FANDOM


u

1 PERS VNW vos
2 WEDERK VNW vos


UAC

1 (Afk.: uniforme artikelcodering) codice de barras
2 (Afk.: universele auteursrechtenconventie) convention universal de derectos de autor


U.B.

1 (Afk.: universiteitsbibliotheek) Bibliotheca Universitari


überhaupt BW

1 absolutemente
2 in general


Übermensch ZN

1 superhomine


uberteit ZN

1 ubertate


ubiquitair BN

1 ubiquitari
mussen zijn -- in Nederland = le passeres es ubiquitari in Nederland
natrium is een -- element = natrium es un elemento ubiquitari


ubiquiteit ZN

1 ubiquitate


U-boot ZN

1 submarino, submersibile


U.D.C.

1 (Afk.: universele decimale classificatie) C.D.U. (= classification decimal universal)


udometer ZN

1 udometro, pluviometro


udometrie ZN

1 udometria


udometrisch BN

1 udometric


UFO

1 (Afk.: unidentified flying object) UFO, O.V.N.I. (= Objecto Volante Non Identificate)


ufologie ZN

1 ufologia


ufoloog ZN

1 ufologo, ufologista


ui ZN

1 (bolgewas) cepa, cibolla
rok van een -- = tunica de un cibolla
rist --en = corda de cibollas
--en poten = plantar cibollas
le --s germina = de uien schieten
van --en gaan mijn ogen tranen = le cibollas me face plorar
2 (grap) burla
--en tappen = contar burlas


uiachtig BN

1 alliacee


uienbed ZN

1 quadro/quadrato de cibollas


uienblad ZN

1 folio de cibolla


uienblad ZN

1 folio de cibolla


uienbrood ZN

1 pan al cibolla


uiengeur ZN

1 Zie: uienlucht


uienloof ZN

1 folios de cibolla


uienlucht ZN

1 odor de cibolla


uienplant ZN

1 cibolla


uiensaus ZN

1 sauce (F) al cibolla


uienschil ZN

1 tunica/pelle de un cibolla


uiensmaak ZN

1 gusto de cibolla
met -- = al gusto de cibolla


uiensoep ZN

1 suppa al/de cibollas
gegratineerde -- = suppa al/de cibollas gratinate


uiensorteermachine ZN

1 machina classificatori de cibollas


uientaart ZN

1 torta al cibolla


uienvlieg ZN

1 anthomyia antique


uienzaad ZN

1 semine de cibolla


uier ZN

1 ubere
zware -- = ubere pesante
volle -- = ubere plen


uierontsteking ZN

1 mastitis


uiig BN

1 comic


uil ZN

1 (vogel) strige, uluco
(strigidae) --en = strigides
2 (vlinder) papilion de nocte, noctuella
3 (sukkel) homine stupide/simple, imbecille, cretino


uilachtig BN

1 idiota, stupide, simple


uilenbal ZN

1 pelota de uluco


uilenbril ZN

1 grande berillos (in montatura) rotunde


uilenkop ZN

1 testa/capite de uluco


uilennest ZN

1 nido de uluco(s)


uilenspiegel ZN

1 buffon, clown (E)


uilenveer ZN

1 pluma de uluco


uilig BN

1 Zie: uilachtig


uilskuiken ZN

1 (jong van een uil) juvene uluco
2 (sukkel) Zie: uil-3


uiltje ZN

1 (kleine uil) parve uluco
2 (vlinder) papilion de nocte, noctuella
3
een -- vangen/knappen = facer un (parve) somno


uit VZ

1 de, ab, ex, per, foras de, foris de
-- het gebouw komen = sortir del edificio
-- school komen = sortir del schola
hij schenkt -- een fles = ille versa de un bottilia
iets -- het raam gooien = jectar un cosa per le fenestra
de treinen -- Frankrijk = le trainos que veni de Francia
vertaling -- Interlingua = traduction ab Interlingua
één -- duizend = un inter mille
een kilometer -- het strand = un kilometro del plagia
-- de stad = foras del urbe
-- eigen ervaring = per proprie experientia
-- liefde = per amor
-- medelijden = per compassion
-- dankbaarheid = per gratitude
-- principe = per principio
-- een pijp roken = fumar un pipa
-- het land trekken = emigrar


uit BN

1
de school is -- = le schola es terminate/finite
de kerk is -- = le servicio/officio es terminate
(TENNIS) de bal is -- = le balla es out (E)
dat moet nu eens -- zijn = isto debe finir
het is -- met de pret = le bon vita es finite
op iets -- zijn = visar un cosa


uit BW

1
hij loopt de kamer -- = ille sorti del camera
ik moet ook die kant -- = io va anque in iste direction
dag in dag -- = die/jorno post die/jorno, cata die/jorno, tote le dies/jornos
het zal mijn tijd wel -- duren = isto non cambiara durante mi vita
dat duurt nog de hele week -- = isto va durar tote le septimana
ik zou er graag eens -- willen zijn = io volerea ben esser disembarassate de tote iste cosas
er even helemaal -- zijn = esser lontano del problemas quotidian
ik ben er helemaal -- = (ik heb het opgelost) io ha solvite iste problema, (ik begrijp het helemaal) io lo comprende toto
ik kan er niet over -- = (ik kom steeds op hetzelfde terug) io reveni sempre/semper al mesme cosa/thema/subjecto, etc., (ik kan het niet geloven) io non pote creder lo
voor zich -- praten = parlar toto sol
voor zich -- zitten kijken = reguardar/mirar ante se/in le spatio
-- eten gaan = ir mangiar (in un restaurante)


uitademen WW

1 (adem uitblazen) expirar, exhalar
met kracht -- = expirar con fortia
2 (uitwasemen) (ook FIG) exhalar, respirar
rook -- = exhalar fumo
het bos ademde een sfeer van rust = le bosco respirava un atmosphera de pace/de tranquillitate


uitademing ZN

1 expiration, exhalation
inademing en -- = inspiration e expiration


uitademingsspieren ZN MV

1 musculos expiratori


uitbaatbaar BN

1 exploitabile {plwa}


uitbaggeren WW

1 excavar con draga, dragar
het -- = dragage


uitbaggering ZN

1 excavation con draga, dragage


uitbakenen WW

1 jalonar


uitbakening ZN

1 jalonamento


uitbakken WW

1 facer frir, facer friger


uitbal ZN

1 (SPORT) balla foras de joco, balla out (E)


uitbalanceren WW

1 balanciar, equilibrar
uitgebalanceerd dieet = dieta/regime (F) balanciate/equilibrate
een wiel -- = balanciar/equilibrar/centrar un rota


uitbannen WW

1 (verbannen) bannir, exilar, expeller, expulsar
2 (verdrijven) bannir, expeller, expulsar
de oorlog -- = bannir le guerra
hun twijfels -- = expeller/expulsar lor dubitas
de duivel -- = exorcisar/conjurar le demonio/diabolo


uitbanning ZN

1 bannimento, banno, expulsion, (van de duivel) exorcisation


uitbarsten WW

1 erumper, exploder, facer explosion, (van een vulkaan) facer eruption
in tranen -- = erumper in lacrimas
in lachen -- = erumper in riso/risada
in verwensingen -- = exploder/erumper in imprecationes
in woede -- = dar libere curso a su furor


uitbarsting ZN

1 explosion, eruption
-- van woede = explosion/transporto de ira/de cholera
onder-zeese -- = eruption submarin


uitbaten WW

1 (exploiteren) exploitar {plwa}
2 (uitbuiten) exploitar {plwa}


uitbater ZN

1 exploitator {plwa}, (manager) gerente


uitbazuinen WW

1 divulgar/proclamar/annunciar al sono del trompa, trompettar, critar super tote le tectos


uitbeelden WW

1 representar, figurar, interpretar, mimar, depinger, exprimer, describer in detalio
een personage -- = interpretar un personage
iets in gebarentaal -- = representar/exprimer un cosa per medio del linguage del gestos/per mimica/per gestos


uitbeeldend BN

1 figurative


uitbeelder ZN

1 interprete


uitbeelding ZN

1 (het uitbeelden) representation, figuration, evocation, depiction, expression
-- van een landelijk tafereel = figuration de un scena campestre
2 (voorstelling in beeld) representation (graphic), portrait (F)
3 (vertolking in een rol) interpretation


uitbeenmes ZN

1 cultello a/de/pro disossar


uitbeitelen WW

1 cisellar, gravar, (beeldhouwen) sculper
een opschrift in steen -- = cisellar/gravar un inscription in petra


uitbenen WW

1 (van vlees) disossar
een kalkoen -- = disossar un gallo de India
(FIG) (uitmelken) een persoon -- = pressar un persona como un citro
een onderwerp -- = tractar un thema de maniera exhaustive


uitbening ZN

1 (van vlees) disossamento
-- van een kalkoen = disossamento de un gallo de India


uitbesteden WW

1 (elders in de kost doen) mitter in pension, allogiar
de kinderen een week -- = confider le infantes a parentes/amicos, etc. durante un septimana, allogiar le infantes un septimana in le casa de altere personas
2 (aan een onderaannemer overdoen) confider a un subcontractor


uitbetalen WW

1 pagar, versar, disbursar, (bankwezen) discassar
een cheque -- = pagar/discassar un cheque (E)
een loon -- = pagar/versar un salario
iemand -- = pagar (un summa) a un persona
een bedrag in guldens -- = pagar un summa in florinos
per giro -- = pagar/transferer per giro, girar


uitbetaling ZN

1 paga, pagamento, disbursamento, (bankwezen) discassamento
opdracht tot -- = ordine de pagamento/de pagar


uitbetten WW

1 tamponar


uitbijten WW

1 (door een bijtende stof verwijderen) corroder, (met bleekmiddel) discolorar
2 (met de tanden wegnemen) morder (ab un cosa)
3 (door een bijtende werking aangetast worden) corroder se, (door bleekmiddel) discolorar se
uitgebeten plekken op het tafelblad = maculas de corrosion super le tabula


uitbijting ZN

1 corrosion


uitbikken WW

1 hachar {sj}, taliar


uitblazen WW

1 (door blazen naar buiten brengen) sufflar, (uitademen) expirar, exhalar
een ei -- = sufflar/vacuar un ovo
de laatste adem -- = exhalar/dar/render le ultime suspiro, expirar
2 (doven) sufflar, extinguer
een kaars -- = sufflar un candela
3 (op adem komen) respirar, reprender halito
laat u mij even -- = lassa me respirar


uitblijven WW

1 (wegblijven) non venir, non apparer, restar/remaner absente, facer se attender, (niet gebeuren) non occurrer, (ontbreken) mancar
lang -- = tardar
de voorspelde groei is uitgebleven = le crescimento previste non se ha producite
de gevolgen zijn niet uitgebleven = le consequentias non ha tardate a/in manifestar se/producer se
de koorts is uitgebleven = le febre non se ha manifestate
het antwoord bleef uit = on non ha respondite
protesten bleven uit = il non habeva protestos/protestationes
dit kan niet -- = isto debe occurrer, isto es inevitabile


uitblijver ZN

1 retardatario, noctambulo


uitblijving ZN

1 retardamento


uitblinken WW

1 exceller, brillar, distinguer se
bij een examen -- = exceller a/in un examine, passar brillantemente un examine
-- door behendigheid = exceller/brillar per agilitate


uitblinkend BN

1 eminente, preeminente, excellente, egregie


uitblinker ZN

1 persona brillante, asse, crack (E)


uitbloeden WW

1 perder tote su sanguine, sanguinar


uitbloeien WW

1 cessar de florar/florir, disflorar, disflorescer


uitblusbaar BN

1 extinguibile


uitblussen WW

1 extinguer, (van kalk) hydratar
het vuur -- = extinguer le foco
een uitgebluste blik in de ogen = un reguardo extincte
haar levenslust is uitgeblust = illa ha perdite le gusto de viver


uitblussing ZN

1 extinction, (van kalk) hydratation


uitboeken WW

1 rader (de un lista/de un registro, etc.)


uitboenen WW

1 fricar, nettar


uitboeten WW

1 expiar


uitboren WW

1 fresar, forar
iemand die uitboort = fresator, forator


uitborstelen WW

1 brossar
een mantel -- = brossar un mantello


uitbotten WW

1 gemmar
het -- = gemmation


uitbotting ZN

1 gemmation


uitbouw ZN

1 (aanbouwsel) construction saliente, parte adjuncte, aggrandimento, extension
2 (bijgebouw) edificio annexe
3 (FIG) disveloppamento


uitbouwen WW

1 (naar buiten bouwen) aggrandir, adder/adjunger un ala a (un edificio)
een uitgebouwde vleugel = un ala adjuncte
2 (verder ontwikkelen) disveloppar
een redenering -- = disveloppar un rationamento


uitbouwing ZN

1 Zie: uitbouw


uitbraak ZN

1 evasion, fuga, escappamento, escappata


uitbraakpoging ZN

1 tentativa de escappamento


uitbraaksel ZN

1 vomito


uitbraden WW

1 rostir completemente


uitbraken WW

1 vomer, vomitar, disgorgar, ructar
de vulkaan braakt lava uit = le vulcano vomita lava
verwensingen -- = vomer/proferer injurias/insultos
godslasteringen -- = vomitar blasphemias
zijn gal tegen iemand -- = discargar su bile contra un persona


uitbraking ZN

1 vomito


uitbranden WW

1 (opbranden) extinguer se
het vuur is uitgebrand = le foco se ha extinguite
(FIG) haar kaarsje is uitgebrand = illa ha pagate su tributo/debita al natura
2 (door vuur verwoest worden) esser consumite per le foco, esser reducite a cineres
3 (door vuur verwoesten) comburer, reducer in cineres
4 (MED) cauterisar
het -- = cauterisation
wratten -- = cauterisar verrucas


uitbrander ZN

1 reprimenda, reprehension, objurgation
een -- geven = dar un reprimenda, reprimendar


uitbranding ZN

1 (MED) cauterisation


uitbreiden WW

1 (vergroten) extender, expander, aggrandir, ampliar, amplificar, accrescer, multiplicar, disveloppar
de contacten -- = multiplicar le contactos
de stad breidt zich uit = le urbe/citate se extende
de brand breidde zich uit = le incendio se extendeva
een ziekenhuis -- = extender/aggrandir un hospital
een fabriek -- = ampliar un fabrica
zijn werkzaamheden -- = expander su activitates
zijn kennis -- = extender/accrescer/disveloppar/inricchir su cognoscentias/cognoscimentos
zijn woordenschat -- = ampliar/inricchir su vocabulario
de betrekkingen -- = extender/intensificar le relationes
een maatregel -- tot = extender le application de un mesura a
een administratieve maatregel -- tot alle categorieën = generalisar un mesura administrative
het aantal leden -- tot acht = augmentar/ampliar le numero de membros a octo
2 (uitstrekken) extender, displicar
de vleugels -- = displicar le alas


