FANDOM


o.a.

1 (Afk.: onder anderen) inter altere personas
2 (Afk.: onder andere) inter altere cosas


O.A.S.

1 (Afk.: Organisatie van Amerikaanse Staten) O.S.A. (= Organisation de Statos American)


oase ZN

1 oasis
-- in de Sagara = oasis saharian
-- van rust = oasis de reposo/de calma/de pace/de tranquillitate


obducent ZN

1 medico legista


obduceren WW

1 autopsiar


obductie ZN

1 autopsia


obediëntie ZN

1 obedientia, (onderdanigheid) submission


obediëren WW

1 obedir


obelisk ZN

1 (zuil) obelisco
2 (WISK) obelisco, trunco polyhedre/polyhedric


o-benen ZN MV

1 gambas arcate


ober ZN

1 servitor
--, afrekenen! = servitor, le conto (per favor)!


obituarium ZN

1 obituario


object ZN

1 (voorwerp, zaak, persoon) objecto
het -- van zijn woede = le objecto de su cholera/ira
2 (TAAL) objecto
direct -- = objecto directe
indirect -- = objecto indirecte
3 (BK) objecto (de arte)


objectafstand ZN

1 distantia al objecto


objectdrager ZN

1 Zie: objectglaasje


objectglaasje ZN

1 portaobjecto


objectie ZN

1 objection


objectief ZN

1 objectivo
anastigmatisch -- = objectivo anastigmatic
achromatisch -- = objectivo achromatic
verwisselbaar -- = objectivo intercambiabile
-- met korte brandpuntsafstand = objectivo a curte foco
een -- achromatisch maken = achromatisar un objectivo
het achromatisch maken van een -- = achromatisation de un objectivo


objectief BN

1 objective, impartial
een -- oordeel geven = dar un judicio/judicamento objective
--e waarheid = veritate objective
-- beschouwen = objectivar
het -- beschouwen = objectivation
-- vergelijkbaar = objectivemente comparabile
zuiver -- bekeken = de un puncto de vista purmente objective
we moeten -- blijven = nos debe restar/remaner objective


objectiefhouder ZN

1 portaobjectivo


objectiefopening ZN

1 diaphragma


objectiveerbaar BN

1 objectivabile


objectiveren WW

1 objectivar, considerar objectivemente
het -- = objectivation


objectivering ZN

1 objectivation


objectivisme ZN

1 objectivismo


objectivist ZN

1 objectivista


objectivistisch BN

1 objectivistic
de --e stromingen in het moderne denken = le currentes objectivistic del pensata moderne


objectiviteit ZN

1 objectivitate, impartialitate, impersonalitate
-- van de wetenschap = objectivitate/impersonalitate del scientia
-- van een kri-tiek = objectivitate de un critica
zijn gebrek aan = su manco/mancantia de objectivitate/impartialitate
daarbij wordt niet altijd de nodige -- in acht genomen = isto non es sempre/semper facite con le objectivitate necessari


objectprogramma ZN

1 programma objecto


objectpunt ZN

1 puncto del objecto


objectruimte ZN

1 spatio de objectos


objecttaal ZN

1 (LOGICA) linguage objecto


objecttafel ZN

1 portaobjecto


oblaat ZN

1 oblato


oblatie ZN

1 oblata, oblation


obligaat BN

1 (verplicht) obligate, obligatori, perfunctori
--e toespraken = discursos obligatori
2 (MUZ) obligate
--e vioolbegeleiding = accompaniamento obligate per violino


obligaat ZN

1 (solopartij) partita obligate
2 (obligatist) solista


obligaatpartij ZN

1 partita obligate, solo


obligaatspeler ZN

1 solista


obligatie ZN

1 obligation
converteerbare -- = obligation convertibile
aflosbare -- = obligation amortisabile/redimibile
onaflosbare -- = obligation perpetue/perpetual
perpetuele -- = obligation perpetual/a perpetuitate
-- op naam = obligation nominative
-- aan toonder = obligation al portator
--s uitgeven = emitter obligationes
een -- overdragen = transferer un obligation
een -- aflossen = amortisar un obligation


obligatiehouder ZN

1 titular/detentor/portator de obligationes, obligationista


obligatiekapitaal ZN

1 capital in obligationes


obligatielening ZN

1 impresto in obligationes


obligatiemarkt ZN

1 mercato de obligationes


obligatienummer ZN

1 numero de obligation


obligatieregister ZN

1 registro de obligationes


obligatierente ZN

1 interesse de obligationes


obligatieschuld ZN

1 debita in obligationes


obligatie-uitgifte ZN

1 emission de obligationes


obligatist ZN

1 solista


obligatoir BN

1 obligatori
--e restauratie = restauration obligatori


obligatorisch BN

1 Zie: obligatoir


obligeren WW

1 (aan zich verplichten) obligar
2 (noodzaken) obligar


obligo ZN

1 (HAND) responsabilitate


obliquus BN

1 oblique
casus -- = caso oblique


obliteratie ZN

1 (doorhaling, vernietiging) obliteration, destruction
2 (MED) obliteration, obstruction, obturation, constipation


oblitereren WW

1 (doorhalen, vernietigen) obliterar, destruer
2 (MED) obliterar, obstruer, obturar, constipar


oblong BN

1 oblonge


oblongformaat ZN

1 formato oblonge


obnubilatie ZN

1 obnubilation


obolus ZN

1 (klein muntstukje) obolo


obool ZN

1 Zie: obolus


obsceen BN

1 obscen, impudic, immunde, indecente, fescennin, pruriente
--e gebaren = gestos obscen
--e taal bezigen = usar/utilisar un linguage obscen


obsceniteit ZN

1 obscenitate, impudicitate, indecentia, scabrositate
--en uitslaan = dicer obscenitates


obscurant ZN

1 Zie: obscurantist


obscurantisme ZN

1 obscurantismo


obscurantist ZN

1 obscurante, obscurantista


obscurantistisch BN

1 obscurantista, obsurantistic
--e ideeën = ideas obscurantista/obscurantistic


obscuriteit ZN

1 (onduidelijkheid) obscuritate
2 (vergetelheid) obscuritate, oblivion
3 (duisternis) obscuritate


obscuur BN

1 (duister) obscur, tenebrose
2 (onbekend) obscur
een -- blaadje = un folio obscur
3 (slecht bekend staand) obscur
een -- mannetje = un typo obscur
4 (niet actief, van studenten gezegd) inactive
--e leden = membros inactive
5 (FIG) (onduidelijk) obscur, hermetic


obsederen WW

1 obseder, tormentar
dat idee obsedeert me = iste idea me obsede


obsederend BN

1 obsedente, obsessive


obsequiem ZN

1 (R.K.) obedientia, obsequiositate


observant ZN

1 observante


observantie ZN

1 observantia


observatie ZN

1 observation
in -- liggen = esser in observation


observatieafdeling ZN

1 sala de observation


observatieballon ZN

1 ballon de observation


observatiehuis ZN

1 casa/centro de observation, carcere preventive


observatie-inrichting ZN

1 dispositivo de observation


observatiekorps ZN

1 corpore de observation


observatiepost ZN

1 posto de observation


observatieraam ZN

1 fenestra de observation


observatiesatelliet ZN

1 satellite de observation


observatiestation ZN

1 station de observation


observatietoren ZN

1 turre de observation


observatievenster ZN

1 Zie: observatieraam


observatievliegtuig ZN

1 avion de observation


observator ZN

1 observator


observatorium ZN

1 observatorio
astronomisch -- = observatorio astronomic


observeerbaar BN

1 observabile
niet -- = inobservabile


observeerder ZN

1 observator


observeren WW

1 (waarnemen, gadeslaan) observar, reguardar
niet te -- = inobservabile
2 (in acht nemen) observar, respectar


observering ZN

1 observation


obsessie ZN

1 obsession, idea fixe, monomania
tot een -- geworden = obsessional


obsessioneel BN

1 obsessional


obsidiaan ZN

1 obsidiana


obsoleet BN

1 obsolete


obstakel ZN

1 obstaculo, impedimento
de --s omzeilen = contornar le obstaculos
--s uit de weg ruimen = remover obstaculos
een belangrijk -- vormen = constituer un obstaculo importante


obstakellicht ZN

1 foco de obstaculo


obstakelverlichting ZN

1 exclaramento de un obstaculo


obstetricus ZN

1 obstetrico


obstetrie ZN

1 obstetricia


obstetrisch BN

1 obstetric


obstinaat BN

1 obstinate, inflexibile, contumace, pertinace
-- worden = obstinar se


obstinaatheid ZN

1 obstination, inflexibilitate


obstipatie ZN

1 constipation


obstructie ZN

1 (SPORT) obstruction
-- plegen = committer/facer obstruction
2 (POL) obstruction
3 (MED) (afsluiting) obstruction, constipation


obstructief BN

1 obstructive


obstructiepolitiek ZN

1 politica obstructionista/obstructionistic


obstructietaktiek ZN

1 tactica obstructionista/obstructionistic


obstructievoerder ZN

1 obstructionista, obstructor


obstructievoering ZN

1 obstructionismo


obstructionisme ZN

1 obstructionismo


obstructionist ZN

1 obstructionista, obstructor


obstrueren WW

1 obstruer


obtineren WW

1 obtener


obturator ZN

1 obturator


obvers ZN

1 obverso


ocarina ZN

1 ocarina


ocarinaspeler ZN

1 ocarinista


ocarinatoon ZN

1 tono de ocarina


ocarinist ZN

1 ocarinista


occamisme ZN

1 (FIL) occamismo


occamist ZN

1 (FIL) occamista


occasion ZN

1 (koopje) (compra de) occasion
2 (tweedehands artikel) articulo de secunde mano


occasionalisme ZN

1 occasionalismo


occasioneel BN

1 occasional
--e betekenis van een woord = senso occasional de un parola
in --e gevallen = occasionalmente
-- onderwijs = inseniamento occasional


occident ZN

1 occidente


occidentaal BN

1 occidental


Occidental ZN

1 (taal van Edgar de Wahl) Occidental
gebruiker van -- = occidentalista


occidentalist ZN

1 (gebruiker van Occidental) occidentalista


occipitaal BN

1 occipital


Occitaans BN

1 occitan, occitanic
--e literatuur = litteratura occitan


Occitaans ZN

1 (taal) occitano
iemand die -- spreekt = occitano
gebied in Zuid-Frankrijk waar -- wordt gesproken = Occitania


occitanist ZN

1 occitanista


occluderen WW

1 occluder


occlusie ZN

1 occlusion


occlusief ZN

1 consonante occlusive, occlusiva
bilabiale -- = occlusiva bilabial
dentale -- = occlusiva dental


occlusief BN

1 (FON) occlusive
2 (MED) occlusive


occlusiefront ZN

1 (METEO) fronte occludite/occlusive, occlusion


occult BN

1 occulte
--e wetenschappen = scientias occulte


occultatie ZN

1 (ASTRON) eclipse (-ipsis), occultation, obscuration


occultisme ZN

1 occultismo
aan -- doen = practicar le occultismo


occultist ZN

1 occultista


occultistisch BN

1 occultista, occultistic
--e prak-tijken = practicas occultista/occultistic


occupatie ZN

1 (inbezitneming) occupation
2 (bezetting) occupation
3 (bezigheid) occupation


occupator ZN

1 occupator


occupent ZN

1 occupator


occuperen WW

1 occupar


oceaan ZN

1 oceano
Atlantische Oceaan = Oceano Atlantic, le Atlantico
Indische Oceaan = Oceano Indian/Indic
Stille/Grote Oceaan = Oceano Pacific, le Pacifico
aan de andere zijde van de -- liggend = transoceanic
over de -- = transoceanic
scheepvaart over de -- = navigation transoceanic
telegrafie over de -- = telegraphia transoceanic
-- van licht = oceano de luce/lumine


oceaanbodem ZN

1 fundo del oceano


oceaandepressie ZN

1 depression oceanic


oceaanflora ZN

1 flora oceanic


oceaanfront ZN

1 fronte oceanic


oceaanhaven ZN

1 porto oceanic


oceaanlucht ZN

1 aere oceanic


oceaanreus ZN

1 Zie: oceaanstomer


oceaanstomer ZN

1 transatlantico


oceaanstoring ZN

1 (METEO) perturbation/disturbantia oceanic


oceaanvlucht ZN

1 volo oceanic/transoceanic


oceaniden ZN MV

1 oceanides


Oceanië ZN EIGN

1 Oceania
flora van -- = flora oceanian
bewoner van -- = oceaniano


oceanisch BN

1 oceanic


oceanograaf ZN

1 oceanographo


oceanografie ZN

1 oceanographia


oceanografisch BN

1 oceanographic
het -- museum van Monaco = le museo oceanographic de Monaco


oceanologie ZN

1 oceanologia


oceanologisch BN

1 oceanologic


oceanoloog ZN

1 oceanologo, oceanologista


Oceanus ZN EIGN

1 Oceano


ocel ZN

1 ocello


ocelot ZN

1 ocelot


ocelotmantel ZN

1 mantello de ocelot


och! TW

1 guai!, oh!, ah!, ha!
een meewarig -- = un guai de compassion


ochlocraat ZN

1 ochlocrate


ochlocratie ZN

1 ochlocratia


ochlocratisch BN

1 ochlocratic


ochtend ZN

1 (morgenstond) matino, alba
2 (de morgen) matino, matutino, (duur van de morgen) matinata
een -- vol afspraken = un matinata plen de appunctamentos
van de vroege -- tot de late avond = del matino al vespere/vespera
de hele -- = tote le matinata
halverwege de -- = a medie matino


ochtendafspraak ZN

1 appunctamento del matino


ochtendbezoek ZN

1 Zie: morgenbezoek


ochtendblad ZN

1 Zie: morgenblad


ochtendconcert ZN

1 Zie: morgenconcert


ochtenddauw ZN

1 Zie: morgendauw


ochtenddienst ZN

1 Zie: morgendienst


ochtenddrank ZN

1 Zie: morgendrank


ochtendeditie ZN

1 Zie: morgeneditie


ochtendeditie ZN

1 edition del matino


ochtendgebed ZN

1 Zie: morgengebed


ochtendgewaad ZN

1 négligé (F)


ochtendglans ZN

1 Zie: ochtendgloren


ochtendgloren ZN

1 alba, crepusculo del matino


ochtendgroet ZN

1 Zie: morgengroet


ochtendgymnastiek ZN

1 gymnastica matinal/matutin/matutinal/del matino


ochtendhoest ZN

1 tusse matinal/matutin/matutinal/del matino


ochtendhumeur ZN

1 mal humor del matino


ochtendjapon ZN

1 veste de matino


ochtendjas ZN

1 roba de camera


ochtendkoude ZN

1 Zie: morgenkoude


ochtendkrant ZN

1 Zie: morgenblad


ochtendkrieken ZN

1 alba, aurora


ochtendkus ZN

1 Zie: morgenkus


ochtendlicht ZN

1 Zie: morgenlicht


ochtendmelk ZN

1 lacte del matino


ochtendmens ZN

1 persona matinal


ochtendmist ZN

1 Zie: morgennevel


ochtendnevel ZN

1 Zie: morgennevel


ochtendploeg ZN

1 equipa del matino


ochtendpost ZN

1 currero del matino


ochtendrood ZN

1 aurora rubie


ochtendschemering ZN

1 Zie: morgenschemering


ochtendspits ZN

1 (hora de) puncta del matino


ochtendstond ZN

1 aurora


ochtendtrein ZN

1 traino del matino


ochtenduur ZN

1 Zie: morgenuur


ochtendvergadering ZN

1 reunion del matino


ochtendvoer ZN

1 alimentos/nutrimento del matino


ochtendwandeling ZN

1 Zie: morgenwandeling


ochtendwijding ZN

1 reflexion del matino


ochtendwind ZN

1 Zie: morgenwind


ochtendzang ZN

1 Zie: morgenzang


ochtendziek BN

1
-- zijn = esser de mal humor in le matino


ochtendzitting ZN

1 Zie: morgenzitting


ochtendzon ZN

1 Zie: morgenzon


octaaf ZN

1 (MUZ) (toon) octava
verhoogd -- = octava augmentate
verlaagd -- = octava diminuite
een -- hoger/lager spelen = sonar un octava plus alte/plus basse
--en vormen = octavar
2 (orgelregister) octava
3 (R.K.) octava
het -- van Kerstmis = le octava de Natal
4 (LIT) (twee kwatrijnen van een sonnet) octava


octaafdag ZN

1 octava


octaaffilter ZN

1 filtro de octava


octaaffluitje ZN

1 octavino


octaan ZN

1 octano


octaangehalte ZN

1 Zie: octaangetal


octaangetal ZN

1 indice/index/numero de octano
-- van een brandstof = indice/index/numero de octano de un carburante


octaanwaarde ZN

1 Zie: octaangetal


octaanzuur ZN

1 acido caprylic


octaëder ZN

1 octahedro


octaëdriet ZN

1 octahedrite, anatase


octagoon ZN

1 octagono


octagoon BN

1 octagone


octameter ZN

1 octametro


octant ZN

1 octante


octave ZN

1 (SCHERMEN) octava


Octavius ZN EIGN

1 Octavio


octavo ZN

1 (boek/papierformaat) octavo


octavo BN

1
tachtig bladzijden -- = octanta paginas in octavo
een -- uitgave = un edition in octavo


octet ZN

1 octetto


october ZN

1 octobre


octodecimo ZN

1 (boekformaat) octodecimo (L)


octogonaal BN

1 octagone, octagonal, octangule, octangular
--e piramide = pyramide octagonal


octopus ZN

1 octopodo


octosyllabisch BN

1 octosyllabe, octosyllabic


octrooi ZN

1 patente, breveto (de invention)
-- aanvragen = demandar le patente (de)
een -- geven/uitreiken aan = conceder un patente/breveto, patentar, brevetar


octrooiaanvraag ZN

1 demanda de patente/de breveto (de invention)


octrooibescherming ZN

1 protection de patente/de breveto


octrooibewijs ZN

1 breveto de invention


octrooibezorger ZN

1 Zie: octrooigemachtigde


octrooibrief ZN

1 patente, breveto (de invention)


octrooibureau ZN

1 agentia/officio de patentes/de brevetos (de invention)


octrooieerbaar BN

1 brevetabile


octrooieren WW

1 patentar, brevetar


octrooigemachtigde ZN

1 agente de patente/de breveto (de invention)


octrooihouder ZN

1 proprietario/titular de un patente/de un breveto (de invention)


octrooiraad ZN

1 consilio de patentes/de brevetos (de invention)


octrooirechten ZN MV

1 derectos de patente/de breveto (de invention)


octrooiregister ZN

1 registro de patentes/de brevetos (de invention)


octrooireglement ZN

1 regulamento de patentes/de brevetos (de invention)


octrooistelsel ZN

1 systema de patentes/de brevetos (de invention)


octrooiverlening ZN

1 concession de un breveto/patente


octrooiwet ZN

1 lege del patentes/del brevetos (de invention)


oculair ZN

1 ocular
periplanatisch -- = ocular periplanatic


oculair BN

1 ocular
--e inspectie = inspection ocular


oculairglas ZN

1 ocular


oculairlens ZN

1 (als oculair dienende lens) lente ocular
2 (lens die deel uitmaakt van een oculair) lente de ocular


oculatie ZN

1 graffo


oculeermes ZN

1 cultello a/de graffar


oculeren WW

1 graffar


oculering ZN

1 graffo


oculist ZN

1 oculista, ophthalmologo, ophthalmologista


oculogram ZN

1 oculogramma


oculus ZN

1 (BOUWK) oculo de bove


ocytocine ZN

1 ocytocina


odalisk(e) ZN

1 odalisca


ode ZN

1 ode
Pindarische -- = ode pindaric
kleine -- = odeletta
een -- aan iemand brengen = dedicar un ode a un persona


odendichter ZN

1 autor de odes


odeon ZN

1 odeon


odeur ZN

1 (geur, reuk) odor
2 (reukwater) aqua de odor, aqua de colonia


odeurfabricage ZN

1 fabrication de aquas de odor


odeurfabriek ZN

1 fabrica de aquas de odor


odeurflesje ZN

1 flacon de aqua de odor


odeurspuitje ZN

1 vaporisator de odor


odeurzwam ZN

1 lepiota odorate


odieus BN

1 odiose, execrabile, abominabile


odium ZN

1 odio


odometer ZN

1 hodometro


odontalgie ZN

1 odontalgia


odontine ZN

1 dentina


odontoblast ZN

1 odontoblasto


odontogenese ZN

1 odontogenese (-esis)


odontologie ZN

1 odontologia


odontologisch BN

1 odontologic


odontoloog ZN

1 odontologo, odontologista


odontometer ZN

1 odontometro


odontometrie ZN

1 odontometria


odontometrisch BN

1 odontometric


odorant ZN

1 (substantia) odorante, additivo aromatic, aroma


Odyssee ZN EIGN

1 Odyssea


odyssee ZN

1 (tocht) odyssea


Odysseus ZN EIGN

1 Odysseus {isseus}, Ulysses


oecumene ZN

1 ecumene, ecumenismo


oecumenisch BN

1 ecumenic
-- concilie = concilio ecumenic
--e beweging = movimento ecumenic, ecumenismo
--e dienst = servicio ecumenic
-- karakter van een concilie = ecumenicitate de un concilio


oedeem ZN

1 edema


oedeemsyndroom ZN

1 syndroma edematic


oedipaal BN

1 edipal, edipic


Oedipus ZN

1 Edipo


Oedipuscomplex ZN

1 complexo de Edipo


oef! TW

1 uf!, puf!


oefenboek ZN

1 libro de exercitios


oefenbom ZN

1 bomba de exercitio/exercitation


oefenen WW

1 (trainen) exercer, exercitar, practicar
zijn geheugen -- = exercer/exercitar su memoria
enkele technieken -- = practicar certe technicas
de geest -- = exercitar le mente
geduld -- = exercitar patientia
zich in het zwemmen -- = facer exercitios de natation
op de piano -- = practicar le piano
je moet meer -- = tu debe practicar plus
2 (van zich doen uitgaan) exercer
invloed -- = exercer influentia
macht -- = exercer poter
3 (betrachten) (de)monstrar
geduld -- = demonstrar patientia
wraak -- = vengiar se, vindicar se


oefengranaat ZN

1 granata de exercitio/exercitation


oefening ZN

1 (training) exercitio, exercitation, practica
lichamelijke -- = exercitio corporal/physic
gymnastische -- = exercitio gymnastic
militaire -- = exercitio militar
--en ter verbetering van de uitspraak = exercitios corrective de pronunciation
--en voor de buikspieren = exercitios abdominal
atletische --en = exercitios athletic
acrobatische -- = exercitio acrobatic
-- baart kunst = le exercitio/practica face le maestro
-- van de geest = exercitation del mente
2 (opgave) exercitio
--en in het pianospelen = exercitios de piano
3 (PROT) reunion religiose/biblic


oefeningstherapie ZN

1 gymnastica medical


oefenkamp ZN

1 campo de instruction/exercitation/de trainamento


oefenmateriaal ZN

1 material de exercitio/exercitation/trainamento


oefenmeester ZN

1 trainator, trainer (E), monitor


oefenmunitie ZN

1 munition de exercitio/exercitation


oefenpatroon ZN

1 cartucha {sj} de exercitio/exercitation


oefenperk ZN

1 arena


oefenplaats ZN

1 terreno de exercitio/exercitation/trainamento, campo de instruction/trainamento


oefenschema ZN

1 schema/plano de exercitio/exercitation/trainamento


oefenschool ZN

1 schola (de trainamento)
dit bedrijf is een goede -- voor mij geweest = iste interprisa ha essite un bon schola pro me


oefenspel ZN

1 joco de exercitio/exercitation


oefenstof ZN

1 exercitios


oefenterrein ZN

1 terreno de exercitio/exercitation/trainamento, campo de instruction/trainamento, (voor renpaarden) carriera
militair -- = zona/terreno de manovras militar


oefentherapie ZN

1 physiotherapia a base de exercitios, gymnastica medical


oefentijd ZN

1 tempore/periodo de exercitio/de exercitation/de instruction/de trainamento


oefentoestel ZN

1 avion de exercitio/exercitation/instruction/trainamento


oefenvlucht ZN

1 volo de exercitio/exercitation/instruction/trainamento


oefenwedstrijd ZN

1 match (E) de exercitio/exercitation/trainamento


Oeganda ZN EIGN

1 Uganda


Oegandees BN

1 ugandese


Oegandees ZN

1 ugandese


Oegrisch BN

1 ugrian
--e talen = linguas ugrian


oeh! TW

1 uf!


oehoe ZN

1 bubo


oehoe! TW

1 he!


oei! TW

1 ay!


oekaze ZN

1 ukaz (R)


Oekraïens ZN

1 (taal) ukrainiano


Oekraïens BN

1 ukrainian
--e Republiek = Republica ukrainian


Oekraïne ZN EIGN

1 Ukraina
van de/uit de -- = ukrainian


Oekraïner ZN

1 ukrainiano


oelama ZN

1 ulema


oelewapper ZN

1 homine (simple/simplice)


oen ZN

1 homine simple/simplice


oenig BN

1 stupide, cretin


oenologie ZN

1 enologia


oenoloog ZN

1 enologo, enologista


oepas(boom) ZN

1 upas


oer ZN

1 terra ferruginose, limonite


Oeraals BN

1 uralian
--e talen = linguas uralian


oerachtig BN

1 ferruginose


Oeral ZN EIGN

1 (gebergte, rivier) Ural
van de -- = uralian


Oeral-Altaïsch BN

1 uralaltaic


oeralistiek ZN

1 uralistica


oerbank ZN

1 banco de limonite


oerbeeld ZN

1 archetypo


oerbeginsel ZN

1 principio original


oerbegrip ZN

1 notion/concepto original


oerbetekenis ZN

1 senso original


oerbevolking ZN

1 population autochthone


oerbewoner ZN

1 prime habitante, autochthono


oerbewustzijn ZN

1 conscientia original


oerbos ZN

1 foreste/bosco/silva virgine


oerbron ZN

1 fonte original/originari


oerconservatief BN

1 ultraconservative, ultraconservatori


oerdegelijk BN

1 extrememente solide, archisolide, supersolide, de grande robustessa
--e constructie = construction supersolide


oerdieren ZN MV

1 protozoa (L)


Oerdoe ZN

1 urdu


oerdom BN

1 completemente imbecille, multo stupide


oerdrift ZN

1 impulso/impulsion primari/primitive


oerexplosie ZN

1 Zie: oerknal


oergesteente ZN

1 rocca ignee


oergevoel ZN

1 sentimento primari


oergezellig BN

1 multo placente


oergezond BN

1 san como un pisce, multo san


oergrond ZN

1 (grond die oer bevat) terra ferruginose/de limonite
2 (diepste reden) ration prime/primordial, principio de base


oerinstinct ZN

1 instincto primari/primitive


oerkerk ZN

1 Ecclesia primitive


oerknal ZN

1 big bang (E)


oerkomisch BN

1 multo/extremente comic, comicissime


oerkreet ZN

1 crito primari


oerlaag ZN

1 (laag die oer bevat) strato/banco ferruginose/de limonite
2 (oorspronkelijke laag) strato original


oermens ZN

1 homine primitive/prehistoric


oermond ZN

1 (BIOL) blastoporo


oeros ZN

1 aurochs, uro


oeroud BN

1 immemorial, immemorabile, multo remote, multo ancian, antiquissime
-- gebruik = usage immemorial
in --e tijden = in tempores immemorial/immemorabile/multo remote


oerprincipe ZN

1 principio prime/fundamental/basic


oersaai BN

1 soporifere, extrememente enoiose, enoiosissime


oerschreeuw ZN

1 crito primari


oerstaat ZN

1 Zie: oertoestand


oersted ZN

1 oersted


oersteen ZN

1 petra prehistoric


oersterk BN

1 (van personen) extrememente forte, forte como un tauro, fortissime
2 (van voorwerpen) archisolide, indestructibile


oerstof ZN

1 materia primari/fundamental


oerstom BN

1 incredibilemente stupide


oertaal ZN

1 protolingua
2 lingua primitive/matre


oertekst ZN

1 texto primitive/original/de base


oertijd ZN

1 origine del tempores, tempores prehistoric, prehistoria
iemand uit de -- = homine prehistoric


oertoestand ZN

1 stato primitive


oertype ZN

1 forma primitive, prototypo, archetypo


oervervelend BN

1 multo enoiose/tediose/fastidiose, fastidiosissime, insupportabile, (saai) soporifere


oervolk ZN

1 populo primitive


oervorm ZN

1 forma primitive/primari, prototypo, archetypo


oerwoord ZN

1 etymo


oerwoud ZN

1 foreste/silva/bosco virgine, jungla
(FIG) een -- van voorschriften = un jungla de prescriptiones


oerwoudbewoner ZN

1 habitante del jungla


OESO

1 (Afk.: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) OCDE (= Organisation de Cooperation e de Disveloppamento Economic)


oester ZN

1 ostrea
eetbare --s = ostreas edibile
--s kweken = elevar ostreas
--e kwekend = ostreicola
zo gesloten als een -- = clause como un ostrea


oesterachtig BN

1 ostreacee


oesterbaard ZN

1 branchia, barba de ostrea


oesterbank ZN

1 banco de ostreas, ostreiera


oesterbed ZN

1 Zie: oesterbank


oesterbedrijf ZN

1 industria ostreicola


oesterbroed ZN

1 juvene ostras


oestercocktail ZN

1 cocktail (E) de ostreas


oestercultuur ZN

1 ostreicultura


oester- en mosselteelt ZN

1 conchylicultura


oestergerecht ZN

1 platto de ostreas


oesterhandel ZN

1 commercio de ostreas


oesterkor ZN

1 Zie: oesternet


oesterkorf ZN

1 Zie: oestermand


oesterkweker ZN

1 ostreicultor


oesterkwekerij ZN

1 ostreiera


oesterman ZN

1 venditor de ostreas, ostrero


oestermand ZN

1 corbe de ostreas


oestermes(je) ZN

1 cultello a ostreas, aperiostreas


oesternet ZN

1 draga de ostreas


oesterparel ZN

1 perla genuin/de ostrea


oesterpark ZN

1 parco ostreicola/de/a ostreas


oesterpastij ZN

1 pastata de ostreas


oesterplaat ZN

1 Zie: oesterbank


oesterput ZN

1 ostreiera


oesterputhouder ZN

1 ostreicultor


oesterrestaurant ZN

1 restaurante/restaurant (F) de ostreas


oesterschaal ZN

1 Zie: oesterschelp


oesterschelp ZN

1 concha/scalia de ostrea


oesterschotel ZN

1 platto de/pro ostreas


oesterteelt ZN

1 ostreicultura


oesterteler ZN

1 ostreicultor


oestervaatje ZN

1 barril pro ostreas


oestervanger ZN

1 piscator de ostreas


oestervangst ZN

1 pisca de ostreas


oestervergiftiging ZN

1 intoxication causate per ostreas


oesterverkoopster ZN

1 venditora/venditrice de ostreas, ostrera


oesterverkoper ZN

1 venditor de ostreas, ostrero


oestervisser ZN

1 piscator de ostreas


oestervisserij ZN

1 pisca de ostreas


oestervormig BN

1 ostreiforme


oestervrouw ZN

1 Zie: oesterverkoopster


oesterzaad ZN

1 juvene ostreas, ostreas neonate


oestrisch BN

1 ovarian
--e cyclus = cyclo ovarian


oestrisch BN

1 estral


oestrogeen BN

1 estrogene


oestrogeen ZN

1 estrogeno


oestron ZN

1 estron, folliculina


oestrus ZN

1 (mbt zoogdieren) estro


oeuvre ZN

1 obra
het -- van Vestdijk = le obra de Vestdijk


oever ZN

1 (van rivier/meer) ripa, bordo, (van de zee) bordo, costa
aan de --s van de Rijn = al ripas del Rheno, a ambe lateres del Rheno
buiten de --s treden = disbordar
op de -- groeiend/levend = ripicole


oeverafkalving ZN

1 dispeciamento del ripa(s)


oeverafschuiving ZN

1 collapso del ripa(s)


oeverand ZN

1 litoral


oeverbed ZN

1 lecto


oeverbegroeiing ZN

1 vegetation ripicole


oeverbekleding ZN

1 revestimento del ripa(s)


oeverbescherming ZN

1 protection del ripa(s)


oeverbestrating ZN

1 Zie: oeverbekleding


oeverbewoner ZN

1 habitante del ripa(s)


oeverbies ZN

1 scirpo maritime


oeverdijk ZN

1 dica del ripa(s)


oevererosie ZN

1 erosion del ripa(s)


oeverglooiing ZN

1 declivitate del ripa(s)


oevergrond ZN

1 litoral


oeverkruid ZN

1 littorella uniflor


oeverlicht ZN

1 fanal


oeverloos BN

1 sin ripa(s)
--e zee = mar sin ripas
2 (FIG) interminabile, illimitate, sin fin, infinite
--e gesprekken = conversationes interminabile


oeverloosheid ZN

1 (FIG) character interminabile/illimitate/infinite


oeverondermijning ZN

1 erosion del ripa(s)


oeverplant ZN

1 planta fluviatile/ripari/litoral/aquatic


oeverriet ZN

1 junco aquatic


oeverstaat ZN

1 (aan rivier/meer) stato ripari, (aan zee) stato costal/litoral
--en van de Oostzee = statos costal del Baltico


oeverstad ZN

1 urbe del litoral


oeverval ZN

1 Zie: oeverafschuiving


oevervegetatie ZN

1 vegetation litoral/ripari


oeververbinding ZN

1 connexion inter le ripas
vaste -- = connexion permanente inter le ripas


oeververdediging ZN

1 protection del ripas
2 (MIL) defensa del litoral, fortification del ripas


oeververdedigingswerken ZN MV

1 travalios de protection de ripas


oevervogel ZN

1 ave ripari


oevervoorziening ZN

1 Zie: oeververdediging-1


oeverzegge ZN

1 carex/carice ripari


oeverzoom ZN

1 litoral


oeverzwaluw ZN

1 hirundine/clivicola ripari


of VW

1 (nevenschikkend) o
of ... of ... = o ... o ...
-- het een -- het ander = un cosa o le altere
nooit dronk -- rookte hij = nunquam ille non bibeva ni fumava
de een -- andere idioot = al(i)cun idiota
min -- meer = plus o minus
om een uur -- tien = a circa dece horas
er waren weinig -- geen zieken = il non habeva multe malados
2 (onderschikkend) si, que
ik weet niet -- mijn vriend komt = io non sape si mi amico veni
het is net -- het regent = il me pare que il pluve
3 (alsof) como si
hij doet -- er niets gebeurd is = ille face como si il non ha occurrite nihil
4
er is geen land -- hij is er geweest = il non ha un pais que ille non ha visitate
er gebeurt niets -- hij weet ervan = il non occurre nihil sin que ille lo sape
er is geen mens -- hij moet sterven = tote homine debe morir


of(te)wel VW

1 (tegenstellend) o (ben)
2 (verklarend) o, alteremente dicite
de cobra -- brilslang = le cobra o serpente a berillos


off-day ZN

1 mal die/jorno


offenderen WW

1 offender


offensief ZN

1 offensiva
vijandelijk -- = offensiva inimic
tot het -- overgaan = initiar le/prender le/passar al offensiva


offensief BN

1 offensive
-- verbond = alliantia/liga offensive
-- optreden = initiar le/prender le/passar al offensiva


offer ZN

1 sacrificio, offerenda
een -- brengen aan = facer un sacrificio a, sacrificar a
een -- brengen aan Bacchus = biber multo
(R.K.) toereikend -- = sacrificio satisfactori
de overwinning heeft zware --s gekost = le victoria ha costate grande sacrificios
2 (slachtoffer) victima
ten -- vallen aan = cader victima de
3 (gift) donation
4 (R.K.) oblation
-- van brood en wijn = oblation del pan e del vino


offeraar ZN

1 sacrificator, immolator


offeraltaar ZN

1 altar sacrificial/del sacrificios


offerande ZN

1 sacrificio, immolation, offerenda
2 (R.K.) (deel van de mis) offertorio


offerbeeld ZN

1 Zie: votiefbeeld


offerbeest ZN

1 Zie: offerdier


offerbeker ZN

1 cuppa sacrate


offerbereidheid ZN

1 spirito de sacrificio


offerbijl ZN

1 hacha {sj} a sacrificio


offerbloed ZN

1 sanguine del victimas


offerblok ZN

1 Zie: offerbus


offerbrood ZN

1 pan de oblation


offerbus ZN

1 cassetta de eleemosynas


offerdaad ZN

1 sacrificio


offerdier ZN

1 animal sacrificial, victima


offerdood ZN

1 morte sacrificial, sacrificio, immolation
de -- sterven = morir sacrificate


offerdrank ZN

1 vino consecrate


offeren WW

1 (als offer brengen) sacrificar, facer un sacrificio, immolar
een slachtoffer -- = immolar un victima
(FIG) aan Bacchus -- = biber multo
2 (schenken) sacrificar, offerer, donar, facer un offerenda
geld en goed aan het vaderland -- = dar/sacrificar toto pro le patria
3 (betalen) pagar
4 (wijden aan) sacrificar (a)


offerfeest ZN

1 festa sacrificial, sacrificio solemne


offergave ZN

1 offerenda, oblation


offergebed ZN

1 offertorio


offergezindheid ZN

1 spirito de sacrificio


offergift ZN

1 Zie: offergave


offerhout ZN

1 cruce


offering ZN

1 sacrificio, immolation, (R.K.) oblation


offerkaars ZN

1 candela votive/de ecclesia


offerkelk ZN

1 calice


offerlam ZN

1 (lam) agno offerite in sacrificio
2 (FIG) (Christus) Ango mystic/divin/de Deo, (bij joden) agno pascal


offermaal(tijd) ZN

1 (het maal van de eucharistie) repasto del eucharistia
2 (maaltijd na offerfeest) repasto sacrificial/post le sacrificio


offermes ZN

1 cultello a/de sacrificio/del sacrificator


offerplechtigheid ZN

1 ceremonia sacrificial/del sacrificio


offerpriester ZN

1 sacrificator


offerprocessie ZN

1 procession sacrificial


offerrite ZN

1 rito sacrificial


offerschaal ZN

1 platto pro le offerendas


offersteen ZN

1 petra sacrificial/del sacrificios


offerstier ZN

1 tauro sacrificial


offertafel ZN

1 Zie: offeraltaar


offerte ZN

1 offerta
bemonsterde -- = offerta con monstras, offerta accompaniate de monstra(s)
een -- maken/doen = facer/presentar un offerta


offertorium ZN

1 offertorio


offervaardig BN

1 qui ha le spirito de sacrificio, preste a facer sacrificios, plen de abnegation


offervaardigheid ZN

1 spirito de sacrificio/abnegation


offervat ZN

1 vaso sacrate


offervee ZN

1 bestial sacrate


offervlam ZN

1 flamma del sacrificio


offervuur ZN

1 foco del sacrificio


offerwijn ZN

1 vino consecrate/benedicte/de oblation


offerzang ZN

1 offertorio


offerziener ZN

1 Zie: haruspex


offerzilver ZN

1 argenteria sacrate


office ZN

1 (in hotel/restaurant) dispensa


official ZN

1 official, functionario


officialiseren WW

1 officialisar
het -- = officialisation


officialisering ZN

1 officialisation


officiant ZN

1 officiante, officiator


officie ZN

1 officio, ministerio
het Heilig Officie = le Sancte Officio


officieel BN

1 (echt, wettig) official
-- blad = jornal official
--e berichten = notitias official
--e notering = quotation official
-- maken = officialisar
iets -- mededelen = annunciar un cosa officialmente
het -- maken, -- bekrachtigen = officialisation
-- aangewezen kandidaat = candidato officialmente designate
--e bekrachtiging = officialisation
-- weten wij niets = nos non sape officialmente nihil
2 (formeel) official, formal
-- bezoek = visita official


officier ZN

1 officiero
subalterne/lagere -- = officiero subalterne
bevelvoerend -- = officier cargate del commandamento
-- van het Legioen van Eer = officiero del Legion de Honor
-- van gezondheid = medico militar
-- van justitie = procurator del stato/del republica


officiëren WW

1 officiar, celebrar le missa


officierenkorps ZN

1 corpore/corps (F) de officieros


officiersaanstelling ZN

1 nomination de officiero


officiersdegen ZN

1 spada de officiero


officierskantine ZN

1 cantina de officieros, mess (E) (del officieros)


officierskleding ZN

1 Zie: officiersuniform


officierskorps ZN

1 Zie: officierenkorps


officiersmess ZN

1 Zie: officierskantine


officiersrang ZN

1 grado de officiero


officierssabel ZN

1 sabla de officiero


officierstafel ZN

1 tabula del officieros


officierstenue ZN

1 Zie: officiersuniform


officierstraktement ZN

1 salario de officiero


officiersuniform ZN

1 uniforme de officiero


officiersvrouw ZN

1 femina/sposa de officiero


officiersweduwe ZN

1 vidua de un officiero


officier-tandarts ZN

1 dentista militar


officieus BN

1 officiose, semi-official, non-official
-- bericht = nova/notitia officiose
-- wereldrecord = record (E) mundial officiose/non-official


officina ZN

1 officina


officinaal BN

1 officinal


officinalia ZN MV

1 productos/medicamentos pharmaceutic/officinal


officineel BN

1 Zie: officinaal


off-line ZN

1 (COMP) off-line (E), autonome


offreren WW

1 offerer, presentar
iemand een sigaar -- = offerer un cigarro a un persona


offset ZN

1 offset (E)


offsetdruk

1 impression offset (E), flexographia


offsetdrukker ZN

1 imprimitor offset (E)


offsetdrukkerij ZN

1 imprimeria offset (E)


offsetpapier ZN

1 papiro offset (E)


offsetpers ZN

1 pressa offset (E)


offsetprocédé ZN

1 offset (E)


offshore BN

1 offshore (E), in mar aperte
-- olieboring = prospection petrolifere offshore


offshorebedrijf ZN

1 interprisa offshore (E)


offside ZN

1 offside (E)


ofiet ZN

1 ophite, serpentino


ofiologie ZN

1 ophiologia, ophiographia


ofiologisch BN

1 ophiologic


ofioloog ZN

1 ophiologo, ophiologista, ophiographo


ofrys ZN

1 ophrys


ofschoon VW

1 ben que


oftalmie ZN

1 ophthalmia


oftalmisch BN

1 ophthalmic


oftalmologie ZN

1 ophthalmologia, oculistica


oftalmologisch BN

1 ophthalmologic, oculistic


oftalmoloog ZN

1 ophthalmologo, ophthalmologista, oculista


oftalmometer ZN

1 ophthalmometro


oftalmometrie ZN

1 ophthalmetria


oftalmometrisch BN

1 ophthalmometric


oftalmoplegie ZN

1 ophthalmoplegia


oftalmoscoop ZN

1 ophthalmoscopio
onderzoek met de -- = ophthalmoscopia


oftalmoscopie ZN

1 ophthalmoscopia


oftalmoscopisch BN

1 ophthalmoscopic


oftalmotomie ZN

1 ophthalmotomia


ofte VW

1
nooit -- nimmer = (nunquam) jammais
(met andere woorden) -- wel = o ben


ogam ZN

1 og(h)am


ogaminscriptie ZN

1 inscription de og(h)am


ogen WW

1 (goed staan) facer un impression favorabile
opa oogt nog goed = le granpatre pare ancora juvene
2 (lijken (op)) resimilar (a)
zij oogt naar haar moeder = illa resimila a su matre
3 (aandachtig kijken naar) reguardar attentivemente, mirar, ocular


ogenblik ZN

1 momento, instante
het psychologisch juiste -- = le momento psychologic
iemands laatste --ken = le ultime momentos de un persona
beslissend -- = momento decisive/crucial
helder -- = momento/instante de luciditate
ondeelbaar -- = momento indivisibile
verloren --ken = momentos perdite
in een onbewaakt -- = in un momento de inattention
in een -- = in un aperir e clauder de oculos
vanaf dit -- = desde iste momento
het geschikte -- = le momento opportun
zonder een -- te verliezen = sin perder un instante
op het laatste -- = in extremis (L)
ieder -- = (a) omne/cata instante/momento
op dit -- = a/in iste momento, ora, nunc, actualmente, al presente
juist op het ogenblik dat = justo quando
een -- daarna = un momento plus tarde
iets zeggen op het juiste -- = dicer un cosa a proposito
hij kan elk -- komen = ille pote arrivar/venir in/a qualcunque momento/de un momento al altere


ogenblik! TW

1 un momento!, un instante!


ogenblikkelijk BN

1 (onmiddellijk plaatshebbend) immediate, prompte
2 (op dit moment aanwezig) immediate
er was geen -- gevaar = il non habeva un periculo immediate/imminente
3 (zeer kort van duur) instante, instantanee, momentanee
een --ke indruk = un impression instantanee


ogenblikkelijkheid ZN

1 (korte duur) instantaneitate


ogendienaar ZN

1 adulator, flattator


ogendienst ZN

1 adulation, flatteria, obsequiositate, docilitate


ogendokter ZN

1 oculista


ogenpaar ZN

1 par de oculos, ambe oculos


ogenpotlood ZN

1 stilo pro le oculos/supercilios


ogenschijnlijk BN

1 apparente
de --e relatie tussen deze kwesties = le relation/connexion apparente inter iste problemas
-- heeft hij niet de bedoeling gehad = isto non esseva apparentemente su intention


ogenschijnlijkheid ZN

1 apparentia


ogenschouw ZN

1
iets in -- nemen = (overwegen) considerar un cosa, prender un cosa in consideration, examinar un cosa, (bezichtigen) contemplar un cosa, visitar un cosa, (inspecteren) inspectar un cosa, facer le inspection de un cosa


ogentaal ZN

1 linguage del oculos


ogentroost ZN

1 (PLANTK) euphrasia


ogenzwart ZN

1 mascara


ogief ZN

1 arco ogival, ogiva


ogiefboog ZN

1 Zie: ogief


ogiefvorm ZN

1 forma ogival


ogiefvormig BN

1 ogival


oginoïsme ZN

1 oginoismo


ogivaal BN

1 ogival
--e stijl = stilo ogival


oh! TW

1 oh!


Ohm ZN EIGN

1 Ohm
wet van -- = lege de Ohm


ohm ZN

1 ohm


ohmmeter ZN

1 ohmmetro


ohms BN

1 ohmic
--e weerstand = resistentia ohmic
--e brugschakeling = ponte ohmic
--e verhitting = calefaction ohmic
--e verliezen = perditas omic


o.i.

1 (Afk.: onzes inziens) in nostre opinion


o.i.d.

1 (Afk.: of iets dergelijks) o alco similar


O.K.! TW

1 O.K.! (E), ben!, de accordo!


okapi ZN

1 okapi


oké TW

1 Zie: O.K.


oker ZN

1 ochre, ocre
rode -- = rubrica


okergeel BN

1 jalne ochre/ocre


okerkleur ZN

1 color de ochre/ocre


okerkleurig BN

1 de color de ochre/ocre


okido TW

1 de accordo


okkernoot ZN

1 (boom) nuciero
2 (noot) nuce


okkernootfamilie ZN

1 juglandaceas


okkernoteboom ZN

1 nuciero


oksel ZN

1 (ook PLANTK) axilla
de -- betreffend = axillar
de --s ontharen = depilar le axillas


okselader ZN

1 vena axillar


okselbeharing ZN

1 Zie: okselhaar


okselblad ZN

1 folio axillar


okselbloem ZN

1 flor axillar


okselhaar ZN

1 (één haar) pilo axillar/del axilla
2 (alle haren samen) pilos axillar/del axillas


okselholte ZN

1 cavo de axilla, cavitate axillar


okselknol ZN

1 tuberculo axillar


okselknop ZN

1 button axillar


okselreuk ZN

1 odor axillar


okselstandig BN

1 (PLANTK) axillar


okselzweet ZN

1 sudor axillar/de axilla


okshoofd ZN

1 (vat) barrica


oktet ZN

1 octetto


oktober ZN

1 octobre


oktoberdag ZN

1 die de octobre


oktoberkoude ZN

1 frigido de octobre


oktobermaand ZN

1 mense de octobre


oktoberrevolutie ZN

1 revolution de octobre


oktoberzon ZN

1 sol de octobre


O.L.

1 (Afk.: Oosterlengte) L.E. (= Longitude Est)


oldtimer ZN

1 auto(mobile) antique


oleaat ZN

1 oleato


oleander ZN

1 oleandro, lauriero rosa


oleanderblad ZN

1 folio de oleandro


oleanderbloem ZN

1 flor de oleandro


oleanderheester ZN

1 arbusto de oleandro


oleanderknop ZN

1 button de oleandro


oleaster ZN

1 oleastro


olefine ZN

1 olefina


oleïne ZN

1 oleina


oleïnezuur ZN

1 acido oleic


oleoduct ZN

1 oleoducto, pipeline (E)


oleografie ZN

1 oleographia


oleografisch BN

1 oleographic
--e reproductie = reproduction oleographic


oleometer ZN

1 oleometro


oleopneumatisch BN

1 oleopneumatic


oleum ZN

1 oleum


olfactie ZN

1 olfaction


olfactometer ZN

1 olfactometro


olfactometrie ZN

1 olfactometria


olfactorisch BN

1 olfactori, olfactive


olie ZN

1 oleo, (aardolie OOK) petroleo
ruwe -- = oleo brute/crude
vette -- = oleo grasse
minerale -- = oleo mineral
plantaardige -- = oleo vegetal/vegetabile
etherische --en = oleos essential
drogende --en = oleos siccative
niet-vluchtige --en = oleos fixe
afgewerkte -- = oleo usate
de -- verversen = cambiar le oleo
vat -- = barril de oleo
blik -- = bidon/latta de oleo
-- uitvoerend land = pais exportator de petroleo
Organisatie van Olie-exporterende Landen, OPEC = Organisation del Paises Exportator de Petroleo, OPEP
dit is -- op het vuur gooien = isto es jectar oleo in/super le foco


olieaandeel ZN

1 action petroler/de oleo/de petroleo


olieachtig BN

1 oleose, oleaginose
2 (vettig) unctuose


olieachtigheid ZN

1 oleositate, oleaginositate


oliebad ZN

1 banio de oleo


oliebak ZN

1 recipiente de/pro oleo


oliebaron ZN

1 Zie: oliemagnaat


olieblik ZN

1 bidon/latta a oleo


olieboer ZN

1 venditor de productos petrolifere, mercante de oleo, petrolero


oliebol ZN

1 oliebol (N)


oliebollenkraam ZN

1 stand (E)/barraca de "oliebollen" (N)


olieboring ZN

1 forage de petroleo, prospection petrolifere/del petroleo


olieboycot ZN

1 boycott/boycottage del petroleo


oliebrand ZN

1 incendio de oleo/petroleo


oliebrander ZN

1 becco a oleo/petroleo


oliebron ZN

1 puteo petrolifere/de petroleo


oliebuis ZN

1 tubo/conducto de oleo


oliebunker ZN

1 Zie: oliereservoir


oliecarter ZN

1 carter (E) de oleo


olieconcern ZN

1 grande compania/societate petroler/petrolifere/de petroleo


olieconferentie ZN

1 conferentia petroler


oliecrisis ZN

1 crise/crisis petroler/del petroleo


oliedoek ZN

1 tela cerate/oleate


oliedollar ZN

1 petrodollar


oliedom BN

1 multo imbecille, multo stupide


oliedruk ZN

1 (druk in machine) pression de oleo
2 (kopieerprocédé) oleographia


oliedrukmeter ZN

1 indicator del pression de oleo, manometro de oleo


oliedrukrem ZN

1 freno a pression de oleo


oliedrukschakelaar ZN

1 interruptor de oleo


oliedrum ZN

1 barril a/de oleo/petroleo


oliedruppel ZN

1 gutta de oleo


olie-embargo ZN

1 embargo (S) de petroleo


olie- en azijnstelletje ZN

1 servicio de oleo e vinagre/aceto


olie-exporterend BN

1 exportator de petroleo
Organisatie van --e Landen = Organisation de Paises Exportator de Petroleo, OPEP


oliefabriek ZN

1 oleria, fabrica de oleo


oliefabrikant ZN

1 fabricante de oleo


oliefilm ZN

1 film (E)/pellicula lubrificante/de oleo


oliefilter ZN

1 filtro a/de oleo


oliefles ZN

1 bottilia a/de oleo


olieflesje ZN

1 (REL) ampulla


oliegas ZN

1 gas de oleo


oliegat ZN

1 (waarlangs gesmeerd wordt) foramine de ingrassage


oliehaard ZN

1 estufa a oleo


oliehandel ZN

1 commercio de oleo(s)


oliehandelaar ZN

1 venditor de oleo, petrolero


oliehaven ZN

1 porto petroler/de oleo/de petroleo


oliehoudend BN

1 oleaginose, oleifere
--e plant = planta oleaginose/oleifere
--e zaden = granas oleaginose
2 (petroleumhoudend) petrolifere
--e aardlagen = jacimentos petrolifere


oliehouder ZN

1 Zie: oliereservoir


olie-immersie ZN

1 (opvulling met olie) immersion del objectivo
2 (objectief) objectivo a immersion


olie-industrie ZN

1 industria petroler/de petroleo


oliekachel ZN

1 estufa a oleo/a petroleo


oliekan ZN

1 bidon a oleo


oliekelder ZN

1 cellario al oleo


oliekever ZN

1 meloe


oliekraan ZN

1 valvula de oleo


olielamp ZN

1 lampa a/de oleo


olieland ZN

1 pais productor de petroleo


olieleiding ZN

1 oleoducto, pipeline (E)


oliemaatschappij ZN

1 compania/societate petroler/petrolifere/de petroleo


oliemagnaat ZN

1 magnate del petroleo


olieman ZN

1 Zie: olieboer


oliemarkt ZN

1 mercato petroler/de petroleo(s)/de oleo(s)


oliemeter ZN

1 oleometro


oliemolen ZN

1 molino a/de oleo, oleria


oliën WW

1 olear, lubricar, lubrificar
het -- = oleage, lubrification, lubrication
geolied papier = papiro oleate
een goed geolied bedrijf = un interprisa ben oleate


olienoot ZN

1 arachide, cacahuete


olieoverslag ZN

1 transbordo de oleo


olieoverslagbedrijf ZN

1 interprisa de transbordo de oleo


oliepalm ZN

1 palma a/de oleo


oliepeil ZN

1 nivello de oleo


oliepijpleiding ZN

1 oleoducto, pipeline (E)


olieplant ZN

1 planta oleaginose/oleifere


oliepomp ZN

1 pumpa a/de oleo


olieproducent ZN

1 productor de petroleo/de oleo


olieproducerend BN

1 productor de petroleo
-- land = pais productor de petroleo


olieprodukt ZN

1 producto petroler/de oleo/petroleo


olieput ZN

1 puteo petrolifere/de petroleo


olieraffinaderij ZN

1 raffineria de petroleo, petroleria


oliereserves ZN MV

1 reservas de petroleo


oliereservoir ZN

1 tank (E)/reservoir (F)/deposito de/pro petroleo/de/pro oleo


olieretourleiding ZN

1 tubo de retorno de oleo


oliereuk ZN

1 odor de oleo


olieschakelaar ZN

1 interruptor de oleo


oliescherm ZN

1 para-oleo


Oliesel ZN EIGN

1
Laatste/Heilig -- = Extreme Unction


oliesjeik ZN

1 sheik/emir del petroleo


olieslager ZN

1 fabricante de oleo


olieslagerij ZN

1 fabrica de oleo, oleria


oliesmaak ZN

1 gusto oleose/oleaginose


oliesmering ZN

1 lubrication, lubrification


oliespuit ZN

1 oleator
2 (TECHN) injector de oleo


oliespuiter ZN

1 puteo eruptive


oliestaat ZN

1 pais productor de petroleo


oliestand ZN

1 nivello de oleo


oliestank ZN

1 mal odor de oleo


oliesteen ZN

1 petra oleate a/pro affilar


oliestook ZN

1 combustion de oleo


oliestookinrichting ZN

1 calefaction central per (combustion de) oleo


olietank ZN

1 Zie: oliereservoir


olietanker ZN

1 petrolero, tanker (E) de oleo/petroleo


olietankwagen ZN

1 truck (E) pro oleo/petroleo


olieterminal ZN

1 terminal del oleoducto


olietransformator ZN

1 transformator a oleo


olievat ZN

1 tonnello/barril a/de/pro oleo/petroleo


olieveld ZN

1 (terrein) jacimento/campo petrolifere/de petroleo
de opbrengst van een -- = le rendimento de un jacimento de petroleo
2 (olievlek op zee) massa flottante de petroleo


olieverbruik ZN

1 consumo/consumption de oleo/de petroleo


olieverf ZN

1 color a oleo
schilderen met -- = pinger al oleo


olieverfportret ZN

1 portrait (F) al oleo


olieverfschilderij ZN

1 pictura al oleo


olieverzamelaar ZN

1 collector de oleo


olievet ZN

1 oleina


olievetstof ZN

1 oleato


olievetzuur ZN

1 acido oleic


olievlek ZN

1 (olieveld op zee) massa flottante de petroleo
2 (FIG) macula de oleo


olievoorraden ZN MV

1 reservas de oleo/petroleo


olievrucht ZN

1 fructo oleaginose


olieweger ZN

1 oleometro


oliewinning ZN

1 extraction de oleo/petroleo


oliezaad ZN

1 grana oleaginose


oliezoet ZN

1 glycerina


oliezuiveringsinstallatie ZN

1 purificator del oleo


oliezuur ZN

1 acido oleic


oliezuurzout ZN

1 oleato


olifant ZN

1 elephante
van een mug een -- maken = facer de un musca un elephante, facer un montania de un grano de sablo/arena, exaggerar multo
als een -- in de porseleinkast = como un elephante in un negotio de porcellana, caute como un elephante


olifantachtig BN

1 elephantin


olifantengeheugen ZN

1 memoria elephantin/de elephante


olifantenjacht ZN

1 chassa {sj} de elephantes


olifantenjager ZN

1 chassator {sj} de elephantes


olifantenkop ZN

1 testa/capite de elephante


olifantenoppasser ZN

1 cornac


olifantsgras ZN

1 danthonia elephantin


olifantshuid ZN

1 pelle de elephante


olifantsleider ZN

1 Zie: kornak


olifantsluis ZN

1 pediculo de elephante, acaro elephantin


olifantsnek ZN

1 nuca de elephante


olifantsoor ZN

1 aure de elephante


olifantspoot ZN

1 pata de elephante


olifantsrug ZN

1 dorso de elephante


olifantssnuit ZN

1 trompa de elephante


olifantstand ZN

1 dente de elephante


olifantstromp ZN

1 Zie: olifantssnuit


olifantsziekte ZN

1 elephantiasis


oligarch ZN

1 oligarcha


oligarchie ZN

1 oligarchia


oligarchisch BN

1 oligarchic
-- regeringsstelsel = regime oligarchic
--e structuur = structura oligarchic


oligoceen BN

1 oligocen
--e flora en fauna = flora e fauna oligocen


oligoceen ZN

1 oligoceno


oligochaeta ZN MV

1 oligochetos


oligochronisch BN

1 oligochronic


oligochronometer ZN

1 oligochronometro


oligocratie ZN

1 oligocratia


oligodynamisch BN

1 oligodynamic


oligofreen BN

1 oligophrenic


oligofrenie ZN

1 oligophrenia


oligoklaas ZN

1 oligoclase


oligopeptide ZN

1 oligopeptido


oligopolie ZN

1 oligopolio


oligopolist ZN

1 oligopolista


oligopolistisch BN

1 oligopolistic


oligopsonie ZN

1 oligopsonio


oligotroof BN

1 oligotrophic


oligurie ZN

1 oliguria


olijf ZN

1 (vrucht) oliva, (boom) olivo
zwarte -- = oliva nigre
wilde -- = oleastro


olijfachtig BN

1 oleacee, (olijfkleurig) olivacee


olijfachtigen ZN MV

1 oleaceas


olijfbad ZN

1 folio de olivo


Olijfberg ZN EIGN

1 Monte del Olivos


olijfberg ZN

1 monte plantate de olivos


olijfblad ZN

1 folio de olivo


olijfboom ZN

1 olivo
wilde -- = oleastro


olijfbos ZN

1 oliveto


olijffamilie ZN

1 oleaceas


olijfgaard ZN

1 oliveto


olijfgroen BN

1 verde oliva, olivacee, olivastre
--e kleur = oliva


Olijfhof ZN

1 Jardin del Olivos


olijfhout ZN

1 (ligno de) olivo


olijfhouten BN

1 in ligno de olivo


olijfkleur ZN

1 color de oliva


olijfkleurig BN

1 olivacee, olivastre


olijfkrans ZN

1 corona de folios de olivo


olijfkroon ZN

1 Zie: olijfkrans


olijfolie ZN

1 oleo de oliva


olijfpers ZN

1 pressa a/de/pro olivas


olijfschelpslak ZN

1 oliva


olijftak ZN

1 branca de olivo


olijftwijg ZN

1 ramo de olivo


olijfvorm ZN

1 forma de oliva


olijfvormig BN

1 in forma de oliva, olivari


olijfwilg ZN

1 eleagno


olijk BN

1 comic, drolle, jocose, jocular, burlesc, buffonesc, facete, facetiose


olijvenbos ZN

1 oliveto


olijvenhout ZN

1 Zie: olijfhout


olijvenkweker ZN

1 olivicultor, oleicultor


olijvenoogst ZN

1 recolta de olivas


olijvenpers ZN

1 Zie: olijfpers


olijvenplantage ZN

1 oliveto


olijventeelt ZN

1 olivicultura, oleicultura


olijventijd ZN

1 saison (F) del olivas


olijventuin ZN

1 oliveto


olim BW

1 olim


olivair BN

1 olivari


olivien ZN

1 olivina, peridot


olivijn ZN

1 Zie: olivien


olla podrida ZN

1 olla podrida (S)


olm ZN

1 (PLANTK) ulmo
2 (DIERK) proteo (anguiforme)


olmachtig BN

1 ulmacee


olmblad ZN

1 folio de ulmo


olmbomen BN

1 in ligno de ulmo


olmboom ZN

1 Zie: olm-1


olmbos ZN

1 bosco de ulmos, ulmeto


olmenbos ZN

1 Zie: olmbos


olmenfamilie ZN

1 ulmaceas


olmenhout ZN

1 (ligno de) ulmo


olmenloof ZN

1 folios/foliage de ulmo


olmenplantsoen ZN

1 plantation de ulmos, ulmeto


olografisch BN

1 Zie: holografisch


o.l.v.

1 (Afk.: onder leiding van) sub le direction de


O.L.V.

