Fandom

Interlingua Wiki

Nederlandese-Interlingua/i

< Nederlandese-Interlingua

9 806paginas in
iste wiki
Add New Page
Discussion0 Share

iatrochemicus ZN

1 iatrochimico


iatrochemie ZN

1 iatrochimia


iatrochemisch BN

1 iatrochimic


iatrogeen BN

1 iatrogene, iatrogenic


iatroleptisch BN

1 iatroleptic


iatrotechniek ZN

1 iatrotechnica


Iberië ZN EIGN

1 Iberia


Iberiër ZN

1 ibero


iberis ZN

1 iberis


Iberisch BN

1 iber, iberic
--e beschaving = civilisation iber
-- Schiereiland = Peninsula Iberic


Ibero-Amerikaans BN

1 iberoamerican


ibidem BW

1 ibidem


ibis ZN

1 ibis
heilige -- = ibis sacre


i.b.v.

1 (Afk.: in het bezit van) in possession de


i.c.

1 (Afk.: in casu) in iste caso


IC

1 (COMP) IC (= circuito integrate)
-- met luchtisolatie = IC a isolation aeree
analoog -- = IC analoge
discreet -- = IC discrete


Icarisch BN

1 icarie
--e Zee = Mar Icarie


Icarus ZN EIGN

1 Icaro
van -- = icarian


icebergsla ZN

1 lactuca iceberg (E)


ichneumon ZN

1 ichneumon


ichor ZN

1 ichor


ichthyocol ZN

1 ichthyocolla


ichthyofaag ZN

1 ichthyophago


ichthyofobie ZN

1 ichthyophobia


ichthyografie ZN

1 ichthyographia


ichthyografisch BN

1 ichthyographic


ichthyol ZN

1 ichthyol


ichthyoliet ZN

1 ichthyolitho


ichthyologie ZN

1 ichthyologia


ichthyologisch BN

1 ichthyologic


ichthyoloog ZN

1 ichthyologo, ichthyologista


ichthyosaurus ZN

1 ichthyosauro


ichthyose ZN

1 ichthyose (-osis)


icing ZN

1 icing (E)


iconiciteit ZN

1 iconicitate


iconisch BN

1 iconic
--e kunst = arte iconic
--e schilderkunst = pictura iconic
--e beeldhouw-kunst = sculptura iconic


iconoclasme ZN

1 iconoclasma


iconoclast ZN

1 iconoclasta


iconoclastisch BN

1 iconoclastic
--e beweging = movimento iconoclastic


iconograaf ZN

1 iconographo


iconografie ZN

1 iconographia


iconografisch BN

1 iconographic


iconolatrie ZN

1 iconolatria


iconologie ZN

1 iconologia


iconologisch BN

1 iconologic


iconoloog ZN

1 iconologo, iconologista


iconometer ZN

1 (FOTO) iconometro


iconoscoop ZN

1 iconoscopio


iconostase ZN

1 iconostase (-asis)


icoon ZN

1 icone


icosaëder ZN

1 icosahedro


icterisch BN

1 icteric
--e huidkleur = color icteric del pelle


icterus ZN

1 ictero


ictus ZN

1 (MED) ictus
2 (TAAL) ictus


id.

1 (Afk.: idem) id. (=idem)


ideaal BN

1 (volmaakt) ideal, perfecte
-- voorbeeld = exemplo perfecte
2 (zoals men zich niet beter kan wensen) ideal, perfecte, exemplar
-- gereedschap = utensiles perfecte
onder --e omstandigheden = sub circumstantias/conditiones ideal
3 (denkbeeldig) ideal, theoretic, imaginari


ideaal ZN

1 ideal
een -- verwezenlijken/bereiken = realisar un ideal
een -- nastreven = persequer un ideal
zij had haar -- gevonden = illa habeva trovate su ideal
iemand zonder --en = un persona sin ideales
utopische --en = ideales utopic


ideaalbeeld ZN

1 imagine ideal, ideal, idealisation
een -- creëren van iets/van iemand = idealisar un cosa/un persona


ideaalloos BN

1 sin ideal(es)


idealisatie ZN

1 idealisation


idealiseren WW

1 idealisar
het -- = idealisation
iemand die idealiseert = idealisator
Dante heeft de figuur van Beatrice geïdealiseerd = Dante ha idealisate le figura de Beatrice


idealisering ZN

1 idealisation
de -- van het land-schap in de schilderkunst van de primitieven = le idealisation del paisage in le pictura del primitivos


idealisme ZN

1 (FIL) idealisme
transcendentaal -- van Kant = idealismo transcendental de Kant
2 idealismo


idealist ZN

1 (FIL) idealist
2 idealista


idealistisch BN

1 (FIL) idealista
--e filosofie = philosophia idealista
--e dialectiek van Hegel = dialectica idealista de Hegel
-- monisme = monismo idealista
2 idealista, idealistic
--e bedoelingen = intentiones idealista/idealistic
iets -- opvatten = conciper un cosa idealisticamente
--e levensopvatting = vision idealistic del vita


idealiteit ZN

1 idealitate


idealiter BW

1 idealmente


ideatie ZN

1 ideation
incoherente -- = ideation incoherente


idee ZN

1 (gedachtenvoorstelling) idea
-- fixe = idea fixe
een -- overnemen = adoptar un idea
zich een -- van iets vormen = facer se/formar se un idea de un cosa
2 (ideaal, streven) idea, ideal
3 (begrip, notie) idea, notion, concepto
abstract -- = idea abstracte
geen flauw -- van iets hebben = non haber le minor notion/idea de un cosa
zij had geen -- van grammatica = illa non habeva un idea/notion de grammatica
eerste -- = prenotion
4 (mening) idea, opinion, vista
botsing van --en = collision de ideas
naar/volgens mijn -- = secundo mi opinion/vista
van -- veranderen = cambiar/mutar de idea/de opinion
5 (ingeving) idea
een goed -- = un bon idea
een gelukkig -- = un idea felice
lumineus -- = idea luminose
op het -- komen = imaginar
iemand op een -- brengen, iemand een -- aan de hand doen = dar un idea un un persona, suggerer un cosa a un persona
6 (ontwerp) idea
7 (illusie) idea, illusion
8 (FIL) idea, concepto
de -- van het recht = le idea/concepto del justitia


ideëel BN

1 (denkbeeldig) ideal, theoretic, imaginari
-- geld = moneta ideal
-- gewicht = peso ideal
--e goederen = benes ideal
2 (gericht op de verwezelijking van een idee) idealista, idealistic
--e strekking = tendentia idealistic


ideeënassociatie ZN

1 association de ideas


ideeënbus ZN

1 cassa a ideas


ideeëngoed ZN

1 (stock (E) de) ideas


ideeënleer ZN

1 (FIL) theoria del ideas
2 (FIL) idealismo


ideeënreeks ZN

1 serie/catena de ideas/conceptos/notiones


ideeënroman ZN

1 roman de ideas


ideeënstrijd ZN

1 battalia/querela de ideas


ideeënwereld ZN

1 mundo del ideas


idee-fixe ZN

1 idea fixe/dominante, obsession, monomania


idem ZN

1 idem, ditto


idempotent BN

1 idempotente


idempotentie ZN

1 idempotentia


identiek BN

1 identic, semblabile, simile
-- geval = caso identic/semblabile
--e tweeling = geminos identic
(WISK) --e vergelijking = equation identic


identificatie ZN

1 identification, recognoscientia


identificatiecode ZN

1 codice de identification


identificatiedienst ZN

1 servicio de identification


identificatiekaart ZN

1 carta de identification


identificatienummer ZN

1 numero de identification


identificatieplicht ZN

1 obligation de identificar se


identificatieproces ZN

1 processo de identification


identificeerbaar BN

1 identificabile
niet -- = inidentificabile


identificeren WW

1 (vereenzelvigen) identificar
het -- = identification
2 (de identiteit vaststellen) identificar, recognoscer
het -- = identification
het -- van honden = le identification de canes
een misdadiger -- = identificar un criminal
niet te -- = inidentificabile


identificering ZN

1 identification


identiteit ZN

1 (ook WISK) identitate
gerechtelijke -- = identitate judiciari
de -- vaststellen = identificar
vaststelling van de -- = identification
zijn -- bewijzen = monstrar su identitate, identificar se


identiteitsbewijs ZN

1 certificato/documento/carta de identitate
zijn -- overleggen/laten zien = producer/presentar/exhiber su carta de identitate


identiteitscrisis ZN

1 crise/crisis de identitate


identiteitskaart ZN

1 carta/documento/certificato de identitate


identiteitspapieren ZN MV

1 papiros/documentos de identitate/de identification


identiteitspenning ZN

1 Zie: identiteitsplaatje


identiteitsplaatje ZN

1 placa/medalia/disco de identitate


identiteitsrelatie ZN

1 relation de identitate


identiteitsverlies ZN

1 perdita de identitate


ideografie ZN

1 ideographia


ideografisch BN

1 ideographic
--e tekens = signos ideographic


ideogram ZN

1 ideogramma
de --men van het Chinese schrift = le ideogrammas del scriptura chinese {sj}


ideogrammatisch BN

1 ideogrammatic


ideologie ZN

1 (FIL) ideologia
2 (op eenzijdige opvattingen berustend stelsel) ideologia
marxistische -- = ideologia marxista


ideologisch BN

1 ideologic
--e oorlogvoering = guerra ideologic
-- conflict = conflicto ideologic/de ideologias
--e strijd = lucta ideologic
--e tegenstellingen = contrastos ideologic
--e beïnvloeding = indoctrination
iemand -- beïnvloeden = indoctrinar un persona


ideologiseren WW

1 ideologisar


ideologisering ZN

1 ideologisation


ideoloog ZN

1 ideologo, ideologista


ideopathie ZN

1 ideopathia


ideopathisch BN

1 ideopathic


idioblast ZN

1 idioblasto


idiofoon BN

1 idiophone


idiogram ZN

1 idiogramma


idiolect ZN

1 idiolecto


idiomatisch BN

1 idiomatic
--e zinnen = phrases idiomatic
--e uitdrukking = expression idiomatic


Idiom Neutral ZN EIGN

1 Idiom Neutral


idiomorf BN

1 idiomorphe, idiomorphic


idiomusculair BN

1 idiomuscular


idioom ZN

1 idioma


idioot ZN

1 (geesteszieke) idiota, imbecille
geboren -- = idiota congenite/congenital
2 (als scheldwoord) idiota, imbecille
volslagen -- = idiota absolute
zich als een -- gedragen = comportar se/conducer se idioticamente


idioot BN

1 (zwakzinnig) idiota, idiotic
een --e patiënt = un idiota
2 (bespottelijk) idiota, idiotic, folle, stupide, inepte, absurde
--e vraag = question idiota/stupide/folle


idiootheid ZN

1 (zwakzinnigheid) idiotia
2 (dwaasheid) idiotia, stupiditate, follia, absurditate, ineptia, ineptitude


idiopathisch BN

1 idiopathic
--e ziekte = maladia idiopathic


idioplasma ZN

1 idioplasma


idiosyncrasie ZN

1 idiosyncrasia


idiosyncratisch BN

1 idiosyncratic, idiosyncrasic


idioterie ZN

1 (onzinnigheid) idiotia, stupiditate, follia, absurditate, ineptia, ineptitude


idiotie ZN

1 (zwakzinnigheid) idiotia, debilitate de spirito
2 (dwaasheid) idiotia, stupiditate, follia, absurditate, ineptia, ineptitude


idiotisme ZN

1 (TAAL) idiotismo
2 (toestand van geestelijke zwakte) idiotia, idiotismo


idiotype ZN

1 idiotypo


idiovariatie ZN

1 idiovariation


Idist ZN

1 idista


Ido ZN EIGN

1 Ido


idolaat BN

1 idolatra
-- zijn van iemand = idolatrar un persona


idolatrie ZN

1 idolatria


idoliseren WW

1 idolisar


idool ZN

1 (afgod) idolo
2 (FIG) (aanbeden figuur) idolo, fetiche (F)


idylle ZN

1 (LIT) idyllio
schrijver van --n = idyllista
2 (liefdesverhouding) idyllio


idyllendichter ZN

1 autor de idyllios, idyllista


idyllisch BN

1 (LIT) idyllic
2 (bekoorlijk) idyllic
-- gelegen = situate idyllicamente, in un sito idyllic


ieder ONB VNW BIJV

1 cata, omne, tote
-- mens = cata/omne/tote homine
--e dag = cata die/jorno
--e keer = cata vice
in -- geval = in omne caso
in --e hand = in cata mano
hij kan -- moment komen = ille pote venir in qualqunque momento


ieder ONB VNW

1 cata uno, cata persona, totes, omnes, tote le mundo
-- op zijn beurt = cata uno a su torno
-- het zijne = cata uno le sue
-- voor zich = cata uno pro se
we kregen -- honderd gulden = a cata uno de nos on ha date cento florinos
een -- = totes


iedereen ONB VNW

1 Zie: ieder


iegelijk ONB VNW

1 cata un
elk en een -- = quicunque


iel ZN

1 tenue, (zwak) debile


ielheid ZN

1 tenuitate, (zwakheid) debilitate


iemand ONB VNW

1 alicuno, alcuno, qualcuno, (un) persona
-- anders = qualcuno altere, un altere persona
zomaar -- = un quidam
volgzaam -- = persona docile
aardig -- = persona agradabile/sympathic
belangrijk/invloedrijk -- = persona importante/de peso
hij is niet zomaar -- = ille non es un persona qualcunque
wat maken ze het -- toch lastig! = como on complica le vita a uno!


iemker ZN

1 apicultor, apiario


iemkerij ZN

1 apicultura


iep ZN

1 ulmo


iepachtig BN

1 ulmacee


iepachtigen ZN MV

1 ulmaceas


iepen BN

1 de ligno de ulmo


iepenblad ZN

1 folio de ulmo


iepenbos(je) ZN

1 ulmeto


iepenhout ZN

1 ligno de ulmo


iepenhouten BN

1 de ligno de ulmo


iepenstam ZN

1 trunco de ulmo


iepentak ZN

1 branca/ramo de ulmo


iepentakvlinder ZN

1 angerona prunari


iepenzwam ZN

1 pleuroto ulmari


iepziekte ZN

1 maladia del ulmos


Ier ZN

1 irlandese


ier ZN

1 stercore liquide


ierkelder ZN

1 cellario de stercore liquide


Ierland ZN EIGN

1 Irlanda, Eire
2 (GESCH) Hibernia


Iers BN

1 irlandese, de Irlanda
--e Zee = Mar de Irlanda


Iers ZN

1 (taal) irlandese


iets ONB VNW

1 alique, alco, aliquid, alicun cosa, alcun cosa, qualque cosa, qualcosa
-- anders = altere cosa, qualcosa altere
hoorde je --? = tu ha audite alco?
-- zijn = esser alco


iets ZN

1 cosa
een onstoffelijk -- = un cosa immaterial
-- moois = un cosa belle


iets BW

1 un pauco, un poco
-- meer = un pauco plus
-- beter = un pauco melior
wij moeten -- vroeger weggaan = nos debe partir un pauco plus tosto


ietsje ZN

1 iota, jota, un pauco, un poco
een -- zout = un pauco de sal


ietwat BW

1 un pauco, un poco, legiermente
hij is -- koortsig = ille ha un febre legier


iezegrim BN

1 grunnion, grunnitor, murmurator


igloo ZN

1 igloo {iglu}


ignipunctuur ZN

1 ignipunctura


ignis fatuus ZN

1 foco fatue


ignorant BN

1 ignorante


ignorantie ZN

1 ignorantia


ignoreren WW

1 (negeren) ignorar
2 (niet weten) esser ignorante de


i-grec ZN

1 i grec


i.g.st.

1 (AFK.: in goede staat) in bon stato/condition


iguana ZN

1 iguana


iguanodon ZN

1 iguanodonte


i.g.z.

1 (in geheime zitting) in session secrete


i.h.a.

1 (in het algemeen) in general, generalmente


i.h.b.

1 (in het bijzonder) specificamente, specialmente


IJ ZN EIGN

1 (golfo del) IJ


ij ZN

1 ij nederlandese


ijdel BN

1 (behaagziek) vanitose, coquette, vangloriose
-- meisje = puella/juvena vanitose/coquette
-- vertoon = ostentation
2 (verwaand) van, vanitose, orgoliose, pretentiose
3 (zonder enige grond) van, inutile, sin fundamento
--e vrees = pavor nun fundate
4 (nutteloos) van, sterile
--e poging = effortio/tentativa van/sterile
5 (leeg) van, vacue
--e woorden = parolas van


ijdelheid ZN

1 (pronkzucht) vanitate, coquetteria, vangloria, gloriola
wereldse -- = mundanitate
2 (verwaandheid) vanitate, orgolio, pretention, pretension
schaamteloze -- = vanitate impudente
gekrenkte -- = vanitate injuriate
iemands -- strelen = flattar le vanitate de un persona
(BIJBEL) -- der --en = vanitate del vanitates
3 (vergankelijkheid) vanitate, fragilitate
4 (nutteloosheid) sterilitate, inanitate
-- der aardse dingen = inanitate del cosas terrestre
-- van een hoop = inanitate de un spero
5 (nietigheid) vanitate, futilitate


ijdeltuit ZN

1 persona vanitose, vanitoso


ijdeltuiterij ZN

1 vanitate, gloriola


ijk ZN

1 Zie: ijkmerk
2 (het ijken) calibration, verification


ijken WW

1 calibrar, verificar
geijkte thermometer = thermometro calibrate
het -- van een balans = le controlo de un balancia


ijker ZN

1 calibrator, verificator/inspector de pesos e mesuras


ijkgeld ZN

1 costos de verification (de pesos e mesuras)


ijking ZN

1 calibration, verification (de pesos e mesuras)
periodieke -- = calibration periodic


ijkinstallatie ZN

1 dispositivo de calibration


ijkinstrument ZN

1 instrumento de verification (de pesos e mesuras)/de calibration, calibrator


ijkkantoor ZN

1 officio de verification de pesos e mesuras


ijkletter ZN

1 littera de verification (de peso/de mesura)


ijkloon ZN

1 Zie: ijkgeld


ijkmaat ZN

1 mesura standard (E)


ijkmeester ZN

1 Zie: ijker


ijkmerk ZN

1 marca de verification (de peso/de mesura)/de calibration


ijkteken ZN

1 Zie: ijkmerk


ijkwezen ZN

1 inspection/verification de pesos e mesuras


ijl BN

1 (van geringe dichtheid) rar
--er maken = rarefacer
de lucht wordt --er = le aere se rareface
het --er worden van de lucht = le rarefaction del aere
2 (met veel tussenruimte) fin, tenue


ijl ZN

1 haste
in der -- = in haste
in aller -- = in tote/grande haste


ijlbode ZN

1 currero (urgente), staffetta, expresso


ijldienst ZN

1 servicio de grande velocitate


ijlen WW

1 (haasten) currer, hastar se
2 (verward spreken door koorts) delirar, esser delirante
het -- van een zieke = le delirio de un malado
3 (onzin uitslaan) delirar


ijlend BN

1 delirante
--e koorts = febre delirante


ijlgesprek ZN

1 telephonata multo urgente


ijlgoed ZN

1 mercantias de grande velocitate


ijlgoederentarief ZN

1 tarifa pro mercantias de grande velocitate


ijlheid ZN

1 (geringe dichtheid) raritate
2 (losheid, dunheid) tenuitate


ijlings BW

1 in tote/grande haste, con tote velocitate, rapidemente


ijlkoorts ZN

1 febre delirante, delirio febril


ijltempo ZN

1 grande haste, alte velocitate
in -- = in grande/tote haste, a tote velocitate


ijs ZN

1 (bevroren water) glacie
whisky met -- = whisky (E) con glacie
(ook FIG) het -- breken = rumper le glacie
zich op glad -- begeven = aventurar se super un cammino glissante, aventurar se in situationes difficile/periculose
goed beslagen ten -- komen = esser ben preparate
-- en weder dienende = si le tempore lo permitte
2 (consumptieijs) gelato
-- met vruchtjes = gelato con fructos


ijs(co)karretje ZN

1 carretta del mercante/del venditor de gelatos


ijsaanzetting ZN

1 Zie: ijsafzetting


ijsafstroming ZN

1 escolamento del glacie


ijsafzetting ZN

1 (op vliegtuigvleugels) formation/accumulation de glacie
2 (GEOL) sedimento glaciari/de glacie


ijsazijn ZN

1 acido acetic glacial


ijsbaan ZN

1 pista/area de patinar/de patinage, patinatorio
overdekte -- = patinatorio coperte/coperite


ijsbal ZN

1 bolla de glacie


ijsballet ZN

1 ballet (F) super glacie


ijsbank ZN

1 banchisa, banco de glacie, ice-field (E)


ijsbarrière ZN

1 barriera de glacie


ijsbeer ZN

1 urso blanc/polar


ijsbereiding ZN

1 fabrication de glacie (artificial)
2 fabrication de gelato


ijsberen WW

1 mover se/ir nervosemente de un latere al altere


ijsberg ZN

1 iceberg (E), monte de glacie
het topje van de -- = le summitate/puncta del iceberg


ijsbergsla ZN

1 (plant) lactuca iceberg (E)
2 (gerecht) salata iceberg (E)


ijsbestrijder ZN

1 disgelator


ijsbestrijding ZN

1 disgelation


ijsbestrijdingsmiddel ZN

1 disgelator


ijsbijmengsel ZN

1 admixtion de glacie


ijsbloem ZN

1 flor/filice de glacie/pruina


ijsblok ZN

1 bloco de glacie


ijsblokje ZN

1 cubo/cubetto de glacie


ijsbreker ZN

1 rumpeglacie


ijsclub ZN

1 club (E) de patinatores/de patinage


ijsco ZN

1 gelato


ijscokar(retje) ZN

1 carretta (del mercante/venditor) de gelatos


ijscoman ZN

1 venditor/mercante de gelatos


ijscompres ZN

1 compresso de glacie


ijsconsumptie ZN

1 consumo/consumption de gelatos


ijsdam ZN

1 Zie: ijsbarrière


ijsdruk ZN

1 pression del glacie


ijseend ZN

1 clangula hyemal


ijselijk BN

1 abominabile, horribile, horripilante, terrificante, terribile, atroce
--e daad = acto abominabile
--e wraak = vengiantia atroce
-- lelijk = terribilemente fede, fedissime


ijselijkheid ZN

1 horror, atrocitate


ijsemmer ZN

1 situla a/de glacie


ijserosie ZN

1 erosion glaciari


ijsfabriek ZN

1 fabrica de glacie, (van consumptieijs) fabrica de gelato


ijsfabrikant ZN

1 fabricante de glacie, (van consumptieijs) fabricante de gelato


ijsfeest ZN

1 festa super glacie


ijsgang ZN

1 glacie flottante


ijsgors ZN

1 (vogel) calcario lapponic


ijsgrot ZN

1 grotta de glacie


ijshanden ZN MV

1 manos glacial


ijsheiligen ZN MV

1 sanctos de glacie


ijshockey ZN

1 hockey (E) super glacie


ijshockeyclub ZN

1 club (E) de hockey (E) super glacie


ijshockeyschaats ZN

1 patin de hockey (E) super glacie


ijshockeyspeler ZN

1 jocator de hockey (E) super glacie


ijshockeywedstrijd ZN

1 match (E) de hockey (E) super glacie


ijshoorn ZN

1 cornetta de gelato


ijshut ZN

1 igloo {iglu}


ijsje ZN

1 gelato


ijskap ZN

1 calotte (F) glaciari/polar


ijskar(retje) ZN

1 Zie: ijscokar


ijskast ZN

1 refrigerator, armario frigorific, glaciera


ijskegel ZN

1 Zie: ijspegel


ijskelder ZN

1 glaciera


ijskist ZN

1 cassa frigorific/de glacie


ijsklomp ZN

1 bloco de glacie
ik ben net een -- = io es congelate


ijskoffie ZN

1 caffe glaciate/frigide


ijskompres ZN

1 compresso de glacie


ijskorst ZN

1 crusta de glacie


ijskoud BN

1 frigide como le glacie, multo frigide, glacial, gelide, gelate
--e handen = manos glacial
hij bleef -- = ille restava/remaneva de glacie/frigide como le glacie


ijskoud BW

1 sin (facer se) problemas


ijskristal ZN

1 crystallo de glacie


ijslaag ZN

1 strato de glacie


IJsland ZN EIGN

1 Islanda


IJslander ZN

1 islandese


IJslands BN

1 islandese, islandic
--e taal = lingua islandese
--e literatuur = litteratura islandese
--e sagen = sagas islandese


IJslands ZN

1 (taal) lingua islandese, islandese


ijslepeltje ZN

1 coclearetto de gelato


ijslolly ZN

1 gelato al aqua


ijsmachine ZN

1 (mbt kunstijs) machina frigorific/de glacie
2 (mbt consumptieijs) machina de gelatos


ijsmassa ZN

1 massa de glacie


ijsmuts ZN

1 bonetto de lana


ijsnaald ZN

1 agulia de glacie


ijsoppervlak ZN

1 superficie glacial


ijspegel ZN

1 pendente/stalactite de glacie


ijsperiode ZN

1 periodo glaciari/glacial


ijspiste ZN

1 pista/area de patinage


ijspret ZN

1 placeres/gaudio/joia del glacie, diversiones super le glacie, (schaatsen) patinage


ijsranonkel ZN

1 ranunculo glacial


ijsregen ZN

1 pluvia gelate


ijssalon ZN

1 gelateria


ijsschol ZN

1 Zie: ijsschots


ijsschots ZN

1 morsello/pecia/placa de glacie (flottante)


IJsselcup ZN

1 cuppa IJssel


IJsselmeer ZN EIGN

1 Laco IJssel


ijssla ZN

1 Zie: ijsbergsla


ijssport ZN

1 sport (E) super glacie


ijsstaaf ZN

1 barra de glacie


ijsstadion ZN

1 stadio de glacie/de patinage


ijssteen ZN

1 cryolitho


ijssurfen WW

1 surfar/facer surf (E) super glacie


ijstaart ZN

1 torta de gelato


ijstang ZN

1 pincia(s) pro le glacie


ijstent ZN

1 gelateria


ijsthee ZN

1 the glaciate/frigide


ijstijd ZN

1 periodo/epocha glacial/glaciari, glaciation
van na de -- = postglacial


ijstoestand ZN

1 stato del glacie


ijsveld ZN

1 banchisa, banco/campo de glacie, (GEOGR) icefield (E)


ijsventer ZN

1 venditor de gelatos, gelatero (ambulante)


ijsverkoper ZN

1 Zie: ijsventer


ijsvermaak ZN

1 Zie: ijspret


ijsvink ZN

1 Zie: ijsgors


ijsvlakte ZN

1 campo de glacie, (GEOGR) ice-field (E)


ijsvloer ZN

1 strato de glacie


ijsvogel ZN

1 alcyon, martin-piscator


ijsvorming ZN

1 formation de glacie
2 (GEOL) glaciation


ijsvrij BN

1 (zonder ijs) libere de glacie, sin glacie
--e haven = porto libere de glacie
2
-- hebben = esser libere pro patinar/pro ir al glacie


ijswafel ZN

1 wafla de/con gelato


ijswagentje ZN

1 carretta del gelatero (ambulante)


ijswand ZN

1 pariete de glacie


ijswater ZN

1 (van gesmolten ijs) aqua de disgelo
2 (waarin smeltend ijs ligt) aqua glaciate/con glacie


ijswinter ZN

1 hiberno con multe glacie


ijszaag ZN

1 serra a/de glacie


ijszee ZN

1 mar glacial/de glacie
Noordelijke IJszee = Oceano (Glacial) Arctic
Zuidelijke IJszee = Oceano (Glacial) Antarctic


ijszeilen WW

1 facer vela super glacie


ijszone ZN

1 zona glacial/de glacie


ijver ZN

1 zelo, diligentia, assiduitate, application, laboriositate
te grote --, overmaat aan -- = excesso de zelo
apostolische -- = zelo apostolic
misplaatste -- = zelo intempestive
onbezonnen -- = zelo inconsiderate
toonbeeld van -- = exemplo de zelo
-- aan de dag leggen = displicar zelo
gebrek aan -- = inapplication
2 (geestdrift) zelo, ardor, fervor, fuga, enthusiasmo
zich vol -- op iets toeleggen = dedicar se a un cosa con grande enthusiasmo
iemands -- aanvuren = stimular/excitar le zelo/ardor de un persona


ijveraar ZN

1 zelator, fanatico
fanatieke -- = zelator fanatic
-- voor het liberalisme = zelatores del liberalismo


ijveren WW

1 zelar, defender con ardor/fervor, luctar
voor iets -- = devotar se a/luctar pro un cosa
tegen iets -- = opponer se/luctar contra un cosa ardentemente/ferventemente/con ardor/con fervor


ijverig BN

1 (vlijtig) zelose, diligente, assidue, dynamic, laboriose, industriose, active, applicate
--e leerling = alumno studiose
-- werken aan zijn taak = applicar se a su carga
2 (fervent) zelose, ardente, fervente
-- christen = christiano zelose/fervente


ijverzucht ZN

1 jelosia, invidia


ijverzuchtig BN

1 jelose, invidiose


ijzel ZN

1 glacie al solo


ijzelen WW

1
het ijzelt = il face glacie al solo


ijzelmelder ZN

1 indicator de glacie al solo


ijzen WW

1 fremer, haber horror (de)
die gedachte doet me -- = iste pensata/pensamento me face fremer


ijzer ZN

1 (metaal) ferro
gedegen -- = ferro pur
ruw -- = ferro brute
gegalvaniseerd -- = ferro galvanisate
geslagen -- = ferro battite
gesmeed -- = ferro forgiate
gesmolten -- = ferro fundite
gloeiend -- = ferro incandescente
-- delven = extraher ferro
het -- smeden = forgiar/batter le ferro
het -- bewerken = laborar le ferro
-- smelten/gieten = funder ferro
men moet het -- smeden als het heet is = on debe batter le ferro quando illo es cal(i)de
je kunt geen -- met handen breken = inutile tentar le impossibile
2 (voorwerp van ijzer) ferro
de --s van een paard = le ferros de un cavallo
van --(s) voorzien, met -- beslaan = ferrar
de --s onderbinden = poner se le patines
oud -- = ferro vetule, ferralia
dat is een heet -- om aan te vatten = isto es un thema multo delicate


ijzeraarde ZN

1 terra ferruginose/de ferro


ijzerachtig BN

1 ferrose, ferruginose, ferric


ijzerader ZN

1 filon/vena de ferro


ijzerafval ZN

1 ferralia, (schroot) mitralia


ijzeralliage ZN

1 Zie: ijzerlegering


ijzerbeslag ZN

1 guarnition/guarnitura/revestimento de ferro
van -- voorzien = ferrar
het -- afnemen van = disferrar


ijzerbevattend BN

1 ferruginose


ijzerbloemen ZN MV

1 flores de ferro


ijzerboor ZN

1 forator a metallos


ijzerbron ZN

1 fonte ferruginose


ijzercarbonaat ZN

1 carbonato de ferro


ijzerconstructie ZN

1 construction in/de ferro


ijzerdeeltje ZN

1 particula de ferro


ijzerdraad ZN

1 filo de ferro


ijzeren BN

1 de ferro, ferree
-- discipline/tucht = disciplina ferree/de ferro
-- wil = voluntate ferree/de ferro
-- bank = banco de ferro
-- stang/staaf = barra de ferro
-- plaat = placa de ferro
-- rolluik = cortina de ferro
(POL) -- gordijn = cortina de ferro
-- hoepel/ring = circulo de ferro
-- kruis = cruce de ferro
-- tijdperk = etate de ferro
-- gezondheid = sanitate/constitution de ferro
-- maag = stomacho de ferro
-- vuist = pugno de ferro
-- long = pulmon artificial/de aciero
met -- hand = con mano de ferro


ijzererts ZN

1 mineral de ferro


ijzerfabriek ZN

1 fabrica de ferro


ijzerfabrikant ZN

1 fabricante de ferro


ijzergaas ZN

1 tela/rete metallic


ijzergaren ZN

1 filo multo resistente/forte


ijzergieter ZN

1 funditor de ferro


ijzergieterij ZN

1 funderia de ferro


ijzergroeve ZN

1 mina de ferro


ijzerhandel ZN

1 (handel in ijzer) commercio/negotio de ferro
2 (handel in ijzerwaren) commercio/negotio de ferramentos, quincaleria


ijzerhandelaar ZN

1 (handelaar in ijzer) commerciante/negotiante de ferro, (ijzerwarenhandelaar) commerciante/negotiante/mercante de ferramentos/de objectos de ferro, quincaliero


ijzerhard BN

1 dur como le ferro


ijzerhard ZN

1 verbena


ijzerhardfamilie ZN

1 verbenaceas


ijzerhoudend BN

1 ferrifere, ferrose, ferruginose
-- erts = mineral ferrifere/ferrose
-- terrein = terreno ferrifere


ijzerhoudendheid ZN

1 ferruginositate


ijzerhout ZN

1 ligno de ferro


ijzerhouten BN

1 de ligno de ferro


ijzerindustrie ZN

1 industria siderurgic/del ferro, siderurgia


ijzerkalk ZN

1 calce de ferro


ijzerkies ZN

1 pyrite (de ferro)


ijzerkleur ZN

1 color de ferro


ijzerkleurig BN

1 de color de ferro


ijzerkoper ZN

1 mercante de ferro


ijzerkruid ZN

1 sideritis
2 verbena


ijzerkruidachtigen ZN MV

1 verbenaceas


ijzerlegering ZN

1 alligato ferrose/de ferro


ijzermenie ZN

1 oxydo ferric, minio


ijzermijn ZN

1 mina ferrifere/de ferro


ijzeroer ZN

1 limonite


ijzeroplossing ZN

1 solution de ferro


ijzeroxyde ZN

1 oxydo de ferro, (ferro-) oxydo ferrose, (ferri-) oxydo ferric


ijzerperiode ZN

1 periodo/epocha de ferro


ijzerpletter ZN

1 (machine) laminatorio


ijzerpletterij ZN

1 fabrica de lamination de ferro


ijzerpreparaat ZN

1 preparation de ferro, medicamento ferruginose


ijzerproduktie ZN

1 production de ferro


ijzerroest ZN

1 ferrugine


ijzerroestkleur ZN

1 color de ferrugine


ijzerschroot ZN

1 mitralia de ferro


ijzerslakken ZN MV

1 scoria


ijzersmaak ZN

1 sapor/gusto ferruginose


ijzersmederij ZN

1 forgia, ferreria


ijzersmelterij ZN

1 funderia de ferro


ijzersmet ZN

1 macula de ferro


ijzersmid ZN

1 Zie: smid


ijzersoldeersel ZN

1 soldatura de ferro


ijzerspaat ZN

1 ferro spatic, siderite


ijzerstaaf ZN

1 barra de ferro


ijzersteen ZN

1 hematite rubie


ijzersterk BN

1 de ferro, multo solide/forte, fortissime, de un sanitate robuste
-- gestel = constitution de aciero/multo solide
--e kousen = calceas multo forte
--e benen hebben = haber gambas de aciero
hij kwam met --e argumenten = ille produceva argumentos multo forte


ijzertegel ZN

1 quadrello de ferro


ijzertijd(perk) ZN

1 epocha/etate del ferro


ijzervaren ZN

1 cyrtomio


ijzervast BN

1 firme como le ferro


ijzerverbinding ZN

1 (SCHEI) composito de ferro


ijzerverkoper ZN

1 (van ijzerwaren) mercante de objectos de ferro, quincaliero


ijzervernis ZN

1 vernisse a ferro


ijzervijlsel ZN

1 limatura de ferro


ijzervitriool ZN

1 sulfato de ferro


ijzervlek ZN

1 macula de ferro


ijzervrij BN

1 sin ferro


ijzerwaren ZN MV

1 articulos/objectos de ferro, ferramentos, quincalia


ijzerwarenhandelaar ZN

1 commerciante/negotiante/mercante de ferramentos/de articulos/objectos de ferro, quincaliero


ijzerwarenwinkel ZN

1 commercio de ferramentos/de objectos/articulos de ferro, quincalieria


ijzerwater ZN

1 aqua ferruginose


ijzerwerk ZN

1 ferramento


ijzerwinkel ZN

1 Zie: ijzerwarenwinkel


ijzerzaag ZN

1 serra pro metallos


ijzerzand ZN

1 sablo/arena ferruginose


ijzerzout ZN

1 sal de ferro, (van driewaardig ijzer) sal ferric, (van tweewaardig ijzer) sal ferrose


ijzig BN

1 (ijskoud) glacial, glaciari, gelide
--e wind = vento glacial/gelide
--e temperaturen = temperaturas glacial
--e stilte = silentio glacial
--e blik = reguardo glacial
--e gelatenheid = impassibilitate glacial
iemand -- behandelen = tractar un persona frigidemente
2 (ijzingwekkend) terrificante, horribile, horripilante


ijzingwekkend BN

1 terrificante, horribile, horripilante
--e gil = crito horripilante


ik PERS VNW

1 io


ik ZN

1 ego
mijn tweede -- = mi altere ego


ik-besef ZN

1 notion del ego, autoconscientia


ikebana ZN

1 ikebana


ik-figuur ZN

1 narrator al prime persona


ik-gerichtheid ZN

1 egocentrismo


ikheid ZN

1 (het ik) ego
2 (individualiteit) individualitate


ik-roman ZN

1 roman(ce) al prime persona


ik-tijdperk ZN

1 epocha/era individualista/del individualismo


ik-vorm ZN

1 prime persona
roman geschreven in de -- = roman(ce) al prime persona


ikzucht ZN

1 egocentrismo, egoismo, narcissismo


ikzuchtig BN

1 egocentric, egoista, egoistic, narcissic, narcissista, narcissistic


ilangilang(boom) ZN

1 ylang-ylang


ileaal BN

1 ileal


ileïtis ZN

1 ileitis


ileocecaal BN

1 ileocecal


ileotomie ZN

1 ileotomia


ileum ZN

1 ileon


ileus ZN

1 ileo, occlusion intestinal


iliacaal BN

1 iliac


iliocostaal BN

1 iliocostal


iliodorsaal BN

1 iliodorsal


iliofemoraal BN

1 iliofemoral


iliospinaal BN

1 iliospinal


iliotibiaal BN

1 iliotibial


ilium ZN

1 osso iliac, ilio


illatief BN

1 illlative
--e zin = phrase illative


illegaal BN

1 (onwettig) illegal, illicite, interlope, (clandestien) clandestin
--e abortus = aborto illegal
--e praktijken = practicas/activitates illegal
--e wapenhandel = traffico illegal de armas
-- werk = labor/travalio illegal/clandestin
--e invoer = importation illicite
--e gifstortingen = discargas illegal de residuos toxic
een blad -- verspreiden = diffunder un jornal clandestimente
2 (strijdend tegen overweldiger) del (movimento de) resistentia


illegaal ZN

1 (verzetsstrijder) resistente, membro del movimento de resistentia
2 (buitenlander) travaliator/laborator immigrate clandestin, immigrato clandestin


illegaliteit ZN

1 (onwettigheid) illegalitate
2 (verzetsbeweging) movimento de resistentia, resistentia, illegalitate, clandestinitate


illegitiem BN

1 illegitime


illegitimiteit ZN

1 illegitimitate


illiquiditeit ZN

1 (FIN) illiquiditate, manco de liquiditate


illocutie ZN

1 illocution


illuminaat ZN

1 illuminato, illuminista
leer van de --en = illuminismo


illuminatie ZN

1 (feestelijke verlichting) illumination
2 (het verkrijgen van geestelijk inzicht) illumination


illuminator ZN

1 illuminator


illumineren WW

1 illuminar


illusie ZN

1 illusion
optische -- = illusion optic
een -- in de grond boren = destruer un illusion
zich --s maken = facer se/forgiar se illusiones, illuder se
kortstondigheid van een -- = fugacitate de un illusion
de -- verstoren = destruer le illusion, disillusionar, disilluder
een doorgeprikte -- = un illusion destruite
een -- armer zijn = esser disillusionate, haber perdite un illusion
een -- geven = illusionar
--s wekken = crear illusiones
zijn --s laten varen = abandonar su illusiones
--s ontnemen = disillusionar
zonder --s = sin illusiones, disillusionate


illusieloos BN

1 sin illusiones, disillusionate


illusionair BN

1 illusori


illusioneren WW

1 illusionar


illusionisme ZN

1 (leer, opvatting) illusionismo
2 (goochelkunst) illusionismo, prestidigitation


illusionist ZN

1 illusionista, prestidigitator


illusoir BN

1 illusori
-- voordeel = avantage illusori


illuster BN

1 illustre
--e voorbeelden = exemplos illustre
-- gezelschap = compania illustre
zeer -- = illustrissime


illustratie ZN

1 (het illustreren) illustration
2 (afbeelding) illustration, figura, imagine
met --s versieren = illustrar, miniar
3 (voorbeeld) illustration, exemplo
ter -- van = pro illustrar, a titulo illustrative
4 (tijdschrift) revista illustrate


illustratief BN

1 illustrative
--e voorbeelden = exemplos illustrative/instructive


illustratiemateriaal ZN

1 material de illustration


illustratietekenaar ZN

1 designator de illustrationes, illustrator


illustrator ZN

1 illustrator


illustreren WW

1 (van afbeeldingen voorzien) illustrar
rijk geïllustreerd = con profuse illustration, riccamente illustrate
2 (toelichten) illustrar, explicar
met een voorbeeld -- = illustrar con un exemplo


illuviaal BN

1 illuvial


illuvium ZN

1 illuvion


Illyrië ZN EIGN

1 Illyria


Illyriër ZN

1 illyrio


Illyrisch BN

1 illyric, illyrie
--e beschaving = civilisation illyric
--e taal = lingua illyric


imagebuilding ZN

1
aan -- doen = crear/construer (se) un imagine


imaginair BN

1 imaginari
--e winst = profito/beneficio imaginari
-- getal = numero imaginari
--e punten = punctos imaginari
--e platte vlakken = planos imaginari
--e wereld = mundo imaginari


imaginatie ZN

1 imagination


imagineren WW

1 imaginar


imago ZN

1 imagine
iemands -- opvijzelen = meliorar le imagine de un persona
2 (BIOL) imago
3 (PSYCH) imago


imam ZN

1 imam


imamaat ZN

1 imamato


imbeciel BN

1 imbecille, cretin


imbeciel ZN

1 imbecille, cretino


imbeciliteit ZN

1 imbecillitate, cretinismo
mongoloïde -- = imbecillitate mongoloide, mongolismo


imbiberen WW

1 imbiber


imbibitie ZN

1 imbibition, imbibimento


imbroglio ZN

1 imbroglio (I)