uitbreiding ZN

1 extension, expansion, aggrandimento, ampliation, amplification, accrescimento, augmentation
-- van een spoorlijn = extension de un ferrovia
-- van onze zaken = extension/expansion de nostre negotios
-- van een fabriek = ampliation de un fabrica
-- van een epidemie = extension/propagation de un epidemia
-- van de brand = propagation/progresso del incendio
-- van een bepaling in een contract = extension de un clausula de un contracto
-- van de betrekkingen = intensification del relationes
-- van een verzameling = inricchimento de un collection
-- van zijn kennis = extension/accrescimento/inricchamento de su cognoscentias/cognoscimentos
een welkome -- van mijn bibliotheek = un addition benvenite a mi bibliotheca


uitbreidingskosten ZN MV

1 costos de extension/de ampliation


uitbreidingsmogelijkheid ZN

1 possibilitate de extension/de ampliation


uitbreidingsplan ZN

1 plano de extension/disveloppamento, projecto de ampliation


uitbreken WW

1 (ontsnappen) evader, escappar, fugir
-- uit de gevangenis = evader/fugir del prision
er een uurtje -- = liberar se durante un hora
2 (plotseling zich vertonen) apparer, declarar se
er brak een epidemie uit = un epidemia se declarava
er brak brand uit = un incendio se declarava
3 (in alle hevigheid beginnen) erumper, discatenar
de oorlog is uitgebroken = le guerra ha erumpite
de oorlog kan elk ogenblik -- = le guerra es imminente
het -- van de oorlog = le discatenamento del guerra
in tranen -- = erumper in lacrimas
de crisis brak in 1929 uit = le crise/crisis ha supervenite in 1929
4 (lucht geven aan) erumper
in klachten -- = erumper in planctos
5 (door breken wegnemen) remover
een muur -- = demolir/abatter un muro
stenen -- = distachar {sj} petras de un muro


uitbreker ZN

1 prisionero evadite/escappate, fugitivo


uitbreking ZN

1 (ontsnapping) evasion, escappamento, escappata
2 (plotselinge vertoning) apparition


uitbrengen WW

1 (van zich doen uitgaan) emitter, exprimer, proferer, dicer
hij kon geen woord -- = ille non poteva proferer/dicer/pronunciar/producer/articular un parola/emitter un sono
2 (kenbaar maken) dar, emitter
een advies -- aan de minister = consiliar un ministro
zijn stem -- op een kandidaat = votar pro un candidato, dar su voto a un candidato
een verslag -- aan de vergadering = dar/presentar un reporto al reunion
3 (openbaren) revelar, facer public
een geheim -- = divulgar un secreto
een complot/samenzwering -- = revelar un complot/conspiration
4 (op de markt brengen) mitter in le commercio, lancear, (publiceren) publicar
nieuwe modellen -- = lancear nove modellos
boeken -- = publicar/lancear libros


uitbrieven WW

1 Zie: rondvertellen


uitbroeden WW

1 (eieren doen uitkomen) covar, incubar
eieren -- = covar/incubar ovos
2 (FIG) conciper, (PEJ) preparar, tramar, machinar, elucubrar, ordir
een plan -- = conciper/elucubrar un plano
een complot -- = tramar/ordir un complot/conspiration


uitbroeding ZN

1 incubation


uitbrullen WW

1 mugir, rugir, critar
het -- van de pijn = rugir de dolor


uitbuigen WW

1 (re)curvar verso foras


uitbuiten WW

1 exploitar {plwa}
het -- = exploitation
arbeiders -- = exploitar travaliatores/laboratores/obreros
een vergissing -- = exploitar in error


uitbuiter ZN

1 exploitator {plwa}, (woekeraar) usurero


uitbuiting ZN

1 exploitation {plwa}
-- van de mens door de mens = exploitation del homine per le homine


uitbulderen WW

1 (ten einde bulderen) cessar de mugir/rugir/critar/vociferar
2 (bulderend uiten) mugir, rugir, critar, vociferar


uitbundig BN

1 (bovenmatig) exuberante, phrenetic, enthusiasta, enthusiastic, (overdreven) excessive
-- applaus = applausos enthusiastic/phrenetic
2 (uitgelaten) exuberante, expansive
-- persoon = persona exuberante
-- temperament = temperamento exuberante


uitbundigheid ZN

1 exuberantia, enthusiasmo, (overdreven) exaltation


uitchecken WW

1 passar le controlo


uitcijferen WW

1 (uitrekenen) calcular, contar
2 (uitvlakken) excluder, ignorar, disdignar
3 (nauwkeurig onderzoeken) examinar scrupulosemente


uitclub ZN

1 equipa visitante


uitdagen WW

1 provocar, defiar
iemand tot een wedstrijd om de titel -- = defiar un persona pro un campionato
iemand tot een partij schaak -- = defiar un persona al chacos {sj}
iemand tot een duel -- = defiar/provocar un persona a un duello


uitdagend BN

1 defiante, provocante, provocative, provocatori
-- gebaar = gesto provocatori
--e houding = attitude defiante
--e blik = reguardo de defia
iemand -- aankijken = reguardar/mirar un persona provocativemente


uitdager ZN

1 provocator


uitdaging ZN

1 provocation, defia, defiantia
schriftelijke -- = cartel de defia
een -- aan de wetenschap = un defia al scientia
een -- aannemen = acceptar un defia


uitdagingsbrief ZN

1 cartel de defia


uitdampen WW

1 (doen uitdampen) evaporar, exhalar
het -- = evaporation, exhalation


uitdamping ZN

1 evaporation, exhalation


uitdelen WW

1 distribuer, dispensar, dar, repartir, (rijkelijk geven) dispender
opnieuw -- = redistribuer
folders -- = distribuer prospectos
snoep aan de kinderen -- = distribuer bonbones/cosas dulce al infantes, repartir bonbones/cosas dulce inter le infantes
rake klappen -- = dar colpos forte


uitdeler ZN

1 distributor, dispensator, repartitor


uitdelgen WW

1 (verdelgen) extirpar, exterminar, eradicar
2 (betalen) extinguer, amortisar, pagar, redimer
een schuld -- = extinguer un debita


uitdelging ZN

1 (verdelging) extirpation, extermination, eradication
2 (betaling) extinction, amortisation
-- van een schuld = extinction de un debita


uitdeling ZN

1 distribution, dispensation, repartition, apportionamento
-- houden = distribuer un cosa


uitdelven WW

1 disinterrar, excavar, extraher


uitdelving ZN

1 disinterramento, excavation, extraction


uitdenken WW

1 conciper, inventar, imaginar, idear, excogitar
een plan -- = conciper un plano/projecto


uitdenker ZN

1 inventor, excogitator


uitdenking ZN

1 invention


uitdeuken WW

1 lisiar, planar, applanar, explanar
het -- = lisiamento, applanamento
iemand die uitdeukt = lisiator, applanator


uitdienen WW

1 facer/complir su (tempore de) servicio
het zal mijn tijd wel -- = isto va durar mi tempore


uitdiepen WW

1 (ook FIG) render plus profunde, profundar, approfundar
een kanaal -- = approfundar un canal


uitdieping ZN

1 (ook FIG) approfundamento
-- van een kanaal = approfundamento de un canal


uitdijen WW

1 expander se, amplificar se, dilatar se, crescer
het heelal dijt uit = le universo se expande


uitdijing ZN

1 expansion, amplification, dilatation
de -- van het heelal = le expansion del universo


uitdoen WW

1 (uittrekken) levar, remover, retirar
zijn schoenen -- = discalcear se
zijn kleren -- = levar su vestimentos
2 (doven) extinguer, (uitschakelen) disconnecter, clauder
het licht -- = extinguer le lumine/luce
de radio -- = disconnecter/clauder le radio
de televisie - = disconnecter/clauder le television
3 (reinigen) mundar, nettar
4 (schrappen) rader
je kunt haar wel -- = tu pote rader la (de tu lista)


uitdokteren WW

1 inventar, decifrar


uitdoofbaar BN

1 extinguibile


uitdoppen WW

1 Zie: doppen


uitdossen WW

1 vestir
zich wonderlijk -- = vestir se bizarremente
zich belachelijk -- = vestir se de maniera ridicule


uitdossing ZN

1 vestimentos


uitdoven WW

1 (blussen) extinguer, (uitgaan) extinguer se
uitgedoofde vulkaan = vulcano extincte


uitdoving ZN

1 extinction


uitdraai ZN

1 (COMP) listage, output (E)


uitdraaien WW

1 (FIG) (ten einde draaien) terminar (in), finir (in)
op een mislukking -- = terminar/finir in un fiasco
op niets -- = conducer a nihil, non dar un resultato, esser sin resultato
2 (door draaien uithalen) disvitar
een schroef -- = laxar un vite
3 (de verbinding verbreken) extinguer, disconnecter
het licht -- = disconnecter le lumine/luce
het gas -- = extinguer/clauder le gas
4 (COMP) imprimer


uitdragen WW

1 (naar buiten dragen) portar foris/foras
een lijk/dode -- = portar un morto foris pro le interramento
2 (verbreiden) divulgar, diffunder, transmitter, propagar, disseminar, predicar
ideeën -- = diffunder ideas
het geloof -- = propagar/predicar le fide


uitdrager ZN

1 mercante/mercator de antiqualias/de cosas de secunde mano


uitdragerij ZN

1 boteca/commercio de antiqualias/de cosas de secunde mano


uitdrijven WW

1 (verjagen) expeller, expulsar, chassar {sj}
vee -- = chassar bestial al campos
boze geesten -- = exorcisar demones/demonios
door zweten -- = exsudar
2 (op de stroom verder drijven) lassar se flottar


uitdrijvend BN

1
-- middel = medicamento expulsive


uitdrijving ZN

1 expulsion, (mbt de duivel) exorcisation
2 (MED) expulsion


uitdrijvingsweeën ZN MV

1 dolores expulsive


uitdrinken WW

1 biber toto/completemente, vacuar
zijn glas -- = vacuar su vitro


uitdrogen WW

1 (droog worden) siccar se, exsiccar se, desiccar se, (MED) dishydratar se
de grond droogt uit = le terra/solo se desicca
de huid droogt uit = le pelle se dishydrata


uitdrogend BN

1 exsiccante, desiccante, exsiccative, desiccative
een -- middel = un desiccativo


uitdroging ZN

1 exsiccation, desiccation, (MED) dishydratation
mummificatie door -- = mumification per desiccation


uitdrogingsscheur ZN

1 fissura de desiccation


uitdruipen WW

1 deguttar


uitdrukkelijk BN

1 expresse, explicite, formal
--e goedkeuring = approbation/consentimento expresse
--e voorwaarde = condition explicite/expresse
-- bevel = ordine explicite/formal/expresse, injunction
tegen mijn -- verbod = contra mi prohibition/interdiction expresse
zich -- distantiëren van = distantiar se explicitemente/formalmente de
iets -- verbieden = interdicer/prohiber un cosa explicitemente
iets -- zeggen = dicer un cosa formalmente
hij heeft -- verklaard dat = ille ha explicitemente declarate que
zijn --e wens was = su desiro/desiderio expresse esseva
behalve wanneer -- is bepaald = salvo exception formal/explicite


uitdrukkelijkheid ZN

1 character explicite/expresse/formal


uitdrukken WW

1 (onder woorden brengen) exprimer
zijn gedachten duidelijk -- = exprimer/render clarmente su pensata/pensamento
zijn gevoelens -- = exprimer su sentimentos
zich in een onberispelijk Interlingua -- = exprimer se in un Interlingua impeccabile
zich correct -- = exprimer se correctemente
zich vaag -- = exprimer se in terminos vage
zich in gebarentaal -- = exprimer se per gestos
een onbeholpen manier van -- = un elocution disgratiose
dat is wat al te sterk uitgedrukt = isto es un exaggeration, isto es un pauco/un poco exaggerate
2 (uitknijpen) pressar, exprimer
een citroen -- = pressar/exprimer un citro
3 (doven) extinguer
4 (naar buiten drukken) pressar
de tandpasta -- = pressar le dentifricio foras del tubo/tubetto
5
in guldens uitgedrukt = calculate in florinos


uitdrukking ZN

1 (uiting) expression
-- geven aan = dar expression a, exprimer
vol -- = expressive, plen de expression
2 (sprekende gelaatstrek) expression
zijn gezicht bleef zonder -- = su facie remaneva inscrutabile/impassibile/sin expression
3 (gezegde) expression, locution, termino, phrase
gangbare/courante -- = expression currente/usual
vulgaire -- = expression vulgar, vulgarismo
figuurlijke -- = expression figurate
dialectische -- = expression dialectal, dialectismo
spreekwoordelijke -- = expression proverbial
gewestelijke -- = regionalismo
-- uit de volkstaal = expression popular
-- uit de omgangstaal = expression familiar
geijkte/staande -- = expression consecrate/fixe
alledaagse -- = colloquialismo
voegwoordelijke -- = locution conjunctive
bijwoordelijke -- = locution adverbial
werkwoordelijke -- = locution verbal
spreekwoordelijke -- = locution proverbial
nieuwe -- = locution neologic


uitdrukkingskracht ZN

1 fortia expressive/de expression, expressivitate


uitdrukkingsloos BN

1 sin expression, inexpressive, inscrutabile, impassibile
--e blik = reguardo inexpressive
-- gezicht = visage inexpressive


uitdrukkingsmiddel ZN

1 medio/forma/modo expressive/de expression


uitdrukkingsmogelijkheden ZN MV

1 possibilitates expressive/de expression


uitdrukkingsvaardigheid ZN

1 aptitude/habilitate a exprimer se, facilitate/claritate de expression


uitdrukkingsvermogen ZN

1 facultate/poter/potentia de expression, habilitate/aptitude a exprimer se, expressivitate


uitdrukkingsvol BN

1 plen de expression, expressive
--le blik = reguardo expressive/eloquente


uitdrukkingsvorm ZN

1 Zie: uitdrukkingsmiddel


uitdrukkingswaarde ZN

1 valor expressive


uitdrukkingswijze ZN

1 modo de expression, diction, maniera de dicer
onbeholpen -- = elocution disgratiose