1 (Afk.: Onze Lieve Vrouwe) Nostre Seniora


Olympia ZN EIGN

1 (plaats in Griekenland) Olympia
van/uit -- = olympie
2 (persoonsnaam) Olympia


olympiade ZN

1 (GR GESCH) (tijdvak van vier jaren tussen twee opeenvolgende Olympische Spelen) olympiade
2 (GR GESCH) (naam van het feest van de Olympische Zeus) olympiade
3 (SPORT) olympiade


olympiër ZN

1 habitante del Olympo


olympisch BN

1 (van de Olympus, van Olympia) olympie, olympic
--e goden = deos olympie
--e rust = calma olympie
2 (overeenkomstig de reglementen van de Olympische Spelen) olympic
Olympische Spelen = Jocos Olympic
Olympische Winterspelen = Jocos Olympic de Hiberno
Olympisch Comité = Committee (E) Olympic
-- stadion = stadio olympic
-- record = record (E) olympic
-- jaar = anno olympic
--e medaille = medalia olympic
--e vlam/vuur = flamma olympic
--e kampioen = campion olympic


Olympus ZN EIGN

1 (GEOGR, OUDH) Olympo
de goden van de -- = le deos olympie
2 (alle Griekse goden tezamen) Olympo


om VZ

1 (rondom) circa, circum
-- elkaar = le un circa le altere
hij loopt -- de stoel = ille contorna le sedia
een baan -- de aarde beschrijven = describer un orbita circa/circum le terra
een papier -- een pakje doen = imballar un pacchetto
-- de tafel gaan zitten = seder se circa/circum le tabula
2 (omstreeks) verso
-- Kerstmis = verso Natal
-- een uur of tien = verso dece horas
3 (te) a
-- één uur = a un hora
-- middernacht = a medienocte
ik zie je vanavond -- acht uur = io te videra iste vespere/vespera a octo horas
4 (wegens) a causa de
-- de regen = a causa del pluvia
5 (met de bedoeling) pro, con le intention de, a fin de
ik doe het -- U te helpen = io lo face pro adjutar vos
ik kom -- te eten = io veni pro mangiar
en dat is niet -- U te prijzen = e isto non es pro laudar vos
6
-- het leven komen = perir, morir
iemand -- het leven brengen = occider un persona
beurt -- beurt = cata uno a su torno
-- de andere dag = cata duo dies
-- geld spelen = jocar pro le moneta
het ging -- zijn leven = il se ageva de su vita


om BN

1 (langer)
de weg is -- = le via/cammino es plus longe/face un deviation
dat is een kwartier -- = isto es un deviation de un quarto de hora
2 (verstreken)
uw verlof is -- = vostre congedo ha expirate/terminate
het uur is -- = le hora ha terminate
3 (van mening veranderd)
de vergadering is -- = le reunion ha adoptate un altere opinion, le reunion ha cambiate de opinion
4 (van richting veranderd)
de wind is -- = le vento ha tornate, le vento ha cambiate de direction
5
'm -- hebben = esser ebrie/inebriate


om BW

1
doe je mantel -- = mitte tu mantello super tu spatulas
wij kwamen de hoek -- = nos tornava le angulo, nos veniva circum le angulo
hij had een das -- = ille portava un cravata
waar gaat het --? = de que se age/se tracta?
dat gaat buiten hem -- = isto non le tocca/concerne, ille non sape nihil (de illo)
-- en -- = alternativemente
-- en -- leggen = alternar


o.m. ZN

1 (Afk.: onder meer) (personen) inter alteres, inter altere personas, (zaken) inter altere cosas


oma ZN

1 granmamma, granmatre


omagra ZN

1 omagra


omalgie ZN

1 omalgia


Oman ZN EIGN

1 Oman


Omaniet ZN

1 habitante de Oman, omanita


Omanitisch BN

1 omanita, de Oman


omarmen WW

1 prender in su bracios, imbraciar
iemand plechtig -- = dar le accollada a un persona
2 (FIG) (met graagte accepteren) acceptar con bracios aperte/con enthusiasmo


omarming ZN

1 imbraciamento
2 (bij plechtigheid) accollada


ombazuinen WW

1 Zie: uitbazuinen


omber ZN

1 (MIN) umbra
2 (omberkleur) umbra
3 (kaartspel) (h)ombre


omberaar ZN

1 jocator de (h)ombre


omberaarde ZN

1 terra de umbra


omberbruin BN

1 brun de umbra


omberen BN

1 jocar al (h)ombre


omberkleur ZN

1 (color de) umbra


omberkleurig BN

1 (del color) de umbra


omberpartij ZN

1 partita de (h)ombre


omberspel ZN

1 (joco de) (h)ombre


omberspeler ZN

1 jocator de (h)ombre


ombertafel ZN

1 tabula de (h)ombre


ombervis ZN

1 umbrina


ombeuken WW

1 facer cader per forte colpos


ombiliek ZN

1 (WISK) puncto umbilical, umbilico


ombinden WW

1 nodar, ligar, (omgorden) cinger
een riem -- = nodar un cinctura
een das -- = nodar un cravata
iemand een touw -- = ligar un persona con un corda


ombladeren WW

1 foliar, foliettar, tornar le folios


omblazen BN

1 reverter per un sufflo, facer cader per un sufflo


omblikken WW

1 Zie: omzien-1


omboeken WW

1 (naar andere rekening) transferer


omboeking ZN

1 (naar andere rekening) transferentia


omboenen WW

1 nettar


omboorden WW

1 bordar, orlar, galonar


omboordsel ZN

1 bordura, orlo, galon


ombouw ZN

1 reconstruction


ombouwen WW

1 transformar (in), modificar, reconstruer, converter (in)
een vrachtauto -- tot kampeerwagen = transformar un camion in autocaravana


ombrengen WW

1 (vermoorden) occider, assassinar
2 (rondbrengen) distribuer
3 (mbt tijd) passar


ombrenger ZN

1 distributor
de -- van de krant = le distributor del jornal


ombrenging ZN

1 distribution
-- van de krant = distribution del jornal


ombrograaf ZN

1 ombrographo


ombrometer ZN

1 pluviometro, udometro


ombudsbureau ZN

1 bureau (F)/officio de un ombudsman/mediator


ombudsman ZN

1 ombudsman, mediator


ombuigen WW

1 (verbuigen) torquer, plicar, flecter, curvar, incurvar, recurvar, circumflecter
een ijzeren staaf -- = torquer un barra de ferro
ijzerdraad -- = torquer/plicar filo de ferro
2 (koers wijzigen) reorganisar, restructurar, cambiar le direction de
3 (EUF) economisar


ombuiging ZN

1 (het ombuigen) flexion, inflexion, incurvation, incurvatura, torquimento, circumflexion, reclination
2 (beleidswijziging) reorganisation, restructuration, cambio de direction
3 (EUF) economisation


ombuigingsoperatie ZN

1 (EUF) operation de economisation


omcirkelen WW

1 marcar con un circulo, incircular
het -- = incirculamento
het goede antwoord -- = incircular le bon responsa
de politie heeft het gebouw omcirkeld = le policia ha incirculate le edificio


omcirkeling ZN

1 incirculamento


omdammen WW

1 Zie: omdijken


omdat VW

1 proque, porque, perque, pois que, quia


omdelen WW

1 distribuer


omdeler ZN

1 distributor


omdeling ZN

1 distribution


omdijken WW

1 cinger/circumferer con un dica, construer un dica circa/circum


omdijking ZN

1 (het omdijken) construction de un dica de cinctura
2 (ringdijk) dica de cinctura


omdoen WW

1 mitter, poner
zijn (veiligheids)gordel -- = attachar {sj} su cinctura (de securitate)
een das -- = poner se/mitter se un cravata
hij deed haar een halsketting om = illa la mitteva un collar circum le collo
de baby een schone luier -- = poner un panno/fascia munde al bebe/baby (E)


omdolen WW

1 vagar, errar, vagabundar
-- in het bos = vagar in le foreste


omdonderen WW

1 (omgooien) reverter (violentemente)
een blokkentoren -- = reverter un turre de cubos


omdopen WW

1 rebaptisar, baptisar de novo, (een andere naam geven OOK) dar un altere nomine
een straat -- = rebaptisar un strata


omdraai ZN

1 (van wiel, etc.) torno, rotation, revolution
2 (van de weg) volta, virage


omdraaien WW

1 (van richting/stand doen veranderen) tornar, girar, volver
de sleutel -- = tornar/girar le clave
de sleutel twee keer -- = dar duo tornos de clave
de bladzijde -- = tornar/volver le pagina
een knop -- = tornar un button
zijn hoofd -- = tornar/volver le testa/capite
2 torquer
iemands arm -- = torquer le bracio de un persona
een kip de nek -- = torquer le collo a un gallina
iemand de nek -- = torquer le collo a un persona
3 (verwisselen) inverter, interverter
de rollen -- = inverter le rolos/le partes
de volgorde -- = inverter le ordine
4 (een draai maken om) tornar
de auto draait de hoek om = le auto(mobile) torna circa/circum le angulo
de aarde draait om de zon = le terra torna circa/circum le sol
5 (om zijn as draaien) tornar, pivotar, rotar
op zijn hakken -- = pivotar super su talones
6 (teruggaan) retornar


omdraaiing ZN

1 movimento circular/giratori/rotatori, torno, revolution, rotation


omdracht ZN

1 procession


omdragen WW

1 portar, portar in procession


omdribbelen WW

1 marchar {sj} a parve passos circum


omdrogen WW

1 siccar, essugar


omdrukken WW

1 Zie: omduwen


omduikelen WW

1 (omvallen) cader (a terra)


omduwen WW

1 reverter, facer cader


omdwalen WW

1 (rondzwerven) vagar, errar, vagabundar
2 (mbt gedachten, etc.) lassar vagar/errar (su pensatas/pensamentos)


omega ZN

1 (griekse letter) omega
(BIJBEL) de Alfa en de Omega = le alpha e le omega, le comenciamento e le fin


omeggen WW

1 hirpicar


omegging ZN

1 hirpicatura


omelet ZN

1 omelette (F)


omen ZN

1 omen (L), augurio, presagio, prodromo
een goed -- = un bon omen/augurio/presagio
een slecht/kwaad -- = un mal omen/augurio/presagio
ik zie het als een goed -- = isto me pare de bon augurio


omfietsen WW

1 facer un deviation a bicycletta


omfladderen WW

1 volettar circum


omflikkeren WW

1 (omwerpen) reverter, facer cader
2 (vallen) cader


omfloerst BN

1 velate (de crepe (F))
-- gelaat = visage velate de crepe
een door tranen --e blik = un reguardo velate de lacrimas
-- zonlicht = luce/lumine solar velate


omgaan WW

1 (rondgaan) tornar (circa/circum), (een omweg maken) facer un deviation
de hoek -- = tornar circa/circum le angulo
de bocht -- = prender le curva
dat is buiten mij omgegaan = io non sapeva nihil de illo
buiten de stad -- = contornar le urbe
2 (verstrijken) passar
het uur gaat langzaam om = le hora passa lentemente
3 (gebeuren) evenir
het gaat buiten hem om = on non le ha consultate
4 (omgang hebben) frequentar, commerciar
5 (met gereedschap, etc.) manear, usar
het -- = maneamento
met machines -- = manear machinas
met een wapen -- = manear un arma
hij kan goed met de computer -- = ille sape usar ben le computator/computer (E)
het is niet gemakkelijk met deze computer om te gaan = il non es facile manear iste computator/computer (E)
met grote geldbedragen -- = manear grande summas de moneta
goed met de pen kunnen -- = manear le penna habilemente
6 (omvallen) cader, reverter se
7 (van mening veranderen) cambiar de opinion


omgaand BN

1
-- antwoord = responsa immediate
per --e antwoorden = responder per retorno del currero


omgang ZN

1 (het omgaan met mensen) commercio, frequentation, contacto
sexuele -- = relationes/commercio sexual
-- hebben met iemand = commerciar/frequentar un persona, haber commercio/relationes con un persona
de -- met iemand afbreken = rumper le relation con un persona
vertrouwelijke -- = familiaritate
prettig in de -- = conversabile, sociabile
plezierigheid in de -- = sociabilitate
2 (R.K.) (processie) procession
plechtige -- = procession solemne
3 (trans, omloop van toren) galeria
4 (van wiel/rad om as) torno, revolution, movimento circular
5 (rondgang, ronde) ronda


omgangskruis ZN

1 cruce processional


omgangskunde ZN

1 scientia del relationes human


omgangsrecht ZN

1 derecto de visita


omgangsregeling ZN

1 regulamento del derecto de visita


omgangstaal ZN

1 lingua/linguage currente/commun/usual/quotidian/colloquial/parlate


omgangstoon ZN

1 tono del conversation


omgangsvormen ZN MV

1 formas, manieras, etiquetta {kè}
verfijnde -- = manieras raffinate
de -- in acht nemen = observar/respectar le etiquetta


omgebogen BN

1 recurvate


omgekeerd BN

1 invertite, inverse, reverse, contrari, opposite
in --e volgorde = in ordine inverse/reverse
in --e richting = in le senso inverse/reverse/opposite
--e osmose = osmose (-osis) inverse
in het --e geval = in le caso contrari
-- evenredig = inversemente proportionate/proportional
het is precies -- = isto es toto le contrario
(WISK) --e breuk = fraction invertite


omgekeerd BW

1 inversemente, reversemente, vice versa (L)


omgekeerde ZN

1 inverso, reverso, opposito, contrario
het -- van democratisch = le contrario de democratic


omgekocht BN

1 corrupte


omgekruld BN

1 curvate, recurvate, (van haar) buclate
--e lippen = labios prominente
2 (PLANTK) revolute


omgelegen BN

1 vicin, circumvicin, proxime, circumjacente
de -- dorpen = le villages vicin


omgerold BN

1 (PLANTK) Zie: omgekruld-2


omgeschreven BN

1 circumscribite
-- cirkel = circulo circumscribite
-- driehoek = triangulo circumscribite
-- veelhoek = polygono circumscribite


omgespen WW

1 cinger, cincturar, buclar, affibular
een riem -- = buclar/poner un cinctura/cincturon
een zwaard -- = cinger un spada


omgeven WW

1 (er omheen plaatsen) cinger, circumferer, (omhullen) involver


omgeven WW

1 distribuer, repartir, dar
de speelkaarten -- = distribuer/dar/repartir le cartas


omgeving ZN

1 (van personen) (medio) ambiente, milieu (F)
van de -- = ambiental
2 (directe omtrek) vicinitate
de -- van Bilthoven = le vicinitate de Bilthoven


omgevingscondities ZN MV

1 Zie: omgevingsvoorwaarden


omgevingslawaai ZN

1 ruito ambiente/ambiental


omgevingsomstandigheden ZN MV

1 Zie: omgevingsvoorwaarden


omgevingstemperatuur ZN

1 temperatura ambiente/ambiental/de ambiente


omgevingsvoorwaarden ZN MV

1 conditiones ambiente/ambiental/de ambiente


omgieten WW

1 refunder, funder de novo


omgluren WW

1 jectar un colpo de vista/oculo secrete detra se


omgooien WW

1 (omverwerpen) reverter, transverter, facer cader
een blokkentoren -- = reverter un turre de cubos
2 (kantelen) bascular
3 (vlug aandoen van kleding)
een stola -- = jectar un stola super le spatulas
4 (veranderen) cambiar (radicalmente)
de plannen -- = cambiar le planos
de volgorde -- = cambiar/inverter le ordine
het roer -- = cambiar le direction del timon
ze hebben het programma omgegooid = illes ha cambiate totalmente le programma


omgorden WW

1 cinger, succinger, cincturar


omgraven WW

1 foder, cavar


omgrenzen WW

1 limitar, delimitar, circumscriber, circumferer


omgrenzing ZN

1 limitation, delimitation, circumscription


omhaal ZN

1 prolixitate, ceremonia
-- van woorden = circumlocution, redundantia
veel -- van woorden = circumlocution, ambages
met veel -- van woorden = circumlocutori
met veel -- van woorden spreken = circumloquer
zonder -- = sin ambages, sin ceremonias
-- vermijden = evitar formalitates
2 (krul van letter) bucla, linea


omhakken WW

1 abatter, taliar
bomen -- = abatter arbores


omhalen WW

1 abatter, demolir
een boom -- = abatter un arbore
een muur -- = demolir un muro


omhangen WW

1 revestir, inveloppar
iemand een medaille -- = mitter un medalia al collo de un persona
zich -- met = revestir se de, inveloppar se in
iemand met luister -- = glorificar un persona


omhangen WW

1 coperir, inveloppar
iemand een cape -- = inveloppar un persona in un cappa
iemand een medaille -- = mitter un medalia circum le collo de un persona


omhebben WW

1 (dragen) portar
2
(dronken zijn) 'm -- = esser ebrie/inebriate


omheen BW

1 circa
de tafel waar de gasten -- zaten = le tabula circa le qual esseva sedite le invitatos
(FIG) ergens -- draaien = parlar circa un cosa
(FIG) ergens niet -- kunnen = (niet kunnen vermijden) non poter evitar un cosa, (moeten toegeven) deber admitter un cosa
ergens met een grote boog -- lopen = eluder un cosa
dat zie ik om mij heen gebeuren = io lo vide tote le dies
we kunnen er niet --, we moeten hem uitnodigen = nos non pote facer alteremente, nos debe invitar le
het is je moeder, daar kun je niet -- = illa es tu madre, nos non pote negar lo


omheinen WW

1 circumferer de un clausura, clausurar, includer, palissadar
het -- = inclusion, inclusura
--e ruimte/stuk grond = clauso, clausura, inclusura


omheining ZN

1 (het omheinen) construction de un clausura
2 clausura, inclusura, palissada


omhelpen WW

1 adjutar a mitter/poner


omhelzen WW

1 prender in su bracios, imbraciar, mitter le bracios circa/circum
2 (FIG) (aannemen) imbraciar, adoptar
een inzicht -- = adoptar un puncto de vista
een leer -- = imbraciar un doctrina
de deugd -- = practicar le virtute


omhelzing ZN

1 imbraciamento
2 (bij verheffing tot ridder) accollada
3 (bij plechtigheid) accollada
iemand -- = dar le accollada a un persona


omhoog BW

1 in alto, in le aere
naar -- = verso le alto
-- doen = altiar
de handen -- doen = altiar le manos
handen --! = manos in alto!
-- gooien = jectar in le aere
-- gaan = ascender, montar
de barometer gaat -- = le barometro monta
de kraag -- doen = relevar le collo
met iets -- zitten = esser in problemas, haber difficultates, trovar se in difficultate


omhoogbeuren WW

1 Zie: opbeuren-1


omhoogdrijven WW

1 (opwaarts drijven) facer montar
de prijzen -- = facer montar le precios
2 (opstijgen) montar, fluer verso le superficie


omhoogduwen WW

1 pulsar verso le alto


omhooggaan WW

1 montar, ascender, levar se
steil/loodrecht -- = levar se perpendicularmente
de barometer gaat omhoog = le barometro monta
de prijzen gaan omhoog = le precios monta/augmenta
de weg gaat omhoog = le cammino monta


omhooggooien WW

1 jectar in le aere


omhooghalen WW

1 levar, elevar


omhoogheffen WW

1 levar, elevar


omhooghouden WW

1 tener levate/in alto


omhoogkomen WW

1 levar se, montar
de melk komt omhoog = le lacte monta
de zieke kan niet meer -- = le malado jam non pote levar se


omhooglopen WW

1 montar


omhoogschieten WW

1 (snel groeien) crescer rapidemente
2 (snel naar boven gaan) levar se velocemente, ir in alto rapidemente
3 (schot lossen) tirar in le aere


omhoogschuiven WW

1 pulsar verso le alto, levar


omhoogslaan WW

1 colpar in alto/in le aere
2 (naar boven richten) levar
de handen -- = levar le manos


omhoogsteken WW

1 levar
hij stak de beide armen omhoog = ille levava le bracios in le aere


omhoogstreven WW

1 tender verso le alto(r)


omhoogtillen WW

1 levar, sublevar


omhoogtrekken WW

1 tirar/traher verso le alto, hissar


omhoogvallen WW

1 facer un carriera un poco/pauco troppo veloce


omhoogvliegen WW

1 volar in alto/in le aere


omhoogvoeren WW

1 ducer/menar in alto
dat pad voert omhoog = iste sentiero mena al summitate


omhoogwerken WW

1
(LETT) zich -- = hissar se
(FIG) hij heeft zich op eigen kracht omhooggewerkt = ille ha ascendite per su proprie medios/meritos


omhoogwerpen WW

1 Zie: omhooggooien


omhoogzitten WW

1 (moeilijkheden hebben) haber difficultates, esser in difficultates
met iets -- = non haber un solution pro un cosa


omhouwen WW

1 abatter
een boom -- = abatter un arbore


omhullen WW

1 (aan alle kanten bedekken) inveloppar, coperir, revestir, inrobar, involver
2 (aan het zicht onttrekken) celar, velar


omhulsel ZN

1 inveloppe, copertura, revestimento, vaina
het lichaam is het stoffelijk -- van de ziel = le corpore es le inveloppe del anima
2 (PLANTK) (omwindsel) involucro
3 (schil, bast) pelle


omicron ZN

1 (Griekse letter) omicron


omineus BN

1 ominose


omissie ZN

1 (verzuim) omission
2 (weglating) omission


omissiedelict ZN

1 delicto/crimine de omission


omitteren BN

1 (verzuimen) omitter
2 (weglaten) omitter


omkaden BN

1 circumferer per un dica


omkaderen WW

1 Zie: omlijsten


omkantelen WW

1 (omvallen) reverter se
2 (omkiepen) reverter, bascular, facer cader


omkappen WW

1 abatter
bomen -- = abatter arbores


omkeer ZN

1 Zie: ommekeer


omkeerbaar BN

1 reversibile, invertibile
--e volgorde = ordine invertibile
(SCHEI) --e reactie = reaction reversibile
niet -- = irreversibile
2 (mbt stelling) convertibile
die stelling is niet -- = iste proposition non es convertibile/es inconvertibile
niet -- = inconvertibile


omkeerbaarheid ZN

1 invertibilitate, reversibilitate
-- van factoren = invertibilitate de factores
-- van een chemische reactie = reversibilitate de un reaction chimic
2 (mbt stelling) convertibilitate
-- van een stelling = convertibilitate de un proposition


omkeerfilm ZN

1 pellicula/film (E) reversibile/invertibile


omkeerkoppeling ZN

1 accopulamento reversibile


omkeerontwikkelaar ZN

1 (FOTO) disveloppator/revelator de inversion


omkeerontwikkeling ZN

1 (FOTO) inversion


omkeeroptiek ZN

1 optica de inversion


omkeerpendel ZN

1 pendulo reversibile


omkeerprisma ZN

1 prisma de inversion


omkeerprocedé ZN

1 (FOTO) inversion


omkeerproces ZN

1 processo reversibile


omkeerschakelaar ZN

1 inversor, invertitor


omkegelen WW

1 reverter, facer cader


omkeren BN

1 (omdraaien) tornar, volver
een tafel -- = volver un tabula
het hoofd -- = volver/tornar le testa/capite
(FIG) een dubbeltje driemaal -- = esser multo economic
2 (verwisselen) inverter, interverter, reverter
de woordvolgorde in een zin -- = inverter le ordine del parolas de un phrase
(MUZ) een akkoord -- = inverter/reverter un accordo
de rollen -- = inverter le rolos/partes
3 (mbt situaties) cambiar
de situatie -- = cambiar le situation
4 (van mening veranderen) cambiar de opinion
5 (keren) retornar


omkering ZN

1 inversion, interversion
-- van de bewijslast = inversion del carga del proba/prova
(MUZ) -- van een akkoord = inversion de un accordo
(WISK) -- van de functie = function inverse, inversion
2 (FIL) (mbt stelling) conversion
3 (ELEKTR) commutation


omkiepen WW

1 bascular, reverter


omkieperen WW

1 Zie: omkiepen


omkieping ZN

1 basculation


omkijken WW

1 (omzien) tornar/volver le testa/capite, retornar se, reguardar/mirar detra se
2 (aandacht besteden) occupar se (de), interessar se (pro), prestar/facer attention (a)
niet naar iemand -- = ignorar un persona
ze hebben er maandenlang niet naar omgekeken = durante menses illes non ha prestate attention a illo
ik heb er geen -- naar = io non besonia occupar me de illo
3 (zoeken) cercar
naar een huis -- = cercar un casa


omkippen WW

1 Zie: omkiepen


omklappen WW

1 (omhoog klappen) sublevar, aperir
een deksel -- = sublevar un coperculo
2 (omlaag klappen) tornar/volver retro
3 (tuimelen) cader, reverter


omkleden WW

1 (bedekken, bekleden) revestir, (re)coperir
met redenen -- = motivar/appoiar con rationes


omkleden WW

1 cambiar (le vestimentos), mitter altere vestimentos


omkleding ZN

1 revestimento


omkleedsel ZN

1 inveloppe, revestimento, vaina


omklemmen WW

1 (con)stringer, serrar
iemand met zijn armen -- = premer/pressar/serrar un persona in/inter su bracios


omklemming ZN

1 constriction


omklinken WW

1 rivetar
een nagel -- = rivetar un clavo


omklinking ZN

1 rivetage


omknellen WW

1 constringer, serrar strictemente


omknelling ZN

1 constriction


omknikkeren WW

1 (omgooien) reverter, facer cader


omknopen WW

1 nodar, attachar {sj}, fixar


omkomen WW

1 (sterven) perder le vita, morir, perir, succumber
bij een ongeluk/ongeval -- = perir/esser occidite/trovar le morte in un accidente
in de vlammen -- = perir in/inter le flammas
2 (langzaam sterven) crepar
van honger/dorst -- = crepar/morir de fame/de sete
3 (om iets heen komen) venir circa/circum (un cosa)
4 (verstrijken) passar


omkoop ZN

1 corruption


omkoopbaar BN

1 corruptibile, subornabile, corrupte, venal
--e ambtenaar = functionario corruptibile/subornabile


omkoopbaarheid ZN

1 venalitate, corruptibilitate


omkoopgeld ZN

1 moneta de corruption


omkoopprijs ZN

1 precio de corruption


omkoopschandaal ZN

1 scandalo de corruption/subornation


omkopen WW

1 corrumper
een ambtenaar -- = corrumper un functionario
een rechter -- = corrumper un judice
2 (JUR) subornar
een getuige -- = subornar un teste


omkoper ZN

1 corruptor
2 (JUR) subornator
-- van een getuige = corruptor de un teste


omkoperij ZN

1 corruption
2 (JUR) subornation


omkoping ZN

1 corruption
-- bij de verkiezingen = corruption electoral
poging tot -- = tentativa de corruption
-- van een ambtenaar = corruption de un functionario
-- van een rechter = corruption de un judice
2 (JUR) subornation
-- van een getuige = subornation de un teste


omkorsten WW

1 incrustar, coperir con un crusta


omkorsting ZN

1 incrustation


omkransen WW

1 coronar, guirlandar {gi}, inguirlandar {gi}


omkransing ZN

1 coronamento


omkreits ZN

1 circulo


omkristalliseren WW

1 recrystallisar


omkristallisering ZN

1 recrystallisation


omkruipen WW

1
de uren kruipen om = le horas passa (multo) lentemente


omkrullen WW

1 (zich ombuigen) recurvar se
2 (ombuigen) recurvar


omkuieren WW

1 (een wandelingetje maken) promenar se, facer un parve promenada
2 (via een omweg wandelen) facer un deviation


omkukelen WW

1 (omgooien) reverter, facer cader
2 (omvallen) cader, reverter se


omkwakken WW

1 reverter violentemente


omlaag BW

1 in basso, a basso
met het hoofd -- = con le testa/capite in basso
gaat deze lift --? = esque iste ascensor va a basso/descende?
de prijzen gaan -- = le precios bassa
iemands reputatie -- halen = denigrar le reputation de un persona
het raampje -- draaien = aperir/(a)bassar le fenestretta


omlaagdrukken WW

1 premer/pressar a basso, abassar
2 deprimer


omlaagdrukking ZN

1 abassamento


omlaaggaan WW

1 descender, bassar


omlaaghalen WW

1 bassar, (neerschieten) abassar
een vliegtuig -- = abatter un avion
2 (FIG) degradar
zichzelf -- = degradar se


omlaaghouden WW

1 tener in basso


omladen WW

1 (overladen) transbordar
2 (anders laden) cargar alteremente


omlading ZN

1 (het overladen) transbordo


omleggen WW

1 (omleiden) deviar, (mbt stroom) derivar
een weg -- = deviar un cammino
een rivier -- = derivar un fluvio
2 (om iets heen leggen) mitter/poner/fixar circa/circum (un cosa)
een ander wiel/andere band -- = cambiar le rota (de un auto(mobile))
een verband -- = mitter/poner/applicar un bandage
3 (andersom leggen) cambiar de latere
4 (doden) occider, fusillar


omlegging ZN

1 (weg) deviation, (stroom) derivation
tijdelijke -- = deviation provisori/provisional/temporari


omleiden WW

1 deviar, (stroom) derivar
het verkeer -- = deviar le circulation/le traffico
een rivier -- = derivar un fluvio


omleiding ZN

1 (strata de) deviation, (van stroom) derivation


omleidingsdam ZN

1 barrage de derivation


omleidingsdijk ZN

1 dica de derivation


omleidingskanaal ZN

1 canal de derivation


omleidingsroute ZN

1 via/cammino/strata de deviation, by-pass (E)


omleidingssloot ZN

1 fossato de derivation


omleidingssluis ZN

1 esclusa de derivation


omleidingsstuw ZN

1 barrage de derivation


omleidingstunnel ZN

1 tunnel (E) by-pass (E)


omliggen WW

1 (neerliggen) esser revertite
2 (anders gaan liggen) cambiar de placia/de position


omliggend BN

1 circumvicin, vicin, proxime, limitrophe, circumjacente
--e dorpen = villages vicin/limitrophe


omlijnd BN

1 (met een lijn omgeven) con contorno clar
2 (gepreciseerd) precise, definite, determinate
een scherp -- voorstel = un proposition ben determinate
duidelijk --e ideeën = ideas clar e precise


omlijnen WW

1 (met een lijn omgeven) traciar un linea circa/circum, delinear, contornar
ik heb de tekst omlijnd = io ha traciate un linea/quadro circa/circum le texto
een scherp omlijnd voorstel = un proposition ben delineate
2 (verduidelijken) precisar, definir, determinar


omlijning ZN

1 (omtrek) delineation, contorno
2 (precisering) precision


omlijsten WW

1 inquadrar
het -- = inquadramento


omlijsting ZN

1 (lijst, kader) quadro
muzikale -- = fundo musical
met muzikale -- van het trio Intermusica = con accompaniamento musical per le trio Intermusica
2 (het omlijsten) inquadramento


omloop ZN

1 (circulatie) circulation, movimento circular
in -- zijn = esser in circulation, circular
niet meer in -- zijn = esser foris de circulation
in -- brengen = facer circular, poner/mitter in circulation, emitter
een tijdschrift in -- brengen = diffunder un revista
-- van papiergeld = circulation fiduciari
-- van het bloed = circulation del sanguine
geld in -- brengen = emitter moneta
geld buiten -- stellen = retirar moneta del circulation, dismonetisar
over deze zaak zijn verschillende lezingen in -- = il circula differente versiones de iste cosa
2 (het omwentelen) torno, (om eigen as) rotation, (volgens een baan) revolution
-- van een wiel = torno de un rota
de -- van de aarde om de zon = le revolution del terra circum/circa le sol
3 (trans) galeria
4 (wielerwedstrijd) cursa cyclista


omloopbaan ZN

1 orbita


omloopcentrum ZN

1 centro/puncto de rotation


omloopdijk ZN

1 dica de cinctura


omloopkanaal ZN

1 canal de derivation


omloopklep ZN

1 bypass (E)


omloopleiding ZN

1 (TECHN) by-pass (E)


omloopmotor ZN

1 (LUCHTV) turbofan


omloopsnelheid ZN

1 (EC) velocitate de circulation
2 (wentelsnelheid) velocitate de rotation
3 (ASTRON) velocitate orbital/de revolution


omlooptijd ZN

1 (ASTRON) (periodo de) revolution
siderische -- = revolution sideral
synodische -- = revolution/tempore synodic


omloopventiel ZN

1 bypass (E)


omlopen WW

1 (om iets heen lopen) ir circa/circum (un cosa)
2 (rondlopen) facer un parve promenada
3 (via een omweg lopen) facer un deviation
4 (circuleren) circular
5 (omverlopen) reverter (currente)


omlopend BN

1 circulante
-- kapitaal = capital circulante


omlummelen WW

1 Zie: rondlummelen


ommantelen WW

1 cinger de fortificationes


ommanteling ZN

1 (le) cinger de fortificationes
2 cinctura de fortificationes


ommegaand

1 Zie: omgaand


ommegaande ZN

1
per -- = per retorno del currero/del posta


ommegang ZN

1 procession (religiose)


ommekant ZN

1 Zie: keerzijde


ommekeer ZN

1 cambio complete, revolution
een plotselinge -- in zijn houding = un cambio subite de su attitude
een totale -- te weeg brengen in het leven van de mensen = revolutionar le vita del homines
de dood van haar man bracht een -- in haar leven = le morte de su spo(n)so ha cambiate completemente su vita
de -- in de wedstrijd = le cambio in le match (E)


ommekomst ZN

1 (verstrijking) expiration


ommestaand BN

1 que se trova al verso


ommetje ZN

1 parve promenada
even een -- maken = exercitar le gambas


ommezien ZN

1
in een -- = in un momento, in duo parolas, in un aperir e clauder de oculos


ommezijde ZN

1 verso, reverso, dorso, altere latere
zie --! = vide le verso!, tornar pagina!, torna le pagina
zoals aan de -- vermeld = como indicate al reverso del pagina


ommezwaai ZN

1 (verandering) cambio radical/complete/subite/brusc
2 (zwaaiende beweging) movimento circular


ommoeten WW

1 deber esser revertite/abattite


ommuren WW

1 murar, (stad OOK) circumferer/cinger de muros/muralias, circumvallar
een ommuurde stad = un citate murate


ommuring ZN

1 muros, muralia, circumvallation
de -- van de stad = le muros del citate


omnaaien WW

1 orlar, suer circum


omnevelen WW

1 involver in un nebula/un bruma
2 (van de geest) obscurcir


omneveling ZN

1 bruma


omnibus ZN

1 (VERK) omnibus
2 (boek) chrestomathia/anthologia consecrate a un autor


omnidirectioneel BN

1 omnidirectional


omnifocaal BN

1 omnifocal


omnipotent BN

1 omnipotente


omnipotentie ZN

1 omnipotentia


omnipresent BN

1 omnipresente


omnipresentie ZN

1 omnipresentia


omnium ZN

1 (SPORT) omnium


omniumverzekering ZN

1 assecurantia comprehensive/tote riscos


omnivalent BN

1 omnivalente, polyvalente


omnivoor BN

1 omnivore


omnivoor ZN

1 omnivoro


omnummeren WW

1 cambiar le numeration, dar nove numeros


omnummering ZN

1 (veranderde nummering) nove numeration
2 (het omnummeren) cambiamento de numeration
in sommige wijken heeft een -- plaatsgevonden = in certe quartieros on ha cambiate le numeration del stratas


omoe ZN

1 granmatre, granmamma, ava


omofagie ZN

1 omophagia


ompalen WW

1 (rondom met palen afzetten) palar, palissadar


ompaling ZN

1 palissada


ompantseren WW

1 blindar, cuirassar


ompantsering ZN

1 blinda, blindage, cuirassamento


omparelen WW

1 coperir de perlas, involver in perlas


omperken WW

1 delimitar, (met heggen) bordar de hagas, (met palen) jalonar


omperking ZN

1 (het omperken) delimitation, (met palen) jalonamento
2 (omheining) clausura, (omheinde ruimte) spatio/terreno clause


omplaatsen WW

1 dar un latere placia, placiar alteremente, facer cambiar de placia


omplakken WW

1 collar circum (un cosa)


omplanten WW

1 bordar de plantas


omplanten WW

1 plantar a un altere loco, displantar, transplantar, replantar


omplanting WW

1 (overplanting) plantation a un altere loco, displantation, transplantation, replantation
2 (omlijsting met planten) bordura/bordatura de plantas, circulo de plantas/arbores, etc.


omploegen WW

1 arar, sulcar
na de oogst ploegt men de velden om = post le recolta on ara le campos


omplooien WW

1 plicar retro


ompolen WW

1 reverter le polaritate


ompoten WW

1 plantar a un altere poco, displantar, transplantar, replantar


ompraten WW

1 facer cambiar de opinion/de idea, persuader, convincer
zich laten -- = lassar se convincer/persuader (finalmente)
zich laten -- (om iets niet te doen) = lassar se dissuader


omprogrammeren WW

1 cambiar le programmation


omprogrammering ZN

1 cambio/cambiamento del programmation


omramen WW

1 inquadrar


omraming ZN

1 inquadramento


omrammeien WW

1 facer cader per forte colpos


omrammen WW

1 Zie: omrammeien


omranden WW

1 orlar (de), bordar (de), guarnir con un galon/con galones
met goud -- = orlar de auro


omranken WW

1 involver in cirros


omrasteren WW

1 clausurar, includer, palissadar, circumferer de un palissada (= van hout)/de un grilliage (= van metaal)
een terrein -- = clausurar un terreno


omrastering ZN

1 (rasterwerk) clausura, inclusura, rete metallic, (van hout) palissada, (van metaal) grilliage
2 (het omrasteren) clausura, inclusura


omreis ZN

1 deviation
wegens de oorlog heeft hij een grote -- moeten maken = a causa del guerra ille ha debite facer un grande deviation


omreizen WW

1 (langs een omweg reizen) facer un deviation
wij moesten een heel eind -- = nos ha debite facer un grande deviation
2 (rondreizen) percurrer (le pais)


omrekenen WW

1 converter
guldens in marken -- = converter florinos in marcos


omrekening ZN

1 conversion, convertimento


omrekeningsfactor ZN

1 factor de conversion


omrekeningsgetal ZN

1 coefficiente de conversion


omrekeningskoers ZN

1 curso de conversion/cambio


omrekeningsmunt ZN

1 moneta imaginari


omrekeningstabel ZN

1 Zie: omrekentabel


omrekentabel ZN

1 tabula de conversion


omrijden WW

1 (langs een omweg rijden) facer un deviation
2 (om iets heen rijden) ir circa/circum (un cosa)
3 (omverrijden) reverter


omringen WW

1 (aan alle kanten omgeven) circumferer, cinger, circumscriber, (omlijsten) inquadrar
2 (omsingelen) incircular, investir, assediar


omringend BN

1 circumvicin, vicin, proxime, limitrophe
de --e dorpen = le villages circumvicin
in vele ons --e landen = in multe paises circa/circum nos


omrit ZN

1 deviation


omroep ZN

1 (bedrijf van radio en tv) systema de radiodiffusion e de television, radiodiffusion
2 (vereniging) association de radiodiffusion e de television


omroepbestel ZN

1 systema del radiodiffusion e del television


omroepbijdrage ZN

1 taxa pro le radio(diffusion e le television)


omroepblad ZN

1 Zie: omroepgids


omroepen WW

1 (oproepen) appellar
2 (RADIO, TV) diffunder, radiodiffunder, telediffunder
3 (bekend maken) annunciar


omroeper ZN

1 (RADIO, TV) annunciator


omroepgids ZN

1 guida/programma del radio e del television


omroepkoor ZN

1 choro/choral radiophonic/del radio


omroeporganisatie ZN

1 Zie: omroepvereniging


omroeporkest ZN

1 orchestra radiophonic/del radio(diffusion)


omroepraad ZN

1 consilio de radiodiffusion e de television


omroepsatelliet ZN

1 satellite de radiodiffusion e de television, satellite de telecommunication


omroepstation ZN

1 station de radiodiffusion e de television


omroepvereniging ZN

1 societate/association de radiodiffusion (e de television)


omroepwet ZN

1 lege super le radiodiffusion e le television


omroeren WW

1 agitar, revolver, miscer


omrollen WW

1 (omwerpen) reverter
2 (omwentelen) rolar
vaten -- = rolar tonnellos
3 (oprollen) rolar
een tapijt -- = rolar un tapis (F)/tapete/carpetta
4 (zich rollend omdraaien) tornar se
5 (zittend omvallen) cader (super un latere)
de baby rolde om = le bebe/baby (E) cadeva


omruil ZN

1 cambio, excambio, troco


omruilen WW

1 cambiar, excambiar, trocar
kan ik dit voor iets anders --? = pote io excambiar isto contra/pro un altere cosa?


omruiling ZN

1 Zie: omruil


omrukken WW

1 reverter, abatter, demolir


omsabelen WW

1 facer cader per colpos de sabla


omschaduwen WW

1 circumferer de umbra


omschakelaar ZN

1 inversor, commutator


omschakelen WW

1 (overschakelen) commutar, inverter
de stroom -- = commutar/inverter le currente
2 (aanpassen) converter, adaptar
zich -- = adaptar se
in zijn nieuwe baan moest hij zich helemaal -- = ille debeva adaptar se totalmente a su nove empleo


omschakeling ZN

1 (overschakeling) commutation, inversion
2 (aanpassing) conversion, adaptation


omschansen WW

1 provider de/construer circumvallationes, circumferer de vallationes/fortificationes, circumvallar


omschansing ZN

1 circumvallation


omschenken WW

1 (overschenken) transvasar
koffie in een ander kopje -- = transvasar caffe in un altere tassa


omscheppen WW

1 (omroeren) agitar, revolver
2 (overscheppen) transferer (a), remover (a)
3 (herscheppen) converter


omschieten WW

1 (omverschieten) reverter per un colpo de fusil/de cannon, etc.
2 (om iets heen schieten) tornar bruscamente
de hoek -- = tornar bruscamente le angulo


omschoffelen WW

1 sarcular, binar
het onkruid -- = sarcular le mal herba


omscholen WW

1 apprender un altere mestiero/profession, recyclar, requalificar professionalmente
waarom laat je je niet --? = porque non te recycla tu?


omscholing ZN

1 apprension de un altere mestiero/profession, recyclage, requalification professional


omscholingscursus ZN

1 curso de recyclage, curso de requalification professional


omschoppen WW

1 reverter per colpos de pede/per un colpo de pede


omschreven BN

1 definite, determinate


omschrift ZN

1 (mbt tot munt) legenda


omschrijfbaar BN

1 definibile, determinabile, (WISK) circumscribile


omschrijfbaarheid ZN

1 definibilitate, determinabilitate


omschrijven WW

1 (WISK) circumscriber


omschrijven WW

1 (in bijzonderheden beschrijven) describer, definir, determinar
een niet te -- gevoel = un sensation/sentimento indefinibile/indescriptibile
2 (definiëren) definir, (nader bepalen) precisar, specificar
iets nader/duidelijker -- = specificar un cosa
iemands taken -- = definir/specificar le cargas de un persona
een woord -- = definir un parola
een begrip -- = definir un concepto
dat woord heeft geen vast omschreven betekenis = iste parola non ha un signification clarmente specificate
3 (door meer woorden uitdrukken) paraphrasar


omschrijvend BN

1 paraphrastic, periphrastic


omschrijver ZN

1 paraphraste


omschrijving ZN

1 (nadere beschrijving) description, definition, specification, periphrase (-asis), paraphrase (-asis), precision
2 (definitie) definition


omschudden WW

1 succuter, (vloeistof) agitar, miscer


omschutting ZN

1 palissada, clausura, inclusura


omsingelen WW

1 incircular, investir, assediar, blocar
het -- = incirculamento, investimento, assedio
de politie heeft het huis omsingeld = le policia ha incirculate le casa
een stad -- = investir un citate


omsingeling ZN

1 incirculamento, investimento, assedio
de -- doorbreken = rumper le incirculamento


omsingelingsbeweging ZN

1 manovra de incirculamento


omsingelingsmanoeuvre ZN

1 Zie: omsingelingsbeweging


omsingelingspolitiek ZN

1 politica de incirculamento


omsingelingstactiek ZN

1 tactica de incirculamento


omslaan WW

1 (omverwerpen) reverter, bascular
2 (omvouwen) plicar retro
de kraag -- = plicar le collo retro
de mouwen -- = relevar le manicas
3 (mbt een pagina) tornar, volver
een bladzijde -- = tornar/volver un pagina
4 (verdelen) apportionar, repartir
de kosten hoofdelijk -- = repartir le costos inter le participantes
5 (omdoen) jectar/mitter/poner super le spatulas
een stola -- = jectar un stola super le spatulas
6 (om iets heen gaan)
de hoek -- = tornar (circa/circum) le angulo
7 (radicaal veranderen) cambiar radicalmente/bruscamente/completemente
het weer is omgeslagen = le tempore ha cambiate bruscamente
-- als een blad aan de boom = cambiar radicalmente de opinion
8 (kantelen) reverter se, bascular se
de kar is omgeslagen = le carro se ha revertite
9 (SCHEI, FOTO) (van kleur veranderen) virar


omslachtig BN

1 prolixe, devie, redundante, circumstantial, circumlocatori, complicate, troppo diffuse
een --e bewerking = un operation complicate


omslachtigheid ZN

1 prolixitate, circumlocution, complication, diffusion


omslag ZN

1 (plotselinge verandering) cambiamento brusc
-- van het weer = cambiamento brusc del tempore
2 (omhaal van woorden) circumlocution
zonder veel -- = sin ambages, sin ceremonias
3 (verdeling) repartition, apportionamento
hoofdelijke -- = A. repartition individual, B. (van belasting) capitation
-- van de kosten = repartition del costos
4 (MED) compressa
warm -- = fomento, fomentator
met warme --en behandelen = fomentar
het behandelen met warme --en = fomentation
5 (rand, boord) reverso
-- van de mouw = reverso del manica
6 (kaft) copertura, (los kaft) camisa
-- van een boek = copertura/camisa de un libro
geïllustreerde -- = copertura illustrate
7 (map) camisa, dossier (F)
8 (envelop) inveloppe
-- van een brief = inveloppe de un littera
9 (mbt boor) manivella


omslagartikel ZN

1 articulo de copertura, articulo principal/de prime pagina


omslagboor ZN

1 forator a manivella


omslagdoek ZN

1 chal {sj}, pannello de collo


omslagfoto ZN

1 photo(graphia) de copertura


omslagtekening ZN

1 illustration/designo de copertura


omslagtitel ZN

1 titulo de copertura


omslagverhaal ZN

1 articulo de copertura, articulo principal


omslingeren WW

1 rolar se circa/circum


omsluieren WW

1 (aan het oog onttrekken) velar, coperir
2 (verhullen) velar, dissimular, mascar, occultar
zijn bedoelingen -- = velar/mascar su intentiones


omsluiten WW

1 (insluiten) circumferer, incircular
een dijkje omsluit de weide = un parve dica circumfere le prato
2 (bevatten) continer, comprender, comprehender
3 (omklemmen) serrar, constringer


omsluiting ZN

1 (het omsluiten) incirculamento
2 (omheining) clausura, inclusura


omsmakken WW

1 Zie: omsmijten


omsmeden WW

1 reforgiar, forgiar de novo
het ijzer tot zwaarden -- = forgiar le ferro pro facer spadas


omsmelten WW

1 refunder, funder de novo


omsmelting ZN

1 refusion


omsmijten WW

1 reverter violentemente/con violentia


omsnoeren WW

1 cinger


omspannen WW

1 (omvatten) comprender, comprehender, continer, includer
2 (omklemmen) serrar, constringer


omspelden WW

1 fixar con spinulas


omspelen WW

1 (VOETBAL) dribblar circum
de keeper -- = dribblar le ballon circum le goal-keeper (E)


omspinnen WW

1 circumferer de filos


omspitten WW

1 cavar, foder
de tuin -- = cavar le jardin


omspoelen WW

1 (schoonmaken) rinciar
2 (anders spoelen) rebobinar


omspoelen WW

1 circumferer (de aqua), baniar, lamber
het water omspoelde de caravan = le caravana baniava in le aqua
het water omspoelde de rotsen = le aqua lambeva/baniava le roccas


omspringen WW

1 (omgaan) (mbt zaken) manear, (mbt personen) tractar
slordig met andermans boeken -- = esser negligente con le libros de altere personas
2 (omverspringen) reverter per un salto


omstaander ZN

1 Zie: omstander


omstander ZN

1 circumstante, persona presente, spectator, (MV, OOK) publico


omstandig BN

1 circumstantial, circumstantiate, detaliate, ample, extense
-- verslag = reporto detaliate
-- meedelen = circumstantiar
-- uitleggen = explicar in detalio


omstandigheid ZN

1 (situatie) circumstantia
toevallige --en = circumstantias casual
maatschappelijke --en = circumstantias social
verzwarende --en = circumstantias aggravante
verzachtende --en inroepen = invocar circumstantias attenuante
bijkomende --en = circumstantias secundari/accessori/accidental
wisselende --en = circumstantias cambiante/alternante
wegens/door --en = a causa de/per certe circumstantias
behoudens onvoorziene --en = salvo circumstantias impreviste
door onvoorziene --en = a causa de/per causas impreviste
door de --en gedwongen = obligate per le circumstantias
in de gegeven --en = in le circumstantias date
onder alle --en = in tote le circumstantias
onder de tegenwoordige --en = in le circumstantias actual
onder de drang der --en = sub le pression del circumstantias
samenloop van --en = concurso de circumstantias, coincidentia
zich naar de --en schikken = accommodar se al circumstantias
zich aan de --en aanpassen = adaptar se al circumstantias
naar gelang van de --en handelen = proceder secundo le circumstantias
van de --en afhankelijk = circumstantial
aangepast aan de --en = appropriate al circumstantias
wegens -- gesloten = claudite pro circumstantias special/personal
door de --en gedwongen = obligate per le circumstantias
als de --en het toelaten = si le circumstantias lo permitte
2 (uitvoerigheid) profusion de circumstantias/de detalios, extension, amplitude


omstapelen WW

1 pilar/superponer alteremente


omstaren WW

1 reguardar/mirar fixemente circum se


omstikken WW

1 orlar, bordar


omstikken WW

1 brodar


omstiksel ZN

1 orlo brodate, broderia


omstorten WW

1 (omvallen) reverter se, cader
2 (omverstoten) reverter, facer cader


omstoten WW

1 reverter, facer cader
een kopje koffie -- = reverter un tassa de caffe


omstralen WW

1 circumferer de radios, aureolar


omstraten WW

1 pavir/pavimentar alteremente


omstreden BN

1 contestate, controverse, litigiose, discutite
-- ideeën = ideas contestate
-- gebied = territorio contestate
-- politicus = politico contestate
-- punt = puncto contestate/litigiose/discutite


omstreeks BW

1 circa, proximemente
hij verdient -- drieduizend gulden = ille gania circa tres milles florinos


omstreeks VZ

1 verso
-- de (na)middag = verso le postmeridie
-- pasen = verso pascha
-- 1900 = verso 1900


omstreken ZN MV

1 vicinitate
Bilthoven en -- = Bilthoven e su vicinitate


omstrengelen WW

1 (omvatten) involver, (con)stringer
de klimop omstrengelt de eik = le hedera involve le querco
2 (omhelzen) imbraciar


omstrengeling ZN

1 (omvatting) constriction
2 (omhelzing) imbraciamento


omstrepen WW

1 circumferer de un linea, traciar un linea circa/circum


omstrikken WW

1 immaliar


omstuiven WW

1
de hoek -- = tornar (circa/circum) le angulo velocemente/rapidemente/a tote velocitate


omstulpen

1 plicar retro


omstuwen WW

1 circumferer, pressar/premer se circa/circum


omtollen WW

1 tornar, girar


omtonnen WW

1 circumferer de boias


omtoveren WW

1 cambiar/converter magicamente, transformar, metamorphosar


omtrappen WW

1 reverter per un colpo de pede/per colpos de pede


omtrek ZN

1 (omlijning) contorno
--(lijn) van een gezicht = contorno de un visage
wazige --ken = contornos vage
de -- van de gevels = le contornos del faciadas
de -- aangeven van, in -- tekenen = contornar
2 (WISK) perimetro, (van cirkel) circumferentia, peripheria
-- van een cirkel = circumferentia/peripheria de un circulo
3
(omgeving) directe -- = vicinitate
in de -- van het dorp = in le vicinitate del village
personen uit de -- = gente del vicinitate
tien kilometer in de -- = in un radio de dece kilometros


omtrekken WW

1 (omvertrekken) reverter, facer cader
2 (om iets trekken) facer le contornos de (un cosa), circumscriber
3 (de omtrek natekenen) designar le contornos
4 (omheen trekken) contornar


omtreklijn ZN

1 contorno


omtrekshoek ZN

1 angulo inscripte/inscribite/peripheric


omtreksnelheid ZN

1 velocitate circumferential


omtrekvoeg ZN

1 juncto perimetric


omtrekvorm ZN

1 contorno


omtrent BW

1 (in de nabijheid) in le proximitate
2 (ongeveer) plus o minus, approximativemente


omtrent VZ

1 (kort voor/na een tijdstip) circa, verso
2 (ongeveer) circa
-- duizend gulden = circa mille florinos
3 (aangaande) concernente, relative a, quanto a, super
de geruchten -- die man = le rumores concernente iste homine
4 (nabij) proxime a, in de proximitate de
het schip was -- Texel = le nave esseva in le proximitate de Texel


omtuimelen WW

1 (omvallen) cader


omturnen WW

1 facer cambiar de opinion, persuader a cambiar su opinion, converter
hij is helemaal omgeturnd = ille ha cambiate radicalmente de opinion


omvaarbaar BN

1 circumnavigabile


omvademen WW

1 imbraciar


omvademing ZN

1 imbraciamento


omvallen WW

1 cader (a terra), (achterover) cader al reverso
-- van vermoeidheid = cader de fatiga
de weg wordt versperd door omgevallen bomen = le cammino es obstruite/blocate per arbores cadite


omvamen WW

1 Zie: omvademen


omvang ZN

1 (omtrek) circumferentia
de -- van een boom = le circumferentia de un arbore
2 (grootte) volumine, dimension, capacitate, proportiones, magnitude
-- van een blok steen = volumine de un bloco de petra
-- van de uitvoer = volumine del exportationes
-- van een dichtwerk = magnitude de un poema
-- van de winst = volumine del profitos/beneficios
een catastrofe van een dergelijke -- = un catastrophe de un tal magnitude/de tal proportiones
een reorganisatie van beperkte -- = un reorganisation limitate/moderate
in -- toenemen = augmentar
3 (uitgestrektheid) extension, amplitude
-- van de schade = extension del damno(s)
-- van de zaken = extension del negotios
van grote -- = de grande extension
onbeperkte -- = extension illimitate
in zijn volle -- = in tote su extension/plenitude
in -- toenemen = expander
4 (MUZ) registro


omvangen WW

1 circumferer, imbraciar, continer


omvangrijk BN

1 voluminose, extense, ample
-- verslag = reporto extense
--e kennis = cognoscentias/cognoscimentos extense
--e documentatie = documentation voluminose/considerabile/ample
--e fraude = fraude de grande proportiones
een -- werk = un labor/travalio extense
zijn -- oeuvre = su obra voluminose


omvangrijkheid ZN

1 voluminositate, extension, amplitude


omvaren WW

1 (varen om) navigar circa/circum, circumnavigar, contornar, (een kaap) duplar
2 (een omweg maken) facer un deviation
3 (omvervaren) reverter


omvaring ZN

1 circumnavigation


omvatten WW

1 (omsluiten) circumferer, (met de armen) imbraciar, (met de hand) impugnar
2 (inhouden) continer, comprender, comprehender, includer, caper, imbraciar, inglobar
zijn redenering omvatte verschillende argumenten = su rationamento comprendeva diverse argumentos
het plan omvat ook een voorstel tot reorganisatie = le plano include anque un proposition pro reorganisation


omvattend BN

1 comprensive, comprehensive


omver BW

1 a basso, a terra


omverblazen WW

1 reverter, sufflar a terra/a basso
de storm heeft verschillende bomen omvergeblazen = le tempesta ha revertite varie arbores


omverduwen WW

1 reverter, facer cader, pulsar a terra/a basso


omvergooien WW

1 reverter, facer cader, jectar a terra/a basso
de regering -- = reverter le governamento
heilige huisjes -- = rumper tabus, non respectar nihil


omverhalen WW

1 reverter, abatter
een muur -- = abatter un muro
het brandende gebouw -- = abatter le edificio in flammas


omverliggen WW

1 (gevallen liggen) esser revertite


omverlopen WW

1 reverter, facer cader


omverpraten WW

1 facer cambiar de opinion/de idea, convincer, persuader, (afbrengen) dissuader
hij heeft mij omvergepraat = ille ha parlate usque a convincer me


omverrennen WW

1 reverter


omverrijden WW

1 reverter


omverrukken WW

1 reverter con violentia


omverschieten WW

1 (omwerpen) facer cader per tiros (de cannon, etc.)
2 (doodschieten) occider, fusillar


omverslaan WW

1 reverter, jectar a terra/a basso


omverstoten WW

1 Zie: omstoten


omvertrekken WW

1 reverter, facer cader, pulsar a basso/a terra
de boom werd omvergetrokken = on ha abattite le arbore


omvertuimelen WW

1 Zie: omvervallen


omvervallen WW

1 cader


omverwaaien WW

1 (ONOVERG) esser revertite/abattite per le vento
2 (OVERG) reverter, abatter
de storm heeft een derde van het bos omvergewaaid = le tempesta ha abattite un tertio del bosco


omverwerpen WW

1 (omgooien) reverter, facer cader, jectar a basso/a terra
een blokkentoren -- = reverter un turre de cubos
2 (FIG) subverter, reverter
een regering -- = subverter/reverter un governamento
3 (weerleggen) refutar
een stelling -- = refutar un these/thesis


omverwerping ZN

1 subversion, eversion
-- van een regering = subversion de un governamento
-- van de staat = eversion del stato


omvliegen WW

1 (snel voorbijgaan) volar
de tijd vliegt om = le tempore vola
2 (snel gaan langs/om) passar velocemente/rapidemente
de bocht -- = prender le curva a tote velocitate


omvormen WW

1 converter (in), transformar, transmutar, remodellar
het -- = conversion, transformation, transmutation, remodellation


omvormer ZN

1 transformator, convertitor
elektrohydraulische -- = convertitor electrohydraulic
akoesto-elektrische -- = convertitor acustoelectric


omvorming ZN

1 conversion, transformation, transmutation, remodellation


omvouwen WW

1 plicar, replicar, facer un plica
een blad papier -- = plicar un folio de papiro


omwaaien WW

1 (omvallen) esser revertite/abattite per le vento/tempesta
deze bomen zijn omgewaaid = iste arbores ha essite abattite per le vento/tempesta
2 (doen omvallen) reverter, abatter
de storm heeft een menigte bomen omgewaaid = le tempesta ha abattite un grande numero de arbores


omwald BN

1 caliciforme
--e papillen = papillas caliciforme
2 (FORTIF) (circum)vallate


omwallen WW

1 vallar, circumvallar, fortificar, circumferer de muralias


omwalling ZN

1 vallo, vallation, circumvallation, muralia
van een -- voorzien = (circum)vallar


omwalmen WW

1 circumferer de fumo


omwandelen WW

1 (om iets heen wandelen) facer un promenada circa/circum, contornar
2 (langs een omweg wandelen) facer un deviation
3 (op zijn gemak omlopen) facer un parve promenada


omwassen WW

1 lavar, rinciar
de kopjes -- = rinciar le tassas


omweg ZN

1 (langere weg) deviation, via indirecte
een -- maken = facer un deviation
langs een -- = per via indirecte
2 (omhaal van woorden) circumlocution
iets zonder --en zeggen = dicer un cosa directemente/francamente/sin ambages/sin preambulos


omweiden WW

1 (in een ander weiland plaatsen) facer cambiar de pastura


omwenden WW

1 tornar, girar, volver
het hoofd -- = tornar/volver le testa/capite
het roer -- = cambiar le direction del timon


omwentelen WW

1 (om zijn as draaien) tornar, rotar, girar
2 (rondwentelen) facer tornar, facer rotar, facer girar
een rad -- = facer tornar un rota


omwenteling ZN

1 (rotatie) torno, revolution, rotation
-- van een wiel = torno/revolution de un rota
-- van de aarde om de zon = revolution del terra circa/circum le sol
-- van de aarde om zijn as = rotation del terra circa/circum su axe
100 --en per seconde = 100 revolutiones per secunda
2 (revolutie) revolution
Russische -- = revolution russe
een -- teweegbrengen = causar un revolution, revolutionar


omwentelingsas ZN

1 axe de rotational/rotation/de revolution


omwentelingscilinder ZN

1 cylindro rotational/de rotation/de revolution


omwentelingsgeest ZN

1 spirito revolutionari


omwentelingsgezind BN

1 revolutionari


omwentelingshyperboloide ZN

1 hyperboloide de revolution


omwentelingskegel ZN

1 cono de rotational/rotation/de revolution


omwentelingslichaam ZN

1 corpore rotational/de rotation/de revolution, toro


omwentelingsnelheid ZN

1 velocitate rotational/de rotation/de revolution


omwentelingsoppervlak ZN

1 Zie: omwentelingsvlak


omwentelingsparaboloïde ZN

1 paraboloide rotational/de rotation/de revolution


omwentelingsperiode ZN

1 periodo rotational/de rotation/de revolution


omwentelingspunt ZN

1 centro rotational/de rotation/de revolution


omwentelingssnelheid ZN

1 velocitate rotational/de rotation/de revolution


omwentelingstijd ZN

1 periodo/tempore/durata rotational/de rotation/revolution


omwentelingsvlak ZN

1 superficie rotational/de rotation/de revolution


omwerken WW

1 (anders bewerken) refacer, facer de novo, remanear, retoccar, rescriber, remodellar, reelaborar
een tekst -- = remanear/retoccar un texto
een gedicht -- = rescriber un poema
2 (omploegen) arar
3 (omspitten) cavar, foder


omwerking ZN

1 (boek, geschrift) remaneamento, rescripto, retocco, remodellation, revision, recomposition, reelaboration
-- van een tekst = remaneamento/retocco de un texto


omwerpen WW

1 Zie: omgooien


omwikkelen WW

1 involver, inveloppar, circumferer
met papier -- = involver in papiro


omwikkeling ZN

1 (handeling) inveloppamento
2 (materiaal) inveloppe, revestimento


omwille van VZ

1 pro
-- de kinderen blijven we thuis = nos resta/remane in casa pro le infantes
-- het landsbelang = in le interesse del pais


omwinden WW

1 involver, inveloppar


omwindsel ZN

1 (datgene waarmee iets omwonden is) inveloppe, (verpakking) imballage
2 (PLANTK) involucro
-- van een bloeiwijze = involucro de un inflorescentia
voorzien van een -- = involucrate


omwindseltje ZN

1 (PLANTK) involucello


omwippen WW

1 (laten omvallen) reverter, facer cader
2 (omvallen) cader, reverter se


omwisselbaar BN

1 cambiabile, excambiabile, intercambiabile, commutative, permutabile, convertibile


omwisselbaarheid ZN

1 cambiabilitate, excambiabilitate, intercambiabilitate, permutabilitate, convertibilitate, commutativitate


omwisselen WW

1 cambiar, excambiar, intercambiar, mutar, permutar, commutar, converter
in guldens -- = cambiar/converter in florinos
munten in biljetten -- = cambiar monetas in billetes


omwisseling ZN

1 cambio, excambio, intercambio, muta, mutation, permutation, commutation, conversion


omwoelen WW

1 volver, revolver, remover
een mol woelt de grond om = un talpa revolve le terra


omwoelen WW

1 involver, inveloppar


omwonend BN

1 circumvicin, vicin, proxime
--e volken = populos vicin
de --en = le vicinos


omwoners, omwonenden ZN MV

1 vicinos


omwroeten WW

1 (loswroeten) volver, revolver, remover
het varken wroet de grond om = le porco remove le terra
2 (zoeken naar) cercar


omzadelen WW

1 (een ander paard zadelen) transferer le sella (de un cavallo a un altere)
2 (anders zadelen) mitter/poner un altere sella, cambiar de sella


omzagen WW

1 serrar, abatter per/con le serra


omzakken WW

1 laber, collaber


omzeggen WW

1
iets laten -- = annunciar un cosa


omzeggens BW

1 pro assi dicer


omzeilen WW

1 (zeilend uit de weg gaan) contornar, evitar
2 (ontwijken) contornar, eluder, evitar, escamotar
moeilijkheden -- = eluder/escamotar/evitar difficultates


omzeilen WW

1 (om/langs iets heen zeilen) duplar
een kaap -- = duplar un capo
2 (langs een omweg zeilen) facer un deviation


omzendbrief ZN

1 circulario, (R.K.) mandamento


omzet ZN

1 volumine del negotios/del venditas, receptas
de -- vergroten = incrementar le volumine de venditas
2 (omzetcijfer) cifra de venditas
dit bedrijf heeft een -- van twee miljoen per jaar = iste interprisa ha un cifra de venditas de duo milliones annual


omzetadministratie ZN

1 administration del volumine de venditas


omzetbelasting ZN

1 imposto super le (volumine de) venditas


omzetcijfer ZN

1 cifra de venditas


omzetdaling ZN

1 reduction/bassa del volumine de venditas


omzetgroei ZN

1 augmento del volumine de venditas


omzetpremie ZN

1 (korting van een leverancier) reduction super le volumine de venditas, disconto


omzetprovisie ZN

1 commission super le volumine de venditas


omzetsnelheid ZN

1 rhythmo del venditas


omzetten WW

1 (van plaats laten verwisselen) cambiar/mutar le ordine/position de, permutar, inverter, interverter, intercambiar, (mbt boom) transplantar, (woorden, letters) transponer
2 (in een andere stand brengen) mitter/poner in un altere position
3 (verzetten) cambiar de placia, displaciar
4 (verhandelen) vender
goederen -- = vender mercantias
voor een millioen -- = haber un volumine de venditas de un million
5 (veranderen) transformar, converter, transmutar, commutar
in daden -- = transformar/converter in actos
in compost -- = converter in composto
suiker wordt in alcohol omgezet = sucro es convertite/transformate in alcohol
koper in goud -- = transmutar cupro in auro
gelijkstroom in wisselstroom -- = converter currente continue in currente alternate
zonlicht in elektrische energie -- = converter lumine/luce solar in energia electric
meters in centimeters -- = converter metros in centimetros
een tekst in fonetisch schrift -- = transcriber un texto, facer un transcription (phonetic) de un texto
een tekst in een andere taal -- = traducer un texto in un altere lingua
een machine -- = inverter le marcha {sj} de un machina
een stroom -- = commutar un currente
in chloride -- = chlorurar
in chymus -- = chymificar
in kaas -- = caseificar
in cijferschrift/code -- = cifrar
6 (MUZ) transponer


omzetting ZN

1 (verplaatsing) cambio/cambiamento de ordine/position, displaciamento, inversion, interversion, permutation
(TAAL) -- van het onderwerp = inversion del subjecto
-- van woorden in een zin = interversion/permutation de parolas, cambio del ordine del parolas
2 (transformatie) transformation, conversion, convertimento, mutation, commutation, transmutation
-- van stroom = commutation de currente
-- in compost = conversion in composto
(NAT) -- van beweging in warmte = transformation de movimento in calor
3 (MUZ) transposition


omzettingssnelheid ZN

1 (SCHEI) velocitate de conversion


omzetvergroting ZN

1 Zie: omzetvermeerdering


omzetvermeerdering ZN

1 augmento/augmentation del volumine de venditas


omzetvermindering ZN

1 diminution/reduction del volumine de venditas


omzetvolume ZN

1 Zie: omzet-1


omzetwaarde ZN

1 valor del volumine de venditas


omzichtig BN

1 caute, circumspecte, considerate, mesurate, prudente, prudential
iets mededelen in --e bewoordingen = dicer un cosa in terminos caute
-- te werk gaan = operar con precaution, ager con cautela


omzichtigheid ZN

1 cautela, circumspection, precaution
met de grootst mogelijke -- = con le maxime precaution/cautela
de uiterste -- in acht nemen = proceder/agar con le major precaution/cautela


omzien WW

1 (omkijken) tornar/volver le testa/capite, reguardar detra se
2 (zorgen voor) occupar se (de), haber cura (de)
niet naar iemand -- = negliger un persona
3 (rondkijken) reguardar circa/circum se
4
naar een andere baan -- = cercar un altere empleo, esser al recerca de un altere labor


omzitten WW

1 (opschuiven) displaciar se un pauco/poco
2 (van zitplaats veranderen) cambiar de placia


omzomen WW

1 orlar, bordar, fimbriar
een met bomen omzoomd meer = un laco bordate/fimbriate de arbores


omzoming ZN

1 bordura, bordatura, fimbriation, orlo


omzwaai ZN

1 Zie: ommezwaai


omzwaaien WW

1 (omslaan, kantelen) reverter se
2 (van studierichting veranderen) cambiar de facultate/de studios
van wiskunde naar Duits -- = abandonar le mathematica pro le germano
3 (van mening veranderen) mutar/cambiar de/su opinion


omzwaaier ZN

1 studente/studiante qui cambia de facultate


omzwachtelen WW

1 bandar, facer un bandage
zijn arm -- = bandar se le bracio


omzwachteling ZN

1 (het omzwachtelen) (le) bandar
2 (zwachtel) bandage


omzwalken WW

1 errar, vagar, circumvagar, vagabundar


omzwalking ZN

1 errantia, vagabundage


omzwemmen WW

1 (om iets heen zwemmen) natar circa/circum
2 (langs een omweg zwemmen) facer un deviation


omzwenken WW

1 (ronddraaien) pivotar
2 (omwenden) facer pivotar
3 (FIG) (omdraaien) cambiar de opinion


omzwermen WW

1 (in zwermen vliegen) volar in essame
2 (krioelen) abundar, formicar
3
hij werd door een grote groep fans omzwermd = ille se ha vidite circumferite per un grande gruppo de admiratores


omzwerven WW

1 errar, vagar, circumvagar, vagabundar


omzwerving ZN

1 peregrination, errantia, vagabundage
nachtelijke --en = vagabundages nocturne


omzwikken WW

1 torquer se, luxar se
zijn voet is omgezwikt = ille se ha torquite/luxate le pede


onaandachtig BN

1 inattente, inattentive, distracte


onaandachtigheid ZN

1 inattention


onaandoenlijk BN

1 insensibile, impassibile, stoic, frigide, indifferente


onaandoenlijkheid ZN

1 insensibilitate, impassibilitate, stoicismo, frigitate, indifferentia


onaangeboden BN

1 non offerite


onaangebroken BN

1 non usate, non aperite, intacte, integre
een -- pakje sigaretten = un pacchetto de cigarrettas intacte
-- flessen terugnemen = prender retro bottilias non aperite


onaangedaan BN

1 Zie: onaandoenlijk


onaangediend BW

1 sin facer se annunciar, sin haber essite annunciate, non annunciate
-- binnen komen = entrar sin haber essite annunciate


onaangegeven BN

1 (bij de douane) non declarate


onaangekleed BN

1 non vestite


onaangekondigd BN

1 non annunciate
een -- bezoek = un visita non annunciate
een --e staking = un exopero non annunciate


onaangemeld BN

1 non annunciate


onaangenaam BN

1 disagradabile, displacente, disgratiose, enoiose, ingrate, ingratiose
-- zijn = disagradar, displacer
-- aandoen = disobligar
ik vind het -- = isto me displace
2 (humeurig, knorrig) atrabiliari


onaangenaamheid ZN

1 cosa disagradabile, parola disagradabile, enoio
zich --en berokkenen = incurrer enoios


onaangepast BN

1 inadaptate, disadaptate
-- persoon = inadaptato
-- gedrag vertonen = comportar se de maniera inadaptate


onaangepastheid ZN

1 inadaptation


onaangeraakt BN

1 intacte, integre, intoccate, non toccate
-- blijven = remaner/restar intacte


onaangeroerd BN

1 Zie: onaangeraakt


onaangesproken BN

1 Zie: onaangeraakt


onaangestoken ZN

1 (van vruchten) non rodite per le vermes


onaangetast BN

1 intacte, non toccate, inviolate, (geheel OOK) integre
--e reputatie = reputation pur
alle verworven rechten blijven -- = tote le derectos acquirite resta/remane intacte
haar eer bleef -- = su honor restava/remaneva intacte


onaangevochten BN

1 inconteste, incontestate, indisputate


onaanlokkelijk BN

1 non/pauco/poco attrahente, non attractive, non interessante
een niet -- voorstel = un proposition assatis attractive


