Wikia

Interlingua Wiki

Nederlandese-Interlingua/t

Discussion0
9 804paginas in
iste wiki

< Nederlandese-Interlingua

t/m

1
(Afk.: tot en met) = a/usque a ... inclusive/incluse
-- 31 mei = usque al 30 de maio


Taag ZN EIGN

1 Tago


taai BN

1 (mbt vaste stoffen/voorwerpen) dur, tenace, (leerachtig) coriacee
-- vlees = carne coriacee/dur
--e noga = nougat (F) dur
2 (dik vloeibaar) spisse, viscose, glutinose, tenace
--e olie = oleo spisse
-- slijm = phlegma viscose
3 (met veel uithoudingsvermogen) tenace, obstinate, perseverante, persistente, dur
-- volk = populo tenace/dur
--e volharding = persistentia tenace/obstinate, tenacitate
--e wil = voluntate ferree
-- vooroordeel = prejudicio que ha un vita dur
een --e rakker = un typo tenace
het --e gestel van deze man = le condition ferree de iste homine
zich -- houden = non ceder
4 (vervelend) enoiose, tediose, indigeste
-- boek = libro enoiose/tediose
5
een ouwe --e = un vetulo forte e resistente


taaiheid ZN

1 (mbt vaste stoffen/voorwerpen) duressa, tenacitate, resistentia, (van metaal) ductilitate
-- van een metaal = tenacitate/ductilitate de un metallo
-- van een verflaag = tenacitate de un strato de color
2 (het dik-vloeibaar zijn) spissor, viscositate, glutinositate, tenacitate
3 (het hebben van uithoudingsvermogen) tenacitate, resistentia, perseverantia, perseveration
-- van een traditie = tenacitate de un tradition
4 (het vervelend zijn) tediositate
-- van een boek = tediositate de un libro


taaipop ZN

1 bonhomo de pan de specie


taaislijmziekte ZN

1 fibrose (-osis) cystic


taaitaai ZN

1 pan de specie


taaitaaipop ZN

1 Zie: taaipop


taaivloeibaar BN

1 Zie: dikvloeibaar


taak ZN

1 carga, function, (belangrijke taak) mission, (plicht) deber, (verantwoordelijkheid) responsabilitate
moeilijke -- = carga ardue/difficile
zich tot -- stellen om = imponer se le carga de, incargar se de (facer)
een -- uitvoeren = exequer/executar un carga
de --en verdelen = distribuer/repartir le travalio/labor
iemand met een -- belasten = cargar un persona (de un labor)
een -- op zich nemen = assumer un carga, cargar se de un cosa
een -- van iemand overnemen = assumer le carga de un persona, discargar un persona
iets als zijn -- beschouwen = considerar un cosa como su deber
het is de -- van de regering de nodige maatregelen te nemen = il es le responsabilitate del governamento de prender le mesuras necessari
het is niet mijn -- dat op te lossen = il non es mi incumbentia solver isto
een -- voor natuurkunde = un travalio/labor de physica


taakafbakening ZN

1 delineation/demarcation del travalios/labores/del responsabilitates


taakanalist ZN

1 analysta de functiones/de cargas/de labores/de travalios


taakanalyse ZN

1 analyse (-ysis) del functiones/del cargas/del travalios/labores


taakloon ZN

1 salario pro le travalio/labor facite


taakomschrijving ZN

1 description del function/del carga/del travalios/del labores, profilo del function


taakopvatting ZN

1 interpretation/conception de su carga/deberes/responsabilitates


taakstelling ZN

1 facto de assignar un carga


taakverdeling ZN

1 repartition/division del cargas/travalios/labores, organisation del travalio/labor
-- tussen mens en machine = division de labor inter le homine e le machina


taakverruiming ZN

1 extension/ampliation del cargas/deberes/responsabilitates/travalios/labores


taakverschuiving ZN

1 alteration/cambio del cargas/deberes/responsabilitates/travalios/labores


taakvervulling ZN

1 cargas a complir


taal ZN

1 lingua
vreemde -- = lingua estranier
klassieke -- = lingua classic
moderne -- = lingua moderne
dode -- = lingua morte
levende -- = lingua vivente/vive
geschreven -- = lingua scripte
gesproken -- = lingua parlate/oral
analytische -- = lingua analytic
synthetische -- = lingua synthetic
agglutinerende -- = lingua agglutinante
schriftloze -- = lingua analphabetic
internationale -- = lingua international
universele -- = lingua universal
oosterse -- = lingua oriental
Nederlandse -- = lingua nederlandese
Engelse -- = lingua anglese
Keltische -- = lingua celtic
Scandinavische --en = linguas scandinave
creoolse --en = linguas creol
Indo-Europese --en = linguas indoeuropee
Germaanse --en = linguas germanic
Kaukasische --en = linguas caucasian
Slavische --en = linguas slave
inheemse -- = lingua indigena
gewestelijke -- = lingua regional, dialecto
aanleg voor --en = dono pro le/de linguas
een -- kennen = saper un lingua
een -- spreken = parlar un lingua
dezelfde -- spreken = parlar le mesme lingua
een -- beheersen = dominar/posseder/maestrar un lingua
in twee --en = bilingue
in drie --en = trilingue
in alle --en zwijgen = esser completemente silente, esser un sepulcro
2 (taalgebruik) linguage, parolas
gewone -- = linguage currente/familiar/usual/commun/quotidian
beeldende -- = linguage expressive
technische -- = linguage technic
bloemrijke -- = linguage floride
godslasterlijke -- = parolas impie
verstandige -- = linguage rationabile
ruwe -- = linguage vulgar/grossier
duidelijke -- spreken = parlar claro
3 (communicatiesysteem) linguage
-- der bloemen = linguage del flores
-- der liefde = linguage del amor
-- van de hartstocht = linguage del passion
-- der ogen = linguage del oculos
-- van het lichaam = linguage del corpore
-- der bijen = linguage del apes
-- der vogels = linguage del aves
de cijfers spreken een duidelijke -- = le cifras es multo clar
-- noch teken geven = non dar signos/signales de vita


taalachterstand ZN

1 retardo/arretrato/lacunas linguistic


taalakte ZN

1 diploma/certificato de inseniamento de un lingua


taalanalyse ZN

1 analyse (-ysis) del lingua


taalarm BN

1 cuje linguage es povre/paupere, de linguage povre/paupere


taalarmoede ZN

1 deficientia linguistic


taalatlas ZN

1 atlas/mappa linguistic


taalbarrière ZN

1 barriera linguistic


taalbederf ZN

1 deterioration/corruption del linguage


taalbederver ZN

1 corruptor del linguage


taalbeeld ZN

1 aspecto del lingua


taalbegrip ZN

1 (opvatting van taal) concepto/notion philologic/linguistic/del lingua
2 (taalinzicht) idea de grammatica


taalbeheersing ZN

1 (taalvaardigheid) maestria de un lingua, facilitate de expresssion, cognoscentias/cognoscimentos linguistic
2 (vakgebied) dominio del lingua, dominio del medios expressive, linguistica applicate


taalbeoefenaar ZN

1 philologo


taalbeoefening ZN

1 philologia


taalbeschouwing ZN

1 reflexion super le lingua


taalbeschrijving ZN

1 description linguistic/del lingua(s)


taalbestand ZN

1 vocabulario


taalbeweging ZN

1 movimento linguistic


taalbewustzijn ZN

1 conscientia linguistic


taalboek ZN

1 manual de lingua


taalcompensatie ZN

1 compensation linguistic


taalcompetentie ZN

1 competentia linguistic


taalcongres ZN

1 congresso philologic/linguistic/de linguistas/de linguistica


taalconsulent ZN

1 consiliero linguistic


taalcursus ZN

1 curso de lingua


taaldeel ZN

1 parte del oration


taaldiploma ZN

1 diploma de lingua


taaldomein ZN

1 campo linguistic


taaleenheid ZN

1 unitate linguistic/de(l) lingua


taaleigen ZN

1 idioma, usos idiomatic
het Nederlandse -- = le idioma nederlandese


taaleigenaardigheid ZN

1 idiotismo
Engelse -- = anglicismo
Franse -- = gallicismo
Duitse -- = germanismo


taaleiland ZN

1 insula linguistic


taalelement ZN

1 elemento linguistic


taalervaring ZN

1 experientia linguistic


taalevolutie ZN

1 evolution linguistic


taalexamen ZN

1 examine de lingua


taalexpansie ZN

1 expansion linguistic


taalfactor ZN

1 factor linguistic


taalfamilie ZN

1 familia linguistic/de linguas


taalfilosofie ZN

1 philosophia linguistic/del lingua/del linguage


taalfout ZN

1 error/falta linguistic/de linguage, (grammaticaal) error/falta de grammatica


taalfunctie ZN

1 function linguistic


taalgebied ZN

1 (streek) region/territorio linguistic
het Franse -- = le region/paises francophone, le francophonia
2 (alles mbt de taal) dominio/campo linguistic/del lingua/del linguistica
op -- = in linguistica
de nieuwe opvattingen op -- = le nove conceptiones linguistic
op -- munt hij niet uit = ille non excella in linguas, ille non es multo bon in linguas


taalgebonden BN

1 (door een bepaalde taal) specific pro un lingua
2 (door het verschijnsel taal) determinate linguisticamente


taalgebrek ZN

1 defecto de linguage


taalgebruik ZN

1 uso/usage linguistic/de lingua, linguage
correct -- = usage linguistic correcte
verkeerd -- = usage linguistic incorrecte/erronee
schriftelijk -- = linguage scripte
mondeling -- = linguage oral/parlate
gemeenzaam -- = linguage colloquial/familiar/popular/informal
grof/ruw -- = linguage grossier/vulgar
technisch -- = linguage technic
figuurlijk -- = linguage figurate/metaphoric
dichterlijk/poëtisch -- = linguage poetic
administratief -- = linguage/phraseologia administrative
expressief -- = linguage expressive
discursief -- = linguage discursive
wetenschappelijk -- = linguage/phraseologia scientific
hedendaags -- = linguage contemporanee
exuberant -- = linguage exuberante
hij heeft zijn -- bijgeschaafd = ille ha polite su linguage


taalgebruiker ZN

1 usator del lingua


taalgedrag ZN

1 comportamento linguistic


taalgeleerde ZN

1 linguista


taalgemeenschap ZN

1 communitate linguistic


taalgeografie ZN

1 geographia linguistic


taalgeschiedenis ZN

1 historia linguistic/del lingua, linguistica historic


taalgeslacht ZN

1 genere grammatical


taalgevoel ZN

1 intuition/instincto/sentimento/sensibilitate/conscientia linguistic, sentimento/senso del lingua


taalgevoeligheid ZN

1 Zie: taalgevoel


taalgezag ZN

1 autoritate linguistic


taalgids ZN

1 guida/manual de conversation


taalgoed ZN

1 tresor linguistic


taalgrens ZN

1 frontiera linguistic


taalgroep ZN

1 (mensen) gruppo linguistic
2 (talen) gruppo/familia de linguas


taalhandeling ZN

1 acto de linguage


taalhervormer ZN

1 reformator de un lingua


taalhervorming ZN

1 reforma de un lingua


taalhistorie ZN

1 Zie: taalgeschiedenis


taalhistorisch BN

1 linguohistoric


taalkaart ZN

1 mappa/carta linguistic


taalkenner ZN

1 philologo, linguista


taalkennis ZN

1 cognoscientias/cognoscimentos linguistic/de un lingua/de linguas
zijn -- uitbreiden = ampliar su cognoscentias/cognoscimentos linguistic


taalkern ZN

1 nucleo linguistic


taalkiezer ZN

1 selector de lingua


taalklank ZN

1 phonema


taalkunde ZN

1 linguistica, glottologia
descriptieve/beschrijvende -- = linguistica descriptive
synchronische -- = linguistica synchronic
diachronische -- = linguistica diachronic
normatieve -- = linguistica normative
toegepaste -- = linguistica applicate
vergelijkende -- = linguistica comparative
historische -- = linguistica historic
algemene -- = linguistica general
functionele -- = linguistica functional
generatieve -- = linguistica generative
structurele -- = linguistica structural
Nederlandse taal- en letterkunde = lingua e litteratura nederlandese, philologia nederlandese


taalkundig BN

1 linguistic, glottologic
--e ontleding = analyse (-ysis) grammatical/morphologic
-- ontleden = facer un analyse (-ysis) grammatical/morphologic
een -- toegelichte uitgave = un edition accompaniate de annotationes linguistic, edition annotate


taalkundige ZN

1 linguista, glottologo, glottologista
2 philologo
3 grammatico


taalkunstenaar ZN

1 artista/virtuoso del linguage


taalkwestie ZN

1 question linguistic


taalleraar ZN

1 professor de lingua(s)


taallerares ZN

1 professora de lingua(s)


taalles ZN

1 lection de lingua


taalmateriaal ZN

1 material linguistic


taalmeester ZN

1 Zie: taalleraar


taalmethode ZN

1 methodo de lingua


taalminderheid ZN

1 minoritate linguistic


taalmoeilijkheden ZN MV

1 difficultates linguistic


taalmonument ZN

1 monumento linguistic/de lingua


taalnieuwigheid ZN

1 innovation linguistic, neologismo


taalnorm ZN

1 norma linguistic


taalnuance ZN

1 nuance (F) linguistic/de linguage


taaloefening ZN

1 exercitio linguistic/de lingua/de grammatica


taalonderricht ZN

1 Zie: taalonderwijs


taalonderwijs ZN

1 inseniamento de linguas/de un lingua


taalonderzoek ZN

1 examine del lingua


taalontwikkeling ZN

1 (mbt de taal) Zie: taalevolutie
2 (mbt een persoon) disveloppamento linguistic


taalopvatting ZN

1 conception del linguage


taalparticularisme ZN

1 particularismo linguistic


taalperiode ZN

1 periodo del lingua


taalpolitiek ZN

1 politica linguistic


taalpolitiek BN

1 relative al politica linguistic


taalprobleem ZN

1 problema linguistic/del lingua


taalpsychologie ZN

1 psycholinguistica


taalpsychologisch BN

1 psycholinguistic


taalregel ZN

1 regula grammatical/de grammatica


taalregister ZN

1 registro del lingua


taalritme ZN

1 rhythmo de un/del lingua


taalschat ZN

1 tresor linguistic/de un lingua/del lingua, patrimonio lexical, lexico


taalschepping ZN

1 creation linguistic


taalschikking ZN

1 syntaxe (-axis)


taalschrift ZN

1 quaderno pro exercitios de grammatica


taalsociologie ZN

1 sociologia linguistic, sociolinguistica


taalsociologisch BN

1 sociolinguistic


taalsocioloog ZN

1 sociolinguista


taalstatuut ZN

1 (in België) statuto super le uso del linguas


taalstrijd ZN

1 rivalitate del linguas, antagonismo/querela/conflicto linguistic, lucta inter duo linguas
de -- in België = le conflicto linguistic in Belgio/Belgica


taalstudie ZN

1 (studie van één of meer talen) studio linguistic/de un lingua/de linguas
2 (studie van de taal als verschijnsel) linguistica


taalsysteem ZN

1 systema linguistic


taalteken ZN

1 signo linguistic


taaltheorie ZN

1 theoria del lingua


taaltypologie ZN

1 typologia linguistic


taaluiting ZN

1 manifestation/acto linguistic, enunciato


taalvaardigheid ZN

1 Zie: taalbeheersing


taalvariant ZN

1 variante linguistic


taalverandering ZN

1 cambio linguistic


taalverarming ZN

1 impovrimento del/de un lingua


taalverbastering ZN

1 barbarismo


taalveredeling ZN

1 innobilimento del/de un lingua


taalvergelijking ZN

1 linguistica comparative, philologia


taalvernieuwing ZN

1 neologia


taalverrijking ZN

1 inricchimento del/de un lingua


taalverschijnsel ZN

1 phenomeno linguistic


taalverschil ZN

1 differentia linguistic/de lingua(s)


taalvervuiling ZN

1 Zie: taalbederf


taalverwantschap ZN

1 parentato/affinitate linguistic/de linguas
typologische -- = affinitate linguistic typologic
genetische -- = affinitate linguistic genetic


taalverwerving ZN

1 acquisition linguistic/de un lingua


taalvirtuoos ZN

1 virtuoso de linguage


taalvorm ZN

1 forma linguistic/de linguage


taalvorser ZN

1 linguista


taalwet ZN

1 (vaste regel in een taal) lege linguistic/del grammatica/del syntaxe (-axis)
2 (wettelijk voorschrift in een land) lege linguistic


taalwetenschap ZN

1 linguistica, scientia del lingua/del linguage
algemene -- = linguistica general
vergelijkende -- = linguistica comparative
normative -- = linguistica normative
beschrijvende/descriptieve -- = linguistica descriptive
toegepaste -- = linguistica applicate
historische -- = linguistica historic
diacronische -- = linguistica diachronic
synchronische -- = linguistica synchronic
functionele -- = linguistica functional
generatieve -- = linguistica generative
structurele -- = linguistica structural


taalzuiveraar ZN

1 purista


taalzuiverheid ZN

1 puressa del lingua


taalzuivering ZN

1 epuration del lingua, purismo


taan ZN

1 tanno


taander ZN

1 tannator


taanderij ZN

1 tanneria


taanhuis ZN

1 Zie: taanderij


taanketel ZN

1 caldiera de tanno


taankleur ZN

1 color de tanno


taankleurig BN

1 de color de tanno, tannate


taankuip ZN

1 cupa a/de tanno


taart ZN

1 torta, pastissa, pastisseria
een -- bakken = facer un torta


taartblik ZN

1 modulo a/de torta


taartbodem ZN

1 fundo a/de torta


taartdeeg ZN

1 pasta a/de torta


taartenbakker ZN

1 pastissero


taartje ZN

1 torteletta, gateau (F), pastissa, pastisseria


taartjeswinkel ZN

1 pastisseria


taartschep ZN

1 paletta a/de torta


taartstolp ZN

1 campana a/de torta


taartvorkje ZN

1 furchetta a/de torta


taartvorm ZN

1 modulo/forma a/de torta


taats ZN

1 (spijker) clavo a testa/capite ronde/rotunde
2 (metalen punt) puncta de metallo
3 (tap van assen) pivot
4 (aanbeeld in een bankschroef) incude


tab ZN

1 tabulator
2 (uitstekend strookje) etiquetta {kè}


tabak ZN

1 tabaco
snuifje -- = prisa de tabaco
baal -- = balla de tabaco
veld met -- = campo de tabaco
-- roken = fumar tabaco
-- pruimen = masticar tabaco
een pijp -- = pipata de tabaco
(FIG) er -- van hebben = esser disgustate de un cosa


tabaksaccijns ZN

1 accisia/taxa super tabaco


tabaksafval ZN

1 residuos de tabaco


tabaksakker ZN

1 Zie: tabaksveld


tabaksareaal ZN

1 area/superficie de tabaco


tabaksaroma ZN

1 aroma de tabaco


tabaksartikelen ZN MV

1 articulos pro fumatores, productos de tabaco


tabaksas ZN

1 cinere de tabaco


tabaksbaal ZN

1 balla/sacco de tabaco


tabaksbeurs ZN

1 bursa de tabaco


tabaksbewerker ZN

1 tabachero


tabaksbewerking ZN

1 tractamento de tabaco


tabaksblad ZN

1 folio de tabaco


tabaksbloem ZN

1 flor de tabaco


tabaksbouw ZN

1 Zie: tabakscultuur-1


tabaksbouwer ZN

1 Zie: tabaksplanter


tabaksbranche ZN

1 branca/sector del tabaco


tabaksbuil ZN

1 bursa a/pro tabaco


tabakscultuur ZN

1 (het verbouwen) cultura/cultivation del tabaco, tabachicultura
2 (plantage) plantation de tabaco


tabaksdoos ZN

1 tabachiera


tabaksdrogerij ZN

1 siccatorio de tabaco


tabaksexport ZN

1 exportation de tabaco


tabaksexporteur ZN

1 exportator de tabaco


tabaksextract ZN

1 extracto de tabaco


tabaksfabricage ZN

1 fabrication de tabaco


tabaksfabriek ZN

1 fabrica de tabaco


tabaksfabrikant ZN

1 fabricante de tabaco


tabaksfermentatie ZN

1 fermentation del tabaco


tabaksfirma ZN

1 Zie: tabaksonderneming


tabakshandel ZN

1 commercio de tabaco


tabakshandelaar ZN

1 mercante/commerciante de tabaco


tabaksimport ZN

1 importation de tabaco


tabaksimporteur ZN

1 importator de tabaco


tabaksindustrie ZN

1 industria de tabaco


tabaksinvoer ZN

1 Zie: tabaksimport


tabakskauwer ZN

1 Zie: tabakspruimer


tabakskistje ZN

1 cassetta de tabaco


tabakskleur ZN

1 color de tabaco


tabakskleurig BN

1 de color de tabaco


tabakskweker ZN

1 tabachicultor


tabakskwekerij ZN

1 tabachicultura


tabaksland ZN

1 pais productor de tabaco
2 Zie: tabaksveld


tabakslucht ZN

1 odor de tabaco


tabaksmaatschappij ZN

1 compania de tabacos


tabaksmagnaat ZN

1 magnate de tabaco


tabaksmarkt ZN

1 mercato de tabaco


tabaksmonopolie ZN

1 monopolio de tabacos


tabaksnijverheid ZN

1 Zie: tabaksindustrie


tabaksonderneming ZN

1 interprisa/firma de tabaco


tabaksoogst ZN

1 recolta del tabaco


tabakspijp ZN

1 pipa (a/pro tabaco)


tabakspijp ZN

1 pipa


tabaksplant ZN

1 planta de tabaco, nicotiana


tabaksplantage ZN

1 plantation de tabaco


tabaksplanter ZN

1 plantator/cultivator de tabaco, tabachicultor


tabakspot ZN

1 potto a/de/pro tabaco


tabaksprijs ZN

1 precio del tabaco


tabaksprodukt ZN

1 producto de tabaco


tabaksproduktie ZN

1 production del tabaco


tabakspruim ZN

1 bolletta de tabaco (pro masticar)


tabakspruimer ZN

1 masticator de tabaco


tabaksroker ZN

1 fumator de tabaco


tabaksrook ZN

1 fumo de tabaco


tabakssap ZN

1 succo de tabaco


tabaksschuur ZN

1 siccatorio a/de tabaco


tabakssmaak ZN

1 gusto de tabaco


tabakssoort ZN

1 specie de tabaco


tabaksteelt ZN

1 cultura/cultivation de tabaco


tabaksteler ZN

1 Zie: tabakskweker


tabakstreek ZN

1 region del tabaco


tabaksuitvoer ZN

1 Zie: tabaksexport


tabaksveiling ZN

1 vendita public de tabaco


tabaksveld ZN

1 campo (plantate) de tabaco


tabaksverbouw ZN

1 Zie: tabaksteelt


tabaksverbouwer ZN

1 Zie: tabakskweker


tabaksverbruik ZN

1 consumo/consumption de tabaco


tabaksvergunning ZN

1 licentia pro vender tabaco/pro le vendita de tabaco


tabaksverkoop ZN

1 vendita de tabaco


tabaksverkoper ZN

1 venditor de tabaco, tabachero


tabakswalm ZN

1 fumo spisse de tabaco


tabakswater ZN

1 aqua de tabaco


tabakswinkel ZN

1 magazin de tabaco, tabacheria


tabakswinkelier ZN

1 tabachero


tabakszaad ZN

1 semine de tabaco


tabakszak ZN

1 bursa a/pro tabaco


tabbaard ZN

1 Zie: tabberd


tabberd ZN

1 (kledingstuk) cotta, toga, roba


tabee! TW

1 salute!


tabel ZN

1 tabella, tabula
alfabetische -- = tabella alphabetic
synoptische -- = tabella synoptic
wiskundige --len = tabulas mathematic
-- van prijswijzigingen = lista de nove precios


tabellarisch BN

1 tabular, tabulate
--e boeken = libros tabular
-- kasboek = libro de cassa tabular
-- rangschikken = tabular
het -- rangschikken = tabulation
-- ingericht = arrangiate in forma tabular/tabulate


tabellariseren WW

1 Zie: tabelleren


tabelleermachine ZN

1 machina a/de tabellar, tabulator


tabelleren WW

1 disponer in tabulas, tabular
het -- = tabulation


tabellering ZN

1 tabulation


tabelvorm ZN

1
in -- = in forma tabular


tabelvormig BN

1 (ook WISK) tabular


tabernakel ZN

1 (BIJBEL) tabernaculo
het feest der --en = le festa del tabernaculos
2 (kastje voor de hosties) tabernaculo


tabes (dorsalis) ZN

1 tabes (dorsal)


tabeslijder ZN

1 (MED) tabetico


tabijn ZN

1 tabi


tabijnen BN

1 de tabi


tablatuur ZN

1 tabulatura


tableau ZN

1 (schaal) tabuliero
2 (tafereel) tableau (F), scena
3 (lijst) lista


table d'hôte ZN

1 table d'hôte (F)


tablet ZN

1 (geperst blokje smaakstoffen) tabletta, cubo
2 (FARM) comprimito, pastilla, tabletta
--ten aspirine = comprimitos de aspirina
een --je innemen tegen de hoofdpijn = prender un comprimito contra le dolor/mal de testa/capite
3 (plak, reep) tabletta, barra
-- chocolade = tabletta/barra de chocolate {sj}


tablettenmachine ZN

1 machina a comprimitos


tabletvorm ZN

1 forma de tabletta
medicijnen in -- = medicinas/medicamentos in forma de tabletta


taboe ZN

1 tabu
het laatste -- = le ultime tabu, le tabu final
seksuele --s = tabus sexual
er rust een -- op = isto es tabu
-- verklaren = tabuisar
(het) -- verklaren = tabuisation
een -- schenden = violar/infringer un tabu
een -- doorbreken = levar/rumper un tabu


taboe BN

1 tabu
pornografie is -- = le pornographia es tabu
streng -- zijn = esser strictemente tabu
-- verklaren = declarar tabu


taboeret ZN

1 tabouret (F)


tabula rasa ZN

1 tabula rasa (L)


tabulator ZN

1 tabulator


tabulatorknop ZN

1 button de tabulator


tabulatortoets ZN

1 clave de tabulator


tabulatuur ZN

1 tabulatura


tabuleren WW

1 tabular


tacet ZN

1 tacet


tachisme ZN

1 tachismo


tachist ZN

1 tachista


tachistisch BN

1 tachista


tachistoscoop ZN

1 tachistoscopio


tachogenerator ZN

1 tachogenerator


tachograaf ZN

1 tachographo


tachometer ZN

1 tachometro


tachometerschijf ZN

1 disco de tachometro


tachtig

1 ZN, H TELW octanta
mijn grootmoeder is -- jaar = mi granmatre ha octanta annos
wij waren met zijn --en = nos esseva octanta


tachtiger ZN

1 (iemand van tachtig jaar) octogenario
2 (LIT) autor/scriptor del movimento de 1880


tachtigjarig BN

1 (tachtig jaar oud) octogenari, de octanta annos
een --e man = un octogenario, un homine de octanta annos
2 (tachtig jaar durend) de octanta annos
Tachtigjarige Oorlog = Guerra le Octanta Annos


tachtigjarige ZN

1 octogenario


tachtigste R TELW

1 octantesime, octogesime
het -- deel = le octantesime/octogesime parte, le octantesimo/le octogesimo


tachtigtal ZN

1 circa/approximativemente octanta


tachtigvoud ZN

1 (een veelvoud van tachtig) multiplo de octanta


tachtigvoud BW

1 octanta vices


tachtigvoudig BN

1 multiplicate per octanta


tachtigwerf BW

1 Zie: tachtigvoud


tachycardie ZN

1 tachycardia


tachygraaf ZN

1 (persoon) tachygrapho, stenographo, stenographista
2 (machine) tachygrapho, stenotypo


tachygrafie ZN

1 tachygraphia, stenographia


tachygrafisch BN

1 tachygraphic, stenographic


tachymeter ZN

1 tachymetro


tachymetrie ZN

1 tachymetria


tachymetrisch BN

1 tachymetric


tachyon ZN

1 tachyon


taciturniteit ZN

1 taciturnitate


tackelen WW

1 tacklar


tackle ZN

1 tackle (E)


taco ZN

1 (CUL) taco


tact ZN

1 tacto, discretion, delicatessa
-- bezitten om = haber le tacto/delicatessa de
iets met -- en beleid doen = ager con tacto e circumspection/discretion
iets met -- aanpakken = tractar un cosa con tacto


tacticus ZN

1 (tactvol iemand) persona con tacto, tactico, diplomate
2 (iemand die de tactiek goed toepast) tactico


tactiek ZN

1 (werkwijze om zijn doel te bereiken) tactica, strategia, politica
een -- volgen = sequer un tactica
dat is niet de juiste -- om zoiets te regelen = isto non es le bon tactica pro regular un tal cosa
van -- veranderen = cambiar/alterar/mutar de/su tactica
2 (SPORT) tactica, strategia
-- van een voetbalelftal = tactica de un equipa de football (E)
3 (gevechtsvoeringsleer) tactica


tactiel BN

1 tactile
--e indrukken = impressiones tactile


tactimpulsgever ZN

1 generator de rhythmo


tactisch BN

1 (van tactiek getuigend) tactic, diplomatic, politic
--e fout = error de tactica
--e zet = movimento tactic
--e overwegingen = considerationes tactic
-- te werk gaan = ager/proceder tacticamente/con tacto
2 (tot de tactiek behorend) tactic
3 (MIL) (met ondersteunende functie) tactic
--e luchtmacht = aviation tactic
-- atoomwapen = arma atomic/nuclear tactic
--e raket = missile tactic


tactloos BN

1 sin tacto, sin discretion, disproviste de tacto, indelicate, inelegante, grossier
--e opmerking = observation pauco/poco delicate
-- optreden = ager sin tacto, non monstrar tacto


tactloosheid ZN

1 indelicatessa, inelegantia, manco de tacto/de discretion/de delicatessa


tactueel BN

1 tactual


tactvol BN

1 plen de tacto/de delicatessa, discrete, delicate, diplomatic, judiciose
-- beleid = politica judiciose
-- te werk gaan = ager/proceder con tacto/con discretion


Tadzhikistan ZN EIGN

1 Tadzhikistan


taedium vitae ZN

1 taedium vitae (L)


tael ZN

1 tael


taf ZN

1 taffeta
gewaterd -- = tabi


tafefilie ZN

1 taphophilia


tafefobie ZN

1 taphophobia


tafel ZN

1 (meubel) tabula
marmeren -- = tabula de marmore
ronde -- = tabula ronde/rotunde/circular
vierkante -- = tabula quadrate
inklapbare -- = tabula plicante
-- in T-vorm = tabula in forma de T
rand van een -- = bordo/contorno de un tabula
aan -- gaan = seder se a tabula
aan -- zijn = esser a tabula
van -- opstaan = levar se de tabula, quitar le tabula
de -- dekken = poner le tabula
de -- afruimen = levar le tabula
(in een restaurant) een -- bespreken = reservar un tabula
de -- uittrekken/uitschuiven = allongar le tabula
iets ter -- brengen = poner/mitter un cosa super le tabula/le tapete/le tapis (F)
scheiding van -- en bed = separation de corpore e benes
er lagen verschillende voorstellen op -- = il habeva plure propositiones super le tabula
een voorstel van/onder de -- vegen = rejectar un proposition
2 (tabel, register) tabula, registro, tabella, lista
goniometrische -- = tabula goniometric
astronomische -- = tabula astronomic
-- van het kadaster = registro catastral/del catastro
-- van vermenigvuldiging = tabula de multiplication
-- van tien = tabula de dece
omrekenings-- = tabula de conversion
3 (dis) tabula, repasto
voor -- een borrel drinken = prender un aperitivo ante le repasto
men sprak er aan -- over = on ha parlate de isto a tabula
na -- een wandeling maken = facer un promenada post le repasto
bij hen kwamen er alle dagen aardappelen op -- = illes habeva patatas cata die
4 (personen om een tafel) tabula
besloten -- = tabula private
de -- bedienen = servir a tabula
een -- voor 6 personen reserveren = reservar un tabula pro sex personas
de hele -- lag krom van het lachen = tote le tabula se torqueva de rider
5 (plaat met inscriptie) tabula
Tafelen der wet = Tabulas del Lege
6 (avondmaalstafel) sancte tabula
tot de -- naderen = approximar se al sancte tabula


tafelaansteker ZN

1 accenditor de tabula


tafelappel ZN

1 pomo/malo de tabula


tafelbediening ZN

1 servicio de tabula


tafelbel ZN

1 campanetta de tabula


tafelberg ZN

1 montania del tabula


tafelbespreking ZN

1 Zie: tafelreservering


tafelbestek ZN

1 coperto


tafelbier ZN

1 bira de tabula


tafelbiljart(spel) ZN

1 biliardo de tabula


tafelblad ZN

1 plano de tabula


tafelboter ZN

1 butyro de tabula


tafelbuurman ZN

1 vicino de tabula


tafeldame ZN

1 vicina de tabula


tafeldans ZN

1 tabulas tornante


tafeldekken WW

1 poner le tabula


tafeldienen ZN

1 servicio de tabula


tafeldienen WW

1 servir le tabula


tafeldrank ZN

1 bibita/biberage de tabula


tafeldruif ZN

1 uva de tabula


tafelen WW

1 esser a(l) tabula (pro mangiar), dinar
lang -- = restar/remaner longe tempore a tabula


tafelgarnituur ZN

1 coperto


tafelgast ZN

1 conviva, convitato


tafelgebed ZN

1 (gebed voor het eten) benedicite


tafelgemeenschap ZN

1 communitate de tabula


tafelgenoegens ZN MV

1 placeres del tabula


tafelgenoot ZN

1 vicino de tabula, conviva, convitato, commensal


tafelgerecht ZN

1 platto


tafelgerei ZN

1 plattos (de tabula) e copertos


tafelgesprek ZN

1 conversation a/de tabula


tafelgezelschap ZN

1 tabula
het -- besprak de kabinetscrisis = le tabula discuteva le crise/crisis de cabinetto


tafelgoed ZN

1 lino de tabula


tafelgrill ZN

1 grillia de tabula


tafelheer ZN

1 vicino de tabula


tafelkleed ZN

1 tapete/tapis (F) de tabula, coperitabula


tafelklopperij ZN

1 (SPIRITISME) typtologia


tafelkomfoor ZN

1 calefaceplattos


tafellade ZN

1 tiratorio de tabula


tafellaken ZN

1 panno de tabula
te klein voor servet en te groot voor -- = ni infante ni adulto


tafellamp ZN

1 lampa de tabula


tafelland ZN

1 tabula, plateau (F), massivo tabular


tafellinnen ZN

1 Zie: tafelgoed


tafelmanieren ZN MV

1 modo de comportar se a(l) tabula, manieras de tabula, bon manieras
goede -- hebben = comportar se ben al tabula


tafelmatje ZN

1 subplatto


tafelmes ZN

1 cultello de tabula


tafelmuziek ZN

1 musica de tabula


tafelolie ZN

1 oleo de oliva de tabula


tafelolijf ZN

1 oliva de tabula


tafelpeer ZN

1 pira de tabula


tafelpoot ZN

1 pede/gamba/pata de tabula


tafelrand ZN

1 bordo/contorno del tabula


tafelrede ZN

1 discurso de tabula


tafelreservering ZN

1 reservation (de/del/de un tabula)


Tafelronde ZN

1 Tabula Ronde/Rotunde
ridders van de -- = cavalleros del Tabula Ronde/Rotunde


tafelschel ZN

1 Zie: tafelbel


tafelschikking ZN

1 disposition/collocation del convivas/invitatos al tabula


tafelschraag ZN

1 cavaletto de tabula


tafelschuier ZN

1 brossa de tabula


tafelschuimer ZN

1 parasito


tafelschuimerij ZN

1 parasitismo


tafelservies ZN

1 servicio de tabula


tafelspel ZN

1 joco de tabula


tafeltennis ZN

1 tennis (E) de tabula


tafeltennisclub ZN

1 club (E) de tennis (E) de tabula


tafeltennissen WW

1 jocar al tennis (E) de tabula


tafeltennisser ZN

1 jocator de tennis (E) de tabula


tafeltennistafel ZN

1 tabula de tennis (E) de tabula


tafeltje ZN

1 parve tabula, tabuletta


tafeltje-dek-je ZN

1 tabula magic, pais de lacte e melle


tafeltoestel ZN

1 apparato (de telephono) de tabula


tafelventilator ZN

1 ventilator de tabula


tafelvoetbal(spel) ZN

1 football (E) de tabula


tafelvormig ZN

1 tabular


tafelvriend ZN

1 vicino de tabula


tafelwater ZN

1 aqua mineral/de tabula


tafelwijn ZN

1 vino de tabula


tafelzeil ZN

1 tela cerate


tafelzilver ZN

1 argenteria de tabula


tafelzout ZN

1 sal de tabula


tafelzuur ZN

1 pickles (E)


tafereel ZN

1 (situatie) scena, tableau (F)
idyllisch -- = scena idyllic
schilderachtig -- = scena pictoresc
weerzinwekkende --en = scenas repugnante
apocalyptische --en = scenas apocalyptic
2 (afbeelding) scena, tableau (F), pictura
3 (WISK) plano de projection


taffabricage ZN

1 fabrication de taffeta


taffabriek ZN

1 fabrica de taffeta


taffabrikant ZN

1 fabricante de taffeta


taffen BN

1 Zie: tafzijden


taffetas ZN

1 Zie: tafzijde


tafia ZN

1 tafia


tafzijde ZN

1 taffeta


tafzijden BN

1 de/in taffeta


tagmeem ZN

1 tagmema


tagmemiek ZN

1 tagmemica


tagmemisch BN

1 tagmemic
--e grammatica = grammatica tagmemic


tahin ZN

1 (CUL) pasta de sesamo


Tahiti ZN EIGN

1 Tahiti


Tahitiaan ZN

1 tahitiano


Tahitiaans BN

1 tahitian


Tahitiaans ZN

1 (taal) tahitiano


tahoe ZN

1 (CUL) pasta de soya


tai chi ZN

1 tai chi (Ch)


taifoen ZN

1 Zie: tyfoon


taiga ZN

1 taiga


taikun ZN

1 taikun (Ja)


taille ZN

1 (middel) talia
2 (deel van een kledingstuk) talia, cinctura


tailleband ZN

1 (band om taille) cinctura


taillenaad ZN

1 sutura de talia


tailleren WW

1 adjustar al talia


tailleur ZN

1 (kleermaker) sartor


tailleuse ZN

1 modista


Taiwan ZN EIGN

1 Taiwan


Taiwanees ZN

1 taiwanese


Taiwanees BN

1 taiwanese


tak ZN

1 (loot) branca, (klein) ramo
dode/dorre -- = branca morte
verdeling in --ken = ramification
(PLANTK) met veel --ken = ramose
van de hak op de -- springen = saltar de un cosa al altere
2 (vertakking) branca, ramo, ramification
de Rijn splitst zich in verschillende --ken = le Rheno se divide in plure brancas/ramos
een weg die zich in twee --ken splitst = un cammino que se divide in duo brancas/ramos
3 (deel van een familie) branca, ramo
de arme -- van de familie = le paupere/povre branca/ramo del familia
4 (onderdeel van een menselijke werkzaamheid) branca, ramo, section, disciplina
-- van sport = disciplina sportive, branca/ramo del sport (E)
-- van wetenschap = branca/ramo de scientia, disciplina
5 (afdeling) branca, ramo, sector, section, departimento, division
-- van industrie = branca/ramo del industria
-- van dienst = ramo de servicio
-- van de administratie = ramo del administration
de Amerikaanse -- van ons bedrijf = le branca/ramo/division american de nostre interprisa
6 (TAAL) branca, ramo
7
(WISK) -- van een hyperbool = axe de un hyperbola


tak! TW

1 tac!


takel ZN

1 polea


takelage ZN

1 systema de poleas


takelauto ZN

1 camion grue


takelbalk ZN

1 supporto del polea


takelblok ZN

1 bloco de poleas


takelen WW

1 (ophijsen) hissar, guindar
een auto uit de sloot -- = hissar/traher un auto(mobile) del fossato con le grue
2 (optuigen) ornar, adornar, decorar


takeling ZN

1 Zie: takelage


takelwagen ZN

1 Zie: takelauto


takelwerk ZN

1 Zie: takelage


takenpakket ZN

1 pacchetto/programma de cargas


takenstelsel ZN

1 (in het onderwijs) systema de cargas


takje ZN

1 branchetta, rametto


takkenbos ZN

1 fasce de brancas, fagotto, fascina
tot --sen binden = fagottar
--sen stoken = comburer fagottos


takkerig BN

1 Zie: takkig


takkewijf ZN

1 fémina detestabile


takkig BN

1 que ha multe brancas/ramos, ramose


takmaking ZN

1 ramification


takrank ZN

1 (van wijnstok) sarmento


taks ZN

1 (vastgestelde hoeveelheid) quantitate/numero fixate/fixe/usual/habitual, portion, dose, dosis, (rantsoen) ration
vijf pilsjes in mijn (vaste) -- = cinque biras es mi quantitate usual/mi limite
aan zijn -- zijn = non poter plus
2 (deel) parte, portion
3 (heffing) taxa, imposto
4 (hond) can de taxon, bassetto, teckel (D)


takschieting ZN

1 ramification


takshond ZN

1 Zie: taks-4


takwerk ZN

1 ramada, ramage, brancas


tal ZN

1 (grote hoeveelheid) grande numero, quantitate, multitude
-- van voorbeelden = un multitude de exemplos, innumerabile/numerose exemplos, multissime exemplos
met -- van bijzonderheden = con profusion/abundantia de detalios
2 (aantal) numero
de veestapel werd op kleiner -- gebracht = le numero de bestial esseva reducite, on ha reducite le numero de bestial
zonder -- = sin numero, innumerabile


talen WW

1 (belangstelling tonen voor) monstrar interesse, esser interessate
hij taalde niet naar zijn familie = ille non monstrava interesse in su familia
ik taal niet meer naar sigaretten = le cigarettas ha perdite su attraction pro me
2 (moeite doen om te verkrijgen) aspirar (a), desirar, desiderar, ambitionar
zij hebben nooit naar luxe getaald = illes non ha nunquam aspirate al luxo


talenaanleg ZN

1 Zie: talenknobbel


talenkenner ZN

1 linguista, (veel) polyglotto


talenkennis ZN

1 cognoscentia/cognoscimento linguistic/de linguas
-- is niet vereist = le cognoscentia de linguas es facultative/non es requirite


talenknobbel ZN

1 dono del/pro le linguas, talento linguistic


talenlaboratorium ZN

1 Zie: talenpracticum


talenpracticum ZN

1 laboratorio linguistic/de linguas


talent ZN

1 (OUDH) (geldsom, gewicht) talento
-- zilver = talento de argento
2 (gave) talento, dono, facultate, aptitude natural
muzikaal -- = talento musical
schrijver van -- = autor/scriptor talentose/de talento
een -- voor schilderen hebben = haber un talento del pictura
zij heeft geen -- = illa non ha talento
met zijn -- woekeren = exploitar {plwa} su talento
zijn -- ten volle ontplooien = disveloppar su talento al maximo
3 (iemand met aanleg) homine talentose/con talento, talento
de jonge --en van deze school = le talentos juvene de iste schola


talentenjacht ZN

1 chassa {sj}/prospection de talentos


talentloos BN

1 sin talento, disproviste de talento


talentrijk BN

1 Zie: talentvol


talentscout ZN

1 chassator {sj} de talentos


talentvol BN

1 de talento, talentose, dotate/plen de talento


talenwonder ZN

1 polyglotto, genio linguistic


talg ZN

1 (huidsmeer) sebo
overmatige afscheiding van -- = seborrhea
2 (dierlijk vet) grassia animal


talgachtig BN

1 sebacee


talgklier ZN

1 glandula sebacee


talgkliercarcinoom ZN

1 carcinoma/cancere del glandula sebacee


talgklierkanker ZN

1 Zie: talgkliercarcinoom


talgsteen ZN

1 sebolitho


talhout ZN

1 ligno ronde/rotunde


talie ZN

1 polea


talieblok ZN

1 polea combinate


taliën WW

1 hissar, guindar


talig BN

1 lingua, linguistic


taling ZN

1 querquedula


talio ZN

1 (JUR) talion


talisman ZN

1 talisman, amuleto, fetiche (F), phylacterio


talk ZN

1 (magnesiumsilicaat) talco
gemalen -- = pulvere de talco
met -- bepoederen = talcar
2 (vet) sebo


talkaarde ZN

1 terra talcose, magnesia


talkachtig BN

1 (mbt magnesiumsilicaat) talcose
2 (mbt vet) sebacee


talkboom ZN

1 sapio sebifere, arbore a sebo


talkgezwel ZN

1 steatoma


talkkaars ZN

1 candela de sebo


talkpoeder ZN

1 talco in pulvere
met -- bestrooien = talcar


talkschist ZN

1 schisto talcose


talkshow ZN

1 talkshow (E)


talkspaat ZN

1 magnesite


talksteen ZN

1 steatite


talkzuur ZN

1 acido sebacic


tallith ZN

1 tal(l)eth


talloos BN

1 innumerabile, incalculabile, sin numero
-- veel boeken = multissime libros


talloosheid ZN

1 quantitate innumerabile


talmen WW

1 tardar, procrastinar, morar, arretrar, tergiversar
iemand die talmt = procrastinator


talmer ZN

1 homine qui tarda in facer le cosas, procrastinator, temporisator, tergiversator


Talmoed ZN EIGN

1 Talmud (He)


talmoedisch BN

1 talmudic
naar -- gebruik = secundo le tradition talmudic, talmudicamente


talmoedist ZN

1 talmudista


talon ZN

1 (bewijs behorend bij een effect) talon
2 (BOUWK) talon


talrijk BN

1 numerose, copiose
-- gehoor = audientia numerose
--e oorzaken = causas multiple
-- huisgezin = familia numerose, grande familia
met --e illustraties = con multe/numerose illustrationes, abundantemente illustrate
-- vertegenwoordigd = presente in grande numeros
zeer -- = legion
-- zijn = abundar, esser legion
zeer -- zijn = superabundar


talrijkheid ZN

1 numerositate, grande numero, profusion


talstelsel ZN

1 systema de numeration/numeric
een getal naar een ander -- overbrengen = transferer/converter un numero a altere systema numeric


taluud ZN

1 plano/superficie inclinate, talud
2 (FORTIF) glacis (F)


tam BN

1 (getemd) domesticate
-- maken = domesticar
het -- maken = domestication
-- worden = domesticar se
2 (als huisdier gehouden) domestic
-- konijn = conilio domestic
--me duif = pipion/columba domestic
--me en wilde eenden = anates domestic e salvage
3 (mbt planten) cultivate
--me rozen = rosas cultivate
4 (mak) mansuete, docile, facile, maneabile
-- paard = cavallo docile
5 (FIG) pauco/poco energic, sin vigor
hij heeft nogal -- gesproken = su parolas esseva sin vigor


tamari ZN

1 sauce (F) de soya, tamari


tamarinde ZN

1 tamarindo


tamarindehout ZN

1 ligno de tamarindo


tamarindenbos ZN

1 bosco de tamarindos


tamarisk ZN

1 tamarisco


tamariskenbos ZN

1 bosco de tamariscos


tamboer ZN

1 (trommelaar) tambur
2 (TECHN) (trommel) tambur
3 (BOUWK) (onderbouw van een koepelgewelf) tambur


tamboereerraam ZN

1 tambur


tamboeren WW

1 (op de tamboer slaan) batter le tambur
2 (voortdurend aandringen) insister continuemente


tamboerijn ZN

1 (handtrom) tamburino
2 (tamboereerraam) tambur


tamboerkorps ZN

1 fanfar


tamboer-maître ZN

1 tambur major


tamboer-majoor ZN

1 tambur major


tamelijk BW

1 satis, assatis, bastante, passabilemente
-- belachelijk toneel = scena passabilemente ridicule
-- goed = (as)satis/bastante bon/ben
-- vaak = (as)satis/bastante sovente, con bastante frequentia
-- veel bezoekers = un considerabile numero de visitatores


tamelijk BN

1 (van vrij goede kwaliteit) (as)satis/bastante bon, acceptabile, rationabile, tolerabile, passabile
een --e landwijn = un vino regional tolerabile
2 (nogal groot) (as)satis/bastante grande/importante, considerabile
een -- vermogen = un fortuna considerabile/assatis importante


tamheid ZN

1 (staat van huisdier) domesticitate
2 (mbt planten) stato cultivate
3 (gedweeheid) mansuetude, docilitate


Tamil ZN

1 (bewoner) tamil
2 (taal) tamil


tammaker ZN

1 domator


tamp ZN

1 (SCHEEP) extremitate de un ammarra/de un cablo
2 (overschot) resto


tampon ZN

1 (MED) tampon
2 (voor menstruatie) tampon
een -- inbrengen = poner se/introducer/inserer/insertar un tampon


tamponneren BN

1 (MED) tamponar


tamponziekte ZN

1 choc {sj} infectiose (causate per tampones hygienic)


tamtam ZN

1 (trommel) tamtam
2 (geluid) tamtam
3 (FIG) (ophef) tamtam, fanfar, exaggeration
met groot -- = con grande exaggeration


tamus ZN

1 (PLANTK) tamo


tand ZN

1 (deel van het gebit) dente
rotte -- = dente cariate/cariose/malade
valse -- = dente artificial/posticie/false
losse -- = dente laxe
blijvende -- = dente permanente
--en krijgen = dentar
het --en krijgen = dentation, dentition
een -- (uit)trekken = extraher/aveller un dente
het trekken van --en = extraction/avulsion de dentes
valse --en inzetten = poner un prothese (-esis) dentari/dentes false
zijn --en poetsen/borstelen = lavar se/brossar se le dentes
de --en op elkaar klemmen = serrar le dentes
met de --en klapperen = batter le dentes
zijn --en laten zien = monstrar le dentes
oog om oog, -- om -- = oculo per/pro oculo, dente per/pro dente
tot de --en gewapend = armate al/usque al dentes
-- des tijds = action demoliente/corrosive del tempore, injuria/damnos del tempore
met lange --en eten = mangiar con le puncta del labios
iemand aan de -- voelen = interrogar un persona
zich met hand en -- verzetten = opponer se con tote le fortias
zijn --en in iets zetten = dedicar multe energia a un cosa
2 (in/afdruk van een tand) marca de dente
zijn --en staan in mijn hand = mi mano porta le marcas de su dentes, tu pote vider le marcas de su dentes in mi mano
3 (uitsteeksel aan de bek/de kop) dente
4 (puntig deel van werktuigen) dente
-- van een kam/zaag/wiel/blad/hark, etc. = dente de un pectine/serra/rota/folio/rastrello, etc.
de --en in elkaar doen grijpen = indentar
van --en voorzien = dentar, indentar
het voorzien van --en = indentation
met twee --en = bidentate
vork met twee --en = bidente
5 (mbt houtverbinding) dente, (inkeping) mortasa, (uitsteeksel) tenon


tand(wortel)granuloom ZN

1 granuloma dentari


tandaanslag ZN

1 placa dentari/dental


tandarts ZN

1 dentista
voor -- studeren = studiar/studer odontologia
naar de -- gaan = ir al dentista


tandartsassistente ZN

1 adjudante/assistente de un dentista


tandbederf ZN

1 carie (dental/dentari)


tandbeen ZN

1 dentina


tandboog ZN

1 arcada dentari/dental


tandcariës ZN

1 Zie: tandbederf


tandcement ZN

1 cemento


tanddikte ZN

1 spissor de dente


tandeloos BN

1 sin dentes
--e mond = bucca sin dentes


tandeloosheid ZN

1 manco/mancantia de dentes


tandem ZN

1 (soort rijwiel) bicycletta duplice/duple, tandem
2 (bespanning met twee paarden) tandem
3 (twee samenwerkende personen) tandem, duo
een -- vormen = formar un tandem, travaliar/laborar como un tandem


tandémail ZN

1 Zie: tandglazuur


tanden WW

1 (tanden maken in) dentar, indentar, formar dentes in (un rota, etc.)
2 (scherpen) affilar, acutiar
een zaag -- = acutiar un serra


tandenborstel ZN

1 brossa a/de dentes


tandengeknars ZN

1 stridor del dentes


tandenklapperen ZN

1 claccamento de dentes


tandenknarsen WW

1 facer strider le dentes


tandenkrijgen ZN

1 dentation, dentition


tandenrij ZN

1 rango de dentes


tandenstoker ZN

1 curadentes, mundadentes


tandentrekken ZN

1 extraction de un dente/de dentes, avulsion dentari


tandenwisselen ZN

1 secunde dentition


tandextractie ZN

1 Zie: tandentrekken


tandfistel ZN

1 fistula dentari


tandformule ZN

1 formula dental/dentari/de dentition


tandfreesmachine ZN

1 machina a/de fresar le ingranages


tandgeknars ZN

1 Zie: tandengeknars


tandglazuur ZN

1 smalt dentari/dental/de dentes


tandhals ZN

1 collo dental/dentari/del dente


tandheelkunde ZN

1 chirurgia dental/dentari, odontologia, dentisteria


tandheelkundig BN

1 odontologic, dental, dentari
--e behandeling = tractamento dental/dentari/odontologic
iemand -- behandelen = dar un tractamento dental/dentari/odontologic a un persona


tandheelkundige ZN

1 odontologo, odontologista, (tandarts) dentista, (kaakchirurg) chirurgo dentista


tandheugel ZN

1 cremaliera
stuurinrichting met -- = mechanismo de direction a cremaliera


tandheugeldrijfwerk ZN

1 ingranage a cremaliera


tandholte ZN

1 cavitate dental/dentari


tandhoornslak ZN

1 scaphopodo


tandig BN

1 dentate, dentellate


tanding ZN

1 dentation, dentatura
met --en = dentate, dentellate
2 (mbt postzegels) (typo de) perforation


tandkas ZN

1 alveolo dental/dentari


tandkaszenuw ZN

1 nervo alveolar


tandkiem ZN

1 germine dental/dentari, odontoblasto


tandklank ZN

1 phonema dental


tandkliniek ZN

1 clinica dentari/odontologic


tandkoorts ZN

1 febre del dentition


tandkop ZN

1 testa/capite del dente


tandkoppeling ZN

1 accopulamento dentate, embracage a dentes


tandkrans ZN

1 corona dentate de un rota


tandkroon ZN

1 corona de un dente


tandkruid ZN

1 dentaria


tandkuil ZN

1 spatio interdentari


tandkunde ZN

1 medicina dentari


tandletter ZN

1 Zie: tandmedeklinker


tandloos BN

1 Zie: tandeloos


tandluxatie ZN

1 luxation dentari/dental


tandmedeklinker ZN

1 consonante dental


tandmerg ZN

1 pulpa dentari/dental


tandontsteking ZN

1 odontitis


tandorthopedist ZN

1 orthodontista


tandpasta ZN

1 pasta de dentes, dentifricio
tube -- = tubetto de dentifricio


tandpijn ZN

1 mal/dolor de dente(s), dentalgia, odontalgia


tandplaatsing ZN

1 dentition


tandplak ZN

1 placa dental/dentari


tandplombeersel ZN

1 obturation, amalgama


tandpoeder ZN

1 dentifricio


tandprofiel ZN

1 profilo de dente


tandprothese ZN

1 prothese (-esis) dental/dentari


tandpulpa ZN

1 pulpa dentari/de dentes


tandrad ZN

1 Zie: tandwiel


tandradbaan ZN

1 Zie: tandradspoorweg


tandradoverbrenging ZN

1 ingranage


tandradspoorweg ZN

1 ferrovia a cremaliera


tandregulatie ZN

1 orthodontia


tandsnavelig BN

1 dentirostre


tandsnaveligen ZN MV

1 dentirostros


tandspiegel ZN

1 speculo de dentista


tandspiegeltje ZN

1 odontoscopio


tandsteen ZN

1 tartaro dentari/del dentes, odontolitho
-- verwijderen = remover tartaro


tandstelsel ZN

1 systema dentari/dental, dentition


tandtechnicus ZN

1 Zie: tandtechniker


tandtechniek ZN

1 odontotechnia, odontotechnica


tandtechniker ZN

1 technico/mechanico dental/dentari, mechanico dentista, odontotechnico, prothesista


tandtechnisch BN

1 odontotechnic
-- laboratorium = laboratorio de mechanico dentista


tandtongklank ZN

1 consonante dentilingual/dentolingual


tandtrekken ZN

1 Zie: tandentrekken


tandverzorging ZN

1 hygiene dentari/dental


tandvlees ZN

1 gingiva
mijn -- is gezwollen = io ha le gingivas inflammate, io ha gingivitis
hij loopt op zijn -- = ille es extenuate/exhauste


tandvleesabces ZN

1 parulis


tandvleesgezwel ZN

1 epulide


tandvleesontsteking ZN

1 inflammation del gingiva, gingivitis


tandvoet ZN

1 pede del dente


tandvorm ZN

1 forma de(l) dente


tandvormig BN

1 de forma de dente, dentiforme, odontoide


tandvulling ZN

1 obturation, amalgama


tandwalvis ZN

1 balena dentate, odontoceta


tandwerk ZN

1 dentation, dentatura


tandwiel ZN

1 rota dentate/a dentes/de ingranage, pinnion
planetaire --en = rotas de ingranage planetari
slag/wenteling van een -- = passo de un rota dentate
--en ineen doen grijpen = ingranar
het ineen doen grijpen van --en, stelsel van --en = ingranage


tandwielaandrijving ZN

1 ingranage


tandwielfrees ZN

1 fresa a taliar le ingranages


tandwieloverbrenging ZN

1 ingranage
cylindrische -- = ingranage cylindric
conische -- = ingranage conic
helicoïdale -- = ingranage helicoidal


tandwolf ZN

1 carie (dentari/dental)
aantasting door -- = cariositate


tandwortel ZN

1 radice dental/dentari/de dente


tandwortelvlies ZN

1 membrana periodontal, periodonto


tandwortelvliesontsteking ZN

1 periodontitis


tandwrijving ZN

1 friction del dente


tandzakje ZN

1 folliculo dentari


tandzeer ZN

1 Zie: tandpijn


tandzenuw ZN

1 nervo dental/dentari


tandziekte ZN

1 maladia dentari/dental, odontopathia


tanen WW

1 (verzwakken) declinar, regreder, regressar
zijn krachten taanden = su fortias declinava
de roem van Napoleon begon te -- = le stella de Napoleon comenciava a declinar
2 (mbt de kleur van de zon) pallidir
3 (in taan koken) tannar
getaande huid = pelle tannate
4 (in taan drenken) impregnar de tanno
5 (vaalgeel kleuren) jalnir


tang ZN

1 (gereedschap) pincia(s), tenalia(s), (verlostang) forcipe, (MED) (uittrektang) extraxtor
iemand in de -- nemen = prender un persona in tenalia
een kind met de -- halen = facer nascer/extraher un infante con le forcipe
2 (MIL) manovra de incirculamento
het leger heeft een -- gevormd rondom de vijand = le armea ha incirculate le inimico
3 (schaar van een dier) pincia(s)
4 (feeks) virago


tangara ZN

1 tangara


tangaslipje ZN

1 tanga, minislip (E)


tangbevalling ZN

1 parto/parturition per forcipe


tangbeweging ZN

1 (MIL) manovra de incirculamento
door een -- insluiten = prender in tenalia


tangconstructie ZN

1 (TAAL) construction/structura discontinue


tangens ZN

1 tangente
de -- van een hoek berekenen = calcular le tangente de un angulo


tangent ZN

1 (mbt een piano) tangente
2 (pennetje om een snaarinstrument te bespelen) plectro


tangente ZN

1 (raaklijn) tangente


tangentiaal, tangentieel BN

1 tangential
--e coördinaten = coordinatas tangential
--e kracht = fortia tangential
--e snelheid = velocitate tangential
--e versnelling = acceleration tangential


tangentiaalturbine ZN

1 turbina tangential


tangentpunt ZN

1 Zie: raakpunt-1


Tanger ZN EIGN

1 Tanger


tango ZN

1 (dans en muziek) tango (S)
figuren van een -- = figuras de un tango
de -- dansen = dansar/ballar le tango


tangram ZN

1 tangram


tangverlossing ZN

1 Zie: tangbevalling


tangvormig BN

1 in forma de tenalias


tanig BN

1 tannate


tank ZN

1 (brandstofreservoir) tank (E), reservoir (F)
halfvolle -- = reservoir a medietate plen/a medietate vacue
de -- volgooien = plenar le reservoir/tank
2 (reservoir voor vloeistoffen) tank (E), reservoir (F), bidon, cisterna
3 (gevechtswagen) tank (E), carro armate/de assalto/de combatto
tegen --s gericht = antitank


tankaanval ZN

1 attacco/carga de carros armate/de combatto/de tanks (E)


tankafdeling ZN

1 section de carros armate/de combatto/de tanks (E)


tankafsluiting ZN

1 barriera antitank


tankafweerkanon ZN

1 cannon antitank


tankauto ZN

1 camion cisterna


tankbataljon ZN

1 battalion blindate/cuirassate/de carros armate/de combatto/de tanks (E)


tankbemanning ZN

1 occupantes de un tank (E)/de un carro armate/de combatto


tankbestuurder ZN

1 conductor de un tank (E)/de un carro armate/de combatto


tankboot ZN

1 Zie: tankschip


tankbrigade ZN

1 brigada blindate/cuirassate/de carros armate/de combatto/de tanks (E)


tankcolonne ZN

1 colonna/columna blindate/cuirassate/de carros armate/de combatto/de tanks (E)


tankcommandant ZN

1 commandante de un tank (E)/de un carro de combatto


tankdivisie ZN

1 division blindate/cuirassate/de carros armate/de combatto/de tanks (E)


tanken WW

1 prender gasolina/benzina


tanker ZN

1 Zie: tankschip


tankerbemanning ZN

1 equipage de un tanker (E)


tankerkapitein ZN

1 capitano de un tanker (E)


tankerscheepvaart ZN

1 Zie: tankvaart


tankervloot ZN

1 flotta de tankers (E)


tankfabriek ZN

1 fabrica de tanks (E)


tankformatie ZN

1 formation de tanks (E)


tankgracht ZN

1 fossato antitank


tankinhoud ZN

1 contento de un tank (E)/de un reservoir (F)


tankopslag ZN

1 stockage in tanks (E)/in reservoirs (F)


tankschip ZN

1 nave cisterna, tanker (E)


tankslag ZN

1 battalia de carros de combatto/de tanks (E)


tanksoldaat ZN

1 tankista


tankstation ZN

1 Zie: benzinestation


tankvaart ZN

1 transportos de petroleo, traffico de tankers (E)


tankval ZN

1 Zie: tankgracht


tankversperring ZN

1 barriera/obstaculo antitank


tankvliegtuig ZN

1 avion cisterna


tankvloot ZN

1 Zie: tankervloot


tankvuur ZN

1 foco de carros de combatto, foco de tank(s) (E)


tankwagen ZN

1 Zie: tankauto


tankwagon ZN

1 wagon cisterna


tannine ZN

1 tannino, acido tannic


tanninehoudend BN

1 tannifere
--e planten = plantas tannifere


tantaal ZN

1 tantalium


tantaliet ZN

1 (MIN) tantalite


tantalisatie ZN

1 Zie: Tantaluskwelling


tantalisch BN

1
--e kwellingen = supplicios de Tantalo


tantaliseren WW

1 facer suffrer le supplicio/tormento de Tantalo, tantalisar


tantalisering ZN

1 Zie: Tantaluskwelling


tantalium ZN

1 tantalium


Tantalus ZN EIGN

1 Tantalo


Tantalusbeker ZN

1 vaso de Tantalo


Tantaluskwelling ZN

1 supplicio/tormento de Tantalo, tantalisation


tante ZN

1 amita
2
een uitgekookte -- = un femina astute/astutiose
dat is geen gemakkelijke -- = illa es un femina difficile
Tante Betje-stijl = uso incorrecte del inversion
Tante Pos = posta


tantième ZN

1 bonus (L), percentage (del profitos), premio


tantièmebelasting ZN

1 imposto/taxa super le bonus (L)


tantièmeregeling ZN

1 systema/schema de bonus (L)


tantra ZN

1 tantra


tantrisme ZN

1 tantrismo


tantrist ZN

1 tantrista


tantristisch BN

1 tantric


Tanzania ZN EIGN

1 Tanzania


Tanzaniaan ZN

1 tanzaniano


Tanzaniaans BN

1 tanzanian


Tao ZN EIGN

1 Tao


taoïsme ZN

1 taoismo


taoïst ZN

1 taoista


taoïstisch BN

1 taoista, taoistic
--e priester = prestre taoista


tap ZN

1 (afsluiter) tampon, tappo
bier uit de -- = bira del barril
2 (kraan waaruit vloeistof kan vloeien) valvula, tappo
3 (uiteinde van as) pivot
4 (houtverbinding) tenon, cavilia
5 (tapkast) bar (E)
achter de -- staan = star detra le bar


t.a.p.