uitdruppen BN

1 Zie: uitdruipen


uitduiden WW

1 indicar, explicar, monstrar, (omschrijven) describer
iemand de weg -- = indicar le cammino a un persona
iets met gebaren -- = explicar con/per gestos


uitduiding ZN

1 indication, explication, description


uitduwen WW

1 expeller, expulsar


uitdweilen WW

1 nettar


uiteen BN

1 separate, lontan/distante le un del altere


uiteenbarsten WW

1 exploder, erumper


uiteendoen WW

1 separar


uiteendrijven WW

1 dispersar, dissipar, disseminar
de menigte -- = dispersar/dissipar le multitude


uiteengaan WW

1 separar se, dispersar se
het echtpaar gaat uiteen = le conjuges se separa
hier gaan onze wegen uiteen = nostre camminos se separa hic


uiteenhalen WW

1 (demonteren) disassemblar, disarticular
het -- = disassemblage, disarticulation


uiteenhouden WW

1 tener separate, distinguer, non confunder


uiteenjagen WW

1 Zie: uiteendrijven


uiteenleggen WW

1 displicar


uiteenlopen WW

1 (niet in dezelfde richting lopen) diverger
2 (verschillen) differer, diverger, variar, esser differente
de meningen liepen zeer uiteen = il habeva un grande differentia de opinion, le opiniones differeva/divergeva/variava multo
de schattingen lopen uiteen van zes tot tien miljoen = le estimationes varia de sex usque a dece milliones


uiteenlopend BN

1 divergente, differente, varie, variate, diverse, dissimilante, dissimile, diverse, discrepante, dispare, heteroclite, discrepante, (sterk --) opposite
--e verklaringen = interpretationes divergente
sterk --e karakters = characteres opposite/multo divergente, grande disparitate de characteres
--e meningen = opiniones dispare/diverse, disparitate de/diversitate de opiniones
--e belangen = diversitate de interesses
--e berichten = novas varie/variate/contradictori
essays over --e onderwerpen = essayos miscellanee
harde wind uit --e richtingen = ventos forte variabile


uiteenneembaar BN

1 dismontabile


uiteennemen WW

1 dismontar, disassemblar, disunir, decomponer, disfacer


uiteenrafelen WW

1 (ook FIG) disintricar


uiteenrollen WW

1 disrolar


uiteenrukken WW

1 disrumper
het -- = disruption


uiteenscheuren WW

1 lacerar
het -- = laceration


uiteenspatten WW

1 exploder, disintegrar se, fragmentar se
de bom spatte uiteen in talloze deeltjes = le bomba ha explodite in particulas innumerabile


uiteenspringen WW

1 exploder, disintegrar se, fragmentar se


uiteenstuiven WW

1 dispersar se


uiteenvallen WW

1 cader in pecias/in partes/in gruppos, etc., disassociar se, dissociar se, disaggregar se, disgregar se, decomponer se, dismembrar se, fragmentar se, divider se, disintegrar se
het keizerrijk viel uiteen = le imperio se dismembrava
een gezin uiteen doen vallen = dismembrar un familia
de organisatie valt uiteen in drie groeperingen = le organisation se divide in tres gruppos
-- in twee delen = scinder se in duo
affixen vallen in drie soorten uiteen = le affixos cade in tres gruppos


uiteenvliegen WW

1 dispersar se


uiteenwerken WW

1 disjunger se


uiteenwijken WW

1 diverger
het -- = divergentia


uiteenzetten WW

1 (van elkaar verwijderd zetten) poner/mitter separatemente/a parte, separar
2 (verklaren) exponer, explicar, explanar, presentar, enarrar, (analyseren) analysar, (tot in details) detaliar
zijn mening -- = exponer su opinion
de principes -- = explicar le principios
een probleem -- = exponer/presentar un problema
een plan -- = exponer/presentar un projecto
ik zal u de zaak -- = io va exponer/explanar vos le factos
iets glashelder -- = explicar un cosa con claritate
iemand die iets uiteenzet = expositor


uiteenzettend BN

1 expositive, expositori


uiteenzetting ZN

1 exposition, explication, explanation, enarration
-- van de feiten = exposition del factos
een -- geven over iets = dar/facer un explication de un cosa, exponer un cosa, dissertar super un cosa


uiteinde ZN

1 (uiterste punt) extremitate, termino, (puntig) puncta
tot aan de --n van de wereld = usque al confinios/ultime terminos del terra
de beide --n van de brug = le duo extremitates del ponte
de twee --n van een as = le duo extremitates de un axe
2 (afloop) fin
iemand een goed -- wensen = desirar un bon fin del anno/un felice Anno Nove a un persona


uiteindelijk BN

1 (aan het einde) final, ultimate, (onomkeerbaar) definitive
--e beslissing = decision final
--e gebruiker = usator ultimate
--e oorzaak = causa ultimate
het --e resultaat was positief = le resultato final/ultimate esseva positive


uiteindelijk BW

1 finalmente, ultimatemente, al fin


uiten WW

1 exprimer, manifestar, emitter, enunciar, proferer, professar, pronunciar, exteriorisar, formular
zijn bewondering -- = manifestar su admiration
een mening -- = emitter/exprimer un opinion
een gedachte -- = exteriorisar un pensata
zijn dankbaarheid -- = exprimer su recognoscentia/gratitude
zijn gevoelens -- = exprimer/manifestar/exteriorisar su sentimentos
zijn vreugde -- = exprimer/manifestar/exteriorisar su gaudio/joia
zijn verontwaardiging -- = exprimer su indignation
godslasteringen -- = proferer blasphemias, blasphemar
bedreigingen -- = proferer menacias
klachten -- = formular planctos
wensen -- = formular desiros/desiderios
een woord -- = emitter un parola
geen woord kunnen -- = non poter articular un parola
binnensmonds verwensingen -- = grunnir insultos
hij kan zich moeilijk -- = ille ha difficultates pro exprimer se
zijn verdriet niet -- = tacer su affliction
zich in welgekozen bewoordingen -- = exprimer se in terminos ben seligite
de behoefte om zich te -- = le besonio de exprimer se
een ziekte uit zich in bepaalde symptomen = un maladia se monstra/se manifesta in certe symptomas


uit-en-te(r)-na BW

1 (telkens) mille vices, constantemente, cata vice de novo, con insistentia, usque a satietate
iets -- herhalen = repeter mille vices/un cosa usque a satietate
2 (grondig) a fundo, usque al plus fin detalio, detaliatemente


uitentreuren BW

1 perpetualmente, continuemente, incessantemente, sin interruption


uiteraard BW

1 naturalmente, obviemente, evidentemente, sin alicun dubita
hier kunnen we -- niet van leven = naturalmente il nos es impossibile viver de isto


uiterlijk BW

1 (naar buiten toe) exteriormente, apparentemente, in apparentia
-- scheen hij kalm = ille dava un apparentia de calma
2 (op zijn laatst) al plus tarde, non plus tarde que
-- de eerste november = le prime de novembre al plus tarde


uiterlijk ZN

1 (voorkomen) apparentia, exterior, aspecto, aere, (gezicht) facie, visage
hij heeft zijn -- niet mee = su aere es contra ille
mensen op hun -- beoordelen = judicar homines secundo lor exterior
het -- van een artikel = le aspecto/presentation de un articulo
2 (schijn) apparentia (exterior), semblante, semblantia
dat is alleen maar voor het -- = isto es unicamente pro le apparentia/pro le forma/pro salvar le apparentias


uiterlijk BN

1 (uitwendig) exterior, externe, visibile
de --e gedaante van iets = le aspecto exterior de un cosa
--e kentekenen = signos/characteristicas exterior
--e indruk/verschijning = apparentia
op de --e schijn afgaan = judicar secundo le apparentias
2 (van buiten komend) extrinsec


uiterlijkheid ZN

1 aspecto/apparentia exterior, exterioritate
-- van een gevoel = exterioritate de un sentimento
op grond van --en oordelen = judicar secundo apparentias exterior


uitermate BW

1 extrememente, excessivemente, extraordinarimente, summemente, in grado extreme
-- belangrijk = extrememente/summemente importante
hij is -- geschikt vor dat werk = ille es le persona le plus adaptate pro iste labor/travalio
dat verheugt mij -- = isto me place multo


uiterst BN

1 (het meest verwijderd) extreme
het --e puntje = le extreme puncta
--e grens = limite extreme, extremo
(van evenredigheid) --e term = extremo
2 (hoogst) ultime, supreme, summe
--e poging = ultime tentativa, tentativa supreme
--e krachtsinspanning = effortio supreme
--e voorzichtigheid betrachten = prender le plus grande precautiones
3 (laagst) ultime, final
dat is mijn --e prijs = isto es mi ultime precio/offerta, isto es mi offerta final
4 (laatst) ultime
op het -- ogenblik = al ultime momento
--e datum = data limite
--e verkoopdatum = data limite de vendita
--e wil = ultime voluntate, testamento


uiterst BW

1 (in de hoogste mate) extrememente, excessivemente, summemente
een -- klein verschil = un differentia infime
die bloem is -- zeldzaam = iste flor es extrememente rar/es rarissime
die gevallen zijn -- zeldzaam = iste casos es toto exceptional


uiterste ZN

1 (het hoogste in zijn soort, het meest uiteenliggende) extremo, opposito
de --n raken elkaar, de --n hebben steeds punten van aanraking = le extremos se tocca/se incontra
2 (mbt een rangorde/intensiteit) extremo, excesso, limite
het andere -- = le altere extreme, le extremo opposite
van het ene -- in het andere vervallen = cader/passar/ir de un extremo/excesso al altere
--n trekken elkaar aan = le extremos se attrahe
het -- wagen = ir al limite, tentar le impossibile
de prijs tot het --e verhogen = augmentar le precio al extremo/maximo
hij ligt op het -- = ille es agonisante/in su ultime momentos
tot het -- = usque al extremo/limite, à outrance (F), a ultrantia
tot het -- gebracht = desperate
iemand tot het --e brengen = exasperar un persona
3 (einde) extremitate


uiterwaard ZN

1 lecto alte (del fluvio)


uiteten WW

1 (leeg eten) finir, vacuar (un platto)
2 (arm maken) exploitar {plwa}
3 (ten einde eten) finir/terminar su repasto


uitfiltreren WW

1 filtrar
ruis -- = filtrar ruito


uitflappen WW

1 dicer sin reflecter
er alles maar -- = dicer tote lo que veni super le lingua, dicer tote lo que passa per su testa/capite


uitfloepen WW

1 (mbt licht) extinguer bruscamente


uitfluiten WW

1 (door fluiten afkeuren) sibilar, conspuer
een spreker -- = conspuer un orator


uitfoeteren WW

1 reprimendar, insultar, injuriar, apostrophar


uitfrezen WW

1 fresar


uitgaan WW

1 (naar buiten gaan) sortir, exir
de kamer -- = sortir del camera, quitar le camera
op inlichtingen -- = ir/partir pro haber informationes, colliger informationes
het ene oor in-, het andere -- = entrar in un aure e exir del altere
2 (van huis gaan) sortir
een avondje -- = passar un vespere/vespera (in le theatro/in le cinema, etc.)
het huis -- = sortir del casa, quitar le casa
3 (doven) extinguer se
het vuur gaat uit = le foco se extingue
4 (verlaten worden)
de school gaat uit = le schola es finite
de bioscoop gaat uit = le cinema se vacua
5 (als uitgangspunt nemen) partir (de), basar se super
van een veronderstelling -- = partir de un supposition/hypothese (-esis)
van een beginsel -- = partir de un principio
er van -- dat = partir del idea que
-- van de laatste opiniepeilingen = basar se super le/partir del ultime sondages de opinion
het denkbeeld is van de directeur uitgegaan = le idea ha partite del director
de maatregel is van u uitgegaan = vos ha prendite le initiativa del mesura
er gaat geen enkele dreiging van uit = isto non constitue nulle menacia
er gaat een goede invloed van hem uit = ille emana un influentia positive
6 (verspreid worden) manar, emanar
deze verklaring gaat uit van het ministerie = iste declaration emana del ministerio
er gaat een geweldige invloed van haar uit = illa emana/exerce un influentia enorme
er gaat niets van hem uit = ille non face proba/prova de nulle initiativa
een brief met richtlijnen doen -- = facer circular un littera continente instructiones
7 (georganiseerd worden) esser organisate
deze concerten gaan uit van een vereniging = iste concertos es organisate per un societate
het onderwijs gaat hier in dit land van de Kerk uit = le inseniamento es in iste pais in le manos del Ecclesia
8 (ten einde gaan) ir al fin
9 (verwijderd worden) ir via, remover se
met dit wasmiddel gaan de vlekken er uit = con iste detersivo le maculas va via
10 (eindigen) terminar (se)
vele infinitieven in Interlingua gaan uit op -AR = multe infinitivos in Interlingua (se) termina in -AR
11
vrij -- = esser sin culpa, esser innocente
dat gaat boven de partijpolitiek uit = isto transcende le politica del partito
onze gelukwensen gaan uit naar je broer = nostre felicitationes es pro tu fratre, transmitte nostre felicitationes a tu fratre


uitgaand BN

1 que sorti, sortiente
--e brieven = litteras que sorti
--e goederen = mercantias exportate/de exportation
--e lading = carga sortiente
--e rechten = derectos de exportation
2
het --e publiek = le publico que va al theatro/que frequente le theatros


uitgaander ZN

1 persona qui sorti multo/qui ama sortir


uitgaansavond ZN

1 vespere/vespera que on sorti habitualmente/in lequal on sole sortir


uitgaanscentrum ZN

1 quartiero del restaurantes/cinemas/theatros, etc., centro de intertenimento, centro de activitates recreative


uitgaansdag ZN

1 die/jorno que on sorti


uitgaansgelegenheid ZN

1 cinemas, theatros, restaurantes, etc., loco de intertenimento


uitgaanskleding ZN

1 vestimentos elegante


uitgaansleven ZN

1 vita nocturne


uitgaansverbod ZN

1 prohibition/interdiction de sortir
een -- uitvaardigen = imponer/decretar un prohibition/interdiction de sortir


uitgalmen WW

1 facer resonar, (zingen) cantar a plen voce


uitgang ZN

1 (opening, uitweg) exito, egresso, porta
zich naar de -- begeven = diriger se/ir al exito
kunstmatige -- = ano artificial
2 (TECHN) (van versterker) output (E)
3 (TAAL) termination, desinentia, accidente
-- van het meervoud = termination del plural
-- van de genitief = desinentia del genitivo
grammaticale -- = termination/accidente grammatical
vrouwelijke -- = termination feminin
de --en van het werkwoord = le desinentias verbal