IMF

1 (Afk.: Internationaal Monetair Fonds) FMI (Fundo Monetari International)


imitatie ZN

1 imitation
slechte -- = mal imitation, mal copia, pastiche (F)


imitatieleer ZN

1 pelle de imitation, moleskin (E)


imitatiemarmer ZN

1 marmore artificial/de imitation


imitatieparel ZN

1 perla de imitation


imitatieperkament ZN

1 imitation de pergamena


imitatiesteen ZN

1 petra synthetic


imitatiezucht ZN

1 mania del imitation


imitatio ZN

1 imitation


imitator ZN

1 imitator, copiator, copista, mimico, mimologo


imiteerbaarheid ZN

1 imitabilitate


imiteerkunst ZN

1 arte del imitation, mimologia


imiteren WW

1 imitar, copiar, refacer
het -- = imitation
iemands stem -- = refacer le voce de un persona
iemands manier van spreken -- = copiar le modo de parlar de un persona


imiterend BN

1 imitante, imitator, imitative


imker ZN

1 apicultor


imkerij ZN

1 apicultura


immanent BN

1 immanente
--e gerechtigheid = justitia immanente
-- zijn = immaner


immanentie ZN

1 immanentia


immanentieprincipe ZN

1 principio de immanentia


immanentisme ZN

1 immanentismo
aanhanger van het -- = immanentista


immaterialisme ZN

1 immaterialismo


immaterialist ZN

1 immaterialista


immaterialistisch BN

1 immaterialista, immaterialistic


immaterieel BN

1 immaterial, incorporee, intangibile
--e schade = damno(s) immaterial
--e goederen = benes immaterial
-- maken = immaterialisar


immatriculatie ZN

1 immatriculation, inscription


immatriculatielijst ZN

1 lista de immatriculation/inscription


immatriculatieregister ZN

1 registro de immatriculation/inscription


immatriculeren WW

1 immatricular, inscriber
het -- = immatriculation


immatriculering ZN

1 immatriculation, inscription


immaturiteit ZN

1 immaturitate


immatuur BN

1 immatur


immens BN

1 immense, enorme, colossal, monstro
-- werk = travalio/labor monstro


immensiteit ZN

1 immensitate


immer BW

1 sempre, semper
het -- aanwezige gevaar = le periculo sempre presente


immergroen BN

1 semper verde


immermeer BW

1 sempre, semper


immers BW

1 pois que, nonne?
hij komt -- morgen = pois que ille veni deman, ille veni deman, nonne?
hij geeft veel, hij is -- rijk = ille da multo, pro que ille es ric


immersie ZN

1 immersion


immersiemicroscoop ZN

1 microscopio a/de immersion


immersieobjectief ZN

1 objectivo a/de immersion


immersiethermometer ZN

1 thermometro a/de immersion


immigrant ZN

1 immigrante, immigrato


immigratie ZN

1 immigration


immigratiebeleid ZN

1 politica de immigration


immigratiebeperking ZN

1 restriction del immigration, limitation del fluxo de immigration


immigratiebureau ZN

1 bureau (F)/officio de immigration


immigratiecontingent ZN

1 quota de immigration


immigratiedienst ZN

1 servicio de immigration


immigratiegolf ZN

1 unda de immigration


immigratieland ZN

1 pais de immigration


immigreren WW

1 immigrar
het -- = immigration


imminent BN

1 imminente
-- gevaar = periculo imminente


immissie ZN

1 immission


immobiel BN

1 immobile


immobilia ZN MV

1 immobiles


immobiliën ZN MV

1 immobiles


immobilisatie ZN

1 immobilisation


immobiliseren WW

1 (onbeweeglijk maken) immobilisar
2 (FIG) immobilisar, paralysar


immobilisme ZN

1 immobilismo
politiek -- = immobilismo politic


immobiliteit ZN

1 (onbeweeglijkheid) immobilitate
2 (FIG) immobilitate, paralyse (-ysis)


immoderaat BN

1 immoderate


immodest BN

1 immodeste


immolatie ZN

1 immolation


immoleren WW

1 immolar


immoralisme ZN

1 immoralismo
aanhanger van het -- = immoralista


immoralistisch BN

1 immoralista


immoraliteit ZN

1 immoralitate


immoreel BN

1 immoral
-- maken = immoralisar
-- gedrag = comportamento/conducta immoral, immoralismo
iemand die zich -- gedraagt = immoralista


immortaliteit ZN

1 immortalitate


immunisatie ZN

1 immunisation
actieve -- = immunisation active
passieve -- = immunisation passive


immunisatiereactie ZN

1 reaction de immunisation


immunisator ZN

1 immunisator


immuniseren WW

1 immunisar
het -- = immunisation
-- tegen griep = immunisar contra le grippe (F)/le influenza (I)


immunisering ZN

1 immunisation


immuniteit ZN

1 (weerstandsvermogen) immunitate
natuurlijke -- = immunitate natural
cellulaire -- = immunitate cellular
overgeërfde -- = immunitate hereditari
aangeboren -- = immunitate congenital
verworven -- = immunitate acquirite
passieve -- = immunitate passive
actieve -- = immunitate active
humorale -- = immunitate humoral
onderdrukking van de -- = immunosuppression
2 (onschendbaarheid) immunitate
parlementaire -- = immunitate parlamentari
kerkelijke -- = immunitate ecclesiastic


immuniteitsgebied ZN

1 zona de immunitate


immuniteitsleer ZN

1 immunologia


immuniteitsonderdrukkend BN

1 Zie: immunosuppressief


immuniteitsreactie ZN

1 reaction de immunitate


immunobiologie ZN

1 immunobiologia


immunochemie ZN

1 immunochimia


immunodeficiëntie ZN

1 immunodeficientia


immunodepressivum ZN

1 immunodepressivo


immunofluorescentie ZN

1 immunofluorescentie


immunogeen BN

1 immunogene
--e therapie = immunotherapia


immunogenetica ZN

1 immunogenetica


immunogenetisch BN

1 immunogenetic


immunoglobuline ZN

1 immunoglobulina


immunologie ZN

1 immunologia


immunologisch BN

1 immunologic
--e studiën = studios immunologic


immunoloog ZN

1 immunologo, immunologista


immunomechanisme ZN

1 immunomechanisme


immunopathie ZN

1 immunopathia


immunoreactiviteit ZN

1 immunoreactivitate


immunosuppressief BN

1 immunosuppressive, immunosuppressor
-- middel = immunosuppressor, immunosuppressivo


immunosuppressivum ZN

1 immunosuppressivo, immunosuppressor


immunotherapie ZN

1 immunotherapia


immunotolerantie ZN

1 tolerantia immunologic, immunotolerantia


immuun BN

1 (onvatbaar) immun
-- maken = render immun, immunisar
het -- maken = immunisation
2 (onschendbaar) immun, exempte


immuunmechanisme ZN

1 immunomechanismo, mechanismo immunitari/immunologic


immuunreactie ZN

1 immunoreaction, reaction immunitari/immunologic


immuunserum ZN

1 immunosero


immuunsysteem ZN

1 systema immunitari


immuuntherapie ZN

1 immunotherapia


impact ZN

1 impacto, effecto, influentia


impala ZN

1 impala


impanatio ZN

1 impanation


imparipinnaal BN

1 imparipinnate, imparipennate


impartiaal BN

1 impartial


impartialiteit ZN

1 impartialitate


impasse ZN

1 impasse (F)
in een -- geraken = arrivar in un impasse
zich in een -- bevinden, in een -- zitten = trovar se in un impasse, esser in un impasse
uit een -- komen = superar un impasse


impassibel BN

1 impassibile


impassibiliteit ZN

1 impassibilitate


impatibel BN

1 incompatibile


impeachment ZN

1 impeachment (E)


impedantie ZN

1 impedantia
akoestische -- = impedantia acustic
wederzijdse -- = impedantia mutual
karakteristieke -- = impedantia characteristic
complexe -- = impedantia complexe
gekoppelde -- = impedantia copulate


impediëren WW

1 impedir


impediment ZN

1 impedimento


impenetrabel BN

1 impenetrabile


impenetrabiliteit ZN

1 impenetrabilitate


imperatief ZN

1 (TAAL) modo imperative, imperativo
2 (FIL) imperativo
categorische -- = imperativo categoric
hypothetische -- = imperativo hypothetic


imperatief BN

1 imperative, injunctive
(JUR) -- voorschrift = disposition/prescription imperative
-- mandaat = mandato imperative


imperator ZN

1 imperator


imperatorisch BN

1 imperative


imperceptibel BN

1 imperceptibile


imperfect BN

1 imperfecte
-- kristal = crystallo imperfecte


imperfectie ZN

1 imperfection


imperfectief BN

1 imperfective
-- aspect = aspecto imperfective


imperfectum ZN

1 imperfecto


imperiaal ZN

1 (op auto, etc.) imperial, portabagages


imperiaal BN

1 (keizerlijk) imperial
-- decreet = decreto imperial


imperialisme ZN

1 imperialismo
het -- van Karel de Vijfde = le imperialismo de Carolo V
cultu-reel -- = imperialismo cultural


imperialist ZN

1 imperialista


imperialistisch BN

1 imperialista, imperialistic
--e politiek = politica imperialista/imperialistic


imperium ZN

1 imperio
koloniaal -- = imperio colonial
Britse Imperium = Imperio Britannic
industrieel -- = imperio industrial
financieel -- = imperio financiari


impermeabel BN

1 impermeabile


impertinent BN

1 (JUR) (irrelevant) impertinente
2 (brutaal) impertinente, insolente, impudente
--e blikken = reguardos impertinente
--e opmerkingen = remarcas impertinente
-- gedrag = comportamento impertinente, impertinentia, insolentia, impudentia
--e vraag = question impertinente
-- optreden = esse impertinente


impertinentie ZN

1 (JUR) (irrelevantie) impertinentia
2 (brutaliteit) impertinentia, insolentia, impudentia


imperturbabel BN

1 imperturbabile


imperturbabiliteit ZN

1 imperturbabilitate


impetigineus BN

1 impetiginose


impetigo ZN

1 impetigo


impetueus BN

1 impetuose


impetuositeit ZN

1 impetuositate


impetuoso

1 (MUZ) impetuoso (I)


impiëteit ZN

1 impietate


implacabel BN

1 implacabile


implantaat ZN

1 implant


implantatie ZN

1 implantation


implanteerbaar BN

1 implantabile


implanteren WW

1 implantar
het -- = implantation


implantologie ZN

1 implantologia


implementatie ZN

1 implementation


implementeren WW

1 implementar


implementering ZN

1 implementation


implicatie ZN

1 (verwikkeling) implication, complication
dit heeft politieke --s = isto ha implicationes politic
2 (wat in iets opgesloten ligt) implication
bij -- = lo que implica que, per consequentia, per implication
3 (het geïmpliceerd zijn) implication


impliceren WW

1 (verwikkelen) implicar, involver
het -- = implication
in de affaire geïmpliceerd zijn = esser implicate in le affaire (F)
2 (inhouden) implicar
dat impliceert dat hij op de hoogte was = isto implica que ille esseva al currente


impliciet BN

1 implicite, inexprimite, tacite
--e voorwaarde = condition implicite/tacite
-- bedoelen = subintender
-- erkennen = recognoscer implicitemente/tacitemente


imploderen WW

1 imploder


implosie ZN

1 implosion


implosief BN

1 implosive


implosief ZN

1 consonante implosive


impluvium ZN

1 impluvio


imponderabilia ZN MV

1 (NAT) (onweegbare zaken) particulas imponderabile
2 (FIG) imponderabiles


imponeren WW

1 imponer, impressionar
hij is gemakkelijk te -- = ille lassa impressionar se facilemente, ille es multo impressionabile
zijn zelfvertrouwen imponeert = su confidentia (in se ipse) es impressive
laat je niet --! = non lassa impressionar te!


imponerend BN

1 imponente, impressive, impressionante
--e figuur = figura imponente/impressionante


impopulair BN

1 impopular
--e maatregelen = mesuras impopular
--e wet = lege impopular
--e minister = ministro impopular


impopulariteit ZN

1 impopularitate
-- van een minister = impopularitate de un ministro


import ZN

1 (invoer van koopwaren) importation
de -- van tarwe = le importation de tritico/frumento
2 (ingevoerde koopwaar) importationes
de -- moet de export niet overtreffen = le importationes non debe exceder le exportationes
3 (SOC) (personen) gente de foras
in deze wijk woont bijna allemaal -- = in iste quartiero quasi tote le gente es de foras


import BN

1 de importation, importate


importabel BN

1 importabile


important BN

1 importante, de importantia


importantie ZN

1 importantia
een zaak van de grootste -- = un cosa del plus grande importantia


importartikel ZN

1 articulo de importation


importbepaling ZN

1 disposition de importationes


importbeperking ZN

1 limitation/restriction del importationes


importeerbaarheid ZN

1 importabilitate


importeren WW

1 importar
het -- = importation
weer -- = reimportar


importeur ZN

1 importator


importfirma ZN

1 casa/firma de importation


importgoederen ZN MV

1 merces/mercantias/articulos de importation, importationes


importhandel ZN

1 commercio de importation


importhandelaar ZN

1 importator


importhuis ZN

1 Zie: importfirma


importkrediet ZN

1 credito de importation


importland ZN

1 pais de importation


importlijst ZN

1 lista de articulos de importation


importmarkt ZN

1 mercato de importation


importoverschot ZN

1 excesso/excedente de importation


importsaldo ZN

1 saldo de importation


importsigaren ZN MV

1 cigarros de importation


importuneren WW

1 importunar


importuniteit ZN

1 importunitate


importuun BN

1 importun


importvergunning ZN

1 permisso/licentia de importation


importzaak ZN

1 Zie: importfirma


imposant BN

1 imponente, impressionante


impost ZN

1 (accijns) imposto
2 (BOUWK) imposta


impostlijst ZN

1 (BOUWK) architrave


impotent BN

1 (MED) (onmachtig tot geslachtsgemeenschap) impotente
dit middel maakt mannen -- = iste substantia rende impotente le homines
2 (geestelijk onbekwaam) impotente
zich -- voelen = sentir se impotente


impotentie ZN

1 (geslachtelijke onmacht) impotentia
2 (geestelijke onbekwaamheid) impotentia


impracticabel BN

1 impracticabile


imprecatie ZN

1 imprecation


impregnatie ZN

1 impregnation


impregneerbaar BN

1 impregnabile


impregneerder ZN

1 persona qui impregna


impregneermiddel ZN

1 agente impregnante/pro impregnar


impregneervloeistof ZN

1 liquido impregnante/pro impregnar


impregneren WW

1 impregnar, (waterdicht maken) impermeabilisar
het -- = impregnation
het hout -- = impregnar le ligno


impresario ZN

1 impresario (I)


imprescriptibel BN

1 imprescriptibile


impressie ZN

1 impression
een goede -- maken = facer un bon impression


impressief BN

1 impressive


impressionabel BN

1 impressionabile


impressionabiliteit ZN

1 impressionabilitate


impressioneren WW

1 impressionar


impressionisme ZN

1 impressionismo


impressionist ZN

1 impressionista


impressionistisch BN

1 impressionista, impressionistic
--e schilderkunst = pictura impressionista/imprssionistic
-- schilderij = pictura impressionista/impressionistic
de --e aspecten van de muziek van Debussy = le aspectos impressionistic del musica de Debussy
op --e wijze de wer-kelijkheid weergeven = representar impressionisticamente le realitate


imprimatur ZN

1 imprimatur (L)
het -- verkrijgen = obtener le imprimatur


improbabel BN

1 improbabile


improbiteit ZN

1 improbitate


improduktief BN

1 (EC) improductive
2 (TAAL) improductive


improduktiviteit ZN

1 improductivitate
-- van een terrein = improductivitate de un terreno
-- van een kapitaal = improductivitate de un capital
-- van een onderneming = improductivitate de un interprisa


improfitabel BN

1 non profitabile


impromptu ZN

1 impromptu (F)


improvisatie ZN

1 (ook MUZ) improvisation
vrije -- = improvisation libere


improvisatietalent ZN

1 capacitate de improvisation, talento de improvisator


improvisator ZN

1 improvisator


improvisatorisch BN

1 improvisatori, improvisate


improviseren WW

1 improvisar
het -- = improvisation
een paar slaapplaatsen -- = improvisar alicun lectos


improviste ZN

1
à l'-- = improvisatemente, ex tempore


imprudent BN

1 imprudente


impuberteit ZN

1 impubertate


impudentie ZN

1 impudentia


impugnatie ZN

1 impugnation


impuls ZN

1 (duw) impulso
2 (FIG) impulso, impulsion, impeto, incentivo, stimulo, elan (F)
een nieuwe -- krijgen = reciper un nove impulso/impeto
3 (opwelling) impulso
hij handelde in een -- = ille ha agite impulsivemente/per un impulso
4 (elektrische stroomstoot) impulso, impulsion


impulsaankoop ZN

1 compra spontanee/impulsive/sub le stimulo del momento


impulsduur ZN

1 durata/duration de impulso/impulsion


impulsie ZN

1 impulso, impulsion, incentivo, stimulo, elan (F)


impulsief BN

1 impulsive
--e beslissing = decision impulsive
-- gedrag = comportamento/conducta impulsive
--e koper = comprator/emptor impulsive
-- iemand = persona impulsive, impulsivo
-- kind = infante impulsive
--e beweging = movimento impulsive
-- karakter = impulsivitate
-- handelen = ager impulsivemente


impulsiviteit ZN

1 impulsivitate
jeugdige -- = impulsivitate juvene/juvenil


impulsmoment ZN

1 (NAT) momento de impulso


impuniteit ZN

1 impunitate


imputabel BN

1 imputabile


imputatie ZN

1 (beschuldiging) imputation, accusation


imputeren WW

1 imputar, accusar


impuur BN

1 impur


in VZ

1 in, a
-- het bos = in le bosco
-- Bilthoven = in/a Bilthoven
-- de kerk = in le ecclesia
-- de vergadering = in le assemblea
-- mijn voordeel = in/a mi favor
een doctor -- de chemie = un doctor in le chimia


in BW

1
hij loopt de winkel -- = ille entra in le magazin
dat wil er bij mij niet -- = io refusa de creder lo
tussen twee huizen -- = inter duo casas
het artikel komt er niet -- = le articulo non sera acceptate
tegen de wind -- = contra le vento
tegen de stroom -- = contra le currente


inaan BN

1 inan


in absentia ZN

1 in absentia (L)


in abstracto ZN

1 in abstracto (L)


inacceptabel BN

1 inacceptabile, inadmissibile


inaccessibel BN

1 inaccessibile


inaccuraat BN

1 inaccurate, inexacte, imprecise, incorrecte


inaccuraatheid ZN

1 inexactitude, imprecision


inachtnemend BN

1 observante


inachtneming ZN

1 observation, observantia, consideration
strenge -- van de regels = observation/observantia stricte/rigorose del regulamento/del regulas
met -- van = in observantia de, in virtute de, in consideration de/a


inactief BN

1 inactive
-- maken = inactivar


inactiveren WW

1 inactivar


inactivering ZN

1 inactivation


inactiviteit ZN

1 inactivitate, inaction
-- schaadt het organisme = inactivitate noce al organismo
-- van een vulkaan = inactivitate de un vulcano


inadaptatie ZN

1 inadaptation


inadembaar BN

1 respirabile


inadembaarheid ZN

1 respirabilitate


inademen WW

1 respirar, aspirar, (tgov uitademen) inspirar, (inhaleren) inhalar
het -- = respiration, aspiration, inhalation, inspiration
frisse lucht -- = respirar aere pur
moeilijk in te ademen = irrespirabile
geschikt om in te ademen = respirabile
geschiktheid om in te -- = respirabilitate


inademing ZN

1 inspiration, respiration, aspiration, inhalation
-- en uitademing = inspiration e expiration
geschikt voor -- = respirabile
geschiktheid voor -- = respirabilitate


inadequaat BN

1 inadequate


inadequatie ZN

1 inadequation


inagglutinabel BN

1 inagglutinabile


inaliënabel BN

1 inalienabile


inalterabel BN

1 inalterabile


inamovibiliteit ZN

1 inamovibilitate


inaniteit ZN

1 inanitate


inanitie ZN

1 inanition


inappellabel BN

1 inappellabile


in articulo mortis

1 in articulo mortis (L)


inattentie ZN

1 inattention


inauguraal BN

1 inaugural, inaugurative, inaugurator, de apertura
--e rede = discurso/oration inaugural/de apertura


inauguratie ZN

1 inauguration


inaugureel BN

1 Zie: inauguraal


inaugureren WW

1 inaugurar
het -- = inauguration


inbaar BN

1 (van belasting, etc.) perceptibile, percipibile, recovrabile
--e schulden = debitas recovrabile


inbakenen WW

1 jalonar


inbakening ZN

1 jalonamento


inbakeren WW

1 (in doeken wikkelen) involver


inbalsemen WW

1 imbalsamar


inbalseming ZN

1 imbalsamento, imbalsamation


inbedden WW

1 incastrar
het -- = incastratura
2 (weg, rivier) incassar
het -- = incassamento


inbedding ZN

1 incastratura
2 (weg, rivier) incassamento


inbedroefd BN

1 extrememente/multo triste


inbeelden WW

1
zich -- = imaginar se, figurar se, creder se
zich veel -- = haber un troppo alte opinion de se ipse
hij beeldt zich in dat hij ziek is = ille se crede malade
dat beeld je je maar in = isto es pur imagination tue
ingebeelde ziekte = maladia imaginari


inbeelding ZN

1 (verbeelding) imagination
2 (droombeeld) chimera, hallucination
3 (verwaandheid) pretention, pretension, presumption, vanitate, fatuitate


inbegrepen BN

1 incluse, inclusive, includite
de bediening -- = servicio incluse/includite, le precio include servicio
alles -- = toto incluse/includite
niet -- = non includite, excludite
in de prijs is het vervoer -- = le transporto es includite in le precio, le precio coperi le transporto


inbegrip ZN

1
met -- van = con inclusion de, inclusivemente
een hifi-installatie met -- van speakers = un equipamento hi-fi (E) que include altoparlatores


inbeitelen WW

1 intaliar in, cisellar in


inberekenen WW

1 calcular in


inbeslagneming ZN

1 confiscation, sequestration, sequestro, embargo (S)


inbeuren WW

1 Zie: beuren


inbewaringgeving ZN

1 consignation


inbewaringstelling ZN

1 (van personen) arresto
-- van verdachten = arresto de suspectos
2 (van goederen) sequestration


inbezithouding ZN

1 detention


inbezitnemer ZN

1 occupator


inbezitneming ZN

1 prisa de possession, appropriation, occupantia, occupation
-- van de veroverde gebieden = occupation del territorias capturate
wederrechtelijke -- = appropriation illegal, usurpation


inbezittreding ZN

1 entrata in possession


inbijten WW

1 morder, roder, corroder
--de kracht = causticitate, mordacitate


inbijtend BN

1 corrosive, caustic, mordace
--e werking = causticitate, mordacitate


inbijting ZN

1 corrosion


inbikken BN

1 facer intalios in


inbinden WW

1 (bedwingen) retener, continer, reprimer, moderar, temperar, mitter un surdina a su pretentiones/pretensiones
2 (boeken) ligar


inbinding ZN

1 (intoming) moderation
2 (van boeken) ligatura


inblazen WW

1 (door blazen inkomen) sufflar in
de wind blies de schoorsteen in = le vento sufflava in le camino
2 (door blazen doen komen in) (ook FIG) insufflar, inspirar, (FIG) suggerer, (PEJ) insinuar
God blies Adam de levensadem in = Deo insufflava le vita a Adam
iemand moed -- = insufflar corage a un persona
een instelling nieuw leven -- = revigorar un institution


inblazer ZN

1 (opruier) instigator, provocator


inblazing ZN

1 (het inblazen) insufflation
2 (FIG) inspiration, suggestion, insinuation
de --en van de duivel = le suggestiones del diabolo


inbleek BN

1 multo/extrememente pallide


inblikken WW

1 (in blik conserveren) poner/mitter in conserva, inlattar
groente -- = poner/mitter verduras in conserva, inlattar verduras
muziek -- = inlattar musica
2 (de blik keren in/naar) reguardar/mirar in
de zaal -- = jectar un reguardo in le sala
de toekomst -- = reguardar in le futuro


inboedel ZN

1 effectos mobiliari, mobiliario, mobiles


inboedelverzekering ZN

1 assecurantia del effectos mobiliari


inboeken WW

1 inscriber, registrar
het -- = inscription, registration
de rekeningen -- = inscriber/registrar le facturas


inboeking ZN

1 inscription, registration
-- van de facturen = inscription/registration del facturas


inboeten WW

1 (-- aan) perder de
aan geloofwaardigheid -- = perder de su credibilitate
aan waarde -- = perder de su valor
aan kracht -- = perder de su fortia


inboezemen WW

1 inspirar, causar, imponer, infunder
afkeer/afschuw -- = inspirar/causar repugnantia/repulsion
vertrouwen -- = inspirar/infunder confidentia/fiducia
achterdocht -- = inspirar diffidentia
belangstelling -- = inspirar interesse
eerbied -- = inspirar/imponer/infunder respecto
angst -- = inspirar le terror
iemand vrees -- = infunder timor/pavor a un persona, intimidar un persona
het -- van vrees = le infusion de timor/pavor


inboorling ZN

1 indigena, nativo, aborigine, autochthono


inboorlingenbevolking ZN

1 population de indigenas/de nativos/de autochthonos/de aborigines


inboorlingenwijk ZN

1 quartiero de indigenas/de nativos/de autochthonos/de aborigenes


inboren WW

1 (aan gat maken in) forar in, perforar
2 (doordringen in) penetrar in
de kogel boorde een heel eind de grond in = le balla penetrava profundemente in le solo


inborst ZN

1 natural, indole, character
hij heeft een zachtzinnige -- = ille ha un natural/character dulce
2 mentalitate, temperamento


inbouw ZN

1 (het inbouwen) incorporation, incastratura
de -- van een koelkast = le incastratura de un refrigerator
2 (de ingebouwde onderdelen) componentes incastrate


inbouwelement ZN

1 elemento incastrate


inbouwen WW

1 (zo bouwen dat iets zich in iets anders bevindt) incorporar, incastrar (in)
het -- = incorporation, incastratura
de toren is ingebouwd = le turre es un parte integrate del edificio
ingebouwde microfoon = microphono interior/incorporate
2 (rekening houden met) includer, introducer
veiligheidsmaatregelen -- = includer mesuras de securitate


inbouwijskast ZN

1 Zie: inbouwkoelkast


inbouwkast ZN

1 armario incastrate
2 armario incastrabile/a incastrar, armario que on pote incastrar


inbouwkeuken ZN

1 cocina incastrate
2 cocina incastrabile/a incastrar, cocina que on pote incastrar


inbouwkoelkast ZN

1 refrigerator incastrate
2 refrigerator incastrabile/a incastrar, refrigerator que on pote incastrar


inbouwoven ZN

1 furno incastrate
2 furno incastrabile/a incastrar, furno que on pote incastrar


inbouwspot ZN

1 spot (E) incastrate
2 spot (E) incastrabile/a incastrar, spot (E) que on pote incastrar


inbraak ZN

1 furto/robamento con effraction/fractura, effraction
een -- plegen = committer un furto/robamento con effraction/fractura
beveiligd tegen -- = a proba/prova de effraction


inbraakalarm ZN

1 alarma/campana antifurto


inbraakbeveiliging ZN

1 (preventie) prevention antifurto
2 (installatie) dispositivo/systema/alarma antifurto


inbraakgolf ZN

1 unda de effractiones


inbraakpoging ZN

1 tentativa de effraction


inbraakpolis ZN

1 polissa contra furto/robamento con effraction


inbraakpreventie ZN

1 prevention antifurto/de effraction, mesuras preventive contra le furtos


inbraakverzekering ZN

1 assecurantia contra furtos (con effraction)


inbraakvrij BN

1 a prova/proba de effraction


inbranden WW

1 (merkteken aanbrengen) marcar con un ferro ardente
2 (graveren) pyrogravar


inbreken WW

1 (inbraak plegen) committer un furto/robamento con effraction/con fractura, penetrar in (un casa), introducer se per effraction in
in een computerbestand -- = introducer se in un computator/un computer (E)
2 (FIG) (schenden, verbreken) rumper un pacto/tractato, etc.


inbreker ZN

1 effractor


inbrekersbende ZN

1 banda de effractores


inbrekersgereedschap ZN

1 instrumentos de effractor


inbrekerswerktuig ZN

1 instrumento de effractor


inbreking ZN

1 effraction


inbreng ZN

1 apporto, contribution, (deelname) participation
-- in natura = apporto in natura
-- in contanten = apporto in numerario
weinig -- hebben = contribuer pauco/poco a, participar pauco/poco in
zijn -- in de discussie is gering = ille apporta/contribue pauco/poco al discussion
2 (het naar binnen brengen) insertion, introduction
3 (bij een spaarbank: inleg) deposito
4 (COMP) entrata


inbrengaandeel ZN

1 action de apporto


inbrengen WW

1 (naar binnen brengen) facer entrar, insertar, introducer
een catheter -- = catheterisar
een spiraaltje -- = insertar/introducer un dispositivo intrauterin
2 (inleggen) deponer
3 (aanvoeren) objectar, opponer, allegar, adducer
bezwaren -- = opponer objectiones
wat hebt u tegen deze beschuldiging in te brengen? = que ha vos a objectar contra iste accusation?
daar valt/is niets tegen in te brengen = isto es incontestabile/indisputabile
niets in te brengen hebben = non haber necun voce in le capitulo, non haber necun influentia, non haber un grande peso
4 (geld) portar, apportar, contribuer
5 (voorstellen) proponer, suggerer
een suggestie -- = proponer un suggestion
een alternatief -- = proponer/suggerer un alternativa


inbrenger ZN

1 apportator, contributor
2 (van geld op spaarbank) depositor


inbrenging ZN

1 introduction
-- van een maagsonde = introduction de un sonda gastric


inbreuk ZN

1 infraction, violation, transgression, infringimento, transpasso
-- maken op iemands rechten = violar/infringer/transgreder le derectos de un persona
dat is een -- op mijn privacy = isto es un violation de mi vita private
-- op de wet = infraction al lege


inbuigen WW

1 (naar binnen buigen) inflecter, incurvar
2 (doorbuigen) inflecter se, incurvar se


inbuiging ZN

1 (het naar binnen buigen) inflexion, incurvation, curva
2 (knik) inflexion, incurvation, curva


inburgeren WW

1 acclimatar se, integrar se, (mbt zaken OOK) devenir currente
die bastaardwoorden zijn bij ons ingeburgerd = iste parolas hybride ha devenite currente/se ha integrate in nostre lingua
die gewoonte is hier goed ingeburgerd = iste habitude ha essite adoptate hic generalmente
2 (zich aanpassen aan een andere cultuur) acculturar se


inburgering ZN

1 (aanpassing aan een andere cultuur) acculturation
-- van de immigranten = acculturation del immigratos


inbusbout ZN

1 bulon cave hexagonal, bulon a testa hexagonal


inbussleutel ZN

1 clave mascule hexagonal


incalculeren WW

1 (begroten) calcular in, includer in
niet goed -- = miscalcular
2 (voorzien) previder


incantatie ZN

1 obsecration


incapabel BN

1 incapabile, incompetente, inapte, incapace


incapabiliteit ZN

1 incapabilitate, incompetentia, inaptitude, incapacitate


incapaciteit ZN

1 Zie: incapabiliteit


incarceratie ZN

1 incarceration


incardinatie ZN

1 incardination


incardineren WW

1 incardinar
het -- = incardination


incarnaatklaver ZN

1 trifolio incarnate


incarnatie ZN

1 (THEOL) incarnation
2 (belichaming) incarnation, personification


incarneren WW

1 incarnar, personificar
(van een god) zich -- in een menselijk lichaam = incarnar se in un corpore human
hij is de geïncarneerde gierigheid = ille es le avaritia incarnate/personificate


incassatie ZN

1 incassamento


incasseerder ZN

1 incassator


incasseren WW

1 (innen) incassar, cassar, reciper
het -- = incassamento
weer -- = reincassar
het weer -- = reincassamento
2 (opvangen) acceptar, reciper, prender, incassar
klappen -- = reciper/incassar colpos


incassering ZN

1 incassamento, reception


incasseringsvermogen ZN

1
hij heeft een groot -- = ille pote prender multo, ille sape incassar


incasso ZN

1 (het incasseren) incassamento
2 (administratiekosten) costos de incassamento


incassoafdeling ZN

1 section de incassamento


incassobank ZN

1 banca de incassamento


incassobedrijf ZN

1 interprisa de incassamento


incassobureau ZN

1 agentia de incassamento


incassocheque ZN

1 cheque (E) de incassamento


incassodienst ZN

1 servicio de incassamento


incassokosten ZN MV

1 costos de incassamento


incassokrediet ZN

1 credito de incassamento


incassoprovisie ZN

1 commission de incassamento


incassotarief ZN

1 tarifa de incassamento


incassowissel ZN

1 effecto de incassamento


in casu BW

1 in iste caso


incest ZN

1 incesto
-- bedrijven = committer incesto, incestar


incestpleger ZN

1 persona qui committe/qui ha committite incesto


incestslachtoffer ZN

1 victima de incesto


incestueus BN

1 incestuose
--e verhouding = relation incestuose


incestzaak ZN

1 processo de incesto


inch ZN

1 (lengtemaat) uncia, inch (E)


incheckbalie ZN

1 loco de registration


inchecken WW

1 (door passagiers) facer registrar se
2 (door baliepersoneel) (facer) registrar


inchoatief BN

1 inchoative, inceptive
-- werkwoord = verbo inchoative/inceptive/de inception


inchoatief ZN

1 verbo inchoative/inceptive


incident ZN

1 incidente
het -- is gesloten = le incidente es clause
zonder --en verlopen = passar sin incidentes


incidenteel BN

1 incidente, incidental, occasional
-- bezoekje = visita occasional
-- geval = caso isolate
dit verschijnsel doet zich -- voor = isto es un phenomeno incidental/occasional
2 (bijkomstig) incidental, accessori, secundari


incideren WW

1 incider, incisar
het -- = incision


incipiënt ZN

1 incipiente


incipiëren BN

1 inciper


incisie ZN

1 incision, scarification
kruisvormige -- = incision crucial
een -- maken in = facer un incision in, incider, incisar


incisief BN

1 incisive


incitabiliteit ZN

1 incitabilitate


incitatie ZN

1 incitation


inciteren WW

1 incitar


inciviek ZN

1 persona subversive


inciviek BN

1 subversive


incivisme ZN

1 incivismo


inclinatie ZN

1 (geneigdheid) inclination
2 (NAT, ASTRON, AARDR) inclination
magnetische -- = inclination magnetic


inclinatiehoek ZN

1 angulo de inclination


inclinatiekompas ZN

1 compasso de inclination


inclinatienaald ZN

1 agulia de inclination


inclineren WW

1 inclinar


inclinometer ZN

1 (in)clinometro


includeren WW

1 includer


incluis BW

1 inclusemente


inclusie ZN

1 inclusion


inclusief BN

1 (alles omvattend) inclusive, incluse
de prijs is -- BTW = le precio include le TVA
-- transportkosten = incluse transporto
2 (TAAL) inclusive


inclusief BW

1 inclusivemente


incognito ZN

1 incognito
het -- bewaren = conservar/guardar/mantener le incognito


incognito BW

1 incognito
-- reizen = viagiar incognito
strikt -- = trictemente incognito


incoherent BN

1 incoherente, inconsequente, inconsequential


incoherentie ZN

1 incoherentia, inconsequentia
-- van een redenering = inconsequentia de un rationamento


incommensurabel BN

1 incommensurabile
--e grootheden = quantitates incommensurabile


incommoderen WW

1 incommodar


incompatibel BN

1 incompatibile, irreconciliabile, inconsistente


incompatibiliteit ZN

1 incompatibilitate, irreconciliabilitate, inconsistentia
-- van karakter = incompatibilitate de temperamento


incompatitibiliteitsfactor ZN

1 factor de incompatibilitate


incompetent BN

1 (onbevoegd) incompetente, non qualificate
2 (onbekwaam) incompetente, incapace, incapabile


incompetentie ZN

1 (onbevoegdheid) incompetentia
2 (ongeschiktheid) incompetentia, incapacitate
3 (ontoereikendheid) insufficientia


incompleet BN

1 incomplete
-- maken = discompletar
het verlies van dat stuk heeft zijn verzameling -- gemaakt = le perdita de iste pecia ha discompletate su collection


incompressibel BN

1 incompressibile
--e vloeistof = liquido incompressibile
--e stroming = fluxo/currente incompressibile


incompressibiliteit ZN

1 incompressibilitate


inconciliabel BN

1 inconciliabile


in concreto BW

1 concretemente, in iste caso particular


inconform BN

1 inconforme


incongruent BN

1 incongruente


incongruentie ZN

1 incongruentia


incongruïteit ZN

1 incongruitate


inconsequent BN

1 inconsequente, inconsequential, inconsistente, incoherente


inconsequentheid ZN

1 Zie: inconsequentie


inconsequentie ZN

1 inconsequentia, inconsistentia, incoherentia, contradiction


inconsideratie ZN

1 inconsideration


inconsistent BN

1 Zie: inconsequent


inconsistentie ZN

1 Zie: inconsequentie


inconstitutioneel BN

1 inconstitutional


incontestabel BN

1 incontestabile


incontinent BN

1 incontinente


incontinentie ZN

1 incontinentia


inconveniënt ZN

1 inconveniente, obstaculo, impedimento


inconveniëntie ZN

1 inconvenientia


inconveniëren WW

1 non convenir, esser inconveniente


incoördinatie ZN

1 incoordination


incorporatie ZN

1 (inlijving) incorporation
2 (FARM) incorporation
3 (TAAL) incorporation
4 (REL) incarnation


incorporeren WW

1 incorporar
incorporerende talen = linguas incorporante/polysynthetic


incorrect BN

1 (onnauwkeurig) incorrecte, inaccurate, inexacte
--e stijl = stilo incorrecte
2 (ongepast) incorrecte, inconveniente
--e handeling = action incorrecte/inconveniente
-- spreken = parlar incorrectemente


incorrectheid ZN

1 incorrection


incourant BN

1 non currente, (weinig gevraagd) pauco/poco demandate, (onverkoopbaar) invendibile
--e artikelen = articulos non currente/invendibile


increduliteit ZN

1 incredulitate


increment ZN

1 incremento


incrementeel BN

1 incremental
-- meetsysteem = systema de mesura incremental
--e positionering = positionamento incremental


incriminatie ZN

1 incrimination


incrimineren WW

1 (als strafbaar beschouwen) incriminar
2 (als laakbaar beschouwen) incriminar, blasmar


incroyabel BN

1 incredibile


incrustatie ZN

1 (omkorsting) incrustation
2 (invatting van edelstenen) incrustation
3 (BOUWK) incrustation


incrusteren WW

1 incrustar


incrustering ZN

1 Zie: incrustatie


incubatie ZN

1 incubation


incubatieperiode ZN

1 Zie: incubatietijd


incubatiestadium ZN

1 stadio de incubation


incubatietijd ZN

1 incubation, periodo de incubation


incubator ZN

1 incubator


incubus ZN

1 incubo, demonio nocturne


inculpatie ZN

1 inculpation


inculperen WW

1 inculpar, incriminar, accusar


incunabel ZN

1 incunabulo
kenner van --en = incunabulista


incunabelcatalogus ZN

1 catalogo de incunabulos


incunabelistiek ZN

1 scientia/studio/cognoscentia/cognoscimento del incunabulos


incunabelverzameling ZN

1 collection de incunabulos


incunabulist ZN

1 incunabulist


incurabel BN

1 incurabile


indachtig BN

1 memore de, attente a
-- zijn = pensar a, memorar se de
-- aan het feit = consciente del facto
onze vriendschap -- = memore de nostre amicitate


indagen WW

1 citar


indaging ZN

1 citation


indalen WW

1 (MED) descender


indammen WW

1 (tussen dijken insluiten) cinger/circumferer de un dica
2 (FIG) localisar, circumscriber, (beperken) limitar
een epidemie -- = localisar un epidemia
een conflict -- = localisar un conflicto, tener un conflicto sub controlo


indamming ZN

1 construction de un dica


indampbaar BN

1 evaporabile


indampen WW

1 evaporar, condensar, concentrar


indamping ZN

1 evaporation


indampingskom ZN

1 (SCHEI) capsula


indampingsschaal ZN

1 Zie: indampingskom


indampinstallatie ZN

1 installation de evaporation


indecent BN

1 indecente, improprie, inconveniente


indecentie ZN

1 indecentia


indecisie ZN

1 indecision


indeclinabel BN

1 indeclinabile


indekken WW

1
zich -- tegen een risico = preservar se/proteger se/coperir se contra un risco, (verzekeren) assecurar se contra un risco


indelen WW

1 (rangschikken) divider, disponer, repartir, (in klassen) classificar, classar, (in graden) graduar
zijn dag -- = organisar/regular su jorno
een huis -- = distribuer un casa
in groepen -- = divider in gruppos
2 (onderbrengen bij) incorporar in
een recruut bij een bataljon -- = incorporar un recruta in un battalion
hij werd ingedeeld bij de gevorderden = on le ha ponite in le gruppo del avantiatos


indelicaat BN

1 indelicate, indiscrete


indeling ZN

1 division, repartition, disposition, arrangiamento, ordine, ordinantia, ordination, (in klassen) classamento, classification, (leger) incorporation
alfabetische -- = ordine/arrangiamento/classamento alphabetic
administratieve -- = division administrative
-- in categorieën = classification in categorias
overzichtelijke -- = arrangiamento/distribution clar
-- van een flat = division interior/distribution/ordinantia de un appartamento
-- van een recruut in een bataljon = incorporation de un recruta in un battalion


indemnisatie ZN

1 indemnisation


indemniseren WW

1 indemnisar


indemniteit ZN

1 indemnitate, reimbursamento del damnos
akte van -- = acto de indemnitate


indemniteitscontract ZN

1 contracto de indemnitate


indemniteitswet ZN

1 lege de indemnitate


indenken WW

1
zich -- = imaginar se, figurar se, realisar se, conciper
ik kan mij -- dat = io pote conciper que


indentatie ZN

1 indentation


independent BN

1 independente


independentie ZN

1 independentia


in-de-plaats-stelling ZN

1 (JUR) subrogation


in deposito BW

1 in deposito


inderdaad BW

1 in effecto, effectivemente, in veritate, vero, in realitate, realmente
geloof je dat nu echt? --' = e tu crede isto? si!


