1 inventariar, facer le inventario
2 (FIG) facer le balancio, (een lijst maken van) facer un lista de, (opsommen) enumerar


inventarislijst ZN

1 lista de inventario


inventarisnummer ZN

1 numero de inventario


inventarisprijs ZN

1 precio de inventario


inventarisuitverkoop ZN

1 liquidation de inventario


inventie ZN

1 invention


inventief BN

1 inventive, ingeniose, creative


inventiviteit ZN

1 inventivitate, ingeniositate, creativitate


inverdienen WW

1 recuperar/recovrar su costos


invers, invert BN

1 inverse
--e logaritme = logarithmo inverse


inversie ZN

1 inversion


inversieconstructie ZN

1 construction inversive


inversielaag ZN

1 (METEO) strato de inversion


inversiesymmetrie ZN

1 symmetria del inversion


inversietheorema ZN

1 theorema del inversion


invertase ZN

1 invertase, invertina


invertebrata ZN MV

1 invertebratos


inverteren WW

1 inverter
suiker -- = inverter sucro


invertine ZN

1 invertina


invertsuiker ZN

1 sucro invertite


invervelend BN

1 horribilemente enoiose


inverzekeringstelling ZN

1 detention/imprisionamento preventive


investeerbaar BN

1 investibile


investeerbaarheid ZN

1 investibilitate


investeerder ZN

1 investitor


investeren WW

1 investir
het -- = investimento
geld in een onderneming -- = investir moneta in un interprisa
ergens veel tijd in -- = investir multe tempore in un cosa
niet meer -- = disinvestir


investering ZN

1 investimento
rentedragende -- = investimento productive
nieuwe --en aantrekken = attraher nove investimentos
de --en beknotten/beperken = disinvestir


investeringsbank ZN

1 banca de investimentos


investeringsbehoefte ZN

1 besonio de investimentos


investeringsbeknotting ZN

1 disinvestimento


investeringsbeleid ZN

1 politica del investimento


investeringsbeperking ZN

1 disinvestimento


investeringsbijdrage ZN

1 contribution al investimento


investeringsfonds ZN

1 fundo de investimentos


investeringsfraude ZN

1 fraude de investimento


investeringsgoederen ZN MV

1 benes de investimento


investeringsklimaat ZN

1 climate pro le investimento
gunstig -- = climate favorabile pro le investimentos


investeringskosten ZN MV

1 costos de investimento


investeringskrediet ZN

1 credito de investimento


investeringsmaatschappij ZN

1 societate de investimento(s)


investeringsplan ZN

1 plano de investimento


investeringsprogramma ZN

1 programma de investimento


investigatie ZN

1 investigation


investituur ZN

1 investitura


investituurstrijd ZN

1 querela/lucta del/pro le investituras


invetten WW

1 lubricar, lubrificar, ingrassar


invetting ZN

1 lubrication, lubrification


invijlen WW

1 intaliar con le lima


inviolabel BN

1 inviolabile


inviolabiliteit ZN

1 inviolabilitate


invisibel BN

1 invisibile


invitatie ZN

1 (uitnodiging) invitation
op een -- ingaan = acceptar un invitation
2 (kaart) carta de invitation


invitatiekaart ZN

1 carta de invitation


invitatiewedstrijd ZN

1 match (E) de invitation


inviteren WW

1 invitar, convitar


in vitro ZN

1 in vitro (L)


in-vitrobevruchting ZN

1 Zie: in-vitrofertilisatie


in-vitrofertilisatie ZN

1 fertilisation in vitro (L)


in vivo

1 in vivo (L)


invlechten WW

1 interlaciar, tressar
2 (FIG) inserer, insertar, intercalar
de spreker vlocht in zijn rede enkele anekdotes in = le orator ha inserite alicun anecdotas in su discurso


invlechting ZN

1 interlaciamento
2 (FIG) insertion, intercalation


invliegen WW

1 (vliegend binnengaan) volar in, entrar in
de dampkring -- = entrar in le atmosphera terrestre
2 (per vliegtuig aanvoeren) transportar per aere
ingevlogen troepen = truppas aerotransportate
3 (testen) facer un volo de essayo con
4
er -- = lassar dupar se


invlieger ZN

1 pilota de essayo/test (E)


invlijen WW

1 arrangiar in


invloed ZN

1 (inwerking) influentia, effecto, impacto
schadelijke/verderfelijke -- = influentia nefaste/maligne/malsan
verlammende -- = influentia paralysante
overheersende -- = preponderantia, predominantia, ascendente, ascendentia
klimatologische -- = influentia climatologic
een man van -- = un homine de influentia
onder iemands -- staan = esser sub le influentia de un persona, esser submittite al influentia de un persona
zijn -- uitstrekken tot = extender su influentia a
-- hebben/uitoefenen op = influentiar, influer super
een goede/gunstige -- hebben = influer favorabilemente
zijn -- aanwenden = facer uso de su influentia, interceder
zijn -- laten gelden = facer sentir su influentia
aan de -- onttrekken = subtraher al influentia
van -- zijn op iets = influer super un cosa
veel -- hebbend = influente
onder -- van drank handelen = ager sub le effectos del alcohol
onder -- rijden = conducer in stato de ebrietate/sub influentia (del alcohol)


invloedrijk BN

1 influente, de influentia
-- iemand = persona influente/de influentia/de peso
hij heeft veel --e vrienden = ille ha multe amicos influente


invloedssfeer ZN

1 sphera de influentia/de interesses/de activitate, radio de action, (streek, gebied) zona de influentia


invluchten WW

1 refugiar se in, cercar un refugio in


invocatie ZN

1 invocation


invochtdoek ZN

1 panno/pannello pro humectar/pro humidificar


invochten WW

1 humectar, molliar (legiermente), humidificar
het -- = humectation, molliatura (legier), humidification
tabak -- = humidificar tabaco


invochting ZN

1 humectation, molliatura (legier), humidification
-- van tabak = humidification de tabaco


invochtkwast ZN

1 brossa pro humectar/pro humidificar


invoege (dat) VW

1 de tal maniera (que), de tal modo (que), de tal sorta (que)