1 (Afk: ter aangehaalder plaatse) loc. cit. (L) (= loco citato)


tapbier ZN

1 bira de barril


tapboor ZN

1 forator de filettos


tapboormachine ZN

1 machina de filettar


tapdans ZN

1 tap dance (E)


tapdansen WW

1 facer le tap dance (E)


tapdanser ZN

1 tap-dancer (E)


tape ZN

1 (plakband) banda (auto)adhesive
2 (magneetband) banda magnetic


tapedeck ZN

1 tapedeck (E)


tape-recorder ZN

1 magnetophono


tape-recorderband ZN

1 banda magnetic


tapgat ZN

1 (opening) apertura, orificio, (mbt hout) mortasa
2 (gat waarin een tap rust/draait) cavitate de pivot
3 (gat waardoor wordt afgetapt) apertura, orificio
4 (binnenzijde waarin profiel getapt is) filetto(s)


taphoning ZN

1 melle virgine


tapijt ZN

1 (vloerkleed) tapis (F), tapete, carpetta, (vast tapijt) moquette (F)
Perzisch -- = tapis (F)/tapete/carpetta perse/persian/persic/de Persia
vliegend -- = tapis/tapete/carpetta volante/magic
een -- stofzuigen = dispulverar un tapis
iets op het -- brengen = mitter/poner un cosa super le tapis/tapete
2 (wandtapijt) tapis (F)/tapete (mural)


tapijtenklopper ZN

1 battitor de tapis (F)/tapetes/carpettas


tapijtfabricage ZN

1 fabrication de tapis (F)/tapetes/carpettas


tapijtfabriek ZN

1 fabrica/manufactura de tapis (F)/tapetes/carpettas


tapijtfabrikant ZN

1 fabricante de tapis (F)/tapetes/carpettas


tapijtindustrie ZN

1 industria de tapis (F)/tapetes/carpettas


tapijtkever ZN

1 anthremo


tapijtmaker ZN

1 Zie: tapijtwever


tapijtspijker ZN

1 clavo de tapissero/pro tapis (F)/pro tapetes/pro carpettas


tapijttegel ZN

1 tegula/pecia de tapis (F)/tapete/carpetta


tapijtwerk ZN

1 tapisseria


tapijtwerker ZN

1 tapissero


tapijtwever ZN

1 Zie: tapijtwerker


tapijtwinkel ZN

1 magazin de tapis (F)/tapetes/carpettas


tapijtzaak ZN

1 Zie: tapijtwinkel


tapioca ZN

1 tapioca


tapiocameel ZN

1 farina de tapioca


tapiocapap ZN

1 pappa de tapioca


tapiocaprodukt ZN

1 producto de tapioca


tapiocavlokken ZN MV

1 floccos de tapioca


tapir ZN

1 tapir


tapisserie ZN

1 tapisseria


tapisseriefabriek ZN

1 fabrica de tapisserias


tapisseriefabrikant ZN

1 fabricante de tapisserias


tapisseriewol ZN

1 lana de tapisseria


tapkast ZN

1 bar (E)


tapkraan ZN

1 tappo, valvula


tappan ZN

1 cossinetto


tappelen WW

1 guttar, cader gutta a gutta


tappelings BW

1 profusemente, in abundantia
het zweet liep -- langs zijn lijf = ille esseva inundate de sudor
het zweet liep -- over zijn voorhoofd = ille habeva le fronte toto sudate


tappen WW

1 (laten vloeien) extraher, versar
rubber -- = extraher cauchu
wijn -- = versar vino
2 (vertellen) contar
moppen -- = contar burlas
3 (schroefdraad aanbrengen) facer filettos, filettar
4 (uit de tap schenken) servir de barril/al bar (E)
bier -- = servir bira de barril
5 (in het klein verkopen) vender (bibitas) al detalio


tapper ZN

1 (kroeghouder) tavernero


tapperij ZN

1 bar (E), taverna


tapplaats ZN

1 empleo temporari


tappunt ZN

1 prisa de aqua


taps BN

1 conic, coniforme
--e opening = apertura conic
--e plug = cavilia conic
--e schroefdraad = filetto conic
--e verlenging = extension conic
--e wrijvingskoppeling = accopulamento conic


tapsheid ZN

1 conicitate


tapsleutel ZN

1 clave de tappo


taptemelk ZN

1 lacte disbutyrate/discremate


taptoe ZN

1 (MIL) retraite (F)
2 (muziekuitvoering) defilate de bandas militar


tapuit ZN

1 (vogel) culo blanc


tapverbod ZN

1 interdiction/prohibition de vender bibitas/biberages alcoholic


tapvergunning ZN

1 licentia de/pro vender bibitas/biberages alcoholic


tapvormig BN

1 Zie: taps


tapzaag ZN

1 serra pro facer tenones


tarantella ZN

1 (dans en muziek) tarantella


tarantula ZN

1 tarantula


tarbot ZN

1 rhombo


tarbotvangst ZN

1 Zie: tarbotvisserij


tarbotvisser ZN

1 piscator de rhombos


tarbotvisserij ZN

1 pisca de rhombos


tarief ZN

1 tarifa
speciaal -- = tarifa special
hoog -- = tarifa alte/elevate
laag -- = tarifa basse/reducite
prohibitieve --en = tarifas prohibitive
uniform -- = tarifa uniforme
beschermende --en = tarifas protective/protector
bestaande --en = tarifas existente
de --en verhogen = augmentar/altiar le tarifas
verhoging van de --en = augmentation/altiamento del tarifas
de --en verlagen = reducer/bassar/diminuer le tarifas
tegen gereduceerd -- = a tarifa reducite
een -- voor iets vaststellen = tarifar


tariefbeleid ZN

1 Zie: tariefpolitiek


tariefbepaling ZN

1 disposition tarifari


tariefberekening ZN

1 calculo/calculation del tarifas


tariefcalculatie ZN

1 calculo/calculation tarifari/del tarifas


tariefconferentie ZN

1 conferentia tarifari


tariefhervorming ZN

1 reforma del tarifas


tariefherziening ZN

1 revision del tarifas


tarieflijst ZN

1 tarifa, lista de precios


tariefloon ZN

1 salario tarifari


tariefmaker ZN

1 tarifator


tariefmuur ZN

1 muro del tarifas, barriera doaner/doanal


tariefovereenkomst ZN

1 tractato/convention/accordo tarifari/de tarifas


tariefpolitiek ZN

1 politica tarifari


tariefstelsel ZN

1 Zie: tariefsysteem


tariefsysteem ZN

1 systema tarifari/de tarifas


tariefvaststelling ZN

1 tarifation


tariefverhoging ZN

1 altiamento/incremento/augmentation/augmento tarifari/del tarifas


tariefverlaging ZN

1 reduction/diminution del tarifas


tariefwerk ZN

1 travalio/labor tarifari


tariefwet ZN

1 lege super le tarifas doanal/doaner, lege tarifari


tariefwetgeving ZN

1 legislation tarifari


tariefwijziging ZN

1 modification tarifari


tarievenoorlog ZN

1 guerra tarifari/de tarifas


tariferen WW

1 fixar tarifas, tarifar


tarifering ZN

1 fixation de tarifas


tarlatan ZN

1 tarlatana


tarn ZN

1 parte dissuite


tarnen WW

1 dissuer (se)


tarpan ZN

1 tarpan


tarra ZN

1 tara
gemiddelde -- = tara medie


tarraberekening ZN

1 calculo/calculation del tara


tarreren WW

1 tarrar


tars ZN

1 (van insekten) tarso


tarsectomie ZN

1 tarsectomia


tartaan ZN

1 tartana


Tartaar ZN

1 tartare


Tartaars BN

1 tartare


tartaarsaus ZN

1 sauce (F) tartare


tartaartje ZN

1 beefsteak (E) hachate {sj}/tartare, tartare


tartan ZN

1 tartan


tartanbaan ZN

1 pista (de) tartan


Tartarus ZN EIGN

1 Tartaro


tarten WW

1 (trotseren) affrontar, defiar, bravar
gevaren -- = affrontar/defiar/bravar periculos
de dood -- = affrontar/defiar/bravar le morte
het noodlot -- = defiar le sorte/le destino
2 (tergen) provocar
iemand -- = provocar un persona
3 (uitdagen) defiar
4 (overtreffen) exceder, superar, superpassar
een ellende die elke beschrijving tart = un miseria que supera/superpassa tote description/tote lo que on pote imaginar


tartend BN

1 defiante, provocante, provocative, provocatori


tarter ZN

1 provocator


tarting ZN

1 defia, defiantia, provocation


tartraat ZN

1 tartrato


tartrazine ZN

1 tartrazina


tarwe ZN

1 frumento, tritico
stro van -- = palea de tritico
-- dorsen = batter le tritico
de -- tot schoven binden = ligar le tritico in fasces


tarweaar ZN

1 spica de frumento/de tritico


tarweachtig BN

1 frumentacee
--e planten = plantas frumentacee


tarweakker ZN

1 Zie: tarweveld


tarwebloem ZN

1 flor de farina de frumento/tritico


tarwebouw ZN

1 cultura/cultivation de frumento/tritico


tarwebrood ZN

1 pan de frumento/de tritico


tarwecultuur ZN

1 Zie: tarwebouw


tarwe-export ZN

1 exportation de frumento/tritico


tarwe-exporteur ZN

1 exportator de frumento/tritico


tarwegrassen ZN MV

1 frumentaceas


tarwehalm ZN

1 pedunculo de frumento/tritico


tarwehandel ZN

1 commercio frumentari


tarwe-import ZN

1 importation de frumento/tritico


tarwe-importeur ZN

1 importator de frumento/tritico


tarwe-invoer ZN

1 Zie: tarwe-import


tarwekaf ZN

1 vannatura de frumento/tritico


tarwekiem ZN

1 germine de frumento/tritico


tarwekoek ZN

1 torta de frumento/tritico


tarwekorrel ZN

1 grano de frumento/tritico


tarweland ZN

1 Zie: tarweveld


tarwemarkt ZN

1 mercato frumentari


tarwemeel ZN

1 farina de frumento/de tritico


tarwenotering ZN

1 (op de beurs) quotation del frumento/tritico


tarweoogst ZN

1 recolta del frumento/del tritico


tarweopbrengst ZN

1 production del frumento/tritico


tarwepap ZN

1 pappa de frumento/tritico


tarweprijs ZN

1 precio del frumento/tritico


tarweschoof ZN

1 fasce de frumento/tritico


tarwesoort ZN

1 specie de frumento/tritico


tarwestro ZN

1 palea de frumento/tritico


tarweteelt ZN

1 Zie: tarwebouw


tarwe-uitvoer ZN

1 Zie: tarwe-export


tarweveld ZN

1 campo de frumento/tritico


tarweverbouw ZN

1 Zie: tarwebouw


tarwevlokken ZN MV

1 floccos de frumento/tritico


tarwewan ZN

1 vanno de frumento/tritico


tarwezemelen ZN MV

1 branes de frumento/tritico


tas ZN

1 (zak) sacco
plastic -- = sacco de plastico
een --(vol) geld = un sacco de moneta
2 (hoop) pila, cumulo


tasje ZN

1 sacco a/de mano


tasjesdief ZN

1 fur/robator de saccos a/de mano


Tasmaans BN

1 de Tasmania, tasmanian


Tasmanië ZN EIGN

1 Tasmania
van/uit -- = tasmanian
bewoner van -- = tasmaniano


Tasmanië ZN EIGN

1 Tasmania


Tasmaniër ZN

1 habitante de Tasmania, tasmaniano


TASS

1 (Afk.) (agentia) Tass


tassen WW

1 pilar, mitter in pila


tast ZN

1 tocco
blinden herkennen iets op de -- = le cecos recognosce le cosas per tocco
op de -- = tastante, tactilemente


tastbaar BN

1 (voel/grijpbaar) palpabile, tangibile, perceptibile, sensibile, concrete
--e werkelijkheid = realitate tangibile
-- resultaat = resultato palpabile/concrete/tangibile
--e wereld = mundo tangibile/sensibile
--e duisternis = tenebras palpabile/profunde
-- voorwerp = corpore tactile
op --e wijze = in modo concrete
2 (duidelijk) evidente, sensibile, tangibile, palpabile, manifeste, visibile, concrete
-- bewijs = proba/prova evidente/tangibile/palpabile/concrete
--e leugen = mentita/mendacio evidente/palpabile/manifeste
--e voordelen = avangates real
--e verbetering = (a)melioration positive
iets -- maken voor iemand = explanar un cosa pro un persona in terminos concrete


tastbaarheid ZN

1 palpabilitate, tangibilitate
-- van een waarheid = palpabilitate de un veritate


tastbal ZN

1 pulpa del digito


tasten WW

1 (betasten) toccar, tastar, palpar
2 (treffen) toccar
iemand in zijn eer -- = toccar un persona in su honor
3 (de hand zoekend bewegen) cercar tastante/tactilemente
(FIG) in het duister -- = natar in plen mysterio
4 (reiken) attinger
in de beurs -- = aperir le bursa


taster ZN

1 (van geleedpotigen) palpo
2 (TECHN) tastator, palpator, detector


tastgevoeligheid ZN

1 sensibilitate tactile


tastgewaarwording ZN

1 sensation tactile


tastharen ZN MV

1 pilos tactile, (van katachtige) vibrissas


tastlichaampje ZN

1 corpusculo tactile/del tacto


tastorgaan ZN

1 organo/receptor tactile/del tacto
de --en in de huid = le receptores tactile del pelle


tastspriet ZN

1 (van insekten) antenna


tastvermogen ZN

1 tactilitate, tacto


tastwaarnememingen ZN MV

1 perceptiones tactile


tastzin ZN

1 senso tactile/del tacto, tacto, tactilitate


tasvormig BN

1 in forma de bursa, sacciforme


tater ZN

1 (kletskous) garrulator
2 (mond) bucca garrule


taterata TW

1 (trompet/hoorngeluid) taratantara


tateren WW

1 (kwebbelen) garrular


tatering ZN

1 garrulada


tatoeage ZN

1 (handeling) tatu, tatuage
2 (resultaat) tatu, tatuage


tatoeëerder ZN

1 tatuator


tatoeëerinstrument ZN

1 instrumento de tatu/de tatuage


tatoeëerstift ZN

1 stilo de tatu/de tatuage


tatoeëren WW

1 tatuar
het -- = tatu, tatuage
zich laten -- = facer se tatuar


tatoeëring ZN

1 tatu, tatuage


tatoeëringstechniek ZN

1 technica del tatu/del tatuage


tau ZN

1 (Griekse letter) tau


taugé ZN

1 germines de soya


taukruis ZN

1 tau


Tauriden ZN EIGN MV

1 (ASTRON) Taurides


taurobolium ZN

1 taurobolio


taurofobie ZN

1 taurophobia


tautochroon BN

1 tautochrone
--e kromme = curva tautochrone


tautogram ZN

1 tautogramma


tautologie BN

1 tautologia


tautologisch BN

1 tautologic
--e redenering = rationamento tautologic
--e uitdrukking = expression tautologic, tautologia


tautomeer BN

1 tautomere, tautomeric
--e verbinding = composito tautomere/tautomeric


tautomeer ZN

1 tautomero, composito tautomere/tautomeric


tautomerie ZN

1 tautomeria


tautosyllabisch BN

1 tautosyllabic


taveerne ZN

1 taverna


tax ZN

1 (belasting) taxa


taxameter ZN

1 Zie: taximeter


taxateur ZN

1 taxator, estimator
beëdigd -- = taxator jurate


taxatie ZN

1 taxation, valutation, evalutation, estimation, appreciamento
-- van een huis = valutation de un casa


taxatiefout ZN

1 error de valutation


taxatiekosten ZN MV

1 costos de taxation/de (e)valutation


taxatieprijs ZN

1 precio estimate/taxate/de taxation/de (e)valutation


taxatierapport ZN

1 expertise (F)


taxatiewaarde ZN

1 valor taxate/de taxation/de (e)valutation


taxeerbaar BN

1 appreciabile


taxeren WW

1 taxar, valutar, evalutar, estimar, appreciar
het -- = taxation, valutation, evalutation, estimation, appreciamento
een huis -- = valutar un casa
de schade -- = (e)valutar le damnos
een juweel laten -- = facer estimar un joiel


taxering ZN

1 Zie: taxatie


taxfree BN

1 exempte de taxa, libere de impostos
-- artikelen = articulos libere de impostos
-- shop = boteca libere de impostos


taxi ZN

1 taxi
rit in -- = cursa in taxi
een -- nemen = prender un taxi
een -- aanroepen = appellar un taxi
een -- bestellen = ordinar un taxi


taxibedrijf ZN

1 Zie: taxi-onderneming


taxibestuurder ZN

1 Zie: taxichauffeur


taxicentrale ZN

1 central de taxis


taxichauffeur ZN

1 conductor/chauffeur (F) de taxi, taxista


taxidermie ZN

1 taxidermia


taxidermisch BN

1 taxidermic


taxidermist ZN

1 taxidermista


taxiën WW

1 rolar
het vliegtuig taxiede over de startbaan = le avion/areoplano rolava super le pista de volo


taximeter ZN

1 taximetro, contator de taxi


taxi-onderneming ZN

1 interprisa/compania de taxis


taxipassagier ZN

1 passagero de taxi


taxirit ZN

1 cursa in taxi


taxistandplaats ZN

1 station de taxis


taxitarief ZN

1 tarifa de taxi


taxivliegtuig ZN

1 taxi del aere


taxonomie ZN

1 taxonomia, taxinomia


taxonomisch BN

1 taxonomic, taxinomic
--e prin-cipes = principios taxonomic


taxonoom ZN

1 taxonomista, taxinomista


taxus(boom) ZN

1 taxo


taxusachtige ZN

1 taxacea


taxusblad ZN

1 folio de taxo


taxushaag ZN

1 haga/sepe de taxos


taxusheg ZN

1 Zie: taxushaag


taxushout ZN

1 ligno de taxo


taylorisatie ZN

1 taylorisation


tayloriseren WW

1 taylorisar
het -- = taylorisation


taylorstelsel ZN

1 Zie: taylorsysteem


taylorsysteem ZN

1 (EC) systema Taylor, taylorismo
het -- toepassen = taylorisar
voorstander van het -- = taylorista


T-balk ZN

1 barra/ferro in T


t.b.c.

1 tuberculose (-osis)


t.b.c.-bestrijding ZN

1 lucta/campania antituberculose


t.b.c.-geval ZN

1 caso de tuberculose (-osis)


t.b.c.-haard ZN

1 foco tubercular/tuberculose


t.b.c.-patiënt ZN

1 patiente tubercular, tuberculoso


te BW

1 troppo, nimis
-- laat = troppo tarde
-- kort = troppo curte
-- veel = troppo
des -- te beter = tanto melio
des --te meer daar = tanto plus que
-- goed voor deze wereld = troppo bon pro iste mundo
-- veel om op te noemen = cuje enumeration esserea troppo longe
dat is een beetje -- = isto es un pauco/poco excessive


te VZ

1
-- bed liggen = esser in le lecto
-- Parijs wonen = viver in/a Paris
-- paard komen = venir a cavallo
-- voet = a pede
zitten -- studeren = esser studiante
de Dom -- Keulen = le cathedral de Colonia
-- middernacht = a medienocte
--n overstaan van = ante
-- goeder trouw = in bon fide, bona fide (L)


teak(hout) ZN

1 teca, tek


teakhouten BN

1 de teca/tek


teakolie ZN

1 oleo pro mobiles


team ZN

1 (SPORT) equipa, team (E)
een -- samenstellen = formar/componer un equipa/team
2 (samenwerkende mensen) equipa, team (E)
medisch -- = equipa/team medic
in een -- werken = travaliar/laborar in un equipa/team


teamgeest ZN

1 spirito de equipa/team (E)


teamspeler ZN

1 jocator in un equipa/team (E)


teamsport ZN

1 sport (E) de equipa/team (E)


teamverband ZN

1 equipa, team (E)
in -- werken = travaliar/laborar in equipa/in team


teamwork ZN

1 travalio/labor collective/de equipa/de team (E)/in gruppo


tearoom ZN

1 salon de the, tea-room (E)


teboeksteller ZN

1 registrator, chronista


teboekstelling ZN

1 (het te boek stellen) registration
-- van schepen = registration de naves
2 (het te boek gestelde) entrata
afschrift van -- = copia del entrata


technetium ZN

1 technetium


techneut ZN

1 technico assidue


technicolor ZN

1 technicolor
film in -- = film (E) in technicolor


technicum ZN

1 schola technic


technicus ZN

1 technico


techniek ZN

1 (nodige bewerkingen/verrichtingen om iets tot stand te brengen) technica
een cursus methoden en -- = un curso in/de methodos e technicas
een -- aanleren = apprender un technica
een -- toepassen = applicar un technica
2 (bewerkingen mbt de industrie) technica, technologia
geavanceerde --en = technicas avantiate
wonderen van de -- = meravilias del technica
vooruitgang van de -- = progresso technic
de -- staat voor niets = le technica non ha limites
3 (vaardigheid) technica
-- van een pianist = technica de un pianista
-- van een tennisser = technica de un jocator de tennis (E)
over onvoldoende -- beschikken = posseder technicas insufficiente


technisch BN

1 technic, del technica
-- tekenaar = designator technic/industrial
-- medewerker = adjuncto technic
--e school = schola technic/industrial
--e hogeschool = schola technic superior
-- onderwijs = inseniamento technic
--e dienst = servicio technic
-- bureau = agentia technic
-- woordenboek = dictionario technic
--e encyclopedie = encyclopedia del technica
--e taal(gebruik) = linguage technic
--e term = termino technic, technicismo
--e terminologie = terminologia technic
--e vooruitgang = progresso technic
--e moeilijkheid = difficultate technic
--e vakken = disciplinas technic
-- karakter = technicitate
dat is -- onmogelijk = isto es technicamente impossibile


technisch-economisch BN

1 technico-economic


technocraat ZN

1 (aanhanger van de technocratie) technocrate
2 (iemand die zich door zakelijke overwegingen laat leiden) technocrate


technocratie ZN

1 (stelsel) technocratia
2 (heerschappij van technici) technocratia


technocratisch BN

1 technocratic


technocratisme ZN

1 technocratia


technofiel BN

1 technophile


technokeuring ZN

1 controlo technic (de un automobile)


technologie ZN

1 (leer) technologia
2 (toepassing van natuurwetenschap) technologia
chemische -- = technologia chimic
fysische -- = technologia physic
farmaceutische -- = technologia pharmaceutic
medische -- = technologia medic


technologisch BN

1 technologic
--e vooruitgang = progresso technologic
de moderne --e ontwikkeling = le disveloppamento del technologia moderne
een -- hoogontwikkeld land = un pais technologicamente avantiate


technoloog ZN

1 technologo, technologista


technorapport ZN

1 certificato de controlo technic (de un automobile)


technostation ZN

1 station/centro/garage (F) de controlo technic (de automobiles)


technostructuur ZN

1 technostructura


teckel ZN

1 (hond) teckel (D), bassetto german


tectologie ZN

1 tectologia


tectologisch BN

1 tectologic


tectyl ZN

1 (merknaam) textyl, producto anticorrossive


tectyleren WW

1 tractar con tectyl/con un producto anticorrosive


teddybeer ZN

1 urso de pluche (F), teddy(bear) (E)


teder BN

1 tenere
--e liefde = amor tenere
--e kus = basio tenere
iemand -- aankijken = reguardar/mirar un persona teneremente/con teneressa


tederheid ZN

1 teneressa
moederlijke -- = teneressa maternal
de natuur in al haar -- = le natura in tote su teneressa


tederte ZN

1 Zie: tederheid


Te Deum ZN

1 Te Deum


TEE

1 (afk.: Trans-Europe Express (E)) TEE, traino transeuropee


teef ZN

1 cana
loopse -- = cana in calor


teek

1 ticca


teelaarde ZN

1 humus (L), terra vegetal


teelbal ZN

1 teste, testiculo, colion


teelbalontsteking ZN

1 orchitis


teeldrift ZN

1 Zie: geslachtsdrift


teelgewas ZN

1 planta cultivate


teelgrond ZN

1 Zie: teelaarde


teellaag ZN

1 Zie: humuslaag


teelt ZN

1 (verbouw) cultura, cultivation
-- van koffie = cultura/cultivation de caffe
-- van tabak = cultura/cultivation de tabaco
eigen -- = cultura proprie/de proprie recolta
2 (fokkerij) elevamento


teeltkeus ZN

1 selection
natuurlijke -- = selection natural
kunstmatige -- = selection artificial


teeltleer ZN

1 genetica


teeltvergunning ZN

1
-- voor hennep = autorisation (official) pro le cultura de cannabe/cannabis


teeltweefsel ZN

1 (PLANTK) cambio


teelvocht ZN

1 liquido seminal/spermatic


teem ZN

1 maniera de parlar multo monotone


teems ZN

1 tamis, tamisio, cribro, colo, colatorio


teen ZN

1 (deel van de voet) digito del pede
grote -- = grande digito/digito grosse (del pede)
kleine -- = parve digito (del pede)
op de --en = super le puncta del pedes
(DIERK) op de --en lopend = digitigrade
gauw op zijn --tjes getrapt = punctiliose
van top tot -- = del capite/testa al pedes
2 (deel van een sok/kous) puncta
3
--tje knoflook = puncta de allio
4 (voet van een dijk) pede
5 (vlechtrijs) vimine


teenager ZN

1 teenager (E), adolescente


teenakker ZN

1 Zie: teenland


teenamputatie ZN

1 amputation de un digito del pede


teenbotje ZN

1 Zie: teenkootje


teengang ZN

1 ambulatura digitigrade


teenganger ZN

1 digitigrado


teenhout ZN

1 vimine


teenkootje ZN

1 phalange


teenland ZN

1 campo de vimines


teenstuk ZN

1 extremitate del calceatura/calceo/scarpa


teenwilg ZN

1 salice viminal, vimine


teer ZN

1 catran
vat -- = tonnello de catran
met -- insmeren = catranar


teer BN

1 (broos) delicate, tenere, fragile
-- gestel = constitution delicate/fragile
--e gezondheid = sanitate fragile
--e huid = pelle delicate
-- poppetje = esser/puera fragile
2 (gevoelig) delicate
-- onderwerp = subjecto/thema delicate
-- punt = puncto/question delicate
(FIG) een --e snaar aanroeren = toccar/facer vibrar le chorda sensibile


teerachtig BN

1 catranose


teerasfalt ZN

1 asphalto/pice a catran


teerbak ZN

1 recipiente de catran


teerbemind BN

1 teneremente amate


teerder ZN

1 catranator


teeremulsie ZN

1 emulsion de catran


teerfabriek ZN

1 catraneria


teergehalte ZN

1 tenor/percentage de catran


teergeld ZN

1 Zie: teerpenning


teergeliefd BN

1 Zie: teerbemind


teergevoelig BN

1 (multo) sensibile, tenere, de corde tenere
-- hart = corde sensibile


teergevoeligheid ZN

1 sensibilitate


teerhartig BW

1 Zie: teergevoelig


teerhartigheid ZN

1 Zie: teergevoeligheid


teerheid ZN

1 sensibilitate, teneressa, delicatessa, fragilitate


teerhoudend BN

1 catranose


teerketel ZN

1 caldiera de catran


teerkleed ZN

1 tela catranate


teerkleur ZN

1 color de catran


teerkleurig BN

1 de color de catran


teerkoker ZN

1 catranator


teerkokerij ZN

1 catraneria


teerkost ZN

1 viveres pro le viage


teerkwast ZN

1 brossa/pincel pro catranar


teerlaag ZN

1 strato de catran


teerling ZN

1 (dobbelsteen) dato
2 (kubus) cubo


teerlingsbeentje ZN

1 osso cuboide


teerlingsworp ZN

1 jecto de datos


teerlingvormig BN

1 cubic, cuboide


teerlucht ZN

1 odor de catran


teerolie ZN

1 oleo de catran


teeroven ZN

1 furno de catran


teerpapier ZN

1 papiro catranate


teerpenning ZN

1 viatico


teerpil ZN

1 pilula al catran


teerpot ZN

1 potto a/de catran


teerprodukt ZN

1 producto de catran


teerproduktie ZN

1 production de catran


teerreuk ZN

1 odor de catran


teersmaak ZN

1 gusto de catran


teerspijs ZN

1 (mondkost) viatico
2
Heilige Teerspijs = Viatico


teersproeimachine ZN

1 catranator


teerstoker ZN

1 catranator


teerton ZN

1 tonnello a/de catran


teertouw ZN

1 corda catranate


teervat ZN

1 Zie: teerton


teerwater ZN

1 aqua catranate


teerweg ZN

1 cammino/via catranate


teerzalf ZN

1 unguento/pomada al catran


teerzand ZN

1 arena/sablo bituminose


teerzeep ZN

1 sapon (a base) de catran, sapon al catran


teestuk ZN

1 te


TEE-trein ZN

1 TEE


teevee ZN

1 (televisie) television
naar de -- kijken = reguardar le television
2 (televisietoestel) television, televisor


teeveetoestel ZN

1 television, televisor


tefillin ZN

1 phylacterio


teflon ZN

1 (merknaam) teflon


tefra ZN

1 tephra, projection vulcanic


teg(u)men ZN

1 tegumento


tegader BW

1 insimul
-- brengen = assemblar, reunir


tegel ZN

1 quadrello
glazen --s = quadrellos de vitro
schoorsteen met antieke --tjes = cammino con quadrellos antique
--s leggen = poner quadrellos, quadrellar
met --s beklede badkamer = sala de banio quadrellate


tegelaarde ZN

1 argilla pro quadrellos


tegelbakker ZN

1 fabricante de quadrellos


tegelbakkerij ZN

1 (fabricage) fabrication de quadrellos
2 (fabriek) fabrica de quadrellos


tegelbekleding ZN

1 revestimento de quadrellos


tegelbestrating ZN

1 pavimento de quadrellos


tegelfabricage ZN

1 Zie: tegelbakkerij-1


tegelfabriek ZN

1 Zie: tegelbakkerij-2


tegelijk BW

1 (op hetzelfde ogenblik) in/al mesme tempore, simultaneemente
zij kwamen -- aan = illes arrivava al mesme tempore
ik kan geen twee dingen -- doen = io non pote facer duo cosas al mesme tempore
ik kan niet overal -- zijn = io non ha le dono del ubiquitate
jullie moeten -- trekken = vos debe tirar simultaneemente
2 (in dezelfde periode) simul, insimul, in/al mesme tempore
zij hebben -- gestudeerd = illes ha facite lor studios insimul
3 (samen met iets/iemand anders) simul, insimul
als de timmerman komt, kan je -- die kast laten repareren = quando le carpentero venira, tu le demandera anque de reparar iste armario
4 (tevens) simul, insimul, in/al mesme tempore
hij is dokter en -- apotheker = ille es al mesme tempore medico e pharmacista
allen -- = totes insimul, in bloco


tegelijkertijd BW

1 (gelijktijdig) in le/al mesme tempore/momento, simultaneemente
wij kwamen -- aan = nos arrivava al mesme tempore/momento, io arrivava con ille/illa, etc.
2 (tevens) in le/al mesme tempore, simul, insimul


tegelindustrie ZN

1 industria de quadrellos


tegelkachel ZN

1 estufa de ceramica


tegelmaker ZN

1 Zie: tegelbakker


tegelmat ZN

1 matta de junco


tegelmozaïek ZN

1 mosaico de quadrellos


tegeloven ZN

1 furno de un fabrica de quadrellos


tegelpad ZN

1 sentiero de quadrellos


tegelschilder ZN

1 pictor de quadrellos


tegeltableau ZN

1 quadro de quadrellos


tegelvloer ZN

1 solo quadrellate, pavimento de quadrellos


tegelwand ZN

1 pariete/muro quadrellate


tegelwerk ZN

1 mosaico de quadrellos, quadrellos


tegelzetten WW

1 quadrellar


tegelzetter ZN

1 quadrellator


tegemoet BW

1 al incontro de
iemand -- gaan = ir al incontro de un persona
iemand -- rennen = currer pro incontrar un persona
iets reikhalzend -- zien = attender un cosa con impatientia
de warmte komt ons -- = le calor arriva usque a nos
zijn ondergang/ongeluk -- gaan = currer a su perdita/al disastro
zijn tegenstander -- komen = venir al incontro de su adversario, (FIG) facer un concession a su adversario
aan iemands wensen -- komen = tener conto del desiros/desiderios de un persona
aan iemands bezwaren -- komen = tener conto del objectiones de un persona
iets -- zien = (verwachten) expectar un cosa, (zien naderen) vider avicinar se un cosa
-- treden = ir al incontro de
betere tijden -- gaan = haber ante se melior tempores


tegemoetkomend BN

1 (toeschietelijk) conciliante, accommodante, complacente, transigente
hij is niet erg -- = ille non es multo transigente, ille es (as)satis intransigente
2 (naar de spreker toe) in senso inverse, contrari
-- verkeer = traffico/circulation contrari/que veni in senso inverse/in le direction opposite


tegemoetkoming ZN

1 (concessie) concession
onderlinge -- = concessiones reciproc
2 (gedeeltelijke vergoeding) contribution, indemnisation, compensation, subvention
-- van het rijk = adjuta financiari/contribution statal/del stato
een kleine -- voor de geleden schade = un parve compensation pro le damnos suffrite
iemand een -- in de kosten geven = participar al/in le costos de un persona, indemnisar un persona pro un parte del costos, dar a un persona un reduction del costos


tegen VZ

1 (in omgekeerde richting) contra
-- de stroom = contra le currente
-- de wind in fietsen = bicyclar contra le vento
-- iets ingaan = (strijdig zijn) esser contrari a un cosa
het proces van X -- Y = le processo de X contra Y
2 (gekeerd naar) contra, verso
-- een boom plassen = urinar contra un arbore
vreemd -- iets aankijken = non esser habituate a un cosa
iets -- iemand zeggen = dicer un cosa a un persona
3 (jegens) verso
vriendelijk -- iemand zijn = esser amabile/amical verso un persona
4 (als aanduiding van een vijandige houding of competitie) contra
een race -- de klok = un cursa contra le horologio
zich -- de kou beschermen = proteger se contra le frigido
de schijn -- zich hebben = haber le apparentias contra se
zij heeft iets -- hem = illa ha alique contra ille
daar kun je niets op -- hebben = tu non pote objectar a isto
heb je er iets op --? = ha tu ulle objectiones?
daar heb ik niets op -- = io non ha nulle objectiones
een wrok -- iemand koesteren = nutrir resentimento contra un persona
ergens niet -- kunnen = non supportar un cosa
het -- iemand opnemen = defiar/provocar un persona
zich -- brand verzekeren = assecurar se contra le incendio
zich -- iets verzetten = opponer se a un cosa
-- iets vechten = combatter contra un cosa
-- Ajax voetballen = jocar contra Ajax, incontrar Ajax
bestand -- = a proba/prova de, resistente a
5 (in strijd met) contrari a, contra
-- zijn principes = contrari a su principios
-- zijn gewoonte in handelen = ager contra su habitude
-- iets indruisen = esser contrar a un cosa
dat is -- de wet = isto es contra/contrari al/in contravention del lege, isto es illegal
iets doen -- wil en dank = facer un cosa reluctantemente/contra su voluntate
6 (mbt het einde van een beweging) contra
dat stuit me -- de borst = isto me repugna
7 (kort vóór) verso
-- het einde van het boek = verso le fin del libro
-- tweeën = verso duo horas
8 (in aanraking met) contra
-- een auto leunen = esser appoiate contra un auto(mobile)
een steen -- een muur gooien = lancear un petra contra un muro
het bed -- de wand duwen = pulsar le lecto contra le pariete
9 (in ruil voor) contra
iets ruilen -- iets = excambiar un cosa contra un cosa
10 (vergeleken met) contra
tien -- één = dece contra un


tegen ZN

1 contra
het voor en het -- = le pro e le contra
alles heeft zijn voors en zijn --s = toto ha su pros e su contras


tegen BW

1 contra
zijn stem -- uitbrengen = votar contra, exprimer un voto negative
wind en stroom waren ons -- = le vento e le currente esseva contra nos
ergens -- zijn = esser contra un cosa, esser opposite a un cosa
zij heeft haar leeftijd -- = su etate es contra illa


tegenaan BW

1 contra
ergens -- leunen = appoiar se contra/a un cosa
het andere huis staat er vlak -- = le altere casa es adjacente
(FIG) ergens -- lopen = trovar un cosa casualmente
(FIG) ergens veel geld -- gooien = investir multe moneta in un cosa


tegenaanbod ZN

1 contraproposition, contraofferta


tegenaanklacht ZN

1 contra-accusation


tegenaanval ZN

1 contra-attacco
in de -- gaan, een -- uitvoeren = contra-attaccar, passar al contra-attacco


tegenaanwijzing ZN

1 contra-indication


tegenactie ZN

1 contra-attacco, contra-offensiva


tegenadvies ZN

1 contra-aviso


tegenantwoord ZN

1 replica


tegenarbitrage ZN

1 contra-arbitrage


tegenargument ZN

1 argumento contrari, contra-argumento
--en aanvoeren = adducer/presentar argumentos contrari/opposite, opponer argumentos


tegenartikel ZN

1 replica


tegenbatterij ZN

1 contrabatteria


tegenbedenking ZN

1 objection


tegenbeding ZN

1 stipulation/clausula contrari


tegenbeeld ZN

1 (tegenstelling) contrasto, antithese (-esis)
2 (tegenhanger) pendant (F), antitypo


tegenbelofte ZN

1 contrapromissa


tegenbericht ZN

1 aviso contrari, contraaviso
behoudens -- = salvo aviso contrari


tegenbeschikking ZN

1 disposition contrari


tegenbeschuldiging ZN

1 recrimination, contra-accusation
--en inbrengen tegen = recriminar
met een -- beantwoordend = recriminatori
iemand die --en inbrengt = recriminator


tegenbetogen WW

1 contramanifestar


tegenbetoging ZN

1 contramanifestation
deelnemer aan een -- = contramanifestante


tegenbetoog ZN

1 refutation, confutation


tegenbevel ZN

1 contraordine, contramandato, ordine/mandato contrari
een -- geven = dar un contraordine, contramandar


tegenbeweging ZN

1 movimento contrari


tegenbewijs ZN

1 proba/prova contrari, proba/prova/demonstration del contrario
een -- leveren = presentar/fornir un proba/prova contrari
een -- toelaten = admitter un proba/prova contrari


tegenbezoek ZN

1 visita reciproc, contravisita
een -- afleggen = render su visita a un persona


tegenbezwaar ZN

1 objection


tegenbieden WW

1 facer un contraofferta


tegenblaffen WW

1 latrar contra


tegenbod ZN

1 contraofferta
een -- doen = facer un contraofferta


tegenboeking ZN

1 contrapartita


tegenboord ZN

1 bordo opposite


tegencoup ZN

1 contracolpo de stato


tegencultuur ZN

1 contracultura


tegendeel ZN

1 contrario, opposito, reverso, inverso, antithese (-esis)
harmonie del --en = harmonia del contrarios
het -- is waar = il es justemente le inverso, il es ver le contrario
het -- bewijzen = provar/probar le contrario
geheel het -- van = tote le contrario de
alles wijst op het -- = toto indica le contrario
de --en sluiten elkaar uit = le contrarios se exclude
hij is het -- van zijn vader = ille es tote le contrario de su patre, ille es le perfecte antithese de su patre, ille es le polo opposite de su patre
het -- zeggen van hetgeen men meent = dicer le contrario de lo que on pensa
daarmede zou men het -- bereiken = isto esserea contraproducente/contraproductive
2 (FIL, WISK) reciproco


tegendemonstratie ZN

1 Zie: tegenbetoging


tegendeur ZN

1 porta opposite


tegendoelpunt ZN

1 goal (E) contra
twee --en krijgen = conceder duo goals


tegendraad ZN

1 (WEVEN) filo del trama


tegendraads BN

1 (niet gelijk met de draad) contra le filo, a contrafilo
vlees -- snijden = trenchar {sj} carne contra le filo
2 (recalcitrant) recalcitrante, contrariante, oppositive
-- reageren = esser contrariante, reager in maniera recalcitrante


tegendraaien WW

1 tornar in le senso opposite


tegendrang ZN

1 impulsion contrari


tegendruk ZN

1 (NAT) resistentia, contrapression, pression (in senso) contrari
een -- uitoefenen = exercer un contrapression
2 (DRUKK) contraprova, contraproba


tegeneffect ZN

1 contraeffecto, effecto contrari


tegeneis ZN

1 (JUR) reconvention, demanda reconventional
via een -- = reconventionalmente


tegeneten WW

1 mangiar usque al disgusto, dar se un indigestion
zich iets -- = mangiar un cosa usque al disgusto


tegengaan WW

1 (bestrijden) combatter, reprimer, luctar contra, opponer se a, frenar
ondeugden -- = combatter vitios
het kwaad -- = reprimer le mal
misbruik -- = combatter le abuso
de inflatie -- = frenar le inflation
2 (tegemoet gaan) ir al incontro de


tegengalm ZN

1 echo, resonantia


tegengas ZN

1
(FIG) -- geven = resister, opponer se, manifestar su opposition


tegengeschenk ZN

1 dono reciproc


tegengesteld BN

1 adverse, reverse, contrari, contradictori, inverse, opposite, (BW ook) adverso
--e gevoelens = sentimentos contrari/contradictori
--e belangen = interesses opposite/contrari/incompatibile, divergentia de interesses
--e meningen = opiniones opposite
--e getallen = numeros opposite
in --e richting = in direction/senso inverse/contrari
het --e effect hebben = esser contraproductive/contraproducente
(FIL) -- in bepaalde opzichten = subcontrari


tegengestelde ZN

1 Zie: tegendeel


tegengevoel ZN

1 sentimento reciproc


tegengewerkt BN

1 contrariate
-- plan = projecto contrariate


tegengewicht ZN

1 contrapeso


tegengif ZN

1 antidoto, contraveneno, antiveneno, (gevormd in het organisme zelf) antitoxina
universeel -- = mithridato
een -- toedienen = administrar un contraveneno, antidotar


tegenglans ZN

1 reflexo


tegenhanger ZN

1 pendant (F), antitypo, (ambtgenoot) homologo
als -- = como pendant
een -- vormen met = facer pendant con
elkaars --(s) zijn = esser symmetric


tegenhebben WW

1 (last hebben van) esser disavantagiate per
zij heeft haar leeftijd tegen = illa es disavantagiate de su etate, su etate es contra illa
2 (tegenwerking ondervinden van) esser opponite per
een aantal leden van de vergadering -- = esser opponite per alicun membros del assemblea


tegenheid ZN

1 Zie: tegenspoed


Tegen-Hervorming ZN

1 Contrareforma


tegenhoek ZN

1 angulo opposite


tegenhouden WW

1 (beletten voort te gaan) arrestar, stoppar, retener, continer, blocar
de loop van het water -- = arrestar/stoppar le curso del aqua
een hollend paard -- = arrestar/stoppar un cavallo currente
de vijand -- = continer le inimico
2 (verhinderen) impedir, stoppar, blocar
een huwelijk -- = impedir un maritage/matrimonio
wie kan die plannen --? = qui pote stoppar iste planos?
een hervorming -- = blocar un reforma
3 (onderscheppen) interceptar
een wolk houdt de zon tegen = un nube intercepta le sol
het -- van de zonnestralen = le interception del radios del sol


tegenin BW

1 contra, opposite a
ergens -- gaan = combatter un cosa, esser opposite a un cosa, opponer se a un cosa


tegenkandidaat ZN

1 (kandidaat van de tegenpartij) candidato del partito adverse
2 (tweede kandidaat) secunde candidato, candidato alternative
een -- stellen = presentar un secunde/altere candidato


tegenkanter ZN

1 adversario


tegenkanting ZN

1 opposition, resistentia
-- ondervinden = incontrar opposition


tegenkeizer ZN

1 anticesar


tegenkiel ZN

1 carlinga


tegenklacht ZN

1 reconvention


tegenkomen WW

1 (ontmoeten) incontrar, cruciar
iemand op straat -- = cruciar un persona in le strata
zichzelf -- = esser confrontate a su proprie limites
2 (tegemoet komen) venir al incontro de
3 (aantreffen) incontrar


tegenkracht ZN

1 resistentia, fortia contrari/opposite/antagonistic, contrafortia


tegenlachen WW

1 rider/surrider (a un persona), esser favorabile a
de toekomst lacht hem tegen = le futuro le surride


tegenleer ZN

1 doctrina opposite


tegenlicht ZN

1 contraluce
een foto met -- genomen = un photo(graphia) prendite a/in contraluce


tegenlichteffect ZN

1 effecto de contraluce


tegenlichtopname ZN

1 photo(graphia) a/in contraluce, contraluce


tegenligger ZN

1 vehiculo/auto(mobile)/bicycletta que veni in senso inverse/contrari/que approcha {sj}
2 nave que naviga in direction contrari


tegenlopen WW

1 ir mal
alles loopt me vandaag tegen = toto va mal pro me hodie


tegenmaatregel ZN

1 mesura contrari/de represalias, contramesura


tegenmacht ZN

1 contrapoter


tegenmars ZN

1 (MIL) contramarcha {sj}


tegenmelodie ZN

1 contrapuncto


tegenmerk ZN

1 contramarca


tegenmijn ZN

1 (MIL) contramina
met --en beschermen = contraminar


tegenmijnen WW

1 contraminar


tegenmuur ZN

1 contramuro, muro de sustenimento


tegennatuurlijk BN

1 (onnatuurlijk) contranatural, antinatural, anormal
2 (pervers) contranatural, antinatural, depravate, perverse
--e neigingen = tendentias antinatural/perverse


tegennatuurlijkheid ZN

1 character contranatural, contranaturalitate, antinaturalitate, anormalitate
2 (perversiteit) depravation, perversitate


tegenoffensief ZN

1 contraoffensiva


tegenofferte ZN

1 contraofferta


tegenomwalling ZN

1 contravallation


tegenomwenteling ZN

1 contrarevolution


tegenontwerp ZN

1 contraprojecto


tegenop BW

1
daar kan ik niet -- = isto es superior a mi fortias, isto es plus que io pote supportar
niemand kon tegen hem op = ille esseva le plus forte, ille esseva troppo forte pro nos/pro illes


tegenopverstelbaar BN

1 opponibile


tegenorder ZN

1 contraordine, contramandato, ordine/mandato contrari


tegenover VZ

1 (aan de overzijde van) in facie de
hij woont schuin -- de kerk = ille habita diagonalmente in facie del ecclesia
de afbeelding -- pagina drie = le imagine al latere del pagina tres
de huizen hier -- = le casas (al latere) opposite
2 (in tegenstelling met) contrarimente a, opposite a
heet -- koud = cal(i)de opposite a frigide
-- elkaar = vis-à-vis (F)
zij staan lijnrecht -- elkaar = illes ha un opinion diametralmente opposite
3 (vergeleken met) comparate a, in comparation con, contra
-- elkaar stellen/plaatsen = opponer, contraponer
het nieuwe schip heeft ruimte voor 1600 passagiers, -- het oude 1100 = comparate al 1100 passageros del ancian nave, le nove pote haber 1600; le nove nave pote haber 1600 passageros, contra 1100 pro le ancian
4 (jegens) verso
-- mij is hij altijd beleefd = verso/con me ille es semper/sempre cortese
hoe sta je -- die kwestie? = que pensa tu de iste question?
sympathiek -- iets staan = monstrar se/esser favorabile a un cosa
scherp/fel -- elkaar staan = esser violentemente opposite


tegenovergelegen BN

1 opposite
het -- huis = le casa opposite


tegenovergesteld BN

1 reverse, contrari, contradictori, inverse, opposite
in --e richting/kant = in direction/senso contrari/inverse/opposite, opposito
--e bladeren = folios opposite
--e hoeken = angulos opposite
in het -- geval = in le caso contrari/opposite
(FIL) -- in bepaalde opzichten = subcontrari


tegenovergestelde ZN

1 opposito, inverso, reverso, contrario, antipode
ik ben van het -- overtuigd = io es convincite del contrario


tegenoverliggend BN

1 opposite
--e hoeken = angulos opposite


tegenoverstaand BN

1 del altere latere, opposite
--e bladeren = folios opposite
--e zijden = lateres opposite
vertaling met --e tekst = traduction con le texto al altere pagina


tegenoverstellen WW

1 opponer
2 confrontar
3 (compenseren) compensar
4 (iets als tegenprestatie bieden) offerer como compensation
5 (vergelijken) contraponer


tegenoverstelling ZN

1 opposition
2 confrontation


tegenpartij ZN

1 (wederpartij) adversario, (JUR) parte adverse, (SPORT) equipa contrari
advocaat van de -- = advocato (del parte) adverse
speler van de -- = adversario, jocator del equipa contrari
2 (MUZ) secunde partita


tegenpaus ZN

1 antipapa
van de -- = antipapal


tegenplan ZN

1 contraprojecto


tegenpleiter ZN

1 advocato del parte adverse, opponente


tegenpoging ZN

1 contraeffortio


tegenpool ZN

1 polo opposite, antipolo, altere extremitate


tegenpraat ZN

1 contradiction


tegenpraten WW

1 contradicer


tegenprater ZN

1 contradictor


tegenprestatie ZN

1 compensation, contraprestation, servicio reciproc


tegenproef ZN

1 contraprova, contraproba


tegenpropaganda ZN

1 contrapropaganda


tegenpruttelen WW

1 grunnir, murmurar, protestar


tegenprutteling ZN

1 murmures, murmurationes, protestation


tegenpunt ZN

1 (WISK) puncto (diametralmente) opposite


tegenrede ZN

1 replica


tegenregering ZN

1 contragovernamento


tegenregister ZN

1 registro de controlo


tegenrekening ZN

1 contraconto


tegenschans ZN

1 contravallation


tegenschemering ZN

1 anticrepusculo


tegenschok ZN

1 contracolpo


tegenschrift ZN

1 replica


tegenslag ZN

1 (tegenspoed) adversitate, contratempore, reverso (del fortuna), fortuna adverse, infortuna, misaventura
herhaalde --en = reversos de fortuna successive/repetite
-- ondervinden = haber/suffrer contratempores
2 (MUZ) contratempore


tegenspartelen WW

1 resister, opponer se


tegensparteling ZN

1 resistentia, opposition


tegenspel ZN

1 joco del oppositor, responsa, replica
-- bieden = offerer resistentia, facer opposition


tegenspeler ZN

1 (DRAM) partenario
2 (tegenstander) adversario, opponente, oppositor, antagonista
Talleyrand was de grote -- van Napoleon = Talleyrand esseva le grande adversario/le antagonista principal de Napoleon


tegenspionage ZN

1 contraspionage


tegenspoed ZN

1 Zie: tegenslag
door -- gelouterd = forgiate per le adversitate


tegenspraak ZN

1 (protest) objection, contradiction, protesto
-- uitlokken = provocar objectiones/protesto
geen -- dulden = non admitter objectiones/contradiction
zonder -- volgde hij het bevel op = ille obediva al ordine sin ulle objectiones/sin protestar
2 (ontkenning) objection, contestation
niet aan -- onderhevig = non subjecte a objection
zonder -- = indisputabile, incontestabile, incontrovertibile
3 (het tegenstrijdig zijn) contradiction, incompatibilitate, oppugnation, discrepantia, antinomia, paradoxo
-- in zichzelf = contradiction in le terminos
onderlinge -- = mutue contradiction
in -- zijn met = contradicer, esser in contradiction con
dat is in -- met hetgeen hij eerder gezegd heeft = isto contradice lo que ille ha dicite anteriormente
in flagrante -- met = in flagrante contradiction con
lijnrecht in -- met = in opposition total con, diametralmente/totalmente opposite a
vonnis op/bij -- = judicamento contradictori
niet onderhevig aan -- = non subjecte a discussion


tegenspreken WW

1 (zich met woorden verzetten tegen) contradicer, objectar, replicar, protestar
2 (juistheid van iets ontkennen) dismentir, contestar, oppugnar
dat gerucht is door niemand tegengesproken = nemo/necuno non ha dismentite/contestate iste rumor
een mening -- = oppugnar un opinion
3 (weerleggen) refutar
4 (strijdig zijn) contradicer, dismentir, confliger con, esser inconsistente con
een weefsel van zich telkens --de verklaringen = un texito de explicationes contradictori
het één spreekt het ander tegen = le duo cosas es contradictori, le cosa es inconsistente con le altere


tegensprekend BN

1 contradictori


tegenspreker ZN

1 contradictor, objector, oppugnator


tegensputteren WW

1 Zie: tegenpruttelen


tegensputtering ZN

1 Zie: tegenprutteling


tegenstaan WW

1 (niet aanstaan) disagradar, displacer, repugnar, disgustar
dat eten staat hem tegen = iste nutrimento le repugna/disgusta
zijn manieren staan me tegen = su manieras me disagrada/me repugna


tegenstand ZN

1 (verzet) resistentia, opposition
-- bieden = resister, opponer/offerer/facer resistentia
-- ontmoeten/ondervinden = incontrar/trovar opposition/resistentia
2 (SCHEI, ELEKTR) (tegengestelde kracht) resistentia
3 (plaatsing tegenover iets) opposition
(ASTRON) een planeet is in -- met de zon = un planeta es in opposition con le sol


tegenstander ZN

1 opponente, adversario, antagonista, contradictor, oppositor, (tegenspreker) contradictor, objector
een -- verslaan = batter un adversario
een -- uitschakelen = eliminar un adversario
twee --s tot elkaar brengen = accordar duo adversarios
-- van iets zijn = opponer se a un cosa


tegenstellend BN

1 (TAAL) adversative, disjunctive
-- voegwoord = conjunction adversative/disjunctive


tegenstelling ZN

1 (antithese) antithese (-esis), opposition
er bestonden grote --en binnen de partij = il habeva dissensiones profunde/differentias considerabile de opinion in le partito
2 (contrast) opposition, contrasto, contraposition, contradistinction
schrille -- = contrasto violente/evidente, abysmo
ideologische --en = contrastos ideologic
een scherpe -- vormen = contrastar violentemente
-- in gevoelens = contrasto de sentimentos
in -- met/tot = in opposition/contrasto con, contrari a
in -- daarmee = in/per contrasto
in -- met hetgeen in Duitsland gebeurt = contrarimente a lo que occurre in Germania
3 (TAAL) antonymia


tegenstem ZN

1 (stem tegen) voto contra/contrari/negative
2 (MUZ) secunde partita


tegenstemmen WW

1 votar contra/negativemente, dar le voto contrari, exprimer un voto contrari


tegenstemmer ZN

1 persona qui vota contra
er waren twintig --s = il habeva vinti/viginti votos contra


tegenstof ZN

1 (BIOL) anticorpore


tegenstoom ZN

1 contravapor


tegenstoot ZN

1 contracolpo, contraattacco
2 (SCHERMEN) contra, riposta


tegenstreven WW

1 resister a, opponer se a, luctar contra, contrariar
zonder -- = sin opponer resistentia


tegenstrever ZN

1 adversario, opponente, rival, concurrente, competitor, antagonista


tegenstreving ZN

1 antagonismo


tegenstribbelaar ZN

1 rebelle, refractario


tegenstribbelen WW

1 resister, contrariar, protestar, esser rebelle/refractari/recalcitrante


tegenstribbelend BN

1 refractari, recalcitrante, rebelle


tegenstribbeling ZN

1 resistentia, recalcitration, indocilitate


tegenstrijd ZN

1 conflicto, (FIG ook) contradiction
in -- zijn met = confliger con, esser in contradiction con, esser contradictori a


tegenstrijden WW

1 contradicer, esser contrari a


tegenstrijder ZN

1 adversario


tegenstrijdig BN

1 contrari, contradictori, antinomic, inconsistente, incompatibile
--e belangen = interesses incompatibile/inconciliabile
--e beweringen = affirmationes contradictori
--e gevoelens = sentimentos contrari/contradictori/ambivalente
--e opvattingen = conceptiones antinomic
-- handelen = esser inconsequente, ager inconsistentemente
--e naturen = naturas discorde/discordante


tegenstrijdigheid ZN

1 (eigenschap, feit) contradiction, opposition, dissonantia, discordantia, (schijnbare tegenstrijdigheid) paradoxo
innerlijke -- = contradiction interne, antinomia
-- van twee naturen = discordantia de duo naturas
-- tussen opvattingen en gedrag = dissonantia inter principios e conducta/comportamento
-- in de bewoordingen = contradiction in le terminos, contradictio in terminis (L)
zij is een vat vol --en = illa es un cumulo de contradictiones, illa es un persona plen de contradictiones
2 (iets tegenstrijdigs) contradiction, conflicto, inconsistentia, discrepantia, contrarietate
een -- bevatten = involver/implicar un contradiction
het boek bevat verscheidene --en = il ha plure inconsistentias in le libro
3 contradiction, contrarietate, paradoxo, antinomia, repugnantia, antilogia
4 incongruentia
de verklaring van de getuige zit vol --en = le deposition del teste es plen de incongruentias


tegenstroming ZN

1 Zie: tegenstroom


tegenstroom ZN

1 contracurrente, currente contrari/adverse


tegenstuit ZN

1 contracolpo


tegensturen WW

1 girar le volante in senso contrari


tegentij ZN

1 marea contrari, contramarea
2 (FIG) (tegenspoed) adversitate, contratempore


tegenval ZN

1 Zie: tegenvaller


tegenvallen WW

1 disappunctar, esser contrari al expectation, frustrar le sperantias, non responder al sperantias, causar disappunctamento
dat valt mij van je tegen = tu me ha disappunctate
de opbrengst valt tegen = le rendimento es disappunctante
de jongeman valt ons tegen = le juvene homine frustra nostre sperantias
dat valt me erg tegen = isto es un grande disillusion pro me
vies -- = dar un surprisa disagradabile
de rekening is vies tegengevallen = le nota esseva ben salate


tegenvaller ZN

1 disappunctamento, contratempore
dat is een --tje = isto es un contratempore sin importantia


tegenvergif ZN

1 Zie: tegengif


tegenverklaring ZN

1 (verklaring van de andere zijde) declaration contrari, contradeclaration, risposta, replica, objection del parte adverse
2 (verklaring dat men tegen iets is) declaration de opposition a un cosa, declaration que on se oppone a un cosa, protestation


tegenverschansing ZN

1 contravallation


tegenverwijt ZN

1 reproche {sj} reciproc, recrimination
--en inbrengen tegen = recriminar
met een -- beantwoordend = recriminatori
iemand die --en inbrengt = recriminator


tegenverzekering ZN

1 contraassecurantia


tegenvoeter ZN

1 (antipode) antipode
2 (FIG) antipode, opposito


tegenvoorbeeld ZN

1 exemplo del contrario, contraexemplo


tegenvoorstel ZN

1 contraproposition
een -- indienen/doen = presentar/facer un contraproposition


tegenvoorwaarde ZN

1 contracondition


tegenvordering ZN

1 reclamation opposite


tegenvraag ZN

1 contraquestion
een -- stellen = reponder a un question per un question


tegenvuur ZN

1 (MIL) (van de artillerie) contrabatteria
2 (BOSBOUW) contrafoco


tegenwaarde ZN

1 equivalente, contravalor
-- in geld = equivalente in moneta


tegenwaardeberekening ZN

1 calculo/calculation del contravalores


tegenwaardefonds ZN

1 (FIN) fundo de contravalor


tegenwaarderekening ZN

1 (FIN) conto de contravalor


tegenweer ZN

1 resistentia, defensa
-- bieden = defenser se, resister


tegenwerken WW

1 contrariar, antagonisar, obstar, poner/mitter un obstaculo a, ager contra (un persona/un cosa)
iemand in zijn plannen -- = poner obstaculos al planos de un persona
iemand die tegenwerkt = antagonista, (POL) (stelselmatig) obstructionista


tegenwerking ZN

1 opposition, (weerstand) resistentia, (POL) (stelselmatig) obstructionismo
veel -- ondervinden = incontrar multe opposition/resistentia


tegenwerpen WW

1 objectar, opponer, remonstrar


tegenwerping ZN

1 objection, remonstrantia
--en maken = sublevar objectiones, objectar, remonstrar


tegenwicht ZN

1 (gewicht om iets in evenwicht te houden) contrabalancia, contrapeso, peso equilibrante
2 (FIG) contrabalancia, contrapeso, compensation
als -- tegen = como contrapeso a
een -- vormen tegen iets = facer un contrapeso a un cosa, contrabalanciar un cosa


tegenwind ZN

1 vento contrari/adverse
wij hebben -- = nos es contrariate per le vento, nos va contra le vento, le vento es contra nos, nos ha le vento contra nos
2 (SCHEEP) vento de proa
3 (FIG) adversitate, contratempore, opposition


tegenwoners ZN MV

1 antiscios


tegenwoordig BN

1 (aanwezig) presente
-- zijn bij = assister a
ik was daarbij -- = io esseva presente illac, io ha assistite a illo
2 (huidig) presente, actual, currente
de --e president = le presidente actual/presente
--e regering = governamento actual
--e toestand = situation actual
--e prijzen = precios currente
3 (TAAL) presente
-- deelwoord = participio presente
--e tijd = tempore presente, presente
--e tijd van de aantonende wijs = presente del indicativo
een werkwoord in de --e tijd zetten = mitter un verbo al presente


tegenwoordig BW

1 hodie, al presente, actualmente, nunc, ora
de jeugd van -- = le juventute actual/de hodie


tegenwoordige ZN

1
het -- = le presente


tegenwoordigheid ZN

1 (aanwezigheid) presentia, assistentia
in -- van getuigen = in presentia de testes
in aller -- = in presentia de totes
in mijn -- = in mi presentia, ante me
-- van geest = presentia de spirito


tegenzang ZN

1 (LIT) antistrophe
2 (R.K.) antiphona


tegenzet ZN

1 responsa, replica
een -- doen = dar un replica, replicar
2 (schaakspel, etc.) risposta, responsa


tegenzijde ZN

1 Zie: keerzijde


tegenzin ZN

1 repugnantia, repulsion, aversion, disgusto, (ongeneigdheid) reluctantia, disinclination
iets met -- doen = facer un cosa con repugnantia
een -- hebben = sentir aversion, haber repugnantia, repugnar
ik heb een -- in reizen = il me disgusta viagiar
met -- = de mal grado, de mal voluntate, nolente


tegenzitten WW

1 esser contrari, esser disfavorabile
het zit me tegen = le circumstantias me es multo disfavorabile
het weer zat lelijk tegen = le tempore esseva bastante disfavorabile, le tempore esseva contra nos


tegenzon ZN

1 anthelio


tegoed ZN

1 credito, saldo positive, activo
bevroren --en = activos congelate
een -- overschrijden = exceder un credito
-- schrijven = creditar
een -- opvragen = peter le saldo, retirar le credito de su conto


tegoed BW

1
ik heb nog een week vakantie -- = il me resta/remane ancora un septimana de vacantias
dat heb je nog van mij -- = io debe ancora render te isto
hij heeft nog tien gulden van mij -- = io le debe ancora dece florinos
dat hou je -- van me = io te lo debe


tegoedbon ZN

1 bono de credito
een -- laten uitschrijven = peter un bono de credito


te gronde BW

1
-- richten = conducer a su ruina


tegumentaal BN

1 tegumentari
-- membraan = membrana tegumentari


Teheran ZN EIGN

1 Teheran


tehuis ZN

1 (plaats waar men thuis is) casa, focar, home (E)
goed -- gezocht voor jonge hond = cerca bon casa pro juvene can
2 (inrichting) casa, home (E), hospitio, (voor zwakzinnigen) asylo, (voor daklozen) refugio
-- voor ongehuwde moeders = home pro matres celibatari
-- voor bejaarden = home pro vetule personas


teil ZN

1 cupa, bassino


teint ZN

1 carnation


teisteraar ZN

1 infestator
2 (kweller) tormentator


teisteren WW

1 (ernstig schaden) desolar, devastar, plagar, (mbt ongedierte/plunderaars) infestar, (door een ramp treffen) sinistrar
de aardbeving heeft het land geteisterd = le tremor de terra ha devastate le pais
geteisterd gebied = zona sinistrate
2 (kwellen) affliger, tormentar


teistering ZN

1 (schade) desolation, plaga, (door ongedierte/plunderaars) infestation
2 (kwelling) affliction, tormentos


tekeergaan WW

1 critar, tempestar, fulminar, tonar, vociferar, vituperar
tegen iemand -- = fulminar contra un persona
hij gaat als een wildeman tekeer = ille crita como un salvage


teken ZN

1 (symptoom) signo, signal, indicio, symptoma
een -- van leven geven = dar un signo/signal de vita
taal noch -- geven = non dar signo de vita
--en van ongeduld geven = dar signos de impatientia
--en van verval beginnen te geven = comenciar a dar signos de decadentia
-- des tijds = signo del tempore(s)
2 (voorteken) signo, signal, indication, indicio, (teken aan de wand) presagio, omen (L)
goed -- = bon signo
slecht -- = mal signo
er zijn --en die wijzen op = il ha signos/indicationes de
dat is een -- dat er regen komt = isto es un signo/signal/indication de pluvia, isto annuncia le pluvia
3 (onderscheidingsteken) signo, marca
4 (sein, signaal) signo, signal, (gebaar) gesto
-- van vertrek = signo/signal de partita
een -- geven om te beginnen = dar un signo pro comenciar
-- van goedkeuring = signo de approbation
5 (middel om iets te kennen te geven) signo, signal, symbolo, (schrijfteken) character
-- des kruises = signo del cruce
ten -- van rouw = como signo de lucto
(MUZ) dynamische --s = signos dynamic
6 (sterrenbeeld) signo, constellation
--s van de Dierenriem = signos zodiacal/del Zodiaco
de zon stond in het -- van de Kreeft = le sol esseva in/sub le signo del Cancer
het congres staat in het -- van = le thema del congresso va esser
onze tijd staat in het -- van de computer = nostre tempore es dominate per le computator/computer (E), isto es le etate del computator/computer (E)
7 (WISK) signo


tekenaap ZN

1 pantographo


tekenaar ZN

1 designator, (illustrator) illustrator
technisch -- = designator industrial/technic
-- van spotprenten = caricaturista


tekenacademie ZN

1 academia/schola de designo


tekenachtig BN

1 pictoresc


tekenakte ZN

1 certificato/diploma de inseniamento del designo


tekenbehoeften ZN MV

1 material/articulos de designo


tekenbenodigdheden ZN MV

1 Zie: tekenbehoeften


tekenblok ZN

1 bloco de (papiro a) designo


tekenboek ZN

1 (boek met tekens/seinen) libro/codice de signos/signales
2 (boek waarin men tekent) libro de designo


tekenbord ZN

1 planca/tabuliero de designo


tekencursus ZN

1 curso de designo


tekendoos ZN

1 cassa a designo/de instrumentos de designo


tekendriehoek ZN

1 esquadra de designo, esquadra a/de designar


tekenen WW

1 (ondertekenen) signar, firmar
het -- = signatura
de vrede -- = signar/firmar le pace
een contract -- = signar/firmar un contracto
voor f. 50,- -- = signar/subscriber pro cinquanta florinos
voor gezien -- = visar un cosa
zijn eigen doodvonnis -- = dictar su proprie sententia de morte
daar teken ik voor! = isto me gustarea!
2 (afbeelden) designar, traciar
een portret -- = designar un portrait (F)
hij kan heel goed -- = ille sape designar multo ben
3 (beschrijven) describer, depinger
zij tekende ons de toestand duidelijk = illa nos depingeva/describeva le situation clarmente
een fraai getekend tijgervel = un pelle de tigre de un designo magnific
4 (karakteriseren) characterisar, marcar, esser characteristic/typic pro
dat antwoord tekent de man = iste responsa characterisa/marca le homine
dit tekent de toestand = isto es characteristic pro le situation
die feiten tekenen = iste factos es eloquente
5 (merken) marcar
een boom -- = marcar un arbore
schapen -- = marcar oves
hij werd voor het leven getekend (door litteken) = ille esseva marcate pro le vita


tekenend BN

1 characteristic, typic, (veelbetekenend) significative


tekenfilm ZN

1 film (E) de designos (animate)


tekengereedschap ZN

1 Zie: tekenbehoeften


tekengerei ZN

1 Zie: tekenbehoeften


tekenhaak ZN

1 (duple) esquadra


tekening ZN

1 (afbeelding) designo, (schets) schizzo (I), (bouwtekening) plano, designo
perspectivische -- = designo perspectivic
gewassen -- = designo lavate
een -- kleuren = colorar un designo
2 (bouwtekening) designo, plano
-- van een gebouw = plano de un edificio
volgens -- = secundo le plano(s)
een -- lezen = leger un plano, interpretar un designo
3 (het ondertekenen) signatura, firma
hierbij het reçu ter -- = ci/hic juncto le recepta pro le signatura
ter -- insluiten = adjunger pro firmar/signar
ter -- voorleggen = presentar pro firmar/signar
4 (het afbeelden) designo
slordig van -- = mal designate
5 (patroon) designo
dit slangevel heeft een prachtige -- = iste pelle de serpente ha un designo magnific
6 (beschrijving) depiction, description
7
er komt -- in de strijd = le cosa comencia a prender forma


tekeninkt ZN

1 tinta de/pro designar


tekenkamer ZN

1 sala de designo


tekenklas ZN

1 classe de designo


tekenkool ZN

1 carbon


tekenkrijt ZN

1 crayon (F)


tekenkrul ZN

1 parapho


tekenkunst ZN

1 arte del designo/de designar, designo


tekenleer ZN

1 Zie: tekenstudie


tekenleraar ZN

1 professor de designo


tekenles ZN

1 lection de designo


tekenliniaal ZN

1 regula de designo


tekenlokaal ZN

1 sala de designo


tekenmethode ZN

1 methodo pro le inseniamento del designo


tekenonderwijs ZN

1 inseniamento del designo


tekenpapier ZN

1 papiro a/de/pro designar/de designo


tekenpen ZN

1 (fijne pen) penna de/pro designar
2 (trekpen) tiralineas


tekenplank ZN

1 planca/tabuliero de designo


tekenportefeuille ZN

1 portafolio/cartiera pro designos


tekenpotlood ZN

1 stilo (de graphite) a/de designo


tekenprisma ZN

1 diagrapho


tekenregel ZN

1 regula del signos


tekenschool ZN

1 schola de designo


tekenschrift ZN

1 (cahier) quaderno a/de designo
2 (schrift dat bestaat uit tekens) notation, scriptura (pictographic)
chemisch -- = notation chimic
Chinees -- = scriptura/characteres chinese


tekenstift ZN

1 Zie: tekenpotlood


tekenstudie ZN

1 studio del signos, sem(e)iotica, sem(e)iologia


tekentafel ZN

1 tabula/tabuliero de designo, tabula de designator/de architecto
verstelbare -- = tabula/tabuliero de designo adjustabile


tekenvoorbeeld ZN

1 modello de designo


tekenwerk ZN

1 designo(s)


tekenzaal ZN

1 sala de designo


tekort ZN

1 (deficit) deficit
een -- vertonend = deficitari
-- van duizend gulden = deficit de mille florinos
een -- aanvullen/bijpassen/dekken = coperir un deficit
voor een -- staan = vider se ante un deficit
2 (hoeveelheid die aan een voorraad ontbreekt) manco, mancantia, penuria, carentia, deficientia, scarsitate
-- aan belangstelling = manco de interesse
-- aan zuurstof = manco de oxygeno
-- aan geld = manco de pecunia
-- aan tijd = manco de tempore
-- aan ruimte = manco de spatio
-- aan water = scarsitate de aqua
-- aan vitamines = deficientia de vitaminas
-- aan arbeidskrachten = penuria de obra de mano
in een -- voorzien = coperir le deficientias
3 (tekortkoming) manco, mancantia, deficientia, insufficientia
een -- aan kennis hebben = haber cognoscentias/cognoscimentos insufficiente, haber lacunas in su cognoscentias/cognoscimentos
4 (onvolkomenheid) defecto


tekortkoming ZN

1 falta, defecto, deficientia, manco, mancamento, mancantia, imperfection
een -- bewimpelen = camouflar {oe} un falta
zijn eigen --en erkennen = recognoscer su proprie defectos


tekortschieting ZN

1 Zie: tekortkoming


tekst ZN

1 texto
oorspronkelijke -- = texto original
een oorspronkelijke -- reconstrueren = restituer un texto
autentieke -- = texto authentic
-- van een lied = texto de un canto
-- van een opera = texto de un opera, libretto
-- van een redevoering = texto de un discurso
een -- vervalsen = falsificar un texto
een -- verminken = corrumper un texto
een -- verklaren = explicar/explanar/interpretar un texto
-- en uitleg geven = explicar in detalio, dar un explication/explanation detaliate, explicar/explanar puncto per puncto
van zijn -- raken = digreder
zijn -- kwijt zijn = haber un lapsus (L) de memoria
iemand van zijn -- brengen = jectar un persona in confusion, confunder un persona
2 (toelichting bij een afbeelding) legenda


tekstanalyse ZN

1 analyse (-ysis) textual/de texto(s)


tekstballon ZN

1 ballon, globo


tekstbegrip ZN

1 comprension/comprehension de un/del texto


tekstbehandeling ZN

1 tractamento/studio/explication/explanation de un texto


tekstbestand ZN

1 (COMP) text file (E)


tekstboekje ZN

1 (van opera, etc.) libretto


teksteditie ZN

1 edition de un texto/del texto (original), edition orginal/critic


tekstgedeelte ZN

1 parte de un texto, passage


tekstgetrouw BN

1 fidel, litteral
--e vertaling = traduction fidel


tekstgrammatica ZN

1 grammatica textual/de(l) textos


teksthaak ZN

1 parenthese (-esis)


tekstinterpretatie ZN

1 interpretation textual/de un texto/del texto


tekstkritiek ZN

1 critica textual/del textos


tekstpagina ZN

1 pagina de texto


tekstschrijver ZN

1 scriptor de textos, (mbt film) scenarista, (mbt liedjes) scriptor de cantos, (mbt toespraken) scriptor de discursos, (van opera's) librettista


teksttelefoon ZN

1 telephono providite de texto


tekstueel BN

1 (woordelijk) textual, litteral
2 (van de tekst) textual


tekstuitgave ZN

1 Zie: teksteditie


tekstuitlegger ZN

1 exegeta, commentator, annotator
-- van Homerus = exegeta de Homero


tekstverband ZN

1 contexto


tekstverbetering ZN

1 (handeling) correction/emendation de un texto
2 (resultaat) correction, emendation


tekstverdraaier ZN

1 persona qui da un interpretation false de un/del texto, falsificator de un texto


tekstverdraaiing ZN

1 interpretation false de un/del texto, falsification de un texto


tekstverklaarder ZN

1 explicator de un texto, annotator, commentator


tekstverklaring ZN

1 commentario/explication de texto, (met name bijbel) exegese (-esis)


tekstvervalser ZN

1 falsificator/adulterator de un/del texto


tekstvervalsing ZN

1 falsification/adulteration de un/del texto


tekstverwerker ZN

1 (COMP) (computer) processor de textos, machina de tractamento de textos
2 (COMP) (programma) programma de tractamento de textos


tekstverwerking ZN

1 (COMP) tractamento de textos


tekstwijziging ZN

1 cambio/cambiamento/modification de texto


tekstwoord ZN

1 parola de un versetto/versiculo del biblia


tektiet ZN

1 tectite


tektogenese ZN

1 tectogenese (-esis)


tektologie ZN

1 tectologia


tektoniek ZN

1 tectonica


tektonisch BN

1 tectonic
--e aardbeving = tremor de terra tectonic
--e deformaties = deformationes tectonic
--e verschuivingen = dislocationes tectonic
--e bewegingen = movimentos tectonic


tel ZN

1 (het tellen) conto
ik was de -- kwijt = io habeva perdite le conto
dat is een hele -- = isto es un calculo complicate/ardue
2 (moment) secunda, momento, instante
in twee --len ben ik terug = io es de retorno in duo secundas
3 (aanzien) consideration, estima, estimation
in -- zijn = esser estimate
niet in -- zijn = contar pauco/poco
4 (telganger) cavallo amblator, haquenea
5
op zijn --len passen = esser attente/attentive/caute


tel.