inderhaast BW

1 in haste, con grande/tote haste
een werk -- afmaken = hastar se de terminar un travalio/labor, finir un travalio/labor in haste


indertijd BW

1 in su tempore, in ille/iste tempore, in ille/iste epocha, alora
dat was -- niet te voorzien = isto non poteva esser previdite in ille tempore, on non poteva previder lo in ille tempore
dit hotel was -- een school = alora iste hotel (F) esseva un schola
hij was -- een goede voetballer = in su dies/tempore ille esseva un bon footballero {oe}


indeterminabel BN

1 indeterminabile


indeterminisme ZN

1 indeterminismo


indeterminist ZN

1 indeterminista


indeterministisch BN

1 indeterminista, indeterministic


indeuken WW

1 deprimer
het -- = depression


indeuking ZN

1 depression


index ZN

1 (inhoudsopgave) indice, index, tabula alphabetic
2 (verhoudingscijfer) indice, index
-- van de kosten van levensonderhoud = indice del costos del vita
gewogen -- = indice/index ponderate
3 (R.K.) (lijst van verboden boeken) indice, index (de libros prohibite)
op de -- staan = esser al indice
op de -- plaatsen = mitter/poner al indice, prohiber un libro
4 (toegevoegd cijfertje/lettertje) indice, index
(WISK) a -- n = a indice n
5
Dow Jones -- = indice/index Dow Jones


indexaanpassing ZN

1 correction/adjustamento del index/indice, (van de lonen) indexation salarial


indexatie ZN

1 indexation


indexcijfer ZN

1 index, indice, indicator


indexeren WW

1 indexar
geïndexeerd loon = salario indexate


indexering ZN

1 indexation


indexgetal ZN

1 numero indice/index


indexlening ZN

1 impresto a taxa indexate


indexloon ZN

1 salario indexate


indexpolis ZN

1 polissa (de assecurantia) a taxa indexate


India ZN EIGN

1 India


Indiaan ZN

1 indiano (american), amerindiano


Indiaans BN

1 indian, de India


Indiaantje ZN

1
-- spelen = jocar al indianos


Indiaas BN

1 indian
(TAAL) --e wending = indianismo


Indiakenner ZN

1 indianista


Indiakunde ZN

1 indianismo


Indiana ZN EIGN

1 Indiana


Indianapolis ZN EIGN

1 Indianapolis


indianenboek ZN

1 libro de indianos


indianendans ZN

1 dansa de indianos


indianengebied ZN

1 zona/region de indianos


indianenreservaat ZN

1 reserva de indianos


Indianenstam ZN

1 tribo indian/de indianos


indianentaal ZN

1 lingua/indian/de indianos


indianenverhaal ZN

1 (verhaal over Indianen) historia de indianos
2 (ongeloofwaardig verhaal) conto de phantasia, historia incredibile/inverisimile/inverosimile


indicateur ZN

1 indicator


indicatie ZN

1 indication
ter -- = como un indication


indicatief BN

1 indicative


indicatief ZN

1 modo indicative, indicativo
dit werkwoord staat in de -- = iste verbo es in le indicativo


indicativus ZN

1 Zie: indicatief


indicator ZN

1 (SCHEI) indicator
methyloranje is een -- = helianthina es un indicator
2 (ECON, etc.) indicator
economische -- = indicator economic
ecologische -- = indicator ecologic


indiceren WW

1 (aanwijzing zijn voor) indicar, esser le signo de


indicering ZN

1 (een aanwijzing zijn voor) indication
2 (het plaatsen op de index) indexation


indicie ZN

1 indicio, indication


indicium ZN

1 indicio


indictie ZN

1 (bijeenroeping van een kerkvergadering) indiction
2 (van de Juliaanse Kalender) indiction
3 (ROM GESCH) (belasting) indiction


Indië ZN EIGN

1 (voormalig Engels-Indië) India
2 (voormalig Nederlands Indië) Indias nederlandese, (tegenwoordig) Indonesia


indien VW

1 si
-- mogelijk = si possibile


indienen WW

1 presentar, submitter
zijn ontslag -- = presentar/dar su dimission
een klacht -- = presentar un reclamation
een motie -- = presentar un motion
een wetsontwerp -- = presentar un projecto de lege
een verzoekschrift -- = presentar un requesta/un petition
een rapport -- = presentar/submitter un reporto
ter goedkeuring -- = submitter pro approbation
een onkostennota -- = submitter un nota del costos


indiener ZN

1 presentator
-- van een wetsontwerp = presentator de un projecto de lege
-- van een verzoekschrift = presentator de un requesta/petition


indiening ZN

1 presentation
-- van een motie = presentation de un motion
-- van een verzoekschrift = presentation de un requesta/petition


indienstneming ZN

1 ingagiamento


indiensttreding ZN

1 entrata in servicio/in functiones


Indiër ZN EIGN

1 (bewoner van India) indiano
2 (bewoner van Indonesië) indonesiano


indifferent BN

1 indifferente
(NAT) -- evenwicht = equilibrio indifferente


indifferentie ZN

1 indifferentia
(NAT) magnetische -- = indifferentia magnetic


indifferentisme ZN

1 indifferentismo


indifferentist ZN

1 indifferentista


indigent BN

1 indigente


indigentie ZN

1 indigentia


indigestie ZN

1 indigestion
zich ergens een -- aan eten = mangiar troppo, dar se un indigestion


indignatie ZN

1 indignation


indigniteit ZN

1 indignitate


indigo ZN

1 (PLANT) indigo, anil
2 (verf) indigo, anil
3 (kleur) indigo, anil


indigoblad ZN

1 folio de indigo


indigoblauw ZN

1 indigo, anil


indigobloem ZN

1 flor de indigo


indigocultuur ZN

1 cultura de indigo


indigokuip ZN

1 cupa de indigo


indigoplant ZN

1 indigo, anil


indigoplantage ZN

1 plantation de indigo


indigoplanter ZN

1 plantator de indigo


indigotine ZN

1 indigotina


indigoververij ZN

1 tinctureria de indigo


indigowit ZN

1 indigo blanc


indijken WW

1 cinger/circumferer de un dica, construer un dica circa/circum, incassar
een polder -- = circumferer un polder (N) de un dica, construer un dica circum un polder (N)


indijking ZN

1 (handeling) construction de un dica, incassamento
2 (ingedijkt land) polder (N)


indikken WW

1 inspissar, concentrar
het -- = inspissation, concentration
vruchtensap -- = concentrar succo de fructos
ingedikt vruchtensap = succo concentrate de fructos


indikking ZN

1 inspissation, concentration
-- van vruchtensap = concentration de succo de fructos


indirect BN

1 indirecte, mediate
--e belasting = imposto indirecte
-- bewijs = proba/prova indirecte
-- licht = lumine/luce indirecte
-- gevolg = effecto indirecte
--e echo = echo indirecte
--e vraag = question indirecte
-- verlichting = exclaration/illumination indirecte
--e kennis = cognoscentia indirecte
(SPORT) --e vrije trap = colpo franc indirecte
--e oorzaak = causa mediate
-- effect = effecto mediate


indirectelijk BW

1 indirectemente


Indisch BN

1 (mbt het voormalig Nederlands Indië) del Indias nederlandese, indonesian
2 (mbt India) indic, indian, de India
--e Oceaan = Ocean Indian/Indic
--e olifant = elephante indian


indiscreet BN

1 indiscrete, inconveniente, pauco/poco delicate, indelicate
--e vraag = question indiscrete/inconveniente
op --e wijze een geheim onthullen = disvelar indiscretemente un secreto


indiscretie ZN

1 indiscretion


indiscutabel BN

1 indiscutabile


indispensabel BN

1 indispensabile


indisponeren WW

1 indisponer


indisponibel BN

1 indisponibile


indispositie ZN

1 indisposition


indium ZN

1 indium


individu ZN

1 individuo, esser
een verdacht -- = un individuo suspecte
tot een -- maken = individuar, individualisar
het maken tot een -- = individuation, individualisation


individualisatie ZN

1 individualisation


individualiseren WW

1 individualisar
het -- = individualisation
geïndividualiseerd onderwijs = inseniamento individualisate


individualisering ZN

1 individualisation


individualisme ZN

1 individualismo


individualist ZN

1 individualista


individualistisch BN

1 individualista, individualistic
-- handelen = ager individualisticamente


individualiteit ZN

1 individualitate


individuatie ZN

1 individuation


individueel BN

1 (persoonlijk) individual, personal, particular
--e vrijheid = libertate individual
--e verantwoordelijkheid = responsabilitate individual
--e reizen = viages personal
een -- karakter geven aan = individualisar
-- maken = individuar
2 (afzonderlijk) individual, isolate


indivisibel BN

1 indivisibile


Indo ZN

1 eurasiano


indo(o)l ZN

1 indol


Indo-Arisch BN

1 indoaryan


Indo-China ZN EIGN

1 Indochina {sj}


Indo-chinees BN

1 indochinese {sj}
--e talen = linguas indochinese


indociel BN

1 indocile


indoctrinatie ZN

1 indoctrination


indoctrineren WW

1 indoctrinar
het -- = indoctrination
de massa's -- = indoctrinar le massas
de kiezers -- = indoctrinar le electorato


indoen WW

1 introducer, mitter ... in, poner ... in, adjunger


Indo-europeaan ZN

1 indoeuropeo, indogermano


Indo-europees BN

1 indoeuropee, indogermanic
--e talen = linguas indoeuropee/indogermanic
--e fonetiek = phonetica indoeuropee
--e mor-fologie = morphologia indoeuropee


indofenol ZN

1 indophenol


Indo-germaan ZN

1 indogermano, indoeuropeo


Indo-germaans BN

1 indogermanic, indoeuropee
--e talen = linguas indogermanic/indoeuropee


indogermanistiek ZN

1 studio del linguas indogermanic/indoeuropee


Indo-iraans BN

1 indoiranian


indolent BN

1 indolente, apathic, inerte


indolentie ZN

1 indolentia, apathia, inertia


indologie ZN

1 indologia


indologisch BN

1 indologic


indoloog ZN

1 indologo, indologista


indom BN

1 multo/extrememente stupide, stupidissime


Indomaleis ZN

1 indo-malay


indommelen WW

1 addormir se


indompelen WW

1 immerger
het -- = immersion


indompeling ZN

1 immersion
doop bij -- = baptismo per immersion


indonderen WW

1 (instorten) laber, collaber


Indonesië ZN EIGN

1 Indonesia


Indonesiër ZN

1 indonesiano


Indonesisch BN

1 indonesian
--e archipel = archipelago indonesian


indooratletiek ZN

1 athletismo indoor (E)/in sala


indoorkampioenschap ZN

1 campionato indoor (E)/in sala


indoorsport ZN

1 sport (E) indoor (E)/in sala


indoortennis ZN

1 tennis (E) indoor (E)/in sala


indoortenniskampioenschap ZN

1 campionato de tennis (E) indoor (E)/in sala


indoorwedstrijd ZN

1 match (E) indoor (E)/in sala


indopen WW

1 molliar


indossement ZN

1 indorsamento
volledig -- = indorsamento complete


indraaien WW

1 (draaiend in iets terecht komen) tornar in, girar in, girar e entrar in
de auto draaide de straat in = le auto(mobile) tornava/entrava in le strata
2 (door draaien in iets brengen) introducer per un movimento de rotation, (inschroeven) vitar in


indragen WW

1 (ap)portar in


indrammen WW

1 inculcar
het -- = inculcation


indri ZN

1 indri


indrijven WW

1 introducer, figer
een spijker -- = introducer un clavo


indringen WW

1 (binnendringen) penetrar in, intruder
in de geheimen van de natuur -- = penetrar in/discoperir le secretos del natura
2
(zich opdringen) zich -- = insinuar se, intruder se


indringend BN

1 (doordringend) penetrante
--e blik = reguardo penetrante
--e geur = odor penetrante
--e reportage = reportage impressionante/profunde
2 (opdringerig) insistente, insinuante, insinuative
die man is erg -- = iste homine es multo insistente/insinuative


indringer ZN

1 intruso
2 invasor


indringerig BN

1 insistente, insinuante, insinuative


indringerigheid ZN

1 character insistente/insinuante/insinuative


indringing ZN

1 intrusion, penetration


indringingsvermogen ZN

1 fortia de penetration


indrinken WW

1 biber, (opzuigen) absorber
iemands woorden -- = biber le parolas de un persona
de aarde drinkt de regen in = le terra absorbe le pluvia


indroevig BN

1 multo triste, tragic


indrogen WW

1 (droog wordend intrekken) siccar, dishydratar se
2 (door opdrogen inkrimpen) reducer, diminuer de volumine/de peso, contraher se


indroging ZN

1 (verlies door indrogen) perdita de volumine/de peso


indroppelen WW

1 Zie: indruppelen


indroppeling ZN

1 Zie: indruppeling


indroppen WW

1 Zie: indruppelen


indruisen WW

1 esser contrari (a), ir contra, contrastar con
dit druist tegen onze belangen in = isto es contrari a nostre interesses
dit druist tegen de goede smaak in = isto es un insulto al bon gusto, isto va contra le bon gusto
dat druist tegen de waarheid in = isto contrasta con le veritate


indruk ZN

1 (gewaarwording) impression, sensation
onuitwisbare -- = impression indelibile
-- van het ogenblik = impression del momento
-- maken = facer impression, impressionar
--ken uitwisselen = cambiar/excambiar/intercambiar impressiones
een verlegen -- maken = parer timide
een gunstige -- hebben van = haber un bon impression de
dat maakt een slechte -- = isto da un mal impression
de -- wekken dat = causar le impression que
ik heb de -- = il me sembla/pare
onder de -- zijn van = esser impressionate per
vatbaar voor --ken = impressionabile
2 (spoor, prent) impression, marca, vestigio


indrukken WW

1 (induwen, verbrijzelen) deprimer, rumper, fracassar
een ruit -- = rumper/fracassar un vitro
2 (door drukken als vorm achterlaten) imprimer
3 (door drukken naar binnen brengen) pulsar, premer, pressar, appoiar super
de knop -- = appoiar super le button, premer/pressar le button
het gaspedaal -- = premer/appoiar super le accelerator
4 (onderdrukken) reprimer
een opstand de kop -- = reprimer/jugular un revolta


indrukmakend BN

1 Zie: indrukwekkend


indrukwekkend BN

1 imponente, impressionante, impressive, prestigiose, spectacular
-- gebouw = edificio imponente
--e kennis van Interlingua = cognoscentia/cognoscimento impressionante de Interlingua
er -- uitzien = haber un aspecto impressionante, imponer, impressionar


indruppelen WW

1 (druppelsgewijs inbrengen) instillar, infunder gutta a gutta
het -- = instillation
een oog -- = instillar un oculo
2 (druppelsgewijs inlopen) stillar, penetrar gutta a gutta, infiltrar se gutta a gutta


indruppeling ZN

1 infusion gutta a gutta, instillation


indruppen WW

1 Zie: indruppelen


indubben WW

1 postsynchronisar
het -- = postsynchronisation


indubbing ZN

1 postsynchronisation


indubitabel BN

1 indubitabile


induceren WW

1 (afleiden) inducer, inferer
2 (NAT) inducer
inducerende stromen = currentes inducente/inductive
geïnduceerde stromen = currentes inducite
geïnduceerde elektriciteit = electricitate inducite


inducerend BN

1 inducente
--e stroom = currente inducente


inductantie ZN

1 inductantia
akoestische -- = inductantia acustic
wederkerige -- = inductantia mutue/mutual


inductantiespoel ZN

1 bobina de inductantia


inductie ZN

1 (NAT) induction, inductantia
magnetische -- = induction magnetic
elektromagnetische -- = induction electromagnetic
elektrostatische -- = induction electrostatic
volledige -- = induction complete
eenpolige/unipolaire -- = induction unipolar/monopolar
wederkerige -- = inductantia mutue/mutual
2 (LOGICA) induction
apodictische -- = induction apodictic
mathematische -- = induction mathematic
3 (BIOL) (invloed van een deel van een organisme op een ander) induction
4 (PSYCH) induction


inductie-elektriciteit ZN

1 electricitate de induction


inductief BN

1 (LOGICA) inductive
--e methode = methodo inductive
--e redenering = rationamento inductive
-- te werk gaan = applicar le methodo inductive, proceder per induction
2 (mbt magnetische inductie) inductive


inductieklos ZN

1 Zie: inductiespoel


inductielijn ZN

1 linea de induction


inductiemachine ZN

1 machina a/de induction


inductiemeter ZN

1 contator a/de induction


inductiemotor ZN

1 motor a/de induction


inductieoven ZN

1 furno a/de induction


inductiespoel ZN

1 bobina a/de induction


inductiestroom ZN

1 currente inducite/inductor/de induction, currente faradic


inductieverhitting ZN

1 calefaction inductive/per induction


inductieweerstand ZN

1 reactantia


inductor ZN

1 (mbt het opwekken van inductiestroom) inductor, bobina de Rhumkorff
2 (mbt het meten van isolatieweerstand) ohmmetro
3 (MED) substrato


induiken WW

1 immerger se in, submerger se in


induiking ZN

1 immersion


indulgent BN

1 indulgente


indulgentie ZN

1 indulgentia


induline ZN

1 indulina


indult ZN

1 (pauselijke vergunning) indulto


induratie ZN

1 induration


Indus ZN EIGN

1 Indo


indusium ZN

1 indusio


industrialisatie ZN

1 industrialisation
de gevolgen van de -- = le consequentias del industrialisation


industrialisatiepolitiek ZN

1 politica de industrialisation


industrialisatieproces ZN

1 processo de industrialisation


industrialiseren WW

1 industrialisar
het -- = industrialisation
de wijnproduktie -- = industrialisar le production de vino
de geïndustrialiseerde landen = le paises industrialisate


industrialisering ZN

1 industrialisation, disveloppamento industrial
-- van de landbouw = industrialisation del agricultura
-- van de wijnproduktie = industrialisation del production de vino
van voor de -- = preindustrial


industrialisme ZN

1 industrialismo


industrie ZN

1 (nijverheid) industria
zware -- = industria pesante
lichte -- = industria legier
tak van -- = branca de industria
chemische -- = industria chimic
petrochemische -- = industria petrochimic
keramische -- = industria ceramic
metaalverwerkende -- = industria metallurgic, metallurgia
grafische -- = industria graphic
kosmetische -- = industria cosmetic/de cosmeticos
werknemer in de -- = laborator/travaliator industrial
de -- spreiden = discentralisar le industria
spreiding van de -- = discentralisation del industria
2 (onderneming) industria


industrieaandeel ZN

1 action de un interprisa industrial


industrieaardappel ZN

1 Zie: fabrieksaardappel


industrieafval ZN

1 residuos industrial


industriearbeider ZN

1 obrero industrial/de industria


industriebank ZN

1 banca industrial


industriebeleid ZN

1 politica industrial


industriebond ZN

1 syndicato industrial/de industria


industriebouw ZN

1 construction industrial


industriecentrum ZN

1 centro industrial/de industria


industriecomplex ZN

1 complexo industrial


industriediamant ZN

1 diamante industrial/synthetic


industriëel BN

1 industrial
--e onderneming = interprisa/exploitation {plwa} industrial
--e vestiging = establimento industrial
-- centrum = centro industrial
--e revolutie = revolution industrial
-- imperium = imperio industrial
-- tijdperk/vak = epocha industrial
--e vormgeving = esthetica industrial
--e vooruitgang = progresso industrial
-- afval = residuos industrial


industrieel ZN

1 (fabrikant) industrial, industrialista


industriegebied ZN

1 zona industrial


industriehaven ZN

1 porto industrial


industriekern ZN

1 Zie: industriecentrum


industriekolen ZN

1 carbon pro le industria


industrieland ZN

1 pais industrial/industrialisate


industriemagnaat ZN

1 Zie: grootindustrieel


industrieonderneming ZN

1 interprisa industrial


industriepark ZN

1 (complex geëxploiteerd door een industrieel lichaam) complexo industrial
2 (industrieterrein) zona/terreno industrial


industriepolitiek ZN

1 politica industrial


industrieprodukt ZN

1 producto industrial


industrierobot ZN

1 robot (Tsj) industrial


industrieschool ZN

1 schola industrial


industriesector ZN

1 sector industrial


industriespreiding ZN

1 discentralisation industrial


industriestad ZN

1 urbe/citate industrial


industriestreek ZN

1 region industrial


industrietak ZN

1 (branca de) industria, sector industrial


industrietentoonstelling ZN

1 exposition industrial


industrieterrein ZN

1 terreno/zona/area industrial


industrievestiging ZN

1 establimento industrial/de industria


industriezone ZN

1 Zie: industrieterrein


industriezout ZN

1 sal pro uso industrial


indutten WW

1 addormir se
doen -- = addormir


induwen WW

1 (door duwen naar binnen brengen) figer, pulsar
zij hebben hem de auto ingeduwd = illes le ha pulsate in le auto(mobile)
2 (door duwen stukmaken) deprimer, rumper
een ruit -- = rumper un vitro


induwing ZN

1 (MED) (van een orgaan) taxis


ineen BW

1 (in elkaar) le un in le altere
2 (dichter naar elkaar toe) insimul
3 (stuk) in morsellos, in pecias


ineendraaien WW

1 torquer
het -- = torsion, torquimento
draden tot touw -- = cordar


ineendringen WW

1 Zie: ineendrukken


ineendringing WW

1 Zie: ineendrukking


ineendrukken WW

1 comprimer, serrar, condensar


ineendrukking ZN

1 compression


ineenduiken WW

1 quattar
zij zat ineengedoken in een hoekje = illa esseva quattate in un angulo


ineenfrommelen WW

1 arrugar


ineengedoken BN

1 quatte


ineengedrongen BN

1 compacte, dense


ineengerold BN

1 (mbt bladeren) convolute


ineengeschoven BN

1 (van darm) invaginate


ineengrijpen WW

1 interconnecter, (met tandingen) ingranar se
de tanden van de tandwielen grijpen ineen = le dentes del rotas dentate se ingrana


ineenklappen WW

1 imploder


ineenknijpen WW

1 Zie: samenknijpen


ineenkrimpen WW

1 contraher se
hij kromp ineen van de pijn = ille se ha contrahite de dolor


ineenkrimping ZN

1 contraction


ineenkronkelen WW

1 convolver


ineenlopen WW

1 (in elkaar uitlopen) junger se, (van kamers) communicar
2 (in elkaar overgaan) miscer se, confunder se
de kleuren lopen in elkaar = le colores se misce


ineenpersen WW

1 comprimer


ineenrollen WW

1 convolver


ineens BW

1 (tegelijk) in un vice, simul, insimul
-- betalen = pagar in un vice
2 (plotseling) subito, subitemente
-- schoot het hem te binnen = subito illo ha venite in su mente
zij begon -- te huilen = illa erumpeva in lacrimas


ineenschrompelen WW

1 crispar se


ineenschrompeling ZN

1 crispation


ineenschuiven WW

1 telescopar
2 (MED) (van darm) invaginar
het -- = invagination


ineenslaan WW

1
de handen -- = (van verbazing) junger le manos, (elkaar helpen) unir su fortias


ineensmelten WW

1 funder se


ineensmelting ZN

1 fusion


ineenstorten WW

1 laber, collaber
de huizenmarkt stortte ineen = le mercato immobiliari collabeva


ineenstorting ZN

1 cadita, collapso, ruina, (fiasco) fallimento
-- van de beurs = cadita del bursa, crac
economische -- = collapso economic


ineenstrengelen WW

1 interlaciar
het -- = interlaciamento


ineenstrengeling ZN

1 interlaciamento


ineenvlechten WW

1 interlaciar
het -- = interlaciamento


ineenvlechting ZN

1 interlaciamento


ineenvloeien WW

1 junger se, reunir se, confluer, fluer insimul


ineenvoegen WW

1 junger


ineenzakken WW

1 laber, collaber


ineenzetten WW

1 montar, (mbt onderdelen) assemblar


ineffabel BN

1 ineffabile


ineffectief BN

1 sin effecto, sin resultato, ineffective, inefficace, inefficiente
-- bezig zijn = esser laborante/travaliante inefficientemente


ineffectiviteit ZN

1 Zie: inefficiëntie


inefficiënt BN

1 inefficiente, inefficace, inoperante, ineffective
-- bezig zijn = laborar/travaliar inefficientemente


inefficiëntie ZN

1 inefficientia, inefficacitate


inegaal BN

1 inequal


inegaliteit ZN

1 inequalitate


inelegant BN

1 inelegante


inentbaar BN

1 vaccinabile, inoculabile


inenten WW

1 (vaccineren) vaccinar, inocular
het -- = vaccination, inoculation
zich laten -- = vaccinar se, inocular se
iemand tegen hondsdolheid -- = vaccinar un persona contra le rabie
opnieuw -- = revaccinar
het opnieuw -- = revaccination
2 (als ent inzetten) graffar


inenter ZN

1 vaccinator, inoculator


inenting ZN

1 vaccination, inoculation
preventieve -- = inoculation preventive
-- tegen hondsdolheid = vaccination antirabic/contra le rabie
-- tegen pokken = vaccination antivariolic


inentingsbewijs ZN

1 certificato de vaccination


inentingsbriefje ZN

1 Zie: inentingsbewijs


inentnaald ZN

1 aco/agulia de vaccination


inept WW

1 inepte, absurde


ineptie ZN

1 ineptia, ineptitude


inert BN

1 inerte, apathic, indolente
--e ideeën = ideas inerte
2 (NAT, SCHEI) inerte
helium is chemisch -- = helium es chimicamente inerte


inert BW

1 passivemente
-- reageren = reager passivemente


inertiaal BN

1 inertial


inertie ZN

1 (traagheid) inertia
2 (daadloosheid) inertia, apathia, indolentia, passivitate
3 (NAT, SCHEI) inertia


inessentieel BN

1 inessential


inetsen WW

1 gravar al aqua forte


inevitabel BN

1 inevitabile, inescappabile


inexact BN

1 inexacte, inaccurate


inexcusabel BN

1 inexcusabile


inexperiëntie ZN

1 inexperientia


inexplicabel BN

1 inexplicabile


inexpressibel BN

1 inexprimibile


in extenso BW

1 in extenso (L)
iets -- weergeven = reproducer un cosa integralmente/in extenso
een rede -- publiceren = publicar un discurso in extenso


in extremis BW

1 in extremis (L)


infaam BN

1 infame, detestabile, ignominiose, ignobile, indigne


infamant BN

1 infamante


infamie ZN

1 infamia


infante ZN

1 (SPANJE) infante


infanterie ZN

1 infanteria
lichte -- = infanteria legier
een regiment -- = un regimento de infanteria


infanteriebataljon ZN

1 battalion de infanteria


infanteriebrigade ZN

1 brigada de infanteria


infanteriekazerne ZN

1 caserna de infanteria


infanterieofficier ZN

1 officiero de infanteria


infanterieregiment ZN

1 regimento de infanteria


infanteriesoldaat ZN

1 Zie: infanterist


infanterist ZN

1 soldato de infanteria/a pede, pedon


infanticide ZN

1 infanticidio


infantiel BN

1 infantil, pueril
--e handelingen = actos infantil
-- gedrag = comportamento infantil, infantilismo


infantilisatie ZN

1 infantilisation


infantiliseren BN

1 render infantil, infantilisar
het -- = infantilisation


infantilisme ZN

1 infantilismo


infantiliteit ZN

1 (kinderlijkheid) infantilitate, (PSYCH) infantilismo


infarct ZN

1 infarcto


infarctogeen BN

1 infarctogene


infatigabel BN

1 infatigabile


infatsoenlijk BN

1 multo respectabile


infatuatie ZN

1 infatuation


infavorabel BN

1 infavorabile


infecteren WW

1 infectar, contaminar, contagiar
een wond -- = infectar un plaga
iemand -- met verwerpelijke ideeën = infectar un persona con ideas reprehensibile


infecterend BN

1 infectante, contaminante, contagiante


infectie ZN

1 infection, contamination, contagion


infectiegevaar ZN

1 risco de infection/de contamination/contagion


infectiehaard ZN

1 foco infectiose/infective/contagiose/de infection/de contamination/de contagion


infectieus BN

1 infectiose, infective, contagiose


infectieverwekkend BN

1 septic
--e stof = septico


infectieziekte ZN

1 morbo/maladia infectiose/infective/contagiose


inferentie ZN

1 inferentia
deductieve -- = inferentia deductive


infereren WW

1 inferer
het -- = inferentia


inferieur BN

1 (minderwaardig) inferior
-- produkt = producto (de qualitate) inferior
-- mens = subhomine
2 (ondergeschikt) inferior, subalterne, subordinate
--e betrekking = empleo subalterne
-- werk = travalio/labor inferior


inferioriteit ZN

1 (minderwaardigheid) inferioritate
2 (ondergeschiktheid) inferioritate, subalternitate, subordination


inferioriteitscomplex ZN

1 complexo de inferioritate


inferioriteitsgevoel ZN

1 sentimento de inferioritate


infernaal BN

1 infernal


inferno ZN

1 inferno
het -- van Stalingrad = le inferno de Stalingrad


infertiel BN

1 infertile


infertiliteit ZN

1 infertilitate


infestatie ZN

1 infestation


infesteren WW

1 infestar


infestering ZN

1 infestation


infibulatie ZN

1 infibulation


infideel BN

1 infidel


infideliteit ZN

1 infidelitate


infiltraat ZN

1 infiltrat


infiltrant ZN

1 infiltrator


infiltratie ZN

1 (ook POL, ook MIL) infiltration


infiltratie-index ZN

1 index/indice de infiltration


infiltratiemeter ZN

1 infiltrometro


infiltratiepoging ZN

1 tentativa de infiltration


infiltratiepolitiek ZN

1 politica de infiltration


infiltratieproces ZN

1 processo de infiltration


infiltratiesnelheid ZN

1 velocitate de infiltration


infiltratievermogen ZN

1 capacitate de infiltration


infiltratievolume ZN

1 volumine de infiltration


infiltratiewerking ZN

1 action de infiltration


infiltreren WW

1 infiltrar
in een beweging -- = infiltrar in un movimento


infiniteit ZN

1 infinitate, (FIL) infinitude


infiniteitsaxioma ZN

1 axioma del infinitate


infinitesimaal BN

1 infinitesimal


infinitesimaalrekening ZN

1 calculo infinitesimal


infinitief ZN

1 modo infinitive, infinitivo
een -- zelfstandig gebruiken = substantivar un infinitivo


infinitivus ZN

1 Zie: infinitief


infix ZN

1 infixo


inflammatie ZN

1 inflammation


inflammeren WW

1 inflammar


inflateren WW

1 inflar, haber un effecto inflationista super
het -- = inflation


inflatie ZN

1 inflation
hollende -- = inflation galopante
tegen de -- = anti-inflation
-- teweegbrengen/veroorzaken = causar inflation, inflar
plan ter bestrijding van de -- = plano anti-inflation
de -- terugdringen = reducer le inflation
de -- een halt toeroepen = jugular le inflation
vermindering/teruggang van de -- = disinflation
voorstander van -- = inflationista


inflatiebeleid ZN

1 Zie: inflatiepolitiek


inflatiebestrijding ZN

1 lucta contra le inflation


inflatiecorrectie ZN

1 correction de inflation/del depreciation monetari


inflatiedruk ZN

1 pression inflational


inflatiegevaar ZN

1 risco de inflation


inflatiegolf ZN

1 unda de inflation


inflatiegraad ZN

1 grado de inflation


inflatiepercentage ZN

1 percentage de inflation


inflatiepolitiek ZN

1 politica (anti-)inflationista


inflatieproces ZN

1 processo inflationista/de inflation


inflatiespiraal ZN

1 spiral inflationista/inflational/de inflation


inflatietijd ZN

1 periodo de inflation


inflationeren WW

1 Zie: inflateren


inflationisme ZN

1 inflationismo


inflationist ZN

1 inflationista


inflationistisch BN

1 inflationista


inflatoir BN

1 inflationista
--e krachten = fortias inflationista


inflatoor BN

1 Zie: inflatoir


inflecteren WW

1 inflecter


inflexibel BN

1 inflexibile, rigide


inflexibiliteit ZN

1 inflexibilitate


inflexie ZN

1 inflexion


inflictie ZN

1 infliction


inflorescentie ZN

1 inflorescentia


influenceren WW

1 influer, influentiar


influentie ZN

1 (invloed) influentia
2 (NAT) influentia


influenza ZN

1 influenza (I), grippe (F)


influenzabacil ZN

1 bacillo de influenza (I)


influenza-epidemie ZN

1 epidemia de influenza (I)


influenzalijder ZN

1 Zie: influenzapatiënt


influenzapatiënt ZN

1 malado de influenza (I)


influenzavirus ZN

1 virus de influenza (I)


influeren WW

1 influer


influisteren WW

1 (fluisterend zeggen) susurrar/dicer in le aure
mijn geweten fluistert me in dat = mi conscientia me dice que
2 (met arglistige bedoelingen meedelen) insinuar, suggerer
3 (souffleren) sufflar


influistering ZN

1 (handeling) susurro
2 (suggestie) suggestion, insinuation


info ZN

1 information, info


infodag ZN

1 die de information


infolijn ZN

1 linea de information


infomap ZN

1 dossier (F) de information


informaliteit ZN

1 (informeel karakter) informalitate, character informal
2 (ambtsvergrijp) irregularitate


informant ZN

1 informante, informator
-- van de politie = informator del policia


informateur ZN

1 informator


informatica ZN

1 informatica


informatica-industrie ZN

1 industria informatic/de informatica


informaticatechnologie ZN

1 technologia informatic


informaticus ZN

1 specialista in informatica


informatie ZN

1 information
toeristische -- = information touristic {oe}
kosteloze -- = information gratuite
nadere -- = information ulterior/complementari, complemento de information
vertrouwelijke -- = information confidential
genetische -- = information genetic
-- verstrekken/geven = communicar/dar un information, informar
-- inwinnen bij iemand = prender informationes de un persona
schat aan -- = mina de information
een -- overbrengen = transmitter un information
verkeerde -- = disinformation
verkeerde -- verstrekken = disinformar
gebrek aan -- = inscientia
te uwer -- = pro vostre information


informatieaanbod ZN

1 offerta de information


informatieadres ZN

1 adresse (F) de information


informatiebalie ZN

1 loco de information, information


informatiebank ZN

1 (COMP) banca de datos


informatiebehoefte ZN

1 besonio de information


informatiebit ZN

1 bit (E) de information


informatieblad ZN

1 folio de information


informatiebord ZN

1 placa/tabula de informationes


informatiebrochure ZN

1 brochure (F) de information


informatiebron ZN

1 fonte de information


informatiebureau ZN

1 agentia/servicio/centro de informationes


informatiecentrum ZN

1 Zie: informatiebureau


informatiedrager ZN

1 supporto de information/de datos


informatief BN

1 informative, informatori
--e brochure = brochure (F) informative
-- programma = programma informative/de information


informatie-industrie ZN

1 industria del informatica


informatielijn ZN

1 linea de information


informatiemaatschappij ZN

1 societate de information


informatiemarkt ZN

1 mercato de datos


informatiemechanica ZN

1 informatica


informatieoverdracht ZN

1 transmission de datos, transferimento de information


informatieplicht ZN

1 obligation de provider information


informatierecht ZN

1 derecto de haber accesso a information


informatiestroom ZN

1 fluxo/currente de informationes/datos


informatiesysteem ZN

1 systema informatic/de information/de datos


informatietechniek ZN

1 technica informatic


informatietechnologie ZN

1 technologia informatic


informatie-terugkoppelingssysteem ZN

1 systema de retroaction del informationes


informatietheorie ZN

1 theoria del information


informatietijdperk ZN

1 era del information/informatica


informatieverspreiding ZN

1 dissemination de information


informatieverwerker ZN

1 processor de datos


informatieverwerking ZN

1 tractamento de datos/information


informatievoorziening ZN

1 systema informative


informatiewaarde ZN

1 valor informative


informatiseren WW

1 informatisar


informatisering ZN

1 informatisation


informatrice ZN

1 informatrice, informatora
zij is -- bij het verkeersbureau = illa travalia in le officio de information touristic {oe}


informeel BN

1 (onvormelijk) informal, non official
--e ontvangst = reception informal
2 (vrijblijvend) informal, non official


informeren WW

1 (inlichtingen inwinnen) informar se, inquirer se
ik heb ernaar geïnformeerd = io me ha informate de illo
iemand die naar iets informeert = inquiritor, inquisitor
2 (inlichtingen geven) informar, advertir, avisar
iemand over iets -- = informar un persona de un cosa
verkeerd geïnformeerd zijn = esser mal informate
verkeerd -- = misinformar


infotelefoon ZN

1 linea de information


infozuil ZN

1 columna/colonna de information


infraai BN

1 superbe, meraviliose


infractie ZN

1 infraction


infrarood BN

1 infrarubie
-- licht = luce/lumine infrarubie
--e straal = radio infrarubie
--e fotografie = photographia infrarubie
--e lamp = lampa infrarubie


infraroodbron ZN

1 fonte infrarubie


infrarooddroger ZN

1 siccator infrarubie


infraroodfotografie ZN

1 photographia infrarubie


infraroodlamp ZN

1 lampa infrarubie


infraroodmicroscoop ZN

1 microscopio infrarubie


infraroodspectroscopie ZN

1 spectroscopia infrarubie


infraroodspectrum ZN

1 spectro infrarubie


infraroodstraler ZN

1 Zie: infraroodlamp


infraroodtechniek ZN

1 technica infrarubie


infraroodtelemetrie ZN

1 telemetria infrarubie


infraroodtelescoop ZN

1 telescopio infrarubie


infraroodtomografie ZN

1 tomographia infrarubie


infraroodverhitting ZN

1 calefaction infrarubie


infrasonisch BN

1 Zie: infrasoon


infrasoon BN

1 infrasonic, infrasonor


infrasoon ZN

1 infrasono


infraspinaal BN

1 infraspinal


infrastructureel BN

1 infrastructural, concernente le infrastructura
--e organisatie = organisation infrastructural