uitgangsimpedantie ZN

1 impedantia de output (E)


uitgangspositie ZN

1 Zie: uitgangspunt


uitgangspunt ZN

1 puncto/position initial/de partita, base
-- van een redenering = base de un rationamento
als -- nemen = partir de
op zijn -- terugkeren = retornar a su puncto de partita


uitgangsstelling ZN

1 (oorpronkelijke positie) position initial/de partita
2 (grondstelling) principio, presupposition


uitgangsvermogen ZN

1 (AUDIO) potentia output (E)


uitgave ZN

1 (het laten drukken van boeken) edition, publication, impression, tirage, tirada
2 (druk) edition
volledige -- = edition integral
eerste -- = edition original
-- voor schoolgebruik = edition (pro usage) scholar
kritische -- = edition critic
gekuiste -- = edition purgate
eenmalige -- = edition unic
clandestiene -- = edition furtive
definitieve -- = edition ne varietur (L)
goedkope -- = edition popular
nieuwe -- = reedition
tweetalige -- = edition bilingue
herziene -- = edition revisate/revidite/emendate
een -- bezorgen van = editar, eder
bezorger van een -- = editor
3 (het uitgeven van geld) dispensa
4 (uitgegeven geld) expensa, dispensa, costo(s)
overtollige --n = expensas superflue
collectieve --n = expensas collective/pro le collectivitate
buitensporige --n = expensas immoderate/extravagante/exorbitante
onvoorziene -- = expensas impreviste
--n in de privésfeer = costos personal
de --n dekken = coperir le expensas
de --n beperken/besnoeien = reducer/restringer le expensas
beperking/besnoeiing van de -- = reduction/restriction del expensas


uitgavenpatroon ZN

1 patrono de expensas


uitgebalanceerd BN

1 equilibrate
-- dieet = dieta equilibrate


uitgeblust BN

1 extincte
een --e indruk maken = facer un impression extincte
er -- uitzien = parer exhauste/extenuate


uitgebreid BN

1 (uitgestrekt) extendite, extense, extensive, ample, vaste
--e bezittingen = vaste proprietates
-- wegennet = systema extensive de camminos
2 (veelomvattend) extendite, extense, extensive, vaste, ample, comprehensive
een --e kennis van iets hebben = haber cognoscentias/cognoscimentos extendite/extensive/comprehensive de un cosa
--e woordenschat = vocabulario extendite/ric
3 (uitvoerig) extensive, detaliate, prolixe, ample
--e stijl = stilo prolixe
-- dineren = dinar copiosemente/sumptuosemente
iets -- behandelen = tractar un cosa in le detalio
het onderwerp kwam -- aan de orde = on ha tractate le thema extensemente
een machine -- testen = testar un machina extensivemente
hij vertelde me er -- over = ille me parlava amplemente de illo


uitgebreidheid ZN

1 (grootte) extension, dimension
2 (oppervlakte) extension, superficie
3 (grote omvang) extension, spatiositate, amplitude, immensitate, vastitate
4 (uitvoerigheid) extension, (te grote --) prolixitate


uitgediend BN

1 perimite, consumite


uitgedoofd BN

1 extincte
--e vulkaan = vulcano extincte


uitgedroogd BN

1 sic
2 (dorstig) assetate


uitgehongerd BN

1 affamate, famelic
de --e bevolking = le population affamate
--e bedelaar = mendico/mendicante famelic
--e kat = catto famelic


uitgekeken BN

1
-- op iets zijn = haber perdite le interessse pro un cosa


uitgekiend BN

1 calculate, astutiose, ingeniose
-- plan = projecto/plano astutiose/ben calculate


uitgekookt BN

1 astute, astutiose, maligne
--e tante = femina/dama astute/astutiose


uitgelaten BN

1 multo joiose/gaudiose/gai, euphoric, exuberante, delirante, hilare, (woelig) turbulente
-- vreugde = joia/gaudio exuberante
-- zijn = exuberar, delirar


uitgelatenheid ZN

1 grande joia/gaudio/gaitate, exuberantia, hilaritate, (woeligheid) turbulentia
de -- van de kinderen = le turbulentia del infantes


uitgeleefd BN

1 multo vetule/vetere, decrepite


uitgeleide ZN

1
iemand -- doen = accompaniar un persona (usque) al porta


uitgelezen BN

1 exquisite, selecte, raffinate
-- wijn = vino exquisite/selecte/superior
-- gerechten = plattos exquisite/raffinate
-- gedichtenverzameling = collection exquisite de poemas
-- troepen = truppas de élite (F)
-- gezelschap = societate selecte, gruppo selecte de personas


uitgelezenheid ZN

1 exquisitate, exquisitessa


uitgeluld BN

1
-- zijn = non haber altere cosas a dicer


uitgemaakt BN

1 decidite, irrevocabile
dit is een --e zaak = isto es un cosa decidite, isto es irrevocabile


uitgemergeld BN

1 exhauste, emaciate, discarnate, skeletic


uitgenomen VW

1 salvo que, excepte que, exceptate que


uitgenomen VZ

1 salvo, excepte, exceptate, al exception de


uitgepaaid BN

1 que ha fregate


uitgeput ZN

1 (doodop) multo fatigate, exhauste, extenuate
totaal -- = in un stato de exhaustion complete
-- raken = exhaurir se
2 (leeg) exhauste, vacuate
3 (op) exhauste


uitgerafeld BN

1 exfrangiate, exfilate


uitgerekend BW

1 precisemente, justemente


uitgerekend BN

1 egoista, interessate, calculator
een --e tante = un dama egoista/calculator


uitgerust BN

1 (fysiek) reposate
een -- voorkomen = un aspecto reposate
2 (voorzien van) munite (de), dotate (de)


uitgeschulpt BN

1 undulate


uitgeslagen BN

1 mucide, mucite, coperte de mucor


uitgeslapen BN

1 (pienter) argute, intelligente
2 (sluw) astute
3 (uitgerust) ben reposate


uitgesloten BN

1 (onmogelijk) excludite, impossibile
dat is -- = isto es impossibile
2 (buiten een kring geplaatst) excludite, expellite
(JUR) -- aansprakelijkheid = responsabilitate excludite


uitgesproken BN

1 marcate, pronunciate, explicite, (duidelijk) manifeste, clar
-- afkeer = aversion pronunciate
--e gelaatstrekken = tractos de visage pronunciate
-- mening = opinion manifeste
met een -- voorkeur voor Interlingua = con un preferentia marcate pro Interlingua
politicus met -- rechtse signatuur = politico de clar tendentias de dext(e)ra


uitgestorven BN

1 (zonder leven) deserte, morte, non habitate, abandonate
de straat was -- = le strata esseva deserte
2 (niet meer bestaand) extincte
een -- diersoort = un specie animal extincte


uitgestreken WW

1 impassibile
met een -- gezicht = con un facie impassibile


uitgestrekt BN

1 vaste, late, extense, extendite, extensive, spatiose, ample
plana -- = uitgestrekte vlakte
2 (voorover liggend) pron


uitgestrektheid ZN

1 Zie: uitgebreidheid-1-2-3


uitgestudeerd BN

1
zij is nog niet -- = illa non jam ha finite su studios
daar raak je nooit op -- = il ha sempre/semper nove cosas a apprender in illo
-- in = esser maestro in


uitgeteerd BN

1 emaciate, discarnate, cachectic {sj}
-- gezicht = visage emaciate


uitgeteld BN

1 (uitgeput) exhauste, extenuate
2 (mbt bokssport) knock-out (E), K.O.


uitgeven WW

1 (besteden) expender, dispensar, disbursar
geld -- = expender/dispensar moneta
2 (in omloop brengen) emitter
aandelen -- = emitter actiones
een communiqué -- = emitter/facer un communicato
3 (in druk laten verschijnen) editar, eder, publicar
een krant -- = publicar un jornal
4 (voor publicatie geschikt maken) editar
een middeleeuwse tekst -- = editar un texto medieval
5 (laten doorgaan voor) facer passar (pro)
zich voor iemand anders -- = facer se passar pro un altere persona
6 (verstrekken) dar, (uitlenen) prestar
orders -- = dar ordines
kaarten -- = distribuer cartas


uitgever ZN

1 (boekproducent) editor
2 (uitgeverij) editor, casa editorial/de edition
3 (tekstverzorger) editor
4 (verkwister) dilapidator, dissipator, guastator


uitgeverij ZN

1 (het uitgeven van boeken) edition
2 (uitgeverszaak) editor, casa editorial/de edition


uitgeverijbedrijf ZN

1 Zie: uitgeversbedrijf


uitgeversbedrijf ZN

1 editor, casa editorial/de edition


uitgeverscombinatie ZN

1 combination de editores


uitgeversfirma ZN

1 editor, casa editorial/de edition


uitgeversfonds ZN

1 fundo editorial


uitgeversmaatschappij ZN

1 compania/societate editorial/de edition/de publicationes


uitgeversrestanten ZN MV

1 libros de occasion


uitgeverssucces ZN

1 successo editorial/de edition


uitgeverszaak ZN

1 editor, casa editorial/de edition


uitgevloerd BN

1 knock-out (E), K.O.


uitgevoerd BN

1 realisate
niet -- = irrealisate


uitgewekene ZN

1 emigrato, emigrante, (vluchteling) refugiato, (banneling) exiliato


uitgewerkt BN

1 (geheel bewerkt) elaborate
een volledig -- plan = un plano completemente elaborate
2 (niet meer werkend) non plus habente effecto
de verdoving is -- = le anesthesia ha exhaurite su effecto
een --e vulkaan = un vulcano extincte


uitgewezene ZN

1 expulsato


uitgewoond BN

1 inhabitabile


uitgezakt BN

1 (futloos) collabite
2 (vormloos) deformate, deforme
een -- lichaam = un corpore deforme
3 (MED) prolabite


uitgezocht BN

1 selecte, exquisite, excellente, superior, perfecte
--e gelegenheid = occasion/opportunitate excellente/unic
het is een -- weertje = il face un tempore superbe


uitgezonderd VZ

1 salvo, extra, preter, excepte, exceptate, a/con exception de
iedereen was gekomen, -- hij = totes habeva venite, excepte ille


uitgieren WW

1 critar
zij gierden hun blijdschap uit = illes manifestava ruitosemente lor joia/gaudio


uitgieten WW

1 effunder, versar, (leeggieten) vacuar


uitgifte ZN

1 (verstrekking van goederen) distribution
2 (het in omloop brengen) emission
-- van aandelen = emission de actiones
-- van obligaties = emission de obligationes
-- van een lening = emission de un impresto
koers van -- = curso/precio de emission
3 (het in druk bekend maken) publicar


uitgiftekoers ZN

1 curso/precio de emission


uitgillen WW

1 critar, dar critos
zij gilde haar boosheid uit = illa critava su cholera/ira/furor
zij gilde het uit van de pijn = illa critava de dolor


uitglijden WW

1 (van zijn plaats glijden) glissar
de ladder gleed uit = le scala ha glissate
2 (glijdend vallen) glissar, (ook FIG) facer un passo false
ik gleed uit door de modder = io ha glissate in le fango
ik gleed uit over een bananeschil = io ha glissate super un pelle de banana


uitglijder ZN

1 error, (flater) gaffe


uitgloeien WW

1 calcinar, (van metalen) distemperar


uitgloeiing ZN

1 calcination


uitgommen

1 rader con le gumma, gummar


uitgooien WW

1 (uitwerpen) jectar, jectar foras
een anker -- = jectar un ancora
het raam -- = jectar per le fenestra
iemand er uit gooien = jectar un persona in le strata
2 (nonchalant uitdoen) disembarassar se (de)
zijn kleren -- = remover su vestimentos in haste
3 (al gooiend legen) vacuar
4 (SPORT) remitter in joco


uitgraven WW

1 cavar, excavar, disinterrar, exhumar, foder
een sloot -- = excavar un fossato
een lijk -- = disinterrar/exhumar un corpore morte
schatten -- = disinterrar/exhumar tresores


uitgraving ZN

1 excavation, disinterramento, exhumation


uitgroeien WW

1 (ontwikkelen) crecer usque a, disveloppar se, evolver se, expander se
die boom is flink uitgegroeid = iste arbore se ha disveloppate forte
tot een onbeheersbaar probleem -- = evolver se usque a un problema insolubile
2 (groeiende boven iets komen) emerger se super
boven anderen -- = emerger se super alteres


uitgroeisel ZN

1 excrescentia, protuberantia, prominentia


uitgroeven WW

1 cannellar


uitgummen WW

1 Zie: uitgommen


uithaal ZN

1 (het uitstrekken van arm of been) colpo (forte)
2 (het aanhouden van een toon) tono longe
3 (praal, ophef) pompa, apparato, ostentation, fasto
4 (SPORT) (ver/hard schot) tiro longe
5 (venijnige opmerking) remarca/observation con veneno, invectiva


uithakken WW

1 (uithollen) (ex)cavar (con le hacha {sj})
2 (door hakken vormen) taliar, sculper
een reliëf in een gevel -- = facer un relievo in un faciada
een beeld -- = sculper un sculptura


uithalen WW

1 (uitnemen) remover
een schakel uit een ketting halen = distachar {sj} un anello de un catena
een lade -- = tirar un tiratorio
eieren -- = disannidar ovos
draden -- = disfilar
breiwerk -- = dismaliar tricots (F)
een tand -- = extraher un dente
2 (leeghalen) vacuar
een lade -- = vacuar un tiratorio
een vogelnest -- = vacuar un nido, prender le ovos de un nido, disannidar le ovos
3 (uitvoeren) facer, committer
een stomme streek -- = facer un imbecillitate
4 (baten) esser utile
dat haalt niets uit = isto servira a nihil, isto non habera resultato(s)
5 (besparen) sparniar, economisar
6 (een arm/been uitstrekken) extender, extirar, (slaan) colpar, dar colpos/un colpo
de kat haalde naar hem uit = le catto le ha date un colpo de pata
7 (kritiek leveren) fulminar (contra)
fel -- naar iemand = inveher contra un persona, lancear un invectiva contra un persona
8 (zich flink inspannen) effortiar se multo