1 (Afk.: telefoon) tel. (telephono)


telaatkomer ZN

1 retardario


telamon ZN

1 telamon


telapparaat ZN

1 contator, numerator


telastlegging ZN

1 Zie: tenlastelegging


telbaar BN

1 numerabile, contabile, (meetbaar, uit te drukken in getallen) quantificabile
-- zelfstandig naamwoord = substantivo contabile


telbaarheid ZN

1 numerabilitate


teleapparatuur ZN

1 equipamento/installationes de telecommunication


teleautograaf ZN

1 teleautographo


telebankieren ZN

1 facer/regular/effectuar su transactiones/operationes bancari per computator/computer (E)


telecamera ZN

1 telecamera


telecefalon ZN

1 telecefalon


telecommunicatie ZN

1 telecommunication


telecommunicatiebedrijf ZN

1 interprisa de telecommunication


telecommunicatiesatelliet ZN

1 satellite de telecommunication


telecommunicatietechniek ZN

1 technica del telecommunication


teleconferentie ZN

1 teleconferentia


telecopieerapparaat ZN

1 telecopiator


teledetectie ZN

1 teledetection


telediagnose ZN

1 telediagnose (-osis)


teledynamie ZN

1 teledynamia


teledynamisch BN

1 teledynamic


telefax ZN

1 (faxpost) (tele)fax
2 (faxtoestel) machina de (tele)fax


telefonade ZN

1 telephonata interminabile


telefoneren WW

1 telephonar, dar un colpo de telephono
met iemand -- = telephonar a un persona
naar iemands kantoor -- = telephonar al officio de un persona
weer/nog eens -- = retelephonar
het automatisch -- = telephonia automatic


telefonie ZN

1 telephonia
draadloze -- = telephonia sin filo(s), radiotelephonia


telefonisch BN

1 telephonic
-- gesprek = conversation telephonic/per telephono, telephonata
--e boodschap/bericht = message/communication telephonic
-- contact = contacto telphonic
-- contact hebben = communicar per telephono
-- reserveren = reservar per telephono
een bericht -- doorgeven = transmitter un message per telephono


telefonist ZN

1 telephonista


telefonofobie ZN

1 telephonophobia


telefoon ZN

1 (toestel) telephono
draadloze -- = telephono sin filo(s)
draagbare -- = telephono mobile
de -- gaat over = le telephono sona
per -- = telephonicamente, per telephono
ik had mijn broer aan de -- = io ha parlate a mi fratre per telephono
een -- aansluiten = connecter/installar un telephono, facer un connexion/installation telephonic
de -- afsnijden = trenchar {sj} le telephono
2 (hoorn) telephono, receptor
de -- van de haak nemen = distachar {sj} le receptor
3 (oproep) appello telephonic, colpo de telephono
de -- aannemen/beantwoorden = responder al telephono
er is -- voor u = on vos demanda al telephono
4 (gesprek) conversation telephonic
een --tje plegen = dar un telephonata
5
handel/verkoop via -- = telemarketing (E)
de -- staat roodgloeiend = le telephono non ha cessate de sonar
aan de -- hangen = esser collate al telephono


telefoonaansluiting ZN

1 installation del telephono, connexion al rete telephonic
2 communication/connexion telephonic


telefoonabonné ZN

1 abonato/subscriptor al/del telephono


telefoonantwoordapparaat ZN

1 Zie: telefoonbeantwoorder


telefoonbeantwoorder ZN

1 responditor (telephonic) automatic


telefoonboek ZN

1 annuario/libro/guida telephonic/del telephono


telefoonbotje ZN

1 nervo del cubito


telefooncel ZN

1 cabina telephonic/de telephono


telefooncentrale ZN

1 central telephonic/de telephono


telefooncirkel ZN

1 circulo telephonic


telefoondienst ZN

1 servicio telephonic/de telephonos


telefoondistrict ZN

1 circumscription/zona/area telephonic


telefoondraad ZN

1 filo/cablo telephonic


telefoongesprek ZN

1 conversation telephonic, telephonata
interlokaal -- = telephonata interurban/intercommunal
internationaal -- = telephonata international
een -- voeren = haber un conversation telephonic


telefoongids ZN

1 Zie: telefoonboek


telefoonhoorn ZN

1 receptor
de -- van de haak nemen = distachar {sj} le receptor


telefoonjuffrouw ZN

1 telephonista


telefoonkaart ZN

1 carta telephonic


telefoonkabel ZN

1 cablo telephonic


telefoonkantoor ZN

1 officio del telephonos


telefoonklapper ZN

1 registro telephonic


telefoonkosten ZN MV

1 costos/expensas de telephono


telefoonlijn ZN

1 linea telephonic/de telephono
geheim -- = numero de telephono secrete
de -- is bezet = le linea es occupate


telefoonlijst ZN

1 Zie: telefoonboek


telefoonnet ZN

1 rete/systema telephonic
geautimatiseerd -- = rete telephonic automatisate
bovengronds -- = rete telephonic aeree
ondergronds -- = rete telephonic subterranee


telefoonnummer ZN

1 numero telephonic/de telephono
geheim -- = numero de telephono secrete
een -- draaien = componer/formar/facer un numero (de telephono)


telefoonpaal ZN

1 poste/palo telephonic/de telephono


telefoonpersoneel ZN

1 personal del telephonos


telefoonrekening ZN

1 nota de telephono


telefoonseks ZN

1 sexo per telephono


telefoontarief ZN

1 tarifa de telephono


telefoontje ZN

1 telephonata, colpo de telephono, appello telephonic
een -- plegen = facer un telephonata
een -- krijgen = reciper un telephonata


telefoontoestel ZN

1 apparato telephonic/de telephono, telephono


telefoonverbinding ZN

1 communication/connexion/contacto telephonic


telefoonverkeer ZN

1 traffico/communicationes telephonic


telefoonverkoop ZN

1 vendita per telephono


telefoonverkoopster ZN

1 televenditrice


telefoto ZN

1 telephoto(graphia)


telefotografie ZN

1 telephotographia


telefotografisch BN

1 telefotographic


telega ZN

1 telega


telegeniek BN

1 telegenic
--e zanger = cantator telegenic


telegonie ZN

1 telegonia


telegonisch BN

1 telegonic


telegraaf ZN

1 (toestel) apparato telegraphic, telegrapho
optische -- = telegrapho optic/de signales
per -- = per telegrapho, telegraphicamente
2 (dienst) servicio telegraphic/de telegrapho(s), telegrapho


telegraafagentschap ZN

1 agentia telegraphic


telegraafapparaat ZN

1 apparato telegraphic, telegrapho


telegraafdienst ZN

1 servicio telegraphic/de telegrapho(s), telegrapho


telegraafdraad ZN

1 filo telegraphic


telegraafkabel ZN

1 cablo telegraphic


telegraafkantoor ZN

1 officio telegraphic/de telegraphos


telegraaflijn ZN

1 linea telegraphic


telegraafnet ZN

1 rete/systema telegraphic/de telegrapho


telegraafpaal ZN

1 poste/palo telegraphic/de telegrapho


telegraafstation ZN

1 station telegraphic


telegraaftoestel ZN

1 Zie: telegraafapparaat


telegraafverbinding ZN

1 communication/connexion telegraphic


telegraferen WW

1 telegraph(i)ar, cablar
een bericht -- = telegraph(i)ar un message


telegrafie ZN

1 telegraphia
draadloze -- = telegraphia sin filo(s), radiotelegraphia
-- over de oceaan = telegraphia transoceanic


telegrafisch BN

1 telegraphic
-- antwoord = responsa telegraphic
--e offerte = offerta telegraphic
--e overmaking = transferentia/transferimento telegraphic
langs --e weg = telegraphicamente, per telegrapho
iemand -- op de hoogte brengen = prevenir un persona telegraphicamente


telegrafist ZN

1 telegraphista


telegram ZN

1 telegramma, depeche (F), message telegraphic
binnenlands -- = telegramma pro le interior
buitenlands -- = telegramma pro le estraniero
uitgesteld -- = telegramma differite
dringend -- = telegramma urgente
een -- aanbieden = presentar un telegramma
een -- aannemen = acceptar un telegramma
een -- sturen = expedir/inviar un telegramma
een -- collationeren = collationar un telegramma
per -- = per telegramma, telegraphicamente


telegramadres ZN

1 adresse (F) telegraphic


telegrambesteller ZN

1 livrator/portator de telegrammas


telegramformulier ZN

1 formulario/modello de telegramma


telegramkopieboek ZN

1 copiator de telegrammas


telegramstijl ZN

1 stilo telegraphic/de telegramma
in -- schrijven = scriber in stilo telegraphic/de telegramma


telegramzegel ZN

1 timbro telegraphic/de telegrapho


tele-informatie ZN

1 tele-information


telekanon ZN

1 teleobjectivo gigantesc


telekinese ZN

1 telekinese (-esis)


telekinetisch BN

1 telekinetic


telekrant ZN

1 jornal televisive


telelens ZN

1 teleobjectivo


telemanipulator ZN

1 telemanipulator


telemarketing ZN

1 telemarketing (E)


telematica ZN

1 telematica


telemechanica ZN

1 telemechanica


telemeter ZN

1 telemetro


telemetrie ZN

1 telemetria


telemetrisch BN

1 telemetric
-- systeem = systema telemetric
--e driehoek = triangulo telemetric
--e observatie = observation telemetric


telen WW

1 (kweken) cultivar
2 (fokken) elevar


teleobjectief ZN

1 teleobjectivo


teleologie ZN

1 teleologia


teleologisch BN

1 teleologic
--e leer = doctrina teleologic
--e opvatting van het universum = conception teleologic del universo


teleoloog ZN

1 teleologo


tele-onderwijs ZN

1 (televisieonderwijs) television educational
2 (schooltelevisie) television scholar


teleonomie ZN

1 teleonomia


teleonomisch BN

1 teleonomic


telepaat ZN

1 telepatha


telepathie ZN

1 telepathia, telesthesia, transmission/transferentia de pensata


telepathisch BN

1 telepathic
--e verschijnselen = phenomenos telepathic


teleplasma ZN

1 ectoplasma


teleprinter ZN

1 teleimprimitor, teleprinter (E)


telequiz ZN

1 telequiz


teler ZN

1 (kweker) cultivator, cultor, productor
2 (fokker) elevator


teleradiografie ZN

1 teleradiographia


telerail ZN

1 radio del traino


telerecorder ZN

1 magnetoscopio


telescoop ZN

1 telescopio
tweeogige -- = telescopio binocular


telescoophengel ZN

1 canna a/de pisca/de piscar telescopic


telescoperen WW

1 telescopar


telescopisch BN

1 telescopic
--e spiegel = speculo telescopic
2 (uitschuifbaar) telescopic
--e antenne = antenna telescopic


teleshoppen WW

1 facer compras electronicamente


teletekst ZN

1 teletext (E)


teletekstpagina ZN

1 pagina de teletext (E)


teleurgang ZN

1 declino, cadita, collapso


teleurstellen WW

1 disappunctar, disillusionar, disilluder, disincantar, frustrar, non responder al expectationes
wij moeten u -- = nos debe disappunctar vos
zich teleurgesteld voelen = sentir se frustrate/disappunctate/disillusionate
hij is in zijn verwachtingen teleurgesteld = ille ha essite disappunctate/frustrate in su sperantias
het laatste boek van deze schrijver stelt teleur = le ultime libro de iste autor es un disappuntamento
teleurgestelde liefde = amor frustrate
zij stelde hem bitter teleur = illa esseva un disappuntamento amar pro ille


teleurstellend BN

1 disappunctante, frustrante, frustanee
-- resultaat = resultato frustanee


teleurstelling ZN

1 disappunctamento, frustration, disillusion, disillusionamento, disincantamento
bittere -- = disappunctamento/disillusion amar
diepe -- = disappunctamento/disillusion profunde
zijn -- verbergen = dissimular/celar su disappunctamento/disillusion


televisie ZN

1 (het medium televisie) television
van de -- = televisive
per -- uitzenden = emitter per television, telediffunder, televisar
het uitzenden per -- = telediffusion
2 (televisietoestel) apparato televisive/de television, television, televisor
draagbare -- = televisor portabile/portative
de -- aanzetten/aandoen = connecter/aperir le television
de -- uitdoen/afzetten = disconnecter/clauder le television
3 (uitzending, ontvangst) television
naar de -- kijken = reguardar/mirar le television
4 (uitzendingenbestel) television
hij schrijft stukken voor de -- = ille scribe pro le television


televisieacteur ZN

1 actor de television


televisieantenne ZN

1 antenna de television


televisieapparaat ZN

1 Zie: televisie-2


televisiearchief ZN

1 teletheca


televisieavond ZN

1 vespera/vespere de television


televisiebeeld ZN

1 imagine televisate


televisiebewerking ZN

1 adaptation televisive/pro le television


televisieblad ZN

1 revista de television


televisiebuis ZN

1 tubo de television/(de radios) cathodic


televisiecamera ZN

1 camera de television


televisiecircuit ZN

1 circuito televisive/de television
gesloten -- = television in circuito claudite/clause, circuito claudite/clause de television


televisiecommentator ZN

1 commentator del television


televisiedebat ZN

1 debatto televisate/televisive/per television


televisiedocumentaire ZN

1 documentario televisate/televisive


televisiedominee ZN

1 evangelista del television, telepredicator


televisiefeuilleton ZN

1 feuilleton (F) televisate/televisive


televisiefilm ZN

1 telefilm


televisiegebouw ZN

1 edificio del television


televisie-installatie ZN

1 installation de television


televisie-interview ZN

1 interview (E)/intervista televisate/televisive


televisiejournaal ZN

1 jornal/novas televisate/televisive


televisiekanaal ZN

1 canal televisive/de television


televisiekijker ZN

1 telespectator


televisiemaker ZN

1 realisator de programmas televisive/de television


televisiemaniak ZN

1 maniaco de television


televisiemast ZN

1 (antenne op een dak) antenna televisive/de television
2 (televisiezender) mast televisive/de television


televisienet ZN

1 rete televisive/de television


televisienieuws ZN

1 Zie: televisiejournaal


televisieomroep ZN

1 organisation de television


televisieomroeper ZN

1 annunciator de television


televisieontvanger ZN

1 receptor/apparato televisive/de television, televisor, television


televisieontvangst ZN

1 reception del programmas televisive/del television, reception del imagine televisive


televisiepredikant ZN

1 Zie: televisiedominee


televisiepresentator ZN

1 presentator televisive


televisieprogramma ZN

1 programma televisive/de television


televisiepubliek ZN

1 publico televisive


televisierechten ZN MV

1 derectos de television


televisiereportage ZN

1 reportage televisive/televisate/de television, telereportage


televisiescherm ZN

1 schermo de television


televisieserie ZN

1 serie televisive/de television


televisiespel ZN

1 (toneelstuk) pièce (F) de television
2 (spelletje dat op de televisie wordt uitgezonden) joco televisate, (wedstrijd) concurso televisive


televisiespot ZN

1 spot (E) de television


televisiestation ZN

1 station televisive/de telediffusion/de television


televisiestation ZN

1 Zie: televisiezender


televisiestudio ZN

1 studio de television


televisietelefonie ZN

1 videophonia


televisietoeschouwer ZN

1 Zie: televisiekijker


televisietoespraak ZN

1 discurso televisate/televisive


televisietoestel ZN

1 Zie: televisie-2


televisietoren ZN

1 turre del television


televisieuitzending ZN

1 (de uitzending) emission televisate/televisive/de television, telediffusion
2 (programma) programma televisive/de television


televisieverslaggever ZN

1 telereporter


televisiezender ZN

1 emissor/station de television, telediffusor


televisueel BN

1 televisual


telewinkelen WW

1 facer compras electronicamente, comprar per medio del television


telewinkelen ZN

1 compra per medio del television


telex ZN

1 (dienst) telex
2 (apparaat) telex, teleimprimitor, telescriptor
3 (bericht) telex


telexaansluiting ZN

1 communication/connexion telex


telexapparaat ZN

1 Zie: telex-2


telexbericht ZN

1 message telex


telexdienst ZN

1 servicio telex


telexen WW

1 transmitter per telex, inviar un telex, telexar


telexist ZN

1 telexista


telexverbinding ZN

1 Zie: telexaansluiting


telexverkeer ZN

1 traffico telex, transmission per/via telex


telfout ZN

1 error de calculo


telg ZN

1 (afstammeling) descendente
hij was een -- uit een doorluchtig geslacht = ille esseva un descendente de un familia illustre
2 (loot) planton


telgang ZN

1 amblo, (passo de) amblatura
in -- lopen = ir le amblo, amblar


telganger ZN

1 (paard) cavallo amblator, amblator, haquenea
2 (ander dier) animal amblator, amblator
de giraf is een -- = le girafa es un animal amblator


teling ZN

1 (het voortbrengen) (mbt mensen) procreation, (mbt dieren) elevamento
2 (het kweken) cultivation, cultura


teljoor ZN

1 platto


telkenmale BW

1 Zie: telkens


telkens BW

1 cata vice, (a) omne/cata instante/momento
-- onderbroken worden = esser constantemente interrumpite, esser interrumpite a cata momento
-- weer = continuemente
-- als = cata vice que


tell ZN

1 tell


tellen WW

1 (getallen in een volgorde opnoemen) contar, numerar
van een tot tien -- = contar de un a dece
opnieuw -- = recontar
2 (laten gelden) contar, valer
dat doelpunt telt niet = iste goal (E) non es valide/non conta
(mbt kaartspel) heer en vrouw tellen voor twintig (punten) = le rege e le regina vale vinti (punctos)
3 (meetellen) contar
die punten tellen dubbel = iste punctos conta duple
wij beginnen te -- vanaf 1 mei = nos comencia a contar desde le prime de maio
Jan is zo sterk, dat hij voor twee telt = Jan es tanto forte que ille conta pro duo
4 (rekenen vanaf een tijdstip) contar
5 (van belang zijn) contar
een mensenleven telt daar niet = illac un vita human non conta
hij telt daar niet = ille non conta illac, ille ha pauc/poc influentia illac
6 (de telgang gaan) amblar, ir le amblo
7 (het aantal bepalen) contar, numerar
de stemmen -- = contar le votos
zijn geld -- = contar su moneta
de neuzen -- = contar le testas/capites
men kan zijn ribben -- = on pote contar su costas
bij iets -- = adder/adjunger (un cosa) a un cosa
niet te -- = innumerabile
8 (aantreffen) trovar, vider
9 (hebben) contar, haber
het huis telde 20 kamers = le casa habeva vinti/viginti cameras
dit boek telt duizend bladzijden = iste libro ha mille paginas
iemand bij zijn vrienden -- = contar un persona inter su amicos
10 (neertellen) contar
11 (geven om) attachar {sj} importantia a
12
op zijn -- passen = esser attente/attentive/alerte, facer attention
13
acht met mij erbij geteld = octo con me includite


teller ZN

1 (persoon) contator, numerator, (hoeveelheidsbepaler) quantificator
2 (toestel, meter) contator, numerator, indicator
3 (WISK) numerator
de -- en de noemer van een breuk = numerator e le denominator de un fraction


telling ZN

1 (het tellen/geteld worden) conto, numeration
de -- van de punten = le conto del punctos
de -- van de bloedlichaampjes = le numeration globular
2 (aantal) numero
3 (optelling) summa, addition


telluraat ZN

1 tellurato


tellurisch BN

1 telluric


tellurium ZN

1 tellurium


telluriumverbinding ZN

1 composito de tellurium


telluur ZN

1 tellurium


telluurtrioxyde ZN

1 trioxydo de tellurium


telluurzuur ZN

1 acido telluric


telmachine ZN

1 (rekenmachine) machina a/de adder/summar, calculator
2 (toestel dat voorwerpen telt) contator


telocentrisch BN

1 telocentric


telofase ZN

1 telophase


teloorgaan WW

1 decader, (verdwijnen) disparer, cessar de esser


teloorgang ZN

1 decadentia, deperimento, perdita, (verdwijning) disparition


telpaard ZN

1 Zie: telganger-1


telpas ZN

1 amblo, (passo de) amblatura
de -- gaan = ir le amblo, amblar


telraam ZN

1 abaco


telson ZN

1 telson


teltoestel ZN

1 numerator


telwerk ZN

1 (het tellen) le contar
2 (mechaniek in een meter) mechanismo del contator, contator
-- van een benzine pomp = contator de un pumpa a/de benzina/gasolina


telwoord ZN

1 numeral, numero
(on)bepaald -- = numeral (in)definite


t.e.m.

1 (Afk.: tot en met) a/usque a ... inclusive/incluse
-- 30 juli = usque al trenta de julio inclusive


tembaar BN

1 domabile
moeilijk -- zijn = esser difficilemente domabile


tembaarheid ZN

1 character domabile, domabilitate


temeer BW

1 tanto plus
dat verheugt mij temeer, daar = isto me allegra tanto plus, proque


temen WW

1 (zeuren) gemer, lamentar
2 (dralen) tardar, morar


temerair BN

1 temerari


temerariteit ZN

1 temeraritate


temmen WW

1 (tam maken) domar
leeuwen -- = domar leones
2 (tot huisdier maken) domesticar
het -- = domestication


temmer ZN

1 domesticator, (van wilde dieren) domator


temp ZN

1 (MED) temperatura, febre


tempé ZN

1 pasta fermentate de soya, tempeh


tempel ZN

1 templo
Tempel van Salomo = Templo de Salomon
Chinese -- = templo chinese
Boeddistische -- = templo buddhic
-- met vier zuilen = templo tetrastyle, tetrastylo
-- van de wetenschap = templo del scientia
-- van ontucht = templo del vitio


tempelbouw ZN

1 construction/edification de un/del templo


tempelbouwer ZN

1 constructor de un/del templo/de templos


tempelcomplex ZN

1 complexo de templos


tempeldeur ZN

1 porta del templo


tempeldienst ZN

1 servicio del templo


tempelheer ZN

1 Zie: tempelier


tempelier ZN

1 (cavallero) templar
drinken als een -- = biber como un templar


Tempelorde ZN

1 ordine del Templo


tempelpriester ZN

1 prestre del templo


tempelridder ZN

1 Zie: tempelier


tempelruïnen ZN

1 ruinas de un templo/de templos


tempelschat ZN

1 tresor del templo


tempelslaaf ZN

1 hierodulo, sclavo al servicio de un templo


tempelwachter ZN

1 custode del templo


tempelwijding ZN

1 consecration/dedication de un/del templo


tempelzuil ZN

1 colonna/columna de templo


tempen WW

1 prender le temperatura (de un persona)


tempera ZN

1 tempera (I)
met -- schilderen = pinger al tempera


temperament ZN

1 temperamento
cholerisch -- = temperamento choleric/biliose
melancholisch/zwaarmoedig -- = temperamento melancholic
flegmatisch -- = temperamento phlegmatic
sanguinisch -- = temperamento sanguinee
uitbundig -- = temperamento exuberante
gloedvol/vurig -- = temperamento ardente/de foco
zij verschillen zeer in -- = illes ha temperamentos totalmente differente
met veel -- = plen de temperamento


temperamentvol BN

1 plen de temperamento, exuberante, energic, vigorose, focose


temperantia ZN

1 temperantia


temperaturen WW

1 prender le temperatura (de un persona)


temperatuur ZN

1 temperatura
kritische -- = temperatura critic
absolute -- = temperatura absolute
-- in graden Celsius/Fahrenheit = temperatura in grados Celsius/Fahrenheit
milde -- = temperatura dulce
schommelingen in de -- = temperatura fluctuante
de -- verlagen = bassar/abassar le temperatura
het verlagen/verlaging van de -- = abassamento del temperatura
de -- daalt/zakt = le temperatura descende/bassa
de -- stijgt = le temperatura monta
de -- van iemand opnemen = prender le temperatura de un persona
de -- aflezen = leger le temperatura
water kookt bij een -- van 100 graden Celsius = le aqua bulli a un temperatura de cento grados Celsius
op -- brengen = elevar al temperatura adequate, portar al temperatura desirate/desiderate
2 (MUZ) temperamento
gelijkzwevende -- = temperamento equal


temperatuurbepaling ZN

1 determination del temperatura


temperatuurbestendigheid ZN

1 resistentia thermic/thermal


temperatuurcompensatie ZN

1 compensation thermic/thermal


temperatuurcurve ZN

1 curva de temperatura


temperatuurdaling ZN

1 bassa/descendita del temperatura


temperatuurdiagram ZN

1 diagramma del temperatura


temperatuurgevoelig BN

1 sensibile al temperatura


temperatuurgevoeligheid ZN

1 sensibilitate thermic/thermal/al temperatura, thermosensibilitate


temperatuurgradiënt ZN

1 gradiente de temperatura


temperatuurgrafiek ZN

1 graphico del temperatura


temperatuurinversie ZN

1 inversion thermic/thermal/del temperatura


temperatuurinvloed ZN

1 effecto thermic/thermal


temperatuurkaart ZN

1 carta thermic/thermal


temperatuurkromme ZN

1 Zie: temperatuurcurve


temperatuurmeting ZN

1 thermometria


temperatuurregelaar ZN

1 thermoregulator


temperatuurregeling ZN

1 regulation thermic/thermal, thermoregulation


temperatuurregulatie ZN

1 Zie: temperatuurregeling


temperatuurschaal ZN

1 scala del temperaturas


temperatuurschommeling ZN

1 fluctuation/variation de temperatura


temperatuursensor ZN

1 sensor del temperatura


temperatuursinvloed ZN

1 effecto thermic/thermal


temperatuurstijging ZN

1 augmento del temperatura


temperatuurverandering ZN

1 cambio/cambiamento de temperatura


temperatuurverhoging ZN

1 Zie: temperatuurstijging


temperatuurverlaging ZN

1 Zie: temperatuurdaling


temperatuurverschil ZN

1 differentia de temperatura


temperatuurwisseling ZN

1 Zie: temperatuurverandering


temperen WW

1 (matigen) moderar, temperar, attemperar, mitigar, adulciar, attenuar
zijn woede -- = moderar su ira/su cholera
iemands enthousiasme -- = moderar le enthusiasmo de un persona
iemands droefheid -- = mitigar le tristessa de un persona
het licht -- = mitigar le lumine/le luce
iemand die of iets dat tempert = moderator, temperator
2 (in de juiste verhouding mengen) miscer
kleuren -- = miscer colores
3 (mbt de ijzer- en staalbewerking) temperar


temperijzer ZN

1 ferro temperate


tempering ZN

1 (matiging) moderation, mitigation


tempermes ZN

1 cultello a paletta, spatula


tempestatief BN

1 tempestuose


tempestueus BN

1 tempestuose


tempex ZN

1 polystyrene expandite, tempex


tempo ZN

1 (relatieve snelheid) rhythmo, tempo (I)
het -- verhogen/opvoeren = augmentar le rhythmo
iets in snel -- afwerken = terminar un cosa rapidemente
in hoog -- uitvoeren = exequer a rhythmo accelerate
versneld -- = rhythmo accelerate
in het -- van = al rhythmo de
2 (MUZ) tempo (I)
3 (vaart) velocitate
een hels -- = un velocitate infernal
het -- volgen = sequer le rhythmo
--!, --! = rapide!, rapide!
-- maken! = plus rapide!
4 (stadium) stadio, phase, tempo (I)
5 (schaakspel) tempo (I)
een -- verliezen = perder un tempo


temporaal BN

1 temporal
--e kwab = lobo temporal


temporair BN

1 Zie: temporeel-1


temporaliteit ZN

1 temporalitate


temporaliteitsbesef ZN

1 conscientia del temporalitate


temporeel BN

1 (tijdelijk) temporari, provisori, provisional
--e absentie = absentia temporari
--e maatregelen = mesuras temporari/provisori/provisional
2 (door de tijd bepaald) temporal
-- accent = accento temporal
3 (TAAL) temporal
4 (aards) temporal, secular, terrestre
--e wetten = leges temporal


temporisatie ZN

1 temporisation


temporiseren WW

1 (tijd winnen) temporisar, ganiar tempore
het -- = temporisation
2 (uitstellen) differer
3 (aan een tijd binden) divider in phases


temporisering ZN

1 temporisation


temporofaciaal BN

1 temporofacial


temporofrontaal BN

1 temporofrontal


tempowinst ZN

1 (SCHAKEN) ganio de un tempo (I)


temptatie ZN

1 (verzoeking) tentation
2 (kwelling) supplicio, tormento, tortura


tempteren WW

1 (verleiden) tentar, seducer
2 (kwellen) suppliciar, tormentar, torturar


tempus ZN

1 tempore (del verbo), tempore verbal


ten ZN

1
-- gevolge van = a causa de
-- huize van = in casa de
-- minste = al minus
-- oosten van = al est de
-- eerste = in prime loco, primo
-- tweede = in secunde loco, secundo
-- derde = in tertie loco, tertio


tenaamstelling ZN

1 indication del nomine del proprietario


tenachterstellen WW

1 disfavorar, disavantagiar


tenaciteit ZN

1 tenacitate


tendens ZN

1 (geneigdheid) tendentia, trend (E), inclination
een -- naar de versterking van het gezag = un tendentia a reinfortiar le autoritate
2 (strekking) tendentia, tendentiositate
met een -- schrijven = scriber tendentiosemente


tendensfilm ZN

1 film (E) a/de these/thesis


tendenskunst ZN

1 arte a/de these/thesis


tendensliteratuur ZN

1 litteratura a these/thesis


tendensroman ZN

1 roman a/de these/thesis


tendensstuk ZN

1 pièce (F) a/de these/thesis


tendentie ZN

1 Zie: tendens


tendentieus BN

1 tendentiose
--e berichtgeving = information tendentiose


tender ZN

1 (wagon achter een stoomlocomotief) tender (E)


tenderen WW

1 (de genoemde strekking hebben) tender (a/verso), esser inclinate (a), avicinar se (a)
2 (zich ontwikkelen) tender
dat verzoek tendeert naar een bevel = isto sona plus como un ordine que un requesta


tenderlocomotief ZN

1 locomotiva tender (E)


tendinitis ZN

1 tendinitis


tendovaginitis ZN

1 tendovaginitis


tenebrionidae ZN MV

1 tenebrionides


teneinde VW

1 a fin de, con le objectivo de, pro


tenen BN

1 de vimine
-- mandje = paniero/corbe de vimine


tenesme ZN

1 tenesmo


teneur ZN

1 tenor, intention


tengel ZN

1 (hand) pata
overal zit hij met zijn --s aan = ille tocca toto
2 (houten lat) latte stricte


tengelen WW

1 coperir de lattes stricte


tengellat ZN

1 latte stricte


tenger BN

1 (rank en smal) gracile, svelte, fin
2 (teer, zwak) fragile, debile, delicate


tengerheid ZN

1 (rankheid en smalheid) gracilitate, sveltessa
2 (teerheid, zwakheid) fragilitate, debilitate, delicatessa


tengevolge VZ

1 in consequentia (de), como resultato (de), a causa (de)
-- van de aanhoudende droogte blijven de druiven klein = como resultato del siccitate persistente le uvas remane/resta parve


Tenhemelopneming ZN

1 Assumption


tenietdoen BN

1 annullar, nullificar, rescinder, cancellar, abolir, abrogar, invalidar, retirar, (JUR) dirimer
een schuld -- = cancellar un debita
een beschuldiging -- = retirar un accusation


tenietdoend BN

1 (JUR) dirimente


tenietdoening ZN

1 annullation, nullification, rescission, cancellation, abolition, abrogation, invalidation


tenietgaan WW

1 perir, disparer


tenlastelegging ZN

1 inculpation, accusation


tenminste BW

1 al minus


tennis ZN

1 (SPORT) tennis (E)
partij -- = partita/match de tennis
-- spelen = jocar al tennis


tennisarm ZN

1 cubito de tennis (E), epicondylitis


tennisbaan ZN

1 pista/corte/campo/terreno de tennis (E)


tennisbal ZN

1 balla de tennis (E)


tennisbond ZN

1 liga de clubs (E) de tennis (E)


tennisclub ZN

1 club (E) de tennis (E)


tenniselleboog ZN

1 Zie: tennisarm


tenniskampioen ZN

1 campion de tennis (E)


tenniskampioenschap ZN

1 campionato de tennis (E)


tenniskostuum ZN

1 costume de tennis (E)


tennisnet ZN

1 rete de tennis (E)


tennisontmoeting ZN

1 incontro de tennis (E)


tennispartij ZN

1 partita de tennis (E)


tennisracket ZN

1 rachetta de tennis (E)


tennisschoen ZN

1 calceo/scarpa/sandalia de tennis (E)


tennissen WW

1 jocar al tennis (E)


tennisser ZN

1 Zie: tennisspeler


tennisspel ZN

1 joco de tennis (E), tennis (E)


tennisspeler ZN

1 jocator de tennis (E)


tennistafel ZN

1 tabula de tennis (E)


tennistoernooi ZN

1 torneo de tennis (E)


tennisveld ZN

1 Zie: tennisbaan


tenniswedstrijd ZN

1 match (E) de tennis (E)


tenor ZN

1 (zangstem) voce de tenor, tenor
2 (zanger) tenor


tenorfagot ZN

1 fagotto tenor


tenorhoorn ZN

1 barytono


tenoriet ZN

1 tenorite


tenorino ZN

1 tenorino


tenorinstrument ZN

1 tenor


tenorpartij ZN

1 tenor


tenorsaxofoon ZN

1 saxophono tenor


tenorsleutel ZN

1 clave de tenor


tenorsolo ZN

1 solo de tenor


tenorstem ZN

1 voce de tenor, tenor


tenortrompet ZN

1 trompetta tenor


tenortuba ZN

1 tuba tenor


tenorzanger ZN

1 tenor


tenotomie ZN

1 tenotomia


tenotoom ZN

1 tenotomo


tensie ZN

1 (MED) tension (arterial)


tensiemeter ZN

1 (MED) tensiometro, sphygmomanometro, sphygmotensiometro


tensioactief BN

1 tensioactive


tenslotte BW

1 (uiteindelijk) al fin, finalmente, in le ultime analyse (-ysis)
hij is -- voor de druk bezweken = finalmente ille ha succumbite al pression
wij zijn -- maar vertrokken = finalmente nos ha partite
2
zij is -- nog een kind = illa es ancora un infante, nonne?


tensor ZN

1 tensor
rang van een -- = rango de un tensor


tensoralgebra ZN

1 algebra tensorial


tensoranalyse ZN

1 analyse (-ysis) tensorial


tensorkracht ZN

1 fortia tensorial


tensorrekening ZN

1 calculo tensorial


tensorwiskunde ZN

1 Zie: tensoralgebra


tent ZN

1 (verplaatsbare woonruimte) tenta
een -- opzetten = montar/eriger/plantar un tenta
een -- opbreken = dismontar un tenta
iemand uit zijn -- lokken = provocar un persona
2 (kraam) barraca, stand (E)


tentakel ZN

1 tentaculo
draadvormig -- = tentaculo filiforme


tentamen ZN

1 examine (preliminar/partial)
-- doen = facer un examine partial


tentamineren WW

1 interrogar durante un examine preliminar/partial


tentatie ZN

1 Zie: temptatie


tentatief BN

1 tentative


tentbewoner ZN

1 habitante de un tenta


tentdak ZN

1 tecto de tenta


tentdoek ZN

1 tela de tenta


tentendorp ZN

1 village de tentas


tentenkamp ZN

1 campo/campamento (de tentas)


tentenverhuur ZN

1 location de tentas


tentenverhuurder ZN

1 locator de tentas


tenteren WW

1 tentar


tentharing ZN

1 Zie: tentpen


tentlijn ZN

1 corda de tenta


tentluifel ZN

1 tecto protector de un tenta


tentoonspreiden WW

1 monstrar, exhiber, ostentar
zijn kennis -- = exhiber su cognoscentias/cognoscimentos


tentoonspreiding ZN

1 monstra, exhibition, ostentation


tentoonstellen WW

1 exponer, exhibir, monstrar
beelden -- = exponer/monstrar statuas


tentoonsteller ZN

1 expositor, exhibitor


tentoonstelling ZN

1 (het ter bezichtiging stellen) exposition, exhibition
2 (expositie) exposition, exhibition
reizende -- = exposition/exhibition itinerante
drijvende -- = exposition/exhibition flottante
een -- openen = inaugurar un exposition/exhibition
een -- organiseren = organisar un exposition/exhibition
een -- bezichtigen = visitar un exposition/exhibition


tentoonstellingsbezoek ZN

1 visita de un exposition/exhibition


tentoonstellingsbezoeker ZN

1 visitante/visitator de un exposition/exhibition


tentoonstellingscatalogus ZN

1 catalogo del exhibition/del exposition


tentoonstellingsgebouw ZN

1 edificio del exposition/exhibition


tentoonstellingshal ZN

1 hall (E) del exposition/exhibition


tentoonstellingslokaal ZN

1 local de exposition/exhibition


tentoonstellingsprogramma ZN

1 programma del exposition/exhibition


tentoonstellingsruimte ZN

1 Zie: tentoonstellingszaal


tentoonstellingsterrein ZN

1 terreno del exposition/exhibition


tentoonstellingszaal ZN

1 sala de expositiones/exhibitiones


tentpaal ZN

1 palo/pertica de tenta


tentpen ZN

1 picchetto/paletto de tenta


tentstok ZN

1 Zie: tentpaal


tentzeil ZN

1 canevas


tenue ZN

1 (uniform) uniforme
in groot -- = in uniforme de gala
2 (kledij, kostuum) costume, vestimentos
het zondags -- = le vestimentos de dominica


tenuis ZN

1 consonante tenue, tenue, occlusiva surde


tenuitvoerbrenging ZN

1 Zie: tenuitvoerlegging


tenuitvoerlegging ZN

1 execution, implementation
-- van een vonnis = execution de un sententia
-- van de opgelegde straf = execution del punition imponite


tenuto

1 (MUZ) tenuto (I)


tenware VW

1 a minus que ... non


tenzij VW

1 a minus que ... non, salvo que
ik ga met je mee -- het regent = io te accompania a minus que il non pluve


tenzone ZN

1 tenson, tenzone
in een -- met elkaar redertwisten = tensonar


teocalli ZN

1 teocalli


teorbe ZN

1 theorba


teorbespeler ZN

1 theorbista


tepel ZN

1 mamilla, tetta


tepelcactus ZN

1 cacto mamillar


tepelhoedje ZN

1 mamilla artificial


tepelhof ZN

1 areola


tepelkring ZN

1 Zie: tepelhof


tepelontsteking ZN

1 inflammation del mamilla/del tetta


tepelspier ZN

1 musculo mamillar


tepelvormig BN

1 mammiforme, mamillar, mamilliforme, mastoide
-- uitsteeksel van het slaapbeen = apophyse (-ysis) mastoide del osso temporal


tepelzweer ZN

1 abscesso del mamilla


tepidarium ZN

1 tepidarium


tequila ZN

1 (Mexicaanse drank) tequila


teraardebestelling ZN

1 inhumation, interramento, funerales, sepultura
plechtige -- = inhumation/interramento solemne
toestemming tot -- = permisso de inhumar, autorisation pro le inhumation
de -- zal dinsdag plaatshebben = le inhumation habera loco martedi


teraardewerping ZN

1 (R.K.) prostration


teratogeen BN

1 teratogene


teratogenese ZN

1 teratogenese (-esis)


teratologie ZN

1 teratologia
experimente -- = teratologia experimental
specialist in de -- = teratologo, teratologista


teratologisch BN

1 teratologic
--e anatomie = anatomia teratologic
-- geval = caso teratologic


teratoloog ZN

1 teratologo, teratologista


teratoom ZN

1 teratoma


terbeschikkingstelling ZN

1 detention preventive


terbium ZN

1 terbium


terdege BW

1 (naar behoren) debitemente, ben
-- rekening houden met = tener ben conto de
2 (flink, grondig) seriosemente, energicamente, ben


terdoodbrenging ZN

1 execution


terdoodveroordeelde ZN

1 condemnato a morte


terdoodveroordeling ZN

1 condemnation a morte


terebint ZN

1 terebintho


terebratula ZN

1 terebratula


terecht BN

1 (juist) correcte, juste, justificate, pertinente, appropriate
--e opmerking = remarca/observation pertinente/appropriate
het zou niet -- zijn = il non esserea juste


terecht BW

1 (op de juiste plaats) a su placia
hij kan nergens meer -- = tote le portas es claudite/clause pro ille
2 (teruggevonden) retrovate
mijn horloge is -- = on ha retrovate mi horologio
3 (met recht) justemente, correctemente, con ration, vero
-- beweert hij dat = ille affirma correctemente/con ration que
-- of ten onrechte = con ration o sin ration/sin illo


terechtbrengen WW

1 (terugbrengen) restituer
2 (terugvinden) retrovar
het boek is terechtgebracht = on ha retrovate le libro
3
hij heeft er niet veel van terechtgebracht = ille non ha essite multo brillante
als zanger heeft Jan er niets van terechtgebracht = como cantator Jan non habeva multo successo, como cantator Jan esseva un fiasco complete


terechtgestelde ZN

1 homine/persona executate, suppliciato


terechthelpen WW

1 (op de rechte weg brengen) indicar le cammino a
2 (inlichtingen geven) informar


terechtkomen WW

1 (op de juiste plaats komen) arrivar (al loco volite/a destination)
2 (belanden) arrivar, cader
in het water -- = cader in le aqua
in de sloot -- = cader in le fossato
lelijk = facer un cadita rude, cader mal
op zijn pootjes -- = recader super su patas
3 (slagen) succeder, trovar lo que on cerca
4 (teruggevonden worden) esser retrovate
het zoekgeraakte boek is terechtgekomen = on ha retrovate le libro perdite
5 (goed worden) arrangiar se
alles komt terecht = toto va arrangiar se


terechtkunnen WW

1 (toegang hebben) poter entrar, (gehoor vinden) esser ascoltate (per)
daarmee kun je overal terecht = isto va esser acceptabile ubique, isto va servir ubique
2 (geholpen kunnen worden) obtener adjuta
bij hem kun je niet terecht = ille non potera adjutar te
daarvoor kun je in die winkel terecht = pro isto io te consilia iste magazin
voor speelgoed kun je in die winkel terecht = pro joculos tu pote trovar lo que tu besonia in iste magazin
voor klachten kunt u bij loket drie terecht = pro reclamation, dirige vos al fenestretta numero tres
3 (ermee overweg kunnen) saper servir se (de un cosa), saper manipular (un cosa)


terechtstaan WW

1 comparer (ante un tribunal/ante le judice)
-- voor moord = comparer pro assassinato


terechtstellen WW

1 poner a morte, executar, suppliciar


terechtstelling ZN

1 execution, supplicio
openbare -- = execution public
de -- zal in het openbaar plaatsvinden = le execution essera public


terechtwijzen WW

1 (op zijn fouten wijzen) reprobar, reprehender, reprimendar, dar un reprimenda, admoner, admonestar
2 (inlichtingen geven) informar, dar informationes
3 (de weg wijzen) indicar le cammino a


terechtwijzing ZN

1 (vermaning) reprobation, reprimenda, admonition, admonestation
een -- geven = dar un reprimenda, reprimendar


terechtzetten WW

1 corriger


terechtzetting ZN

1 correction


terechtzitting ZN

1 session (del tribunal/del corte)
openbare -- = session public


teren WW

1 (leven van) viver (de), nutrir se (de)
op zijn oude roem -- = gauder de un resto de gloria
van de hoge boom -- = mangiar su capital
2 (verrotten) corrumper se, decomponer se, putrificar se, putrescer
3 (met teer bestrijken) catranar


tergen WW

1 incitar, irritar, provocar, exasperar, tormentar, vexar


tergend BN

1 irritante, provocante, provocatori, provocative, exasperante, vexante
een --e houding aannemen = adoptar/prender un attitude provocative/de provocation
-- langzaam = exasperantemente lente, con un lentor exasperante


terging ZN

1 provocation, incitation, irritation, exasperation, vexation


tergiversatie ZN

1 tergiversation


tergiverseren WW

1 tergiversar


terhandstelling ZN

1 livration


tering ZN

1 (vorm van tuberculose) phthisis, tuberculose (-osis) pulmonar, consumption
vliegende -- = tuberculose (-osis) miliar, phthisis galopante
krijg de --! = va al diabolo!
2 (uitgaven) dispensas, expensas, costos
de -- naar de nering zetten = viver secundo su medios, regular le dispensas secundo le receptas, facer le passo secundo le gamba


teringachtig BN

1 phthisic, hectic


teringlijder ZN

1 (lijder aan tuberculose) phthisico
2 (scheldwoord) canalia


terloops BN

1 casual, incidente, incidental
--e blik = reguardo casual
--e opmerking = remarca/observation casual/incidental


terloops BW

1 casualmente, incidentalmente, passante
-- ter sprake brengen = mentionar casualmente/incidentalmente


term ZN

1 (benaming) termino
wetenschappelijke -- = termino scientific
juridische -- = termino juridic
technische -- = termino technic
militaire -- = termino militar
geijkte -- = termino consecrate/appropriate
in --en van winst en verlies spreken = parlar in terminos de profitos e perditas
in algemene --en spreken = parlar in terminos general
in bedekte --en meedelen = annunciar con allusiones/in terminos coperte/velate/occulte
volgens de --en der wet = secundo le lege
2 (WISK) termino
door plusteken voorafgegane -- = termino additive
negatieve -- = termino negative
positieve -- = termino positive
--en van een reeks = terminos de un serie/progression
--en van een evenredigheid = terminos de un proportion
3 (stelling van een syllogisme) termino
de drie --en van een syllogisme/sluitrede = le tres terminos de un syllogismo
4 (aanleiding) motivo, ration
daar zijn geen --en voor = il non ha motivo pro un tal cosa
5
hij valt niet in de --en = ille non responde al normas


termiet ZN

1 termite, formica blanc


termietenheuvel ZN

1 termitiera


termietenkolonie ZN

1 colonia de termites


termietennest ZN

1 Zie: termietenheuvel


termietenstaat ZN

1 stato de termites


termijn ZN

1 (periode) termino, periodo
de afloop/het verstrijken van een -- = le expiration de un termino
de -- verstrijkt = le termino expira
de -- gaat in = le termino comencia
de -- vaststellen = fixar le termino
in --en verdelen = fractionar in terminos
aan een -- binden = fixar un termino
een -- verlengen = prolongar/prorogar un termino
in twee --en afbetalen = pagar in duo terminos
op korte -- = a/in curte termino
op middellange -- = a/in medie termino
op lange -- = a/in longe termino
geldig voor een onbepaalde -- = valide pro un periodo non limitate
2 (vooraf vastgesteld tijdstip) termino
maandelijkse -- = termino mensual, mensualitate
uiterste -- = termino extreme, ultime termino
binnen de vastgestelde -- = intra le termino fixate
3 (deel van een schuld) termino
in --en betalen = pagar a terminos, scalonar le pagamentos


termijnaffaire ZN

1 operation/transaction a termino


termijnbetaling ZN

1 pagamento a termino
op -- kopen = comprar a credito


termijnbeurs ZN

1 bursa a termino


termijndeposito ZN

1 deposito a termino (fixe)


termijndeviezen ZN MV

1 devisas a termino


termijnhandel ZN

1 Zie: termijnmarkt


termijnlevering ZN

1 livration a termino


termijnmarkt ZN

1 mercato a termino


termijnprijs ZN

1 precio a termino


termijntransactie ZN

1 Zie: termijnaffaire


termijnverkoop ZN

1 vendita a termino


termijnzaak ZN

1 Zie: termijnaffaire


terminaal BN

1 (aan het uiteinde gelegen) terminal
--e cellen = cellulas terminal
2 (tot het eindstadium behorend) terminal, final
--e patiënt = patiente/malado terminal
--e zorg = cura (del phase) terminal


terminal ZN

1 (begin- of eindpunt) terminal
2 (COMP) terminal


terminatie ZN

1 termination


termineren WW

1 terminar


terminisme ZN

1 terminismo, nominalismo


terministisch BN

1 terministic, nominalistic
--e logica = logica terministic/nominalistic


terminografie ZN

1 terminographia


terminografisch BN

1 terminographic


terminologie ZN

1 (termen van een vak) terminologia
medische -- = terminologia medic/del medicina
technische -- = terminologia technic
wetenschappelijke -- = terminologia scientific
2 (woordkeus) terminologia
ik zou liever een andere -- kiezen = io prefererea usar altere terminos, io usarea altere parolas/un altere terminologia, io non lo dicerea in iste terminos


terminologiedeskundige ZN

1 Zie: terminoloog


terminologisch BN

1 terminologic
--e vernieuwin-gen = innovationes terminologic
--e problemen = problemas terminologic


terminoloog ZN

1 terminologo, terminologista


terminus ZN

1 terminus (L), station terminal


terminus ad quem ZN

1 terminus ad quem (L)


terminus a quo ZN

1 terminus a quo (L)


ternair BN

1 ternari
-- systeem = systema ternari
--e logica = logica ternari


ternauwernood BW

1 a pena
hij was -- herkenbaar met die baard = ille esseva a pena recognoscibile con iste barba


terne ZN

1 (mbt loterij) terno


terneder BW

1 a basso, in basso, a terra, per terra


ternederzitten WW

1 esser prostrate
in droefheid -- = esser le preda de un affliction profunde


terneerdrukken ZN

1 (omlaagdrukken) deprimer
2 (bedrukt maken) deprimer, dismoralisar
ervaringen die mij terneerdrukken = experientias deprimente


terneergeslagen BN

1 abattite, deprimite, depresse, depressive, dismoralisate, discoragiate


terneergeslagenheid ZN

1 abattimento, depression, discoragiamento, dismoralisation


terneerliggen WW

1 (uitgestrekt liggen) esser extendite, esser prostrate, jacer
2 (in krachteloze staat verkeren) esser exhauste/extenuate


terneerslaan WW

1 abatter, deprimer, discoragiar


terneervallen WW

1 prostrar se


terp ZN

1 collinetta/monticulo artificial


terpbewoner ZN

1 habitante de un collinetta/monticulo artificial


terpdorp ZN

1 village super un collinetta/monticulo artificial


terpeen ZN

1 terpene


terpengebied ZN

1 region del collinettas/monticulos artificial


terpentijn ZN

1 (terpentijnolie) essentia de terebinthina
2 (vloeibare hars) terebinthina
met -- behandelen/insmeren = terebinthinar


terpentijnboom ZN

1 terebintho


terpentijnhars ZN

1 terebinthina


terpentijnlucht ZN

1 odor de terebinthina


terpentijnolie ZN

1 essentia de terebinthina


terpentijnvernis ZN

1 vernisse al/con essentia de terebinthina


terpentijnzalf ZN

1 unguento de terebinthina


terpentijnzeep ZN

1 sapon a terebinthina


terpentine ZN

1 white spirit (E)


terpinol ZN

1 terpinol


terpostbezorging ZN

1 expedition postal, invio per posta


terra BN

1 terracotta


terra ZN

1
-- incognita = terra incognita (L), terra incognite


terracotta BN

1 de terracotta


terracotta ZN

1 terra cocte, terracotta
-- kruik = urceo de terra cocte/terracotta


terramycine ZN

1 terramycina


terrarium ZN

1 terrario


terras ZN

1 terrassa
een heuvel met --sen = un collina con terrassas
op een --je zitten = esser sedite a un terrassa


terrascultuur ZN

1 cultura in terrassas


terrasdeur ZN

1 porta de terrassa
openslaande -- = porta fenestra


terrasgewijze BN

1 in forma de terrassa(s)


terrasgewijze BW

1 in forma de terrassa(s)
-- aanleggen = construer in forma de terrassas


terrasland ZN

1 pais de terrassas


terrasseren WW

1 formar terrassas in
2 (met opgeworpen aarde ondersteunen) sustener per un massa de terra


terrastuin ZN

1 jardin pensile


terrasvormig BN

1 in terrassa(s)
een park met --e aanleg = un parco con terrassas


terrazzo ZN

1 terrazzo (I)


terrazzotegel ZN

1 quadrello de terrazzo (I)


terrazzovloer ZN

1 solo de terrazzo (I)


terrein ZN

1 terreno, campo, area
heuvelachtig/golvend -- = terreno accidentate/undulate
bebouwd -- = (met gewassen) terreno cultivate, (met gebouwen) terreno con constructiones
neutraal -- = terreno neutral/neutre
open -- = terreno discoperte
eigen -- = terreno/proprietate particular/private
-- van een onderneming = campo de activitate de un interprisa
-- van de kunst = terreno/campo del arte
-- van de wetenschap = terreno/campo del scientia
-- van de werkzaamheden = campo del operationes
-- van de strijd = campo/area/theatro del battalia
(ook FIG) -- winnen = ganiar terreno
(ook FIG) -- prijsgeven = ceder/perder terreno
(ook FIG) op bekend -- zijn = cognoscer le terreno
(ook FIG) het -- verkennen/aftasten = recognoscer le terreno
iemand het -- betwisten = disputar le terreno a un persona
deze studie opent/ontsluit een nieuw -- = iste studio aperi un nove dominio
die activiteiten vallen buiten ons -- = iste activitates non es de nostre dominio
de epidemie verliest -- = le epidemia recula


terreinafbakening ZN

1 Zie: terreinafscheiding


terreinafscheiding ZN

1 demarcation del terrenos
2 clausura, barriera


terreinauto ZN

1 landrover (E)


terreinbeschrijving ZN

1 description del terreno


terreinbreedte ZN

1 largor del terreno


terreingesteldheid ZN

1 stato del terreno


terreininzinking ZN

1 depression del terreno


terreinkaart ZN

1 carta/mappa detaliate del terreno


terreinkennis ZN

1 cognoscentia/cognoscimento del terreno


terreinknecht ZN

1 guardiano del terreno


terreinmeester ZN

1 guardiano del terreno


terreinomstandigheden ZN MV

1 conditiones del terreno


terreinopzichter ZN

1 Zie: terreinmeester


terreinplooi ZN

1 plica de terreno


terreinrit ZN

1 (fiets) cyclocross, (motor) motocross


terreintekening ZN

1 plano del terreno


terreinverheffing ZN

1 eminentia/elevation del terreno


terreinverkenning ZN

1 (verkenning van het terrein) recognoscentia/exploration del terreno
2 (GEOL) prospection del terreno


terreinverlies ZN

1 (het verliezen van een deel van het terrein dat men al onder zijn beheer had) perdita de terreno, perdita(s) territorial
2 (positieverzwakking) perdita de terreno
-- lijden = perder terreno


terreinvoertuig ZN

1 Zie: terreinauto


terreinwagen ZN

1 Zie: terreinauto


terreinwals ZN

1 cylindro


terreinwedstrijd ZN

1 Zie: terreinrit


terreinwinst ZN

1 ganio territorial, terreno ganiate
-- boeken = ganiar terreno


terreplein ZN

1 terrapleno


terrestrisch BN

1 terrestre


terreur ZN

1 terror
-- van de nazi's = terror del nazis {ts}


terreuraanval ZN

1 attacco de terror


terreuractie ZN

1 action/operation terrorista/terroristic/de terror


terreurbestrijding ZN

1 lucta contra le terrorismo, controlo del terrorismo, mesuras antiterrorista, antiterrorismo


terreurdaad ZN

1 acto de terrorismo


terreurgroep ZN

1 gruppo terrorista/terroristic


terreurmethode ZN

1 methodo terrorista/terroristic


terreurorganisatie ZN

1 organisation terrorista/terroristic/de terroristas


terribel BN

1 terribile


terrier ZN

1 (hond) terrier (E)
airdale -- = airdale (E)


terrigeen BN

1 terrigene
--e afzettingen = depositos terrigene


terrine ZN

1 terrina, (soepterrine) suppiera


territoir ZN

1 territorio


territoor ZN

1 Zie: territoir


territoriaal BN

1 territorial
--e wateren = aquas territorial
--e expansie = expansion territorial
--e integriteit/onschendbaarheid = integritate territorial
-- gebied = territorialitate


territorialiteit ZN

1 territorialitate


territorialiteitsbeginsel ZN

1 principio de territorialitate


territorium ZN

1 territorio


territoriumdrift ZN

1 Zie: territoriuminstinct


territoriuminstinct ZN

1 instincto al defensa del territorio, instincto territorial


terrorisatie ZN

1 terrorisation, intimidation


terroriseren WW

1 terrorisar, intimidar
de bevolking -- met aanslagen = terrorisar le population con attentatos
de hele buurt -- = terrorisar tote le quartiero


terrorisme ZN

1 terrorismo
het internationale -- = le terrorismo international
het -- een halt toeroepen = frenar le terrorismo


terrorist ZN

1 terrorista


terroristenbende ZN

1 banda de terroristas


terroristisch BN

1 terrorista, terroristic
--e aanslag = attentato terrorista/terroristic
--e groep/groepering = gruppo terrorista/terroristic


tersluiks BN

1 furtive, subrepticie, surrepticie
--e blik = reguardo furtive
--e beweging = gesto furtive


terstond BW

1 immediatemente, instantaneemente, presto


tertiair BN

1 (in de derde plaats) tertiari
--e kleuren = colores tertiari
(EC) --e sector = sector tertiari
--e wegen = camminos vicinal/local
2 (GEOL) tertiari
--e formatie = formation/terreno tertiari


Tertiair ZN EIGN

1 era/periodo tertiari/neozoic, tertiario, neozoico


tertiaris ZN

1 tertiario


tertiawissel ZN

1 tertie exemplar de un littera de cambio


tertio BW

1 tertio, in tertie loco


terts ZN

1 (MUZ) (toon) tertia
2 (MUZ) (interval) intervallo de tertia, tertia
grote -- = tertia major
kleine -- = tertia minor
overmatige -- = tertia augmentate
verminderde -- = tertia diminuite
3 (R.K.) (tweede uur in het breviergebied) tertia


terug BW

1 retro, a retro, de retorno
enige jaren -- = alicun annos retro
de reis -- = le viage de retorno
hij wil zijn fiets -- = ille vole que on le rende su bicycletta
wij moeten -- = nos debe retornar
-- hebben van tien gulden = poter render le moneta/cambio de dece florinos
terug! = a retro!
wij moeten morgen -- zijn = nos debe esser de retorno deman
je kunt niet met dezelfde trein -- = tu non pote retornar in le mesme traino
na zoveel jaren ken je haar niet meer -- = post tante annos illa es irrecognoscibile
ergens niet van -- hebben = 1. non saper responder a un cosa, 2. passar su possibilitates/fortias
-- van weg geweest = de retorno
heen en -- = ir e retornar, vice versa (L)
-- hebben van honderd gulden = haber le cambio de cento florinos


terugbekomen WW

1 Zie: terugkrijgen


terugbellen WW

1 retelephoner


terugbetaalbaar BN

1 reimbursibile, restituibile


terugbetalen WW

1 pagar retro, repagar, reimbursar, restituer
het -- = repagamento, reimbursamento, restitution
een voorschot -- = reimbursar un avantia
de toegangsprijs -- = restituer le precio de entrata/ingresso
zijn schuldeisers -- = reimbursar su creditores
terug te betalen = reimbursabile, restituibile
een binnen een jaar terug te betalen lening = un presto restituibile intra un anno
iemand die iets terugbetaalt = restitutor


terugbetaling ZN

1 repagamento, reimbursamento, restitution
-- vorderen = reclamar reimbursamento/restitution


terugbezorgen WW

1 retornar, render, restituer


terugbezorging ZN

1 restitution


terugblik ZN

1 vista/reguardo retrospective, retrospectiva, retrospection, retrospecto
een -- op de ontwikkelingen van de laatste jaren = un retrospectiva del disveloppamentos del ultime annos


terugblikken WW

1 reguardar (a) retro, respicer
het -- = retrospecto


terugblikkend BN

1 retrospective


terugboeken WW

1 repagar
een bedrag -- op/naar een rekening = repagar un summa a un conto


terugbrengen WW

1 (weer brengen naar het punt van vertrek) (iemand) conducer retro, reconducer, (iets) portar retro, reportar, retornar
iemand naar huis -- = reconducer un persona a casa
2 (weer brengen bij de eigenaar) portar retro, reportar, retornar, restituer
een geleend boek -- = retornar un libro imprestate
3 (weer in de oorspronkelijke toestand brengen) restaurar, restabiler, restituer
iets in de oorspronkelijk staat -- = restaurar/restituer un cosa a su stato original/primitive, reconstituer un cosa
de oproerlingen tot gehoorzaamheid -- = restaurar ordine inter le insurgentes
4 (in omvang verminderen) reducer
de inflatie -- = reducer le inflation
de werkloosheid -- tot drie procent = reducer le disoccupation a tres per cento
tot een minimum -- = reducer al minimo
tot de helft -- = reducer al medietate
iets tot zijn ware proporties -- = reducer un cosa a su proportiones real
verschillende problemen tot één -- = reducer varie problemas a un sol
terug te brengen = reducibile
5 (herleiden) reducer
een bedrag tot duizend gulden -- = reducer un summa a mille florinos
alle gevallen zijn tot dezelfde grondregel terug te brengen = tote le casos pote esser reducite al mesme principio
terug te brengen = reducibile


terugbrenging ZN

1 (herleiding) reduction


terugbuigen WW

1 recurvar, reclinar


terugdeinzen WW

1 recular, retroceder
het = reculamento, retrocession
niet -- voor de gevolgen = non recular/retroceder ante le consequentias
je moet niet -- voor de gevolgen = tu non debe timer le consequentias, tu non debe haber pavor del consequentias


terugdenken WW

1 memorar se, rememorar se, recordar se, remembrar se
-- aan zijn jeugd = recordar se de su juventute
-- aan zijn kinderjaren = evocar su infantia
dat doet ons -- aan de tijd dat = isto nos recorda le epocha que


terugdoen WW

1 (weer steken in) mitter retro, remitter
zij doet het geld terug in haar portemonnee = illa remitte le moneta in su portamoneta
2 (als antwoord/compensatie doen) retornar, facer in retorno
je mag er wel iets voor -- = tu deberea facer un cosa in cambio
3 (terugbrengen) (iets) portar retro, reportar, retornar


terugdraaien WW

1 (achteruit draaien) girar/tornar in le senso opposite/inverse
2 (terugspoelen) rebobinar
3 (ongedaan maken) annullar, cancellar
een maatregel -- = annullar un mesura
de beslissingen -- = annullar le decisiones


terugdrijven WW

1 pulsar/peller retro, repulsar, repeller, facer recular
het -- = repulsa, repulsion
de vijand -- = repulsar/repeller le inimico
de menigte -- = facer recular le massa


terugdrijving ZN

1 repulsa, repulsion


terugdringen WW

1 (doen verminderen) reducer, diminuer, restringer
de inflatie -- = reducer le inflation
de werkloosheid = reducer le disoccupation
de kosten -- = restringer le costos
2 (achteruit dringen) peller/pulsar retro, repeller, repulsar, facer retroceder
de vijand -- = repulsar/repeller le inimico


terugduwen WW

1 (weer op zijn plaats steken) mitter retro, remitter
2 (achteruit doen gaan) pulsar/peller retro, repulsar, repeller


terugeisen WW

1 (met klem terugvragen) exiger le restitution de
2 (in rechte terugvorderen) revindicar, reclamar


terugfluiten WW

1 (met een fluitje terugroepen) dar un sibilo
2 (FIG) appellar/clamar al ordine


teruggaaf ZN

1 Zie: teruggave


teruggaan WW

1 (achteruit bewegen) ir retro, retrograder, recular, retroceder, (in ontwikkeling) regreder, regressar
het -- = retrogradation, reculamento, retrocession
de trein ging een eindje terug = le traina ha reculate un pauco/un poco
2 (terugkeren) retornar
het -- = retorno
naar het uitgangspunt -- = retornar al puncto de partita
naar huis -- = retornar a su casa
sommige emigranten gaan terug = certe emigrantes retorna a lor pais de origine
3 (ontstaan zijn uit) haber su origine in
dit boek gaat terug op een werk uit de Middeleeuwen = iste libro se basa super un obra del medievo
4 (achteruit gaan in waarde) bassar, diminuer
de prijzen van de landbouwprodukten zijn achteruit gegaan = le precios agricole/pro productos agricultural ha bassate


teruggang ZN

1 (achteruitgang) reculamento, declino, regression, retrogression, (EC) recession
economische -- = recession economic
de grote -- van de landbouwprijzen = le grande declino del precios agricole
2 (terugkeer) retorno
de -- naar de waarheid = retorno al veritate


teruggave ZN

1 restitution, (van geld OOK) reimbursamento
-- van in beslag genomen vee = restitution de bestial confiscate
2
-- van veroverd gebied = retrocession de territorios capturate


teruggebogen BN

1 (PLANTK) retroflexe


teruggetrokken BN

1 retirate, solitari, isolate, recluse
-- mens = persona solitari, solitario
een -- leven leiden = menar un vita retirate


teruggetrokkenheid ZN

1 solitude, isolamento, insulamento, vita retirate/solitari


teruggeven WW

1 (weer aan de eigenaar geven) render, restituer, retornar, (weer afstaan van bijv. land) retroceder
een geleend boek -- = render un libro imprestate
iemand de vrijheid -- = render le libertate a un persona
een blinde het gezichtsvermogen -- = render le vista a un ceco
deze crème geeft uw huid de natuurlijke zachtheid terug = iste crema restaura le delicatessa natural de vostre pelle
2 (het teveel terugbetalen) render, reimbursar
ik zal je het gehele bedrag -- = io te reimbursara le totalitate del summa
hij kon niet -- van vijftig gulden = ille non poteva cambiar un billet de cinquanta florinos
3 (als repliek geven) rispostar per
4
en nu geven we u terug aan de studio in Hilversum = e ora retro al studio/a nostre studio in Hilversum


teruggieten WW

1 versar retro, reversar


teruggooien WW

1 jectar/lancear retro, rejectar, relancear


teruggrijpen WW

1 basar se (super), reprender
hij grijpt terug op de onderzoekingen van zijn voorganger = ille se basa super le recercas de su predecessor
-- op een oude methode = restaurar un ancian methode


teruggroeten WW

1 render/retornar le salute (a un persona), resalutar
hij groette ons vriendelijk terug = ille retornava nostre salute amicabilemente


terughalen WW

1 (weer ophalen) recuperar, reprender
zijn platen -- = recuperar su discos
ik kom het formulier over een week -- = io reprendera le formulario post un septimana
2 (terugtrekken) retirar
zijn hand snel -- = retirar le mano rapidemente
3 (in de herinnering terugbrengen) recordar


terughouden WW

1 retener, (beletten) impedir
de angst hield mij terug = le pavor me ha retenite, le timor me lo ha impedite


terughoudend BN

1 (omzichtig) circumspecte, discrete
2 (gereserveerd) reservate, reticente
-- antwoord = responsa reticente
-- over de redenen van zijn vertrek = reticente super le rationes de su partita
3 (eerbaar, ingetogen) pudic, caste, continente


terughoudendheid ZN

1 (omzichtigheid) circumspection, discretion
2 (gereserveerdheid) reserva, reticentia
3 (eerbaarheid) pudicitia, pudor, castitate, continentia


terughouding ZN

1 Zie: terughoudendheid


terugjagen WW

1 pulsar/peller retro, repulsar, repeller


terugkaatsen WW

1 (van richting veranderen) reflecter se, esser reflectite, (geluid/licht/warmte) reverberar se, (geluid) repercuter se, esser repercutite
omdat de bergen het geluid terugkaatsen, ontstaat een echo = proque le montanias repercute le sono, il ha un echo
een glad oppervlak kaatst het licht terug = un superficie polite reflecte le luce/lumine
2 (terugwerpen) jectar a retro, rejectar


terugkaatsing ZN

1 reflexion, (geluid/licht/warmte) reverberation, (geluid) repercussion
diffuse -- = reflexion diffuse
hoek van -- = angulo de reflexion


terugkaatsingsvlak ZN

1 plano de reflexion


terugkeer ZN

1 retorno, (tot eerdere toestand) reversion
-- tot de natuur = retorno al natura
-- tot het verleden = retorno al passato
-- tot de oude politiek = retorno/reversion al ancian politica
-- in de dampkring = entrata in le atmosphera


terugkeren WW

1 (teruggaan) ir retro, retornar, revenir
het -- = retorno
naar huis -- = retornar a (su) casa
tot het geloof -- = retornar al fide
-- bij de eigenaar = retornar a su proprietario
op zijn basis -- = retornar a su base
(FIG) naar zijn uitgangspunt -- = revenir/retornar a su puncto de partita
naar de bronnen -- = retornar al fontes
op zijn schreden -- = retornar super su passos
2 (wederom aanwezig zijn) retornar, revenir, manifestar se de novo, (zich herhalen) repeter se
de lente is teruggekeerd = le primavera ha retornate
dagelijks --de irritaties = irritationes quotidian
jaarlijks --d = annual
maandelijks --d = mensual


terugkijken WW

1 reguardar/mirar (a) retro, respicer
-- op het verleden = repensar al passato


terugkomen WW

1 (wederkeren) venir retro, revenir, retornar
het -- = retorno
het water komt terug = le aqua reveni/reflue
in allerijl -- = retornar in tote haste
2 (zich weer vertonen) revenir, retornar, manifestar se de novo
het bewustzijn komt terug = le conscientia retorna/reveni
3 (nog eens komen) revenir, retornar
de klant zal morgen -- = le cliente retornara/revenira deman
4 (weer komen bij het uitgangspunt) venir retro, revenir, retornar
van iets -- = cambiar de opinion/de idea
op zijn verklaring -- = revenir super su declaration, recantar su declaration
op een besluit -- = revenir super un decision, recantar/reconsiderar un decision


terugkomend BN

1
--e koorts = febre recurrente


terugkomst ZN

1 retorno


terugkoop ZN

1 recompra
2 (afkoop) redemption


terugkoopbaar BN

1 (afkoopbaar) redimibile


terugkoopgarantie ZN

1 garantia de recompra


terugkopen WW

1 recomprar
2 (afkopen) redimer


terugkoppelen WW

1 (terugschakelen) passar a un velocitate/acceleration inferior
-- van de derde naar de tweede versnelling = retrogradar del tertie acceleration/velocitate al secunde
2 (ter overleg voorleggen) submitter, dar feedback (E)
iets -- naar de achterban = submitter un cosa al base/al membros


terugkoppeling ZN

1 (terugschakeling) retorno a un acceleration/velocitate inferior
2 (het ter beoordeling/overleg voorleggen) retroaction, action retrograde, feedback (E), consultation


terugkrabbelen WW

1 (FIG) (zich terugtrekken) recular
op het laatste moment krabbelde hij terug = al ultime momento ille ha reculate
2 (scharrelend achteruitgaan) recular pauco a pauco/poco a poco


terugkrijgen WW

1 recovrar, recuperar, retroreciper, reganiar, rehaber, reacquirer, reentrar in possession (de)
zijn gezichtsvermogen -- = recovrar/recuperar/reganiar le vista
zijn gezondheid -- = recovrar/recuperar/reganiar sa sanitate
zijn bezittingen -- = recovrar/recuperar su benes
zijn verstand -- = recovrar/recuperar su ration
een klap -- = reciper un colpo como responsa
iemand die iets terugkrijgt = recovrator, recuperator
terug te krijgen = recovrabile, recuperabile
u krijgt nog één gulden van mij terug = io vos debe ancora un florino


terugkrijging ZN

1 recuperation


terugleggen WW

1 remitter, reponer, replaciar
2 (SPORT) passar retro
de bal -- op de spits = passar retro le ballon al avantero (de puncta)


teruglezen WW

1 (lezend ontcijferen) decifrar
een microkaart kan men -- met een leesapparaat = un microfiche (F) pote esser legite per medio de/con/per un lector
2 (herlezen) releger
een ingewikkelde alinea -- = releger un paragrapho complicate


terugloop ZN

1 (het teruglopen) reculamento
2 (van vuurwapen) reculamento
3 (achteruitgang) regression, recession, declino, declination, diminution


teruglopen WW

1 (achteruitlopen) recular, (terugvloeien) refluer, (ASTRON) retrogradar
2 (FIG) bassar, diminuer, regreder, regressar, declinar, retroceder
de prijzen lopen terug = le precios bassa/diminue/retrocede
het aantal leerlingen loopt terug = le numero de alumnos diminue/declina
het kerkbezoek loopt terug = le frequentation del ecclesia/(PROT ook) declina
de uitvoer liep terug = le exportationes ha diminuite
de barometer loopt terug = le barometro bassa/descende
3
-- naar huis = retornar (a pede) a casa
dezelfde weg -- = repercurrer le cammino


teruglopend BN

1 regredente, recedente, declinante
2 (ASTRON) retrograde
3 (WISK) recurrente
--e reeks = serie/progression recurrente


terugluisteren WW

1 ascoltar de novo, reascoltar
een band -- = reascoltar un cassetta


terugmarcheren WW

1 marchar {sj} retro, contramarchar {sj}, retirar se


terugmars ZN

1 contramarcha {sj}, retiro, retiramento, replicamento


terugnemen WW

1 (herroepen) retirar, revocar, retractar
je moet die belediging -- = tu debe retirar iste insulto
zijn woorden -- = retirar/revocar/retractar su parolas, retirar lo que on ha dicite
een offerte -- = retirar un offerta
een wetsontwerp -- = abandonar un projecto de lege
2 (nemen wat men eerst gegeven heeft) reprender, retirar
het -- = reprisa
je rijdt te hard, neem wat gas terug! = tu va troppo celeremente/rapidemente, laxa le accelerator!/reduce le velocitate!
3 (weer in bezit nemen) reprender
haar ontslag is ongeldig, we moeten haar -- = su dimission ha essite nullificate, nos debe reprender la