infrastructuur ZN

1 infrastructura
-- van een streek = infrastructura de un region
economische -- = infrastructura economic
militaire -- = infrastructura militar


infructueus BN

1 infructuose


infula ZN

1 infula


infunctietreding ZN

1 entrata in functiones


infundibulair BN

1 infundibular


infusie ZN

1 (het maken van een aftreksel) infusion
2 (aftreksel) infusion, (van planten) tisana
3 (MED) infusion, perfusion


infusiediertje ZN

1 infusorio
--s bevattend = infusiorial


infusievloeistof ZN

1 liquido de infusion


infusorie ZN

1 infusorio


infuus ZN

1 (aftreksel) infusion
2 (MED) infusion, perfusion
een -- inbrengen = poner/introducer un infusion


ingaan WW

1 (binnengaan) entrar in
een huis -- = entrar in un casa
een bocht -- = entrar in un curva
de geschiedenis -- als = entrar in le/passar al historio como
de eeuwigheid -- = passar al eternitate
in staking gaan = entrar in exopero
2 (reageren op) reager a, prender in consideration
-- tegen = reager contra, contrariar
tegen iemands wil -- = contrariar le voluntate de un persona
3 (aandacht besteden aan) approfundar, entrar
op de details -- = entrar in le detalios
dieper op een probleem -- = approfundar un problema
4 (positief reageren) acceder (a), acceptar, prender in consideration
op een uitnodiging -- = acceptar un invitation
op een aanbod -- = prender un offerta in consideration, acceptar un offerta
op voorwaarden -- = acceptar conditiones
op een verzoek -- = acceder a un requesta/petition
op iemands wensen -- = acceder al desiros/desiderios de un persona
5 (beginnen) comenciar, (van kracht worden) entrar in vigor
de regeling gaat morgen in = le regulation entra in vigor deman
de vakantie gaat in op tien juli = le vacantias comencia le dece de julio
de tijd gaat nu in = le tempore comencia a contar ora
de nieuwe week -- = comenciar le nove septimana
om middernacht gaat het nachttarief in = a medie nocte le ratifa nocturne entra in vigor


ingaand BN

1
--e rechten = derectos de entrata/de importation


ingaande VZ

1 (mbt toekomst) a partir de, a contar de, (mbt verleden) desde


ingang ZN

1 (opening) entrata, bucca
het station heeft twee --en = le station ha duo entratas
-- van de metro = bucca del metro
2 (toegangsdeur) porta de entrata, entrata, ingresso
toezicht houden bij de -- = guardar le entrata
3 (toegang) entrata, accesso
-- doen vinden = facer acceptar, facer adoptar, introducer, lancear
een -- hebben bij iemand = haber accesso a un persona
4 (mbt informatie) entrata
5 (aanvang) entrata, comencio, comenciamento, apertura, principio
met -- van 10 mei = a partir/a contar del dece de maio
met -- van heden = a partir de/desde hodie
6 (het binnengaan) entrata, ingresso


ingangsdatum ZN

1 data de comencio/initio, (van kracht worden) data de entrata in vigor


ingangsformule ZN

1 preambulo


ingangsimpedantie ZN

1 impedantia de entrata


ingangspoort ZN

1 portal


ingangsspanning ZN

1 tension/voltage de entrata


ingebakken BN

1 inveterate
een -- gewoonte = un habitude inveterate


ingebed BN

1
de rivier ligt -- tussen de dijken = le fluvio flue inter le dicas


ingebeeld ZN

1 (verzonnen) imaginari, fictive, ficticie
--e ziekte = maladia imaginari
--e zieke = malado imaginari, hypochondriaco
--e zwangerschap = pregnantia/graviditate imaginari
2 (verwaand) presumptuose, pretentiose, vanitose, fatue


ingebeeldheid ZN

1 presumption, pretension, pretention, vanitate, fatuitate


ingeblikt BN

1 in conserva, inlattate
--e groente = legumines/verduras inlattate/in conserva
--e muziek = musica registrate/inlattate/in conserva


ingebonden BN

1 ligate
-- boek = libro ligate/con copertura dur


ingeboren BN

1 (aangeboren) innate, congenite, congenital, connatural
een -- afkeer hebben voor = haber un aversion innate pro
2 (inheems) indigena, native, autochthone
(GESCH) -- poorter = burgese native


ingeborene ZN

1 indigena, nativo, autochthono, aborigine
een -- van dit land = un nativo de iste pais


ingebouwd BN

1 faciente corpore con, incastrate, incorporate
--e kast = armario incastrate


ingebrekestelling ZN

1 constitution in mora


ingebruikneming ZN

1 introduction
-- van nieuwe machines = introduction de nove machinas
2 apertura
-- van het nieuwe theater = apertura del nove theatro


ingeburgerd BN

1 (als burger opgenomen) ben integrate
2 (algemeen aanvaard) consecrate, acceptate, establite, sanctionate, (gewoon) currente
--e uitdrukking = expression/locution consecrate/acceptate/establite
-- raken = trovar acceptation


ingehouden BN

1 continite, retenite, reprimite, controlate
-- woede = ira continite
-- adem = respiration retenite
-- toon = tono contenite
2 latente
-- vijandigheid = hostilitate latente


ingehuurd BN

1 mercenari


ingekankerd BN

1 inveterate
--e gewoonte = habitude inveterate


ingekeerd BN

1 (mbt karakter) introvertite, clause


ingekleurd BN

1 colorate


ingekort BN

1 accurtate
-- touw = corda accurtate
--e versie van de tekst = version accurtate/condensate del texto
2 reducite
--e termijn = termino reducite
3
-- macht = poter restringite


ingeland ZN

1 proprietario de terras in un polder (N)


ingelast BN

1 (TAAL) intercalar, incidente
--e zin = proposition incidente
2 (extra) supplementari
--e trein = traino supplementari


ingelegd BN

1 (uit ingelegde stukjes bestaand) incrustate
hout met zilver -- = ligno incrustate de argento
2 (ingemaakt) in conserva, (in pekel/azijn) marinate, (in suiker) candite, (in zout) salate, (in een fles) imbottiliate
--e haring = haringo marinate
--e bonen = phaseolos imbottiliate


ingelukkig BN

1 multo contente, multo felice


ingemaakt BN

1 Zie: ingelegd-2


ingemeen BN

1 ignobile, multo abjecte, multo basse, multo vil


ingenaaid BN

1 brochate {sj}
-- boek = libro brochate


ingenieur ZN

1 ingeniero
scheikundig -- = ingeniero chimic/chimista
bouwkundig -- = ingeniero architecto
landbouwkundig -- = ingeniero agronomo/agricole
werktuigkundig -- = ingeniero mechanic
civiel -- = ingeniero civil
-- bij de waterstaat = ingeniero de camminos, canales e pontes


ingenieursbureau ZN

1 officio/firma de ingenieros


ingenieursdiploma ZN

1 diploma de ingeniero


ingenieurstitel ZN

1 titulo de ingeniero


ingenieursvereniging ZN

1 association de ingenieros


ingenieurswerk ZN

1 labor/travalio de ingeniero


ingenieus BN

1 (vindingrijk) ingeniose, inventive
2 (geestig uitgedacht) ingeniose
--e uitvinding = invention ingeniose


ingenomen BN

1 (tevreden) contente, satisfacte
met zichzelf -- = contente de se (mesme/ipse), satisfacte de se (mesme/ipse), vanitose
2 (ingenomen tegen) indisposite (contra)


ingenomenheid ZN

1 satisfaction
-- met zichzelf = fatuitate, infatuation
zijn -- betuigen met = exprimer su satisfaction con


ingenuïteit ZN

1 ingenuitate


ingereren WW

1 ingerer


ingeroest BN

1 inveterate
--e gewoonten = habitudes inveterate


ingeschapen BN

1 innate, congenite, congenital, connatural
-- denkbeelden = ideas innate
-- optimisme = optimismo congenital


ingeschoven BN

1 episodic


ingeschreven BN

1 (geregistreerd) inscripte, inscribite, registrate
-- staan = esser inscripte/inscribite/registrate
2 (MEETK) inscripte, inscribite
-- hoek = angulo inscripte
-- cirkel = circulo inscripte
-- veelhoek = polygono inscripte
die/dat -- kan worden = inscribibile


ingesloten BN

1 (bijgaand) hic incluse, hic juncte, incluse
volgens -- afschrift = secundo copia incluse
-- brief/cheque/foto, etc. = incluso
2 (ingebouwd) blocate, immobilisate


ingesloten BW

1 (hierbij) hic juncto


ingesneden BN

1 indentate
2
(PLANTK) -- bladeren = folios laciniate


ingesneewd BN

1 blocate per le nive


ingesnoerd BN

1 constringite


ingespannen BN

1 (geconcentreerd) concentrate, intense, intensive
-- luisteren = ascoltar attentemente/con attention
2 (met inspanning geschiedend) intensive, tense
--e geestesarbeid = labor/travalio intellectual intensive


ingesprektoon ZN

1 signal de occupate


ingesteld BN

1
op iets -- zijn = esser preparate a un cosa, esser equipate pro un cosa, haber previdite un cosa
commercieel -- zijn = haber un mentalitate commercial
2
op iemand -- zijn = esser habituate/accostumate a un persona, ben cognoscer un persona, esser familiarisate con un persona


ingestort BN

1 ruinose


ingestulpt BN

1 (van darm) invaginate


ingetogen BN

1 modeste, moderate, pudic, plen de pudor, caste, continente, frugal
-- schoonheid = beltate modeste/plen de modestia


ingetogenheid ZN

1 modestia, pudor, pudicitia, castitate, continentia


ingeval VW

1 in (le) caso que


ingevallen BN

1 cave, cavate, magre
-- wangen = genas cave/magre
-- ogen = oculos cave


ingeven WW

1 (doen innemen) facer prender, dar, administrar
2 (inspireren) inspirar, suggerer, dictar, infunder
moed -- = infunder corage
iemand geestdrift -- = infunder ardor a un persona
maatregelen ingegeven door angst = mesuras inspirate/dictate per pavor/timor


ingeving ZN

1 inspiration, suggestion, intuition, infusion, dictamine, impulso, pensata
goddelijke -- = inspiration divin
geniale -- = pensate genial
naar de -- van het ogenblik = secundo le inspiration del momento
de --en zijns harten volgen = sequer le inspirationes/impulso de su corde
als bij -- = como per inspiration, intuitivemente
als bij -- weten = intuer


ingevoegd BN

1 intercalar
-- bladen = folios intercalar


ingevoerd BN

1 competente, experte, al currente, informate, preparate, ben introducite, versate, familiarisate (con)
hij is in deze materie goed -- = ille es multo versate/ben informate in le materia


ingevolge VZ

1 in consequentia de, conforme(men)te a, in responsa a, secundo, (krachtens) in virtute de


ingevroren WW

1 (haven, schip) claudite in le glacie
2 (voedsel) gelate
-- vlees = carne gelate


ingewanden ZN MV

1 visceras (MV), intestino, entranias
de -- verwijderen = extirpar le intestinos, eviscerar
verwijdering van de -- = extirpation del intestinos, visceration
2 (CUL) tripas


ingewandsbreuk ZN

1 hernia abdominal/ventral


ingewandsholte ZN

1 cavitate splanchnic


ingewandskwaal ZN

1 maladia intestinal


ingewandsleer ZN

1 splanchnologia


ingewandsorgaan ZN

1 organo visceral


ingewandsparasiet ZN

1 entozoon (MV: entozoa)


ingewandspijn ZN

1 dolor intestinal, enteralgia


ingewandsstoornis ZN

1 disordine intestinal


ingewandstuberculose ZN

1 tuberculose (-osis) intestinal


ingewandsworm ZN

1 verme intestinal, helminthe, ascaride


ingewandsziekte ZN

1 Zie: ingewandskwaal


ingeweide ZN

1 Zie: ingewanden


ingewijd BN

1 initiate
-- in de kunst van het koken = initiate al arte del cocina


ingewijde ZN

1 initiato
tot de --n behoren = esser inter le initiatos
alleen voor --n = solmente pro initiatos


ingewikkeld BN

1 complicate, complexe, intricate
-- vraagstuk = problema/question complexe/complicate
--e tekst = texto complexe/complicate
-- onderwerp = subjecto complexe/complicate
-- mechanisme = mechanismo complexe/complicate
-- proces = processo complicate
--e techniek = technica sophisticate
-- maken = complicar, imbroliar
-- worden = devenir complicate, complicar se, imbroliar se
-- doen = complicar se le vita
doe niet zo --! = non face tante complicationes!
uiterst -- = inextricabile, complicatissime


ingewikkeldheid ZN

1 complication, complexitate, intrication, intrigo, natura complicate
-- van een probleem = complexitate de un problema


ingewikkeldheidsgraad ZN

1 grado de complication/complexitate


ingeworteld BN

1 inveterate, establite, tenace
--e haat = odio inveterate
-- vooroordeel = prejudicio establite


ingezakt BN

1 insellate
paard met een --e rug = cavallo insellate


ingezetene ZN

1 habitante, residente
--n van een provincie = habitantes de un provincia


ingezetenschap ZN

1 qualitate de habitante


ingezonden BN

1
-- stukken/brieven = litteras al redaction/de lectores
-- mededelingen = annuncios


ingezonken BN

1
-- ogen = oculos cave


ingierig BN

1 multo avar, multo avaritiose


ingieten WW

1 (gietend naar binnen laten stromen) versar, infunder


ingieting ZN

1 infusion


inglazen WW

1 vitrificar


inglazing ZN

1 vitrification


inglijden WW

1 glissar in


inglippen WW

1 entrar furtivemente in


inglipping ZN

1 entrata furtive


ingoed BN

1 multo bon, nobile, bonissime


ingooi ZN

1 remissa in joco


ingooien WW

1 (gooiend binnen doen komen) jectar in
iemand een cel -- = jectar un persona in un cella
2 (door een worp breken) rumper, fracassar
de ruiten -- = rumper/fracassar le vitros con petras
3 (SPORT) (re)mitter/(re)poner in joco
de rechtsbuiten gooit in = le exterior de dextra remitte le ballon in joco


ingoor BN

1 infecte


ingraven WW

1 cavar (in)
een weg -- = cavar un cammino
2 (begraven) interrar
een schat -- = interrar un tresor


ingraveren WW

1 gravar in, incider, (in hout) intaliar
ingegraveerde naam = nomine gravate


ingrediënt ZN

1 ingrediente, constituente, componente, substantia componente, elemento


ingreep ZN

1 intervention, intromission
chirurgische -- = intervention chirurgic, operation
gewapende -- = intervention armate


ingressief BN

1 inchoative, inceptive


ingriffen WW

1 gravar


ingrijpen WW

1 (zich bemoeien met) intervenir, ingerer se, intromitter
het -- = intervention, ingerentia
dat grijpt diep in in het maatschappelijk leven = isto incide profundemente in le vita social
2 (optreden) intervenir, interponer se, prender mesuras (contra)
-- in de verhouding tussen vraag en aanbod = intervenir in le relation inter le offerta e le demanda
ik zag me genoodzaakt om in te grijpen = io me ha vidite obligate/fortiate a intervenir
operatief -- = intervenir chirurgicamente
fors -- = intervenir con rigor
3 (TECHN) ingranar


ingrijpend BN

1 energic, radical, drastic
--e maatregelen = mesuras energic/radical/drastic
--e veranderingen = cambios/cambiamentos/modificationes radical/drastic
-- veranderen = cambiar radicalmente


ingrijping ZN

1 Zie: ingreep


ingroeien WW

1 (in iets vastgroeien) crescer in
2 (FIG) adaptar se a


ingroeven WW

1 (van groeven voorzien) cannellar, facer cannellaturas (in)
een plank diep -- = facer cannellaturas profunde in un planca
2 (ingraveren) gravar


ingrossatie ZN

1 registration/inscription de hypothecas


ingrosseren WW

1 registrar/inscriber hypothecas


inhaalbuis ZN

1 (NAT) klystron


inhaaldag ZN

1 die/jorno de recuperation


inhaalmanoeuvre ZN

1 manovra de/pro passar


inhaalstrook ZN

1 via de/pro passar


inhaalverbod ZN

1 interdiction/prohibition de passar


inhaalwedstrijd ZN

1 match (E) postponite


inhabiliteit ZN

1 inhabilitate


inhagelen WW

1
het hagelt hier in = le grandine entra hic


inhaken WW

1 (aanknopen bij) incatenar, adjunger
2 (de arm steken door andermans arm) dar le bracio (a un persona)
3 (met een haak slaan) agrafar, crampar


inhakken WW

1 (door hakken aanbrengen) intaliar, taliar in, facer intalios in
dat hakt er flink in = isto costa un capital
2 (aanvallen) attaccar, assaltar, assalir
op de vijand -- = cader super le inimico


inhalatie ZN

1 inhalation


inhalatieapparaat ZN

1 Zie: inhalator


inhalatiemiddel ZN

1 inhalante


inhalatietoestel ZN

1 Zie: inhalator


inhalator ZN

1 inhalator, apparato inhalatori


inhaleertoestel ZN

1 Zie: inhalator


inhalen WW

1 (feestelijk verwelkomen) reciper solemnemente
de koning -- = reciper solemnemente le rege
2 (naar zich toe) attraher, retirar
de riemen -- = attraher le remos
de vlag -- = retirar le bandiera
3 (bereiken) rejunger, (passeren) passar
een auto -- = passar un auto(mobile)
4 (herwinnen) recuperar, recovrar, reattrappar
de verloren tijd -- = recuperar/recovrar/reattrappar le tempore perdite
het -- van de arbeidsdagen = le recuperation del jornos de travalio/de labor
5 (binnenbrengen) recolliger
de oogst -- = recoltar, portar le recolta ad in le granario
6
de schade -- = recuperar le tempore perdite


inhaler ZN

1 inhalator


inhaleren WW

1 inhalar, aspirar
-- bij het roken = inhalar al fumar
rook -- = inhalar/aspirar fumo
iemand die inhaleert = inhalator


inhalering ZN

1 inhalation


inhalig BN

1 rapace, cupide, avide, (gierig) avar, avaritiose


inhaligheid ZN

1 rapacitate, cupiditate, aviditate, (gierigheid) avaritia


inham ZN

1 (GEOGR) (klein) baia, (groot) golfo
2 (GEOL) (insnijding) indentation


inhameren WW

1 clavar (con un martello), martellar
spijkers in een plank -- = martellar clavos in un planca
2 (FIG) gravar in le memoria, inculcar


inhebben WW

1 continer, portar, tener, haber
hij heeft de pee/pest in = ille es de multo mal humor


inhechtenisneming ZN

1 arresto, arrestation, carceration
bevel tot -- = ordine/mandato de arresto


inhechting ZN

1 intercalation, insertion


inheems BN

1 autochthone, indigena, endemic, del pais
--e bevolking = population autochthone/indigena
-- ras = racia autochthone
--e bewoner = autochthono
het -- zijn = autochthonia
--e planten = planta indigena/endemic
--e taal = lingua indigena/vernacular
--e woorden = parolas indigena/vernacular
-- gebruik = costume del pais
die ziekte is -- in dat land = iste maladia es endemic in iste pais


inherent BN

1 inherente
ergens -- aan zijn = esser inherente a un cosa


inherentie ZN

1 inherentia


inhereren WW

1 inherer


inhiberen WW

1 inhiber


inhiberend BN

1 inhibitive


inhibitie ZN

1 inhibition


inhibitor ZN

1 (SCHEI, BIOL) inhibitor, retardator


inhomogeen BN

1 inhomogene
-- veld = campo inhomogene


inhomogeniteit ZN

1 inhomogen(e)itate


inhoud ZN

1 (volume) contento, volumine, capacitate, (aantal kubieke meters) cubage
-- van een lichaam = volumine de un corpore
-- van een bol = volumine de un sphera
de -- meten/bepalen van (het aantal kubieke meters bepalen van) = cubar
2 (dat waarmee iets gevuld is) contento
de -- van de fles is water = le contento del bottilia es aqua
envelop met -- = inveloppe con moneta
portemonnee met -- = bursa con moneta
korte -- van een boek = résumé (F) de un libro
3 (dat waarover iets handelt) contento, materia
vorm en -- = forma e contento
-- van een brief = contento de un littera
korte -- = compendio, recapitulation, résumé (F), summario, synopse (-opsis), texto condensate
4 (overzicht) indice, index, tabula de materias
5 (betekenis) contento, signification, senso
een nieuwe -- geven aan = dar un nove signification a
de termen 'volk' en 'natie' zijn niet gelijk van -- = le terminos 'populo' e 'nation' non es identic
6 (LOGICA) (inhoud van begrip) comprension, comprehension


inhoudelijk BN

1 del contento, concernente le contento, relative al contento
--e opmerkingen = remarcas relative al contento


inhouden WW

1 (bevatten) continer, caper, comprender, comprehender
deze fles houdt een liter in = iste bottilia contine un litro
2 (bedwingen, beheersen) comprimer, reprimer, continer, retener
zijn adem -- = retener su respiration/sufflo/halito
zijn toorn -- = continer/reprimer/comprimer su cholera
zijn tranen -- = continer/reprimer/comprimer su lacrimas
een paard -- = continer/retener un cavallo
de pas -- = relentar le passo
(zich beheersen) zich -- = continer se, retener se
op ingehouden toon = in un tono continite/controlate
3 (niet uitbetalen, innemen) deducer, retener
loon -- = retener salarios
er wordt een zeker percentage ingehouden = on deduce un certe percentage
op het loon ingehouden belasting = imposto deducite del salario
4 (behelzen) continer, implicar, includer
dat houdt een belofte in = isto include/contine un promissa
wat houdt dat in? = que implica/significa isto?
deze bepaling houdt in dat ... = iste disposition contine que ...
dit houdt een grote opoffering in = isto implica un grande sacrificio


inhouding ZN

1 (handeling) deduction
-- van loon = deduction de salarios
onder -- van = deducente
2 (bedrag) deduction


inhoudsaanduiding ZN

1 indication del volumine/del contento


inhoudsbepaling ZN

1 (het berekenen van de inhoud) calculo/calculation/determination del volumine/contento, cubatura
2 (bepaling van de inhoud van een term) definition/determination del signification


inhoudsberekening ZN

1 Zie: inhoudsbepaling-1


inhoudsformule ZN

1 formula de volumine


inhoudsloos BN

1 vacue


inhoudsmaat ZN

1 mesura de capacitate/de volumine


inhoudsmeting ZN

1 determination del contento/volumine, cubatura, volumetria


inhoudsopgave ZN

1 tabula de materias, contento, indice, index, registro


inhuldigen WW

1 inaugurar, installar solemnemente, (koning) sacrar, inthronisar, (bisschop) consecrar
een burgemeester -- = inaugurar/installar un burgomaestro


inhuldiging ZN

1 inauguration, installation, (koning) sacro, inthronisation, (bisschop) consecration
glorieuze -- = inauguration gloriose
plechtige -- = inauguration solemne


inhuldigingsfeest ZN

1 festa de inauguration/installation


inhuldigingsplechtigheid ZN

1 ceremonia de inauguration/installation


inhullen WW

1 inveloppar (in)


inhulling ZN

1 inveloppamento


inhumaan BN

1 inhuman


inhumaniteit ZN

1 inhumanitate


inhumatie ZN

1 inhumation


inhuren WW

1 (huren) locar, (in dienst nemen) ingagiar
het -- = location, ingagiamento
een kok -- = ingagiar un cocinero
iemand die inhuurt = ingagiator
daarvoor ben ik niet ingehuurd = io nos pagate pro (facer) isto
2 (opnieuw in huur nemen) renovar/continuar le location


inhuring ZN

1 location, (indienstneming) ingagiamento


inhuurgeving ZN

1 dation in location


inhuurneming ZN

1 prisa in location


inhuwen WW

1 entrar per maritage/matrimonio (in)


inimitabel BN

1 inimitabile


iniquiteit ZN

1 iniquitate


initiaal ZN

1 littera initial, initial


initiaal BN

1 initial
-- accent = accento super le syllaba initial


initiaalwoord ZN

1 acronyme


initialiseren WW

1 (COMP) initialisar


initiatie ZN

1 initiation
-- in de politiek = initiation al politica


initiatiecursus ZN

1 curso de initiation


initiatief ZN

1 initiativa
particulier -- = initiativa private
eigen -- = initiativa individual
op eigen -- = per/de proprie initiativa
recht van -- = derecto de initiativa
het -- gaat uit van = le initiativa veni de
het -- nemen tot = prender le initiativa de
het -- houden = guardar/conservar le initiativa
gebrek aan -- hebben = mancar de initiativa
op -- van = a(l)/per initiativa de


initiatiefeest

1 festa initiatic/de initiation


initiatiefnemer ZN

1 initiator, introductor, inspirator, promotor


initiatiefrecht ZN

1 derecto de initiativa


initiatieplechtigheid

1 solemnitate/ceremonia initiatic/de initiation


initiatierite

1 rito initiatic/de initiation


initiator ZN

1 initiator, originator


initieel BN

1 initial, prime, inceptive
--e kosten = costos initial


initiëren BN

1 (inwijden) initiar
2 (invoeren) introducer
een nieuwe stijl -- = introducer un nove stilo


initiëring ZN

1 initiation


injagen WW

1 (in/naar binnen jagen) inviar (in), facer entrar (in)
jaag de hond de tuin in = invia le can in le jardin
iemand de dood -- = inviar un persona al morte


injecteren WW

1 injicer, injectar, syringar


injectie ZN

1 injection, syringation
intraveneuze -- = injection intravenose
intramusculaire -- = injection intramuscular
onderhuidse -- = injection hypodermic
intracardiale -- = injection intracardiac
financiële -- = injection/adjuta financiari
een -- geven = injicer, injectar, syringar


injectiebuis ZN

1 tubo de injection


injectief BN

1 (WISK) injective


injectiegeweer ZN

1 fusil injector


injectielaser ZN

1 laser (E) a injection


injectiemotor ZN

1 motor a injection


injectienaald ZN

1 aco/agulia hypodermic/a/de injection, (holle) cannula


injectiepomp ZN

1 pumpa de injection


injectiespuit ZN

1 syringa injector, injector


injectiestroom ZN

1 currente de injection


injectietechnologie ZN

1 technologia de injection


injectievloeistof ZN

1 liquido de injection


injector ZN

1 injector


injectoringang ZN

1 orificio del injector


injectorveer ZN

1 resorto de injector


injiceren WW

1 injicer, injectar, syringar


injunctie ZN

1 injunction


injurie ZN

1 injuria


injuriëren WW

1 injuriar


injurieus BN

1 injuriose


Inka ZN

1 Inca


Inkabeschaving ZN

1 civilisation inca


Inkabouwkunst ZN

1 architectura inca


inkankeren WW

1 (invreten) roder, corroder
2 (FIG) inveterar se
3 (door kanker ingevreten worden) cancer(is)ar se


inkappen WW

1 (uitholling aanbrengen) cannellar


inkapselen WW

1 incapsular, involver
het -- = incapsulation, incapsulamento
ingekapseld zitten in zijn eigen wereld = esser clause in su proprie mundo


inkapseling ZN

1 incapsulation, incapsulamento


Inkarijk ZN

1 Imperio inca


inkarnaat BN

1 incarnate


inkassen WW

1 (van edelsteen) incastrar


inkassing ZN

1 (van edelsteen) incastratura


inkeep ZN

1 intalio, indentation


inkeer ZN

1 repententia, reflexion, (REL) resipiscentia
tot -- komen = repentir se


inkelderen WW

1 mitter/collocar in un cellario


inkepen WW

1 intaliar, insecar, indentar, incider, incisar


inkeping ZN

1 intalio, indentation


inkeren WW

1
tot zichzelf -- = recolliger se


inkering ZN

1
-- tot zichzelf = recolligimento


inkerkeren WW

1 incarcerar


inkerkering ZN

1 incarceration


inkerven WW

1 intaliar, gravar
in hout gekerfde namen = nomines intaliate/gravate in ligno


inkerving ZN

1 intalio, indentation
2 (BOUWK) glypho
3 (MED) scarification


inkijk ZN

1 (gelegenheid om in iets te kijken) vista del interior
jurk met veel -- = veste con décolleté (F) basse
2 reguardos del passantes
hier is veel -- = le reguardos del passantes entra hic liberemente


inkijken WW

1 (kijken in) reguardar (in)
2 (vluchtig kennis nemen van de inhoud) percurrer, jectar un colpo de oculo


inkjetprinter ZN

1 impressor/imprimitor a jecto de tinta


inklapbaar BN

1 plicabile, plicante
--e stoel = sedia plicante


inklappen WW

1 (mentaal instorten) collaber (psychicamente)
2 (naar binnen vouwen) plicar
de poten van een klaptafel -- = plicar le pedes de un tabula plicabile


inklaren BN

1 disdoanar
het -- = disdoanamento
een schip -- = disdoanar un nave
ingeklaarde bagage = bagage disdoanate


inklaring ZN

1 disdoanamento
bewijs van -- = certificato de disdoanamento


inklaringsformaliteiten ZN MV

1 formalitates de disdoanamento


inklaringskantoor ZN

1 officio del doana


inklaringskosten ZN MV

1 costos de disdoanamento


inkleden WW

1 (in een vorm gieten) presentar, exprimer, dar (un certe) forma a, formular
hoe zal ik mijn verzoek --? = como formular mi requesta/petition?
2 (R.K.) (in een orde opnemen) dar le habito a


inkleding ZN

1 (bewoording) presentation, maniera de presentar/de exprimer, forma, formulation
2 (R.K.) le prender del habito


inklemmen WW

1 (vastklemmen) serrar, stringer
2 (inbouwen) incastrar
het -- = incastratura


inklemming ZN

1 (het vastklemmen) le serrar
2 (inbouwing) incastratura


inkleuren WW

1 colorar
een gebied op de kaart -- = colorar un area super le mappa/carta


inkleuring ZN

1 coloration


inklimmen WW

1 scalar


inklimming ZN

1 scalada


inklinken WW

1 (inhameren) rivetar
spijkers -- = rivetar clavos
2 (van grond) comprimer se


inklinking ZN

1 (inhamering) rivetage
2 (van grond) compression


inknijpen WW

1 Zie: samenknijpen


inknippen WW

1 taliar, secar
2 (MED) facer un episiotomia


inknipping ZN

1 (MED) episiotomia


inkoken WW

1 condensar/reducer (per coction)
tot de helft van het volume -- = reducer usque al medietate del volumine
de soep laten -- = facer reducer le suppa
de soep is ingekookt = le suppa se ha spissate


inkokeren WW

1 (DIERK) introverter


inkomen ZN

1 receptas, salario
vast -- = salario fixe
onzuiver -- = salario brute
besteedbaar -- = receptas disponibile


inkomen WW

1 (binnenkomen) entrar in, ingressar in
de haven -- = entrar in le porto
het huis -- = entrar in le casa
ik moet er even -- = io debe entrar in le materia
2 (ontvangen) reciper
ingekomen stukken = correspondentia/litteras recipite
3
daar kan ik -- = io pote imaginar me lo, io lo comprende
daar kan niets van -- = isto es impossibile


inkomensafhankelijk BN

1 proportional al receptas/salario


inkomensbeleid ZN

1 politica salarial/del salarios


inkomensderving ZN

1 privation salarial/de salario


inkomensgrens ZN

1 limite salarial


inkomensgroep ZN

1 Zie: inkomensklasse


inkomensklasse ZN

1 categoria salarial


inkomensnivellering ZN

1 nivellamento salarial/del salarios


inkomenspeil ZN

1 nivello salarial/del salarios


inkomenspolitiek ZN

1 Zie: inkomensbeleid


inkomensverdeling ZN

1 repartition salarial/del salarios


inkomensverschil ZN

1 differentia salarial/del salarios


inkomst ZN

1 (intocht) entrata, ingresso
2 (wat aan geld ontvangen wordt) recepta
bron van --en = fonte de receptas
--en derven = perder receptas


inkomstenbelasting ZN

1 imposto super le receptas/salarios
aangifte -- = declaration fiscal


inkoop ZN

1 compra, emption
afdeling -- = section/departimento del compras
in- en verkoop = compra e vendita
--en doen = facer compras/emptiones
hij is belast met de -- = ille es incargate del compras


inkoop(s)prijs ZN

1 precio de compra/costo
iets beneden/onder de --- verkopen = vender un cosa sub le precio de compra


inkoopafdeling ZN

1 section/departimento del compras


inkoopbedrag ZN

1 amonta de compra/acquisition


inkoopboek ZN

1 libro de compras


inkoopbureau ZN

1 agentia de compras


inkoopcentrale ZN

1 central de compras, officio central de acquisitiones


inkoopchef ZN

1 chef (F) (del section/departimento) del compras


inkoopcombinatie ZN

1 combination de compratores


inkoopcontract ZN

1 Zie: aankoopcontract


inkoopcoöperatie ZN

1 cooperativa de compratores


inkoopdatum ZN

1 data de compra


inkoopfactuur ZN

1 factura de compra(s)


inkoopkantoor ZN

1 officio de compra


inkoopkartel ZN

1 cartel de compratores


inkoopleider ZN

1 Zie: inkoopchef


inkooporganisatie ZN

1 organisation de compra


inkoopvereniging ZN

1 Zie: inkoopcoöperatie


inkopen WW

1 (inkopen doen) comprar
-- doen voor de hele week = facer le compras de tote le septimana
2
zich -- = comprar le derecto de entrar in
zich in een genootschap -- = comprar un participation in un societate


inkoper ZN

1 comprator, mancipe, incargato/agente de compras


inkoppen WW

1 (SPORT) facer/marcar un goal (E) con le testa/capite


inkorten WW

1 (korter maken) accurtar, abbreviar
een touw -- = accurtar un corda
2 (verminderen) reducer, diminuer
iemands straftijd -- = reducer le pena de un persona


inkortend BN

1 abbreviative


inkorting ZN

1 accurtamento, accurtation, abbreviation, abbreviamento, reduction, diminution
-- van een touw = accurtamento de un corda
-- van een straf = reduction de un pena


inkorven WW

1 mitter in un corbe


inkoud BN

1 multo frigide, glacial


inkrassen WW

1 rader, insecar
ingekraste initialen = initiales insecate


inkrijgen WW

1 (naar binnen krijgen, inslikken) inglutir
de drenkeling kreeg water in = le necante inglutiva aqua
het schip kreeg water in = le nave faceva aqua
2 (bezorgd krijgen) reciper


inkrimpen WW

1 (zich samentrekken) contraher se, disinflar se
2 (afnemen) reducer, diminuer, decrescer, discrescer
zijn straftijd is al aardig ingekrompen = su pena ha essite reducite considerabilemente
3 (kleiner maken) reducer, comprimer, contraher, accurtar
zijn uitgaven -- = reducer/comprimer/limitar su expensas
een leerplan -- = reducer/accurtar un programma de studios
het personeel -- = reducer le personal


inkrimping ZN

1 (samentrekking) contraction, disinflation
2 (vermindering) reduction, diminution, decrescentia, decrescimento, discrescimento, compression
-- van het personeel = reduction del personal


inkruipen WW

1 (kruipend binnenkomen) reper in, reptar in
2 (ongemerkt binnenkomen) infiltrar se in


inkruisen WW

1 (BIOL) hybridar


inkt ZN

1 tinta
Chinese/Oostindische -- = tinta de China {sj}
onuitwisbare -- = tinta indelibile
onzichtbare/sympatische -- = tinta sympathic/invisibile
autografische -- = tinta autographic
met rode -- schrijven = scriber con/in tinta rubie
flesje -- = bottilia de tinta


inktachtig BN

1 de tinta


inktdruppel ZN

1 gutta de tinta


inkten WW

1 marcar de tinta


inktfabriek ZN

1 fabrica de tintas


inktfabrikant ZN

1 fabricante de tintas


inktfles ZN

1 bottilia de tinta


inktgom ZN

1 gumma de/pro tinta


inktgum(mi) ZN

1 Zie: inktgom


inktjetprinter ZN

1 imprimitor/impressor/printer (E) à jecto de tinta


inktklad ZN

1 Zie: inktvlek


inktkleur ZN

1 color de tinta


inktkleurig BN

1 de color de tinta


inktklodder ZN

1 Zie: inktvlek


inktkoker ZN

1 tintiera


inktkussen ZN

1 tampon de tinta


inktlap ZN

1 nettapenna, essugapenna


inktlint ZN

1 banda del machina a/de scriber


inktmop ZN

1 grande macula de tinta


inktpatroon ZN

1 cartucha {sj} de tinta


inktpot ZN

1 tintiera


inktpotlood ZN

1 stilo a tinta


inktreservoir ZN

1 reservoir (F) de tinta


inktrol ZN

1 rolo de tinta


inktsoort ZN

1 specie de tinta


inktspat ZN

1 Zie: inktvlek


inktvis ZN

1 sepia
vangarmen van een -- = tentaculos de un sepia


inktvlek ZN

1 macula de tinta


inktwortel ZN

1 morinda


inktzwam ZN

1 coprino


inktzwart BN

1 nigre como tinta


inkuilen WW

1 insilar
het -- = insilage
groenvoer -- = insilar forrage verde
ingekuilde aardappelen = patatas insilate


inkuiling ZN

1 insilage


inkuilmethode ZN

1 methodo de insilage


inkuipen WW

1 imbarrilar, intonnar


inkwakken WW

1 jectar/lancear rudemente (in)


inkwartieren WW

1 allogiar, (MIL) billetar, cantonar, quartierar


inkwartiering ZN

1 allogiamento, (MIL) cantonamento


inkwartieringsbiljet ZN

1 billet de cantonamento


inl.