invoegen WW

1 (inlassen) inserer, insertar, intercalar, interpolar
het -- = insertion, intercalation
als bestanddeel -- = integrar
opnieuw -- = reinsertar
een pauze -- = inserer/insertar un pausa
een nieuwe alinea -- = inserer/insertar un nove paragrapho
een clausule -- in een contract = intercalar un clausula in un contracto
2 (inbouwen) incastrar
het -- = incastratura
3 (verkeer) junger le traffico


invoeging ZN

1 (inlassing) insertion, intercalation, interpolation, (invoegsel OOK) parte intercalate
-- van een clausule in een contract = intercalation de un clausula in un contracto
-- van een pauze = insertion de un pausa
2 (inbouwing) incastratura


invoegsel ZN

1 Zie: invoeging-1


invoegstrook ZN

1 via de accesso/de entrata, pista de acceleration


invoelbaar BN

1 compre(he)nsibile per empathia, recognoscibile
een -- probleem = un problema recognoscibile, un problema que on comprende per empathia


invoelen WW

1 sentir/comprender per empathia


invoeling ZN

1 empathia


invoer ZN

1 (het invoeren) importation, introduction
illegale -- = importation illegal/clandestin
2 (goederen) importation(es)
3 (COMP) entrata, input (E)


invoerartikel ZN

1 articulo de importation


invoerbaar BN

1 importabile


invoerbelasting ZN

1 taxa de importation


invoerbelemmering ZN

1 Zie: invoerbeperking


invoerbepaling ZN

1 disposition del importationes


invoerbeperking ZN

1 restriction/reduction del importationes


invoercertificaat ZN

1 certificato de importation


invoercijfer ZN

1 cifra de importation


invoercontingent ZN

1 contingente/quota de importation


invoerder ZN

1 (iemand die importeert) importator
2 (iemand die introduceert) introductor


invoeren WW

1 (importeren) importar
het -- = importation
weder -- = reimportar
iets clandestien -- = importar clandestinmente un cosa
2 (instellen) introducer, stabilir, establir, instaurar, instituer, adoptar
het -- = introduction, stabilimento, instauration, institution, adoption, implantation
nieuwe ideeën -- = introducer nove ideas
een belasting -- = stabilir/establir un imposto
een reglement -- = stabilir/establir un regulamento
een nieuwe mode -- = instaurar/introducer/implantar un nove moda
nieuwigheden -- = implantar innovationes
een gebruik/gewoonte -- = instaurar un costume/usage
weer -- = reintroducer, restablir, restabilir, restaurar
een gebruik/gewoonte weer -- = restaurar un costume
3 (TECHN) (ergens inbrengen) mitter in, introducer
papier in een kopieermachine -- = introducer/poner papiro in le (photo)copiator
(COMP) gegevens -- = introducer datos
4 (ten tonele voeren) introducer, presentar


invoergegevens ZN MV

1 datos de entrata


invoergoederen ZN MV

1 mercantias de importation


invoerhandel ZN

1 commercio de importation


invoerhandelaar ZN

1 importator


invoerhaven ZN

1 porto de importation


invoerheffing ZN

1 taxa de importation


invoering ZN

1 introduction, implantation, instauration, institution, adoption
de -- van een nieuw controlesysteem = le institution de un nove systema de controlo


invoeringsdatum ZN

1 data de introduction


invoerland ZN

1 pais que importa/de importation


invoerlijst ZN

1 lista de importationes


invoermarkt ZN

1 mercato de importation


invoeroverschot ZN

1 excesso/excedente/surplus (F) de importation


invoerpremie ZN

1 premio de importation


invoerprijs ZN

1 precio de importation


invoerprodukten ZN MV

1 importationes, articulos de importation


invoerquotum ZN

1 Zie: invoercontingent


invoerrechten ZN MV

1 derectos de importation, doana
vrijstellen van -- = exonerar de derectos de importation
vrijstelling/vrijdom van -- = exoneration de derectos de importation
vrij van -- = exempte de doana, exempte de derectos de importation
inclusief -- = disdoanate


invoerstop ZN

1 arresto del importationes


invoertarief ZN

1 tarifa de importation


invoerverbod ZN

1 prohibition/interdiction de importation/importar
een -- instellen = prohiber/interdicer le importation


invoervergunning ZN

1 permisso/licentia/autorisation de importation/importar


invoerwaarde ZN

1 valor de importation


invoerwaren ZN MV

1 mercantias/merces de importation


involutie ZN

1 (ook WISK, MED) involution


involutieziekte ZN

1 maladia de involution


involveren WW

1 involver, implicar


invorderaar ZN

1 incassator


invorderbaar BN

1 exigibile, recovrabile, recuperabile, (belasting) perceptibile
--e schuld = debita exigibile


invorderbaarheid ZN

1 exigibilitate
-- van een schuld = exigibilitate de un debita


invorderen WW

1 (betaling eisen van) demandar/exigir le pagamento de
2 (innen) perciper, incassar, recovrar, recuperar


invordering ZN

1 perception, incassamento


invorderingskosten ZN MV

1 costos de incassamento


invouwen WW

1 (naar binnen vouwen) plicar, replicar
2 (insluiten) includer


invreten WW

1 roder, eroder, corroder, morder
ingevreten ijzerwerk = ferro corrodite


invretend BN

1 caustic, erosive, corrosive, mordace
-- middel = corrosivo
--e kracht = causticitate
2 (MED) phagedenic


invreting ZN

1 erosion, corrosion
2 (MED) phagedenismo


invriezen WW

1 (in een vaarwater vast komen te zitten) esser claudite in/per le glacie
2 (gedeeltelijk stukvriezen) esser destruite per le gelo
3 (mbt conserveren) congelar
kun je aardbeien goed --? = esque on pote congelar ben fragas?