onaannemelijk BN

1 (onaanvaardbaar) inacceptabile, inadmissibile, inadoptabile
die vredesvoorwaarden zijn -- = iste conditiones de pace es inacceptabile
2 (ongeloofwaardig) incredibile, inverisimile, inverosimilante, implausibile
--e bewering = assertion incredibile
dat klinkt nogal -- = isto sona bastante inverisimile


onaannemelijkheid ZN

1 (onaanvaardbaarheid) inacceptabilitate, inadmissibilitate, inadoptabilitate
2 (ongeloofwaardigheid) incredibilitate, inverosimilantia, implausibilitate


onaanraakbaar BN

1 intoccabile


onaanraakbaarheid ZN

1 intoccabilitate


onaanraakbare ZN

1 intoccabile, paria
kaste del --n = casta del intoccabiles


onaanrandbaar BN

1 integre


onaanrandbaarheid ZN

1 integritate


onaansprakelijk BN

1 irresponsabile, non responsabile
hij is -- voor die schade = ille non es responsabile de iste damno


onaansprakelijkheid ZN

1 irresponsabilitate


onaanspreekbaar BN

1 non approchabile {sj}, inaccessibile


onaanstotelijk BN

1 irreprochabile {sj}, irreprehensibile
zijn gedrag is geheel -- = su conducta/comportamento es toto irreprochabile


onaanstotelijkheid ZN

1 irreprochabilitate {sj}, irreprehensibilitate


onaantastbaar BN

1 (niet betwist/in bezit genomen kunnende worden) incontestabile, intangibile, intoccabile, inviolabile, sacrosancte, infrangibile
--e principes = principios intangibile
het menselijk lichaam is -- = le corpore human es inviolabile
een -- geloof = un fide sacrosancte
2 (onbereikbaar voor een aanval) inattaccabile, inexpugnabile
--e positie = position inattaccabile


onaantastbaarheid ZN

1 (van rechten/goederen) incontestabilitate, intangibilitate, intoccabilitate, inviolabilitate, infrangibilitate, sacrosanctitate
-- van een principe = intangibilitate de un principio
-- van een geloof = sacrosanctitate de un fide
de grondwet garandeert de -- van het menselijk lichaam = le constitution garanti le inviolabilitate del corpore human
2 (voor een aanval) inattaccabilitate


onaantoonbaar BN

1 indemonstrabile


onaantrekkelijk BN

1 non attrahente, non attractive, poco/pauco attrahente, poco/pauco attractive
financieel -- = financiarimente non attractive
een niet --e jongedame = un juvena satis attractive


onaantrekkelijkheid ZN

1 absentia de attractivitate


onaanvaard BN

1 non acceptate
een --e erfenis = un hereditage non acceptate


onaanvaardbaar BN

1 inacceptabile, inadmissibile, inadoptabile
-- voorstel = proposition inacceptabile


onaanvaardbaarheid ZN

1 inacceptabilitate, inadmissibilitate, inadoptabilitate


onaanvechtbaar BN

1 inattaccabile, incontestabile, indiscutibile, indisputabile
-- bewijs = prova/proba inattaccabile


onaanvechtbaarheid ZN

1 inattaccabilitate, incontestabilitate, indiscutibilitate


onaanwendbaar BN

1 inapplicabile


onaanzienlijk BN

1 (zonder aanzien) humile, modeste
-- huis = casa modeste
2 (niet groot) humile, modeste, parve, tenue, insignificante, negligibile
-- mannetje = homine insignificante
voor een niet -- bedrag = pro un amonta bastante considerabile


onaanzienlijkheid ZN

1 (weinig aanzien hebbend) humilitate
2 (onbelangrijkheid, nietigheid) insignificantia, tenuitate


onaardig BN

1 sin gratia, disproviste de gratia, disgratiose
niet -- = assatis gratiose
2 disagradabile, disobligante, pauco/poco amabile/gentil, impolite
--e opmerking = remarca/observation disagradabile/disobligante/pauco gentil/poco gentil
-- mens = persona pauco/poco amabile
wees niet zo -- = non sia tanto disagradabile


onaardigheid ZN

1 manco/mancantia de gratia
2 disobligantia, manco de amabilitate, impolitessa


onaards BN

1 que non es de iste mundo


onacceptabel BN

1 inacceptabile, inadmissibile


onaccuraat BN

1 Zie: inaccuraat


onaccuraatheid ZN

1 Zie: inaccuraatheid


onachterhaalbaar BN

1 (niet terug te vinden) non retrovabile, non recuperabile


onachtzaam BN

1 inattente, inattentive, inadvertente, negligente, imprudente
een --e behandeling = un tractamento negligente


onachtzaamheid ZN

1 inattention, inadvertentia, negligentia, incuria, imprudentia
ogenblik van -- = momento de inattention
door -- = per inadvertentia


onaf BN

1 non finite, non terminate, incomplete
--fe zin = phrase incomplete


onafbetaald BN

1 non (ancora/jam) pagate
--e schulden = debitas non pagate


onafgebouwd BN

1 non finite, non terminate


onafgebroken BN

1 ininterrumpite, ininterrupte, continue, incessante, sin arresto, non-stop, sin interruption
40 jaar -- dienst = 40 annos de servicio ininterrumpite/continue
we hebben drie weken -- regen gehad = il ha pluvite ininterrumpitemente durante tres septimanas, nos ha habite tres septimanas de pluvias ininterrumpite/continue
een -- stroom vluchtelingen = un fluxo incessante/ininterrumpite de refugiatos
-- werken = travaliar/laborar sin interruption


onafgedaan BN

1 (onbeslist) non ancora decidite
2 (onvoltooid) non finite, non terminate, incomplete
3 (niet afbetaald) non pagate
er zijn nog vele schulden -- = il ha ancora multe debitas non pagate


onafgedrukt BN

1 que non ha essite imprimite


onafgehaald BN

1 (niet opgehaald) non reclamate
--e goederen = mercantias non reclamate
2
een -- bed = un lecto non disfacite


onafgehandeld BN

1 non terminate, non regulate, non concludite


onafgekort BN

1 sin abbreviation, con tote su litteras


onafgeleverd BN

1 non livrate, non remittite


onafgelost BN

1 non reimbursate, non amortisate
--e lening = impresto non reimbursate
--e obligatie = obligation non amortisate


onafgemaakt BN

1 non finite, non terminate, incomplete


onafgerekend BN

1 non pagate, non reimbursate, non liquidate


onafgeroomd WW

1 non discremate, non disbutyrate


onafgeschermd BN

1 non protegite, non coperite, (van elektrische apparaten, etc.) non blindate


onafgesloten BN

1 non claudite, aperte


onafgesneden BN

1 non trenchate {sj}, non taliate


onafgestempeld BN

1 non obliterate


onafgewend BN

1 fixe
hij keek -- naar haar = illa la reguardava fixemente


onafgewerkt BN

1 non finite, non terminate, non finalisate, incomplete
iets -- laten = lassar un cosa incomplete
in --e toestand = in un stato non finalisate


onafgewikkeld BN

1 Zie: onafgehandeld


onafhankelijk BN

1 (zelfstandig) independente
financieel -- = independente financiarimente
een zeer --e vrouw = un femina multo independente/emancipate
zich -- opstellen = adoptar un attitude independente
2 (autonoom) independente, autonome, libere, soveran
--e staat = stato independente/autonome/soveran
3 (niet bepaald door) independente
-- van leeftijd of geslacht = independentemente del etate o del sexo


onafhankelijkheid ZN

1 (zelfstandigheid) independentia
-- van karakter = independentia de character
-- van oordeel = independentia de judicio
2 (autonomie) independentia, autonomia, libertate, soveranitate
economische -- = independentia economic
politieke -- = independentia politic
voorstander van de -- = independentista
naar -- strevend = independentista, in lucta pro le independentia


onafhankelijkheidsbeweging ZN

1 movimento independentista/pro le independentia


onafhankelijkheidsfeest ZN

1 festa del independentia


onafhankelijkheidsgevoel ZN

1 sentimento de independentia


onafhankelijkheidsoorlog ZN

1 guerra pro le independentia


onafhankelijkheidspartij ZN

1 partito independentista/pro le independentia


onafhankelijkheidsstreven ZN

1 lucta pro le independentia


onafhankelijkheidsstrijd ZN

1 lucta pro le independentia


onafhankelijkheidsverklaring ZN

1 proclamation/declaration de independentia


onafhankelijkheidszin ZN

1 spirito de independentia


onafheid ZN

1 stato incomplete


onafkeerbaar BN

1 inevitabile, fatal


onafkoopbaar BN

1 irredimibile
--e rechten = derectos irredimibile


onafkoopbaarheid ZN

1 irredimibilitate


onaflosbaar BN

1 irreimbursabile, non amortisabile, irredimibile, perpetue, perpetual
--e obligatie = obligation perpetue/perpetual


onafscheidbaar BN

1 Zie: onafscheidelijk


onafscheidbaarheid ZN

1 Zie: onafscheidelijkheid


onafscheidelijk BN

1 inseparabile, indivisibile, indissolubile, indissociabile
--e vrienden = amicos inseparabile
--e metgezel = alter ego (L)
-- verenigd = inseparabilemente/indissociabilemente unite
-- verbonden = inherente
-- verbonden zijn = esser indissolubilemente unite
met zijn --e sigaar = con su cigarro inseparabile/eterne


onafscheidelijkheid ZN

1 inseparabilitate, indissolubilitate
-- van twee vrienden = inseparabilitate de duo amicos
-- van twee opvattingen = inseparabilitate de duo conceptos


onafstaanbaar BN

1 incessibile


onafwendbaar BN

1 ineluctabile, inevitabile, irremediabile, immancabile, inescappabile, imparabile, fatal
-- gevaar = periculo inevitabile
--e nederlaag = disfacta inevitabile


onafwendbaarheid ZN

1 inevitabilitate, ineluctabilitate, inescappabilitate
-- van een nederlaag = inevitabilitate de un disfacta


onafwijsbaar BN

1 incontestabile, imperative, indeclinabile
--e eis = exigentia imperative
--e plicht = deber indeclinabile


onafwisbaar BN

1 que on non pote essugar, indelibile


onafzetbaar BN

1 inamovibile
--e rechter = judice inamovibile


onafzetbaarheid ZN

1 inamovibilitate


onafzettelijk BN

1 Zie: onafzetbaar


onafzienbaar BN

1 immense, enorme, vaste, (mbt tijd) sin fin, infinite, interminabile
--e ruimte = spatio immense
--e vlakte = plana immense
--e woestijn = deserto infinite
bron van --e ellende = fonte de miseria enorme/sin fin
voor --e tijd = pro un tempore interminabile


onafzienbaarheid ZN

1 immensitate, (mbt tijd) interminabilitate


onafzienlijk BN

1 Zie: onafzienbaar


onager ZN

1 (wilde ezel) onagro


onagerhengst ZN

1 onagro mascule/masculin


onagermerrie ZN

1 onagro feminin


onalledaags BN

1 inaccostumate, inhabitual, insolite, inusual, infrequente, inconsuete, pauco/poco commun
--e kleding = vestimentos inusual/excentric/pauco commun


onaneren WW

1 practicar le onanismo, masturbar (se)


onanie ZN

1 onanismo, masturbation


onanist ZN

1 onanista, masturbator


onappetijtelijk BN

1 inappetibile, poco/pauco appetibile


onarbeidzaam BN

1 indolente, inactive


onartistiek BN

1 (zonder kunstwaarde) sin valor artistic
2 (zonder gevoel voor kunst) inartistic, pauco/poco artistic


onattent BN

1 inattente, inattentive


onbaatzuchtig BN

1 altruista, altruistic, disinteressate
-- mens = homine altruista
--e vriendschap = amicitate disinteressate
-- handelen = ager disinteressatemente/altruisticamente


onbaatzuchtigheid ZN

1 altruismo, disinteresse, disinteressamento, abnegation


onbalans ZN

1 disequilibrio
in -- raken = perder le equilibrio


onbarmhartig BN

1 incaritabile, inclemente, implacabile, inhuman, cruel, dur, sin pietate
--e kritiek = critica inclemente
iemand -- tuchtigen = castigar un persona sin clementia


onbarmhartigheid ZN

1 inclementia, implacabilitate, inhumanitate, crueltate, duressa


onbeantwoord BN

1 sin responsa
een groet -- laten = non responder a un salute
de vraag blijft -- = le question resta/remane sin responsa


onbebouwbaar BN

1 incultivabile


onbebouwd ZN

1 (niet bebouwd) non construite
2 (braakliggend) inculte, incultivate, non cultivate
--e gronden = terras non cultivate


onbecijferbaar BN

1 incalculabile


onbedaarlijk BN

1 inextinguibile, irresistibile, incontrolabile, incoercibile, irrefrenabile
-- lach = riso/risada inextinguibile/irresistibile/incontrolabile


onbedacht BN

1 (onnadenkend) inconsiderate, imprudente
-- ogenblik = momento de irreflexion
2 (niet verzonnen) non inventate, non imaginate


onbedachtzaam BN

1 irreflexive, inconsiderate, imprevidente, irresponsabile, imprudente
-- te werk gaan = proceder de maniera irresponsabile


onbedachtzaamheid ZN

1 (onnadenkendheid) irreflexion, inconsideration, imprevidentia, imprudentia
ogenblik van -- = momento de irreflexion
2 (onbedachtzame handeling) acto irreflexive


onbedeeld BN

1 disproviste (de)


onbedeesd BN

1 non timide, audace


onbedekt BN

1 (niet bedekt) calve, nude, non coperte, discoperte
2 (openlijk) franc, sincer
iets -- zeggen = dicer un cosa francamente


onbedektheid ZN

1 nuditate
2 (FIG) franchitia


onbedenkelijk BN

1 inconcipibile, inimaginabile


onbederfbaar BN

1 Zie: onbederfelijk


onbederfelijk BN

1 incorruptibile, imputrescibile


onbediend BN

1 sin haber recipite le ultime sacramentos


onbedijkt BN

1 sin dica(s)
--e kwelders = terras de alluvion sin dicas


onbedoeld BN

1 non volite, non intendite, involuntari, inintentionate, non intentionate
-- woordspeling = joco de parolas involuntari/inintentionate


onbedorven BN

1 (gaaf, fris) intacte, non guastate, fresc, nove
2 (naïef) innocente, pur, candide, ingenue
-- kind = infante candide/innocente


onbedorvenheid ZN

1 (gaafheid, frisheid) frescor
2 (naïviteit) innocentia, candor, ingenuitate, puressa, puritate
-- van de kinderjaren = puressa del infantia


onbedreigd BN

1 inconteste, incontestate
(SPORT) --e overwinning = victoria incontestate


onbedreven BN

1 inexperte, imperite, inhabile, inexperimentate, sin experientia
-- hand = mano inexperte
-- in de administratie = inexperte in le administration


onbedrevenheid ZN

1 manco de experientia/de habilitate, inexperientia, imperitia, inhabilitate


onbedrieglijk BN

1 (mbt personen) sincer, franc
2 (mbt zaken) infallibile, indubitabile, certe
door een -- instinct gewaarschuwd worden = esser advertite per un instincto infallibile


onbedrukt BN

1 non imprimite, blanc, aperte
--e ruimte van een blad = spatio blanc/non imprimite de un pagina


onbeducht BN

1 Zie: onbevreesd


onbeduidend BN

1 (van weinig belang) futile, insignificante, irrelevante, legier, trivial, sin importantia
-- smoesje/voorwendsel = pretexto futile
-- detail = detalio insignificante/irrelevante
-- persoon = persona insignificante
--e schuld = culpa legier
--e troepenmacht = numero insignificante de truppas
zich met --e dingen bezighouden = occupar se de/con cosas futile
2 (niet opvallend) banal, mediocre


onbeduidendheid ZN

1 (onbelangrijkheid) insignificantia, futilitate, insignificantia, irrelevantia, trivialitate, banalitate
-- van een bezwaar = futilitate de un objection
2 (onbelangrijke zaak) bagatella, trivialitate


onbedwingbaar BN

1 irresistibile, incoercibile, indomabile, irrefrenabile, irrepressibile, irreprimibile, invincibile, incontrolabile
-- woede = ira/furor/rabie/cholera incoercibile/incontrolabile
--e hartstocht = passion irrepressibile/irreprimibile
--e lachlust = inclination/desiro/desiderio irrepressibile/incontralabile a/de rider
--e hengst = stallon incontrolabile


onbedwingbaarheid ZN

1 character irresistibile/irrepressibile/irreprimibile, incoercibilitate, indomabilitate


onbedwongen BN

1 indomate, libere, que se manifesta liberemente


onbeëdigd BN

1 non jurate
--e rechter = judice non jurate


onbegaafd BN

1 sin talentos
een niet --e dichter = un poeta non sin talentos


onbegaafdheid ZN

1 manco/mancantia de talentos


onbegaan BN

1 inexplorate
--e wegen = vias/camminos inexplorate


onbegaanbaar BN

1 non practicabile, impracticabile
--e weg = cammino/via impracticabile


onbegaanbaarheid ZN

1 impracticabilitate
de -- van deze weg = le impracticabilitate de iste cammino/via


onbegeerd BN

1 indesirate, indesiderate


onbegeerlijk BN

1 indesirabile, indesiderabile


onbegonnen BN

1 impossibile a facer, irrealisabile, inexecutabile, interminabile, sin fin
het is -- werk = isto es impossibile


onbegraven BN

1 que non ha essite interrate, sin sepultura


onbegrensbaar BN

1 non limitabile, illimitabile


onbegrensd BN

1 non limitate, illimitate, sin limites, indefinite, infinite, immense
--e macht = poter illimitate/infinite
--e mogelijkheden = possibilitates illimitate
een -- vertrouwen genieten = gauder de un fuducia/confidentia illimitate/absolute
het heelal is -- = le universo es illimitate
de keuzemogelijkheden zijn bijna -- = le possibilitates es quasi sin limites


onbegrensdheid ZN

1 infinitate, immensitate


onbegrepen BN

1 non comprendite, non comprehendite
-- genie = genio non comprendite


onbegrijpelijk BN

1 incomprehensibile, incomprensibile, inintelligibile, inconcipibile, inexplicabile, inexplanabile, indecifrabile
-- gedrag = conducta/comportamento incomprehensibile/incomprensibile
de goddelijke natuur is -- = le natura de Deo es incomprehensibile/incomprensibile
-- woord = parola inintelligibile
-- manuscript = manuscripto indecifrabile


onbegrijpelijkheid ZN

1 incomprehensibilitate, incomprensibilitate, inexplicabilitate, inconcipibilitate, inintelligibilitate
Gods -- = le inexplicabilitate de Deo


onbegrip ZN

1 (mbt personen) incomprehension, incomprension
wederzijds -- = incomprehension/incomprension reciproc/mutual/mutue, manco/mancantia de comprehension/comprension a ambe lateres
op een muur van -- stuiten = choccar {sj} contra un muro de incomprehension/de incomprension
zo'n opmerking getuigt van -- = un tal remarca es un signo de ignorantia
2 (mbt zaken) inintelligentia


onbegroeid BN

1 sin plantas, sin vegetation, calve


onbegroot BN

1 non budgetate


onbehaaglijk BN

1 displacente, disagradabile, inconfortabile, incommode
een --e positie = un position displacente


onbehaaglijkheid ZN

1 displacentia


onbehaard BN

1 lisie, sin pilo, (ook PLANTK) glabre
--e delen van het lichaam = partes glabre del corpore
--e stengel = pedunculo glabre


onbehagen ZN

1 discontento, discontentamento, displacentia, incommoditate


onbehandelbaar BN

1 intractabile


onbeheerd BN

1 abandonate, sin vigilantia
-- bezit = ben abandonate
zijn fiets -- achterlaten = abandonar su bicycletta, lassar su bicycletta sin vigilantia


onbeheerst BN

1 incontrolate, violente, (onmatig) intemperate, intemperante, (zonder zelfbeheersing) incontinente
zijn --e optreden = su comportamento/conducta violente/incontrolate
(SPORT) een --e charge = un carga violente
--e kernreactie = reaction nuclear incontrolabile
zich -- gedragen = non saper controlar se


onbehoedzaam BN

1 imprudente, inconsiderate, irreflexive


onbeholpen BN

1 inhabile, disgratiose
-- manier van uitdrukken = elocution disgratiose


onbeholpenheid ZN

1 inhabilitate


onbehoorlijk BN

1 inconveniente, incorrecte, indecente, indecorose, improprie, dishoneste
-- gedrag = conducta/comportamento incorrecte
--e taal = linguage indecente
zich -- gedragen = non comportar se como on debe


onbehoorlijkheid ZN

1 inconvenientia, incorrection, dishonestate, dishonestitate, indecentia


onbehouwen BN

1 grossier, discortese, impolite, mal educate, rude
-- man = homine grossier


onbehouwenheid ZN

1 grosseria, discortesia, impolitessa


onbehuisd BN

1 sin casa, sin allogio
een --e = un persona sin casa/sin allogio


onbehuisde ZN

1 persona sin casa
toevluchtsoord voor --n = asylo pro personas sin casa/sin allogio


onbehulpzaam BN

1 non servicial, non adjuvante, non cooperative


onbekeerbaar BN

1 Zie: onbekeerlijk


onbekeerd BN

1 non convertite, non repentente
--e zondaar = peccator non convertite/non repentente


onbekeerlijk BN

1 (onboetvaardig) immortificate, impenitente


onbekeerlijkheid ZN

1 (onboetvaardigheid) immortification, impenitentia


onbekend BN

1 (niet bekend) incognoscite, incognite, ignorate
--e auteur = autor incognoscite/incognite
--e oorzaken = causas incognoscite/incognite
hij is mij -- = io non le cognosce
van --e herkomst = de origine incognite
-- zijn met de taal = non esser familiarisate con le lingua
-- willen blijven = guardar/conservar/mantener le incognito
de schenker wenst -- te blijven = le donator desira/desidera mantener le anonymato
-- maakt onbemind = on pote amar solmente lo que on cognosce
het graf van de --e Soldaat = le tumba del Soldato Incognoscite/Incognite
2 (niet bezocht) incognite, inexplorate
--e streken = regiones incognite
3 (geen naam gemaakt hebbend) ignorate, anonyme, obscur
-- schrijver = autor anonyme
4 (WISK) incognite
--e grootheid = incognita
5 (onwetend) ignorante
-- zijn met de regels = esser ignorante del regulas, ignorar le regulas, non esser al currente del regulas
deze naam komt mij niet -- voor = iste nomine non me es nove
het is u niet -- dat = vos sape que


onbekende ZN

1 persona incognite, persona que on non cognosce
2 (WISK) incognita
vergelijking met twee --n = equation a duo incognitas


onbekendheid ZN

1 ignorantia
-- met de feiten = ignorantia del factos


onbekendheidsclausule ZN

1 clausula de ignorantia


onbeklant BN

1 sin clientes


onbekleed BN

1 (niet bekleed) non (re)coperite, non tapissate
--e stoelen = sedias non tapissate
--e kabels = cablos nude
2 (mbt een ambt) vacante, libere


onbeklemd BN

1 non angustiate, non opprimite


onbeklemtoond BN

1 atone, atonic, inaccentuate, non accentuate
-- lettergreep = syllaba inaccentuate
--e klinker = vocal inaccentuate


onbeklimbaar BN

1 non ascendibile, (onbereikbaar) inaccessibile
--e vestingmuren = vallos/vallationes non ascendibile
die bergtop is -- = iste cyma de monte es inaccessibile


onbekommerd BN

1 tranquille
-- leven = viver libere de inquietude/sin preoccupationes


onbekommerdheid ZN

1 tranquillitate, securitate


onbekookt BN

1 inconsiderate, irreflexive, non premeditate
-- oordeel = judicamento/judicio irreflexive/precipitate
-- voorstel = proposition inconsiderate
--e plannen = planos salvage
-- spreken = parlar inconsideratemente/irreflexivemente


onbekooktheid ZN

1 inconsideration, irreflexion


onbekoorlijk BN

1 Zie: onbevallig


onbekoorlijkheid ZN

1 Zie: onbevalligheid


onbekrachtigd BN

1 non confirmate, non corroborate


onbekrompen BN

1 liberal, generose, tolerante, sin prejudicios
-- opvatting = idea liberal
-- denkwijze = mentalitate aperte/liberal


onbekrompenheid ZN

1 liberalitate, tolerantia


onbekwaam BN

1 incompetente, incapace, incapabile, inapte, inhabile, insufficiente
--e ambtenaar = functionario incompetente


onbekwaamheid ZN

1 incapabilitate, incapacitate, incompetentia, inaptitude, inhabilitate, insufficientia
-- tonen = demonstrar incapacitate


onbeladen BN

1 non cargate, sin carga, vacue


onbelangrijk BN

1 inimportante, sin importantia, non importante, insignificante, irrelevante, negligibile, accessori
dat is volkomen -- = isto care de tote importantia
niet -- = assatis importante


onbelangrijkheid ZN

1 insignificantia, futilitate


onbelast BN

1 (niet belast) non cargate, sin carga, vacue
2 (vrij van lasten) exempte (de impostos/taxas/cargas), non gravate de/con hypotheca, libere de hypotheca


onbelastbaar BN

1 exempte/libere de impostos/taxas


onbeleefd BN

1 impolite, discortese, incivil, inurban, mal educate, malgratiose, rude, grossier
-- antwoord = responsa discortese/grossier
--e handeling = incivilitate


onbeleefdheid ZN

1 impolitessa, discortesia, incivilitate, inurbanitate, grosseria
een -- begaan = committer un impolitessa


onbeleend BN

1 non hypothecate, libere


onbelegd BN

1
--e broodjes = panettos non guarnite


onbelegen BN

1 fresc, nove


onbelemmerd BN

1 libere, sin impedimento, sin obstruction, sin entraves, sin restrictiones, sin obstaculos
de --e doorgang van een schip garanderen = garantir le passage libere de un nave
een -- uitzicht hebben op de stad = haber un vista clar del urbe
-- zijn werk kunnen doen = poter realisar su labor/travalio liberemente/sin obstaculos


onbelemmerdheid ZN

1 libertate (de action/de movimento)


onbelend BN

1 sin adjacentias


onbelet BN

1 Zie: ongehinderd


onbelezen BN

1 illitterate


onbelicht BN

1 (FOTO) non exponite, virgine
--e film = pellicula/film (E) virgine/non exponite


onbeloond BN

1 sin recompensa


onbemalen BN

1 non disaquate
-- land = terra non disaquate


onbemand BN

1 (mbt schip) sin equipage, (mbt vliegtuig) sin pilota
-- vliegtuig = avion sin pilota


onbemerkbaar BN

1 non observabile, inobservabile


onbemerkt BN

1 inobservate, sin esser vidite
-- binnenkomen = entrar inobservate


onbemiddeld BN

1 sin recursos, sin medios pecuniari/de subsistentia
een --e vrouw = un femina sin recursos


onbemiddelde ZN

1 indigente


onbemiddeldheid ZN

1 manco/mancantia de recursos/de medios pecuniari/de subsistentia


onbemind BN

1 pauco/poco amate, non amate, que on non ama, impopular
het -- zijn = impopularitate
zich -- maken = attraher le antipathia de un persona
niet -- = assatis amate


onbemindheid ZN

1 impopularitate


onbeminnelijk BN

1 pauco/poco amabile/affabile


onbeminnelijkheid ZN

1 manco/mancantia de amabilitate/affabilitate


onbenaderbaar BN

1 inabordabile, que on non pote approchar {sj}


onbenijd BN

1 non invidiate
een -- leven = un vita non invidiate


onbenijdbaar BN

1 non invidiabile


onbenijdenswaardig BN

1 pauco/poco digne de invidia


onbenoembaar BN

1 (mbt personen) qui/que non pote esser appunctate, ineligibile
2 (mbt zaken) innominabile, indescriptibile


onbenoemd BN

1 (niet benoemd) non appunctate
2 (niet genoemd) innominate
3 (WISK) abstracte
-- getal = numero abstracte


onbenul ZN

1 persona ignorante, nullitate
wat een stuk --! = que nullitate!


onbenullig BN

1 (dom) stupide, ignorante, imbecille, insipiente
2 (onbeduidend) insignificante, futile
-- antwoord = responsa insignificante/vacue
-- boek = libro insignificante
iets --s = un insignificantia


onbenulligheid ZN

1 (domheid) stupiditate, insipientia
2 (onbeduidendheid) insignificantia, futilitate, nullitate


onbenut BN

1 inutilisate, non utilisate, non empleate, non usate
een kans -- laten = lassar non usate un occasion/un opportunitate


onbeoordeeld BN

1 non judicate, sin judicamento


onbepaalbaar BN

1 indeterminabile, indefinibile


onbepaalbaarheid ZN

1 indeterminabilitate


onbepaald BN

1 (niet begrensd) illimitate
-- volmacht aan iemand verlenen = dar carta blanc a un persona
2 (niet precies vastgesteld) indefinite, indeterminate, incerte
--e tijd = tempore indeterminate
voor --e tijd = sine die (L)
--e datum = data indeterminate
iets -- verlengen = prolongar un cosa pro un durata indeterminate
3 (TAAL) indefinite, indeterminate
-- lidwoord = articulo indefinite/indeterminate
-- voornaamwoord = pronomine indefinite/indeterminate
4 (TAAL) infinitive
--e wijs = modo infinitive, infinitivo
5 (vaag) vage, imprecise, incerte, confuse, indistincte
--e treurigheid = tristesssa vage


onbepaaldheid ZN

1 (onbeperktheid) indefinition, indetermination, infinitate
2 (vaagheid) character vage, imprecision
3 (WISK, NAT) incertitude
4
(TAAL) lidwoord van -- = articulo indefinite/indeterminate


onbepaaldheidsprincipe ZN

1 principio de indetermination ("Heisenberg")


onbeperkt BN

1 illimitate, sin limites, sin restriction, libere, absolute
-- vertrouwen = fiducia/confidentia illimitate/absolute/sin limites
--e aansprakelijkheid = responsabilitate illimitate
-- krediet = credito illimitate
het aantal mogelijkheden is -- = le numero de possibilitates es illimitate
-- van een regeling gebruik kunnen maken = facer un uso illimitate de un regulation


onbeperktheid ZN

1 character illimitate


onbeplant BN

1 non plantate, sin plantationes, nude


onbepleisterd BN

1 non stuccate, non ingypsate


onbeploegbaar BN

1 non arabile


onbeploegd BN

1 non arate


onbeproefd BN

1 (niet geprobeerd) non experimentate, non essayate, non probate, non provate
2 (niet op de proef gesteld) non testate, non provate, non probate


onberaamd BN

1 spontanee


onberaden BN

1 irreflexive, inconsiderate, indeliberate:
-- beslissing = decision irreflexive
-- daad = acto inconsiderate
-- handelen = ager inconsideratemente


onberadenheid ZN

1 inconsideration, irreflexion


onberecht BN

1 (niet berecht) non judicate
2 (R.K.) qui non ha recipite le ultime sacramentos, sin le ultime sacramentos


onbereden BN

1 (mbt rijdieren) que non ha habite un cavallero
2 (mbt wegen) inutilisate
een nog -- weg = un cammino inutilisate/non aperte al traffico/circulation
3 (niet van een paard voorzien) sin cavallo


onberedeneerbaar BN

1 irrational, irrationabile
-- gevoel = sentimento irrational
--e angst = pavor irrational


onberedeneerbaarheid ZN

1 character irrational/irrationabile


onberedeneerd BN

1 inconsiderate, irreflexive, irrational
-- oordeel = judicamento irreflexive
--e angst = pavor/angustia irrational
-- handelen = ager inconsideratemente/irrationalmente


onberedeneerdheid ZN

1 inconsideration, irreflexion


onbereid BN

1 (onvoorbereid) non preste, non preparate
2 crude, non preparate
-- leer = corio crede


onbereikbaar BN

1 inaccessibile, inabordabile, inattingibile, (niet te verwezenlijken) irrealisabile
--e rotspunt = picco inaccessibile
--e top = summitate inaccessibile
-- doel = objectivo inaccessibile
-- ideaal = ideal irrealisabile


onbereikbaarheid ZN

1 inaccessibilitate, inabordabilitate, inattingibilitate, (onmogelijkheid voor verwezenlijking) irrealisabilitate


onbereisd BN

1 (niet bezocht) inexplorate, non frequentate
--e streken = regiones inexplorate
2 (zonder reiservaring) qui non ha viagiate multo
hij is geheel -- = ille non ha jammais quitate su village/region


onberekenbaar BN

1 (niet berekend kunnende worden) incalculabile
--e schade = damno(s) incalculabile
--e consequenties = consequentias incalculabile
2 (niet vooraf te bepalen) incalculabile, imprevisibile, imponderabile
--e factoren = factores imponderabile
-- persoon = persona imprevisibile
3 (wisselvallig) cambiante, incalculabile
-- gedrag = comportamento/conducta incalculabile/irrational


onberekenbaarheid ZN

1 character incalculabile, incalculabilitate, imponderabilitate, imprevisibilitate


onberekend BN

1 non calculate


onberijdbaar BN

1 impracticabile
in de winter is die kleiweg -- = in hiberno iste cammino/via de argilla battite es impracticabile


onberijdbaarheid ZN

1 impracticabilitate


onberijmd BN

1 non rimate, in prosa
--e poëzie = poesia non rimate
--e psalmen = psalmos in prosa, version in prosa del psalmos


onberispelijk BN

1 impeccabile, incensurabile, irreprochabile {sj}, sin reproche(s) {sj}, irreprehensibile, perfecte
-- gedrag = comportamento/conducta impeccabile/irreprochabile/irreprehensibile
zich -- gedragen = comportar se/conducer se impeccabilemente/irreprochabilemente
--e kleding = vestimentos irreprochabile
een brief in -- Interlingua = un littera in Interlingua perfecte
zich -- kleden = vestir se impeccabilemente


onberispelijkheid ZN

1 impeccabilitate, incensurabilitate, irreprochabilitate {sj}, irreprehensibilitate, perfection


onberispt BN

1 sin blasmo, sin reproche {sj}


onberoerd BN

1 (onaangedaan) impassibile, imperturbabile, sin emotion, indifferente
2 (niet beroerd) non toccate, non disturbate, calme, seren, quiete
-- wateroppervlak = superficie de aqua quiete/non disturbate


onberoerdheid ZN

1 (onbewogenheid) impassibilitate


onberouwd BN

1 sin lassar regret
onbezien, -- = on non pote regrettar lo que on non cognosce


onbeschaafd BN

1 (mbt volkeren) barbare, non civilisate, incivilisate, primitive
--e volkeren = populos barbare
2 (mbt personen, omgangsvormen) incivilisate, grossier, barbare, crude, rude, vulgar, impolite, discortese, inculte, incivil
-- gedrag = comportamento incivile
--e manieren = manieras grossier/vulgar
--e taal = linguage vulgar/grossier


onbeschaafdheid ZN

1 manco/mancantia de civilisation/de cultura, mal manieras, grosseria, impolitessa, discortesia, incivilitate, vulgaritate, cruditate


onbeschaamd BN

1 impertinente, insolente, impudente, immodeste, sin pudor, sin vergonia
-- liegen = mentir impudentemente/con impudentia


onbeschaamdheid ZN

1 impertinentia, insolentia, impudentia, impudor, immodestia, effronteria
de -- van zijn leugens = le impertinentia de su mentitas


onbeschadigd BN

1 (mbt zaken) indemne, intacte, in bon stato, sin damno(s)
de goederen zijn -- aangekomen = le articulos ha arrivate indemne/in bon stato
2 (mbt personen) indemne, san e salve


onbeschaduwd BN

1 non umbrate, sin umbra, disproviste de umbra, insolate
de zuidkant van die woning is -- = le latere sud de iste casa es disproviste de umbra


onbescheiden BN

1 (niet bescheiden) pauco/poco modeste, immodeste
2 (nieuwsgierig) indiscrete, curiose
-- vraag = question indiscrete
aan -- blikken blootgesteld zijn = esser exponite a reguardos indiscrete/curiose
zonder -- te zijn = sin esser immodeste, sin indiscretion
3 (brutaal) impertinente


onbescheidenheid ZN

1 (gebrek aan bescheidenheid) manco/mancantia de modestia, immodestia, indiscretion
2 (onbescheiden handeling) acto immodeste


onbeschenen BN

1 non exclarate, non illuminate


onbeschermd BN

1 non protegite, indefense, sin defensa, sin protection
iemand -- achterlaten = lassar/abandonar un persona sin protection


onbeschoft BN

1 impertinente, insolente, grossier, rude, villan, irrespectuose, irreverente, mal educate
-- gedrag = comportamento villan/insolente
--e opmerking = observation insolente
--e persoon = persona insolente/impertinente
iemand -- behandelen = tractar un persona grossiermente
-- doen = comportar se grossiermente


onbeschoftheid ZN

1 impertinentia, insolentia, grosseria, irrespectuositate, irreverentia


onbeschreven BN

1 blanc, in blanco
-- blad papier = folio de papiro blanc/virgine
iets -- laten = lassar un cosa in blanco
(FIG) een -- blad zijn = esser un folio in blanco
de -- historie = le tradition


onbeschrijfbaar BN

1 (niet geschikt om er op te schrijven) super le qual on non pote scriber
dat papier is -- = il es impossibile de scriber super iste papiro
2 (onbeschrijfelijk) impossibile de describer, indescriptibile, inexprimibile, indicibile
een -- gevoel = un sentimento inexprimibile


onbeschrijfbaarheid ZN

1 character indescriptibile, indescriptibilitate


onbeschrijfelijk BN

1 impossibile de describer, indescriptibile, inexprimibile, indicibile
een --e warboel = un chaos/disordine indescriptibile/enorme
hij is -- slordig = ille es indescriptibilemente negligente


onbeschrijfelijkheid ZN

1 character indescriptibile, indescriptibilitate


onbeschroomd BN

1 franc, disinvolte
-- voor de waarheid uitkomen = dicer francamente le veritate


onbeschroomdheid ZN

1 franchitia, disinvoltura


onbeschut BN

1 indefense, sin defensa, sin protection
--te bedrijven = interprisas exponite al concurrentia, interprisas sin protection


onbeslagen BN

1 (zonder hoefijzers) non ferrate, sin ferraturas
-- ten ijs komen = presentar se sin bon preparation, esser mal preparate
2 (zonder aanslag) non coperite de vapor


onbeslapen BN

1
het bed was -- = on/ille/illa non habeva dormite in le lecto, nemo/necuno habeva dormite in le lecto


onbeslecht BN

1 non decidite, indecise, (JUR) pendente
een --e zaak = un caso pendente
een geschil -- laten = lassar pendente un conflicto/un differentia


onbeslisbaar BN

1 (WISK) indecidibile


onbeslisbaarheid ZN

1 (WISK) indecidibilitate


onbeslist BN

1 (niet tot een beslissing gekomen) non decidite, indecise
-- duel = duello indecise
--e woordenstrijd = disputa indecise
de kwestie blijft -- = le question resta/remane indecise
2 (JUR) (in behandeling) pendente
-- zijn = pender
3 (twijfelachtig) incerte, dubitose


onbeslistheid ZN

1 indecision


onbesloten BN

1 indecise, irresolute
-- zijn = hesitar


onbesmet BN

1 (onbezoedeld) immaculate, sin macula, pur, intacte
--te reputatie = reputation intacte
zijn naam -- houden = non dishonorar su nomine
2 (niet door smetstof aangetast) non contaminate
3 (van goederen) non boycottate


onbesneden WW

1 (REL) incircumcise, non circumcise, non circumcidite


onbesnedene ZN

1 (REL) persona incircumcise/non circumcise/non circumcidite, incircumciso


onbesnedenheid ZN

1 (REL) incircumcision


onbespannen BN

1 non jungite


onbespeelbaar BN

1 (mbt sportveld) impracticabile
-- veld/terrein = campo/terreno impracticabile


onbespeelbaarheid ZN

1 (mbt sportveld) impracticabilitate
-- van een terrein = impracticabilitate de un terreno


onbespied BN

1 non observate, inobservate, non surveliate
zich -- wanen = creder se inobservate


onbespoten BN

1 non tractate con pesticidas/herbicidas/insecticidas/germicidas
-- fruit = fructos procedente de culturas biologic


onbespraakt BN

1 qui ha difficultates a exprimer se, pauco/poco eloquente
niet -- = assatis eloquente


onbespraaktheid ZN

1 manco/mancantia de eloquentia


onbespreekbaar BN

1 non mentionabile, tabu


onbesproken BN

1 (onberispelijk) irreprochabile {sj}, irrepre(he)nsibile, impeccabile, incensurabile
-- gedrag = conducta/comportamento irreprochabile/irreprehensibile
-- naam = nomine sin macula
2 (niet behandeld) non discutite, non tractate
iets -- laten = non parlar de alicun cosa, non discuter un cosa
3 (niet gereserveerd) inoccupate, vacante, libere, disponibile
-- plaatsen = placias libere/non reservate


onbesprokenheid ZN

1 irreprochabilitate {sj}, irrepre(he)nsibilitate, impeccabilitate, incensurabilitate


onbestaanbaar BN

1 (niet kunnende bestaan) impossibile, imaginari, irreal
--e woorden = parolas impossibile
--e getallen = numeros imaginari
2 (strijdig) incompatibile (con)
-- met zich zelf zijn = esser incompatibile con se ipse


onbestaanbaarheid ZN

1 (het niet kunnen bestaan) impossibilitate
2 (strijdigheid) incompatibilitate (con)


onbestand ZN

1 inconstantia, instabilitate


onbesteed BN

1 non empleate, non utilisate, inutilisate
onze tijd is niet -- gebleven = nostre tempore non ha essite guastate


onbestelbaar BN

1 que non pote esser livrate, (van post) que non pote esser distribuite, non distribuibile
--e brief = littera que non pote esser date al destinatario


onbestelbaarheid ZN

1 non distribution


onbestemd BN

1 confuse, indefinibile, indeterminabile, indefinite, indeterminate, vage, indistincte, indecise
--e kleur = color indefinibile/indeterminabile
-- gevoel = sentimento vage/indefinibile/indeterminate
-- verlangen = desiro/desiderio indefinibile/indeterminabile
--e angsten = angustias sin nomine


onbestemdheid ZN

1 indetermination


onbestendig BN

1 variabile, varie, cambiante, capriciose, fluctuante, inconsistente, inconstante, instabile
-- weer = tempore variabile/cambiante/capriciose
--e geluk = felicitate incerte
-- politieke situatie = situation politic instabile/fluide
-- humeur = humor capriciose


onbestendigheid ZN

1 (veranderlijkheid) inconstantia, instabilitate, variabilitate, fluctuation, fluiditate, inconsistentia, mobilitate
-- van het weer = variabilitate del tempore


onbestijgbaar BN

1 inaccessibile


onbestijgbaarheid ZN

1 inaccessibilitate


onbestorven BN

1 (mbt vlees) non mortificate, troppo fresc
2 (nog niet hard genoeg) fresc
dat metselwerk is nog -- = iste masoneria es ancora fresc
3 cuje marito/a es absente


onbestoven BN

1 (PLANTK) non pollinisate


onbestraald BN

1 non exponite al radios (de)


onbestraat BN

1 non pavite, non pavimentate
--e weg = via/cammino non pavite


onbestrafbaar BN

1 que on non pote punir, impunibile


onbestreden BN

1 inconteste, incontestate, indisputate, non discutite, sin contestation
een -- stelling = un these/thesis incontestate


onbestrijdbaar BN

1 Zie: onaanvechtbaar


onbestrijdbaarheid ZN

1 Zie: onaanvechtbaarheid


onbestuurbaar BN

1 (mbt voertuigen) immaneabile, incontrolabile
2 (niet te beheren) ingovernabile


onbestuurbaarheid ZN

1 (mbt voertuigen) character/stato immaneabile, incontrolabilitate
2 (mbt het beheren) ingovernabilitate


onbesuisd BN

1 inconsiderate, impetuose, esturdite, temerari, temere


onbesuisdheid ZN

1 inconsideration, impetuositate, temeritate


onbetaalbaar BN

1 (niet op te brengen) que on non pote pagar, impossibile de pagar, (zeer duur) que ha un precio prohibitive
2 (onschatbaar) inestimabile, inappreciabile, incalculabile
een --e dienst = un servicio inestimabile
3 (kostelijk) impagabile, genial
een --e grap = un burla impagabile/genial


onbetaald BN

1 non pagate, non salariate, non remunerate, non retribuite
--e goederen = merces non pagate
--e arbeid/werk = labor/travalio non pagate/non remunerate, (vrijwilligerswerk) labor/travalio voluntari
--e vakantie = vacantias non pagate


onbetamelijk BN

1 improprie, indecente, inconveniente, dishoneste, inhoneste, immodeste, indecorose, scabrose
--e daad = acto inconveniente
-- gedrag = conducta indecente


onbetamelijkheid ZN

1 indecentia, inhonest(it)ate, dishonest(it)ate, immodestia, inconvenientia


onbetekenend BN

1 insignificante, irrelevante, negligibile, anodin, sin importantia
-- detail = detalio insignificante/irrelevante
--e som = summa negligibile/ridicule
--e wond = vulnere anodin


onbetekenendheid ZN

1 insignificantia, irrelevantia


onbeteugeld BN

1 sin brida, sin freno, indomate
--e hartstochten = passiones indomate


onbetoogbaar BN

1 Zie: onbewijsbaar


onbetoogbaarheid ZN

1 Zie: onbewijsbaarheid


onbetoombaar BN

1 indomabile


onbetoombaarheid ZN

1 character indomabile


onbetoomd BN

1 Zie: onbeteugeld


onbetoond BN

1 atone, atonic


onbetraand BN

1 sin lacrimas


onbetracht BN

1 non complite, non observate


onbetreden BN

1 (nog niet betreden) inexplorate
-- wegen/paden = camminos inexplorate
2 (nog niet aangetast) inviolate
-- woud = foreste inviolate


onbetreurd BN

1 non regrettate, non deplorate
een --e dode = un morto non deplorate


onbetrouwbaar BN

1 (onjuist) dubitose, infidel, non digne de fiducia
-- verhaal = historia infidel
het ijs is nog -- = le glacie es ancora pauco/poco secur
2 (gemeen) perfide, perfidiose, disloyal, false


onbetrouwbaarheid ZN

1 (onjuistheid) infidelitate, character dubitose
-- van een geschiedschrijver = infidelitate de un historico
2 perfidia, fide punic


onbetuigd BN

1
zich niet -- laten = non facer se precar, participar con enthusiasmo, (bij de maaltijd) mangiar/biber multo, facer honor al tabula


onbetwijfelbaar BN

1 indubitabile, indisputabile


onbetwijfeld BN

1 foris de dubita


onbetwist BN

1 inconteste, incontestate, indisputate
--e rechten = derectos inconteste/incontestate
--e waarheid = veritate incontestate
zijn -- leiderschap = su direction indisputate
zijn positie is niet -- gebleven = su position no ha remanite indisputate


onbetwistbaar BN

1 incontestabile, indiscutibile, indisputabile, indubitabile, irrefutabile
--e waarheid = veritate indiscutibile/indubitabile
het is -- zeker = isto es indiscutibilemente secur
dit huis is zijn --e eigendom = ille es le proprietario incontestabile de iste casa


onbetwistbaarheid ZN

1 incontestabilitate, indubitabilitate, indiscutibilitate, indisputabilitate, irrefutabilitate


onbevaarbaar BN

1 innavigabile, non navigabile, impracticabile
--e rivier = fluvio innavigabile/impracticabile


onbevaarbaarheid ZN

1 innavigabilitate, impracticabilitate


onbevallig BN

1 inelegante, disgratiose


onbevalligheid ZN

1 manco/mancantia de gratia, inelegantia, disgratia


onbevangen BN

1 (onbeschroomd) naive, ingenue, disinvolte, spontanee, innocente, candide
-- om zich heen kijken = reguardar/mirar ingenuemente circa/circum se
2 (onbevooroordeeld) sin prejudicios, impartial
-- oordeel = judicio/judicamento impartial
-- zijn oordeel zeggen = opinar impartialmente
-- tegenover iets staan = non haber prejudicios super un cosa


onbevangenheid ZN

1 (onbeschroomdheid) naivitate, ingenuitate, disinvoltura, spontaneitate, innocentia, candor
2 (onbevooroordeeldheid) absentia de prejudicios, impartialitate


onbevaren BN

1 non explorate
-- water = aquas non explorate


onbevatbaar BN

1 Zie: onbevattelijk


onbevattelijk BN

1 (ondoorgrondelijk) incompre(he)nsibile, inconcipibile, impenetrabile, insondabile
2 (traag van begrip) obtuse, lente de comprender
3 (onbegrijpelijk) incompre(he)nsibile, inintelligibile


onbevederd BN

1 sin plumas


onbeveiligd BN

1 sin protection
--e overweg = passage a nivello non guardate


onbevestigd BN

1 non confirmate
volgens --e geruchten = secundo rumores non confirmate


onbevlekt BN

1 immaculate, sin macula, intacte, pur, caste
Maria's Onbevlekte Ontvangenis = le Immaculate Conception


onbevlekte ZN

1 immaculato


onbevlektheid ZN

1 puritate, puressa, castitate


onbevochten BN

1 inconteste, incontestate
-- laten = non toccar a


onbevoegd BN

1 incompetente, incapace, incapabile, non autorisate
--e leerkrachten = maestros/maestras sin diploma
het -- uitoefenen van de geneeskunde = le exercitio illegal del medicina
de rechter heeft zich -- verklaard = le judice se ha declarate incompetente
-- verklaren = incapacitar, recusar
het -- verklaren = incapacitation
-- tot iets = non competente pro un cosa


onbevoegde ZN

1 persona incompetente, persona non autorisate/sin autorisation, persona sin diploma


onbevoegdheid ZN

1 incompetentia, incapabilitate, incapacitate


onbevolkt BN

1 non populate
--e streek = region non populate


onbevooroordeeld BN

1 libere de/exempte de prejudicios, impartial, sin prejudicios, sin preconceptiones
niemand is geheel -- = nemo/necuno es completemente impartial/sin prejudicio


onbevooroordeeldheid ZN

1 absentia de prejudicios/preconceptiones, impartialitate


onbevoorrecht BN

1 non privilegiate


onbevracht BN

1 non cargate


onbevredigbaar BN

1 inappaciabile
een --e eerzucht najagen = persequer un ambition inappaciabile


onbevredigd BN

1 insatisfacte, inappaciate, insatiate
--e nieuwsgierigheid = curiositate insatisfacte
iets -- laten = lassar un cosa insatisfacte


onbevredigdheid ZN

1 insatisfaction


onbevredigend BN

1 non satisfaciente, non satisfactori, insatisfactori
--e resultaten = resultatos insatisfactori/non satisfactori
-- antwoord = responsa insatisfactori


onbevreesd BN

1 sin pavor, audace, intrepide, impavide, hardite
-- optreden = ager sin pavor
-- zijn mening zeggen = opinar impavidemente, dicer coragiosemente su opinion


onbevreesdheid ZN

1 audacia, intrepiditate, harditessa


onbevriesbaar BN

1 incongelabile


onbevroed BN

1 non presumite


onbevroren BN

1 non gelate


onbevrucht BN

1 (niet vruchtbaar gemaakt) non fecundate, non fertilisate
2 (niet zwanger) non gravide, non pregnante


onbewaakt BN

1 non guardate, non surveliate, non custodiate, sin surveliantia, sin vigilantia
--e overweg = passage a nivello non guardate/non custodiate
in een -- ogenblik = in un momento de inattention


onbewaarheid BN

1 que non se ha verificate


onbeweegbaar BN

1 immobile, fixe, immutabile


onbeweegbaarheid ZN

1 immobilitate, fixitate, immutabilitate


onbeweeglijk BN

1 (roerloos) sin movimento, inerte, immobile, fixe, hieratic, static
-- maken = immobilisar
2 (onwrikbaar) blocate
de deurkruk zat -- vast = le manico del porta esseva blocate
3 (FIG) (onverzettelijk) inflexibile, inexorabile


onbeweeglijkheid ZN

1 (roerloosheid) immobilitate, fixitate, staticitate
2 (FIG) (onverzettelijkheid) inflexibilitate, inexorabilitate


onbeweend BN

1 non deplorate


onbeweidbaar BN

1 ubi le bestias non pote pascer/pasturar


onbewerkt BN

1 (niet bewerkt) crude, brute, non tractate
-- materiaal = materia brute
-- leer = corio crude/non tractate
2 (niet versierd) sin ornamentos


onbewezen BN

1 non demonstrate, indemonstrate, sin provas, non provate, sin probas, non probate, sin fundamento, infundate, gratuite
hij baseert zich op -- hypothesen = ille se basa super hypotheses indemonstrate
-- uitspraak/bewering = assertion gratuite
-- beschuldiging = accusation infundate


onbewijsbaar BN

1 que non pote esser probate/provate/demonstrate, indemonstrabile
--e hypothese = hypothese indemonstrabile
-- axioma = axioma indemonstrabile


onbewijsbaarheid ZN

1 character indemonstrabile, impossibilitate de provar/probar/demonstrar un cosa, indemonstrabilitate
-- van een axioma = indemonstrabilitate de un axioma
-- van een schuld = indemonstrabilitate de un culpa


onbewimpeld BN

1 directe, franc, aperte
-- antwoord = responsa franc
-- voor de waarheid uitkomen = dicer apertemente/francamente le veritate


onbewogen BN

1 (roerloos) immobile, quiete
2 (onaangedaan) impassibile, imperturbabile, indifferente, sin emover se, sin emotion, stoic
-- gelaat = visage impassibile/imperturbabile
-- de dood trotseren = affrontar impassibilemente le morte


onbewogenheid ZN

1 (roerloosheid) immobilitate
2 (onverstoorbaarheid) impassibilitate, frigor, indifferentia, stoicismo


onbewolkt BN

1 sin nube(s), clar, seren
--e hemel = celo seren


onbewoonbaar BN

1 inhabitabile
-- huis = casa inhabitabile
een huis -- verklaren = declarar un casa inapte pro habitation human


onbewoonbaarheid ZN

1 stato inhabitabile, inhabitabilitate
-- van een gebied = inhabitabilitate de un zona


onbewoonbaarverklaring ZN

1 declaration de inhabitabilitate


onbewoond BN

1 (mbt land/streek) non populate, deserte
-- eiland = insula deserte
2 (mbt woning) inhabitate, inoccupate
-- huis = casa inhabitate/inoccupate
de tweede verdieping was -- = le secunde etage (F) esseva vacante


onbewust BN

1 (niet wetend) inconsciente
-- zijn van iets = esser inconsciente de un cosa, non haber conscientia de un cosa, ignorar un cosa
2 (onwillekeurig) inconsciente, machinal, involuntari(e)
ik heb het -- gedaan = io lo ha facite involuntariemente
3 (instinctief) instinctive, inconsciente, subliminal
--e aandrang = impulso/impulsion instinctive/inconsciente


onbewuste ZN

1 inconsciente, subconsciente


onbewustheid ZN

1 inconscientia


onbezaagd BN

1 non serrate
-- hout = ligno non serrate


onbezaaid BN

1 non seminate
--e akker = campo non seminate


onbezeilbaar BN

1 impracticabile al/pro le velieros


onbezet BN

1 (niet bezet) non occupate, inoccupate, libere
geen plaats in het gebouw was -- = il non habeva necun placia libere in le edificio
2 (onvervuld) vacante
deze functie is nog -- = iste posto es ancora vacante
3 (niet onder een bezetting staand) non occupate
het --te gebied van Frankrijk = le zona/territorio non occupate de Francia


onbezichtigd BN

1 sin esser visitate
niets -- laten = visitar toto


onbezield BN

1 (zonder bezieling) inexpressive, frigide
2 (levenloos) exanime, inanimate, sin vita
--e wezens = esseres inanimate


onbezien BN

1 sin haber lo vidite
hij heeft die dingen -- gekocht = ille ha comprate iste cosas sin haber los vidite


onbezoedeld BN

1 immaculate, sin macula, pur
--e naam = nomine/reputation immaculate/sin macula
-- door het leven gaan = menar un vita irreprochabile {sj}/impeccabile/pur


onbezoldigd BN

1 irremunerate, non salariate, sin salario, non pagate, non retribuite, honorific, honorari
-- ambt = posto/function honorific/honorari
-- secretaris = secretario honorific


onbezonnen BN

1 esturdite, impremeditate, irreflexive, inconsiderate, irresponsabile
-- ijver = zelo inconsiderate, enthusiasmo cec
-- daad = acto irreflexive
-- lieden = gente irresponsabile
--- handelen = ager sin reflecter


onbezonnenheid ZN

1 inconsideration, irreflexion
jeugdige -- = inconsideration juvenil
2 (handeling) acto inconsiderate


onbezorgd BN

1 (zorgeloos) libere de inquietude, sin preoccupationes
hij leidt een -- leventje = ille mena un vita sin preoccupationes
een --e oude dag = un vetulessa sin preoccupationes
2 (onbesteld) non livrate, (post OOK) non distribuite


onbezorgdheid ZN

1 libertate de inquietude, absentia de preoccupationes


onbezwaard BN

1 (door geen bezwaren weerhouden) libere de, exempte de
2 (onbezorgd) libere de inquietude, sin preoccupationes, tranquille
met een -- geweten = con un conscientia tranquille
3 (vrij van schulden) sin debitas, sin hypothecas, exempte de/non gravate de debitas/de hypothecas


onbezwalkt BN

1 Zie: glanzend
2 Zie: onbewolkt
3 Zie: vlekkeloos


onbezweken BN

1 firme, constante


onbijbels BN

1 pauco/poco conforme al biblia/scriptura, antibiblic, non biblic, non scriptural, heterodoxe
--e leerstellingen verkondigen = inseniar doctrinas heterodoxe


onbillijk BN

1 (onredelijk) injuste, inique, inequitabile, non equitabile, sin equitate
--e eisen = exigentias injuste
2 (ongerechtvaardigd) injuste, injustificate


onbillijkheid ZN

1 injustitia, iniquitate, inequitate


onbloedig BN

1 sin effusion de sanguine
--e revolutie = revolution sin effusion de sanguine


onblusbaar BN

1 (niet te blussen) que on non pote extinguer, inextinguibile
2 (niet te stillen) insatiabile, inextinguibile
--e haat = odio inextinguibile
-- verlangen = desiro/desiderio insatiabile/inextinguibile


onblusbaarheid ZN

1 inextinguibilitate


onboetvaardig BN

1 impenitente, immortificate
hij stierf als een -- zondaar = ille moriva como un peccator impenitente


onboetvaardigheid ZN

1 impenitentia, immortification


onbrandbaar BN

1 incombustibile, ininflammabile, apyre
-- maken = ignifugar
--e verf = color ininflammabile


onbrandbaarheid ZN

1 incombustibilitate, ininflammabilitate


onbrandbaarmakend BN

1 ignifuge
-- middel = ignifugo


onbreekbaar BN

1 infrangibile, irrumpibile
-- glas = vitro infrangibile/irrumpibile
--e voorwerpen = objectos irrumpibile
2 (van lichtstralen) irrefrangibile
3 (onverbreekbaar) indestructibile
de --e banden van het huwelijk = le lacios/ligamines/vinculos indissolubile del matrimonio


onbreekbaarheid ZN

1 infrangibilitate, irrumpibilitate
2 (van lichtstralen) infrangibilitate


onbroederlijk BN

1 non conforme al amor fraterne/fraternal, pauco/poco fraternal


onbruik ZN

1 disuso, desuetude
in -- geraakt = relicte, antiquate, desuete, obsolete
in -- geraken = antiquar se, cader in disuso/in desuetude, devenir obsolete/desuete
dit woord is in -- geraakt = iste parola ha devenite obsolete, iste parola non plus es currente


onbruikbaar BN

1 inservibile, inutilisabile, inusabile, inutile, (mbt weg/methode) impracticabile
--e methode = methodo impracticabile/inapplicabile
die machines zijn -- = iste machinas es inservibile
-- maken = render inservibile, inutilisar, (afstempelen, uitwissen) obliterar


onbruikbaarheid ZN

1 (van een ding) stato defectuose, mal stato, inservibilitate, inutilisabilitate, inutilitate, (mbt weg/methode) impracticabilitate
2 (van personen) incapacitate


onbruikbaarmaking ZN

1 (voor menselijke consumptie) disnaturation
2 (van een wapen) inutilisation, (door afstempeling) obliteration


onbuigbaar BN

1 Zie: onbuigzaam


onbuigbaarheid ZN

1 Zie: onbuigzaamheid


onbuigzaam BN

1 (niet te buigen) inflexibile, rigide
2 (koppig) inflexibile, intransigente, irreducibile, rigide
--e wil = voluntate inflexibile
-- karakter = character inflexibile/intransigente


onbuigzaamheid ZN

1 (ook FIG) inflexibilitate, rigiditate, intransigentia


onburgerlijk BN

1 non civic


onburgerlijkheid ZN

1 incivismo


onchristelijk ZN

1 (niet-christelijk) pauco/poco/non christian
2 (ongepast) indecente
-- tijdstip = hora indecente


onchristelijkheid ZN

1 manco/mancantia de spirito christian, (mbt gedrag) conducta/comportamento pauco/poco/non christian


oncijnsbaar BN

1 exempte de impostos


oncijnsbaarheid ZN

1 exemption de impostos


oncoaguleerbaar BN

1 incoagulabile


oncoaguleerbaarheid ZN

1 incoagulabilitate


oncogeen BN

1 oncogene, oncogenic
-- virus = virus oncogene/oncogenic


oncollegiaal BN

1 non solidari (con su collegas), disloyal (verso su collegas)


oncologie ZN

1 oncologia, cancerologia


oncologisch BN

1 oncologic
-- instituut = instituto oncologic


oncoloog ZN

1 oncologo, oncologista, cancerologo


oncomfortabel BN

1 inconfortabile, incommode
--e zitbank = sofa incommode


onconfessioneel BN

1 non confessional


onconformistisch BN

1 non conformista


oncontroleerbaar BN

1 incontrolabile, inverificabile
--e bewering = affirmation incontrolabile/inverificabile


oncontroleerbaarheid ZN

1 incontrolabilitate
-- van een aantal gegevens = incontrolabilitate de un numero de datos


onconventioneel BN

1 non conventional, pauco/poco conventional


onconverteerbaar BN

1 (HAND) inconvertibile


onconverteerbaarheid ZN

1 (HAND) inconvertibilitate


ondank ZN

1 ingratitude
slechts -- oogsten = reciper solo ingratitude


ondankbaar BN

1 ingrate
-- onderwerp = subjecto ingrate
-- werk = travalio/labor ingrate


ondankbaarheid ZN

1 ingratitude


ondanks ZN

1 malgrado, in despecto de, nonobstante
-- alles = malgrado/nonobstante toto
-- het feit dat = malgrado le facto que


ondeelbaar BN

1 indivisibile, impartibile, (NAT ook) insecabile
-- getal = numero indivisibile/prime
2 (zeer klein) infime
een -- ogenblik = un fraction de un secunda
-- klein = infinitemente parve, (WISK) infinitesimal


ondeelbaarheid ZN

1 indivisibilitate, impartibilitate, (NAT ook) insecabilitate


ondefinieerbaar BN

1 indefinibile, indeterminabile, indescriptibile, intangibile
--e kleur = color indefinibile/indeterminabile
-- verlangen = desiro/desiderio indefinibile/intangibile
iets --s = un cosa indefinibile/intangibile


ondefinieerbaarheid ZN

1 indefinibilitate
-- van een gevoel = indefinibilitate de un sentimento


ondegelijk BN

1 inconsistente, pauco/poco solide, superficial


ondemocratisch BN

1 non democratic, antidemocratic, pauco/poco democratic, contrari al democratia


ondenkbaar BN

1 impensabile, inconcipibile, inimaginabile
deze situatie is -- = iste situation es inconcipibile
het is niet -- dat = il es probabile que, il existe le probabilitate que, il non es inconcipibile que


ondenkbaarheid ZN

1 inconcipibilitate, inimaginabilitate


ondenkelijk BN

1 Zie: ondenkbaar


onder VZ

1 (beneden, lager dan) sub, inferior a
de tunnel gaat -- de rivier door = le tunnel (E) passa sub le fluvio
-- de boom zitten = esser sedite sub le arbore
-- hetzelfde dak = sub le mesme tecto
-- deze prijs = inferior a/sub iste precio
van -- de tafel = de sub le tabula
-- het gemiddelde = inferior al media
-- water zetten = inundar
-- iemand staan = depender de un persona, esser le inferior de un persona
2 (te midden van) inter, in medio de
-- anderen = inter alteres
-- andere = inter altere cosas
dit moet -- ons blijven = isto debe restar/remaner inter nos
-- het volk = inter le populo
3 (tijdens) durante
-- het eten = durante le mangiar
-- kantoortijd = durante le horas de officio/bureau (F)
4 (ten tijde van) sub
-- de regering van keizer Augustus = sub le regno del imperator Augusto
5 (vlakbij) sub, a presso de
een dorp -- Amsterdam = un village a presso de Amsterdam
-- de hand hebben = haber sub le mano, haber a su disposition
iemand -- ogen komen = presentar se ante un persona
6 (beschermd door) sub
kinderen -- geleide van een volwassene = infantes sub le conducta de un adulto
-- toezicht van de politie = sub le surveliantia del policia
-- de controle van = sub le controlo de
-- voogdij = sub tutela
7 (minder dan) minus de
kinderen -- de vijf jaar = infantes de minus de cinque annos
8
iets -- woorden brengen = formular un cosa
-- ede = sub juramento
-- vier ogen = de persona a persona
-- hoogspanning werken = laborar/travaliar sub tension/pression
-- de naam van = sub le nomine de
-- deze omstandigheden = in iste circumstantias
hij zat -- de modder = ille esseva coperite/coperte de fango


onder BW

1 infra, in basso
wij wonen -- = nos habita in basso
-- in de mand = in le/al fundo del corbe
-- aan de vleugel = al pede del piano
-- aan de bladzijde = al pede del pagina
-- tegen het dak = justo sub le tecto
de zon is nog niet -- = le sol non jam se ha ponite
de kinderen zaten -- = le infantes esseva coperite/coperte (de fango/tinta, etc.)
iemand van -- tot boven bekijken = examinar un persona de pedes a testa/capite
ten -- gaan = perir


onderaan BW

1 infra, in basso, al pede de
-- de brief = al pede del littera
-- de toren = al pede del turre
-- de bladzijde = al pede del pagina
het dorp ligt -- het gebergte = le village es (situate) al pede del montania
-- de lijst staan = occupar le ultime loco del lista
-- links = in basso al sinistra


onderaanbesteden WW

1 subcontractar


onderaannemen WW

1 subcontractar


onderaannemer ZN

1 subcontract(at)or


onderaanneming ZN

1 subcontractation


onderaanzicht ZN

1 vista de infra/basso


onderaards BN

1 subterranee
-- gewelf = volta subterranee
-- gangenstelsel = rete de galerias subterranee
--e ruimte/gang/tunnel, etc. = subterraneo
(AARDR) --e wateren = aquas telluric


onderaf BW

1 de infra, de/desde in basso
van -- beginnen = comenciar de/desde in basso, comenciar de zero


onderafdeling ZN

1 subdivision, subsection
van een -- = subdivisionari


onderagent ZN

1 subagente


onderalgebra ZN

1 subalgebra


onderarm ZN

1 parte inferior del bracio, antebracio


onderarmbeen ZN

1 osso del antebracio


onderarmbreuk ZN

1 fractura del antebracio


onderarms BN

1
-- gooien/werpen = jectar/lancear per un movimento ascendente del bracio


onderarmslagader ZN

1 arteria radial


onderbaas ZN

1 chef (F) de equipa, prime obrero


onderbalk ZN

1 architrave, architrabe


onderbank ZN

1 (lager staande zitbank) banco inferior
2 succursal (de un banca)