terugneming ZN

1 reprisa, (JUR ook) retraction
recht van -- = derecto de reprisa


terugontvangen WW

1 (ontvangen wat men heeft weggestuurd) reciper de novo
2 (ontvangen wat men teveel gegeven heeft) reciper de novo
3 (weer ontvangen wat men geleend/voorgeschoten heeft) esser reimbursate, recuperar, recovrar
ik heb mijn voorschot terugontvangen = on me ha reimbursate/redate mi avantia, io ha recovrate mi avantia


terugplaatsen WW

1 (achteruit plaatsen) recular, mover retro
2 (in de vroegere toestand/op de vroegere plaats zetten) replaciar, remitter (a su placia)


terugreis ZN

1 viage/cammino de retorno, retorno
op de -- naar = de retorno a
de -- aanvaarden = interprender le viage de retorno


terugreizen WW

1 viagiar retro, retornar, facer le viage de retorno


terugrennen WW

1 currer retro, retornar currente/in haste


terugrijden WW

1 ir retro/retornar (a cavallo/in auto(mobile)/a bicycletta, etc.), repercurrer


terugrit ZN

1 viage de retorno, retorno


terugroeien WW

1 remar (a) retro


terugroepen WW

1 (door roepen terug laten komen) facer revenir, revocar
iemand in het leven -- = resuscitar/reanimar un persona
iemand van zijn post -- = revocar/retirar un persona de su posto
een gezant -- = revocar/retirar un ambassador
2 (als antwoord roepen) responder
Zwijg, riep de agent terug = "Silentio!", ha criate le agente a su torno/vice
3
iets in het geheugen -- = recordar un cosa


terugroeping ZN

1 revocation
-- van een ambassadeur = revocation de un ambassador


terugschakelen WW

1 Zie: terugkoppelen-1
2
wij schakelen terug naar de studio in Hilversum = nos connecte de novo con le studio in Hilversum


terugschelden ZN

1 responder a un insulto/injuria/invectiva, retornar le insultos/injurias/invectivas, insultar a su vice


terugschieten WW

1 (zich snel achteruit/naar een vorige plaats bewegen) recular rapidemente, (naar vorige plaats) retornar rapidemente
2 (schieten als antwoord) contrabatter, responder al foco
-- op vijandelijke batterijen = contrabatter le artilleria inimic/del inimico, responder al batterias inimic/del inimico
3 (sport) tirar/colpar a retro


terugschoppen WW

1 (achteruit schoppen) colpar a retro con le pede(s)
2 (schoppen als antwoord) colpar con le pede(s) in retorno


terugschrijven WW

1 responder
een lange brief -- = responder con/per un longe littera
hij schrijft mij nooit terug = ille non me responde nunquam a mi litteras


terugschrikken ZN

1 retroceder (ante), recular (ante)
niet -- voor = non haber pavor de, non timer
nergens voor -- = non timer ni Deo ni Diabolo


terugschroeven WW

1 (tot een lager niveau terugbrengen) reducer
de salarissen zijn teruggeschroefd tot het peil van vorig jaar = on ha reducite le salarios al nivello del anno passate
2 (ongedaan maken) annullar, cancellar, revocar
een besluit -- = annullar un decision
een maatregel -- = annullar/revocar un mesura


terugslaan WW

1 (met slaan reageren op ontvangen slagen) rebatter, colpar a retro/a su vice, render le colpo, reager
2 (FIG) (verwijzen naar) referer (a), facer referentia (a)
zijn opmerkingen slaan terug op dingen die niemand wist = su observationes refere a cosas que totes ignorava
3 (zich met kracht achteruit bewegen) recular rudemente
de motor slaat terug = le motor torna in senso inverse
4 (zich met kracht terugbewegen) mover a retro
5 (slaan naar het punt vanwaar iets/iemand gekomen is) repeller, repulsar, parar
een aanval -- = repeller/repulsar/parar un attacco
de vijand -- = repeller/repulsar le inimico
6 (terugspringen) repercuter
het -- = repercussion
7 (van vuurwapens) recular
het -- = reculamento
8 (wraaknemen, represailles nemen) retaliar


terugslag ZN

1 (slag die iets/iemand achteruit drijft) (ook FIG) choc {sj} in retorno, effecto/vigor retroactive, regression, (FIG ook) reculamento
-- hebben = retroager
2 (FIG) (negatieve reactie) contracolpo, repercussion
de economische -- van de jaren dertig = le recession/depression del annos trenta
ons bedrijf ondervindt hiervan de -- = nostre interprisa ha sentite le repercussiones
-- hebben = repercuter se
3 (van vuurwapens) reculamento, retrochoque
het geweer had een ontzettende -- = le fusil habeva un reculamento terribile
4 (BIOL) atavismo


terugslagklep ZN

1 valvula/valva de retention/de retorno


terugsluizen WW

1 (EC) recyclar le reservas monetari, recyclar, reintegrar


terugsnellen WW

1 currer (a) retro, retornar currente


terugspeelbal ZN

1 passe (F) a retro


terugspelen WW

1 (SPORT) passar/colpar/jectar (a) retro
2 (FIG) (retourneren) retornar
een vraag naar de vragensteller -- = retornar un question al persona qui lo ha ponite


terugspoelen WW

1 rebobinar
een cassette -- = rebobinar un cassetta
een film -- = rebobinar un film (E)/un pellicula


terugspringen WW

1 (achteruitspringen) saltar (a) retro
2 (achter een bepaalde lijn liggen) receder


terugspringend BN

1
--e gevel = faciada retirate


terugstellen WW

1 (achteruitstellen) recular
2 (degraderen) degradar
een luitenant -- = degradar un locotenante


terugstelling ZN

1 (achteruitstelling) reculamento
2 (degradatie) degradation


terugstoot ZN

1 (van vuurwapen) reculamento, contracolpo


terugstorten WW

1 reintegrar, restituer, repagar
een bedrag -- = reintegrar/restituer un amonta/summa


terugstoten WW

1 pulsar/peller (a) retro, repulsar, repeller


terugstotend BN

1 repulsive
--e kracht = fortia repulsive


terugstoting ZN

1 repulsion


terugstralen WW

1 (licht/hitte) reverberar
het -- = reverberation


terugstraling ZN

1 (hitte/licht) reverberation


terugstromen WW

1 refluer
het -- = refluxo


terugstroming ZN

1 contracurrente, refluxo, refluentia


terugstuiten WW

1 saltar a retro, retrosaltar, resaltar


terugstuiting ZN

1 retrosalto, resalto


terugsturen WW

1 inviar (a) retro, reinviar, reexpedir, retornar


terugtellen WW

1 contar in senso inverse


terugtocht ZN

1 retiro, retiramento, viage de retorno, retorno
de -- aanvaarden = prender le via/cammino de retorno
(FIG) iemand de -- afsnijden = non lassar nulle escappatoria a un persona
2 (MIL) retraite (F), retiro, retiramento, replicamento
de -- dekken = coperir le retiro


terugtrappedaal ZN

1 retropedal, contrapedal


terugtrappen WW

1 (achterwaarts trappen) retropedalar, contrapedalar
2 (naar het punt van vertrek terugkeren) retornar a bicycletta
3 (een trap geven als antwoord) colpar a retro


terugtraprem ZN

1 freno a/de retropedalage/a/de retropedal/a/de contrapedal


terugtreden WW

1 (zich terugtrekken) retirar se
2 (aftreden) retirar se, dimitter
hij treedt terug ten gunste van een opvolger = ille se retira in favor de un un successor
de koningin treedt terug ten gunste van haar dochter = le regina abdica in favor de su filia
3 (achteruittreden) recular, retroceder, receder


terugtreding ZN

1 (ontslagname) dimission


terugtrekken WW

1 (achterwaarts gaan) retirar se, retraher se, (MIL ook) replicar se
het verslagen leger trok naar het zuiden terug = le armea vincite se replicava verso le sud
2 (terugkrabbelen) recular
3 (achteruit verplaatsen) retirar, retraher
zijn arm -- = retirar/retraher su bracio
troepen -- = retirar/retraher/replicar truppas
4 (intrekken) retirar, retraher, retractar
een belofte -- = retirar/retraher/retractar un promissa
(SPORT) de aanvoerder trok het elftal terug = le capitano ha retirate su equipa/team (E)
5 (coïtus interruptus toepassen) practicar le coito interrupte
6
zich -- = (naar een rustige plaats gaan) retirar se, (terugtreden) retirar se
zich in een klooster -- = retirar se in un monasterio
zich uit de zaken -- = retirar se del negotios


terugtrekking ZN

1 retiro, retiramento
2 (MIL) replicamento, retiro, retiramento, retraite (F)
3 (terugtreding) dimission
4 (intrekking) retraction


terugval ZN

1 retorno, retrogression, regression, (zonde, ziekte) recadita, (ziekte, fout) recidiva, (in gewoonte OOK) reversion
de -- in de zonde = le recadita in le peccato
-- naar het oude patroon = retorno/reversion al routine (F) anterior


terugvallen WW

1 (opnieuw vervallen in) recader
in dezelfde slechte gewoonte -- = recader in le mesme mal habitude
-- in de barbarij = recader in le barbaria
2 (een beroep doen op) appoiar se (super)
3 (teruggekaatst worden) esser reflectite
het van de spiegel --de licht = le luce/lumine reflectite per le speculo
4 (weer vallen naar de oorspronkelijke plaats) recader, retornar
5 (SPORT) (achteruitgaan in prestatie) perder terreno


terugvallend BN

1 (JUR) (aan vorige eigenaar) reversibile
aan eigenaar --e grond = terras reversibile


terugvaren WW

1 navigar (a) retro


terugverdienen WW

1 recuperar, recoperir le costos


terugveren WW

1 revenir a su position initial, saltar a retro


terugverkoop ZN

1 retrovendita


terugverkopen WW

1 retrovender


terugverlangen WW

1 (verlangen naar) haber nostalgia de
naar huis -- = voler esser in su casa
2 (terugvragen) reclamar, demandar le restitution de
zijn geld -- = reclamar su moneta


terugvertalen WW

1 (weer in de oorspronkelijke taal overbrengen) traducer al lingua original, retranslatar, retraducer, facer un retroversion
een theorie naar de praktijk -- = retraducer/retranslatar un theoria in practica, formular un theoria in terminos practic, poner in practica un theoria
2 (decoderen) decodar


terugvertaling ZN

1 traduction in le lingua original, retranslation, retroversion


terugverwijzen WW

1 referer (a), facer referentia/referimento (a)
ik verwijs u terug naar hoofdstuk tien = io vos refere al capitulo dece


terugverwijzing ZN

1 referentia, referimento


terugvinden WW

1 (weervinden) retrovar, (wat verborgen was) discoperir
het spoor -- = retrovar le tracia
2 (van gezindheid/bewustzijn, e.d.) recovrar, retrovar
zijn evenwicht -- = recovrar/retrovar su equilibrio


terugvliegen WW

1 volar (a) retro, retornar volante, revolar


terugvloeien WW

1 fluer (a) retro, refluer
het -- = refluxo


terugvloeiing ZN

1 refluxo, refluentia


terugvluchten WW

1 fugir (a) retro, refugir


terugvoeren WW

1 (naar een vroegere tijd verplaatsen) portar (a) retro, reportar
dat voert ons terug naar de Middeleeuwen = isto nos reporta al medievo
2 (weer voeren naar de plaats van herkomst) (levende wezens) reconducer, (iets) reportar
dieren -- naar de stal = reconducer animales al stabulo
3 (als oorzaak van iets anders aanwijzen) attribuer (a), imputar (a)
deze ontwikkeling kun je -- op het kabinetsbeleid = iste disveloppamento es imputabile al politica governamental
4 (herleiden) reducer, retraciar, reconducer
een reeks problemen -- tot de kern = reducer/retraciar/reconducer tote un serie de problemas al essentia


terugvorderen WW

1 reclamar, (JUR) repeter, (re)vindicar
geleverde koopwaar -- = reclamer mercantias livrate
niet terug te vorderen = irreclamabile


terugvordering ZN

1 reclamation, (JUR) repetition, revindication
-- tegen een schuldeiser = repetition contra un creditor


terugvragen WW

1 (vragen iets terug te geven) demandar de render (un cosa)
2 (terugeisen) reclamar
3 (uitnodigen) invitar a su torno/vice


terugvuren WW

1 responder al tiro del adversario, contrabatter


terugwedstrijd ZN

1 Zie: returnwedstrijd


terugweg ZN

1 (weg terug) cammino/via de retorno
een andere -- nemen = prender un altere cammino pro retornar
(FIG) de -- is afgesneden = on ha attingite le puncto de non-retorno
2 (het teruggaan) retorno
op de -- = durante le retorno


terugwensen WW

1 desirar/desiderar le retorno de


terugwerken WW

1 (invloed achterwaarts doen voelen) retroager (super), esser retroactive, haber/exercer un effecto retroactive (super), haber un retroaction (super)
deze wet werkt terug tot 1960 = iste lege is retroactive/ha un effecto retroactive usque a 1960
2 (effect hebben) reager (super), repercuter se (super)
de stijging van de olieprijs zal -- op de inflatie = le augmento del precio del oleo va reager super le inflation


terugwerkend BN

1 retroactive
--e kracht = effecto/vigor retroactive, retroactivitate
met --e kracht = a/con effecto/vigor retroactive, retroactivemente
--e kracht hebben = retroager
de wet heeft geen --e kracht = le lege non es retroactive
de --e kracht van een wet = le retroactivitate de un lege


terugwerking ZN

1 reaction, retroaction, retroactivitate, effecto retroactive


terugwerpen WW

1 (teruggooien) jectar/lancear (a) retro, rejectar, relancear, retornar
de bal -- = retornar le balla
2 (achteruit werpen) repeller, repulsar


terugwijken WW

1 recular, retroceder, receder


terugwijking ZN

1 reculamento, retrocession, recession, recesso


terugwijzen WW

1 (verwijzen) referer se (a), facer referentia/referimento (a)
2 (weigeren, afwijzen) refusar, rejectar, repulsar, repeller


terugwijzing ZN

1 (verwijzing) referentia, referimento


terugwinden WW

1 rebobinar


terugwinnen WW

1 (weer in bezit krijgen) recuperar, recovrar, reganiar
zijn geld weer -- = reganiar su moneta, recuperar le moneta investite
zijn gezondheid -- = recuperar/recovrar/reganiar su sanitate
het verloren terrein -- = recovrar le terreno perdite
2 (door een bewerking opnieuw winnen) recuperar, recovrar
warmte -- = recuperar calor
niet meer terug te winnen schroot = ferralia irrecuperabile


terugwinning ZN

1 recuperation
-- van de warmte = recuperation del calor


terugzakken WW

1 (weer naar de oorspronkelijke plaats zakken) redescender, recader
grootvader liet zich in zijn stoel -- = le granpatre/avo se ha lassate (re)cader in su sedia
zich laten -- in het peloton = reincorporar se al peloton
2 (achteruit gaan in prestatie) retroceder, regreder, regressar, perder terreno
Ajax is teruggezakt naar de derde plaats = Ajax ha descendite al tertie position


terugzeggen WW

1 responder, (op felle toon) rispostar, replicar


terugzenden WW

1 inviar (a) retro, reinviar, retornar
gelieve het bewijs franco terug te zenden = per favor, retorna le certificato franco


terugzending ZN

1 retorno


terugzetten WW

1 (achteruit zetten) recular, (uurwerk) retardar
(FIG) je kunt de klok niet -- = le historia es irreversibile
2 (weer zetten op de plaats van herkomst) remitter a su placia/loco, replaciar
een boek -- = remitter un libro a su placia
vis -- = rejectar pisces al aqua
3 (degraderen) degradar


terugzetting ZN

1 (degradatie) degradation


terugzien WW

1 (terugblikken) jectar un reguardo a retro, rememorar se, (terugdenken) rememorar, evocar
met genoegen op een verjaardag -- = rememorar se un festa de anniversario con placer
op zijn vroegere leven -- = passar in revista su vita passate, evocar su vita anterior
2 (weerzien) revider
zijn geboorteplaats -- = revider su loco natal/native/de nascentia
wij zullen elkaar nooit -- = nunquam nos non nos revidera
er geen cent -- = non revider un cent/lira/centime,etc.


terugzoeken WW

1 essayar de retrovar, recercar
een passage in een boek -- = cercar (de novo)/recercar un passage in un libro


terugzwemmen WW

1 retornar per natar


terwijl VW

1 (gedurende de tijd dat) durante que
2 (ofschoon) ben que, quanquam, quamquam


terwille van VZ

1 in function de


teryleen ZN

1 terylene


terz ZN

1 (SCHERMEN) tertia


terzelfder

1
-- plaats = al/in le mesme loco, (in verwijzing) ib., ibid., ibidem (L)
-- tijd = al/in le mesme tempore/momento


terzet ZN

1 (LIT) tercet
2 (MUZ) terzetto (I)


terzijde BW

1 (aan de zijkant) al latere
zij stond -- van haar huis te wachten = illa attendeva al latere de su casa
iemand -- staan = assister un persona
2 (naar opzij) verso le latere
de stierenvechter sprong -- = le torero ha saltate verso le latere
iets -- laten = negliger un cosa
iets -- schuiven = (afwijzen) refusar un cosa, (trachten te vergeten) essayar de oblidar un cosa


terzijde ZN

1 observation marginal
2 (TONEEL) aparte
de --s komen veel voor in blijspelen = le apartes es frequente in le comedias


terzijdelating ZN

1 omission, suppression


terzine ZN

1 terza rima (I)


tesla ZN

1 tesla


tessituur ZN

1 tessitura


test ZN

1 (toets(ing)) test (E), prova, proba, essayo
-- op doping = test/controlo antidoping
iemand een -- afnemen = testar un persona
de -- doorstaan = passar le test
2 (hoofd) testa, capite
3 (vuurpot) cuppella


testament ZN

1 testamento
nuncupatief/mondeling -- = testamento nuncupative
eigenhandig geschreven -- = testamento (h)olographe
wederkerig -- = testamento reciproc
politiek -- = testamento politic
aanhangsel bij een -- = codicillo de un testamento
nietig -- = testamento inofficiose
verificatie van een -- = validation de un testamento
voorlezing van een -- = lectura de un testamento
opening van een -- = apertura de un testamento
nietigverklaring van een -- = cassation de un testamento
een rechtsgeldig -- nalatend = testate
een -- maken = facer un testamento, testar
een -- afwikkelen = executar/exequer un testamento
per -- vermaken = disponer/legar per testamento
het -- openen = aperir le testamento
een -- herroepen = revocar un testamento
iemand in zijn -- zetten = mitter/poner un persona in su testamento
een -- aanvechten = impugnar un testamento
zonder -- sterven = morir ab intestato
2 (gedeelte van de bijbel) Testamento
Oude Testament = Ancian/Vetule/Vetere/Antique Testamento
Nieuwe Testament = Nove Testamento


testamentair BN

1 testamentari
-- voogd = tutor testamentari
executeur -- = executor testamentari
--e beschikkingen = dispositiones testamentari


testamentenregister ZN

1 registro de testamentos


testamentsvorm ZN

1 forma de testamento


testapparaat ZN

1 apparato/machina a/de testar


testateur ZN

1 testator, de cujus (L)


testauto ZN

1 auto(mobile) de essayo/test (E)


testbaan ZN

1 pista/percurso/circuito de essayo/test (E)


testbaar BN

1 testabile


testbaarheid ZN

1 testabilitate


testbank ZN

1 banco de probas/provas/tests (E)


testbeeld ZN

1 imagine de test (E)


test-case ZN

1 affaire (F) test (E)


testen WW

1 testar, facer un test (E), submitter a un test (E), probar, provar, essayar
vooraf -- = pretestar
de renners -- op doping = submitter le curritores a un test antidoping
een kandidaat -- = testar un candidato
een nieuw produkt -- = testar un nove producto
iemand die iets test = probator, essayator


testeren WW

1 (een testament maken) disponer per testamento, testar
2 (bij beschikking vermaken) legar
3 (getuigen) testar, testificar, testimoniar


testificeren BN

1 certificar, attestar


testikel ZN

1 testiculo, teste, colion


testimonium ZN

1 (getuigschrift) testimonial, attestation, certificato
-- paupertatis = proba/prova/certificato de indigentia
2 (getuigenis) testimonio


testinrichting ZN

1 apparato de essayo/test (E)


testinstallatie ZN

1 installation de essayo/test (E)


testis ZN

1 Zie: testikel


testlaboratorium ZN

1 laboratorio de essayo/test (E)


testleer ZN

1 testologia


testmethode ZN

1 methodo de essayo/test (E)


teston ZN

1 teston


testosteron ZN

1 testosteron


testpiloot ZN

1 pilota probator/essayator/de essayo/de test (E)


testprogramma ZN

1 programma de tests (E)/de essayos


testresultaat ZN

1 resultato del essayo/test (E)


testrijder ZN

1 essayator, probator


testsysteem ZN

1 systema de essayo/test (E)


testvlucht ZN

1 volo de essayo/de test (E)


tetanie ZN

1 tetania


tetanigeen BN

1 tetanigene


tetanisch BN

1 tetanic


tetanus ZN

1 tetano
serum tegen -- = sero antitetanic
vaccin tegen -- = vaccino antitetanic


tetanusbacil ZN

1 bacillo tetanic/de tetano


tetanusgif ZN

1 veneno tetanic/de tetano


tetanusinfectie ZN

1 infection tetanic/de tetano


tetanuskramp ZN

1 spasmo tetanic


tetanuspatiënt ZN

1 tetanico


tetanusserum ZN

1 sero antitetanic


tête-à-tête ZN

1 tête-à-tête (F)


teterete TW

1 (trompet/hoorngeluid) taratantara


tetra ZN

1 Zie: tetrachloorkoolstof


tetraboraat ZN

1 tetraborato


tetrachloorkoolstof ZN

1 tetrachloruro de carbon


tetrachloride ZN

1 tetrachloruro


tetrachord ZN

1 tetrachordo


tetracycline ZN

1 tetracyclina


tetrade ZN

1 tetrade


tetraëder ZN

1 tetrahedro


tetraëdrisch BN

1 tetrahedric


tetragonaal BN

1 tetragone, tetragonal, quadrangule, quadrangular
--e systeem van symmetrie = systema tetragonal de symmetria


tetragram ZN

1 tetragramma


tetralien ZN

1 tetralina


tetralogie ZN

1 tetralogia


tetrameter ZN

1 tetrametro


tetraplegie ZN

1 tetraplegia


tetraploïde BN

1 tetraploide


tetraploïdie ZN

1 tetraploidia


tetrapodie ZN

1 tetrapodia


tetrarch ZN

1 tetrarcha
waardigheid/gebied/ambtsperiode van -- = tetrarchato


tetrarchie ZN

1 tetrarchia


tetrode ZN

1 tetrodo


tetter ZN

1 bucca
hou je --! = tace!


tetteren WW

1 (luid praten) parlar ruitosemente, trompettar
tetter niet zo in mijn oren! = non crita tanto in mi aures!
2 (muziek maken) trompettar


teug ZN

1 gorgata, bibita
met kleine --jes drinken = biber a parve bibitas
hij ademde de vrije lucht met volle --en = ille aspirava le aere libere a plen pulmones
met volle --en van iets genieten = saporar un cosa plenmente
hij dronk het glas in één -- leeg = ille ha vacuate le vitro per un sol gorgata


teugel ZN

1 brida, redina, guida
de --s laten vieren = laxar le brida/redinas
de --s aanhalen = tirar le bridas/redinas
een paard bij de -- leiden = menar un cavallo per le brida
een paard de --s aandoen = bridar un cavallo, poner/mitter le brida a un cavallo
een paard van de -- ontdoen = disbridar/disfrenar un cavallo
de vrije -- geven aan = dar libere redina/curso a
de --s van het bewind zijn in handen van = le redinas del governamento es in le manos de
de --s in handen hebben = guidar con le redinas


teugelen WW

1 (optomen) bridar, frenar


teugelhand ZN

1 mano del brida


teugelloos BN

1 sin redinas, sin brida, (FIG ook) irrefrenabile


teugelloosheid ZN

1 irrefrenabilitate, disbridamento, disordine


teugelreep ZN

1 Zie: teugelriem


teugelriem ZN

1 redina, longa platte


teugelring ZN

1 anello del brida/redina


teunisbloem ZN

1 onagra


teunisbloemfamilie ZN

1 onagraceas


teut BN

1 ebrie, inebriate


teut ZN

1 (treuzelaar) persona tardive
2 (zeur) persona enoiose


teutachtig BN

1 Zie: teuterig


teuten WW

1 (treuzelen) morar
2 (kletsen, zeuren) garrular


teuterig BN

1 tarde, lente


Teutoburg ZN EIGN

1 Teutoburgo


Teutoon ZN

1 teutono


Teutoons BN

1 teutone, teutonic
--e talen = linguas teutonic


teveel ZN

1 surplus (F), excesso, excedente, superfluitate, superabundantia
-- aan groenten = surplus/excedente de verduras/legumines
-- aan levenslust = excesso de gaudio/joia de viver
-- aan bagage = excesso de bagage(s)
-- van het goede = superfluitate de bon cosas


teveel BW

1 troppo, nimis
-- water = troppo (de) aqua
een boek -- = un libro de troppo


tevens BW

1 (daarbij) alsi, anque, equalmente, in ultra
2 (tegelijkertijd) in le/al mesme tempore, simultaneemente
een vloot die Engeland en -- Nederland bedreigde = un flotta que menaciava simultaneemente Anglaterra e le Paises Basse


tevergeefs BW

1 in van, vanmente, sin resultato, inutilemente
-- zoeken = cercar in van
zich -- afsloven = extenuar se in effortias inutile


tevergeefs BN

1 van, inutile
al haar pogingen waren -- = tote su tentativas ha essite van


tevoorschijn BW

1
-- komen = monstrar se, apparer
een kaart -- halen om die te laten zien = producer un carta pro monstrar lo


tevoren BW

1 anteriormente, previemente, antea, avante
twee dagen -- = duo dies antea
een jaar -- = un anno avante/previemente
zoals -- = como antea, como avante, como in altere tempores


tevreden BN

1 contente, satisfacte
ik ben dik -- = io es plenmente satisfacte
-- stellen = satisfacer, contentar, dar satisfaction a, (behagen) placer
zij is snel -- = illa se contenta de/con pauco/poco, illa es facilemente satisfacte
-- met/over zichzelf = satisfacte/contente de se mesme
niet -- te stellen = incontentabile


tevredenheid ZN

1 satisfaction, contentamento, contento
zijn -- betuigen = manifestar su satisfaction
werk naar -- verrichten = travaliar/laborar satisfactorimente
reden tot -- geven = dar motivos de satisfaction, esser satisfactori
dat stemt tot -- = isto es satisfactori
dat stemt me tot -- = isto me plena de satisfaction
tot -- van allen = con satisfaction general
met onze volle -- = con nostre integre/complete satisfaction


tevredenstellen WW

1 contentar, satisfacer
zijn schuldeisers -- = satisfacer (al exigentias de) su creditores
hij laat zich niet gauw -- = ille non es facile a/de contentar


tevredenstellend BN

1 satisfaciente, satisfactori


tevredenstelling ZN

1 satisfaction, contentamento


tewaterlating ZN

1 lanceamento (de un nave)


teweegbrengen WW

1 causar, occasionar, provocar, producer, operar
een verandering -- = provocar/producer un cambiamento/cambio
ontsteltenis -- = causar consternation
wanorde -- = provocar le disordine
een storm van protesten -- = provocar un tempesta de protestos
dat heeft onrust teweeggebracht = isto ha causate/provocate le inquietude


tewerkstellen WW

1 emplear
iemand tijdelijk -- = emplear temporalmente un persona


tewerkstelling ZN

1 (werkgelegenheid) empleo, occupation
volledige -- = plen empleo


tewerkstellingsprogramma ZN

1 programma de empleo


Texas ZN EIGN

1 Texas


Texel ZN EIGN

1 Texel


textiel ZN

1 (stof) textile
2 (textielwaren) productos textile, textile
handel in -- = commercio del textile, commercio textile
een wasmiddel geschikt voor alle soorten -- = un detergente apte pro tote typo de textiles
3 (industrie) industria textile


textiel BN

1 textile
--e kunst = arte de texer


textielarbeider ZN

1 obrero/laborator/travaliator textile


textielbaron ZN

1 Zie: textielmagnaat


textielbranche ZN

1 branca/sector del textiles


textielchemie ZN

1 chimia del textiles


textielfabriek ZN

1 fabrica textile


textielfabrikant ZN

1 fabricante textile


textielhandel ZN

1 commercio textile/de textile


textielindustrie ZN

1 industria textile


textielmagnaat ZN

1 magnate del industria textile


textielnijverheid ZN

1 Zie: textielindustrie


textielplant ZN

1 planta textile


textielprodukt ZN

1 producto textile, textile


textielschool ZN

1 schola de technologia textile


textielstoffen ZN MV

1 textiles


textielstrand ZN

1 plagia non naturalista


textielververij ZN

1 (handeling) tinctura del textile
2 (plaats) tinctureria de textile


textielvezel ZN

1 fibra textile, textile


textielwaren ZN MV

1 textiles


textuur ZN

1 textura


tezamen BW

1 simul, insimul, conjunctemente
-- komen = reunir se
-- staan we sterk = le union face le fortia


tezeer BW

1 troppo, nimis


tg.

1 (Afk.: tangens) tg. (tangente)


tgov

1 (Afk.: tegenover) verso


t.g.v.

1 (Afk.: ten gevolge van) como consequentia de


T.G.V.

1 (Afk.: train à grande vitesse) T.G.V. (traino a/de grande velocitate)


T.H.

1 (Afk.: Technische Hogeschool) Universitate de Technologia


Thailand ZN EIGN

1 Thailandia


Thailander ZN

1 thai(landese)


Thailands BN

1 thai(landese)


Thais BN

1 Zie: Thailands


thalamus ZN

1 thalamo


thalamussyndroom ZN

1 syndroma thalamic


thalassemie ZN

1 thalassemia


thalassobiologie ZN

1 thalassobiologia


thalassotherapie ZN

1 thalassotherapia


thaler ZN

1 taler


thalidomide ZN

1 thalidomida


thallium ZN

1 thallium


thalliumverbinding ZN

1 composito de thallium


thallofyt ZN

1 thallophyto, thallogeno


thallus ZN

1 thallo


thallusplant ZN

1 thallophyto, thallogeno


thanatofobie ZN

1 (ziekelijke angst voor de dood) thanatophobia


thanatologie ZN

1 thanatologia


thanatologisch BN

1 thanatologic


thanatoloog ZN

1 thanatologo


thanatos ZN

1 (doodsdrift) thanatos


thans BW

1 (op dit ogenblik) nunc, ora, in iste momento
2 (tegenwoordig) al presente, actualmente
de -- bestaande rassen = le racias existente actualmente


Thatchertijdperk ZN

1 periodo de Thatcher


thaumatologie ZN

1 thaumatologia


thaumatologisch BN

1 thaumatologic


thaumatoloog ZN

1 thaumatologo, thaumatologista


thaumaturg ZN

1 thaumaturgo


thaumaturgisch BN

1 thaumaturge, thaumaturgic
-- vermogen = thaumaturgia


theater ZN

1 (schouwburg) theatro, (bioscoop) cine, cinema
naar het gaan = ir al theatro
2 (artistieke produktie) theatro
absurdistisch -- = theatro del absurdo
experimenteel -- = theatro experimental
3 (aanstellerij) theatro


theaterbewerking ZN

1 adaptation theatral


theaterbureau ZN

1 agentia de theatro


theaterdirecteur ZN

1 director de theatro


theaterdirectie ZN

1 direction de theatro


theatergezelschap ZN

1 compania theatral


theaterheld ZN

1 heroe de theatro


theaterleven ZN

1 vita de theatro


theaterpubliek ZN

1 publico de theatro(s)


theaterseizoen ZN

1 saison (F) theatral


theaterstijl ZN

1 stilo de theatro


theaterstuk ZN

1 pièce (F) de theatro


theatervoorstelling ZN

1 spectaculo theatral


theaterwetenschap ZN

1 scientia del theatro, arte dramatic


theatijn ZN

1 theatino


theatijner ZN

1 Zie: theatijn


theatraal BN

1 (mbt het toneel) theatral, histrionic
--e middelen = medios theatral
-- effect = effecto theatral
-- karakter = theatralitate
2 (overdreven) theatral, de theatro
--e gebaren = gestos theatral
-- gedrag = theatralitate
--e stem = voce de theatro
-- optreden = ager theatralmente


theatraliseren WW

1 theatralisar


theatralisering ZN

1 theatralisation


theatraliteit ZN

1 theatralitate


Thebaan ZN

1 thebano


Thebaans BN

1 theban


thebaïne ZN

1 thebaina, paramorphina


Thebe ZN EIGN

1 Thebas


thé dansant ZN

1 the con dansa/ballo


thee ZN

1 the
Chinese -- = the de China {sj}
-- met citroen = the al/con citro
sterke -- = the forte
slappe -- = the legier
zwarte -- = the nigre
groene -- = the verde
-- met melk = the con lacte
kopje -- = tassa de the
-- zetten = facer/preparar the
-- drinken = biber/prender the
-- schenken = servir the
de -- laten trekken = facer/lassar infunder le the
ik heb twee -- besteld = io ha ordinate duo thes
iemand op de -- vragen = invitar un persona a prender le the
2 (kruidenthee) infusion, (geneeskrachtige thee) tisana
-- van lindebloesem = infusion/tisana de tilia


theebaal ZN

1 balla de the


theebeschuitje ZN

1 biscuit de the


theeblad ZN

1 (blad van de theestruik) folio de the
2 (stukje blad waarvan thee gezet wordt) folio de the
3 (dienblad) tabuliero de/pro the


theebon ZN

1 ticket (E) pro le the


theeboom ZN

1 Zie: theestruik


theebuiltje ZN

1 sacchetto de the


theebus ZN

1 cassa a/pro the


theecultuur ZN

1 cultura del the


theedoek ZN

1 panno de essugar/de cocina


theedrinken WW

1 prender/biber le the


thee-ei ZN

1 ovo (a/de the)


theeën WW

1 ir a prender le the


thee-export ZN

1 exportation de the


thee-exporteur ZN

1 exportator de the


theefabriek ZN

1 fabrica de the


theeglas ZN

1 vitro/a/de the


theegruis ZN

1 the in pulvere


theehandel ZN

1 commercio de the


theehuis ZN

1 (tearoom) tearoom (E), casa/salon de the


thee-import ZN

1 importation de the


thee-importeur ZN

1 importator de the


thee-invoer ZN

1 Zie: thee-import


theekast ZN

1 mobile a/de the


theeketel ZN

1 caldiera pro le the


theekoepel ZN

1 pavilion a/de the


theekopje ZN

1 tassa a/de the


theekransje ZN

1 circulo de the


theeland ZN

1 pais productor de the


theelepel ZN

1 coclear a/de the


theelepeltje ZN

1 coclearetto/parve coclear a/de the


theeleut ZN

1 grande bibitor de the


theelichtje ZN

1 parve calefactor pro le the


theelood ZN

1 plumbo in folios


theemelange ZN

1 mixtura de the


theemeubel ZN

1 mobile a/de the


Theems ZN EIGN

1 Tamese, Tamisa


theemuts ZN

1 coperitheiera


theeonderneming ZN

1 interprisa de the


theepauze ZN

1 pausa de the


theeplantage ZN

1 plantation de the


theeplanter ZN

1 plantator/cultivator de the


theepluk ZN

1 recolta de the


theeplukker ZN

1 recoltator de the


theepot ZN

1 theiera


theeprijs ZN

1 precio del the


theeproducerend BN

1 productor de the
-- land = pais productor de the


theeroos ZN

1 rosa de the


theesalon ZN

1 salon de the, tearoom (E)


theeschenkerij ZN

1 Zie: theesalon


theeschepje ZN

1 coclear a/de the


theeschoteltje ZN

1 subcuppa
ogen opzetten als --s = haber oculos como subcuppas


theeservies ZN

1 servicio a/de the


theesmaak ZN

1 gusto de the


theestof ZN

1 pulvere de the


theestruik ZN

1 theiero, arbusto del the


theetafel ZN

1 tabula a/de the


theetante ZN

1 commatre
een gezellige -- = un commatre amabile


theetijd ZN

1 hora del the


theetuin ZN

1 salon de the (al campania)


thee-uitvoer ZN

1 exportation de the


thee-uurtje ZN

1 hora del the


theeveiling ZN

1 auction de the


theeverbruik ZN

1 consumo/consumption de the


theevisite ZN

1 visita al hora de the
op -- komen = venir prender le the


theewagen ZN

1 tabula rolante, carretta de the


theewarmer ZN

1 Zie: theemuts


theewater ZN

1 aqua pro le the
het -- opzetten = preparar le aqua pro le the
boven zijn -- = haber bibite un gutta de troppo, ebrie, inebriate, (door wijn) avinate


theezakje ZN

1 sacchetto de the


theezeefje ZN

1 colatorio de the


theïne ZN

1 theina
thee zonder -- = the detheinate


theïnevergiftiging ZN

1 theismo


theïsme ZN

1 theismo


theïst ZN

1 theista


theïstisch BN

1 theista, theistic
--e filosofie = philosophia theista/theistic


thema ZN

1 (onderwerp, stof) thema, subjecto
wat was het -- van de conferentie? = qual esseva le thema del conferentia?
een actueel -- voorstellen = proponer un thema de actualitate
2 (grondgedachte, motief) thema, motivo, leitmotiv (D)
-- van de verloren zoon = thema del filio prodige
begeleidend -- = thema secundari
variaties op een -- = variationes super un thema
3 (TAAL) thema
4 (te vertalen tekst) exercitio de traduction/translation


themaboek ZN

1 libro/manual de exercitios de traduction/translation


themanummer ZN

1 numero/edition special


thematiek ZN

1 (LIT, MUZ) thematica


thematisch BN

1 thematic
--e aanpak = approche {sj} thematic
--e cartografie = cartographia thematic
--e catalogus = catalogo thematic
--e analyse = analyse (-ysis) thematic
--e werkwoorden = verbos thematic


thematologie ZN

1 studios thematic


themavocaal ZN

1 vocal thematic


thenar ZN

1 thenar


theobromine ZN

1 theobromina


theocentrisch BN

1 theocentric


theocentrisme ZN

1 theocentrismo


theocraat ZN

1 theocrate


theocratie ZN

1 theocratia


theocratisch BN

1 theocratic
--e regering = governamento theocratic


theodicee ZN

1 theodicea


theodoliet ZN

1 theodolite
niveau van -- = nivello de theodolite


theodolitisch BN

1 theodolitic


Theodora ZN EIGN

1 Theodora


Theodosius ZN EIGN

1 Theodosio


theofanie ZN

1 theophania


theogonie ZN

1 theogonia
Perzische -- = theogonia perse
Egyptische -- = theogonia egyptian


theogoniekenner ZN

1 theogonista


theogonisch BN

1 theogonic
-- systeem = systema theogonic
--e mythe = mytho theogonic


theologaal BN

1 theologal
de drie --e deugden = le tres virtutes theologal


theologant ZN

1 studente/studiante theologic/de theologia


theologentwist ZN

1 disputa de theologos


theologenvergadering ZN

1 reunion de theologos


theologie ZN

1 theologia
dogmatische -- = theologia dogmatic
praktische -- = theologia pastoral/practic
feministische -- = theologia feminista
-- studeren = studer/studiar theologia


theologiestudent ZN

1 Zie: theologant


theologisch BN

1 theologic
--e boeken = libros theologic
-- dispuut = disputa theologic
--e faculteit = facultate de theologia
iets -- beschouwen = considerar un cosa del/desde le puncto de vista theologic
2 theological
--e deugden = virtutes theological


theologiseren WW

1 theologisar, studer/studiar problemas theologic, discurrer super themas de theologia


theoloog ZN

1 (godgeleerde) theologo
orthodoxe -- = theologo orthodoxe
2 (student) Zie: theologant


theomanie ZN

1 theomania


theomantie ZN

1 theomantia


theomorfisch BN

1 theomorphe, theomorphic


theonomie ZN

1 theonomia


theophylline ZN

1 theophyllina


theorbe ZN

1 Zie: teorbe


theorema ZN

1 theorema
-- van Pythagoras = theorema de Pythagoras


theorematisch BN

1 theorematic
--e wetenschappen = scientias theorematic


theoreticus ZN

1 theoretico, theorista


theoretisch BN

1 theoric, theoretic
--e kennis = cognoscentias/cognoscimentos theoric/theoretic
-- verschil = differentia theoric/theoretic
--e natuurkunde = physica theoric/theoretic
--e chemie = chimia theoric/theoretic
--e mechanica = mechanica theoric/theoretic
-- analyseren = theorisar
--e wijsbegeerte = theoretica
-- examen = examine theoric/theoretic
een --e verklaring geven van iets = dar de un cosa un explication/explanation theoric/theoretic
dat is -- verklaarbaar = secundo le theoria isto es explicabile, isto ha un explication in theoria
dat is een zuiver -- standpunt = isto es un puncto de vista purmente theoric/theoretic
een techniek -- beheersen = maestrar/dominar le theoria de un technica
een mening -- funderen = basar un opinion super theoria
-- zijn we kansloos = theoricamente nos non ha necun/nulle possibilitate


theoretiseren WW

1 theorisar, specular


theorie ZN

1 theoria
-- over iets = theoria super un cosa
-- en praktijk = theoria e practica
grondprincipe van een -- = fundamento de un theoria
kosmogonische -- = theoria cosmogonic
economische -- = theoria economic
consistente -- = theoria consistente
slecht gefundeerde -- = theoria fragile
corpusculaire -- van het licht = theoria corpuscular del lumine/luce
-- van Newton = theoria de Newton
een -- opbouwen = theorisar
een -- opstellen = formular/elaborar un theoria
een -- verdedigen = defender un theoria
een -- toepassen = applicar un theoria
bestrijding van een -- = oppugnation de un theoria
fantastische --en ontwikkelen = elaborar/disveloppar theorias phantastic
dat is --! = isto es mer theoria
in -- is dat mogelijk = theoricamente/theoreticamente/in theoria isto es possibile
de -- van iets onder de knie hebben = maestrar le theoria de un cosa
hij houdt er een heel andere -- op na = ille ha un idea totalmente divergente super le question
in -- lijkt dat makkelijk, maar in de praktijk valt dat tegen = in theoria isto pare multo facile, ma le realitate es altere


theorieboek ZN

1 manual theoric


theorieles ZN

1 lection theoric/theoretic/de theoria


theorieonderwijs ZN

1 inseniamento theoric/theoretic/de theoria


theorievorming ZN

1 formulation/creation/elaboration de theorias


theosofie ZN

1 theosophia


theosofisch BN

1 theosophe, theosophic


theosoof ZN

1 theosopho, theosophista


therapeut ZN

1 therapeuta, medico


therapeutiek ZN

1 therapeutica


therapeutisch BN

1 therapeutic
--e methode = methodo therapeutic


therapie ZN

1 (onderdeel van de geneeskunde) therapia, therapeutica
2 (geneeswijze) therapia, therapeutica
de aangewezen -- = le therapia adequate
immunogene -- = immunotherapia
3 (psychotherapie) (psycho)therapia
in -- zijn = sequer un psychotherapia, esser in/sub tractamento


theriakel ZN

1 theriaca


theriomorf BN

1 theriomorphe, theriomorphic


therm ZN

1 (een miljoen calorieën) therm


thermaal BN

1 thermal
--e baden = banios thermal


thermen ZN MV

1 thermas


thermidor ZN

1 thermidor


thermiek ZN

1 ascendentia thermic, currente ascensional (del aere)


thermiet ZN

1 thermite
lassen met -- = soldatura al thermite


thermietreactie ZN

1 reaction de thermite


thermietstaal ZN

1 aciero al thermite


thermion ZN

1 thermion


thermionenfysica ZN

1 thermionica


thermionenstroom ZN

1 currente thermionic


thermionisch BN

1 thermionic


thermisch BN

1 thermic, thermal
--e centrale = central thermic/thermal
--e verontreiniging/vervuiling = pollution thermic/thermal
--e evenaar = equator thermic/thermal
(SCHEI) --e analyse = analyse (-ysis) thermic/thermal


thermistor ZN

1 thermistor


thermobarometer ZN

1 thermobarometro


thermobatterij ZN

1 thermobatteria, thermopila


thermocausticum ZN

1 thermocaustico


thermocauter ZN

1 thermocauterio


thermochemie ZN

1 thermochimia


thermochemisch BN

1 thermochimic


thermocoagulatie ZN

1 thermocoagulation


thermocompressie ZN

1 thermocompression


thermodetector ZN

1 thermodetector


thermodiffusie ZN

1 diffusion thermic/thermal, thermodiffusion


thermodynamica ZN

1 thermodynamica


thermodynamisch BN

1 thermodynamic
--e cyclus = cyclo thermodynamic
-- evenwicht = equilibrio thermodynamic
--e potentiaal = potential thermodynamic
-- proces = processo thermodynamic
--e toestand = stato thermodynamic
-- systeem = systema thermodynamic


thermo-elasticiteit ZN

1 thermoelasticitate


thermo-elektriciteit ZN

1 thermoelectricitate


thermo-elektrisch BN

1 thermoelectric
--e zuil = pila thermoelectric
--e energie = thermoelectricitate
-- effect = effecto thermoelectric


thermo-elektron ZN

1 thermoelectron


thermo-elektronisch BN

1 thermoelectronic
--e emissie = emission thermoelectronic


thermo-element ZN

1 thermocopula, copula thermoelectric


thermofiel BN

1 thermophile
--e bacterie = thermophilo


thermofobie ZN

1 thermophobia


thermofoon ZN

1 thermophono


thermogeen BN

1 thermogene
-- watten = watta thermogene


thermogenie ZN

1 thermogenia


thermograaf ZN

1 thermographo


thermografie ZN

1 thermographia


thermografisch BN

1 thermographic


thermogram ZN

1 thermogramma


thermogravimetrie ZN

1 thermogravimetria


thermogravimetrisch BN

1 thermogravimetric


thermokoppel ZN

1 (elektromotorische kracht) fortia thermoelectric
2 (toestel) Zie: thermo-element


thermolabiel BN

1 thermolabile


thermolabiliteit ZN

1 thermolabilitate


thermoluminescentie ZN

1 thermoluminescentia


thermoluminescentiemethode ZN

1 methodo de thermoluminescentia


thermolytisch BN

1 thermolytic


thermomagnetisch BN

1 thermomagnetic
--e verschijnselen = phenomenos thermomagnetic
-- effect = effecto thermomagnetic


thermomagnetisme ZN

1 thermomagnetismo


thermometer ZN

1 thermometro
-- volgens/van Celsius, honderdelige -- = thermometro centesimal/de Celsius
-- volgens/van Fahrenheit = thermometro de Fahrenheit
-- met schaalverdeling = thermometro graduate
zelfregistrerende -- = thermographo
de -- zakt = le thermometro descende/bassa
de -- gaat omhoog = le thermometro monta
gevoeligheid van een -- = sensibilitate de un thermometro
de -- aanleggen = prender le temperatura de un persona
de -- afslaan = succuter le thermometro
op de -- kijken = mirar/reguardar/leger le thermometro


thermometerbuis ZN

1 tubo del thermometro


thermometergraad ZN

1 grado thermometric


thermometerhoogte ZN

1 Zie: thermometerstand


thermometerschaal ZN

1 scala thermometric


thermometerstand ZN

1 nivello del thermometro


thermometrie ZN

1 thermometria


thermometrisch BN

1 thermometric


thermomigratie ZN

1 (NAT) thermomigration


thermonastie ZN

1 thermonastia


thermonastisch BN

1 thermonastic
--e bewegingen = movimentos thermonastic


thermonucleair BN

1 thermonuclear
--e wapens = armas thermonuclear
--e bom = bomba thermonuclear
--e reactie = reaction thermonuclear


thermopalpatie ZN

1 thermopalpation


thermopane ZN

1 vitros duple


thermoperiodiciteit ZN

1 thermoperiodicitate


thermoplast ZN

1 thermoplastico


thermoplasticiteit ZN

1 thermoplasticitate


thermoplastisch BN

1 thermoplastic
--e (kunst)hars = resina thermoplastic


Thermopylae ZN EIGN MV

1 Thermopylas


thermoreactor ZN

1 thermoreactor


thermoreceptor ZN

1 thermoreceptor


thermoregulateur ZN

1 thermoregulator
-- met bimetaal = thermoregulator a lamina bimetallic


thermoregulatorisch BN

1 thermoregulator


thermoscoop ZN

1 thermoscopio


thermoscopie ZN

1 thermoscopia


thermoscopisch BN

1 thermoscopic


thermosensibiliteit ZN

1 thermosensibilitate


thermosfeer ZN

1 thermosphera


thermosfles ZN

1 bottilia thermos/isolante


thermoskan ZN

1 Zie: thermosfles


thermostaat ZN

1 thermostato, thermoregulator
met een -- regelen = thermostatar


thermostabiel BN

1 thermostabile


thermostabilisatie ZN

1 thermostabilisation
-- tot stand brengen = thermostabilisar


thermostatisch BN

1 thermostatic
--e schakelaar = interruptor thermostatic


thermotherapie ZN

1 thermotherapia


thermotolerant BN

1 thermotolerante


thermotropisch BN

1 thermotropic


thermotropisme ZN

1 thermotropismo


thermozuil ZN

1 pila thermoelectric, thermopila


therofyt ZN

1 therophyto


thesaurie ZN

1 thesaureria, tresoreria


thesaurier ZN

1 thesaurero, tresorero


thesaurier-generaal ZN

1 thesaurero general


thesaurierschap ZN

1 function de thesaurero/tresorero


thesaurus ZN

1 thesauro


these ZN

1 these, thesis


thesis ZN

1 these, thesis


Thessalië ZN EIGN

1 Thessalia
van/uit -- = thessalic


Thessalisch BN

1 thessalic


theta ZN

1 (Griekse letter) theta


thetafunctie ZN

1 (WISK) function theta


thetisch BN

1 thetic
--e uitspraak = judicamento thetic
--e dogmatiek = dogmatica thetic


theürgie ZN

1 theurgia


theürgisch BN

1 theurgic


thiamine ZN

1 thiamina


thigmomorfose ZN

1 thigmomorphose (-osis)


thigmotropisme ZN

1 thigmotropismo


thinner ZN

1 diluente


thiocarbonaat ZN

1 sulfocarbonato


thiocarbonzuur ZN

1 acido sulfocarbonic


thiolalcohol ZN

1 thiol, mercaptan


thionine ZN

1 thionina


thiosulfaat ZN

1 thiosulfato


thiozuur ZN

1 thioacido
reeks --en = serie thionic


thiozwavelzuur ZN

1 acido thiosulfuric


thixotroop BN

1 thixotropic
--e stof = substantia/agente thixotropic
--e suspensie = suspension thixotropic
--e pasta = pasta thixotropic
--e lijm = adhesivo thixotropic


thixotropie ZN

1 thixotropia


thladiantha ZN

1 thladiantha


thlaspi ZN

1 thlaspi


Thomas ZN EIGN

1 Thomas
hij is een ongelovige -- = ille es un homine incredule como (Sancte) Thomas


thomasslakken(meel) ZN

1 scorias Thomas


thomasstaal ZN

1 aciero Thomas


thomisme ZN

1 thomismo


thomist ZN

1 thomista


thomistisch BN

1 thomista, thomistic
--e filosophie = philosophia thomista/thomistic


Thor ZN EIGN

1 Thor


thora ZN

1 torah


thoracaal BN

1 thoracic
--e wervel = vertebra thoracic


thoracometer ZN

1 thoracometro


thoracoplastiek ZN

1 thoracoplastica


thoracoscoop ZN

1 thoracoscopio


thoracoscopie ZN

1 thoracoscopia


thoracothomie ZN

1 thoracotomia


thorax ZN

1 thorace


thoraxademhaling ZN

1 Zie: borstademhaling


thoraxchirurgie ZN

1 chirurgia thoracic/del thorace


thoriet ZN

1 thorite


thorium ZN

1 thorium


thoron ZN

1 (radon-220) thoron


Thracië ZN EIGN

1 Thracia


Thraciër ZN

1 thrace


Thracisch ZN

1 (taal) thrace


Thracisch BN

1 thrace


threnos ZN

1 threno


threonine ZN

1 threonina


thrermietstaal ZN

1 aciero al thermite


thriller ZN

1 thriller (E)


thrips ZN

1 thrips


thrombociet ZN

1 thrombocyto


t.h.t.

1 (Afk.: tenminste houdbaar tot) a consumer ante ...


thuis BW

1 (naar huis) a casa, (in huis) in casa
iemand -- laten = lassar un persona in casa
-- zijn = esser in casa
iemand -- ontvangen = reciper un persona in su casa
-- bezorgen = livrar/repartir a domicilio
iemand niet -- treffen = non trovar/incontrar un persona in su domicilio
niemand -- treffen = non trovar nemo in casa
niet -- slapen = dormir foras (de casa)
zich volkomen -- gevoelen = sentir se completemente in casa
franco -- (bezorgd) = franc a domicilio
de man is goed -- in geschiedenis = le homine es multo versate/forte in historia
hij woont nog -- = ille vive con su genitores/in casa de su genitores
in iets goed -- zijn = dominar un cosa


thuis ZN

1 (plaats waar men thuis is) casa, focar, home (E)
van -- weggaan = abandonar le domicilio familiar


thuisbank ZN

1 banca a domicilio


thuisbankier ZN

1 banchero a domicilio


thuisbankieren WW

1 facer le banchero a domicilio, bancar a domicilio


thuisbevalling ZN

1 parto/parturition a domicilio/in casa


thuisbezorgen WW

1 livrar a domicilio


thuisbezorging ZN

1 livration a domicilio


thuisblijven WW

1 restar/remaner in/a casa
(FIG) hij kan wel -- = il non vale le pena que on se effortia


thuisblijver ZN

1 persona qui resta/remane in casa
2 (iemand die ergens niet bij aanwezig is) absente
de --s hadden ongelijk = le absentes habeva torto
3 (niet-stemmer) abstentionista


thuisbrengen WW

1 (naar/aan huis brengen) (personen) accompaniar/conducer a(l) casa, (dingen) livrar a domicilio
2 (weten te plaatsen) situar, recognoscer, identificar


thuisclub ZN

1 equipa/team (E) local/de casa


thuisdialyse ZN

1 dialyse (-ysis) a casa/domicilio


thuisfluiter ZN

1 arbitro favorabile al equipa/team (E) local, home referee (E)


thuisfront ZN

1 fronte de casa


thuishaven ZN

1 porto de registration/matricula


thuishonk ZN

1 base de partita
2 (FIG) casa


thuishoren WW

1 (zijn plaats hebben) haber su placia, esser a su placia
dat speelgoed hoort hier niet thuis = iste joculo non ha su placia hic
dat hoort bij de interlinguïstiek thuis = isto es le dominio del interlinguistica
woorden die niet -- in het vocabulaire van een beschaafd man = parolas que non pertine al vocabulario de un un homine civilisate
werk dat in geen enkele categorie thuishoort = obra inclass(ific)abile
2 (afkomstig zijn van) esser (de), venir (de), native (de)
hij hoort in Bilthoven thuis = ille es native de Bilthoven
waar hoort zij thuis? = ubi es su casa?
waar/in welke haven hoort dat schip thuis? = ubi es registrate iste nave?, a que porto pertine iste nave?
deze planten horen thuis op vochtige veengronden = iste plantas ha lor habitat (L) in turbieras humide


thuishouden WW

1 retener in casa
een ziek kind een tijdje -- = lassar un infante malade alicun dies in casa
2
houd je handen thuis! = non me tocca!


thuiskeer ZN

1 retorno (a casa)


thuiskomen WW

1 venir a casa, retornar (a casa)
van een koude kermis -- = reciper un ducha {sj} frigide


thuiskomst ZN

1 retorno (a casa)
behouden -- = bon retorno


thuiskrijgen WW

1 reciper a casa/a domicilio
zijn trekken -- = esser pagate con le mesme moneta


thuislading ZN

1 carga/cargamento de retorno


thuisland ZN

1 focar national, homeland (E)


thuislaten WW

1 lassar in casa


thuisloos BN

1 sin casa


thuisloze ZN

1 persona sin casa


thuismarkt ZN

1 mercato interior/national


thuisreis ZN

1 viage de retorno, retorno


thuistaal ZN

1 linguage familial
2 dialecto local


thuisverpleging ZN

1 hospitalisation a domicilio


thuisvloot ZN

1 flotta que naviga in aquas territorial


thuisvlucht ZN

1 volo de retorno


thuisvracht ZN

1 frete de retorno


thuiswaarts BW

1 verso casa


thuiswedstrijd ZN

1 match (E) a domicilio/in casa
(FIG) een -- spelen = diriger se a un publico favorabile


thuiswerk ZN

1 travalio/labor domiciliari/domestic/a domicilio/in casa
-- doen = travaliar/laborar a domicilio/in casa


thuiswerker ZN

1 laborator/travaliator/obrero a domicilio


thuiszitten WW

1 restar/remaner in casa


thuiszorg ZN

1 curas a domicilio, assistentia domiciliari


thuja, thuya ZN

1 thuya


thulium ZN

1 thulium


thuliumverbinding ZN

1 composito de thulium


thuliumzout ZN

1 sal de thulium


Thüringen ZN EIGN

1 Thuringia
van/uit -- = thuringian
bewoner van -- = thuringiano


thyade ZN

1 thyade


thymidine ZN

1 thymidina


thymine ZN

1 thymima


thymklier ZN

1 thymo, glandula thymic


thymol ZN

1 thymol


thymus ZN

1 (klier) glandula thymic, thymo
2 (PLANTK) thymo


thyratron ZN

1 thyratron


thyristor ZN

1 thyristor
van een -- voorzien = thyristorisate


thyroglobuline ZN

1 thyroglobulina


thyrotropine ZN

1 thyrotrophina


thyroxine ZN

1 thyroxina


thyrsus ZN

1 (PLANTK) (bloeiwijze) thyrso
2 (staf) thyrso


thyrsusstaf ZN

1 thyrso


tiara ZN

1 tiara, corona papal/pontifical, triple corona


Tiber ZN EIGN

1 Tibere
van de -- = tiberin


Tibereiland ZN EIGN

1 Insula tiberin/del Tibere


Tibet ZN EIGN

1 Tibet


Tibetaan ZN

1 tibetano


Tibetaans BN

1 tibetan


tibiaal BN

1 tibial
--e zenuwen = nervos tibial


tic ZN

1 (zenuwtrekking) tic, movimento convulsive habitual
nerveuze -- = tic nervose
spasmodische -- = tic spasmodic
2 (eigenaardig aanwensel) tic, mania
zij heeft een -- om alles te bewaren = illa ha le mania de guardar toto


tical ZN

1 (munteenheid van Siam) tical


tichel ZN

1 (vloersteen) quadrello
2 (baksteen) bricca
3 (dakpan) tegula


tichelaar ZN

1 bricchero


tichelaarde ZN

1 terra a bricca


tichelen WW

1 (tichels vormen) fabricar quadrellos
2 (met tichels beleggen) coperir de quadrellos, quadrellar


tichelwerk ZN

1 (werk van een tichelaar) labor/travalio de un bricchero
2 (gemetseld werk) masoneria


ticket ZN

1 ticket (E), billet


tie-break ZN

1 (SPORT) tiebreak


tien H TELW

1 dece
wij zijn met zijn --en = nos es dece
Tien Geboden = Dece Commandamentos, Decalogo
periode van -- dagen = decade
periode van -- jaren = decennio
iets in --en breken = rumper un cosa in dece pecias/morsellos
briefje van -- = billet de dece florinos/francos, etc.
-- tegen een dat = dece contra un que
niet tot -- kunnen tellen = non saper contar usque a dece


tien ZN

1 (cijfer) dece
een Romeinse -- = dece in numeros roman
2 (KAARTSPEL) dece
ruiten -- = dece de quadro
3 (tiental) dece, decena
eerst de enen optellen en dan de --en = primo additionar le unes/unitates e postea le deces/decenas


tien R TELW

1 dece
hoofdstuk -- = capitulo dece
-- mei = le dece de maio
hij woont op nummer -- = ille habita al numero dece


tienarmig BN

1 (met tien vangarmen) decapode, a dece bracios
2 (met tien armen) a dece bracios
--e kandelaar = candelabro a dece bracios


tiencentstuk ZN

1 decima


tiend ZN

1 decima
-- heffen = decimar
het heffen van --en = decimation
inner van --en = decimator


tiendaags BN

1 (tien dagen durend) que dura dece dies/jornos, de dece dies/jornos
2 (om de tien dagen terugkerend) que reveni cata dece dies/jornos


tiende R TELW

1 decime
-- deel = decime parte, decima, decimo
de -- mei = le dece de maio


tiendelig BN

1 (uit tien delen bestaand) a/de/in dece pecias/partes
een --e serie (boeken) = un serie/un edition in dece partes/tomos
-- theeservies = servicio a/de the de dece pecias
2 (decimaal) decimal
--e breuk = fraction decimal
-- maken = decimalisar
het -- maken = decimalisation


tienderlei BN

1 de/in dece species/sortas/varietates


tiendubbel BN

1 (in tien lagen) a dece stratos
2 (tienvoudig) decuple


tienduizend ZN

1 dece milles, (OUDH) myriade


tienduizend H TELW

1 dece milles


tienduizendste R TELW

1 dece millesime
een -- seconde = un dece millesimo de secunda
de -- bezoeker = le visitator numero dece milles


tienduizendtal ZN

1 dece milles, (OUDH) myriade


tienender ZN

1 cervo de dece cornos


tiener ZN

1 adolescente, teenager (E)


tieneridool ZN

1 idolo del juvenes/adolescentes/teenagers (E)


tienerjaren ZN MV

1 adolescentia


tienerkamer ZN

1 camera de adolescente/de teenager (E)


tienerkleding ZN

1 vestimentos de adolescente/de teenager (E)


tienerprogramma ZN

1 programma pro juvenes/adolescentes/teenagers (E)


tienertijd ZN

1 adolescentia


tienertoerkaart ZN

1 carta/billet/ticket (E) pro juvenes/pro adolescentes/pro teenagers (E), billet con reduction pro juvenes


tienguldenstuk ZN

1 pecia/moneta de dece florinos


tienhelmig BN

1 a dece stamines


tienhoek ZN

1 decagono
(on)regelmatige -- = decagono (ir)regular


tienhoekig BN

1 decagone, decagonal
-- prisma = prisma decagone/decagonal


tienjaarlijks BN

1 decennal


tienjarig BN

1 decennal
een -- bestaan vieren/herdenken = celebrar/commemorar un decime anniversario/un anniversario decennal
-- dienstverband vieren = celebrar le dece annos de servicio
-- onderzoek = recerca decennal/de dece annos/super dece annos


tienkamp ZN

1 decathlon


tienkamper ZN

1 decathleta


tienkantig BN

1 Zie: tienhoekig


tienlettergrepig BN

1 decasyllabe, decasyllabic
--e versregel = verso decasyllabe/decasyllabic, decasyllabo


tienmaal BW

1 dece vices


tienmaandelijks BN

1 cata dece menses


tienmaands BN

1 de dece menses


tienman ZN

1 decemviro
de --nen betreffend = decemviral


tienmanschap ZN

1 (ROM GESCH) decemvirato
2 (samengesteld bestuur) commission/committee (E)/consilio de dece (personas), decemvirato


tienponder ZN

1 peso de dece libras


tienpootkreeft ZN

1 decapodo


tienpotig BN

1 decapode


tienregelig BN

1 a/de dece lineas
2 a/de dece versos


tienrittenkaart ZN

1 ticket (E) pro dece cursas


tienspletig BN

1 (PLANTK) decemfide


tiental ZN

1 decena, decade
-- jaren = decennio
eenheden en --len = unitates e decenas


tientallig BN

1 decimal
-- stelsel = systema decimal


tientje ZN

1 (pecia/billet de) dece florinos


tientonner ZN

1 camion de dece tonnas


tienurendag ZN

1 jornate de dece horas de travalio/labor


tienvingerig BN

1 a dece digitos, decadactyle


tienvingersysteem ZN

1 systema a/del dece digitos


tienvlak ZN

1 decahedro


tienvlakkig BN

1 decahedric


tienvoetig BN

1 Zie: tienlettergrepig


tienvoud ZN

1 decuplo


tienvoudig WW

1 decuple
iets -- kopiëren = copiar un cosa in dece exemplares, facer dece copias de un cosa


tienwerf BW

1 dece vices


tienzijdig BN

1 decagone, decagonal
--e veelhoek = polygono decagone/decagonal, decagono


tier ZN

1 crescentia, crescimento


tiërceren WW

1 reducer al tertio/al tertie parte


tiërcering ZN

1 reduction al tertio/al tertie parte


tierelantijn ZN

1 (versiersel) imbellimento
een rok met --en = un gonna/gonnella con tote sorte de imbellimentos
2 (uitvlucht) excusa, pretexto
--en maken = inventar escusas


tierelieren WW

1 trillar, facer un trillo/trillos


tieren WW

1 (gedijen) florar, florer, florescer, prosperar
de handel tiert = le commercio prospera
welig -- = proliferar, abundar
2 (voortwoekeren) pullular
3 (schreeuwen) critar forte
--de kinderen = infantes ruitose
4 (woedend tekeergaan) rabiar, ragiar, vociferar, tempestar


tierend BN

1 vociferante, clamorose


tierig BN

1 (welig opkomend) prospere, vigorose
2 (levendig) vive, vivace


tierigheid ZN

1 vigor, crescentia/crescimento active
2 (levendigheid) vivacitate


tierlantijn ZN

1 Zie: tierelantijn


tiet ZN

1 tetta


tig

1 tantesime
-- keer = tantesime vices, infinitate de vices


tij ZN

1 marea
hoog -- = marea alte
laag -- = marea basse
dood -- = marea morte
opkomend/wassend -- = marea montante/ascendente/crescente, fluxo
afgaand -- = marea descendente, refluxo
het -- keert = le marea cambia, (FIG) le situation cambia
het keren/de kentering van het -- = le cambio/cambiamento del marea
(FIG) gunstig -- = momento propitie
(FIG) het -- laten verlopen = lassar passar le occasion, perder le opportunitate
(FIG) het keren van het -- = le cambio/cambiamento del situation


tijd ZN

1 tempore, hora
plaatselijke -- = tempore/hora local
van -- tot -- = de tempore a tempore, sovente
juist op -- = justo a tempore
de juiste -- = le hora exacte
de -- van aankomst = le hora de arrivata
in de baas zijn -- = in horas de travalio/labor
in een jaar -- = in un anno
hij heeft er -- en geld voor over = ille ha tempore e moneta pro illo
te zijner -- = a tempore debite
te gelegener -- = in tempore opportun, in le momento opportun
op de afgesproken -- = al hora convenite
een -- lang = durante alicun tempore
de hele -- = tote le tempore
middelbare Greenwich -- = tempore/hora medie de Greenwich
(LIT) eenheid van -- = unitate de tempore
komt --, komt raad = le tempore porta consilio
het is een kwestie van -- = il es un question de tempore
de -- opnemen = (met stopwatch) chronometrar
de -- vaststellen = fixar le hora
hebt u de -- ? = ha vos le hora?
(ouderwets) uit de -- = desuete, anachrone, anachronic
op de een of andere -- = aliquando
de -- vergeten = oblidar le hora
-- winnen = ganiar tempore
zijn -- verdoen = perder su tempore
de -- voor iets vinden = trovar tempore pro facer un cosa
precies op -- komen = arrivar al hora juste
sterven voor zijn -- = morir juvene
dat moet zijn -- hebben = isto require su tempore
tand des --s = injuria del tempore
in een minimum van -- = in un minimo de tempore
veel -- in beslag nemen = occupar/consumer multe tempore
vrije -- hebben = haber tempore libere
vrije -- = tempore libere, otio
uit de -- = dismodate, perimite
een lange -- duren = durar multe tempore
een korte -- duren = durar pauc/poc tempore
in korte -- = in pauc/poc tempore
voor onbepaalde -- = pro un tempore illimitate
morgen/gisteren om deze -- = deman/heri a iste mesme hora
de -- is rijp = il es le momento propitie
zijn -- verknoeien/verdoen = perder su tempore
de -- om te eten = le hora de mangiar
een goede -- maken = realisar un bon tempore
iemand de -- geven/gunnen = dar le tempore a un persona
-- genoeg hebben = haber sufficiente/bastante tempore
tegen die -- zullen we wel zien = alora nos videra
de -- verdrijven/doden = facer passar le tempore, occider le tempore
het is daar nu de -- niet voor = il non es le momento opportun pro illo
waar blijft de --! = como passa le tempore!
als het mijn -- is = quando arriva mi hora
binnen afzienbare -- = in un futuro proxime
een -- van tien seconden = un tempore de dece secundas
alles op zijn -- = toto a su debite tempore, cata cosa a su tempore
in minder dan geen -- = in un aperir e clauder de oculos
terzelfder -- = al mesme tempore
2 (tijdvak) tempore, epocha, era, periodo
Capetingische -- = epocha capetian
-- van de kruistochten = era del cruciadas
-- van voorspoed = era de prosperitate
in --en van oorlog = in tempore(s) de guerra
in --en van crisis = in tempores de crise
voor onbeperkte -- = pro un durata/duration illimitate
verleden -- = tempore passate, passato
dat is allemaal verleden -- = tote isto pertine al passato
de laatste -- = ultimemente, recentemente
met zijn -- meegaan = ir con su tempores
geest van de -- = spirito del epocha/tempore
een nieuwe -- inluiden = facer epocha
de eisen des --s = le exigentias del epocha
een schrijver in het raam van zijn -- behandelen = tractar un autor in le quadro de su epocha
sedert onheuglijke --en = desde tempores immemorial
dat was zijn beste -- = isto esseva su melior periodo
betere --en gekend hebben = haber cognoscite melior tempores
hij heeft een moeilijke -- gehad = ille ha habite/passate un periodo difficile
het zijn slechte --en = le tempores es difficile
een kind van zijn -- zijn = esser filio de su epocha
de --en zijn veranderd = le tempores ha cambiate
zijn -- overleven = superviver a su tempore
bij --en = (met tussenpozen) a intervallos
de Spaanse -- = le periodo (del occupation) espaniol
3 (TAAL) tempore
enkelvoudige -- = tempore simple
samengestelde -- = tempore composite
tegenwoordige -- = tempore presente, presente
tegenwoordige -- van de aantonende wijs = presente del indicativo
voltooid tegenwoordige -- = perfecto
verleden -- = tempore passate, passato
voltooid verleden -- = plusquamperfecto
toekomende -- = tempore futur, futuro
hulpwerkwoord van -- = verbo auxiliar de tempore
bijwoord van -- = adverbio de tempore
bijzin van -- = proposition (subordinate) de tempore
voegwoord van -- = conjunction de tempore
bepaling van -- = complemento de tempore
4 (seizoen) saison (F)
-- van de bramen/pruimen/kersen, etc. = saison del rubos/prunas/ceresias, etc.