invriezing ZN

1 (mbt conserveren) congelation


invrijheidstelling ZN

1 liberation
voorwaardelijke -- = liberation conditional
vervroegde -- = liberation anticipate


invulbiljet ZN

1 Zie: invulformulier


invulformulier ZN

1 formulario, scheda


invullen WW

1 impler, reimpler, plenar, completar
de weggelaten woorden -- = completar le parolas omittite
een formulier -- = completar/plenar un formulario
vul de bon in voor een gratis catalogus = completa le bono pro un catalogo gratuite


invulling ZN

1 action de impler/reimpler/plenar, completion
-- van een formulier = completion de un formulario
2 (interpretatie) interpretation
een geheel eigen -- geven aan = dar un interpretation multo personal a


invuloefening ZN

1 exercitio a completar/de completamento


invultest ZN

1 test (E) a completar/de completion/de completamento


inwaaien WW

1 (stuk waaien) rumper se per le vento
de ruiten zijn ingewaaid = le vitros se ha rumpite per le vento, le vento ha rumpite le vitros
2 entrar portate per le vento


inwaarts BW

1 verso le interior
-- draaien = girar/tornar verso le interior


inwachten WW

1 attender


inwalsen WW

1 (met een wals in elkaar drukken) laminar
2 (met een wals aanbrengen) laminar
ingewalst patroon = patrono laminate


inwandelen WW

1 entrar in
hij wandelde het bos in = ille entrava in le bosco


inwateren WW

1 (van water doortrokken worden) esser imbibite de aqua
2 (water doorlaten) infiltrar se


inwatering ZN

1 (het doorlaten van water) infiltration


inweefsel ZN

1 trama


inwegen WW

1 pesar in plus, dar peso extra


inweken WW

1 mollificar, macerar


inweking ZN

1 mollification, maceration


inwendig BN

1 interne, interior
-- orgaan = organo interne
klier met --e secretie = glandula a secretion interne
--e kneuzingen/kwetsuren = lesiones interne
--e bloeding = hemorrhagia interne, hematocele
--e pijn = dolor interior
--e diameter = diametro interior
--e structuur = structura interne
--e mens = homine interior
medicijn voor -- gebruik = medicamento pro uso interne
2 (GEOL, PLANTK, etc.) endogene


inwendige ZN

1 interior


inwerken WW

1 (in een materie thuis laten worden) initiar, orientar, familiarisar, poner/mitter al currente
zich ergens -- = familiarisar se con un cosa
nieuwe medewerkers -- = initiar/instruer nove collegas
2 (gladstrijken) lisiar
de voegen van een muur -- = lisiar le junctiones de un muro
3 (uitwerking hebben op) ager, reager, influer
zwavelzuur werkt in op ijzer = le acido sulfuric age super le ferro
op elkaar -- = interager
op iets/op iemand -- = reager super un cosa/un persona
de realiteit op zich laten -- = render se conto del realitate de un situation
(FOTO) -- op = impressionar


inwerking ZN

1 action, effecto, influentia, impacto, impression
wederzijdse -- van A en B = interaction de A e B


inwerkingtreding ZN

1 entrata in vigor/action
de -- van een wet = le entrata in vigor de un lege


inwerkperiode ZN

1 Zie: inwerktijd


inwerktijd ZN

1 periodo initial/de rodage


inwerpen WW

1 (stukgooien) rumper
2 (naar binnen werpen) jectar in, lancear in, (in automaat) insertar, introducer
een muntstuk -- = introducer un moneta
3 (inbrengen tegen) objectar (contra), opponer (a)
4 (SPORT) (re)mitter/poner in joco
de rechtsbuiten werpt in = le exterior de dextra remitte le ballon in joco


inweven WW

1 (mbt weven) texer (in)
bloemen -- = texer un motivo floreal
2 (FIG) (invoegen) interlaciar, interlardar, intercalar
hij wist in zijn rede vermakelijke anecdotes in te weven = ille sapeva intercalar anecdotas amusante in su discurso


inwijdeling ZN

1 initiato


inwijden WW

1 (plechtig in gebruik nemen) inaugurar, dedicar, (REL) consecrar, benedicer
een huis -- = inaugurar un casa
een kerk/een tempel -- = consecrar/dedicar/inaugurar un ecclesia/un templo
een priester -- = consecrar un prestre
2 (deelgenoot maken) initiar
iemand -- in de kunst van iets = initiar un persona in le arte de un cosa
-- in een geheim = initiar a/in un secreto


inwijding ZN

1 (plechtige ingebruikneming) inauguration, (van een kerk) dedication, consecration
2 (mbt personen) initiation
-- in een geheim = initiation in un secreto
-- in de vrijmetselarij = initiation al/in le masoneria


inwijdingsfeest ZN

1 festa/ceremonias inaugural/inaugurative/inaugurator/de inauguration, inauguration
2 festa de initiation


inwijdingsplechtigheid ZN

1 ceremonia/solemnitate inaugural/inaugurative/inaugurator/de inauguration


inwijdingsrede ZN

1 discurso inaugural/inaugurative/inaugurator


inwijdingsritueel ZN

1 ritos de initiation


inwikkelen WW

1 involver, inveloppar
2 (inpakken) impaccar, pacchettar, impacchettar, inveloppar
iets in papier -- = inveloppar un cosa in papiro


inwikkeling ZN

1 inveloppamento, involution


inwilligen WW

1 consentir, permitter, accordar, exaudir, assentir, acceder, acquiescer
een verzoek -- = acceder a/exaudir un petition/requesta


inwilliging ZN

1 assentimento, acquiescentia, consentimento, concession, permisso


inwinden WW

1 inveloppar, involver


inwinnen WW

1 (trachten te krijgen) colliger, obtener, procurar se
iemands raad -- = prender consilio de un persona, consultar un persona
ik zal informatie -- = io va colliger information
bij iemand informatie -- = ir a un persona pro (haber) information
2 (DRUKK) ganiar
ruimte -- = ganiar spatio


inwippen WW

1 (snel binnengaan) entrar rapidemente (in)
even bij iemand -- = facer un breve visita a un persona
2 (inbrengen) introducer in


inwisselbaar BN

1 (ex)cambiabile, negotiabile, (cheques, waardepapieren) convertibile
-- geld/valuta = moneta/valuta convertibile
niet -- geld = moneta inconvertibile


inwisselbaarheid ZN

1 excambiabilitate, negotiabilitate, (cheques, waardepapieren) convertibilitate
onderlinge -- van valuta's = convertibilitate de valutas


inwisselen WW

1 cambiar, excambiar, (cheques, waardepapieren) converter
coupons -- = excambiar coupons (F)