onderbed ZN

1 lecto inferior/del basso/de infra, prime lecto


onderbeek ZN

1 (van molenbeek) rivo inferior


onderbeen ZN

1 parte inferior del gamba
men heeft hem het -- afgezet = on le ha amputate le gamba sub le geniculo/genu


onderbeenbreuk ZN

1 fractura del parte inferior del gamba


onderbeet ZN

1 occlusion posterior


onderbek ZN

1 maxilla inferior


onderbelasting ZN

1 carga reducite


onderbelicht BN

1 (FOTO) subexponite, insufficientemente exponite
--e foto = photo(graphia) subexponite


onderbelichten WW

1 (FOTO) subexponer
het -- = subexposition
een foto -- = subexponer un photo(graphia)
een negatief -- = subexponer un negativo
2 (FIG) prestar pauc/poc attention


onderbelichting ZN

1 (FOTO) subexposition, exposition insufficiente
2 (FIG) attention insufficiente


onderbeluchting ZN

1 aeration inferior/insufficiente


onderbenutting ZN

1 subexploitation {plwa}


onderbesparing ZN

1 sparnio/economia/economisation insufficiente


onderbesteding ZN

1 expensas inferior al creditos disponibile, uso insufficiente


onderbetalen WW

1 subpagar, subremunerar, pagar mal/pauco/poco
onderbetaald werk = labor/travalio mal pagate
onderbetaald worden voor zijn werk = esser mal pagate pro su labor/travalio


onderbetaling ZN

1 mal paga, paga insufficiente


onderbevelhebber ZN

1 secunde commandante, subcommandante


onderbevolking ZN

1 subpopulation


onderbevolkt BN

1 subpopulate


onderbevrachten WW

1 (SCHEEP) subaffretar


onderbevrachting ZN

1 cargamento insufficiente, (SCHEEP) (af)fretamento insufficiente


onderbewust BN

1 subconscie, subconsciente, subliminal


onderbewuste ZN

1 subconsciente
bestudering van het -- = exploration del subconsciente


onderbewustzijn ZN

1 subconsciente, subconscientia


onderbezet BN

1 (EC) subempleate, suboccupate


onderbezetting ZN

1 (EC) subempleo, manco/mancantia/carentia/insufficientia de personal
wij werken in -- = nos functiona con placias vacante


onderbibliothecaris ZN

1 subbibiothecario


onderbieden WW

1 (lager bieden dan) offerer troppo pauco/poco


onderbieding ZN

1 offerta troppo basse


onderbil ZN

1 (van mens) parte inferior del gluteo


onderbinden WW

1 poner se/mitter se (le patines), attachar {sj} (le patines)


onderbinding ZN

1 (MED) ligatura


onderbisschop ZN

1 suffragante


onderblad ZN

1 folio inferior
2 (mbt een snaarinstrument) tabula de harmonia
3 (mbt de long van een koe) lobo inferior


onderblijven WW

1 restar/remaner sub (le aqua)


onderboekhouder ZN

1 adjuta contabile


onderbootsman ZN

1 secunde maestro de equipage


onderborst ZN

1 parte inferior del pectore/del thorace


onderbouw ZN

1 fundamento(s), base, substruction, substructura, infrastructura, basamento
de -- aanbrengen = substruer
2 (van school) prime cyclo, cyclo inferior, classes inferior


onderbouwen WW

1 appoiar, basar
die stelling was goed onderbouwd = iste these (-esis) habeva un fundamento solide
een stelling wetenschappelijk -- = dar un base/fundamento scientific a un these (-esis)


onderbouwing ZN

1 fundamento(s), base(s)
de -- van zijn redenering is ijzersterk = le base de su rationamento es inattaccabile/indiscutibile, su rationamento se funda super bases solidissime


onderbreken WW

1 (tijdelijk doen ophouden) interrumper, suspender
de elektrische stroom -- = interrumper le currente electric
onderhandelingen -- = suspender negotiones
2 (storen, afbreken) interrumper, discontinuar
iemands slaap = interrumper le somno de un persona
een reis -- = interrumper un viage
een zwangerschap -- = interrumper/terminar un pregnantia/graviditate
iemand in zijn verhaal -- = interrumper le relation de un persona, impedir un persona de continuar su historia
iemands gedachtengang -- = interrumper le ordine de ideas de un persona
mag ik u even --? = pote io interrumper vos un momento?
3 (regelmatig onderbreken) intermitter


onderbreker ZN

1 interruptor, disjunctor, (NAT) rheotomo


onderbreking ZN

1 (het onderbreken) interruption, suspension
-- van zwangerschap = interruption/termination de pregnantia/graviditate
2 (pauze) interruption, intermission, intervallo, pausa
-- van een uur = interruption/intervallo de un hora
zonder -- = sin pausa, ininterrumpitemente
3 (gat, opening) hiato


onderbrengen WW

1 (huisvesten) allogiar, albergar, installar
zijn kinderen bij iemand -- = allogiar su infantes in le casa de un persona, confider su infantes al guarda de un persona
vluchtelingen in kampen -- = installar refugiatos in campos
in dat gebouw worden winkels ondergebracht = in iste edificio on va installar botecas
in een kazerne -- = casernar
2 (categoriseren) classar, classificar, (in een catalogus) catalogar
in een categorie -- = inserer/insertar/mitter in un categoria
het is nergens onder te brengen = illo non pote esser classificate
3 (een verzekerde positie bezorgen) establir


onderbroek ZN

1 calceones


onderbroekje ZN

1 slip (E)


onderbroken BN

1 interrumpite, interrupte, discontinue, intermittente
-- las = soldatura discontinue
-- (spoor)lijn = linea interrupte


onderbuik ZN

1 ventre basse, parte inferior del ventre, abdomine, alvo, hypogastrio
van de -- = hypogastric
pijn in de -- hebben = haber dolor(es) abdominal


onderbuikskwaal ZN

1 maladia abdominal


onderbuiksspier ZN

1 musculo abdominal


onderbuiksstreek ZN

1 region abdominal


onderbuiksziekte ZN

1 Zie: onderbuikskwaal


onderbuis ZN

1 (kledingstuk) subveste
2 tubo inferior


onderburgemeester ZN

1 viceburgomaestro


onderbuur(man) ZN

1 vicino de infra/de in basso


ondercarter ZN

1 carter (E) inferior


ondercentrale ZN

1 subcentral


ondercentrum ZN

1 subcentro


onderchef ZN

1 subchef


onderchlorigzuur ZN

1 acido hypochlorose


ondercommandant ZN

1 subcommandante


ondercommissaris ZN

1 subcommissario


onderconsul ZN

1 viceconsule


onderconsumptie ZN

1 subconsumo, subconsumption


onderculminatie ZN

1 culmination inferior


ondercyclus ZN

1 subcyclo


onderdaan ZN

1 subjecto, regnicola


onderdak ZN

1 albergo, allogio, allogiamento, asylo
-- geven/verlenen/verschaffen = dar/procurar allogiamento, albergar, allogiar
-- hebben = esser albergate/allogiate
een -- vinden = trovar un tecto, trovar allogio


onderdalen WW

1 descender al horizonte


onderdanig BN

1 humile, docile, obsequiose, obediente, sclave, serve, servil, submisse, submissive
--e brief = littera servil/obsequiose
--e toon = tono servil


onderdanigheid ZN

1 servilitate, obsequiositate, submission, obedientia


onderdeel ZN

1 parte, pecia, elemento, componente, fraction, detalio, (sub)division
in een -- van een seconde = in/durante un fraction de secunda
--en van een machine = pecias/partes componente de un machina
het volgend -- van ons programma = le numero sequente de nostre programma
rijst is een wezenlijk -- van het Aziatische voedselpakket = le ris es un componente essential del alimentation asiatic
een -- vormen van = formar un parte de
bijbehorend -- = accessorio
2 (MIL) unitate
tactisch -- = unitate tactic
3 (SPORT) disciplina


onderdek ZN

1 (SCHEEP) (tussendek) interponte


onderdeken ZN

1 (deken) subcopertura
2 (R.K.) (persoon) vicedecano


onderdekken BN

1 coperir
de tuinman moet de jonge plantjes goed -- = le jardinero debe ben coperir le juvene plantas


onderdeks BW

1 sub le ponte(s), in le interponte


onderdeksplank ZN

1 planca del interponte


onderdelen WW

1 subdivider


onderdelenadministratie ZN

1 administration del partes


onderdelencontrole ZN

1 controlo del partes


onderdelenmagazijn ZN

1 magazin/deposito del partes


onderdeur ZN

1 porta inferior
2 (benedenste gedeelte van deelbare deur) parte inferior de un porta


onderdeurtje ZN

1 (klein persoon) nano


onderdiaken ZN

1 subdiacono


onderdiakenschap ZN

1 subdiaconato


onderdijk ZN

1 parte inferior de un dica


onderdirecteur ZN

1 subdirector, vicedirector
functie van -- = subdirection


onderdoen WW

1 (de mindere zijn) esser inferior (a), non equalar
niet -- voor = non esser inferior a, compensar, contrabalanciar, contrapesar
2 (onderbinden) poner/mitter (al pedes)
een kind de schaatsen -- = poner/mitter le patines a un infante


onderdominant ZN

1 (MUZ) subdominante


onderdompelen WW

1 immerger, submerger
het -- = immersion, submersion
het ondergedompelde gedeelte van een schip = le parte immergite de un nave


onderdompeling ZN

1 immersion, submersion
doop door -- = baptismo per immersion
dopen door -- = baptisar per immersion


onderdoor BW

1 sub (un cosa)
hier is de tunnel, we gaan er -- = ecce le tunnel (E), nos passa sub illo


onderdoorgaan WW

1 passar sub


onderdoorgang ZN

1 passage inferior/subterranee, subpassage, tunnel (E)


onderdoorrijden WW

1 passar sub


onderdorpel ZN

1 limine


onderdosering ZN

1 subdosage


onderdrempel ZN

1 limine


onderdruk ZN

1 (druk) depression, subpression
2 (bloeddruk) tension/pression minimal/diastolic, (te lage bloeddruk) hypotension


onderdrukken WW

1 (bedwingen) continer, comprimer, reprimer, supprimer
zijn woede -- = continer su rabie/su ira/su cholera/su furor
een opkomende drift -- = reprimer un impulso de cholera
een kreet -- = reprimer un crito
een lach -- = reprimer un riso
te -- = reprimibile, repressibile
niet te -- = irreprimibile, irrepressibile
een niet te -- impuls = un impulso irreprimibile
een opstand/oproer -- = reprimer/jugular/suffocar un rebellion/un revolta/un sublevamento
2 (tiranniseren) opprimer, tyrannisar
een volk -- = opprimer un populo
iemand die onderdrukt = oppressor


onderdrukken WW

1 pulsar verso le basso, (onder water) immerger, submerger


onderdrukkend BN

1 repressive, suppressive, oppressive
-- regiem = regime (F) de oppression
immuniteit -- = immunodepressive


onderdrukker ZN

1 oppressor, tyranno, persecutor
strijden tegen de --s van de vrijheid = luctar contra le oppressores del libertate


onderdrukking ZN

1 (daad) repression, oppression, suppression, persecution
bloedige -- van de opstand = repression sanguinari del revolta
het volk ging gebukt onder de -- = le populo suffreva le repression
2 (toestand) oppression, tyrannia
in -- leven = viver in le oppression
3
(COMP) -- van de nullen = elimination del zeros


onderdrukkingsmaatregelen ZN MV

1 mesuras oppressive


onderdrukkingsmethode ZN

1 methodo de repression/de oppression/de suppression


onderdrukt BN

1 reprimite, supprimite
--e lach = riso reprimite
2 opprimite
een -- volk = un populo opprimite


onderdrukziekte ZN

1 (RUIMTEV) dysbarismo


onderduik ZN

1 (het onderduiken) celamento
2 periodo de celamento


onderduikadres ZN

1 loco de celamento


onderduiken WW

1 (zich schuil houden) celar se, (in de 2-de Wereldoorlog) passar al clandestinitate
2 (onder water duiken) immerger se, submerger se
het -- = immersion, submersion


onderduiker ZN

1 persona qui se cela, ( in de 2-de Wereldoorlog) persona qui vive in le clandestinitate


onderduiking ZN

1 celamento


onderduwen WW

1 pulsar sub le aqua, submerger


ondereinde ZN

1 extremitate/parte inferior
het -- van een muur = le parte inferior/le pede de un muro
het -- van een trap = le parte inferior/le basso de un scala


onderen BW

1 in basso
naar -- = verso le basso
het geluid komt van -- = le ruito veni de in basso


onderfamilie ZN

1 subfamilia


onderfosforigzuur ZN

1 acido hypophosphorose
-- is een sterk reductiemiddel = le acido hypophosphorose es un reductor forte


ondergaan WW

1 experimentar, indurar, suffrer, submitter se a, esser submittite a
hetzelfde lot -- = suffrer le mesme sorte
een medisch onderzoek -- = submitter se a un examine medical
een operatie -- = submitter se a un operation
vernederingen -- = suffrer humiliationes
dit huis heeft heel wat veranderingen ondergaan = iste casa ha experimentate multe cambios
dat kun je niet beschrijven, dat moet je -- = on non pote describer lo, on debe viver lo


ondergaan WW

1 (naar beneden gaan) disparer sub un cosa, (van de zon) poner se, (zinken) ir al fundo
kopje -- = submerger se
2 (teloor gaan) decader, periclitar


ondergaand BN

1
--e ster = stella circumpolar
de --e zon = le sol que se pone


ondergang ZN

1 (het te gronde gaan) decadentia, declino, cadita, deperimento, ruina, perdition, perdita, destruction
-- van een beschaving = ruina/decadentia/declino de un civilisation
-- van het Romeinse rijk = ruina/decadentia/cadita del imperio roman
-- van Spanje = perdita de Espania
-- van het avondland = decadentia del occidente
door een totale -- bedreigd worden = esser menaciate de un ruina total
zijn -- tegemoet gaan = ir/marchar {sj}/currer a su perdition/perdita/ruina
de weg die naar de -- voert = le cammino del perdition
dat was zijn -- = isto esseva su perdition
iemands -- zoeken = cercar le ruina de un persona
van de -- redden = salvar del ruina
de -- veroorzaken van = ruinar
vele diersoorten worden met de -- bedreigd = multe sortas de animales es menaciate con extinction
2 (het naar beneden gaan) cadita, disparition
de -- van de zon = le poner del sol


ondergebit ZN

1 dentatura inferior


ondergedeelte ZN

1 parte inferior, basso


ondergedoken BN

1
-- zijn = viver in le clandestinitate


ondergekwalificeerd BN

1 subqualificate


ondergeschikt BN

1 (onderdanig, afhankelijk) subordinate, inferior, subalterne, subalternate
-- baantje = empleo subalterne
--e rol = rolo subalterne
--e positie = position inferior
de ene zaak aan de andere -- maken = subordinar un cosa a un altere
2 (van weinig betekenis) secundari, accessori, marginal, subalterne
van -- belang = de interesse/importantia accessori/secundari/marginal/subalterne
een -- punt = un puncto de minor interesse/de detalio
3 (TAAL) subordinate
--e zin = phrase subordinate


ondergeschikte ZN

1 subalterno, subordinato, inferior, empleato subalterne


ondergeschiktheid ZN

1 (afhankelijkheid, onderdanigheid) subordination, dependentia, submission
2 (rang, toestand) subordination, subalternitate, inferioritate
3 (MIL) subordination


ondergeschoven BN

1 substituite
-- kind = infante substituite
-- testament = testamento false


ondergeslacht ZN

1 (BIOL) subgenere


ondergetekend BN

1 subsignate


ondergetekende ZN

1 subsignato, signatario, signator


ondergevel ZN

1 parte inferior del faciada/del fronte, faciada inferior


ondergewaad ZN

1 subvestimento


ondergewaardeerd BN

1 subevalutate
een in Vlaanderen --e dichter = un poeta subevalutate in Flandria


ondergewas ZN

1 subbosco


ondergewicht ZN

1 manco/insufficientia de peso, peso mancante/insufficiente, peso troppo basse


ondergieten WW

1 inundar


ondergieting ZN

1 inundation


ondergisting ZN

1 subfermentation


ondergod ZN

1 deo minor, subdeitate


ondergoed ZN

1 subvestimentos
linnen -- = subvestimentos de lino
een stel -- = un joco de subvestimentos


ondergooien WW

1 (met iets bedekken) coperir, (met water) inundar


ondergordijn ZN

1 cortina inferior


ondergouverneur ZN

1 subgovernator


ondergraven WW

1 minar, sappar, (graven) cavar
de mollen hebben het gras -- = le talpas ha cavate galerias sub le gazon, le talpas ha minate le gazon
2 (FIG) (ondermijnen) minar, sappar
de grondslagen van de maatschappij -- = minar le bases del societate
iemands gezag -- = minar/sappar le autoritate de un persona


ondergraven WW

1 interrar


ondergraving ZN

1 (ondermijning) (ook FIG) sappamento
2 (begraving) interramento


ondergrens ZN

1 limite inferior


ondergroei ZN

1 arbustos basse, subbosco


ondergroep ZN

1 subgruppo


ondergroepering ZN

1 subgruppo, subgruppamento


ondergrond ZN

1 (grondslag) base, fundamento
een stevige -- verschaffen aan = dar un base solide a
met zo'n -- kun je veel kanten op = con iste base tu ha multe possibilitates
een stevige maaltijd als -- = un repasto forte como base
2 (van een schilderij) fundo
3 (grond onder de oppervlaktelaag) subsolo
4 (HERALD) campo


ondergronder ZN

1 minator subterranee


ondergronds BN

1 (onder de grond) subterranee
--e kabel = cablo subterranee
--e spoorweg = ferrovia subterranee
-- telefoonnet = rete telephonic subterranee
--e bezetting van een mijn = personal subterranee de un mina
--e wortels = radices subterranee/hypogee
2 (FIG) (heimelijk) clandestin, illegal
--e krant = jornal clandestin
--e beweging = movimento clandestin
--e activiteit = activitate clandestin
-- gaan = passar al clandestinitate


ondergrondse ZN

1 (metro) metro
2 (verzetsbeweging tijdens de Tweede Wereldoorlog) resistentia


onderhagelen WW

1 coperir se de grandine


onderhals ZN

1 parte inferior del collo


onderhand ZN

1 parte inferior del mano


onderhand BW

1 intertanto, interim, in le interim, interea, interdum
ik had het -- drie keer zelf kunnen doen = intertanto io poterea haber lo facite jam tres vices
je belooft wel veel, maar -- doe je waar je zin in hebt = tu promitte multo, ma intertanto tu face lo que te place


onderhandelaar ZN

1 negotiator, (MIL) parlamentario


onderhandelbaar BN

1 negotiabile


onderhandelbaarheid ZN

1 negotiabilitate
-- van een overeenkomst = negotiabilitate de un accordo


onderhandelen WW

1 negotiar, tractar
met iemand over iets -- = negotiar un cosa con un persona, tractar con un persona de un cosa
over de vrede -- = tractar del pace
2 (in oorlogstijd) parlamentar


onderhandeling ZN

1 negotio, negotiation
--en over ontwapening = negotiationes super le disarmamento
de --en openen = aperir le negotiationes
--en aanknopen = initiar/comenciar/establir negotiationes
--en onderbreken = suspender negotiationes
de --en afbreken = rumper le negotiationes
--en voeren over = negotiar
in -- zijn = esser in negotiation
(vredes/wapenstilstands)--en voeren = parlamentar


onderhandelingsdelegatie ZN

1 delegation de negotiatores


onderhandelingspartner ZN

1 interlocutor


onderhandelingspositie ZN

1 position de negotiation
sterke/zwakke -- = position forte/debile de negotiation


onderhandelingsruimte ZN

1 spatio de negotiation/pro negotiationes


onderhandelingstafel ZN

1 tabula de negotiationes
om/rond de -- gaan zitten = seder se al/circum le tabula de negotiationes


onderhands BN

1 (heimelijk) secrete, collusive, collusori
--e regeling = arrangiamento secrete/collusori
2 (niet in het openbaar) private
--e koop = compra private


onderhavig BN

1 presente, in question
in het --e geval = in le caso presente/concrete/in question, in le caso que nos occupa
de --e brief = le presente littera


onderheien WW

1 facer un substruction de palos pro


onderhemd ZN

1 subcamisa, camisetta


onderhevig BN

1 subjecte (a), (gevoelig) susceptibile (de), exponite (a)
aan dwaling -- = subjecte a error
aan twijfel -- = subjecte a/susceptibile de dubita
aan kritiek -- zijn = esser exponite a criticas
dat is geen twijfel -- = isto es foris de dubita
aan veranderingen -- = subjecte a cambios, susceptibile de modificationes
niet aan bederf -- = imputrescibile
dit is aan mode -- = isto seque le moda


onderhoofd ZN

1 parte inferior del testa/capite
2 subchef, subdirector


onderhorig BN

1 (ondergeschikt aan) subordinate, subalterne
2 (afhankelijk) dependente


onderhorige ZN

1 subordinato, inferior, empleato subalterne


onderhorigheid ZN

1 (ondergeschiktheid, afhankelijkheid) subordination, dependentia
2 (gebied) dependentia
Atjeh en --en = Atjeh e dependentias


onderhoud ZN

1 (gesprek) conversation, abuccamento, intervista
een -- hebben = haber un conversation/intervista, abuccar se
iemand een -- toestaan = conceder un intervista a un persona
om een -- vragen = peter un intervista
2 (instandhouding) mantenentia, mantenimento
-- van een computer = mantenentia/mantenimento de un computator/computer (E)
achterstallig -- = mantenimento arretrate
3 (bestaan) subsistentia, vita
bijdragen in het -- van het gezin = contribuer al subsistentia del familia
in zijn -- voorzien = subsister, ganiar su vita


onderhouden WW

1 (iets onder het oog brengen) peter explicationes a un persona
2 (laten voortduren) mantener
betrekkingen met iemand -- = (man)tener/haber relationes con un persona
een dienst -- = mantener un servicio
een contact -- = mantener un contacto
een vuur -- = alimentar/nutrir un foco
de vriendschap -- = cultivar le amicitate
een briefwisseling -- = mantener un correspondentia
3 (naleven) observar
de geboden van God -- = observar le commandamentos de Deo
4 (in stand houden) mantener (in bon stato de conservation)
goed onderhouden meubels = mobiles in bon stato (de conservation)
zijn Interlingua -- = practicar su Interlingua
5 (verzorgen) sustener, sustentar, mantener, provider de
door de staat onderhouden scholen = scholas sustenite per le stato
een gezin -- = sustener/sustentar/mantener un familia
zijn tuin -- = mantener su jardin
6 (aangenaam bezig houden) intertener, amusar, diverter
7
zich -- met = parlar con, conversar con


onderhouden WW

1 tener sub
onder water houden = tener sub le aqua
zijn tegenstander -- = tener su adversario/opponente sub se


onderhoudend BN

1 agradabile, amusante, distractive, divertente, interessante
hij is een --e prater = ille ha un conversation agradabile
dit boek is zeer -- geschreven = iste libro es multo distractive


onderhouder ZN

1 (verzorger) persona qui prende cura de un persona, (van zieke) infirmero, (van gezin) sustentor
2 (instanthouder) persona qui mantene, persona cargate del mantenentia/mantenimento de, mantenitor
3 (nalever, die iets nakomt) observator (del lege, etc.)


onderhouding ZN

1 Zie: onderhoud-2


onderhoudplicht ZN

1 obligation/deber de mantenimento/mantenentia


onderhoudplichtig BN

1 obligate a mantener


onderhoudsaannemer ZN

1 contract(at)or de mantenentia/mantenimento


onderhoudsabonnement ZN

1 Zie: onderhoudscontract


onderhoudsbeurt ZN

1 revision
een -- geven = facer un revision


onderhoudscontract ZN

1 contracto de mantenimento/de mantenentia


onderhoudscontrole ZN

1 controlo de mantenentia/de mantenimento


onderhoudsdienst ZN

1 servicio de mantenimento/de mantenentia


onderhoudsfonds ZN

1 fundo de mantenimento/mantenentia


onderhoudsfunctionaris ZN

1 functionario/empleato de mantenentia/de mantenimento


onderhoudskosten ZN MV

1 (mbt personen) costos/expensas de subsistentia/de alimentation
2 (mbt zaken) costos/expensas de mantenimento/de mantenentia


onderhoudsman ZN

1 homine cargate del mantenimento/del mantenentia


onderhoudsmateriaal ZN

1 material de mantenentia/de mantenimento


onderhoudsmetselaar ZN

1 mason de mantenentia/de mantenimento


onderhoudsmonteur ZN

1 mechanico de mantenimento/de mantenentia


onderhoudsnorm ZN

1 norma de mantenimento/mantenentia


onderhoudspersoneel ZN

1 personal de mantenimento/de mantenentia


onderhoudsplicht ZN

1 (mbt personen) obligation de dar alimentos
2 (mbt zaken) obligation de mantener (un cosa) in bon stato


onderhoudsplichtig BN

1 (mbt personen) habente le obligation de dar alimentos
2 (mbt zaken) habente le obligation de mantener (un cosa) in bon stato


onderhoudsrecht ZN

1 derecto de mantenimento/de mantenentia


onderhoudssubsidie ZN

1 subvention pro le mantenimento/de mantenentia (de un casa)


onderhoudstermijn ZN

1 termino de mantenimento/de mantenentia


onderhoudstherapie ZN

1 therapia de mantenimento/de mantenentia


onderhoudstimmerman ZN

1 carpentero de mantenentia/de mantenimento


onderhoudstoestand ZN

1 stato de conservation


onderhoudswerkzaamheden ZN MV

1 (labores/travalios de) mantenimento/mantenentia


onderhout ZN

1 subbosco


onderhuid ZN

1 hypoderme


onderhuids BN

1 subcutanee, subepidermic, hypodermic, hypodermatic
--e bloeding = hemorrhagia subcutanee
--e inspuiting = injection hypodermic/hypodermatic/subcutanee
-- vetweefsel = panniculo adipose
2 (FIG) (onder de oppervlakte) non manifeste, latente
--e spanningen = tensiones latente


onderhuis ZN

1 (souterrain) subsolo, basamento
2 (benedenhuis) etage (F) inferior/basse


onderhuren WW

1 sublocar, (van grond) subarrentar
het -- = sublocation, subarrentamento


onderhuring ZN

1 sublocation, (van grond) subarrentamento


onderhuur ZN

1 sublocation, (van grond) subarrentamento


onderhuurder ZN

1 sublocatario, (van grond) subarrentator


onderin BW

1 al/in le fundo
in die la, --! = in iste tiratorio, al/in le fundo!


onderin VZ

1 al/in le fundo de
-- de mand = al/in le fundo del corbe


onderinspecteur ZN

1 subinspector
functie van -- = subinspection


onderintendant ZN

1 subintendente


onderjagermeester ZN

1 secunde venator


onderjurk ZN

1 subgonnella


onderkaak ZN

1 maxilla inferior, mandibula


onderkaaksbeen ZN

1 osso submaxillar


onderkaaksbreuk ZN

1 fractura submaxillar


onderkaaksklier ZN

1 glandula submaxillar


onderkaakspier ZN

1 musculo submaxillar


onderkaakszenuw ZN

1 nervo submaxillar


onderkamer ZN

1 camera inferior


onderkanselier ZN

1 vicecancellero


onderkant ZN

1 parte/latere inferior/basse, basso, pede
de -- van de tafel = le parte inferior del tabula
de -- van het gezicht = le basso del visage
de -- van de bladzijde = le basso del pagina


onderkapitalisatie ZN

1 subcapitalisation, subevalutation de capital


onderkapitaliseren WW

1 subcapitalisar, subevalutar le capital


onderkast ZN

1 parte inferior del armario
2 (letters) minuscula(s)


onderkastletter ZN

1 minuscula


onderkelderen WW

1 construer un cellario (sub un casa/edificio, etc.), provider de un cellario


onderkeldering ZN

1 construction de un cellario


onderkennen WW

1 identificar, recognoscer, discerner, distinguer
het gevaar -- = distinguer/recognoscer le periculo
de oorzaken van een verschijnsel -- = identificar le causas de un phenomeno
niet te -- = indiscernibile


onderkenning ZN

1 recognoscentia, discernimento, distinction


onderkerk ZN

1 crypta


onderkies ZN

1 molar inferior


onderkiesdistrict ZN

1 subcircumscription electoral


onderkieuw ZN

1 branchia inferior


onderkin ZN

1 mento duplice/duple/triplice/triple


onderklampen WW

1 sustener per tenones


onderklasse ZN

1 (BIOL) subclasse


onderklavier ZN

1 claviero inferior de un organo


onderkleding ZN

1 Zie: onderkleren


onderkledingstuk ZN

1 subvestimento


onderkleed ZN

1 subvestimento


onderkleren ZN MV

1 subvestimentos


onderknie ZN

1 (SCHEEP) taliamar


onderkoeld BN

1 (ongeëmotioneerd) impassibile, imperturbabile
--e reactie = reaction impassibile
2 (NAT) superfrigidate
3 (MED) hypothermic
-- raken = suffrer hypothermia


onderkoelen WW

1 (NAT) superfrigidar


onderkoeling ZN

1 (NAT) superfrigidation
2 (MED) hypothermia


onderkok ZN

1 secunde cocinero, adjuta cocinero


onderkomen ZN

1 allogio, allogiamento
tijdelijk -- = allogiamento provisori/provisional
een -- zoeken/vinden = cercar/trovar un allogio/un allogiamento


onderkomen WW

1 perir, periclitar


onderkomen WW

1 trovar un allogio/allogiamento


onderkoning ZN

1 vicerege
van de -- = viceregal


onderkoningin ZN

1 viceregina


onderkoningschap ZN

1 viceregalitate


onderkruier ZN

1 molino pivotante super su base


onderkruipen WW

1 (iemand de voet lichten/verdringen) supplantar
een ambtenaar -- = supplantar un functionario
2 (verdringen door lagere prijs) facer un concurrentia disloyal
3 (werken tijdens een staking) rumper un exopero


onderkruiper ZN

1 (beunhaas) supplantator
2 (werkwillige bij staking) rumpeexoperos


onderkruiperij ZN

1 supplantation, concurrentia disloyal


onderkruipsel ZN

1 (klein persoon) nano
2 (PEJ) canalia


onderkussen ZN

1 cossino inferior/de infra


onderla(de) ZN

1 tiratorio inferior/de infra


onderlaag ZN

1 strato inferior
--en van de maatschappij = stratos inferior del societate
2 (GEOL, TAAL) substrato


onderlaatst BW

1 Zie: onlangs


onderlaken ZN

1 drappo inferior/de infra


onderlandvoogd ZN

1 subgovernator


onderlangs BW

1 infra, secundo le basso
zullen we boven- of -- gaan? = va nos prender le via superior o le via inferior?


onderlangs VZ

1 al pede de
-- de berg loopt een pad = il ha un sentiero al pede del monte


onderlast ZN

1 carga inferior


onderleen ZN

1 subfeudo


onderleenman ZN

1 subfeudatario, valvassor


onderlegaat ZN

1 (R.K.) vicelegato


onderlegd BN

1 instruite, versate


onderleggen WW

1 mitter sub, poner sub


onderlegger ZN

1 (bij het schrijven) submano
2 transparente


onderlegring ZN

1 (TECHN) rondella


onderlichaam ZN

1 Zie: onderlijf


onderlid ZN

1 subdivision


onderliggen WW

1 (beneden liggen) esser in basso, subjacer, succubar
2 (voor iemand onderdoen) non equalar


onderliggend BN

1 subjacente, inferior
--e structuur van een zin = structura subjacente de un phrase
2 latente, velate
een --e gedachte = un idea velate, un secunde intention


onderligger ZN

1 Zie: onderlegger


onderlijf ZN

1 (onderlichaam) parte inferior del corpore
2 (onderbuik) ventre basse, parte inferior del ventre, abdomine, alvo, hypogastrio


onderlijn ZN

1 linea inferior


onderlijnen WW

1 sublinear


onderlijning ZN

1 sublineamento


onderling BN

1 mutue, mutual, reciproc, inter se
-- steunfonds = fundo/cassa/association de succurso mutual
--e verzekeringsmaatschappij = compania/societate de assecurantia mutual, mutualitate
met -- goedvinden = con consentimento/assentimento mutual, con mutue consenso, con consenso reciproc
--e strijd = intestin/interne
--e hulp = adjuta/assistentia mutue/mutual
-- verwisselbaar = intercambiabile, (COMP) compatibile
-- afhankelijk = mutualmente dependente, interdependente
-- afwijken = esser mutualmente divergente
-- vergelijken = comparar le un con le altere
iets -- regelen = arrangiar un cosa insimul
de --e afstand = le distantia inter illos, etc.
-- verbonden zijn = esser correlatate
-- verband = correlation
iets -- oplossen = resolver un cosa inter se


onderlinnen ZN

1 subvestimentos de lino


onderlip ZN

1 labio inferior
vooruitstekende -- = labio inferior prominente/que avantia


onderlopen WW

1 inundar se, esser inundate, esser submergite
doen/laten -- = inundar, submerger


onderlucht ZN

1 strato inferior del aere


onderluitenant ZN

1 sublocotenente


ondermaans BN

1 sublunar, terrestre
het --e leven = le vita terrestre


ondermaanse ZN

1
dit -- = iste mundo sublunar/terrestre
in dit --e is niemand volmaakt = in iste mundo nemo/necuno non es perfecte


ondermaat ZN

1 manco de volumine/formato


ondermaats BN

1 (onder het vereiste formaat/volume) sub le formato/volumine exigite
2 (mbt de kwaliteit) sub le qualitate/nivello exigite, mediocre, inferior, insufficiente, insatisfaciente
--e prestaties = prestationes insatisfaciente


ondermaatschappij ZN

1 compania/societate filial


ondermanuaal ZN

1 (MUZ) claviero inferior


ondermarge ZN

1 margine inferior


ondermelk ZN

1 lacte discremate/disbutyrate


ondermijnen WW

1 (MIL, ook FIG) minar, sappar
de wallen -- = sappar le vallos
het moreel -- = sappar le moral
zijn gezondheid -- = minar su sanitate
zijn krachten -- = minar su fortias
de grondslagen -- = minar le fundamentos
iemands invloed -- = minar/sappar le influentia de un persona
iemands gezag -- = minar/sappar/demolir le autoritate de un persona


ondermijnend BN

1 subversive


ondermijner ZN

1 minator, sappator, (FIG) subversor


ondermijning ZN

1 sappamento, (subversie) subversion


onderminister ZN

1 secretario de stato


ondermouw ZN

1 parte inferior del manica, manica de infra


ondermuren WW

1 dar un infrastructura a


ondermuur ZN

1 parte inferior de un muro


ondernemen WW

1 (op zich nemen) interprender, comenciar
een grote reis -- = interprender/comenciar un grande viage
stappen -- = prender initiativas
pogingen -- = facer tentativas
2 (speculeren) specular
iets in tarwe -- = specular in tritico


ondernemend BN

1 interprendente, active


ondernemer ZN

1 (EC) interprenditor, exploitator {plwa}
2 (initiatiefnemer) initiator, organisator, persona qui interprende un cosa


ondernemerscombinatie ZN

1 combination de interprenditores


ondernemersfunctie ZN

1 function de interprenditor


ondernemersinitiatief ZN

1 initiativa private


ondernemersorganisatie ZN

1 organisation/syndicato de interprenditores


ondernemersraad ZN

1 consilio de interprenditores


ondernemersrisico ZN

1 risco del interprenditor


onderneming ZN

1 (bedrijf) interprisa, exploitation {plwa}
industriële -- = exploitation/interprisa industrial
particuliere -- = interprisa private
een -- opzetten = comenciar un interprisa
een -- leiden = diriger un interprisa
een -- steunen = favorar/favorir un interprisa
2 (karwei) interprisa
hachelijke -- = interprisa periculose
stoutmoedige -- = interprisa audace/audaciose
gewaagde -- = interprisa hasardose/incerte
onzinnige -- = interprisa insensate/absurde


ondernemingsgeest ZN

1 spirito de initiativa/de interprisa


ondernemingsklimaat ZN

1 climate economic


ondernemingsraad ZN

1 consilio del interprisa


ondernemingsvermogen ZN

1 capital del interprisa


ondernemingsvorm ZN

1 typo de interprisa/de compania


ondernemingszin ZN

1 Zie: ondernemingsgeest


onderniveau ZN

1 subnivello


ondernormaal BN

1 subnormal


onderofficier ZN

1 subofficiero


onderofficierskantine ZN

1 cantina del subofficieros


onderofficierskorps ZN

1 corpore del subofficieros


onderofficiersrang ZN

1 grado de subofficiero


onderofficiersstreep ZN

1 galon de subofficiero


onderofficiersuniform ZN

1 uniforme de subofficiero


onderonsje ZN

1 (kring van personen) comité (F) restringite/limitate, parve circulo, reunion intime


onderontwikkeld BN

1 subdisveloppate, subdeveloppate
--e landen = paises subdisveloppate/insufficientemente disveloppate


onderontwikkeldheid ZN

1 subdisveloppamento, subdeveloppamento


onderontwikkeling ZN

1 subdisveloppamento, subdeveloppamento


onderooglid ZN

1 palpebra inferior


onderop BW

1 in basso, in le fundo
het ligt -- de stapel = isto se trova in basso del pila


onderopzichter ZN

1 subinspector


onderorder ZN

1 subordine


onderoven ZN

1 parte inferior de un furno


onderoverste ZN

1 (in een klooster) subprior


onderpacht ZN

1 subarrentamento


onderpachten WW

1 subarrentar


onderpachter ZN

1 subarrentator


onderpand ZN

1 caution, garantia, securitate
in -- geven = lassar como garantia, dar in garantia
tegen -- lenen = pignorar


onderpantalon ZN

1 calceones


onderpastoor ZN

1 Zie: kapelaan


onderploegen WW

1
de stoppels -- = arar le stupulas sub le terra/solo


onderpompen WW

1 inundar per un pumpa


onderprefect ZN

1 subprefecto


onderprefectuur ZN

1 subprefectura


onderprior ZN

1 (in klooster) subprior


onderpriores ZN

1 (in klooster) subpriora


onderproduktie ZN

1 subproduction


onderpui ZN

1 parte inferior del fronte del magazin/boteca


onderra ZN

1 virga/verga inferior, basse virga/verga


onderraaklijn ZN

1 subtangente


onderraam ZN

1 fenestra inferior


onderrand ZN

1 bordo inferior, (van bladzijde) margine inferior


onderreep ZN

1 corda inferior


onderregel ZN

1 (drempel) limine


onderregenen WW

1 esser inundate/inundar se per le pluvia


onderrib ZN

1 costa inferior


onderribbestreek ZN

1 region hypochondriac


onderribspier ZN

1 musculo subcostal


onderricht ZN

1 instruction, inseniamento, maestramento
-- geven = dar instruction
-- krijgen = reciper instruction
het -- dat hij genoten heeft = le instruction que ille ha recipite


onderricht(s)methode ZN

1 methodo de instruction/de inseniamento


onderrichten WW

1 (onderwijzen) inseniar, docer, instruer, maestrar
2 (voorlichten) informar, instruer


onderrichting ZN

1 (lering) inseniamento, instruction
2 (inlichting) information


onderrok ZN

1 subgonnella


onderruim ZN

1 (SCHEEP) fundo de cala, sentina


onderruimte ZN

1 spatio de infra
2 subspatio


onderschatten WW

1 (te laag/klein schatten) subestimar, subevalutar, subvalutar, minimisar
iets schromelijk -- = subestimar un cosa enormemente
een tegenstander -- = subestimar un adversario
je onderschat mijn intelligentie = tu sub(e)valuta mi intelligentia
zij onderschat haar mogelijkheden = illa subestima su facultates/capacitates
een afstand -- = sub(e)valutar/subestimar un distantia
niet te -- factor = factor que on non pote minimisar


onderschatting ZN

1 subestimation, subevalutation, subvalutation


onderscheid ZN

1 (verschil) distinction, differentia, differentiation, discrimination, discernimento
scherp -- = distinction nette
fijn -- = distinction subtil
zonder -- = sin distinction, indistinctemente
zonder -- naar afkomst = sin distinction de origine
zonder -- van ras of geloof = sin distinction de racia e de credo
-- maken = facer un distinction/differentia, differentiar, discriminar
dit maakt een groot -- = isto es multo distincte
2 (inzicht) distinction, discernimento
jaren des --s = etate del discernimento/del judicio, annos del ration


onderscheidelijk BW

1 distinctemente


onderscheiden WW

1 ((af)scheiden) distinguer, discerner, differentiar, discriminar, (verbijzonderen) singularisar, particularisar
goed van kwaad -- = distinguer/discerner le ben del mal, discriminar inter le bel e le mal
men onderscheidt de honden in verschillende rassen = on distingue plure racias canin
zich door iets -- = distinguer se per un cosa
die dingen zijn niet te onderscheiden = iste cosas es indistinguibile
2 (onderkennen) discerner, distinguer
te -- = distinguibile, discernibile
niet de -- = indistinguibile, indiscernibile
vaag te -- zijn = distinguer vagemente
door de mist niets kunnen -- = non distinguer nihil a causa del nebula/bruma
3 (met eer behandelen/behandelen) honorar (de), tractar con distinction
4 (orde/decoratie verlenen) decorar
iemand met een medaille -- = decorar un persona de un medalia


onderscheiden BN

1 distincte, differente, diverse
de -- kantons van Zwitserland = le differente/diverse cantones suisse
-- gevoelens = sentimentos differente/diverse
2 (in groot aantal) numerose, plure, varie
zij heeft -- redenen voor haar weigering = illa ha plure/varie rationes pro su refusa


onderscheidend BN

1 diverse, distinctive, discretive
--e kenmerken = tractos/characteristicas distinctive
fijn -- = subtil


onderscheidenheid ZN

1 diversitate, differentia


onderscheidenlijk BW

1 distinctemente
2 respectivemente


onderscheiding ZN

1 (het onderscheiden) distinction
ter -- van = a distinction de
2 (decoratie) distinction, decoration
eervolle -- = distinction honorific
een -- verlenen = conferer/conceder un distinction
een -- krijgen = obtener un distinction
3 (blijk/bewijs van voorkeur) honor
een hele --! = un grande honor!
4 (achting) consideration, respecto
iemand met -- behandelen = tractar un persona con respecto


onderscheidingsdrang ZN

1 besonio de distinguer se, ambition


onderscheidingsdrift ZN

1 Zie: onderscheidingsdrang


onderscheidingskarakter ZN

1 character distinctive


onderscheidingskenmerk ZN

1 Zie: onderscheidingskarakter


onderscheidingsmerk ZN

1 Zie: onderscheidingsteken


onderscheidingsteken ZN

1 (onderscheidend kenmerk) signo/tracto/marca distinctive/de distinction
2 (voorwerp) insignia (distinctive), (decoratie) decoration, attributo, (op hoed) cocarda
--en van een orde = insignias de un ordine


onderscheidingsvermogen ZN

1 facultate de discernimento, discernimento


onderscheidingsvlag ZN

1 bandiera distinctive


onderscheppen WW

1 (onderweg opvangen) interceptar
het -- = interception
de bal -- = interceptar le balla
een brief -- = interceptar un littera
een vijandelijk vliegtuig -- = interceptar un avion inimic
2 (verspreiding/doordringing beletten van) interceptar, blocar
het licht -- = interceptar/blocar le luce/lumine


onderschepper ZN

1 intercep(ta)tor


onderschepping ZN

1 intercept(at)ion


onderscheppingsjager ZN

1 chassator {sj} de intercept(at)ion, intercep(ta)tor


onderscheppingsraket ZN

1 missile/rocchetta de intercep(ta)tion


onderscheppingsvliegtuig ZN

1 avion de intercep(ta)tion, intercep(ta)tor


onderscheppingsvlucht ZN

1 (van vliegtuig) mission de intercep(ta)tion


onderschikken WW

1 subordinar


onderschikkend BN

1 (TAAL) subordinative, subordinante, de subordination, hypotactic
-- voegwoord = conjunction subordinante/de subordination
-- zinsverband = subordination, hypotaxis


onderschikking ZN

1 (TAAL) subordination, hypotaxis


onderschip ZN

1 parte inferior de un nave, carina, (ruim) cala


onderschoren WW

1 Zie: onderschragen


onderschoring ZN

1 Zie: onderschraging


onderschragen WW

1 (met zuilen, pijlers enz. ondersteunen) supportar
een vloer -- = supportar un solo
2 (FIG) supportar, (helpen) adjutar, auxiliar, assister, adjuvar


onderschraging ZN

1 supporto
-- van een vloer = supporto de un solo
2 (FIG) supporto, adjuta, auxilio, assistentia


onderschrappen WW

1 sublinear


onderschrapping ZN

1 sublineamento


onderschrift ZN

1 (wat onder iets staat) legenda
-- bij een foto = legenda de un photo(graphia)
2 (handtekening) signatura, firma, subscription


onderschrijven WW

1 (instemmen) approbar, subscriber, corroborar, adherer se (a)
een mening -- = corroborar un opinion, adherer se a un opinion
een standpunt -- = adherer se a un puncto de vista
2 (ondertekenen) signar, firmar


onderschrijver ZN

1 subscriptor, signatario


onderschrijving ZN

1 subscription, signatura


onderschuiven WW

1 substituer


onderschuiving ZN

1 substitution
-- van een kind = substitution de un neonato


ondersecretariaat ZN

1 subsecretariato


ondersecretaris ZN

1 subsecretario


ondershands BW

1 (in het geheim) in secreto, secretemente, furtivemente
ik heb u daarvan -- kennis gegeven = io vos ha informate secretemente
2 (zonder openbaar ambtenaar) per contracto private, privatemente
iets -- verkopen = vender un cosa privatemente


ondersleutelbeenslagader ZN

1 arteria subclavie


ondersleutelbeenspier ZN

1 musculo subclavie


ondersneeuwen WW

1 (met sneeuw overdekt worden) coperir se de nive
2 (FIG) passar non appercipite
dit probleem dreigt ondergesneeuwd te raken = iste problema risca de passar non appercipite


ondersoort ZN

1 (BIOL) subgenere, subspecie, varietate


onderspannen WW

1 (MEETK) (een boog) subtender


onderspanning ZN

1 (ELEKTR) subtension


onderspit ZN

1
het -- delven = haber perdite, esser vincite, succumber


onderspoelen WW

1 esser inundate
2 (ondermijnen) minar, sappar


onderspuiten WW

1 coperir, (met water) inundar
een brandende tank met schuim -- = coperir un tank (E) flammante con scuma/spuma


onderst BN

1 le plus basse, inferior
--e culminatie = culmination inferior
--e deel = basso
de --e plank = le planca inferior/del basso
de --e lagen van de maatschappij = le classes inferior del societate


onderstaan WW

1 esser inundate, esser submergite, coperite/coperte de aqua
de kelder staat onder = le cellario es inundate


onderstaand BN

1 (mentionate) infra, que seque, sequente
volgens --e opgave = secundo le specification mentionate infra
vul --e bon in = plena le sequente bono
de --e verklaring = le sequente declaration


onderstaatssecretaris ZN

1 subsecretario de stato


onderstadhouder ZN

1 stadholder supplente


onderstand ZN

1 succurso, adjuta, assistentia, appoio
-- verlenen = prestar adjuta, succurrer


onderstandig BN

1 (PLANTK) hypogyn, infere
--e bloemkroon = corolla hypogyn


onderstandsfonds ZN

1 fundo de succurso/de adjuta/de assistentia


onderstandsgeld ZN

1 moneta de succurso/de adjuta/de assistentia


onderstandskas ZN

1 cassa de succurso/de adjuta/de assistentia


onderstation ZN

1 substation (electric)


onderste ZN

1 parte inferior, fundo


ondersteboven BW

1 (met het onderste boven) al inverso
je houdt het -- = tu lo tene al inverso
-- gooien = reverter
2 (BN) (FIG) disconcertate, perplexe
ik ben er niet van -- = io non es del toto impressionate


ondersteek(bekken) ZN

1 bassino (hygienic), urinal


onderstel ZN

1 parte inferior, supporto, armatura, chassis (F), base, (van kanon) affuste, (van bed) quadro


onderstelde ZN

1 (het veronderstelde) supposition, presumption, assumption, hypothese (-esis), conjectura
2 (axioma) axioma, postulato


onderstellen WW

1 (als hypothese/uitgangspunt aannemen) supponer
2 (noodzakelijk aanwezig achten) presupponer, presumer
dit boek onderstelt kennis van de grondbeginselen = iste libro presuppone cognoscimento/cognoscentia del principios basic


onderstellend BN

1 suppositive


onderstelling ZN

1 supposition, presumption, assumption, hypothese (-esis), conjectura
een gegronde -- = un hypothese ben fundate


ondersteunen WW

1 (schragen) supportar, sustener, appoiar
2 (helpen, bijstaan) assister, sustener, succurrer, supportar, adjutar, adjuvar, coadjuvar, appoiar, relevar
financieel -- = sustener/supportar financiarimente, subsidiar
3
een voorstel -- = sustener/appoiar un proposition
--de disciplines = disciplinas auxiliar


ondersteuner ZN

1 protector, defensor


ondersteuning ZN

1 (het steunen) supporto, appoio
2 (hulp, bijstand) assistentia, appoio, adjuta, succurso, relevamento
ter -- van = al appoio de, in supporto de
argumenten ter -- van een stelling = argumentos que supporta un these (-esis)
financiële -- = supporto/appoio financiari, subsidio


ondersteuningsconstructie ZN

1 construction de supporto/appoio


ondersteuningsfonds ZN

1 Zie: onderstandsfonds


ondersteuningskas ZN

1 Zie: onderstandskas


ondersteuningspunt ZN

1 puncto de supporto/de appoio


ondersteuningstroep ZN

1 truppa/unitate de supporto/de appoio


ondersteuningsvlak ZN

1 superficie de supporto/de appoio


ondersteunsel ZN

1 supporto, appoio


onderstoppen WW

1 poner in, mitter in, (onder de grond stoppen) mitter sub le terra, interrar


onderstrepen WW

1 (een streep zetten onder) sublinear
een onderstreepte passage = un passage sublineate
2 (met nadruk uitspreken) sublinear, mitter/poner in evidentia, mitter/poner le accento super, accentuar


onderstreping ZN

1 (het onderstrepen) sublineamento
2 (onderstreepte tekst) texto/passage sublineate


onderstromen WW

1 esser inundate/submergite, inundar se, submerger se


onderstroming ZN

1 Zie: onderstroom


onderstroom ZN

1 currente inferior/submarin, subcurrente
2 (FIG) currente subjacente/secundari, subcurrente
een -- van steun voor de beklaagde = un subcurrente de supporto pro le accusato


onderstructuur ZN

1 substructura
(BOUWK) de -- aanbrengen = substruer


onderstuiven WW

1 coperir se (de sablo/pulvere, etc.)


onderstuk ZN

1 parte inferior, supporto, base, pede


onderstutsel ZN

1 supporto, appoio, susteno, sustenimento


onderstutten WW

1 supportar, appoiar, sustener, (FIG ook) adjutar, auxiliar, assister


onderstutting ZN

1 supporto, appoio, susteno, sustenimento, (FIG ook) adjuta, auxilio, assistentia


ondertand ZN

1 dente inferior


ondertapijt ZN

1 tapete/tapis (F) inferior


onderteelt ZN

1 cultura intercalar


ondertekenaar ZN

1 signator, signatario, subscriptor


ondertekenen WW

1 signar, firmar, subscriber, subsignar
het -- = signatura
een pact -- = signar un pacto
een contract -- = signar un contracto
een petitie -- = subscriber un petition
met een kruisje -- = signar per/con un cruce


ondertekening ZN

1 signatura, firma, subscription
-- van een verdrag = signatura de un tractato


ondertitel ZN

1 subtitulo
een film met --s = un film (E) subtitulate/con subtitulos
van --s voorzien = subtitular


ondertitelen WW

1 subtitular, poner subtitulos
een film -- = subtitular un film (E)


ondertiteling ZN

1 subtitulation, subtitulos
een film van -- voorzien = subtitular un film (E)


ondertongs BN

1 sublingual, hypoglosse


ondertoon ZN

1 (onder iets te horen toon) accento
weemoedige --en = accentos elegic
2 (MUZ) harmonico inferior


ondertroeven WW

1 jocar un triumpho minus elevate


ondertrouw ZN

1 aviso/promissa de matrimonio, publication del bannos (de matrimonio/maritage)
in -- gaan = dar aviso de matrimonio


ondertrouwen WW

1 (in ondertrouw opgenomen worden) facer publicar le bannos (de matrimonio/maritage)
2 (in ondertrouw verbinden) publicar le bannos (de matrimonio/maritage)


ondertunneling ZN

1 construction de un tunnel (E)


ondertussen BW

1 intertanto, interim, in le interim


onderuit BW

1 (onder vandaan) de infra
(FIG) daar kun je niet -- = tu non pote escappar a isto


onderuitgaan WW

1 cader, perder le equilibrio


onderuitglijden WW

1 glissar, perder le equilibrio


onderuithalen WW

1 reverter, facer cader


ondervangen WW

1 obviar (a), eliminar, supprimer, remover
een bezwaar -- = obviar a/eliminar un inconveniente
moeilijkheden -- = eliminar/remover/vincer difficultates


ondervanger ZN

1 (onderschepper) interceptor


ondervenster ZN

1 fenestra inferior


onderverdeelbaar BN

1 subdivisibile, scindibile


onderverdelen WW

1 subdivider, scinder, repartir in
het -- = subdivision, repartition
onder te verdelen = subdivisibile
in categorieën -- = repartir in categorias
een hoofdstuk -- in paragrafen = subdivider un capitulo in paragraphos


onderverdeling ZN

1 subdivision, repartition
-- in paragrafen = subdivision in paragraphos
een -- aanbrengen = effectuar un subdivision


onderverdieping ZN

1 etage (F) inferior/basse/de infra


onderverhuren WW

1 sublocar, (van grond) subarrentar
het -- = sublocation, subarrentamento
een kamer -- = sublocar un camera


onderverhuring ZN

1 sublocation, (van grond) subarrentamento


onderverhuur ZN

1 sublocation, (van grond) subarrentamento


onderverhuurder ZN

1 sublocator, (van grond) subarrentator


onderverzekerd BN

1 insufficientemente assecurate, subassecurate


onderverzekeren WW

1 assecurar insufficientemente, subassecurar


onderverzekering ZN

1 assecurantia insufficiente, subassecurantia


ondervinden WW

1 (gevoelen) sentir, resentir, (negatief) suffrer
verdriet -- = suffrer dolo, sentir pena
medeleven -- = sentir compassion
2 (ervaren) experimentar
3 (bemerken, ontdekken) trovar, discoperir
4 (ontvangen) reciper, incontrar
moeilijkheden -- = incontrar/haber difficultates
nadeel van iets -- = esser prejudicate per un cosa


ondervinding ZN

1 experientia
-- opdoen = acquirer experientia
spreken uit eigen -- = parlar per proprie experientia
iets uit eigen -- weten = saper un cosa per proprie experientia, saper un cosa per experientia personal


ondervlak ZN

1 superficie inferior


ondervleugel ZN

1 ala inferior


ondervloeien WW

1 Zie: onderlopen


ondervloer ZN

1 solo inferior


ondervoed BN

1 subalimentate, denutrite, subnutrite, malnutrite


ondervoeden WW

1 subalimentar, denutrir, subnutrir
het -- = subalimentation, denutrition, subnutrition


ondervoeding ZN

1 subalimentation, denutrition, malnutrition, subnutrition, alimentation/nutrition insufficiente
door -- sterven = morir/perir de inanition
de kenmerken van -- = le symptomas de malnutrition


ondervolgend BN

1 sequente


ondervolmacht ZN

1 subdelegation
-- geven aan = subdelegar


ondervoorzitter ZN

1 vicepresidente


ondervoorzitterschap ZN

1 vicepresidentia


ondervorm ZN

1 forma secundari


ondervraagde ZN

1 persona interrogate, interrogato


ondervragen WW

1 interrogar, questionar
het -- = interrogation
de politie ondervraagt een ooggetuige = le policia interroga un teste ocular
iemand -- om inlichtingen te krijgen = interrogar un persona pro obtener informationes


ondervragend BN

1 interrogatori, interrogative


ondervrager ZN

1 interrogator, questionator, inquiritor, inquisitor
2 (op examen) interrogator, examinator


ondervraging ZN

1 interrogation, interrogatorio, (examen) examine
2 (JUR) interrogatorio, inquesta
iemand aan een -- onderwerpen = submitter un persona a un interrogatorio


onderwaarderen ZN

1 subestimar, subvalutar, subevalutar


onderwaardering ZN

1 subestimation, subevalutation, subvalutation


onderwaarts BW

1 verso le basso


onderwaterarcheologie ZN

1 archeologia submarin/subaquatic


onderwaterbouw ZN

1 construction subaquatic


onderwatercamera ZN

1 camera (pro le photographia) submarin/subaquatic


onderwaterconstructie ZN

1 structura submergite/subaquatic


onderwaterfilter ZN

1 filtro submergite


onderwaterfoto ZN

1 photo(graphia) submarin


onderwaterfotografie ZN

1 photographia submarin/subaquatic


onderwatergedeelte ZN

1 parte immergite/submergite/subaquatic
2 (van een schip) obras vive, carina, (ruim) cala


onderwaterinstallatie ZN

1 dispositivo subaquatic/submarin


onderwaterjacht ZN

1 chassa {sj} submarin/subaquatic


onderwaterklok ZN

1 campana submarin/subaquatic


onderwaterleven ZN

1 vita submarin/subaquatic


onderwatermicrofoon ZN

1 microphono submarin/subaquatic, hydrophono


onderwatermijnbouw ZN

1 exploitation {plwa} minerari submarin/subaquatic


onderwateropname ZN

1 photo(graphia) submarin


onderwaterpomp ZN

1 pumpa submergite/subaquatic


onderwatersport ZN

1 sport (E) submarin


onderwatertunnel ZN

1 tunnel (E) subaquatic/submergite


onderwatervegetatie ZN

1 vegetation subaquatic


onderwaterverlichting ZN

1 exclaramento/illumination submarin/subaquatic


onderwaterzetting ZN

1 inundation, immersion, submersion
kunstmatige -- = submersion artificial
bevloeiing door -- = irrigation per inundation


onderweg BW

1 in cammino
-- iets eten = mangiar un cosa in cammino
de goederen zijn al -- = le mercantias jam es in cammino
een appel voor -- = un malo/pomo pro in cammino
het schip is -- naar = le nave naviga a
lang -- zijn/blijven = tardar multo, tardar a arrivar


onderwelven WW

1 voltar


onderwelving ZN

1 construction voltate


onderwereld ZN

1 (dodenrijk) regno del mortos, inferno(s), Tartaro
2 (crimineel circuit) mundo del criminales, gangsterismo


onderwereldfiguur ZN

1 homine del mundo del criminales


onderwerp ZN

1 (stof, thema) subjecto, objecto, thema, materia
actueel -- = subjecto de actualitate
ingewikkeld -- = subjecto complexe
behandeling van een -- = tractamento de un materia
-- van gesprek = thema de conversation
-- van de discussie = objecto del discussion
-- van onenigheid = subjecto de disaccordo
tot -- hebben = haber como thema, tractar de
een -- behandelen = exponer un subjecto/un thema
een -- aansnijden/aanboren = abordar un subjecto/un thema
zijn -- beheersen = esser maestro de/dominar su subjecto
2 (TAAL) subjecto


onderwerpen WW

1 (onder zijn gezag brengen) submitter, subjugar
aan censuur -- = censurar, submitter al censura
een opstandig gebied -- = submitter un region revoltate
aan zijn gezag -- = submitter a su autoritate
zich aan de formaliteiten -- = submitter se al formalitates
zich -- = capitular
zich -- aan = submitter se a, (zwichten voor) obsequer
zich aan een examen -- = submitter se a un examine
2 (de beslissing opdragen aan) submitter
een voorstel aan iemands goedkeuring -- = submitter un proposition al approbation de un persona
iets -- aan iemands oordeel = submitter un cosa al judicio/judicamento de un persona
3 (behandeling doen ondergaan) submitter
zich aan een medische behandeling -- = submitter se a un tractamento medic
een zaak aan arbitrage -- = submitter un question al decision de arbitros, submitter un question a (un) arbitrage
4 (veroveren) conquirer
een land -- = conquirer un pais


onderwerper ZN

1 subjugator


onderwerping ZN

1 subjection, submission, subjugation
onvoorwaardelijke -- = submission inconditional
slaafse -- = servilitate
2 (berusting) resignation
met -- dragen = supportar con resignation


onderwerpsvorm ZN

1 forma de subjecto


onderwerpszin ZN

1 proposition subjective/subjecto


onderwicht ZN

1 (te gering gewicht) peso insufficiente


onderwichtig BN

1 de peso insufficiente


onderwiel ZN

1 rota inferior


onderwijl BW

1 intertanto, interim, in le interim, interea, interdum
ik zal -- maar doorgaan = intertanto io va continuar


onderwijs ZN

1 inseniamento, instruction, education
schriftelijk -- = inseniamento per correspondentia
kosteloos -- = inseniamento gratuite
voorbereidend -- = inseniamento preparatori
lager -- = inseniamento/instruction/education primari
voortgezet/middelbaar -- = inseniamento/instruction/education secundari
hoger/universitair -- = inseniamento/instruction/education superior/universitari
technisch -- = inseniamento technic
openbaar -- = inseniamento/instruction public
particulier -- = inseniamento private
geprogrammeerd -- = inseniamento programmate
klassikaal -- = inseniamento simultanee
tweetalig -- = inseniamento bilingue
vrijheid van -- = libertate de inseniamento
het -- vernieuwen = renovar/reformar le inseniamento
vernieuwing van het -- = renovation/reforma del inseniamento
-- geven = inseniar
-- genieten = reciper inseniamento
bij het -- gaan = devenir un inseniante


onderwijsaanbod ZN

1 programmas scholar


onderwijsaangelegenheden ZN MV

1 affaires (F) educational/del inseniamento


onderwijsautoriteiten ZN MV

1 autoritates del inseniamento/education


onderwijsbegroting ZN

1 budget (E) del inseniamento/education


onderwijsbehoefte ZN

1 besonio de inseniamento


onderwijsbeleid ZN

1 politica educational/de inseniamento


onderwijsbestel ZN

1 systema de inseniamento


onderwijsbetrekking ZN

1 posto in le inseniamento


onderwijsbevoegdheid ZN

1 certificato de aptitude pro le inseniamento


onderwijsconcept ZN

1 philosophia educational/de inseniamento


onderwijscongres ZN

1 congresso del inseniamento


onderwijsdeskundige ZN

1 experto de inseniamento/education


onderwijsdoeleinden ZN MV

1 fines de inseniamento


onderwijservaring ZN

1 experientia docente


onderwijsgevend BN

1 inseniante, docente
-- personeel = personal inseniante/docente


onderwijsgevende ZN

1 inseniante, inseniator


onderwijshervormer ZN

1 reformator del inseniamento


onderwijshervorming ZN

1 reforma del inseniamento


onderwijsinrichting ZN

1 Zie: onderwijsinstelling


onderwijsinspectie ZN

1 inspection del inseniamento


onderwijsinstelling ZN

1 instituto/institution/stabilimento/establimento docente/de inseniamento/de instruction/de education


onderwijskosten ZN MV

1 costos/expensas del inseniamento


onderwijskracht ZN

1 inseniante, inseniator, membro del corpore inseniante/docente


onderwijskunde ZN

1 education
2 didactica


onderwijskundig BN

1 educative
2 didactic


onderwijskwestie ZN

1 question educational/del inseniamento


onderwijsleer ZN

1 education
2 didactica


onderwijsleerplan ZN

1 programma/plano de inseniamento


onderwijsmateriaal ZN

1 material docente/de inseniamento


onderwijsmethode ZN

1 methodo pedagogic/educational/de inseniamento


onderwijsmethodiek ZN

1 methodologia educational/de inseniamento


onderwijspolitiek ZN

1 Zie: onderwijsbeleid


onderwijspraktijk ZN

1 practica educational/del inseniamento


onderwijsprobleem ZN

1 problema educational/de inseniamento


onderwijsprogramma ZN

1 programma educational/de inseniamento


onderwijspsycholoog ZN

1 psychologo educational


onderwijsraad ZN

1 consilio consultative de inseniamento/education


onderwijssociologie ZN

1 sociologia del inseniamento


onderwijsspecialist ZN

1 specialista educational/del inseniamento


onderwijsstelsel ZN

1 systema educational/de inseniamento


onderwijsstructuur ZN

1 structura educational/del inseniamento


onderwijssysteem ZN

1 Zie: onderwijsstelsel


onderwijstaak ZN

1 carga educational


onderwijstechnologie ZN

1 technologia educational/del inseniamento


onderwijstype ZN

1 typo de inseniamento


onderwijsuitgave ZN

1 edition pro le inseniamento


onderwijsveld ZN

1 mundo/sector educational/del inseniamento


onderwijsvernieuwing ZN

1 renovation/reforma educational/del inseniamento


onderwijsvoorrangsbeleid ZN

1 politica destinate a promover le inseniamento, politica de prioritates educational, politica pro-educational


onderwijsvoorzieningen ZN MV

1 dispositivos educational/de inseniamento


onderwijsvraagstuk ZN

1 Zie: onderwijsprobleem


onderwijswet ZN

1 lege scholar/de inseniamento/de education


onderwijswetgeving ZN

1 legislation educational


onderwijswinkel ZN

1 centro de information educational/super le inseniamento


onderwijszaken ZN MV

1 Zie: onderwijsaangelegenheden


onderwijzen WW

1 inseniar, instruer, docer, maestrar
hij onderwijst Interlingua = ille insenia Interlingua
wat onderwezen kan worden = inseniabile, maestrabile


onderwijzend BN

1
-- personeel = personal docente


onderwijzer ZN

1 inseniator, inseniante, institutor, maestro


onderwijzeres ZN

1 inseniatrice, inseniante, maestra, institutrice


onderwijzersakte ZN

1 diploma de institutor/de maestro/de inseniamento primari


onderwijzersbond ZN

1 Zie: onderwijzersgenootschap


onderwijzersdiploma ZN

1 Zie: onderwijzersakte


onderwijzersgenootschap ZN

1 association de maestros/institutores


onderwijzerskorps ZN

1 corpore docente/de maestros/de institutores


onderwijzersnood ZN

1 penuria de maestros/de institutores


onderwijzersopleiding ZN

1 formation de maestros/de institutores


onderwijzerssalaris ZN

1 salario de maestro/de institutor


onderwijzerstraktement ZN

1 Zie: onderwijzerssalaris


onderwijzing ZN

1 (daad van opvoeding) education, formation, instruction
2 (vermaning) lection, admonestation, admonition


onderwind ZN

1 vento inferior/de superficie


onderworpeling ZN

1 sclavo


onderworpen BN

1 (ondergeschikt) submisse, servil, subjecte, subordinate
-- volk = populo subjecte/subordinate
2 (onderhevig aan) exponite (a), subjecte (a)
-- aan de wetten van de natuur = subjecte al leges del natura
aan kritiek -- = exponite a criticas
aan rechten -- = subjecte a derectos
3 (gedwee) submisse, submissive, docile, obediente, humile


onderworpenheid ZN

1 (ondergeschiktheid) submission, subordination, servilitate, (slavernij) servitude
2 (lijdzaamheid) submission, docilitate, humilitate