uitham ZN

1 lingua de terra


uithameren WW

1 martellar


uithangbord ZN

1 insignia


uithangen WW

1 (naar buiten hangen) mitter/poner foras
wij hangen de vlag uit = nos pone foras le bandiera
2 (in zijn volle lengte ophangen) pender
de gordijnen -- voordat je ze omzoomt = pender le cortinas ante que tu los orla
3 (zich bevinden) esser
waar hangt je broer uit? = ubi es tu fratre?
4 (zich voordoen) jocar, facer
de pias -- = jocar le buffon, buffonar, facer le paleasso/le clown (E)
de held -- = facer le heroe
de grote heer -- = dar se aeres de grande senior


uithangteken ZN

1 Zie: uithangbord


uitharden WW

1 siccar se ben, indurar se


uithebben WW

1 haber finite
ik heb het boek uit = io ha finite le libro


uitheems BN

1 estranier, exotic
--e planten = plantas exotic
--e dieren = animales exotic
--e zeden = mores estranier
--e gewoonten = habitudes estranier
-- gekleed gaan = esser vestite exoticamente/de maniera exotic, portar vestimentos exotic


uitheemsheid ZN

1 exotismo


uithoek ZN

1 angulo remote, loco isolate
uit alle --en van het land = de tote le confinios del pais


uithoesten WW

1 expectorar, sputar, spuer


uithof ZN

1 dependentia


uithollen WW

1 (hol maken) render cave, cavar, excavar, vacuar, foder
een boomstam -- = vacuar un trunco
2 (FIG) eroder, minar, sappar
de democratie -- = sappar/minar le democratia
iemands macht -- = sappar/minar le poter de un persona
3
het huis -- = sortir currente del casa


uitholling ZN

1 (handeling) excavation, (FIG) erosion
de -- van de democratie = le erosion/debilitation del democratia
2 (resultaat) excavation, (holle ruimte) cavo, cavitate
de natuurlijke --en in de bodem = le cavitates/depressiones natural del solo
-- overdwars = cammino irregular


uithongeren WW

1 affamar, facer patir fame, facer morir de fame
een belegerde stad -- = affamar un citate assediate


uithongering ZN

1 fame


uithoren WW

1 (uitvragen) interrogar, questionar
2 (ten einde horen) ascoltar usque al fin
een radioprogramma -- = ascoltar un programma de radio usque al fin


uithoring ZN

1 interrogation


uithouden WW

1 (verdragen) supportar, indurar, tolerar
uit te houden = supportabile, indurabile
de hitte was niet uit te houden = le calor esseva insupportabile/non esseva indurabile
2 (volhouden)
het ergens lang -- = restar/remaner in alicun loco durante un longe tempore
3 (uitgespreid houden) tener extendite


uithoudingsvermogen ZN

1 perseverantia, perseveration, resistentia


uithouwen WW

1 (uithollen) (ex)cavar (con le hacha {sj})
2 (door hakken vormen) taliar, sculper
in marmer -- = sculper in marmore
traptreden -- = taliar scalones
een weg door een bos -- = taliar un cammino a transverso un bosco


uithozen WW

1 vacuar le aqua, haurir


uithuilen WW

1 (huilen tot het over is) plorar usque al satietate
uitgehuild zijn = haber finite de plorar
2 (huilend uiten) exprimer plorante/per lacrimas
zij huilde haar droefheid uit = illa exprimeva su tristessa per lacrimas


uithuizig BN

1 absente, sempre/semper foras de casa


uithuizigheid ZN

1 habitude/costume de sortir multo, absentias frequente


uithuwelijken WW

1 maritar, dar in maritage
weer -- = remaritar


uiting ZN

1 (het uiten) expression, manifestation
de vrije -- van de gedachten = le libere expression del pensata/pensamento
-- geven aan zijn tevredenheid = dar expression a/exprimer su satisfaction
zijn dankbaarheid -- = exprimer su recognoscentia
tot -- komen = exprimer se, manifestar se
2 (wat men uit) expression, manifestation, demonstration, exteriorisation
--en van vreugde = manifestationes de joia/gaudio
-- van genegenheid = signo de affection
een verbaasde -- op zijn gezicht = un expression de surprisa in su facie
honger is de -- van een behoefte = le fame es le expression de un besonio


uitingsmogelijkheid ZN

1 medio de expression


uitingsvorm ZN

1 forma de manifestation, modo de exteriorisation


uitjagen WW

1 expeller, expulsar, chassar {sj}


uitjanken WW

1 Zie: uithuilen


uitje ZN

1 (kleine ui) cepula, parve cibolla
2 (uitstapje) excursion


uitjoelen WW

1 Zie: uitjouwen


uitjouwen WW

1 conspuer, invectivar, insultar
een spreker -- = conspuer un orator


uitjubelen WW

1
het -- = jubilar


uitkafferen WW

1 injuriar, insultar, invectivar, rebuffar, critar contra, apostrophar (rudemente/grossiermente)


uitkakken WW

1 cacar


uitkammen WW

1 (doorzoeken) pectinar, cercar minutiosemente, passar al setasso
een streek -- = pectinar un region
2 (kammend zuiveren) pectinar, (wol) cardar
3 (met een kam uit iets wegnemen) remover con un pectine


uitkappen WW

1 (door kappen vormen of aanbrengen) taliar, sculper


uitkauwen WW

1 masticar ben
een uitgekauwd verhaal = un historia repetite usque a satietate


uitkauwsel ZN

1 morsello masticate


uitkavelen WW

1 parcellar


uitkaveling ZN

1 parcellation


uitkepen WW

1 intaliar


uitkeren WW

1 pagar, versar
maandelijks wordt een vast bedrag uitgekeerd = un amonta fixe es pagate/versate tote le menses
rente -- = pagar interesse
dividend -- = pagar/distribuer un dividendo
de hoofdprijs wordt belastingvrij uitgekeerd = le prime premio/precio es pagate libere/exempte de taxa


uitkering ZN

1 (het uitkeren) pagamento, versamento, prestation, allocation
-- van dividend = distribution de dividendo
2 (uitgekeerd bedrag) pagamento, versamento, prestation, allocation, subvention (social), subsidio (social), (pensioen) pension, (schadeloosstelling) indemnitate
eenmalige -- = pagamento/prestation/subvention unic
maandelijkse -- = pagamento/versamento/allocation/subsidio mensual
periodieke -- = prestation periodic
vrijwilligerswerk met behoud van -- = travalio/labor benevole con mantenimento de allocation
van een -- leven = viver del adjuta statal


uitkeringsfonds ZN

1 fundo/cassa de allocationes/de prestationes/de subsidios social


uitkeringsgerechtigd BN

1 habente derecto a/de un allocation/un prestation/un subsidio social


uitkeringsgerechtigde ZN

1 persona qui ha derecto a un allocation/un prestation/un subsidio social


uitkeringstrekker ZN

1 persona qui ha un allocation/un prestation/un subsidio social, beneficiario de un allocation/un prestation/un subsidio social


uitkermen WW

1 pulsar gemimentos de dolor, gemer, critar


uitkerven WW

1 intaliar


uitkerving ZN

1 intalio


uitketteren WW

1 injuriar, insultar


uitkiemen WW

1 germinar
het -- = germination


uitkienen WW

1 calcular, excogitar, elucubrar


uitkiezen WW

1 eliger, seliger, selectionar
iets met zorg -- = seliger un cosa con cura


uitkijk ZN

1 (het uitkijken) surveliantia, vigilia
op de -- staan = vigilar, observar
2 (uitzicht) vista
men heeft hier niet veel -- = le vista non es extendite hic
3 (plaats waar men uitkijkt) posto de observation/de vigilia
4 (persoon) homine de vigilia, surveliator


uitkijken WW

1 (oppassen) facer attention, esser attente/attentive
goed -- hoor! = face ben attention!, sia attente/attentive!
2 (uitzicht hebben) haber vista (super), dar (super)
wij kijken uit op een druk plein = nos ha vista super un placia animate
deze kamer kijkt uit op de zee = iste camera da super le mar
3
naar een andere baan -- = esser al recerca de/in cerca de un altere empleo
4
naar iemand -- = attender un persona con impatientia
5
zijn ogen -- = aperir dismesuratemente su oculos
6
ik ben daar gauw op uitgekeken = io es rapidemente fatigate de illo


uitkijker ZN

1 Zie: uitkijk-4


uitkijkpost ZN

1 posto de observation/de vigilia, belvedere, mirador


uitkijktoren ZN

1 turre panoramic/de observation/de vigilia, belvedere, mirador


uitklapbaar BN

1 plicante, plicabile
-- bed = lecto plicabile
(in bioscoop, e.d.) -- stoeltje = strapuntin


uitklappen WW

1 (naar buiten opengaan) aperir se
2 (naar buiten opendoen) aperir


uitklaren WW

1 disdoanar
goederen -- = disdoanar mercantias


uitklaring ZN

1 (handeling) disdoanamento
2 (akte) certificato de disdoanamento


uitklaringsbiljet ZN

1 certificato de disdoanamento


uitklauteren WW

1 quitar scalante


uitkleden WW

1 (van kleren ontdoen) disvestir
(FIG) een bouwplan -- = simplificar un plano de construction
(FIG) een voorstel -- = remover le essential de un proposition
2 (afzetten) dupar, fraudar, defraudar, lassar sin camisa


uitkloppen WW

1 batter, succuter (le pulvere de)
een kleed -- = batter/succuter un tapis (F)/un tapete/un carpetta
een pijp -- = vacuar un pipa
2
een spijker -- = remover un clavo per le martello
3
deuken -- = applanar


uitknijpen WW

1 (uitpersen) pressar, premer, exprimer
een citroen -- = pressar/exprimer un citro
een puistje -- = premer un button
2 (doven) pinciar, extinguer
een kaars -- = pinciar un candela
3
er -- = discampar, escappar


uitknippen WW

1 (met een schaar wegnemen) trenchar {sj}
2 (knippend vormen) taliar
een kledingstuk -- = taliar un vestimento
3 (mbt een schakelaar) extinguer
het licht -- = extinguer le lumine/luce


uitknipsel ZN

1 retalio de jornal/de pressa


uitknobbelen WW

1 Zie: uitkienen


uitkoken WW

1 (door koken ontdoen van bestanddelen) extraher per cocer/coction
2 facer bullir, (door koken reinigen OOK) sterilisar
instrumenten -- = sterilisar/facer bullir instrumentos
het uitgekookte vet = le grassia bullite


uitkomen WW

1 (terechtkomen, arriveren) arrivar, attinger
wij komen uit op de binnenplaats = nos attinge le corte interne
ik kom er wel uit = il non es necessari de accompaniar me usque al porta
(FIG) na optelling van die cijfers kom ik uit op = le addition del cifras me da
2 (toegang geven tot) ducer (a), dar (super), disbuccar
de gang komt uit op de slaapkamer = le corridor da super le camera de lecto
die deur komt uit op de straat = iste porta da super le strata
dat pad komt uit op de hoofdweg = iste sentiero duce al cammino principal
3 (uitspruiten) producer plantones, germinar
de bloemen komen uit = le flores se aperi
4 (uit het ei komen) exir/sortir del ovo
de eieren komen uit = le ovos sorti/se aperi
5 (bekend worden) revelar se, divulgar se
het geheim is uitgekomen = le secreto se ha revelate
6 (bekennen) recognoscer, admitter
ruiterlijk voor iets -- = recognoscer/admitter francamente un cosa
7 (kloppen) esser exacte/correcte
de voorspelling kwam uit = le prediction esseva correcte
het kwam precies uit zoals voorspeld was = illo ha finite exactemente como on lo habeva previdite
8 (SPORT) (deelnemen) participar, (tegen) jocar (contra), (gekozen zijn) esser selectionate (pro), jocar (in)
in een wedstrijd -- = participar a/in un match (E), jocar in un match (E)
Ajax komt uit met drie buitenlandse spelers = Ajax joca con tres jocatores estranier, il ha tres jocatores estranier in le equipa/team (E) de Ajax
wedstrijd waarin twee teams tegen elkaar -- = match (E) que oppone duo equipas/teams (E)
-- voor het nationale elftal = jocar in le equipa/team (E) national
in de hoogste divisie -- = jocar in le prime division
9 (verschijnen) exir, sortir, parer, apparer
hij komt het huis uit = ille sorti del casa
een nieuw tijdschrift laten -- = publicar un nove revista
10 (tot slot/tot resultaat hebben) realisar se
dat komt goed uit = isto ha un bon resultato
11 (rondkomen) poter viver con, sufficer, haber bastante
met mijn salaris kom ik uit = mi salario suffice pro viver
12 (waarneembaar zijn) distachar {sj} se
tegen de lichte achtergrond komen de kleuren goed uit = super le fundo clar le colores se distacha ben


uitkomst ZN

1 (einde) resultato
de -- van de onderhandelingen = le resultato del negotiationes
de --en van een wetenschappelijk onderzoek = le resultatos de un investigation scientific
2 (redding) solution
-- brengen = offerer un solution
3 (resultaat) resultato, (van deling) quotiente, (van vermenigvuldiging) producto, (van optelling) summa, (van aftrekking) resto


uitkooksel ZN

1 decoction


uitkoop ZN

1 Zie: uitkoping


uitkopen WW

1 comprar toto
een compagnon -- = comprar le parte de su socio


uitkoping ZN

1 compra total


uitkotsen WW

1 vomer, vomitar, regurgitar, expectorar


uitkraaien WW

1 critar, dar critos
het kind kraaide het uit van plezier = le infante critava/dava critos de placer


uitkrabben WW

1 eveller
iemand de ogen -- = eveller le oculos a un persona


uitkramen WW

1
onzin -- = dicer nonsenso/absurditates
geleerdheid -- = facer monstra de erudition


uitkrassen WW

1 rader


uitkrijgen WW

1 (erin slagen uit te trekken) poter remover
tenslotte kreeg ik mijn laarzen uit = finalmente io poteva remover mi bottas
2 (ten einde lezen) leger usque al fin, terminar, finir, concluder
een boek -- = concluder un libro
ik krijg dit boek vanavond wel uit = io crede poter terminar iste libro iste vespere/vespera
3 (erin slagen op te lossen) resolvar, solutionar
een som -- = resolver/solutionar un problema de arithmetica, trovar le responsa de un problema arithmetic


uitkrijsen WW

1 critar, dar critos


uitkrijten WW

1 critar, dar critos


uitkristalliseren WW

1 crystallisar se
(FIG) haar ideeën moeten nog -- = su ideas debe ancora crystallisar se