tijdaanduiding ZN

1 Zie: tijdaanwijzing


tijdaanwijzing ZN

1 indication del tempore/hora


tijdaffaire ZN

1 operation/transaction a termino


tijdbepaling ZN

1 Zie: tijdsbepaling


tijdberekening ZN

1 calculo/calculation de(l) tempore, (SPORT) chronometrage, chronometration


tijdbesparend WW

1 que sparnia/economisa tempore
--e maatregelen = mesuras que constitue un sparnio de tempore


tijdbesparing ZN

1 sparnio/economia de tempore
dat geeft -- = isto sparnia/economisa tempore, isto permitte un sparnio de tempore


tijdbevrachting ZN

1 affretamento a tempore


tijdbom ZN

1 bomba a horologieria/a tempore/de tempore/a retardamento/retardate, bomba a effecto retardate


tijdcharter ZN

1 Zie: tijdbevrachting


tijdconstante ZN

1 constante de tempore


tijdeenheid ZN

1 Zie: tijdseenheid


tijdelijk BN

1 (voorlopig) temporari, interimari, provisori, provisional, interime, transitori, impermanente
--e betrekking/baan = empleo temporari
--e aanstelling = appunctamento temporari/provisional
--e hulp = adjuta temporari
-- personeel = personal temporari/interime/interimari
--e functie = function temporari/interimari/transitori
deze maatregel heeft een -- karakter = iste mesura ha un character temporari/provisional
het --e met het eeuwige verwisselen = passar al altere vita, morir
-- ergens wonen = habitar/viver temporarimente/provisionalmente in alicun parte/loco
2 (aards, werelds) temporal, terrestre
--e goederen = benes temporal
3 (temporeel) temporal
--e werkelijkheid = realitate temporal


tijdelijkheid ZN

1 temporalitate, provisorietate, impermanentia


tijdeloos BN

1 Zie: tijdloos


tijdeloosheid ZN

1 Zie: tijdloosheid


tijdens VZ

1 durante
-- mijn afwezigheid = durante/in mi absentia
-- de oorlog = durante/in le guerra
-- de reis = durante/in le curso del viage
-- Hitler = sub Hitler, in le tempore de Hitler


tijdfactor ZN

1 factor tempore


tijdgebonden BN

1 characteristic de su tempore, de su tempore, indissociabile de su tempore/epocha, (esser) un producto de su tempore


tijdgebrek ZN

1 manco/mancantia de tempore


tijdgebruik ZN

1 empleo del tempore


tijdgeest ZN

1 spirito del epocha/tempore(s)/del seculo
met de -- besmet zijn = esser contaminate per le spirito del epocha


tijdgenoot ZN

1 contemporaneo
mijn --en = le homines de mi generation


tijdgrens ZN

1 limite de tempore


tijdig BN

1 prompte, opportun
--e hulp = succurso prompte


tijdig BW

1 a tempore
niet -- betaalde rekeningen = facturas non pagate a tempore
-- opstaan = levar se a tempore


tijdigheid ZN

1 promptitude, opportunitate


tijdindeling ZN

1 horario


tijding ZN

1 nova, notitia, communication, message, aviso


tijdingzaal ZN

1 sala del telegrammas


tijdkaart ZN

1 (overzicht mbt de geschiedenis) tabula chronologic
2 (mbt prikklok) carta de (un apparato) de presentia


tijdklok ZN

1 (prikklok) apparato de presentia
2 (tijdschakelklok) interruptor a tempore


tijdkorting ZN

1 Zie: tijdpassering


tijdkring ZN

1 (periode) periodo
2 (ASTRON) periodo, cyclo


tijdlang BW

1 (durante) qualque/al(i)cun tempore, durante un certe tempore, durante un lapso de tempore


tijdloep ZN

1 retardator


tijdloon ZN

1 salario al tempore


tijdloos BN

1 intemporal, eterne, (FIL) atemporal
werkelijke schoonheid is -- = le veritabile beltate es eterne/de tote le tempores
een -- model = un modello sempre/semper actual
-- zijn = non haber etate


tijdloosheid ZN

1 intemporalitate, (FIL) atemporalitate


tijdmaat ZN

1 (eenheid) mesura de tempore
de seconde is een -- = le secunda es un mesura de tempore
2 (tempo) tempo (I), rhythmo, cadentia


tijdmechanisme ZN

1 horologieria


tijdmeetkunde ZN

1 chronometria


tijdmelding ZN

1 horologio parlante


tijdmeter ZN

1 (toestel dat de tijd meet) chronometro, horologio de precision
een zandloper als -- gebruiken = utilisar un sabliero pro mesurar le tempore
2 (toestel om een tempo aan te geven) metronomo


tijdmeting ZN

1 (techniek van het meten van de tijd) chronometria
2 (het meten van de benodigde tijd) chronometration, chronometrage


tijdnood ZN

1 manco/mancantia de tempore
in -- komen = haber problemas de tempore


tijdnorm ZN

1 norma de tempore


tijdontsteker ZN

1 detonator a retardamento


tijdopname ZN

1 (FOTO) photo(graphia) a posa
2 (SPORT) chronometrage


tijdopnemer ZN

1 (persoon) chronometrator, chronometrista
2 (instrument) chronometro


tijdopneming ZN

1 chronometration, chronometrage, (SPORT ook) timing (E)


tijdpad ZN

1 sentiero temporal


tijdpassering ZN

1 passatempore
iets doen voor/uit -- = facer un cosa pro passar le tempore


tijdperk ZN

1 era, epocha, periodo, etate, evo, seculo
christelijk -- = era christian
gouden -- = etate/seculo de auro
geologisch -- = periodo geologic
stenen -- = etate del petra
bronzen -- = etate del bronzo
-- van verval, decadent -- = epocha decadente
-- van de kruistochten = era del cruciadas
-- van de Franse Revolutie = epocha del revolution francese
-- van de computer = era del computator/computer (E)
industrieel -- = epocha industrial
een nieuw -- inluiden = facer epocha
een afgesloten -- = un epocha concludite
een -- betreffend = epochal


tijdplan ZN

1 Zie: tijdschema


tijdpolis ZN

1 polissa a termino


tijdpunt ZN

1 momento


tijdrace ZN

1 Zie: tijdrit


tijdreeks ZN

1 serie chronologic


tijdregeling ZN

1 horario


tijdregelwerk ZN

1 mesurator de tempore


tijdregister ZN

1 tabula chronometric


tijdrekening ZN

1 calendario, chronologia
Gregoriaanse -- = calendario gregorian
Juliaanse -- = calendario julian
christelijke -- = calendario christian
joodse -- = calendario israelita
mohammedaanse -- = calendario musulman, hegira


tijdrekeningstabel ZN

1 (voor de berekening van de veranderlijke feestdagen) computo


tijdrekenkunde ZN

1 chronologia


tijdrekenkundig BN

1 chronologic


tijdrekenkundige ZN

1 chronologo, chronologista


tijdrekken WW

1 ganiar tempore


tijdrijden WW

1 ir/currer contra le horologio


tijdrijder ZN

1 curritor (de un cursa) contra le horologio


tijdrit ZN

1 cursa/etape (F) contra le horologio


tijdrovend BN

1 que prende/require (multe) tempore, de longe durata/duration


tijdruimte ZN

1 spatio/lapso de tempore, periodo
2 (ASTRON) spatiotempore


tijdruimtelijk BN

1 (ASTRON) spatiotemporal
--e coördinaten = coordinatas spatiotemporal


tijdsafstand ZN

1 Zie: tijdsruimte-1


tijdsaspect ZN

1 (TAAL) temporalitate


tijdsbeeld ZN

1 (factoren) character de un/del era/epocha
2 (beeld, schildering) imagine/portrait (F) de un/del era/epocha


tijdsbegrip ZN

1 temporalitate


tijdsbepaling ZN

1 (bepaling van de juiste tijd) determination del tempore/hora, (SPORT) chronometrage
2 (bepaling die iets aan tijd bindt) clausula/stipulation temporal
3 (TAAL) complemento de tempore


tijdsbeperking ZN

1 limitation de tempore


tijdsbesef ZN

1 notion del tempore


tijdsbesparing ZN

1 Zie: tijdbesparing


tijdsbesteding ZN

1 empleo del tempore


tijdsbestek ZN

1 spatio/lapso de tempore, periodo
in een kort -- = in un breve lapso de tempore


tijdschaal ZN

1 scala chronologic/del tempore, (van zonnewijzer) analemma


tijdschakelaar ZN

1 interruptor a tempore, timer (E)


tijdschakelklok ZN

1 Zie: tijdschakelaar


tijdschema ZN

1 horario, empleo/planification del tempore


tijdschrift ZN

1 publication periodic, periodico, revista, jornal, magazin, magazine (E)
halfmaandelijks -- = revista bimensual
tweemaandelijks -- = revista bimestr(i)al
geïllustreerd -- = revista/jornal/magazine illustrate
wetenschappelijk -- = revista scientific
letterkundig/literair -- = revista litterari
geneeskundig -- = revista medic
-- voor taalstudie = revista de linguistica
-- voor pedagogie = revista de pedagogia
een -- verspreiden/in omloop brengen = diffunder un revista
zich op een -- abonneren = abonar se a un revista
een -- opzeggen = disabonar se a un revista


tijdschriftartikel ZN

1 articulo de revista


tijdschriftdrukker ZN

1 imprimitor/ipressor de revistas


tijdschriftenbak ZN

1 portarevistas


tijdschriftencollectie ZN

1 collection de revistas


tijdschriftenuitgever ZN

1 editor de revistas


tijdschriftenverkoper ZN

1 venditor de revistas


tijdschriftenverzameling ZN

1 Zie: tijdschriftencollectie


tijdschrijver ZN

1 chronometrator


tijdsdocument ZN

1 documento historic/de interesse historic/de un periodo


tijdsdruk ZN

1 pression de tempore
onder -- werken = travaliar/laborar sub pression de tempore/contra le horologio


tijdsduur ZN

1 durata, duration


tijdseenheid ZN

1 (eenheid waarmee men de tijd meet) unitate de tempore
2 (TONEEL) unitate de tempore


tijdsein ZN

1 signal horari/de tempore
na het -- van tien uur = post le signal de dece (horas)


tijdsgewricht ZN

1 epocha/periodo crucial


tijdsindeling ZN

1 (indeling van de of iemands tijd) (de tijd) timing (E), (iemands tijd) empleo del tempore
2 (chronologische indeling) division chronologic


tijdsinterval ZN

1 intervallo de tempore


tijdslimiet ZN

1 ultime limite, data limite/limitar/ultime, limite/limitation de tempore
de -- overschrijden = exceder le limite de tempore
een -- bepalen = prefinir
aan het ultimatum was een -- verbonden = un limite de tempore esseva attachate {sj} al ultimatum (L)


tijdslot ZN

1 serratura a tempore


tijdsluiter ZN

1 obturator (a retardamento)


tijdsomstandigheden ZN MV

1 circumstantias currente/de tempore/del epocha/del momento
naar de -- iets beoordelen = judicar un cosa secundo le circumstantias (currente)


tijdsorde ZN

1 ordine chronologic


tijdspanne ZN

1 spatio/lapso de tempore, periodo
in een korte -- = in un breve lapso de tempore


tijdsperiode ZN

1 periodo de tempore


tijdspiegel ZN

1 reflection/reflexo de un epocha, imagine del tempore


tijdsroman ZN

1 roman(ce) de un epocha


tijdstip ZN

1 momento, tempore, hora
op het afgesproken -- = al hora convenite
op het -- van zijn overlijden = al momento/hora de su morte
het -- van vertrek = le tempore/momento de partita
een gunstig -- kiezen = seliger/prender un momento opportun
iets tot een later -- uitstellen = postponer un cosa usque a plus tarde


tijdstroom ZN

1 (de tijd als stroom) fluxo/curso del tempore
2 (geestelijke stromingen in een periode) currente, movimento, spirito (dominante) del epocha, tendentias del epocha


tijdsverdeling ZN

1 Zie: tijdsindeling


tijdsverloop ZN

1 spatio/lapso de tempore, periodo
na een -- van drie maanden = post un periodo de tres menses


tijdsverschijnsel ZN

1 signo del tempore, symptoma del epocha


tijdsverschil ZN

1 differentia de(l) tempore


tijdtafel ZN

1 (jaartallenlijst) tabula chronologic, lista de factos historic
2 (lijst met de tijd op verschillende plaatsen) tabula de zonas de tempore


tijdvak ZN

1 periodo, epocha, era, etate, evo, seculo
-- van de Franse Revolutie = epocha del revolution francese
industrieel -- = epocha industrial
een nieuw -- inluiden = facer epocha
-- van tien jaar = decennio
een -- betreffend = epochal


tijdverbeuzeling ZN

1 Zie: tijdsverspilling


tijdverdrijf ZN

1 passatempore
aangenaam -- = amusamento, divertimento
onschuldig -- = passatempore innocente
als -- = (como un medio) pro passar le tempore, pro diverter se


tijdvereffening ZN

1 (ASTRON) equation (del tempore)


tijdverknoeiing ZN

1 Zie: tijdverspilling


tijdverkwisting ZN

1 Zie: tijdverspilling


tijdverlies ZN

1 Zie: tijdverspilling


tijdvermorsing ZN

1 Zie: tijdverspilling


tijdvers ZN

1 (chronogram) chronogramma
2 (vers over de tijdsomstandigheden) poema/verso del topicos


tijdverschil ZN

1 Zie: tijdsverschil


tijdverslindend BN

1 Zie: tijdrovend


tijdverspilling ZN

1 dilapidation/dispendio/perdita de tempore


tijdverzuim ZN

1 Zie: tijdverspilling


tijdvorm ZN

1 (TAAL) forma/tempore verbal


tijdwaarnemer ZN

1 chronometrator, chronometrista


tijdwaarneming ZN

1 chronometration, chronometrage, (SPORT ook) timing (E)


tijdwijzer ZN

1 calendario, almanac


tijdwinner ZN

1 temporisator


tijdwinst ZN

1 ganio de tempore
enige -- boeken = ganiar un pauco/un poco de tempore


tijdzin ZN

1 senso del tempore


tijdzone ZN

1 zona horari/de tempore


tijgen WW

1 (zich begeven) ir (a), diriger se (a)
hij toog naar zijn werk = ille iva/vadeva a su travalio/labor
2 (beginnen) mitter se (a), poner se (a)
aan het werk -- = mitter/poner se al travalio/labor


tijger ZN

1 tigre
Bengaalse -- = tigre bengalese
(FIG) papieren -- = tigre de papiro


tijgerbrood ZN

1 pan blanc al crusta tigrate


tijgeren WW

1 (MIL) reper, reptar


tijgerhaai ZN

1 squalo tigre, galeocerdo (arctic)


tijgerhengst ZN

1 cavallo tigrate


tijgerhond ZN

1 can tigrate


tijgerhout ZN

1 ligno tigrate


tijgerhuid ZN

1 pelle/corio de tigre


tijgerin ZN

1 tigressa


tijgerjacht ZN

1 chassa {sj} de tigres


tijgerkat ZN

1 catto tigre, (Amerikaanse tijgerkat) ocelot


tijgerkooi ZN

1 cavia a/pro tigre(s)


tijgerlelie ZN

1 lilio tigrate


tijgeroog ZN

1 (MIN) oculo de tigre


tijgersprong ZN

1 salto felin/de tigre


tijgervel ZN

1 Zie: tijgerhuid


tijglas ZN

1 Zie: zandloper


tijhaven ZN

1 Zie: getijhaven


tijk ZN

1 tela de matras


tijloos ZN

1 (herfsttijloos) colchico {sj} autumnal/de autumno


tijm ZN

1 thymo
wilde -- = thymo salvage


tijmblad ZN

1 folio de thymo


tijmgeur ZN

1 aroma de thymo


tijmsmaak ZN

1 gusto de thymo


tijrivier ZN

1 Zie: getijrivier


tijstroom ZN

1 Zie: getijstroom


tijtafel ZN

1 Zie: getijtafel


T-ijzer ZN

1 ferro in T


tik ZN

1 (parve) colpo, colpetto
een -- op de deur = un colpetto al porta
tonic met een -- = tonic (E) con liquor


tik! TW

1 tic!, tac!


tikfout ZN

1 error de dactylographia/typamento


tikje ZN

1 (klopje) parve colpo, colpetto
2 (geringe hoeveelheid/mate) un pauco, un poco, alco
een -- bleek = un pauco/poco pallide
een -- koorts = un pauco/poco de febre
zich een -- beter voelen = sentir se alco/un pauco/un poco melior
hij heeft een -- weg van = ille ha alco de
een -- overdreven = legiermente exaggerate


tikjuffrouw ZN

1 dactylographa, typista


tikkeltje ZN

1 un pauco, un poco
een -- alcohol = un gutta de alcohol
een -- overdreven = un pauco/un poco exaggerate


tikken WW

1 (een lichte klap geven) colpar legiermente
eieren -- = (breken) rumper ovos, (eten) mangiar ovos
de maat -- = batter le mesura
ruiten -- = rumper vitros
iemand op de vingers -- = reprimendar/reprehender un persona
2 (licht geluid geven) facer tic/tic tac, tictacar
het -- = tic tac
de klok tikt = le horologio face tic tac
de regen tikt tegen de ruiten = le pluvia face tic tac contra le vitros
3 (typen) typar, dactylographar
een brief -- = typar un littera


tikker ZN

1 (iemand die typt) dactylographo, typista
2 (toestel voor beursnoteringen) ticker (E)


tikmachine ZN

1 machina a/de scriber


tiksnelheid ZN

1 velocitate de typamento


tiktafel(tje) ZN

1 tabula pro le machina(s) a/de scriber


tiktak ZN

1 tic tac


tik tak TW

1 tic tak
de klok gaat --, -- = le horologio face tic tac, tic tac


tiktakken WW

1 facer tic tac, tictacar
ik hoor de klok -- = io audi le tic tac del horologio


tikwerk ZN

1 (typewerk) travalio/labor a typar/dactylographar
2 (tiksel) travalio/labor typate/dactylographate


til ZN

1 (het optillen) sublevamento, sublevation
2 (brug) ponte
3 (duivenhok) columbiera
4
op -- zijnde = proxime, imminente
er zijn grote veranderingen op -- = il se approxima grande cambios


tilbaar BN

1 sublevabile
2 (JUR) (roerend) mobile
--e have = benes mobile


tilbury ZN

1 tilbury (E)


tilde ZN

1 tilde (S)


tillen WW

1 (opheffen) lever, sublevar
2
ergens zwaar aan -- = dar grande importantia a un cosa
3 (oplichten) dupar


tilt ZN

1 tilt (E)
(mbt flipperkast) op -- slaan = facer tilt


timbale ZN

1 (CUL) timbal


timbre ZN

1 (MUZ) timbro
-- van een klank = timbro de un sono


timen WW

1 (de tijdsduur opmeten) mesurar le tempore de, chronometrar
2 (op het goede moment (laten) gebeuren) facer al momento juste, programmar
de operatie was goed getimed = le operation esseva ben programmate


time-out ZN

1 (SPORT) time-out, tempore morte


timer ZN

1 timer (E)


timesharing ZN

1 (COMP) partition del tempore, utilisation compartite


timide BN

1 timide


timiditeit ZN

1 timiditate


timing ZN

1 chronometration, chronometrage, timing (E)
perfecte -- = chronometrage/timing perfecte


timmerdoos ZN

1 cassa de carpentero


timmeren WW

1 construer, carpentar
leren -- = apprender carpenteria
goed kunnen -- = esser un bon carpentero
houten huisjes in elkaar -- = construer parve casas de ligno


timmerfabriek ZN

1 fabrica de carpenteria


timmerfabrikant ZN

1 fabricante de carpenteria


timmergereedschap ZN

1 utensiles de carpenteria/del carpentero


timmerhamer ZN

1 martello (ordinari)


timmerhout ZN

1 ligno de construction


timmerkist ZN

1 cassa del utensiles de carpenteria/del carpentero


timmerloods ZN

1 Zie: timmerwerkplaats


timmerman ZN

1 carpentero
voor -- leren = apprender le mestiero de carpentero


timmermansambacht ZN

1 carpenteria


timmermansbijl ZN

1 hacha {sj} de carpentero


timmermansdochter ZN

1 filia de carpentero


timmermansgereedschap ZN

1 Zie: timmergereedschap


timmermansknecht ZN

1 apprentisse (de) carpentero


timmermanspotlood ZN

1 stilo (de graphite) de carpentero


timmermanswaterpas ZN

1 nivello de carpentero


timmermanswinkel ZN

1 Zie: timmerwerkplaats


timmervak ZN

1 carpenteria


timmerwerf ZN

1 cantier de carpentero


timmerwerk ZN

1 carpenteria
machinaal -- = carpenteria facite al machina


timmerwerkplaats ZN

1 officina de carpentero/de carpenteria, carpenteria


timocratie ZN

1 timocratia


timocratisch BN

1 timocratic


Timor ZN EIGN

1 Timor


Timorees ZN

1 timorese


Timorees BN

1 timorese


timotheegras ZN

1 phleo pratense


Timotheus ZN EIGN

1 Timotheo


timp ZN

1 puncta


timpaan ZN

1 (DRUKK) tympano
2 (BOUWK) tympano
3 (trommelvlies) tympano


tin ZN

1 (metaal) stanno
-- in blokken = stanno in lingotos
van een laag(je) -- voorzien = stannar
het voorzien van een laag(je) -- = stannatura
2 (voorwerpen) objectos de stanno
3 (blikje) latta


tinader ZN

1 vena/filon stannifere/de stanno


tinafval ZN

1 residuos de stanno


tinalliage ZN

1 alligato de stanno


tinamalgaam ZN

1 amalgama de stanno


tinas ZN

1 (SCHEI) oxydo stannic


tinbedrijf ZN

1 industria de stanno


tinbewerking ZN

1 tractamento de stanno


tinblik ZN

1 stanno in folios


tinbrons ZN

1 bronzo al stanno


tinctuur ZN

1 tinctura


tineiland ZN

1 insula de stanno


tinerts ZN

1 mineral de stanno


tinexploitatie ZN

1 Zie: tinwinning


tinexport ZN

1 exportation de stanno


tinfoelie ZN

1 Zie: tinfolie


tinfolie ZN

1 folio de stanno


ting! TW

1 tin!


tingel ZN

1 latte stricte


tingelen WW

1 tintinnar


tingeling! TW

1 tintin!, tilin tilin!


tingeltangel ZN

1 café chantant (F), café (F) cantante


tingieter ZN

1 Zie: tinnegieter


tingroen ZN

1 Zie: tinerts


tingroeve ZN

1 mina de stanno


tinhandel ZN

1 commercio de stanno


tinhandelaar ZN

1 commerciante de stanno


tinhoudend BN

1 stannifere
-- mineraal/erts = mineral stannifere


tinkal ZN

1 tincal


tinkelen WW

1 tintinnar


tinlegering ZN

1 Zie: tinalliage


tinmijn ZN

1 mina de stanno


tinne ZN

1 (BOUWK) (het hoogste gedeelte) pinnaculo
2 (kanteel) merlon


tinnef ZN

1 pacotilia


tinnegieter ZN

1 funditor de stanno, stannero
politieke -- = politicastro


tinnegieterij ZN

1 funderia de stanno


tinnegoed ZN

1 potteria/vasculos de stanno


tinnen BN

1 de stanno
-- bord = platto de stanno


tinneroy ZN

1 villuto costate fin


tinoxyde ZN

1 oxydo stannic


tinpest ZN

1 peste/maladia del stanno


tinprijs ZN

1 precio del stanno


tinproducent ZN

1 productor de stanno


tinproduktie ZN

1 production de stanno


tinsoldeer ZN

1 soldatura de stanno


tinstaaf ZN

1 barra de stanno


tinsteen ZN

1 cassiterite


tint ZN

1 tinta, tincto, tinctura, tono
warme/koude --en = tonos cal(i)de/frigide
heldere -- = tonos clar
een socialistisch --je = un tinta socialista
iets een feestelijke -- geven = dar un tono festive a un cosa


tintel ZN

1 formicamento


tintelen WW

1 (geprikkeld worden) formicar
2 (flonkeren) scintillar, brillar
haar ogen tintelden ondeugend = su oculos brillava malitiosemente


tintelig BN

1 que formica


tinteling ZN

1 (prikkeling) formicamento
2 (fonkeling) scintillation, scintillamento


tintelogen WW

1
hij tinteloogde = il habeva un scintillamento in su oculos


tinten WW

1 tintar, tinger, colorar
getint glas = vitro tintate
getint papier = papiro tintate


tinto ZN

1 vino tinto (I)


tintwijn ZN

1 vino tinto (I)


tinuitvoer ZN

1 Zie: tinexport


tinvergiftiging ZN

1 stannose (-osis)


tinvijlsel ZN

1 limatura de stanno


tinwaren ZN MV

1 Zie: tinnegoed


tinwerk ZN

1 objectos de stanno


tinwinning ZN

1 extraction/exploitation {plwa} de stanno


tinzuur ZN

1 acido stannic


tinzuurzout ZN

1 stannato


tip ZN

1 (uiterste punt) extremitate, puncta
een --je van de sluier oplichten = levar/sublevar un puncta/angulo del velo
de vier --pen van een zakdoek = le quatro angulos de un pannello de naso
2 (fooi) pourboire (F)
3 (inlichting) information, indication, (advies) consilio
valse -- = information false
een -- geven = 1. dar un information, 2. dar un consilio
--s voor de reis = consilios pro le viage
4 (tikje) parve colpo, colpo legier


tipgeld ZN

1 sportula


tipgever ZN

1 informator, indicator


tippel ZN

1 promenada, camminata


tippelaar ZN

1 promenator, camminator


tippelaarster ZN

1 puta/putana/prostituta stratal


tippelen WW

1 (lopen) promenar se, camminar
2 ir in le strata(s) como puta/putana/prostituta, facer le strata
3
er in -- = cader in le insidia


tippelprostitutie ZN

1 prostitution stratal


tippelverbod ZN

1 prohibition/interdiction de exercer le prostitution stratal/in le strata(s)


tippelzone ZN

1 zona de prostitution stratal (tolerate)


tippen WW

1 (eventjes aanraken) toccar legiermente
aan iets/aan iemand niet kunnen -- = esser multo inferior a un cosa/a un persona
2 (een inlichting geven) dar un information, informar
3 (een fooi geven) dar un pourboire (F)
4 (als vermoedelijke overwinnaar aanwijzen) vider como, considerar como
5 (aan een uiteinde merken) marcar le extremitates/angulos de
een speelkaart -- = marcar un carta
6 (de uiteinden verwijderen) remover/taliar le extremitates de
het haar -- = taliar le punctas del capillos


tipsy BN

1 ebrie, inebriate


tiptoets ZN

1 clave sensibile


tiptop BN

1 excellente, perfecte, impeccabile, de prime classe
er -- uitzien = haber un aspecto perfecte, (mbt kleding) esser impeccabilemente vestite


tirade ZN

1 tirada, sermon
een -- tegen iemand = un tirada contra un persona


tirailleren WW

1 scaramuciar


tirailleur ZN

1 tirator, scaramuciator


tiran ZN

1 (GESCH) tyranno, despota, dictator, autocrate
2 (despoot) tyranno, despota, dictator, oppressor
wrede -- = tyranno feroce
3 (DIERK) tyranno


tirannendoder ZN

1 occisor de tyrannos


tirannenmoord ZN

1 tyrannicidio


tirannenmoordenaar ZN

1 tyrannicida


tirannie ZN

1 (GESCH) tyrannia, despotismo, dictatura, autocratia
2 (dwingelandij) tyrannia, despotismo, dictatura, autocratia, oppression


tiranniek ZN

1 tyrannic, despotic
-- karakter = character tyrannic/despotic
-- optreden = ager como un tyranno/despota


tiranniseren WW

1 tyrannisar, opprimer tyrannicamento
zijn vrouw -- = tyrannisar su spo(n)sa


Tirol ZN EIGN

1 Tirol
van/uit -- = tirolese


Tiroler ZN

1 tirolese


Tirools ZN

1 (taal) tirolese


Tirools BN

1 tirolese


titaan ZN

1 titanium


titaanerts ZN

1 mineral de titanium


titaanijzer ZN

1 ilmenite


titaanzand ZN

1 sablo/arena titanifere


Titan ZN EIGN

1 Titan
van de --en = titanic


titan ZN

1 (reusachtige figuur) titan, colosso, gigante


titanaat ZN

1 titanato


titanenarbeid ZN

1 travalio/labor gigantesc/herculee


titanenstrijd ZN

1 lucta de titanes, combatto titanic, titanomachia


titaniet ZN

1 titanite


titanisch BN

1 titanic, gigantesc, herculee
--e onderneming = interprisa titanic


titanium ZN

1 titanium


titaniumhoudend BN

1 titanifere


titel ZN

1 (opschrift van een boek/plaat) titulo
-- van een artikel = titulo de un articulo
-- van een boek = titulo de un libro
suggestieve -- = titulo suggestive
onverkoopbare --s = titulos invendibile
een -- geven = intitular, titular
het geven van een -- = intitulation
het boek had als -- = le libro esseva intitulate
2 (waardigheid, rang) titulo
-- van graaf = titulo de conte
academische -- = titulo universitari
koninklijke -- = titulo regal/royal
trots zijn op zijn adellijke -- = esser fer de su titulo nobile/nobiliari/de nobilitate
een -- behalen/verwerven = obtener un titulo
een -- geven = dar un titulo
een -- verlenen = conferer un titulo
een -- aannemen = prender un titulo
een -- voeren = portar un titulo
3 (kwalificatie) titulo
(SPORT) een -- verdedigen = defender un titulo
(SPORT) de -- behouden = conservar le titulo
(SPORT) een -- veroveren = conquirer un titulo
onder de -- van = sub le titulo de
op persoonlijke -- = a titulo personal
4 (JUR) (onderdeel van een wet) titulo
5 (JUR) (rechtsgrond) titulo
onder algemene -- = a titulo universal
echtheid van een -- = authenticitate de un titulo
contract met bezwarende -- = contracto a titulo onerose


titelapparaat ZN

1 titulator


titelbeschrijving ZN

1 nota/notitia/entrata bibliographic, description del titulo
een -- geven = rediger un notitia bibliographic


titelblad ZN

1 (pagina de) titulo, (versierd) frontispicio


titelcatalogus ZN

1 catalogo/indice/index del titulos


titeldrager ZN

1 titulo


titelen WW

1 dar un titulo a, intitular, titular


titelgevecht ZN

1 Zie: titelstrijd


titelhouder ZN

1 detentor del titulo, titular


titelinflatie ZN

1 inflation del titulos


titelkandidaat ZN

1 candidato al titulo, competitor pro le/un titulo


titelnummer ZN

1 Zie: titelsong


titelpagina ZN

1 Zie: titelblad


titelplaat ZN

1 Zie: titelprent


titelprent ZN

1 frontispicio


titelrol ZN

1 (hoofdrol in toneelstuk) rolo/parte principal/eponyme
2 (lijst van namen) titulos


titelsong ZN

1 canto titulo


titelstrijd ZN

1 competition/match (E)/cursa de campionato, campionato


titelverandering ZN

1 cambio de titulo


titelverdediger ZN

1 detentor/defensor del titulo


titelverhaal ZN

1 conto de titulo


titelvoerder ZN

1 titular


titelvoerend BN

1 titular


titelwijziging ZN

1 Zie: titelverandering


titelwoord ZN

1 parola entrata, entrata


titer ZN

1 (normaliteit van een oplossing) titulo


titillomanie ZN

1 titillomania


titoïsme ZN

1 titoismo


titratie ZN

1 titration
conductometrische -- = titration conductometric
potentiometrische -- = titration potentiometric


titreerbaar BN

1 titrabile


titreermethode ZN

1 methodo de titration


titreertoestel ZN

1 apparato de titration


titreervloeistof ZN

1 liquido de titration


titreren WW

1 titrar
het -- = titration


titrimetrie ZN

1 titrimetria


titrimetrisch BN

1 titrimetric


tittel ZN

1 (stipje) puncto
de -- op de i = le puncto super le i
2 (het allergeringste deel) iota
er mag geen -- aan ontbreken = il non debe mancar un iota
hij weet er geen -- van = il non sape absolutemente nihil de isto
3 (PALEOGRAFIE) (afkortingsstreepje boven een woord) titulo


titulair BN

1 titular, (honorair) honorari
--e bisschop = episcopo titular/honorari


titularis ZN

1 titular


titulatuur ZN

1 (titel) titulo
2 (gezamelijke titels) (systema de) titulos


tituleren WW

1 Zie: titelen


tja TW

1 h'm
--, het is mogelijk = h'm, isto es possibile


tjalk ZN

1 tjalk (N)


tjaptjoi ZN

1 chop suey (E)


tjilpen WW

1 pipar (suavemente)


tjilper ZN

1 pipator


tjirpen WW

1 cantar, stridular


tjitjak ZN

1 gecko


tjoeke tjoeke TW

1 chuc chuc {sj}


tjokvol BN

1 (multo) plen, replete


t.k.a.

1 (Afk.: te koop aangeboden) a vender


T-kruising ZN

1 cruciata/cruciamento (in forma de) T


TL-buis ZN

1 tubo/lampa luminescente/fluorescente


TL-verlichting ZN

1 exclaramento/illumination luminescente/fluorescente


TM

1 (Afk.: Transcedente Meditatie) meditation transcendental


tmesis ZN

1 tmese, tmesis


TNT

1 (Afk.: trinitrotoluol) T.N.T., trinitrotoluene, trinitrotoluol


t.n.v.

1 (Afk.: ten name van) a nomine de


toast ZN

1 (heildronk) toast (E)
een -- op iemand uitbrengen = biber al sanitate de un persona
2 (geroosterd brood) toast (E), pan tostate
--jes smeren = butyrar toasts


toasten WW

1
-- op = toastar {oo}, biber al sanitate (de)


toaster ZN

1 bibitor de un toast (E)


tobbe ZN

1 cupa


tobben WW

1 (piekeren) torturar se le mente, ruminar (un cosa), remasticar (un cosa)
de hele nacht lag hij te -- = tote le nocte ille torturava se le mente
2 (zwoegen) travaliar/laborar multo, effortiar se multo
3 (sukkelen) haber problemas/difficultates
-- met een zieke vrouw = haber problemas a causa del mal sanitate de su spo(n)sa


tobber ZN

1 (piekeraar) pessimista
2 (stakker) povre diabolo


tobberig BN

1 pessimista


tobogan ZN

1 toboggan (E)


toccata ZN

1 toccata (I)


toch BW

1 (desondanks) tamen, nonobstante, totevia
blijf -- bij me = per favor, resta/remane con me


tocht ZN

1 (reis) viage, cursa, circuito, tour (F), (uitstapje) excursion
-- naar de noordpool = expedition al polo nord
een -- ondernemen = interprender un viage
een --je maken = excursionar
2 (luchtstroom) currente de aere
op de -- zitten = trovar se/esser in un currente de aere
een plan op de -- zetten = poner/mitter le realisation de un un projecto in periculo
3 (sloot) fossato (de drainage {e})


tochtband ZN

1 banda contra le currentes de aere


tochtdeur ZN

1 contraporta


tochten WW

1 (tocht doorlaten) facer/provocar un currente de aere
het raam tocht = un currente de aere veni del fenestra
2 (trekken)
het tocht hier = il ha un currente de aere hic


tochtgat ZN

1 (gat waardoor het tocht) apertura/foramine per le qual passa un currente de aere, apertura/foramine de aeration/ventilation, (trekgat) ventosa
2 (plaats waar het tocht) loco exponite al currentes de aere


tochtgenoot ZN

1 companion de viage


tochtgordijn ZN

1 cortina contre le currentes de aere


tochtig BN

1 (waarin het sterk tocht) multo exponite al currentes de aere, con currentes de aere, ventose
--e keet = barraca plen de currentes de aere
het is hier -- = il ha currentes de aere hic
2 (bronstig) in calor
--e koe = vacca in calor


tochtigheid ZN

1 (mbt luchtstroom) currentes de aere
2 (bronstigheid) calor


tochtje ZN

1 excursion


tochtkanaal ZN

1 conducto de aeration, apertura/foramine de ventilation


tochtlat ZN

1 latte contra le currentes de aere


tochtportaal ZN

1 (aan ingang van kerk, etc.) cancello


tochtraam ZN

1 vitro duple


tochtruit ZN

1 parabrisa(s)


tochtscherm ZN

1 paravento


tochtschut ZN

1 Zie: tochtscherm


tochtsloot ZN

1 fossato de drainage {e}


tochtstrip ZN

1 banda contra le currentes de aere


tochtvrij BN

1 a proba/prova de currentes de aere, protegite contra le currentes de aere


tocoferol ZN

1 (vitamine E) tocoferol


tocofobie ZN

1 tocophobia


tocologie ZN

1 tocologia


toe BW

1 (in de richting naar) verso, a
ik ga naar Bilthoven -- = io va a Bilthoven
hij komt naar mij -- = ille veni hic, ille veni pro incontrar me
waar gaat dit pad naar --? = ubi mena iste sentiero?
naar zich -- rekenen = contar a su avantage
2 (gericht naar) verso
met de rug naar de zon -- = (con) le dorso tornate al sol
3 (mbt een bijvoeging) in plus
en nog een grote bek -- = e un grande buccacia in plus
hopjesvla -- = crema al caramello como dessert (F)
4 (dicht) claudite, clause
de deur is -- = le porta es claudite/clause
met de ogen -- = con le oculos clause
5
af en -- = de tempore a tempore, alicun vices, a vices
waar dient dit --? = a que servi isto?
er het zwijgen -- doen = esser silente, preferer tacer, abstiner se de responder
het doet er niet(s) -- = isto es sin importantia, non importa
tot de brug -- = usque al ponte
tot daar -- = usque a illac/la
tot nu -- = usque a ora/nunc
ik wil weten waar ik aan -- ben = io vole saper como sta le cosas


toe! TW

1 (alstublieft) per favor!


Toeareg ZN

1 Tuareg


toebedelen WW

1 (na splitsing schenken) repartir, apportionar, assignar
2 (toewijzen) allocar, tribuer, attribuer, assignar, impartir, ascriber


toebedeling ZN

1 repartition, apportionamento, assignation, allocation


toebedenken WW

1 Zie: toedenken


toebehoren ZN MV

1 accessorios
een fototoestel met -- = un apparato photographic con accessorios
een huis met -- = un casa completemente equipate


toebehoren WW

1 pertiner (a), appertiner (a), esser (de)


toebereiden WW

1 preparar, apprestar
iemand die iets toebereidt = preparator
eten -- = cocinar


toebereider ZN

1 preparator


toebereiding ZN

1 preparation, appresto


toebereidselen ZN MV

1 preparativos, apprestos
-- voor een reis = apprestos de un viage
-- voor een oorlog = preparativos de guerra
-- maken = facer preparativos


toebetalen WW

1 pagar in plus/un supplemento


toebijten WW

1 (overgaan tot bijten) morder
de hond bijt toe = le can morde
2 (snauwend toespreken) dicer con mordacitate


toeblaffen WW

1 (tegen iemand blaffen) latrar (contra)
2 (toesnauwen) dicer con mordacitate


toebrengen WW

1 dar, causar, infliger
iemand letsel/een wond -- = vulnerar un persona
iemand nadeel/schade -- = disavantagiar/prejudicar un persona, nocer a un persona, causar/facer damno a un persona
iemand een slag -- = dar un colpo a un persona
de doodsteek -- = dar/infliger le colpo mortal
iemand een messteek -- = dar un cultellata a un persona
de vijand zware verliezen -- = causar/infliger perditas importante/sever al inimico
de vijand een nederlaag -- = infliger un disfacta al inimico


toebrullen WW

1 critar (un cosa a un persona)


toeclip ZN

1 toeclip (E)


toedekken WW

1 coperir
ze dekte hem toe = illa le coperiva con un copertura


toedelen WW

1 (toewijzen) tribuer, attribuer, assignar, impartir
2 (verlenen) accordar, dar


toedenken WW

1 (de bedoeling hebben te geven) haber le intention de dar, destinar
de hem toegedachte erenaam = le titulo honorific que on le destinava
2 (toewensen) desirar, desiderar
3 (iemand tot iets in staat achten) creder (capabile), attribuer
ik had jou meer begrip toegedacht = io pensava que tu habeva plus de comprehension


toedeur ZN

1 porta claudite/clause


toedichten WW

1 attribuer, imputar
iemand kwade bedoelingen -- = attribuer mal intentiones a un persona


toedienen WW

1 (ter consumptie/ten gebruik geven) administrar, dar
geneesmiddelen -- = administrar medicamentos
een lavement -- = dar/administrar un lavamento
de sacramenten -- = administrar le sacramentos
de tonsuur -- = tonsurar
de toegediende bemesting = le fertilisantes applicate
2 (bezorgen) administrar, dar
iemand de doop -- = administrar le baptismo a un persona
iemand een pak slaag -- = dar un bastonada a un persona
iemand een kastijding -- = dar un castigation a un persona


toediening ZN

1 administration, (van straf OOK) infliction
-- van medicijnen = administration de medicamentos
-- van de sacramenten = administration del sacramentos


toedoen WW

1 (erbij doen) adder, adjunger
door uw -- = gratias a vos/a vostre intervention/a vostre mediation
2 (dichtdoen) clauder
de deur -- = clauder le porta
3 (van belang zijn) importar
wat doet het er toe? = que importa?
dat doet er niets toe = non importa, isto non ha importantia


toedoen ZN

1 intervention, (ongunstig) culpa, (gunstig) initiativa
buiten -- van = sin le intervention de


toedraaien WW

1 (in iemands richting draaien) tornar (verso un persona)
iemand de rug -- = tornar le dorso a un persona
2 (dichtdraaien) clauder


toedracht ZN

1 circumstantias, factos
de gehele -- van de zaak = tote le factos del caso, le relation detaliate del factos
de ware -- vertellen = revelar le veritate/realitate del factos, revelar lo que ha passate realmente


toedragen WW

1 (koesteren jegens) portar, sentir
iemand haat -- = sentir odio pro un persona, odiar un persona
iemand vriendschap -- = sentir amicitate pro un persona
iemand eerbied -- = estimar un persona
2 (gebeuren) evenir, occurrer, haber loco, advenir


toedrinken WW

1 toastar (a un persona)
iemand gezondheid -- = biber al sanitate de un persona
iemand een welkom -- = dar le benvenita a un persona con un toast (E)


toedrukken WW

1 clauder
iemand de ogen -- = clauder le oculos a un persona


toeëigenen WW

1 usurpar, appropriar
zich iets -- = appropriar se/attribuer se un cosa, usurpar un cosa
iemand die zich iets wederrechtelijk toeeigent = usurpator


toeëigening ZN

1 appropriation
wederrechtelijke -- = appropriation abusive, usurpation


toeëigeningsrecht ZN

1 derecto de appropriation/occupantia/occupation


toef ZN

1 tuffo


toefje ZN

1 flocco
-- haar = flocco de capillos


toefluisteren WW

1 susurrar, murmur(e)ar


toegaan WW

1 (gebeuren) evenir, occurrer, haber loco, advenir
het gaat er vreemd aan toe = il eveni cosas bizarre illac
2 (gesloten worden) esser claudite, clauder se
de deur ging toe = le porta se claudeva


toegang ZN

1 accesso, entrata, ingresso, adito
bewijs van -- = carta/ticket (E)/billet de entrata/ingresso
gratis -- = entrata gratuite
toezicht houden bij de -- = guardar le entrata
verboden -- = accesso/entrata/ingresso/passage interdicite/prohibite
de -- tot het terrein is verboden = le accesso/entrata/ingresso del terreno es interdicite/prohibite
-- geven tot = dar accesso/ingresso/entrata a
-- hebben tot bepaalde documenten = haber accesso a certe documentos
iemand -- verlenen = facer entrar un persona
iemand de -- beletten = impedir le entrata a un persona
vrije -- krijgen tot = obtener accesso/entrata/ingresso libere a
de -- ontzeggen aan = interdicer le entrata/accesso/ingresso a
zich -- verschaffen = introducer se
iemand -- verschaffen = permitter de entrar a un persona


toegangsbewijs ZN

1 ticket (E)/billet/carta de entrata/ingresso


toegangsbiljet ZN

1 Zie: toegangsbewijs


toegangsbrug ZN

1 ponte de accesso


toegangsdeur ZN

1 porta de entrata/ingresso/accesso


toegangshek ZN

1 grillia/cancello de entrata/de ingresso


toegangskaart ZN

1 Zie: toegangsbewijs


toegangskoker ZN

1 puteo de accesso


toegangspad ZN

1 sentiero de accesso/entrata/ingresso


toegangspoort ZN

1 Zie: toegangsdeur


toegangsprijs ZN

1 precio de entrata/de ingresso
de -- terugbetalen = restituer le precio de entrata


toegangsput ZN

1 puteo de accesso


toegangsrecht ZN

1 accesso


toegangstijd ZN

1 (COMP) tempore de accesso


toegangstrap ZN

1 scala de accesso/de entrata/ingresso


toegangstunnel ZN

1 tunnel (E) de accesso


toegangsweg ZN

1 cammino/via de accesso/de entrata/ingresso, accesso, entrata, ingresso
de -- over zee naar Rotterdam = le via maritime verso Rotterdam


toegankelijk BN

1 (bereikbaar) accessibile, approchabile {sj}, (aanspreekbaar) accostabile, pervie
gemakkelijk -- = facile de accesso
moeilijk -- = difficile de accesso
een winkel beter -- maken = render plus accessibile un magazin
het terrein van de atoomcentrale is moeilijk -- = le accesso al terreno del central atomic es difficile
de literatuur over dit onderwerp is moeilijk -- = le litteratura super iste subjecto non es facilemente accessibile, il es difficile de acceder al litteratura super iste subjecto
moeilijk -- boek = libro de approche {sj} difficile
het huis is niet -- vanuit de tuin = il non ha un entrata al casa ab le jardin
alleen -- voor leden = solo accessibile pro membros/socios
deze club is alleen -- voor leden = isto es un club (E) private
Interlingua is een voor allen --e taal = Interlingua es un lingua accessibile a totes
niet -- voor kinderen = non admission pro infantes
-- voor het publiek = accessibile/aperte al publico
niet -- voor het publiek = inaccessibile/non accessibile al publico
--e kust = costa abbordabile
2 (ontvankelijk voor) accessibile, aperte, receptive
de directeur is -- voor nieuwe ideeën = le director es accessibile/aperte a nove ideas


toegankelijkheid ZN

1 (bereikbaarheid) accesso, accessibilitate, approchabilitate {sj}
2 (ontvankelijkheid voor) accessibilitate, receptivitate


toegedaan BN

1 (gunstig gezind) devote (a), dedicate (a)
ze is haar zusje erg -- = illa es multo devote a su parve soror
2 (het genoemde aanhangend) devote (a), dedicate (a), partisano de
bepaalde overtuigingen -- zijn = adherer a/haber certe convictiones
ik ben deze mening -- = io ha/tene iste opinion
ik ben de mening -- dat = io es del opinion que
dezelfde mening -- zijn = esser del mesme opinion


toegeeflijk BN

1 indulgente, tolerante, conciliante, complacente, accommodante, longanime, clemente
--e moeder = matre indulgente
-- zijn = esser indulgente, indulger
al te -- = permissive


toegeeflijkheid ZN

1 indulgentia, tolerantia, complacentia, clementia, longanimitate, (al te grote toegeeflijkheid) permissivitate


toegelaten BN

1 (niet verboden door de wet, etc.) licite


toegenegen BN

1 affectionate, amante
Uw -- dochter = vostre filia affectionate
iemand -- zijn = haber/sentir affection pro un persona


toegenegenheid ZN

1 affection


toegepast BN

1 applicate
--e wetenschap = scientia applicate
--e scheikunde/chemie = chimia applicate
--e wiskunde = mathematica applicate
--e kunst = arte applicate
--e taalkunde/taalwetenschap/linguïstiek = linguistica applicate
--e logica = logica applicate


toegeschreven BN

1 debite


toegespen WW

1 clauder con bucla, buclar


toegespitst BN

1 punctute, (PLANTK, DIERK) acuminate
-- conflict = conflicto acute


toegestaan BN

1 (niet verboden door de wet, etc.) licite, permissibile


toegeven WW

1 (tegemoetkomend zijn) ceder (a), esser indulgente (pro), indulger
kinderen moet je niet te veel -- = on non debe troppo ceder al infantes, on non debe esser troppo indulgente pro le infantes
2 (geen weerstand bieden aan) ceder, plicar se
aan de grillen -- = ceder/plicar se al capricios
aan een opwelling -- = ceder a un impulsion
van geen -- willen weten = esser inflexibile
3 (als juist erkennen) admitter, recognoscer, conceder
ik geef toe dat het een moeilijk probleem is = io admitte que le problema es difficile
zijn minderheid -- = admitter su minoritate
zijn nederlaag -- = admitter/conceder su disfacta
toegegeven! = de accordo!
4 (extra geven) dar in plus, adder, adjunger
op de koop -- = includer in le vendita
5 (onderdoen voor) esser inferior (a)


toegevend BN

1 concessive
--e bijzin = proposition concessive
--e voegwoorden = conjunctiones concessive


toegevend BN

1 Zie: toegeeflijk


toegevendheid ZN

1 Zie: toegeeflijkheid


toegeving ZN

1 concession
tot grotere -- overhalen = persuader a plus grande concession


toegevoegd BN

1 juncte, adjuncte, adjunctive, additional, additive, attachate {sj} (a)
--e waarde = valor adjuncte
belasting op de --e waarde, BTW = taxa super le valor adjuncte, TVA
(VOETBAL) --e tijd = tempore additional


toegewijd BN

1 devote (a), dedicate (a), (ijverig) assidue, diligente
-- medewerker = collaborator devote/dedicate


toegift ZN

1 extra, supplemento
2 (na concert) numero extra (del programma)


toegillen WW

1 critar (un cosa a un persona)


toeglimmen WW

1 brillar (ante le oculos de)


toegooien WW

1 (in iemands richting gooien) jectar/lancear a/verso/in le direction de
2 (dichtgooien) clauder bruscamente, (van sloot) plenar
de deur -- = clauder le porta bruscamente


toegrauwen WW

1 Zie: toebijten-2


toegrendelen WW

1 clauder con pessulo


toegrijnzen WW

1 facer grimasses (a un persona), monstrar un facie grimassante a


toegrijpen WW

1 extender le mano (pro), sasir, (FIG) acceptar con placer, profitar del occasion


toegroeien WW

1 (dichtgroeien) coperir se de vegetation
2 (mbt wonden) clauder se


toehalen WW

1 stringer
de overwinning naar zich -- = sasir le victoria


toehappen WW

1 (happend toebijten) morder
2 (FIG) acceptar con placer, profitar del occasion


toehebben WW

1 reciper un supplemento


toehek ZN

1 grillia claudite/clause


toehoorder ZN

1 (luisteraar) auditor
--s = auditores, publico, auditorio
2 (iemand die enkele lessen volgt) auditor libere, studente hospite
een cursus als -- bijwonen = assister a un curso como auditor libere


toehoren WW

1 (toeluisteren) ascoltar (attentivemente) (un cosa), assister a
2 (toebehoren) pertiner, appertiner


toehouden WW

1 tener claudite/clause


toejuichen WW

1 (juichend toeroepen) applauder, acclamar, ovar, ovationar
een spreker -- = acclamar un orator
2 (goedkeuren) applauder
een maatregel -- = applauder un mesura


toejuichend BN

1 acclamatori


toejuicher ZN

1 acclamator, applauditor


toejuiching ZN

1 applauso(s), acclamation, ovation


toekan ZN

1 tucano


toekennen WW

1 (toeschrijven) tribuer, attribuer, accordar, conferer
betekenis -- aan = accordar importantia a
waarde aan iets -- = conferer valor a un cosa
2 (toewijzen) allocar, tribuer, attribuer, accordar, impartir, assignar, adjudicar, conceder, conferer
een prijs -- = attribuer/adjudicar/conferer un premio
een gouden medaille -- aan = attribuer/conferer/conceder un medalia de auro a
iemand de erepalm -- = conferer le palma de honor a un persona
een zeker karakter -- aan = assignar un certe character a
gunsten -- = accordar/conceder favores
een recht -- aan = conferer un derecto a
groot gezag -- aan = assignar grande autoritate a


toekenning ZN

1 (toeschrijving) attribution
2 (toewijzing) attribution, (toebedeling) assignation, (gunning) adjudication, (uitkering) allocation
-- van een prijs = attribution de un premio


toekeren WW

1 tornar verso/a
iemand de rug -- = tornar le dorso a un persona


toekijken WW

1 (naar iets kijken) esser spectator (de un cosa), spectar, reguardar, mirar, observar
werkeloos -- = non mover un digito


toekijker ZN

1 spectator


toeklemmen WW

1 serrar, comprimer


toeknijpen WW

1 clauder, serrar, comprimer
de handen -- = serrar le pugnos
de ogen -- = clauder le oculos
iemand de keel -- = strangular un persona


toeknikken WW

1 facer un signo de testa/capite (a un persona), (begroeten) salutar
iemand bemoedigend -- = facer un signo de testa incoragiante a un persona


toeknopen WW

1 buttonar


toekomen WW

1 (toebehoren) pertiner, appertiner
dat geld komt haar toe = iste moneta la pertine
rechtens -- aan = competer a
2 (iemand/iets bereiken) approchar {sj}, arrivar
niet aan rust -- = non arrivar a trovar un momento de reposo
3 (rondkomen) haber bastante moneta pro viver
hij komt met zijn salaris rond = su salario suffice pro viver
ik kom met mijn salaris niet toe = mi salario non es sufficiente
4 (doen toekomen, toezenden) inviar, remitter, transmitter
iemand een boodschap doen -- = inviar/transmitter un message a un persona
5
niet aan ontspanning -- = non haber le tempore pro relaxar se


toekomend BN

1 proxime, que veni
de --e week = le septimana proxime/que veni
2 (TAAL) futur
--e tijd = tempore futur, futuro


toekomst ZN

1 futuro
verre -- = futuro lontan/remote/distante
nabije -- = futuro proxime/immediate
zonnige -- = futuro radiante
een onzekere -- tegemoet gaan = haber ante se un futuro incerte/insecur
de -- voorspellen = predicer le futuro, (door waarzegster) dicer le bon aventura, prophetisar le futuro
kennis van de -- = prescientia
kennis van de -- hebbend = presciente
met het oog op de -- = providente
niet aan de -- denken = mancar de previdentia
dat bedrijf heeft geen -- = iste interprisa non ha futuro
er zit -- in dat beroep = iste profession ha futuro
jullie zetten jullie -- op het spel = vos mitte vostre futuro in joco
wie de jeugd heeft, heeft de -- = le futuro es del juvenes


toekomstbeeld ZN

1 idea/imagine/vision del futuro
een somber -- schilderen = pinger un pictura triste del futuro


toekomstbelofte ZN

1 promissa pro le futuro


toekomstblik ZN

1 Zie: toekomstbeeld


toekomstdroom ZN

1 sonio del futuro, sonio utopic, castello in le aere, utopia


toekomstgericht BN

1 orientate al futuro


toekomstig BN

1 futur
voor -- gebruik = pro uso futur
-- eigenaar = proprietario futur
--e echtgenoot = spo(n)so futur, futuro
--e echtgenote = spo(n)sa futur, futura


toekomstkunde ZN

1 futurologia


toekomstmogelijkheden ZN MV

1 possibilitates futur, perspectivas de futuro


toekomstmuziek ZN

1 musica del futuro, belle projectos
dat is nog -- = isto es ancora in le futuro, isto non es plus que un projecto


toekomstonderzoek ZN

1 recerca/studio futurologic


toekomstperspectief ZN

1 perspectivas de futuro
er zit geen -- in die baan = il non ha futuro in iste empleo


toekomstplannen ZN

1 planos/projectos de futuro/pro le futuro


toekomstroman ZN

1 roman(ce) de science fiction (E)


toekomststaat ZN

1 stato utopic, utopia


toekomstvertrouwen ZN

1 confidentia in le futuro


toekomstverwachting ZN

1 expectation pro le futuro


toekomstvisioen ZN

1 vision del futuro


toekomstvoorspelling ZN

1 divination del futuro


toekomstwetenschap ZN

1 Zie: toekomstkunde


toekrijgen WW

1 reciper in plus
2 succeder a clauder, succeder a buttonar


toekruid ZN

1 condimento


toekunnen WW

1 Zie: toekomen-3


toekurken WW

1 corcar, clauder con corco


toelaatbaar BN

1 (toegelaten kunnende worden) permissibile, admissibile, acceptabile
--e belasting = carga permissibile/admissibile
--e fout = error admissibile
2 (geoorloofd, toegestaan) permittite, permissibile, (duldbaar) admissibile, tolerabile
overtredingen zijn niet -- = le infractiones/infringimentos es inadmissibile/non es permittite


toelaatbaarheid ZN

1 (toegelaten kunnende worden) permissibilitate, acceptabilitate
2 (geoorloofd, toegestaan) permissibilitate, (duldbaarheid) admissibilitate, tolerabilitate


toelaatklep ZN

1 valvula de entrat/de admission/de adduction


toelachen WW

1 surrider a, offerer un surriso a
de gastvrouw lacht haar gasten vriendelijk toe = le hostessa surride amabilemente a su invitatos
het geluk lacht ons toe = le fortuna nos surride
dit vooruitzicht lacht me toe = iste perspectiva me surride


toelage ZN

1 allocation, stipendio, bonus (L), dotation, (subsidie) subsidio, subvention, (gratificatie) gratification, (pensioen) pension, (studiebeurs) bursa
een -- verlenen = accordar/conceder un subsidio/subvention/bursa, subsidiar, subventionar
maandelijks een vaste -- ontvangen = reciper un bonus mensual
iemands -- stopzetten = stoppar le allocation de un persona


toelakken WW

1 sigillar con cera


toelangen WW

1 passar, dar


toelaten WW

1 (tolereren) permitter, tolerar, admitter, lassar, (goedkeuren) autorisar
de reglementen laten geen persoonlijk eigendom toe = le regulamentos/regulas non permitte/autorisa proprietates personal
de scheidsrechter liet veel te veel toe = le arbitro esseva troppo tolerante
als het weer het toelaat = si le tempore lo permitte
als de omstandigheden het toelaten = si le conditiones es favorabile
2 (binnenlaten) admitter, reciper, lassar entrar
iemand in huis -- = lassar entrar un persona in le casa
iemand bij een zieke -- = admitter un persona a un malado/patiente
niemand werd bij haar toegelaten = nemo/necuno non esseva admittite a illa
3 (accepteren) acceptar, admitter
een leerling op een school -- = admitter un alumno in un schola
zes kandidaten werden toegelaten = on ha admittite/acceptate sex candidatos
4 (dichtlaten) lassar claudite/clause


toelating ZN

1 (het tolereren) permission, (goedkeuring) autorisation
2 (het binnenlaten) admission, entrata, ingresso
3 (het accepteren) admission


toelatingsbeleid ZN

1 politica de admission, (mbt buitenlanders) politica de immigration


toelatingseis ZN

1 condition de admission/entrata


toelatingsexamen ZN

1 examine de admission/de entrata/de ingresso


toelatingsvoorwaarde ZN

1 condition de admission/entrata


toeleg ZN

1 designo, projecto, intention, (afkeurenswaardig) machination, complot


toeleggen WW

1 (er bovenop leggen) adjunger, adder
geld op iets -- = perder moneta in un cosa
hij moest er een tientje op -- = ille debeva adder dece florinos al precio
2 (moeite doen) effortiar se, facer effortios
3 (dichtleggen) clauder, coperir
een graf -- = clauder/coperir un tumba
4
(zich bezighouden met) zich -- = dedicar se (a), consecrar se (a), concentrar se (a), applicar se (a)
zich op de wiskundestudie -- = applicar se al studio del mathematica
zich op de landbouw -- = dedicar se al agricultura
zich -- op de wiskunde = consecrar se al studio del mathematica
zich speciaal -- op Interlingua = facer un studio special de Interlingua


toeleven WW

1 pensar solo a, expectar con impatientia, viver solo pro
naar het feest -- = pensar solo al festa


toeleveren WW

1 fornir (a), livrar (a)


toelevering ZN

1 fornimento, fornitura, livration


toeleveringsbedrijf ZN

1 interprisa/compania de fornitura, industria ancillar


toelichten WW

1 explanar, explicar, elucidar, clarar, commentar, clarificar, (met voorbeelden) illustrar
zijn standpunt -- = explanar/explicar su puncto de vista
een theorie met voorbeelden -- = illustrar un theoria con exemplos
de bedoeling van de wetgever -- = elucidar/commentar le intention del legislator
iets nader -- = exprimer se plus clarmente super un cosa
kunt u dat even --? = pote vos explanar isto un pauco/un poco?


toelichtend BN

1 explicative, elucidative


toelichter ZN

1 explicator, elucidator, commentator


toelichting ZN

1 commentario, explanation, explication, elucidation, clarification, illustration, (geschrift) texto explicative
memorie van -- = memoria explicative, exposition del motivos


toelijken WW

1 semblar, parer
dat lijkt mij uitstekend toe = isto me sembla/pare excellente


toelijmen WW

1 collar


toelonken WW

1 ocular


toeloop ZN

1 affluentia, concurso, fluxo
onophoudelijke -- = affluentia incessante
er ontstond een enorme -- van cursisten = il habeva un affluentia/fluxo enorme de cursistas
een enorme -- hebben = esser in voga, facer furor
de -- is geweldig = le affluentia de publico es extraordinari
met zulk een -- van volk = con un tal concurso de gente


toelopen WW

1 (ergens heenlopen) ir verso, ir al incontro de, marchar {sj} verso
de moeder liep op het kind toe = le matre vadeva verso le infante
2 (samenlopen) affluer (verso), (snel) accurrer
de voorbijgangers kwamen snel -- = le passantes accurreva
3 (uitlopen) finir (in), terminar (se) (in)
spits -- = terminar (se)/finir in (un) puncta


toeluisteren WW

1 ascoltar, prestar le aure a
aandachtig -- = ascoltar attentivemente
scherp -- = tender le aures


toeluistering ZN

1 audition


toemaatje ZN

1 (extraatje) extra, supplemento
2 (dessert) dessert (F)


toemaken WW

1 (sluiten) clauder, (knoop) buttonar, (gesp) buclar, (kurk) corcar, (lak) sigillar
2 (bereiden) preparar, apprestar


toemaking ZN

1 clausura
2 preparation, appresto


toemeten WW

1 mesurar, mensurar, (toebedelen) assignar, impartir, conceder
iemand koren -- = mesurar cereales pro un persona
ieder zijn taak -- = assignar a cata uno su carga, distribuer le cargas
zichzelf een salaris -- = adjudicar se un salario
de ons toegemeten tijd = le tempore que es impartite a nos, le tempore que on nos ha concedite, le tempore a nostre disposition


toemetselen WW

1 murar, condemnar
een deur -- = murar/condemnar un porta


toemoeten WW

1 deber clauder se


toemogen WW

1 poter clauder se


toemuren WW

1 murar


toen BW

1 (op dat ogenblik) tunc, alora, (a/in) ille momento
van -- af = desde ille momento
2 (daarna) alora, postea, pois, depost, post, plus tarde


toen VW

1 quando
ik was een knaap van zestien jaar, -- de oorlog uitbrak = io esseva un adolescente de dece-sex annos, quando le guerra ha erumpite


toenaam ZN

1 supernomine, epitheto


toenadering ZN

1 approximation, approche {sj}, (verzoening) conciliation
poging tot -- = tentativa de approximation/de conciliation
-- zoeken tot iemand = essayar de approchar {sj} un persona


toenaderingspoging ZN

1 tentativa/essayo de approximation/approche {sj}/contacto


toenaderingspolitiek ZN

1 politica de approximation/approche {sj}/contacto


toenagelen WW

1 clavar


toename ZN

1 augmentation, augmento, crescentia, (ac)crescimento, crescita, incremento
-- van het verbruik = augmento/augmentation/incremento del consumo/consumption
-- van de bevolking = crescentia del population
-- van het zoutgehalte = crescentia del salinitate
-- in gewicht = augmento de peso
flinke -- = augmento considerabile


toendra ZN

1 tundra (R), steppa arctic
Siberische -- = tundra siberic


toendrafauna ZN

1 fauna de tundra (R)


toendraflora ZN

1 flora de tundra (R)


toendragebied ZN

1 zona del tundras (R)


toendraklimaat ZN

1 climate de tundra (R)


toendralandschap ZN

1 paisage de tundra (R)


toendraplant ZN

1 planta de tundra (R)


toeneigen WW

1 inclinar verso


toeneiging ZN

1 inclination (verso)


toenemen WW

1 augmentar, crescer, accrescer, montar, amplificar, (erger worden) aggravar se, (heviger worden) intensificar se, (in omvang) expander
de bevolking neemt ieder jaar toe = le population augmenta cata anno
de belangstelling voor literatuur neemt toe = le interesse pro le litteratura cresce/augmenta
de koorts neemt toe = le febre monta/augmenta
zijn roem neemt toe = su gloria monta
-- in kracht = augmentar/crescer in fortia
-- in gewicht = augmentar/crescer in peso
hand over hand -- = augmentar continuemente
snel -- = proliferar
het snel -- = proliferation


toenemend BN

1 crescente
trapsgewijze -- = progressive
-- geheugenverlies = amnesia progressive
-- aantal = numero crescente
--e doofheid = surditate crescente
-- verzet tegen loonmatiging = opposition crescente al/contra le moderation salarial
--e goddeloosheid = atheismo crescente
in --e mate = in mesura crescente, cata vice plus


toeneming ZN

1 Zie: toename


toenmaals BW

1 alora, tunc, (a/in) ille tempore/epocha


toenmalig BN

1 de ille tempore, del epocha, de alora
de --e regering = le governamento de ille tempore/del epocha


toentertijd BW

1 Zie: toenmaals


toepasbaar BN

1 applicabile, capace de application, practicabile, (bruikbaar) usabile, utilisabile
niet -- = inapplicabile


toepasbaarheid ZN

1 applicabilitate, practicabilitate
-- van een principe = applicabilitate de un principio


toepasselijk BN

1 (passend, geschikt) appropriate
een erg -- cadeautje = un presente multo appropriate
-- spreekwoord = proverbio appropriate
2 (van toepassing) applicabile, applicative
niet -- = inapplicabile
dit wetsartikel is hier -- = iste articulo de lege es applicabile/se applica in iste caso


toepasselijkheid ZN

1 (toepasbaarheid) applicabilitate
2 (gegrondheid) pertinentia


toepassen WW

1 (gebruiken) applicar, usar, emplear, utilisar
algemeen -- = generalisar
disciplinaire straffen -- = applicar penas disciplinari
2 (in praktijk brengen) applicar, practicar, mitter in practica
een theorie -- = applicar un theoria, mitter un theoria in practica
een wetenschap -- = applicar un scientia
een wet -- = applicar un lege
sancties -- = applicar sanctiones


toepassing ZN

1 (het gebruiken, wijze van gebruiken) application, uso, empleo, utilisation
vreedzame -- van kernenergie = utilisation pacific de energia nuclear
een ruime -- vinden = esser applicate/usate/utilisate amplemente
van -- zijn = applicar se (a), esser applicabile, esser de application
van -- verklaren = declarar applicabile
algemene -- = generalisation
niet van -- = non applicabile, inapplicabile
doorhalen wat niet van -- is = rader le mention(es) inutile
2 (het in praktijk brengen) application, practica
in -- brengen = mitter in practica
-- van wetsartikelen = application de articulos de lege


toepassingsgebied ZN

1 campo/area de application


toepassingsmethode ZN

1 methodo de application


toepassingsmogelijkheid ZN

1 uso, applicabilitate, possibilitate de application
een materiaal met veel --en = un material con multe usos/applicationes
nieuwe --en voor bestaande produkten = nove usos pro productos existente


toepekken WW

1 piciar


toepennen WW

1 incaviliar


toepersen WW

1 pressar, comprimer


toeplakken WW

1 collar


toer ZN

1 (reis) tour (F), viage, excursion, circuito
2 (draai) torno, giro, gyro, rotation, revolution
-- van een motor = torno/revolution de un motor
op --en komen = attinger un numero de revolutiones/rotationes
op volle --en draaien = functionar a plen gyros/marcha {sj}, (FIG) esser in plen activitate
een drieëndertig --en plaat = un disco de trenta-tres revolutiones
3 (rij steken) rango
4 (daad die behendigheid vereist) monstra de habilitate
acrobatische --en = exercitios acrobatic, acrobatias
5 (lastig werk) cosa/labor/travalio difficile
6 (winding) torno
7 (beurt) vice, torno


toerauto ZN

1 Zie: toerwagen


toerbeurt ZN

1 torno, vice
bij -- = a/per torno, per rotation, alternativemente
voorzitterschap bij -- = presidentia alternative


toercaravan ZN

1 caravana rolante


toerechten WW

1 preparar


toereiken WW

1 (voldoende zijn) sufficer, bastar, esser sufficiente/bastante
zijn krachten reikten niet toe = su fortias non esseva sufficiente/bastante
2 (aangeven) donner, passar
de hand -- = (ex)tender le mano
3 (verschaffen) fornir, procurar


toereikend BN

1 sufficiente, bastante, satisfaciente, satisfactori, (voldoende, net goed genoeg) adequate
-- zijn = satisfacer, sufficer, bastar, esser satisfaciente/sufficiente/bastante
de middelen zijn niet -- = le medios es insufficiente, le medios lassa a desirar/desiderar
--e hoeveelheid = sufficientia
2 (REL) satisfactori
-- offer = sacrificio satisfactori


toereikendheid ZN

1 sufficientia


toerekenbaar BN

1 (mbt persoon) responsabile
niet -- = irresponsabile
is hij wel helemaal --? = es ille totalmente responsabile?
2 (JUR) (mbt zaak) imputabile


toerekenbaarheid ZN

1 (mbt persoon) responsabilitate
2 (JUR) (mbt zaak) imputabilitate


toerekenen WW

1 (aanrekenen) imputar (un cosa a un persona)
iets als een fout -- = contar un cosa como un falta/error
2 (toeschrijven) ascriber/attribuer (un cosa a un persona), imputar
iemand alle eer -- = dar tote le honor a un persona


toerekening ZN

1 imputation, attribution, ascription


toerekeningsvatbaar BN

1 responsabile
iemand -- verklaren = declarar un persona responsabile
iemand verminderd -- verklaren = declarar que un persona es in un stato de responsabilitate diminuite/attenuate
de verdachte was volkomen -- = le suspecto esseva plenmente responsabile


toerekeningsvatbaarheid ZN

1 responsabilitate
verminderde -- = responsabilitate diminuite/attenuate


toeren ZN

1 facer un tour (F)/excursion/viage


toerenmeter ZN

1 Zie: toerenteller


toerenregelaar ZN

1 variator de velocitate


toerental ZN

1 numero de revolutiones/rotationes/tornos


toerenteller ZN

1 contator de revolutiones/de rotationes/de tornos, contarotationes, contatornos, contagiros, tachymetro


toerfiets ZN

1 bicycletta de cyclotourista {oe}


toerfietsen ZN

1 cyclotourismo {oe}


toerfietser ZN

1 cyclotourista {oe}


toerijgen WW

1 (met een veter) laciar


toerisme ZN

1 tourismo {oe}
centrum van -- = centro touristic {oe}


toerismebureau ZN

1 agentia de tourismo {oe}


toerist ZN

1 tourista {oe}


toeristenbelasting ZN

1 taxa touristic {oe}/pro touristas {oe}


toeristenbezoek ZN

1 visita touristic {oe}


toeristenbond ZN

1 association de tourismo {oe}, union/liga touristic {oe}


toeristencentrum ZN

1 centro touristic {oe}


toeristenhotel ZN

1 hotel (F) touristic {oe}/pro touristas {oe}


toeristenindustrie ZN

1 industria touristic {oe}/del tourismo {oe}, commercio touristic {oe}


toeristenkaart ZN

1 (reisdocument) carta/passaporto de tourista {oe}, carta de identitate
2 (geografische kaart) carta/mappa touristic {oe}


toeristenklasse ZN

1 classe tourista {oe}/touristic {oe}


toeristenmenu ZN

1 menu (F) touristic {oe}


toeristenoord ZN

1 Zie: toeristenplaats


toeristenplaats ZN

1 centro touristic {oe}


toeristenroute ZN

1 route (F)/itinerario touristic {oe}


toeristenseizoen ZN

1 saison (F) touristic {oe}


toeristenstroom ZN

1 affluentia/currente/fluxo touristic {oe}


toeristenvereniging ZN

1 association de touristas {oe}


toeristenverkeer ZN

1 traffico touristic {oe}, tourismo {oe}


toeristenvervoer ZN

1 transporto de touristas {oe}


toeristenvisum ZN

1 visa touristic {oe}


toeristisch BN

1 touristic {oe}
--e tips/informatie = information touristic
--e streek = region touristic
--e folder = brochure (F) touristic
--e trekpleister = attraction touristic


toermalijn ZN

1 tormalina


toermalijnsteen ZN

1
rode -- = rubellite


toernooi ZN

1 (GESCH) torneo, justa
2 (SPORT) torneo
een -- houden, aan een -- deelnemen = tornear


toeroep ZN

1 crito


toeroepen WW

1 critar (un cosa a un persona), interpellar (un persona)
een ontwikkeling een halt -- = arrestar un disveloppamento
het terrorisme een halt -- = frenar le terrorismo


toeroeping ZN

1 crito, appello


toerollen WW

1 rolar (verso/a)


toeroperator ZN

1 Zie: touroperator


toertocht ZN

1 tour (F) recreative


toeruitrusting ZN

1 equipamento pro tours (F)


toerusten WW

1 equipar, armar, (voorzien) provider
een leger -- = equipar un armea
zich voor een reis -- = preparar se pro un viage


toerusting ZN

1 equipamento
onvoldoende -- = subequipamento


toerwagen ZN

1 autocar


toeschietelijk ZN

1 conciliante, accommodante, complacente
hij is niet erg -- = ille es reservate


toeschietelijkheid ZN

1 complacentia


toeschieten WW

1 (snel naderbij komen) accurrer
2 (in iemands richting schieten) tirar (verso un persona)
iemand de bal -- = tirar le ballon verso un persona


toeschijnen WW

1 semblar, parer
het scheen haar een eeuwigheid toe = isto semblava/pareva un eternitate pro illa
het schijnt me toe dat = il me pare que


toeschoppen WW

1 Zie: toeschieten-2


toeschouwen WW

1 reguardar, spectar, mirar


toeschouwer ZN

1 spectator, reguardator
--s = (OOK) publico, audientia
voor de opmerkzame/oplettende -- was dit geen geheim = isto non esseva un secreto pro le spectator attente/attentive
veel --s trekken = attraher multe publico


toeschreeuwen WW

1 critar
iemand iets -- = critar un cosa a un persona


toeschrijven WW

1 (wijten aan) imputar, attribuer
toe te -- = imputabile, attribuibile
een ongeluk aan het slechte wegdek -- = imputar un accidente al mal pavimento
fout die toe te schrijven is aan onwetendheid = error attribuibile a ignorantia
2 (toekennen) ascriber, attribuer
het -- = ascription, attribution
dit schilderij schrijft men toe aan Van Gogh = iste pictura es attribuite a Van Gogh
iemand bovennatuurlijke krachten -- = ascriber/attribuer poteres supernatural a un persona
iemand alle mogelijke deugden -- = parar un persona de tote le virtutes
iemand alle eer -- = attribuer tote le merito a un persona
slaafsheid kun je hem niet -- = on non pote accusar le de servilitate
welke waarde moet ik aan die verklaring --? = qual valor debe io accordar a iste declaration?, quante importantia debe io attachar {sj} a iste declaration?