onderzaal ZN

1 (benedenzaal) sala inferior


onderzaat ZN

1 Zie: onderdaan


onderzeeboot ZN

1 Zie: onderzeeër


onderzeebootbestrijding ZN

1 Zie: duikbootbestrijding


onderzeebootblokkade ZN

1 blocada per submarinos


onderzeebootjager ZN

1 chassator {sj} de submarinos


onderzeedienst ZN

1 servicio submarin


onderzeeër ZN

1 submarino, submersibile
bemanningslid van een -- = submarinero


onderzees BN

1 submarin, subaquatic
--e kabel = cablo submarin
--e uitbarsting = eruption sub-marin


onderzeil ZN

1 vela inferior/basse


onderzetten WW

1 gravar de un hypotheca


onderzetten WW

1 inundar


onderzetter(tje) ZN

1 subplatto


onderzetting ZN

1 hypotheca


onderzijde ZN

1 parte/latere inferior
-- en bovenzijde van een medaille = reverso e obverso de un medalia


onderzinken WW

1 (mbt de zon) poner se, disparer al horizonte
2 (onder water zinken) affundar se


onderzoek ZN

1 (bestudering) examine, investigation, studio, scrutinio, inspection
vrij -- = examine libere
gedetailleerd -- = perscrutation
2 (navorsing) recerca, investigation, inquesta, exploration, disquisition, examine, perquisition
wetenschappelijk -- = recerca/investigation scientific
bacteriologisch -- = recerca/investigation bacteriologic
methodisch -- van een grot = exploration methodic de un caverna
nauwkeurig -- = inquesta/recerca/investigation minutiose/scrupulose
diepgravend -- = inquesta/recerca/investigation a fundo
gerechtelijk geneeskundig -- = expertise medicolegal
gerechtelijk -- = inquesta/investigation judiciari/judicial
buitengerechtelijk -- = inquesta/investigation extrajudiciari/extrajudicial
onpartijdig -- = inquesta/examine objective/impartial
methode van -- = methodo de investigation
-- doen naar, een -- instellen naar = investigar, inquirer, recercar, aperir un inquesta/un investigation
het -- heeft aangetoond dat = le investigation ha demonstrate que
3 (MED) examine, exploration
medisch -- = examine medic/medical


onderzoekbaar BN

1 investigabile


onderzoeken WW

1 examinar, investigar, scrutar, scrutinar, recercar, inquirer, perquirer, studiar
in detail -- = perscrutar
de mogelijkheden -- = studiar le possibilitates
een weefsel met de mi-croscoop -- = examinar un texito al microscopio
2 (MED) examinar, explorar
een zieke -- = examinar un malado
een inwendig orgaan -- = examinar/explorar un organo interne


onderzoekend BN

1 scrutator, investigator


onderzoeker ZN

1 recercator, investigator, examinator, perquisitor, scrutator, explorator
wetenschappelijk -- = recercator/investigator scientific


onderzoeking ZN

1 recerca, investigation, studio, examine, exploration, inquesta


onderzoekingsexpeditie ZN

1 Zie: onderzoekingstocht


onderzoekingsmethode ZN

1 Zie: onderzoeksmethode


onderzoekingstocht ZN

1 viage de exploration, expedition


onderzoekscentrum ZN

1 centro de recerca(s)/investigation


onderzoekscommissie ZN

1 commission de investigation/inquesta


onderzoekslaboratorium ZN

1 laboratorio de recerca


onderzoeksmethode ZN

1 methodo de investigation/recerca/inquesta


onderzoeksobject ZN

1 objecto/subjecto de studio(s)/de recerca(s)/de un investigation/de un inquesta


onderzoeksprogramma ZN

1 programma de recerca(s)/de investigation


onderzoeksrechter ZN

1 judice de instruction, judice instructor, inquisitor


onderzoeksresultaat ZN

1 resultato del recerca(s)/de un investigation/de un inquesta


onderzoeksveld ZN

1 campo de recercas


onderzwaveligzuur ZN

1 acido hyposulfurose


ondeskundig BN

1 inexperte, incompetente, inhabile, ignorante
ik ben -- op dat gebied = io es laico in le materia


ondeskundigheid ZN

1 incompetentia, inexperientia, inhabilitate, ignorantia


ondeugd ZN

1 (slechte hoedanigheid) vitio, defecto
2 (morele slechtheid) vitio, immoralitate, depravation, perversitate
deugd en -- = le virtute e le vitio
3 (guitigheid) malitia
de -- straalde uit hun ogen = lor oculos brillava de malitia


ondeugdelijk BN

1 (niet van goede kwaliteit) defectuose, de mal qualitate, mal conditionate, pauco/poco solide, inferior
--e waar = merce/mercantia defectuose/de mal qualitate
-- voorwerp = objecto mal conditionate
--e kwaliteit = qualitate inferior
2 (niet kunnende dienen) inservibile, inutilisabile, inutile
-- argument = argumento inservibile/inconsistente


ondeugdelijkheid ZN

1 stato defectuose
2 inservibilitate, inutilitate


ondeugdzaam BN

1 (niet deugdzaam) immoral, mal
2 (van slechte kwaliteit) de mal qualitate


ondeugend ZN

1 (brutaal, stout) indisciplinate
2 (guitig) malitiose
3 (schuin) galliarde


ondeugendheid ZN

1 (stoutheid) conducta/comportamento indisciplinate
2 (guitigheid) malitia
3 (schuinheid) galliardia


ondicht ZN

1 prosa


ondichterlijk BN

1 prosaic, antipoetic, pauco/poco poetic


ondienst ZN

1 mal servicio


ondienstig BN

1 inutile, inopportun


ondienstigheid ZN

1 inutilitate, inopportunitate


ondienstvaardig BN

1 pauco/poco servicial


ondiep BN

1 (niet diep) pauco/poco profunde
-- huis = casa pauco/poco profunde
--e rivier = riviera pauco/poco profunde
2 (niet diepgaand) superficial
--e wond = vulnere superficial


ondiepe ZN

1 loco/parte pauco/poco/minus profunde


ondiepte ZN

1 (ondiepe plaats) loco pauco/poco profunde, fundo basse, (in zee) banco, (in rivier) vado
2 (het ondiep zijn) manco/mancantia de profunditate


ondier ZN

1 monstro


ondinen ZN MV

1 undinas, nymphas del aquas


onding ZN

1 (iets onbestaanbaars) alco que non pote exister, cosa impossibile
2 (prul) un cosa de pauc/poc valor


ondiplomatiek BN

1 pauco/poco diplomatic
--e uitspraak = declaration pauco/poco diplomatic


ondoelmatig BN

1 Zie: ondoeltreffend


ondoelmatigheid ZN

1 Zie: ondoeltreffendheid


ondoeltreffend BN

1 inefficace, inefficiente, inoperante, non effective, ineffective, pauco/poco practic
--e maatregelen = mesuras inefficace/inefficiente/inoperante


ondoeltreffendheid ZN

1 manco/mancantia de efficacitate/de efficacia/de efficientia, inefficacitate, inefficacia, inefficientia


ondoenbaar BN

1 Zie: ondoenlijk


ondoenlijk BN

1 impossibile a facer/executar, infacibile, impossibile, impracticabile, irrealisabile, non practicabile
het is -- u de sfeer te laten proeven = il es impossibile dar vos un idea del atmosphera


ondoenlijkheid ZN

1 infacibilitate, impossibilitate, impracticabilitate


ondogmatiek BN

1 Zie: ondogmatisch


ondogmatisch BN

1 pauco/poco dogmatic, antidogmatic, tolerante, liberal


ondoofbaar BN

1 inextinguibile
-- is de gloed der liefde = inextinguibile es le ardor del amor


ondoorbakken BN

1 insufficientemente cocite/rostite


ondoorboord BN

1 imperforate


ondoorboorlijk BN

1 imperforabile


ondoordacht BN

1 inconsiderate, irreflexive, impremeditate, esturdite, imprudente
-- antwoord = responsa irreflexive/esturdite
--e beslissing = decision inconsiderate
-- handelen = ager esturditemente/sin reflecter


ondoordachtheid ZN

1 inconsideration, irreflexion, irreflexivitate


ondoordringbaar BN

1 impenetrabile, inaccessibile, impervie, (dicht, compact) dense, spisse, (geen licht doorlatend) opac, (waterdicht) impermeabile
-- woud = foreste inaccessibile/impenetrabile
--e bepantsering = blindage impenetrabile
-- harnas = cuirasse impenetrabile
een jas van --e stof = un mantello (de un texito/material) impermeabile
--e wildernis = jungla impenetrabile


ondoordringbaarheid ZN

1 (het ondoordringbaar zijn) impenetrabilitate, impervietate, (dichtheid, compactheid) densitate, (mbt doorlaten van licht) opacitate, (waterdichtheid) impermeabilitate
-- van een woud = impenetrabilitate de un foreste
-- van een bepantsering = impenetrabilitate de un blindage
2 (NAT) impenetrabilitate


ondoordringbaarmaking ZN

1 impermeabilisation


ondoorgankelijk BN

1 impenetrabile


ondoorgrond BN

1 non compre(he)ndite, inexplicate, enigmatic, mysteriose


ondoorgrondbaar BN

1 Zie: ondoorgrondelijk


ondoorgrondelijk BN

1 impenetrabile, inscrutabile, inexplicabile, enigmatic, incompre(he)nsibile, insondabile, opac
-- iemand = persona enigmatic/impenetrabile
-- mysterie = mysterio impenetrabile/incompre(he)nsibile/insondabile/inscrutabile
Gods wegen zijn -- = le vias de Deo/del Senior es impenetrabile


ondoorgrondelijkheid ZN

1 impenetrabilitate, inscrutabilitate, incompre(he)nsibilitate, insondabilitate, character inexplicabile/enigmatic


ondoorlatend BN

1 (voor vloeistof) impermeabile, impervie
-- maken = impermeabilisar
het -- maken = impermeabilisation
2 (voor licht) opac
3 (mbt de grond) impermeabile, impervie


ondoorlatendheid ZN

1 (voor water) impermeabilitate
2 (voor licht) opacitate
3 (mbt de grond) impermeabilitate


ondoorschijnend BN

1 opac, non transparente, impervie pro lumine/luce, impellucide


ondoorschijnendheid ZN

1 opacitate


ondoorwaadbaar BN

1 non vadabile
--e beek = rivo non vadabile


ondoorzichtig BN

1 (niet doorzichtig) opac, non transparente
(TECHN) -- maken = devitrificar
2 (FIG) obscur, impenetrabile
--e politiek = politica obscur


ondoorzichtigheid ZN

1 (het ondoorzichtig zijn) opacitate, non-transparentia
2 (FIG) obscuritate, impenetrabilitate


ondoorzocht BN

1 que non ha essite examinate
2 inexplorate
een --e streek = un region inexplorate


ondraagbaar BN

1 (niet te verdragen) insupportabile, intolerabile, insuffribile
2 (niet geschikt om te dragen) impossibile de portar o transportar


ondraaglijk BN

1 insupportabile, intolerabile, insuffribile
--e pijn = dolor insupportabile
-- lijden = suffrentia insupportabile
--e hitte = calor intolerabile/insupportabile
--e stank = odor insupportabile


ondraaglijkheid ZN

1 insupportabilitate, intolerabilitate, insuffribilitate


ondrinkbaar BN

1 imbibibile, inconsumile, (water) non potabile
-- bier = bira imbibibile


ondubbelzinnig BN

1 inambigue, explicite, inequivoc, sin equivoco, disproviste de equivoco
-- kritiek = critica explicite
--e verklaring = declaration sin equivoco
zich -- uitdrukken = parlar in terminos explicite
iets -- formuleren = formular un cosa explicitemente


ondubbelzinnigheid ZN

1 character inequivoc, inambiguitate


onduidelijk BN

1 imprecise, vage, indistincte, (verward) confuse, diffuse, (dubbelzinnig) equivoc, ambigue, (onbegrijpelijk) inintelligibile
--e contouren = contornos imprecise/vage/indistincte
--e stem = voce indistincte
-- symptoom = symptoma equivoc/vage/indistincte
-- telegram = telegramma inintelligibile
de situatie is -- = le situation es obscur/es equivoc/es ambigue/es confuse/non es clar
zich -- uitdrukken = exprimer se vagemente/sin precision/sin claritate
-- spreken = non articular ben
2 (handschrift) illegibile
-- schrijven = haber un calligraphia illegibile


onduidelijkheid ZN

1 imprecision, manco/mancantia de precision/claritate, indetermination, obscuritate, (verwarring) confusion, (dubbelzinnigheid) ambiguitate, equivoco, (onleesbaarheid) illegibilitate
-- van een tekst = indetermination de un texto


ondulatie ZN

1 undulation


ondulatie-theorie ZN

1 theoria undulatori


ondulator ZN

1 undulator


onduldbaar BN

1 inacceptabile, inadmissibile, intolerabile, insuffribile, insupportabile
--e houding = attitude inadmissibile
--e toestand/misstand = situation inadmissibile/intolerabile
-- lijden = suffrentia intolerabile


onduldbaarheid ZN

1 inadmissibilitate, intolerabilitate, insuffribilitate


onduleren WW

1 (golven en doen golven) undular
het -- = undulation
het haar -- = undular le capillos


ondulering ZN

1 undulation


onecht BN

1 (onwettig) illegitime, spurie, bastarde, adulterin
-- kind = infante illegitime/bastarde/adulterin/spurie, bastardo
--e geboorte = bastardia
2 (vals, nagemaakt) inauthentic, false, bastarde, facticie, spurie, artificial
--e munten = monetas false
-- document = documento false/non authentic
-- gedrag = conducta/comportamento artificial/facticie/false
--e vrucht = fructo spurie
3 (WISK) improprie
--e breuk = fraction improprie


onechtelijk BN

1 adulterin, illegitime
-- kind = infante adulterin/illegitime


onechtheid ZN

1 (het onecht zijn) falsitate, inauthenticitate
2 (het onwettig zijn) illegitimitate
3 (onechte geboorte) bastardia


oneconomisch BN

1 (in strijd met de economie) ineconomic, antieconomic
een -- gebruik van de beschikbare middelen = un empleo antieconomic del medios disponibile
2 (omslachtig) inefficiente
een -- systeem = un systema inefficiente


onedel BN

1 (niet adellijk) non nobile
2 (gemeen, slecht) ignobile, infame, basse, vil
--e motieven = motivos ignobile/basse
3 (mbt metalen) oxydante, non preciose
--e metalen = metallos non preciose


onedelaardig BN

1 Zie: onedelmoedig


onedelaardigheid ZN

1 Zie: onedelmoedigheid


onedelmoedig BN

1 pauco/poco generose, disproviste de sentimentos nobile


onedelmoedigheid ZN

1 manco/mancantia de generositate


oneens ZN

1
het -- zijn = esser de opinion contrari, esser in disaccordo, non esser de accordo, disaccordar
de leiding is het onderling -- = il ha disparitate de opinion in le direction
het met zichzelf -- = non saper que facer, hesitar


oneensgezind BN

1 Zie: oneens


oneensgezindheid ZN

1 disaccordo, discordantia, disunion, disharmonia


oneer ZN

1 dishonor, ignominia, affronto
zijn familie -- aandoen = dishonorar su familia


oneerbaar BN

1 indecente, impudic, dishoneste
--e handelingen = actiones indecente/impudic
--e voorstellen = propositiones indecente/dishoneste
--e bedoelingen = intentiones indecente/dishoneste


oneerbaarheid ZN

1 indecentia, impudicitate


oneerbiedig BN

1 irrespectuose, irreverente
-- gedrag = comportamento irreverente


oneerbiedigheid ZN

1 manco/mancantia de respecto, irrespectuositate, irreverentia


oneerlijk BN

1 dishoneste, (met slechte bedoelingen) mal intentionate, (niet oprecht) disloyal, false
--e concurrentie = concurrentia disloyal
--e bedoelingen = intentiones dishoneste, mal intentiones
-- te werk gaan = ager con mal intentiones


oneerlijkheid ZN

1 dishonestate, dishonestitate, (onoprechtheid) disloyalitate, falsitate


oneervol BN

1 dishonorabile, sin honor
-- ontslag = dimission/destitution dishonorabile


oneerwaardig BN

1 pauco/poco respectabile, pauco/poco digne de respecto


oneetbaar BN

1 que non pote esser mangiate, immangiabile, inedibile, non comestibile, inconsumibile
--e vruchten = fructos non comestibile


oneetbaarheid ZN

1 inedibilitate


oneffen BN

1 inequal, aspere, rugose, scabrose, irregular, (heuvelachtig) accidentate
-- weg = cammino scabrose
-- terrein = terreno accidentate


oneffenheid ZN

1 inequalitate, asperitate, rugositate, scabrositate, irregularitate


oneigenlijk BN

1 (onecht) improprie, spurie, false
(WISK) --e breuk = fraction improprie
-- gebruik van sociale bijstand = uso improprie de assistentia/adjuta/auxilio social
-- contract = quasi-contracto
2 (figuurlijk) improprie, figurative, figurate, metaphoric
--e betekenis van een woord = senso improprie/figurative/metaphoric de un parola


oneindig BN

1 infinite, interminabile, immense, illimitate, (WISK ook) transfinite
-- aantal/hoeveelheid = infinitate
--e barmhartigheid = misericordia infinite de Deo
-- getal = numero infinite/transfinite
--e hoeveelheid = quantitate infinite
--e verscheidenheid van de natuur = diversitate infinite del natura
(WISK) -- groot = infinitemente grande
(WISK) -- klein = infinitesimal
(WISK) --e hoeveelheid = infinito
--e ruimte = spatio infinite/immense
met -- geduld = con un patientia infinite
-- kleine hoeveelheid = quantitate infime
het duurde -- = il ha durate un eternitate


oneindig ZN

1 (ook FOTO) infinito
tot het --e = usque al infinito, infinitemente
met de blik op -- = con le reguardo in le infinito


oneindigheid ZN

1 infinito, infinitate
-- van de oceaan = infinito del oceano
-- van de ruimte = infinitate del spatio
2 (FIL) infinitude
3 (WISK) infinito
4 (oneindige duur) eternitate


oneindigheidsteken ZN

1 signo/symbolo del infinito (mathematic)


onelastisch BN

1 inelastic, inextensibile
-- materiaal = material inelastic/inextensibile


onelegant BN

1 pauco/poco elegante, inelegante


one-man show ZN

1 one-man show (E)


onengels BN

1 non (troppo) anglese


onenig BN

1 in disaccordo


onenigheid ZN

1 conflicto, disputa, dissension, dissentimento, contestation, disaccordo, discordo, discordia, dissonantia, differentia de opinion(es), friction, querela
onderwerp van -- = subjecto de disaccordo
een -- beslechten = conciliar un disputa
-- zaaien in een familie = seminar le discordia in un familia
-- in eigen boezem = discordia in le sino del gruppo
in -- leven = viver in le discordia


onereren WW

1 onerar


onereus BN

1 onerose
-- contract = contracto onerose
--e voorwaarden = conditiones onerose


onerkentelijk BN

1 pauco/poco grate, ingrate


onerkentelijkheid ZN

1 ingratitude


onervaren BN

1 sin experientia, inexperimentate, inexperte, imperite
-- dokter = medico imperite
-- zijn = mancar de experientia
-- persoon = persona sin experientia
een -- jongeman = un juvene homine inexperimentate


onervarenheid ZN

1 inexperientia, imperitia, manco de experientia
jeugdige -- = inexperientia juvenil
de -- van de jeugd = le inexperientia del juventude
-- van een minister = imperitia de un ministro


one-step ZN

1 (dans) one-step (E)


onesthetisch BN

1 inesthetic
-- litteken = cicatrice inesthetic


onetymologisch BN

1 non etymologic, contrari al etymologia


onevangelisch BN

1 non conforme al evangelio, contrari al evangelio, non-evangelic, pauco/poco evangelic


oneven BN

1 impar
-- getal = numero impar
-- nummer = numero impar
-- dagen = dies impar
-- kant van een straat = numeros impar de un strata
(WISK) -- functie = function impar


onevengeveerd BN

1 (PLANTK) imparipinnate


onevenheid ZN

1 imparitate
-- van krachten = imparitate de fortias
numerieke -- = imparitate numeric


onevenhoevig BN

1 imparidigitate
--e dieren = animales imparidigitate


onevenhoevige ZN

1 perissodactylo, animal impari-digitate
de neushoorn en de tapir zijn --n = le rhinocerote e le tapir es perissodactylos


onevenredig BN

1 disproportionate, dismesurate
iets -- veel aandacht geven = prestar un attention dismesurate a un cosa
het -- verschil tussen vraag en aanbod = le disproportion inter le demanda e le offerta/inter le offerta e le demanda
iets -- veel aandacht geven = dar a un cosa un attention disproportionate
-- maken = disproportionar


onevenredigheid ZN

1 manco/mancantia de proportion, disproportion


onevenwichtig BN

1 disequilibrate, inequabile, instabile
een --e indruk maken = dar un impression de instabilitate


onevenwichtigheid ZN

1 disequilibrio, manco de equilibrio, instabilitate
geestelijke -- = disequilibrio psychic


onexploreerbaar BN

1 inexplorabile


onfatsoenlijk BN

1 immoral, indecente, improprie, inconveniente, indecorose, inhoneste, dishoneste, grossier
-- gedrag = conducta immoral, immoralismo
hij nam een -- groot stuk taart = ille ha prendite un pecia de torta indecente


onfatsoenlijkheid ZN

1 indecentia, inconvenientia, indecoro, inhonest(it)ate, dishonest(it)ate, grosseria


onfeilbaar BN

1 infallibile, indefectibile
-- geheugen = memoria indefectibile
-- instinct = instincto infallibile
--e methode = methodo infallibile
-- geneesmiddel = medicina infallibile
de paus is -- = le papa es infallibile


onfeilbaarheid ZN

1 infallibilitate, indefectibilitate
pauselijke -- = infallibilitate pontifical/del papa:
-- van zijn geheugen = infallibilitate de su memoria
2 veritate infallibile


onfortuinlijk BN

1 infortunate, non favorate per le fortuna, disfavorate per le fortuna


onfortuinlijkheid ZN

1 infortuna


onfraai BN

1 non multo belle, fede, inelegante, pauco/poco gratiose
niet -- = assatis belle


onfrans BN

1 non (troppo) francese


onfris BN

1 pauco/poco fresc, non fresc, immunde, sordide
2 (louche) suspecte, dubitose


onfrisheid ZN

1 manco/mancantia de frescor


ong.

1 (Afk.: ongeveer) c., ca. (= circa)


ongaaf BN

1 non intacte


ongaar BN

1 insufficientemente/non bastante cocite/rostite, crude


ongaarheid ZN

1 cruditate


ongaarne BW

1 de mal grado, contra su grado, con repugnantia, con reluctantia
iets -- doen = facer un cosa con reluctantia, esser reluctante a facer un cosa, repugnar a facer un cosa
niet -- = assatis voluntari(e)mente


ongangbaar BN

1 non currente, non usual
--e munten = monetas non currente


ongans BN

1 indisposite
zich -- eten = borrar se de nutrimento


ongastvrij BN

1 inhospital
--e mensen = gente inhospital


ongastvrijheid ZN

1 reception inhospital, inhospitalitate


ongeaccentueerd BN

1 atone, atonic


ongeacht VZ

1 malgrado, in despecto de, nonobstante, sin reguardo de, independentemente de
-- die belediging = sin reguardo de/malgrado iste insulto
-- het resultaat = independentemente del resultato


ongeacht BN

1 pauco/poco estimate/respectate


ongeaderd BN

1 sin venas


ongeadresseerd BN

1 sin adresse


ongeanimeerd BN

1 sin animation, disproviste de animation, pauco/poco animate, disanimate


ongearticuleerd BN

1 inarticulate
-- spreken = parlar inarticulatemente, esser inarticulate


ongebaand BN

1 impracticabile
-- pad = sentiero impracticabile


ongebakken BN

1 (voedsel) non cocite, non frite, non rostite, crude
2 (tegels, stenen) non cocite


ongebeden BN

1 non invitate
-- gast = hospite non invitate, hospite indesirabile


ongebezigd BN

1 non usate


ongebladerd BN

1 sin folios


ongeblanket BN

1 non fardate


ongebleekt BN

1 non blanchite, crude
-- katoen = coton non blanchite, coton crude, calico


ongeblust BN

1 (niet geblust) non extinguite
-- vuur = foco non extinguite
2
--e kalk = calce vive
3
-- verlangen = desiro/desiderio insatisfacte/non satisfacte


ongeboeid BN

1 sin catenas, sin ferros


ongebogen BN

1 non curvate, derecte, recte


ongebonden BN

1 (LIT) in prosa
-- stijl = stilo libere, prosa
2 (boek) non ligate
-- boek = libro non ligate
3 (losbandig) libertin, dissolute, licentiose, dissipate
-- levenswijze = modo/stilo de vita libertin/dissolute
4 (zonder verplichtingen) libere
de -- landen = le paises non alineate


ongebondenheid ZN

1 licentia, libertinage, dissipation


ongeboren BN

1 (ancora) non nascite, fetal
-- leven = vita prenatal/fetal
-- vrucht = feto
eerbied voor het -- leven = respecto pro le vita non nascite


ongebouwd BN

1 non construite


ongebraden BN

1 non cocite, non rostite, crude


ongebrand BN

1 verde, non torrefacite, non tostate
--e koffie = caffe verde/non torrefacite/non tostate


ongebreideld BN

1 sin freno, sin brida, non frenate, non frenabile, irrefrenabile
--e fantasie = phantasia sin freno/sin brida
--e hartstochten = passiones sin brida


ongebreideldheid ZN

1 manco/mancantia de freno/de brida


ongebroken BN

1 non rumpite
-- record = record (E) imbattite/non rumpite
2 intacte, integre
hun verzet was -- = lor resistentia esseva intacte
-- trouw = loyalitate perenne/ferree


ongebruikelijk BN

1 (bijzonder) insolite, inusual, special, particular
dit woord heeft een --e betekenis = iste parola ha un signification special/pauco usual/poco usual
2 (ongewoon) inusual, inaccustomate, inhabitual, inconsuete, insolite
-- gedrag = comportamento/conducta inusual/insolite
3 (niet in gebruik) non usate, non empleate


ongebruikelijkheid ZN

1 character insolite


ongebruikt ZN

1 (niet gebruikt) inutilisate, non usate, non empleate
--e ruimte = spatio non usate
2 (nieuw) nove, non usate


ongebuild BN

1 integral
-- meel = farina integral


ongebukt BN

1 non curvate


ongebundeld BN

1 separate, distachate {sj}
--e gedichten = poesias separate


ongecastigeerd BN

1 non castigate


ongecatalogiseerd BN

1 non catalogate, non registrate in un catalogo


ongeciviliseerd BN

1 non civilisate, incivilisate


ongeclausuleerd BN

1 sin clausula(s)


ongecompliceerd BN

1 simple, simplice, non/pauco/poco complicate


ongecompliceerdheid ZN

1 simplicitate


ongeconditioneerd BN

1 inconditional, sin conditiones


ongeconfirmeerd BN

1 non confirmate, inconfirmate
-- krediet = credito inconfirmate


ongecontroleerd BN

1 (niet gecontroleerd) incontrolate, non controlate, non verificate
--e gegevens = datos non controlate/non verificate
volgens --e geruchten = secundo rumores incontrolate
2 (niet onder bedwang) incontrolate
--e reactie = reaction incontrolate
--e bewegingen = movimentos incontrolate
in een -- moment = in un momento incontrolate, impulsivemente


ongecoördineerd BN

1 non coordinate, sin coordination
--e bewegingen = movimentos non coordinate


ongecorrigeerd BN

1 non corrigite
--e tekst = texto non corrigite


ongedaan BN

1 non facite
iets -- laten = non facer un cosa
niets -- laten om = facer toto pro
iets -- maken = annullar (le consequentias de) un cosa
een koop -- maken = annullar un compra
een contract -- maken = annullar/disfacer un contracto
een fout -- maken = rectificar un error
onrecht -- maken = reparar un torto


ongedacht BN

1 impensate, non expectate, impreviste, inopinate, fortuite
-- uitkomst = resultato non expectate
--e mogelijkheden = possibilitates impensate


ongedagtekend BN

1 Zie: ongedateerd


ongedateerd BN

1 non datate, sin data
een --e druk = un edition non datate/sin data
-- boek = libro sin data de publication


ongedeeld BN

1 indivise, integre
-- geluk = felicitate indivise


ongedeerd BN

1 indemne, illese, san e salve
er -- afkomen = escappar san e salve


ongedekt BN

1 (zonder hoofddeksel) discoperte, sin cappello
2 (niet overdekt) discoperte, non coperte
3 (HAND) non coperte, discoperte
-- krediet = credito non coperte
-- tekort = deficit non coperte
4
-- schaakstuk = pecia de chacos {sj} non protegite
5 (VOETBAL) non marcate
--e speler = jocator non marcate


ongedesemd BN

1 azyme, sin levatura
-- brood = pan azyme, azymo
Feest der Ongedesemde Broden = Festa del Azymos


ongedienstig BN

1 (niet dienstvaardig) non servicial
2 (niet welwillend) non complacente


ongedierte ZN

1 vermina
-- uitroeien = exterminar vermina
onder het -- zittend = verminose


ongediertebestrijding ZN

1 extermination de vermina


ongediertebestrijdingsmiddel ZN

1 producto pesticida, pesticida


ongediplomeerd BN

1 non diplomate, sin diploma
--e verpleegster = infirmera non diplomate/non qualificate


ongedisciplineerd BN

1 indisciplinate, sin disciplina


ongedistingeerd BN

1 non distinguite, sin distinction


ongedoofd BN

1 non extinguite


ongedoopt BN

1 non baptisate
een --e = un persona non baptisate


ongedoornd BN

1 sin spinas


ongedorst BN

1 non tribulate, non battite
--e tarwe = tritico non battite/non tribulate


ongedragen BN

1 nove, non portate
-- kleren = vestimentos nove


ongedroomd BN

1 non expectate
--e mogelijkheden = possibilitates non expectate


ongedrukt BN

1 non imprimite
--e stukken = documentos non imprimite


ongeduld ZN

1 impatientia
tekenen van -- geven = dar signos de impatientia
trappelen van -- = morder se le labios de impatientia
zijn -- beteugelen = refrenar su impatientia


ongeduldig BN

1 impatiente
-- maken = impatientar
hij begint -- te worden = ille comencia a impatientar se/a perder le patientia


ongeduldigheid ZN

1 impatientia


ongedurig BN

1 inconstante, agitate, turbulente, inquiete, versatile


ongedurigheid ZN

1 inconstantia, inquietude, agitation, turbulentia, versatilitate


ongedwee BN

1 indocile, obstinate


ongedweeheid ZN

1 indocilitate, obstination


ongedwongen BN

1 (ongekunsteld) natural, disinvolte, informal, (spontaan) spontanee
-- gesprek = conversation informal
-- houding = attitude disinvolte
2 (vrijwillig) libere, voluntari(e)
3 (niet geforceerd) libere, natural
hij sprak zeer -- = ille parlava con multe naturalitate


ongedwongenheid ZN

1 naturalitate, spontaneitate, disinvoltura, franchitia, libertate


ongeëerd BN

1 non honorate


ongeëquilibreerd BN

1 disequilibrate


ongeëvenaard BN

1 nunquam equalate, sin equal, sin par, sin exemplo, sin rival, inimitabile, inequalabile
-- succes = successo sin par
produkt van--e kwaliteit = producto de qualitate inimitabile


ongeëvenredigd BN

1 in disproportion (con), non proportionate (a)


ongefestoneerd BN

1 non festonate, sin festones


ongefiltreerd BN

1 non filtrate


ongeflatteerd BN

1 non imbellite, conforme al realitate
een --e uitslag = resultatos que reflecte le realitate


ongeforceerd BN

1 non fortiate


ongeformuleerd BN

1 non formulate


ongefortuneerd BN

1 sin fortuna, sin capital, sin medios


ongefrankeerd BN

1 non francate
--e brief = littera non francate


ongefundeerd BN

1 sin fundamento, infundate, immotivate, injustificate, gratuite
-- optimisme = optimismo infundate


ongegeneerd BN

1 (zonder gêne) disinvolte, (brutaal) impertinente
--e houding = attitude disinvolte
-- scheten laten = peder sin vergonia


ongegeneerdheid ZN

1 disinvoltura


ongegipst BN

1 non ingypsate


ongegist BN

1 non fermentate, azyme
--e appelwijn = cidra non fermentate


ongeglazuurd BN

1 sin vernisse (vitree)


ongegomd BN

1 non gummate
--e enveloppen = inveloppes non gummate


ongegord BN

1 sin cinctura, sin cincturon


ongegrendeld BN

1 non claudite con pessulo


ongegrond BN

1 (niet gegrond) sin fundamento, infundate, mal fundate, immotivate, gratuite
--e beschuldiging = accusation gratuite/infundate/sin fundamento
--e berichten = notitias infundate, rumores false
-- bewering = affirmation infundate
--e mening = opinion infundate
--e aantijging = imputation injustificate
--e angst = pavor/timor injustificate/infundate/non fundate
het verhaal is totaal -- = le historia es completemente sin fundamento
iemand -- verdenken = suspectar un persona sin fundamento
2 (onbillijk) injuste, injustificate


ongegrondheid ZN

1 manco/mancantia de fundamento


ongegund BN

1 invidiate


ongehard BN

1 non indurate
--e soldaten = soldatos non indurate
2 (mbt metaal) non temperate
-- ijzer = ferro non temperate


ongeharnast BN

1 sin cuirasse


ongehavend BN

1 indemne, illese, intacte, sin damno(s)
-- uit de strijd komen = exir/sortir illese del lucta/battalia


ongehecht BN

1 distachate (de) {sj}


ongeheeld BN

1 non cicatrisate


ongeheiligd BN

1 profan


ongehelmd BN

1 sin casco


ongehinderd BN

1 libere, indisturbate, sin entraves, sin obstaculos, sin impedimento, sin incombramento, (rustig) tranquille
-- de grens overgaan = passar liberemente le frontiera, passar le frontiera sin obstaculos


ongehoord BN

1 (zonderling) inaudite, estranie, sin exemplo
--e geschiedenis = historia estranie
2 (onbehoorlijk) inaudite, inqualificabile, scandalose
--e schaamteloosheid = impudentia inaudite
3 (buitengewoon) exorbitante, excessive
--e vraagprijs = precio exorbitante/excessive
--e winsten = profitos/beneficios exorbitante/excessive
4 (BW) (zonder gehoord te zijn) sin haber essite ascoltate, sin ascoltar
een plaat -- kopen = comprar un disco sin ascoltar lo


ongehoornd BN

1 sin cornos


ongehoorzaam BN

1 disobediente, inobediente, indocile, (aan autoriteit) insubordinate, (aan bevel van een rechter) contumace
-- kind = infante indocile
-- zijn = disobedir


ongehoorzaamheid ZN

1 disobedientia, inobedientia, indocilitate, insubmission, (aan autoriteit) insubordination, (aan bevel van een rechter) contumacia
burgerlijke -- = disobedientia/insubordination/ civil


ongehouden BN

1 non obligate
-- wederdienst = contraprestation non obligate


ongehoudenheid ZN

1 non obligation


ongehouwen BN

1 non taliate
-- steen = petra non taliate


ongehuicheld BN

1 sincer, franc, sin dissimulation


ongehuwd BN

1 non maritate, celebe, celibatari
--e staat = stato celebe, celibato
-- vrouw = celibataria
-- moeder = matre celibatari
bewust --e moeder = matre deliberatemente celibatari
-- samenwonen = viver insimul sin esser maritate/sposate


ongehuwde ZN

1 celibatario, celibataria


ongeïllustreerd BN

1 non illustrate, sin illustrationes
de --e uitgave van dit boek = le edition non illustrate de iste libro


ongein ZN

1 burla insipide, insipiditate


ongeïnspireerd BN

1 non/pauco/poco inspirate, sin inspiration


ongeïnteresseerd BN

1 sin interesse, non interessate, disinteressate, indifferente
-- raken = perder le interesse
-- toekijken = reguardar con indifferentia


ongeïnteresseerdheid ZN

1 manco/mancantia de interesse, disinteresse, indifferentia


ongeïsoleerd BN

1 non isolate


ongekaard BN

1 non cardate
--e wol = lana non cardate


ongekamd BN

1 non pectinate, mal pectinate


ongekantrecht BN

1 non esquadrate
--e planken = plancas non esquadrate


ongekapt BN

1 (mbt haar) mal pectinate
2 (mbt hout) non abattite


ongekarteld BN

1 non cannellate


ongekasseid BN

1 non pavite, non pavimentate
--e weg = cammino/via non pavite


ongekauwd BN

1 non masticate


ongekend BN

1 incognite
2 inaudite, insolite, sin precedente, sin par
-- lage prijzen = precios basse sin precedentes, precios insolitemente basse
dat is iets --s = isto es un cosa insolite


ongekeperd BN

1 non cruciate


ongekerstend BN

1 non christianisate, non convertite al christianismo


ongekeurd BN

1 non controlate, non inspectate
-- vlees = carne non controlate


ongekleed BN

1 non vestite, sin vestimentos, nude


ongekleurd BN

1 incolor, sin color, natural
2
--e berichtgeving = informationes objective


ongeknakt BN

1 intacte


ongekneusd BN

1 sin contusion, non contundite, non contusionate


ongeknikt BN

1 sin torto


ongeknipt BN

1 (haar, nagels) non taliate, (kaartjes) non perforate


ongekoeld BN

1 que non ha essite refrescate


ongekookt BN

1 (voedsel) non cocite, crude, (vloeistof) non bullite
-- voedsel = nutrimento/alimentos crude/non cocite
--e melk = lacte non bullite


ongekrenkt BN

1 (nog in volle kracht) in plen vigor
2 (ongedeerd) intacte, integre, indemne, sin damno(s)


ongekreukt BN

1 (zonder vouwen/rimpels) lisie, sin un plica, sin plicas, sin un ruga, sin rugas
2 (FIG) (ongeschonden) intacte
--e rechtvaardigheid = justitia intacte


ongekromd BN

1 non curvate


ongekroond BN

1 non coronate, sin corona
--e koning = rege non coronate/sin corona


ongekruist BN

1 (niet gekruist) non cruciate
--e cheque = cheque (E) non cruciate
2 (niet vermengd) non cruciate, de racia pur


ongekuist BN

1 (niet fijn) grossier, rude, vulgar
--e taal = linguage grossier/rude
2 (niet gekuist, bv. uitgave) non expurgate


ongekunsteld BN

1 natural, simple, simplice, naive, ingenue, inartificial
hij sprak -- = ille parlava sin affectation/con naturalitate


ongekunsteldheid ZN

1 simplicitate, naturalitate, ingenuitate, absentia de affectation


ongekurkt BN

1 sin corco


ongekweekt BN

1 spontanee


ongekwetst BN

1 indemne, sin vulneres, sin lesiones


ongel ZN

1 stear


ongelaagd BN

1 non stratificate, sin stratos


ongelaagdheid ZN

1 absentia de stratification


ongelaarsd BN

1 sin bottas


ongeladen BN

1 (niet met vracht belast) sin carga
het gewicht van een -- vliegtuig = le peso de un avion sin carga
2 (niet met kogels gevuld) non cargate
-- pistool = pistola non cargate
3 (niet van elektrische stroom voorzien) non cargate
-- accu = accumulator non cargate


ongelakt BN

1 non laccate


ongeldig BN

1 nulle, invalide, casse, sin valor, (JUR) irrite
-- zijn = esser nulle
-- verklaren = declarar nulle, nullificar, informar, cassar, cancellar, annullar, annihilar, invalidar, rescinder
een contract -- verklaren = invalidar un contracto
--e stem = voto invalide
-- testament = testamento invalide
die/dat -- gemaakt/verklaard kan worden = invalidabile
het doelpunt is --, de speler stond buitenspel = le goal (E) non vale, le jocator esseva foris de joco/offside (E)
(JUR) -- makend = dirimente
(JUR) -- makend beletsel = impedimento dirimente
(JUR) -- maken = dirimer
2 (verlopen) perempte, perimite
-- worden = perimer


ongeldigheid ZN

1 nullitate, invaliditate
-- van een contract = nullitate/invaliditate de un contracto


ongeldigmaking ZN

1 Zie: ongeldigverklaring


ongeldigverklaring ZN

1 invalidation, nullification, annullation, infirmation, cassation, rescission
-- van een contract = invalidation de un contracto
-- van een verkiezing = invalidation de un election


ongeledigd BN

1 Zie: ongeleegd


ongeleed BN

1 (niet geleed) inarticulate, non articulate, non segmentate
--e stengel = pedunculo inarticulate


ongeleedpotig BN

1 inarticulate


ongeleegd BN

1 non vacuate
--e asbakjes = cinerieras non vacuate


ongelegeerd BN

1 non alligate
-- staal = aciero non alligate


ongelegen BN

1 pauco/poco opportun, importun, inopportun, intempestive
-- bezoek = visita importun
-- komen = importunar
het -- komen = inopportunitate
dat komt niet -- = isto non veni mal
op een -- moment komen = venir a un momento inopportun


ongelegenheid ZN

1 (het ongelegen zijn) inopportunitate, importunitate
in geldelijke -- verkeren = esser in difficultates pecuniari


ongeleid BN

1 sin guida


ongelest BN

1 inappaciate
--e dorst = sete inappaciate


ongeletterd BN

1 illitterate, sin erudition


ongelezen BN

1 non legite
een brief -- terugsturen = reinviar un littera sin leger lo/sin haber lo legite


ongelijk BN

1 (niet gelijk) inequal, differente
--e strijd = lucta/combatto inequal
--e kleuren = colores differente
het is -- verdeeld in de wereld = il ha multe injustitia in iste mundo
--e behandeling = disparitate de tractamento
2 (regelmatig) irregular, instabile
hij is zeer -- van humeur = ille ha un humor multo instabile
3 (niet bij elkaar passend) disconveniente, disparate, heteroclite, heterogen
-- zijn = disconvenir
4 (oneffen) inequal, aspere, scabrose, (ruw) rugose
-- oppervlak = superficie rugose
5 (onevenredig) disproportionate
-- maken = disproportionar
6 (verschillend) dissimile, dissimilar
-- maken = dissimilar


ongelijk ZN

1 torto
-- hebben = haber torto, non haber ration
zijn -- bekennen = admitter de haber torto
de feiten stellen hem in het -- = le factos le da torto


ongelijkaardig BN

1 heterogene, heterogenee


ongelijkaardigheid ZN

1 heterogeneitate


ongelijkbenig BN

1 scalen, non isoscele, inequilateral
-- trapezium = trapezio scalen/irregular


ongelijkbenigheid ZN

1 lateres inequal


ongelijkbrekend BN

1 de diffraction differente


ongelijkdurend BN

1 de durata/duration inequal, non isochrone


ongelijkheid ZN

1 (het ongelijk zijn) inequalitate, dissimilantia, dissimilitude, dissimilaritate, disparitate
maatschappelijke -- = inequalitate/disparitate social
2 (oneffenheid) inequalitate, irregularitate
3
(WISK) voorwaardelijke -- = inequation


ongelijklettergrepig BN

1 imparisyllabe
-- woord = imparisyllabo


ongelijkluidend BN

1 dissonante


ongelijkmatig BN

1 irregular, inequal, disproportionate
-- humeur = humor irregular/inequal/cambiante


ongelijkmatigheid ZN

1 irregularitate, inequalitate, disproportion
-- van humeur = inequalitate de humor


ongelijkmiddelpuntig BN

1 paracentric


ongelijknamig BN

1 de nomine differente, heteronyme
--e breuken = fractiones dissimilar/sin denominator commun
--e magnetische polen = polos magnetic de polaritate contrari


ongelijknamigheid ZN

1 differentia de nomine, heteronymia


ongelijkslachtig BN

1 heterogene, heterogenee, (PLANTK) heterogame


ongelijkslachtigheid ZN

1 heterogeneitate
2 (PLANTK) heterogamia


ongelijksoortig BN

1 heterogene, heterogenee, heteroclite, disconveniente, discrepante, dispare, disparate
-- zijn = disconvenir, discrepar


ongelijksoortigheid ZN

1 heterogeneitate, disparitate, discrepantia, disconvenientia


ongelijktijdig BN

1 que non coincide (con), non isochrone


ongelijkvloers BN

1 a nivellos differente
--e kruising = cruciata/cruciamento a nivellos differente


ongelijkvormig BN

1 dissimilar in forma, heteromorphe, disparate


ongelijkvormigheid ZN

1 dissimilitude in forma, heteromorphismo


ongelijkwaardig BN

1 de valor differente, inequal, non equivalente
--e tegenstanders = adversarios inequal


ongelijkwaardigheid ZN

1 differentia de valor


ongelijkzijdig BN

1 scalen, inequilateral, non equilateral, irregular
--e driehoek = triangulo scalen/non equilateral
--e veelhoeken = polygonos irregular


ongelijkzinnig BN

1 de opiniones contrari


ongelijmd BN

1 non collate


ongelijnd BN

1 non regulate, sin lineas, non lineate
-- papier = papiro non lineate


ongelikt BN

1 grossier
--e beer = homine grossier/sin education


ongelimiteerd BN

1 illimitate, sin limite(s)
-- over iets kunnen beschikken = poter disponer de un cosa sin limites, poter disponer illimitatemente de un cosa


ongelinieerd BN

1 Zie: ongelijnd


ongelkaars ZN

1 candela de stear


ongelkuip ZN

1 cupa de stear


ongelobd BN

1 (PLANTK) sin lobos, sin lobulos


ongelofelijk BN

1 (onaannemelijk) incredibile, inconcipibile, inimaginabile, inverisimile
een --e gebeurtenis = un evento incredibile
--e dingen = cosas incredibile, incredibilitates
2 (buitengewoon) incredibile, inaudite, exorbitante, excessive, extraordinari
-- aantal fouten = numero incredibile de errores
-- rijk = incredibilemente ric
-- goed boek = incredibilemente bon libro
dat heeft ons -- veel moeite gekost = isto nos ha costate sanguine e sudor


ongelofelijkheid ZN

1 incredibilitate, inverosimilantia


ongelogen BN

1 (de waarheid behelzend) ver, veritabile
het was -- voor de honderdste keer dat = il esseva, sin exaggerar, le centesime vice que
2 (zonder twijfel) indiscutibile, incontestabile


ongelood BN

1 sin plumbo


ongeloof ZN

1 (het niet geloven) incredulitate
2 (REL) incredulitate, irreligiositate, irreligion, manco de fide


ongelooflijk BN

1 Zie: ongelofelijk


ongeloofwaardig BN

1 inverisimile, pauco/poco credibile, pauco/poco digne de fide, incredibile
-- verhaal = historia incredibile
--e getuigen = testes pauco credibile


ongeloofwaardigheid ZN

1 inverosimilantia, incredibilitate, manco/mancantia de credibilitate/de veracitate


ongeloogd BN

1 que on non ha lixiviate, non lixiviate


ongelooid BN

1 que on non ha tannate, non tannate
--e huiden = pelles non tannate


ongelouterd BN

1 non purificate


ongelovig BN

1 (blijk gevend van ongeloof) incredule, (sceptisch) sceptic
het is een --e Thomas = ille ha le fide de Sancte Thomas
2 (niet gelovend) incredule, infidel, miscredente
hij is -- = ille es un incredulo/un persona incredule, ille non es credente


ongelovige ZN

1 persona incredule, incredulo
2 (REL) miscredente, infidel, atheo, atheista


ongelovigheid ZN

1 (scepticisme) incredulitate, scepticismo
2 (REL) miscredentia, impietate, atheismo


ongelucht BN

1 mal aerate, mal ventilate


ongeluk ZN

1 (tegenspoed) infortuna, adversitate, disgratia
een -- komt zelden alleen = un disgratia nunquam veni sol
aandeel hebben aan iemands -- = haber parte al/in le disgratia de un persona
2 (ongunstige toestand) perdita, ruina
zijn -- tegemoet gaan = ir/currer a su perdita
iemand in het -- storten = causar le ruina de un persona
3 (ongeval) accidente
een -- krijgen = haber un accidente
dodelijk -- = accidente mortal
persoonlijke --ken = accidentes de persona
bij een -- omkomen = esser occidite/perir in un accidente
getuige zijn van een -- = assister a un accidente
per/bij -- = per accidente, accidentalmente, inadvertitemente


ongelukkenpercentage ZN

1 percentage de accidentes


ongelukkenstatistiek ZN

1 statistica del accidentes


ongelukkenverzekering ZN

1 assecurantia contra accidentes


ongelukkig BN

1 infelice, infortunate, misere, miserabile
--e liefde = amor infelice
-- leven = vita infelice/misere/miserabile
--e samenloop van omstandigheden = cumulo de circumstantias adverse
in -- gekozen bewoordingen = in terminos pauco/poco fortunate
hij is diep -- = ille es multo infelice
het -- zijn = infelicitate


ongelukkige ZN

1 (rampspoedig iemand) persona infelice/infortunate, infortunato
2 (gebrekkige) invalido, handicapato


ongelukkigerwijs BW

1 infelicemente, infortunatemente


ongeluksbode ZN

1 messagero de mal novas/de mal augurio


ongeluksdag ZN

1 die/jorno disastrose/funeste/fatal/nefaste/de infortuna/de adversitate


ongeluksgetal ZN

1 numero disastrose


ongeluksjaar ZN

1 anno nefaste/disastrose/fatal/funeste


ongelukskind ZN

1 infante de infortuna


ongeluksnummer ZN

1 numero disastrose


ongeluksprofeet ZN

1 propheta de infortuna/de mal augurios


ongeluksstichter ZN

1 homine fatal


ongelukstijding ZN

1 mal nova


ongeluksvogel ZN

1 ave de mal augurio
2 (FIG) persona infortunate


ongemaaid BN

1 non falcate
--e weiden = pratos/pasturas non falcate
-- gras = herba non falcate


ongemaakt BN

1 (oprecht) sincer, sin affectation, natural
2 (ongekunsteld) spontanee, natural, naive


ongemaaktheid ZN

1 (oprechtheid) sinceritate
2 (ongekunsteldheid) spontaneitate, naturalitate, naivitate


ongemachtigd BN

1 sin autorisation


ongemak ZN

1 (last, hinder) incommoditate
-- lijden door iets = esser incommodate per un cosa
het -- ver van zijn werkplet te wonen = le incommoditate de habitar lontan de su loco de travalio/labor
iemand -- bezorgen = incommodar un persona
2 (ongerief) incommoditate, inconveniente
de --ken van de reis = le incommoditates/inconvenientes del viage
3 (gebrek) defecto, mal, maladia


ongemakkelijk BN

1 (last veroorzakend) incommode, inconfortabile
--e houding = position incommode/inconfortabile
een --e stoel = un sedia incommode/inconfortabile
-- zitten = esser sedite incommodemente
2 (lastig) penibile
zich in een -- parket bevinden = esser in un situation penibile
3 (nukkig) incommode, difficile
een -- persoon = un persona incommode/difficile
4
een -- standje geven = reprimender severmente


ongemakkelijkheid ZN

1 incommoditate


ongemalen BN

1 in granos, non molite
-- koffie = caffe in granos


ongemanierd BN

1 impolite, discortese, mal educate, incivil, grossier, incongrue


ongemanierdheid ZN

1 impolitessa, discortesia, incivilitate, grosseria, vulgaritate


ongemarkeerd BN

1 non marcate, sin marca


ongemaskeerd ZN

1 sin masca, sin mascara


ongemaskerd BN

1 Zie: ongemaskeerd


ongematigd BN

1 immoderate


ongematigdheid ZN

1 immoderation


ongematteerd BN

1 non matate


ongemeen BN

1 (ongewoon) pauco/poco commun, foris del commun, singular, special, extraordinari
2 (buitengewoon) extraordinari, exceptional
--e wilskracht = voluntate extraordinari/exceptional
-- vurige paarden = cavallos extraordinarimente focose
3 (uitmuntend) exceptional, remarcabile
--e geest = spirito exceptional/remarcabile


ongemeend BN

1 fingite, false, hypocrite
2 non intentionate


ongemeenzaam BN

1 distante


ongemeerd BN

1 non ammarrate


ongemengd BN

1 (niet gemengd) non miscite
2 (zuiver) pur


ongemerkt BN

1 (zonder merkteken) sin marca, non marcate
--e kleding = vestimentos sin marca
2 (heimelijk) inobservate, discrete
3 (onopvallend) insensibile, imperceptibile
--e verandering = cambiamento insensibile/imperceptibile
-- binnendringen = infiltrar se


ongemeubeld BN

1 Zie: ongemeubileerd


ongemeubileerd BN

1 non mobilate, sin mobiles


ongemoeid BN

1 indisturbate, tranquille, in pace
iemand -- laten = lassar un persona in pace


ongemolken BN

1 non mulgite


ongemonteerd BN

1 non montate, non assemblate


ongemotiveerd BN

1 (zonder reden/aanleiding) immotivate, gratuite, infundate, injustificate
--e aanval = attacco immotivate
--e vrees = pavor/timor injustificate/infundate/non fundate
2 (zonder motieven) sin motivos, immotivate
3 (zonder motivatie) non motivate
4 (zonder motieven aan te dragen) sin motivar, sin fornir explicationes


ongemuilband BN

1 non musellate, sin muselliera


ongemunt BN

1 non cuneate, non monetate
-- goud = auro non cuneate


ongenaakbaar BN

1 inabordabile, inaccessibile
-- persoon = persona inabordabile/inaccessibile


ongenaakbaarheid ZN

1 inabordabilitate, inaccessibilitate


ongenade ZN

1 (ongunst) disgratia, disfavor
in -- vallen = cader in disgratia/in disfavor
in -- doen vallen = disgratiar
2 (woede) furor, ira
zich de -- van de baas op de hals halen = attraher se le ira del chef (F)


ongenadig BN

1 (hevig) formidabile, terribile, tremende
het is -- koud = il face un frigido tremende
2 (onbarmhartig) implacabile, sin pietate


ongeneesbaar BN

1 Zie: ongeneeslijk


ongeneeslijk BN

1 immedicabile, incurabile, insanabile, irremediabile
--e ziekte = maladia/morbo immedicabile/incurabile/insanabile/irremediabile
-- zieke = malado incurabile
2 (FIG) incorrigibile, incurabile
--e luiheid = pigressa incorrigibile
--e leugenaar = mentitor incorrigibile/incurabile


ongeneeslijkheid ZN

1 incurabilitate, insanabilitate
-- van een ziekte = incurabilitate de un maladia


ongenegen BN

1 (ongezind) pauco/poco disposite (a)/inclinate (a)
hij is daartoe -- = ille non es disposite a facer lo


ongenegenheid ZN

1 disfavor, disposition disfavorabile


ongeneselijk BN

1 Zie: ongeneeslijk


ongenezen BN

1 non sanate


ongenietbaar BN

1 (humeurig) insupportabile, insuffribile
2 (geen genot gevend) insupportabile
-- boek = libro insipide


ongenodigd BN

1 Zie: ongenood


ongenoegen ZN

1 (ontevredenheid) discontento, discontentamento, displacentia
iemands -- opwekken = provocar le discontento de un persona
zijn -- uiten over = manifestar su discontento super
zich iemands -- op de hals halen = attraher le discontento de un persona
2 (onenigheid) discordo, disaccordo, dissension
in -- leven = viver in discordo


ongenoeglijk BN

1 displacente, disagradabile


ongenoeglijkheid ZN

1 displacentia


ongenoegzaam BN

1 insufficiente


ongenoegzaamheid ZN

1 insufficientia


ongenoemd BN

1 anonyme, innominate, non nominate, non mentionate


ongenoemde ZN

1 persona anonyme/innominate/non nominate/non mentionate


ongenood BN

1 (niet uitgenodigd) non invitate
2 (onwelkom) inopportun, indesirabile, indesiderabile, non benvenite
--e gast = hospite inopportun, intruso


ongenuanceerd BN

1 non/pauco/poco nuanciate, sin nuances (F)
-- oordeel = opinion pauco/poco nuanciate
-- denken = haber ideas pauco/poco nuanciate


ongenuanceerdheid ZN

1 absentia de nuances (F)


ongenummerd BN

1 non numerate, sin numero(s)


ongeoefend BN

1 inexperimentate, inexperte, sin experientia
met --e hand = con mano inexperimentate/inexperte
--e bergbeklimmer = alpinista inexperimentate
--e recruten = recrutas inexperte


ongeoefendheid ZN

1 inexperientia, manco/mancantia de experientia


ongeoorloofd BN

1 non permittite, impermissibile, prohibite, interdicite, illegitime, illicite
--e methoden = methodos illicite
--e wapens = armas prohibite/interdicite/illegal
--e middelen = medios illicite
--e praktijken = practicas illicite
--e sexuele betrekkingen = relationes sexual illicite
2 non justificate
-- (school)verzuim = absentia non justificate


ongeoorloofdheid ZN

1 character illicite, impermissibilitate


ongeopenbaard BN

1 irrevelate


ongeopend BN

1 non aperite, clause, intacte
-- laten = non aperir


ongeordend BN

1 (niet geordend) disordinate, in disordine, inordinate, irregular, chaotic, (geen organisatie hebbend) mal organisate
--e structuur = structura disordinate
2 (niet in een geestelijke orde opgenomen) secular
--e geestelijken = prestres secular


ongeordendheid ZN

1 disordine, chaos


ongeorganiseerd BN

1 (ongeordend) mal organisate, disorganisate, disordinate
2 (niet bij een organisatie aangesloten) non organisate, (mbt vakvereniging OOK) non syndicate


ongepaard BN

1 inequal
--e handschoenen = guantos inequal
2 (BIOL) impar
-- orgaan = organo impar


ongepagineerd BN

1 non paginate, sin numeration del paginas


ongepantserd BN

1 non blindate, non cuirassate, sin cuirasse


ongepast BN

1 improprie, indecente, incongrue, incongruente, inconveniente, contrari al convenientias, incorrecte, dishoneste, intempestive
--e vraag = question intempestive/incongruente
-- antwoord = responsa incongruente
--e manieren = manieras incongrue/incorrecte
--e opmerking = remarca incongrue
op --e toon = in tono indecente
het lijkt me niet -- = il non me pare inopportun/improprie


ongepastheid ZN

1 inconvenientia, incorrection, dishonestate, dishonestitate, incongruitate, incongruentia


ongepatenteerd BN

1 sin patente/breveto


ongepeild BN

1 insondate
de --e oceaan = le oceano insondate


ongepeld BN

1 non decorticate, integre
--e garnalen = crangones non decorticate
--e pinda's = cacahuetes integre/non decorticate
--e rijst = ris integre/non decorticate


ongepeperd BN

1 sin pipere
iemand -- de waarheid zeggen = dicer le veritate a un persona in terminos forte


ongeperforeerd BN

1 non perforate


ongepermitteerd BN

1 (onbehoorlijk) inconveniente, incorrecte, indecente, indecorose, improprie, dishoneste
2 (buitensporig) excessive


ongepijnd BN

1 virgine
--e honing = melle virgine


ongeplaatst BN

1 sin placia, (SPORT) non placiate


ongeplaveid BN

1 non pavimentate, sin pavimento
--e straten = stratas non pavimentate


ongepleisterd BN

1 non stuccate, non ingypsate


ongeploegd BN

1 non arate


ongeplooid BN

1 lisie


ongepoederd BN

1 sin pulvere


ongepolijst BN

1 impolite, mat
2 (FIG) grossier, rude


ongepolitoerd BN

1 non polite, non brunite


ongeponnen BN

1 non filate


ongeprejudiceerd BN

1 Zie: onbevooroordeeld


ongeprijsd BN

1 sin indication del precio


ongeproportioneerd BN

1 disproportionate


ongepruikt BN

1 sin perruca


ongepubliceerd BN

1 non publicate


ongeraakt BN

1 impassibile, insensibile, frigide


ongeraden BN

1 pauco/poco prudente, imprudente


ongeraffineerd BN

1 non raffinate, brute


ongerand BN

1 sin bordo


ongerangschikt BN

1 (niet geclassificeerd) non classate, non classificate


ongerechtig BN

1 injuste, inique


ongerechtigheid ZN

1 (onrechtvaardigheid) injustitia, iniquitate
2 (onrechtvaardige daad) injustitia, iniquitate
--en begaan = committer injustitias/iniquitates
3 (onvolkomenheid) defecto, imperfection
4 (vervuiling) impuritate


ongerechtvaardigd BN

1 injustificate, infundate, immotivate, sin motivo(s)
--e twijfels = dubitas injustificate
-- wantrouwen = diffidentia injustificate


ongeredderd BN

1 Zie: ongeordend-1


ongerede ZN

1
in -- brengen = disregular, disrangiar, disorganisar, disordinar, mitter in disordine
in het -- raken = disordinar se, disregular se


ongeredigeerd BN

1 (ongewijzigd uitgegeven) inedite


ongereflecteerd BN

1 (niet weerspiegeld) non reflectite, non reverberate
-- licht = luce/lumine non reflectite
2 (zonder nadenken tot stand gekomen) non reflectite
--e opmerkingen = observationes non reflectite


ongeregeld BN

1 irregular, disordinate, disregulate, confuse
--e vlucht = fuga disordinate
(ramsj) -- goed = mercalia
een -- leven leiden = menar un vita disordinate/disregulate/irregular
2 (MIL) (irregulier) irregular
--e troepen = truppas irregular


ongeregeldheden ZN MV

1 (wanordelijkheden) irregularitates, disordines, disturbantias
2 (met geld) irregularitates


ongeregistreerd BN

1 non registrate


ongereinigd BN

1 non nettate, non mundate, non mundificate


ongerekend VZ

1 exclusive, sin contar, non comprendite


ongeremd BN

1 (zonder remming, ongegeneerd) immoderate, irrefrenate, excessive
--e uitbarstingen van woede = accessos irrefrenate de cholera/de ira
2 (vrij, ongedwongen) disinvolte, libere


ongerept BN

1 intacte, immaculate, incontaminate, pristine, salvage, virgine, virginal
--e sneeuw = nive virgine/immaculate
--e natuur = natura virgine/incontaminate
--e naam = reputation virgine
--e bossen = forestes virgine


ongereptheid ZN

1 virginitate


ongeretoucheerd BN

1 non retoccate


ongerezen BN

1 non/mal levate


ongericht BN

1 (TECHN) omnidirectional, multidirectional
--e antenne = antenna omnidirectional
--e microfoon = microphono multidirectional
--e straling = radiation omnidirectional


ongerief ZN

1 inconveniente, incommoditate, embarasso
vergoeding beloven voor schade en -- = promitter compensation pro damno(s) e inconveniente(s)
-- aandoen = incommodar


ongeriefelijk BN

1 incommode, inconfortabile, pauco/poco confortabile, disagradabile
-- huis = casa inconfortabile


ongeriefelijkheid ZN

1 manco/mancantia de conforto, inconveniente, incommoditate


ongerijmd BN

1 in prosa
2 absurde, inepte, illogic


ongerijmde ZN

1 absurdo, absurditate
uit het -- redeneren = rationar per le absurdo
redenering uit het -- = rationamento apagogic/per le absurdo, apagogia
bewijs uit het -- = prova/proba/demonstration per le absurdo, reduction al absurdo
-- van het bestaan = absurditate del existentia


ongerijmdheid ZN

1 absurditate, ineptia, (onsamenhangendheid) incoherentia
-- van het bestaan = absurditate del existentia


ongerimpeld BN

1 sin rugas
-- voorhoofd = fronte sin rugas


ongeroepen BN

1 sin esser appellate, non appellate


ongeroerd BN

1 impassibile, insensibile, frigide


ongeronnen BN

1 non coagulate


ongerookt BN

1 non fumate
--e paling = anguilla non fumate


ongeroomd BN

1 non discremate, non disbutyrate


ongerust BN

1 inquiete, intranquille, anxie, anxiose
-- maken = inquietar
ik maak me -- over zijn gezondheid = su sanitate me inquieta


ongerustheid ZN

1 inquietude, intranquillitate, anxietate


ongesalarieerd BN

1 Zie: onbezoldigd


ongesausd BN

1 sin sauce (F)


ongeschaafd BN

1 non planate, brute, inequal
--e planken = plancas non planate


ongeschapen BN

1 increate


ongescheiden BN

1 non separate


ongeschikt BN

1 (niet geschikt) improprie, inadequate, inapte, disconveniente, inopportun
-- zijn voor = disconvenir a
voor dat doel is de machine -- = le machina es improprie pro iste scopo
dit terrein is -- voor bebouwing = iste terreno es inadequate pro le construction
lichamelijk -- = physicamente inapte, non apte physicamente
het moment is -- = le momento es inopportun
2 (onbekwaam) incompetente, incapabile, inapte
3 (niet prettig in de omgang) disagradabile, displacente


ongeschiktheid ZN

1 (het niet geschikt zijn) inaptitude, incapacitate, incompetentia
2 (het niet prettig zijn in de omgang) character disagradabile/displacente


ongeschild BN

1 que on non ha pellate, non pellate
--e appel = malo/pomo non pellate


ongeschilderd BN

1 non pingite
-- tafeltje = tabuletta non pingite


ongeschoeid BN

1 sin calceos, discalceate
--e karmeliet = carmelita discalceate


ongeschokt BN

1 firme, constante, inalterate
-- vertrouwen = confidentia inalterate


ongeschonden BN

1 intacte, inalterate, integre, integral, inviolate, immaculate
-- exemplaar = exemplar intacte
-- graf = sepultura inviolate
zijn reputatie bleef -- = su reputation remaneva intacte/sin macula


ongeschondenheid ZN

1 stato intacte, integritate


ongeschoold BN

1 sin instruction, non qualificate, sin qualification
--e arbeid = labor/travalio non qualificate
-- arbeider = obrero/travaliator/laborator sin instruction/non qualificate


ongeschoond BN

1 non purificate, non mundate


ongeschoren BN

1 sin esser rasate, non rasate


ongeschreven BN

1 non scripte, non scribite, consuetudinari
-- recht = derecto consuetudinari/non scripte
-- wet = lege non scripte


ongeschubd BN

1 sin squamas, sin scalias, non squamose, non squamifere


ongesigneerd BN

1 non signate


ongeslachtelijk BN

1 asexual, asexuate
--e voortplanting = multiplication/reproduction asexual/asexuate
zich -- voortplanten = reproducer se per generation asexuate, reproducer se per parthogenese (-esis)


ongeslachtelijkheid ZN

1 asexualitate


ongeslagen BN

1 invicte, non vincite, non battite, imbattite
-- voetbalelftal = equipa de football (E) imbattite/invicte/non vincite
-- record = record (E) imbattite/non battite


ongeslepen BN

1 non affilate, (bot) obtuse
-- schaatsen = patines non affilate
-- mes = cultello non affilate
2 (van glas/lens) non polite
3
-- diamant = diamante brute


ongesloten BN

1 non claudite, non clause, aperte
-- kasten = armarios non claudite
verzending in -- enveloppen = invio in inveloppes non claudite


ongesluierd BN

1 non velate, sin velo


ongesmeerd BN

1 non lubricate, non lubrificate, non ingrassate, (met olie) non oleate
2 (boterham) non butyrate


ongesmet BN

1 sin macula


ongesnoeid BN

1 non putate
--e wilgen = salices non putate


ongesorteerd BN

1 non assortite, non classificate


ongespannen BN

1 distendite


ongespecificeerd BN

1 non specificate, sin specification
--e rekening = factura non specificate


ongespierd BN

1 molle


ongespikkeld BN

1 non maculettate, non variegate


ongespleten BN

1 non findite, integre


ongesplitst BN

1 non dividite, non separate


ongespoord BN

1 sin sporones
2 (PLANTK) sin spora


ongesproken BN

1 non pronunciate, mute


ongestaart BN

1 sin cauda


ongestadig BN

1 inconstante, cambiante, instabile, variabile, versatile
het --e lot = le inconstantia del destino
-- mens = homine inconstante
-- weer = tempore instabile/variabile