1 (inleiding) intr.
2 (inlichting) inf(o)


inlaag ZN

1 deposito, apporto
de winst naar verhouding van de --en verdelen = divider le profito in proportion al/proportionalmente al depositos


inlaat ZN

1 tubo de entrata/de adduction/de admission, admission, entrata


inlaatbuis ZN

1 Zie: inlaat


inlaatdoek ZN

1 tela sin fin


inlaatduiker ZN

1 Zie: inlaat


inlaatklep ZN

1 valvula de entrata/de admission/de adduction


inlaatkraan ZN

1 Zie: inlaatklep


inlaatsluis ZN

1 esclusa de admission


inladen WW

1 cargar, incargar


inlader ZN

1 cargator


inlading ZN

1 cargamento


inlander ZN

1 indigena, aborigine, nativo, autochthono


inlands BN

1 indigena, native, del pais, autochthone
--e gewassen = plantas indigena/endemic
--e produkten = productos indigena
-- meisje = puera indigena/native
-- recht = derecto indigena


inlas ZN

1 (las) juncto
2 (ingevoegd stuk in tekst) insertion, intercalation, interpolation


inlassen WW

1 inserer, insertar, intercalar, interpolar, introducer
het -- = insertion, intercalation, interpolation, introduction
er werd een pauze ingelast = on ha intercalate un pausa


inlasser ZN

1 (tussenvoeger) interpolator


inlassing ZN

1 insertion, intercalation, interpolation, introduction
-- van een pauze = intercalation un pausa
-- van een letter = intercalation/epenthese (-esis) de un littera


inlaten WW

1 (binnenlaten) facer entrar, admitter, introducer
2 (in laten stromen) facer fluer (in), lassar entrar
vers water -- = lassar entrar aqua fresc
3
(zich bemoeien met) zich -- met = immiscer se in, ingerer se in, occupar se de
met zulke kleinigheden laat ik mij niet in = io non es interessate in tal futilitates


inlating ZN

1 entrata, admission


inlaut ZN

1 littera medial


inleg ZN

1 (bij een bank) deposito
2 (in zaak/vennootschap) apporto
3 (bij het spel) moneta/summa riscate
4 (bij het wedden) moneta/summa spondite


inlegblad ZN

1 folio intercalar/intercalate/supplementari
een -- in de boekjes = un folio supplementari in le librettos


inlegeren WW

1 (MIL) billetar, cantonar, quartierar


inlegering ZN

1 (MIL) cantonamento


inleggeld ZN

1 derecto de entrata
2 (bij een bank) deposito
3 (bij het spel) summa/moneta riscate


inleggen WW

1 (in/binnen/tussen iets leggen) mitter (in), poner (in)
een zoom -- = facer un orlo
2 (geld inbrengen bij een bank) deponer
3 (in zaak/vennootschap) apportar, investir
4 (tussenvoegen) inserer, insertar, adjunger
een blad -- = inserer/insertar un folio
5 (anders gekleurde stukjes inzetten) incrustar, marquetar
een tafel -- = incrustar un tabula
een met diamanten ingelegde broche = un broche (F) con incrustationes de diamantes
6 (conserveren) mitter in conserva, conservar, (in azijn) marinar, (in pekel) salmuriar
groenten -- = conservar verduras/legumines
7
daar leg je eer mee in = isto te honora, isto te da honor


inlegger ZN

1 (iemand die geld inlegt) depositor, depositante


inleghout ZN

1 ligno de marqueteria


inlegkapitaal ZN

1 capital investite


inlegkruisje ZN

1 protege-slip


inlegvel ZN

1 folio intercalari/intercalate/supplementari
losse --len in brochures = folios supplementari in brochures (F)


inlegwerk ZN

1 incrustation, marqueteria, mosaico
met -- versieren = incrustar, marquetar


inlegzool ZN

1 solea feltrate/de feltro


inleiden WW

1 (binnenleiden, introduceren) introducer, presentar
een spreker bij het publiek -- = presentar un orator al publico
2 (ingang doen vinden) introducer
3 (eerste kennis geven van) initiar
het -- = initiation
-- in een wetenschap = initiar in un scientia
iemand in de filosofie -- = initiar un persona in le philosophia
4 (van een voorwoord voorzien) prefaciar
5 (de voorbode zijn van) preluder
de Golfoorlog leidde de derde wereldoorlog in = le guerra del Golfo esseva le preludio del tertie guerra mundial


inleidend BN

1 introductori, introductive, initiatori, preparatori, preliminar, exordial, proemial
--e gevechten = combattos preliminar
--e fase = phase preparatori
-- hoofdstuk = capitulo introductive
--e woorden = parolas de introduction, introduction
--e spreker = orator introductori, introductor, presentator
--e cursus = curso introductori


inleider ZN

1 introductor, presentator


inleiding ZN

1 (woorden voor het eigenlijke onderwerp) introduction, preambulo, preliminar, exordio, parolas preliminar
korte/beknopte -- = curte introduction
een -- maken voor = preambular
dat verhaal was de -- tot haar verzoek = iste historia esseva le preambulo de su petition/requesta
2 (voorwoord, introductie) introduction, presentation, prefacio, prologo, advertimento, prolegomenos, proemio
van een -- voorzien = prefaciar
3 (voorbereiding tot kennis/begrip van iets) introduction, initiation
-- in een wetenschap = initiation in un scientia
(als boektitel) -- tot de taalwetenschap = introduction al linguistica
4 (het binnenleiden) introduction
5 (voorspel) preludio
als -- dienen = preluder
6 (van toneelstuk) protase (-asis)
7 (causerie) discurso


inleidingsbrief ZN

1 littera de introduction


inleidingsformule ZN

1 formula de introduction


inleidingsrede ZN

1 discurso preliminar


inlekken WW

1 infiltrar se gutta a gutta
het lekt hier in = le tecto lassa filtrar le pluvia


inlelijk BN

1 multo/extrememente fede, fedissime, horribile


inleven WW

1
zich -- in = identificar se con, familiar se con (un situation), mitter se/poner se in le pelle de (un persona), mitter se/poner se in le loco de, penetrar in le sentimentos de (un persona), saper vider con le oculos de (un persona)
zich in een boek -- = poner se/mitter se in le historia de un libro


inleverdatum ZN

1 Zie: inleveringsdatum


inleveren WW

1 (doen toekomen) livrar, remitter, presentar, (teruggeven) render
wapens -- = remitter armas
een verzoekschrift -- = presentar un requesta/petition
2 (afstand doen van koopkracht) acceptar un reduction del poter de compra
3
loon -- voor werk = ceder un parte del salario pro garantir le empleo


inlevering ZN

1 remissa, livration, presentation


inleveringsdatum ZN

1 data de livration/de remissa


inleveringstermijn ZN

1 termino de livration/de remissa


inleving ZN

1 penetration
2 assimilation


inlevingsvermogen ZN

1 facultate de poner se/mitter se in le situation de un persona, empathia


inlezen WW

1 (COMP) leger, memorisar
het optisch -- van een tekst = le lectura optic de un texto
het automatisch -- van een tekst = le lectura automatic de un texto
het -- van de gegevens = le lectura del datos


inlezing ZN

1 lectura
-- van de gegevens = lectura del datos


inlichten WW

1 informar, dar informationes, avisar, communicar, instruer, prevenir, advertir
zich laten -- over = lassar se informar super
verkeerd -- = misinformar


inlichter ZN

1 dator de informationes, informator


inlichting ZN

1 information
betrouwbare -- = information digne de fide
--en geven/verstrekken = dar informationes, informar
het geven/verstrekken van --en = information
--en inwinnen = prender informationes, informar se, inquirer
iemand die --en inwint = inquiritor, inquisitor


inlichtingenbron ZN

1 fonte de informationes


inlichtingenbureau ZN

1 bureau (F)/officio/agentia de informationes


inlichtingendienst ZN

1 (informatiedienst) servicio de informationes
2 (POL) servicio secrete


inlichtingenofficier ZN

1 officiero de informationes


inliggend BN

1 hic-juncte, ci-juncte, ci-incluse
--e brief = littera ci-juncte


inlijfbaar BN

1 incorporabile


inlijmen WW

1 attachar {sj}/fixar con colla


inlijsten WW

1 inquadrar, mitter in un quadro
het -- = inquadramento
een schilderij -- = inquadrar un pictura
een foto -- = mitter un photo(graphia) in un quadro


inlijsting ZN

1 inquadramento


inlijven WW

1 (mbt personen) incorporar, integrar, (in een regiment) inregimentar
2 (mbt grondgebied) annexar, incorporar
een gebied bij een ander -- = incorporar un territorio in un altere


inlijvend BN

1 incorporative


inlijving ZN

1 incorporation
2 (mbt grondgebied) annexion, annexation, incorporation
-- van een gebied bij een ander = incorporation de un territorio in un altere
3 (in een regiment) inregimentation


inlijvingsbeweging ZN

1 movimento annexionista


inlijvingsproces ZN

1 processo incorporative/de incorporation


in-line ZN

1 (COMP) in-line (E)
-- verwerking = tractamento in-line


inloggen WW

1 (COMP) entrar in communication
-- op een systeem = entrar in communication con un systema, entrar in un systema


inlokken WW

1 persuader de entrar


inloodsen WW

1 pilotar in, facer entrar in (le porto)


inloodsing ZN

1 pilotage


inloop ZN

1 (handeling) entrata, ingresso
't is hier een -- voor iedereen = hic pote entrar tote le mundo
2 (plaats) entrata, ingresso


inlooptijd ZN

1 periodo de orientation/de adaptation/de apprentissage/de prova


inloopwinkel ZN

1 Zie: inloopzaak


inloopzaak ZN

1 magazin a/de entrata/ingresso libere


inlopen ZN

1 (binnengaan) entrar (in)
een haven -- = entrar in un porto
een straat -- = entrar in un strata
2 (vuil in huis brengen) entrar con le scarpas/calceos immunde
3 (een achterstand) reattrappar, recuperar
een achterstand (achterstallige schuld) -- = recuperar un arretrato
een achterstand (vertraging) -- = recuperar un retardo
4
er -- = cader in le insidia
5
zijn nieuwe schoenen -- = accostumar/habituar se a su nove scarpas/calceos


inlossen WW

1 amortisar, pagar, reimbursar, redimer
een schuld -- = amortisar/pagar un debita
een hypotheek -- = redimer un hypotheca
2
een belofte -- = complir/mantener un promissa
een oningeloste belofte = un promissa non complite/non mantenite
3 (van pand) dispignorar
het -- = dispignoramento


inlossing ZN

1 amortisation, reimbursamento, redemption, (van pand) dispignoramento
-- van een schuld = amortisation de un debita
-- van een hypotheek = redemption de un hypotheca


inluiden WW

1 (door klokgelui aankondigen) annunciar con sonos de campanas, carillonar
2 (iets nieuws/het begin aankondigen) inaugurar, annunciar
een nieuw tijdperk -- = inaugurar/annunciar/aperir un nove era/epocha


inluiding ZN

1 (met klokgelui) annuncio con sonos de campanas
2 (begin) inauguration, annuncio


inluizen WW

1
er -- = cader in le insidia


inmaak ZN

1 (handeling) conservation
2 (resultaat) conserva
onze -- = nostre conservas
de -- aanspreken = aperir le conservas


inmaakazijn ZN

1 vinagre pro conserva


inmaakbrandewijn ZN

1 brandy (E) pro conserva


inmaakbus ZN

1 latta a/pro conserva


inmaakfles ZN

1 bottilia a/pro conserva


inmaakfruit ZN

1 (fruit om in te maken) fructos pro conserva
2 (ingemaakt fruit) fructos in conserva


inmaakglas ZN

1 bocal hermetic/a/pro conserva, vasculo/vitro/bottilia a/pro conserva


inmaakgroente ZN

1 (groente om in te maken) verduras/legumines pro conserva
2 (ingemaakte groenten) verduras/legumines in conserva


inmaakpot ZN

1 potto a/pro conserva


inmaaktijd ZN

1 saison (F)/periodo del conservas


inmaakuitjes ZN MV

1 (uitjes om in te maken) parve cibollas pro conserva
2 (ingemaakte uitjes) parve cibollas in conserva


inmaken WW

1 (wecken) facer conservas de, mitter in conserva
ingemaakte bonen = fabas in conserva


in medias res ZN

1 in medias res (L)


in memoriam ZN

1 discurso/articulo al memoria de, notitia necrologic, necrologia
schrijver van een -- = necrologo, necrologista


inmengen WW

1
(zich bemoeien) zich -- = immiscer se (in), intervenir (in), ingerer se (in), intromitter se (in)
2 (er bij doen) adjunger


inmenging ZN

1 intervention, immixtion, ingerentia, intromission


inmeten WW

1 (minder uitmeten dan er is) dar un curte mesura
2 (LANDMEETK) mesurar


inmetselen WW

1 (im)murar
een brandkast -- = murar un cassa forte
hij had zijn schat ingemetseld = ille habeva (im)murate su tresor
hij werd levend ingemetseld = ille esseva immurate vivente


inmiddels BW

1 intertanto, interim, in le interim, interea, interdum, durante iste tempore
hij was -- opnieuw getrouwd = intertanto ille se habeva remaritate
ik ben er -- al drie keer geweest = desde alora io ha essite illac non minus que tres vices


innaaien WW

1 (naaiend sluiten in) suer (in)
smokkelwaar -- in de kleding = suer contrabando in su vestimentos
2 (brocheren) brochar {sj}
ingenaaid boek = libro brochate
3 (korter maken) accurtar, (nauwer maken) restringer
hemdsmouwen -- = accurtar manicas de camisa


innagelen WW

1 clavar in, attachar {sj}/fixar con clavos


inname ZN

1 (verovering) expugnation, conquesta, occupation, captura
2 (inzameling) collection
-- van lege flessen = collection de bottilias (vacue)


innatisme ZN

1 (FIL) innatismo


inneembaar BN

1 (MIL) prendibile, expugnabile


inneembaarheid ZN

1 (MIL) expugnabilitate


innemen WW

1 (mbt geneesmiddelen) prender, ingerer
een drankje -- = prender/ingerer un potion
iets op de nuchtere maag -- = ingerer un cosa al stomacho vacue
2 (mbt plaatsruimte) prender, occupar
plaats -- = occupar loco/spatio
een positie -- = occupar un position
een betere gevechtspositie -- = prender un melior position de combatto
weer -- = reprender
zijn plaats weer -- = reprender su placia
(FIG) iemands plaats -- = prender le placia de un persona, reimplaciar un persona, substituer se a un persona
3 (veroveren) prender, occupar, expugnar, capturar
een stad -- = prender/occupar un citate/urbe
stormenderhand -- = prender de assalto
4 (vertrouwen/genegenheid winnen) captivar
iemand voor zich -- = ganiar le favor/sympathia de un persona
iemand tegen zich -- = indisponer un persona contra se, render se antipathic a un persona
5 (aan boord nemen) prender
water -- = prender aqua
kolen -- = prender carbon
ballast -- = prender ballast
6 (inkorten) restringer
een rok -- = restringer un gonna/gonnella
7 (verzamelen) colliger


innemend BN

1 affabile, amabile, gratiose, grate, agradabile, sympathic, attractive, placente


innemendheid ZN

1 affabilitate, amabilitate, gratia, charme (F)


inneming ZN

1 occupation, expugnation, conquesta, captura
de -- van de stad = le occupation/expugnation del urbe


innen WW

1 incassar, (van belasting/invoerrechten, etc.) perciper
het -- = incassamento, perception
een cheque -- = incassar un cheque (E)


inner ZN

1 incassator, (van belasting, etc.) perceptor


innerlijk BN

1 interior, interne, intime
--e rust = calma interior
--e tegenstrijdigheid = contradiction interne
--e stem = voce interior
-- leven = vita interior/intime
--e beschaving = civilisation innate
--e strijd = combatto/lucta interior
iets uit --e overtuiging doen = facer un cosa per conviction intime
--e samenhang = coherentia interne, cohesion
-- overtuigd = sincermente convincite
2 (waarde, belang) intrinsec
--e waarde van een munt = valor intrinsec de un moneta


innerlijk ZN

1 anima, corde, spirito


innerlijkheid ZN

1 interioritate


innervatie ZN

1 innervation


innerveren WW

1 innervar
het -- = innervation


innervering ZN

1 innervation


innestelen WW

1 (mbt eicel) implantar se
de eicel moet zich -- in de baarmoederwand = le ovulo debe implantar se in le pariete uterin/del utero


innesteling ZN

1 (mbt eicel) implantation


innig BN

1 intime, profunde, tenere, (oprecht) sincere, (vurig) intense, ardente, fervide
iemands --ste gedachten = le pensatas/pensamentos intime de un persona
dat is mijn --e overtuiging = isto es mi conviction intime/profunde
iemand -- liefhebben = amar carmente/teneremente un persona
--e contacten = contactos intime
-- verband = relation intime
--e vriendschap = amicitate tenere
mijn -- geliefde dochter = mi adorate filia
iemand -- omhelzen = imbraciar affectuosemente un persona
-- met elkaar omgaan = haber un relation affectuose
2 (REL) devote, fervente


innigheid ZN

1 intimitate, teneressa, (oprechtheid) sinceritate, (vurigheid) ardor, fervor, ferventia
2 (REL) fervor, ferventia


inning (I) ZN

1 incassamento, (van belasting) perception


inning (II) ZN

1 (SPORT) inning (E)


inningskosten ZN MV

1 costos de incassamento


innocent BN

1 innocente


innocentie ZN

1 innocentia


innovatie ZN

1 innovation


innovatief BN

1 innovative, innovator


innovatieprogramma ZN

1 programma de innovation/de modernisation


innovatietijd ZN

1 tempore de innovation


innoveren WW

1 innovar
het -- = innovation
--d werken = introducer innovationes


inoculatie ZN

1 inoculation


inoculeren WW

1 inocular
het -- = inoculation


inoefenen WW

1 apprender per le exercitio


inoffensief BN

1 inoffensive


inofficieel BN

1 non official


inoliën WW

1 olear, imbiber de oleo


inondatie ZN

1 Zie: inundatie


inontvangstneming ZN

1 reception, acceptation


inoogsten WW

1 recoltar
lof -- = reciper elogios


inoogsting ZN

1 recolta


inoperabel BN

1 inoperabile


inoperabiliteit ZN

1 inoperabilitate


inopportuun BN

1 inopportun, inappropriate, intempestive
--e opmerking = remarca inopportun


inpakken WW

1 impaccar, pacchettar, impacchettar, imballar, inveloppar, (in doos/kist/krat) incassar
het -- = imballage, inveloppamento, incassamento
de fruitverkoper pakt de sinaasappelen in = le fructero inveloppa le oranges (F)
goederen -- = imballar/impacchettar mercantias
een pakje -- = facer un pacchetto
-- en wegwezen = partir rapidemente
2 (in dikke kleren/doeken hullen) involver, inveloppar
3 (inpalmen) captar per belle parolas


inpakker ZN

1 imballator, impaccator, impacchettator


inpakking ZN

1 imballage, incassamento


inpakmachine ZN

1 imballator


inpakpapier ZN

1 papiro a/de imballar


inpakrobot ZN

1 robot (Tsj) de imballage


inpaktafel ZN

1 tabula a/de imballar


inpalmen WW

1 (toeëigenen) appropriar se, usurpar
2 (behendig winnen) captar (per belle parolas), (verleiden) seducer
het -- = captation, (verleiding) seduction


inpalming ZN

1 (toeëigening) appropriation, usurpation
2 (het behendig winnen) captation (per belle parolas), (verleiding) seduction


inpandig BN

1 incorporate in le casa/edificio, in le mesme edificio, sub le mesme tecto
--e garage = garage (F) in le mesme edificio
met --e garage = con garage (F) incorporate


inpassen WW

1 (invoegen in een bestaand geheel) inserer, insertar, incorporar, integrar
iemand in de salarisschaal -- = inserer/incorporar/placiar un persona in le scala del salarios
2 (juist passend maken) adjustar, adaptar
3 (inbouwen) incastrar
het -- = incastratura


inpassing ZN

1 (invoeging) (mbt zaken) insertion, incorporation, (mbt personen) integrar, incorporation
2 (het passend maken) adjustage, adjustamento
3 (inbouwing) incastratura


inpekelen WW

1 Zie: pekelen


inpeperen WW

1 (met peper bestrooien) coperir de pipere
(FIG) dat zal ik hem -- = ille me lo pagara
2 (met sneeuw inwrijven) fricar con nive


inperken WW

1 restringer, limitar, reducer
iemands vrijheid -- = restringer le libertate de un persona
de uitgaven -- = reducer le expensas/costos


inperking ZN

1 restriction, limitation, reduction
-- van de vrijheid = restriction del libertate


inpersen WW

1 (in elkaar persen) comprimer
het -- = compression
2 (dmv persing inbrengen) stampar
het -- = stampage


inpersing ZN

1 compression


in petto BW

1 in petto (I), in reserva


inpikken WW

1 (pakken) prender, sasir
2 (stelen) appropriar se, robar, furar
3 (doen) arrangiar, regular


inplakken WW

1 collar (in)
foto's in een album plakken = collar photo(graphia)s in un album


inplannen WW

1 introducer in le plano/programma, programmar


inplant ZN

1 (jonge aanplant) nove plantation
2 (MED) (implantatie) implant, implantation


inplanten WW

1 (in de grond zetten) plantar
het -- = plantation
2 (op het hart drukken) inculcar
3 (MED) implantar
het -- = implantation
weer -- = reimplanter
het weer -- = reimplantation


inplanting ZN

1 (handeling, toestand) implantation
2 (plaats) loco de implantation


in pleno

1 in session plenari


inpluggen WW

1 connecter, attachar {sj}
snoeren in een versterker -- = connecter le cablos a un amplificator
een koptelefoon -- = attachar un receptor de testa


inpolderen WW

1 transformar in polder (N), facer un polder (N), clauder con dicas, impolderar


inpoldering ZN

1 (handeling) transformation in polder (N), construction de un polder (N)
2 (resultaat) polder (N)


inpompen WW

1 (iemand iets leren) inculcar
2 (dmv een pomp inbrengen) pumpar (in)


inponsen WW

1 perforar


inpraten WW

1 (suggereren) suggerer, suggestionar
2 (overreden) persuader
op iemand -- = insister per tote le medios


inprating ZN

1 suggestion
2 persuasion


inprenten WW

1 inculcar, gravar in le memoria
het -- = inculcation
zich iets goed -- = mitter se un cosa in le testa/capite
iemand die een ander iets inprent = inculcator
geleidelijk -- = instillar


inprenting ZN

1 inculcation
geleidelijke -- = instillation


inprijzen WW

1
iemand de hemel -- = altiar un persona al celo


inprikken WW

1 piccar in


in print

1 imprimite
een gedicht -- = un poema imprimite


inproppen WW

1 reimpler


input ZN

1 (COMP) input (E), entrata


inquiline ZN

1 inquilina


inquisiteur ZN

1 inquisitor, judice del inquisition


inquisitie ZN

1 inquisition
van de -- = inquisitori, inquisitorial


inquisitierechters ZN MV

1 judices inquisitorial


inquisitoriaal BN

1 inquisitori, inquisitorial


inramen WW

1 inquadrar, montar (in)
dia's -- = inquadrar diapositivas


inranselen WW

1 inculcar a fortia de colpos


inregenen WW

1
het regent hier in = le pluvia entra hic


inreis ZN

1 entrata, ingresso


inreisvergunning ZN

1 permisso de entrata/de ingresso


inreisvisum ZN

1 visa de entrata/de ingresso


inrekenen WW

1 (arresteren) arrestar, apprehender
2 coperir
een brand -- = coperir un foco
3 (incalculeren) calcular, mitter in conto


inrekening ZN

1 (arrestatie) arrestation


I.N.R.I.

1 I.N.R.I. (L)


inrichten WW

1 (iets in orde brengen) arrangiar, organisar, installar
een huis -- = installar un casa
de administratie -- = organisar le administration
opnieuw -- = reinstallar
2 (gereed maken voor gebruik/bewoning) arrangiar, equipar, (huis) mobilar
de kamer anders -- = rearrangiar le camera
als slaapkamer ingericht = equipate como camera a dormir/de lecto
compleet ingerichte keuken = cocina completemente equipate
modern ingericht ziekenhuis = hospital equipate modernemente
een kerk tot sporthal -- = transformar un ecclesia in sala de sport (E)
op logé's zijn we niet ingericht = nos non es preparate pro reciper hospites
3 (regelen, ordenen) arrangiar, regular, organisar, ordinar
zijn leven -- = organisar su vita
het onderwijs anders -- = reorganisar le inseniamento


inrichting ZN

1 (aankleding) arrangiamento, installation, disposition
-- van een huis = installation de un casa
2 (niet commerciële inrichting) instituto, institution, establimento, stabilimento
penitentiaire -- = establimento penitentiari
3 (tehuis, gesticht) asylo
4 (wijze van organisatie) organisation, arrangiamento
de -- van de staat = le organisation del stato
5 (toestel) dispositivo, ingenio
6 (constructie) construction
7 (bedrijf) establimento, stabilimento
8 (voorziening) equipamento
9
(ziekenhuis) psychiatrische -- = hospital psychiatric
10 (binnenwerk van apparaat) mechanismo


inrij ZN

1 entrata, accesso


inrijden WW

1 (naar binnen rijden) entrar (in)
2 (rijdend raken) collider (con)
de auto's reden recht op elkaar in = le auto(mobile)s collideva
3 (door snel rijden tijd inhalen) reattrappar
4 (geschikt maken voor het gebruik) rodar
het -- = rodage
een auto -- = rodar un auto(mobile)


inrijdeur ZN

1 porta de entrata


inrijgen WW

1 (in iets anders rijgen) infilar
2 (nauwer maken) stringer, serrar con un lacetto
het -- = strictura


inrijperiode ZN

1 (mbt auto) periodo de rodage


inrijpoort ZN

1 grande porta de entrata


inrijstrook ZN

1 via de acceleration


inrit ZN

1 (plaats) entrata, accesso, passage
verboden -- = entrata prohibite
2 (het inrijden) entrata


inroepbaar BN

1 (JUR) (tegen een derde) opponibile


inroepen WW

1 appellar, advocar, invocar, implorar, reclamar, recurrer
de hulp -- van = appellar/advocar/invocar le auxilio/adjuta de
medische hulp -- = recurrer al adjuta medic
Gods -- inroepen = invocar le misericordia de Deo
een scheidsrechterlijke beslissing -- = submitter se al decision del arbitro, compromitter


inroeping ZN

1 appello, invocation, imploration


inroesten WW

1 oxydar se, ferruginar se, devenir ferruginose
ingeroeste vooroordelen = prejudicios inveterate
ingeroeste gewoonten = habitudes inveterate


inrollen WW

1 (rollende komen in) rolar in
de bal rolde het doel in = le ballon rolava in le goal (E)
2 (tot een rol maken) inrolar
3 (inwikkelen) rolar in, inveloppar, involver


inroosteren WW

1 includer/inserer/insertar in un horario
vrije dagen -- = includer dies/jornos libere in le horario


inruil ZN

1 (het inwisselen) cambio, (uitwisseling) excambio
tegen -- van = a cambio de
2 (inlevering van een oud produkt) reprisa


inruilauto ZN

1 auto(mobile) usate/de reprisa/de occasion
de -- bracht weinig op = nos non recipeva multo pro nostre vetule auto(mobile)


inruilen WW

1 cambiar, excambiar, (auto) facer reprender, (door ruiling verkrijgen) trocar
postzegels -- voor knikkers = trocar timbros postal pro marmores
een auto -- = cambiar de auto(mobile)


inruiling ZN

1 cambio, excambio


inruilobject ZN

1 articulo de cambio/excambio


inruilpremie ZN

1 disconto


inruilprijs ZN

1 precio de occasion/de secunde mano


inruilwaarde ZN

1 valor de cambio/excambio


inruilwagen ZN

1 Zie: inruilauto


inruimen WW

1 (ruimte maken) ceder, liberar
voor iemand een plaats -- = ceder un placia a un persona
2 (toestaan) conceder, accordar
iemand een recht -- = conceder un derecto a un persona


inrukken WW

1 (binnenrukken) entrar in, penetrar in, (binnenvallen) invader
de vijand is de stad ingerukt = le inimico ha penetrate/entrate in le urbe
2 (in de kwartieren terugkeren) retirar se
de troepen zijn weer ingerukt = le truppas se ha retirate al base
de brandweer kon spoedig weer -- = le (corpore de) pumperos poteva retirar se tosto


inrukking ZN

1 entrata, invasion


inschakelaar ZN

1 commutator


inschakelen WW

1 (invoegen) intercalar, inserer, insertar, interpolar
2 (TECHN) connecter, mitter in circuito/contacto
het licht -- = connecter le luce
het alarm -- = connecter le alarma
de computer -- = connecter le computator/computer (E)
de stroom -- = connecter le currente
3 (doen meewerken) facer appello a, mobilisar
het leger -- = mobilisar le armea, recurrer al armea
de politie -- = facer intervenir le policia
iemand weer in het arbeidsproces -- = reintegrar un persona in le labor/travalio


inschakeling ZN

1 (invoeging) intercalation, insertion, interpolation
2 (ELEKTR) connexion
3 (van mensen voor speciale dienst) mobilisation


inschalen WW

1 inserer/includer/poner in un scala (salarial)
iemand te laag -- = poner un persona troppo basse in le scala


inschaling ZN

1 classification salarial


inscharen WW

1 eroder (se)


inschatten WW

1 valutar, evalutar, estimar, supputar, judicar
te laag -- = subvalutar, subevalutar, subestimar
de situatie goed -- = valutar ben le situation
iemand verkeerd -- = judicar mal un persona


inschatting ZN

1 valutation, evalutation, estimation, supputation
-- van de mogelijke gevaren = valutation del possibile periculos
-- van de uitvoerbaarheid = evalutation del realisabilitate/facibilitate


inschenken WW

1 (uitgieten in) versar
2 (serveren) versar, servir
thee -- = servir the
iemand een drankje -- = servir un bibita a un persona
wat mag ik je --? = que pote io servir te?


inschepen WW

1 imbarcar, ir a bordo
het -- = imbarcamento, imbarcation
troepen -- = imbarcar truppas


inscheping ZN

1 imbarcamento, imbarcation
-- van troepen = imbarcamento/imbarcation de truppas


inschepingsdatum ZN

1 data de imbarcamento/de imbarcation


inschepingshaven ZN

1 porto de imbarcamento/de imbarcation


inschepingskosten ZN MV

1 costos de imbarcamento/de imbarcation


inschepingspier ZN

1 jectata de imbarcamento


inscheppen WW

1
een lepel suiker -- = adjunger un coclearata de sucro


inscherpen WW

1 (inprenten) inculcar
het -- = inculcation
iemand zijn plichten -- = inculcar a un persona le notion de su deberes
iemand die een ander iets inscherpt = inculcator


inscherping ZN

1 (inprenting) inculcation


inscheuren WW

1 facer un laceration in


inscheuring ZN

1 laceration


inschieten WW

1 (iets kwijtraken) perder
geld erbij -- = perder moneta in un cosa
het leven er bij -- = perder le vita
2 (verbrijzelen) rumper per un colpo de foco
3 (wapens testen) adjustar
kanonnen -- = adjustar le tiro del cannones
4 (niet gebeuren) non haber loco
5 (vallen in) cader in
hij is met zijn auto de sloot ingeschoten = ille ha cadite con su auto(mobile) in le fossato
6 (ergens snel binnengaan) entrar rapidemente
een zijstraat -- = entrar rapidemente in un strata lateral
7 (SPORT) (in het doel schieten) tirar/calcar in le rete
8 (WEVEN) tramar


inschikkelijk BN

1 indulgente, complacente, accommodante, acquiescente, ductibile, docile, tractabile
-- karakter = character complacente
zich -- tonen = monstrar se complacente
-- zijn = esser indulgente, indulger


inschikkelijkheid ZN

1 indulgentia, complacentia, docilitate, ductilitate, tractabilitate


inschikken WW

1 (inschuiven) serrar se
2 (toegeven) ceder, esser complacente, monstrar complacentia
beide tegenstanders wilden niet -- = le duo opponentes non voleva facer concessiones


inschoppen WW

1 (naar binnen schoppen) calcar/tirar in
2 (breken) rumper per colpos de pede
de deur -- = rumper le porta per colpos de pede


inschrift ZN

1 inscription, epigrapho


inschrijden WW

1 entrar solemnemente (in)


inschrijfbaar BN

1 inscribibile, (ook WISK) inscriptibile
een regelmatige veelhoek is -- in een cirkelomtrek = un polygono regular es inscriptibile in un circumferentia


inschrijfbiljet ZN

1 Zie: inschrijfformulier


inschrijfformulier ZN

1 formulario/scheda/folio de inscription/de registration
een -- invullen = completar/plenar un formulario de inscription


inschrijfgeld ZN

1 Zie: inschrijfkosten


inschrijfkosten ZN MV

1 costos de inscription/de registration
de -- bedragen 100 gulden = le costos de registration es cento florinos


inschrijven WW

1 inscriber, registrar
het -- = inscription, registration
weer -- = reinscriber
het weer -- = reinscription
zijn bagage laten -- = facer registrar su bagage
een lid -- = inscriber un membro
een deelnemer -- = inscriber un participante
zich voor een examen laten -- = facer inscriber se pro un examine
zich (als student, etc.) laten -- = (im)matricular se
het -- (als student, etc.) = matriculation
2 (WISK) inscriber
het -- = inscription
3 (voor aanbesteding) facer/presentar un offerta
4 (intekenen) subscriber
op een nieuwe uitgave -- = subscriber a un nove edition


inschrijver ZN

1 subscriptor
2 registrator


inschrijving ZN

1 (het opnemen in een lijst/register) inscription, registration, immatriculation
-- in het handelsregister = inscription in le registro mercantil
-- van een hypotheek = inscription/registration de un hypotheca
-- van leden = inscription/immatriculation de membros
bewijs van -- = certificato de inscription
de -- openen = aperir le inscription
2 (intekening) subscription
laatste -- 31 januari = le ultime die de subscription es le 31 de januario
3 (bij aanbesteding) offerta
laagste -- = melior offerta
--en accepteren = acceptar offertas


inschrijvingsbedrag ZN

1 amonta/summa de inscription/de registration


inschrijvingsbewijs ZN

1 certificato de inscription/registration
2 certificato de subscription


inschrijvingsformulier ZN

1 Zie: inschrijfformulier


inschrijvingsgeld ZN

1 costos de inscription/registration


inschrijvingslijst ZN

1 lista de inscription/de registration


inschrijvingsnummer ZN

1 matricula


inschrijvingsregister ZN

1 matricula


inschrijvingstermijn ZN

1 termino de inscription/de registration


inschrijvingsvoorwaarden ZN MV

1 conditiones de inscription/de registration


inschroeven WW

1 vitar


inschrompeling ZN

1 (MED) (van orgaan) involution


inschuifbaar BN

1 telescopic
--e antenne = antenna telescopic


inschuifbeker ZN

1 cuppa telescopic


inschuifladder ZN

1 Zie: uitschuifladder


inschuiftafel ZN

1 Zie: uitschuiftafel


inschuiven ZN

1 (met een schuivende beweging binnengaan) entrar
2 (er tussen plaatsen) inserer, insertar, intercalar, interpolar
het -- = insertion, intercalation, interpolation
3 (naar binnen schuiven) pulsar
een la -- = clauder un tiratorio
4 (opschuiven) serrar


inschuld ZN

1 debita active


inscriberen WW

1 inscriber


inscriptie ZN

1 (opschrift) inscription, epigrapho
-- in twee talen = inscription bilingue
een horloge met -- = un horologio con un inscription
van een -- voorzien = munir/provider de un inscription
2 (bewijs van inschrijving) certificato de inscription/registration


insectie ZN

1 incision


insectifugum ZN

1 insectifugo


insecuriteit ZN

1 insecuritate


inseinen WW

1 poner/mitter al currente, informar, instruer
ze hebben hem kennelijk ingeseind = obviemente on le ha ponite al currente


insekt ZN

1 insecto
honingvoortbrengend -- = insecto mellifere
gevleugeld -- = insecto alate
halfvleugelig -- = insecto hemiptere
versteend -- = entomolytho
--en betreffend = entomic


insektarium ZN

1 insectario


insektenbeet ZN

1 piccatura/punctura de insecto


insektenbestrijding ZN

1 campania pro le extermination de insectos


insektenbestrijdingsmiddel ZN

1 insecticida


insektenbloem ZN

1 flor entomophile


insektenbloemig BN

1 entomophile


insektenboek ZN

1 libro de insectos


insektendodend BN

1 insecticida
-- middel = insecticida


insektendoders ZN MV

1 fungos carnivore


insektenetend BN

1 insectivore, entomophage
--e planten = plantas insectivore
--e dieren = animales insectivore
--e vogel = ave insectivore


insekteneter ZN

1 animal insectivore, insectivoro, entomophago


insektenkenner ZN

1 entomologo, entomologista, insectologo


insektenkunde ZN

1 insectologia, entomologia


insektenlarve ZN

1 larva de insecto


insektenlichaam ZN

1 corpore de insecto


insektenplaag ZN

1 plaga/flagello/invasion de insectos


insektenpoeder ZN

1 pulvere insecticida


insektenrijk ZN

1 Zie: insektenwereld


insektenstaat ZN

1 societate de insectos


insektensteek ZN

1 punctura/piccatura/morsura de insecto


insektenstudie ZN

1 studio de insectos


insektenverdelger ZN

1 insecticida


insektenverzamelaar ZN

1 collectionator de insectos


insektenverzameling ZN

1 collection entomologic/de insectos


insektenwereld ZN

1 mundo del insectos


insektenwerend BN

1 insectifuge
-- middel = insectifugo


insekticide ZN

1 insecticida


insektivoor BN

1 insectivore, entomophage
--e planten = plantas insectivore


insektivoor ZN

1 insectivoro, entomophago


insektologie ZN

1 insectologia, entomologia


insektologisch BN

1 insectologic, entomologic


insektoloog ZN

1 insectologo, entomologo, entomologista


inseminatie ZN

1 insemination
kunstmatige -- = insemination artificial


inseminator ZN

1 inseminator, fecundator


insemineren WW

1 inseminar (artificialmente)
het -- = insemination


ins en outs ZN MV

1 detalios
ik ken niet alle -- van die zaak = io non sape omne detalios de iste affaire (F)


inseparabel BN

1 inseparabile


inseraat ZN

1 (bijlage) supplemento
2 (tussengevoegde mededeling) insertion


insereren WW

1 inserer, insertar


insertie ZN

1 insertion


insgelijks BW

1 equalmente, alsi, anque
prettig weekend! --! = bon fin de septimana! equalmente!


inside information ZN

1 novas de bon fonte, information confidential


insider ZN

1 initiato
alleen voor --s begrijpelijk = comprensibile/comprehensibile solmente pro initiatos


insidieus BN

1 insidiose


insigne ZN

1 insignia, ordine, decoration


insijpelen WW

1 infiltrar se
het -- = infiltration


insijpeling ZN

1 infiltration


insinuatie ZN

1 insinuation
grove -- = insinuation crude
lasterlijke -- = insinuation calumniose
de --s negeren = disdignar le insinuationes


insinueren WW

1 insinuar
het -- = insinuation
iemand die insinueert = insinuator
--de woorden = parolas insinuante, insinuationes


insipide BN

1 insipide


insisteren WW

1 insister


in situ BW

1 in situ (L)
een plant -- bestuderen = studiar un planta in situ


inslaan WW

1 (door slaan breken) rumper, fracassar
een ruit -- = rumper un vitro
iemand de hersens/harses/schedel -- = rumper/fracassar le capite/testa a un persona
2 (in voorraad nemen) facer provision de, approvisionar se, facer un stock (E) de, (opslaan) immagazinar
drank -- = approvisionar se de bibitas
3 (omvouwen) replicar
een mouw -- = replicar un manica
4 (indrijven) introducer, (spijker) clavar
5 (aanbrengen) stampar
6 (nuttigen) ingurgitar, prender
7 (WEVEN) (de ketting --) tramar
8 (met een slag in iets doordringen) cader
de bliksem is hier ingeslagen = le fulmine ha cadite hic
als een bom -- = cader como un bomba, venir como un fulmine a celo seren
9 (een richting nemen) prender, tornar in, entrar in
de weg -- naar = prender le cammino de
een straat -- = prender/tornar in/entrar un strata
10 (FIG) haber successo, haber effecto, facer impression
die opmerking sloeg in = iste remarca ha facite sensation
-- bij het publiek = haber successo ante le publico


inslaapmiddel ZN

1 hypnotico


inslag ZN

1 (in weefsel) trama
(FIG) dat is schering en -- = isto es le pan de cata die
2 (het met een slag doordringen) impacto, impaction
de -- van meteorieten = le impacto de meteorites
plaats van -- = loco/puncto de impacto
3 (mbt waren) approvisionamento, provision, stock (E)
4 (strekking, tendens) tendentia
partij met een fascistische -- = partito con un tendentia/de tendentia fascista
in de brochure zit een duidelijk commerciële -- = in le brochure (F) il ha un clar tendentia commercial


inslagdraad ZN

1 (WEVEN) (filo de) trama


inslagkrater ZN

1 crater de impacto


inslagzijde ZN

1 (WEVEN) sete de trama


inslapen WW

1 (indutten) addormir se
doen -- = addormir
2 (sterven) morir, deceder


inslapertje ZN

1 (middel om in te slapen) medio pro addormir se, soporifico
2 (fantasiegedachte) phantasma ante le somno


inslecht BN

1 odiose, ignobile, perverse


inslijpen WW

1 (door slijpen aanbrengen) taliar in, gravar in
2 (passend slijpen) affilar


inslikken WW

1 glutir, inglutir, deglutir, ingurgitar
het -- = inglutimento, deglutition, ingurgitation


inslikking ZN

1 inglutimento, deglutition, ingurgitation


inslingeren WW

1 lancear in


inslinken WW

1 Zie: slinken


inslinking ZN

1 Zie: slinking


inslippen WW

1 glissar se in


inslokken WW

1 mangiar/biber avidemente/gluttemente


inslorpen WW

1 sorber, absorber


inslorping ZN

1 absorption


insluimeren WW

1 addormir se
doen -- = addormir


insluimering ZN

1 somnolentia


insluipen WW

1 entrar/introducer se/insinuar se (clandestinmente/furtivemente) in
de kinderen sluipen het huis in = le infantes entra furtivemente in le casa
er is een fout in de berekening geslopen = il se ha introducite un error in le calculo
een ingeslopen misbruik = un abuso que se ha introducite pauco a pauco in le mores


insluiper ZN

1 persona qui entra furtivemente, intruso


insluiping ZN

1 entrata/introduction clandestin/furtive, intrusion
diefstal met -- = furto sin effraction


insluipsel ZN

1 abuso/habito que se ha introducite (lentemente)


insluiten WW

1 (bijvoegen) junger, adjunger, includer, inserer
in de brief -- = includer in le littera
een formulier -- = adjunger un formulario
ik sluit hier een briefje voor je zuster in = io junge un parve littera pro tu soror
2 (omsingelen, belegeren) investir, blocar, assediar, incircular, cinger
3 (omgeven) circumferer
het binnenplein wordt door de gebouwen geheel ingesloten = le corte interior es completemente circumferite de edificios
4 (opsluiten) carcerar, incarcerar
5 (bevatten) continer, comprender, comprehender, implicar
in een vloeistof ingesloten gasbellen = bullas de gas continite in un liquido
dit sluit niet in dat = isto non implica que


insluiting ZN

1 (belegering) investimento, assedio, incirculamento
2 (mbt brief) inclusion
3 (in een mineraal) inclusion


insluitingsleger ZN

1 armea de investimento/de assedio/de incirculamento


insluitingstroepen ZN

1 truppas de investimento/de assedio/de incirculamento


insluizen WW

1 facer entrar in un esclusa


inslurpen WW

1 sorber, absorber


inslurping ZN

1 absorption


insmelten WW

1 (smeltend invoegen) funder in, incorporar in


insmeren WW

1 lubricar, lubrificar, unctar, linir
met vet -- = ingrassar
met olie -- = olear
met vaseline -- = unctar con vaselina, vaselinar
met teer -- = catranar
met zeep -- = saponar
met wrijfpommade -- = pomadar, embrocar
zal ik je rug even --? = esque io te da un pauco/un poco de crema al humeros/spatulas?