toeschrijving ZN

1 ascription, attribution, imputation


toeschroeien WW

1 cauterisar


toeschroeven WW

1 clauder con un vite, vitar


toeschuiven WW

1 (schuivend bewegen) pulsar
2 (sluiten) clauder
zij schoof de gordijnen toe = illa claudeva le cortinas


toeslaan WW

1 (raak slaan) colpar
hard -- = colpar forte, tunder
de bokser sloeg hard toe = le boxator ha colpate forte
2 (zijn kans benutten) sasir le occasion
3 (met een slag dichtgaan) clauder se bruscamente/con ruito
4 (met een slag sluiten) clauder bruscamente/con ruito


toeslag ZN

1 supplemento, supertaxa, supercarga, taxa supplementari, (van salaris) gratification
-- betalen = pagar un supplemento
een D-trein met -- = un traino-D con supplemento/supercarga


toeslagbiljet ZN

1 billet supplementari, supplemento


toeslagkaart ZN

1 carta supplementari


toeslagpremie ZN

1 premio additional/supplementari


toeslepen WW

1 trainar/traher/tirar verso


toeslibben WW

1 insablar se


toeslibbing ZN

1 insablamento


toeslingeren WW

1 Zie: toesmijten


toesluiten WW

1 clauder


toesluiting ZN

1 clausura


toesmijten WW

1 (toegooien) jectar/lancear a/verso/in le direction de
2 (krachtig dichtslaan) clauder bruscamento/con ruito
de deur -- = clauder le porta con ruito


toesnauwen WW

1 dicer asperemente/con mordacitate, critar contra, apostrophar in tono brusc


toesneeuwen WW

1 reimpler se de nive


toesnellen WW

1 accurrer
op iemand -- = accurrer verso un persona
hij snelde toe om hulp te bieden = ille accureva pro offerer su adjuta


toesnijden WW

1 (door snijden de vereiste vorm geven) adjustar
2 (toespitsen op) adaptar (a), adjustar (a)
een regeling toegesneden op de Nederlandse situatie = un regulation adaptate al situation de Nederland


toesnoeren WW

1 laciar, serrar
iemand de keel -- = strangular un persona


toesolderen WW

1 soldar


toespelden WW

1 clauder con spinulas


toespelen WW

1 inviar, passar
iemand gegevens -- = passar datos a un persona
ze speelden elkaar de beste baantjes toe = illes se passava/se procurava mutualmente le melior empleos
elkaar de bal -- = passar se le ballon


toespeling ZN

1 allusion, insinuation
onopzettelijke -- = allusion involuntari
zijdelingse -- = allusion indirectie
verborgen -- = allusion cryptic
gewaagde -- = allusion osate
een bedekte -- op iets maken = referer se subtilmente a un cosa, facer un allusion velate a un cosa
doorzichtige -- = allusion transparente
een -- maken op = facer un allusion a, alluder
een --/--en bevattend = allusive
rede met --en = discurso allusive


toesperren WW

1 barrar, blocar


toespijkeren WW

1 clavar, fixar con clavos
een deur -- = condemnar un porta


toespijkering ZN

1 fixation con clavos


toespijs ZN

1 dessert (F)


toespitsen WW

1 (puntig maken) appunctar, acutiar
2 (FIG) aggravar, intensificar
het conflict spitst zich toe = le conflicto se aggrava
3 (specialiseren) specialisar, concentrar


toespitsing ZN

1 (FIG) aggravation, tension extreme
-- van het conflict = aggravation del conflicto


toespraak ZN

1 discurso, allocution, speech (E)
een -- houden = facer/pronunciar un discurso, alloquer
een korte -- houden = dicer alicun parolas
eindeloos lange -- = discurso copiose/fluvio
2 (plechtige of heftige toespraak) haranga
een -- houden = harangar
3 (vermanend) sermon


toespreken WW

1 diriger/adressar le parola a, facer un discurso a, alloquer, (plechtig of heftig) harangar, (vermanend) sermonisar


toestaan WW

1 (goedkeuren) permitter, autorisar, tolerar, conceder, acceder
het is hier niet toegestaan te roken = il es interdicite/prohibite de fumar hic
iets oogluikend -- = clauder un oculo a un cosa
2 (verlenen) accordar, conceder, consentir
iemand een krediet -- = conceder un credito a un persona


toestand ZN

1 situation, position, condition
huidige -- = situation actual
gespannen -- = situation explosive
hachelijke -- = situation precari/periculose
kritieke -- = situation critic
wanhopige -- = situation desperate
zorgelijke -- = situation alarmante
vernederende -- = situation humiliante
onduldbare -- = situation inadmissibile/intolerabile
hopeloze -- = situation irremediabile
politieke -- = situation politic
financiële -- = situation/position financiari
economische -- = situation/position economic, conditiones economic
hygiënische --en = conditiones hygienic
in goede -- = in bon conditiones
de -- van de patient is kritiek = le condition del malado/patiente es critic
de -- meester zijn = dominar le situation, esser maestro del situation
de gespannen -- in de wereld = le situation tense/tendite/explosive in le mundo
in deze -- is onmiddellijk handelen geboden = iste situation appella/require un action immediate
2 stato
-- van zijn financiën = stato de su financias
-- van de wegen = stato del camminos
onzekere -- van de markt = stato insecur del mercato
-- in de wereld = stato del cosas/affaires (F) in le mundo, actualitate mundial
in een -- van volledige onverschilligheid = in un stato de indifferentia total
het oude pand verkeerde nog in uitstekende -- = le vetere edificio esseva ancora in un stato perfecte de preservation
in een -- van volmaakte anarchie = in un stato de perfecte anarchia
in benevelde -- = in un stato de intoxication
vaste -- = stato solide
vloeibare -- = stato liquide
gasvormige -- = stato gasose
colloïdale -- = stato colloidal
3 (verwarde/onaangename situatie) confusion, commotion


toestandsparameter ZN

1 parametro de stato


toestandsvergelijking ZN

1 equation de stato


toesteken WW

1 (aanreiken) tender, extender
de helpende hand -- = tender/extender le mano
de toegestoken hand weigeren = refusar/rejectar le mano tendite/extendite, non voler reconciliar se
2 (zo steken dat men treft) dar un colpo (a un persona)
met een mes -- = dar un colpo/colpos de cultello


toestel ZN

1 instrumento, apparato, machina, dispositivo, ingenio, utensile
2 (vliegtuig) avion, aeroplano


toestelnummer ZN

1 numero de apparato


toestemmen WW

1 permitter, assentir, consentir, autorisar, conceder, acquiescer, approbar


toestemmend BN

1 approbative
-- knikje = signo de testa/capite approbative, gesto approbative/de approbation


toestemming ZN

1 permission, consentimento, assentimento, autorisation, acquiescentia, approbation
schriftelijke -- = permission scripte
zijn -- geven = dar su consentimento
iemand -- geven om te = permitter a un persona de
-- hebben om = haber le autorisation de
-- verlenen om = accordar/dar le permission de
met -- van de bisschop = con le permission/assentimento/acquiescentia del episcopo


toestoppen WW

1 (stilletjes geven) dar, passar
iemand geld -- = dar/passar moneta a un persona
2 (instoppen) coperir
3 (een opening dichtmaken) tappar, clauder
zijn oren -- = tappar se le aures


toestormen WW

1 accurrer impetuosemente


toestoten WW

1 (stootbeweging uitvoeren) dar un colpo (de cultello, etc.)
2 (aanvallen) assalir, assaltar, attaccar
3 (dichtduwen) pulsar pro clauder (un cosa)


toestromen WW

1 affluer (in massa)
blijken van sympathie stroomden van alle kanten toe = expressiones de sympathia afflueva de omne lateres


toestroming ZN

1 affluentia, affluxo, influxo
-- van bezoekers = affluxo de visitatores
-- van buitenlands kapitaal = affluentia/affluxo de capitales exterior


toesturen WW

1 inviar, expediar
iemand iets -- = inviar un cosa a un persona


toet ZN

1 (gezicht) facie
2 (knoetje) chignon (F)
3 colpo de klaxon
een -- met de klaxon geven = dar un colpo de klaxon
4
van --en noch blazen weten = non saper nihil de nihil, esser totalmente ignorante


toet ZN

1 facie


toet! TW

1 tut!


toetakelen WW

1 (afranselen) maltractar
2 (opdirken) vestir se de un maniera ridicule/bizarre


toetakeling ZN

1 maltractamento
2 vestimentos ridicule/bizarre


toetasten WW

1 prender, servir se, comenciar a mangiar
tast maar flink toe! = non hesita a servir te!


toeten WW

1 klaxonar, sonar le klaxon
van -- noch blazen weten = non saper nihil de nihil, esser completemente ignorante/inexperte


toeter ZN

1 (van auto) trompa, corno, klaxon
2 (blaasinstrument) corno, trompetta
3
(FIG) met allerlei --s en bellen = con grande apparato e pompa


toeter BN

1 ebrie, inebriate


toeteren WW

1 (claxonneren) klaxonar, sonar le klaxon
2 (op een toeter blazen) sonar le corno/trompetta, cornar


toeterzat BN

1 Zie: toeter


toetje ZN

1 dessert (F)


toetreden WW

1 (zich te voet begeven naar) approchar {sj}, approximar se, avantiar se, ir a, diriger se (verso)
2 (deelnemer worden) affiliar se (a), adherer (a), entrar (in), associar se (a), acceder (a)
tot een vereniging -- = devenir membro de/adherer a un association
tot een verdrag -- = acceder a un tractato
tot de Europese Unie -- = entrar in le Union Europee


toetreding ZN

1 (tot vereniging, etc.) adhesion, affiliation, entrata, ingresso, (tot verbond/verdrag, etc. OOK) accession
de -- van Spanje tot de Verenigde Naties = le entrata/ingresso de Espania al Nationes Unite


toetrekken WW

1 clauder
een deur achter zich -- = clauder un porta detra se


toets ZN

1 (van piano, schrijfmachine, etc.) clave
een -- aanslaan = toccar un clave
2 (test, toetsing) test (E), proba, prova
schriftelijke -- = test scripte
aan een -- onderwerpen = submitter a un test
de -- der kritiek kunnen doorstaan = resister al test/prova/proba del critica
3 (ter bepaling van het goud- of zilvergehalte) tocca, essayo
4 (penseelstreek) tocca
(FIG) de laatste -- aanbrengen = mitter le ultime tocca, adder le tocca finiente
5 (manier van schilderen) tocca
deze schilder heeft een fijne -- = iste pictor ha un tocca fin/delicate


toetsbaar BN

1 testabile


toetsbaarheid ZN

1 testabilitate


toetsen WW

1 (onderzoeken) testar, controlar, examinar, facer le proba/prova de, provar, probar
kennis -- = testar/controlar le cognoscentias/cognoscimentos (de un persona)
zijn idealen aan de werkelijkheid -- = confrontar su ideales al/con le realitate
2 (polsen) sondar
iemand -- aangaande zijn plannen = sondar un persona concernente su projectos, informar se concernente le projectos de un persona
3 (mbt edel metaal) essayar


toetsenbord ZN

1 (van schrijfmachine, etc.) claviero


toetsenbordcomputer ZN

1 computator/computer (E)/calculator a claviero


toetsencombinatie ZN

1 combination de claves


toetseninstrument ZN

1 Zie: toetsinstrument


toetsenist ZN

1 sonator de un instrumento a claviero


toetser ZN

1 (van edele metalen) essayator


toetsing ZN

1 test (E), controlo, verification, prova, proba, (mbt edel metaal) essayo
-- van het verhaal aan de feiten = confrontation del conto al factos, verification del historia


toetsinstrument ZN

1 instrumento a claviero


toetsnaald ZN

1 para(n)gon


toetssteen ZN

1 (ook FIG) petra de tocca


toetswedstrijd ZN

1 (SPORT) criterium


toeval ZN

1 (aanval van vallende ziekte) accesso/attacco epileptic/de epilepsia
een -- krijgen = haber un accesso epileptic
2 (geheel van omstandigheden) hasardo, coincidentia, accidente, contingentia, (JUR) caso fortuite
gelukkig -- = hasardo/coincidentia felice, fortuna
blind -- = hasardo/coincidentia cec
door stom -- = per pur/mer hasardo/coincidentia
het -- wilde dat = le hasardo ha volite que
bij -- = per hasardo, per accidente
3 accidente, caso fortuite
bij -- = per accidente, per aventura


toevallen WW

1 (erfdelen) devolver
bezit aan iemand doen -- = legar proprietate a un persona
2 (zich vallend sluiten) clauder se


toevallig BN

1 fortuite, accidental, casual, contingente, occasional
--e ontmoeting = incontro fortuite/accidental/casual/de hasardo
--e omstandigheden = circumstantias fortuite/casual
-- horen/opvangen = audir per casualitate


toevalligerwijs BW

1 fortuitemente, accidentalmente, casualmente, contingentemente, per hasardo, per accidente, per casualitate


toevalligheid ZN

1 (gebeurtenis, omstandigheid) accidente, hasardo
een samenloop van --en = un concurso de circumstantias, un coincidentia
2 (eigenschap, feit) character fortuite, casualitate, (FIL) contingentia


toevallijder ZN

1 epileptico


toevalling ZN

1 devolution


toevalsfactor ZN

1 factor de hasardo/de imprevisibilitate


toevalsgetal ZN

1 numero aleatori
generatie van --len = generation de numeros aleatori


toevalsgetallengenerator ZN

1 generator de numeros aleatori


toevalsgrootheid ZN

1 quantitate aleatori


toevalsproces ZN

1 processo aleatori
discreet -- = processo aleatori discrete


toevalstreffer ZN

1 hasardo, colpo de fortuna


toevalsvariabele ZN

1 variabile aleatori
normale -- = variabile aleatori normal


toeven WW

1 (verblijven) sojornar, esser (in le loco)
2 (talmen) tardar, hesitar
zonder -- = sin tardar


toeverlaat ZN

1 refugio, recurso, reconforto, appoio, palladio


toevertrouwen WW

1 (met vertrouwen geven) fider/confider, committer
iemand iets -- = fider/confider un cosa a un persona
iets aan het papier -- = confider/committer un cosa al papiro
aan iemands zorg -- = lassar al cura de un persona
aan de zee -- = committer al mar
iemand een geheim -- = committer un secreto a un persona
zich -- aan = confider se a
2 (in vertrouwen mededelen) confider, dicer confidentialmente


toevloed ZN

1 affluentia, affluxo
-- van bezoekers = affluxo de visitatores
-- van buitenlands kapitaal = affluxo/affluentia de capitales exterior


toevloeien WW

1 affluer


toevloeiing ZN

1 Zie: toevloed


toevlucht ZN

1 (persoon/zaak waar men bescherming zoekt) recurso, refugio
iemands enige -- zijn = esser le sol recurso de un persona
2 (bescherming) recurso, refugio
3 (schuilplaats) refugio
een -- zoeken = cercar un refugio, refugiar se
4
zijn -- nemen tot geweld = haber recurso al violentia/al fortia, recurrer al violentia/al fortia


toevluchtsoord ZN

1 (loco/porto de) refugio, asylo, retiro, retiramento, sanctuario
in ons land vonden de ballingen een -- = le exiliatos ha trovate un refugio in nostre pais
een -- voor onbehuisden/daklozen = un asylo pro personas sin casa


toevoegen WW

1 adder, junger, adjunger, subjunger, additionar, admiscer, apponer, appender, complementar, annecter, annexar, incorporar
als raadsman -- = assignar como consiliero
iets aan de discussie -- = adder un cosa al discussion, apportar un nove elemento al discussion
een clausule aan een contract -- = apponer un clausula a un contracto
zout -- = adjunger sal, salar
koolzuurzout -- = carbonatar
chloor -- = chlorar
2 (zeggen) dicer (bruscamente)
iemand een belediging -- = dicer un insulto a un persona, insultar un persona


toevoeging ZN

1 (het toevoegen) addition, adjunction
de -- van een clausule aan een contract = le addition de un clausula a un contracto
2 (toevoegsel) (bijv. aan voedsel) addition, additivo, admixtion, (aan tekst) addition, complemento, addendum (MV: addenda) (L), appendice
door -- van meel = per le addition de farina
brood zonder -- = pan sin additivos
3 (onvriendelijk woord) remarca disagradabile


toevoegsel ZN

1 Zie: toevoeging-2
2 (bijnaam) epitheto


toevoer ZN

1 arrivata, entrata, alimentation, (mbt bijv. van water) adduction
-- van levensmiddelen = approvisionamento de viveres/victualias
2 (COMP) entrata, input (E)


toevoerbuis ZN

1 Zie: toevoerpijp


toevoeren WW

1 adducer, provider de
levensmiddelen -- = provider de victualias
grondstoffen aan een machine -- = introducer materias prime in un machina


toevoerkanaal ZN

1 canal de adduction/de admission/de entrata


toevoerklep ZN

1 valvula/valva de entrata/de admission/de adduction


toevoerleiding ZN

1 conducto de entrata/de adduction/de admission/de alimentation


toevoerlijn ZN

1 linea de approvisionamento


toevoerpijp ZN

1 tubo de adduction/de entrata/de admission/de alimentation


toevoerweg ZN

1 linea de approvisionamento


toevouwen WW

1 (re)plicar, clauder
zijn handen -- = plicar/junger su manos


toewaaien WW

1 (door een luchtverplaatsing toevoeren) esser portate per le vento
koelte -- = flabellar
het -- van koelte = flabellation
2 (dicht doen) clauder per le vento
3 (dicht gaan) clauder se per le vento


toewegen WW

1 dar in plus


toewenden WW

1 tornar (verso)
hij wendde mij de rug toe = ille me tornava le dorso


toewenken WW

1 facer/dar signo(s) (a)
iemand bemoedigend -- = facer un signo incoragiante a un persona


toewensen WW

1 desi(de)rar (a)
iemand een lang leven -- = desirar un longe vita a un persona
iemand succes -- = desirar successo a un persona


toewerken WW

1 effortiar se (a), tender (a/verso), visar (a)
naar iets -- = consecrar su effortios al realisation de un cosa


toewerpen WW

1 lancear (a), jectar (a)
iemand een verwijtende blik -- = lancear a un persona un reguardo de reproche {sj}
2 clauder bruscamente/con ruito


toewijden WW

1 consecrar, dedicar, devotar
zij was aan haar kinderen zeer toegewijd = illa esseva multo devotate a su infantes


toewijding ZN

1 (het zich geheel geven) application, assiduitate, devotion, sollicitude
2 (devotie) devotion


toewijzen WW

1 attribuer, accordar, allocar, assignar, impartir, adjudicar
aandelen -- = adjudicar actiones
een budget -- = accordar un budget (E)
een rol aan een acteur -- = adjudicar/attribuer un rolo/parte a un actor
iemand een werk -- = adjudicar/assignar un travalio/labor a un persona
de recruten kregen het zwaarste werk toegewezen = le recrutas esseva destinate al labores le plus pesante
iemand een schadevergoeding -- = adjudicar un indemnisation a un persona


toewijzend BN

1
-- vonnis = sententia adjudicative


toewijzing ZN

1 attibution, adjudication, allocation, (van geld) assignation
akte van -- = acto de adjudication
gedeeltelijke -- = adjudication/assignation partial
-- van een rol aan en acteur = attribution de un rolo a un actor


toewuiven WW

1
(toezwaaien) iemand -- = salutar un persona con le mano
2 (wuivend doen toekomen)
zich koelte -- = flabellar se


toezang ZN

1 choro final
2 (van een ode) epodo


toezegelen WW

1 sigillar


toezeggen WW

1 promitter
zijn hulp -- = promitter su adjuta
medewerking -- = promitter concurso
hem was een woning toegezegd = on le habeva promittite un casa


toezegging ZN

1 promissa, promission, assecurantia
mondelinge -- = promissa verbal/oral
de -- doen dat = promitter que


toezenden WW

1 inviar, expedir, (van geld) remitter
iemand iets -- = inviar un cosa a un persona


toezending ZN

1 invio, expedition, (van geld) remissa


toezicht ZN

1 surveliantia, controlo, guarda, inspection, vigilantia, (oppertoezicht) superintendentia, supervision
nauwlettend/scherp -- = surveliantia attentive
gerechtelijk -- = surveliantia legal
medisch -- = surveliantia medical
belast zijn met het -- op = esser incargate del vigilantia de
-- houden op, -- uitoefenen op = surveliar, vigilar, controlar, guardar, exercer controlo super, inspicer, (door politie) policiar, (oppertoezicht uitoefenen) superintender, supervisar
-- houden op de bouw van een huis = surveliar le construction de un casa
-- houden op een kind = surveliar un infante
-- houden bij de ingang = guardar le entrata
onder -- staan = esser sub surveliantia/vigilantia/controlo/supervision
onder -- plaatsen = mitter/poner sub surveliantia/vigilantia/controlo/supervision
onder ouderlijk -- staan = esser sub controlo parental
raad van -- = consilio de inspection/vigilantia


toezichthoudend BN

1 vigilante, de vigilantia, surveliante, de surveliantia
het -- personeel = le personal vigilante/de vigilantia/de surveliantia


toezichthouder ZN

1 guarda, guardator, guardiano, surveliante, surveliator, supervisor, superintendente, vigilator


toezichthoudster ZN

1 guardiana, surveliante, surveliatrice, vigilatora


toezien WW

1 (toekijken) reguardar, mirar
aandachtig -- = reguardar attentivemente
lijdelijk -- = reguardar/observar passivemente, esser un spectator passive
2 (toezicht/opzicht houden) surveliar, vigilar, controlar, supervisar, superintender
nauwlettend -- = surveliar attentivemente
er op -- dat = vigilar que
3 (op zijn hoede zijn) vigilar


toeziend BN

1
-- voogd = tutor dative, protutor


toezijn WW

1 esser claudite/clause


toezingen WW

1 cantar pro/a, cantar in honor de
men zong hem een welkomstlied toe = on le ha date le benvenita con un canto


toezwaaien WW

1 (zwaaiend doen bewegen naar) agitar verso
2 (toewuiven) salutar con le mano
3
iemand lof -- = tribuer laude a un persona, facer elogios a un persona, laudar un persona


toffee ZN

1 bonbon al caramello, caramello molle (al butyro)


tofoe ZN

1 tofu


toga ZN

1 (OUDH) (tabberd) toga
2 (ambtsgewaad van hoogleraar, etc.) toga, roba
in -- = togate
3 (soutane) sottana, roba


Togo ZN EIGN

1 Togo


Togoër ZN

1 togolese


Togolees ZN

1 togolese


togus ZN

1 Zie: toochus


toilet ZN

1 (w.c.) toilette (F), lavatorio
chemisch -- = toilette/lavatorio chimic
nette --ten = toilettes munde
openbaar -- = lavatorio public
2 (handeling om zich te kappen/te kleden en op te maken) toilette (F)
zijn -- maken = facer su toilette
3 (kleding, tooi) toilette (F)
een licht -- = un toilette legier


toiletartikel ZN

1 articulo de toilette (F)


toiletbenodigdheden ZN MV

1 accessorios/articulos pro le/de toilette (F)


toiletblok ZN

1 (gebouwtje) bloco sanitari/de toilettes (F)


toiletdoos ZN

1 Zie: toiletnecessaire


toiletemmer ZN

1 situla hygienic


toiletgarnituur ZN

1 insimul de toilette (F)


toiletgerei ZN

1 utensiles de toilette (F)


toiletjuffrouw ZN

1 (dama del toilettes (F))/del lavatorio


toiletmaken WW

1 facer toilette (F)


toiletnecessaire ZN

1 necessaire (F)/bursa de toilette (F)


toiletpapier ZN

1 papiro hygienic/de toilette (F)/de lavatorio
rol -- = rolo de papiro hygienic


toiletreiniger ZN

1 dismaculator de toilette (F)/de lavatorio


toiletrol ZN

1 rolo de papiro hygienic


toiletspiegel ZN

1 speculo de toilette (F)


toilettafel ZN

1 (tabula de) toilette (F)


toilettas ZN

1 Zie: toiletnecessaire


toiletteren WW

1
zich -- = facer su toilette (F)


toiletverfrisser ZN

1 disodorante pro le toilette (F)


toiletzeep ZN

1 sapon de toilette (F)
stukje -- = saponetta


tok! TW

1 toc!


Tokay ZN EIGN

1 Tokai (Ho)


tokayer ZN

1 (wijn) tokai (Ho)


Tokio ZN EIGN

1 Tokyo


tokkelen WW

1 (MUZ) pizzicar {ts}, toccar
het -- = tocca
op een gitaar -- = pizzicar/toccar le chordas de un gitarra/guitarra {gi}
op de harp -- = sonar le harpa


tokkelinstrument ZN

1 instrumento de chordas pizzicate {ts}


tokken WW

1 cluccar
de kip tokt = le gallina clucca


toko ZN

1 magazin de productos indonesian


tokohouder ZN

1 proprietario de un magazin de productos indonesian


tol ZN

1 (speelgoed) turbine
ronddraaien als een -- = tornar/girar como un turbine
2 (tolgeld) pedage
-- betalen = pagar pedage
de -- aan de natuur betalen = pagar le tributo/debita al natura
3 (plaats) pedage
de -- is open = le pedage es aperte


tolbaas ZN

1 guardiano/collector de pedage, pedagero


tolbeambte ZN

1 (langs tolwegen, op tolbruggen) pedagista, pedagero


tolbetaling ZN

1 pagamento de pedage


tolboom ZN

1 barriera a/de pedage


tolbrug ZN

1 ponte a/de pedage


Toledaan ZN

1 toledano


Toledaans BN

1 toledan


Toledo ZN EIGN

1 Toledo


tolerabel BN

1 tolerabile, (draaglijk) supportabile


tolerant BN

1 tolerante, liberal, permissive
--e houding = attitude tolerante
--e maatschappij = societate permissive


tolerantie ZN

1 (verdraagzaamheid) tolerantia, liberalitate, permissivitate
repressieve -- = tolerantia repressive
2 (TECHN) (toegestane afwijking) tolerantia
3 (MED) (mate waarin bepaalde stoffen worden verdragen) tolerantia
4 (BIOL) tolerantia


tolerantiebereik ZN

1 intervallo de tolerantia


tolerantiegrens ZN

1 margine de tolerantia


tolereren WW

1 tolerar
het -- = toleration
iemand die iets tolereert = tolerator
niet te -- = intolerabile


tolgaarder ZN

1 collector de pedage, pedagero, pedagista


tolgeld ZN

1 pedage


tolheffing ZN

1 derecto de pedage


tolhek ZN

1 barriera a/de pedage


tolhuis ZN

1 casa/guarita del pedagero/de pedage, pedage


tolk ZN

1 (vertaler) interprete
simultaan -- = interprete simultanee
viertalige -- = interprete quadrilingue
als -- fungeren/optreden = ager como interprete, interpretar
2 (woordvoerder) interprete, portavoce
de -- zijn van = esser le interprete de


tolkantoor ZN

1 officio/bureau (F) del doana, doana


tolken WW

1 interpretar
het -- = interpretation
uit Interlingua -- = interpretar ab Interlingua


tolken ZN

1 interpretation
het simultaan -- = le interpretation simultanee
het consecutief -- = le interpretation consecutive


tolkenberoep ZN

1 interpretariato


tolkenschool ZN

1 schola de interpretariato/de interpretes


tolkompas ZN

1 compasso gyrostatic


tolk-vertaler ZN

1 traductor-interprete


tollen WW

1 (met een tol spelen) jocar al turbine
2 (snel ronddraaien) tornear, girar


tollenaar ZN

1 (BIJBEL) publicano


tolmuren ZN

1 barrieras doanal/doaner/de tarifas


tolplichtig BN

1 subjecte a derectos doanal/doaner, subjecte al pedage


tolrecht ZN

1 derecto doanal/doaner/de pedage
tarief van de --en = tarifa del derectos de pedage


tolsysteem ZN

1 Zie: tolwezen


toltarief ZN

1 tarifa doanal/doaner/de pedage


toltunnel ZN

1 tunnel (E) a/de pedage


tolueen ZN

1 toluene, toluol, methylbenzene


toluïdine ZN

1 toluidina


tolunie ZN

1 union doanal/doaner


toluol ZN

1 Zie: tolueen


tolverbond ZN

1 Zie: tolunie


tolvormig BN

1 (ANAT, PLANTK, DIERK) turbinate


tolvrij BN

1 exempte de derectos de doana, exempte de pedage


tolweg ZN

1 cammino a/de pedage


tolwezen ZN

1 systema doanal/doaner, doana, organisation del pedages


tomaat ZN

1 tomate
gefarceerde/gevulde --en = tomates farcite
--en kweken = cultivar tomates


tomahawk ZN

1 tomahawk (E)


toman ZN

1 (gouden munt) toman


tomatencultuur ZN

1 cultura/cultivation de tomates


tomatengelei ZN

1 gelea de tomates


tomatenkas ZN

1 estufa de tomates


tomatenketchup ZN

1 ketchup (E) al/de tomates


tomatenkweker ZN

1 cultor/cultivator de tomates


tomatenplant ZN

1 tomate, tomatiero


tomatenpuree ZN

1 purée (F)/concentrato de tomates


tomatensalade ZN

1 salata de tomates


tomatensap ZN

1 succo de tomate
flesje -- = bottilia de succo de tomate


tomatensaus ZN

1 sauce (F) al/de tomates


tomatensoep ZN

1 suppa de tomates


tomatenteelt ZN

1 Zie: tomatencultuur


tombak ZN

1 tombac, laton rubie


tombe ZN

1 tumba, sepulcro, sepultura


tombola ZN

1 tombola (I)


tomeloos BN

1 immoderate, sin freno, dismesurate
--e wensen = desiros immoderate
--e vaart = velocitate vertiginose
in --e vaart = a tote velocitate
hij was -- eerzuchtig = ille esseva dismesuratemente ambitiose


tomeloosheid ZN

1 dismesura


tomen WW

1 (bedwingen) refrenar, bridar, reprimer, continer, domar
zijn hartstochten -- = refrenar su passiones
2 (optuigen) bridar


tommy ZN

1 soldato anglese


tomografie ZN

1 tomographia


tomogram ZN

1 tomogramma


tompoes ZN

1 mille-feuille(s) (F), mille-folios


ton ZN

1 (vat) barril, barrica, tonna, tonnello, botte
-- haringen = barril de haringos
-- bier = tonna de bira
-- steenkool = tonna de carbon
in --nen doen = intonnar
2 (inhoudsmaat) tonnello, tonna
metrieke -- = tonna metric
3 (gewicht: 1000 kg) tonna
-- boter = 160 kilogrammas de butyro
4 (100 000 gulden) cento milles florinos
dat huis kost --nen = iste casa costa un fortuna
5 (boei) boia


tonaal BN

1 tonal
--e muziek = musica tonal


tonalisme ZN

1 tonalismo


tonalist ZN

1 tonalista


tonalistisch BN

1 tonalista


tonaliteit ZN

1 (MUZ) tonalitate
2 (SCHILDERK) tonalitate


tonaliteitsregelaar ZN

1 regulator de tonalitate


tondel ZN

1 esca, fomite


tondeldoos ZN

1 cassa de esca/fomite


tondelzwam ZN

1 ungulira fomentari


tonder ZN

1 Zie: tondel


tondeuse ZN

1 tonditor


toneel ZN

1 (podium) scena
op het -- verschijnen = apparer in scena
op het -- komen, het -- betreden = entrar in scena
van het -- verdwijnen = disparer del scena
-- verlaten = sortir de scena
het -- stelt een bos voor = le scena representa un foreste/bosco
2 (deel van een bedrijf) scena
3 (theater) theatro
bij het -- zijn = esser del theatro
voor het -- bewerken = adaptar pro le theatro, theatralisar
het bewerken voor het -- = theatralisation
geschiktheid voor het -- = theatralitate
aan het -- verbonden zijn = dedicar se al theatro
4 (wat zich voor iemands ogen voltrekt) scena, spactaculo
een jammerlijk -- = un spectaculo lamentabile
er speelden zich afgrijselijke --en af = il habeva scenas terribile
5 (plaats waar iets voorvalt) scena, theatro
het -- van de strijd = le theatro del combatto
van het politieke -- verdwijnen = quitar le scena politic
6 (komedie) comedia
7 (spel) theatro
klassiek -- = theatro classic
existentialistisch -- = theatro existentialista
verfilmd -- = theatro filmate
absurdistisch -- = theatro absurde/del absurdo
experimenteel -- = theatro experimental


toneelaanleg ZN

1 aptitudes theatral


toneelaanwijzingen ZN MV

1 indicationes scenic, (OUDH) didascalia


toneelachtig BN

1 theatral


toneelavond ZN

1 vespere/vespera theatral


toneelbenodigdheden ZN MV

1 accessorios de theatro, material scenic


toneelbewerking ZN

1 adaptation/arrangiamento theatral/scenic/pro le scena, theatralisation, dramatisation


toneelbezoek ZN

1 frequentation del theatros


toneelbouwer ZN

1 scenographo


toneelcarrière ZN

1 carrera dramatic


toneelclub ZN

1 club (E) dramatic


toneeldebuut ZN

1 début (F) de theatro


toneeldecorateur ZN

1 scenographo


toneeldecoratie ZN

1 Zie: toneeldecors


toneeldecors ZN MV

1 decoration theatral/de theatro


toneeldichter ZN

1 poeta dramatic, autor theatral


toneeldirecteur ZN

1 director de un compania theatral


toneeleffect ZN

1 effecto scenic/dramatic/theatral/de theatro


toneelgenre ZN

1 genere dramatic


toneelgeschiedenis ZN

1 historia del theatro


toneelgezelschap ZN

1 compania/gruppo dramatic/theatral/de theatro/de actores


toneelgordijn ZN

1 cortina de theatro


toneelgroep ZN

1 Zie: toneelgezelschap


toneelheld ZN

1 heroe, protagonista


toneelheldin ZN

1 heroina, protagonista


toneelherinneringen ZN MV

1 recordationes theatral


toneelkijker ZN

1 binoculo (a/de theatro), lorgnette (F)


toneelknecht ZN

1 machinista


toneelkringen ZN MV

1 mundo/circulos theatral/del theatro
in -- is dat een publiek geheim = in circulos del theatro isto is un secreto aperte


toneelkritiek ZN

1 critica theatral/dramatic/de theatro


toneelkritikus ZN

1 critico dramatic/theatral/de theatro


toneelkritikus ZN

1 critico theatral


toneelkunst ZN

1 arte theatral/dramatic/scenic


toneelkunstenaar ZN

1 artista dramatic, actor


toneellaars ZN

1 cothurno


toneelleven ZN

1 vita theatral/scenic


toneelliteratuur ZN

1 litteratura dramatic/theatral


toneelloopbaan ZN

1 carriera dramatic


toneelmanifestatie ZN

1 manifestation theatral


toneelmasker ZN

1 masca/mascara de theatro


toneelmatig BN

1 theatral, scenic, dramatic
-- karakter = theatralitate


toneelmatigheid ZN

1 theatralitate


toneelmeester ZN

1 machinista


toneelontwerper ZN

1 scenographo


toneelopvoering ZN

1 representation theatral/de theatro, spectaculo (theatral/scenic)


toneelpoëzie ZN

1 poesia dramatic


toneelrecensent ZN

1 Zie: toneelkritikus


toneelregie ZN

1 direction del/de un pièce (F)


toneelregisseur ZN

1 director scenic/de scena


toneelrekwisieten ZN MV

1 accessorios de theatro


toneelroem ZN

1 gloria scenic


toneelrubriek ZN

1 chronica theatral


toneelscherm ZN

1 (zijstuk) coulisse (F), (gordijn) cortina


toneelschikking ZN

1 mise en scène (F)


toneelschilder ZN

1 scenographo


toneelschool ZN

1 schola/academia de arte dramatic


toneelschrijfkunst ZN

1 dramaturgia


toneelschrijver ZN

1 autor/scriptor theatral/dramatic, dramaturgo


toneelseizoen ZN

1 saison theatral


toneelspeelkunst ZN

1 arte theatral/dramatic, theatro


toneelspeelster ZN

1 actrice


toneelspel ZN

1 (toneelstuk) pecia de theatro, pièce (F) (de theatro)
2 (aanstellerij) theatro, comedia
3 (het toneelspelen) joco, interpretation


toneelspelen WW

1 (acteren) jocar, interpretar
2 (zich aanstellen) facer theatro, jocar le comedia


toneelspeler ZN

1 (acteur) actor
2 (aansteller) comediante, posator


toneelstuk ZN

1 pecia/obra de theatro, pièce (F) (de theatro), obra theatral
een -- opvoeren = representar un pecia/obra de theatro


toneelstukje ZN

1 pecietta


toneeltaal ZN

1 (taal zoals op het toneel gesproken wordt) linguage theatral
2 (toneeljargon) jargon (F) scenic


toneeltalent ZN

1 talento scenic


toneeltechniek ZN

1 technica dramatic/de scena


toneelterm ZN

1 expression de actores


toneeltje ZN

1 (klein toneel) parve scena
2 (tafereel) scena


toneeltraditie ZN

1 tradition theatral


toneeltriomf ZN

1 triumpho scenic


toneeluitvoering ZN

1 Zie: toneelopvoering


toneelvereniging ZN

1 club (E)/societate dramatic


toneelverlichting ZN

1 illumination scenic


toneelvoorstelling ZN

1 Zie: toneelopvoering


toneelwereld ZN

1 mundo theatral/del theatro, le theatro


toneelwerk ZN

1 obra theatral, production theatral


toneelwet ZN

1 regula del arte dramatic


toneelzaal ZN

1 theatro


toneem ZN

1 tonema


tonelist ZN

1 actor


tonen WW

1 (laten zien) monstrar, (rijbewijs, etc. OOK) exhiber, producer, presentar
iemand een boek -- = monstrar un libro a un persona
iemand een vuist -- = monstrar le pugno a un persona
geen zwakheid -- = non monstrar debilitate
zijn ware aard -- = monstrar su ver colores
zijn paspoort -- = exhiber/producer/presentar su passaporto
zijn papieren -- = exhiber/producer/presentar su papiros
2 (aantonen) monstrar, demonstrar, revelar, facer proba/prova de, probar, provar
ik zal u -- dat ik niet bang ben = io vos monstrara que io non ha pavor
3 (betonen) monstrar, manifestar, demonstrar, facer proba/prova de
zijn bewondering -- = monstrar/manifestar su admiration
zijn belangstelling = monstrar/manifestar su interesse
zijn erkentelijkheid -- = monstrar/manifestar su recognoscentia
zijn vreugde -- = monstrar/manifestar su gaudio/su joia
zijn genegenheid -- = demonstrar su affection
zijn medeleven -- = exprimer su sympathia
moed -- = facer proba/prova de corage
gelijkenis -- met = resimilar a
4 (een indruk geven) dar un impression
dat concept toont niet = iste version del projecto non face un bon impression
dat toont beter = isto da un melior impression
5 (FOTO) (kleuren) virar


tong ZN

1 lingua
beslagen -- = lingua saburral/saburrose
(schijnheilig) dubbele -- = duple lingua
scherpe -- = lingua mordace
(BIJBEL) vurige --en = linguas de foco
het woord ligt me op de -- = le parola jace sur mi lingua, io ha le parola super/in le puncta del lingua
met de -- smakken = batter con le lingua
met de -- klakken = claccar (con) le lingua
gespleten -- van de slang = lingua bifide del serpente
heb je je -- verloren? = tu ha perdite tu lingua?
steek je -- eens uit = monstra me tu lingua
de wijn maakte haar -- los = le vino laxava su lingua
zijn -- hing hem op de schoenen = ille esseva completemente extenuate
met de -- uit de bek = con le lingua foras
de -- strelen = esser un delicia pro le palato
zijn -- bewaken = controlar su parolas
(FIG) een gladde -- hebben = non haber su lingua in su tasca
(BIJBEL) het spreken in --en = glossolalia
(MED) ongewone vergroting van de -- = macroglossia
(ANAT) onder de -- gelegen = sublingual
het ligt op het puntje van mijn -- = io lo ha super le puncta del lingua
niet het achterste van zijn -- laten zien = non contar tote le veritate, non monstrar tote lo que on sape
2 (persoon) lingua
kwade/boze --en beweren dat = linguas viperin/mal linguas pretende que, il ha rumores que
3 (wat op een tong lijkt) linguetta
-- van een orgelpijp = linguetta de un tubo de organo
-- van een schoen = linguetta de un calceo/scarpa
4 (vlees) lingua
gerookte -- = lingua fumate
5 (vis) solea


Tonga ZN EIGN

1 Tonga


tongader ZN

1 vena lingual


tongband ZN

1 frenula del lingua


tongbeen ZN

1 osso hyloide/lingual/del lingua


tongblaar ZN

1 febre aphthose


tongcarcinoom ZN

1 Zie: tongkanker


tongetje ZN

1 (kleine tong) parve lingua, linguetta
2 (lipje, stukje) linguetta
3 (PLANTK, etc.) ligula
4 (vis) parve solea


tongewelf ZN

1 volta cylindric


tongeworst ZN

1 Zie: tongworst


tongfilet ZN

1 filet (F) de solea


tonggezwel ZN

1 tumor lingual/del lingua


tongkanker ZN

1 cancere/carcinoma lingual/del lingua


tongkeelzenuw ZN

1 nervo glossopharyngee


tongklank ZN

1 sono lingual


tongklier ZN

1 glandula (sub)lingual


tongkus ZN

1 basio intrabuccal/con le lingua


tongletter ZN

1 littera lingual


tongmedeklinker ZN

1 consonante lingual


tongontsteking ZN

1 inflammation del lingua, glossitis


tongoppervlak ZN

1 superficie lingual/del lingua


tongpapil ZN

1 papilla lingual


tongpunt ZN

1 puncta/apice del lingua


tongpunt-r ZN

1 r apical


tongrasp ZN

1 (DIERK) radula


tongriem ZN

1 brida/frenulo lingual/del lingua
goed van de -- gesneden zijn = haber un lingua prompte, parlar con facilitate, haber facilitate de parola


tongschar ZN

1 (vis) limanda solea


tongslag ZN

1 colpo de lingua
dubbele -- = colpo duple de lingua


tongslagader ZN

1 arteria lingual


tongspatel ZN

1 depressor lingual, spatula


tongspier ZN

1 musculo lingual


tongstrelend BN

1 deliciose, exquisite


tongstreling ZN

1 platto que es un delicia pro le palato


tonguitwas ZN

1 sarcoma lingual


tongval ZN

1 (accent) accento (local/regional)
een bepaalde -- hebben = haber un accento
Interlingua spreken met een licht Zwols -- = parlar Interlingua con accento legier de Zwolle
2 (dialect) dialecto


tongvaren ZN

1 scolopendrio


tongvorm ZN

1 forma de lingua


tongvormig BN

1 de forma de lingua, linguiforme, (PLANTK, etc.) ligulate
--e bladeren = folios linguiforme


tongworm ZN

1 (parasiet) linguatula


tongworst ZN

1 salsicia (farcite) de lingua (de bove)


tongwortel ZN

1 radice del lingua


tongzenuw ZN

1 nervo hypoglosse/lingual, hypoglosso


tongzoen ZN

1 Zie: tongkus


tonic ZN

1 tonic (E)


tonica ZN

1 tonica


toniciteit ZN

1 tonicitate


tonicum ZN

1 medicamento tonic, tonico, tonificante


tonijn ZN

1 thunno


tonijnenhandelaar ZN

1 thunnero


tonijnenvisser ZN

1 (persoon) piscator de thunnos, thunnero, (schip) thunnero


tonijnvangst ZN

1 Zie: tonijnvisserij


tonijnvisserij ZN

1 pisca del thunno


tonisch BN

1 (opwekkend) tonic, tonificante, cordial
2 (TAAL) tonic, tonal
-- accent = accento tonic, tonal
3 (MED) (mbt spieren) tonic
--e kramp = spasmo/convulsion tonic


toniseren WW

1 tonificar


tonka(boom) ZN

1 tonka


tonkaboon ZN

1 faba de tonka


tonkilometer ZN

1 tonna kilometric


Tonkin ZN EIGN

1 Tonkin
bewoner van -- = tonkinese


Tonkinees ZN

1 tonkinese


Tonkinees ZN

1 (taal) tonkinese


Tonkinees BN

1 tonkinese


tonkineesje ZN

1 canetto tonkinese


tonkinstok ZN

1 canna de Tonkin, pertica


tonmolen ZN

1 vite de Archimedes


tonnage ZN

1 tonnage, tonnellage


tonnenmaat ZN

1 Zie: tonnage


tonnenmaker ZN

1 Zie: kuiper


tonnetje ZN

1 (pop van insekten) cocon (F)


tonografie ZN

1 tonographia


tonografisch BN

1 tonographic


tonometer ZN

1 tonometro


tonometrie ZN

1 tonometria


tonometrisch BN

1 tonometric


tonoplast ZN

1 tonoplasto


tonoscoop ZN

1 tonoscopio


tonoscopie ZN

1 tonoscopia


tonrond BN

1 (zo rond als een ton) ronde, rotunde
2 (met een ronde welving) arrotundate
een -- wegdek = un pavimento arrotundate


tonsil ZN

1 tonsilla, amygdala


tonsillair BN

1 tonsillar


tonsillectomie ZN

1 tonsillectomia, amygdalectomia


tonsillitis ZN

1 tonsillitis, inflammation del tonsillas


tonsillotomie ZN

1 tonsillotomia, amygdalotomia


tonsureren WW

1 tonsurar


tonsuur ZN

1 (het scheren van de hoofdkruin) tonsura
de -- toedienen = tonsurar
2 (geschoren kruin) tonsura


tonsuurdragend BN

1 qui ha le tonsura
--e geestelijke = tonsurato


tonus ZN

1 tono, tonicitate
musculaire -- = tono muscular


tonvlot ZN

1 rate super tonnellos


tonvlotbrug ZN

1 ponte super tonnellos


tonvormig BN

1 in forma de barril/tonnello
--e vertekening/distorsie = distorsion/distortion in forma de barril/tonnello


toochus ZN

1 posterior, podice, natica, culo, popo


toog ZN

1 (soutane) sottana
2 (tapkast) bar (E)
3 (toonbank) banco de vendita


toogdag ZN

1 (demonstratieve vergadering) manifestation


tooi ZN

1 ornamento(s), decoration(es), parure (F)


tooien WW

1 parar, paramentar, imbellir, guarnir, adornar, decorar, ornar, ornamentar
het -- = paramento, imbellimento, guarnimento, adornamento, decoration, ornamentation


tooisel ZN

1 ornamento, adornamento, decoration, parure (F)


toom ZN

1 (teugel) brida, redina
in -- houden = continer, dominar, refrenar
niet in -- te houden = irrepressibile, irreprimibile
2 (troep dieren) gruppo
-- kippen = gruppo de gallinas
-- eenden = volo de anates


toompje ZN

1 (ANAT) brida


toon ZN

1 tono
harmonische -- = tono harmonic
halve -- = medie tono, semitono
dreigende -- = tono comminatori
autoritaire -- = tono autoritari
gebiedende -- = tono imperative/imperiose
sarcastische -- = tono sarcastic
smalende -- = tono dispreciante
gezwollen -- = tono emphatic/pompose
koele -- = tono frigide
klagende -- = tono planctive
onhoorbare -- = tono inaudibile
strenge -- = tono sever
zuivere -- = tono pur
hoge -- = tono alte
lage -- = tono basse
vlakke -- = tono equal
afgeleide -- = tono derivate
de hoogte van een -- = le altor/altura de un tono
verandering van -- = cambiamento de tono
de -- aangeven = dar le tono
de -- inzetten/aangeven = intonar le tono
een andere -- aanslaan = cambiar de tono
2 (MUZ) (toonaard) tono, tonalitate, modo
grote hele -- = tono major
kleine hele -- = tono minor
(ook FIG) de -- aangeven = dar le tono
3 (ondertoon) accento
-- van verwijt = accento de reproche {sj}
klagelijke -- = accento planctive
4 (klank, geluid) sono
valse --en = sonos disaccordante
enkelvoudige --en = sonos simple
meervoudige --en = sonos complexe
5 (SCHILDERK) (tint) tono
warme -- = tono cal(i)de
koude -- = tono frigide
6 (FOTO) tono
7
ten -- spreiden = exhiber
waren ten -- stellen = exponer mercantias


Toon, Ton ZN EIGN

1 Antonio


toonaangevend BN

1 qui/que da le tono, autoritative, influente, prominente


toonaard ZN

1 (MUZ) modo, tono, tonalitate
in alle --en ontkennen = negar in tote le manieras/modos, negar un cosa con emphase (-asis)


toonafstand ZN

1 intervallo


toonbaar BN

1 presentabile, monstrabile


toonbank ZN

1 banco de vendita
achter de -- staan = star detra le banco de vendita
over de -- verkopen = vender in le magazin
onder de -- verkopen = vender clandestinmente


toonbanklade ZN

1 tiratorio cassa


toonbeeld ZN

1 exemplo, modello, para(n)gon
-- van goedheid = exemplo de bontate
-- van edelmoedigheid = exemplo de generositate
-- van trouw = modello de fidelitate
-- van deugd = modello/para(n)gon de virtute
-- van geduld = modello/para(n)gon de patientia
-- van ijver = modello/para(n)gon de diligentia


toondemper ZN

1 surdina


toonder ZN

1 portator
aandeel aan -- = action al portator
obligatie aan -- = obligation al portator
cheque aan -- = cheque (E) al portator
betaalbaar aan -- = pagabile al portator


toonderpapier ZN

1 effectos al portator


toondicht ZN

1 composition musical


toondichten WW

1 poner/mitter in musica, componer


toondichter ZN

1 compositor


toonfysiologie ZN

1 physiologia acustic


toongenerator ZN

1 generator del tonos/sonos


toongeslacht ZN

1 modalitate


toongevend BN

1 Zie: toonaangevend


toongever ZN

1 persona qui da le tono


toongeving ZN

1 (MUZ) (het geven van de toon) tonalitate
2 (aan lettergreep) accentuation
3 (wijze van voortbrenging van de tonen) production de tonos


toonhebbend BN

1 tonic
--e klinker = vocal tonic


toonhoogte ZN

1 tono, altor/altura tonal
verloop van de -- = intonation


toonhoogteaccent ZN

1 accento tonic


toonkamer ZN

1 salon de exposition/de demonstration


toonkast ZN

1 vitrina


toonkleur ZN

1 timbro


toonkunst ZN

1 arte musical, musica


toonkunstenaar ZN

1 musico
2 compositor


toonkunstvereniging ZN

1 philharmonia


toonladder ZN

1 scala, gamma
chromatische -- = scala/gamma chromatic
diatonische -- = scala/gamma diatonic
afdalende -- = scala/gamma descendente
stijgende -- = scala/gamma ascendente
getempereerde -- = scala/gamma temperate
viertonige -- = tetrachordo
natuurlijke -- = scala/gamma natural
Pythagorische -- = scala/gamma pythagoric
--s spelen = facer scalas/gammas


toonloos BN

1 (zonder nadruk) surde
2 (onbeklemtoond) atone, inaccentuate, (van e) mute
-- klinker = vocal atone/inaccentuate


toonloosheid ZN

1 atonia


toonmeter ZN

1 sonometro


toonopvolging ZN

1 succession de sonos


toonregelaar ZN

1 corrector de tonalitate


toonregeling ZN

1 controlo del tono


toonsafstand ZN

1 intervallo


toonschaal ZN

1 (toonladder) gamma, scala (de sonos)
vijftonige -- = gamma/scala pentatonic
2 (kleurschakeringen) gamma/scala de colores, paletta


toonschildering ZN

1 musica descriptive


toonsleutel ZN

1 clave


toonsoort ZN

1 tono, tonalitate, modo


toonstelsel ZN

1 systema musical


toonsterkte ZN

1 intensitate de un sono, volumine


toonsysteem ZN

1 Zie: toonstelsel


toontaal ZN

1 lingua a tono


toonteken ZN

1 (mol) bemolle, (kruis) diese (-esis)


toontje ZN

1 tono
(FIG) een -- lager zingen = bassar le tono, cambiar de tono, cantar un altere melodia, mitter un surdina a su pretentiones/pretensiones
dat -- van jou bevalt me niet = io non ama tu tono


toonval ZN

1 (wijze waarop men intoneert) intonation, modulation
2 (intonatie) intonation, cadentia


toonvast BN

1 qui tene le tono


toonzaal ZN

1 Zie: toonkamer


toonzetten WW

1 mitter/poner in musica, componer


toonzetter ZN

1 compositor


toonzetting ZN

1 composition


toorn ZN

1 ira, rabie, rage, furor, furia, cholera, bile, inrabiamento, inragiamento
Gods -- = le cholera divin, le ira de Deo
de dag des --s = le die/jorno del cholera
de -- van iemand opwekken = excitar/suscitar le cholera/ira de un persona, inrabiar/inragiar un persona
in -- ontsteken = entrar in cholera


toornen WW

1 inrabiar, inragiar, incholerisar se, fulminar


toornig BN

1 irate, furibunde, furiose, infuriate, choleric
-- worden = irascer, inrabiar, inragiar


toornigheid ZN

1 Zie: toorn


toorts ZN

1 (fakkel) face, facula, torcha {sj}
2 (PLANTK) verbasco


toortscactus ZN

1 cereo


toortsdrager ZN

1 portator de torcha {sj}


toortslicht ZN

1 luce/lumine de torcha(s) {sj}


toost ZN

1 Zie: toast


toosten WW

1 Zie: toasten


tooster ZN

1 Zie: toaster


top ZN

1 (bovenste gedeelte) summitate, testa, capite, alto, (van gebouw) alto, pinnaculo, (van boom/berg OOK) cyma, (van vinger) puncta, (van heuvel/golf OOK) crista, cresta, (WISK ook) apice, vertice
aan/van de -- = summital
onbereikbare -- = summitate inaccessibile
de -- van een driehoek = summitate/vertice de un triangulo
het --je van de ijsberg = le summitate/le parte visibile del iceberg (E)
van -- tot teen = del testa/capite al pedes, de alto a basso
ten -- stijgen, de -- bereiken = arrivar al apice
op de -- van zijn carrière staan = esser al apice de su carriera
2 (hoogtepunt) summitate, culmine, apice, vertice, puncto culminante, summum (L), maximo, apogeo, (mbt ziekte/gevoel) paroxysmo
aan de -- staan = esser al summitate/apice/vertice
op de -- van zijn macht = in le apice de su poter
op de -- van zijn roem = in le apice de su gloria
zijn weg naar de -- = su cammino al summitate, su ascension (professional/politic)
de spanning steeg ten -- = le tension ha attingite su puncto culminante/su paroxysmo, le tension ha ascendite al maximo
de ellende steeg ten -- = le miseria ha attingite su maximo
mijn auto heeft een -- van 200 km per uur = mi auto(mobile) ha un velocitate maxime de 200 km per hora
3 (hoogste groep) dirigentes, summitates, élite (F), top
de liberale -- = le dirigentes del partito liberal
4 (conferentie) (conferentia al) summitate
5
op en -- = in tote le respectos
op en -- tevreden = multo contente


top! TW

1 de accordo!


topaas ZN

1 topazo
valse -- = topazo false, citrino


topaaskleur ZN

1 color topazo


topambtenaar ZN

1 alte functionario


topas ZN

1 axe que passa per le centro de gravitate


topatleet ZN

1 athleta de alte nivello/de nivello international


topblad ZN

1 coronilla


topconditie ZN

1 forma superior/optime, superforma, plen forma
in -- zijn = esser in plen forma


topconferentie ZN

1 conferentia al summitate/vertice


topdag ZN

1 die/jorno record (E)


top dertig ZN

1 top (E) trenta


topdrukte ZN

1 affluentia record (E)


topervaring ZN

1 grande experientia


topfiguur ZN

1 (man van invloed) summitate, personalitate de prime plano
2 (uitblinker) asse


topfunctie ZN

1 alte function/position


topfunctionaris ZN

1 alte functionario


topgevel ZN

1 faciada a cuspide


tophit ZN

1 hit (E)


tophoek ZN

1 angulo apical/del apice/del vertice/del summitate


tophypotheek ZN

1 hypotheca maximal/maxime


topi ZN

1 casco colonial


topica ZN MV

1 medicamentos topic, topicos


topindustrie ZN

1 industria de puncta


topisch BN

1 topic
-- geneesmiddel = medicamento topic/de uso externe, topico


topjaar ZN

1 anno record (E)


topklasse ZN

1 classe superior


topklep ZN

1 valvula/valva superior


topkring ZN

1 (AARDR) circulo azimuthal
2 (MV: hoogste kringen) le plus alte circulos


topkwaliteit ZN

1 qualitate extra/superior, le plus alte qualitate
wijn van -- = vino (de qualitate) extra


topless BN

1 topless (E), a sino nude
-- zwemkleding = monokini


toplicht ZN

1 fanal


topman ZN

1 director, summitate, dirigente de alte nivello
--nen van het bedrijfsleven = capitanos del industria
-- van Philips = summitate de Philips


topmanagement ZN

1 direction (superior)


topmodel ZN

1 modello principal


topofobie ZN

1 topophobia


topograaf ZN

1 topographo


topografie ZN

1 topographia


topografisch BN

1 topographic
--e kaart = carta/mappa topographic
-- kompas = bussola topographic
--e aardrijkskunde = geographia topographic
--e waarneming = observation topographic
--e verkenning = recognoscentia topographic


topologie ZN

1 topologia


topologisch BN

1 (WISK) topologic
--e algebra = algebra topologic
--e isomorfie = isomorphismo topologic
--e ruimte = spatio topologic
--e transformatie = transformation topologic


topoloog ZN

1 topologo, topologista


toponiem ZN

1 toponymo


toponymie ZN

1 toponymia


toponymisch BN

1 toponymic


toponymist ZN

1 toponymista


topoverleg ZN

1 deliberationes al summitate/vertice


toppen WW

1 decapitar
bomen -- = decapitar arbores
het haar -- = taliar/secar le puncta del capillos


topper ZN

1 (hoogtepunt) apice, summitate, vertice, puncto culminante
2 (lied, plaat, boek) successo (musical/litterari), (boek) best-seller (E)
3 (wedstrijd) match (E) multo importante
4 (uitblinker) crack (E), asse
5 Zie: topfiguur


topplaats ZN

1 placia culminante


topploeg ZN

1 equipa de altissime nivello


toppositie ZN

1 (hoogste plaats op een ranglijst) prime position, position de testa/capite, testa, capite
de -- innemen = esser le testa/capite
2 (positie van de hoogste rang) alte position/function
zij bekleedt een -- = illa occupa un position multo alte/elevate


topprestatie ZN

1 prestation maxime/de altissime nivello, performance (E), record (E)
een -- leveren = realisar un prestation de altissime nivello


topproduktie ZN

1 production record (E)


toppunt ZN

1 Zie: top-1-2


tops BN

1 in puncta


topsalaris ZN

1 alte salario, salario maxime


topscore ZN

1 score (E) maxime/record (E)


top secret BN

1 top secret (E)


topsnelheid ZN

1 velocitate maxime
op -- rijden = ir a tote velocitate


topspanning ZN

1 tension/voltage de cresta/crista


topspanningsmeter ZN

1 voltimetro de cresta/crista


topspeler ZN

1 jocator de alte nivello, crack (E), asse


topspin ZN

1 (SPORT) topspin (E)
-- aan een bal geven = dar topspin a un balla


topsport ZN

1 sport (E) de alte nivello


topsporter ZN

1 sportista de alte nivello, asse


topstandig BN

1 (BIOL) terminal, (PLANTK) apical


toptijd ZN

1 tempore record (E)


top veertig ZN

1 top (E) quaranta


topverbruik ZN

1 consumo/consumption record (E)


topvoetballer ZN

1 footballero {foet} de alte nivello/de nivello international


topvorm ZN

1 Zie: topconditie


topwaarde ZN

1 valor de puncta/cresta/crista


topzwaar BN

1 instabile


topzwaarheid ZN

1 instabilitate


toque ZN

1 (hoofddeksel) tocca


tor ZN

1 coleoptero


tora(h) ZN

1 torah


toreador ZN

1 toreador (S), torero (S)


toren ZN

1 (hoog bouwwerk) turre
-- van Babel = turre de Babel/de Babylon
-- van de kerk = turre del ecclesia
scheve -- van Pisa = turre inclinate de Pisa
zich in zijn ivoren -- terugtrekken = retirar se in su turre de ebore
-- van blokken = turre de cubos
stompe -- = turre truncate
hoog van de -- blazen = pretender multo
2 (vrijstaande klokketoren) campanil
3 (bouwsel van opeengestapelde zaken) pila
4 (SCHAKEN) roc, turre


torenachtig BN

1 in forma de turre


torenbouw ZN

1 construction de un turre/de turres
de -- van Babel = construction del turre de Babel


torenbrand ZN

1 incendio in un turre


torendak ZN

1 tecto de turre


torenen WW

1 elevar se


torenflat ZN

1 turre residential/de appartamentos


torengebouw ZN

1 edificio turre, grattacelo


torenhoog BN

1 alte como un turre, altissime


toreningang ZN

1 entrata de turre


torenkamer ZN

1 camera in un turre


torenklok ZN

1 (luiklok) campana, (uurwerk) horologio de turre/campanil


torenkraai ZN

1 Zie: kauw


torenkraan ZN

1 grue alte (de cantier)


torenkruid ZN

1 turritis (glabre)


torenkruis ZN

1 cruce de turre


torenoffer ZN

1 (SCHAKEN) sacrificio de un roc/turre


torenraam ZN

1 Zie: torenvenster


torenschedel ZN

1 acrocephalia


torenschedelig BN

1 acrocephale


torenspits ZN

1 agulia/cuspide (de turre/campanil), puncta de turra/campanil


torentje ZN

1 parve turre, turretta


torentrans ZN

1 galeria (de un turre)


torentrap ZN

1 scala de turre


torenuurwerk ZN

1 Zie: torenklok-2


torenvalk ZN

1 falcon tinuncule


torenvenster ZN

1 fenestra de turre


torenvormig BN

1 turriforme


torenwachter ZN

1 guardiano de turre, turrero


torenwachtershuis ZN

1 casa del turrero


torero ZN

1 torero (S)


toreutiek ZN

1 toreutica


torisch BN

1 toric
-- oppervlak = superficie toric


torkruid ZN

1 oenanthe


torment ZN

1 tormento


tormentatie ZN

1 tormento


tormenteren WW

1 tormentar


tormentil ZN

1 potentilla erecte, tormentilla


torn ZN

1 choc {sj}, succussa
2 parte dissuite
een -- in een rok = un gonna dissuite


tornado ZN

1 tornado, cyclon, vento cyclonal
als een -- binnenstormen = entrar como un tornado


tornen WW

1 (losgaan aan de naden) dissuer se
(FIG) ergens aan -- = essayar de cambiar/modificar un cosa
(FIG) daar valt niet aan te -- = isto es (un decision) irrevocabile/irreversibile
2 (losmaken) dissuer, disfacer
de voering uit een jas -- = disfacer le fodero de un mantello


tornmesje ZN

1 parve cultello a/de/pro dissuer


tornschaar ZN

1 cisorios a/de/pro dissuer


toroïdaal BN

1 toroidal
-- coördinaten = coordinatas toroidal


toroïde ZN

1 toroide


torpederen WW

1 torpedar, torpedinar
een schip -- = torpedar un nave
een plan -- = torpedar un projecto


torpedist ZN

1 torpedista


torpedo ZN

1 (MIL) torpedo, torpedine
2 (open sportauto) torpedo, torpedine


torpedo(boot)jager ZN

1 chassator {sj}, chassatorped(in)ero {sj}, contratorpedinero, destroyer (E)


torpedolanceerbuis ZN

1 (tubo) lanceatorpedos


torpedonet ZN

1 rete paratorpedos


torpide BN

1 torpide


torpiditeit ZN

1 torpiditate, torpor


torpilleren WW

1 attaccar con torpedos


tors ZN

1 Zie: torso


torsen WW

1 (met grote moeite dragen) portar con effortio
een zware koffer -- = portar con effortio un valise (F) pesante
2 (gebukt gaan onder) portar, supportar, suffrer
een niet te -- leed = un dolor insupportabile
een grote verantwoordelijkheid -- = haber super le spatulas un grosse responsabilitate
3 (torderen) torquer
getorste zuilen = colonnas/columnas torte


torsie ZN

1 (het wringen) torsion
2 (daarbij optredende spanning) torsion
3 (gedraaide vorm) torsion
(WISK) -- van een ruimtekromme = torsion de un curva tridimensional
4 (MED) volvulo
-- van de maag = volvulo gastric


torsiebalans ZN

1 balancia de torsion


torsiehoek ZN

1 angulo torsional/de torsion


torsiekoppel ZN

1 copula torsional/de torsion


torsiekracht ZN

1 fortia torsional/de torsion


torsiemeter ZN

1 torsiometro


torsiemoment ZN

1 momento torsional/de torsion


torsiependel ZN

1 pendulo torsional/de torsion


torsieradius ZN

1 radio torsional/de torsion


torsiestaaf ZN

1 barra de torsion


torsiesterkte ZN

1 resistentia al torsion, fortia torsional


torsiestijfheid ZN

1 rigiditate torsional/al torsion


torsietrillingen ZN MV

1 vibrationes/oscillationes torsional/de torsion


torsievastheid ZN

1 Zie: torsiesterkte


torsieveer ZN

1 resorto torsional/a/de torsion


torsievervorming ZN

1 deformation torsional/de torsion


torso ZN

1 torso (I)


tortel(duif) ZN

1 turture


tortilla ZN

1 tortilla (S)


tortueus BN

1 (bochtig) tortuose, sinuose
2 (onoprecht) tortuose, sinuose


tortuur ZN

1 tortura


torus ZN

1 (WISK) toro
2 (BOUWK) toro
3 (PLANTK) toro


Tory ZN

1 tory (E)
Tories = partito tory


Torypartij ZN

1 partito tory (E)


Toscaan ZN

1 toscano


Toscaans BN

1 toscan
--e bouwstijl = ordine toscan, toscano


Toscaans ZN

1 (taal) toscano


Toscane ZN EIGN

1 Toscana


tosti ZN

1 sandwich {E} (al gambon/al caseo, etc.) tostate, tosti (I)


tostiapparaat ZN

1 apparato pro facer tostis (I)


tot VZ

1 usque, usque a, a, in, como
de trein gaat tot Bilthoven = le traino va usque a Bilthoven
-- bladzijde tien = usque al pagina dece
-- dusver/nu toe = usque a nunc/ora
-- op heden = usque al presente
-- het einde = usque al fin
-- het laatste ogenblik = usque al ultime momento
-- de laatste man = usque al ultime homine
-- op korte afstand = usque a curte distantia
-- spoedig = a bentosto
-- ziens = a revider
-- zijn grote verbazing = a su grande surprisa
-- iemands beschikking staan = esser al disposition de un persona
-- antwoord geven = dar como responsa
-- functie hebben = haber como function
-- armoede vervallen = cader in le miseria
-- andere gedachten brengen = facer cambiar de idea
-- elke prijs = costa lo que costa
het teken -- de aanval = le signal del attacco
poging -- doodslag = tentativa de homicidio
vertragingen van 10 -- 50 minuten = retardos de 10 a 50 minutas
van dag -- dag = de jorno/die in jorno/die
van week -- week = de un septimana al altere
-- en met bladzijde vier = usque al pagina quatro incluse/inclusive


tot VW

1 usque
ik blijf -- hij komt = io resta usque ille veni(ra)


totaal ZN

1 total, totalitate, toto, insimul, summa
-- generaal, algemeen -- = total general
het -- opmaken van = totalisar
de --en bij elkaar optellen = additionar le totales
in -- = in total, in totalitate


totaal BN

1 total, complete, integre
-- zonsverduistering = eclipse (-ipsis) total del sol
--e uitverkoop = liquidation total (del stock)
--e bedrag = summa/amonta total
--e oorlog = guerra total
--e arbeid = travalio total
--e kosten van het project = costos total del projecto
het feest was een --e mislukking = le festa ha essite un disastro total
tegen -- verlies = contra perdita total
iets -- anders = un cosa completemente differente/distincte
ik ben -- vergeten te betalen = io ha completemente oblidate de pagar
ik ben -- op = io es extenuate
het is f. 30,- -- = isto face 30 florinos in toto
-- niet = nullemente, non ... del toto, absolutemente non


totaalbedrag ZN

1 summa/amonta total, total


totaalbeeld ZN

1 vista/vision general/global/del insimul


totaalcijfer ZN

1 cifra total, total


totaalenergie ZN

1 energia total


totaalgewicht ZN

1 peso total


totaalindruk ZN

1 impression general/de insimul


totaalintensiteit ZN

1 intensitate total


totaalinvestering ZN

1 investimento global/integral


totaalkolom ZN

1 columna/colonna del totales


totaaloverzicht ZN

1 Zie: totaalbeeld


totaalplanning ZN

1 planification del insimul


totaalprijs ZN

1 precio total/global


totaalprogramma ZN

1 programma complete


totaalquantumgetal ZN

1 numero quantic total


totaaltheater ZN

1 theatro total


totaalvoetbal ZN

1 football (E) total/complete
-- spelen = practicar un football total


totaalwasmiddel ZN

1 detergente complete


totaalweigeraar ZN

1 objector total


total hip ZN

1 (totale heupartroplastiek) arthroplastica del hanca con prothese (-esis) total
2 (die prothese zelf) prothese (-esis) total del hanca


totalisatie ZN

1 totalisation, addition


totalisator ZN

1 (ook PAARDESPORT) totalisator


totaliseren WW

1 (het totaal opmaken van) totalisar, additionar
2 (tot een totaliteit maken) totalisar, integrar


totalitair BN

1 totalitari
-- systeem = systema totalitari, totalitarismo
-- regime = regime (F) totalitari
voorstander van -- regime = totalitario
--e staat = stato totalitari


totalitarisme ZN

1 totalitarismo, systema totalitari


totaliteit ZN

1 totalitate, plenitude, insimul
dit probleem moet in zijn -- beschouwd worden = iste problema debe esser considerate in su totalitate


totaliteitsbegrip ZN

1 notion/concepto de totalitate


totaliter BW

1 totalmente, completemente, integremente, in totalitate


total loss ZN

1 perdita total


total loss BN

1 perdita total
de verzekering heeft deze wagen -- verklaard = le assecurantia ha declarate iste auto(mobile) perdita total


totdat VW

1 usque
ik blijf -- hij komt = io resta usque a ille veni(ra)


totebel ZN

1 (visnet) rete de pisca quadrate
2 (scheldnaam) femina sordide/neglecte


totem ZN

1 totem


totembeeld ZN

1 statua totemic


totemclan ZN

1 clan totemic


totemisme ZN

1 systema totemic, totemismo


totemist ZN

1 totemista


totemistisch BN

1 totemic
--e begrippen = notiones/conceptos totemic
-- volk = populo totemic


totempaal ZN

1 palo/mast totemic


totemteken ZN

1 signo totemic


totemvolk ZN

1 populo totemic


tot en met BW

1 al plus alte grado, excessivemente
hij is gierig -- = ille es le avaritia ipse


tot en met VZ

1 usque a ... inclusive/incluse
-- 10 januari = usque al 10 de januario incluse/inclusive


toto ZN

1 Zie: totalisator


totstandbrenging ZN

1 Zie: totstandkoming


totstandkoming ZN

1 realisation, effectuation


touch ZN

1
de finishing -- = le ultime tocco


touchant BN

1 toccante, emovente


touche ZN

1 (SCHERMEN) (aanraking) tocca
2 (betasting) tocca, tocco
3 (penseelstreek) tocca


toucher ZN

1 tocca


toucheren WW

1 (inwendig onderzoeken) explorar al tacto, toccar, palpar
2 (in ontvangst nemen) reciper, perciper
3 (SPORT) toccar
4 (aantasten) toccar, insultar, offender
5 (treffen) toccar, emover


toupet ZN

1 toupet (F)


tour ZN

1 Zie: toer


tour de force ZN

1 tour de force (F)


touringcar ZN

1 autocar (de tourismo {oe})


touringcarbedrijf ZN

1 interprisa de autocars (de tourismo) {oe}


touringcarchauffeur ZN

1 chauffeur (F)/conductor de autocar (de tourismo {oe})


tourists class ZN

1 Zie: toeristenklasse


tournedos ZN

1 (CUL) tournedos (F)


tournée ZN

1 tournée (F), tour (F)


tournesol ZN

1 (PLANTK) tornasol
2 (verfstof) tornasol


tourniquet ZN

1 (MED) (knevel) tourniquet (F)
2 (draaihekje) tourniquet (F)


touroperator ZN

1 operator touristic {oe}, organisator de viages, tour-operator (E)


touw ZN

1 corda, fun
een -- spannen = tender un corda
spanning van een touw = tension de un corda
-- draaien/slaan = torquer/facer corda
het -- laten vieren = laxar/distender le corda
--tje springen = saltar al corda
(SCHEEP) driedraads -- = merlin
altijd in -- zijn = esser semper/sempre occupate
een feest op -- zetten = preparar/organisar un festa
een campagne op -- = initiar un campania
daar is geen -- aan vast te knopen = isto non ha ni pedes ni testa/capite
ergens geen -- aan kunnen vastknopen = non comprender nihil de nihil


touwachtig BN

1 funiforme


touwbaan ZN

1 Zie: touwslagerij


touwbekleding ZN

1 revestimento de cordas


touwbrug ZN

1 ponte de cordas


touwdraaier ZN

1 Zie: touwslager


touwen WW

1 (vollen) fullar
het -- = fullatura


touwen BN

1 de corda


touwer ZN

1 fullator


touwfabriek ZN

1 Zie: touwslagerij


touwhandel ZN

1 commercio de cordas


touwhandelaar ZN

1 commerciante de cordas


touwkleed ZN

1 tapis (F)/tapete de corda


touwklimmen WW

1 montar al corda (lisie)


touwladder ZN

1 scala de corda/de fun


touwladderspier ZN

1 musculo scalen


touwmat ZN

1 matta de corda


touwpluis ZN

1 stoppa


touwslaan WW

1 torquer/facer cordas


touwslager ZN

1 cordero, funero


touwslagerij ZN

1 corderia


touwtje ZN

1 cordetta, cordon, (dun) funiculo
(FIG) de --s in handen hebben, aan de --s trekken = tener le redinas, tirar le cordon/le filos
-- springen = saltar al corda


touwtrekken WW

1 tirar/traher al corda/fun
het -- = tiro/traction de/al corda/fun


touwvezel ZN

1 fibra de corda


touwvormig BN

1 funiforme


touwwerk ZN

1 (allerlei soorten touw) cordas
2 (SCHEEP) cordage


touwwinkel ZN

1 corderia


touwzool ZN

1 solea de corda


t.o.v.