ongestadigheid ZN

1 inconstantia, instabilitate, variabilitate, versatilitate


ongesteeld BN

1 sin pedunculo, sessile, acaule
-- blad = folio sessile
met --e bloemen = sessiliflor
met --e bladen = sessilifolie
(MED) --e poliep = polypo sessile


ongesteld BN

1 (ziek) legiermente malade, indisposite
2 (menstruerend) indisposite
-- zijn = haber le menstruationes, menstruar esser indisposite


ongesteldheid ZN

1 (lichte ziekte) maladia legier, indisposition
2 (menstruatie) menstruation, menstruo, indisposition


ongestempeld BN

1 non timbrate, (mbt postzegels, vervoerskaartjes) non obliterate, nove


ongesterkt BN

1 non reconfortate


ongesteund BN

1 sin appoio, sin supporto


ongesteven BN

1 non amidate


ongesticht BN

1 pauco/poco contente (de)


ongestild BN

1 inappaciate, insatiate, insatisfacte


ongestileerd BN

1 sin stilisation


ongestoffeerd ZN

1 (mbt meubels) non tapissate, (mbt vertrekken) sin cortinas ni tapetes


ongestoord BN

1 (ongehinderd) tranquille, sin interruptiones, indisturbate
hij kon -- studeren = ille ha potite studiar/studer indisturbate/tranquillemente/sin inetrruptiones
2 (zonder storing) sin interferentias, sin perturbationes
--e ontvangst = reception sin interferentias/perturbationes


ongestort BN

1 non pagate
-- bedrag = amonta non pagate


ongestorven BN

1 vivente


ongestraft BN

1 impun, impunite
-- blijven = restar impun
ik laat me niet -- beledigen = io non me lassa insultar/offender impunmente/impunitemente


ongestraftheid ZN

1 impunitate


ongestreken BN

1 non repassate


ongestremd BN

1 (van melk) non cualiate, non coagulate
2 (van doorgang) libere


ongestructureerd BN

1 non structurate


ongestudeerd BN

1 sin formation universitari


ongesubsidieerd BN

1 non subsidiate, non subventionate


ongesuikerd BN

1 non sucrate


ongetand BN

1 sin dentes
2 (PLANTK) (mbt postzegels) non dentate
--e bladeren = folios non dentate
--e postzegels = timbros postal non dentate


ongeteerd BN

1 non catranate
-- touwwerk = cordas non catranate


ongetekend BN

1 non signate, sin signatura, non firmate, sin firma, anonyme
--e brief = littera anonyme


ongeteld BN

1 (niet geteld) non contate
ik heb hem het geld -- toevertrouwd = io le ha confidite le moneta sin haber lo contate
2 (ontelbaar) innumerabile


ongetemd BN

1 indomate, salvage


ongetemperd BN

1 (mbt licht) crude, intense
2 (onbeteugeld) immoderate, irrefrenate, irreprimibile, irrepressibile, non controlate, non bridate
--e energie = energia irrefrenate
--e kracht = fortia irreprimibile/irrepressibile


ongetiteld BN

1 sin titulo


ongetoetst BN

1 non testate


ongetoomd BN

1 sin brida


ongetoond BN

1 non monstrate


ongetralied BN

1 sin barras, sin grillias


ongetroost BN

1 sin consolation, inconsolate
iemand -- laten gaan = lassar partir un persona sin haber le consolate


ongetrouw BN

1 infidel


ongetrouwd BN

1 non maritate, non spo(n)sate, celebe, celibatari


ongetwijfeld BW

1 indubitabilemente, sin dubita, foris de dubita, certo, certemente


ongetwijnd BN

1 que non es torquite, non torquite


ongeuit BN

1 que non se ha exprimite, inexprimite, non formulate
--e twijfel = dubita inexprimite


ongevaarlijk BN

1 (onschuldig) inoffensive, non periculose, pauco/poco periculose, anodin, innocue
-- geneesmiddel = remedio inoffensive
--e hond = can inoffensive
-- speelgoed = joculos inoffensive
zijn dreigingen zijn -- = su menacias es innocue
de ziekte is niet -- = le maladia non es sin periculo


ongevaarlijkheid ZN

1 character pauco/poco periculose, innocuitate


ongeval ZN

1 accidente
-- met dodelijke afloop, dodelijk -- = accidente mortal/fatal
reeks --len = serie de accidentes
bij een -- omkomen = perir in un accidente
getuige zijn van een -- = assister a un accidente


ongevallencijfer ZN

1 cifra de accidentes


ongevallenpercentage ZN

1 Zie: ongelukkenpercentage


ongevallenpolis ZN

1 polissa de assecurantia contra le accidentes/de accidentes


ongevallenrisico ZN

1 risco de accidentes


ongevallenstatistiek ZN

1 Zie: ongelukkenstatistiek


ongevallenverzekering ZN

1 assecurantia contra le accidentes/de accidentes


ongevallenwet ZN

1 lege super le accidentes de travalio/de labor


ongevallig BN

1 disagradabile, displacente


ongevalsgevaar ZN

1 risco de accidente


ongevederd BN

1 sin pluma(s)


ongeveer BW

1 circa, approximativemente
zo -- = plus o minus
dat kost -- 20 gulden = isto costa circa vinti florinos
op -- twee kilometer = a circa duo kilometros


ongeveinsd BN

1 sincer, franc, genuin, non fingite, aperte
--e liefde = amor sincer


ongeveinsheid ZN

1 sinceritate, franchitia


ongeverfd BN

1 non pingite, (textiel) non tingite
--e deur = porta non pingite
--e wol = lana natural/non tingite


ongeverifiëerd BN

1 non verificate, non controlate, non appurate


ongevernist BN

1 non vernissate


ongevijld BN

1 non limate


ongevlekt BN

1 non maculate, sin maculas


ongevleugeld BN

1 sin alas, aptere
--e insecten = apteros


ongevlochten BN

1 que non ha essite tressate


ongevloerd BN

1 sin pavimento


ongevoeglijk BN

1 inconveniente, pauco/poco conveniente, impolite, indecente


ongevoeglijkheid ZN

1 inconvenientia, indecentia


ongevoeld BN

1 non sentite
--e hartstocht = passion non sentite


ongevoelig BN

1 (mbt de zenuwen) insensibile
2 (onaangedaan) insensibile, insusceptibile, impassibile, dur, frigide, indifferente
-- mens = persona insensibile
-- voor kritiek = insensibile al criticas
-- overkomen = semblar insensibile
zich -- tonen = monstrar se insensibile/indifferente


ongevoeligheid ZN

1 (mbt de zenuwen) insensibilitate
2 (het onaangedaan zijn) insensibilitate, insusceptibilitate, impassibilitate, indifferentia
seksuele -- = frigiditate


ongevoerd BN

1 sin fodero, non foderate


ongevold BN

1 non fullate


ongevolgd BN

1 que on non ha sequite


ongevormd BN

1 sin forma, informe


ongevraagd BN

1 non sollicitate, non demandate, non invitate, spontanee
-- zijn hulp aanbieden = offerer su adjuta spontaneemente
-- komen = venir sin haber essite invitate


ongevuld BN

1 vacue


ongewaagd BN

1 que on non ha riscate


ongewaarmerkt BN

1 non autorisate, non legalisate


ongewaarschuwd BN

1 sin haber essite prevenite/advertite, sin advertimento


ongewapend BN

1 (zonder wapens) non armate, sin armas, sin defensa
--e tegenstanders = adversarios sin armas
2 (BIOL) inerme
--e lintworm = tenia inerme
3 (zonder versterking) non armate
-- beton = beton non armate
4
met -- oog = a oculo nude


ongewassen BN

1 non lavate, immunde


ongeweigerd BN

1 non refusate


ongewend BN

1 inaccostumate


ongewenst BN

1 que on non desira/desidera, indesiderabile, indesirabile, indesiderate, indesirate
--e gast = hospite indesiderabile/indesirabile
--e vreemdelingen = estranieros indesirabile/indesiderabile
-- persoon = persona non grata (L)
-- bezoek = visita indesirate
--e zwangerschap = graviditate/pregnantia indesiderate


ongewerveld BN

1 invertebrate
-- dier = animal invertebrate, invertebrato


ongewet BN

1 obtuse


ongeweten BN

1 inconsciente


ongewettigd BN

1 (niet gewettigd) illegitime, sin ration legitime
2 (niet gegrond) mal fundate, infundate, injustificate
--e verdenking = suspicion infundate


ongewezen BN

1 non judicate


ongewied BN

1 non sarculate, non binate


ongewiegd BN

1 sin esser cunate


ongewiekt BN

1 sin alas


ongewijd BN

1 non consecrate, profan
--e aarde = terra non consecrate
--e geschiedenis = historia profan
2 non ordinate
--e priester = prestre non ordinate


ongewijzigd BN

1 incambiate, invariate, inalterate, sin alteration, sin cambiamento, sin modification, sin cambios, non modificate
het plan bleef -- = le plano remaneva inalterate/incambiate


ongewild BN

1 (onopzettelijk) involuntari(e)
-- gevolg = consequentia involuntari(e)
iemand -- beledigen = offender un persona involuntari(e)mente/sin voler lo
2 (ongewenst) indesiderate, indesirate, indesiderabile, indesirabile


ongewillig BN

1 indocile, rebelle, reluctante


ongewilligheid ZN

1 indocilitate, reluctantia


ongewis BN

1 (onzeker) insecur, incerte, aleatori
--se schreden = passos insecur/incerte
een --e toekomst tegemoet gaan = ir al incontro de un futuro incerte
2 (onbetrouwbaar) dubitose
van --e kwaliteit = de qualitate dubitose


ongewisheid ZN

1 Zie: ongewisse


ongewisse ZN

1 incertitude, insecuritate
in het -- verkeren = esser in le incertitude
iemand in het -- laten = lassar un persona in le incertitude
wij tasten in het -- = nos es in plen mysterio


ongewond WW

1 sin vulnere, sin lesion


ongewoon BN

1 (ongebruikelijk) inaccostumate, inhabitual, insolite, inusual
--e ijver = zelo inaccostumate
--e ervaring = experientia inhabitual/inusual/inaccostumate
een --e drukte = un activitate insolite
-- feit = facto insolite
2 (buitenissig) excentric, eccentric, exotic, anormal, estranie


ongewoonheid ZN

1 Zie: ongewoonte


ongewoonte ZN

1 manco/mancantia de habitude, character insolite, anormalitate, atypicitate


ongeworteld BN

1 sin radices


ongewraakt BN

1 non reprobate, non censurate


ongewroken BN

1 non vengiate, invengiate, non vindicate, invindicate


ongezaagd BN

1 non serrate
--e bomen = arbores non serrate


ongezadeld BN

1 non sellate, sin sella
-- paard = cavallo a dorso nude


ongezeefd BN

1 non tamisate, non cribrate


ongezegd BN

1 que on non ha dicite, non dicite
dit had beter -- kunnen blijven = isto haberea essite melior non dicer lo


ongezegeld BN

1 (zonder zegel) non timbrate, sin timbro
-- papier = papiro non timbrate
2 (zonder postzegel) non francate
3 (niet dichtgelakt, mbt brief) non sigillate


ongezegend BN

1 qui non ha recipite le benediction


ongezeglijk BN

1 indocile, disobediente, inobediente, indisciplinate, indisciplinabile
-- kind = infante indocile/indisciplinabile


ongezeglijkheid ZN

1 indocilitate, disobedientia, inobedienta, indisciplinabilitate


ongezellig BN

1 (niet spraakzaam en vriendelijk) pauco/poco sociabile, insociabile, pauco/poco amabile, pauco/poco agradabile
2 (onbehaaglijk) pauco/poco confortabile, pauco/poco intime
3 (onprettig) pauco/poco agradabile


ongezelligheid ZN

1 (mbt personen) insociabilitate, manco/mancantia de sociabilitate/de amabilitate
2 (mbt zaken) manco/mancantia de conforto/de intimitate


ongezet BN

1 (niet vast bepaald) non fixate, non establite, irregular
hij komt op --te tijden = ille veni a/in horas non establite, ille veni irregularmente
2 (niet gezet, van kopij) non componite
3
--e diamant = diamante non montate


ongezien BN

1 (niet opgemerkt) inobservate
hij wist -- te vertrekken = ille succedeva a partir inobservatemente
2 (zonder het gezien te hebben) sin haber lo vidite
hij kocht het huis -- = ille ha comprate le casa sin haber lo vidite
3 (niet in aanzien) pauco/poco estimate, non respectate


ongezift BN

1 Zie: ongezeefd


ongezocht BN

1 spontanee, natural
--e verklaring = declaration spontanee
de gelegenheid bood zich -- aan = le occasion/opportunitate se offereva spontaneemente


ongezochtheid ZN

1 spontaneitate, naturalitate


ongezoet BN

1 non sucrate, sin sucro, sin edulcorante


ongezond BN

1 (ziekelijk) in mal sanitate, malsan
2 (nadelig voor de gezondheid) insalubre, malsan
-- klimaat = climate insalubre/malsan
-- voedsel = alimento insalubre
--e lucht = aere insalubre
--e arbeid = travalio/labor insalubre
roken is -- = fumar es nocive pro le sanitate
3 (FIG) malsan
--e nieuwsgierigheid = curiositate malsan
--e lectuur = lectura(s) malsan
--e invloed = influentia malsan


ongezondheid ZN

1 (ziekelijkheid) mal sanitate
2 (nadeligheid voor de gezondheid) insalubritate
-- van het klimaat = insabubritate del climate


ongezoomd BN

1 sin orlo


ongezouten BN

1 (niet gezouten) sin sal, non salate
-- boter = butyro non salate/sin sal
2 (FIG) (onomwonden) directe, crude, rude
-- taal = linguage rude
-- kritiek = critica directe/crude/dur


ongezuiverd BN

1 brute, crude, non raffinate, non purificate
--e petroleum = petroleo brute/crude


ongezuurd BN

1 azyme, sin levatura
-- brood = pan azyme


ongezwachteld BN

1 sin bandage


ongezwollen BN

1 sin tumefaction, sin tumiditate


ongiftig BN

1 sin toxicitate


ongiftigheid ZN

1 absentia de toxicitate


ongodsdienstig BN

1 (niet godsdienstig) sin religion, non religiose, irreligiose, areligiose
2 (aan de godsdienst vijandig) irreligiose, antireligiose


ongodsdienstigheid ZN

1 irreligiositate, irreligion


ongodvruchtig BN

1 indevote


ongodvruchtigheid ZN

1 indevotion


ongrammaticaal BN

1 non grammatical, agrammatical


ongrijpbaar BN

1 que on non pote sasir/prender, non sasibile
2 (FIG) imponderabile, intangibile, impalpabile, elusive
--e factoren = factores imponderabile/intangibile/impalpabile
--e nuances = nuances (F) impalpabile


ongrijpbaarheid ZN

1 character non sasibile
2 (FIG) imponderabilitate, intangibilitate, impalpibilitate


ongrondwettig BN

1 inconstitutional, anticonstitutional
op --e wijze een wet veranderen = modificar inconstitutionalmente un lege


ongrondwettigheid ZN

1 inconstitutionalitate, anticonstitutionalitate, character inconstitutional/anticonstitutional
-- van een wet = anticonstitutionalitate de un lege


ongunst ZN

1 disgratia, disfavor, adversitate
-- der tijden = adversitate del tempores
ten -- van = in disfavor de


ongunstig BN

1 disfavorabile, disavantagiose, adverse
--e kritiek = critica disfavorabile/adverse
--e omstandigheden = circumstantias disfavorabile
-- weer = tempore disfavorabile
--e koers = curso/cambio disfavorabile/adverse
-- bericht = mal nova
-- aspect = aspecto adverse
op een -- moment = a/in un momento inopportun
in het --ste geval = in le pejor del casos
zich -- over iemand uitlaten = parlar de un persona in terminos disfavorabile
woord met --e betekenis = parola pejorative
een woord in een --e betekenis gebruiken = emplear un parola in un senso pejorative
iemand niet -- gezind zijn = sentir sympathia pro un persona


ongunstigheid ZN

1 character disfavorabile


onguur BN

1 (schrikwekkend) sinistre, rebarbative
een -- type = un individuo sinistre
2 (mbt het weer) rude, aspere, inclemente


onhaalbaar BN

1 impossibile a obtener/a attinger/a ganiar, impracticabile, irrealisabile
zo'n motie is -- = un tal motion non obtenera le majoritate


onhandelbaar BN

1 (mbt personen) indisciplinabile, indocile, rebelle, recalcitrante, reluctante, pauco/poco maneabile, immaneabile, intractabile
2 (mbt zaken) (moeilijk te hanteren) difficile a manear, immaneabile
-- schip = nave ingovernabile


onhandelbaarheid ZN

1 character recalcitrante, intractabilitate, (mbt kind) indocilitate


onhandig BN

1 (onhandzaam) incommode, pauco/poco maneabile/practic
--e woordenboeken = dictionarios pauco/poco maneabile/practic
een -- schaartje = parve cisorios pauco/paco practic
2 (niet handig) inexperte, inhabile


onhandigheid ZN

1 (hoedanigheid) inhabilitate
2 (daad) action/manovra inhabile


onhandzaam BN

1 incommode, pauco/poco maneabile/practic, difficile a manear


onhanteerbaar BN

1 difficile a/de manear, immaneabile, incommode


onharmonisch BN

1 pauco/poco harmoniose, inharmonic, inharmoniose, disgratiose
--e verhoudingen = proportiones disgratiose


onhartelijk BN

1 pauco/poco cordial/calide, sin cordialitate


onhartelijkheid ZN

1 manco/mancantia de cordialitate


onhebbelijk BN

1 disagradabile, irritante, impertinente, insolente, grossier, insupportabile
zich -- gedragen = esser insupportabile


onhebbelijkheid ZN

1 grosseria, impertinentia, insolentia


onheelbaar BN

1 incurabile, insanabile


onheelbaarheid ZN

1 incurabilitate, insanabilitate


onheil ZN

1 infortuna, catastrophe, calamitate, disastro, sinistro
de plaats des --s = le loco del catastrophe/calamitate/disastro/sinistro
een -- afwenden = averter un calamitate
-- over iemand afroepen = maledicer un persona


onheilbrengend BN

1 malefic
2 (rampspoedig) calamitose, disastrose


onheilig BN

1 profan


onheiligheid ZN

1 character profan


onheilsbode ZN

1 messagero de infortuna/de mal augurio/de mal novas


onheilsbrenger ZN

1 Zie: onheilsbode


onheilsdag ZN

1 die/jorno nefaste/fatal/de infortuna/del disastro


onheilsnacht ZN

1 nocte nefaste/fatal/de infortuna/del disastro


onheilspellend BN

1 sinistre, de mal augurio, ominose, funeste, lugubre
--e stilte = silentio ominose
-- voorgevoel = mal presentimento


onheilspellendheid ZN

1 character sinistre


onheilsplaneet ZN

1 planeta malefic


onheilsprofeet ZN

1 propheta ominose/de infortuna/de mal augurio


onheilsteken ZN

1 mal augurio


onheilstichter ZN

1 autor de infortuna


onheilsvogel ZN

1 ave de mal augurio


onheilsvoorspelling ZN

1 presagio funeste


onheilzaam BN

1 nocente, nocive, nocue


onhemels BN

1 profan


onherbergzaam BN

1 inhospital, inhospite
-- oord = loco inhospite


onherbergzaamheid ZN

1 manco/mancantia de hospitalitate, inhospitalitate


onherhaalbaar BN

1 irrepetibile, non repetibile, unic


onherhaalbaarheid ZN

1 irrepetibilitate
-- van een experiment = irrepetibilitate de un experiment


onherkenbaar BN

1 non recognoscibile, irrecognoscibile


onherkenbaarheid ZN

1 irrecognoscibilitate


onherkiesbaar BN

1 non reeligibile


onherkrijgbaar BN

1 non recuperabile, irrecuperabile, non recovrabile, irrecovrabile


onherleidbaar BN

1 irreducibile, irreductibile
(WISK) --e breuk = fraction irreducibile


onherleidbaarheid ZN

1 irreducibilitate, irreductibilitate
-- van breuken = irreducibilitate de fractiones


onherroepbaar BN

1 Zie: onherroepelijk


onherroepelijk BN

1 (niet te herroepen) irrevocabile, definitive, inabrogabile, irreversibile, inappellabile
-- besluit/beslissing = decision irrevocabile
-- bankkrediet = credito bancari irrevocabile
-- vonnis = sententia/judicio/judicamento irrevocabile/irreformabile
--e weigering = refusa irrevocabile
-- afscheid = separation definitive
2 (onvermijdelijk) irrevocabile, inevitabile, ineluctabile
-- afscheid = adeo inevitabile
het schip is -- verloren = le nave es irrecuperabile


onherroepelijkheid ZN

1 irrevocabilitate, irreversibilitate, inappellabilitate
-- van een beslissung = irrevocabilitate de un decision
-- van het verleden = irrevocabilitate del passato


onherstelbaar BN

1 irreparabile, irremediabile
--e schade = damno(s) irreparabile/irremediabile
--e fout = error/falta irreparabile/irremediabile
--e ramp = disastro irremediabile/irreparabile
-- verlies = perdita irreparabile


onherstelbaarheid ZN

1 irreparabilitate, irreversibilitate
-- van een fout = irreparabilitate de un error


onheuglijk BN

1 immemorabile, immemorial
sinds --e tijden = de/desde/depost tempore(s) immemorabile/immemorial


onheus BN

1 disobligante, displacente, impolite, grossier, incivil, discortese, ingratiose
-- behandelen/bejegenen = esser discortese con, disobligar, rebuffar, bruscar
een --e behandeling ondervinden = esser tractate impolitemente/discortesemente
--e bejegening = rebuffo


onheusheid ZN

1 disobligantia, impolitessa, discortesia, incivilitate, grosseria, manco/mancantia de cortesia


onhistorisch BN

1 contrari al historia, non historic


onhoffelijk BN

1 pauco/poco cortese, discortese, impolite, grossier, incivil
--e taal = linguage discortese


onhoffelijkheid ZN

1 manco/mancantia de cortesia, discortesia, impolitessa, grosseria, incivilitate


onhollands BN

1 non (troppo) hollandese, pauco/poco hollandese, contrari al spirito/character hollandese/nederlandese


onhoofs BN

1 non cortese, discortese


onhoofsheid ZN

1 discortesia


onhoorbaar BN

1 inaudibile, (onmerkbaar) imperceptibile
-- geluid = sono imperceptibile/inaudibile
--e geluidstrillingen = vibrationes acustic imperceptibile
--e toon = tono imperceptibile/inaudibile
-- verliet hij de kamer = ille quitava le camera inaudibilemente/sin un sono/sin ruito/sin facer ruito


onhoorbaarheid ZN

1 inaudibilitate, imperceptibilitate


onhoudbaar BN

1 (niet te verdedigen) indefendibile, indefensibile, insustenibile, intenibile
--e vesting = fortalessa indefendibile/indefensibile/intenibile
--e positie = position indefendibile/indefensibile/intenibile
--e stelling = these/thesis indefendibile/indefensibile/insustenibile/intenibile
--e beweringen = affirmationes/assertiones indefendibile/indefensibile
2 (niet tegen te houden) imparabile
(SPORT) -- schot = colpo inparabile
3 (ondraaglijk) intenibile
--e toestand = situation intenibile/intolerabile


onhoudbaarheid ZN

1 (ondraaglijkheid) intenibilitate
-- van de situatie = intenibilitate del situation
2 (onverdedigbaarheid) indefensibilitate, indefendibilitate, intenibilitate
-- van een stelling = indefensibilitate/indefendibilitate de un these/thesis
-- van een vesting = intenobilitate de un fortalessa


onhuiselijk BN

1 (weinig thuis) qui non ama le vita de familia
2 (ongezellig) pauco/poco agradabile, pauco/poco confortabile


onhuwbaar BN

1 impubere


onhygiënisch BN

1 inhygienic, antihygienic, contrari al hygiene


oninbaar BN

1 irrecuperabile, irrecovrabile
--e schulden = debitas irrecuperabile/irrecovrabile
-- bedrag = amonta irrecuperabile/irrecovrabile


oninbaarheid ZN

1 impossibilitate de recuperar/recovrar (le debitas)


onindrukbaar BN

1 incompressibile


onindrukbaarheid ZN

1 incompressibilitate


oningebeeld BN

1 non imaginari


oningebonden BN

1 non ligate, brochate {sj}


oningeënt BN

1 non vaccinate, non inoculate


oningeklaard BN

1 non disdoanate


oningelijst BN

1 non inquadernate
--e doeken = telas non inquadernate


oningepakt BN

1 non impacchettate, non imballate, sin emballage


oningetogen BN

1 incontinente


oningevuld BN

1 lassate in blanco, in blanco
de ommezijde -- laten = lassar in blanco le reverso


oningewijd BN

1 profan, non initiate


oningewijde ZN

1 profano, non-initiato
onbegrijpelijk voor --en = inintelligibile pro profanos/non-initiatos


onintellectueel BN

1 non intellectual


onintelligent BN

1 inintelligente, stupide


oninteressant BN

1 sin interesse, ininteressante, incuriose
-- boek = libro sin interesse


onintrekbaar BN

1 irrevocabile, inabrogabile, definitive


oninvorderbaar BN

1 irrecuperabile, irrecovrabile, inexigibile
--e schuld = debita inexigibile


oninvorderbaarheid ZN

1 irrecuperabilitate, irrecovrabilitate, inexigibilitate


oninwisselbaar BN

1 (HAND) inconvertibile
-- bankbiljet = billet/nota de banca inconvertibile


oninwisselbaarheid ZN

1 (HAND) inconvertibilitate


onirisch BN

1 oneiric, oniric


onirisme ZN

1 oneirismo


oniromancie ZN

1 oniromantia


onjoods BN

1 non/pauco/poco judee/judaic


onjuist BN

1 incorrecte, inexacte, abusive, improprie, false, erronee, infidel
-- gebruik van een woord = empleo/uso abusive/improprie de un parola, improprietate de un parola
--e inlichtingen = informationes erronee/false
--e berekening = calculo inexacte
-- verhaal = historia infidel
--e voorstelling van zaken = un representation false del cosas
iemands gedachten -- weergeven = traducer incorrectemente le pensamentos/pensatas de un persona


onjuistheid ZN

1 inexactitude, incorrection, error, (onbetrouwbaarheid) infidelitate, (verkeerd gebruik) improprietate
-- van de gegevens = inexactitude del datos


onjuridisch BN

1 non juridic


onkatholiek BN

1 pauco/poco catholic


onkenbaar BN

1 incognoscibile
--e werkelijkheid = realitate incognoscibile
volgens velen is God -- = multe personas crede que Deo es incognoscibile
2 (niet te doorgronden) impenetrabile


onkenbaarheid ZN

1 incognoscibilitate
-- van de werkelijkheid = incognoscibilitate del realitate
2 (ondoorgrondelijkheid) impenetrabilitate


onkerkelijk BN

1 qui non va al ecclesia, non religiose


onkies BN

1 indelicate, indiscrete, crude, sin tacto
--e uitdrukking = expression indelicate


onkiesheid ZN

1 manco/mancantia de delicatessa/discretion/tacto, indelicatessa, indecoro


onkinderlijk BN

1 pauco/poco infantin
--e taal = linguage pauco infantin


onklaar BN

1 (onduidelijk) pauco/poco clar, confuse
--e woorden = parolas pauco clar
2 (troebel) turbide
3 (defect) defectuose
4
een bom -- maken = disactivar/dismontar un bomba


onklaarheid ZN

1 manco/mancantia de claritate, confusion


onklassiek BN

1 non classic


onklopbaar BN

1 (niet te kloppen) invincibile
een -- elftal = un equipa invincibile
2 (onovertrefbaar) insuperabile


onknap BN

1
dat meisje is niet -- = iste juvena non es disgratiose


onkosten ZN MV

1 costos, expensas
algemene -- = costos general
diverse -- = costos diverse
bijkomende -- = costos impreviste
iemands -- vergoeden = reimbursar le costos a un persona
iemand op -- jagen = obligar un persona a facer costos
-- vermijden = evitar costos
alle -- inbegrepen = tote le costos inclusive
-- veroorzaken = originar costos


onkostenbegroting ZN

1 budget (E) del costos/expensas


onkostenboek ZN

1 libro del costos/expensas


onkostencijfer ZN

1 cifra de costos


onkostendeclaratie ZN

1 declaration/nota del costos/expensas


onkostenniveau ZN

1 nivello del costos/expensas


onkostennota ZN

1 nota del costos/expensas


onkostenrekening ZN

1 conto del costos/expensas


onkostenvergoeding ZN

1 reimbursamento/indemnitate/compensation del costos/expensas


onkreukbaar BN

1 (niet gekreukt kunnende worden) inarrugabile, indeformabile
das van --e zijde = cravata de seta inarrugabile
2 (FIG) integre, eque, equitabile, incorrupte, incorruptibile
--e ambtenaar = functionario incorruptibile
--e politicus = politico integre
--e rechtschapenheid = probitate scrupulose


onkreukbaarheid ZN

1 (mbt weefsel) inarrugabilitate, (mbt ander materiaal) indeformabilitate
2 (FIG) integritate, incorruptibilitate, probitate, rectitude
-- van een rechter = incorruptibilitate de un judice


onkrijgshaftig BN

1 non guerrier, non bellicose, non martial


onkristalliseerbaar BN

1 incrystallisabile


onkritisch BN

1 non/pauco/poco critic, sin spirito critic, acritic


onkruid ZN

1 mal herba
het -- schiet uit de grond = le mal herbas cresce rapidemente/ubique
-- verdelgen, van -- zuiveren = disherbar, sarcular, exterminar/extirpar/eradicar mal herbas
het veld is door -- overwoekerd = le mal herba ha invadite le campo


onkruidbestrijding ZN

1 extermination/extirpation/eradication de mal herbas


onkruidbestrijdingsmiddel ZN

1 herbicida


onkruidflora ZN

1 flora de mal herbas


onkruidverdelgend BN

1 herbicida


onkruidverdelger ZN

1 substantia herbicida, herbicida


onkruidverdelgingsmiddel ZN

1 herbicida


onkruidverwijdering ZN

1 Zie: onkruidbestrijding


onkuis BN

1 impudic, impur, indecente, incontinente, sin pudor


onkuisheid ZN

1 impudicitate, indecentia, impuritate, impuressa


onkunde ZN

1 (onwetendheid) ignorantia, incultura, (domheid) nescietate
uit -- = per ignorantia
2 (onkundigheid) incapacitate


onkundig BN

1 (onwetend) ignorante, ignar
de --e menigte = le multitude ignar
iemand -- van iets laten = lassar un persona in le ignorantia de un cosa, non informar un persona super un cosa
-- zijn = ignorar, non esser informate, non esser al currente
2 (dom) nescie


onkundigheid ZN

1 incapacitate, (onwetendheid) ignorantia


onkunstzinnig BN

1 inartistic


onkwetsbaar BN

1 invulnerabile, illesibile


onkwetsbaarheid ZN

1 invulnerabilitate
-- van Achilles = invulnerabilitate de Achilles


onlaakbaar BN

1 que on non pote blasmar


onland ZN

1 terra(s) inculte


onlangs BW

1 recentemente, ultimemente, pauc/poc tempore retro, ante pauc/poc tempore
-- gebeurd = recente
ik heb hem -- nog gezien = io le ha vidite recentemente
een -- verschenen boek = un libro recentemente publicate


onledig BN

1 occupate
zich -- houden met lezen = occupar se de leger, tener se occupate con le lectura


onledigheid ZN

1 occupation


onleefbaar BN

1 invivibile, insupportabile
-- bestaan = existentia invivibile
--e omstandigheden = circumstantias invivibile
--e situatie = onleefbare situatie


onleesbaar BN

1 (mbt de lettertekens) illegibile, (niet te ontcijferen) indecifrabile
-- handschrift = scriptura illegibile/indecifrabile
--e handtekening = signatura illegibile
2 (mbt de inhoud) illegibile, incompre(he)nsibile
-- boek = libro illegibile


onleesbaarheid ZN

1 (mbt de lettertekens) illegibilitate, indecifrabilitate
2 (mbt de inhoud) illegibilitate, incompre(he)nsibilitate


onlekker BN

1 indisposite


onlesbaar BN

1 insatiabile, inextinguibile
--e dorst = sete insatiabile/inextinguibile


onliberaal BN

1 non liberal, illiberal


onlichamelijk BN

1 incorporee, incorporal, immaterial, insubstantial


onlichamelijkheid ZN

1 incorporeitate, incorporalitate, immaterialitate, insubstantialitate


onlijdbaar BN

1 Zie: ondraaglijk


onlijdzaam BN

1 impatiente


onlijdzaamheid ZN

1 impatientia


on-line BN

1 (COMP) on-line (E), connectite, in linea


on-line-bewerking ZN

1 (COMP) tractamento on-line (E)


onliterair BN

1 non litterari


onlogica ZN

1 absentia de logica


onlogisch BN

1 illogic, inconsequente, inconsistente
--e redenering = rationamento illogic
het --e = illogicitate, illogismo


onloochenbaar BN

1 innegabile, incontestabile, indiscutibile, indenegabile, irrecusabile, evidente
--e bewijzen = provas/probas incontestabile
--e waarheid = veritate innegabile


onloochenbaarheid ZN

1 incontestabilitate, evidentia


onlosbaar BN

1 (FIN) incommutabile


onlosmakelijk BN

1 inseparabile, indivisibile, indissociabile, indissolubile, inextricabile


onlust ZN

1 (MV) (twisten) disordines, disturbantias
de --en ontstonden tijdens de ontruiming van de kraakpanden = le disordines ha comenciate al momento del evacuation del casas squattate
de --en bedwingen = sedar le disordines
2 (onaangenaam gevoel) displacentia
3 (het als onaangenaam ervaren) repugnantia, aversion


onlustbeleving ZN

1 perception de displacentia


onlustgevoel ZN

1 sentimento de displacentia


onmaakbaar BN

1 que on non pote facer


onmaatschappelijk BN

1 asocial


onmaatschappelijkheid ZN

1 character asocial


onmacht ZN

1 (machteloosheid) impotentia
gevoel van -- = senso de impotentia
2 (bewusteloosheid) perdita del conscientia, syncope, evanescimento
in -- vallen = perder le conscientia, suffrer un syncope, evanescer


onmachtig BN

1 (machteloos) impotente, sin potentia
2 (krachteloos) debile


onmachtigheid ZN

1 impotentia


onmannelijk BN

1 effeminate, pauco/poco viril


onmannelijkheid ZN

1 effemination, manco/mancantia de virilitate


onmanoeuvreerbaar ZN

1 pauco/poco manovrabile/maneabile


onmatig BN

1 immoderate, excessive, distemperate, intemperante, intemperate, (mbt drinken OOK) insobrie
-- alcoholgebruik = usage immoderate/intemporante de alcohol
-- drinken = biber sin moderation


onmatigheid ZN

1 intemperantia, immoderatessa, immoderation, excesso, excessivitate, exaggeration, (mbt drinken OOK) insobrietate


onmededeelbaar BN

1 incommunicabile


onmededeelzaam BN

1 (niet onder woorden te brengen) incommunicabile
2 (gesloten) non/pauco/poco communicative, reticente, taciturne


onmededeelzaamheid ZN

1 incommunicabilitate
2 (geslotenheid) reticentia, taciturnitate


onmeedogend BN

1 inclemente, implacabile, sin compassion, sin pietate


onmeedogendheid ZN

1 inclementia, implacabilitate, manco/mancantia de compassion/de pietate


onmeetbaar BN

1 imme(n)surabile, incommensurabile
-- klein deeltje = parve particula imme(n)surabile, particula infinitemente parve
2 (WISK) incommensurabile, irrational
--e getallen = numeros imcommensurabile/irrational


onmeetbaarheid ZN

1 imme(n)surabilitate
2 (WISK) incommensurabilitate, irrationalitate


onmens ZN

1 monstro, bruto, barbaro


onmenselijk BN

1 inhuman, dishuman, barbare, barbaric, cruel, brutal, bestial
-- maken = dishumanisar
het -- maken = dishumanisation
-- gedrag = conducta/comportamento inhuman
--e daden = actiones cruel
--e wreedheden = crueltates inhuman/dishuman
hij heeft zijn vrouw -- behandeld = ille ha essite un monstro pro su sposa


onmenselijkheid ZN

1 inhumanitate, dishumanitate, crueltate, barbaria


onmenswaardig BN

1 que lede le dignitate human


onmenswaardigheid ZN

1 absentia de dignitate human


onmerkbaar BN

1 imperceptibile, insensibile
-- verschil = differentia imperceptibile
--e nuances = nuances (F) imperceptibile
-- veranderen = cambiar imperceptibilemente


onmerkbaarheid ZN

1 character imperceptibile, impercibilitate, insensibilitate


onmetelijk BN

1 incommensurabile, imme(n)surabile, infinite, immense, enorme
hij heeft een -- vermogen = ille ha un fortuna immense, ille es immensemente ric
--e rijkdommen = ricchessas immense
--e ruimte = spatio immense


onmetelijkheid ZN

1 incommensurabilitate, imme(n)surabilitate, immensitate, infinitate
-- van het heelal = immensitate del universo


onmiddelbaar BN

1 immediate


onmiddellijk BN

1 (dadelijk) immediate, instante, instantanee
--e bedreiging = menacia instante/instantanee
--e reactie = reaction immediate
2 (zonder tussenruimte) immediate, contigue, directe, proxime
de --e nabijheid van iets = le (immediate) proximitate de un cosa
ik liep -- achter mijn vriend = io vadeva immediatemente detra mi amico
(FIL) --e oorzaak = causa proxime
3 (rechtstreeks) immediate, directe
--e waarneming = observation directe
dit volgt -- uit het voorgaande = isto se deduce directemente de lo que precede


onmiddellijkheid ZN

1 character immediate


onmijdbaar BN

1 inevitabile


onmilitair BN

1 non militar


onmin ZN

1 disaccordo, discordo, discordia, dissension
met iemand in -- leven = viver in discordia con un persona


onmisbaar BN

1 (onontbeerlijk) indispensabile, essential, vital
zich -- maken = render se indispensabile
2 (niet kunnende uitblijven) immancabile, inevitabile


onmisbaarheid ZN

1 character indispensabile, indispensabilitate, necessitate absolute, besonio absolute


onmiskenbaar BN

1 inconfundibile, incontestabile, indiscutibile, innegabile, manifeste
de --e stijl van een schrijver = le stilo inconfundibile de un scriptor


onmiskenbaarheid ZN

1 inconfundabilitate, incontestabilitate, indiscutibilitate


onmisleidbaar BN

1 infallibile


onmoederlijk BN

1 pauco/poco materne/maternal


onmogelijk BN

1 (niet mogelijk) impossibile, (onuitvoerbaar) impracticabile, irrealisabile
-- avontuur = aventura impossibile
-- probleem = problema impossibile
het is -- hem te overtuigen = il es impossibile convincer le
dat lijkt me een --e onderneming = isto me pare un interprisa impossibile/irrealisabile
2 (onuitstaanbaar) impossibile, insupportabile, insuffribile
een -- kind = un infante impossibile
een --e vent = un homine/individuo/typo insupportabile
zich -- maken = render se impossibile/insupportabile
3 (bespottelijk) impossibile, ridicule, absurde
een --e hoed = un cappello ridicule/absurde
4
op een --e tijd = a un hora intempestive, in un momento inopportun


onmogelijke ZN

1 impossibile
het -- doen/vragen/proberen = facer/demandar/tentar le impossibile


onmogelijkheid ZN

1 (het niet mogelijk zijn) impossibilitate
praktische -- = impossibilitate practic
in de -- verkeren om = esser in le impossibilitate de
de -- van iets inzien = recognoscer le impossibilitate de un cosa, recognoscer que un cosa es impossibile
2 (wat niet mogelijk is) impossibile
dat behoort tot de --en = isto es materialmente impossibile, isto es extra le limites del possibile


onmondig BN

1 (minderjarig) minor (de etate)
2 (mbt zelfbestuur) non emancipate


onmondige ZN

1 (minderjarige) minor


onmondigheid ZN

1 (minderjarigheid) etate minor, minoritate


onmuzikaal BN

1 pauco/poco musical


onmuzikaliteit ZN

1 amusia


onnadenkend BN

1 irreflexive, inconsiderate, irresponsabile, esturdite, imprudente
-- handelen = operar/ager inconsideratemente/irreflexivemente


onnadenkendheid ZN

1 irreflexion, inconsideration, irreflexivitate


onnadoenlijk BN

1 inimitabile


onnadrukkelijk BN

1 discrete


onnaspeurbaar BN

1 impenetrabile, insondabile, inscrutabile
de --e wegen van God = le vias impenetrabile/insondabile/inscrutabile de Deo


onnaspeurbaarheid ZN

1 impenetrabilitate, inscrutabilitate


onnaspeurlijk BN

1 Zie: onnaspeurbaar


onnaspeurlijkheid ZN

1 Zie: onnaspeurbaarheid


onnationaal BN

1 non national
--e houding = attitude non national


onnatuur ZN

1 Zie: onnatuurlijkheid


onnatuurlijk BN

1 (in strijd met de natuur/de menselijke aard) innatural, antinatural, pauco/poco natural
--e dood = morte innatural/violente
-- overkomen = causar un impression pauco/poco natural
2 (gekunsteld) artificial, facticie, affectate, manierate, non natural


onnatuurlijkheid ZN

1 antinaturalitate
2 (gekunsteldheid) absentia/manco/mancantia de naturalitate, artificialitate, affectation


onnauwkeurig BN

1 imprecise, incorrecte, inexacte, infidel
--e vertaling = traduction inexacte/infidel, traduction pauco/poco exacte/precise
--e vertaler = traductor infidel
--e inlichtingen = informationes imprecise


onnauwkeurigheid ZN

1 imprecision, inexactitude, incorrection, infidelitate
-- van een berekening = inexactitude de un calculo
-- van een geschiedschrijver = infidelitate de un historico
dat boek staat vol --en = iste libro es plen de inexactitudes, in iste libro abunda le imprecisiones


onnavolgbaar BN

1 inimitabile, inequalabile
-- kunstenaar = artista inimitabile
--e kunst = arte inimitabile
de --e Homerus = le inimitabile Homero


onnavolgbaarheid ZN

1 character inimitabile, inimitabilitate, inequalabilitate


onnederlands BN

1 non (troppo) nederlandese, pauco/poco conforme al character nederlandese


onneembaar BN

1 imprendibile, inexpugnabile
-- kasteel = castello inexpugnabile
de stad is -- = le citate es imprendibile
2 insuperabile, inexpugnabile
--e hindernis = obstaculo insuperabile/inexpugnabile


onneembaarheid ZN

1 character imprendibile, imprendibilitate, inexpugnabilitate
-- van een kasteel = inexpugnabilitate de un castello


onnet BN

1 (niet net) non munde
2 (niet fatsoenlijk) indecente, pauco/poco conveniente, inconveniente, indecorose


onnodig BN

1 non necessari, inutile, superflue, gratuite
--e moeite = effortios inutile
--e kosten maken = facer costos/expensas inutile/superflue
het is -- te zeggen dat = il es inutile dicer que
iets -- maken = facer superflue un cosa
-- tijd verliezen = perder tempore inutilemente
-- te zeggen dat = inutile dicer que


onnodigheid ZN

1 inutilitate, superfluitate


onnoembaar BN

1 (niet nader te noemen) indescriptibile, inexprimibile, ineffabile, indicibile
2 (zeer groot) extreme, immunerabile, immense, infinite


onnoemelijk BN

1 Zie: onnoembaar


onnozel BN

1 (onbevangen) innocente, candide, naive, ingenue, (lichtgelovig) credule, (dwaas) fatue, (dom) stupide, nescie, imbecille, stulte, simple, simplice
--e hals = persona credule, imbecille
2 (onbeduidend) insignificante, miserabile
-- versje = poesia insignificante
enige --e guldens = alicun miserabile florinos


onnozelaar ZN

1 imbecille, cretino


Onnozele-kinderen(dag) ZN

1 die del (Sancte) Innocentes


onnozelheid ZN

1 (onbevangenheid) ingenuitate, candor, naivitate, innocentia, (dwaasheid) fatuitate, (domheid) simplicitate, nescietate, stultessa, imbecillitate, stupiditate


onnozeling ZN

1 imbecille, cretino


onnut BN

1 (niet van nut) inutile, inservibile, superflue
2 (vergeefs) inutile, van
--te pogingen = tentativas van


onofficieel BN

1 informal, officiose


onomasiologie ZN

1 onomasiologia


onomasiologisch BN

1 onomasiologic


onomasioloog ZN

1 onomasiologo


onomasticon ZN

1 lista/tabula/indice/index onomastic


onomastiek ZN

1 onomastica


onomastisch BN

1 onomastic


onomatologie ZN

1 onomatologia


onomatomanie ZN

1 onomatomania


onomatopee ZN

1 onomatopea


onomatopeïtisch BN

1 onomatopeic


onomatopoësis ZN

1 onomatopea, formation onomatopeic


onomkeerbaar BN

1 irreversibile
-- proces = processo irreversibile
--e cyclus = cyclo irreversibile
--e transformatie = transformation irreversibile
(SCHEI) --e reactie = reaction irreversibile
2 (FIL) inconvertibile


onomkeerbaarheid ZN

1 irreversibilitate
-- van de evolutie = irreversibilitate del evolution
2 (FIL) inconvertibilitate


onomkeerbaarheidswet ZN

1 lege del irreversibilitate


onomkoopbaar BN

1 incorrupte, incorruptibile, integre, eque, equitabile, insubornabile
--e rechter = judice incorrupte/incorruptibile/insubornabile


onomkoopbaarheid ZN

1 incorruptibilitate, integritate


onomschreven BN

1 indefinite, indeterminate


onomschrijfbaar BN

1 indefinibile, indeterminabile


onomschrijfbaarheid ZN

1 indefinibilitate, indeterminabilitate


onomstootbaar BN

1 Zie: onomstotelijk


onomstotelijk BN

1 indisputabile, irrefutabile, inattaccabile, incontestabile, irrefragabile, incontrovertibile, indiscutibile
-- bewijs = prova/proba irrefutabile/inattaccabile
--e waarheden = veritates indisputabile/irrefutabile/irrefragabile


onomstotelijkheid ZN

1 inattaccabilitate, incontestabilitate, irrefragabilitate, incontrovertibilitate, indiscutibilitate


onomstreden BN

1 indisputate, inconteste, incontestate, indiscutibile
de grondigheid van het onderzoek is -- = le investigation se ha realisate con un serietate indiscutibile


onomwonden BW

1 francamente, apertemente, sin preambulos, sin ambages
iemand -- de waarheid zeggen = dicer le veritate sin ambages a un persona


onomzetbaar BN

1 non convertibile, inconvertibile


ononderbroken BN

1 ininterrumpite, ininterrupte, continue, incessante, sin arresto, non-stop
in een -- stroom kwamen de vluchtelingen voorbij = le refugiatos passava in un fluxo ininterrumpite/incessante
de fabrieken werkten -- = le fabricas travaliava continuemente/sin interruption


ononderdrukbaar BN

1 que on non pote reprimer


ononderscheidbaar BN

1 indistinguibile


ononderscheidbaarheid ZN

1 indistinguibilitate


onondertekend BN

1 non (sub)signate, non firmate


ononderworpen BN

1 non submisse, indocile


onontbeerlijk BN

1 indispensabile, necessari, essential, vital
--e kennis = cognoscentias/cognoscimentos indispensabile


onontbeerlijkheid ZN

1 necessitate absolute/imperiose, character indispensabile, indispensabilitate


onontbindbaar BN

1 indissolubile, indecomponibile


onontbindbaarheid ZN

1 indissolubilitate
-- van een contract = indissolubilitate de un contracto
-- van het katholieke huwelijk = indissolubilitate del maritage/matrimonio catholic


onontbrandbaar BN

1 ininflammabile
-- gemaakt = ignifugate


onontbrandbaarheid ZN

1 ininflammabilitate


onontcijferbaar BN

1 indecifrabile, obscur, enigmatic


onontcijferbaarheid ZN

1 indecifrabilitate


onontcijferd BN

1 (ancora) non decifrate


onontdekt BN

1 inexplorate
2 non discoperite


onontdooid BN

1 que non ha essite disgelate


onontginbaar BN

1 inexploitabile {plwa}


onontgonnen BN

1 inculte, incultivate, virgine, inexploitate {plwa}
-- land = terra virgine


onontknoopbaar BN

1 que on non pote disnodar


onontkoombaar BN

1 inevitabile, immancabile, ineluctabile, inescappabile, inexorabile, ineludibile
-- lot = destino/destination ineluctabile/ineludibile
dat leidt -- tot verlies = isto causara inevitabilemente perditas, isto menera inevitabilemente a perditas, isto trahera con se perditas inevitabile


onontkoombaarheid ZN

1 character inevitabile, inevitabilitate, ineludibilitate, ineluctabilitate, inescappabilitate


onontleedbaar BN

1 indecomponibile, inanalysabile


onontplofbaar BN

1 non explosive, inexplosive


onontploft BN

1 non explodite
--e granaat = granata non explodite


onontroerbaar BN

1 impassibile, insensibile


onontroerd BN

1 impassibile, insensibile


onontsluierd BN

1 que on non ha disvelate


onontvankelijk BN

1 non susceptibile, insusceptibile, non susceptive, non sensibile, insensibile, inaccessibile
2 (JUR) inadmissibile


onontvankelijkheid ZN

1 insensibilitate, insusceptibilitate, inaccessibilitate
2 (JUR) inadmissibilitate


onontvlambaar BN

1 ininflammabile, apyre


onontvlambaarheid ZN

1 ininflammabilitate


onontvluchtbaar BN

1 Zie: onontwijkbaar


onontvreemdbaar BN

1 inalienabile
--e rechten = derectos inalienabile


onontwarbaar BN

1 inextricabile
--e knoop = nodo inextricabile
--e wirwar van wegen = dedalo inextricabile de camminos/vias


onontwarbaarheid ZN

1 inextricabilitate
-- van een knoop = inextricabilitate de un nodo


onontwijkbaar BN

1 inevitabile, ineluctabile, immancabile, inescappabile
-- is de dood = inescappabile es le morte
--e voorwaarde = condition inevitabile


onontwikkeld BN

1 (nog niet ontwikkeld) non disveloppate
2 (EC) non disveloppate, pauco/poco disveloppate
--e gebieden = regiones non disveloppate
3 (zonder ontwikkeling) inculte, ignorante, sin instruction, (van volken) primitive
-- iemand = persona sin instruction/inculte


onontwikkeldheid ZN

1 (het nog niet ontwikkeld zijn) stato non disveloppate
2 (EC) stato non disveloppate, stato pauco/poco disveloppate
3 (het zonder ontwikkeling zijn) incultura, ignorantia, (zonder scholing) absentia de instruction, (van volkeren) primitivismo


onontworstelbaar BN

1 insurmontabile


onooglijk BN

1 pauco/poco gratiose, fede, monstruose
er -- uitzien = haber un aspecto fede, haber un aspecto pauco/poco gratiose
-- gekleed gaan = ir mal vestite


onooglijkheid ZN

1 aspecto fede, feditate, aspecto pauco/poco gratiose


onoorbaar BN

1 inconveniente, dishoneste, indecente, (ontoelaatbaar) inadmissibile
--e praktijken = practicas dishoneste/inadmissibile


onoorbaarheid ZN

1 manco/mancantia de convenientia


onoordeelkundig BN

1 pauco/poco judiciose, injudiciose
-- te werk gaan = proceder/ager con pauc/poc judicio


onoordeelkundigheid ZN

1 manco/mancantia de judicio


onoorspronkelijk BN

1 non/pauco/poco original, imitate


onoorspronkelijkheid ZN

1 manco/mancantia de originalitate


onopeisbaar BN

1 inexigibile, irreclamabile
--e schuld = debita inexigibile


onopeisbaarheid ZN

1 inexigibilitate, irreclamabilitate
-- van een schuld = inexigibilitate de un debita


onopenhartig BN

1 dissimulate


onopereerbaar BN

1 inoperabile
-- gezwel = tumor inoperabile


onopereerbaarheid ZN

1 inoperabilitate


onopgehelderd BN

1 inexplicate, non explicate, non explanate, non elucidate, non exclarate
--e misdaad = crimine inexplicate/non elucidate


onopgelost BN

1 (niet opgehelderd) inexplicate, non explicate, non explanate, non elucidate, non exclarate
--e misdaad = crimine inexplicate/non elucidate
2 (mbt vraagstukken) non solvite, non resolvite
-- vraagstuk = problema non solvite/non resolvite/sin solution
3 (in een vloeistof) dissolvite
in water blijft deze stof -- = iste substantia non se dissolve in aqua


onopgemaakt BN

1 (mbt haar) non pectinate
-- haar = capillos/capillatura non pectinate
2 (nog zonder make-up) non fardate
-- gezicht = visage non fardate
3
-- bed = lecto non facite


onopgemerkt BN

1 inobservate
zijn vergissing bleef -- = su error restava inobservate


onopgeplakt BN

1 non collate


onopgeroepen BN

1 non convocate, non appellate


onopgeruimd BN

1 disrangiate, disordinate, in disordine


onopgesierd BN

1 Zie: onopgesmukt


onopgesmukt BN

1 simple, simplice, sobrie, non ornate, sin ornamento(s)
--e stijl = stilo sobrie


onopgesmuktheid ZN

1 simplicitate, sobrietate


onopgetekend BN

1 non notate, non registrate


onopgevoed BN

1 ineducate, mal educate, sin education, grossier
-- persoon = persona ineducate/con mal education, ineducato


onopgevoedheid ZN

1 manco/mancantia de education, ineducation


onopgevraagd BN

1 abandonate


onophoudelijk BN

1 continue, constante, incessante, perpetue
--e toeloop = affluentia/fluxo continue/incessante
-- zoeken wij naar nieuwe technieken = nos cerca continuemente nove technicas


onoplettend BN

1 inattente, inattentive, inadvertente, distracte
--e leerling = alumno inattente/inattentive/distracte


onoplettendheid ZN

1 absentia/manco/mancantia de attention, inattention, inadvertentia, distraction


onoplosbaar BN

1 (mbt stoffen) insolubile, indissolubile
vet is -- in water = grassia es insolubile in aqua
-- maken = insolubilisar
2 (mbt vraagstukken) insolubile, irresolubile
-- probleem = problema insolubile
-- mysterie = mysterio insolubile
--e moeilijkheid = difficultate insolubile


onoplosbaarheid ZN

1 (mbt stoffen) indissolubilitate, insolubilitate
-- van vet in water = insolubilitate de grassia in aqua
2 (mbt vraagstukken) insolubilitate, irresolubilitate
-- van een probleem = insolubilitate/irresolubilitate de un problema
-- van een mysterie = insolubilitate de un mysterio
-- van een moeilijkheid = insolubilitate de un difficultate


onopmerkzaam BN

1 Zie: onoplettend


onopmerkzaamheid ZN

1 Zie: opoplettendheid


onoprecht BN

1 false, pauco/poco sincer, insincer, disloyal, dishoneste, (achterbaks) tortuose, sinuose, dissimulate


onoprechtheid ZN

1 mal fide, manco/mancantia de sinceritate, falsitate, insinceritate, disloyalitate, dishonest(it)ate, (achterbaksheid) tortuositate


onopvallend BN

1 non conspicue, inconspicue, furtive, discrete
-- gebaar = gesto furtive
--e traan = lacrima furtive
-- te werk gaan = proceder sin attraher le attention, ager discretemente/con discretion
2 (onbeduidend) insignificante
--e verschijning = persona insignificante


onopvoedbaar BN

1 ineducabile
-- publiek = publico ineducabile


onopvoedbaarheid ZN

1 ineducabilitate


onopvorderbaar BN

1 Zie: onopeisbaar


onopvorderbaarheid ZN

1 Zie: onopeisbaarheid


onopvraagbaar BN

1 Zie: onopeisbaar


onopvraagbaarheid ZN

1 Zie: opeisbaarheid


onopzegbaar BN

1 indissolubile, irredimibile
--e hypotheek = hypotheca irredimibile
--e verbintenis = contracto indissolubile


onopzegbaarheid ZN

1 indissolubilitate, irredimibilitate


onopzettelijk BN

1 involuntari(e), inintentionate, sin intention, fortuite, (BW ook) sin voler lo
--e toespeling = allusion involuntari(e)
iemand -- beledigen = offender/insultar un persona involuntari(e)mente


onordelijk BN

1 disrangiate, disordinate, in disordine
een --e boel = un disordine
het gaat daar zeer -- toe = ibi regna le disordine
2 indisciplinate


onordelijkheid ZN

1 disordine, manco/mancantia de ordine
2 manco/mancantia de disciplina


onordentelijk BN

1 pauco/poco correcte, incivil, inconveniente, incorrecte, indecente, grossier


onordentelijkheid ZN

1 grosseria, incivilitate


onorthodox BN

1 pauco/poco orthodoxe, non orthodoxe, heterodoxe


onoverbrugbaar ZN

1 (FIG) irreconciabile
--e tegenstelling = contrasto irreconciliabile


onoverbrugbaarheid ZN

1 (FIG) irreconciliabilitate


onoverdacht BN

1 irreflexive, inconsiderate
--e daad = action inconsiderate


onoverdekt BN

1 discoperte, aperte, a celo aperte
--e tribune = tribuna aperte


onoverdraagbaar BN

1 (JUR) incessibile, inalienabile
-- privilege = privilegio incessibile/inalienabile
2 intransmissibile, intransferibile


onoverdraagbaarheid ZN

1 (JUR) incessibilitate, inalienabilitate
2 intransmissibilitate, intransferibilitate


onovereenkomstig BN

1 sin analogia con


onovergankelijk BN

1 non transitive, intransitive
-- werkwoord = verbo intransitive, intransitivo
--e betekenis = senso intransitive
--e constructie = construction intransitive
-- gebruik = empleo intransitive


onovergankelijkheid ZN

1 (TAAL) intransitivitate
-- van een werkwoord = intransitivitate de un verbo


onoverkomelijk BN

1 insuperabile, insurmontabile, invincibile
--e hindernis = obstaculo insuperabile/insurmontabile
--e moeilijkheden = difficultates insuperabile/insurmontabile
--e verlegenheid = timiditate invincibile


onoverkomelijkheid ZN

1 insuperabilitate, insurmontabilitate, invincibilitate


onoverlegd BN

1 irreflexive, inconsiderate
-- te werk gaan = ager/proceder irreflexivemente


onovermeesterd BN

1 non domate


onoverschaduwd BN

1 non adumbrate, sin umbra(s)


onoverschrijdbaar BN

1 que on non pote passar/transversar


onovertrefbaar BN

1 non superabile, insuperabile, invincibile
onze produkten zijn van --e kwaliteit = nostre productos es de qualitate insuperabile


onovertroffen BN

1 insuperate, inequalabile, nunquam equalate, sin equal


onovertuigbaar BN

1 que on non pote persuader/convincer, inconvincibile


onovertuigd BN

1 sin conviction


onoverwinbaar BN

1 Zie: onoverwinnelijk


onoverwinbaarheid ZN

1 Zie: onoverwinnelijkheid


onoverwinnelijk BN

1 invincibile, insuperabile, (SPORT) imbattibile
-- leger = armea invincibile
Onoverwinnelijke Vloot = Armada Invincibile


onoverwinnelijkheid ZN

1 invincibilitate, insuperabilitate


onoverwonnen BN

1 non vincite, invicte


onoverzichtelijk BN

1 pauco/poco clar, confuse, chaotic
--e indeling = arrangiamento/classamento/classification confuse/pauco clar/poco clar
--e bocht = curva cec, curva sin visibilitate


onoverzienbaar BN

1 interminabile, immense, enorme, infinite, (FIG) incalculabile
--e gevolgen = consequentias incalculabile


onparighoevigen ZN MV

1 perissodactylos


onparlementair BN

1 pauco/poco parlamentari, indecorose
--e uitdrukking = expression pauco/poco parlamentari, expression indecorose


onpartijdig BN

1 impartial, objective, neutre, neutral, eque, equitabile
-- onderzoek = inquesta/examine objective/impartial
-- rechter = judice impartial
--e rechtspraak = justitia impartial
-- oordelen = judicar con impartialitate
-- blijven = remaner/restar impartial


onpartijdige ZN

1 neutral


onpartijdigheid ZN

1 impartialitate, objectivitate, neutralitate, equitate


onpas ZN

1
te -- komen = venir intempestivemente/a un momento inopportun


onpasselijk BN

1 qui ha nauseas, indisposite
-- zijn = sentir/haber nauseas
-- maken = indisponer
ik word er -- van = isto me da nauseas


onpasselijkheid ZN

1 indisposition, nausea


onpatriottisch BN

1 pauco/poco patriotic, antipatriotic


onpedagogisch BN

1 pauco/poco pedagogic/educative, private de senso pedagogic


onpeilbaar BN

1 (niet te peilen) imme(n)surabile, insondabile, abysmal, abyssal
--e diepte = profundo imme(n)surabile/insondabile
--e smart = abysmo/abysso de dolor
2 (ondoorgrondelijk) insondabile, impenetrabile, inscrutabile, imperscrutabile
zijn --e bedoelingen = su intentiones insondabile/inscrutabile


onpeilbaarheid ZN

1 profunditate insondabile, imperscrutabilitate


onpersoonlijk BN

1 impersonal
--e stijl = stilo impersonal
--e smaak = gusto impersonal
--e taal = linguage impersonal
2 (TAAL) impersonal, unipersonal
-- werkwoord = verbo impersonal/unipersonal
-- vorm van het werkwoord = forma impersonal/unipersonal del verbo
een werkwoord -- gebruiken = usar un verbo impersonalmente, impersonalisar un verbo


onpersoonlijkheid ZN

1 impersonalitate


onpletbaar BN

1 non malleabile, non ductibile


onplezierig BN

1 disagradabile, displacente


onplichtmatig BN

1 non conforme al deber


onplooibaar BN

1 intransigente


onplooibaarheid ZN

1 character intransigente, intransigentia


onpoëtisch BN

1 non/pauco/poco poetic, antipoetic


onpolariseerbaar BN

1 non polarisabile, impolarisabile


onpolitiek ZN

1 impolitic


onpopulair BN

1 impopular
--e maatregelen = me(n)suras impopular


onpraktisch BN

1 pauco/poco practic, non practic, impractic, pauco/poco functional, (mbt zaken OOK) incommode
--e maatregelen = mesuras pauco/poco practic, mesuras inapplicabile in le practica
dat is zeer -- ingericht = iste installation non es practic del toto


onprettig BN

1 disagradabile, displacente


onprikkelbaar ZN

1 inexcitabile


onproblematisch BN

1 non problematic, sin problemas


onproduktief BN

1 non productive, improductive, sterile
--e mijn = mina improductive
--e schrijver = scriptor/autor improductive


onprofijtelijk BN

1 inutile


onprotestants BN

1 non conforme al protestantismo


onraad ZN

1 periculo
-- bespeuren = presentir un periculo


onraadzaam BN

1 non consiliabile


onrealistisch BN

1 non realistic
2 (dromerig) visionari


onrecht BN

1 injustitia
aangedaan -- = torto
ten --e = injustemente, a torto
iemand -- aandoen = facer un torto a un persona
ten --e toegeschreven aan = falsemente attribuite a
gruwelijk -- = injustitia horribile
grof/schreeuwend -- = injustitia flagrante/critante, iniquitate
iemand -- aandoen = facer un injustitia a un persona
-- lijden = suffrer injustitia, esser victima de un injustitia
een aangedaan -- weer goed maken = reparar un injustitia


onrechtmatig BN

1 illegitime, illegal, injuste, illicite, abusive
--e daad = acto illegitime, violation del lege
--e eis = revendication illegitime
onopzettelijke --e daad = quasi-delicto
-- wapenbezit = detention abusive de armas


onrechtmatigheid ZN

1 illegitimitate, illegalitate, injustitia


onrechtschapen BN

1 improbe


onrechtschapenheid ZN

1 manco/mancantia de probitate, improbitate


onrechtstreeks BN

1 indirecte


onrechtvaardig BN

1 injuste
zeer -- = inique
een -- vonnis = un sententia inique
ik ben -- tegen hem geweest = io ha essite injuste con ille


onrechtvaardigheid ZN

1 injustitia, inequitate
grove -- = iniquitate


onrechtzinnig BN

1 heterodoxe, non orthodoxe


onrechtzinnigheid ZN

1 heterodoxia


onredbaar BN

1 non salvabile, irremediabilemente perdite


onredelijk BN

1 (ongegrond) injustificate, infundate, irrational
zijn --e vrees = su pavor/timor injustificate/infundate/irrational
2 (onverstandig) irrationabile
3 (onbillijk) disrationabile, irrationabile
hij vraagt -- veel geld voor dit huis = ille demanda un precio disrationabile/irrationabile/absurde pro iste casa


onredelijkheid ZN

1 (het ongegrond zijn) absentia de justification
2 (onverstand) irrationalitate
3 (onbillijkheid) character disrationabile/irrationabile


onreëel BN

1 irreal


onregeerbaar BN

1 ingovernabile
de staat werd -- = le stato deveniva ingovernabile


onregeerbaarheid ZN

1 ingovernabilitate


onregelmatig BN

1 (zonder regelmaat) irregular, capriciose
-- handschrift = scriptura irregular
--e vorm = forma irregular
--e pols(slag) = pulso irregular/intermittente
--e hartslag = intermittentia cardiac
--e veelhoek = polygono irregular
-- gebit = dentatura irregular
--e menstruatie = menstruation irregular
--e werktijden = horas de labor/travalio irregular
--e diensten = servicios irregular
de motor loopt -- = le motor es disregulate, le motor non functiona con regularitate
2 (niet volgens voorschrift) irregular, anomale
-- werkwoord = verbo irregular


onregelmatigheid ZN

1 (het onregelmatig zijn) irregularitate, inequalitate, (afwijking) anomalia
2 (het ontregeld zijn) disrangiamento, disregulamento
3 (fraude) fraude, irregularitate, malversation
er zijn --en in de boekhouding gevonden = on ha discoperite irregularitates in le contabilitate


onregelmatigheidstoeslag ZN

1 supplemento pro horas extraordinari, bonus (L)


onrein BN

1 (vuil) immunde
2 (onheilig) immunde, impur
-- dier = animal immunde/impur
--e geest = spirito immunde
3 (onkuis) impudic, impur
--e gedachten = pensatas/pensamentos impur


onreinheid ZN

1 (het onrein zijn) immunditia
2 (onheiligheid) immunditia, impuritate, impuressa
3 (onkuisheid) impuritate, impuressa, impudicitate


onrekbaar BN

1 inelastic, inextensibile
--e draad = filo inextensibile


onrekbaarheid ZN

1 inelasticitate, inextensibilitate


onrendabel BN

1 non rentabile


onridderlijk BN

1 disproviste de virtutes cavallerose/nobile


onrijm ZN

1 (prosa) prosa
rijm en -- = poesia e prosa
2 (rijmloze poëzie) poesia sin rima, versos blanc


onrijp BN

1 (nog niet rijp) non matur, immatur, verde
--e vrucht = fructo immatur/verde
het --e oordeel van de jeugd = le judicamento immatur/irreflexive del juventute


onrijpheid ZN

1 absentia de maturitate, stato immatur, immaturitate
de -- van deze peren = le immaturitate de iste piras
affectieve -- = immaturitate affective
geslachtelijke -- = impubertate
politieke -- van een volk = immaturitate politic de un populo