inwisseling ZN

1 excambio, cambio, conversion, convertimento


inwoekeren WW

1 propagar se, ganiar terreno


inwonen WW

1 viver/habitar in le casa de (un persona), viver/habitar con (un persona)
zijn moeder woonde bij hem in = su matre viveva con ille


inwonend BN

1 qui/que vive in casa de, (intern) interne
--e leerling = scholar/alumno interne, interno
(van ziekenhuis, etc.) -- medewerker = interno
--e kinderen = infantes qui vive in le casa de lor parentes/genitores, infantes habitante con lor parentes/genitores


inwoner ZN

1 habitante, residente, nativo, regnicola
dit land heeft twintig miljoen --s = iste pais ha un population de vinti milliones


inwonertal ZN

1 numero/cifra de habitantes, (bevolking) population


inwoning ZN

1 (het inwonen) cohabitation, sublocation
kost en -- = pension complete
2 (het wonen binnen een bepaald gebied) residentia
plaats van iemands -- = loco de residentia de un persona
3 (inwonend persoon) sublocatario
zij hebben -- = illes ha sublocatarios


inworp ZN

1 (handeling) introduction, insertion
-- drie gulden = introducer/insertar tres florinos
2 (ingeworpen geld) summa/moneta insertate
3 (SPORT) remissa in joco
verkeerde/foute -- = mal remisso in joco


inwortelen WW

1 inveterar se
diep ingewortelde gewoonte = habitude inveterate


inwrijven WW

1 (in-/op-/aanbrengen) fricar, (met zalf) frictionar, unguer, unctar, (met was) cerar
2 (verwijten) reprochar {sj} (asperemente)


inwrijving ZN

1 fricamento, friction, (met zalf) unction


inzaaien WW

1 seminar
het -- = semination
het koren -- = seminar le grano


inzaaiing ZN

1 semination


inzage ZN

1 inspection, (JUR) compulsation
-- nemen van = prender cognoscentia/cognoscimento de
na -- van de stukken = post haber examinate le documentos
(JUR) -- krijgen in = compulsar
ter -- leggen = deponer pro inspection
hierbij zenden wij u een copie ter -- = hic juncto nos vos invia un copia pro inspection


inzagen WW

1 (snee/kerf maken) insecar, intaliar, incisar, facer un incision/intalio/sectura
deze balk is niet diep genoeg ingezaagd = iste trabe/trave non ha essite intaliate satis profundemente


inzake VZ

1 quanto a, concernente, in materia de, con respecto a
-- uw verdere opmerkingen, verwijzen wij u naar ... = quanto a vostre altere remarcas, nos vos refere a ...
zijn standpunt -- het racisme = su attitude concernente le racismo


inzakken WW

1 (doorbuigen) flecter se/ceder sub le peso de
2 (invallen) laber, collaber


inzakking ZN

1 (instorting) collapso
2 (HAND) cadita


inzalving ZN

1 inunction


inzamelaar ZN

1 collector, collectionator


inzamelen WW

1 (ophalen, collecteren) colliger, collectar
giften -- = collectar donationes
2 (oogsten, vergaren) recoltar
honing -- = recoltar melle
3 recuperar
glas -- voor hergebruik = recuperar vitro pro recyclar lo


inzameling ZN

1 collecta
een -- houden = facer un collecta
2 (KERK) collecta, questa


inzamelingsactie ZN

1 collecta


inzegenen WW

1 benedicer, (inwijden) consecrar
een kerk -- = consecrar un ecclesia
het huwelijk -- = dar le benediction nuptial
een huwelijk kerkelijk -- = benedicer un matrimonio/maritage pro le ecclesia


inzegening ZN

1 benediction, consecration
kerkelijke -- van het huwelijk = benediction nuptial


inzegeningsformule ZN

1 formula de benediction/consecration


inzegeningsplechtigheid ZN

1 solemnitate/ceremonia de benediction/de consecration


inzegeningsritueel ZN

1 ritual de benediction/de consecration


inzeilen WW

1 entrar in


inzenden WW

1 inviar
een verzoekschrift -- = inviar/presentar un petition
kunstvoorwerpen -- voor een tentoonstelling = presentar objectos de arte pro un exposition


inzender ZN

1 (mbt tentoonstelling) expositor, exhibitor
2 (mbt wedstrijd) participante del concurso


inzending ZN

1 invio


inzendingstermijn ZN

1 termino de invio


inzepen WW

1 saponar
(FIG) we zullen hem even -- = nos va fricar su facie in le nive


inzeper ZN

1 persona qui sapona


inzet ZN

1 (inspanning) effortio, ardor, enthusiasmo, application, devotion
2 (inleg bij het spel) moneta/summa riscate
3 (inleg bij het wedden) moneta/summa spondite
4 (eerste bod) primari offerta
5 (begin) comenciamento, principio
de -- vormen van = initiar
6 (MUZ) (aanhef) intonation
valse -- = intonation false
zuivere -- = intonation juste
7 thema central
de ontwapening werd de -- van de verkiezingen = le disarmamento se converteva in le thema central del electiones


inzetbaar BN

1 usabile, empleabile, (beschikbaar) disponibile, operational, mobilisabile


inzetbaarheid ZN

1 usabilitate, (beschikbaarheid) disponibilitate
de -- van extra personeel = le disponibilitate de personal extra/supplementari


inzetten WW

1 (aanbrengen) mitter in, poner in, montar, includer, introducer, inserer, insertar
een ruit -- = montar un vitro
2 (beginnen) lancear, comenciar, initiar
een aanval -- = lancear un attacco
een eindsprint -- = comenciar un sprint (E)
3 (in actie laten komen) mitter in action
troepen -- = mitter truppas in action
de trainer zette beide wisselspelers in = le trainer (E)/trainator faceva entrar in joco le duo jocatores de reserva
4 (MUZ) intonar
een toon -- = intonar un tono
het volkslied -- = intonar le hymno national
5 (inbouwen) incastrar
het -- = incastratura
6 (van textiel/leer) repeciar
het -- = repeciamento
7
(zijn best doen) zich -- voor = effortiar se pro, facer un effortio pro
alle deelnemers hebben zich volledig ingezet = tote le participantes se ha effortiate al maximo