1 (Afk.: ten opzichte van) con reguardo/respecto a, in relation a
2 (Afk.: ten overstaan van) in presentia de, ante


tovenaar ZN

1 mago, magico, incantator


tovenaarsleerling ZN

1 apprentisse mago


tovenares ZN

1 maga, incantatrice


tovenarij ZN

1 Zie: toverij


toverachtig BN

1 (ongelofelijk) magic
2 (feeëriek) feeric, phantasmagoric, incantator, magic
een -- landschap = un paisage incantator


toverartikelen ZN MV

1 articulos de magia


toverbeeld ZN

1 vision/imagine/figura magic


toverbeker ZN

1 cuppa incantate/del prestidigitator


toverblik ZN

1 reguardo incantate


toverboek ZN

1 (boek met goocheltrucs) libro de prestidigitation, libro magic


toverbron ZN

1 fonte magic


tovercirkel ZN

1 circulo magic


toverdoos ZN

1 cassa magic


toverdrank ZN

1 potion/biberage magic, (liefdesdrank) philtro


toveren WW

1 (echt toveren) exercer/practicar le (arte de) magia/le arte magic, facer magia, (goochelen) facer trucos (de prestidigitator)
een konijn uit een hoed -- = traher un conilio de un cappello per arte de magia
iets te voorschijn -- = facer apparer un cosa (como) per incantamento/per arte de magia


toverfee ZN

1 fee {fee}


toverfiguur ZN

1 figura magic


toverfluit ZN

1 flauta magic/incantate


toverformule ZN

1 formula magic/incantator


tovergodin ZN

1 fee {fee}


toverhazelaar ZN

1 hamamelis


toverhazelaarfamilie ZN

1 hamamelidaceas


toverheks ZN

1 Zie: tovenares


toverij ZN

1 magia, magia nigre, incantamento, sortilegio, prestigio


toverinkt ZN

1 tinta sympathic


toverkaart ZN

1 carta magic


toverkasteel ZN

1 castello incantate


toverkijker ZN

1 kaleidoscopio


toverkol ZN

1 Zie: tovenares


toverkracht ZN

1 fortia/poter/virtute magic, magia


toverkring ZN

1 Zie: tovercirkel


toverkruid ZN

1 herba magic, nepenthe


toverkunst ZN

1 Zie: toverij


toverlamp ZN

1 lampa magic/de Aladino


toverland ZN

1 pais incantate


toverlantaarn ZN

1 lanterna magic


toverlantaarnplaatje ZN

1 diapositiva


toverleerling ZN

1 Zie: tovenaarsleerling


toverlicht ZN

1 luce/lumine magic


tovermacht ZN

1 Zie: toverkracht


tovermiddel ZN

1 (middel waardoor men kan toveren) sortilegio
2 (middel tegen ziekte/ongeluk) medio magic, talisman, amuleto


tovernimf ZN

1 fee {fee}


toveroog ZN

1 oculo magic


toverpaleis ZN

1 palatio incantate


toverprins ZN

1 prince incantate


toverring ZN

1 anello magic/incantate


toverroede ZN

1 Zie: toverstaf


toverslag ZN

1
als bij -- = como per (arte de) magia/per incantamento


toverslot ZN

1 castello incantate


toverspiegel ZN

1 speculo magic/incantate


toverspreuk ZN

1 formula magic, incantation


toverstaf ZN

1 virga magic


toverstokje ZN

1 Zie: toverstaf


tovertuin ZN

1 jardin incantate/magic


tovervierkant ZN

1 quadrato magic


toverwereld ZN

1 mundo incantate/del magia, feeria


toverwoord ZN

1 parola magic


toverwortel ZN

1 mandragora


toxemie ZN

1 toxemia


toxemisch BN

1 toxemic


toxiciteit ZN

1 toxicitate


toxicodermie ZN

1 toxicodermia


toxicofobie ZN

1 toxicophobia


toxicologie ZN

1 toxicologia


toxicologisch BN

1 toxicologic
--e analyse = analyse (-ysis) toxicologic


toxicoloog ZN

1 toxicologo, toxicologista


toxicomaan ZN

1 (aan drugs verslaafde) toxicomano
een -- ontwennen = disintoxicar un toxicomano


toxicomaan BN

1 toxicomane


toxicomanie ZN

1 toxicomania


toxicose ZN

1 toxicose (-osis)


toxicum ZN

1 toxico


toxine ZN

1 toxina


toxisch BN

1 toxic
--e dosis = dose/dosis toxic
--e symptomen = symptomas toxic


toxoplasmose ZN

1 toxoplasmose (-osis)


tra ZN

1 paraflamma


traag BN

1 lente, tardive
--e geest = spirito lente
--e bewegingen = movimentos lente
-- van begrip = lente de comprension/de comprehension
--e betaler = pagator tardive
--e levering = livration tardive
(MED) --e pols = pulso lente
(HAND) --e markt = mercato lente
-- in het werk zijn = esser lente in le travalio/labor, travaliar/laborar lentemente
-- van reactie zijn = haber reactiones lente
2 (laks, lui) pigre, indolente, inerte, inactive, apathic, morose
3 (NAT) inerte, inertial
--e massa = massa inerte/inertial
--e stof = substantia/materia inerte/inertial


traagheid ZN

1 (geringe snelheid) lentor
geestelijke -- = lentor de spirito
-- van de ambtelijke molens = lentor del bureaucratia {roo}
2 (laksheid, luiheid) indolentia, inertia, apathia, pigressa, pigritia, inactivitate
geestelijke -- = inertia mental
3 (NAT) (fortia de) inertia
akoestische -- = inertia acustic
wet van de -- = principio/lege de inertia


traagheidsas ZN

1 axe de inertia


traagheidsdruk ZN

1 pression de inertia


traagheidsellipsoïde ZN

1 ellipsoide de inertia


traagheidskracht ZN

1 fortia de inertia


traagheidsloos BN

1 sin inertia


traagheidsmassa ZN

1 massa de inertia


traagheidsmiddelpunt ZN

1 centro de inertia (del massas)


traagheidsmoment ZN

1 momento de inertia
equatoriaal -- = momento de inertia equatorial
polair -- = momento de inertia polar


traagheidsregelaar ZN

1 regulator de inertia


traagheidsslingering ZN

1 oscillation inerte


traagheidsstarter ZN

1 starter (E) de inertia


traagheidstensor ZN

1 tensor de inertia


traagheidsweerstand ZN

1 resistentia de inertia


traan ZN

1 (oogvocht) lacrima
--en storten = versar lacrimas, lacrimar
bittere --en wenen = plorar lacrimar amar
in --en uitbarsten = erumper in lacrimas
een -- wegpinken = siccar se/essugar un lacrima
zijn --en drogen = siccar se/essugar se le lacrimas
lachen door zijn --en heen = rider a transverso su lacrimas
tot --en bewogen zijn = esser toccate/emovite usque al lacrimas
zijn --en de vrije loop laten = lassar fluer su lacrimas
ik zal er geen -- om laten = io non plorara un lacrima
er glinsterde een -- in haar oog = un lacrima brillava/scintillava in su oculo
vol --en = lacrimose
--en veroorzakend = lacrimogene
2 (olie) oleo


traanachtig BN

1 oleose
--e smaak = gusto oleose


traanafscheiding ZN

1 secretion lacrimal
overvloedige -- = hypersecretion de lacrimas


traanbeen ZN

1 osso lacrimal


traanbuis ZN

1 canal/ducto/conducto lacrimal


traanfistel ZN

1 fistula lacrimal


traangas ZN

1 gas lacrimogene


traangasbom ZN

1 bomba (de gas) lacrimogene


traangasgranaat ZN

1 granata (de gas) lacrimogene


traankanaal ZN

1 Zie: traanbuis


traanklier ZN

1 glandula lacrimal


traankoker ZN

1 funditor de oleo de balena


traankokerij ZN

1 funderia de oleo de balena


traanogen WW

1 haber oculos lacrimose


traanoog ZN

1 oculo lacrimose


traanpapil ZN

1 papilla lacrimal


traanpunt ZN

1 puncto lacrimal


traansmaak ZN

1 gusto oleose


traansmelter ZN

1 Zie: traankoker


traansmelterij ZN

1 Zie: traankokerij


traanstip ZN

1 Zie: traanpunt


traanvocht ZN

1 liquido lacrimal, lacrimas


traanwegen ZN MV

1 vias lacrimal


traanwekkend BN

1 lacrimogene


traanzakje ZN

1 sacco lacrimal


trabea ZN

1 trabea


tracé ZN

1 (afgebakende weg) cammino/via traciate, percurso
2 (SPOORW) linea (de ferrovia)
het -- Utrecht-Bilthoven = le linea de Utrecht a Bilthoven
3 (afgebakende aslijn) linea de axe
4 (ontwerp, schets) esbosso


traceren WW

1 (een schets maken) traciar, facer un esbosso, esbossar
straten en wegen -- = traciar stratas e camminos
2 (nasporen) traciar, recercar le tracias


trachea ZN

1 trachea


tracheaal BN

1 tracheal


trachee ZN

1 (luchtpijp) trachea


trachee-ademhaling ZN

1 respiration tracheal


tracheeënstelsel ZN

1 systema tracheal


tracheïtis ZN

1 tracheitis


tracheoscopie ZN

1 tracheoscopia


tracheotomie ZN

1 tracheotomia


trachiet ZN

1 trachyte


trachietachtig BN

1 trachytic


trachietblok ZN

1 bloco de trachyte


trachietgroeve ZN

1 mina de trachyte


trachoom ZN

1 conjunctivitis granulose, trachoma


trachten WW

1 essayar, tentar
-- vooruit te komen = tentar de avantiar


track ZN

1 (magneetbandspoor) pista


tractaat ZN

1 tractato, convention
voorwaarden van een -- = conditiones de un tractato
een -- ondertekenen = signar un tractato


tractatie ZN

1 regalo, regalamento


tracteren WW

1 (onthalen op lekkernijen) regalar
op hartige hapjes -- = offerer snacks (E)
het -- = regalamento
2 (aanbieden) pagar un vitro/un repasto, etc.
iemand op een bioscoopje -- = invitar un persona al cinema
ik tracteer = io paga


tractie ZN

1 (het voorttrekken) traction
2 (SPOORW) traction
elektrische -- = traction electric
3 (MED) traction


tractiekracht ZN

1 fortia propulsive


tractor ZN

1 tractor
-- met rupsbanden = tractor a erucas
bestuurder van een -- = tractorista


tractor(en)fabriek ZN

1 fabrica de tractores


tractoraanhangwagen ZN

1 remolco de tractor


tractorband ZN

1 pneu(matico) de tractor


tractorbestuurder ZN

1 tractorista


tractorkraan ZN

1 grue super tractor


tractormotor ZN

1 motor de tractor


tractorstoel ZN

1 sedia de tractor


tractorwiel ZN

1 rota de tractor


tractorzadel ZN

1 sella de tractor


tractus ZN

1 (liturgisch gezang) tracto
2 (MED) tracto


trade-mark ZN

1 marca de fabrica e de commercio


tradescantia ZN

1 tradescantia


traditie ZN

1 tradition
mondelinge -- = tradition oral
schriftelijke -- = tradition scripte
kerkelijke --s = traditiones ecclesiastic
een -- in stand houden = mantener/perpetuar un tradition
instandhouding van --s = perpetuation de traditiones
een -- voortzetten = continuar un tradition
vergrijp tegen de -- = offensa al tradition
aan de -- getrouw = fidel al tradition
daar is een lange -- aan verbonden = isto ha un longe tradition, isto es le resultato/fructo de un longe tradition
een man van --s = un homine de traditiones
volgens de -- = conformemente al tradition, secundo le tradition, traditionalmente


traditiegetrouw BN

1 traditional


traditiegetrouw BW

1 traditionalmente, conformemente al tradition, fidel al tradition


traditionalisme ZN

1 traditionalismo


traditionalist ZN

1 traditionalista


traditionalistisch BN

1 traditionalista, traditionalistic
--e kunstvormen = formas traditionalista/traditionalistic de arte


traditioneel BN

1 traditional
--e dodenherdenking = commemoration traditional del mortos
de --e rolpatronen = le rolos traditional
dat gebeurt -- in september = isto eveni traditionalmente in septembre
dat is -- een mannenberoep = isto es traditionalmente un mestiero de homines


trafiek ZN

1 (lijndienst) servicio regular


trafo ZN

1 transformator


tragant(gom) ZN

1 tragacantha


tragedie ZN

1 (tragische gebeurtenis) tragedia
het huis waarin de -- zich heeft voltrokken = le scena del tragedia
2 (LIT) tragedia
de Griekse -- = le tragedia grec


tragédien ZN

1 actor tragic, tragico, tragedo, tragediano


tragédienne ZN

1 actrice tragic, tragica, tragediana


tragicus ZN

1 autor/poeta tragic, tragico, tragedo


tragiek ZN

1 (het tragische) tragicitate
de -- van het geval = le tragicitate del caso
2 (leer van de tragedie) tragedia


tragikomedie ZN

1 (LIT, ook FIG) tragicomedia


tragikomisch BN

1 (LIT, ook FIG) tragicomic


tragisch BN

1 tragic, (ellendig) deplorabile, (droevig) triste
-- einde = fin tragic
-- verhaal = historia tragic
--e figuur = figura tragic
-- aflopen = terminar/finir tragicamente/in tragedia, haber un fin tragic
hij is -- aan zijn eind gekomen = ille ha habite un fin tragic
iets niet -- opvatten = non facer un drama de un cosa
2 (van het treurspel) tragic
--e figuur = personage tragic


tragus ZN

1 tragus


trailer ZN

1 (oplegger) remolco


trainen WW

1 (SPORT) trainar, exercitar
een elftal -- = trainar un equipa de football (E)
zijn geheugen -- = exercitar le memoria
een goed getraind lichaam = un corpore ben trainate/in forma


trainer ZN

1 (SPORT) trainator, trainer (E)


traineren WW

1 (vertragen) retardar, procrastinar, (eindeloos rekken) eternisar


trainersdiploma ZN

1 diploma de trainator/trainer (E)


training ZN

1 exercitation, training (E)
een zware -- = un exercitation/training dur


trainingsbroek ZN

1 pantalon(es) de training (E)


trainingskamp ZN

1 campo de training (E)


trainingsmethode ZN

1 methodo de training (E)


trainingspak ZN

1 costume de training (E), supertoto athletic


trainingsschema ZN

1 schema de training (E)


trait d'union ZN

1 trait d'union (F)


traite ZN

1 (FIN) tratta


Trajanus ZN EIGN

1 (ROM GESCH) Trajano


traject ZN

1 trajecto, section, percurso, itinerario
-- van de bus = trajecto del autobus
een -- afleggen = percurrer un trajecto


trajectkaart ZN

1 carta (de abonamento) pro un trajecto/percurso determinate


trajectorie ZN

1 (WISK) trajectoria


traktaat ZN

1 Zie: tractaat


traktaatje ZN

1 parve folio evangelic


traktatie ZN

1 Zie: tractatie


traktement ZN

1 salario, paga


traktementsdag ZN

1 die/jorno de paga


traktementsverhoging ZN

1 augmento/augmentation del salario/paga


traktementsverlaging ZN

1 reduction/diminution del salario/paga


trakteren WW

1 Zie: tracteren


tralala TW

1 tralala


tralie ZN

1 (metalen spijl) barra, (MV ook) grillias
de vensters zijn van --s voorzien = le fenestras es providite de barras/grillias, le fenestras ha barras/grillias
een venster van --s voorzien = grilliar un fenestra
achter de --s zitten = esser detra barras, esser in prision/in carcere
2 (NAT) (spiegelplaat) rete de diffraction


traliedeur ZN

1 porta grilliate/con barras


traliehek ZN

1 clausura a cancello, grillia, grilliage


traliehelm ZN

1 casco grilliate


traliekooi ZN

1 cavia grilliate


tralieluik ZN

1 contrafenestra grilliate


traliën WW

1 munir/provider de barras/grillias, mitter/poner barras/grillias, grilliar


tralieraam ZN

1 Zie: tralievenster


tralievenster ZN

1 fenestra grilliate/con barras


traliewerk ZN

1 cancello, grillia, grilliage


tram ZN

1 tramvia, tram(way) (E)
elektrische -- = tram(way)/tramvia electric
met de -- gaan = ir in tram(way)/tramvia, prender le tram/tramvia
in de -- stappen = montar in le tram(way)/tramvia
uit de -- stappen = descender del tram(way)/tramvia
-- twee gaat naar de haven = le tram(way)/tramvia numero duo va usque al porto


tramabonnement ZN

1 abonamento tramviari/del tram(way) (E)/tramvia


trambaan ZN

1 via tramviari/del tramvia/del tram(way) (E)


trambalkon ZN

1 platteforma tramviari/de tramvia/del tram(way) (E)


trambel ZN

1 campana tramviari/de tramvia/del tram(way) (E)


trambestuurder ZN

1 tramviero, conductor del tramvia/del tram(way) (E)


tramconducteur ZN

1 billetero/controlator/receptor del tramvia/de tram(way) (E)


tramdienst ZN

1 servicio tramviari


tramhalte ZN

1 halto del tramvia/del tram(way) (E)
vaste -- = halto obligatori del tram
-- op verzoek = halto facultative del tram


tramkaartje ZN

1 ticket/billet tramviari/de tramvia/de tram(way) (E)


tramlijn ZN

1 linea de tramvia/de tram(way) (E)


trammaatschappij ZN

1 societate del tranvias/del trams (E)/del tramways (E)


trammelant ZN

1 (moeilijkheden) problemas, difficultates
daar krijg je -- mee = isto causara problemas, isto va dar te complicationes
2 (ruzie) disputa, querela


trammen WW

1 ir in tramvia/tram(way) (E), prender le tramvia/tram(way) (E)


tramnet ZN

1 (tramlijnen) rete del tramvias/del trams (E)/del tramways (E)
2 (stroom- en ophangdraden) systema catenari/cablos del tramvia/tram(way) (E)


tramontane ZN

1 tramontana
zijn -- verliezen = perder le tramontana


tramp ZN

1 (SCHEEP) tramp (E)


trampassagier ZN

1 passagero del tramvia/tram(way) (E)


trampboot ZN

1 tramp (E)


trampersoneel ZN

1 personal del tramvia/tram(way) (E)


trampoline ZN

1 trampolino


trampolinespringen ZN

1 trampolino


trampolinespringen WW

1 facer (saltos de) trampolino


trampvaart ZN

1 navigation de tramp (E)


trampvrachten ZN MV

1 fretes de tramp (E)


tramrail ZN

1 rail (E) de tramvia/tram(way) (E)


tramremise ZN

1 remissa/deposito del tramvia/tram(way) (E)


tramrijtuig ZN

1 tramvia, tram(way) (E)


tramroute ZN

1 Zie: tramlijn


tramsignaal ZN

1 signal de tramvia/tram(way) (E)


tramstation ZN

1 station de tramvia/tram(way) (E)


tramtarief ZN

1 tarifa de tramvia/tram(way) (E)


tramtraject ZN

1 trajecto de tramvia/tram(way) (E)


tramverbinding ZN

1 communication/linea de tramvia/tram(way) (E)


tramverkeer ZN

1 traffico de tramvia/tram(way) (E)


tramwagen ZN

1 tramvia, tram(way) (E)
gelede -- = tramvias articulate


tramweg ZN

1 Zie: tramlijn


tramwissel ZN

1 agulia de tramvia/tram(way) (E)


trance ZN

1 trance
in -- geraken = entrar/cader in trance


tranche ZN

1 parte, portion


trancheermes ZN

1 cultello a/de/pro trenchar {sj}


trancheervork ZN

1 furchetta a/de/pro trenchar {sj}


trancheren WW

1 (in plakken/stukken snijden) trenchar {sj}
2 (beslissing nemen) decider, venir a un decision/conclusion


tranen WW

1 (traanvocht afscheiden) lacrimar, plorar
zijn ogen tranen = su oculos lacrima/plora
van uien gaan mijn ogen -- = le cibollas me facer plorar
--de ogen = oculos lacrimose


tranenbeek ZN

1 torrente de lacrimas


tranendal ZN

1 valle/vallea de lacrimas/de miseria
het aardse -- = iste valle de lacrimas


tranenflesje ZN

1 (OUDH) urna lacrimal, lacrimatorio


tranenkruikje ZN

1 Zie: tranenflesje


tranenloos BN

1 sin lacrimas


tranenstroom ZN

1 Zie: tranenvloed-1


tranentrekker ZN

1 historia de lacrimas


tranenverwekkend BN

1 lacrimogene


tranenvloed ZN

1 (grote hoeveelheid tranen) torrente/riviera/fluvio/unda/fluxo de lacrimas
2 (MED) excesso de lacrimation, epiphora


tranig BN

1 oleose
--e smaak = gusto oleose


tranigheid ZN

1 oleositate


tranquillizer ZN

1 tranquillisante, calmante, sedativo
onder de --s zitten = esser borrate de tranquillisantes


trans ZN

1 (borstwering) parapetto
2 (van een toren) galeria
3 (kooromgang) galeria, deambulatorio
4 (uitspansel) firmamento, volta celeste/del celo


transactie ZN

1 (handelsovereenkomst) transaction, operation, accordo commercial
winstgevende -- = operation beneficiari
financiële --s = transactiones/operationes financiari
-- à contant = transaction in moneta
een -- afsluiten/aangaan = concluder/realisar/facer un transaction
een -- afwikkelen = terminar un transaction
2 (schikking) transaction
van een -- = transactional
iemand die een -- aangaat = transactor


transalpien BN

1 Zie: transalpijns


transalpijns BN

1 transalpin


transaminase ZN

1 s. transaminase


transatlantisch BN

1 (aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan) transatlantic
2 (over de Atlantische Oceaan) transatlantic
--e vlucht = volo transatlantic


transcendent BN

1 transcendente, transcendental
--e ervaring = experientia trancendente
--e meditatie = meditation transcendente/transcendental


transcendentaal BN

1 transcendental, transcendente
--e filosofie = philosophia transcendental
-- idealisme van Kant = idealismo transcendental de Kant


transcendentalisme ZN

1 transcendentalismo


transcendentalist ZN

1 transcendentalista


transcendentie ZN

1 transcendentia


transcenderen WW

1 transcender


transcervicaal BN

1 transcervical


transcontinentaal BN

1 transcontinental
--e luchtlijn = linea aeree transcontinental
--e spoorlijn = linea ferroviari transcontinental


transcriberen WW

1 (overbrengen in een andere vorm) transcriber, (letters/tekens OOK) translitterar
het -- = transcription, (letters/tekens OOK) translitteration
in het latijnse alfabet -- = latinisar
2 (RADIO) transcriber


transcript ZN

1 transcripto, transcription, copia


transcriptase ZN

1 transcriptase


transcriptie ZN

1 (mbt letters/tekens) transcription, translitteration
fonetische -- = transcription phonetic
2 (mbt andere informatie) transcription
genetische -- = transcription genetic
3 (MUZ) transcription


transcultureel BN

1 transcultural


transductie ZN

1 transduction


transductiekloon ZN

1 clon de transduction


transept ZN

1 transepto


transeptaltaar ZN

1 altar de transepto


transeptkerk ZN

1 Zie: kruiskerk


transfemoraal BN

1 transfemoral


transfer ZN

1 (ook SPORT) transferentia, transferimento
2 (LUCHTVERK) transito


transferabel BN

1 transferibile
-- waardepapier = valor transferibile


transferabiliteit ZN

1 transferibilitate


transferase ZN

1 transferase


transferbalie ZN

1 fenestretto de transitos de passageros


transferbedrag ZN

1 Zie: transfersom


transferbureau ZN

1 (SPORT) agentia/bureau (F) del transferentias


transfereerbaar BN

1 transferibile


transfereren WW

1 (SPORT) transferer, vender
2 (FIN) transferer


transferlijst ZN

1 (SPORT) lista del transferentias


transfermarkt ZN

1 (SPORT) mercato del transferentias


transferperiode ZN

1 (SPORT) periodo del transferentias


transferregeling ZN

1 Zie: transfersysteem


transfersom ZN

1 (SPORT) summa/amonta del transferentia


transfersysteem ZN

1 (SPORT) systema de transferentias


transfiguratie ZN

1 (ook REL) transfiguration


transfigureren WW

1 (REL) transfigurar


transformatie ZN

1 (gedaanteverwisseling) transformation
2 (NAT, SCHEI, WISK, TAAL) transformation


transformatiefactor ZN

1 factor de transformation


transformatieformule ZN

1 formula de transformation


transformatieproces ZN

1 processo de transformation


transformationalisme ZN

1 (TAAL) transformationalismo


transformationalist ZN

1 (TAAL) transformationalista


transformationeel BN

1 (TAAL) transformational
--e generatieve grammatica = grammatica generative transformational


transformator ZN

1 transformator


transformatorhuisje ZN

1 cabina/posto de transformation


transformeren WW

1 (van gedaante doen veranderen) transformar
het -- = transformation
iemand die iets transformeert = transformator
2 (ELEKTR) transformar


transformisme ZN

1 transformismo


transformist ZN

1 transformista


transformistisch BN

1 transformista
--e theorie = theoria transformista


transfunderen WW

1 Zie: transfuseren


transfuseren WW

1 transfunder
het -- = transfusion


transfusie ZN

1 transfusion


transfusieapparaat ZN

1 transfusor


transgressie ZN

1 (overschrijding) transgression, infringimento, infraction
2 (GEOL) transgression
mariene -- = transgression marin


transgressiezee ZN

1 mar de transgression


transhumance ZN

1 transhumantia


transigeren WW

1 transiger, facer un compromisso


transistor ZN

1 (halfgeleider) transistor
gelegeerde -- = transistor alligate
eenpolige -- = transistor unipolar/monopolar
ballistische -- = transistor ballistic
complementaire --s = transistores complementari
met --s uitrusten = transistorisar
met --s uitgevoerd = transistorisate
uitrusting met --s = transistorisation
2 (radio) transistor


transistorbatterij ZN

1 pila de transistor


transistoriseren WW

1 transistorisar


transistorisering ZN

1 transistorisation


transistor-keten ZN

1 catena de transistores


transistorradio ZN

1 transistor


transistor-werking ZN

1 action de transistor


transit(o) ZN

1 (doorvoer) transito


transitie ZN

1 (overgang) transition
2 (MUZ) transition


transitief BN

1 (TAAL) transitive
-- werkwoord = verbo transitive
2 (WISK) transitive
--e relaties = relationes transitive


transitief ZN

1 verbo transitive


transitiviteit ZN

1 transitivitate
-- van een werkwoord = transitivitate de un verbo


transitofunctie ZN

1 function de transito


transitogoederen ZN MV

1 merces/mercantias de transito


transitohandel ZN

1 commercio transitori/de transito


transitohaven ZN

1 porto de transito


transitoir BN

1 transitori
--e bepalingen = dispositiones transitori


transitoland ZN

1 pais transitori


transitoloods ZN

1 deposito pro le mercantias de transito


transitoor BN

1 Zie: transitoir


transitopaspoort ZN

1 certificato de transito


transitorechten ZN MV

1 derectos de transito


transitorisch BN

1 (voorbijgaand) transitori, passager, transiente
2 (overdraagbaar) transitori, transferabile


transitoverkeer ZN

1 traffico de transito


transitvisum ZN

1 visa de transito


Transjordanië ZN EIGN

1 Transjordania


translaat ZN

1 traduction, version


translateren WW

1 traducer, translatar


translateur ZN

1 traductor, translator
beëdigd -- = traductor/translator jurate


translatie ZN

1 (overbrenging) translation, transferentia, transferimento
2 (JUR) translation, transferentia, transferimento
3 (WISK) translation
4 (BIOCH) translation
5 (overbrenging van relieken) translation


translatiebeweging ZN

1 movimento de translation


translatief BN

1 (JUR) translative
--e rechtsverkrijging = acquisition de un derecto per transferentia


translatiemodus ZN

1 modo de translation


translitteratie ZN

1 translitteration
-- van het Russisch in Latijnse letters = translitteration del russo in characteres latin


translocatie ZN

1 (verplaatsing) translocation
2 (MED, BIOL) translocation


translucide BN

1 translucide


transmigrant ZN

1 transmigrante


transmigratie ZN

1 (verhuizing van een bevolkingsgroep) transmigration, migration
2 (zielsverhuizing) transmigration, metempsychose (-osis)


transmissie ZN

1 (overdracht) transmission, (van bevoegdheden) transferentia, transferimento
2 (overbrenging van kracht/beweging/informatie) transmission
3 (machinedelen) transmission
4 (NAT) transmission


transmissieas ZN

1 arbore de transmission


transmissiefactor ZN

1 factor de transmission


transmissiekabel ZN

1 cablo de transmission


transmissieketting ZN

1 catena de transmission


transmissierad ZN

1 rota de transmission


transmissieriem ZN

1 corregia de transmission


transmissiesnelheid ZN

1 velocitate de transmission


transmissiestang ZN

1 barra de transmission


transmissiesysteem ZN

1 systema de transmission


transmitteren WW

1 transmitter


transmuraal BN

1 transmural


transmutabel BN

1 transmutabile
niet -- = intransmutabile


transmutabiliteit ZN

1 transmutabilitate


transmutatie ZN

1 (overbrenging/overgaan in een andere soort) transmutation
2 (SCHEI) transmutation
3 (BIOL) transmutation


transmutatietheorie ZN

1 theoria del transmutation


transmuteren WW

1 transmutar
het -- = transmutation


transnasaal BN

1 transnasal


transneptunisch BN

1 transneptunic
--e planeet = planeta transneptunic


transoceanisch BN

1 transoceanic
--e vlucht = volo transoceanic


transparant BN

1 transparente, translucide, pellucide, diaphane, perspicue, clar
-- zijn = transparer, translucer
--e kleuren = colores translucide
de --e vleugels van de libel = le alas diaphane del libellulo


transparant ZN

1 (voorwerp/scherm dat doorschijnt) transparente
2 (blad met lijnen als onderlegger) transparente
3 (afbeelding op doorschijnende ondergrond) transparente


transparantie ZN

1 transparentia, pelluciditate, diaphaneitate


transparantje ZN

1 folio transparente, guida-lineas


transpariëtaal BN

1 transparietal


transpiratie ZN

1 (het zweten) transpiration, perspiration
2 (mbt planten) transpiration (vegetal)
3 (zweet) transpiration, perspiration, sudor


transpiratiegeur ZN

1 odor de transpiration/perspiration/sudor


transpireren WW

1 (zweten) transpirar, perspirar, sudar
het -- = transpiration, perspiration
2 (mbt planten) transpirar


transplantaat ZN

1 transplant


transplantatie ZN

1 transplantation, graffo


transplantatiemethode ZN

1 methodo de transplantation


transplanteren WW

1 transplantar, graffar
het -- = transplantation
te -- = transplantabile
een nier -- = transplantar/graffar un ren
arts die transplanteert = graffator


transpolair WW

1 transpolar
--e luchtverbinding = linea aeree transpolar


transponeren WW

1 (overzetten) transponer
2 (MUZ) transponer
3 (omzetten) transponer
4 (overbrengen in een ander verband) transponer


transponering ZN

1 transposition


transport ZN

1 (vervoer) transporto, transportation
-- van dieren = transporto/transportation de bestias/de bestial
-- van troepen = transporto/transportation de truppas
op -- stellen = (zenden) inviar, expedir, (deporteren) deportar
2 (lading) carga, cargamento
-- levensmiddelen = cargamento de viveres


transportabel BN

1 transportabile


transportabiliteit ZN

1 transportabilitate


transportafdeling ZN

1 section/departimento del transportos


transportakte ZN

1 acto de transporto/transferimento


transportarbeider ZN

1 obrero de transporto(s), transportator


transportatie ZN

1 (het transporteren/getransporteerd worden) transporto, transportation
2 (deportatie) transportation, deportation


transportband ZN

1 (band tot vervoer van materiaal) corregia/banda transportator/mobile, transportator a banda
2 (installatie met zo'n band) transportator (automatic)


transportbedrijf ZN

1 interprisa/compania de transportos/de camionage
2 (COLL) sector del transportos


transportcontainer ZN

1 container (E) de transporto


transportdienst ZN

1 servicio de transporto(s)


transporteerbaar BN

1 transportabile
niet -- = intransportabile


transporteren WW

1 (vervoeren) transportar, vehicular
het -- = transportation
te -- = transportabile
niet te -- = intransportabile
een gevangene -- = transportar un prisionero
2 (overdragen) transportar, transferer
3 (FOTO) (doordraaien) transportar


transportering ZN

1 transporto, transportation


transporteur ZN

1 (ondernemer) interprenditor de transportos, transportator
2 (transporttoestel) transportator
3 (graadboog) goniometro
4 (onderdeel van een machine) transmission


transportgelegenheid ZN

1 occasion de transporto


transportgetal ZN

1 numero de transporto


transportgoot ZN

1 transportator


transportinstallatie ZN

1 istallation de transporto/transportation


transportkabel ZN

1 cablo de transporto/transportation


transportkist ZN

1 container (E)


transportkosten ZN MV

1 costos de transporto/transportation


transportkraan ZN

1 grue de transporto/transportation


transportmaatschappij ZN

1 interprisa/compania de transportos


transportmachine ZN

1 machina de transporto/transportation


transportmaterieel ZN

1 material de transporto/transportation


transportmiddel ZN

1 medio de transporto/transportation


transportmogelijkheden ZN MV

1 facilitates de transporto/transportation


transportondernemer ZN

1 Zie: transporteur-1


transportonderneming ZN

1 Zie: transportbedrijf-1


transportprobleem ZN

1 problema de transporto/transportation


transportrecht ZN

1 (verschuldigd bedrag) derecto de transporto
2 (recht betreffende vervoer) derecto del transportos


transportrisico ZN

1 risco de transporto


transportschade ZN

1 damno(s) durante le transporto


transportschema ZN

1 schema de transporto


transportschip ZN

1 nave de transporto/de carga


transportschroef ZN

1 transportator a vite


transporttoestel ZN

1 (TECHN) transportator
2 (vliegtuig) avion de transporto


transportvaart ZN

1 navigation de transporto


transportverzekering ZN

1 assecurantia contra le riscos del transportos


transportvliegtuig ZN

1 avion de transporto


transportvloot ZN

1 flotta de transporto


transportwagen ZN

1 camion, truck (E), vehiculo de transporto
2 (MIL) caisson (F)


transportwezen ZN

1 transporto(s)


transpositie ZN

1 (verplaatsing, omzetting) transposition
2 (MUZ) transposition


transseksisme ZN

1 Zie: transseksualisme


transseksualisme ZN

1 transsexualismo


transseksualiteit ZN

1 transsexualitate


transseksueel BN

1 transsexual


transseksueel ZN

1 transsexual, transsexualista


transsiberisch BN

1 transsiberian
--e spoorweg/lijn = ferrovia transsiberian


transsonisch BN

1 transsonic
--e aërodynamica = aerodynamica transsonic


transsoon BN

1 transsonic


transsubstantiatie ZN

1 transsubstantiation


transsubstantiatieleer ZN

1 dogma/doctrina del transsubstantiation


transsubstantiëren WW

1 transsubstantiar


transsudaat ZN

1 transsudat


transsudatie ZN

1 transsudation


transsuderen WW

1 transsudar
het -- = transsudation


transsumpt ZN

1 transumpto


Transsylvaans BN

1 transylvan


Transsylvanië ZN EIGN

1 Transylvania


Transsylvaniër ZN

1 transylvano


Transsylvanisch BN

1 transsylvan
--e Alpen = Alpes Transsylvan


transuraan ZN

1 elemento transuranic


transuranisch BN

1 transuranic
--e elementen = elementos transuranic


Transvaal ZN EIGN

1 Transvaal


Transvaals BN

1 transvalian


Transvaler ZN

1 transvaliano


transvers BN

1 transverse
de --e as van een hyperbool = le axe transverse de un hyperbola


transversaal BN

1 transverse, transversal
-- aandrijving = transmission transversal
(NAT) --e trillingen = oscillationes transversal
(NAT) --e golf = unda transversal
(NAT) --e modulatie = modulation transversal
(WISK) --e as van een hyperbool = axe transverse de un hyperbola


transversaal ZN

1 linea transversal, transversal


transversaliteit ZN

1 transversalitate


transversaliteitsvoorwaarde ZN

1 condition de transversalitate


transvesicaal BN

1 transvesical


transvestie ZN

1 Zie: travestie


transvestiet ZN

1 Zie: travestiet


transvestisme ZN

1 Zie: travestie


trant ZN

1 (manier) maniera, modo, stilo, fashion (E)
in de -- van Vermeer = in le/al maniera/modo/stilo de Vermeer
2 (soort) sorta, genere
iets in die -- = un cosa de iste sorta


trap ZN

1 (constructie van treden) scala, (ladder) scala de mano
geheime -- = scala secrete
treden van een -- = grados de un scala
de -- afgaan = descender le scala
de -- opgaan = montar le scala
van de -- vallen = precipitar del scala
zij woont drie --pen hoog = illa habita al tertie etage (F)
boven aan de -- = in le alto del scala
onder aan de -- = in basso del scala
de bovenste trede van de -- = le ultime scalon
2 (schop) colpo (de pede)
(SPORT) vrije -- = colpo franc
iemand een -- geven = dar un colpo de pede a un persona
3 (graad, mate, niveau) grado, nivello
een hoge -- van produktiviteit = un alte grado/nivello de productivitate
een hoge -- van beschaving = un alte grado/nivello de civilisation
4 (stadium) stadio, grado, scalon, phase
de drie --pen van de mystiek = le tres stadios/grados mystic
een zekere -- bereiken = attinger un certe stadio/grado
5 (trede) grado, scalon
op de hoogste -- van de maatschappelijke ladder staan = esser al plus alte grado del scala social
6 (TAAL) grado
--pen van vergelijking = grados de comparation
vergelijkende -- = grado comparative, comparativo
stellende -- = grado positive, positivo
overtreffende -- = grado superlative, superlativo
7 (MUZ) intervallo


trapas ZN

1 axe del pedal


trapauto ZN

1 auto(mobile) a/de pedales


trapbaluster ZN

1 balustro de scala


trapbalustrade ZN

1 balustrada de scala


trapbreedte ZN

1 largor del scala


trapconstructie ZN

1 construction de scala


trapdeur ZN

1 porta del scala


trapemmer ZN

1 Zie: pedaalemmer


trapeze ZN

1 trapezio
oefening aan de -- = exercitio de trapezio


trapezeacrobaat ZN

1 Zie: trapezewerker


trapezewerker ZN

1 artista de trapezio, trapezista


trapezist ZN

1 Zie: trapezewerker


trapezium ZN

1 (MEETK) trapezio
gelijkbenig -- = trapezio isoscele
ongelijkbenig -- = trapezio scalen
2 (handwortelbeentje) osso trapezio


trapezium(schroef)draad ZN

1 filetto trapezoide


trapeziumformule ZN

1 formula trapezoidal/del trapezios


trapeziumschroefdraad ZN

1 filetto trapezodial


trapeziumvormig BN

1 trapeziforme, trapezoide, trapezoidal


trapezoïdaal BN

1 trapezoide, trapezoidal


trapezoïde ZN

1 trapezoide


trapgang ZN

1 cavia de scala


trapgans ZN

1 avetarda
grote -- = otide


trapgat ZN

1 cavia del scala


trapgevel ZN

1 faciada a scala


trapjaar ZN

1 ultime anno de septe/novem/dece annos consecutive


trapje ZN

1 scaletta


trapjesgevel ZN

1 Zie: trapgevel


trapkast ZN

1 armario sub le scala


trapkrukje ZN

1 scabello


trapladder ZN

1 Zie: trapleer


traplamp ZN

1 lampa del scala


traplantaarn ZN

1 lanterna de scala


trapleer ZN

1 scala de mano, scala duple


trapleuning ZN

1 balustrada, barra protective (del scala)


traploos BN

1 continue, sin scalonamento
het apparaat is -- regelbaar = le apparato pote esser adjustate continuemente


traploper ZN

1 tapete/tapis (F) de scala


trapnaaimachine ZN

1 machina a/de suer a pedal


trapopening ZN

1 Zie: trapgat


trappelen WW

1 batter con le pedes, calcar
ik sta niet te -- om het te doen = io non es inclinate a facer lo immediatemente


trappelzak ZN

1 sacco/sacchetto de nocte (pro bebes/babys (E))


trappen WW

1 (de voet neerzetten) mitter le pede (super), marchar {sj}
in de poep -- = marchar in le merda
op een pedaal -- = actionar un pedal
op de rem -- = dar un colpo de freno
2 (schoppen) colpar (con le pede), dar colpos de pede
tegen een bal -- = colpar un ballon (con le pede)
3 (fietsen) pedalar
4
iemand de grond in -- = humiliar un persona
5
het orgel -- = sufflar le organo
6
klei -- = malaxar argilla
7
(FIG) ergens in -- = cader in le insidia
gauw op zijn teentjes getrapt zijn = esser multo susceptibile


trappenhuis ZN

1 cavia de scala


trappenlopen WW

1 montar e descender le scala(s), usar le scala(s)
-- gaat nog moeilijk na de operatie = le uso del scala es ancora difficile post le operation


trapper ZN

1 (pedaal) pedal
--s van een fiets = pedales de un bicycletta
2 (pelsjager) trappator


trappers ZN

1 pressa a pedal


trappist ZN

1 trappista


trappistenbier ZN

1 bira del trappistas


trappistenklooster ZN

1 monasterio de trappistas


trappistenteken ZN

1 signo de trappista


trapportaal ZN

1 corridor del scala(s)


trappsalm ZN

1 psalmo gradual


traproede ZN

1 virga/verga de scala


trapschijf ZN

1 polea multiple


trapsgewijs BN

1 gradual, scalonate, gradational
--e toename = augmento/augmentation gradual
--e opklimming of afdaling = gradualitate
-- opklimmen = montar gradualmente/per grados
2
--e verkiezingen = electiones indirecte


traptrede ZN

1 grado de scala, scalon, passo


trapvorm ZN

1 forma de scala


trapvormig BN

1 in forma de scala


trapzaagmachine ZN

1 serra mechanic a pedal


tras ZN

1 (tufsteen) trass
met -- metselen = cementar con trass


traslaag ZN

1 strato de trass


trassen WW

1 cementar/coperir con trass


trassteen ZN

1 trass


trattoria ZN

1 (Italiaans restaurantje) trattoria (I)


trauma ZN

1 (PSYCH) trauma, traumatismo
psychisch -- = trauma psychic
dat ongeluk heeft bij hem een -- veroorzaakt = iste accidente ha provocate un traumatismo/trauma, iste accidente le ha date un traumatismo/trauma, iste accidente le ha traumatisate
2 (verwonding) lesion, trauma, traumatismo


traumateam ZN

1 equipa medical de urgentia


traumatine ZN

1 traumatina


traumatisch BN

1 traumatic
--e neurose = neurose (-osis) traumatic
--e ervaring = experientia traumatic


traumatiseren WW

1 traumatisar
het -- = traumatisation


traumatisering ZN

1 traumatisation


traumatisme ZN

1 traumatismo


traumatofobie ZN

1 traumatophobia


traumatologie ZN

1 traumatologia


traumatologisch BN

1 traumatologic
--e kliniek = clinica traumatologic


traumatoloog ZN

1 traumatologo, traumatologista


traveller's cheque ZN

1 cheque (E) de viage/de viagiator, traveller's cheque (E)


traverse ZN

1 (dwarsverbinding) transversa, cammino transversal
2 (zijwaartse sprong) movimento/salto lateral


traverseren WW

1 transversar


traverso ZN

1 (fluit) glauta transverse/transversal


travertijn ZN

1 travertino


travesteren WW

1 transvestir, travestir


travestie ZN

1 transvestismo, travestismo


travestiet ZN

1 transvestito, travestito


trawant ZN

1 (bijplaneet) satellite
2 (handlanger) complice, acolyt(h)o
3 (zwam) fungo symbiotic


trawl ZN

1 draga


trawl(net)visserij ZN

1 pisca con draga


trawler ZN

1 nave de pisca (con draga)


trecento ZN

1 (14-de eeuw van de Italiaanse kunst) trecento (I)


trechter ZN

1 (toestel om stoffen door een nauwe opening te gieten) infundibulo
2 (trechtervormig voorwerp) infundibulo
3 (holte in organen, etc.) infundibulo


trechtermond ZN

1 (opening van een trechter) orificio/bucca de un infundibulo
2 (uitmonding van een rivier) estuario


trechtervorm ZN

1 forma de infundibulo


trechtervormig BN

1 in forma de infundibulo, infundibuliforme
--e bloemkroon = corolla infundibuliforme


tred ZN

1 passo(s), marcha {sj}
vlugge -- = passo(s)/marcha legier
onzekere -- = passo(s)/marcha incerte


trede ZN

1 scalon, grado, passo
smalle --n = scalones stricte
--n van een trap = grados de un scala
de bovenste -- van de trap = le ultime scalon
de derde -- van boven = le tertie scalon de supra
--n van de hiërarchie = grados del hierarchia


treden WW

1 ir, marchar {sj}, (binnentreden) entrar
in dienst -- = entrar in servicio
in functie -- = entrar in function
in diplomatieke dienst -- = entrar in le diplomatia
in briefwisseling -- met = entrar in correspondentia con
in discussie -- met = entrar in discussion con
in onderhandeling -- = comenciar/initiar/aperir/establir negotiationes
in details/bijzonderheden -- = entrar in detalios
te zeer in details -- = perder se in detalios
in het huwelijk -- met = contraher/contractar matrimonio con
in de plaats -- van = (opvolgen) succeder a (un persona), (vervangen) reimplaciar (un persona)
tegemoet -- = ir al incontro de
in contact -- met iemand = contactar un persona, communicar con un persona, entrar in contacto con un persona
in iemands voeten/voetsporen -- = marchar {sj} super le tracias/passos de un persona, sequer le tracias/passos de un persona
aan het licht -- = manifestar se, revelar se, apparer
naar voren -- = avantiar, (FIG) manifestar se
uit de kring -- = sortir del circulo
uit de regering -- = abandonar/quitar le governamento
uit een firma -- = retirar se de un casa commercial
de rivier is buiten haar oevers getreden = le riviera ha disbordate
op 1 mei treedt deze wet in werking = le prime de maio iste lege entrara in vigor
2 (de voet zetten op) fullar
druiven -- = fullar uvas
met voeten -- = fullar/calcar al pedes, (FIG) violar
klei -- = malaxar argilla


tredmolen ZN

1 molino movite/actionate de un cavallo, molino de cavallo


tree ZN

1 Zie: trede


treeft ZN

1 tripede, tripode


treeftje ZN

1 subplatto


treeplank ZN

1 (opstapplank) planca de pede
2 (plank om iets in beweging te brengen) pedal


tref ZN

1 hasardo felice
het is een -- u nog thuis te vinden = io es felice de trovar vos ancora in casa


trefbaar BN

1 a portata de tiro
2 vulnerabile


trefcentrum ZN

1 centro/loco de incontro


treffen ZN

1 (gevecht) incontro, combatto, battalia
bloedig -- = combatto sanguilente
2 (samenkomst) incontro, reunion
3 (sportwedstrijd) incontro
sportief -- = incontro sportive


treffen WW

1 (raken) toccar, attinger
het schot trof doel = le colpo ha attingite le scopo
de kogel trof hem in de borst = le balla le ha attingite in le pectore
door een bom getroffen worden = esser attingite per un bomba
door de bliksem getroffen = esser colpate/siderate de un fulmine
(FIG) de juiste toon -- = trovar le tono juste
2 (ontroeren) toccar, emover, emotionar, (diep treffen) commover, consternar
zijn dood heeft ons allen diep getroffen = su morte nos ha commovite totes, su morte esseva un choc {sj} pro nos totes
ik was getroffen door zijn belangstelling = io me ha sentite agradabilemente emotionate per su interesse
3 (aantreffen) incontrar
zij hebben elkaar daar getroffen = illes se ha incontrate illac
niemand thuis -- = non trovar nemo/necuno in le casa, trovar le porta clause
4 (opvallen) attraher le attention
alles wat het oog treft = toto lo que attrahe le attention del oculo
5 (uitkomen)
dat treft goed = isto es fortunate, isto veni multo a proposito
dat treft slecht = isto es infortunate
zij hebben het met elkaar getroffen = illes es multo felice le un con le altere
6 (aangaan, betreffen) toccar, concerner
die opmerking treft jou = iste remarca te concerne
mij treft geen enkel verwijt = io non ha nihil a reprochar {sj} me
7 (bereiken) attinger, trovar, incontrar
waar kan ik je --? = ubi pote io attinger/trovar/incontrar te?
8 (boffen) esser felice
zij hebben het goed met elkaar getroffen = illes es multo felice insimul
9 (maken) facer
een regeling -- = facer un arrangiamento
een minnelijke schikking -- = facer un arrangiamento/accordo amicabile
een vergelijk -- = facer un compromisso
voorbereidingen -- = facer preparativos/preparationes
maatregelen -- = prender mesuras
10
mij treft geen blaam = io non ha le culpa, le culpa non es mie


treffend BN

1 (raak, frappant) saliente, surprendente, (geslaagd in gelijkenis) resimilante, (juist) juste, exacte
--e gelijkenis = resimilantia surprendente
2 (ontroerend) toccante, emovente


treffer ZN

1 (mbt schot) bon colpo, bon tiro, (mbt bal) bon colpo
2 (gelukkig toeval) hasardo felice


trefkans ZN

1 possibilitate/probabilitate de attinger (su scopo)


trefpunt ZN

1 (plaats waar men samenkomt) loco/puncto de incontro/reunion
2 (punt dat getroffen wordt) puncto de impacto/de impaction/de collision


trefrichting ZN

1 (van lichtstralen) incidentia


trefwoord ZN

1 (lemma, ingang) entrata, articulo
2 (karakteriserend woord) parola clave


trefwoordencatalogus ZN

1 index, indice, tabula alphabetic


trefzeker BN

1 (doelgericht) precise, accurate, exacte, efficace
een --e bal = un bon tiro, un tiro accurate/precise
2 (het juiste woord wetende te kiezen) ben seligite
-- spreken = parlar in terminos ben seligite, trovar le parolas exacte
hij heeft dat heel -- gezegd = ille ha trovate le parola juste


trefzekerheid ZN

1 (zekerheid dat het doel getroffen wordt) precision, accuratessa, exactitude, efficacia, efficacitate
2 (vermogen het juist te zeggen) habilitate de trovar le parolas exacte/juste


treil ZN

1 draga


treiler ZN

1 (sleepboot) remolcator
2 (trawler) nave de pisca (con draga)


treillogger ZN

1 lugre


trein ZN

1 (spoortrein) traino
elektrische -- = traino electric
doorgaande -- = traino directe
aansluitende -- = traino correpondente
volledig bezette -- = traino complete
internationale -- = traino international
rijdende -- = traino in marcha {sj}
extra/ingelaste -- = traino supplementari
-- van tien uur = traino de dece horas
met de -- gaan = ir in traino
de -- nemen = prender le traino
vervoer per -- = transporto per rail (E)
zijn -- halen = haber su traino
zijn -- missen = mancar su traino
iemand naar de -- brengen = accompaniar un persona al traino/al station
zich voor de -- gooien = jectar se sub le traino
2 (gevolg) (tros) traino
3 (rij spoorwagons) convoyo
4
dat loopt als een -- = isto va super rotas, isto va como un traino


treinaanslag ZN

1 aggression de un traino


treinaansluiting ZN

1 Zie: treinverbinding


treinabonnement ZN

1 abonamento de ferrovia/de traino


treinbeambte ZN

1 empleato del ferrovias, ferroviario


treinbestuurder ZN

1 conductor de traino


treinbotsing ZN

1 collision ferroviari/de trainos


treinconducteur ZN

1 controlator del traino


treincontrole ZN

1 controlo in le traino


treincoupé ZN

1 compartimento de traino


treindiefstal ZN

1 furto/robamento in un traino


treinen WW

1 ir/viagiar in traino


treinendienst ZN

1 Zie: treinenloop


treinenloop ZN

1 servicio de trainos, marcha {sj} del trainos, movimento ferroviari


treinkaartje ZN

1 billet/ticket (E) ferroviari/de ferrovia/de traino


treinkaping ZN

1 acto de pirateria ferroviari


treinlocomotief ZN

1 locomotiva de traino


treinmachinist ZN

1 machinista de traino


treinnummer ZN

1 numero de traino


treinongeluk ZN

1 accidente ferroviari/de traino


treinongeval ZN

1 Zie: treinongeluk


treinontsporing ZN

1 derailamento {rél} de un traino


treinoverval ZN

1 assalto a un traino


treinpassagier ZN

1 Zie: treinreiziger


treinpersoneel ZN

1 personal ferroviari/de traino


treinprijzen ZN MV

1 tarifa ferroviari/de ferrovia


treinrail ZN

1 rail (E)


treinramp ZN

1 disastro/catastrophe/sinistro ferroviari/de traino(s)


treinreis ZN

1 viage ferroviari/in traino


treinreiziger ZN

1 viagiator ferroviari/de traino


treinroof ZN

1 Zie: treinoverval


treinrover ZN

1 robator de traino


treinstel ZN

1 traino


treintarief ZN

1 tarifa ferroviari/de ferrovia


treintaxi ZN

1 taxi del traino


treintunnel ZN

1 tunnel (E) ferroviari/de ferrovia


treinverbinding ZN

1 connexion/communication ferroviari/per ferrovia/per traino


treinverkeer ZN

1 traffico ferroviari/de trainos


treinvertraging ZN

1 retardo del traino


treinvervoer ZN

1 transporto per traino/per via ferree


treiteraar ZN

1 tormentator, persona moleste


treiterachtig BN

1 Zie: treiterig


treiteren WW

1 tormentar, molestar
zijn broertje -- = tormentar su parve fratre


treiterig BN

1 tormentante, moleste
-- lachje = riso malitiose


treiterij ZN

1 tormentos, molestia


treitering ZN

1 Zie: treiterij


treiterlach ZN

1 riso malitiose


trek ZN

1 (het trekken) traction
dat is een hele -- voor de paarden = le cavallos debera facer un grande effortio de traction
2 (een keer trekken) colpo
3 (haal met een pen) tracto (de penna)
iets met een paar vlugge --ken tekenen = facer un designo in alicun tractos de penna
iets in grote --ken vertellen = contar un cosa in lineas general/in/a grande lineas, schizzar {ts} un cosa
4 (gelaatstrek) tracto
minachtende -- om de mond = tracto contemptuose circa le bucca
harde --ken hebben = haber tractos dur
5 (kenmerkende eigenschap) tracto (characteristic)
karakteristieke --ken = tractos characteristic/specific
gemeenschappelijke --ken = tractos commun
heldhaftige -- = tracto heroic
karikaturale --ken = tractos caricatural
lelijke -- = latere negative (del character)
6 (luchtstroom) currente de aere
op de -- zitten = esser exponite a un currente de aere
er is geen -- in de kachel = le estufa non tira
7 (eetlust) fame, appetito, (begeerte) invidia
ergens -- in krijgen = sentir appetito pro un cosa
8 (het begeerd worden)
in -- zijn = esser popular/in voga/de moda
zeer in -- zijn bij de jeugd = esser extrememente popular inter le juvenes, esser multo appreciate per le juventute
deze kroeg is zeer in -- bij de studenten = iste taverna/bireria es multo frequentate per le studiantes/studentes
in -- komen = venir in voga, devenir popular
die muziek is zeer in -- = iste musica place multo
9 (verhuizing van trekdieren) migration
-- van de zwaluwen = migration del hirundines
-- van de palingen = migration del anguillas
-- (van mensen) naar de stad = exodo rural
10 (het trekken als kracht) traction
-- uitoefenen = exercer traction


trekautomaat ZN

1 distributor automatic


trekbank ZN

1 (om metaaldraad te maken) filiera


trekbeen ZN

1 gamba rigide


trekbeugel ZN

1 draga a mano


trekbeweging ZN

1 movimento de traction


trekdier ZN

1 (dier dat iets moet trekken) animal/bestia de tracto
2 (dier dat naar andere streken trekt) animal/bestia migratori


trekdrang ZN

1 impulsion migratori


trekduif ZN

1 pipion/columba migratori


trekeffect ZN

1 (BILJ) effecto retrograde


trekgat ZN

1 (tochtgat) loco del currente de aere
2 (luchtgat) canal/conducto de aeration/de ventilation, ventosa
3 (uitgebaggerde diepte) fossato excavate in le turbiera


trekgraver ZN

1 dragline (E)


trekhaak ZN

1 (van auto) croc de remolco/remolcage


trekharmonica ZN

1 accordion


trekharmonicaspeler ZN

1 accordionista


trekhond ZN

1 can de tracto


trekinstinct ZN

1 instincto migratori


trekkabel ZN

1 cablo de traction/de remolcage


trekkas ZN

1 Zie: broeikas


trekkebekken WW

1 facer grimasses


trekkebekkerij ZN

1 grimasses


trekkebenen WW

1 trainar/traher/tirar le gamba detra se


trekken WW

1 (kracht uitoefenen op iets) tirar, traher
de zee trekt = le mar tira/trahe
2 (in een bepaalde richting gaan) ir, camminar, mover, migrar
de zwaluwen trekken al = le hirundines comencia jam lor migration
door Nederland -- = percurrer Nederland, viagiar a transverso Nederland
naar een ander land -- = emigrar
in een huis -- = installar se in un casa
de storm trekt naar het noorden = le tempesta move al nord
3 (luchtstroom doorlaten) tirar
de kachel trekt goed = le estufa tira ben
de schoorsteen trekt niet goed = le camino non tira ben
deze sigaar trekt niet = iste cigarro non tira
4 (in een richting getrokken worden) esser attrahite (per)
die jas trekt onder de oksel = iste mantello serra sub le axilla, iste mantello es (troppo) stricte sub le bracio
krom -- = deformar se
de inkt trekt in het papier = le tinta es absorbite per le papiro
5 (lijken op) resimilar (a)
die kleur trekt naar rood = iste color tende a rubie
6 (tussen iets anders uitnemen) tirar, traher, extraher
een tand -- = extraher un dente
amandelen -- = extraher/remover amygdalas/tonsillas
een kaart -- = tirar/traher un carta
loten -- = tirar al sorte
een prijs -- = ganiar un precio
7 (aantrekken) attraher
publiek -- = attraher publico
kopers -- = attraher clientes
die stad blijft -- = iste urbe continua a attraher gente
volle zalen -- = plenar salas
8 (als zijn deel ontvangen) reciper
loon -- = reciper un salario
9 (in genoemde toestand/op genoemde plaats brengen) tirar, traher
een kurk uit een fles -- = tirar/traher un corco ab un bottilia
men moest het antwoord uit hem -- = on debeva tirar/traher le responsa ab ille
aan het touw -- = tirar le cordon
iets omver -- = reverter un cosa
iets stuk -- = lacerar un cosa
iets strak -- = stringer/serrar un cosa
aan de rem -- = tirar/serrar le freno
de deur in het slot -- = clauder ben le porta
met getrokken messen = con cultellos in lor manos
10 (slepen) tirar, traher, trainar
de kar -- = tirar/traher le carretta
de auto moest getrokken worden = on debeva trainar le auto(mobile)
dat kan bruintje niet -- = isto es superior a mi medios
11 (naar zich toe halen) (ook FIG) attraher
de aandacht -- = attraher le attention
12 (aftreksel maken van) facer infunder, facer
kruiden -- = facer infunder herbas
thee laten -- = lassar infunder the
soep -- = facer suppa
13 (eruit halen, afleiden) tirar, traher, (WISK) extraher
een horoscoop -- = tirar un horoscopo
de wortel uit een getal -- = extraher le radice de un numero
een conclusie -- = tirar un conclusion
14 (doen ontstaan) (tekenen) traciar, (fabriceren) fabricar
een cirkel -- = traciar un circulo
een lijn -- = traciar/tirar un linea
een streep onder iets -- = sublinear un cosa
een lijn -- om = circumscriber
lering -- uit = traher un lection de
kaarsen -- = facer candelas
15 (uit een plaats vandaan halen) prender, tirar, traher
een zwaard -- = tirar/disvainar le spada
een mes -- = tirar un cultello
zijn beurs -- = tirar su bursa, pagar
sigaretten -- = prender un pacchetto de cigarrettas ab un distributor (automatic)
16 (door spierbewegingen doen ontstaan) facer
gezichten -- = facer grimasses
rimpels -- = facer rugas
17
in twijfel -- = poner in dubita
de derdemachtswortel -- = extraher le radice cubic/del tertie grado
zij trekken één lijn = illes opera de commun accordo
de inkt trekt in het papier = le tinta penetra in le papiro
er flink aan -- = laborar/travaliar dur
iets in het belachelijke -- = ridiculisar un cosa
een horoscoop -- = tirar/facer un horoscopo
ten strijde -- = ir/partir al guerra


trekkend BN

1 ambulante
2 migrante, migratori


trekker ZN

1 (persoon die iets voorttrekt) persona qui tira/trahe un cosa
2 (kampeerder op trektocht) campator ambulante
3 (reiziger) peregrinator
4 (iemand die een uitkering trekt) persona qui recipe un allocation
5 (trekvogel) ave migratori
6 (iets dat publiek trekt) attraction
7 (ketting aan een stortbak) catena
8 (van vuurwapen) can
9 (tractor) tractor
-- met rupsbanden = tractor a erucas
bestuurder van een -- = tractorista
10 (mbt een vrachtwagen) tractor


trekkerbestuurder ZN

1 conductor de tractor


trekkershut ZN

1 cabina de campator ambulante


trekkerstent ZN

1 tenta de campator ambulante


trekking ZN

1 (het trekken/getrokken worden) traction, tirada, tirage, tiramento
2 (van kies) extraction, evulsion
3 (uitloting) tirage de lotteria
4 (samentrekking van een spier) contraction, convulsion, crispation, crampo


trekkingsdatum ZN

1 data de tirage


trekkingslijst ZN

1 lista de lotteria


trekkoord ZN

1 cordon de tirage


trekkracht ZN

1 (fortia de) traction, fortia tractive
dierlijke -- = traction animal
mechanische -- = traction mechanic


treklade ZN

1 tiratorio


treklijn ZN

1 (jaaglijn) cablo de remolcage


trekmier ZN

1 formica migratori


treknet ZN

1 nassa, rete de pisca


trekos ZN

1 bove de tracto


trekpaard ZN

1 cavallo de tracto


trekpad ZN

1 (jaagpad) pista de remolcage
2 (pad waarlangs dieren trekken) pista


trekpen ZN

1 penna tubular, tiralineas


trekplaat ZN

1 (TECHN) filiera


trekpleister ZN

1 (blaartrekkende pleister) epispastico, vesicante
2 attraction
toeristische -- = attraction touristic {oe}


trekpot ZN

1 theiera


trekproef ZN

1 essayo/test (E) de traction


trekschakelaar ZN

1 interruptor a/con corda/cordon/flexo


trekschuif ZN

1 registro


trekschuit ZN

1 batello/barca/gabarra (que debe esser) remolcate, barca de tracto


treksel ZN

1 infusion, extracto


trekslot ZN

1 serratura a tirage


treksluiting ZN

1 serratura fulmine


trekspanning ZN

1 tension del traction
axiale -- = tension axial de traction


trekspier ZN

1 constrictor


treksprinkhaan ZN

1 acridio


trekstang ZN

1 tirante


trekstoot ZN

1 (BILJ) effecto retrograde/de retorno


trektang ZN

1 tenalia(s) de traction


trektijd ZN

1 periodo/saison (F) del migrationes


trektocht ZN

1 perigrination
een -- van drie maanden door Afrika = un circuito de tres menses a transverso Africa


trekvaart ZN

1 canal


trekvast BN

1 tenace, resistente a traction


trekvastheid ZN

1 tenacitate, resistentia a traction, limite de elasticitate


trekvee ZN

1 bestial/bestias de tracto


trekveer ZN

1 resorto de traction


trekvermogen ZN

1 Zie: trekkracht


trekvis ZN

1 pisce migratori


trekvogel ZN

1 ave migratori


trekvrij BN

1 indeformabile


trekweg ZN

1 Zie: trekpad


trekzaag ZN

1 serra pro duo personas


trekzalf ZN

1 pomada disinfectante


trekzucht ZN

1 instincto de migration


trema ZN

1 trema, dierese (-esis)