onroerend BN

1 immobile, immobiliari
--e goederen = benes immobile/immobiliari, immobiles
-- maken = immobilisar
het -- = immobilisation


onroerendgoedbelasting ZN

1 taxa super le immobiles


onroerendgoedbranche ZN

1 branca/sector del immobiles


onromantisch BN

1 non romantic, prosaic


onrookbaar BN

1 non fumabile
--e sigaren = cigarros non fumabile


onrust ZN

1 (beweging, drukte) inquietude, agitation, tumulto
2 (ordeverstoring) disordine, agitation, turbation, perturbation
sociale -- = perturbation/agitation social
-- zaaien = turbar, agitar
3 (gejaagdheid) agitation, nervositate
4 (in uurwerk) balanciero, moderator


onrustbarend BN

1 inquietante, alarmante
-- verschijnsel = phenomeno inquietante/alarmante


onrustig BN

1 (niet kalm) agitate, inquiete, intranquille
--e ziekte = maladia agitate
--e slaap = somno inquiete/intranquille/agitate
-- kind = infante inquiete
--e nacht = nocte agitate
--e ademhaling = respiration agitate
--e momenten = momentos de inquietude
-- maken = agitar
2 (zenuwachtig) agitate, febril, nervose
3 (voortdurend in beweging) agitate, turbulente
--e zee = mar agitate


onrustmaker ZN

1 Zie: onruststoker


onruststichter ZN

1 Zie: onruststoker


onruststoker ZN

1 agitator, turbator, perturbator, inquietator, alarmista, fomentator (de disordines)


onrustzaaier ZN

1 Zie: onruststoker


ons

1 (PERS en WKD VNW en na VZ) nos
hij ziet -- = ille nos vide
wij wassen -- = nos nos lava
het is -- een waar genoegen = il es pro nos un grande placer
hij komt na -- aan = ille arriva post nos
-- kent -- = non nos cognosce
onder -- gezegd (en gezwegen) = dicite inter nos
het blijft onder -- = isto resta/remane inter nos
onzes inziens = secundo nos
van -- = nostre


ons ZN

1 uncia, hectogramma, cento grammas
een -- ham = cento grammas de gambon


ons BEZ VNW

1 nostre
hun fiets en de -- = lor bicycletta e le nostres
--es inziens = in nostre opinion


onsamendrukbaar BN

1 (NAT) incompressibile, incomprimibile, incoercibile
--e lichamen = corpores incompressibile


onsamendrukbaarheid ZN

1 (NAT) incompressibilitate, incomprimibilitate, incoercibilitate
-- van een stof = incompressibilitate de un substantia


onsamenhangend BN

1 non coherente, incoherente, inconsequente, disordinate, heteroclite
--e gedachten = disordine del pensata/pensamento
-- betoog = discurso incoherente
--e woorden = parolas heteroclite
-- spreken = parlar incoherentemente


onsamenhangendheid ZN

1 incoherentia, inconsequentia, disordine, chaos


onschadelijk BN

1 anodin, innocente, innocue, inoffensive
-- geneesmiddel = remedio inoffensive
-- produkt = producto innocue
een bom -- maken = disactivar un bomba
iemand -- maken = 1. occider/eliminar un persona, 2. arrestar un persona, 3. disarmar un persona


onschadelijkheid ZN

1 character inoffensive, innocuitate, innocentia


onschatbaar BN

1 inappreciabile, inestimabile, incalculabile
--e diensten = servicios inestimabile
schilderij van --e waarde = pictura de valor inestimabile
document van -- waarde = documento de valor inestimabile
van --e betekenis zijn = haber un valor incalculabile


onscheidbaar BN

1 inseparabile, indivisibile, indissociabile, indissolubile
--e vrienden = amicos inseparabile
zij zijn -- verbonden = illes es ligate indissolubilemente, illes es inseparabile, illes forma un bloco
2 (TAAL) inseparabile
--e werkwoorden = verbos con prefixos inseparabile
-- voorvoegsel = prefixo inseparabile


onscheidbaarheid

1 inseparabilitate, indivisibilitate, indissolubilitate, (NAT) insecabilitate


onschendbaar BN

1 (onverbreekbaar) inviolabile
--e rechten = derectos inviolabile
-- asiel = asylo inviolabile
2 (niet ter verantwoording te roepen) inviolabile, immun
de koning is -- = le rege es inviolabile


onschendbaarheid ZN

1 immunitate, inviolabilitate
diplomatieke -- = immunitate diplomatic
parlementaire -- = immunitate/inviolabilitate parlamentari
-- van de woning = inviolabilitate del domicilio
2 integritate
territoriale -- = integritate territorial


onscherp BN

1 pauco/poco nette, vage, indistincte


onschokbaar BN

1 Zie: rotsvast


onschriftuurlijk BN

1 non conforme al scripturas, non biblic, contrari al biblia
Barth verwerpt de kinderdoop als -- = Barth rejecte le baptismo infantil como non conforme al scripturas


onschuld ZN

1 (argeloosheid) simplicitate, innocentia, candor, ingenuitate, puressa
maagdelijke -- = innocentia/candor virginal
de -- bewaren = conservar le innocentia
de -- verliezen = perder le innocentia
-- van de kinderjaren = puressa del infantia
in alle -- = in tote innocentia
2 (schuldeloosheid) innocentia
iemands -- aantonen = establir le innocentia de un persona, disculpar un persona
hij is de -- zelve = ille es le innocentia personificate/in persona


onschuldig BN

1 (zonder schuld) innocente, inculpabile
deze beklaagde is -- = iste accusato es innocente
-- slachtoffer = victima innocente
-- als een (pasgeboren) lam = innocente como un agno
iemand -- verklaren = declarar innocente un persona
2 (naïef) innocente, simple, simplice, ingenue, candide
3 (niemand benadelend) innocente, irreprehensibile
-- leugentje = mentita innocente
--e spelletjes = jocos innocente
--e genoegens = placeres innocente/irreprehensibile
4 (onschadelijk) innocente, inoffensive, anodin, innocue
-- geneesmiddel = remedio inoffensive
het ziet er -- uit = isto pare inoffensive


onschuldigheid ZN

1 innocentia, (het zonder schuld zijn OOK) inculpabilitate


onscrupuleus BN

1 inscrupulose
-- politicus = politico inscrupulose


onsentimenteel BN

1 non sentimental, sin sentimentalitate


onserieus BN

1 non serie, non seriose, (niet nauwgezet) non conscientiose


onsierlijk BN

1 disgratiose, inelegante
--e gebaren = gestos disgratiose


onslijtbaar BN

1 Zie: onverslijtbaar


onsmakelijk BN

1 (mbt de smaak) que ha un mal gusto, inappetitibile, pauco/poco appetitose
dat ziet er -- uit = isto ha un aspecto pauco/poco appetitose
2 (stuitend) disagradabile, disgustose, repugnante, revoltante
met --e details = con detalios disgustose
iets --s vertellen = contar un historia revoltante


onsmakelijkheid ZN

1 mal gusto


onsmeltbaar BN

1 infusibile
--e delfstoffen = minerales infusibile


onsmeltbaarheid ZN

1 infusibilitate


onsociaal BN

1 asocial, inadaptate


onsolide BN

1 (niet stevig) pauco/poco solide, fragile
--e artikelen = articulos de qualitate inferior
2 (niet deugdzaam) dissolute
-- levenswijze = modo de vita dissolute


onspeelbaar

1 injocabile
-- toneelstuk = pecia de theatro injocabile


onsplinterbaar BN

1
-- glas = vitro de securitate


onsplitsbaar BN

1 non scissile, non fissile, non fissibile, indivisibile, insecabile


onsplitsbaarheid ZN

1 indivisibilitate, (NAT ook) insecabilitate


onsportief BN

1 pauco/poco sportive, antisportive
-- optreden = action antisportive
--e houding = attitude antisportive
zich -- gedragen = comportar se de maniera antisportive


onsportiefheid ZN

1 Zie: onsportiviteit


onsportiviteit ZN

1 manco/mancantia de sportivitate
2 (onsportief iets) action antisportive


onstabiel BN

1 non stabile, instabile, labile, cambiante
--e markt = mercato instabile
-- weer = tempore instabile
(SCHEI) --e verbinding = composito instabile
-- maken = destabilisar


onstabiliteit ZN

1 instabilitate, labilitate


onstandvastig BN

1 (veranderlijk) inconstante, cambiante, variabile, volubile
-- karakter = character inconstante
-- in zijn beginselen = inconstante in su principios
2 (labiel) inconstante, labile, instabile, volubile
-- evenwicht = equilibrio instabile


onstandvastigheid ZN

1 inconstantia, instabilitate
-- van een karakter = instabilitate de un character


onstelselmatig BN

1 insystematic, sin systema


onsterfelijk BN

1 immortal
de ziel is -- = le anima es immortal
--e dichters = poetas immortal
--e roem = gloria immortal
-- maken = render immortal, immortalisar, eternisar
zich -- belachelijk maken = render se incredibilemente ridicule


onsterfelijkheid ZN

1 immortalitate
-- van de ziel = immortalitate del anima


onsterfelijkheidsleer ZN

1 doctrina del immortalitate


onsterk BN

1 pauco/poco solide, fragile


onsterkheid ZN

1 manco/mancantia de soliditate


onstevig BN

1 pauco/poco solide


onstichtelijk BN

1 pauco/poco edificante, scandalose


onstichtelijkheid ZN

1 character pauco/poco edificante, character scandalose


onstilbaar BN

1 insatiabile, inappaciabile
een --e honger hebben = haber un fame insatiabile


onstoffelijk BN

1 (niet materieel) immaterial, incorporee, incorporal, abstracte
de ziel is -- = le anima es immaterial/incorporee/incorporal
--e goederen = benes incorporal/immaterial
2 (geestelijk) spiritual


onstoffelijkheid ZN

1 (het niet materieel zijn) immaterialitate, incorporeitate, incorporalitate
-- van de ziel = immaterialitate/incorporeitate/incorporalitate del anima
2 (het geestelijk zijn) spiritualitate


onstolbaar BN

1 incoagulabile


onstolbaarheid ZN

1 incoagulabilitate


onstrafbaar BN

1 non punibile, impunibile


onstrafbaarheid ZN

1 impunibilitate


onstuimig BN

1 (hartstochtelijk) passionate, impetuose, vehemente, turbulente, violente, focose, ardente, ardorose, fervente, fervide
-- karakter = character impetuose/focose
--e minnaar = amante focose
-- paard = cavallo focose
-- temperament = temperamento impetuose
--e liefde = amor passionate
2 (woest, wild) impetuose, tempestuose, fer
--e zee = mar agitate
--e wind = vento impetuose
--e beweging = movimento impetuose
3 (moeilijk in toom te houden) impetuose, furiose, violente
4 (mbt het weer) tempestuose
-- weer = tempore tempestuose


onstuimigheid ZN

1 (hartstochtelijkheid) impetuositate, focositate, vehementia, ardor, fuga, violentia
2 (het moeilijk in toom te houden zijn) impetuositate, fuga, violentia


onstuitbaar BN

1 non frenabile, irrefrenabile, imparabile, irreprimibile, irrepressibile, irresistibile
--e vooruitgang = progresso irreprimibile


onsymmetrisch BN

1 dissymmetric, asymmetric
--e constructie = construction asymmetric


onsympathiek BN

1 displacente, disagradabile, pauco/poco sympathic/affabile/amabile, antipathic
--e houding = attitude displacente


onsystematisch BN

1 insystematic, sin systema, non structurate
-- te werk gaan = ager/proceder sin (un) systema (establite)


ontaard BN

1 corrupte, degenerate, perverse, pervertite, depravate
--e materie = materia degenerate
--e kunst = arte corrupte/degenerate/decadente
een -- individu = un degenerato


ontaarden WW

1 degenerar (se)
doen -- = degenerar, corrumper, vitiar, depravar, perverter
de discussie ontaardde in een vechtpartij = le discussion se ha degenerate in un rixa


ontaarding ZN

1 degeneration, degenerescentia, corruption, decadentia, degradation, perversion
-- der goede zeden = degeneration/corruption/perversion moral/del mores


ontaardingsverschijnsel ZN

1 signo/symptoma de degeneration/degenerescentia/corruption/degradation/perversion/decadentia


ontactisch BN

1 sin tacto, impolite, private de tacto
-- optreden = ager sin tacto, ager con pauc/poc tacto


ontastbaar BN

1 intangibile, impalpabile, intoccabile
een gas is -- = un gas es intangibile


ontastbaarheid ZN

1 intangibilitate, impalpabilitate


ontbeerlijk BN

1 dispensabile, superflue


ontberen WW

1 carer (de), indiger (de), esser private (de)
wij kunnen uw hulp niet -- = nos non pote carer de vostre adjuta
voedsel moeten -- = deber privar se de alimentos


ontbering ZN

1 carentia, privation
--en lijden/ondervinden = suffrer/indurar privationes
zich --en getroosten = imponer se privationes


ontbieden WW

1 facer venir, inviar pro, mandar, advocar, convocar
een dokter -- = facer venir un medico, inviar pro un medico


ontbijt ZN

1 jentaculo, jentar
licht -- = jentaculo legier
stevig -- = jentaculo/jentar substantial
logies met -- = camera/lecto con jentaculo
het -- gebruiken, aan het -- zitten = jentar


ontbijtbordje ZN

1 parve platto, platto de jentaculo


ontbijten WW

1 jentar, prender le jentaculo/le jentar
-- met melk = jentar con lacte
even vlug -- = haber un jentaculo hastive


ontbijtkoek ZN

1 pan de specie


ontbijtservies ZN

1 servicio de jentaculo/de jentar


ontbijtspek ZN

1 bacon (E)


ontbijttafel ZN

1 tabula del jentaculo/jentar


ontbijttelevisie ZN

1 television matinal/del matino


ontbindbaar BN

1 decomponibile, dissociabile, resolubile, dissolubile, analysabile


ontbindbaarheid ZN

1 dissociabilitate, dissolubilitate, resolubilitate
-- van een vergadering = dissolubilitate de un assemblea


ontbinden WW

1 (losmaken) disligar
2 (uit elkaar halen) disaggregar, disgregar, decomponer, disintegrar, analysar
het -- = disaggregation, disgregation, decomposition, analyse (-ysis)
een geheel in elementen -- = decomponer un toto in su elementos
(WISK) een getal in factoren -- = decomponer un numero in factores, factorisar un numero
(NAT) een kracht -- = decomponer un fortia
3 (SCHEI) disassociar, dissociar, decomponer
4 (opheffen) dissoldar, dissolver, disfacer, resolver, disbandar, (van contract, etc.) rescinder
het parlement -- = dissolver le parlamento
een huwelijk -- = dissolver/disfacer un matrimonio/un maritage
een commissie -- = disbandar/dissolver un commission
troepen -- = disbandar truppas
5 (tot verrotting overgaan) putrescer, putrer, putrefacer se, decomponer se, corrumper se


ontbindend BN

1 (JUR) resolutori, resolutive
--e voorwaarde = condition resolutori
-- beding = clausula resolutori


ontbinding ZN

1 (losmaking) disligamento
2 (opheffing) dissolution, resolution, disbandamento, (van een contract, etc.) rescission
-- van het parlement = dissolution del parlamento
-- van een huwelijk = dissolution de un matrimonio/maritage
3 (ontleding) disaggregation, disgregation, decomposition, analyse (-ysis), disintegration
(WISK) -- in factoren = decomposition in factores
4 (verrotting) decomposition, corruption, putrefaction, putrescentia, (MED, BIOCH) lyse, lysis
gangreneuze -- = putrefaction gangrenose
in -- = putrefacte
lijk in -- = cadavere in (stato de) decomposition
een gevorderde staat van -- = un stato avantiate de decomposition
tot -- doen overgaan = corrumper, decomponer, putrefacer
5 (SCHEI) dissociation, decomposition


ontbindingsbesluit ZN

1 decreto de dissolution


ontbindingsproces ZN

1 processo de decomposition/disintegration/putrefaction


ontbindingsprodukt ZN

1 producto de decomposition/disintegration/putrefaction


ontbindingsrecht ZN

1 derecto de dissolution


ontbindingsverschijnsel ZN

1 symptoma de disintegration


ontbindingswarmte ZN

1 calor de disintegration


ontbladerapparaat ZN

1 disfoliator, defoliator


ontbladeren WW

1 privar del folios, exfoliar, defoliar, disfoliar
het -- = exfoliation, defoliation, disfoliation
grote gebieden in Vietnam zijn ontbladerd = grande areas in Vietnam ha essite disfoliate


ontbladering ZN

1 exfoliation, disfoliation, defoliation


ontbladeringsmiddel ZN

1 producto defoliante/disfoliante/de disfoliation, defoliante, disfoliante


ontbloot BN

1 (naakt) nude, denudate, discoperte
-- bovenlijf = thorace discoperte
met -- hoofd = con le testa/capite discoperte
2 (verstoken) destituite (de), disproviste (de), carente (de)
van alle grond -- = disproviste de tote fundamento
-- zijn van = carer de, esser disproviste de
hij is niet -- van talent = ille non es disproviste de talento, ille non care de talento


ontbloten WW

1 (bloot maken) denudar, discoperir
een degen -- = disvainar un spada
zijn hoofd -- = discoperir se
2 (GEOL) denudar
3 (ontdoen van) destituer (de)


ontbloting ZN

1 (het ontbloten) denudation
2 (GEOL) denudation
3 (het ontdoen van) destitution


ontboezemen WW

1 confider, revelar


ontboezeming ZN

1 confidentia, effusion, revelation
dichterlijke --en = effusiones poetic


ontbolsteren WW

1 enuclear, pellar, decorticar, disfructar, disgranar


ontbossen WW

1 deforestar, disboscar
het -- = deforestation, disboscamento


ontbossing ZN

1 deforestation, disboscamento


ontbrandbaar BN

1 flammabile, inflammabile, combustibile
--e gassen = gases inflammabile


ontbrandbaarheid ZN

1 flammabilitate, inflammabilitate, combustibilitate


ontbranden WW

1 (in brand vliegen) inflammar se, prender foco, incendiar se
2 (doen ontbranden) inflammar, ignir, incendiar
3
in toorn -- = haber un accesso de cholera/ira
in geestdrift -- = enthusiasmar se, exaltar se


ontbranding ZN

1 ignition, inflammation


ontbrandingspunt ZN

1 Zie: ontbrandingstemperatuur


ontbrandingstemperatuur ZN

1 temperatura de ignition/de inflammation


ontbreken WW

1 mancar
er ontbreken tien gulden = il manca dece florinos
in dit gezin ontbreekt alles = in iste familia manca toto
het ontbreekt hun niet aan goede wil = le bon voluntate non les manca
het ontbreekt mij aan niets = il non me manca nihil
het zich aan niets laten -- = non privar se de nihil
het ontbreekt hem aan motivatie = ille non ha motivation
hij ontbrak in de vergadering = ille non esseva (presente) in le reunion


ontbrekend BN

1 que manca, mancante
--e schakel = anello mancante


ontbrekende ZN

1 lo que manca, deficit


ontcijferaar ZN

1 decifrator


ontcijferbaar BN

1 decifrabile


ontcijferen WW

1 decifrar, (decoderen OOK) decodar, decodificar
een code -- = decifrar/decodar/decodificar un codice
een geschrift -- = decifrar un scripto
het -- = deciframento
te -- = decifrabile
niet te -- = impossibile de decifrar, indecifrabile
iemand die ontcijfert = decifrator


ontcijfering ZN

1 deciframento, decifration, (decodering OOK) decodification
-- van de code = deciframento/decodification de un codice
-- van een pictografisch schrift = deciframento de un scriptura pictographic


ontdaan BN

1 disfacte, consternate, disconcertate
-- gezicht = visage disfacte


ontdekken WW

1 (vinden) discoperir, trovar, deteger, detectar
Columbus heeft Amerika ontdekt = Columbo ha discoperite America
de fout is ontdekt = on ha trovate le error
een geheim bij toeval -- = surprender un secreto
2 (vaststellen dat iets zo is) discoperir, apperciper
ik ontdekte dat = io ha discoperite que


ontdekker ZN

1 discoperitor


ontdekking ZN

1 discoperta
wetenschappelijke -- = discoperta scientific
-- van een vaccin = discoperta de un vaccino
-- van een schat = discoperta de un tresor
-- van Amerika = discoperta de America
een -- doen = facer/realisar un discoperta
tot de -- komen dat = discoperir que
deze actrice is de -- van het jaar = iste actrice es le revelation del anno


ontdekkingsreis ZN

1 viage/expedition exploratori/explorative/de exploration/de discoperta
--en doen = explorar


ontdekkingsreiziger ZN

1 explorator, discoperitor


ontdekkingstocht ZN

1 Zie: ontdekkingsreis


ontdoen WW

1 (vrijmaken) disfacer (de)
zich -- van kleding = remover su vestimentos
2
(van de hand doen) zich -- van = disfacer se de, disembarassar se de
zich -- van zijn effecten = disfacer se de su titulos
3
(zich vrijmaken van) zich -- van = disfacer se de, disembarassar se de
zich -- van een rivaal = disfacer/disembarassar se de un rival


ontdooien WW

1 (wegdooien) disgelar (se), funder (se)
2 (van ijs vrijmaken) disgelar, (mbt diepvries) discongelar, decongelar
vlees -- = discongelar/decongelar carne


ontdooiing ZN

1 (mbt het weer) disgelo
2 (mbt tot diepvries) discongelation, discongelamento, decongelation, decongelamento


ontduikbaar BN

1 eludibile


ontduiken WW

1 evitar, eluder, evader
een vraag -- = eluder un question
een slag -- = evitar un colpo
de belastingen -- = evader/(de)fraudar le fisco


ontduiking ZN

1 fraude, evasion, elusion, defraudation
-- van de belastingen = evasion/defraudation fiscal/de taxas


ontechnisch BN

1 pauco/poco technic


ontegensprekelijk BN

1 Zie: ontegenzeglijk


ontegenzeglijk BN

1 incontestabile, indiscutibile, indisputabile, innegabile, irrefutabile, evidente
hij heeft -- gelijk = ille ha tote le ration del mundo


onteigenaar ZN

1 expropriator


onteigenen WW

1 (mbt zaken) expropriar
deze huizen zijn door de gemeente onteigend = iste casas ha essite expropriate per le municipalitate
2 (mbt personen) expropriar, disposseder


onteigening ZN

1 expropriation, dispossession
-- ten algemenen nutte = expropriation pro utilitate public


onteigeningsbesluit ZN

1 decision de expropriation


onteigeningsbevoegdheid ZN

1 competentia de expropriation


onteigeningsprocedure ZN

1 procedura/procedimento de expropriation


onteigeningsproces ZN

1 processo de expropriation


onteigeningsrecht ZN

1 derecto de expropriation


onteigeningswet ZN

1 lege super le expropriation


onteigeningswetgeving ZN

1 legislation super le expropriation


ontelbaar BN

1 innumerabile, incalculabile, infinite
een -- aantal vragen = un infinitate de questiones
--e malen = un numero incalculabile de vices


ontelbaarheid ZN

1 quantitate innumerabile, incalculabilitate, infinitate


ontembaar BN

1 indomabile, indomesticabile, (onhandelbaar) indisciplinabile
-- paard = cavallo indomabile
2 (FIG) indomabile
--e wil = voluntate indomabile/de ferro


ontembaarheid ZN

1 indomabilitate


onterecht BN

1 injuste, non equitabile, inique, immeritate
-- verwijt = reproche {sj} injuste
--e berisping = reprimenda injuste


onteren WW

1 (van zijn eer beroven) dishonorar, diffamar, degradar, infamar
2 (verkrachten) dishonorar, violar, stuprar
een meisje -- = dishonorar/violar un juvena
3 (ontwijden) profanar, violar
een tempel -- = profanar/violar un templo
een graf -- = profanar/violar un tumba


onterend BN

1 dishonorante, diffamante, diffamatori, degradante, ignominiose, infamante, infamatori
--e beschuldiging = accusation infamante
--e straf = pena infamante


ontering ZN

1 diffamation, infamation
2 (verkrachting) violation
3 (ontwijding) profanation
4 (oneer) dishonor


onterven WW

1 exheredar, disheritar


onterving ZN

1 exheredation


ontevreden BN

1 insatisfacte, malcontente, discontente, miscontente
-- met zijn positie = discontente con su position
er -- uitzien = haber un aere discontente


ontevredene ZN

1 malcontento, discontento


ontevredenheid ZN

1 discontento, discontentamento, insatisfaction
algemene -- = discontento general
-- onder de arbeiders = insatisfaction inter le obreros
iemands -- opwekken = provocar le discontento/discontentamento de un persona


ontfermen WW

1 (uit de nood helpen) haber compassion/pietate (de)
2 (onder zijn verantwoordelijkheid nemen) cargar se (de), occupar se (de), prender cura (de)
kun jij je even over de kinderen --? = esque tu pote prender cura del infantes un momento?
3 (tot zich nemen) occupar se (de), prender cura (de)
zich -- over de laatste sigaar = occupar se del ultime cigarro


ontferming ZN

1 pietate, compassion, commiseration, misericordia
Gods -- inroepen = invocar le misericordia de Deo


ontfutselen WW

1 escamotar, subtraher, robar
iemand zijn geld -- = escamotar le moneta a un persona
iemand een geheim -- = robar un secreto a un persona


ontfutseling ZN

1 escamotage, subtraction


ontgaan WW

1 (verloren gaan) escappar
2 (uit het geheugen doen verdwijnen) escappar, oblidar
het is mij -- = io lo ha oblidate
3 (aan het oog ontsnappen) escappar
het is mij -- = io non lo ha vidite
-- aan iemands aandacht = escappar al attention de un persona
4 (niet duidelijk zijn) escappar, eluder
de betekenis van dat woord ontgaat me = le signification de iste parola me escappa
de logica daarvan ontgaat mij = io non comprende le logica de isto


ontgassen WW

1 degasar


ontgassing ZN

1 evacuation de gases, degasamento


ontgelden WW

1 portar le pena de, pagar pro, haber a patir de
hij moest het -- = ille debeva pagar pro isto, ille ha essite cargate con le consequentias


ontgespen WW

1 Zie: losgespen


ontgiften WW

1 disintoxicar, disinvenenar


ontgifting ZN

1 disintoxication, disinvenenamento


ontginbaar BN

1 (mbt mijn) exploitabile {plwa}


ontginnen WW

1 (mbt gronden) disveloppar
2 (mbt mijn) exploitar {plwa}
het -- = exploitation {plwa}
een mijn -- = exploitar un mina


ontginner ZN

1 (van een mijn) exploitator {plwa}


ontginning ZN

1 (exploitatie) exploitation {plwa}


ontginningsmaatschappij ZN

1 compania de exploitation {plwa}


ontginningsmethode ZN

1 methodo de exploitation {plwa}


ontginningsplan ZN

1 plano de exploitation {plwa}


ontglanzen WW

1 dispolir
2 (stoffen) delustrar


ontglazen WW

1 devitrificar


ontglazing ZN

1 devitrification


ontglippen WW

1 (ontsnappen) escappar (a)
de bal ontglipte hem = le ballon le escappava
er ontglipte een zucht aan haar borst = illa dava un suspiro
2 (ontgaan, verloren gaan voor) escappar (a)
aan de politie -- = escappar al policia


ontgloeien WW

1 inflammar se


ontgoocheld BN

1 disillusionate, disincantate, disappunctate


ontgoochelen WW

1 disillusionar, disilluder, disincantar, disappunctar


ontgoocheling ZN

1 disillusion, disillusionamento, disincantamento, disappunctamento


ontgordeld BN

1 discincte


ontgordelen WW

1 discinger


ontgraten WW

1 remover le spinas, disossar


ontgrating ZN

1 disossation
-- van een vis = disossamento de un pisce


ontgraven WW

1 excavar


ontgraving ZN

1 excavation
hydraulische -- = excavation hydraulic


ontgravingsvolgorde ZN

1 sequentia del excavation


ontgrendelen WW

1 aperir le pessulo
een deur -- = aperir le pessulo de un porta


ontgrendeling ZN

1 apertura del pessulo


ontgrinden WW

1 excavar le gravella (de)


ontgrinding ZN

1 excavation de gravella


ontgrissen WW

1 prender/sasir furtivemente/celeremente


ontgroeien WW

1 devenir troppo grande pro
die jongens ontgroeien me = iste pueros deveni troppo grande pro me


ontgroenen WW

1 initiar novicios/nove studentes


ontgroening ZN

1 initiation de novicios/de nove studentes


ontgroeningscommissie ZN

1 commission de initiation de novicios/de nove studentes


ontgronden WW

1 (ondergrond doen verliezen) eroder, sappar
2 (afgraven) cavar, excavar


onthaal ZN

1 (ontvangst) reception, benvenita
iemand een warm -- geven = dar/offerer un benvenita calorose a un persona
zijn woorden vonden een goed -- = su parolas esseva favorabilemente recipite
2 (tractatie) regalo, regalamento


onthaken WW

1 (van een vis) remover le hamo


onthalen WW

1 (ontvangen als gast) dar le benvenita, reciper
2 (tracteren) regalar
het -- = regalamento


onthalzen BN

1 Zie: onthoofden


onthalzing ZN

1 Zie: onthoofding


onthand BN

1
-- zitten = haber besonia de
door het gemis van dat boek ben ik zeer -- = iste libro me manca


ontharden WW

1 (van water) adulciar
het -- van water = le adulciamento de aqua


ontharder ZN

1 (voor water) producto/substantia adulciante
chemische -- = substantia adulciante chimic


ontharding ZN

1 (van water) adulciamento


onthardingsinstallatie ZN

1 (voor water) installation de adulciamento


onthardingsmiddel ZN

1 Zie: ontharder


ontharen WW

1 epilar, depilar
de oksels -- = depilar le axillas
zijn benen laten -- = facer epilar se le gambas
het elektrisch -- = epilation electric


ontharend BN

1 epilatori, depilatori


ontharing ZN

1 epilation, depilation


ontharingscrème ZN

1 crema epilatori/depilatori


ontharingslotion ZN

1 lotion epilatori/depilatori


ontharingsmiddel ZN

1 depilatorio


ontharingszalf ZN

1 crema epilatori/depilatori


ontharsen WW

1 extraher/remover le resina


ontharsing ZN

1 extraction/remotion del resina


onthaspelen WW

1 disbobinar


onthechten WW

1
zich -- = renunciar (a), distachar {sj} (de), disligar se (de)


onthechting ZN

1 renunciamento, distachamento {sj}


ontheemd BN

1 expatriate, displaciate, dislocate, dispaisate


ontheemde ZN

1 persona expatriate/displaciate/dislocate, expatriato


ontheemden WW

1 dispaisar


ontheffen WW

1 (ontlasten) liberar, exonerar, exemptar, discargar, eximer, disligar, dispensar, quitar, relevar
iemand van zijn verplichtingen -- = dispensar/exonerar/exemptar/discargar/relevar/disligar/quitar un persona de su deberes/obligationes
2 (ontslaan, ontzeggen) dimitter, destituer, remover, disposseder, relevar
iemand uit zijn ambt -- = destituer un persona de su function
een officier van zijn commando -- = destituer un officiero de su commandamento


ontheffing ZN

1 (vrijstelling) liberation, exemption, exoneration, discarga, dispensa, dispensation
-- van belasting krijgen = esser eximite de pagar impostos
iemand -- verlenen = conceder un exemption a un persona
2 (ontslag) dimission, destitution, licentiamento, remotion
-- uit zijn ambt = distitution de su function


ontheffingsbewijs ZN

1 certificato de dispensation


ontheffingsclausule ZN

1 clausula de dispensation


ontheiligen WW

1 profanar, violar, desacralisar
het -- = profanation, violation, desacralisation
een kerk -- = profanar/violar un ecclesia
2 (bezoedelen) polluer
het -- = pollution


ontheiligend BN

1 sacrilege, profanatori, blaspheme, blasphematori


ontheiliger ZN

1 sacrilego, profanator, blasphemator


ontheiliging ZN

1 sacrilegio, profanation, violation, desacralisation
-- van een tempel = violation de un templo


onthoofden WW

1 decapitar, decollar, trenchar {sj} le testa/capite
het -- = decapitation, decollation, trenchamento {sj} del testa/capite


onthoofding ZN

1 decapitation, decollation, trenchamento {sj} del testa/capite


onthoornen WW

1 discornar


onthoudbaarheid ZN

1 memorabilitate


onthouden WW

1 (niet vergeten) non oblidar, retener (in le memoria), fixar in le memoria, recordar
het -- = retention (in le memoria)
hij kan niets -- = ille non ha memoria
goed kunnend -- = retentive
gemakkelijk te -- = memorabile
goed gezichten kunnen -- = non oblidar un facie/visage
ik kan nooit namen -- = io ha un mal memoria pro nomines
2 (niet geven) privar (un persona de un cosa), refusar (un cosa a un persona), retener
iemand het loon -- = retener le salario de un persona
3
(ontzeggen) zich -- van = abstiner se (de)
zich van roken -- = abstiner se de fumar
zich van commentaar -- = abstiner se de commentario/commento
zich van stemming -- = abstiner se del voto/votation
zich van alle kritiek -- = abstiner se de tote critica


onthouder ZN

1 (van drank) abstemio, abstinente
2 (bij stemming) abstentionista


onthouding ZN

1 (het niet deelnemen) abstention, abstinentia
2 (blanco stem) abstention
3 (mbt geslachtsverkeer) continentia sexual
periodieke -- = abstention (sexual) periodic, methodo Ogino


onthoudingsdag ZN

1 die/jorno magre/de abstinentia


onthoudingstermijn ZN

1 termino/periodo de abstention


onthuiden WW

1 remover le pelle


onthullen WW

1 (van het hulsel ontdoen) discoperir, disvelar, inaugurar
een monument -- = disvelar/inaugurar un monumento
2 (aan het licht doen komen) discoperir, disvelar, revelar, dismascar, divulgar
een geheim -- = discoperir/divulgar un secreto
een mysterie -- = disvelar un mysterio
alle details aan iemand -- = divulgar tote de detalios a un persona
hij onthulde haar de waarheid = ille revelava le veritate pro illa


onthullend BN

1 revelator, divulgatori


onthuller ZN

1 (openbaarder) revelator


onthulling ZN

1 (openbaarmaking) revelation, divulgation
-- van een geheim = revelation/divulgation de un secreto
2 (wat bekend gemaakt wordt) revelation
opzienbarende --en doen = facer revelationes surprendente
3 (mbt een standbeeld, etc.) inauguration
-- van een monument = inauguration de un monumento


onthutsen WW

1 disconcertar, consternar
het -- = disconcertamento, consternation


onthutsing ZN

1 disconcertamento, consternation, perplexitate


onthutst BN

1 disconcertate, consternate, perplexe
ze keek me -- aan = illa me reguardava/mirava disconcertate
de publieke opinie heeft -- gereageerd = le opinion public ha reagite con consternation


onthutstheid ZN

1 Zie: onthutsing


ontiegelijk BW

1 enormemente, tremendemente, incredibilemente
-- moeilijk = tremendemente difficile


ontij ZN

1
bij nacht en -- = a horas multo avantiate del nocte


ontijdig BN

1 (niet op de goede tijd) intempestive, inopportun, importun
--e bezoeker = visitator inopportun/importun
2 (voortijdig) prematur, precoce
--e dood = morte prematur
--e bevalling = parto/parturition prematur/precoce


ontijdigheid ZN

1 character intempestive, inopportunitate
-- van een maatregel = inopportunitate de un mesura


ontijzelen WW

1 dispruinar


ontijzeling ZN

1 dispruination


ontilbaar BN

1 que non pote esser sublevate, que on non pote sublevar


ontinkten BN

1 remover le tinta


ontisch BN

1 ontic


ontkalken WW

1 (SCHEI, MED) decalcificar
het koffiezetapparaat -- = decalcificar le caffetiera electric


ontkalker ZN

1 (SCHEI, MED) decalcificator


ontkalking ZN

1 (SCHEI, MED) decalcification


ontkennen WW

1 negar, denegar, dismentir, (met nadruk) renegar
ik ontken niet wat ik heb gezegd = io non nega lo que io ha dicite
de verdachte ontkende = le accusato negava/dismentiva
zijn verantwoordelijkheid -- = denegar su responsabilitate
het valt niet te -- dat = on non pote negar que, il es innegabile que


ontkennend BN

1 negative, (de)negatori
--e verklaring = enunciation negative
een vraag -- beantwoorden = responder a un question negativemente/con un negativa
2 (TAAL) de negation, privative
-- bijwoord = adverbio negative/de negation
--e voorvoegsels = prefixos privative
zet deze zin in de --e vorm = pone iste phrase in le forma negative


ontkenning ZN

1 negation, denegation
-- van het vaderschap = denegation del paternalitate
2 (TAAL) negation
dubbele -- = negation duple
bijwoord van -- = adverbio negative/de negation


ontkenningswoord ZN

1 negation, negativa


ontkerkelijking ZN

1 perdita de interesse pro le ecclesia
2 secularisation


ontkerkeren WW

1 disincarcerar


ontkerstenen WW

1 (het geloof verliezen) perder le fide (christian), dischristianisar se
2 (het geloof doen verliezen) dischristianisar


ontkerstening ZN

1 dischristianisation


ontketenen WW

1 (doen losbarsten) discatenar, (de remmen losgooien) disfrenar, (lanceren) lancear
een oorlog -- = discatenar un guerra
een opstand -- = discatenar un revolta
een storm van verontwaardiging -- = discatenar un tempesta de indignation
een prijzenslag -- = lancear un guerra de precios
2 (van zijn ketenen bevrijden) discatenar, disferrar
een gevangene -- = discatenar/disferrar un prisionero


ontketening ZN

1 discatenamento


ontkiembaar BN

1 germinabile


ontkiembaarheid ZN

1 germinabilitate


ontkiemen WW

1 (uit de kiem komen) germinar
het -- = germination


ontkiemend BN

1 germinator
2
--e liefde = amor incipiente/nascente


ontkieming ZN

1 germination
-- bevorderend = germinator


ontkiemingssnelheid ZN

1 rapiditate/velocitate de germination


ontkiemingsvermogen ZN

1 poter germinative/germinator/de germination


ontkisten WW

1 remover le revestimento de plancas


ontkisting ZN

1 remotion del revestimento de plancas


ontkleden WW

1 disvestir
zich -- = disvestir se


ontkleed BN

1 disvestite


ontkleien BN

1 excavar le argilla


ontkleiing ZN

1 excavation del argilla


ontkleuren WW

1 (kleur-/verfstoffen verwijderen) discolorar, decolorar, distinger
2 (kleur verliezen) perder su color, discolorar se, decolorar se, distinger


ontkleuring ZN

1 discoloration, decoloration


ontkleuringsmiddel ZN

1 discolorante, decolorante


ontkluisteren BN

1 disferrar, discatenar, disentravar


ontkluistering ZN

1 levamento/remotion del ferros/entraves, discatenamento


ontknikken WW

1 remover le torto


ontknikking ZN

1 remotion del torto


ontknopen WW

1 (losknopen) disbuttonar
2 (knopen ontwarren) disnodar, disfacer un nodo/nodos
3 (ophelderen) disnodar, exclarar


ontknoping ZN

1 (afloop van de verwikkeling) disnodamento, (van treurspel) catastrophe
-- van een roman = disnodamento de un roman(ce)
onverwachte -- = disnodamento non expectate
zijn -- naderen = mover se verso un disnodamento


ontkolen WW

1 (van motor) remover le carbon
2 (ijzer, staal) discarburar
het -- = discarburation


ontkoling ZN

1 (van motor) remotion del carbon
2 (van ijzer/staal) discarburation


ontkomen WW

1 (ontsnappen) escappar, discampar, evader, (zich onttrekken) subtraher se
het -- = escappamento, escappata
aan de dood -- = escappar al morte
aan de vijand -- = escappar al inimico
aan een gevaar -- = escappar a un periculo, evitar un periculo
aan de slachting -- = discampar al massacro
niemand ontkomt aan zijn kritiek = necuno se subtrahe a su critica
wij kunnen niet aan de indruk -- dat = non non pote disfacer nos del impression que, nos non pote evitar haber le impression que
daaraan valt niet te -- = il non ha un altere alternativa


ontkoming ZN

1 escappamento, escappata


ontkoppelen WW

1 (loskoppelen) disaccopular, (wagens) (ELEKTR) disconnecter
het -- = disaccopulamento, disconnexion
een trein -- = disconnecter un traino
2 (uit raderwerk vrijmaken) disingranar
3 (automotor) disembracar
het -- = disembracage
4 (FIG) disconnecter, separar
het -- van de sociale voorzieningen en het minimumloon = le disconnexion/separation del servicios social e le salario minime


ontkoppeling ZN

1 (het ontkoppelen) disaccopulamento, disconnexion
2 (auto) disembracage
automatische -- = disembracage automatic
3 (FIG) disconnexion, separation
de -- van het priesterambt en het celibaat = le separation del sacerdotio e le celibato
-- van lonen en uitkeringen = diversification de salarios e allocationes


ontkoppelingsas ZN

1 arbore/axe de disembracage


ontkoppelingsmof ZN

1 manichetto de disembracage


ontkoppelingspedaal ZN

1 pedal de disembracage


ontkorsten WW

1 remover le crusta, disincrustar


ontkorsting ZN

1 remotion del crusta, disincrustation


ontkrachten WW

1 infirmar, debilitar
het -- = infirmation, debilitation
argumenten -- = infirmar argumentos
een verklaring -- = infirmar un declaration
een getuigenis -- = infirmar un testimonio
een bewijs -- = invalidar un prova/proba


ontkrachting ZN

1 infirmation, debilitation
-- van een argument = infirmation de un argumento


ontkreuken WW

1 lisiar


ontkronen WW

1 discoronar, (onttronen OOK) disthronar


ontkroning ZN

1 discoronamento, (onttroning OOK) disthronamento


ontkrullen WW

1 disbuclar


ontkurken WW

1 discorcar, remover le corco (de un bottilia), aperir


ontkurker ZN

1 discorcator


ontkurking ZN

1 remotion del corco


ontlaadinrichting ZN

1 discargator


ontlaadspanning ZN

1 tension/voltage de discarga


ontlaadstroom ZN

1 currente de discarga


ontlaadtang ZN

1 excitator


ontladen WW

1 (afladen) discargar
de wagen -- = discargar le carro
2 (mbt vuurwapens) discargar
het pistool -- = discargar le pistola
3 (mbt elektrische lading) discargar
een accu -- = discargar un accumulator


ontlader ZN

1 (ELEKTR) excitator
2 (iemand die aflaadt) discargator, (in de haven) docker (E)


ontlading ZN

1 (het afladen) discargamento, discarga
2 (NAT) discarga
elektrische -- = discarga electric


ontladingsbuis ZN

1 tubo a/de discarga


ontladingsspanning ZN

1 Zie: ontlaadspanning


ontladingsstroom ZN

1 Zie: ontlaadstroom


ontlasten WW

1 (ontdoen van een last) discargar, liberar, relevar, disembarassar
zijn geweten -- = discargar/liberar/relevar su conscientia
mag ik u van dat pak -- ? = pote io disembarassar vos de iste pacco?
de spoorwegen -- = relevar/discongestionar le ferrovias
de markt -- = discongestionar le mercato
2 (vrijstellen) discargar, liberar, exemptar, eximer, exonerar
3 (vrijpleiten) disculpar
het -- = disculpation
4 (stoelgang hebben) defecar, (MED) evacuar
het -- = defecation, evacuation
5
(zich van zijn inhoud ontdoen) zich -- = vacuar se
6
een drukke verkeersader -- = discongestionar un arteria de traffico


ontlastend BN

1 (MED) evacuative, purgative, laxative
2 (JUR) a/de discarga
--e getuige = teste a/de discarga


ontlasting ZN

1 (ALGEMEEN) discarga, discargamento
2 (ontheffing) discarga, exoneration
3 (BOUWK) discarga
4 (FYSIOL) ejection, evacuation (del ventre), (stoelgang) defecation
-- hebben = defecar
problemen met de -- hebben = haber problemas intestinal
5 (uitwerpselen) excrementos, feces
dunne -- = diarrhea
(MED) zwarte -- = melena
6
-- van een drukke verkeersader = discongestion de un arteria de traffico
-- van de telefooncentrales = discongestion del centrales telephonic


ontlastingsboog ZN

1 (BOUWK) arco/volta de discarga


ontlastingsboring ZN

1 perforation de auxilio


ontlastpijp ZN

1 tubo de discarga


ontlaten WW

1 (mbt metalen) recocer (le metallo), temperar


ontleden WW

1 (in delen scheiden) dissecar, decomponer, analysar
het licht -- = decomponer le luce/lumine
een dier -- = dissecar un animal
een bloem -- = dissecar un flor
een zin -- = analysar (syntacticamente/logicamente) un phrase
een gedicht -- = analysar un poema
iemands karakter -- = analysar le character de un persona
2 (SCHEI) decomponer, analysar, dis(as)sociar
water -- door elektrolyse = decomponer aqua per electrolyse (-ysis)
een chemische stof -- = dissociar un corpore chimic


ontleder ZN

1 analysta, dissector


ontleding ZN

1 (het scheiden in delen) dissection, dismembramento, anatomia
2 (het beschouwen van afzonderlijke delen) analyse (-ysis), decomposition
redekundige -- = analyse (-ysis) logic/syntactic
taalkundige -- = analyse (-ysis) grammatical/morphologic
3 (SCHEI) analyse (-ysis), decomposition, dis(as)sociation


ontledingsreactie ZN

1 reaction de decomposition


ontledingstemperatuur ZN

1 temperatura de decomposition


ontledingsverschijnsel ZN

1 phenomeno de decomposition


ontleedbaar BN

1 decomponibile, analysabile, dissociabile
gemakkelijk --e stoffen = substantias facilemente decomponibile


ontleedbaarheid ZN

1 decomponibilitate, resolubilitate
-- van een stof = decomponibilitate de un substantia


ontleedkamer ZN

1 sala/camera de dissection/de anatomia, amphitheatro anatomic


ontleedkunde ZN

1 anatomia


ontleedkundig BN

1 anatomic, de anatomia
Ontleedkundige Les van Rembrandt = Lection Anatomic de Rembrandt


ontleedkundige ZN

1 anatomista


ontleedmes ZN

1 cultello de dissection, scalpello, bisturi
(FIG) -- der kritiek = scalpello del critica


ontleedtafel ZN

1 tabula de dissection


ontlenen WW

1 (overnemen uit) imprestar (un cosa a un cosa/a un persona), prender, extraher
zijn naam -- aan = prender su nomine de
woorden aan het Engels -- = imprestar parolas al anglese, prender parolas del anglese
een bericht ontleend aan Panorama = un nova extrahite de Panorama
2 (te danken hebben) deber
zijn naam ontleend hebben aan iemand = deber su nomine a un persona
waaraan ontleent hij het recht om dat te doen? = que le da le derecto a/de facer isto?


ontlening ZN

1 (het ontlenen) impresto
2 (woord, uitdrukking) impresto linguistic
-- aan het Engels = anglicismo
-- aan het Frans = gallicismo
-- aan het Duits = germanismo


ontlijven WW

1 occider


ontlijving ZN

1 occision


ontlokken WW

1 extraher, provocar
iemand een belofte -- = extraher un promissa a un persona
iemand een geheim -- = extraher un secreto a un persona
protesten -- = provocar protestos


ontlopen WW

1 escappar (a), evitar, fugir
het -- = escappamento, escappata, evitation
een gevaar -- = evitar un periculo
de dood -- = escappar/fugir al morte
een straf -- = evitar un punition
de politie -- = escappar al policia
2 (uiteenlopen) esser dissimile, differer
die twee ontlopen elkaar niet veel = iste duo non differe multo, iste duo es bastante simile
de prijzen ontlopen elkaar bijzonder weinig = il non ha un grande differentia inter le precios


ontluchten WW

1 vacuar le aere, ventilar
2 (van beton) disaerar
het -- = disaeration


ontluchting ZN

1 vacuation del aere, ventilation
2 (van beton) disaeration


ontluchtingsbuis ZN

1 tubo de ventilation/aeration


ontluiken WW

1 efflorescer, aperir se
het -- = efflorescentia
de bloemen ontluiken = le flores se aperi
--de liefde = amor incipiente/nascente
--e schoonheid = beltate nascente
--d talent = talento incipiente


ontluiking ZN

1 (PLANTK) efflorescentia, anthese (-esis), apertura del flores


ontluisteren WW

1 (van zijn luister beroven) privar de su magnificentia/lustro/fasto/splendor
2 (einde maken aan mystificatie) demystificar


ontluistering ZN

1 (beroving van zijn luister) privation de su magnificentia/lustro/fasto/plendor
2 (einde van mystificatie) demystification


ontluizen ZN

1 expulicar, expedicular


ontluizing ZN

1 expulication, expediculation


ontluizingskosten ZN MV

1 costos de expulication/de expediculation


ontluizingsstation ZN

1 expulicatorio


ontmaagden WW

1 deflorar, disflorar
het -- = defloration, disfloration, disfloramento


ontmaagding ZN

1 defloration, disfloration, disfloramento


ontmagnetiseren WW

1 demagnetisar
het -- = demagnetisation


ontmagnetisering ZN

1 demagnetisation


ontmande ZN

1 castrato, emasculato


ontmannen WW

1 castrar, emascular
het -- = castration, emasculation


ontmanning ZN

1 castration, emasculation


ontmantelen WW

1 (buiten gebruik stellen van machine/fabriek/wapen) dismontar, dismantelar
het -- = dismontage, dismantellamento
kernwapens -- = dismantellar armas nuclear
2 (FIG) (organisatie) dismantellar
het -- = dismantellamento
3 (van de mantel ontdoen) remover le revestimento/inveloppe/camisa, etc.
4 (van de omwalling ontdoen) dismantellar
het -- = dismantellamento


ontmanteling ZN

1 (het buiten gebruik stellen) dismantellamento, dismontage
-- van kernwapens = dismantellamento de armas nuclear
2 (FIG) (organisatie) dismantellamento
3 (het van de mantel ontdoen) remotion del revestimento/inveloppe/camisa, etc.
4 (het van de omwalling ontdoen) dismantellamento


ontmaskeren WW

1 remover le masca/mascara, dismascar
2 (FIG) dismascar, confunder
een bedrieger -- = dismascar/confunder un impostor
hij wist de vermeende prins te -- = ille sapeva dismascar le pretendite prince/principe
hij werd ontmaskerd als een lafaard = on ha discoperite que ille esseva un coardo


ontmaskering ZN

1 remotion del masca/mascara


ontmasten WW

1 dismastar


ontmenging ZN

1 separation (del mixtura), (van beton) segregation


ontmenselijken WW

1 (beroven van het menselijke) dehumanisar, dishumanisar
het -- = dehumanisation, dishumanisation


ontmenselijking ZN

1 dehumanisation, dishumanisation


ontmoedigd BN

1 discoragiate, abattite, dismoralisate


ontmoedigen WW

1 discoragiar, dismoralisar
het -- = discoragiamento, dismoralisation


ontmoediging ZN

1 discoragiamento, dismoralisation, abattimento


ontmoedigingseffect ZN

1 effecto de discoragiamento


ontmoeten WW

1 (samentreffen) incontrar
elkaar voor de eerste keer -- = incontrar se pro le prime vice
iemand regelmatig -- = incontrar un persona regularmente, frequentar un persona
2 (ondervinden) incontrar, trovar
vriendelijkheid -- = incontrar amabilitate
weerstand -- = incontrar/trovar resistentia


ontmoeting ZN

1 (samentreffen) incontro, (na afspraak OOK) intervista, rendez-vous (F), appunctamento
toevallige -- = incontro accidental/fortuite/casual/de hasardo
een -- hebben met iemand = haber un incontro con un persona
2 (vijandig samentreffen) incontro, combatto
3 (SPORT) incontro, match (E)
vriendschappelijke -- = incontro amical


ontmoetingsavond ZN

1 reunion


ontmoetingscentrum ZN

1 centro/focar de incontro


ontmoetingsdag ZN

1 die de incontro


ontmoetingsplaats ZN

1 loco de incontro


ontmoetingspunt ZN

1 puncto de incontro, (van rivieren) confluente


ontmunten WW

1 refunder


ontmythologiseren WW

1 demythificar, demythologisar


ontmythologisering ZN

1 demythification, demythologisation


ontnemen WW

1 remover, prender, privar de
iemand een recht -- = privar un persona de un derecto
iemand het woord -- = retirar le parola a un persona
een meisje haar eer -- = dishonorar un juvena
dat ontneemt me de moed om door te gaan = isto me discoragia de continuar


ontneming ZN

1 privation


ontnieten WW

1 remover le agrafes/crampas/(klinknageltjes) rivetes


ontnuchteren WW

1 (nuchter maken) disebriar, disinebriar
het -- = disebriamento
2 (uit de droom helpen) disabusar, disillusionar, disincantar


ontnuchtering ZN

1 (het nuchter worden) disebriamento
2 (ontgoocheling) disillusion, disincantamento


ontoegankelijk BN

1 inaccessibile, impenetrabile, inabordabile, impervie, inexplorabile, inaccostabile
--e bergen = montanias inaccessibile
-- woud = foreste inexplorabile
-- karakter = character multo clause
hij bleef -- voor alle smeekbeden = ille ha permanite indifferente a tote le supplicas


ontoegankelijkheid ZN

1 impenetrabilitate, inabordabilitate, inaccessibilitate, impervietate, inaccostabilitate
-- van een woud = impenetrabilitate de un foreste


ontoegeeflijk BN

1 intransigente, inflexibile


ontoegeeflijkheid ZN

1 intransigentia, inflexibilitate


ontoelaatbaar BN

1 inadmissibile, impermissibile, intolerabile


ontoelaatbaarheid ZN

1 inadmissibilitate, impermissibilitate, intolerabilitate


ontoepasselijk BN

1 inapplicabile


ontoepasselijkheid ZN

1 inapplicabilitate


ontoereikend BN

1 insufficiente, deficiente, incomplete, inadequate, (financieel) deficitari
--e kennis van een kennis = cognoscentia/cognoscimento insufficiente de un lingua
--e voeding = alimentation deficiente
--e definitie = definition incomplete
--e bewijzen = probas/provas insufficiente


ontoereikendheid ZN

1 insufficientia, inadequation, deficientia


ontoerekenbaar BN

1 (mbt daden) non imputabile
2 (mbt personen) irresponsabile


ontoerekenbaarheid ZN

1 irresponsabilitate, incapacitate mental


ontoerekeningsvatbaar BN

1 irresponsabile


ontoerekeningsvatbaarheid ZN

1 irresponsabilitate


ontoeschietelijk BN

1 pauco/poco/non complacente/accommodante


ontoeschietelijkheid ZN

1 manco/mancantia de complacentia


ontogenese ZN

1 ontogenese (-esis), ontogenia


ontogenetisch BN

1 ontogenetic


ontogenie ZN

1 Zie: ontogenese


ontogenist ZN

1 ontogenista


ontologie ZN

1 ontologia
fenomenologische -- = ontologia phenomenologic


ontologisch BN

1 ontologic
-- godsbewijs = proba/prova ontologic del existentia de Deo


ontologiseren WW

1 ontologisar


ontologisering ZN

1 ontologisation
Heideggers existentiale -- van het schuldbegrip = le ontologisation existential de Heidegger del concepto de culpabilitate


ontologisme ZN

1 ontologismo


ontoloog ZN

1 ontologo, ontologista


ontoombaar BN

1 irrefrenabile, indomabile
--e begeerte = desiro/desiderio irrefrenabile
zij heeft een --e energie = illa es plen de energia


ontoonbaar BN

1 non/pauco/poco presentabile/monstrabile, impresentabile
er -- uitzien = esser impresentabile, haber un aspecto impresentabile


ontpakken WW

1 Zie: uitpakken-1-2


ontpakking ZN

1 Zie: uitpakking


ontpitten WW

1 enuclear
het -- = enucleation
kersen -- voor de jamfabricage = enuclear ceresias pro le fabrication de confitura/confectura


ontpitting ZN

1 enucleation


ontpleisteren WW

1 remover le stucco (I)/gypso


ontpleistering ZN

1 remotion del stucco (I)/gypso


ontplofbaar BN

1 explosive, explosibile, detonante
--e stof = explosivo


ontplofbaarheid ZN

1 explosivitate, explosibilitate
-- van een gas = explosivitate de un gas


ontploffen WW

1 exploder, facer explosion, saltar, (knallen) detonar, deflagrar, (SCHEI ook) fulminar
laten -- = facer exploder
met dynamiet doen -- = dynamitar


ontploffend BN

1 explosive, detonante


ontploffing ZN

1 explosion, deflagration, (knal) detonation
de -- van een mijn = le explosion de un mina
tot -- brengen = facer exploder/saltar


ontploffingsgevaar ZN

1 risco/periculo de explosion


ontploffingsgolf ZN

1 unda explosive


ontploffingskracht ZN

1 fortia explosive/de explosion


ontploffingsmiddel ZN

1 substantia explosive, explosivo


ontplooien WW

1 (ontwikkelen) disveloppar
zijn talent ten volle -- = disveloppar su talento al maximo
zich geestelijk -- = desveloppar se mentalmente
2 (aan de dag leggen) displicar, manifestar
een hoge activiteit -- = displicar un grande activitate
een grote macht -- = manifestar un grande potentia, displicar un grande poter
3 (uiteenvouwen) displicar
de vlag -- = displicar le bandiera/standardo
4 (verspreid opstellen van soldaten, etc.) displicar


ontplooiing ZN

1 (het ontwikkelen) disveloppamento
2 (het aan de dag leggen) displicamento, manifestation
3 (het uiteenvouwen) displicamento
4 (het verspreid opstellen van soldaten, etc.) displicamento


ontplooiingsmogelijkheid ZN

1 possibilitate de disveloppar su talentos/su donos


ontpoppen WW

1
(blijken te zijn) zich -- als = revelar se como
ze hebben zich als echte leiders ontpopt = illes se ha revelate como ver leaders (E)
2 (BIOL) exir/sortir de su/lor chrysalide


ontraadselen WW

1 (oplossen) decifrar, resolver
een probleem -- = resolver un problema
2 (ontsluieren) demystificar
3 (te weten komen) discoperir


ontraadseling ZN

1 solution
2 (ontsluiering) demystification


ontraden WW

1 disconsiliar, dissuader
hij heeft het mij ten sterkste ontraden = ille me lo ha disconsiliate vivemente
iemand -- iets te doen = disconsiliar a un persona de facer un cosa


ontrading ZN

1 dissuasion


ontrafelen WW

1 disfilar
2 (FIG) exclarar, disfacer
een komplot -- = disfacer un complot


ontratten WW

1 derattisar
een schip -- = derattisar un nave


ontratting ZN

1 derattisation
-- met biologische middelen = derattisation con medios biologic


ontrattingsdienst ZN

1 servicio de derattisation


ontrechten WW

1 privar de derectos


ontrechting ZN

1 privation de derectos


ontredderd BN

1 (mbt personen) disconcertate, disfacte
2 (mbt situatie) confuse, chaotic, disfacte, desperate, disorganisate, disordinate
--e wereld = mundo disfacte
in een --e toestand = in un situation desperate, in un stato de collapso


ontreddering ZN

1 (mbt personen) disconcertamento, desperation
zijn -- was groot = ille esseva totalmente disconcertate
2 (mbt situatie) disorganisation, disordine, chaos, confusion
-- van een leger = disorganisation de un armea
-- brengen = causar confusion


ontregeld BN

1 disregulate, perturbate, disordinate, disrangiate


ontregelen WW

1 mitter in disordine, disordinar, disregular, perturbar, disrangiar
het -- = disrangiamento, disregulamento, perturbation
een mechanisme -- = disregular un mechanismo
een kompas -- = disorientar un compasso


ontregeling ZN

1 disregulamento, disrangiamento, perturbation


ontremmen WW

1 (PSYCH) disinhiber


ontremmend WW

1 (PSYCH) disinhibitori


ontremming ZN

1 (PSYCH) disinhibition


ontrieven WW

1 privar (de un cosa)
2 (lastig vallen) incommodar


ontrieving ZN

1 privation


ontrimpelen WW

1 disarrugar


ontroerbaar BN

1 emotive


ontroerbaarheid ZN

1 emotivitate


ontroerd BN

1 emovite, emotionate, toccate
diep -- zijn = esser profundemente emotionate/toccate


ontroeren WW

1 emover, emotionar, toccar


ontroerend BN

1 emotionante, toccante
-- schouwspel = spectaculo emotionante


ontroering ZN

1 emotion
hevige/diepe -- = profunde emotion
vatbaarheid voor -- = emotivitate
zijn -- niet meer meester zijn = non continer su emotion
zijn -- verbergen = occultar su emotion
zijn -- bedwingen = controlar su emotion


ontroesten WW

1 remover le ferrugine


ontroesting ZN

1 remotion del ferrugine


ontrollen WW

1 (rollend komen/vallen uit) rolar (de)
2 (uitrollen) disrolar, disinrolar, displicar
zich -- = disrolar se, disinrolar se
de vlag -- = displicar le bandiera
3 (ten toon spreiden) displicar
4 (stelen) furar, robar, escamotar


ontromen WW

1 disbutyrar, discremar
melk -- = disbutyrar/discremar lacte


ontromer ZN

1 disbutyrator, discremator, separator


ontroming ZN

1 discremation, disbutyration


ontromingsmachine ZN

1 machina de/a discremar


ontromingstemperatuur ZN

1 temperatura de discremation/disbutyration


ontronding ZN

1 (TAAL) delabialisation
pit is een -- van "put" = "pit" es un delabialisation de "put"


ontroostbaar BN

1 inconsolabile, disconsolate, desolate, sin consolation
de --e weduwe = le vidua inconsolabile


ontroostbaarheid ZN

1 dolor inconsolabile, desolation, disconsolation


ontrouw BN

1 disloyal, infidel
--e echtgenoot = marito infidel
zijn vaderland -- worden = trair su patria
2 (REL) apostatic, renegate
weer -- = relapse
-- worden = apostatar


ontrouw ZN

1 disloyalitate, infidelitate, (overspel) adulterio
echtelijke -- = infidelitate conjugal
-- plegen = esser infidel, committer adulterio
een vrouw tot -- verleiden = seducer un femina al infidelitate
2 (REL) apostasia


ontrouwheid ZN

1 Zie: ontrouw


ontroven BN

1 (roven) robar, furar
2 (onthouden) retener, privar de


ontruimen WW

1 evacuar, disembarassar
het -- = evacuation, evacuamento
een huis -- = evacuar un casa
men liet de publieke tribune -- = on faceva evacuar le tribuna public


ontruiming ZN

1 evacuation, evacuamento
2 (gedwongen vertrek van de bewoners) expulsion


ontruimingsbevel ZN

1 ordine/mandato de evacuation/evacuamento/expulsion


ontrukken WW

1 eveller, (afdwingen OOK) extorquer
hij is ons door de dood ontrukt = le morte nos le ha evellite
iets aan de vergetelheid -- = eveller/(ex)traher/tirar/salvar un cosa al oblido/oblivion


ontschepen WW

1 disbarcar, disimbarcar, (mbt goederen OOK) discargar
het -- = disbarcamento, disimbarcation


ontscheping ZN

1 disbarcamento, disimbarcation, (mbt goederen OOK) discargamento


ontschepingshaven ZN

1 porto de disbarcamento/disimbarcation


ontscherpen WW

1 render obtuse


ontschieten WW

1 (uit het geheugen verdwijnen) escappar/fugir (a un persona), exir/sortir del memoria (de un persona)
zijn naam is mij ontschoten = su nomine me ha escappate
2 (plotseling ontvallen) escappar, glissar del manos (de un persona)
3 (ongewild uitspreken) escappar


ontschorsen WW

1 remover le cortice, decorticar
het -- = remotion del cortice, decortication


ontschorsing ZN

1 remotion del cortice, decortication


ontsieren WW

1 render fede, guastar


ontslaan WW

1 (niet langer in dienst houden) dimitter, destituer, amover, remover, licentiar, (ambtenaar OOK) cassar
personeel -- = licentiar personal
troepen -- = licentiar truppas
een soldaat uit de krijgsdienst -- = licentiar/demobilisar un soldato
op staande voet -- = dimitter immediatemente
2 (vrijstellen) liberar, exemptar, dispensar, discargar, disligar, exonerar, relevar, eximer
iemand -- van zijn verplichtingen = exemptar/discargar/disligar/exonerar/relevar un persona de su obligationes/deberes
iemand van een belofte -- = disligar/eximer un persona de un promissa
iemand van de ban -- = eximer un persona del excommunication, levar le anathema a un persona
3 (aan macht/gezag onttrekken) liberar, eximer
4 (uit gevangenschap loslaten) poner/mitter in libertate, liberar, relaxar
iemand uit de gevangenis -- = dar le libertate a un prisionero


ontslag ZN

1 (beëindiging van het dienstverband) dimission, destitution, licentiamento, (van ambtenaar OOK) cassation, remotion
eervol -- = dimission honorabile
gedwongen -- = dimission obligate/fortiate
-- op staande voet = dimission immediate
-- van personeel = licentiamento de personal
collectief -- = licentiamento/dimission collective
massaal -- = licentiamento/dimission massive
iemand zijn ontslag geven = dimitter/destituer un persona
-- nemen = dimitter se, licentiar se
-- aanvaarden = acceptar le dimission
zijn -- indienen/aanbieden = presentar/dar su dimission
iemand -- aanzeggen = communicar a un persona su dimission
-- uit de militaire dienst = licentiamento del servicio militar
2 (het vrijlaten uit iemands macht) liberation
3 (vrijstelling) exemption, exoneration, discarga, dispensa
-- van een verplichting = exemption de un obligation


ontslagaanvraag ZN

1 (van werkgever) demanda de licentiamento
2 (van werknemer) requesta/littera de dimission


ontslagbrief ZN

1 (van werkgever) littera de licentiamento
2 (van werknemer) littera de dimission


ontslagene ZN

1 persona dimittite, dimittito


ontslaggolf ZN

1 unda de dimissiones


ontslagname ZN

1 dimission


ontslagnemer ZN

1 Zie: ontslagene


ontslagneming ZN

1 dimission


ontslagpremie ZN

1 premio de licentiamento/de dimission


ontslagprocedure ZN

1 procedura/procedimento de licentiamento/de dimission


ontslagvergunning ZN

1 permission de licentiamento/de dimission


ontslapen WW

1 (sterven) morir, expirar, extinguer se
in den Here -- = addormir se in le Senior


ontslapene ZN

1 Zie: overledene


ontslippen WW

1 (ontglijden) escappar (a), glissar del manos (de)
2 (ongemerkt ontgaan) escappar
die naam is mij ontslipt = iste nomine me ha escappate


ontsluieren WW

1 (sluier wegnemen) disvelar, remover/levar le velo
het -- = disvelamento
het gelaat -- = disvelar le visage
2 (ontraadselen) demystificar
3 (FIG) disvelar, revelar, divulgar, decifrar
een raadsel -- = decifrar un enigma


ontsluiering ZN

1 (het wegnemen van de sluier) disvelamento
2 (ontraadseling) demystification
3 (FIG) disvelamento, revelation, divulgation


ontsluimeren WW

1 (in slaap vallen) addormir se
2 (ontwaken) eveliar se
3 (sterven) morir, expirar, extinguer se


ontsluipen WW

1 escappar (a)


ontsluiten WW

1 (openen) aperir
2 (FIG) (blootleggen) aperir, revelar, disvelar, render accessibile
zijn hart -- voor iemand = aperir su corde a un persona
3 (van een gebied/terrein) disveloppar, developpar
een gebied -- = disveloppar un region