inzetting ZN

1 (het tussenzetten) insertion


inzicht ZN

1 (begrip, visie) compre(he)nsion, idea, vista, notion, opinion
verschil van -- = differentia de vistas/opiniones
iemands --en kennen = cognoscer le vistas de un persona
tot het -- komen dat = compre(he)nder que
2 (doorzicht) intelligentia, perspicacia, perspicacitate, sagacitate
-- hebben in = haber intelligentia de


inzichtelijk BN

1 compre(he)nsibile


inzichtelijkheid ZN

1 compre(he)nsibilitate


inzien WW

1 (een blik in iets werpen) jectar un reguardo in
de stukken -- = jectar un reguardo in le documentos, (JUR) compulsar le documentos
2 (beseffen) dar se conto de, prender conscientia de, (begrijpen) comprender, comprehender, (snappen) vider
de noodzaak -- van iets = esser consciente del necessitate de un cosa
het nut van iets niet -- = non vider le utilitate de un cosa
iets niet willen -- = negar le evidentia de un cosa
hij wilde maar niet -- dat = ille non voleva compre(he)nder que
3 (erkennen) recognoscer
4 (houden voor) considerar (como)


inzien ZN

1
bij nader -- = post reflexion (matur)
mijns --s = a mi aviso, in mi opinion


inzinken WW

1 (onder water gaan) submerger se
het schip zonk de diepte in = le nave se affundava
2 (lager komen te liggen) bassar se


inzinking ZN

1 (instorting, depressie) collapso, crise, crisis, depression
een -- te boven komen = recuperar se de/superar un depression
2 (AARDR) (plaats) depression
3 (EC) recession, depression, marasmo
4 (holte, gat) cavo


inzitten WW

1 (zitten in iets) esser (sedite) in
een salarisverhoging zit er niet in = il es pauco/poco probabile que il ha un augmento salarial, un augmento del salario(s) es pauco/poco probabile
2 (bezorgd zijn) esser inquiete (de), inquietar se (de)


inzittende ZN

1 occupante, (passagier) passagero, (reiziger) viagiator


inzoet BN

1 multo/extrememente dulce, dulcissime


inzonderheid BW

1 particularmente, in particular, (speciaal) specialmente, (vooral) super toto, (voornamelijk) principalmente


inzoomen WW

1 facer un zoom (E) (super)


inzouten BN

1 salar, insalar, salmuriar
vlees/haringen -- = (in)salar/salmuriar carne/haringos


inzouting ZN

1 salatura


in zover(re) VW

1 in tanto que


inzuigen WW

1 (door inademen) aspirar, inhalar
de rook van een sigaar -- = aspirar/inhalar le fumo de un cigarro
2 (met de mond) suger, aspirar
3 (door capillaire werking) absorber, imbiber se de, impregnar se de
de spons zuigt het water in = le spongia absorbe le aqua


inzuiging ZN

1 (inademing) aspiration, inhalation
2 (met de mond) suction, aspiration
3 (opslurping) absorption, imbibition, impregnation


inzulten WW

1 marinar


inzuur BN

1 multo/extrememente acide, acidissime


inzwachtelen WW

1 bandar, inveloppar, involver


inzwak BN

1 multo/extrememente debile, debilissime


inzwelgen WW

1 inglutir, devorar


inzwemmen WW

1 (naar binnen zwemmen) natar in


IOC

1 (Afk.: Internationaal Olympisch Comité) C.I.O (Comité International Olympic)


ion ZN

1 ion
negatief -- = ion negative, anion
positief -- = ion positive, positron


ionen(uit)wisselaar ZN

1 (ex)cambiator ionic/de iones


ionenantagonisme ZN

1 antagonismo ionic/de iones


ionenbeschieting ZN

1 Zie: ionenbombardement


ionenbombardement ZN

1 bombardamento ionic/de iones


ionenbuis ZN

1 tubo de iones


ionenconcentratie ZN

1 concentration ionic/de iones


ionenemissie ZN

1 emission de iones


ionenevenwicht ZN

1 balancia/equilibrio ionic/de iones


ionenflux ZN

1 currente/fluxo ionic/de iones


ionengeleiding ZN

1 conduction ionic


ionenkristal ZN

1 crystallo ionic/de iones


ionenluidspreker ZN

1 altoparlator ionic


ionenmicrofoon ZN

1 microphono ionic


ionenpomp ZN

1 pumpa ionic


ionenraket ZN

1 missile a/con propulsion ionic


ionenreactie ZN

1 reaction ionic/de iones


ionenstroom ZN

1 Zie: ionenflux


ionentemperatuur ZN

1 temperatura ionic


ionentheorie ZN

1 theoria ionic/del iones


ionentransport ZN

1 transporto de iones


ionenwolk ZN

1 nube de iones


Ionië ZN EIGN

1 Ionia


ionisatie ZN

1 ionisation
meervoudige -- = ionisation multiple
elektrolytische -- = ionisation electrolytic
thermische -- = ionisation thermal/thermic


ionisatie-energie ZN

1 energia de ionisation


ionisatiegraad ZN

1 grado de ionisation


ionisatiekamer ZN

1 camera de ionisation


ionisatiepotentiaal ZN

1 potential de ionisation


ionisatiestraling ZN

1 radiation ionisante


ionisatievat ZN

1 Zie: ionisatiekamer


ionisator ZN

1 ionisator


Ionisch BN

1 ionic
Ionische Zee = Mar Ionic
--e zuil = columna/colonna ionic
--e bouworde = ordine ionic
-- kapiteel = capitello ionic
-- dialect = dialecto ionic
--e kolonie = colonia ionic


Ionisch ZN

1 (taal) ionico, dialecto ionic


ioniseerbaar BN

1 ionisabile
-- gas = gas ionisabile


ioniseren WW

1 ionisar
het -- = ionisation


ioniserend BN

1 ionisante
--e straling = radiation ionisante


ionisering ZN

1 ionisation


ionium ZN

1 (element 90) ionium


ionogram ZN

1 ionogramma


ionometer ZN

1 ionometro


ionometrie ZN

1 ionometria


ionometrisch BN

1 ionometric


ionosfeer ZN

1 ionosphera


ionosferisch BN

1 ionospheric
--e laag = strato ionospheric


iota ZN

1 (Griekse letter) iota


iotacisme ZN

1 iotacismo


ipecacuanha ZN

1 ipecacuanha


ipecacuanhastroop ZN

1 sirop de ipecacuanha


ipecacuanhatinctuur ZN

1 tinctura de ipecacuanha


Iphigenie ZN EIGN

1 Iphigenia


ipso facto ZN

1 ipso facto (L)


ipso jure

1 ipso jure (L)