uitkuisen WW

1 (schoonmaken) nettar, mundar, mundificar, (met water) lavar


uitlaat ZN

1 (van motor) (potto de) escappamento
2 (buis) tubo de escappamento


uitlaatbuis ZN

1 tubo de escappamento


uitlaatcenter ZN

1 garage (F) specialisate in le reparation de tubos de escappamento


uitlaatgas ZN

1 gas de escappamento


uitlaatklep ZN

1 valvula de escappamento


uitlaatpijp ZN

1 Zie: uitlaatbuis


uitlaatriool ZN

1 cloaca de discarga


uitlaatzijde ZN

1 latere de escappamento


uitlachen WW

1 rider (se), derider
iemand -- = rider (se) de un persona
iemand in zijn gezicht -- = rider in le facie de un persona


uitladen WW

1 discargar
het -- = discarga, discargamento
de auto -- = discargar le auto(mobile)


uitlader ZN

1 discargator


uitlading ZN

1 discarga, discargamento


uitlander ZN

1 estraniero, forastero


uitlandigheid ZN

1 sojorno al extero/estraniero


uitlands BN

1 Zie: uitheems


uitlaten WW

1 (naar buiten laten) lassar/facer exir/sortir
de kat -- = facer exir/sortir le catto
een bezoeker -- = accompaniar un visitante (usque) al porta
2 (niet aandoen) non mitter
zijn schoenen -- = non mitter su scarpas/calceos
3 (niet aansteken) non accender
het licht -- = non accender le lumine/luce
4
(zich uiten) zich -- = pronunciar se, exprimer se, dar su (proprie) opinion
zich over iets -- = pronunciar se super un cosa
zich niet -- over een onderwerp = guardar le silentio super un subjecto, esser silente/reticente super un subjecto, dicer nihil super un subjecto
zich optimistisch -- = exprimer un vista optimista/optimistic, esser optimista/optimistic
zich gunstig over iets -- = exprimer un opinion favorabile super un cosa
zich lovend over iemand -- = parlar de un persona in terminos laudative
5 (weglaten) omitter


uitlating ZN

1 (gezegde) declaration, opinion, remarca, observation, commento
de -- is niet zeer vleiend voor hem = le observation non parla in su favor
2 (weglating) omission


uitlatingsteken ZN

1 apostropho


uitleenbalie ZN

1 banco de presto


uitleenbibliotheek ZN

1 biblioteca de presto


uitleenboekerij ZN

1 Zie: uitleenbibliotheek


uitleenbureau ZN

1 officio/bureau (F) de presto


uitleendiscotheek ZN

1 discotheca de presto


uitleenexemplaar ZN

1 exemplar de presto


uitleentermijn ZN

1 durata/duration/periodo del presto
de -- is verstreken = le presto ha expirate


uitleg ZN

1 (tekstverklaring, i.h.b van de bijbel) exegese (-esis)
2 (toelichting) explication, explanation, interpretation, elucidation, clarification
iemand tekst en -- geven = dar plen explanation a un persona, explicar/explanar puncto per puncto a un persona
zonder verdere -- = sin altere explicationes
vatbaar voor -- = interpretabile
voor verkeerde -- vatbaar = aperte a misinterpretation
voor tweeërlei -- vatbaar = ambigue, equivoc
haar -- van wat er gebeurd is = su explanation del eventos


uitlegbaar BN

1 explicabile, interpretatabile


uitleggen WW

1 (uiteenzetten) explicar, explanar, enarrar, interpretar, clarar, clarificar, elucidar
de situatie -- = explicar le situation
de bijbel -- = explicar/interpretar le biblia
dromen -- = explicar/interpretar sonios
iets verkeerd -- = interpretar mal un cosa, misinterpretar un cosa
lang en breed -- = perder se in explicationes
hoe moet ik dat nu -- = como debe io leger isto?
2 (vergroten) extender, aggrandir, (breder/wijder maken) allargar, (langer maken) allongar
een jas -- = allongar un mantello
een zoom -- = allongar un orlo
3 (uitspreiden) displicar, extender


uitlegger ZN

1 explicator, explanator, interprete, elucidator, expositor, commentator, (FIL) hermeneuta, (i.h.b. van de bijbel) exegeta


uitlegging ZN

1 Zie: uitleg
2 (vergroting) extension, aggrandimento, (verbreding, verwijding) allargamento, (verlenging) allongamento


uitlegkunde ZN

1 (FIL, REL) hermenutica, (vooral van de bijbel) exegese (-esis)


uitlegkundige ZN

1 hermeneuta, (i.h.b. van de bijbel) exegeta


uitleiden WW

1 (over de grens zetten) deportar, expeller, expulsar
2
iemand -- = accompaniar un persona (usque) al porta
het nest is uitgeleid = le juvene aves ha quitate lor nido


uitleiding ZN

1 expulsion


uitlekgewicht ZN

1 peso nette


uitlekken WW

1 (uitdruipen) effluer gutta a gutta, guttar
een schaal laten -- = facer guttar un platto
2 (wegsijpelen) filtrar, percolar
3 (bekend worden) transpirar, divulgar se
het nieuws is uitgelekt = le nova ha transpirate


uitlenen WW

1 prestar, dar in presto/prestation
het -- = prestation
een boek -- = prestar un libro


uitlener ZN

1 prestator


uitlening ZN

1 presto


uitlepelen WW

1 servir con un coclear
2 mangiar con un coclear, vacuar a coclearatas


uitleren WW

1 apprender a fundo
men is nooit uitgeleerd = on apprende semper/sempre, on fini nunquam de apprender


uitleven WW

1
zich -- = displicar tote su energias vital, exhaurir su energias/fortias vital


uitleveren WW

1 extrader, livrar
het -- = extradition, livration
een misdadiger -- = extrader/livrar un criminal


uitlevering ZN

1 extradition, livration
-- van een misdadiger = extradition/livration de un criminal
verzoek tot -- = requesta/petition/demanda de extradition


uitleveringstraktaat ZN

1 Zie: uitleveringsverdrag


uitleveringsverdrag ZN

1 tractato de extradition


uitleveringsverzoek ZN

1 requesta/demanda/petition de extradition


uitlezen WW

1 (selecteren) seliger, selectionar, (ziften, builen) cerner
2 (geheel lezen) leger usque al fin, leger toto, (tot het eind lezen) terminar/finir de leger
ik heb het boek uitgelezen = io ha finite (de leger) le libro
een roman -- = terminar le lectura de un roman(ce)
3 (COMP) leger
het geheugen van een computer -- = leger le memoria de un computator/computer (E)


uitlichten WW

1 (uit iets lichten) prender de, levar de, extraher de
een deur -- = prender/levar un porta ex su cardines, discardinar un porta
een passage uit een geschrift lichten = prender/extraher un passage de un scripto
2 (FOTO) illuminar


uitlijnen WW

1 (TECHN) alinear, (mbt auto's OOK) equilibrar
de wielen van een auto -- = equilibrar/alinear le rotas de un auto(mobile)


uitlijnfout ZN

1 error de alineamento


uitlijnmerk ZN

1 marca de alineamento


uitlikken WW

1 (likkend leegmaken) leccar, lamber
een pot suiker -- = leccar un potto de sucro
2 (likkend zuiveren) leccar, lamber
honden likken hun wonden uit = le canes lecca lor vulneres


uitlogen WW

1 lixiviar, alcalisar, (SCHEI) eluer
het -- = lixiviation, alcalisation
uitgeloogde grond = solo lixiviate


uitloging ZN

1 lixiviation, alcalisation, (SCHEI) elution


uitlokken WW

1 (het doen van iets bevorderen) provocar, stimular, incoragiar
een beslissing -- = provocar un decision
commentaar -- = provocar commentarios
een conflict -- = provocar un conflicto
een discussie -- = provocar un discussion
een strafbaar feit -- = provocar un acto/facto delictuose
het ene woord lokte het andere uit = un parola duceva a un altere
2 (verleiden) invitar (a), seducer


uitlokker ZN

1 provocator


uitlokking ZN

1 provocation


uitloodsen WW

1 pilotar foras del porto


uitloop ZN

1 (mogelijkheid tot meer) possibilitate de un prolongation, extension
met een -- van twee weken = con un possibile prolongation de duo septimanas, con un margine de duo septimanas
een -- tot vier jaar = un extension usque a quatro annos, un durata/duration que pote attinger usque a quatro annos
de vergadering duurt tot vier uur met een -- tot half vijf = le reunion va durar usque a quatro horas con un extension possibile usque a quatro horas e medie
2 (uitstroming) exfluxo, defluxo, (opening) bucca, (afvoerbuis) tubo
3 (afstand nodig om tot stilstand te komen) distantia de arresto
4 (riviermond) bucca, imbuccatura


uitloopmogelijkheid ZN

1 (om functie te bereiken) possibilitate de promotion, (tijdsduur) possibilitate de prolongation, (hoeveelheid, bedrag) possibilitate de augmentation


uitlooppoging ZN

1 (SPORT) tentativa de escappar/fuga


uitlopen WW

1 (lopend uitgaan) exir de, sortir de, quitar
het gebouw -- = exir del/sortir del/quitar le edificio
de kamer -- = exir del/sortir del/quitar le camera
2 (geleidelijk snelheid verliezen) decelerar
een auto laten -- = lassar decelerar un auto(mobile)
3 (uitbotten) (van plant/boom) gemmar, pullular, (van zaad/bol/knol) germinar
in het voorjaar lopen de planten uit = in le primavera le plantas gemma
4 (uitkomen in/op) disbuccar (in/super), ducer (a)
in zee -- = disbuccar in le mar
dit straatje loopt op de markt uit = iste parve strata disbucca in/super le mercato/duce al mercato
5 (leiden tot) disbuccar (super), resultar (in), ducer (a), terminar (in), finir (in)
dat loopt op ruzie uit = isto duce a un disputa/querela
op een volslagen fiasco -- = resultar/finir in un fiasco complete
6 (SPORT) (een voorsprong nemen) prender un avantia, (een grotere voorsprong nemen) augmentar su avantia
de thuisclub liep uit tot 6-0 = le equipa local augmentava su avantia a 6-0
7 (meer tijd in beslag nemen) prolongar se, prender un tempore plus longe
de vergadering liep uit tot middernacht = le reunion se prolongava usque a medienocte
8 (breder worden) allargar se
een broek met uitlopende pijpen = un pantalon con gambas que se allarga
9 (mbt schoenen)
deze schoenen moeten nog -- = iste scarpas/calceas debe ancora adaptar se al pedes
schoenen -- = facer prender le forma del pedes al scarpas/calceas
10 (door wrijving uitslijten) abrader se (per friction)
uitgelopen lagers = cossinettos abradite (per friction)
11 (een bepaald eind hebben) terminar se (in)
puntig uitlopende messen = cultellos punctute
12 (met een doel ergens heen gaan) partir
de vissersvloot is uitgelopen = le flotta de pisca ha quitate le porto
het hele dorp was uitgelopen = tote le village esseva illac
13 (uitvloeien) effluer
14 (tot het einde lopen) terminar, finir
een wedstrijd -- = terminar/finir un cursa


uitloper ZN

1 (tak van een bergketen) contraforte
2 (van plant) nove ramo, stolon
--s vormend = stolonifere
3 (SPORT) (iemand met voorsprong) persona qui ha un avantia
4
--s van de depressie = extremos del zona de basse pressiones


uitloten WW

1 (door loten uitsluiten) excluder/eliminar per tirage/tiramento al sorte
2 (door loting trekken) tirar al sorte


uitloting ZN

1 tirage/tiramento al sorte


uitloven WW

1 offerer, proponer, promitter (publicamente)
een hoge beloning -- = offerer/promitter un grande recompensa


uitloving ZN

1 offerta, proposition, promissa


uitlozen WW

1 Zie: lozen


uitlozing ZN

1 Zie: lozing


uitlozingsbuis ZN

1 tubo/conducto de escolamento/disaquamento


uitlozingskanaal ZN

1 canal de escolamento/disaquamento


uitluchten WW

1 aerar, ventilar, renovar le aere de


uitluchting ZN

1 (blootstelling aan frisse lucht) aerage, aeration, ventilation


uitluiden WW

1 (door klokgelui het einde aankondigen van) sonar le fin de, annunciar le fin al sono del campanas
2 (het einde vieren van) celebrar le fin de
het schooljaar -- met een sportdag = celebrar le fin del anno scholar con un die/jorno de sports (E)
3 (naar zijn laatste rustplaats begeleiden) accompaniar/conducer (un persona) a su ultime demora
4 (iemands verdiensten bespreken bij zijn vertrek) facer le elogio de
5 (ten einde luiden) finir de sonar


uitluisteren WW

1 ascoltar usque al fin
de toespraak -- = ascoltar le discurso usque al fin, ascoltar tote le discurso


uitmaken WW

1 (verbreken) rumper, (beëindigen) finir, terminar, mitter fin a
een verloving -- = rumper un fidantiamento
een partij -- = finir un partita
een relatie -- = mitter fin a un relation
2 (zijn, vormen) constituer, formar, facer
een belangrijk deel van de kosten -- = constituer/formar un parte importante del costos
de waarde van iets -- = constituer/determinar le valor de un cosa
deel -- van = formar/facer parte de, pertiner a
de vreugde van iemand -- = facer le joia/gaudio/delicias de un persona
de hoop van de familie -- = esser le sperantia del familia
de koning en de ministers maken de regering uit = le rege e le ministros forma/constitue le governamento
3 (van belang zijn) facer, haber importantia, esser importante, importar
dat maakt niets uit = isto non ha importantia, isto non es importante
wat maakt dat uit? = que es le importantia de isto?
wat maakt nu tien gulden op de hele rekening uit? = que es dece florinos considerante tote le factura/nota?
heel wat -- = facer un grande differentia
weinig -- = importar pauco/poco, esser de pauc/poc importantia
4 (beslissen) decider, resolver, determinar
een kwestie -- = resolver un question
dat is moeilijk uit te maken = isto es difficile a determinar
dat moet ieder voor zich -- = tote le mundo debe decider pro se
dat maak ik zelf wel uit = io ipse debe decider lo
het is een uitgemaakte zaak dat = il es un cosa decidite que
5 (noemen) tractar (de)
iemand -- voor alles wat mooi en lelijk is = vilipender/injuriar un persona, coperir un persona de insultos/injurias
6 (blussen) extinguer
een brand -- = extinguer un incendio
7
vlekken -- = facer disparer maculas, dismacular