trematode ZN

1 trematodo


trembleren WW

1 facer tremolos (I), vibrar


tremmen WW

1 remover le carbon
2 (trammen) ir in tram/tramvia/tramway (E), prender le tram/tramvia/tramway (E)


tremofobie ZN

1 tremophobia


tremoliet ZN

1 tremolite


tremolo ZN

1 tremolo (I)


tremor ZN

1 tremor, tremulation


tremplin ZN

1 trampolino


tremulant ZN

1 (orgelregister) tremulante, tremolo (I)
2 (triltoon) tremolo (I)


tremuleren WW

1 Zie: trembleren


trench-coat ZN

1 trench-coat (E), gabardina


trend ZN

1 (ontwikkelingslijn) trend (E), tendentia
2 (nieuwe mode) trend (E), moda, fashion (E)
een -- volgen = sequer un moda
een -- zetten = lancear un moda


trendgevoelig BN

1 sensibile al tendentias (del moda), subjecte al trends (E)


trendsetter ZN

1 instaurator de un moda/tendentia, qui lancea un moda, novator, innovator


trendvolger ZN

1 persona cuje salario depende del salarios del functionarios public
2 persona qui seque le moda


trendy BN

1 al ultime moda
-- gekleed = vestite al ultime moda


trens ZN

1 (paardebit) bridon
2 (afhechtsel tegen scheuren) brida


Trente ZN EIGN

1 Trento
Concilie van -- = Concilio de Trento


Trents BN

1 trentin, tridentin
van het -- Concilie = tridentin


trenzen WW

1 tressar


trepaan ZN

1 trepano
met de -- opereren = trepanar
operatie met de -- = trepanation


trepanatie ZN

1 trepanation


trepaneerboor ZN

1 Zie: trepaan


trepaneren WW

1 trepanar
het -- = trepanation


trepanering ZN

1 trepanation


tres ZN

1 (boordsel) tressa, galon, (MIL) agulietta
2 (streng, lok haar) tressa


tressen WW

1 tressar


tressing ZN

1 tressa, cablo tressate


treurberk ZN

1 betula plorante


treurbeuk ZN

1 fago plorante


treurboom ZN

1 arbore plorante


treurdicht ZN

1 elegia, poema elegic/elegiac


treurdichter ZN

1 poeta elegic/elegiac, elegiaco


treuren WW

1 (bedrukt zijn) esser triste/affligite, (neerslachtig zijn) esser abattite
2 (vervuld zijn van droefheid) plorar, lamentar
3 (kwijnen) languer


treurgeestig BN

1 melancholic


treurgewaad ZN

1 habito de lucto


treurig BN

1 (verdrietig) triste, affligite
--e blik = reguardo triste
--e gedachten koesteren = haber ideas triste/nigre
-- maken/stemmen = affliger
2 (droefheid veroorzakend) triste, affligente
het is --, maar waar = isto es tristemente ver
3 (hard, bitter) triste, crude, dolorose, tragic, funeste, fatal
-- lot = sorte triste
-- einde = fin triste/tragic
--e afloop = fin fatal
de --e gevolgen van deze oorlog = le triste balancio de iste guerra
4 (erbarmelijk slecht) triste, deplorabile, miserabile
zijn lezen is -- = su maniera de leger es deplorabile
5
er -- aan toe zijn = esser in un triste situation


treurigheid ZN

1 tristessa, affliction, pena, melancholia


treurkleed ZN

1 Zie: treurgewaad


treurlied ZN

1 canto funebre, lamento


treurmars ZN

1 marcha {sj} funebre/funeral


treurmuziek ZN

1 musica funebre/funeral


treurniet ZN

1 persona gai e felice


treurnis ZN

1 tristessa, affliction


treurnis ZN

1 Zie: treurigheid


treurpsalm ZN

1 Zie: boetpsalm


treurspel ZN

1 (toneelspel) tragedia
-- in vijf bedrijven = tragedia in cinque actos
schrijver van --en = autor/poeta tragic, tragedo
2 (voorval) tragedia


treurspeldichter ZN

1 autor/poeta tragic, tragedo


treurspelschrijver ZN

1 Zie: treurspeldichter


treurspelspeler ZN

1 actor tragic, tragedo, tragediano


treurspelstijl ZN

1 stilo tragic


treurwilg ZN

1 salice lugente/plorante


treurzang ZN

1 canto funebre, elegia


treuzel ZN

1 Zie: treuzelaar


treuzelaar ZN

1 persona tardive, persona qui mora


treuzelachtig BN

1 tardive, lente


treuzelen WW

1 perder le tempore, morar


treuzelig BN

1 Zie: treuzelachtig


treuzelkous ZN

1 Zie: treuzelaar


tri ZN

1 trichlorethyleno


triade ZN

1 triade


triadisch BN

1 triadic


triakel ZN

1 theriaca


triangel ZN

1 (driehoek) triangulo
2 (slaginstrument) triangulo


triangulair BN

1 triangular
--e getallen = numeros triangular


triangulatie ZN

1 triangulation


triangulatiemethode ZN

1 methodo de triangulation


trianguleren BN

1 (opmeten) triangular
het -- = triangulation


triarchie ZN

1 triarchia, triumvirato


trias ZN

1 (GEOL) trias


triasafzetting ZN

1 sedimento triassic


triasformatie ZN

1 formation triassic


triassisch BN

1 triassic


triathlon ZN

1 triathlon


triatleet ZN

1 triathleta


triaxiaal BN

1 triaxial
--e seismograaf = seismographo triaxial


tribaal BN

1 tribal


tribade ZN

1 (lesbienne) tribade, lesbiana


tribadie ZN

1 Zie: tribadisme


tribadisme ZN

1 tribadismo, amor lesbian/sapphic, lesbianismo


tribalisme ZN

1 tribalismo


tribo-elektriciteit ZN

1 triboelectricitate


tribofysica ZN

1 tribophysica


tribologie ZN

1 tribologia


triboluminescentie ZN

1 triboluminescentia


tribonica ZN

1 tribonica


tribrachys ZN

1 tribracho


tribulatie ZN

1 tribulation


tribunaal ZN

1 tribunal


tribunaat ZN

1 (ambt en ambtstijd) tribunato
van het -- = tribunitie


tribune ZN

1 tribuna
publieke -- = tribuna public/del publico
overdekte -- = tribuna coperte


tribus ZN

1 tribo


tribuun ZN

1 tribuno
van een -- = tribunitie


tribuut ZN

1 (GESCH) tributo
2 (FIG) (eerbetoon) tributo


tribuutplichtig BN

1 tributari


tribuutplichtige ZN

1 tributario


triceps ZN

1 musculo tricipite, tricipite


trichiasis ZN

1 trichiasis


trichiet ZN

1 trichite


trichine ZN

1 trichina


trichinenziekte ZN

1 Zie: trichinose


trichineus BN

1 trichinose


trichinose ZN

1 trichinose (-osis)


trichloorethyleen ZN

1 trichlorethyleno


trichloormethaan ZN

1 trichlormethano


trichloride ZN

1 trichlorido


trichofytie ZN

1 trichophytia


trichogram ZN

1 trichogramma


trichoïsme ZN

1 trichoismo


trichologie ZN

1 (haarkunde) trichologia


tricholoma ZN

1 tricholoma


trichomoniasis ZN

1 trichomoniasis


trichoom ZN

1 (PLANTK) trichoma


trichotomie ZN

1 trichotomia


trick ZN

1 truco


triclien BN

1 (mbt kristalstelsel) triclin, triclinic


triclinium ZN

1 triclinio


tricolor BN

1 tricolor


tricolore ZN

1 bandiera tricolor, tricolor


tricot ZN

1 (gebreide stof) tricot (F)
2 (gebreid kledingstuk) tricot (F)


tricotage ZN

1 (gebreide stoffen) tricot (F), articulos de tricot (F)


tricotagebedrijf ZN

1 interprisa de articulos de tricot (F)


tricotagefabriek ZN

1 fabrica de articulos de tricot (F)


tricotage-industrie ZN

1 industria de articulos de tricot (F)


tricothemd ZN

1 camisa de tricot (F)


tricotkleding ZN

1 vestimentos de tricot (F)


tricotsteek ZN

1 puncto de tricot (F)


tricotstof ZN

1 tricot (F)


tricycle ZN

1 tricyclo


Tridentijns BN

1 tridentin


tridimensionaal BN

1 tridimensional


tridimensionaliteit ZN

1 tridimensionalitate


triduüm ZN

1 (drie dagen) periodo de tres dies/jornos
2 (geestelijke oefening) triduo


triëder ZN

1 trihedro


triëdrisch BN

1 trihedre


trieermachine ZN

1 machina a/de assortir


triefelaar ZN

1 fraudator, defraudator


triënnaal BN

1 triennal


triënnium ZN

1 triennio


triep ZN

1 (pens) tripa


triëren WW

1 assortir


Triëst ZN EIGN

1 Trieste
van/uit -- = triestin


triest BN

1 (droevig) triste
-- verhaal = historia triste
--e glimlach = surriso triste
2 (droefgeestig) triste


triestheid ZN

1 (treurigheid) tristessa, affliction
2 (droefgeestigheid) tristessa, melancholia


triestig BN

1 Zie: triest


triestigheid ZN

1 Zie: triestheid


trifocaal BN

1 trifocal


triglief ZN

1 triglypho


triglifisch BN

1 triglyphic


triglyceride ZN

1 triglycerido


trigonaal BN

1 trigone, trigonal, triangular
-- prisma = prisma triangular
--e getallen = numeros trigonal/triangular, trigonos
-- stelsel = systema trigonal


trigonometrie ZN

1 trigonometria
vlakke -- = trigonometria plan
bolvormige -- = trigonometria spheric


trigonometrisch BN

1 trigonometric
--e functies = functiones trigonometric
--e vergelijkingen = equationes trigonometric


trigonum ZN

1 trigono


trigram ZN

1 trigramma


trihybridisme ZN

1 trihybridismo


Trijn, Trijntje ZN EIGN

1 Catharina
van wijntje en trijntje houden = amar le vino e le feminas


trijp ZN

1 (stof) moquette (F), villuto/velvet (E) de Utrecht
2 (CUL) (pens) tripa


trijpen BN

1 de moquette (F), de villuto/velvet (E) de Utrecht


trijsen WW

1 hissar


triktrak ZN

1 trictrac


triktrakbord ZN

1 tabuliero de trictrac


triktrakken WW

1 jocar al trictrac, facer un partita de trictrac


triktrakschijf ZN

1 pecia de trictrac


trilapparaat ZN

1 vibrator


trilateraal BN

1 trilatere, trilateral


trilbeton ZN

1 beton vibrate


trilbeweging ZN

1 movimento vibratori


trilblok ZN

1 vibrator a martello


trilgras ZN

1 briza, herba tremulante
groot -- = briza maxime


trilhaardiertje ZN

1 ciliato


trilhaartjes ZN MV

1 cilios/organo vibratile, cilios


trilineair BN

1 trilinear, trilinee


triljard ZN

1 mille trilliones


triljoen ZN

1 trillion


triljoenste BN

1 trillionesime
het -- deel = le trillionesime parte, le trillionesimo


trillen WW

1 (zich snel heen en weer bewegen) vibrar, tremer, fremer, (ritmisch bewegen) pulsar, (van neusvleugels, etc.) palpitar
de lucht trilt = le aere vibra/freme
de lucht trilt van de hitte = le calor face vibrar le aere
de ruiten trilden door de ontploffing = le explosion ha facite vibrar/tremer le vitros
het -- van de stem = le vibration del voce
het -- van de lucht door de warmte = le vibration del aere per le calor
het -- van de stembanden = le vibration del chordas vocal
2 (beven) tremer, tremular, fremer, trepidar
ik tril van angst = io treme de pavor
zijn stem trilt = su voce treme
-- als een espeblad = tremer como un folio
iemand die trilt = tremulator
3 (MUZ) vibrar


trillend BN

1 (snel heen en weer bewegend) vibrante, vibratile, vibratori, (ritmisch) pulsante, (van neusvleugels, etc.) palpitante
2 (bevend) tremule, tremulante, trepide


triller ZN

1 (voorwerp dat trilt/dat iets doet trillen) vibrator
magnetostrictieve -- = vibrator magnetostrictive
2 (MUZ) tremolo (I), trillo
--s zingen/spelen = facer trillos, trillar
een melodie met --s figureren = ornar un melodia con tremolos


trillerig BN

1 tremule, tremente, tremulante


trilling ZN

1 (het trillen) vibration, trepidation
in -- raken = comenciar a vibrar
2 (heen- en weergaande beweging) vibration, oscillation, (ritmisch) pulsation
longitudinale --en = vibrationes/oscillationes longitudinal
transversale --en = vibrationes/oscillationes transversal
harmonische --en = vibrationes/oscillationes harmonic
subharmonische -- = vibrationes/oscillationes subharmonic
isochrone --en = vibrationes/oscillationes isochrone
gekoppelde --en = vibrationes/oscillationes copulate
elastische --en = vibrationes/oscillationes elastic
elektromagnetische --en = vibrationes/oscillationes electromagnetic
mechanische --en = vibrationes/oscillationes mechanic
3 (siddering, beving) tremor, tremulamento, tremulation


trillingsamplitude ZN

1 amplitude vibrational/de vibration


trillingsbereik ZN

1 gamma de frequentia


trillingsdemper ZN

1 amortisator vibrational/de vibrationes/oscillationes, antivibrator


trillingsduur ZN

1 durata/duration/periodo vibrational/de vibration/oscillation


trillingsenergie ZN

1 energia vibrational/oscillatori/de oscillationes/de vibrationes


trillingsfrequentie ZN

1 Zie: trillingsgetal


trillingsgenerator ZN

1 oscillator


trillingsgetal ZN

1 frequentia vibratori/de vibration


trillingsgevoeligheid ZN

1 sensibilitate vibratori/al vibrationes


trillingsisolator ZN

1 isolator contra vibrationes


trillingsknoop ZN

1 nodo de vibration


trillingskring ZN

1 (ELEKTR) circuito oscillante


trillingsmeter ZN

1 vibrometro, vibroscopio, (mbt aardbevingen) seismometro


trillingsmeting ZN

1 mesura de vibration


trillingsmodus ZN

1 modo vibrational/de vibrationes/oscillationes


trillingsreductie ZN

1 reduction vibrational/de vibration


trillingssnelheid ZN

1 velocitate vibrational/de vibration


trillingsspectrum ZN

1 spectro vibrational/de vibration


trillingstijd ZN

1 Zie: trillingsduur


trillingsversnelling ZN

1 acceleration de vibration


trillingsvrij BN

1 a prova de/a proba de/exempte de/protegite contra vibrationes


trillingswijze ZN

1 (van geluid) modo de vibration


trilobiet ZN

1 trilobite


trilogie ZN

1 trilogia


trilplaatje ZN

1 membrana vibrante


trilpopulier ZN

1 tremulo


triltafel ZN

1 tabula vibrante


triltest ZN

1 test (E)/essayo de vibration


triltoestel ZN

1 vibrator


trilvrij BN

1 Zie: trillingsvrij


trilzeef ZN

1 cribro/tamis vibratori/vibrante


trimaran ZN

1 trimaran


trimbaan ZN

1 circuito/percurso de trainamento


trimcentrum ZN

1 centro de sport (E)


trimeer BN

1 trimere
--e kever = coleoptero trimere
--e plant = planta trimere


trimester ZN

1 trimestre


trimeter ZN

1 trimetro
jambische -- = trimetro iambic


trimfiets ZN

1 (sportfiets) bicycletta de tourismo {oe}/de sport (E)
2 (home-trainer) home-trainer (E), bicycletta de exercitio


trimmen WW

1 (zich fit houden) facer/practicar jogging (E), facer exercitios
2 (haar bijknippen) tonder
3 (stellen, regelen) equilibrar, adjustar
4 (scheepslading) stivar


trimmer ZN

1 persona qui facer/practica jogging (E)


trimoefening ZN

1 exercitio


trimorf BN

1 trimorphe, trimorphic


trimorfie ZN

1 trimorphismo


trimparcours ZN

1 Zie: trimbaan


trimschoen ZN

1 scarpa/calceo de jogging (E)/de gymnastica


trimtoestel ZN

1 apparato de gymnastica


trine ZN

1 (ASTROL) aspecto trin


Trinidad en Tobago ZN EIGN MV

1 Trinidad e Tobago


trinitair BN

1 trinitari
de --e formule = le formula trinitari


trinitariër ZN

1 trinitario


trinitarisch BN

1 trinitari


triniteit ZN

1 trinitate


triniteitsfeest ZN

1 festa del trinitate


triniteitsleer ZN

1 dogma/doctrina del trinitate


Triniteitszondag ZN

1 trinitate


trinitrobenzeen ZN

1 trinitrobenzene


trinitrotolueen ZN

1 trinitrotoluene


trinitrotoluol ZN

1 trinitrotoluene


trinomium ZN

1 trinomio


trio ZN

1 (drietal) trio
2 (muziek/zangstuk) trio
3 (mbt seks) trio, sexo a tres, triolismo


triode ZN

1 triodo


triol ZN

1 alcohol trivalente, triol


triolet ZN

1 triolet


triomf ZN

1 (zegepraal) triumpho, victoria
de -- behalen = ganiar le triumpho
2 (succes) triumpho, successo triumphal
--en vieren = triomphar
3 (gevoel van vreugde) triumpho, exultation
4 (eerbetoon) triumpho, ovation
iemand in -- binnenhalen = reciper un persona in triumpho, dar un benvenita triumphal a un persona


triomfaal BN

1 Zie: triomfantelijk


triomfalisme ZN

1 triumphalismo


triomfalistisch BN

1 triumphalista, triumphalistic


triomfantelijk BN

1 triumphante, triumphal
een --e blik in de ogen = un reguardo triumphante
--e intocht = entrata triumphal
-- rondkijken = reguardar circa/circum se triumphantemente
-- binnengehaald worden = esser recipite triumphalmente


triomfator ZN

1 (OUDH) triumphator
2 (overwinnaar) triumphator, victor, vincitor


triomfboog ZN

1 arco triumphal/de triumpho


triomfeerder ZN

1 Zie: triomfator-1


triomferen WW

1 (zegevieren) triumphar
over zijn vijanden -- = triumphar super su inimicos
2 (zich als een overwinnaar gedragen) triumphar
3 (zegepralende intocht houden) triumphar


triomferend BN

1 triumphante


triomfkreet ZN

1 crito triumphal/triumphante/de triumpho


triomfkruis ZN

1 cruce triumphal


triomflied ZN

1 canto/hymno triumphal/de triumpho/de victoria


triomfmars ZN

1 marcha {sj} triumphal


triomfpoort ZN

1 Zie: triomfboog


triomfteken ZN

1 tropheo


triomftocht ZN

1 entrata/marcha {sj} triumphal
een -- houden = triumphar
zijn -- houden in een stad = entrar triumphalmente in un citate


triomfwagen ZN

1 carro triumphal/de triumpho


triomfzang ZN

1 Zie: triomflied


triomfzuil ZN

1 columna/colonna triumphal/de triumpho


triose ZN

1 triose


trioseks ZN

1 sexo a tres, trio, triolismo


triosonate ZN

1 sonata a/pro tres instrumentos


trioxyde ZN

1 trioxydo


trip ZN

1 (uitstapje) excursion, tour (F)
een -- maken = facer un excursion
een -- organiseren = organisar un excursion
2 (mbt drugs) trip (E)


trip TW

1
-- trap = clic clac, clip clop


tripartiet BN

1 tripartite
-- overleg = negotiationes tripartite
--e overeenkomst = accordo tripartite


tripartitie ZN

1 tripartition


tripel BN

1 triple


tripel(aarde/steen) ZN

1 tripoli


tripelconcert ZN

1 concerto triple


tripelprodukt ZN

1 producto triple


tripelpunt ZN

1 puncto triple


tripelspiegel ZN

1 speculo triple


tripeptide ZN

1 tripeptido


triple BN

1 triple
Triple Alliantie = Triple Alliantia


tripleren WW

1 (verdrievoudigen) triplar, triplicar, multiplicar per tres


triplet ZN

1 tripletto


triplex BN

1 (van triplex) de ligno contraplacate
2 (drievoudig) triple, triplice


triplex(hout) ZN

1 ligno contraplacate


triplexfabriek ZN

1 fabrica de ligno contraplacate


triplexfineer ZN

1 placage de ligno contraplacate


triplexglas ZN

1 (vitro) triplex


triplexpaneel ZN

1 pannello de ligno contraplacate


triplexplaat ZN

1 placa de ligno contraplacate


triplicaat ZN

1 tertie copia, triplicato


tripliceren WW

1 triplar, triplicar


tripliciteit ZN

1 triplicitate


tripliek ZN

1 tertie replica


triplo ZN

1 triplo
in -- = in tres copias/exemplares, in triplo, in triplicato
in -- schrijven/maken/typen = triplicar


triploïde BN

1 triploide


triploïdie ZN

1 triploidia


tripmadam ZN

1 sedo rupestre


tripmiddel ZN

1 hallucinogeno


tripodie ZN

1 tripodia


tripolair BN

1 tripolar


Tripoli ZN EIGN

1 Tripole


Tripolitaan ZN

1 tripolitano


Tripolitaans BN

1 tripolitan


Tripolitanië ZN MV

1 Tripolitania


trippelen WW

1 ir/marchar {sj} a parve passos/a passos curte


trippelmaat ZN

1 (versvoet) amphibracho


trippen WW

1 (trippelen) ir/marchar {sj} a parve passos/a passos curte
2 (een trip maken, mbt drugs) facer un trip (E)


triptiek ZN

1 (schilderij) triptico
2 (letterkundig werk) triptico
3 (document) triptico


trireem ZN

1 trireme


trisecant ZN

1 trisecante


trisectie ZN

1 (van een hoek) trisection


trisomie ZN

1 trisomia


trisomisch BN

1 trisomic


tritheïsme ZN

1 tritheismo


tritheïst ZN

1 tritheista


trithëistisch BN

1 tritheista, tritheistic


tritium ZN

1 tritium


Triton ZN EIGN

1 Triton


triton ZN

1 (atoomkern) triton


tritonshoorn ZN

1 triton


tritonus ZN

1 (MUZ) tritono


trits ZN

1 trio, triade, tripletto
de heilige -- = le trinitate


triumvir ZN

1 triumviro
van de -- = triumviral


triumviraat ZN

1 triumvirato


trivalent BN

1 trivalente
--e elementen = elementos trivalente


triviaal BN

1 (gewoon) trivial, banal
2 (platvloers) trivial, vulgar, basse, grossier
--e opmerking = observation trivial
3 (zonder wezenlijke betekenis) trivial
(SCHEI) --e naam = nomine trivial


trivialiteit ZN

1 (alledaagsheid) trivialitate, banalitate
2 (vulgariteit) trivialitate, vulgaritate, grosseria


trivialiter BW

1 trivialmente


trivium ZN

1 trivio
het -- betreffend = trivial


trochanter ZN

1 (BIOL) (rolheuvel) trochanter
2 (tweede segment van achterpoot van insekt) trochanter


trochee ZN

1 trocheo


trocheïsch BN

1 trocheic
--e verzen = versos trocheic


trocheus ZN

1 Zie: trochee


trochlea ZN

1 trochlea
van de -- = trochlear


trochoïde ZN

1 (WISK) trochoide


troebel BN

1 turbide, (drabbig) feculente
--e blik = reguardo turbide
in -- water vissen = piscar in aqua turbide


troebelachtig BN

1 un pauco/poco turbide


troebelen ZN MV

1 perturbationes, disordines


troebelheid ZN

1 stato turbide, turbiditate, (drabbigheid) feculentia


troebeling ZN

1 turbiditate


troebelingsgraad ZN

1 grado de turbiditate


troef ZN

1 (KAARTSPEL) triumpho
(ook FIG) zijn laatste -- uitspelen = jocar su ultime triumpho
(ook FIG) veel --en in handen hebben = haber multe triumphos (in le mano)
het is er armoe -- = ibi il non ha plus que miseria, ibi regna le povressa/paupertate/miseria


troefaas ZN

1 asse de triumpho


troefacht ZN

1 octo de triumpho


troefheer ZN

1 rege del triumpho


troefkaart ZN

1 Zie: troef


troefkoning ZN

1 Zie: troefheer


troep ZN

1 (groep) truppa, gruppo, banda
-- nieuwsgierigen = banda de personas curiose
-- schapen = grege de oves
-- vogels = volata de aves
2 (MIL) truppa
koloniale --en = truppas colonial
gemotoriseerde --en = truppas motorisate
(on)geregelde --en = truppas (ir)regular
verse --en = truppas fresc
--en mobiliseren = mobilisar truppas
--en ontslaan/afdanken = licentiar truppas
--en verplaatsen = displaciar truppas
--en terugtrekken = retirar truppas
verplaatsing van --en = displaciamento/movimento de truppas
3 (toneel/dans/zanggroep) truppa, compania
4 (wanorde) disordine, chaos
5 (viezigheid) porcheria
wat een --! = que porcheria!
ik lust die -- niet = iste porcheria non me place


troepenaantal ZN

1 numero de truppas


troepenbeweging ZN

1 movimento de truppas


troepenconcentratie ZN

1 concentration de truppas
--s vormen = massar truppas


troepencontingent ZN

1 contingente armate/de truppas


troepenmacht ZN

1 fortias militar, truppas, armea


troepenopstelling ZN

1 displicamento de truppas


troepensterkte ZN

1 effectivo de truppas


troepentransport ZN

1 transporto de truppas


troepentransportschip ZN

1 nave pro le transporto de truppas


troepentransportvliegtuig ZN

1 avion pro le transporto de truppas


troepenvermindering ZN

1 reduction de truppas


troepenverplaatsing ZN

1 displaciamento/movimento de truppas


troepenversterking ZN

1 reinfortiamento de truppas


troepenvervoer ZN

1 Zie: troepentransport


troepleider ZN

1 chef (F) de un/del truppa, (padvinder) chef (E) scout (E)


troepsgewijs BW

1 in truppa, in gruppo


troeteldier ZN

1 animal favorite/preferite


troetelen WW

1 caressar


troetelkind ZN

1 infante favorite/preferite


troetelnaam ZN

1 (super)nomine affectuose, nomine hypocoristic, hypocoristico


troetelschijf ZN

1 disco favorite (del die/del septimana/del mense)


troetelwoord ZN

1 termino affectuose/hypocoristic, hypocoristico


troeven WW

1 (een troefkaart spelen) jocar (un) triumpho


trofee ZN

1 (GESCH) tropheo
2 (SPORT) tropheo


troffel ZN

1 trulla


trofisch BN

1 trophic


trofoblast ZN

1 trophoblasto


trog ZN

1 (voerbak) alveo, trogo, mangiatoria
2 (kneedbak) recipiente pro impastar, alveo de impastar
3 (GEOL) synclinal, (onder zee) rift


troggelaar ZN

1 (afzetter) fraudator, defraudator
2 (klaploper) parasito


troggelen ZN

1 extorquer


troglodiet ZN

1 troglodyta


trogon ZN

1 trogon
Cubaanse -- = trogon de Cuba


trogvormig BN

1 in forma de alveo


Trojaan ZN

1 troiano, dardano


Trojaans BN

1 troian, dardane
--e oorlog = guerra troian/de Troia


Troje ZN EIGN

1 Troia
Paard van -- = Cavallo Troian/de Troia


trojka ZN

1 (rijtuig) troika (R)
2 (paardendressuurnummer) troika (R)
3 (driemanschap) troika (R)


trol ZN

1 troll


trolley ZN

1 (elektrische contactstang) trolley (E)
2 (bus) trolleybus (E)


trolleybus ZN

1 trolleybus (E)


trom ZN

1 tambur
de -- slaan/roeren = batter/sonar le tambur
met stille -- vertrekken = partir sin tambur ni trompetta
met vliegende vaandels en slaande -- = a tambur battente e bandieras displicate


trombase ZN

1 thrombina


trombidiose ZN

1 trombidiose (-osis)


trombine ZN

1 thrombina


tromboblast ZN

1 thromboblasto


trombocyt ZN

1 thrombocyto


tromboflebitis ZN

1 thrombophlebitis


trombone ZN

1 (blaasinstrument) trombon
op de -- blazen/spelen = sonar le trombon
2 (trombonist) trombon, trombonista
3 (orgelregister) trombon


trombonespeler ZN

1 Zie: trombonist


trombonist ZN

1 trombon, trombonista


trombose ZN

1 thrombose (-osis)


trombosedienst ZN

1 intensive care (E) pro patientes thrombotic


trombosepatiënt ZN

1 patiente thrombotic


trombus ZN

1 thrombo


tromgeroffel ZN

1 battimento/rolamento de tambur(es)


trommel ZN

1 (slaginstrument) tambur
de -- slaan/roeren = batter le tambur
met slaande -- = (a) tambur battente
de -- roffelt = le tambur rola
2 (blikken doos) cassa (metallic, de latta), latta
-- met koekjes = cassa/latta de biscuites
3 (holte in het oor) cavitate/cassa tympanic/del tympano
4 (TECHN) (cilinder) tambur
-- van een wasmachine = tambur de un machina a/de lavar
5 (onderbouw van een koepelgewelf) tambur


trommelaar ZN

1 tambur


trommeldroger ZN

1 siccator rotative


trommelen WW

1 (op de trommel slaan) batter le tambur
2 (MUZ) sonar le tambur
3
een groep mensen bij elkaar -- = convocar un gruppo de personas


trommelholte ZN

1 (van het oor) cavitate/cassa tympanic/del tympano


trommelrem ZN

1 freno a/de tambur
fiets met --en = bicycletta con freno a tambur


trommelslag ZN

1 battimento de tambur
bij -- bekend maken = batter le tambur pro annunciar un cosa, annunciar un cosa al sono del tambur


trommelslager ZN

1 tambur


trommelstok ZN

1 bacchetta de tambur


trommelvel ZN

1 pelle de tambur


trommelvis ZN

1 pisce tambur


trommelvlies ZN

1 membrana tympanic/del tympano, tympano


trommelvliesholte ZN

1 cavitate/cassa tympanic/del tympano


trommelvliesontsteking ZN

1 inflammation del tympano, myringitis


trommelvuur ZN

1 foco constante


trommelwagen ZN

1 camion a tambur


trommelwasmachine ZN

1 machina a/de lavar a/de tambur, lavator a/de tambur


trommelzaag ZN

1 serra a cylindro


trommelzeef ZN

1 tamis a tambur


trommelzucht ZN

1 meteorismo, tympanismo


trommen WW

1 Zie: trommelen


tromp ZN

1 (slurf) trompa
2 (van kanon) bucca


trompe l'oeil ZN

1 trompe-l'oeil (F)


trompet ZN

1 (blaasinstrument) trompetta
de -- schalt = le trompetta sona
een stoot op de -- geven = dar un colpo de trompetta
op de -- spelen/blazen, de -- steken = sonar le trompetta, trompettar
2 (spreekhoren) portavoce, (elektronisch versterkt) megaphono


trompetblazer ZN

1 Zie: trompettist


trompetbloem ZN

1 bignonia


trompetbloemachtig BN

1 bignoniacee


trompetbloemfamilie ZN

1 bignoniaceas


trompetboom ZN

1 catalpa


trompetdiertje ZN

1 stentore


trompetgeschal ZN

1 sono del trompetta(s)


trompetnarcis ZN

1 narcisso trompetta


trompetschelp ZN

1 triton


trompetsignaal ZN

1 signal de trompetta


trompetslak ZN

1 triton


trompetsolo ZN

1 solo de trompetta


trompetten WW

1 (op de trompet spelen) sonar le trompetta, trompettar
2 (mbt olifanten) trompettar


trompetter ZN

1 trompetta, trompettero


trompetteren WW

1 Zie: trompetten


trompettist ZN

1 trompetta, trompettista


trompetvogel ZN

1 agami


trompetvormig BN

1 in forma de trompetta, tubiforme


tronen WW

1 (op een troon zetelen) occupar le throno, thronar
2 (breeduit zitten) thronar
3 (door vleiende aandrang ergens toe brengen) attraher


tronie ZN

1 (mal) facie


tronk ZN

1 (boomstam) trunco


troon ZN

1 throno
-- met erfopvolging = throno hereditari
de -- bestijgen/beklimmen = montar super le throno, acceder/advenir al throno
afstand doen van de -- = abdicar/renunciar al throno
op de -- plaatsen = inthronar
het plaatsen op de -- = inthronamento
op de -- zitten = occupar le throno
een koning van de -- stoten = distronar un rege


troonhemel ZN

1 baldachino


troonkandidaat ZN

1 candidato al throno


troonkandidatuur ZN

1 candidatura al throno


troonopvolger ZN

1 herede al/del corona/throno


troonopvolging ZN

1 succession al/del throno/corona


troonpretendent ZN

1 pretendente/candidato al throno


troonrede ZN

1 discurso del throno/corona


troonsafstand ZN

1 abdication del throno
de -- van Karel de Vijfde = le abdication de Carolo Quinte


troonsbestijging ZN

1 accession/advenimento al throno, inthronamento, inthronisation
-- van een koning = inthronisation de un rege


troonswisseling ZN

1 cambio del throno/del corona, advenimento de un nove soveran, succession al throno


troonzaal ZN

1 sala del throno


troop ZN

1 (overdrachtelijke zegswijze) tropo
2 (MUZ) tropo


troost ZN

1 consolation, confortation, reconforto, solacio
grote -- = reconforto potente
schrale -- = magre/triste/povre consolation
bakkie -- = tassa de caffe reconfortante
-- zoeken in het geloof = cercar reconforto in le religion
-- vinden in de alcohol = trovar solacio in le alcohol
-- putten uit de gedachte = trovar solacio in le idea
hij putte -- uit haar woorden = su parolas le ha consolate, su parolas le ha date consolation
iemand -- bieden = consolar/reconfortar un persona
dit is een belangrijke -- = isto consola multo


troostbaar BN

1 consolabile


troostbrief ZN

1 littera de condolentia


troostdicht ZN

1 poesia consolatori


troosteloos BN

1 (ontroostbaar) inconsolabile
--e weduwe = vidua inconsolabile
2 (mistroostig) desolate, desolante, disconsolate, triste
een --e aanblik bieden = presentar un spectaculo triste/de desolation
--e eenzaamheid = solitude desolante
-- uitzicht = perspectiva desolante
-- landschap = paisage desolate
-- gebouw = edificio triste/lugubre
in een --e staat verkeren = esser in un stato deplorabile


troosteloosheid ZN

1 (verslagenheid) desolation, despero
2 (mistroostigheid) desolation, tristessa
-- van zijn bestaan = tristessa de su vita


troosten WW

1 consolar, confortar
zich -- met iets = trovar un consolation in un cosa
hij troostte zich met de gedachte dat = ille se consolava con le idea/pensata/pensamento que


troostend BN

1 consolante, consolatori, de consolation, reconfortante, de reconforto
--e gedachte = pensata/pensamento consolante
--e engel = angelo consolatori
--e woorden = parolas consolatori


trooster ZN

1 consolator, (REL ook) paraclete


troosting ZN

1 consolation


troostmiddelen ZN MV

1 (R K) sacramentos


troostprijs ZN

1 precio/premio de consolation


troostrede ZN

1 parolas reconfortante/consolatori/consolante/de consolation


troostrijk BN

1 consolante, consolatori, reconfortante


troostwoord ZN

1 parola reconfortante/consolatori/consolante/de consolation/de reconforto


trope ZN

1 Zie: troop


tropen ZN MV

1 (keerkringen) tropicos
2 (keerkringslanden) tropicos, zona tropical/intertropical


tropenbewoner ZN

1 habitante del tropicos


tropencursus ZN

1 curso introductori super le tropicos, curso de preparation al vita in le tropicos


tropengordel ZN

1 zona tropical/intertropical, tropicos


tropenhelm ZN

1 casco colonial


tropenjaren ZN MV

1 annos passate in le tropicos


tropenklimaat ZN

1 climate del tropicos


tropenkolder ZN

1 follia/rabia tropical/del tropicos


tropenkostuum ZN

1 costume tropical


tropenlandschap ZN

1 paisage tropical


tropennacht ZN

1 nocte tropical/de tropico


tropennatuur ZN

1 natura tropical/del tropicos


tropenpak ZN

1 Zie: tropenkostuum


tropenplant ZN

1 planta tropical


tropenrooster ZN

1 horario adaptate al climate tropical, horario estive


tropenuitrusting ZN

1 equipamento tropical


tropenwaanzin ZN

1 Zie: tropenkolder


tropenwarmte ZN

1 calor tropical/del tropicos


tropenwee ZN

1 spleen (E) tropical


tropenziekte ZN

1 maladia tropical/del tropicos


tropenzon ZN

1 sol tropical


tropie ZN

1 tropismo


tropisch BN

1 (van de tropen) tropical, tropic, intertropical
--e regen/bui = pluvia tropical
--e hitte = calor tropical
--e cycloon = cyclon tropical
-- klimaat = climate tropical/tropic
--e dag = die (de calor) tropical
--e ziekte = morbo/maladia tropical
-- zone/gordel/gebied = zona/region tropical
--e vegetatie/plantengroei = vegetation (inter)tropical
--e planten = plantas (inter)tropical
-- aquarium = aquarium tropical
2 (ASTRON) tropic
-- jaar = anno tropic
--e omlooptijd = revolution tropic


tropisme ZN

1 tropismo


tropofyt ZN

1 tropophyto


tropologie ZN

1 tropologia


tropologisch BN

1 tropologic


tropopauze ZN

1 tropopausa


troposfeer ZN

1 troposphera
van de -- = tropospheric


tros ZN

1 (kabel) cablo, (meertouw) ammarra
de --sen losgooien = distachar {sj} le ammarras, disammarrar
2 (bloeiwijze) racemo
met een --, met --sen = racemose
3 (mbt druiven/bananen) racemo
-- druiven = racemo de uvas
-- bananen = racemo de bananas
4 (MIL) traino


trosdravik ZN

1 bromo racemose


trosganzenvoet ZN

1 chenopodio urbic


troskieuwigen ZN MV

1 lophobranchios


troskool ZN

1 brassica elongate


trosspirea ZN

1 sibirea


trosvormig BN

1 in forma de racemo, racemic, aciniforme, acinose


trosvorming ZN

1 concentration de vehiculos


trots BN

1 (hoogmoedig) orgoliose, presumptuose, arrogante, (fier) fer
--e houding = attitude fer/arrogante
-- maken = inorgoliar
--e zelfverzekerdheid = superbia
2 (fier, tevreden) orgoliose, fer
-- op zijn kinderen = orgoliose/fer de su infantes
hij is de --e bezitter van een nieuwe auto = ille es le proprietario felice de un nove auto(mobile)
ergens te -- voor zijn = esser troppo orgoliose pro (facer) on cosa
3 (indrukwekkend) superbe, sumptuose, majestuose, imposante
--e kastelen = castellos superbe
de --e kruinen van de bomen = le cymas majestuose del arbores


trots ZN

1 (hoogmoed) orgolio, presumption, superbia, vanitate
2 (fierheid) orgolio, feritate
gerechtvaardigde -- = orgolio/feritate legitime
misplaatste -- = orgolio/feritate false
met gepaste -- = con le debite orgolio
dat gaf haar een gevoel van -- = isto la dava un sentimento de feritate
een reden tot -- vormen voor = constituer un motivo de orgolio pro
met -- op zijn werk terugzien = esser fer de su travalio/labor
3 (persoon/zaak waarop men trots is) orgolio, feritate
zij is de -- van haar ouders = illa es le orgolio/feritate de su parentes/genitores


trots VZ

1 in despecto de, malgrado, nonobstante
-- alle goede voornemens = in despecto de tote le bon propositos


trotsaard ZN

1 orgolioso


trotseren WW

1 (het hoofd bieden) bravar, affrontar, defiar
de dood -- = bravar/affrontar/defiar le morte
het gevaar -- = bravar/affronar/defiar le periculo
een verbod -- = bravar un interdiction
2 (bestand zijn tegen) bravar, defiar, resister (a)
de eeuwen -- = bravar le/resister al (passo del) seculos
de stormen -- = bravar le/resister al tempestas
de elementen -- = defiar le elementos


trotsering ZN

1 defia, defiantia


trotsheid ZN

1 Zie: trots


trotskisme ZN

1 trotsk(y)ismo


trotskist ZN

1 trotsk(y)ista


trotskistisch BN

1 trotsk(y)ista, trotsk(y)istic


trottoir ZN

1 trottoir (F)


trottoirband ZN

1 bordura/bordatura/bordo del trottoir (F)


trottoirrand ZN

1 Zie: trottoirband


trottoirtegel ZN

1 quadrello del trottoir (F)


trotyl ZN

1 trotyl, tnt, trinitrotoluene


troubadour ZN

1 trovator, trobador, troubadour (F)


troubadourspoëzie ZN

1 poesia de trovator/trobador/troubadour (F)


trouble-shooter ZN

1 persona incargate de solver problemas difficile (in un interprisa), conciliator, mediator


trouvaille ZN

1 idea brillante/genial


trouvère ZN

1 trovero


trouw ZN

1 fidelitate, fide
echtelijke -- = fidelitate conjugal/nuptial/marital
broederlijke -- = fidelitate fraternal
toonbeeld van -- = modello de fidelitate
-- aan de beginselen = fidelitate al principios
-- zweren = jurar fidelitate/loyalitate
te goeder -- = de/in bon fide, bona fide (L)
te kwader -- = in mal fide
2 (huwelijkssluiting) maritage, matrimonio


trouw BN

1 (getrouw) fidel, loyal
--e bediende = servitor fidel
de hond is een -- dier = le can es un animal fidel
-- tot in de dood = fidel usque al morte
-- blijven aan zijn beginselen = restar fidel a su principios
-- aan zijn vrienden = fidel a su amicos
iemand -- blijven = mantener fidelitate a un persona
zijn beloften -- nakomen = tener fidelmente su promissas, esser fidel a su promissas
hou en -- = fidel e loyal
2 (volhardend) fidel, assidue
--e klant = cliente assidue
een --e bezoeker = un visitante assidue
de --e lezers van Panorama = le lectores assidue de Panorama
een medicijn -- innemen = prender regularmente un medicamento
3 (nauwkeurig) fidel, exacte, precise
een --e afbeelding = un reproduction fidel
de voorschriften -- volgen = sequer exactemente/precisemente le prescriptiones
4 (vast) constante, regular
-- te laat komen = arrivar regularmente/invariabilemente in retardo
een medicijn -- innemen = prender regularmente un medicina


trouwadvertentie ZN

1 annuncio de maritage/de matrimonio


trouwakte ZN

1 certificato/acto de maritage/de matrimonio


trouwaltaar ZN

1 altar matrimonial


trouwbaar BN

1 Zie: huwbaar


trouwbaarheid ZN

1 Zie: huwbaarheid


trouwbelofte ZN

1 promissa matrimonial/de matrimonio/de maritage
een -- doen/aangaan = facer un promissa de maritage/de matrimonio
de -- verbreken = rumper le promissa de maritage/de matrimonio


trouwboek ZN

1 registro de maritages/matrimonios


trouwboekje ZN

1 libretto/certificato de maritage/matrimonio


trouwbreuk ZN

1 perjurio
2 (GESCH) felonia
3 Zie: echtbreuk


trouwdag ZN

1 die de matrimonio/de maritage/de nuptias
2 anniversario de matrimonio/de maritage
zijn -- vieren = celebrar le anniversario de su matrimonio/maritage


trouwdatum ZN

1 data de matrimonio/de maritage/de nuptias


trouwelijk BW

1 fidelmente


trouweloos BN

1 (ontrouw) infidel, disloyal
2 (perfide, vals) disloyal, perfide, perfidiose, perjur, machiavellic
-- karakter = character disloyal/perfide
--e daden = actos perfide


trouweloosheid ZN

1 (ontrouw) mancantia de fide, infidelitate, disloyalitate
2 (perfidie, valsheid) perfidia, disloyalitate, machiavellismo, fide punic


trouwen ZN

1 (in de echt verbinden) maritar, sposar, sponsar
2 (in het huwelijk treden) maritar se, sposar se, sponsar se
opnieuw -- = remaritar se, resposar se, responsar se
voor de wet --, alleen op het stadhuis -- = maritar se/spo(n)sar se civilmente
voor/in de kerk -- = maritar se/spo(n)sar se religiosemente/in ecclesia
bij volmacht --, met de handschoen -- = maritar se/spo(n)sar se per procuration
3
hij is met zijn werk getrouwd = ille es le sclavo de su travalio/labor


trouwens BW

1 (overigens) del resto, cetero, de qualcunque maniera, a proposito
hoe heet je , --? = a proposito, que es tu nomine?
wat doet het er -- toe? = del resto, que importa?
2 (afgezien daarvan) de plus, in ultra


trouwerij ZN

1 maritage, matrimonio, nuptias


trouwfeest ZN

1 Zie: trouwerij


trouwfoto ZN

1 photo(graphia) matrimonial/de maritage/de matrimonio


trouwhartig BN

1 (trouw van aard) fidel, loyal
zijn --e vriend = su amico fidel
2 (eerlijk) honeste, sincer, franc
een --e verklaring = un declaration honeste/franc


trouwhartigheid ZN

1 (trouw) fidelitate, loyalitate
2 (eerlijkheid) honest(it)ate, franchitia, sinceritate


trouwheid ZN

1 fidelitate, loyalitate


trouwjurk ZN

1 veste nuptial/de marita


trouwkaart ZN

1 carta de maritage/matrimonio


trouwkamer ZN

1 sala nuptial/del maritage/del matrimonio


trouwkleren ZN MV

1 Zie: trouwpak


trouwlustig BN

1 appetente/desirose/desiderose de maritar se/de spo(n)sar se


trouwmis ZN

1 missa nuptial


trouwpak ZN

1 costume de maritage/de matrimonio


trouwpartij ZN

1 (huwelijksfeest) maritage, matrimonio, nuptias
2 (plechtigheid) ceremonia nuptial/de maritage/de matrimonio
3 (trouwstoet) processo nuptial


trouwplannen ZN MV

1
-- hebben = haber planos/projectos/intentiones matrimonial/de matrimonio/de maritage/de spo(n)sar se


trouwplechtigheid ZN

1 ceremonia nuptial/de maritage/de matrimonio


trouwregister ZN

1 registro del maritages/del matrimonios


trouwring ZN

1 anello nuptial/matrimonial/de matrimonio/de maritage


trouwstoet ZN

1 convoyo/procession nuptial


trouwverbreker ZN

1 perjuro, perjurator
2 marito/spo(n)so adulterin, adultero


trouwvoorstellen ZN MV

1 propositiones matrimonial


trouwzaal ZN

1 Zie: trouwkamer


truc ZN

1 truco, artificio, stratagema, manovra
--s van een goochelaar = trucos de un prestidigitator
-- met kaarten = truco de cartas
--s gebruiken = trucar
--s op de film = trucos de cinema
met --s = trucate
iemand die --s gebruikt = trucator


trucage ZN

1 trucos


trucagespecialist ZN

1 trucator


trucbom ZN

1 booby trap (E)


trucfilm ZN

1 film (E) a trucos


trucfoto ZN

1 photo(graphia) trucate


trucfotografie ZN

1 photographia trucate


truck ZN

1 camion a/de remolco, truck (E)


truckbestuurder ZN

1 Zie: trucker


trucker ZN

1 conductor/chauffeur (F) de truck (E), camionero


truckmixer ZN

1 camion-malaxator


truc-opname ZN

1 photo(graphia) trucate, parte de film (E) trucate


truffel ZN

1 (paddestoel) trufa
(CUL) met --s vullen = trufar
iemand die --s kweekt = truficultor
--s zoeken = cercar trufas
2 (lekkernij van chocolade) trufa


truffelachtig BN

1 tuberacee


truffelen WW

1 trufar, plenar de trufas


truffelgrond ZN

1 terreno trufari, trufiera


truffelhond ZN

1 can trufari


truffelkweker ZN

1 truficultor


truffelsaus ZN

1 sauce (F) a/de trufas


truffelteelt ZN

1 truficultura


truffelveld ZN

1 Zie: truffelgrond


truffelvindplaats ZN

1 Zie: truffelgrond


truffelzoeker ZN

1 cercator de trufas


trufferen WW

1 Zie: truffelen


trui ZN

1 pullover (E), jersey (E), (dunne trui) sweater (E)
wollen -- = jersey de lana
-- met hoge kraag = jersey con collo alte
(mbt wielrennen) de gele/groene -- = le jersey jalne/verde


truïsme ZN

1 truismo


trukendoos ZN

1 cassa de trucos
zijn -- opentrekken = aperir su cassa de trucos, recurrer a tote typo de trucos


truncus ZN

1 trunco


truqueren WW

1 emplear/usar trucos, trucar
getruqueerde scènes = scenas trucate


trust ZN

1 trust (E)
een -- oprichten = fundar un trust


trustakte ZN

1 contracto fiduciari


trustee ZN

1 fideicommissario, fiduciario


trustfonds ZN

1 fundo fiduciari


trustgebied ZN

1 territorio sub mandato/sub tutela


trustmaatschappij ZN

1 societate fiduciari, trust (E)


trustvorming ZN

1 constitution/formation de un trust (E)/de trusts (E)


trut ZN

1 juvena/femina prude (F), prude (F)


truweel ZN

1 trulla, plana


try-out ZN

1 repetition/prova/proba general


trypanosomiasis ZN

1 trypanosomiasis


trypanosoom ZN

1 trypanosoma


trypsase ZN

1 trypsina


trypsine ZN

1 trypsina


tryptamine ZN

1 tryptamina


tryptisch BN

1 tryptic


tryptofaan ZN

1 tryptophano


tsaar ZN

1 czar (R), tsar (R)
van de -- = czarian {ts}, tsarian
aanhanger van de -- = czarista {ts}, tsarista


tsarewitsj ZN

1 czarevich (R), tsarevich (R)


tsarewna ZN

1 czarevna (R), tsarevna (R)


tsarina ZN

1 czarina (R), tsarina (R)


tsarisme ZN

1 czarismo {ts}, tsarismo
het -- aanhangend = czarista {ts}, tsarista


tseetseevlieg ZN

1 (musca) tsetse, glossina


tseetseeziekte ZN

1 nagana


T-shirt ZN

1 T-shirt (E)


Tsjech ZN

1 tcheco {tsj}


Tsjechië ZN EIGN

1 Tchechia


Tsjechisch BN

1 tchec {tsj}


Tsjechisch ZN

1 (taal) tcheco {tsj}


Tsjechoslowaaks BN

1 tchecoslovac {tsj}


Tsjechoslowakije ZN EIGN

1 Tchecoslovachia {tsj}


Tsjeka ZN EIGN

1 Checa (R)


tsjilpen WW

1 pipar


tsjirpen WW

1 pipar


T-stuk ZN

1 esquadra/tubo in (forma de) T


tsunami ZN

1 tsunami (Ja)


T.U.

1 (Afk.: Technische Universiteit) Universitate Technologic/de Technologia


tuba ZN

1 (blaasinstrument) tuba


tubablazer ZN

1 Zie: tubaspeler


tubaspeler ZN

1 sonator de tuba, tubista


tube ZN

1 (fietsband) camera de aere tubular
2 (kokertje) tubo, tubetto
-- tandpasta = tubo/tubetto de dentifricio
-- verf = tubo/tubetto de color


tubeless BN

1 sin camera de aere


tuberaceae ZN MV

1 tuberaceas


tuberculeus BN

1 tuberculose, tubercular
--e aandoening = affection tuberculose
-- vee = bestial tuberculose
-- maken = tubercularisar


tuberculine ZN

1 tuberculina, lympha de Koch
een injectie met -- geven = tuberculinisar
injectie met -- = tuberculinisation


tuberculine-injectie ZN

1 injection de tuberculina


tuberculinereactie ZN

1 reaction de tuberculina


tuberculinisch BN

1 tuberculinic


tuberculoma ZN

1 tuberculoma


tuberculoos BN

1 Zie: tuberculeus


tuberculose ZN

1 tuberculose (-osis)


tuberculosebacil ZN

1 Zie: tuberkelbacil


tuberculosebestrijding ZN

1 lucta/campania antituberculose


tuberculosegeval ZN

1 caso de tuberculose (-osis)


tuberculoselijder ZN

1 Zie: tuberculosepatiënt


tuberculosepatiënt ZN

1 patiente tubercular, tuberculoso


tubereus BN

1 tuberose


tuberkel ZN

1 tuberculo


tuberkelbacil ZN

1 bacillo tuberculose/tubercular/del tuberculose (-osis)/de Koch


tuberkelvorming ZN

1 tuberisation


tuberkelziekte ZN

1 Zie: tuberculose


tuberoos ZN

1 tuberosa, polyanthes


tuberositeit ZN

1 tuberositate


tubifex ZN

1 tubifex


tubilinguaal BN

1 tubilingual


tubulair BN

1 tubular


tubuleus BN

1 tubulose
--e klieren = glandulas tubulose


tubus ZN

1 tubo
-- van een microscoop = tubo de un microscopio


tucht ZN

1 (discipline) disciplina
strenge -- = disciplina stricte
de -- handhaven = mantener le disciplina
-- uitoefenen = exercer disciplina
onder -- staan = esser submittite al disciplina
onder -- brengen = disciplinar
aan -- te wennen = disciplinabile
de -- betreffend = disciplinari
2 (voorschriften, maatregelen) regulas, regulamento, regulationes
kerkelijke -- = regulas ecclesiastic
kloosterlijke -- = regulas monachal


tuchtbesef ZN

1 conscientia de disciplina


tuchtcollege ZN

1 organo/tribunal disciplinari
medisch -- = organo disciplinari medic


tuchtcommissie ZN

1 commission/comité/consilio disciplinari/de disciplina


tuchteloos BN

1 (geen tucht kennende) indisciplinate, sin disciplina, disregulate, insubordinate
--e bende = banda indisciplinate
2 (onzedelijk) immoral, lascive, disregulate, dissipate, dissolute
een -- leven leiden = menar un vita disregulate


tuchteloosheid ZN

1 (gebrek aan tucht) manco/mancantia de disciplina, indisciplina
2 (blijk van verzet) insubordination


tuchthuis ZN

1 casa/domo de correction, establimento penitentiari, penitentiario, (gevangenis) prision


tuchthuisboef ZN

1 criminal de un penitentiario


tuchthuiskleren ZN MV

1 Zie: tuchthuispak


tuchthuispak ZN

1 habitos penitentiari


tuchthuisstraf ZN

1 Zie: opsluiting


tuchtigen WW

1 (door bestraffen trachten te verbeteren) fustigar, castigar, verberar, (REL) mortificar
2 (door een militaire expeditie straffen) facer un expedition punitive


tuchtiger ZN

1 castigator


tuchtiging ZN

1 castigation, castigamento, fustigation, verberation, correction, (REL) mortification


tuchtmaatregel ZN

1 mesura disciplinari/de disciplina
kerkelijke --en = mesuras de disciplina ecclesiastic


tuchtmiddel ZN

1 medio disciplinari


tuchtraad ZN

1 consilio de disciplina, commission/committee (E) disciplinari


tuchtrecht ZN

1 (regels betreffende de tucht) derecto/regulas disciplinari
2 (recht tot uitoefening van tucht) poter disciplinari


tuchtrechtelijk BN

1 disciplinari


tuchtschool ZN

1 schola penitentiari/de correction, casa/domo de correction


tuchtstraf ZN

1 pena disciplinari


tuchtwet ZN

1 codice de disciplina


tudorstijl ZN

1 stilo Tudor


tuf ZN

1 tufo, cinerite


tuffen WW

1 (het geluid tuftuf maken) facer tuf tuf, facer brum brum
2 (in een auto rijden) ir in auto(mobile)
3 (spuwen) spuer, sputar


tufsteen ZN

1 tufo, cinerite


tufsteenbeton ZN

1 beton/concreto de tufo


tui ZN

1 (touw om iets vast te zetten) cablo/corda de fixation
--en van een televisiemast = cablos de un mast de television
2 (SCHEEP) ammarra


tuibrug ZN

1 ponte suspendite/de cablos/de cordas


tuidraad ZN

1 cablo/corda de fixation


tuien WW

1 (afmeren) ammarrar
2 (met tuien vastzetten) fixar/attachar {sj} con cablos/cordas


tuig ZN

1 (werktuigen) equipamento, instrumento(s), apparato(s), material(es), utensiles, dispositivo, ingenio
2 (mbt trekdieren) harnese
het paard het -- aandoen = harnesar le cavallo
het paard het -- afdoen = remover/levar le harnese del cavallo
3 (troep) pacotilia
4 (slecht volk) canalia
5 (SCHEEP) manovras
6 (vissnoer) linea
een -- verspelen = perder un linea


tuigage ZN

1 (SCHEEP) manovras


tuigen WW

1 (mbt paard) harnesar
2 (SCHEEP) equipar


tuighuis ZN

1 arsenal


tuighuismeester ZN

1 chef (F) de arsenal


tuigje ZN

1 harnese de securitate


tuigleer ZN

1 corio a/de harnese


tuigpaard ZN

1 cavallo de carrossa


tuil ZN

1 (bloeiwijze) corymbo
2 (boeket) bouquet (F) de flores


tuilvormig BN

1 cymose


tuimel ZN

1 (val) cadita
2 (tuimelraam) fenestra basculante/a/de bascula


tuimelaar ZN

1 persona qui cade
2 (dolfijn) delphino


tuimelbed ZN

1 lecto reversibile


tuimeldistel ZN

1 eryngio campestre


tuimelen WW

1 cader
van de trap -- = cader del scala


tuimeling ZN

1 cadita
een -- maken = cader


tuimelkar ZN

1 Zie: stortkar


tuimelraam ZN

1 fenestra basculante/a/de bascula


tuimelschakelaar ZN

1 interruptor basculante


tuin ZN

1 jardin, horto, parco
botanische -- = jardin/horto botanic
zoölogische -- = jardin zoologic
hangende -- = jardin pensile
in de -- werken = travaliar/laborar in le jardin
een -- aanleggen = plantar un jardin
de -- doen = facer le jardin, travaliar/laborar in le jardin
zijn gehoor om de -- leiden = mystificar/circumvenir su auditorio, conducer/menar su auditorio per le naso


tuinaanleg ZN

1 (tuinontwerp) designo de jardines
2 (het planten) plantation de jardines
3 (tuin) jardin public


tuinaardbei ZN

1 fraga del jardines


tuinaarde ZN

1 humus (L), terra vegetal


tuinameublement ZN

1 mobiliario/mobiles de jardin


tuinarchitect ZN

1 architecto de jardines


tuinarchitectuur ZN

1 architectura de(l) jardines


tuinbaas ZN

1 jardinero


tuinbalsem ZN

1 agerato


tuinbank ZN

1 banco de jardin


tuinbed ZN

1 quadro/quadrato de jardin, (bloembed) plattebanda


tuinbeplanting ZN

1 plantation del jardin


tuinbezitter ZN

1 proprietario de jardin


tuinboon ZN

1 faba


tuinbouw ZN

1 horticultura
de -- betreffend = horticultural


tuinbouwbedrijf ZN

1 interprisa horticole


tuinbouwcentrum ZN

1 centro de horticultura


tuinbouwer ZN

1 horticultor


tuinbouwgebied ZN

1 region horticole


tuinbouwgereedschap ZN

1 utensiles/material de horticultura


tuinbouwgewas ZN

1 Zie: tuinbouwplant


tuinbouwgrond ZN

1 solo/terra horticole


tuinbouwkunde ZN

1 horticultura


tuinbouwkundige ZN

1 horticultor


tuinbouwleraar ZN

1 professor de horticultura


tuinbouwmaatschappij ZN

1 societate horticole


tuinbouwonderwijs ZN

1 inseniamento del horticultura


tuinbouworganisatie ZN

1 organisation horticole


tuinbouwplant ZN

1 planta horticole


tuinbouwprodukt ZN

1 producto horticole


tuinbouwschool ZN

1 schola de horticultura


tuinbouwstreek ZN

1 Zie: tuinbouwgebied


tuinbouwtentoonstelling ZN

1 exposition/exhibition horticole/de horticultura


tuinbouwveiling ZN

1 (het veilen) vendita public de productos horticole
2 (bedrijf) interprisa de vendita public de productos horticole
3 (gebouw) edificio ubi ha loco le vendita public de productos horticole


tuinbouwvereniging ZN

1 association de horticultores


tuincentrum ZN

1 centro/grande magazin pro le jardinage/jardineria


tuinclub ZN

1 club (E) de amateurs (F) de jardinage/de jardineria


tuinder ZN

1 (tuinbouwer) horticultor
2 (tuinier, tuinman) jardinero
3 (liefhebber van tuinieren) amateur (F) de jardinage/de jardineria


tuinderij ZN

1 (onderneming van een tuinder) exploitation {plwa}/interprisa de horticultura


tuindersbedrijf ZN

1 Zie: tuinderij


tuindeur ZN

1 porta de(l) jardin


tuindorp ZN

1 citate jardin


tuineigenaar ZN

1 proprietario de un jardin


tuinen WW

1 facer un clausura
2 Zie: tuinieren
3
erin -- = cader in le insidia, esser dupate


tuinfeest ZN

1 festa in le jardin, garden-party (E)


tuingeranium ZN

1 pelargonio


tuingereedschap ZN

1 utensiles/material de jardinage/de jardinero/de jardin


tuingewas ZN

1 planta de jardin


tuingod ZN

1 deo del jardines


tuingodin ZN

1 dea del jardines, Flora


tuingras ZN

1 poa annue


tuingrond ZN

1 humus (L), terra vegetal


tuinhaag ZN

1 haga/sepe del jardin


tuinhark ZN

1 rastro, rastrello


tuinheg ZN

1 Zie: tuinhaag


tuinhek ZN

1 (ingang) cancello/cancelletto de jardin
2 (omheining) clausura de jardin


tuinheliotroop ZN

1 heliotropio peruvian


tuinhuis ZN

1 pavilion


tuinier ZN

1 (tuinman) jardinero
2 (liefhebber van tuinieren) amateur (F) de jardinage/de jardineria


tuinieren WW

1 jardinar, facer le jardinage, laborar/travaliar in le jardin
het -- = jardinage, jardineria


tuiniersbedrijf ZN

1 interprisa de jardinage


tuinkabouter ZN

1 nano/gnomo de jardin


tuinkant ZN

1 latere del jardin


tuinkers ZN

1 lepidio sative, cresson


tuinknecht ZN

1 adjuta del jardinero


tuinkruiden ZN MV

1 herbas aromatic/odorose/de jardin


tuinliefhebber ZN

1 amateur (F) de jardinage/jardineria


tuinman ZN

1 jardinero


tuinmanswoning ZN

1 casa de jardinero


tuinmes ZN

1 falcetto


tuinmeubelen ZN MV

1 mobiles de jardin


tuinmuur ZN

1 muro (de clausura) del jardin


tuinontwerper ZN

1 Zie: tuinarchitect


tuinpad ZN

1 sentiero de(l) jardin


tuinparasol ZN

1 parasol de jardin


tuinplant ZN

1 planta de jardin


tuinprieel ZN

1 pavilion de verdura


tuinranonkel ZN

1 ranunculo assiatic


tuinscène ZN

1 scena de jardin


tuinschaar ZN

1 cisorios de jardin


tuinschuur ZN

1 remissa de jardin


tuinsla ZN

1 lactuca


tuinslak ZN

1 limace


tuinslang ZN

1 manica a/de rigar, tubo de gumma/irrigation


tuinsproeier ZN

1 spargitor de jardin


tuinstad ZN

1 citate-jardin


tuinstoel ZN

1 sedia de jardin


tuintafel ZN

1 tabula de jardin


tuinwerk ZN

1 jardinage, jardineria


tuinzijde ZN

1 Zie: tuinkant


tuit ZN

1 (schenkpijp) becco
-- van een melkkan = becco de un potto a/de lacte
2 (spits toelopend einde) puncta
tranen met --en huilen = plorar copiosemente
3 (puntzak) cornetta


tuitelachtig BN

1 Zie: tuitelig


tuitelen WW

1 vacillar


tuitelig BN

1 vacillante
-- zijn = vacillar


tuiten WW

1 (tot een tuit maken) avantiar
de lippen -- = avantiar le labios
2 (suizen) vibrar, susurrar
3 (een tuit vormen) salir


tuitlamp ZN

1 lampa a becco


tuitouw ZN

1 cablo/corda de fixation
2 (SCHEEP) ammarra


tuk ZN

1 somno
een --je doen = facer un parve somno


tuk BN

1 avide (de), desirose (de), desiderose (de), enthusiasta, enthusiastic
-- op buit = avide de butino
-- op geld = avide de moneta
daar ben ik niet -- op = isto non me enthusiasma


tukken WW

1 facer un somno


tukker ZN

1 (putter) carduelo
2 (kneu) linotto
3 habitante de Twente


tularemie ZN

1 tularemia


tularemisch BN

1 tularemic


tulband ZN

1 (hoofddeksel) turban
2 (gebak) torta in forma de turban


tulbandvorm ZN

1 latta in forma de turban


tule ZN

1 tulle


tulen BN

1 de tulle


tulp ZN

1 tulipa, tulipan
-- dragend = tulipifere


tulpenbed ZN

1 quadro/quadrato de tulipas/de tulipanes


tulpenblad ZN

1 folio de tulipa/de tulipan


tulpenbol ZN

1 bulbo de tulipa/de tulipan


tulpenboom ZN

1 tulipaniero, liriodendro (tulipifere)


tulpenboomfamilie ZN

1 magnoliaceas


tulpencultuur ZN

1 cultura de tulipas/tulipanes


tulpenexport ZN

1 exportation de tulipas/tulipanes


tulpenexporteur ZN

1 exportator de tulipas/tulipanes


tulpenhandel ZN

1 commercio de tulipas/tulipanes


tulpenhandelaar ZN

1 commerciante de tulipas/tulipanes


tulpenkweker ZN

1 cultor/cultivator de tulipas/tulipanes


tulpenteelt ZN

1 Zie: tulpencultuur


tulpenuitvoer ZN

1 exportation de tulipas/tulipanes


tulpenvariëteit ZN

1 varietate de tulipa/de tulipan


tulpenveld ZN

1 campo de tulipas/tulipanes


tulpglas ZN

1 vitro in forma de tulipa/tulipan


tumbler ZN

1 vaso


tumescentie ZN

1 tumescentia, tumefaction, intumescentia


tumor ZN

1 tumor, tumescentia pathologic
vlokkige -- = tumor villose
goedaardige -- = tumor benigne
goedaardigheid van een tumor = benignitate de un tumor
kwaadaardige -- = tumor maligne
kwaadaardigheid van een -- = malignitate de un tumor
wegneming van een -- = ablation de un tumor
enucleatie van een -- = enucleation de un tumor
een -- uitsnijden/wegsnijden = extirpar/excisar un tumor
--en hebbend = tumorose


tumorcel ZN

1 cellula tumoral


tumorvirus ZN

1 virus oncogene/oncogenic


tumtum ZN

1 tumtum


tumult ZN

1 tumulto
-- veroorzaken = tumultuar


tumultueus BN

1 tumultuose


tumulus ZN

1 tumulo


tumulusachtig BN

1 tumular


tumulusvormig BN

1 tumular


tuner ZN

1 receptor de radio, radioreceptor, tuner (E)


tuner-versterker ZN

1 amplificator-receptor


Tunesië ZN EIGN

1 Tunisia


Tunesiër ZN

1 tunisiano


Tunesisch BN

1 tunisian


tungstiet ZN

1 tungstite


tunica ZN

1 (ROM GESCH) tunica
2 (R.K.) tunica


tunicel ZN

1 tunicella


tuniek ZN

1 tunica


Tunis ZN EIGN

1 Tunis


tunnel ZN

1 tunnel (E)
een -- graven = cavar/perforar un tunnel
2 (onderdoorgang, tunneltje) tunnel (E), passage inferior/subterranee


tunnelbouw ZN

1 construction de un tunnel (E)/de tunnels (E)


tunneleffect ZN

1 effecto (de) tunnel (E)


tunnelgraafmachine ZN

1 excavator de un tunnel (E)


tunnelspoorweg ZN

1 ferrovia subterranee


Tupi ZN

1 (taal) tupi


Tupi(-indiaan) ZN

1 tupi


turbidimeter ZN

1 turbidimetro


turbidimetrie ZN

1 turbidimetria


turbidimetrisch BN

1 turbidimetric


turbine ZN

1 turbina
-- met verstelbare schoepen = turbina a palas regulabile/adjustabile
-- met meerdere straalpijpen = turbina a jectos multiple
horizontale -- = turbina (a axe) horizontal
conische -- = turbina conic


turbinebeluchter ZN

1 aerator de turbina


turbineblad ZN

1 ala/pala/paletta de turbina


turbineboot ZN

1 nave/vapor a/de turbina(s)


turbinepomp ZN

1 turbopumpa


turbinerad ZN

1 rota de turbina


turbinerendement ZN

1 rendimento del turbina


turbineschijf ZN

1 disco de turbina


turbineschip ZN

1 Zie: turbineboot


turbineschoep ZN

1 Zie: turbineblad


turbinestraalmotor ZN

1 Zie: turboreactormotor


turbinewiel ZN

1 Zie: turbinerad


turbo ZN

1 (TECHN) (krachtversterker) turbo, turbina
2 (auto) turbo


turbocompresssor ZN

1 turbocompressor


turbodiesel ZN

1 diesel a turbomotor, turbo-diesel


turbodynamo ZN

1 turbodynamo, turbogenerator


turbo-elektrisch BN

1 turboelectric


turbofan ZN

1 turbofan, turboventilator


turbofilter ZN

1 turbofiltro


turbogenerator ZN

1 turbogenerator, turbodynamo


turbomachine ZN

1 turbomachina


turbomoleculair BN

1 tubomolecular
--e pomp = pumpa turbomolecular


turbomotor ZN

1 turbomotor


turboreactormotor ZN

1 turboreactor


turbotrein ZN

1 turbotraino


turbulent BN

1 turbulente
--e stroming = fluxo/currente turbulente
--e diffusie = diffusion turbulente


turbulentie ZN

1 (onrust) turbulentia
2 (wervelende beweging) turbulentia


turbulentiecoëfficiënt ZN

1 coefficiente de turbulentia


turbulentie-intensiteit ZN

1 intensitate de turbulentia


turbulentieviscositeit ZN

1 viscositate de turbulentia


Turcoman ZN

1 turcoman
van de --nen = turcoman


tureluurs BN

1
het is om -- van te worden = isto suffice pro devenir folle


turen WW

1 reguardar/mirar fixemente
in de verte -- = reguardar fixemente in le/al lontanantia, scrutar le horizonte


turf ZN

1 (veen als brandstof) turba, turfa
een -- = un pecia/grumo de turba/turfa
een mand -- = un paniero de turba/turfa
-- steken/graven/baggeren = excavar/extraher turba/turfa
drie --en hoog = multo parve


turfaarde ZN

1 terreno/solo turbose


turfachtig BN

1 turbose


turfbriket ZN

1 briquette (F) de turba/turfa


turfgraver ZN

1 excavator de turba/de turfa, turbero


turfgraverij ZN

1 turbiera, jacimento de turba/turfa


turfhandel ZN

1 commercio de turba/turfa


turfhandelaar ZN

1 commerciante de turba/turfa


turfhok ZN

1 deposito de turba/turfa


turfmolm ZN

1 Zie: turfstrooisel


turfmot ZN

1 Zie: turfstrooisel


turfschip ZN

1 barca/gabarra pro le transporto de tur