IQ

1 (Afk.: intelligentiequotiënt) Q.I. (quotiente intellectual/de intelligentia)


Iraaks BN

1 irakian
--e olie = oleo irakian


Iraans BN

1 iranian
--e taal = lingua iranian
--e bevolking = population iranian


Irak ZN EIGN

1 Irak


Irakees ZN

1 irakiano


Irakees BN

1 irakian
--e bevolking = population irakian


Iran ZN EIGN

1 Iran


Iraniër ZN

1 iraniano


irascibiliteit ZN

1 irascibilitate


irenisch BN

1 irenic


iridectomie ZN

1 (MED) iridectomia, iridotomia


iridescent BN

1 iridescente


iridescentie ZN

1 iridescentia


iridium ZN

1 iridium


iridiumverbinding ZN

1 composito iridic/de iridium


iridotomie ZN

1 iridotomia


Iris ZN EIGN

1 Iride, Iris


iris ZN

1 (van het oog) iride, iris
2 (PLANTK) iride, iris


irisatie ZN

1 irisation


irisdiafragma ZN

1 diaphragma (a/de) iride/iris


irisdruk ZN

1 impression irisate


iriseren WW

1 irisar
het -- = irisation
het zonlicht iriseert de slijpvlakjes van een kristal = le luce/lumine solar irisa le faciettas de un crystallo


iriserend BN

1 irisante, iridescente


irisering ZN

1 irisation


irish coffee ZN

1 irish coffee (E)


irisverwijdering ZN

1 iridectomia, iridotomia


iritis ZN

1 iritis


Irokees BN

1 iroquese


Irokees ZN

1 iroquese


ironie ZN

1 (FIL) ironia
Socratische -- = ironia socratic
2 ironia
bittere -- = ironia amar
hij zei dat met een vleugje -- = ille lo diceva con un nuance (F) de ironia
-- van het lot = ironia del sorte/fato/destino


ironisch BN

1 ironic
--e glimlach = surriso ironic/de ironia
-- schrijver = ironista
in --e zin = in un senso ironic
de brief was -- bedoeld = le littera habeva un intention ironic
-- glimlachen = surrider ironicamente
-- genoeg werd hij gearresteerd door zijn beste vriend = ironicamente su melior amico le ha arrestate


ironiseren WW

1 ironisar


irradiatie ZN

1 (optisch bedrog) irradiation
2 (uitstraling van pijn) irradiation
3 (NAT, MED) (bestraling) irradiation, radiation
4 (FIG) irradiation


irrationaal BN

1 irrational
--e vergelijking = equation irrational
-- getal = numero irrational


irrationalisme ZN

1 irrationalismo


irrationalistisch BN

1 irrationalista


irrationaliteit ZN

1 (onredelijkheid) irrationalitate
2 (WISK) irrationalitate


irrationeel BN

1 irrational, irrationabile, disrationabile
-- gedrag = comportamento irrational
--e angst = pavor irrational


irrealis ZN

1 modo irreal


irrealistisch BN

1 irrealista


irrealiteit ZN

1 irrealitate


irrecusabel BN

1 irrecusabile


irredenta ZN

1 irredenta (I)


irredentisme ZN

1 irredentismo
het -- voorstaand = irredentista


irredentist ZN

1 irredentista


irredentistisch BN

1 irredentista


irreductibel BN

1 irreductibile, irreducibile


irreëel ZN

1 irreal
2 chimeric


irrefutabel BN

1 irrefutabile


irregulariteit ZN

1 irregularitate


irregulier BN

1 (onregelmatig) irregular
op --e tijden = a intervallos irregular
2 (ongeregeld) irregular
--e troepen = truppas irregular


irrelevant BN

1 irrevelante, non pertinente, impertinente
--e opmerking = observation/remarca irrelevante/non pertinente
--e feit = facto irrelevante, irrelevantia


irrelevantie ZN

1 irrelevantia, impertinentia


irreligieus BN

1 irreligiose


irremediabel BN

1 irremediabile


irreparabel BN

1 irreparabile


irresistibel BN

1 irresistibile


irresoluut BN

1 irresolute


irreverent BN

1 irreverente


irreversibel BN

1 irreversibile


irreversibiliteit ZN

1 irreversibilitate
-- van de evolutie = irreversibilitate del evolution


irrevocabel BN

1 irrevocabile


irrigatie ZN

1 (kunstmatige bevloeiing) irrigation
-- door beluchting = irrigation aerate/per aeration
-- door infiltratie = irrigation per infiltration
2 (MED) irrigation


irrigatiebuis ZN

1 Zie: irrigatieslang


irrigatiegemaal ZN

1 station/installation de pumpage pro le irrigation


irrigatiehevel ZN

1 siphon de irrigation


irrigatie-intensiteit ZN

1 intensitate de irrigation


irrigatie-interval ZN

1 intervallo inter irrigationes


irrigatiekanaal ZN

1 canal irrigatori/de irrigation
netwerk van --en = rete de canales de irrigation