uitmalen WW

1 (naar buiten malen) pumpar via, disaquar per medio de un machina hydraulic/un molino
polderwater -- = pumpar via le aqua de un polder (N), evacuar le aqua de un polder (N), disaquar un polder (N)
2 (droogmalen) siccar per medio de un machina hydraulic/un molino
een plas -- = siccar un laco


uitmelken WW

1 (melkend legen) mulger completemente
de uiers -- = extraher tote le lacte del uberes
2 (FIG) (persoon) exploitar {plwa}
3
een onderwerp -- = exhaurir un subjecto, tractar un subjecto exhaustivemente


uitmergelen WW

1 exhaurir, (mager maken) discarnar, emaciar
een akker -- = exhaurir un campo
een uitgemergeld paard = un cavallo discarnate/emaciate


uitmergeling ZN

1 exhaustion, emaciation, (MED) (uitgeteerde toestand) cachexia


uitmesten WW

1 (van mest reinigen) levar/remover le stercore de, nettar le stabulo
2 (ontdoen van rommel) nettar a fundo


uitmeten WW

1 (iets uitvoerig bespreken) ponderar tote le aspectos de un cosa, ponderar detaliatemente un cosa, tractar de maniera exhaustive
2 (afmeten) mesurar, mensurar, prender le mesura/mensura de
het -- = mesura, mesuration, mensuration
iemand die uitmeet = mensor, mesurator, mensurator


uitmeting ZN

1 me(n)suration


uitmiddelpuntig BN

1 excentric, eccentric


uitmiddelpuntigheid ZN

1 excentricitate, eccentricitate


uitmikken WW

1 (afpassen) mesurar, mensurar, calcular
ik kon het niet zo precies -- = io non poteva calcular lo con tante precision
2 (regelen) arrangiar, organisar


uitmonden WW

1 (uitlopen in) disbuccar (in), imbuccar (in), disaquar (in), (con)fluer (in), jectar su aquas (in), discargar se (in)
een rivier die in zee uitmondt = un fluvio que disbucca in le mar
2 (uitlopen op) finir (in) terminar (in), resultar (in), ducer (a)
het gesprek mondde uit in een enorme ruzie = le conversation finiva in un disputa violente


uitmonding ZN

1 bucca, imbuccatura, disbuccamento, orificio


uitmonsteren WW

1 Zie: uitdossen
2 (voorzien van garnering) passamentar, guarnir, ornar, adornar, decorar
3 (uitrusten met) equipar (de)


uitmonstering ZN

1 (tooi) adornamento, parure (F)
2 (kleding) vestimentos
3 (kraag en opslagen op uniformen) passamenteria
4 (benodigde uitrusting) equipamento


uitmoorden WW

1 massacrar, exterminar
een geheel dorp -- = massacrar tote un village


uitmoording ZN

1 massacro, extermination


uitmunten WW

1 exceller, distinguer se
boven allen -- = exceller inter totes
hij munt uit door zijn gedrag en zijn bekwaamheid = ille se distingue per su comportamento/conducta e per su capacitates
in iets -- = exceller in un cosa, esser un experto in un cosa


uitmuntend BN

1 excellente, eminente, superior, egregie, perfecte, de prime categoria/classe
-- schrijver = scriptor excellente
-- verstand = intelligentia superior
van --e kwaliteit = de qualitate superior
een --e gelegenheid = un occasion/opportunitate excellente


uitmuntendheid ZN

1 excellentia


uitneembaar BN

1 (uitgenomen kunnende worden) distachabile {sj}, amovibile, separabile
2 (demontabel) dismontabile, clastic


uitnemen WW

1 remover, distachar {sj}


uitnemend BN

1 eminente, preeminente, excellente, egregie, optime


uitnemendheid ZN

1 excellentia
bij -- = per excellentia, in multo alte grado


uitnodigen WW

1 (inviteren) invitar, convitar
opnieuw -- = reinvitar
iemand die uitnodigt = invitator
hij nodigde mij uit voor een etentje = ille me ha invitate/convitate a dinar
wij hebben hem uitgenodigd voor een paar dagen = nos le ha invitate pro alicun dies/jornos
2 (verleiden, aanmoedigen) invitar, convitar
het fraaie weer nodigt uit tot wandelen = le belle tempore invita/convita a un promenada


uitnodiger ZN

1 invitator, invitante


uitnodiging ZN

1 invitation
op een -- ingaan = acceptar un invitation
een -- afslaan = refusar/declinar un invitation
een -- versturen = expedir/inviar un invitation
een -- ontvangen = reciper un invitation
een -- voor de lunch = un invitation a lunchar {sj}
op -- van = a(l) invitation de


uitnodigingsbrief ZN

1 (littera de) invitation


uitnodigingskaart ZN

1 (carta de) invitation


uitnodigingsschrijven ZN

1 (littera/carta de) invitation


uitoefenen WW

1 (bedrijven) practicar, exercer, facer
een kunst -- = practicar un arte
een ambacht -- = practicar un mestiero
een beroep -- = practicar un profession
praktijk/de geneeskunst -- = practicar/exercer le medicina
het onbevoegd -- van de geneeskunde = le exercitio illegal del medicina
2 (laten gelden) exercer, facer valer
gezag -- = exercer su autoritate, commandar
een recht -- = facer valer un derecto
kritiek -- op iets = criticar un cosa, facer le critica de un cosa
toezicht -- op = exercer controlo super
tucht -- = exercer disciplina
invloed -- = exercer influentia, influer, influentiar


uitoefening ZN

1 practica, exercitio, exercitation
-- van de geneeskunde = exercitio/exercitation del medicina
onbevoegde -- van de geneeskunde = exercitio illegal/illicite del medicina
-- van de regeringsmacht = exercitio del governamento
-- van een functie = exercitio/exercitation de un function
in de -- van zijn functie = in le exercitio de su functiones


uitpakken WW

1 (uit de verpakking nemen) disimballar, dispacchettar, (uit de doos nemen) discassar, disincassar
goederen -- = disimballar mercantias/merces
een cadeau -- = aperir un presente
2 (van zijn inhoud ontdoen) disfacer, vacuar, dispacchettar
de koffer -- = disfacer le valise (F)
een doos -- = vacuar un cassa
3 (aflopen) finir, terminar
verkeerd -- = finir/terminar mal
4 (royaal voor de dag komen) esser generose
5 (zijn gemoed luchten) fulminar, tempestar, discargar su bile


uitpakkerij ZN

1 Zie: uitpakking


uitpakking ZN

1 disimballage, dispacchettage, (uit de doos) discassage, discassamento, disincassamento


uitpellen WW

1 Zie: pellen
2 (MED) (van gezwel, etc.) enuclear
het -- = enucleation


uitpersen WW

1 (door persen van vocht ontdoen) exprimer, pressar
het -- = expression
een citroen -- = exprimer/pressar un citro
2 (afpersen) extorquer, exploitar {plwa}


uitpersing ZN

1 expression


uitpeuteren WW

1 (wegnemen) remover
zijn oren -- = nettar se le aures


uitpikken WW

1 (uitkiezen) eliger, seliger
iemand er zo maar -- = eliger uno al hasardo
2 (pikkend wegnemen) remover per colpos de becco


uitplanten WW

1 plantar


uitpletten WW

1 Zie: pletten


uitpluizen WW

1 disfilar, (FIG) examinar minutiosemente


uitpluizing ZN

1 (FIG) examine minutiose


uitplukken WW

1 plumar, displumar
een vogel de veren -- = (dis)plumar un ave


uitplunderen WW

1 (een stad) piliar, sacchear, (iemand) spoliar
het -- = piliage, saccheamento, spoliation, spoliamento


uitplundering ZN

1 (een stad) piliage, saccheamento, (iemand) spoliamento, spoliation


uitplussen WW

1 recercar minutiosemente


uitpoepen WW

1 (uit de darm ontlasten) defecar
2 (een hekel hebben aan) execrar


uitpoetsen WW

1 (glanzend maken) facer brillar, lustrar
2 (wegvegen) rader, obliterar


uitpompen WW

1 (legen) vacuar con le pumpa, exhaurir
2 (naar buiten brengen) pumpar foris
water -- = pumpar foris aqua


uitponden WW

1 vender in libras
2 vender individualmente/in singule partes/in lotes


uitporren WW

1 eveliar


uitpoten WW

1 plantar


uitpraten WW

1 (ten einde praten) parlar usque al fin, finir
iemand laten -- = lassar finir un persona
hij liet haar niet -- = ille la ha interrumpite
ze was gauw uitgepraat = illa habeva pauco/poco a dicer
2 (tot een oplossing brengen) regular (per un discussion)


uitprinten WW

1 imprimer


uitproberen WW

1 essayar, testar, provar, probar, experimentar, tentar
een nieuw produkt -- = essayar/testar un nove producto


uitproesten WW

1 erumper in riso/risada


uitpuilen WW

1 salir, inflar se, excrescer
zijn ogen puilden uit = su oculos saliva


uitpuilend WW

1 saliente
--e ogen = oculos saliente/globulose


uitpuiling ZN

1 inflation, excrescentia, turgescentia


uitputten WW

1 (opmaken, legen) exhaurir, vacuar
de voorraad raakt uitgeput = le stock (E) se exhauri
een onderwerp --, een onderwerp --d behandelen = exhaurir un subjecto, tractar completemente un subjecto
iemands geduld -- = exhaurir le patientia de un persona
daarmee zijn de mogelijkheden nog niet uitgeput = isto non exhauri le possibilitates
een --de opsomming = un enumeration exhausitive/complete
zich -- in lofprijzingen = cantar le elogios de
zich -- in superlatieven = esser profuse in superlativos
2 (afmatten) exhaurir, extenuar
zich -- = exhaurir se, extenuar se
3 (puttend leegmaken) disaquar


uitputtend BN

1 exhaustive
--e opsomming = enumeration exhaustive
een onderwerp -- behandelen = exhaurir un thema, tractar un thema exhaustivemente/a fundo


uitputting ZN

1 (het leeghalen) exhaustion
-- van de gasvoorraad = exhaustion del reservas de gas
2 (grote vermoeidheid) exhaustion, extenuation
toestand van -- = stato de extenuation
de -- nabij = al bordo del exhaustion
sterven van -- = morir exhauste
3 (door gebrek aan voedsel) inanition


uitputtingsoorlog ZN

1 guerra de extenuation


uitputtingsslag ZN

1 battalia extenuante


uitpuzzelen WW

1 decifrar, calcular, escogitar


uitrafelen WW

1 (in draden uiteen doen gaan) disfilar, exfilar
een stof -- = exfilar un texito
een touw -- = exfilar un corda
gevoelens -- = dissecar/analysar sentimentos
2 (in draden uiteengaan) disfilar se, exfilar se


uitragen WW

1 remover le telas de aranea


uitrangeren WW

1 (ook FIG) collocar/mitter super un via lateral, (FIG) excluder


uitrazen WW

1 (van een storm) calmar (se)
2 (van een woedende) dar libere curso a/discargar su cholera/su furor/su ira


uitredden WW

1 salvar


uitredder ZN

1 salvator


uitredding ZN

1 salvation


uitregenen WW

1 cessar de pluver


uitreiken ZN

1 dar, remitter, distribuer, livrar, erogar, conferer
beloningen -- = distribuer recompensas
diploma's -- = remitter diplomas
iemand een onderscheiding -- = dar/conferer un distinction a un persona


uitreiker ZN

1 distributor


uitreiking ZN

1 distribution


uitreis ZN

1 viage de ition


uitreisvisum ZN

1 visa de ition


uitrekbaar BN

1 Zie: rekbaar


uitrekbaarheid ZN

1 Zie: rekbaarheid


uitrekenen WW

1 calcular, facer le calculo de, computar
het bedrag -- = calcular le amonta


uitrekening ZN

1 calculo


uitrekken WW

1 (langer/breder maken) extender, extirar, distender, elongar
het -- = extension, distension, elongation


uitrekking ZN

1 extension, distension, extiramento, elongation


uitrichten WW

1 (doen) facer, effectuar
niet iets anders kunnen -- dan = non poter facer altere cosa que
dat zal niet veel -- = isto non va haber effecto
2 (in de lijn plaatsen) alinear, (centreren) centrar


uitrijden WW

1 (ten einde rijden) ir usque al fin
een wielerwedstrijd -- = terminar un cursa cyclistic
2 (verlaten) quitar, sortir (de), exir (de), (te paard) exir a cavallo
de trein reed langzaam het station uit = le traino sortiva/exiva lentemente del station


uitrijstrook ZN

1 via de deceleration


uitrijzen WW

1 elevar se (super), dominar
de torens die boven de stad uitrijzen = le turres que se eleva super/que domina le urbe


uitrit ZN

1 exito, entrata (de vehiculos)


uitroeien WW

1 (rooien) extirpar, eradicar
2 (verdelgen) exterminar, destruer, eradicar, extinguer, extirpar
ongedierte -- = exterminar vermina
het kwaad -- = extirpar le mal
3 (ten einde roeien) remar/canotar usque al fin
een wedstrijd -- = terminar un cursa de remage/canotage


uitroeier ZN

1 exterminator, extirpator, destructor, desolator, eradicator
een onverbiddelijke -- van alle vormen van corruptie = un inflexibile extirpator de omne formas de corruption


uitroeiing ZN

1 extermination, destruction, desolation, extirpation, extirpamento, eradication, extinction, annihilation
-- van de ketterij = extirpation/extirpamento del heresia
-- van het kwaad = eradication del mal
stelselmatige -- = destruction methodic


uitroeiingsoorlog ZN

1 guerra de extermination


uitroep ZN

1 exclamation, crito
--en van verbazing, verwonderde --en = exclamationes/critos de surprisa
-- van vreugde = crito de joia/gaudio


uitroepen WW

1 (roepend uiten) clamar, exclamar
zijn onschuld -- = clamar su innocentia
2 (proclameren) proclamar, instaurar
het -- = proclamation, instauration
de republiek -- = proclamar/instaurar le republica
het -- van de republiek = le proclamation/instauration del republica
3 (proclameren) proclamar
iemand tot koning -- = proclamar un persona rege
zij werd tot Miss Holland uitgeroepen = on la ha proclamate Miss (E) Hollanda


uitroeping ZN

1 (bekendmaking) proclamation
-- van de republiek = proclamation del republica
2 (uitroep) exclamation


uitroepteken ZN

1 signo/puncto exclamative/de exclamation


uitroken WW

1 (ten einde roken) fumar usque al fin
een pijp -- = fumar un pipa usque al fin
2 (door roken verdrijven) exterminar per fumigation
dassen -- = exterminar taxones per fumigation
3 (zuiveren) fumigar
het -- = fumigation
iemand die uitrookt = fumigator