insmijten WW

1 jectar in, lancear in
2 rumper per colpos de petra


insmokkelen WW

1 importar contrabando


insneeuwen WW

1
(naar binnen sneeuwen) het sneeuwt in op zolder = le nive entra a transverso le tecto
2 (door sneeuw ingesloten worden) esser blocate per/in le nive


insnijden WW

1 (een snede maken in) facer un incision/intalio/sectura, incider, incisar, insecar, intaliar, scarificar
een wond -- = incisar un plaga, facer un incision in un plaga
de bast van een boom -- = incisar le cortice de un arbore, scarificar un arbore
een boom voor harswinning -- = intaliar un arbore pro obtener resina
2 (door snijden aanbrengen in) gravar
zijn naam -- = gravar su nomine


insnijding ZN

1 incision, intalio, sectura, (ANAT ook) incisura
2 (BOUWK) glypho
3 (GEOL) indentation
--en van een rotsachtige kust = indentationes de un litoral roccose
4 (van blad) indentation


insnijdmes ZN

1 bisturi


insnoeren WW

1 (vernauwen) stringer, constringer, render plus stricte
een bloedvat -- = constringer un vasculo sanguinee
2 (inrijgen) laciar


insnoerend BN

1 constrictive, constringente


insnoering ZN

1 (handeling) constriction
2 (plaats) constriction


insnuiven ZN

1 respirar, aspirar


insolatie ZN

1 insolation


insolent BN

1 insolente


insolentie ZN

1 insolentia


insolide BN

1 (onvast) pauco/poco solide/resistente
2 (onbetrouwbaar) pauco/poco digne de confidentia/fiducia


insolvabel BN

1 insolvente


insolvabiliteit ZN

1 insolventia


insolvabiliteitsverzekering ZN

1 assecurantia contra insolventia


insolvent BN

1 insolvente
--e debiteur = debitor insolvente
iemand -- verklaren = declarar insolvente un persona


insolventie ZN

1 insolventia


insolventverklaring ZN

1 declaration de insolventia


insomnie ZN

1 insomnia


insoppen WW

1 molliar


inspannen WW

1
(zijn kracht aanwenden) zich -- = effortiar se, facer un effortio, facer effortios, dar se pena
al zijn krachten -- = facer un supreme effortio/tote su effortios
zijn hersens -- = facer un effortio mental
zich dubbel -- = reduplar su effortios
zich sterker -- = accentuar su effortio
hij moet zich flink -- om de deur open te krijgen = ille debe facer un grande effortio pro aperir le porta
2 (trekdieren) attachar {sj}, harnesar
een paard -- = harnesar un cavallo
3 (mbt proces) intentar


inspannend BN

1 fatigante, extenuante, ardue
een -- werk = un labor/travalio ardue
corrigeren is een -- werk = corriger es un labor/travalio fatigante


inspanning ZN

1 (het aanwenden van kracht) effortio
geestelijke -- = effortio intellectual/mental
bovenmenselijke -- = effortio superhuman/suprahuman
hun gezamelijke --en = lor effortios conjuncte/conjugate
een -- belonen = recompensar/premiar un effortio
zijn --en op iets richten = orientar su effortios verso un cosa
alle --en bleven tevergeefs = tote le effortios ha essite in van
dat kost veel -- = isto costa/exige multe effortio
de -- belonen = premiar le effortio


in spe

1 futur, proxime, in herba
mijn schoonzus -- = mi futur soror affin


inspecteren WW

1 (controleren) inspectar, inspicer, facer un inspection de, controlar, visitar
de troepen -- = inspectar le truppas
de slaapzalen -- = facer le inspection del dormitorios
2 (monsteren) passar in revista
de troepen -- = passar le truppas in revista


inspecteur ZN

1 inspector, controlator, supervisor, visitator
-- van politie = inspector de policia
-- bij het middelbaar onderwijs = inspector del inseniamento secundari
-- bij een verzekeringsmaatschappij = inspector de assecurantias/de un compania de assecurantia
-- generaal = inspector general
ambt van -- = inspectorato


inspecteur-generaal ZN

1 inspector general


inspecteurschap ZN

1 inspectorato


inspectie ZN

1 (controle) inspection, visita
vluchtige -- = inspection rapide
grondige -- = inspection a fundo
-- van een schip = inspection de un nave
een -- houden = facer un inspection
2 (wapenschouwing) inspection, revista
3 (dienst van het op- en toezicht over iets) inspection, inspectorato
4 (ambtsgebied van een inspecteur) inspectorato


inspectiebezoek ZN

1 visita de inspection/del inspector


inspectiedienst ZN

1 inspection, inspectorato


inspectieluik ZN

1 (in vloer) trappa de inspection


inspectiereis ZN

1 viage de inspection


inspectietocht ZN

1 tour (F) de inspection


inspectoraat ZN

1 (ambt) inspectorato, inspection
2 (ambtsgebied) inspectorato


inspelen WW

1 (geschikt maken voor het gebruik) preparar, (MUZ) essayar, preluder, (DRAM) essayar
de nieuwe snaren van een gitaar -- = essayar le nove chordas de un guitarra {gi}/gitarra
(SPORT) zich -- = preparar se
(SPORT) goed op elkaar ingespeeld zijn = formar un bon equipa
2 (vooruit lopen op) anticipar
3 (reageren op) reager (a)
-- op een behoefte = responder a un necessitate, saper facer uso de un besonio


inspijkeren WW

1 clavar in, fixar con clavos


inspinnen WW

1 inveloppar in filos
de spin had het vliegje ingesponnen = le aranea habeva inveloppate le musca in su tela
2
zich -- = mitter/poner se in le cocon (F)


inspiratie ZN

1 (bezieling) inspiration
een voortdurende bron van -- = un fonte constante de inspiration
goddelijke -- = inspiration divin
-- opdoen = inspirar se, haber un inspiration
2 (inademing) inspiration, inhalation


inspiratiebron ZN

1 fonte de inspiration


inspirator ZN

1 inspirator, instigator


inspiratorisch BN

1 inspiratori
--e medeklinker = consonante inspiratori
-- spreken = parlar inspiratorimente


inspireren WW

1 (bezielen) inspirar, enthusiasmar, infunder enthusiasmo a
een geïnspireerd kunstenaar = un artista inspirate
geïnspireerd pianospelen = esser un pianista inspirate
2 (modelleren naar) basar (super)
een film geïnspireerd op de gelijknamige roman = un film (E) basate super le libro del mesme nomine


inspirerend BN

1 inspirante, inspiratori, stimulante, enthusiasmante, vivificante
-- betoog = discurso inspirante/stimulante
-- werken = esser inspirante/stimulante, inspirar, stimular


inspraak ZN

1 participation
de -- van de arbeiders = le participation del obreros
-- eisen = exiger participation
-- bevorderen = incoragiar participation
de -- van zijn hart volgen = sequer le inclinationes/impulsos de su corde


inspraakprocedure ZN

1 procedura/procedimento de participation


inspraakronde ZN

1 opportunitate de participation del publico


inspreken BN

1 (inboezemen) insufflar, infunder, inspirar
iemand moed -- = insufflar/infunder corage a un persona, incoragiar un persona
2 (spreken in) registrar
een boodschap -- in het antwoordapparaat = registrar un message in le responditor automatic
boeken -- voor een blindenbibliotheek = registrar libros pro un bibliotheca Braille


inspringen WW

1 (invallen) suppler, substituer, reimplaciar, prender le placia de
voor een collega -- = substituer/reimplaciar un collega
2 (zich meer naar binnen uitstrekken) esser/star retro, receder
het huis springt hier in = le casa sta retro in iste loco
3 (met een sprong inkomen) saltar in, salir in
de Maas -- = saltar in le Mosa
4 (inhaken op) adherer (a)
deze firma is ingesprongen op de laatste ontwikkelingen op modegebied = iste firma ha sequite le ultime evolutiones del moda
5 (DRUKK) indentar


inspringend BN

1 entrante, recedente
--e hoek = angulo entrante
--e muur = muro recedente


inspringing ZN

1 (DRUKK) indentation


inspuitdruk ZN

1 pression de injection


inspuiten WW

1 (een injectie geven) injicer, injectar, syringar
het oor -- = injicer/injectar/syringar le aure
serum bij iemand -- = injicer/injectar sero a un persona, facer injectiones de sero a un persona


inspuiting ZN

1 (handeling) injection
onderhuidse -- = injection hypodermic/hypodermatic/subcutanee
2 (dat wat ingespoten wordt) injection


inspuitmondstuk ZN

1 injector de benzina


inspuitmotor ZN

1 motor a injection


inspuitsysteem ZN

1 (van motor) systema de injection


inspuittoestel ZN

1 injector


inspuwen WW

1 spuer in, sputar in


instaan WW

1 responder (de), garantir
wij staan er voor in dat = nos garanti que
niet voor de gevolgen -- = non responder del consequentias
niet voor het resultaat -- = non garantir le resultato
-- voor de kwaliteit van een produkt = responder del qualitate de un producto
voor de echtheid van iets -- = garantir le/responder del authenticitate de un cosa
nergens voor -- = garantir nihil
voor een borg -- = certificar un caution
de directie staat niet in voor eventuele schade = le direction non assume le responsabilitate de eventual damnos


instabiel BN

1 instabile, labile
-- evenwicht = equilibrio instabile
--e constructie = construction instabile
-- karakter = character instabile


instabiliteit ZN

1 instabilitate, labilitate
politieke -- = instabilitate politic


installateur ZN

1 installator
de -- van onze centrale verwarming = le persona qui ha installate nostre calefaction central
erkend -- = installator recognoscite


installatie ZN

1 (inauguratie, bevestiging in ambt) installation, inauguration
2 (plaatsing van technische toestellen) installation, montage
-- van een wasmachine = installation de un machina a/de lavar
3 (technische toestellen) installation, dispositivo, apparato, equipamento


installatieaanwijzingen ZN MV

1 indicationes de installation


installatiebureau ZN

1 officio de installationes


installatiekosten ZN MV

1 costo(s) de installation


installatiemateriaal ZN

1 material de installation


installatieplechtigheid ZN

1 solemnitate/ceremonia de installation/de inauguration


installatievoorschriften ZN MV

1 prescriptiones de installation


installeren WW

1 (inaugureren, in ambt bevestigen) installar, inaugurar
2 (voor het gebruik gereed maken) installar, montar
een wasmachine -- = installar un machina a/de lavar
de autoradio -- = montar le autoradio
3 (plaatsen, vestigen) installar, stabilir, establir
zich behaaglijk -- = installar se commodemente


instampen WW

1 (door stampen indrijven) introducer per colpos/per le pede(s), figer
palen -- = figer palos
2 (inprenten) inculcar
het -- = inculcation
de onregelmatige werkwoorden -- = inculcar le verbos irregular


instamperij ZN

1 Zie: instamping-2


instamping ZN

1 (indrijving door stampen) introduction per colpos/per le pede(s)
2 (inprenting) inculcation


instandhouder ZN

1 mantenitor, perpetuator


instandhouding ZN

1 conservation, mantenentia, mantenimento, preservation, (het voortzetten) perpetuation
-- van de bestaande orde = mantenentia del ordine establite
-- van de dijken = mantenentia/conservation del dicas
-- van een monument = conservation de un monumento
-- van een beweging = conservation de un movimento
-- van een traditie = perpetuation de un tradition
-- van de soort = conservation/perpetuation/preservation del specie


instant BN

1 instantanee


instantie ZN

1 (JUR) (aanleg) instantia
in eerste -- dachten wij dat het waar was = initialmente/in prime instantia nos pensava que illo esseva ver
in tweede -- = in secunde instantia
in laatste -- = in ultime instantia
een hogere -- = un instantia superior
2 (dringend verzoek) instantia, insistentia
3 (orgaan) servicio, autoritate, organismo
openbare --s = autoritates public
bevoegde --s = autoritates competente
de betrokken --s op de hoogte brengen = informar le autoritates concernite
zich tot een hogere -- wenden = diriger se a un autoritate superior


instantkoffie ZN

1 caffe instantanee/solubile


instant-oplossing ZN

1 solution instantanee


instantsoep ZN

1 suppa instantanee


instapkaart ZN

1 carta de accesso (a bordo)


instappen WW

1 (mbt voertuig) montar
in een vliegtuig stappen = montar a bordo de un avion
in de trein stappen = montar in un traino
vlug -- = montar rapidemente
2 (binnenstappen) entrar in
3 (meedoen aan) adherer a


instaptoets ZN

1 test (E) de entrata/de ingresso/de admission


in statu nascendi

1 in statu nascendi (L)


insteek ZN

1 entresol (F)


insteekkamer ZN

1 Zie: insteek


insteekvenster ZN

1 mezzanin


insteekverdieping ZN

1 mezzanin


insteken WW

1 mitter in, poner in, introducer in
een draad -- = infilar un agulia
zijn neus overal -- = mitter le naso in toto


instelbaar BN

1 adjustabile, regulabile, adaptabile
--e ring = anello adjustabile/regulabile
turbine met --e schoepen = turbina a palas adjustabile/regulabile
vooraf -- = adjustabile in avantia


instelbaarheid ZN

1 adjustabilitate, regulabilitate, adaptabilitate


instelcondensator ZN

1 condensator adjustabile


instellen WW

1 (oprichten) fundar, instituer, constituer, instaurar, eriger, crear, formar, convocar, stabilir, establir
een commissie -- = instituer/constituer/crear/formar un commission
een traditie -- = fundar un tradition
een prijs -- = instituer un premio
een leerstoel -- = instituer un cathedra universitari
een belasting -- = stabilir/establir/crear un imposto
nieuwe bisdommen -- = instituer nove dioceses
2 (beginnen) aperir, comenciar, initiar, (JUR) intentar
een onderzoek -- = comenciar/aperir/facer un inquesta/recerca/investigation, investigar
een vervolging tegen iemand -- = proceder contra un persona
3 (regelen, afstellen) regular, adjustar, programmar
het contrast van de tv -- = regular le contrasto del television
de tv is niet goed ingesteld = le television besonia adjustamento
een camera (scherp) -- = focalisar un camera
een microscoop -- = adjustar/focalisar un microscopio
de wasmachine is ingesteld op het wasprogramma voor bontgoed = le lavator ha essite programmate pro pannos colorate
4
(FIG) zich -- op = preparar se a/pro


insteller ZN

1 fundator, instaurator, creator, erector, establitor


instelling ZN

1 (het oprichten) fundation, constitution, erection, creation, stabilimento, establimento, instauration, institution
-- van een commissie = constitution de un commission
-- van een nieuw ministerie = creation de un nove ministerio
-- van de Olympische Spelen = institution/instauration del Jocos Olympic
2 (mbt toestellen) regulation, adjustamento
automatische -- = regulation automatic
3 (organisatie, instituut) instituto, institution, fundation, stabilimento, establimento
openbare -- = institution/stabilimento/establimento public
een -- oprichten = crear un instituto
democratische --en = institutiones democratic
internationale --en = institutiones international
kerkelijke -- = institution religiose
politieke -- = institution politic
-- van liefdadigheid, liefdadige -- = institution de caritate
-- voor hoger onderwijs = establimento/stabilimento de inseniamento superior
tot een -- maken = institutionalisar
een -- worden = institutionalisar se
het tot een -- maken, het tot -- worden = institutionalisation
4 (mentaliteit) attitude, spirito, mentalitate, disposition
kritische -- = spirito critic/de examine
negatieve -- = attitude negative
positieve -- = attitude positive
materialistische -- = mentalitate/disposition materialistic
een zakelijke -- hebben = haber un mentalitate commercial, haber un approche {s} commercial
de juiste -- hebben voor iets = haber le mentalitate appropriate/le spirito juste pro un cosa


instelloep ZN

1 lupa adjustabile


instelraam ZN

1 quadro adjustabile


instelschaal ZN

1 scala de adjustamento


instelschroef ZN

1 vite de adjustamento


instemmen WW

1 (goedkeuren) esser de accordo (con), approbar, assentir, consentir, adherer, acquiescer, dar acceptation, sympathisar (con)
stilzwijgend met iets -- = consentir tacitemente a un cosa
met een verzoek -- = consentir a un requesta
met een voorstel -- = approbar un proposition
geheel met iemand -- = esser completemente de accordo con un persona
met iemands bezwaren -- = supportar le objectiones de un persona


instemmend BN

1 approbative, approbatori, acquiescente, assentiente, consentiente
-- gemompel = rumor/murmure approbatori/de approbation
--e houding = attitude consentiente


instemming ZN

1 accordo, approbation, assentimento, consenso, consentimento, adhesion, acquiescentia, adhesion
blijken van -- = signos/monstras de consentimento/de approbation
algemene -- = consenso/consentimento/approbation general/ unanime
het voorstel vond -- bij de andere leden = le proposition esseva approbate per le resto del membros
de motie vond algemene -- = le motion esseva approbate generalmente
zijn -- betuigen met = dar su adhesion a, esser de accordo con, manifestar su approbation, approbar, adherer a
zijn -- aan een plan onthouden = non approbar un plano
de -- van de kiezers verkrijgen = obtener le consenso del electorato


instigatie ZN

1 instigation, incitation
op -- van = a/per instigation de


instigator ZN

1 instigator, fomentator, excitator


instigeren WW

1 instigar, incitar


instijgen WW

1 (stijgend ingaan) montar (in)
de ballon steeg de lucht in = le ballon montava in le celo
2 (in een voertuig stappen) montar (in un avion/traino/autobus/auto, etc.)


instikken WW

1 stringer
een rok -- = stringer un gonna/gonnella


instillatie ZN

1 instillation


instinct ZN

1 (natuurlijke aandrift) instincto
-- tot zelfbehoud = instincto de conservation
-- van dieren, dierlijk -- = instincto animal/bestial
lage --en = instinctos basse
zijn -- volgen = sequer su proprie instincto
aan zijn --en toegeven = ceder al natura
zijn --en beteugelen = frenar su instinctos
bij -- = per instincto, instinctivemente
2 (intuïtie) instincto, intuition
het vrouwelijk -- = le intuition feminin
hij daar een -- voor = ille ha un naso pro tal cosas


instincthandeling ZN

1 action instinctive


instinctief BN

1 instinctive, (PSYCH) instinctual
--e beweging = movimento instinctive
-- acto = instinctieve handeling
-- gebaar = gesto instinctive
-- gedrag = comportamento instinctive
--e afkeer = aversion instinctive
-- handelen = ager per instincto


instinctiviteit ZN

1 instinctivitate
-- van het moe-dergevoel = instinctivitate del sentimento materne


instinctleven ZN

1 vita instinctive


instinctmatig BN

1 instinctive, (PSYCH ook) instinctual
-- gebaar = gesto instinctive
--e handeling = action instinctive
-- gedrag = comportamento/conducta instinctual
-- handelen = ager instinctivemente


instinctmatigheid ZN

1 instinctivitate


instinken WW

1
er -- = esser dupate, cader in le insidia


institueren WW

1 instituer, fundar, estabilir, stabilir, crear


instituten ZN MV

1 (ROM RECHT) institutas


institutie ZN

1 institution


institutionaliseren WW

1 institutionalisar
een gebruik -- = institutionalisar un uso/usage/consuetude


institutionalisering ZN

1 institutionalisation
-- van een gebruik = institutionalisation de un uso/usage/consuetude


institutionalisme ZN

1 institutionalismo


institutionalist ZN

1 institutionalista


institutioneel BN

1 institutional
--e crisis = crise/crisis institutional
--e beleggers = investitores institutional


instituut ZN

1 instituto, institution, officio
de kerk als -- = le ecclesia como institution
sinologisch -- = instituto sinologic
biologisch -- = instituto biologic/de biologia
meteorologisch -- = officio meteorologic
het Instituut voor Nederlandse Lexicologie = le Instituto de Lexicologia Nederlandese


instituutsbeheerder ZN

1 administrator/gerente del instituto


instituutsbibliotheek ZN

1 bibliotheca de un instituto


instomen WW

1
de schepen stomen de haven in = le naves entra in le porto


instoppen WW

1 (induwen) mitter (in), pulsar (in), figer (in)
je moet er een euro -- = tu debe mitter un euro in illo/in le apparato
2 (toedekken) coperir, involver, inveloppar
warm -- = coperir ben


instore BN

1 in le magazin
-- reclame = publicitate in le magazin


instormen WW

1 entrar precipitemente (in), facer irruption (in)


instorten WW

1 (doen instromen) versar
graan in een zak storten = versar grano in un sacco
2
(REL) een genade -- = infunder un gratia
3 (neerstorten) laber, collaber, cader in ruina(s)
op -- staan = periclitar
het dak stortte boven zijn hoofd in = le tecto collabeva super su testa/capite
(FIG) de huizenmarkt is ingestort = le mercato immobiliari ha collabite
4 (een inzinking krijgen) laber, collaber
(van een zieke) weer -- = recader


instorting ZN

1 collapso
2 (van een zieke) recadita, collapso


instortingsgevaar ZN

1 risco de collapso


instoten WW

1 (door stoten doen indringen) figer
2 (naar binnen stoten) pulsar in
3 (door stoten breken) rumper
een ruit -- = rumper un vitro


instouwen WW

1 (SCHEEP) stivar
het -- = stivage
2 (mbt eten) inglutir, ingurgitar


instouwing ZN

1 (SCHEEP) stivage
2 (mbt eten) inglutimento


instromen WW

1 fluer in, affluer in, entrar in


instroom ZN

1 affluxo, influxo, affluentia
-- van eerstejaars studenten = affluxo/affluentia de studentes/studiantes de prime anno


instructeur ZN

1 instructor


instructie ZN

1 (onderwijs) instruction, inseniamento
geprogrammeerde -- = inseniamento programmate
2 (aanwijzing) instruction, ordine, prescription, consigna, notitia
iemand --s geven = dar instructiones a un persona
strenge --s hebben = haber instructiones/ordines stricte
de --s opvolgen = sequer le instructiones, conformar se al instructiones, observar le consigna
de --s nauwkeurig opvolgen = sequer le instructiones strictemente/al pede del littera
nieuwe --s uitvaardigen = dar nove instructiones/ordines
(handleiding) technische -- = notitia technic
--s voor de computer = instructiones pro le cumputator/computer (E)
3 (JUR) instruction
rechter van -- = judice de instruction, instructor
-- van strafzaken = instruction judiciari


instructiebad ZN

1 piscina de instruction


instructieboekje ZN

1 libretto de instructiones


instructief BN

1 instructive, educative, maestrative


instructiefilm ZN

1 film (E) de instruction


instructiemateriaal ZN

1 material de instruction


instructiereis ZN

1 viage de instruction


instructieschip ZN

1 nave schola


instructie-sequentie ZN

1 sequentia de instructiones


instructieset ZN

1 joco/set (E) de instructiones


instructievlucht ZN

1 volo de instruction


instrueren WW

1 (onderrichten, op de hoogte brengen) instruer, inseniar
het -- = instruction
goed/slecht geïnstrueerd = ben/mal instruite
2 (instructies geven) instruer, dar instructiones
3 (JUR) instruer
het -- = instruction
een proces -- = instruer un processo


instruering ZN

1 instruction, briefing (E)


instrument ZN

1 instrumento, apparato, machina, utensile, dispositivo, ingenio
gevoelige --en = instrumentos de precision
optisch -- = instrumento optic
chirurgisch -- = instrumento chirurgic
astronomisch -- = instrumento astronomic
natuurkundig -- = instrumento physic
--en aflezen = controlar instrumentos
2 (MUZ) instrumento
concerterende --s = instrumentos concertante
een -- bespelen = sonar un instrumento


instrumentaal BN

1 instrumental
--e muziek = musica instrumental
-- recitatief = recitativo instrumental


instrumentair BN

1 instrumentari
--e getuigen = testes instrumentari


instrumentalis ZN

1 caso instrumental


instrumentalisme ZN

1 instrumentalismo


instrumentalist ZN

1 (MUZ) instrumentista, instrumentalista
2 (FIL) instrumentista, instrumentalista


instrumentarium ZN

1 instrumentos


instrumentatie ZN

1 (MUZ) instrumentation, orchestration
2 (TECHN) instrumentation


instrumentenbord ZN

1 pannello de instrumentos


instrumentendoos ZN

1 cassa de instrumentos


instrumentenfabriek ZN

1 fabrica de instrumentos


instrumentenkast ZN

1 armario de instrumentos


instrumentenkunde ZN

1 instrumentation


instrumentenlanding ZN

1 (LUCHTV) atterrage automatic


instrumentenpaneel ZN

1 Zie: instrumentenbord


instrumententas ZN

1 sacco de instrumentos


instrumentenvliegen WW

1 Zie: blindvliegen


instrumenteren WW

1 (JUR) instrumentar
het -- = instrumentation
2 (MUZ) instrumentar, orchestrar
het -- = instrumentation, orchestration


instrumentering ZN

1 (JUR) instrumentation
2 (MUZ) instrumentation, orchestration


instrumentmaker ZN

1 constructor/fabricante de instrumentos


instuderen WW

1 studiar


instudering ZN

1 studio


instuif ZN

1 (feestje) festa informal
2 (vorm van jeugdwerk) centro aperte pro juvenes


instuiven WW

1 entrar precipitemente
2
het stuift hier erg in = le vento face entrar multe pulvere


instulpen WW

1 incurvar
2 (BIOL, MED) invaginar
het -- = invagination


instulping ZN

1 incurvation
2 (BIOL, MED) invagination, (van darm) intussusception


insturen WW

1 (inzenden) inviar
een schilderij voor een tentoonstelling -- = inviar un pictura a un exposition
de oplossing van de kruiswoordpuzzel -- = inviar le solution del cruciverba
2 (naar binnen sturen) facer entrar in, conducer in
een schip de haven -- = facer entrar un nave in le porto
3 (zenden naar een plaats) inviar
4
iemand het bos -- = poner/mitter un persona super un false pista


instuwen WW

1 (SCHEEP) stivar
het -- = stivage


insubordinatie ZN

1 insubordination, indisciplina, refusa de obedientia, disobedientia deliberate
-- plegen = committer insubordination


insuffen WW

1 addormir se, haber sopor
boven een boek -- = addormir se super un libro


insufficiënt BN

1 insufficiente, deficiente


insufficiëntie ZN

1 insufficientia, (tekortkoming) deficientia


insufflatie ZN

1 insufflation


insufflator ZN

1 insufflator


insulair BN

1 insular
Engelands --e positie = le position insular/le insularitate del Regno Unite


insulinase ZN

1 insulinase


insuline ZN

1 insulina


insuline-injectie ZN

1 injection de insulina


insulinetherapie ZN

1 insulinotherapia


insult ZN

1 (belediging) insulto, offensa, injuria, affronto
2 (MED) crise, crisis, attacco
epileptisch -- = crise epileptic/de epilepsia
apoplectisch -- = attacco apoplectic/de apoplexia


insultatie ZN

1 insulto, offensa, affronto, injuria


insulteren WW

1 insultar, offender, injuriar, affrontar


in summa BW

1 in summa


insurgent ZN

1 insurgente


insurrectie ZN

1 insurrection


insussen WW

1 addormir


inswinger ZN

1 ballon/balla con effecto interior


intabuleren WW

1 (in een register) registrar


intact BN

1 intacte, inalterate
iets -- laten = lassar intacte un cosa, lassar un cosa como illo es


intake ZN

1 (lijst met gegevens) lista/registro de datos
2 (lijst van ontvangen goederen) lista/registro de mercantias
3 Zie: intakegesprek


intakegesprek ZN

1 intervista preliminar, intervista super le admission in le hospital


intanden WW

1 indentar
het -- = indentation


intanding ZN

1 indentation


intapen WW

1 (MED, SPORT) applicar un banda (auto)adhesive, bandar


intappen WW

1 versar


intarsia ZN

1 (soort inlegwerk) intarsia


inteelt ZN

1 maritage consanguinee, endogamia
-- bedrijvend = endogame
2 (BIOL) selection consanguinee, inbreeding (E)


inteeltdegeneratie ZN

1 degenerescentia/degeneration consanguinee/de inbreeding (E)


inteeltpopulatie ZN

1 population consanguinee


integendeel BW

1 al contrario


integer BN

1 integre, eque, equitabile, incorrupte, incorruptibile, honeste, honorabile, probe
--e rechter = judice eque/incorruptibile


integraal ZN

1 integral
volledige -- = integral complete
bepaalde -- = integral definite
onbepaalde -- = integral indefinite
oneigenlijke -- = integral improprie
de -- berekenen van = calcular le integral de, integrar
het berekenen van de -- = integration


integraal BN

1 integral, complete
--e betaling = pagamento integral
--e geneeskunde = medicina integral
--e editie = edition integral/complete
een tekst -- uitgeven = publicar un texto integralmente/in un edition integral


integraalband ZN

1 (van boek) copertura integral


integraalcosinus ZN

1 cosinus integral


integraalfunctie ZN

1 function integral


integraalhelm ZN

1 casco integral/de un pecia


integraalkromming ZN

1 curvatura integral


integraalrekening ZN

1 calculo integral


integraalsinus ZN

1 sino integral


integraalteken ZN

1 signo de integral


integraaltransformatie ZN

1 transformation integral


integraalvergelijking ZN

1 equation integral


integralisme ZN

1 integralismo


integralist ZN

1 integralista


integralistisch BN

1 integralista, integralistic


integrant BN

1 integrante


integrant ZN

1 function integrabile


integratie ZN

1 (opneming in het geheel) integration
de Europese -- = le integration/unification europee
de -- van minderheden in de maatschappij = le integration de minoritates in le societate
de -- op gang brengen = stimular le integration
voorstander van -- = integrationista
naar -- strevend = integrationista
horizontale -- = integration horizontal
2 (WISK) integration
partiële -- = integration partial


integratiebeleid ZN

1 politica de integration
een actief -- voeren = conducer un politica active de integration


integratieconstante ZN

1 constante de integration


integratiedichtheid ZN

1 densitate de integration


integratief BN

1 integrative
--e norm = norma integrative


integratieproces ZN

1 processo de integration


integrator ZN

1 integrator
incrementele -- = integrator incremental


integreerbaar BN

1 integrabile
(WISK) --e functie = function integrabile


integreerbaarheid ZN

1 integrabilitate


integreren WW

1 (volledig maken) integrar, completar
2 (tot een geheel samenvoegen) integrar, unificar
twee bedrijven -- = integrar duo interprisas/companias
3 (WISK) integrar
4 (tot één geheel worden) integrar se
die mensen integreren gemakkelijk in de maatschappij = iste gente se integra facilemente in le societate


integrerend BN

1 integrante, integral, essential
een -- deel uitmaken van = formar parte integrante/integral de


integriteit ZN

1 (ongeschonden toestand) integritate
territoriale -- = integritate territorial
lichamelijke -- = integritate physic
2 (onkreukbaarheid) integritate, honestate, honestitate, incorruptibilitate, probitate
-- van een rechter = incorruptibilitate de un judice
iemand -- in twijfel trekken = mitter/poner in dubita le integritate de un persona
zijn -- bewaren = mantener/conservar/guardar su integritate
3 (onschendbaarheid) integritate, inviolabilitate


integument ZN

1 (in)tegumento


intekenaar ZN

1 subscriptor
-- op aandelen = subscriptor de actiones


intekenbiljet ZN

1 formulario de subscription, folio de adhesion


intekenen WW

1 (subscriberen) subscriber
-- voor een som van honderd gulden = subscriber pro le summa de cento florinos
op de zesde druk van het woordenboek Nederlands-Interlingua -- = subscriber al sexte edition del dictionario Nederlands-Interlingua
2 (inschrijven) inscriber, registrar
3 (tekenend aanbrengen) designar


intekening ZN

1 (handeling) subscription
bij -- op de gehele reeks ontvangt u een waardevol geschenk = si vos subscribe a tote le serie vos va reciper un presente de valor
2 (geval) inscription, registration


intekenlijst ZN

1 lista de subscription
een -- laten rondgaan = facer circular un lista de subscription


intekenprijs ZN

1 precio de subscription
-- vóór verschijning = precio ante le publication


intellect ZN

1 (verstand) intellecto, intelligentia
scherp -- = intellecto acute
verwerking door het -- = intellectualisation
(FIL) het kennen door het -- = intellection
2 (intellectuelen) intellectuales, intelligentsia (R)
de vertegenwoordigers van het -- = le representantes del intelligentsia
3 (persoon mbt zijn verstand) intellecto, intelligentia


intellectualisering ZN

1 intellectualisation


intellectualisme ZN

1 (wereldbeschouwing) intellectualismo
2 (verstandelijkheid) intellectualismo


intellectualist ZN

1 (aanhanger van het intellectualisme) intellectualista
2 (nuchter verstandsmens) intellectualista


intellectualistisch BN

1 intellectualista, intellectualistic


intellectualiteit ZN

1 intellectualitate


intellectualiter BW

1 intellectualmente


intellectueel BN

1 intellectual
--e arbeid = labor/travalio intellectual
--e gaven = donos intellectual
--e ontwikkeling = disveloppamento intellectual
--e leven = vita intellectual
--e vorming = formation/education intellectual
--e uitwisseling = intercambio intellectual
--e instelling = cerebralitate
--e begaafd = dotate intellectualmente, intelligente
--e klasse = intelligentsia (R)
-- verwerken = intellectualisar


intellectueel ZN

1 (iemand met hoge ontwikkeling) intellectual
2 (MV) (intelligentsia) intellectuales, intelligentsia (R)


intelligent BN

1 intelligente
niet -- = inintelligente
--e leerling = alumno intelligente
-- gezicht = visage/facie intelligente


intelligentie ZN

1 intelligentia, intellecto
kunstmatige -- = intelligentia artificial
sociale -- = intelligentia social
practische -- = intelligentia practic
buitengewone -- = intelligentia exceptional
door -- schitteren = brilliar per su intelligentia
iemand met een matige -- = mediocritate


intelligentieniveau ZN

1 grado de intelligentia, nivello intellectual/mental


intelligentieonderzoek ZN

1 Zie: intelligentietest


intelligentiepeil ZN

1 Zie: intelligentieniveau


intelligentiequotiënt, I.Q. ZN

1 quotiente intellectual/mental/de intelligentia, Q.I.


intelligentietest ZN

1 test (E) psychometric/de intelligentia


intelligentsia ZN

1 intelligentsia (R)


intelligibel BN

1 intelligibile
--e wereld = mundo intelligibile


intempestief BN

1 intempestive


intendance ZN

1 (rentmeesterschap) intendentia, administration (de benes)
2 (korps ambtenaren) intendentia
3
(MIL) militaire -- = intendentia militar


intendance-officier ZN

1 officiero del intendentia


intendant ZN

1 intendente
-- van het paleis = intendente del palatio
kantoor/bureau van een/het ambt van -- = intendentia


intendantschap ZN

1 intendentia


intenderen WW

1 intender


intens BN

1 intense, forte
--e vreugde = gaudio/joia intense
-- verlangen = desiro/desiderio intense
--e afkeer = aversion intense
--e pijn = dolor acute
-- genieten = gauder intensemente
-- gelukkig = intensemente felice
-- moe zijn = esser exhauste/extenuate


intensheid ZN

1 intensitate


intensief BN

1 intensive
-- landbouw = agricultura intensive
-- bodemgebruik = cultura intensive
-- werkwoord = verbo intensive
--e reclame = campania publicitari intensive
-- contact onderhouden met iemand = haber contactos intensive con un persona
-- gebruik maken van iets = facer un uso intensive de un cosa, usar un cosa intensivemente


intensief ZN

1 (TAAL) intensivo, verbo intensive


intensifiëren WW

1 intensificar


intensifiëring ZN

1 intensification, augmentation del intensitate


intensiteit ZN

1 intensitate
de -- verhogen van = intensificar
-- van een magnetisch veld = intensitate de un campo magnetic


intensiteitsaccent ZN

1 accento de intensitate


intensitometer ZN

1 intensitometro


intensive care ZN

1 intensive care (E)
op de -- liggen = esser in intensive care


intensive care afdeling ZN

1 unitate de intensive care (E)


intensiveren WW

1 intensificar
het -- = intensification


intensivering ZN

1 intensification


intentie ZN

1 intention
oprechte --s = intentiones sincer
de -- hebben om = haber le intention de
2 (KERK) intention
mis tot -- van = missa al intention de


intentieverklaring ZN

1 declaration de intention(es)/de principio


intentionaliteit ZN

1 intentionalitate


intentioneel BN

1 intentional


interacademiaal BN

1 interacademic


interactie ZN

1 interaction


interactief BN

1 interactive
-- systeem = systema interactive
-- robot(E) = robot(E) interactive
--e televisie = television interactive
-- werken = functionar interactivemente


interalveolair BN

1 interalveolar


interatomair BN

1 interatomic
--e afstand = distantia interatomic
--e wisselwerking = interaction interatomic


interbancair BN

1 interbancari


interbellum ZN

1 periodo interbellic/inter duo guerras


intercalatie ZN

1 intercalation


intercaleren WW

1 intercalar


intercapillair BN

1 intercapillar


intercedent ZN

1 intermediario, mediator
als -- werken bij een uitzendbureau = esser empleate como un intermediario in un agentia de empleo interimari


intercederen WW

1 (als bemiddelaar optreden) interceder, mediar
2 (een goed woord doen) interceder, mediar
voor iemand -- = interceder pro un persona


intercellulair BN

1 intercellular
-- vocht = fluido/liquido intercellular
--e ruimte = spatio intercellular


intercepteren WW

1 interceptar


interceptie ZN

1 intercep(ta)tion


interceptieraket ZN

1 missile/rocchetta de intercep(ta)tion


interceptor ZN

1 (radartoestel) intercept(at)or de radar, radar de intercept(at)ion
2 (vliegtuig) intercept(at)or


intercessie ZN

1 intercession


intercity ZN

1 traino expresse, expresso, traino intercity (E)


intercitylijn ZN

1 linea (ferree) intercity (E)


intercitynet ZN

1 rete ferroviari intercity (E)


intercitytrein ZN

1 Zie: intercity


interclaviculair BN

1 interclavicular


intercom ZN

1 interphono
iets over de -- omroepen = annunciar un cosa per le interphono


intercominstallatie ZN

1 installation de interphono


intercommunaal BN

1 intercommunal, interurban
--e telefoondienst = servicio telephonic interurban


intercomsysteem ZN

1 systema de interphono


interconfederaal BN

1 interconfederal


interconfessioneel BN

1 interconfessional
-- con-gres = congresso interconfessional
--e betrekkingen = relationes inter le ecclesias


intercontinentaal BN

1 intercontinental
-- raket = missile intercontinental
--e luchtlijn = linea aeree intercontinental
--e vluchten = volos intercontinental


intercostaal BN

1 intercostal
--e neuralgie = neuralgia intercostal


intercultureel BN

1 intercultural


intercurrent BN

1 intercurrent
--e hartslag = pulso intercurrente
--e ziekten = maladias intercurrente


intercutaan BN

1 intercutanee


interdentaal ZN

1 consonante interdental


interdentaal BN

1 interdental


interdepartementaal BN

1 interdepartimental
--e commissie = commission interdepartimental


interdependentie ZN

1 interdependentia


interdict ZN

1 (verbod) interdiction, interdicto, prohibition
2 (R.K.) interdicto
het -- uitspreken over = pronunciar le interdicto contra, interdicer
een -- uitvaardigen = promulgar un interdicto


interdictie ZN

1 interdiction, prohibition


interdiffusie ZN

1 interdiffusion


interdigitaal BN

1 interdigital


interdiocesaan BN

1 interdiocesan
-- beraad = consultation(es) interdiocesan


interdisciplinair BN

1 interdisciplinari
-- karakter van het onderzoek = character interdisciplinari del recerca(s)/investigation


interen BN

1 mangiar su capital/su sparnios, etc.