irrigatiekanalenstelsel ZN

1 systema de canales irrigatori/de irrigation


irrigatienet ZN

1 Zie: irrigatiesysteem


irrigatiepeil ZN

1 nivello de irrigation


irrigatieperiode ZN

1 periodo de irrigation


irrigatieprocédé ZN

1 procedura de irrigation


irrigatieproject ZN

1 projecto de irrigation


irrigatieput ZN

1 puteo de irrigation


irrigatieslang ZN

1 tubo irrigatori/de irrigation


irrigatiesloot ZN

1 fossato de irrigation


irrigatiesluis ZN

1 esclusa irrigatori/de irrigation


irrigatiesysteem ZN

1 systema/rete irrigatori/de irrigation


irrigatiewater ZN

1 aqua de irrigation


irrigatiewaterkwaliteit ZN

1 qualitate del aqua de irrigation


irrigatiewerken ZN

1 installationes de irrigation


irrigator ZN

1 irrigator


irrigeerbaar BN

1 irrigabile


irrigeren WW

1 (bevloeien) irrigar
het -- = irrigation
2 (MED) irrigar
het -- = irrigation


irritabel BN

1 (ook BIOL) irritabile


irritabiliteit ZN

1 irritabilitate
2 (BIOL) irritabilitate, excitabilitate


irritant BN

1 irritante
--e opmerking = observation irritante
-- persoon = persona irritante


irritatie ZN

1 (ergernis) irritation, vexation
2 (het prikkelen) irritation
3 (FYSIOL) irritation
de huid wordt door die zeep geïrriteerd = iste sapon irrita le pelle


irritatiegrens ZN

1 limine de irritation


irriteren WW

1 irritar, piccar, vexar, enoiar
het -- = irritation, vexation
iemand die irriteert = irritator, vexator
jouw gedrag irriteert me = tu conducta me irrita
2 (sterk prikkelen) irritar
het -- = irritation
deze zeep irriteert de huid = iste sapon causa irritation del pelle


irriterend BN

1 irritante
(ook MED) -- middel = irritante


Isaäc ZN EIGN

1 Isaac


isagoge ZN

1 isagoge


isagogisch BN

1 isagogic


isallobaar BN

1 isallobare


isallobaar ZN

1 isallobaro


isallotherm ZN

1 isallotherma


ISBN

1 (Afk.: internationaal standaard-boeknummer) ISBN ( International Standard Book Number) (E)


ischemie ZN

1 ischemia


ischemisch BN

1 ischemic
--e necrose = necrose (-osis) ischemic


ischias ZN

1 sciatica
--patiënt = malado de sciatica


ischiaspatiënt ZN

1 malado de sciatica


ischiosacraal BN

1 sacrosciatic


isentropisch BN

1 isentropic


isgelijkteken ZN

1 signo equal/de equalitate


Isisdienst ZN

1 culto isaic


Isismysteriën ZN MV

1 mysterios isaic


Isispriester ZN

1 isaico


islam ZN

1 islam
de wereld van de -- = le mundo islamic
tot de -- bekeren = islamisar
het bekeren tot de -- = islamisation


islamiet ZN

1 islamita


islamiseren WW

1 islamisar


islamisering ZN

1 islamisation


islamisme ZN

1 islamismo


islamitisch BN

1 islamic, islamita, islamitic, musulman, mohammedan, moslem, mahometan
-- fundamentalisme = fundamentalismo islamic


islamkenner ZN

1 islamologo


islamoloog ZN

1 islamologo


i.s.m.

1 (Afk.: in samenwerking met) in collaboration con


Ismaëliet ZN

1 ismaelita


Ismaëlitisch BN

1 ismaelita


isme ZN

1 ismo


iso-agglutinatie ZN

1 isoagglutinisation


isobaar ZN

1 linea/curva isobare/isobaric, isobaro


isobaat ZN

1 linea/curva isobatha, isobatha


isobarisch BN

1 isobare, isobaric
-- oppervlak = superficie isobare


isobarometrisch BN

1 isobarometric
--e lijnen = lineas isobarometric, isobaros


isocaëder ZN

1 isocahedro


isocellulair BN

1 isocellular


isochoor BN

1 isochore


isochromatisch BN

1 isochromatic
--e lens = lente isochromatic


isochronie ZN

1 isochronismo


isochronisme ZN

1 isochronismo


isochroom ZN

1 isochomatic


isochroon BN

1 isochrone
--e trillingen = oscillationes isochrone


isoclinaal BN

1 isoclinal
--e plooi = plica isoclinal
--e breuk = fallia isoclinal


isocline ZN

1 linea isocline, isoclino


isoclinisch BN

1 isocline
--e lijn = linea isocline


isocoagulabiliteit ZN

1 isocoagulabilitate


isodiametrisch BN

1 isodiametric


isodynaam ZN

1 linea isodynamic


isodynamie ZN

1 isodynamia


isodynamisch BN

1 isodynamic


iso-elektrisch BN

1 isoelectric


isofoon BN

1 isophone


isogaam BN

1 isogame


isogameet ZN

1 isogameta


isogamie ZN

1 isogamia


isoglosse ZN

1 isoglossa, linea isoglosse


isogonaal BN

1 isogone, isogonal, isogonic
--e baan = trajectoria isogonal


isogonisch BN

1 Zie: isogonaal


isogoon ZN

1 linea isogone/isogonal/isogonic


isogoon BN

1 Zie: isogonaal


isohyeet ZN

1 isohyete


isohyetenkaart ZN

1 carta del isohyetes


isohypse ZN

1 linea isohypse, isohypsa


isolatie ZN

1 (ook ELEKTR, etc.) insulamento, insulation, isolamento, isolation
akoestische -- = isolation acustic
diëlektrische -- = isolation dielectric
2 (materiaal) material isolante/insulante


isolatieband ZN

1 banda isolante/insulante


isolatiebuis ZN

1 tubo de isolation


isolatiegen ZN

1 gen de isolation


isolatiekamer ZN

1 camera de isolamento/insulamento


isolatielaag ZN

1 strato isolante/insulante


isolatiemateriaal ZN

1 material isolante/insulante/de isolation/de insulation


isolatieplaat ZN

1 placa isolante/insulante


isolationisme ZN

1 isolationismo


isolationist ZN

1 isolationista


isolationistisch BN

1 isolationista


isolator ZN

1 (ELEKTR, etc.) insulator, isolator


isoleerbaar BN

1 isolabile, insulabile


isoleercel ZN

1 cella de isolation/insulation


isoleerkan ZN

1 Zie: thermosfles


isoleervertrek ZN

1 camera de isolation/insulation


isolement ZN

1 isolamento, confinamento
in een -- leven = viver in un isolamento
het -- doorbreken = rumper le isolamento
zich uit zijn -- losmaken = abandonar su isolamento
in mijn -- ligt mijn kracht = mi isolamento es mi fortia