ontsluiting ZN

1 (het ontsluiten) apertura
2 (van een gebied) disveloppamento
3 (mbt baarmoedermond) dilatation
niet genoeg -- hebben = esser insufficientemente dilatate


ontsmet BN

1 disinfectate, aseptic


ontsmetten WW

1 disinfectar, aseptisar, discontaminar
het -- = disinfection, discontamination
een wond -- = disinfectar/aseptisar un plaga
chirurgische instrumenten -- = disinfectar instrumentos chirurgic
de kamer van een besmettelijk zieke -- = disinfectar le camera de un malado contagiose
2 (d.m.v. rook) fumigar
het -- = fumigation


ontsmettend BN

1 disinfectante, antiseptic
--e stof = disinfectante, aseptico


ontsmetter ZN

1 disinfectator


ontsmetting ZN

1 disinfection, discontamination, aseptisation
-- van een wond = disinfection de un plaga
2 (d.m.v. rook) fumigation


ontsmettingsdienst ZN

1 servicio de disinfection


ontsmettingsmiddel ZN

1 producto de disinfection, disinfectante, aseptico


ontsmettingsoven ZN

1 estufa de disinfection


ontsmettingsruimte ZN

1 Zie: ontsmettingszaal


ontsmettingstoestel ZN

1 disinfectator, apparato de disinfection


ontsmettingszaal ZN

1 sala de disinfection


ontsnappen WW

1 (ontkomen) escappar (a)
die opmerking is mij ontsnapt = iste remarca me ha escappate
aan een controle -- = escappar a un controlo
aan een gevaar -- = escappar a un periculo
aan de dood -- = escappar al morte
2 (mbt gevangenschap) escappar se, evader se, salvar se, fugir
uit de gevangenis -- = evader se/salvar se/fugir del prision/del carcere
een gevangene laten -- = lassar escappar un prisionero
3 (niet opmerken) escappar (a)
4 (naar buiten dringen) escappar (se), sortir
er ontsnapt gas uit die tank = iste tank (E) perdi gas
5 (ontschieten) escappar (a)
6 (SPORT) escappar se, distachar {sj} se
uit het peloton -- = escappar se/distachar se del peloton


ontsnapping ZN

1 escappamento, escappata, evasion, fuga, fugita
-- uit de gevangenis = evasion/fuga del prision/del carcere


ontsnappingsclausule ZN

1 clausula escappatoria


ontsnappingsmiddel ZN

1 medio de evasion


ontsnappingsmogelijkheid ZN

1 possibilitate de evasion/de fuga


ontsnappingsplan ZN

1 plano de evasion/de fuga


ontsnappingspoging ZN

1 tentativa de evasion/de fuga


ontsnappingssnelheid ZN

1 velocitate de escappamento/fuga


ontsnavelen WW

1 remover le becco (del gallinas)


ontspannen WW

1 (weer slap maken) distender, laxar, relaxar
de boog -- = distender le arco
2 (tot rust brengen) relaxar, distender
zich -- = relaxar se
--de massage = massage relaxante/de relaxation
muziek ontspant mij = le musica me distende
3 (vermaken) amusar, distraher, diverter, recrear
zich -- = amusar se, distraher se, diverter se, recrear se


ontspannen BN

1 distendite, relaxate
-- spieren = musculos relaxate
een -- boog = un arco distendite
een -- sfeer = un atmosphera distendite
een -- indruk maken = inspirar tranquillitate, parer relaxate


ontspannend BN

1 recreative


ontspanner ZN

1 (van fototoestel) obturator


ontspanning ZN

1 (het minder strak (doen) worden) distension, detente (F), relaxamento, relaxation
-- van de spieren = relaxamento del musculos
-- tussen Oost en West = distension/detente inter le Est e le West
diplomatieke -- = disgelo diplomatic
2 (verpozing, vermaak) distraction, diversion, amusamento, divertimento, passatempore, recreation
-- bezorgen/geven = distraher, diverter, amusar, recrear


ontspanningsboek ZN

1 libro divertente/recreative/de recreation


ontspanningskraan ZN

1 valvula de escappamento/de securitate


ontspanningslectuur ZN

1 lectura divertente/recreative/de recreation


ontspanningslokaal ZN

1 local/sala de recreation


ontspanningsoefening ZN

1 exercitio de relaxation


ontspanningsoord ZN

1 loco de recreation


ontspanningspolitiek ZN

1 politica de distension/de relaxation/de relaxamento/de detente (F)


ontspanningsprogramma ZN

1 programma divertente/recreative/de recreation


ontspanningstherapie ZN

1 relaxotherapia


ontspanningsvereniging ZN

1 club (E) de recreation


ontsparen WW

1 (EC) sparniar negativemente


ontsparing ZN

1 (EC) sparnio negative


ontspiegeld BN

1 antireflexe
-- glas = vitro antireflexe


ontspiegelen WW

1 eliminar reflexion, applicar un strato antireflexe, submitter a un tractamento antireflexe


ontspinnen WW

1
zich -- = disveloppar/developpar se


ontsporen WW

1 derailar {reel}, (FIG ook) facer un passo false
het -- = derailamento {reel}
ontspoorde jeugd = juventute derailate


ontsporing ZN

1 derailamento {reel}


ontspringen WW

1 (zijn oorsprong hebben) nascer, surger, originar
de rivier ontspringt in de bergen = le riviera nasce in le montanias
2 (ontsnappen) escappar (a)
de dans -- = escappar felicemente


ontspruiten WW

1 (uitspruiten) germinar
2 (voortkomen) nascer, provenir (de), originar (de), resultar (de), esser originari (de), descender (de)


ontstaan WW

1 (zich vormen) nascer, formar se, crear se, surger
doen -- = facer nascer, causar, originar, suscitar, provocar
overstromingen doen -- = causar/originar inundationes
twisten doen -- = suscitar querelas
dat heeft onenigheid doen -- tussen de twee vrienden = isto ha seminate/suscitate le discordia inter le duo amicos
de brand ontstond in de machinekamer = le foco habeva su origine in le sala de machinas
daarover ontstond verschil van mening = isto provocava un differentia de opinion
overal ontstonden er moeilijkheden = il surgeva difficultates ubique
door de kou ontstonden er problemen = le frigido ha create al(i)cun problemas
2 (voortkomen) provenir (de), manar (de), emanar (de)


ontstaan ZN

1 genese (-esis), nascentia, origine(s), origination, primordio
het -- van een kunstwerk = le genese de un obra de arte
zijn -- vinden in = haber su origine in, originar in, esser create per


ontstaansgeschiedenis ZN

1 genese (-esis), historia del disveloppamento/developpamento
de -- van het boek = le genese del libro


ontstaanswijze ZN

1 origine


ontstaarten WW

1 trenchar {sj} le cauda


ontstedelijking ZN

1 dispopulamento del urbes, exodo verso le campania


ontsteken WW

1 (doen ontbranden) accender, incender, inflammar, ignir
de lichten werden ontstoken = on accendeva le luces
2 (geïnfecteerd raken) infectar se
3
in drift -- = infuriar se


ontsteker ZN

1 accenditor, (TECHN) detonator, exploditor


ontsteking ZN

1 (aansteking) accendimento, ignition
elektronische -- = accendimento electronic
de -- bijstellen = adjustar le ignition
2 (MIL) detonator, capsula detonante, exploditor
3 (lont) micca
4 (MED) inflammation, infection
interstitiële -- = inflammation interstitial
een -- veroorzaken = inflammar
de -- wegnemen = disinflammar
met -- gepaard gaande = inflammatori


ontstekingsachtig BN

1 inflammatori


ontstekingsapparaat ZN

1 Zie: ontstekingsmechanisme


ontstekingsbuis ZN

1 tubo de accendimento/ignition


ontstekingscontact ZN

1 contacto de accendimento/ignition


ontstekingsdraad ZN

1 filo de accendimento/ignition


ontstekingsinrichting ZN

1 Zie: ontstekingsmechanisme


ontstekingsmechanisme ZN

1 mechanismo/dispositivo de accendimento/ignition, exploditor, deflagrator


ontstekingsplug ZN

1 candela (de accendimento/de ignition)


ontstekingsspoel ZN

1 bobina de accendimento/ignition


ontstekingstemperatuur ZN

1 temperatura de accendimento/ignition


ontstekingsvertraging ZN

1 ignition retardate


ontstekingsvonk ZN

1 scintilla de accendimento/ignition


ontstekingsziekte ZN

1 maladia inflammatori


ontsteld BN

1 consternate, disconcertate, perplexe


ontstelen WW

1 robar, furar, escamotar


ontstellen WW

1 (doen ontstellen) consternar, disconcertar, alarmar


ontstellend BN

1 (ontsteltenis teweegbrengend) consternante, disconcertante, alarmante
2 (buitensporig) extreme, excessive, exorbitante
de prijzen zijn -- hoog = le precios es exorbitante
--e nalatigheid = omission/negligentia impardonabile


ontsteltenis ZN

1 consternation, disconcertamento, confusion, alarma, pavor, stupor, espavento
-- teweeg brengen = causar (un stato de) consternation, crear/causar confusion


ontstemd BN

1 (mbt personen) de mal humor, discontente, malcontente
over die brief was ik zeer -- = io esseva multo discontente a causa de iste littera
-- maken = discontentar
2 (MUZ) disaccordate
--e piano = piano disaccordate


ontstemdheid ZN

1 mal humor, discontento, discontentamento
2 (MUZ) disaccordo
-- van een piano = disaccordo de un piano


ontstemmen WW

1 (MUZ) disaccordar
de warmte ontstemt de piano = le calor disaccorda le piano
2 (ontevreden maken) discontentar


ontstemming ZN

1 Zie: ontstemdheid


ontstentenis ZN

1 (gebrek) defecto
bij -- van wettelijke verordeningen = sin ordinantias legal
2 (afwezigheid) absentia
bij -- van de secretaris = in le absentia del secretario


ontstichten WW

1 offender, choccar {sj}, scandalisar


ontstichting ZN

1 Zie: ergernis


ontstijgen WW

1 montar


ontstoffelijking ZN

1 (NAT) dematerialisation


ontstoffen WW

1 remover le pulvere, dispulverar


ontstoken BN

1 accendite
de -- koplampen = le pharos accendite
2 (MED) inflammate, infectate
een -- keel = un infection del gorga/gurgite/gutture


ontstoppen WW

1 (verstopping verwijderen) (ook MED) disobstruer
het -- = disobstruction
2 (van de stop ontdoen) remover le tappo/capsula


ontstopping ZN

1 (verwijdering van de verstopping) disobstruction
2 (verwijdering van de stop) remotion del tappo/capsula


ontstoppingsveer ZN

1 resorta de disobstruction


ontstrikken WW

1 disnodar


onttakelen WW

1 dismantellar, dismontar
een schip -- = dismantellar/dismontar un nave
het -- = dismantellamento, dismontage


onttakeling ZN

1 dismantellamento, dismontage
-- van een schip = dismantellamento/dismontage de un nave


onttoppen WW

1 decapitar
de bomen -- = decapitar le arbores


onttopping ZN

1 decapitation
-- van de bomen = decapitation del arbores


onttrekken WW

1 (afscheiden) extraher
aan de vergetelheid -- = tirar del oblido
benzine aan aardgas -- = extraher benzina del methano
water aan iets -- = extraher aqua de un cosa, dishydratar un cosa
2 (buiten iemands bereik brengen) subtraher, retirar
aan iemands oog -- = subtraher al reguardos de un persona
aan het gezicht -- = subtraher al vista
aan de circulatie -- = retirar del circulation
goederen aan de markt -- = retirar mercantias del mercato
3
(van zich afschuiven) zich -- = subtraher se (a), escappar (a)
zich aan zijn verplichtingen -- = subtraher se a su obligationes


onttrekking ZN

1 (het ontrukken) subtraction
2 (afscheiding) extraction


onttronen WW

1 disthronar, discoronar
het -- = disthronamento, discoronamento
een koning -- = disthronar/discoronar un rege


onttroning ZN

1 disthronamento, discoronamento


onttroonbaar BN

1 disthronabile


onttuigen WW

1 Zie: aftuigen-1


ontucht ZN

1 fornication, depravation, impudicitate, luxuria
-- plegen = fornicar
iemand die -- pleegt = fornicator


ontuchtig BN

1 impudic, immoral, lascive, lubric, libidinose, luxuriose, licentiose, obscen, dissolute
-- leven = vita dissolute


ontuchtigheid ZN

1 fornication, impudicitate, luxuria, lascivitate, obscenitate, dissolution


ontvallen WW

1 (buiten iemands bereik komen) escappar (a)
2
(door de dood weggenomen worden) zijn vrouw is hem ontvallen = su spo(n)sa/marita es morte, ille ha perdite su spo(n)sa/marita
3 (per ongeluk geuit worden) escappar (a)
de man liet zich een vloek -- = le homine lassava escappar un blasphemia
dit woord is me ontvallen = iste parola me ha escappate
4 (ontzinken) abandonar, perder
de moed ontvalt hem = le corage le abandona, ille perde le corage
5 (afvallig worden) esser infidel (a), abandonar
al zijn vrienden ontvielen hem = tote su amicos le abandonava


ontvangantenne ZN

1 antenna de reception


ontvangcedel ZN

1 recepta


ontvangceel ZN

1 Zie: ontvangcedel


ontvangdag ZN

1 die/jorno de reception


ontvangen WW

1 (krijgen) reciper
een brief -- = reciper un littera
inlichtingen -- = reciper informationes
2 (innen) (mbt geld, belastingen, etc.) perciper
een schadevergoeding -- = perciper un indemnisation
geld -- = perciper moneta
zijn salaris -- = perciper su salario
(van geld) terug -- = reincassar
3 (bij zich toelaten) reciper
iemand bij zich thuis -- = reciper un persona in su casa
iemand vriendelijk -- = reciper cordialmente un persona
4 (onthalen) reciper, dar le benvenita
5 (bezoek afwachten) reciper
de barones zal vandaag niet -- = le baronessa non recipe hodie
6 (zwanger worden) conciper
7
buitenlandse zenders kunnen -- = poter reciper emissores estranier


ontvangenis ZN

1 (conceptie) conception
Maria's Onbevlekte Ontvangenis = le Immaculate Conception


ontvanger ZN

1 (iemand die ontvangt) receptor, (mbt voorrecht, bijstand, hulp) beneficiario, (van de belastingen) perceptor, collector, (van een brief) destinatario, adressato
de --s van sociale/rechtskundige/medische hulp = beneficiarios del assistentia social/juridic/medic
2 (NAT, SCHEI, BIOL) acceptor, receptor
3 (RADIO) receptor
heterodyne -- = receptor heterodyne
ultrasonore -- = receptor ultrasonic


ontvanginstallatie ZN

1 installation de reception, receptor


ontvangkamer ZN

1 salon/sala de reception(es)
2 (in klooster/gevangenis, etc.) parlatorio


ontvangst ZN

1 (het krijgen van iets) reception
de -- berichten van = accusar reception de
in -- nemen = reciper
2 (het innen van geld) perception
3 (het opvangen van signalen) reception
de -- van verschillende stations was slecht = le reception de varie stationes esseva mal
4 (inkomsten) recepta
bruto -- = recepta brute
--en van een concert = receptas de un concerto
--en en uitgaven = receptas e expensas
5 (onthaal) reception
luisterrijke -- = reception magnific/sumptuose
gunstige -- = reception favorabile
6 (receptie) reception


ontvangstantenne ZN

1 antenna de reception


ontvangstation ZN

1 station de reception


ontvangstbevestiging ZN

1 confirmation/aviso del reception


ontvangstbewijs ZN

1 recepta
de betaling wordt door een -- geconstateerd = le pagamento es certificate per un recepta


ontvangstcentrum ZN

1 centro de reception


ontvangstdatum ZN

1 data de reception


ontvangsthal ZN

1 Zie: ontvangzaal


ontvangtoestel ZN

1 apparato receptor, receptor


ontvangzaal ZN

1 sala/salon de reception(es)


ontvankelijk BN

1 (vatbaar) receptive, sensibile, susceptibile, susceptive, affectabile, affectibile, (voor indrukken) impressionabile, (voor invloeden) influentiabile
-- voor goede raad = aperte al bon consilios
2 (JUR) admissibile
niet -- verklaren = declarar inadmissibile


ontvankelijkheid ZN

1 (het ontvankelijk zijn) receptivitate, impressionabilitate, affectibilitate, susceptibilitate, predisposition
-- voor ziekten = predisposition al maladias
2 (JUR) admissibilitate


ontvederen WW

1 displumar


ontveinzen WW

1 dissimular, occultar
zich iets -- = dissimular se un cosa


ontveinzing ZN

1 dissimulation


ontveld BN

1 excoriate, abradite
(op de huid) --e plek = abrasion


ontvellen WW

1 excoriar, abrader


ontvelling ZN

1 excoriation, abrasion


ontvet BN

1 disgrassiate


ontvetten WW

1 (het vet verwijderen) remover le grassia, disgrassiar
2 (vetvrij maken) disgrassar
wol -- = disgrassar le lana
het haar -- = disgrassar le capillos


ontvetting ZN

1 disgrassage


ontvettingsinstallatie ZN

1 installation de disgrassage


ontvlambaar BN

1 flammabile, inflammabile, accendibile, accensibile, combustibile
een --e stof = un materia inflammabile
licht -- zijn = inflammar se facilemente
2 (FIG) inflammabile, ardente, passionate
hij is licht -- = ille se passiona facilemente


ontvlambaarheid ZN

1 flammabilitate, inflammabilitate, accensibilitate, combustibilitate
2 (FIG) inflammabilitate


ontvlammen WW

1 inflammar se, accender se


ontvlamming ZN

1 inflammation


ontvlammingstemperatuur ZN

1 temperatura de inflammation


ontvleesd BN

1 discarnate


ontvlekken BN

1 remover le maculas, dismacular


ontvlekking ZN

1 dismaculatura


ontvlekkingsmiddel ZN

1 dismaculator


ontvlezen WW

1 discarnar


ontvlieden WW

1 (ontvluchten) fugir, escappar se, evader se
2 (ontwijken) escappar, fugir, evitar
de verleiding -- = escappar al tentation


ontvliegen WW

1 escappar de, volar de, volar via
zijn enige hoop is hem ontvlogen = ille ha perdite su unic sperantia


ontvloeien WW

1 fluer de


ontvluchten WW

1 (wegvluchten) fugir, escappar, evader
het -- = escappamento, escappata, fuga, fugita
uit de gevangenis -- = evader/fugir del carcere
een eentonig leven -- = fugir de un vita monotone


ontvluchting ZN

1 escappamento, escappata, evasion, fuga, fugita


ontvluchtingspoging ZN

1 tentativa de fuga/de evasion


ontvochtigingsapparaat ZN

1 apparato de dishydratation


ontvochting ZN

1 dishydratation


ontvoerder

1 raptor, rapitor, kidnapper (A)


ontvoeren WW

1 raper, kidnappar


ontvoering ZN

1 rapimento, rapto, kidnapping (E)


ontvolken WW

1 depopular, dispopular
het -- = depopulation, dispopulamento


ontvolking ZN

1 depopulation, dispopulamento
-- van het platteland = depopulation/dispopulation del campania, exodo rural


ontvoogden WW

1 emancipar
een volk -- = emancipar un populo


ontvoogding ZN

1 emancipation
-- van een volk = emancipation de un populo


ontvouwen WW

1 (openvouwen) displicar
het -- = displicamento
de vlag -- = displicar le bandiera
zijn servet -- = displicar su servietta
2 (FIG) displicar
een grote behendigheid -- = displicar un grande habilitate
3 (uiteenzetten) exponer, presentar, explicar
een plan -- = exponer/presentar/explicar un projecto
zijn voornemens -- = presentar su intentiones
de redenen van iets -- = exponer le rationes de un cosa


ontvouwing ZN

1 (het openvouwen) displicamento
2 (het uiteenzetten) exposition, presentation, explication


ontvreemden WW

1 robar, furar, subtraher
geld -- = subtraher moneta


ontvreemding ZN

1 furto, subtraction, latrocinio
-- van geld = subtraction de moneta


ontwaarden WW

1 devalutar, depreciar


ontwaarding ZN

1 devalutation, depreciation


ontwaken WW

1 (wakker worden) (ook FIG) eveliar se
het -- = evelia
uit de slaap -- = eveliar se del somno
uit de droom -- = eveliar se de su sonio, (FIG) retornar al realitate
zijn gevoel voor rechtvaardigheid is ontwaakt = su senso del justitia se ha eveliate
in de lente ontwaakt de natuur = le natura renasce in primavera
het -- van de beschaving = le aurora del civilisation


ontwaking ZN

1 evelia


ontwapenen WW

1 disarmar, dismilitarisar
het -- = disarmamento, dismilitarisation
een --de glimlach = un surriso disarmante


ontwapening ZN

1 disarmamento, dismilitarisation
eenzijdige -- = disarmamento unilateral
tweezijdige -- = disarmamento bilateral
onderhandelingen over -- = negotiationes super le disarmamento


ontwapeningsbeleid ZN

1 Zie: ontwapeningspolitiek


ontwapeningscommissie ZN

1 commission de disarmamento


ontwapeningsconferentie ZN

1 conferentia de disarmamento


ontwapeningsonderhandelingen ZN MV

1 negotiationes de disarmamento


ontwapeningspolitiek ZN

1 politica de disarmamento


ontwapeningsvraagstuk ZN

1 question del disarmamento


ontwarbaar BN

1 extricabile


ontwaren WW

1 (in het oog krijgen) discerner, distinguer, intervider, apperciper
2 (ontdekken) discoperir


ontwarren WW

1 (uit elkaar halen) disinvolver, disintricar, extricar
de knoop -- = disintricar le nodo
2 (tot een oplossing brengen) resolver, exclarar
een lastige kwestie -- = resolver un question spinose/delicate


ontwarring ZN

1 disintrication, extrication


ontwassen BN

1 (haber) passate le etate de, (esser/devenir) troppo grande pro
hij meent dat hij aan mijn gezag -- is = ille crede que ille es assatis grande pro se subtraher a mi autoritate


ontwateren WW

1 disaquar, drainar {e}, escolar
het -- = disaquamento, drainage {e}, escolamento


ontwatering ZN

1 disaquamento, drainage {e}, escolamento
biologische -- = drainage biologic
elektro-osmotische -- = drainage electro-osmotic
2 (ontvochting) dishydratation


ontwateringspomp ZN

1 pumpa de drainage {e}


ontwateringssloot ZN

1 fossato de disaquamento/escolamento/drainage {e}


ontwateringstocht ZN

1 Zie: ontwateringssloot


ontweien WW

1 eviscerar


ontwennen WW

1 (afwennen) dishabituar de, disaccostumar de, perder le costume/habitude de
een aan alcohol/drugs verslaafde -- = disintoxicar un alcoholico/toxicomano
2 (afraken van) dishabituar se, disaccostumar se, perder le habitude de
het roken -- = perder le habitude de fumar
het spreken van vreemde talen was zij geheel ontwend = illa habeva completemente perdite le habitude de parlar linguas estranier


ontwenning ZN

1 dishabituation, (mbt verslaving OOK) disintoxication


ontwenningskliniek ZN

1 clinica de dishabituation/de disintoxication


ontwenningskuur ZN

1 cura/tractamento disintoxicante/de disintoxication/de dishabituation
een -- ondergaan = disintoxicar se


ontwenningsverschijnselen ZN MV

1 symptomas de disintoxication, syndrome de abstinentia
-- vertonen = haber le syndrome de abstinentia


ontwerp ZN

1 plano, projecto, schema, (schets) schizzo (I), esbosso, (eerste vorm) prefiguration
een -- bij een minister indienen = presentar un projecto a un ministro
2 concepto, conception
origineel -- = concepto/conception original


ontwerpakkoord ZN

1 projecto de accordo


ontwerpcontract ZN

1 projecto de contracto


ontwerpen WW

1 (bedenken, opstellen) conciper, planar
een plan -- = conciper/formar un plano
een clausule -- = rediger un clausula
een programma -- = preparar/facer un programma
een regeling -- = formular un regulamento
2 (in schets brengen) designar, projectar, schizzar {ts}
een gebouw -- = designar le planos de un edificio


ontwerper ZN

1 autor, creator, designator, inventor, projectator
de -- van een wet = le autor de un lege
industrieel -- = designator industrial
grafisch -- = designator graphic


ontwerpovereenkomst ZN

1 Zie: ontwerpakkoord


ontwerpreglement ZN

1 projecto de regulamento


ontwerpstatuten ZN MV

1 projecto de statutos


ontwerptekening ZN

1 schizzo (I) de designo


ontwerptractaat ZN

1 projecto de tractato


ontwerpwet ZN

1 projecto de lege


ontwijd BN

1 profanate, violate


ontwijden WW

1 (ook FIG) profanar, violar, desacralisar
het -- = profanation, violation, desacralisation
een kunstwerk -- = profanar un obra de arte


ontwijdend BN

1 sacrilege, profanatori


ontwijder ZN

1 sacrilego, profanator, violator


ontwijding ZN

1 sacrilegio, profanation, violation


ontwijfelbaar BN

1 indubitabile, indubitate, incontestabile, certe, inequivoc
--e zekerheid = certitude absolute
dat vind ik -- waar = isto es un veritate incontestabile (in/secundo mi opinion)


ontwijfelbaarheid ZN

1 indubitabilitate, incontestabilitate, certitude


ontwijkbaar BN

1 evitabile, eludibile, eluctabile


ontwijken WW

1 (uit de weg gaan om niet te botsen) evitar
hij kon de boom -- = ille poteva evitar le arbore
de klap -- = parar le colpo
2 (uit de weg gaan om niet te ontmoeten) evitar
na die ruzie ontweken zij elkaar = desde iste disputa illes se evitava
3 (elke aanraking vermijden) evitar
iemands blik -- = evitar le reguardo de un persona
4 (trachten te ontkomen) evitar, (mbt een vraag) eluder
de strijd -- = evitar le combatto
een discussie -- = evitar un discussion
een vraag -- = eluder un question


ontwijkend BN

1 evasive, dilatori, elusive
-- antwoord = responsa evasive/dilatori/elusive
--e blik = reguardo evasive
-- gebaar = gesto elusive
een -- antwoord geven = responder evasivemente/elusivemente


ontwijking ZN

1 evasion, elusion


ontwikkelaar ZN

1 (FOTO) disveloppator, developpator, revelator


ontwikkelbaar BN

1 (ook WISK) disveloppabile, developpabile
-- vlak = superficie disveloppabile


ontwikkelbad ZN

1 (FOTO) banio revelator/de disveloppamento/de developpamento/de revelation


ontwikkelbak ZN

1 (FOTO) bassino/cupetta revelator/de disveloppamento/de developpamento/de revelation


ontwikkelcentrale ZN

1 laboratorio (de disveloppamento/developpamento/revelation industrial) photographic/de photo(graphia)s


ontwikkeld BN

1 (volgroeid) disveloppate, developpate, formate, matur
een goed --e reukzin = un senso olfactive multo disveloppate/developpate
2 (geestelijk gevormd) instruite, cultivate
3 (beschaafd) culte
4 (mbt volk) disveloppate, developpate
de --e landen = le paises disveloppate/developpate
5 (FOTO) disveloppate, developpate, revelate


ontwikkeldoos ZN

1 (FOTO) cuppa de disveloppamento/developpamento, revelation


ontwikkelen WW

1 (tot volle wasdom brengen) disveloppar, developpar, evolver
zijn persoonlijkheid -- = disveloppar su personalitate
zijn stijlgevoel -- = disveloppar su senso de stilo
de geestvermogens -- = disveloppar le capacitate intellectual
2 (teweegbrengen, veroorzaken: warmte, gas, rook, etc.) producer, generar
de brand ontwikkelde grote rookwolken = le incendio generava grande nubes de fumo
warmte -- = generar calor, calorificar
3 (ontwerpen) disveloppar, developpar, elaborar
een nieuw geneesmiddel -- = disveloppar un nove medicamento
plannen -- = elaborar/facer projectos
een theorie -- = disveloppar/elaborar un theoria
een leermethode -- = disveloppar un methodo didactic
4 (kennis bijbrengen) disveloppar, developpar, formar, cultivar, educar, instruer
zich -- = instruer se, cultivar se, cultivar su spirito
een land op technisch gebied -- = appoiar/promover le disveloppamento technic de un pais
5 (FOTO) disveloppar, developpar, revelar, evolver
een film -- = disveloppar/revelar/evolver un film (E)/pellicula
6 (ten toon spreiden) displicar
kracht -- = displicar fortia
hij ontwikkelde een grote moed = ille displicava un grande corage
snelheid -- = acquirer velocitate
7 (WISK) disveloppar, developpar
een algebraïsche vorm -- = disveloppar un forma algebraic
8
de kleine winkel ontwikkelde zich tot een internationale firma = le parve boteca se converteva in un interprisa international


ontwikkeling ZN

1 (groei, wasdom) disveloppamento, developpamento, evolution
economische -- = disveloppamento/progresso economic
verstandelijke -- = disveloppamento intellectual
geleidelijke -- = disveloppamento progressive, evolution continue
stormachtige -- = evolution tumultuose
-- van het denken = evolution del pensata/pensamento
de --en op de wereldmarkt = le evolution del mercato mundial
hoge graad van -- = alte grado de disveloppamento
tot -- brengen = disveloppar
een land tot -- brengen = disveloppar un pais
tot volle -- komen = disveloppar se completemente
de -- bespoedigen = accelerar le disveloppamento
Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, OESO = Organisation de Cooperation e de Disveloppamento Economic, OCDE
voor -- vatbaar = disveloppabile, developpabile
2 (het teweegbrengen, het veroorzaken) production, generation
-- van gas = production de gas
-- van warmte = generation de calor, calorification
3 (het ontwerpen) disveloppamento, developpamento, elaboration
de -- van een nieuwe raket = le disveloppamento de un nove missile
4 (opleiding, vorming) formation, cultura, education
algemene -- = cultura general
iemand -- bijbrengen = educar un persona
5 (FOTO) disveloppamento, developpamento, revelation
-- van een film = disveloppamento/revelation de un film (E)/pellicula


ontwikkelingmaatschappij ZN

1 societate de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingsbad ZN

1 Zie: ontwikkelbad


ontwikkelingsbank ZN

1 banca de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingsfase ZN

1 phase de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingsgang ZN

1 evolution, processo, marcha {sj}


ontwikkelingsgebied ZN

1 (stimuleringsgebied) region/area de disveloppamento/developpamento
2 (ontwikkelingsland) pais subdisveloppate/subdeveloppate


ontwikkelingsgeschiedenis ZN

1 ontogenese (-esis)


ontwikkelingsgraad ZN

1 grado de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingsgroep ZN

1 gruppo de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingshulp ZN

1 adjuta/assistentia pro le disveloppamento/developpamento (de un pais)


ontwikkelingskosten ZN MV

1 costos de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingsland ZN

1 pais subdisveloppate/subdeveloppate, pais insufficientemente disveloppate/developpate, pais in via de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingsleer ZN

1 evolutionismo, theoria de evolution


ontwikkelingslijn ZN

1 linea de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingsmaatschappij ZN

1 compania/societate de disveloppamento/developpamento/exploitation {plwa}
gewestelijke -- = compania/societate regional de disveloppamento/developpamento/exploitation {plwa}


ontwikkelingsniveau ZN

1 nivello de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingspeil ZN

1 Zie: ontwikkelingsniveau


ontwikkelingsplan ZN

1 plano de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingsproces ZN

1 processo evolutive/de evolution/de disveloppamento/de developpamento


ontwikkelingsprogramma ZN

1 programma de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingsproject ZN

1 projecto de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingssamenwerking ZN

1 cooperation pro le disveloppamento/developpamento (de un pais)


ontwikkelingsstadium ZN

1 stadio/periodo/phase de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingstoestand ZN

1 stato de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingsverschijnsel ZN

1 phenomeno evolutive/de disveloppamento/developpamento


ontwikkelingsvorm ZN

1 forma evolutive/de disveloppamento/de developpamento


ontwikkelingswerk ZN

1 (werk om iets te ontwikkelen) travalio/labor consecrate a disveloppar/developpar un cosa
2 (ontwikkelingshulp) adjuta/assistentia pro le disveloppamento/developpamento (de un pais)


ontwikkelpapier ZN

1 (FOTO) papiro sensibile


ontwikkelproces ZN

1 (FOTO) disveloppamento/developpamento/revelation (photographic), processo de disveloppamento/revelation


ontwikkelsnelheid ZN

1 (FOTO) velocitate de disveloppamento/de developpamento/de revelation


ontwikkelstof ZN

1 (FOTO) disveloppator, developpator, revelator


ontwikkeltank ZN

1 (FOTO) cuppa revelator/de disveloppamento/de developpamento/de revelation


ontwinden WW

1 Zie: afwinden


ontworstelen WW

1 luctar pro liberar se (de)


ontwortelen WW

1 (uit de grond rukken) eradicar, extirpar


ontwortelend BN

1 eradicative


ontworteling ZN

1 eradication, extirpation


ontwricht BN

1 luxate, disarticulate, dislocate
--e schouder = spatula luxate


ontwrichten WW

1 (uit het gewricht rukken) luxar, disarticular, dislocar
het -- = luxation, disarticulation, dislocation
hij heeft zijn been ontwricht = ille se ha dislocate le gamba
2 (in de war sturen) disorganisar, subverter, disrumper, perturbar, (verlammen) paralysar
het -- = disorganisation, subversion, disruption


ontwrichtend BN

1 (desorganiserend) disorganisatori, subversive


ontwrichter ZN

1 subversor


ontwrichting ZN

1 (mbt ledematen) luxation, disarticulation, dislocation
-- van de schouder = luxation del spatula
-- van het sleutelbeen = luxation del clavicula
2 (desorganisatie) disorganisation, subversion, disruption, perturbation
duurzame -- van het huwelijk = disunion/perturbation permanente del matrimonio/del maritage/del relationes matrimonial


ontwringen WW

1 (uit de handen wringen) eveller, aveller
2 (afpersen) extorquer (a)


ontzadelen WW

1 (van zijn zadel ontdoen) remover/levar le sella, dissellar
zijn paard -- = dissellar su cavallo
2 (uit het zadel lichten/werpen) dismontar


ontzadeling ZN

1 (verwijdering van het zadel) remotion del sella


ontzag ZN

1 respecto, reverentia
-- inboezemen = imponer/infunder/inspirar respecto
-- hebben voor = respectar, reverer
een heilig -- voor iemand hebben = sentir un profunde respecto pro un persona
vol -- = respectuosemente


ontzaglijk BN

1 extraordinari, formidabile, enorme, immense, imponente, portentose, prodigiose, phenomenal
-- lelijk = monstruose


ontzaglijkheid ZN

1 immensitate, enormitate, prodigiositate


ontzagwekkend BN

1 imponente, considerabile, formidabile


ontzegelen WW

1 remover/rumper le sigillo, dissigillar


ontzegeling ZN

1 remotion/ruptura del sigillo


ontzeggen WW

1 (weigeren) negar, denegar, interdicer, refusar
iemand het recht -- om = denegar a un persona le derecto de
de toegang -- aan = interdicer/negar le accesso/entrata a
men kan aan dit gedicht niet een zekere bevalligheid -- = on non pote negar un certe gratia a iste poesia
2 (JUR) (verbieden) inhiber
3
(afzien van) zich -- = privar se de, renunciar a
zich alle genoegens -- = privar se de omne placeres
zich het genot -- naar het concert te gaan = privar se de ir al concerto
4
de rijbevoegdheid -- = privar del uso del permisso de conducer


ontzegging ZN

1 denegation, interdiction, privation
volslagen -- van rust = privation total de reposo
2 (JUR) inhibition
3
-- van de rijbevoegdheid = privation del uso del permisso de conducer


ontzeilen WW

1 (FIG) evitar
een moeilijkheid -- = evitar un difficultate


ontzenuwen WW

1 refutar, infirmar, invalidar, neutralisar
het -- = infirmation, invalidation, neutralisation
een argument -- = reducer un argumento in/a pulvere, pulverisar un argumento
hiermee is de redenering ontzenuwd = isto invalida le rationamento


ontzenuwing ZN

1 refutation, infirmation, invalidation


ontzet ZN

1 liberation, levamento del assedio
het -- van Groningen in 1672 = le levamento del assedio de Groningen in 1672


ontzet BN

1 (ontdaan) disconcertate, stupefacte
-- staan te kijken = reguardar con stupor
2 (uit het verband gerukt) dislocate, (van lichaamsdelen OOK) disarticulate, luxate
een --te arm = un bracio dislocate


ontzetten WW

1 (een ambt/recht ontnemen) destituer, dimitter, deponer, relevar, remover del carga, privar de
iemand -- van het eigendom (van iets) = expropriar un persona
uit zijn rechten ontzet worden = esser private de su derectos
uit zijn ambt ontzet worden = esser destituite de su functiones
2 (bevrijden) liberar, levar le assedio
Groningen -- = levar le assedio de Groningen
3 (doen schrikken) disconcertar, consternar
4 (ontwrichten) dislocar, (van ledematen OOK) disarticular, luxar


ontzettend BN

1 (afschuwelijk) terribile, terrific, detestabile, atroce, abominabile, abhorrente, abhorribile, espaventabile
een --e ziekte = un maladia terribile
2 (heel groot) extreme, formidabile, enorme, terribile, tremende
--e honger = appetito terribile
een --e honger hebben = haber un fame tremende, morir de fame
--e onderneming = interprisa tremende
ik ben -- moe = io es incredibilemente fatigate
-- veel = multissime


ontzetter ZN

1 liberator


ontzetting ZN

1 (ontwrichting) dislocation, disarticulation, luxation
2 (ontneming van een ambt/recht) deposition, destitution, privation
-- uit de burgerrechten = privation del derectos civil
3 (bevrijding) liberation, levamento del assedio
4 (ontsteltenis) espavento, terror, consternation, stupor, pavor, horror
sprakeloos van -- = mute de terror
-- wekken = seminar le terror
iemand met -- vervullen = plenar un persona de horror


ontzettingsleger ZN

1 armea de liberation


ontzettingspoging ZN

1 tentativa de levar le assedio, tentativa de liberation


ontzettingstroepen ZN MV

1 truppas de liberation


ontzield BN

1 sin vita, inanimate, exanime, morte
het --e lichaam = le corpore inanimate/sin vita


ontzielen WW

1 (doden) privar del vita, occider
2 (ontmoedigen) discoragiar


ontzien WW

1 respectar, sparniar
de natuur -- = respectar/sparniar le natura
hij moest beide partijen -- = ille debeva prender in consideration le interesses de ambe partes
2
(in ontkennende zinnen) zich niet -- = non haber scrupulos, non hesitar


ontziend BN

1
niets -- zijn = esser sin consideration, non haber scrupulos


ontzilten WW

1 dissalar
het -- = dissalation
de bodem -- = dissalar le solo


ontzilting ZN

1 dissalation
de -- van zeewater = le dissalation del aqua marin
de -- van Walcheren na de oorlog = le dissalation de Walcheren post le guerra


ontzilveren WW

1 disargentar


ontzilvering ZN

1 disargentation


ontzilveringsbad ZN

1 banio de disargentation


ontzind BN

1 folle


ontzinken WW

1 abandonar
de moed ontzinkt me = le corage/valor me abandona


ontzinking ZN

1 perdita, privation


ontzondigen WW

1 expiar


ontzouten WW

1 Zie: ontzilten


ontzouting ZN

1 Zie: ontzilting


ontzuren WW

1 disacificar


ontzuring ZN

1 disacification


ontzwavelen WW

1 desulfurar


ontzwaveling ZN

1 desulfuration


onuitblusbaar BN

1 inextinguibile
-- vuur = foco inextinguibile
--e haat = odio inextinguibile


onuitdoofbaar BN

1 Zie: onuitblusbaar


onuitdrukbaar BN

1 inexprimibile


onuitgedrukt BN

1 inexprimite


onuitgegeven BN

1 (niet in druk verschenen) inedite, non publicate
-- correspondentie = correspondentia inedite
2 (van geld) non expendite, non dispensate
3 (van bankbiljetten) non emittite


onuitgelokt BN

1 spontanee


onuitgemaakt BN

1 non decidite, indecise
de kwestie bleef nog -- = le question remaneva/restava ancora indecise
het is nog -- = isto es ancora un question aperte


onuitgepakt ZN

1 non disimballate


onuitgeput BN

1 inexhauste


onuitgesproken BN

1 non exprimite, non formulate, implicite, inexprimite, tacite
-- wens = desiro/desiderio non formulate
-- wil = voluntate implicite
-- voorwaarde = condition tacite
een -- gedachte = un pensamento non exprimite
-- verwijten = reproches {sj} inexprimite


onuitgevoerd BN

1 non executate, non realisate, irrealisate, non complite, inexecutate
een -- plan = un projecto/plano non executate/realisate
-- werk = travalio/labor inexecutate


onuitgewerkt BN

1 non elaborate, summari, rudimentari
--e schets = schizzo (I) summari/rudimentari


onuitgezocht BN

1 in disordine


onuitgezonderd BN

1 sin exception


onuitlegbaar BN

1 inexplicabile


onuitputbaar BN

1 Zie: onuitputtelijk


onuitputtelijk BN

1 inexhauribile, inexhaustibile
-- geduld = patientia inexhauribile/inexhaustibile/infinite
--e bron = fonte inexhauribile/inexhaustibile


onuitputtelijkheid ZN

1 inexhauribilitate, inexhaustibilitate


onuitroeibaar BN

1 inextirpabile, ineradicabile, indestructibile
-- onkruid = mal herba inextirpabile
--e wortel = radice inextirpabile
-- kwaad = mal inextirpabile
-- vooroordeel = prejudicio inextirpabile


onuitroeibaarheid ZN

1 inextirpabilitate, ineradicabilitate, indestructibilitate


onuitspreekbaar BN

1 (niet uit te spreken) impronunciabile, inarticulabile
de Engelse "th" is voor velen -- = le "th" anglese es impronunciabile pro multes
2 (niet te vertellen) inexprimibile, indicibile, ineffabile
--e droefheid = tristessa inexprimibile/indicibile/ineffabile


onuitsprekelijk BN

1 indicibile, ineffabile, inexprimibile, indescriptibile
--e vreugde = gaudio/joia indicibile/ineffabile/inexprimibile
-- geluk = felicitate indicibile


onuitsprekelijkheid ZN

1 ineffabilitate, indescriptibilitate
-- van een gevoel = ineffabilitate de un sentimento


onuitstaanbaar BN

1 insupportabile, intenibile, insuffribile, intolerabile, detestabile
-- lelijk = multo fede
zijn gedrag is -- = su conducta/comportamento nos es supportabile


onuitstaanbaarheid ZN

1 insupportabilitate, intolerabilitate, insuffribilitate


onuitstelbaar BN

1 que on non pote differer/procrastinar


onuitvoerbaar BN

1 inexecutabile, irrealisabile, impracticabile, infacibile, non facibile, ineffectuabile, inapplicabile
-- plan = projecto/plano inexecutabile/irrealisabile/impracticabile/irrealisabile/ineffectuabile
-- besluit = decision irrealisabile


onuitvoerbaarheid ZN

1 impracticabilitate, infacibilitate, irrealisabilitate, ineffectuabilitate, inapplicabilitate
-- van een plan = ineffectuabilitate de un projecto


onuitvorsbaar BN

1 inscrutabile


onuitvorsbaarheid ZN

1 inscrutabilitate


onuitwiedbaar BN

1 inextirpabile


onuitwijkbaar BN

1 inevitabile


onuitwisbaar BN

1 indelibile, incancellabile
--e indruk = impression indelibile/incancellabile
--e inkt = tinta indelibile
--e schande = dishonor indelibile
dit is -- in zijn geheugen gegrift/geprent = isto ha essite gravate pro sempre/semper in su memoria


onuitwisbaarheid ZN

1 indelibilitate


onvaderlands BN

1 non national
2 Zie: onvaderlandslievend


onvaderlandslievend BN

1 antinational, antipatriotic
--e man = antipatriota
men verweet hem zijn -- gedrag = on le reprochava {sj} su comportamento/conducta antipatriotic
--e houding/opvatting = antipatriotismo


onvast BN

1 (wankel) instabile, inconstante
2 (licht, van slaap) legier
--e slaap = somno legier
3 (onzeker) hesitante, incerte, cambiante, vacillante
--e schreden = passos hesitante/incerte/vacillante
-- handschrift = scriptura incerte
--e stem = voce incerte
4 (week) inconsistente, pauco/poco solide


onvastheid ZN

1 (het wankelen) instabilitate, disequilibrio
2 (lichtheid) legieressa
-- van de slaap = legieressa del somno
3 (weekheid) inconsistentia, manco/mancantia de soliditate
4 (wankelmoedigheid) inconstantia


onvatbaar BN

1 (immuun) immun
-- voor besmetting = immun al contagion
-- maken = immunisar
het -- maken = immunisation
2 (niet ontvankelijk) insensibile, non susceptibile, insusceptibile


onvatbaarheid ZN

1 (mbt besmetting) immunitate
2 (het niet-ontvankelijk zijn) insensibilitate, insusceptibilitate


onvatbaarmaking ZN

1 immunisation


onveerkrachtig BN

1 inelastic, sin elasticitate, sin resilientia


onveerkrachtigheid ZN

1 inelasticitate, manco/mancantia de elasticitate/de resilientia


onveilig BN

1 insecur, pauco/poco secur, (gevaarlijk) periculose
--e buurt = quartiero periculose
-- gebied = zona de insecuritate
zich -- voelen = sentir se insecur
dieven maakten de wegen -- = le robatores infestava le camminos


onveiligheid ZN

1 mancantia de securitate, insecuritate, periculo
gevoel van = sentimento/sensation de insecuritate/periculo


onveranderbaar BN

1 incambiabile, immodificabile, inalterabile, immutabile, invariabile, definitive, (niet terug te draaien) irreversibile


onveranderbaarheid ZN

1 immodificabilitate, inalteribilitate, immutabilitate, invariabilitate


onveranderd BN

1 invariate, incambiate, inalterate, immutate, sin alteration, stationari
-- laten = lassar in le mesme stato
het -- blijven = stationaritate


onveranderlijk BN

1 invariabile, immutabile, immodificabile, inalterabile, incambiabile, fixe, constante
--e wetten van de natuur = leges invariabile/immutabile del natura
(WISK) --e grootheid = quantitate invariabile, constante
het weer bleef -- mooi = le tempore remaneva/restava invariabilemente belle
2 (niet te hervormen) irreformabile


onveranderlijkheid ZN

1 invariabilitate, invariantia, fixitate, constantia, immutabilitate, inalterabilitate, immodificabilitate
-- van de wetten = invariabilitate del leges
(BIOL) -- van de soorten = fixitate del species


onverantwoord BN

1 non justificate, injustificate, injustificabile, inadmissibile


onverantwoordelijk BN

1 (niet te verantwoorden) irresponsabile
-- hard rijden = conducer con un velocitate irresponsabile
2 (niet te verdedigen) injustificabile, inexcusabile


onverantwoordelijkheid ZN

1 (van personen) irresponsabilitate
2 (onvergefelijkheid) inexcusabilitate


onverbasterd BN

1 non degenerate


onverbeterbaar BN

1 (onherstelbaar) irreparabile, irremediabile
2 (mbt personen) incorrigibile


onverbeterd BN

1 non corrigite, sin correctiones


onverbeterlijk BN

1 (niet voor verbetering vatbaar) incorrigibile, incurabile, inveterate, (karakter) impenitente
--e optimist = optimista incorrigibile
--e zondaar = peccator incorrigibile
--e leugenaar = mentitor incorrigibile
--e dronkaard/alcoholist = bibitor/bibulo/bibon/alcoholico incorrigibile/inveterate/incurabile
-- losbol = libertino incorrigibile
2 (niet overtroffen kunnende worden) inimitabile
3 (onherstelbaar) irreparabile, irremediabile
-- kwaad = mal irremediabile
4 (voortreffelijk) perfecte, insuperabile, magnific, excellente


onverbeterlijkheid ZN

1 incorrigibilitate
2 (volmaaktheid) perfection


onverbiddelijk BN

1 implacabile, inclemente, inexorabile, inflexibile, rigide, rigorose, dur
--e logica = logica implacabile/inflexibile
--e wil = voluntate inflexibile
-- lot = sorte implacabile
--e rechter = judice inclemente/inexorabile
daarin is hij -- = in illo ille es implacabile
-- streng = implacabilemente/inexorabilemente sever
zich -- tonen = monstrar se inexorabile
2 (onvermijdelijk) inevitabile, indispensabile, ineluctabile
en daarop volgt dan -- dezelfde reactie = e a illo seque inevitabilemente le mesme reaction


onverbiddelijkheid ZN

1 implacabilitate, inclementia, inexorabilitate, inflexibilitate, rigiditate, rigor, categoricitate, (onvermijdelijkheid) ineluctabilitate


onverbindend BN

1 non obligatori, non coercitive


onverbloemd BN

1 (oprecht) sincer, franc
--e deugden = virtutes sincer
2 (niet te mooi voorgesteld) non imbellite, crude, nude
de --e werkelijkheid = le realitate non imbellite
iemand -- de waarheid zeggen = dicer a un persona le veritate crude e nude


onverbogen BN

1 (TAAL) non declinate, sin flexion, invariabile
2 (niet van vorm veranderd) non curvate


onverborgen BN

1 manifeste


onverbrandbaar ZN

1 incombustibilitate


onverbrandbaarheid ZN

1 incombustibilitate


onverbreekbaar BN

1 Zie: onverbrekelijk


onverbreekbaarheid ZN

1 Zie: onverbrekelijkheid


onverbrekelijk BN

1 irrumpibile, infrangibile, indissolubile, indissociabile, indivisibile, inseparabile
--e boeien = catenas irrumpibile
--e banden = ligamines/vinculos indissolubile
-- deel uitmaken van = esser parte integrante de
-- verbonden zijn met = esser inseparabilemente unite a


onverbrekelijkheid ZN

1 irrumpibilitate, infrangibilitate, indissolubilitate, indivisibilitate


onverbuigbaar BN

1 (TAAL) indeclinabile, sin flexion, invariabile
-- bijvoeglijk naamwoord = adjectivo indeclinabile


onverbuigbaarheid ZN

1 (TAAL) indeclinabilitate


onverdaagbaar BN

1 non prorogabile


onverdacht BN

1 non suspecte, non suspectate, insuspectate, (betrouwbaar) digne de fide, certe
van --e zijde hoorde ik het = un fonte digne de fide me lo ha dicite


onverdedigbaar BN

1 indefendibile, indefensibile, (MIL ook) intenibile
--e vesting = fortalessa indefendibile
2 (niet te rechtvaardigen) indefendibile, indefensibile, injustificabile, inexcusabile
--e maatregel = mesura injustificabile


onverdedigbaarheid ZN

1 indefensibilitate


onverdedigd BN

1 indefense, sin defensa
een frontsector -- laten = lassar indefense un sector del fronte


onverdeelbaar BN

1 indivisibile


onverdeelbaarheid ZN

1 indivisibilitate


onverdeeld BN

1 (niet verdeeld) indivise
--e nalatenschap = hereditage indivise
2 (volledig) integre, integral, total, complete
met --e aandacht = con attention total
3 (eenstemmig) unanime


onverdeeldheid ZN

1 indivision


onverdelgbaar BN

1 indestructibile, inextirpabile


onverdelgbaarheid ZN

1 indestructibilitate


onverdiend BN

1 immeritate, injuste
--e lof = laude immeritate
--e straf = punition immeritate


onverdienstelijk BN

1 sin merito, pauco/poco meritori
niet -- = non disproviste/private de meritos/qualitates
hij is geen -- schaatsenrijder = ille es un patinator bastante bon


onverdienstelijkheid ZN

1 manco/mancantia de merito


onverdorven BN

1 incorrupte, pur, innocente, sin corruption


onverdorvenheid ZN

1 incorruption, innocentia, puressa


onverdraagbaar BN

1 non transportabile, intransportabile
2 Zie: onverdraaglijk


onverdraaglijk BN

1 insupportabile, intolerabile, insuffribile
het was -- heet = il faceva un calor insupportabile


onverdraaglijkheid ZN

1 character insupportabile, intolerabilitate


onverdraagzaam BN

1 intolerante
--e geest = spirito intolerante


onverdraagzaamheid ZN

1 intolerantia
godsdienstige -- = intolerantia religiose
ideologische -- = intolerantia ideologic


onverdroten BN

1 imperturbabile, perseverante, assidue, infatigabile, obstinate
-- arbeid = travalio obstinate
met -- ijver = con zelo/diligentia perseverante/assidue/infatigabile


onverdrotenheid ZN

1 assiduitate


onverdund BN

1 non diluite, indiluite, pur, (geconcentreerd) concentrate
-- mengsel = mixtura indiluite/concentrate


onvereffenbaar BN

1 non compensabile


onvereffend BN

1 non pagate


onverenigbaar BN

1 (niet met elkaar te verenigen) incompatibile, inconciliabile
--e ambten = functiones incompatibile
--e principes = principios inconciliabile
het priesterschap is -- met het huwelijk = le sacerdotio es inconciliabile con le matrimonio/maritage
de verklaringen waren -- = le declarationes esseva incompatibile, un declaration excludeva le altere
2 (niet passend) incongrue, incongruente


onverenigbaarheid ZN

1 incompatibilitate, inconciliabilitate
-- van functies = incompatibilitate de functiones
-- van karakters = incompatibilitate de characteres
-- van principes = inconciliabilitate de principios
-- van geneesmiddelen = incompatibilitate pharmacologic
2 incongruitate


onverflauwd BN

1 constante, assidue
met --e ijver zette hij zijn studies voort = con zelo/diligentia assidue ille continuava su studios


onvergankelijk BN

1 (niet voorbijgaand) non passager, imperibile, incorruptibile, indefectibile, immortal, durabile, perdurabile
--e roem verlenen = immortalisar
2 (niet vergaand) imperibile, incorrectibile, indefectibile, indestructibile
-- metaal = metallo indestructibile


onvergankelijkheid ZN

1 (het niet voorbijgaan) character imperibile, incorruptibilitate, immortalitate, durabilitate, indefectibilitate
2 (het niet vergaan) character imperibile, incorruptibilitate, indestructibilitate, indefectibilitate


onvergeeflijk BN

1 impardonabile, inexcusabile, irremissibile, inexpiabile
--e fout = error/falta impardonabile/inexcusabile/irremissibile
-- misdaad = crimine inexpiabile


onvergeeflijkheid ZN

1 character impardonabile/inexcusabile, impardonabilitate, irremissibilitate
-- van een schuld = irremissibilitate de un culpa


onvergelijkbaar BN

1 non comparabile, incomparabile, sin par, sin equal, unic, inimitabile
twee --e situaties = duo situationes non comparabile
2
(WISK) --e grootheden = quantitates incommensurabile


onvergelijkbaarheid ZN

1 incomparabilitate, inimitabilitate


onvergelijkelijk BN

1 Zie: onvergelijkbaar


onvergelijkelijkheid ZN

1 Zie: onvergelijkbaarheid


onvergetelijk BN

1 inoblidabile, memorabile
zij was -- mooi = su beltate esseva inoblidabile


onvergeven BN

1 que on non ha pardonate


onvergezeld BN

1 sol, sin accompaniamento


onverglaasd BN

1 non smaltate
-- aardewerk = ceramica non smaltate


onvergolden BN

1 sin recompensa
-- diensten = servicios sin recompensa


onverhaalbaar BN

1 irrecuperabile, irrecovrabile


onverhandelbaar BN

1 non negotiabile, non commerciabile, incommerciabile


onverhard BN

1 non pavite, non pavimentate, sin pavimento, non asphaltate
--e weg = cammino de terra


onverheeld BN

1 non dissimulate


onverhinderd WW

1 Zie: onbelemmerd


onverhoedbaar BN

1 inevitabile


onverhoedbaarheid ZN

1 inevitabilitate


onverhoeds BN

1 impreviste, inopinate, brusc, subite
zijn vijand -- aanvallen = attaccar su inimico per surprisa, surprender le inimico


onverholen BN

1 (openlijk) non disguisate, non dissimulate, franc, sincer, aperte, manifeste
een min of meer -- gemeenheid = un bassessa a pena disguisate
-- bewondering = admiration non dissimulate
-- vreugde = placer visibile
-- zijn afkeer te kennen geven = manifestar/monstrar su aversion apertemente/sin ambages


onverhoopt BN

1 insperate, non expectate, impreviste
-- genoegen = placer insperate
-- succes = successo insperate


onverhoord BN

1 non exaudite
-- gebed = precaria non exaudite
-- blijven = remaner/restar non exaudite


onverhypothekeerd BN

1 non gravate de hypotheca(s)


onverjaarbaar BN

1 imprescriptibile


onverjaarbaarheid ZN

1 imprescriptibilitate


onverkiesbaar BN

1 (niet verkozen kunnende worden) ineligibile
2 (niet verkozen zullende worden) sin chance {sj}/probabilitate/possibilitate de esser eligite


onverkiesbaarheid ZN

1 (onmogelijkheid) ineligibilitate
2 (onwaarschijnlijkheid) parve chance {sj} de esser eligite


onverkieslijk BN

1 indesi(de)rabile


onverklaarbaar BN

1 inexplicabile, inexplanabile, enigmatic, (onbegrijpelijk) incompre(he)nsibile
-- mysterie = mysterio inexplicabile
-- motief = motivo inexplicabile
zijn gedrag is volkomen -- = su comportamento/conducta es completemente inexplicabile


onverklaarbaarheid ZN

1 inexplicabilitate, incompre(he)nsibilitate, character enigmatic
de -- van zijn gedrag = le inexplicabilitate de su comportamento/conducta
2 (iets onverklaarbaars) cosa inexplicabile


onverklaard BN

1 inexplicate, sin explication, obscur, mysteriose
-- verschijnsel = phenomeno inexplicate


onverkleinbaar BN

1 (WISK) irreducibile, irreductibile


onverkleinbaarheid ZN

1 (WISK) irreducibilitate, irreductibilitate


onverkleind BN

1 non reducite, non miniaturisate


onverkleurbaar BN

1 non subjecte a discoloration, que non pote discolorar se


onverkocht BN

1 non vendite, invendite
--e goederen = merces/mercantias invendite


onverkoopbaar BN

1 invendibile, incommerciabile
-- e voorraad = stock (E) invendibile


onverkoopbaarheid ZN

1 invendibilitate
de -- van de voorraad = le invendibilitate del stock (E)


onverkort BN

1 (in zijn geheel) non abbreviate, integre, integral, in extenso (L)
een rede -- publiceren = publicar un discurso integremente/in extenso/in su totalitate
een --e film = un film (E) in version integral
--e rechten = derectos integre
2 (onaangetast) intacte, complete, integre
zijn eisen -- handhaven = insister in su exigentias, refusar de transiger, non facer concessiones
-- van toepassing zijn = esser plenmente applicabile


onverkrijgbaar BN

1 non acquiribile
--e boeken = libros non acquiribile


onverkwikkelijk BN

1 sordide, indecorose, (onaangenaam) disagradabile, pauco/poco agradabile
een --e geschiedenis = un historia enoiose


onverlaat ZN

1 malfactor, canalia, scelerato, villano


onverlet BN

1 (onbelemmerd) libere
2 (ongedeerd) san e salve, indemne


onverlet BW

1 liberemente, sin impedimentos, sin obstaculos


onverlicht BN

1 (niet verlicht) non exclarate, sin exclaramento, non illuminate, sin illumination
--e zaal = sala sin exclaramento/sin illumination
2 (FIG) obscurantista
de --e middeleeuwen = le obscurantismo medieval/del medievo


onverliesbaar BN

1 imperdibile
2 (THEOL, etc) inammissibile


onverliesbaarheid ZN

1 (THEOL, etc.) inammissibilitate


onvermeld BN

1 non mentionate, sin mention
iets -- laten = non facer mention de un cosa, non mentionar un cosa


onvermengbaar BN

1 non miscibile


onvermengd BN

1 non miscite, (zuiver) pur, (onverdund) indiluite


onvermijdbaar BN

1 Zie: onvermijdelijk


onvermijdelijk BN

1 inevitabile, ineluctabile, ineludibile, immancabile, inescappabile
--e consequentie = consequentia inevitabile/ineluctabile
een verdere verlaging van de subsidies is -- = un reduction ulterior del subsidios es inevitabile


onvermijdelijke ZN

1 inevitabile, ineluctabile, fatalitate
zich aan het -- onderwerpen = submitter se al ineluctabile
het -- van de dood = le fatalitate del morte


onvermijdelijkheid ZN

1 inevitabilitate, ineluctabilitate, ineludibilitate, inescappabilitate, fatalitate
-- van de dood = ineluctabilitate del morte


onverminderd BN

1 intacte, integre, constante
met --e belangstelling = con un interesse constante
dat geldt -- = isto resta valide


onverminderd VZ

1 sin prejudicio de, salvo
-- zijn recht op = sin prejudicio de su derecto a
-- het bepaalde in artikel 10 = salvo lo stipulate in le articulo 10


onverminkt BN

1 non mutilate
het telegram is niet -- overgekomen = le telegramma non ha arrivate sin mutilation


onvermoed BN

1 impreviste, insperate, non expectate, (niet gedacht) impensate
--e tegenstand = resistentia non expectate


onvermoeibaar BN

1 infatigabile
--e werker = laborator infatigabile
met --e ijver studeren = studiar/studer con un zelo infatigabile


onvermoeibaarheid ZN

1 infatigabilitate


onvermoeid BN

1 infatigate
een -- tegenstander = un adversario infatigate


onvermogen ZN

1 (onmacht) incapacitate, impotentia
zichzelf een brevet van -- geven = monstrar su proprie incapacitate
2 (tot betalen) insolventia
in staat van -- = insolvente
bewijs van -- = certificato de indigentia/de povressa


onvermogend BN

1 (onmachtig) impotente, incapace
2 (behoeftig) indigente, povre, paupere, necessitose
3 (HAND) insolvente


onvermogende ZN

1 povre, paupere


onvermurwbaar BN

1 Zie: onverbiddelijk


onvermurwbaarheid ZN

1 Zie: onverbiddelijkheid


onvernielbaar BN

1 indestructibile


onvernielbaarheid ZN

1 indestructibilitate


onvernietigbaar BN

1 indestructibile


onvernietigbaarheid ZN

1 indestructibilitate


onverpacht BN

1 non arrentate


onverpakt BN

1 non imballate, non impaccate, non impacchettate


onverplicht BN

1 libere, voluntari(e), optional, non obligatori, facultative


onverpoosd BN

1 assidue, ininterrumpite
--e arbeid = labor/travalio assidue
--e studies = studios ininterrumpite


onverrekend BN

1 non jam pagate


onverricht BN

1 non executate
--er zake = vanmente, infructuosemente, sin resultato
--er zake terugkeren = retornar con le manos vacue, retornar como on ha venite


onversaagd BN

1 temerari, temere, audace, audaciose, hardite, impavide, intrepide, valente, valorose


onversaagdheid ZN

1 temeritate, audacia, audacitate, harditessa, intrepeditate, valentia, valor


onverschillig BN

1 (geen verschil uitmakend) indifferente, equal
dat is mij -- = isto me es indifferente/equal
-- evenwicht = equilibrio indifferente
2 (met weinig belangstelling) indifferente, disinteressate, non interessate, incuriose
-- zijn voor kritiek = esser indifferente al criticas
er -- tegenover staan = remaner indifferente a
--e kerel = typo indifferente


onverschillig VZ

1 sin reguardo de


onverschilligheid ZN

1 indifferentia, (gebrek aan belangstelling OOK) incuriositate
doffe -- = surde indifferentia
-- voorwenden = finger indifferentia
2 (POL, REL) indifferentismo
godsdienstige -- = indifferentismo religiose


onverschoonbaar BN

1 Zie: onvergeeflijk


onverschoonbaarheid ZN

1 Zie: onvergeeflijkheid


onverschrokken BN

1 Zie: onversaagd


onverschrokkenheid ZN

1 Zie: onversaagdheid


onversierd BN

1 non ornate, sin ornamento(s)
--e zalen = salas sin ornamentos


onverslaanbaar BN

1 imbattibile


onverslijtbaar WW

1 indestructibile, multo resistente, durabile


onverslijtbaarheid ZN

1 indestructibilitate, durabilitate


onverslijtelijk BN

1 Zie: onverslijtbaar


onversmeltbaar BN

1 infusibile


onversneden BN

1 pur, non diluite
-- wijn = vino pur


onversperd BN

1 non barricadate


onversplinterbaar BN

1
-- glas = vitro de securitate


onverstaanbaar BN

1 incompre(he)nsibile, inintelligibile, (zacht sprekend) inaudibile
--e klanken uitstoten/uitbrengen = emitter/proferer/producer sonos inintelligibile
-- gemompel = murmures inintelligibile


onverstaanbaarheid ZN

1 incompre(he)nsibilitate, inintelligibilitate
-- van het gemompel = inintelligibilitate del murmures


onverstand ZN

1 (domheid) stupiditate, imbecillitate
2 (dwaasheid) absurditate
3 (dwaas persoon) imbecille, cretino, idiota


onverstandig BN

1 (niet verstandig) inintelligente, contrari al ration, irrationabile, injudiciose
2 (dom) stupide, folle, imbecille


onverstandigheid ZN

1 (het niet verstandig zijn) manco/mancantia de intelligentia, inintelligentia
2 (iets onverstandigs/doms) stupiditate, imbecillitate


onverstoorbaar BN

1 impassibile, imperturbabile, indisturbabile, equanime, placide, inalterabile, phlegmatic, stoic
--e examinator = examinator impassibile
-- antwoord = responsa phlegmatic
met --e kalmte werkte hij door = con calma/tranquillitate imperturbabile/inalterabile ille continuava su labor/travalio
-- zijn = haber un phlegma imperturbabile


onverstoorbaarheid ZN

1 impassibilitate, equanimitate, imperturbabilitate, indisturbabilitate, phlegma, placiditate, stoicismo, inalterabilitate


onverstoord BN

1 tranquille, indisturbate
-- geluk = felicitate indisturbate


onvertaalbaar BN

1 intraducibile
--e dichter = poeta intraducibile
--e uitdrukking = expression intraducibile


onvertaalbaarheid ZN

1 intraducibilitate
-- van een uitdrukking = intraducibilitate de un expression


onvertaald BN

1 non traducite
dit boek is -- = on non jam ha traducite iste libro


onvertakt BN

1 non ramificate
--e stam = trunco non ramificate


onverteerbaar BN

1 non digeribile, indigeribile, indigestibile, indigeste
2 (FIG) (niet om door te komen) indisgeste


onverteerbaarheid ZN

1 indigeribilitate, indigestibilitate


onverteerd BN

1 non digerite


onvertind BN

1 non stannate


onvertogen BN

1 indecente, inconveniente, incorrecte
-- woord = parola indecente


onvertraagd BN

1 non relentate, non retardate, sin retardo


onvertroebeld BN

1 sin turbiditate, clar


onvervaard BN

1 Zie: onversaagd


onvervaardheid ZN

1 Zie: onversaagdheid


onvervalsbaar BN

1 infalsificabile


onvervalst BN

1 genuin, authentic, pur
in -- dialect = in dialecto genuin/pur


onvervalstheid ZN

1 genuinitate, authenticitate, puritate, puressa


onvervangbaar BN

1 irreimplaciabile, insubstituibile
elk moment van ons leven is -- (André Gide) = cata instante de nostre vita es irreimplaciabile
--e medewerker = collaborator irreimplaciabile/insubst