interessant BN

1 interessante
-- boek = libro interessante
niet -- = ininteressante
dat is hoogst -- = isto es de un interesse extraordinari
2 (voordelig) interessante, avantagiose
--e aanbieding = offerta interessante


interesse ZN

1 (belangstelling) interesse, attention, curiositate
-- tonen voor iemand = monstrar interesse pro un persona
hebt u -- voor deze kast? = esque vos es interessate in iste armario?
gebrek aan -- = manco de interesse, disinteresse
2 (belang) interesse


interessegebied ZN

1 campo/sphera de interesse
dat valt buiten zijn -- = isto es foras/foris su campo de interesse


interessent ZN

1 persona interessate


interesseren WW

1 interessar
geld interesseert me niet = le moneta non me interessa
zich -- voor = interessar se a/in, prender interesse a/in, esser interessate a/in
zich niet meer -- voor = disinteressar se de


interest ZN

1 interesse
drie maanden -- = tres menses de interesse
samengestelde -- = interesse composite
enkelvoudige -- = interesse simple/simplice


interestbedrag ZN

1 amonta de interesse


interestberekening ZN

1 calculo/calculation del interesse


intereuropees BN

1 intereuropee
--e commissie = commission intereuropee
--e samenwerking = cooperation intereuropee


interface ZN

1 (COMP) interface (E), interfacie


interfacultair BN

1 de un facultate combinate/pluridisciplinari


interfaculteit ZN

1 facultate combinate/pluridisciplinari
de -- van aardrijkskunde en prehistorie = le facultate combinate de geographia e prehistoria


interfasciculair BN

1 interfascicular
-- cambium = cambio interfascicular


interfase ZN

1 interphase


interfederaal BN

1 interfederal
--e vergadering = reunion interfederal
-- pact = pacto interfederal


interfemoraal BN

1 interfemoral


interferentie ZN

1 interferentia
-- van moedertaal en vreemde taal = interferentia del linguas materne e estranier
constructieve -- = interferentia constructive
destructieve -- = interferentia destructive
selectieve -- = interferentia selective


interferentiefilter ZN

1 filtro interferential


interferentiekleuren ZN MV

1 colores de interferentia


interferentiemeting ZN

1 interferometria


interferentiemicroscoop ZN

1 microscopio interferential/de interferentia


interferentiespectrograaf ZN

1 spectrographo interferential


interferentiestreep ZN

1 frangia de interferentia


interferentieverschijnsel ZN

1 phenomeno de interferentia


interfereren WW

1 interferer
het -- = interferentia


interfererend BN

1 interferente


interferogram ZN

1 interferogramma


interferometer ZN

1 interferometro
akoestische -- = interferometro acustic


interferometrie ZN

1 interferometria
holografische -- = interferometria holographic


interferometrisch BN

1 interferometric
--e metin-gen = mesurationes interferometric


interferon ZN

1 interferon


interfibreus BN

1 interfibrose


interfoliëren WW

1 interfoliar


intergalactisch BN

1 intergalactic
--e ruimte = spatio intergalactic


intergeallieerd BN

1 interalliate


intergemeentelijk BN

1 intercommunal, intermunicipal
-- huisvestingsbeleid = politica intermunicipal de allogiamento


interglaciaal BN

1 interglacial, interglaciari
--e tijdvakken = periodos/eras interglacial/interglaciari


interglaciaal ZN

1 periodo/era/phase interglacial/interglaciari


interglandulair BN

1 interglandular


interglanglionair BN

1 interganglionar


intergouvernamenteel BN

1 intergovernamental


interhemisferisch BN

1 interhemispheric


interieur ZN

1 (ook KUNST) interior


interieurontwerper ZN

1 decorator de interiores


interieurverlichting ZN

1 exclaration del interior


interim ZN

1 interim
minister ad -- = ministro interimari/ad interim


interimaandeel ZN

1 action interimari


interimaat ZN

1 interim
onder het -- van = durante le interim de


interimadvies BN

1 consilio provisori/provisional
een -- uitbrengen over iets = dar un consilio provisori super un cosa


interimair BN

1 interimari
--e minister = ministro interimari


interimbestuur ZN

1 interim, direction provisori/provisional/interimari


interimdirecteur ZN

1 director provisori/provisional/interimari


interimdividend ZN

1 dividendo interimari/interime/provisional


interimrapport ZN

1 reporto provisori/provisional


interimregeling ZN

1 regulamento provisori/provisional


interimregering ZN

1 governamento provisori/provisional/ad interim


interimverslag ZN

1 Zie: interimrapport


intering ZN

1 diminution


interinsulair BN

1 interinsular
-- verkeer = traffico interinsular


interjectie ZN

1 interjection


interkerkelijk BN

1 inter le ecclesias, interconfessional, interecclesiastic
-- overleg = deliberationes inter le ecclesias
Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) = Consilio Interecclesiastic pro le Pace


interkoloniaal BN

1 intercolonial


interlabiaal BN

1 interlabial


interland(wedstrijd) ZN

1 match (E)/partita international


interlineair BN

1 (tussen de regels gedrukt/geschreven) interlinear
--e vertaling = traduction interlinear
2 (met regels wit doorschoten) interlinear


Interlingua ZN EIGN

1 (taal van I.A.L.A.) Interlingua
Wereldbond voor -- = Union Mundial pro Interlingua, U.M.I.
2 (taal van G.Peano) Interlingua, Latino sine Flexione


Interlingua-conferentie ZN

1 Conferentia de Interlingua


Interlingua-cursus ZN

1 curso de Interlingua


Interlingua-vereniging ZN

1 societate pro Interlingua


interlinguïst ZN

1 interlinguista


interlinguïstiek ZN

1 interlinguistica


interlinguïstisch BN

1 interlinguistic


interlinie ZN

1 (regelafstand) interlinea
2 (regel wit) interlinea


interliniëren WW

1 interlinear
het -- = interlineation


interliniëring ZN

1 interlineation


interlock ZN

1 (dubbel breigoed) interlock
2 (ondergoed) subvestimento interlock


interlocutie ZN

1 judicamento/sententia interlocutori


interlocutoir BN

1 interlocutori
-- vonnis = judicamento/sententia interlocutori
een -- vonnis uitspreken = interloquer


interlocutor ZN

1 interlocutor


interlokaal BN

1 interurban, intercommunal
-- telefoongesprek = appello (telephonic)/telephonata interurban/intercommunal


interludium ZN

1 interludio


intermediair ZN

1 (bemiddeling) mediation, intervention
2 (intermedium) intermediario
3 (bemiddelaar) intermediario, mediator


intermediair BN

1 (tussenliggend) intermediari
2 (voorbijgaand) transitori
3 (bemiddelend) intermediari, mediatori


intermedium ZN

1 (tijd) intervallo
2 (persoon) intermediario, mediator


intermembraneus BN

1 intermembranose


intermenselijk BN

1 interhuman, interindividual
--e communicatie = communication (inter)human
psychologie van de --e relaties = psychologia interindividual


intermenstrueel BN

1 intermenstrual


intermezzo ZN

1 intermezzo (I), interludio, intermedio, entracte (F), interacto
2 (afdwaling) digression, incidente


interministerieel BN

1 interministerial
--e vergadering = reunion interministerial
-- plan = projecto interministerial


intermissie ZN

1 (tussentijd) intermission, intervallo


intermittentie ZN

1 intermittentia


intermitteren WW

1 intermitter


intermitterend BN

1 intermittente, periodic
-- parasitisme = parasitismo intermittente
--e koorts = febre intermittente
--e wrijving = friction intermittente
--e bron = fonte intermittente
--e schakelaar = interruptor a intermittentia
-- karakter = intermittentia


intermoleculair BN

1 intermolecular
--e krachten = fortias intermolecular
--e wisselwerking = interaction intermolecular


intermusculair BN

1 intermuscular


intern BN

1 (inwonend) interne
--e leerling = alumno interne
2 (mbt een staat/organisatie) interne
(COMP) -- geheugen = memoria interne
3 (mbt het lichaam) interne
--e geneeskunde = medicina interne
--e secretie = secretion interne
--e ziekten = maladias interne
uitsluitend voor -- gebruik = exclusivemente pro uso interne


intern ZN

1 (kostschoolleerling, arts) interno


internaat ZN

1 internato, pensionato


internaatopvoeding ZN

1 education in un internato


internationaal BN

1 international
--e taal = lingua international
--e overeenkomst = accordo/convention international
--e conferentie = conferentia international
--e politiek = politica international
--e trein = traino international
-- karakter = character international, internationalitate
een debat op -- niveau gaan voeren = internationalisar un debatto
een gebied onder -- gezag plaatsen = internationalisar un zona/un territorio


international ZN

1 (SPORT) jocator international
2 (onderneming) compania/interprisa multinational


Internationale ZN

1 (arbeidersverbond) International
2 (strijdlied) International


internationalisatie ZN

1 internationalisation
de -- van een conflict verhinderen = impedir le internationalisation de un conflicto


internationaliseren WW

1 internationalisar
het -- = internationalisation


internationalisering ZN

1 internationalisation


internationalisme ZN

1 internationalismo


internationalist ZN

1 internationalista


internationalistisch BN

1 internationalista, internationalistic


internationaliteit ZN

1 internationalitate


interneren WW

1 internar
het -- = internamento
politieke vluchtelingen -- = internar refugiatos politic


internering ZN

1 internamento
-- van politieke vluchtelingen = internamento de refugiatos politic


interneringskamp ZN

1 campo de internamento


Internet ZN

1 Internet


internist ZN

1 internista


internodaal BN

1 internodal
--e cel = cellula internodal


internodium ZN

1 internodio


internuntiatuur ZN

1 internunciatura


internuntius ZN

1 internuncio, nuncio interimari
waardigheid/zetel van een -- = internunciatura


interoceanisch BN

1 interoceanic
--e kanaal = canal interoceanic
--e spoorlijn = linea ferroviari interoceanic


interoceptief BN

1 interoceptive


interpalpebraal BN

1 interpalpebral


interpariëtaal BN

1 interparietal
-- been = osso interparietal


interparlementair BN

1 interparlamentari
--- commissie = commission interparlamentari
Interparlementaire Unie = Union Interparlamentari


interpellant ZN

1 interpellante, interpellator


interpellatie ZN

1 interpellation
recht van -- = derecto de interpellation


interpelleren WW

1 interpellar
de minister -- = interpellar le ministro


interpenetratie ZN

1 interpenetration


interplanetair BN

1 interplanetari
--e ruimte = spatio interplanetari
--e nevel = nebulosa interplanetari
-- verkeer = traffico interplanetari
--e reizen = viages interplanetari
--e vlucht = volo interplanetari


Interpol ZN EIGN

1 Interpol


interpolatie ZN

1 (inlassing in een tekst) interpolation, insertion
2 (WISK) interpolation
circulaire -- = interpolation circular


interpolatieformule ZN

1 formula de interpolation


interpolator ZN

1 interpolator


interpoleerbaar BN

1 interpolabile


interpoleren WW

1 (ook WISK) interpolar
het -- = interpolation


interponeren WW

1 (tussenplaatsen) interponer


interpositie ZN

1 interposition


interpreet ZN

1 interprete
een goed -- van de muziek van Bach = un bon interprete del musica de Bach


interpretabel BN

1 interpretabile


interpretabiliteit ZN

1 interpretabilitate


interpretatie ZN

1 (uitleg) interpretation, explication, explanation
enge -- = interpretation restrictive
ruime -- = interpretation ample
-- van een wetsartikel = interpretation de un articulo de lege
foute/verkeerde/averechtse -- = misinterpretation
een eigen -- aan iets geven = interpretar un cosa a su maniera, dar su proprie version de un cosa
zijn verklaring is voor meer dan één -- vatbaar = su explanation es aperte a/admitte plus de un sol interpretation
2 (vertolking, uitbeelding) interpretation
een fraaie -- = un belle interpretation


interpretatief BN

1 interpretative


interpreteerbaar BN

1 interpretabile


interpreteerbaarheid ZN

1 interpretabilitate


interpreteren WW

1 (uitleggen) interpretar, explicar, explanar
dit gedicht kun je zo niet -- = iste poema non pote esser interpretate de iste maniera
hoe zou je deze passage -- ? = como interpretarea tu iste passage?
de wet ruim -- = dar un large interpretation del lege
verkeerd -- = interpretar mal, misinterpretar
het verkeerd -- = misinterpretation
2 (vertolken, uitbeelden) interpretar
een muziekstuk -- = interpretar un pecia/morsello de musica


interpretering ZN

1 Zie: interpretatie


interprovinciaal BN

1 interprovincial


interpsychologie ZN

1 interpsychologia


interpuncteren WW

1 punctuar


interpunctie ZN

1 (plaatsing van leestekens) punctuation
2 (leestekens) signos de punctuation, punctuation
-- aanbrengen in een tekst = punctuar un texto


interpunctiesysteem ZN

1 systema de punctuation


interpunctieteken ZN

1 signo de punctuation


interpungeren WW

1 punctuar
een tekst -- = punctuar un texto


interraciaal BN

1 interracial
--e gemeenschap = communitate interracial


interregionaal BN

1 interregional
-- initiatief = initiativa interregional


interregnum ZN

1 interregno


interrelatie ZN

1 interrelation


interrenaal BN

1 interrenal


interrogatie ZN

1 interrogation


interrogatief BN

1 (vragend voornaamwoord) pronomine interrogative
2 (vragende vorm) forma interrogative


interrogatief BN

1 interrogative


interrogeren WW

1 interrogar


interrumperen WW

1 interrumper
iemand die interrumpeert = interruptor


interruptie ZN

1 interruption
aanhoudende --s = interruptiones continue


interruptiemicrofoon ZN

1 microphono de intervention (in le parlamento)


interruptor ZN

1 interruptor (de currente), rheotomo


interscapulair BN

1 interscapular


interscolair BN

1 interscholar
-- toernooi = torneo interscholar


intersectie ZN

1 (doorsnijding, kruising) intersection
2 (snijpunt) intersection
3 (doorsnee) intersection


interseks ZN

1 hermaphrodito, androgyno


interseks ZN

1 intersexo


interseksualiteit ZN

1 intersexualitate


interseksueel BN

1 intersexual, androgyne


interspinaal BN

1 interspinal


interstellair BN

1 interstellar, intersideral
--e ruimte = spatio interstellar/intersideral
--e materie = materia interstellar
--e afstanden = distantias interstellar
-- gas = gas interstellar


intersteriliteit ZN

1 intersterilitate


interstitie ZN

1 interstitio


interstitieel BN

1 interstitial
-- weefsel = texito interstitial
--e ontsteking = inflammation interstitial
-- water = aqua interstitial
--e cel = cellula interstitial
-- atoom = atomo interstitial


intersubjectief BN

1 intersubjective


intersubjectiviteit ZN

1 intersubjectivitate


intertaal ZN

1 interlingua
de -- betreffend = interlingual


intertribaal BN

1 intertribal


intertropisch BN

1 intertropical


interval ZN

1 (tussenpoos) intervallo
ruitenwisser met -- = essugavitros intermittente
2 (opening, gaping) intervallo, spatio
3 (WISK) intervallo
open -- = intervallo aperte
gesloten -- = intervallo clause
met regelmatige --len = a/con intervallos regular
4 (MUZ) intervallo
muzikaal -- = intervallo musical
diatonisch -- = intervallo diatonic
atonaal -- = intervallo atonal
chromatisch -- = intervallo chromatic


intervalvulair BN

1 intervalvular


intervasculair BN

1 intervascular


interveniëren WW

1 intervenir


interventie ZN

1 (ook POL en MIL) intervention
de Russische -- in Afghanistan = le intervention russe in Afghanistan
voorstander van -- = interventionista
-- voorstaand = interventionista


interventiemacht ZN

1 fortias de intervention


interventiepolitiek ZN

1 interventionismo


interventieprijs ZN

1 precio de intervention


interventietroepen ZN MV

1 truppas/fortias de intervention


interventionisme ZN

1 (POL, EC) interventionismo


interventionist ZN

1 interventionista


interversie ZN

1 interversion
-- van de bewijslast = interversion del carga de proba/prova


intervertebraal BN

1 intervertebral
-- gewricht = articulation intervertebral


interverteren WW

1 interverter
het -- = interversion


interview ZN

1 interview (E), intervista
een -- geven = dar un interview/intervista
iemand een -- afnemen = interviewar un persona


interviewen WW

1 interviewar


interviewer ZN

1 interviewer (E), intervistator


interviewtechniek ZN

1 technica pro interviewar/del interview (E)


intervocalisch BN

1 intervocalic
--e verbinding = liaison (F) intervocalic


interzonaal BN

1 interzonal


intestaat BN

1 (zonder geldig testament) intestate
-- erfgenaam = herede/hereditario intestate


intestaat ZN

1 intestato


intestinaal BN

1 intestinal


intiem BN

1 intime
-- hoekje = angulo intime
-- etentje = repasto intime
-- gesprek = conversation intime
-- karakter = intimitate
--e vriendin = amica intime
in --e kring = in le intimitate
-- met iemand zijn = esser in intimitate con un persona
zij gaan -- met elkaar om = illes es amicos intime, il existe inter illes un grande intimitate
haar --ste gedachten = su pensatas/pensamentos le plus intime


intiemspray ZN

1 disodorante intime


intifada ZN

1 intifada


intijds BW

1 a tempore


intikken WW

1 (inslaan) rumper
een ruit -- = rumper un vitro
2 (COMP) (intoetsen) introducer (datos)


intimatie ZN

1 (dagvaarding) intimation


intimidatie ZN

1 intimidation
weerstand bieden aan -- = resister al intimidationes
door -- zorgen dat iemand zijn mond houdt = intimidar un persona a silentio


intimidatiemethode ZN

1 methodo de intimidation


intimidatiepoging ZN

1 tentativa de intimidation


intimidatiestrijdmacht ZN

1 fortia de dissuasion, dissuasor


intimidatievoetbal ZN

1 football (E) de bluff (E)


intimideren BN

1 intimidar
het -- = intimidation
iemand met bedreigingen -- = intimidar un persona per menacias


intimiderend BN

1 intimidante, intimidatori
--e woorden = parolas intimidatori


intimisme ZN

1 intimismo


intimist ZN

1 intimista


intimistisch BN

1 intimista
--e literatuur = litteratura intimista
--e schilderkunst = pictura intimista


intimiteit ZN

1 intimitate, interioritate


intimmeren WW

1 fracassar
iemand de hersens -- = fracassar le cranio de un persona


intimus ZN

1 amico intime


intituleren WW

1 intitular


intocht ZN

1 entrata, ingresso
zegevierende -- = entrata/ingresso triumphal
-- van Sinterklaas = entrata de Sancte Nicolaus
zijn -- doen = facer su entrata/ingresso, entrar, ingressar
de koning doet zijn -- = le rege face su entrata/ingresso


intoetsen WW

1 (COMP) introducer (datos)


intolerabel BN

1 intolerabile


intolerant BN

1 (onverdraagzaam) intolerante
2 (MED) intolerante


intolerantie ZN

1 (onverdraagzaamheid) intolerantia
godsdienstige -- = intolerantia religiose
ideologische -- = intolerantia ideologic
2 (MED) intolerantia


intomen WW

1 bridar, frenar, constringer, comprimer, temperar, moderar
zijn hartstochten -- = constringer su passiones
zijn geestdrift -- = frenar/moderar su enthusiasmo
iemands agressiviteit -- = temperar le aggressivitate de un persona


intonatie ZN

1 (MUZ) (het inzetten van de toon) intonation
2 (stembuiging) (cambiamento de) tono, intonation, modulation, inflexion
vragende -- = intonation interrogative


intoneren WW

1 intonar


intoneur ZN

1 accordator


intoxicatie ZN

1 intoxication


intra VZ

1 intra


intra-alveolair BN

1 intra-alveolar


intra-articulair BN

1 intra-articular


intra-atomair BN

1 intra-atomic
--e fysica = physica intra-atomic
--e energie = energia intra-atomic


intra-auraal BN

1 intra-aural


intracardiaal BN

1 intracardiac
--e injectie = injection intracardiac


intracellulair BN

1 intracellular
--e parasiet = parasito intracellular


intracerebraal BN

1 intracerebral


intracervicaal BN

1 intracervical


intracommunautaire BN

1 intracommunitari


intradermaal BN

1 intradermic
--e injectie = injection intradermic


intrados ZN

1 intrados


intragastrisch BN

1 intragastric


intralinguaal BN

1 intralingual


intramoleculair BN

1 intramolecular
--e krachten = fortias intramolecular


intramuraal BN

1 intramural


intramusculair BN

1 intramuscular
--e injectie = injection intramuscular
een geneesmiddel -- toedienen = injectar/injicer/syringar un medicina per via intramuscular


intranasaal BN

1 intranasal


intransigent ZN

1 persona intransigente


intransigent BN

1 intransigente


intransitief BN

1 intransitive
-- werkwoord = verbo intransitive


intransitief ZN

1 verbo intransitive


intranucleair BN

1 intranuclear
--e krachten = fortias intranuclear


intrappen WW

1 (trappend breken) rumper per colpos de pede
(FIG) een open deur -- = demonstrar un evidentia
2
(zich laten beetnemen) er -- = lassar se dupar


intrarectaal BN

1 intrarectal


intrarenaal BN

1 intrarenal


intrascrotaal BN

1 intrascrotal


intraspinaal BN

1 intraspinal


intratellurisch BN

1 intratelluric


intratesticulair BN

1 intratesticular


intratumoraal BN

1 intratumoral


intra-uterien BN

1 intra-uterin
--e voorbehoedsmiddelen = anticonceptivos/contraceptivos intra-uterin
-- leven = vita intra-uterin


intravaginaal BN

1 intravaginal


intravasculair BN

1 intravascular


intraveneus BN

1 intravenose
--e injectie = injection intravenose
--e voeding = alimentation intravenose
-- inspuiten = injectar/injicer/syringar per via intravenose/intravenosemente


intravertebraal BN

1 intravertebral


intravesicaal BN

1 intravesical


intrazonaal BN

1 intrazonal


intrede ZN

1 (binnenkomst) entrata, ingresso
zijn -- doen = facer su entrata/ingresso, entrar, ingressar
de -- van Spanje in de Europese Unie = le entrata de Espania in le Union Europee
2 (ambtsaanvaarding) entrata in functiones
3 (aanvang) comencio, comenciamento, principio


intrede-antifoon ZN

1 invitatorio


intreden WW

1 (binnengaan) entrar in
2 (mbt tijdruimten) comenciar
een periode van grote hitte was ingetreden = il habeva comenciate un periodo de multe calor


intredezang ZN

1 (REL) introito


intreerede ZN

1 discurso inaugural/de inauguration/de entrata/de ingresso


intrek ZN

1 sojorno
zijn -- nemen in = allogiar se in, installar se in


intrekbaar BN

1 (JUR) (herroepbaar) revocabile, annullabile, abrogabile, retractabile, rescindibile, rescissibile
2 (nagels, etc.) retractabile, retractile
--e voelsprieten = antennas retractile
--e nagels = ungues/ungulas retractile


intrekbaarheid ZN

1 (nagels, etc.) retractabilitate, retractilitate


intrekken WW

1 (gaan inwonen bij) ir viver con, installar se in (le casa) de
2 (binnentrekken) entrar in
3 (opgezogen worden door) esser absorbite, infiltrar se (in), penetrar
de verf moet nog -- = le vernisse debe ancora absorber se
4 (krimpen) contraher se
5 (terugtrekken) retirar, retraher, retractar
de loopplank -- = retirar le passarella/planca
de benen -- = retirar le gambas
6 (terugnemen, afschaffen) revocar, retirar, retractar, retraher, cancellar, annullar, supprimer, disdicer, abrogar, abolir, contramandar, abandonar, rescinder
een belofte -- = retirar/retractar un promissa
een wetsontwerp -- = retirar/abandonar un projecto de lege
een wet -- = abrogar un lege
een krediet -- = revocar un credito
een offerte -- = annullar un offerta
een decreet -- = abolir un decreto
aandelen -- = cancellar actiones
bankbiljetten -- = retirar billetes de banca
een vergunning -- = retirar un licentia
een verlof -- = cancellar un permisso
zijn woorden -- = revocar su parolas, disdicer se
7 (nagels, voelsprieten) retractar, retraher
zijn voelsprieten -- = retractar/retraher le antennas
zijn nagels -- = retractar/retraher le ungues
die/dat ingetrokken kan worden = retractabile


intrekking ZN

1 (samentrekking) contraction
2 (inzuiging) absorption, infiltration
3 (herroeping, afschaffing) revoco, revocation, cancellation, suppression, abolimento, abrogation, disdicimento, retraction, rescission
-- van een benoeming = revoco de un nomination
4 (van nagels) retraction


intrepiditeit ZN

1 intrepiditate


intrest ZN

1 Zie: interest


intreurig BN

1 multo/summemente/extrememente triste, tristissime


intricaat BN

1 intricate


intriest BN

1 Zie: intreurig


intrigant ZN

1 intrigante, machinator


intrigant BN

1 (arglistig) intrigante


intrige ZN

1 (kuiperij) intriga, intrico, machination, cabala, maneo, manovras, (samenzwering) complot, conspiration
politieke -- = intriga politic
netwerk van --s = rete de intrigas
een -- beramen = tramar un intriga
2 (LIT) intriga, fabula
-- van een tragedie = fabula de un tragedia


intrigeren WW

1 (kuipen) intrigar, intricar, complotar, conspirar, insidiar, cabalar
2 (boeien) intrigar, intricar, fascinar, captivar, incantar
dat gedicht intrigeert me = iste poesia me intriga


intrigerend BN

1 intrigante


intrigeroman ZN

1 roman de intriga


intrigestuk ZN

1 comedia de intriga


intrinsiek BN

1 intrinsec
--e waarde van een munt = valor intrinsec de un moneta
--e viscositeit = viscositate intrinsec
--e halfgeleider = semiconductor intrinsec


intro ZN

1 (Afk.: introductie) introduction


introducé ZN

1 introducito, invitato, convitato, accompaniante
elk lid mag één -- meebrengen = cata membro potera introducer un accompaniante


introduceren WW

1 (inleiden) introducer, (voorstellen) presentar
iemand -- bij de vereniging = presentar un persona al club (E)
iemand -- in invloedrijke kringen = introducer un persona in circulos influente
het -- = introduction, presentation
2 (invoeren) introducer, lancear
het -- = introduction
nieuwe ideeën -- = introducer/lancear nove ideas


introductie ZN

1 (eerste kennismaking) introduction, (het voorstellen) presentation
de -- van nieuwe leden = le presentation de nove membros
iemand een -- meegeven = dar un littera de introduction a un persona
2 (ook MUZ) (inleiding) introduction
3 (het in zwang/op de markt brengen) introduction
-- van een nieuw artikel = introduction de un nove articulo


introductiebrief ZN

1 littera de introduction/de presentation


introductiedag ZN

1 die de orientation/introduction, die aperte


introductief BN

1 introductive


introductiefase ZN

1 phase de introduction


introductiekaart ZN

1 carta de introduction


introductieprijs ZN

1 precio de introduction


introductieweek ZN

1 septimana de orientation


introeven WW

1 triumphar


introgressie ZN

1 introgression


introgressief BN

1 introgressive
--e hybridisatie = hybridation introgressive


introïtus ZN

1 (intredezang) introito
2
(MED) -- vaginae = orificio vaginal


introjectie ZN

1 introjection


intron ZN

1 intron


intronisatie ZN

1 inthronisation


introrse BN

1 introrse
-- meeldraad = stamine introrse


introspectie ZN

1 introspection
aan -- onderwerpen = introspicer


introspectief BN

1 introspective
--e psychologie = psychologia introspective


introspectivisme ZN

1 psychologia introspective


introuwen WW

1 entrar per maritage in un familia
mijn schoondochter trouwt bij ons in = post su maritage mi filia affin veni habitar con nos


introversie ZN

1 introversion


introvert BN

1 introvertite
--e persoon = introvertito


introvert ZN

1 introvertito


intrusie ZN

1 intrusion


intrusiegesteente ZN

1 rocca intrusive/de intrusion


intrusiemiddel ZN

1 agente de intrusion


intubateur ZN

1 intubator


intubatie ZN

1 intubation


intueren WW

1 intuer


intuimelen WW

1 cader in


intuinen WW

1 cader in le insidia, esser dupate


intuïtie ZN

1 intuition, instincto, flair (F)
vrouwelijke -- = intuition feminin
feilloze -- = intuition infallibile
op zijn -- afgaan = ager secundo su intuition
bij -- = per intuition, intuitivemente
bij -- begrijpen/weten = intuer


intuïtief BN

1 intuitive, instinctive
--e kennis = saper/cognoscentia/cognoscimento intuitive
--e methode = methodo intuitive
--e waarheid = veritate intuitive
-- aanvoelen = intuer, saper/sentir intuitivemente


intuïtionisme ZN

1 intuitionismo
-- van Bergson = intuitionismo de Bergson


intuïtionist ZN

1 intuitionista


intuïtionistisch BN

1 intuitionista


intuïtiviteit ZN

1 intuitivitate


intumescentie ZN

1 intumescentia


intussen BW

1 (inmiddels) intertanto, interim, in le interim, interea, interdum
2 (desondanks) nonobstante


intussusceptie ZN

1 intussusception


intypen WW

1 typar (in), (COMP) introducer (in)


inuline ZN

1 inulina


inundatie ZN

1 (het onder water zetten) inundation
2 (terrein) terreno/area inundate
3 (water) aqua inundante


inundatiegebied ZN

1 zona de inundation


inundatiekanaal ZN

1 canal de inundation


inundatiepeil ZN

1 nivello de inundation


inundatieschade ZN

1 damno(s) de inundation


inundatiesluis ZN

1 esclusa de inundation


inundatiewater ZN

1 aqua de inundation


inunderen WW

1 inundar
het -- = inundation


inundering ZN

1 inundation


invaart ZN

1 (het binnenlopen) entrata (in le porto)
2 (monding van een rivier) bucca, imbuccatura


invaginatie ZN

1 (ineenschuiving) invagination
2 (MED) invagination (intestinal), intussusception


inval ZN

1 (invasie) invasion, incursion, irruption
--len der barbaren = irruptiones del barbaros
vijandelijke -- = invasion inimic
een -- doen = invader, incurrer
2 (ingeving, idee) idea, inspiration, (gril) capricio
geniale -- = idea genial/luminose
3 (begin) comenciamento subite
4 (NAT) incidentia
hoek van -- = angulo de incidentia
5
de zoete -- = le casa que ha le porta sempre/semper aperte


invalidatie ZN

1 invalidation, nullification


invalide BN

1 invalide, infirme, handicapate


invalide ZN

1 invalido, handicapato, mutilato, stropiato


invalidendorp ZN

1 village de invalidos


invalidenhuis ZN

1 casa/home (E) de invalidos


invalidentoilet ZN

1 toilette (F) pro invalidos


invalidenwagentje ZN

1 cochietto {sj} pro invalidos


invalidenwoning ZN

1 casa adaptate pro invalidos


invalidenzorg ZN

1 cura de invalidos


invalideren WW

1 invalidar, nullificar


invaliditeit ZN

1 (het invalide zijn) invaliditate
tijdelijke -- = invaliditate temporanee
blijvende -- = invaliditate permanente
2 (arbeidsongeschiktheid) invaliditate
3 (JUR) (ongeldigheid) invaliditate


invaliditeitskans ZN

1 riscos de invaliditate


invaliditeitspensioen ZN

1 pension de invaliditate


invaliditeitsrente ZN

1 Zie: invaliditeitspensioen


invaliditeitsuitkering ZN

1 prestation/allocation de invaliditate


invaliditeitsverzekering ZN

1 assecurantia contra le invaliditate


invallen WW

1 (naar binnen vallen) cader (in)
het licht moet van links -- = le lumine/luce debe cader/venir del sinistra
2 (een inval doen) facer un incursion, incurrer, invader
3 (beginnen) comenciar, (plotseling beginnen) supervenir
de dooi valt in = il comencia a disgelar
de duisternis valt in = le nocte superveni
4 (vervangen) reimplaciar, substituer
voor iemand -- = reimplaciar/substituer un persona
5 (in de rede vallen) interrumper
6 (instorten) laber, collaber
7 (te binnen schieten) occurrer
wat is jou ingevallen? = que (cosa) te ha occurrite?, que te ha venite in mente?


invallend BN

1 (binnendringend) invasive, irruptive
2 (NAT) incidente
--e straal = radio incidente
--e bundel = fasce incidente
-- elektron = electron incidente
3
--e dooi = comencio del disgelo
--e duisternis = nocte superveniente


invaller ZN

1 (iemand die een inval doet) invasor
2 (vervanger) reimplaciante, substituto, locotenente, (reserve) reserva
als -- optreden = substituer a, esser le reimplaciante de


invalsas ZN

1 axe de incidentia


invalshoek ZN

1 (van lichtstralen) angulo de incidentia
2 (gezichtshoek) puncto de vista, angulo, perspectiva, optica, aspecto
vanuit die -- bekeken = vidite desde iste angulo/perspectiva/optica
een veelheid aan --en = un multitude de aspectos


invalslijn ZN

1 linea de incidentia


invalsplan ZN

1 (invasieplan) plano de invasion


invalspoort ZN

1 porta de entrata


invalspunt ZN

1 (van lichtstralen) puncto de incidentia


invalsrichting ZN

1 (van lichtstralen) incidentia


invalsvlak ZN

1 (van lichtstralen) plano de incidentia


invalsweg ZN

1 (grote weg die aansluit op een rijksweg) via/cammino de accesso/de entrata
2 (bij een inval gevolgde weg) via/cammino de invasion


invar ZN

1 invar


invaren WW

1 entrar in
hij voer de haven in = ille entrava in le porto


invariabel BN

1 invariabile, fixate, constante


invariant BN

1 invariante, invariabile, constante, fixe
--e eigenschappen = qualitates invariabile/constante


invariant ZN

1 invariante
adiabatische -- = invariante adiabatic
metrieke -- = invariante metric


invariantentheorie ZN

1 (WISK) theoria del invariantes


invariantie ZN

1 invariantia


invasie ZN

1 (MIL) invasion, incursion, irruption
-- van de geallieerden in Normandië = invasion del alliatos in Normandia
2 (massale intocht) invasion
-- van toeristen = invasion de touristas {oe}


invasieleger ZN

1 armea de invasion


invasieplan ZN

1 plano de invasion


invasietroepen ZN MV

1 truppas/fortias de invasion


invasievloot ZN

1 flotta de invasion


invaten WW

1 imbarrilar, intonnar


invatten WW

1 (van een edelsteen) incastrar
het -- = incastratura
2 (omlijsten) inquadrar


invatting ZN

1 (van edelsteen) incastratura


invectief ZN

1 invectiva


invegen WW

1 scopar in
de voegen van de bestrating -- = scopar sablo/arena in le interstitios inter le briccas del strata


inventariëren WW

1 Zie: inventariseren


inventaris ZN

1 inventario
de -- opmaken = facer le inventario, inventariar
2 (FIG) facer le balancio


inventarisatie ZN

1 inventario, inventariation
jaarlijkse -- = inventario annual


inventarisboek ZN

1 libro de inventario


inventariseren WW

1 inventariar, facer le inventario
2 (FIG) facer le balancio, (een lijst maken van) facer un lista de, (opsommen) enumerar


inventarislijst ZN

1 lista de inventario


inventarisnummer ZN

1 numero de inventario


inventarisprijs ZN

1 precio de inventario


inventarisuitverkoop ZN

1 liquidation de inventario


inventie ZN

1 invention


inventief BN

1 inventive, ingeniose, creative


inventiviteit ZN

1 inventivitate, ingeniositate, creativitate


inverdienen WW

1 recuperar/recovrar su costos


invers, invert BN

1 inverse
--e logaritme = logarithmo inverse


inversie ZN

1 inversion


inversieconstructie ZN

1 construction inversive


inversielaag ZN

1 (METEO) strato de inversion


inversiesymmetrie ZN

1 symmetria del inversion


inversietheorema ZN

1 theorema del inversion


invertase ZN

1 invertase, invertina


invertebrata ZN MV

1 invertebratos


inverteren WW

1 inverter
suiker -- = inverter sucro


invertine ZN

1 invertina


invertsuiker ZN

1 sucro invertite


invervelend BN

1 horribilemente enoiose


inverzekeringstelling ZN

1 detention/imprisionamento preventive


investeerbaar BN

1 investibile


investeerbaarheid ZN

1 investibilitate


investeerder ZN

1 investitor


investeren WW

1 investir
het -- = investimento
geld in een onderneming -- = investir moneta in un interprisa
ergens veel tijd in -- = investir multe tempore in un cosa
niet meer -- = disinvestir


investering ZN

1 investimento
rentedragende -- = investimento productive
nieuwe --en aantrekken = attraher nove investimentos
de --en beknotten/beperken = disinvestir


investeringsbank ZN

1 banca de investimentos


investeringsbehoefte ZN

1 besonio de investimentos


investeringsbeknotting ZN

1 disinvestimento


investeringsbeleid ZN

1 politica del investimento


investeringsbeperking ZN

1 disinvestimento


investeringsbijdrage ZN

1 contribution al investimento


investeringsfonds ZN

1 fundo de investimentos


investeringsfraude ZN

1 fraude de investimento


investeringsgoederen ZN MV

1 benes de investimento


investeringsklimaat ZN

1 climate pro le investimento
gunstig -- = climate favorabile pro le investimentos


investeringskosten ZN MV

1 costos de investimento


investeringskrediet ZN

1 credito de investimento


investeringsmaatschappij ZN

1 societate de investimento(s)


investeringsplan ZN

1 plano de investimento


investeringsprogramma ZN

1 programma de investimento


investigatie ZN

1 investigation


investituur ZN

1 investitura


investituurstrijd ZN

1 querela/lucta del/pro le investituras


invetten WW

1 lubricar, lubrificar, ingrassar


invetting ZN

1 lubrication, lubrification


invijlen WW

1 intaliar con le lima


inviolabel BN

1 inviolabile


inviolabiliteit ZN

1 inviolabilitate


invisibel BN

1 invisibile


invitatie ZN

1 (uitnodiging) invitation
op een -- ingaan = acceptar un invitation
2 (kaart) carta de invitation


invitatiekaart ZN

1 carta de invitation


invitatiewedstrijd ZN

1 match (E) de invitation


inviteren WW

1 invitar, convitar


in vitro ZN

1 in vitro (L)


in-vitrobevruchting ZN

1 Zie: in-vitrofertilisatie


in-vitrofertilisatie ZN

1 fertilisation in vitro (L)


in vivo

1 in vivo (L)


invlechten WW

1 interlaciar, tressar
2 (FIG) inserer, insertar, intercalar
de spreker vlocht in zijn rede enkele anekdotes in = le orator ha inserite alicun anecdotas in su discurso


invlechting ZN

1 interlaciamento
2 (FIG) insertion, intercalation


invliegen WW

1 (vliegend binnengaan) volar in, entrar in
de dampkring -- = entrar in le atmosphera terrestre
2 (per vliegtuig aanvoeren) transportar per aere
ingevlogen troepen = truppas aerotransportate
3 (testen) facer un volo de essayo con
4
er -- = lassar dupar se


invlieger ZN

1 pilota de essayo/test (E)


invlijen WW

1 arrangiar in


invloed ZN

1 (inwerking) influentia, effecto, impacto
schadelijke/verderfelijke -- = influentia nefaste/maligne/malsan
verlammende -- = influentia paralysante
overheersende -- = preponderantia, predominantia, ascendente, ascendentia
klimatologische -- = influentia climatologic
een man van -- = un homine de influentia
onder iemands -- staan = esser sub le influentia de un persona, esser submittite al influentia de un persona
zijn -- uitstrekken tot = extender su influentia a
-- hebben/uitoefenen op = influentiar, influer super
een goede/gunstige -- hebben = influer favorabilemente
zijn -- aanwenden = facer uso de su influentia, interceder
zijn -- laten gelden = facer sentir su influentia
aan de -- onttrekken = subtraher al influentia
van -- zijn op iets = influer super un cosa
veel -- hebbend = influente
onder -- van drank handelen = ager sub le effectos del alcohol
onder -- rijden = conducer in stato de ebrietate/sub influentia (del alcohol)


invloedrijk BN

1 influente, de influentia
-- iemand = persona influente/de influentia/de peso
hij heeft veel --e vrienden = ille ha multe amicos influente


invloedssfeer ZN

1 sphera de influentia/de interesses/de activitate, radio de action, (streek, gebied) zona de influentia


invluchten WW

1 refugiar se in, cercar un refugio in


invocatie ZN

1 invocation


invochtdoek ZN

1 panno/pannello pro humectar/pro humidificar


invochten WW

1 humectar, molliar (legiermente), humidificar
het -- = humectation, molliatura (legier), humidification
tabak -- = humidificar tabaco


invochting ZN

1 humectation, molliatura (legier), humidification
-- van tabak = humidification de tabaco


invochtkwast ZN

1 brossa pro humectar/pro humidificar


invoege (dat) VW

1 de tal maniera (que), de tal modo (que), de tal sorta (que)


invoegen WW

1 (inlassen) inserer, insertar, intercalar, interpolar
het -- = insertion, intercalation
als bestanddeel -- = integrar
opnieuw -- = reinsertar
een pauze -- = inserer/insertar un pausa
een nieuwe alinea -- = inserer/insertar un nove paragrapho
een clausule -- in een contract = intercalar un clausula in un contracto
2 (inbouwen) incastrar
het -- = incastratura
3 (verkeer) junger le traffico


invoeging ZN

1 (inlassing) insertion, intercalation, interpolation, (invoegsel OOK) parte intercalate
-- van een clausule in een contract = intercalation de un clausula in un contracto
-- van een pauze = insertion de un pausa
2 (inbouwing) incastratura


invoegsel ZN

1 Zie: invoeging-1


invoegstrook ZN

1 via de accesso/de entrata, pista de acceleration


invoelbaar BN

1 compre(he)nsibile per empathia, recognoscibile
een -- probleem = un problema recognoscibile, un problema que on comprende per empathia


invoelen WW

1 sentir/comprender per empathia


invoeling ZN

1 empathia


invoer ZN

1 (het invoeren) importation, introduction
illegale -- = importation illegal/clandestin
2 (goederen) importation(es)
3 (COMP) entrata, input (E)


invoerartikel ZN

1 articulo de importation


invoerbaar BN

1 importabile


invoerbelasting ZN

1 taxa de importation


invoerbelemmering ZN

1 Zie: invoerbeperking


invoerbepaling ZN

1 disposition del importationes


invoerbeperking ZN

1 restriction/reduction del importationes


invoercertificaat ZN

1 certificato de importation


invoercijfer ZN

1 cifra de importation


invoercontingent ZN

1 contingente/quota de importation


invoerder ZN

1 (iemand die importeert) importator
2 (iemand die introduceert) introductor


invoeren WW

1 (importeren) importar
het -- = importation
weder -- = reimportar
iets clandestien -- = importar clandestinmente un cosa
2 (instellen) introducer, stabilir, establir, instaurar, instituer, adoptar
het -- = introduction, stabilimento, instauration, institution, adoption, implantation
nieuwe ideeën -- = introducer nove ideas
een belasting -- = stabilir/establir un imposto
een reglement -- = stabilir/establir un regulamento
een nieuwe mode -- = instaurar/introducer/implantar un nove moda
nieuwigheden -- = implantar innovationes
een gebruik/gewoonte -- = instaurar un costume/usage
weer -- = reintroducer, restablir, restabilir, restaurar
een gebruik/gewoonte weer -- = restaurar un costume
3 (TECHN) (ergens inbrengen) mitter in, introducer
papier in een kopieermachine -- = introducer/poner papiro in le (photo)copiator
(COMP) gegevens -- = introducer datos
4 (ten tonele voeren) introducer, presentar


invoergegevens ZN MV

1 datos de entrata


invoergoederen ZN MV

1 mercantias de importation


invoerhandel ZN

1 commercio de importation


invoerhandelaar ZN

1 importator


invoerhaven ZN

1 porto de importation


invoerheffing ZN

1 taxa de importation


invoering ZN

1 introduction, implantation, instauration, institution, adoption
de -- van een nieuw controlesysteem = le institution de un nove systema de controlo


invoeringsdatum ZN

1 data de introduction


invoerland ZN

1 pais que importa/de importation


invoerlijst ZN

1 lista de importationes


invoermarkt ZN

1 mercato de importation


invoeroverschot ZN

1 excesso/excedente/surplus (F) de importation


invoerpremie ZN

1 premio de importation


invoerprijs ZN

1 precio de importation


invoerprodukten ZN MV

1 importationes, articulos de importation


invoerquotum ZN

1 Zie: invoercontingent


invoerrechten ZN MV

1 derectos de importation, doana
vrijstellen van -- = exonerar de derectos de importation
vrijstelling/vrijdom van -- = exoneration de derectos de importation
vrij van -- = exempte de doana, exempte de derectos de importation
inclusief -- = disdoanate


invoerstop ZN

1 arresto del importationes


invoertarief ZN

1 tarifa de importation


invoerverbod ZN

1 prohibition/interdiction de importation/importar
een -- instellen = prohiber/interdicer le importation


invoervergunning ZN

1 permisso/licentia/autorisation de importation/importar


invoerwaarde ZN

1 valor de importation


invoerwaren ZN MV

1 mercantias/merces de importation


involutie ZN

1 (ook WISK, MED) involution


involutieziekte ZN

1 maladia de involution


involveren WW

1 involver, implicar


invorderaar ZN

1 incassator


invorderbaar BN

1 exigibile, recovrabile, recuperabile, (belasting) perceptibile
--e schuld = debita exigibile


invorderbaarheid ZN

1 exigibilitate
-- van een schuld = exigibilitate de un debita


invorderen WW

1 (betaling eisen van) demandar/exigir le pagamento de
2 (innen) perciper, incassar, recovrar, recuperar


invordering ZN

1 perception, incassamento


invorderingskosten ZN MV

1 costos de incassamento


invouwen WW

1 (naar binnen vouwen) plicar, replicar
2 (insluiten) includer


invreten WW

1 roder, eroder, corroder, morder
ingevreten ijzerwerk = ferro corrodite


invretend BN

1 caustic, erosive, corrosive, mordace
-- middel = corrosivo
--e kracht = causticitate
2 (MED) phagedenic


invreting ZN

1 erosion, corrosion
2 (MED) phagedenismo


invriezen WW

1 (in een vaarwater vast komen te zitten) esser claudite in/per le glacie
2 (gedeeltelijk stukvriezen) esser destruite per le gelo
3 (mbt conserveren) congelar
kun je aardbeien goed --? = esque on pote congelar ben fragas?