isoleren WW

1 isolar, insular, confinar, claustrar, recluder
het -- = insulamento, isolamento, isolation
iemand die of iets dat isoleert = isolator
hij isoleert zich te veel = ille se isola troppo
(mbt ziekte) iemand -- = mitter un persona in quarantena
2 (uit een geheel halen) isolar, separar
een virus -- = isolar un virus
3 (ELEKTR, etc.) insular, isolar
het -- = insulamento, insulation, isolamento, isolation


isolerend BN

1 isolante, isolator
--e taal = lingua isolator


isolering ZN

1 (ook ELEKTR, etc.) insulamento, insulation, isolamento, isolation


isoleucine ZN

1 isoleucina


isoloog BN

1 isologe


isomeer ZN

1 isomero


isomeer BN

1 Zie: isomerisch


isomerie ZN

1 isomeria


isomerisatie ZN

1 isomerisation


isomerisch BN

1 isomere, isomeric
--e waarde = valor isomeric
--e kern = nucleo isomeric
--e overgang = transition isomeric


isomeriseren WW

1 isomerisar


isometrie ZN

1 isometria


isometrisch BN

1 isometric
--e kristallen = crystallos isometric
-- perspectief = perspectiva isometric
--e ruimten = spatios isometric


isomorf BN

1 isomorphe, isomorphic


isomorfie ZN

1 isomorphismo


isomorfisme ZN

1 isomorphismo


isoperimetrisch BN

1 isoperimetric


isorachie ZN

1 curva cotidal


isosensibilisatie ZN

1 isosensibilisation


isospin ZN

1 spin (E) isotope/isotopic


isostasie ZN

1 isostasia


isostatisch BN

1 isostatic


isosyllabisme ZN

1 isosyllabismo


isotherm ZN

1 linea isotherme/isothermic, isotherma


isothermie ZN

1 isothermia


isothermisch BN

1 isotherme, isothermic, isothermal


isotonie ZN

1 isotonia


isotonisch BN

1 isotonic


isotoon ZN

1 isotonic


isotoop ZN

1 isotopo
radioactieve -- = isotopo radioactive
stabiele -- = isotopo stabile


isotopenscheiding ZN

1 separation isotopic/del isotopos


isotopenspin ZN

1 spin (E) isotopic


isotopie ZN

1 isotopia


isotopisch BN

1 isotope, isotopic
--e spin = spin (E) isotope/isotopic


isotransplantaat ZN

1 isotransplant


isotransplantatie ZN

1 isotransplantation


isotron ZN

1 isotron


isotroop BN

1 isotrope, isotropic


isotroop ZN

1 isotropo


isotropie ZN

1 isotropia


isotype ZN

1 isotypo


Israël ZN EIGN

1 Israel
van/uit -- = israeli, israelian


Israëli ZN

1 israeli, israeliano


Israëliër ZN

1 israeli, israeliano


Israëliet ZN

1 israelita


Israëlisch BN

1 israeli, israelian


Israëlisch ZN

1 (taal) hebreo


Israëlitisch BN

1 israelita
-- feest = festa israelita


issue ZN

1 thema, question, problema, subjecto
hot -- = question/problema actual/del actualitate


istmisch BN

1 isthmic
--e spelen = jocos isthmic


istmus ZN

1 isthmo
de -- van Corinthe = le isthmo de Corintho


Istrië ZN EIGN

1 Istria


it.

1 (Afk.) it., id.


Italiaan ZN

1 italiano


Italiaans BN

1 italian
--e taal = lingua italian
-- karakter = italianitate
-- maken = italianisar
--e trek/uitdrukking = italianismo
-- sprekend = italophone
-- sprekende = italophono


italiaans ZN

1 (taal) italiano


Italiaanstalig BN

1 italophone


italianiseren WW

1 italianisar


italianisme ZN

1 italianismo
--n gebruiken = italianisar


Italië ZN EIGN

1 Italia


italiek ZN

1 littera/character italic, italica


Italisch BN

1 italic
--e taal = lingua italic
-- recht = derecto italic
--e volksstam = populo italic


item BW

1 item, idem


item ZN

1 (nieuwsbericht, onderwerp) question, subjecto
2 (punt, post) articulo, item (E)


iteratie ZN

1 iteration


iteratief BN

1 iterative
--e methode = methodo iterative
--e bewerking = operation iterative
2 (TAAL) iterative, frequentative
-- werkwoord = verbo iterative, iterativo


iteratief ZN

1 verbo iterative, iterativo


itereren WW

1 iterar, repeter


Ithaka ZN EIGN

1 Ithaca


ithyfallie ZN

1 ithyphallia


ithyfallisch BN

1 ithyphallic


itinerarium ZN

1 itinerario


i.t.t.

1 (Afk.: in tegenstelling tot) in contrasto con


i.v. ZN

1 (Afk.: in voce) in voce


i.v.m.

1 (Afk.: in verband met) in connexion con


ivoor ZN

1 ebore
van -- = eboree, eburnee
-- bewerken = (draaien) tornar ebore, (insnijden) incisar/gravar ebore


ivoorachtig BN

1 eboree, eburnee


ivoordraaier ZN

1 tornator de ebore


ivoordraaierij ZN

1 torneria de ebore


ivoorkarton ZN

1 carton (de) ebore, bristol (E)


ivoorkleur ZN

1 color de ebore


ivoorkleurig BN

1 (de color de) ebore


Ivoorkust ZN EIGN

1 Costa de Ebore


ivoormeeuw ZN

1 laro eboree


ivoorwerker ZN

1 Zie: ivoordraaier


ivoorwit BN

1 de ebore


ivoren BN

1 eboree, eburnee, de ebore
-- doos = cassa de ebore
zich in zijn -- toren terugtrekken = retirar se in su turre de ebore


ivoriet ZN

1 corozo


Ivriet ZN

1 (taal) hebreo moderne


Iwan ZN EIGN

1 Ivan
-- de Verschrikkelijke = Ivan le Terribile


ixia ZN

1 ixia


Ixion ZN EIGN

1 Ixion
het rad van -- = le rota de Ixion


izabel ZN

1 isabella


izegrim ZN

1 grunnion, grunnitor, murmurator


i.z.g.st.

1 (Afk.: in zeer goede staat) in multo bon condition, in optime stato