invriezing ZN

1 (mbt conserveren) congelation


invrijheidstelling ZN

1 liberation
voorwaardelijke -- = liberation conditional
vervroegde -- = liberation anticipate


invulbiljet ZN

1 Zie: invulformulier


invulformulier ZN

1 formulario, scheda


invullen WW

1 impler, reimpler, plenar, completar
de weggelaten woorden -- = completar le parolas omittite
een formulier -- = completar/plenar un formulario
vul de bon in voor een gratis catalogus = completa le bono pro un catalogo gratuite


invulling ZN

1 action de impler/reimpler/plenar, completion
-- van een formulier = completion de un formulario
2 (interpretatie) interpretation
een geheel eigen -- geven aan = dar un interpretation multo personal a


invuloefening ZN

1 exercitio a completar/de completamento


invultest ZN

1 test (E) a completar/de completion/de completamento


inwaaien WW

1 (stuk waaien) rumper se per le vento
de ruiten zijn ingewaaid = le vitros se ha rumpite per le vento, le vento ha rumpite le vitros
2 entrar portate per le vento


inwaarts BW

1 verso le interior
-- draaien = girar/tornar verso le interior


inwachten WW

1 attender


inwalsen WW

1 (met een wals in elkaar drukken) laminar
2 (met een wals aanbrengen) laminar
ingewalst patroon = patrono laminate


inwandelen WW

1 entrar in
hij wandelde het bos in = ille entrava in le bosco


inwateren WW

1 (van water doortrokken worden) esser imbibite de aqua
2 (water doorlaten) infiltrar se


inwatering ZN

1 (het doorlaten van water) infiltration


inweefsel ZN

1 trama


inwegen WW

1 pesar in plus, dar peso extra


inweken WW

1 mollificar, macerar


inweking ZN

1 mollification, maceration


inwendig BN

1 interne, interior
-- orgaan = organo interne
klier met --e secretie = glandula a secretion interne
--e kneuzingen/kwetsuren = lesiones interne
--e bloeding = hemorrhagia interne, hematocele
--e pijn = dolor interior
--e diameter = diametro interior
--e structuur = structura interne
--e mens = homine interior
medicijn voor -- gebruik = medicamento pro uso interne
2 (GEOL, PLANTK, etc.) endogene


inwendige ZN

1 interior


inwerken WW

1 (in een materie thuis laten worden) initiar, orientar, familiarisar, poner/mitter al currente
zich ergens -- = familiarisar se con un cosa
nieuwe medewerkers -- = initiar/instruer nove collegas
2 (gladstrijken) lisiar
de voegen van een muur -- = lisiar le junctiones de un muro
3 (uitwerking hebben op) ager, reager, influer
zwavelzuur werkt in op ijzer = le acido sulfuric age super le ferro
op elkaar -- = interager
op iets/op iemand -- = reager super un cosa/un persona
de realiteit op zich laten -- = render se conto del realitate de un situation
(FOTO) -- op = impressionar


inwerking ZN

1 action, effecto, influentia, impacto, impression
wederzijdse -- van A en B = interaction de A e B


inwerkingtreding ZN

1 entrata in vigor/action
de -- van een wet = le entrata in vigor de un lege


inwerkperiode ZN

1 Zie: inwerktijd


inwerktijd ZN

1 periodo initial/de rodage


inwerpen WW

1 (stukgooien) rumper
2 (naar binnen werpen) jectar in, lancear in, (in automaat) insertar, introducer
een muntstuk -- = introducer un moneta
3 (inbrengen tegen) objectar (contra), opponer (a)
4 (SPORT) (re)mitter/poner in joco
de rechtsbuiten werpt in = le exterior de dextra remitte le ballon in joco


inweven WW

1 (mbt weven) texer (in)
bloemen -- = texer un motivo floreal
2 (FIG) (invoegen) interlaciar, interlardar, intercalar
hij wist in zijn rede vermakelijke anecdotes in te weven = ille sapeva intercalar anecdotas amusante in su discurso


inwijdeling ZN

1 initiato


inwijden WW

1 (plechtig in gebruik nemen) inaugurar, dedicar, (REL) consecrar, benedicer
een huis -- = inaugurar un casa
een kerk/een tempel -- = consecrar/dedicar/inaugurar un ecclesia/un templo
een priester -- = consecrar un prestre
2 (deelgenoot maken) initiar
iemand -- in de kunst van iets = initiar un persona in le arte de un cosa
-- in een geheim = initiar a/in un secreto


inwijding ZN

1 (plechtige ingebruikneming) inauguration, (van een kerk) dedication, consecration
2 (mbt personen) initiation
-- in een geheim = initiation in un secreto
-- in de vrijmetselarij = initiation al/in le masoneria


inwijdingsfeest ZN

1 festa/ceremonias inaugural/inaugurative/inaugurator/de inauguration, inauguration
2 festa de initiation


inwijdingsplechtigheid ZN

1 ceremonia/solemnitate inaugural/inaugurative/inaugurator/de inauguration


inwijdingsrede ZN

1 discurso inaugural/inaugurative/inaugurator


inwijdingsritueel ZN

1 ritos de initiation


inwikkelen WW

1 involver, inveloppar
2 (inpakken) impaccar, pacchettar, impacchettar, inveloppar
iets in papier -- = inveloppar un cosa in papiro


inwikkeling ZN

1 inveloppamento, involution


inwilligen WW

1 consentir, permitter, accordar, exaudir, assentir, acceder, acquiescer
een verzoek -- = acceder a/exaudir un petition/requesta


inwilliging ZN

1 assentimento, acquiescentia, consentimento, concession, permisso


inwinden WW

1 inveloppar, involver


inwinnen WW

1 (trachten te krijgen) colliger, obtener, procurar se
iemands raad -- = prender consilio de un persona, consultar un persona
ik zal informatie -- = io va colliger information
bij iemand informatie -- = ir a un persona pro (haber) information
2 (DRUKK) ganiar
ruimte -- = ganiar spatio


inwippen WW

1 (snel binnengaan) entrar rapidemente (in)
even bij iemand -- = facer un breve visita a un persona
2 (inbrengen) introducer in


inwisselbaar BN

1 (ex)cambiabile, negotiabile, (cheques, waardepapieren) convertibile
-- geld/valuta = moneta/valuta convertibile
niet -- geld = moneta inconvertibile


inwisselbaarheid ZN

1 excambiabilitate, negotiabilitate, (cheques, waardepapieren) convertibilitate
onderlinge -- van valuta's = convertibilitate de valutas


inwisselen WW

1 cambiar, excambiar, (cheques, waardepapieren) converter
coupons -- = excambiar coupons (F)


inwisseling ZN

1 excambio, cambio, conversion, convertimento


inwoekeren WW

1 propagar se, ganiar terreno


inwonen WW

1 viver/habitar in le casa de (un persona), viver/habitar con (un persona)
zijn moeder woonde bij hem in = su matre viveva con ille


inwonend BN

1 qui/que vive in casa de, (intern) interne
--e leerling = scholar/alumno interne, interno
(van ziekenhuis, etc.) -- medewerker = interno
--e kinderen = infantes qui vive in le casa de lor parentes/genitores, infantes habitante con lor parentes/genitores


inwoner ZN

1 habitante, residente, nativo, regnicola
dit land heeft twintig miljoen --s = iste pais ha un population de vinti milliones


inwonertal ZN

1 numero/cifra de habitantes, (bevolking) population


inwoning ZN

1 (het inwonen) cohabitation, sublocation
kost en -- = pension complete
2 (het wonen binnen een bepaald gebied) residentia
plaats van iemands -- = loco de residentia de un persona
3 (inwonend persoon) sublocatario
zij hebben -- = illes ha sublocatarios


inworp ZN

1 (handeling) introduction, insertion
-- drie gulden = introducer/insertar tres florinos
2 (ingeworpen geld) summa/moneta insertate
3 (SPORT) remissa in joco
verkeerde/foute -- = mal remisso in joco


inwortelen WW

1 inveterar se
diep ingewortelde gewoonte = habitude inveterate


inwrijven WW

1 (in-/op-/aanbrengen) fricar, (met zalf) frictionar, unguer, unctar, (met was) cerar
2 (verwijten) reprochar {sj} (asperemente)


inwrijving ZN

1 fricamento, friction, (met zalf) unction


inzaaien WW

1 seminar
het -- = semination
het koren -- = seminar le grano


inzaaiing ZN

1 semination


inzage ZN

1 inspection, (JUR) compulsation
-- nemen van = prender cognoscentia/cognoscimento de
na -- van de stukken = post haber examinate le documentos
(JUR) -- krijgen in = compulsar
ter -- leggen = deponer pro inspection
hierbij zenden wij u een copie ter -- = hic juncto nos vos invia un copia pro inspection


inzagen WW

1 (snee/kerf maken) insecar, intaliar, incisar, facer un incision/intalio/sectura
deze balk is niet diep genoeg ingezaagd = iste trabe/trave non ha essite intaliate satis profundemente


inzake VZ

1 quanto a, concernente, in materia de, con respecto a
-- uw verdere opmerkingen, verwijzen wij u naar ... = quanto a vostre altere remarcas, nos vos refere a ...
zijn standpunt -- het racisme = su attitude concernente le racismo


inzakken WW

1 (doorbuigen) flecter se/ceder sub le peso de
2 (invallen) laber, collaber


inzakking ZN

1 (instorting) collapso
2 (HAND) cadita


inzalving ZN

1 inunction


inzamelaar ZN

1 collector, collectionator


inzamelen WW

1 (ophalen, collecteren) colliger, collectar
giften -- = collectar donationes
2 (oogsten, vergaren) recoltar
honing -- = recoltar melle
3 recuperar
glas -- voor hergebruik = recuperar vitro pro recyclar lo


inzameling ZN

1 collecta
een -- houden = facer un collecta
2 (KERK) collecta, questa


inzamelingsactie ZN

1 collecta


inzegenen WW

1 benedicer, (inwijden) consecrar
een kerk -- = consecrar un ecclesia
het huwelijk -- = dar le benediction nuptial
een huwelijk kerkelijk -- = benedicer un matrimonio/maritage pro le ecclesia


inzegening ZN

1 benediction, consecration
kerkelijke -- van het huwelijk = benediction nuptial


inzegeningsformule ZN

1 formula de benediction/consecration


inzegeningsplechtigheid ZN

1 solemnitate/ceremonia de benediction/de consecration


inzegeningsritueel ZN

1 ritual de benediction/de consecration


inzeilen WW

1 entrar in


inzenden WW

1 inviar
een verzoekschrift -- = inviar/presentar un petition
kunstvoorwerpen -- voor een tentoonstelling = presentar objectos de arte pro un exposition


inzender ZN

1 (mbt tentoonstelling) expositor, exhibitor
2 (mbt wedstrijd) participante del concurso


inzending ZN

1 invio


inzendingstermijn ZN

1 termino de invio


inzepen WW

1 saponar
(FIG) we zullen hem even -- = nos va fricar su facie in le nive


inzeper ZN

1 persona qui sapona


inzet ZN

1 (inspanning) effortio, ardor, enthusiasmo, application, devotion
2 (inleg bij het spel) moneta/summa riscate
3 (inleg bij het wedden) moneta/summa spondite
4 (eerste bod) primari offerta
5 (begin) comenciamento, principio
de -- vormen van = initiar
6 (MUZ) (aanhef) intonation
valse -- = intonation false
zuivere -- = intonation juste
7 thema central
de ontwapening werd de -- van de verkiezingen = le disarmamento se converteva in le thema central del electiones


inzetbaar BN

1 usabile, empleabile, (beschikbaar) disponibile, operational, mobilisabile


inzetbaarheid ZN

1 usabilitate, (beschikbaarheid) disponibilitate
de -- van extra personeel = le disponibilitate de personal extra/supplementari


inzetten WW

1 (aanbrengen) mitter in, poner in, montar, includer, introducer, inserer, insertar
een ruit -- = montar un vitro
2 (beginnen) lancear, comenciar, initiar
een aanval -- = lancear un attacco
een eindsprint -- = comenciar un sprint (E)
3 (in actie laten komen) mitter in action
troepen -- = mitter truppas in action
de trainer zette beide wisselspelers in = le trainer (E)/trainator faceva entrar in joco le duo jocatores de reserva
4 (MUZ) intonar
een toon -- = intonar un tono
het volkslied -- = intonar le hymno national
5 (inbouwen) incastrar
het -- = incastratura
6 (van textiel/leer) repeciar
het -- = repeciamento
7
(zijn best doen) zich -- voor = effortiar se pro, facer un effortio pro
alle deelnemers hebben zich volledig ingezet = tote le participantes se ha effortiate al maximo


inzetting ZN

1 (het tussenzetten) insertion


inzicht ZN

1 (begrip, visie) compre(he)nsion, idea, vista, notion, opinion
verschil van -- = differentia de vistas/opiniones
iemands --en kennen = cognoscer le vistas de un persona
tot het -- komen dat = compre(he)nder que
2 (doorzicht) intelligentia, perspicacia, perspicacitate, sagacitate
-- hebben in = haber intelligentia de


inzichtelijk BN

1 compre(he)nsibile


inzichtelijkheid ZN

1 compre(he)nsibilitate


inzien WW

1 (een blik in iets werpen) jectar un reguardo in
de stukken -- = jectar un reguardo in le documentos, (JUR) compulsar le documentos
2 (beseffen) dar se conto de, prender conscientia de, (begrijpen) comprender, comprehender, (snappen) vider
de noodzaak -- van iets = esser consciente del necessitate de un cosa
het nut van iets niet -- = non vider le utilitate de un cosa
iets niet willen -- = negar le evidentia de un cosa
hij wilde maar niet -- dat = ille non voleva compre(he)nder que
3 (erkennen) recognoscer
4 (houden voor) considerar (como)


inzien ZN

1
bij nader -- = post reflexion (matur)
mijns --s = a mi aviso, in mi opinion


inzinken WW

1 (onder water gaan) submerger se
het schip zonk de diepte in = le nave se affundava
2 (lager komen te liggen) bassar se


inzinking ZN

1 (instorting, depressie) collapso, crise, crisis, depression
een -- te boven komen = recuperar se de/superar un depression
2 (AARDR) (plaats) depression
3 (EC) recession, depression, marasmo
4 (holte, gat) cavo


inzitten WW

1 (zitten in iets) esser (sedite) in
een salarisverhoging zit er niet in = il es pauco/poco probabile que il ha un augmento salarial, un augmento del salario(s) es pauco/poco probabile
2 (bezorgd zijn) esser inquiete (de), inquietar se (de)


inzittende ZN

1 occupante, (passagier) passagero, (reiziger) viagiator


inzoet BN

1 multo/extrememente dulce, dulcissime


inzonderheid BW

1 particularmente, in particular, (speciaal) specialmente, (vooral) super toto, (voornamelijk) principalmente


inzoomen WW

1 facer un zoom (E) (super)


inzouten BN

1 salar, insalar, salmuriar
vlees/haringen -- = (in)salar/salmuriar carne/haringos


inzouting ZN

1 salatura


in zover(re) VW

1 in tanto que


inzuigen WW

1 (door inademen) aspirar, inhalar
de rook van een sigaar -- = aspirar/inhalar le fumo de un cigarro
2 (met de mond) suger, aspirar
3 (door capillaire werking) absorber, imbiber se de, impregnar se de
de spons zuigt het water in = le spongia absorbe le aqua


inzuiging ZN

1 (inademing) aspiration, inhalation
2 (met de mond) suction, aspiration
3 (opslurping) absorption, imbibition, impregnation


inzulten WW

1 marinar


inzuur BN

1 multo/extrememente acide, acidissime


inzwachtelen WW

1 bandar, inveloppar, involver


inzwak BN

1 multo/extrememente debile, debilissime


inzwelgen WW

1 inglutir, devorar


inzwemmen WW

1 (naar binnen zwemmen) natar in


IOC

1 (Afk.: Internationaal Olympisch Comité) C.I.O (Comité International Olympic)


ion ZN

1 ion
negatief -- = ion negative, anion
positief -- = ion positive, positron


ionen(uit)wisselaar ZN

1 (ex)cambiator ionic/de iones


ionenantagonisme ZN

1 antagonismo ionic/de iones


ionenbeschieting ZN

1 Zie: ionenbombardement


ionenbombardement ZN

1 bombardamento ionic/de iones


ionenbuis ZN

1 tubo de iones


ionenconcentratie ZN

1 concentration ionic/de iones


ionenemissie ZN

1 emission de iones


ionenevenwicht ZN

1 balancia/equilibrio ionic/de iones


ionenflux ZN

1 currente/fluxo ionic/de iones


ionengeleiding ZN

1 conduction ionic


ionenkristal ZN

1 crystallo ionic/de iones


ionenluidspreker ZN

1 altoparlator ionic


ionenmicrofoon ZN

1 microphono ionic


ionenpomp ZN

1 pumpa ionic


ionenraket ZN

1 missile a/con propulsion ionic


ionenreactie ZN

1 reaction ionic/de iones


ionenstroom ZN

1 Zie: ionenflux


ionentemperatuur ZN

1 temperatura ionic


ionentheorie ZN

1 theoria ionic/del iones


ionentransport ZN

1 transporto de iones


ionenwolk ZN

1 nube de iones


Ionië ZN EIGN

1 Ionia


ionisatie ZN

1 ionisation
meervoudige -- = ionisation multiple
elektrolytische -- = ionisation electrolytic
thermische -- = ionisation thermal/thermic


ionisatie-energie ZN

1 energia de ionisation


ionisatiegraad ZN

1 grado de ionisation


ionisatiekamer ZN

1 camera de ionisation


ionisatiepotentiaal ZN

1 potential de ionisation


ionisatiestraling ZN

1 radiation ionisante


ionisatievat ZN

1 Zie: ionisatiekamer


ionisator ZN

1 ionisator


Ionisch BN

1 ionic
Ionische Zee = Mar Ionic
--e zuil = columna/colonna ionic
--e bouworde = ordine ionic
-- kapiteel = capitello ionic
-- dialect = dialecto ionic
--e kolonie = colonia ionic


Ionisch ZN

1 (taal) ionico, dialecto ionic


ioniseerbaar BN

1 ionisabile
-- gas = gas ionisabile


ioniseren WW

1 ionisar
het -- = ionisation


ioniserend BN

1 ionisante
--e straling = radiation ionisante


ionisering ZN

1 ionisation


ionium ZN

1 (element 90) ionium


ionogram ZN

1 ionogramma


ionometer ZN

1 ionometro


ionometrie ZN

1 ionometria


ionometrisch BN

1 ionometric


ionosfeer ZN

1 ionosphera


ionosferisch BN

1 ionospheric
--e laag = strato ionospheric


iota ZN

1 (Griekse letter) iota


iotacisme ZN

1 iotacismo


ipecacuanha ZN

1 ipecacuanha


ipecacuanhastroop ZN

1 sirop de ipecacuanha


ipecacuanhatinctuur ZN

1 tinctura de ipecacuanha


Iphigenie ZN EIGN

1 Iphigenia


ipso facto ZN

1 ipso facto (L)


ipso jure

1 ipso jure (L)


IQ

1 (Afk.: intelligentiequotiënt) Q.I. (quotiente intellectual/de intelligentia)


Iraaks BN

1 irakian
--e olie = oleo irakian


Iraans BN

1 iranian
--e taal = lingua iranian
--e bevolking = population iranian


Irak ZN EIGN

1 Irak


Irakees ZN

1 irakiano


Irakees BN

1 irakian
--e bevolking = population irakian


Iran ZN EIGN

1 Iran


Iraniër ZN

1 iraniano


irascibiliteit ZN

1 irascibilitate


irenisch BN

1 irenic


iridectomie ZN

1 (MED) iridectomia, iridotomia


iridescent BN

1 iridescente


iridescentie ZN

1 iridescentia


iridium ZN

1 iridium


iridiumverbinding ZN

1 composito iridic/de iridium


iridotomie ZN

1 iridotomia


Iris ZN EIGN

1 Iride, Iris


iris ZN

1 (van het oog) iride, iris
2 (PLANTK) iride, iris


irisatie ZN

1 irisation


irisdiafragma ZN

1 diaphragma (a/de) iride/iris


irisdruk ZN

1 impression irisate


iriseren WW

1 irisar
het -- = irisation
het zonlicht iriseert de slijpvlakjes van een kristal = le luce/lumine solar irisa le faciettas de un crystallo


iriserend BN

1 irisante, iridescente


irisering ZN

1 irisation


irish coffee ZN

1 irish coffee (E)


irisverwijdering ZN

1 iridectomia, iridotomia


iritis ZN

1 iritis


Irokees BN

1 iroquese


Irokees ZN

1 iroquese


ironie ZN

1 (FIL) ironia
Socratische -- = ironia socratic
2 ironia
bittere -- = ironia amar
hij zei dat met een vleugje -- = ille lo diceva con un nuance (F) de ironia
-- van het lot = ironia del sorte/fato/destino


ironisch BN

1 ironic
--e glimlach = surriso ironic/de ironia
-- schrijver = ironista
in --e zin = in un senso ironic
de brief was -- bedoeld = le littera habeva un intention ironic
-- glimlachen = surrider ironicamente
-- genoeg werd hij gearresteerd door zijn beste vriend = ironicamente su melior amico le ha arrestate


ironiseren WW

1 ironisar


irradiatie ZN

1 (optisch bedrog) irradiation
2 (uitstraling van pijn) irradiation
3 (NAT, MED) (bestraling) irradiation, radiation
4 (FIG) irradiation


irrationaal BN

1 irrational
--e vergelijking = equation irrational
-- getal = numero irrational


irrationalisme ZN

1 irrationalismo


irrationalistisch BN

1 irrationalista


irrationaliteit ZN

1 (onredelijkheid) irrationalitate
2 (WISK) irrationalitate


irrationeel BN

1 irrational, irrationabile, disrationabile
-- gedrag = comportamento irrational
--e angst = pavor irrational


irrealis ZN

1 modo irreal


irrealistisch BN

1 irrealista


irrealiteit ZN

1 irrealitate


irrecusabel BN

1 irrecusabile


irredenta ZN

1 irredenta (I)


irredentisme ZN

1 irredentismo
het -- voorstaand = irredentista


irredentist ZN

1 irredentista


irredentistisch BN

1 irredentista


irreductibel BN

1 irreductibile, irreducibile


irreëel ZN

1 irreal
2 chimeric


irrefutabel BN

1 irrefutabile


irregulariteit ZN

1 irregularitate


irregulier BN

1 (onregelmatig) irregular
op --e tijden = a intervallos irregular
2 (ongeregeld) irregular
--e troepen = truppas irregular


irrelevant BN

1 irrevelante, non pertinente, impertinente
--e opmerking = observation/remarca irrelevante/non pertinente
--e feit = facto irrelevante, irrelevantia


irrelevantie ZN

1 irrelevantia, impertinentia


irreligieus BN

1 irreligiose


irremediabel BN

1 irremediabile


irreparabel BN

1 irreparabile


irresistibel BN

1 irresistibile


irresoluut BN

1 irresolute


irreverent BN

1 irreverente


irreversibel BN

1 irreversibile


irreversibiliteit ZN

1 irreversibilitate
-- van de evolutie = irreversibilitate del evolution


irrevocabel BN

1 irrevocabile


irrigatie ZN

1 (kunstmatige bevloeiing) irrigation
-- door beluchting = irrigation aerate/per aeration
-- door infiltratie = irrigation per infiltration
2 (MED) irrigation


irrigatiebuis ZN

1 Zie: irrigatieslang


irrigatiegemaal ZN

1 station/installation de pumpage pro le irrigation


irrigatiehevel ZN

1 siphon de irrigation


irrigatie-intensiteit ZN

1 intensitate de irrigation


irrigatie-interval ZN

1 intervallo inter irrigationes


irrigatiekanaal ZN

1 canal irrigatori/de irrigation
netwerk van --en = rete de canales de irrigation


irrigatiekanalenstelsel ZN

1 systema de canales irrigatori/de irrigation


irrigatienet ZN

1 Zie: irrigatiesysteem


irrigatiepeil ZN

1 nivello de irrigation


irrigatieperiode ZN

1 periodo de irrigation


irrigatieprocédé ZN

1 procedura de irrigation


irrigatieproject ZN

1 projecto de irrigation


irrigatieput ZN

1 puteo de irrigation


irrigatieslang ZN

1 tubo irrigatori/de irrigation


irrigatiesloot ZN

1 fossato de irrigation


irrigatiesluis ZN

1 esclusa irrigatori/de irrigation


irrigatiesysteem ZN

1 systema/rete irrigatori/de irrigation


irrigatiewater ZN

1 aqua de irrigation


irrigatiewaterkwaliteit ZN

1 qualitate del aqua de irrigation


irrigatiewerken ZN

1 installationes de irrigation


irrigator ZN

1 irrigator


irrigeerbaar BN

1 irrigabile


irrigeren WW

1 (bevloeien) irrigar
het -- = irrigation
2 (MED) irrigar
het -- = irrigation


irritabel BN

1 (ook BIOL) irritabile


irritabiliteit ZN

1 irritabilitate
2 (BIOL) irritabilitate, excitabilitate


irritant BN

1 irritante
--e opmerking = observation irritante
-- persoon = persona irritante


irritatie ZN

1 (ergernis) irritation, vexation
2 (het prikkelen) irritation
3 (FYSIOL) irritation
de huid wordt door die zeep geïrriteerd = iste sapon irrita le pelle


irritatiegrens ZN

1 limine de irritation


irriteren WW

1 irritar, piccar, vexar, enoiar
het -- = irritation, vexation
iemand die irriteert = irritator, vexator
jouw gedrag irriteert me = tu conducta me irrita
2 (sterk prikkelen) irritar
het -- = irritation
deze zeep irriteert de huid = iste sapon causa irritation del pelle


irriterend BN

1 irritante
(ook MED) -- middel = irritante


Isaäc ZN EIGN

1 Isaac


isagoge ZN

1 isagoge


isagogisch BN

1 isagogic


isallobaar BN

1 isallobare


isallobaar ZN

1 isallobaro


isallotherm ZN

1 isallotherma


ISBN

1 (Afk.: internationaal standaard-boeknummer) ISBN ( International Standard Book Number) (E)


ischemie ZN

1 ischemia


ischemisch BN

1 ischemic
--e necrose = necrose (-osis) ischemic


ischias ZN

1 sciatica
--patiënt = malado de sciatica


ischiaspatiënt ZN

1 malado de sciatica


ischiosacraal BN

1 sacrosciatic


isentropisch BN

1 isentropic


isgelijkteken ZN

1 signo equal/de equalitate


Isisdienst ZN

1 culto isaic


Isismysteriën ZN MV

1 mysterios isaic


Isispriester ZN

1 isaico


islam ZN

1 islam
de wereld van de -- = le mundo islamic
tot de -- bekeren = islamisar
het bekeren tot de -- = islamisation


islamiet ZN

1 islamita


islamiseren WW

1 islamisar


islamisering ZN

1 islamisation


islamisme ZN

1 islamismo


islamitisch BN

1 islamic, islamita, islamitic, musulman, mohammedan, moslem, mahometan
-- fundamentalisme = fundamentalismo islamic


islamkenner ZN

1 islamologo


islamoloog ZN

1 islamologo


i.s.m.

1 (Afk.: in samenwerking met) in collaboration con


Ismaëliet ZN

1 ismaelita


Ismaëlitisch BN

1 ismaelita


isme ZN

1 ismo


iso-agglutinatie ZN

1 isoagglutinisation


isobaar ZN

1 linea/curva isobare/isobaric, isobaro


isobaat ZN

1 linea/curva isobatha, isobatha


isobarisch BN

1 isobare, isobaric
-- oppervlak = superficie isobare


isobarometrisch BN

1 isobarometric
--e lijnen = lineas isobarometric, isobaros


isocaëder ZN

1 isocahedro


isocellulair BN

1 isocellular


isochoor BN

1 isochore


isochromatisch BN

1 isochromatic
--e lens = lente isochromatic


isochronie ZN

1 isochronismo


isochronisme ZN

1 isochronismo


isochroom ZN

1 isochomatic


isochroon BN

1 isochrone
--e trillingen = oscillationes isochrone


isoclinaal BN

1 isoclinal
--e plooi = plica isoclinal
--e breuk = fallia isoclinal


isocline ZN

1 linea isocline, isoclino


isoclinisch BN

1 isocline
--e lijn = linea isocline


isocoagulabiliteit ZN

1 isocoagulabilitate


isodiametrisch BN

1 isodiametric


isodynaam ZN

1 linea isodynamic


isodynamie ZN

1 isodynamia


isodynamisch BN

1 isodynamic


iso-elektrisch BN

1 isoelectric


isofoon BN

1 isophone


isogaam BN

1 isogame


isogameet ZN

1 isogameta


isogamie ZN

1 isogamia


isoglosse ZN

1 isoglossa, linea isoglosse


isogonaal BN

1 isogone, isogonal, isogonic
--e baan = trajectoria isogonal


isogonisch BN

1 Zie: isogonaal


isogoon ZN

1 linea isogone/isogonal/isogonic


isogoon BN

1 Zie: isogonaal


isohyeet ZN

1 isohyete


isohyetenkaart ZN

1 carta del isohyetes


isohypse ZN

1 linea isohypse, isohypsa


isolatie ZN

1 (ook ELEKTR, etc.) insulamento, insulation, isolamento, isolation
akoestische -- = isolation acustic
diëlektrische -- = isolation dielectric
2 (materiaal) material isolante/insulante


isolatieband ZN

1 banda isolante/insulante


isolatiebuis ZN

1 tubo de isolation


isolatiegen ZN

1 gen de isolation


isolatiekamer ZN

1 camera de isolamento/insulamento


isolatielaag ZN

1 strato isolante/insulante


isolatiemateriaal ZN

1 material isolante/insulante/de isolation/de insulation


isolatieplaat ZN

1 placa isolante/insulante


isolationisme ZN

1 isolationismo


isolationist ZN

1 isolationista


isolationistisch BN

1 isolationista


isolator ZN

1 (ELEKTR, etc.) insulator, isolator


isoleerbaar BN

1 isolabile, insulabile


isoleercel ZN

1 cella de isolation/insulation


isoleerkan ZN

1 Zie: thermosfles


isoleervertrek ZN

1 camera de isolation/insulation


isolement ZN

1 isolamento, confinamento
in een -- leven = viver in un isolamento
het -- doorbreken = rumper le isolamento
zich uit zijn -- losmaken = abandonar su isolamento
in mijn -- ligt mijn kracht = mi isolamento es mi fortia


isoleren WW

1 isolar, insular, confinar, claustrar, recluder
het -- = insulamento, isolamento, isolation
iemand die of iets dat isoleert = isolator
hij isoleert zich te veel = ille se isola troppo
(mbt ziekte) iemand -- = mitter un persona in quarantena
2 (uit een geheel halen) isolar, separar
een virus -- = isolar un virus
3 (ELEKTR, etc.) insular, isolar
het -- = insulamento, insulation, isolamento, isolation


isolerend BN

1 isolante, isolator
--e taal = lingua isolator


isolering ZN

1 (ook ELEKTR, etc.) insulamento, insulation, isolamento, isolation


isoleucine ZN

1 isoleucina


isoloog BN

1 isologe


isomeer ZN

1 isomero


isomeer BN

1 Zie: isomerisch


isomerie ZN

1 isomeria


isomerisatie ZN

1 isomerisation


isomerisch BN

1 isomere, isomeric
--e waarde = valor isomeric
--e kern = nucleo isomeric
--e overgang = transition isomeric


isomeriseren WW

1 isomerisar


isometrie ZN

1 isometria


isometrisch BN

1 isometric
--e kristallen = crystallos isometric
-- perspectief = perspectiva isometric
--e ruimten = spatios isometric


isomorf BN

1 isomorphe, isomorphic


isomorfie ZN

1 isomorphismo


isomorfisme ZN

1 isomorphismo


isoperimetrisch BN

1 isoperimetric


isorachie ZN

1 curva cotidal


isosensibilisatie ZN

1 isosensibilisation


isospin ZN

1 spin (E) isotope/isotopic


isostasie ZN

1 isostasia


isostatisch BN

1 isostatic


isosyllabisme ZN

1 isosyllabismo


isotherm ZN

1 linea isotherme/isothermic, isotherma


isothermie ZN

1 isothermia


isothermisch BN

1 isotherme, isothermic, isothermal


isotonie ZN

1 isotonia


isotonisch BN

1 isotonic


isotoon ZN

1 isotonic


isotoop ZN

1 isotopo
radioactieve -- = isotopo radioactive
stabiele -- = isotopo stabile


isotopenscheiding ZN

1 separation isotopic/del isotopos


isotopenspin ZN

1 spin (E) isotopic


isotopie ZN

1 isotopia


isotopisch BN

1 isotope, isotopic
--e spin = spin (E) isotope/isotopic


isotransplantaat ZN

1 isotransplant


isotransplantatie ZN

1 isotransplantation


isotron ZN

1 isotron


isotroop BN

1 isotrope, isotropic


isotroop ZN

1 isotropo


isotropie ZN

1 isotropia


isotype ZN

1 isotypo


Israël ZN EIGN

1 Israel
van/uit -- = israeli, israelian


Israëli ZN

1 israeli, israeliano


Israëliër ZN

1 israeli, israeliano


Israëliet ZN

1 israelita


Israëlisch BN

1 israeli, israelian


Israëlisch ZN

1 (taal) hebreo


Israëlitisch BN

1 israelita
-- feest = festa israelita


issue ZN

1 thema, question, problema, subjecto
hot -- = question/problema actual/del actualitate


istmisch BN

1 isthmic
--e spelen = jocos isthmic


istmus ZN

1 isthmo
de -- van Corinthe = le isthmo de Corintho


Istrië ZN EIGN

1 Istria


it.

1 (Afk.) it., id.


Italiaan ZN

1 italiano


Italiaans BN

1 italian
--e taal = lingua italian
-- karakter = italianitate
-- maken = italianisar
--e trek/uitdrukking = italianismo
-- sprekend = italophone
-- sprekende = italophono


italiaans ZN

1 (taal) italiano


Italiaanstalig BN

1 italophone


italianiseren WW

1 italianisar


italianisme ZN

1 italianismo
--n gebruiken = italianisar


Italië ZN EIGN

1 Italia


italiek ZN

1 littera/character italic, italica


Italisch BN

1 italic
--e taal = lingua italic
-- recht = derecto italic
--e volksstam = populo italic


item BW

1 item, idem


item ZN

1 (nieuwsbericht, onderwerp) question, subjecto
2 (punt, post) articulo, item (E)


iteratie ZN

1 iteration


iteratief BN

1 iterative
--e methode = methodo iterative
--e bewerking = operation iterative
2 (TAAL) iterative, frequentative
-- werkwoord = verbo iterative, iterativo


iteratief ZN

1 verbo iterative, iterativo


itereren WW

1 iterar, repeter


Ithaka ZN EIGN

1 Ithaca


ithyfallie ZN

1 ithyphallia


ithyfallisch BN

1 ithyphallic


itinerarium ZN

1 itinerario


i.t.t.

1 (Afk.: in tegenstelling tot) in contrasto con


i.v. ZN

1 (Afk.: in voce) in voce


i.v.m.

1 (Afk.: in verband met) in connexion con


ivoor ZN

1 ebore
van -- = eboree, eburnee
-- bewerken = (draaien) tornar ebore, (insnijden) incisar/gravar ebore


ivoorachtig BN

1 eboree, eburnee


ivoordraaier ZN

1 tornator de ebore


ivoordraaierij ZN

1 torneria de ebore


ivoorkarton ZN

1 carton (de) ebore, bristol (E)


ivoorkleur ZN

1 color de ebore


ivoorkleurig BN

1 (de color de) ebore


Ivoorkust ZN EIGN

1 Costa de Ebore


ivoormeeuw ZN

1 laro eboree


ivoorwerker ZN

1 Zie: ivoordraaier


ivoorwit BN

1 de ebore


ivoren BN

1 eboree, eburnee, de ebore
-- doos = cassa de ebore
zich in zijn -- toren terugtrekken = retirar se in su turre de ebore


ivoriet ZN

1 corozo


Ivriet ZN

1 (taal) hebreo moderne


Iwan ZN EIGN

1 Ivan
-- de Verschrikkelijke = Ivan le Terribile


ixia ZN

1 ixia


Ixion ZN EIGN

1 Ixion
het rad van -- = le rota de Ixion


izabel ZN

1 isabella


izegrim ZN

1 grunnion, grunnitor, murmurator


i.z.g.st.

1 (Afk.: in zeer goede staat) in multo bon condition, in optime stato


Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Altere sitos de Wikia

Wiki aleatori