uitroking ZN

1 (zuivering) fumigation
2 (verdelging) extermination per fumigation


uitrollen WW

1 (los/openrollen) disrolar, disinrolar, extender
een kaart -- = disrolar/extender un carta/mappa
de rode loper voor iemand -- = disrolar le tapete rubie ante un persona
deeg -- = extender pasta con le rolo


uitruimen WW

1 rangiar, disincombrar, vacuar
een kast -- = vacuar un armario


uitrukken WW

1 (trekkend verwijderen) eveller, aveller
het -- = evulsion, avulsion
2 (naar buiten rukken) sortir, mitter se/poner se in marcha {sj}


uitrukking ZN

1 (het trekkend verwijderen) evulsion, avulsion


uitrusten WW

1 (rusten tot men niet moe meer is) reposar
even --! = que nos reposa un momento!
2 (toerusten) equipar, fornir, dotar (de), (mbt een schip) armar
goed uitgeruste troepen = truppas ben equipate
een schip -- = armar un nave


uitrusting ZN

1 (outillage) equipamento, material, fornimento
de -- van een soldaat = le equipamento/fornimento de un soldato
toegevoegde -- = equipamento additional/auxiliar
2 (het uitrusten) equipamento, (van een schip) armamento


uitrustingskosten ZN MV

1 costos de equipamento


uitrustingsstukken ZN MV

1 equipamento


uitschakelaar ZN

1 interruptor (de currente), disjunctor


uitschakelen WW

1 (door schakeling buiten werking stellen) disconnecter, interrumper
een toestel -- = disconnecter un apparato
de stroom -- = interrumper le currente
het licht -- = disconnecter/extinguer le lumine/luce
het alarm -- = disconnecter le alarma
de motor -- = arrestar le motor
2 (FIG) eliminar, neutralisar
een mogelijkheid -- = eliminar/excluder un possibilitate
een tegenstander -- = neutralisar/liquidar un adversario
de tegenpartij -- voor de strijd om de Europacup = eliminar su adversario del Cuppa de Europa
een paar mededingers -- = neutralisar alicun concurrentes


uitschakeling ZN

1 (verbreking van de verbinding) disconnexion
2 (FIG) elimination
de -- van Ajax = le elimination de Ajax


uitschateren WW

1
het -- van het lachen = erumper in riso/risada


uitscheiden WW

1 (afzonderen) isolar, separar
2 (naar buiten afscheiden) eliminar, excretar, secretar
vochten -- = eliminar liquidos
3 (ophouden) cessar, discontinuar, finir, terminar


uitscheiding ZN

1 elimination, excretion, secretion


uitscheidingsorgaan ZN

1 organo excretori/de excretion


uitscheidingsprodukten ZN MV

1 (FYSIOL) productos de excretion
2 (excrementen) materias excrementose


uitschelden WW

1 insultar, invectivar, injuriar, apostrophar, coperir de insultos
iemand -- = insultar un persona


uitschenken WW

1 (leegschenken) vacuar
een fles bier -- = vacuar un bottilia de bira
2 (schenkend laten uitvloeien) versar


uitscheppen WW

1 (leegscheppen) vacuar, exhaurir
een put -- = vacuar un puteo


uitscheren WW

1 rasar
de nek -- = rasar le nuca


uitscheuren WW

1 (scheurend wegnemen) eveller, aveller, distachar {sj}
een blad -- = distachar un folio
2 (scheurend van elkaar gaan) lacerar se
het knoopsgat is uitgescheurd = le buttoniera se ha lacerate


uitscheuring ZN

1 evulsion, avulsion


uitschieten WW

1 (plotselinge beweging maken) derapar
het mes schoot uit = le cultello ha derapate
2 (heftig uitvallen) exploder, fulminar
tegen iemand -- = fulminar contra un persona
3 (mbt wind) saltar
4 (uitlopen) gemmar, (knol, bol, zaad) germinar
de aardappels schieten uit = le patatas germina
5 (uitsteken) salir, (FIG) exceller, distinguer se
hij schiet ver uit boven zijn klasgenoten = ille es multo plus grande que le altere alumnos de su classe
6 (haastig uittrekken) remover in haste
7 (door schieten wegnemen) remover per un colpo de foco
iemand een oog -- = remover un oculo de un persona per un colpo de foco
8 (naar buiten werpen) jectar (foras)
ballast -- = jectar (bal)last


uitschieter ZN

1 puncta, aberrantia, grande deviation
een slecht seizoen met enkele --s = un mal saison (F) con alicun punctas
--s naar boven en naar beneden = punctas verso le alto e verso le basso, altos e bassos
2 (onverwacht succes) successo inexpectate
3 (van de wind) salto del vento


uitschiften WW

1 (afzonderen) separar, (selecteren) seliger, selectionar
2 (zeven) cribrar, tamisar, passar per un cribro/un tamis


uitschijten WW

1 (lozen via anus) cacar


uitschilderen WW

1 pinger, facer le portrait (F) de


uitschoffelen WW

1 Zie: schoffelen


uitschoppen WW

1 remover per un colpo de pede
2 (SPORT) (re)mitter (le ballon) in joco


uitschot ZN

1 (slechte waar) pacotilia
2 (afval) residuo(s), resto(s)
3 (geboefte) canalia, gentalia
het -- van de maatschappij = le fece/scuma del societate


uitschrapen WW

1 raspar, grattar


uitschrappen WW

1 rader, deler, expunger
het -- = radimento, deletion, expunction


uitschreeuwen WW

1 clamar, exclamar, critar
het -- = exclamation
zijn pijn -- = clamar su dolor, critar de dolor


uitschreien WW

1 Zie: uithuilen


uitschrijven WW

1 (op schrift uitwerken) scriber, rediger, (overschrijven) copiar, transcriber
aantekeningen -- = transcriber/recopiar notas
de dokter heeft een recept voor me uitgeschreven = le medico/doctor me ha scribite un recepta
2 (bekendmaken) annunciar, convocar
een lening -- = emitter un presto
een prijsvraag -- = annunciar/organisar un concurso
een vergadering -- = convocar un reunion/assemblea
3 (schrappen uit een register) rader
iemand als lid -- = rader le nomine de un persona del lista de membrato
zich laten -- uit Beverwijk = notificar al stato civil su partita de Beverwijk
4 (invullen) rediger
rekeningen -- = facer facturas
een cheque -- = emitter un cheque (E)


uitschroeven WW

1 disvitar


uitschudden WW

1 (door schudden afscheiden) separar succutente
2 (leegschudden) vacuar succutente, succuter
de dekens -- = succuter le coperturas
de hond schudt zich uit = le can se succute
3 (plunderen) spoliar, robar


uitschudding ZN

1 (het uitschudden) le succuter
2 (beroving) spoliamento, robamento


uitschuieren WW

1 brossar


uitschuifbaar BN

1 extensibile, extendibile, allongabile, telescopic
--e paraplu = parapluvia extensibile/extendibile
--e ladder = scala extensibile/extendibile
--e hengel = canna a/de pisca/de piscar telescopic
--e antenne = antenna telescopic
--e tafel = tabula allongabile
-- statief = tripode telescopic


uitschuifladder ZN

1 scala extensibile/extendibile/allongabile


uitschuiftafel ZN

1 tabula extensibile/extendibile/allongabile


uitschuiven WW

1 (naar buiten schuiven) pulsar, aperir
een la -- = aperir/tirar un tiratorio
2 (door uit elkaar te schuiven vergroten) extender, allargar, allongar
een statief -- = extender un (tri)pede
een tafel -- = extender/allongar un tabula


uitschuld ZN

1 debita passive


uitschuren WW

1 (reinigen) mundar, nettar, mundificar
2 (door schuren uithollen of uitgehold worden) eroder, abrader
de rivier schuurt de oever uit = le fluvio abrade le ripa


uitschurend BN

1 abrasive, erosive
-- vermogen = abrasivitate, erosivitate


uitschuring ZN

1 (reiniging) mundification
2 (uitholling) erosion, abrasion


uitselecteren WW

1 selectionar
de gegevens -- = selectionar le datos


uitserveren WW

1 (opdienen) servir
2 (SPORT) servir out (E)


uitslaan WW

1 (uitvouwen) extender, aperir, displicar
de armen -- = extender/aperir le bracios
de vleugels -- = displicar/aperir/extender le alas
2 (door slaan uitdrijven) facer sortir per colpos
een spijker -- = facer sortir un clavo con un martello
iemand een tand -- = rumper un dente a un persona
de bodem van een ton -- = remover le fundo de un tonnello
3 (door slaan verwijderen) succuter
het stof -- = succuter le pulvere
4 (zuiveren) succuter
de sla -- = succuter le salata
een stofdoek -- = succuter un pannello de dispulverar
5 (pletten) applattar, applanar
tin -- = applattar stanno
6 (uiten) dicer
vuile taal -- = dicer obscenitates, imprecar
7 (naar buiten komen) exir foris, sortir
de vlammen slaan uit = le flammas exi foris
8 (bedekt worden met aanslag) esser coperite de mucor, exsudar, perspirar, transpirar
het -- = exsudation, perspiration, transpiration
de muren slaan uit = le muros exsuda
9 (ten einde slaan) finir/terminar de batter
10 (mbt wijzers) deviar
11 (in balspel beginnen) servir
12
de huid slaat uit = le pelle se coperi de eruptiones
13
water -- = pumpar aqua, disaquar


uitslag ZN

1 (wat van een vast oppervlak te voorschijn komt) (schimmel) mucor, (op muur) salpetra, (vocht) humiditate exsudate, (op huid) eruption cutanee, (puistjes) buttones, (bij besmettelijke ziekten) exanthema, eruption erythematose
koorts met -- = febre eruptive
-- van puistjes = eruption de buttones
2 (afloop, uitkomst) resultato, (mbt punten, stemmen OOK) score (E)
-- van de verkiezingen = resultato del electiones
-- van een studie = resultato de un studio
-- van het examen = resultato del examine
goede -- = bon resultato, resultato favorabile, successo
(sport)--en = resultatos sportive
3 (mbt een wijzer) deviation, deflexion
-- van het kompas = deviation/deflexion del bussola
4 (het uitslaan) (mbt water) pumpage, escolamento, disaquamento, (mbt balspel) servicio, (beweging) displicamento


uitslagenbord ZN

1 pannello del scores (E)


uitslagkoorts ZN

1 febre eruptive


uitslapen WW

1 dormir tarde/assatis
tot tien uur -- = dormir usque a dece horas
(FIG) goed uitgeslapen zijn = esser astute


uitslepen WW

1 (naar buiten slepen) traher foras
een schip de haven -- = remolcar un nave foras del porto


uitslibben WW

1 eroder
uitgeslibde oever = ripa erodite


uitslijten WW

1 eroder, abrader


uitslijting ZN

1 erosion, abrasion


uitsloven WW

1
zich -- = effortiar se multo


uitslover ZN

1 persona qui se effortia multo/troppo


uitsluiten WW

1 (buitensluiten) excluder
het een sluit het ander niet uit = un cosa non exclude le altere, le duo cosas non es incompatibile
de mogelijkheid -- = excluder/eliminar le possibilitate
dat is uitgesloten = isto es excludite
ik sluit niet uit dat = io non exclude que
ik acht het uitgesloten dat = secundo me il es impossibile que
zij wordt van verdere deelname uitgesloten = illa es excludite de participation ulterior, illa es disqualificate
2 (uitzonderen) excluder, exceptar
dit risico is uitgesloten van de dekking = iste risco non es coperte
3 (onmogelijk maken) excluder, precluder
om vergissingen uit te sluiten = pro precluder errores
elkaar -- = esser incompatibile, esser mutualmente exclusive


uitsluitend BN

1 (enkel en alleen) unic, sol, exclusive
-- volwassenenen = solmente adultos
hij denkt -- aan zichzelf = ille pensa solo a se ipse
2 (bij uitsluiting) exclusive
-- recht = derecto exclusive, monopolio
-- voor intern gebruik = exclusivemente pro uso interne


uitsluiting ZN

1 (het uitsluiten) exclusion, (van te voren) preclusion, (SPORT) disqualification, (van arbeiders) lock-out (E)
2 (uit/afzondering) exclusion, exception
bij -- = exclusivemente
met -- van = a/con exclusion/exception de, exclusive de


uitsluitingsclausule ZN

1 clausula de exclusion


uitsluitsel ZN

1 information, explication, explanation, exclaramento, elucidation, responsa definitive/decisive
daarover kan ik u nog geen -- geven = in iste momento io non pote dar vos un responsa definitive


uitslurpen WW

1 sorber/absorber/biber rumorosemente


uitsmelten WW

1 extraher per fusion, (metalen) funder


uitsmeren WW

1 (smerend uitspreiden) extender
boter -- = extender butyro
2 (gelijkmatig over tijd verdelen) repartir
de kosten -- over drie jaar = repartir le costos super tres annos


uitsmijten WW

1 jectar foras, expeller, expulsar
iemand de deur -- = jectar/poner un persona in le strata


uitsmijter ZN

1 (persoon) portero robuste
2 (gerecht) uitsmijter (N) (= pan con ovo(s) frite e caseo o gambon)
3 (slotnummer) numero final de un spectaculo, fin de festa


uitsnijden WW

1 (door snijden wegnemen) secar, trenchar {sj}, taliar
2 (MED) excisar, excider, (een deel wegsnijden) resecar, (gezwel, likdoorn) extirpar
een tumor -- = extirpar/excisar un tumor
een likdoorn -- = extirpar un callo
3 (door snijden vormen) taliar, intaliar, (beeldhouwen) sculper
in hout -- = (in)taliar in ligno


uitsnijding ZN

1 (het uitsnijden) trenchamento {sj}, taliatura
2 (MED) excision, extirpation, resection
-- van een tumor = extirpation de un tumor
-- van een likdoorn = extirpation de un callo
3 (resultaat) taliatura, (in kleding) décolleté (F)


uitsnuiten WW

1 Zie: snuiten


uitsoldering ZN

1 elimination de soldatura


uitsorteren WW

1 separar, eliminar
het -- = separation, elimination


uitspannen WW

1 (uitstrekken) tender, extender
de vingers -- = extender le digitos
2 (een trekdier) disjunger, (paard OOK) disharnesar, levar/remover le harnese
ossen -- = disjunger boves
een paard -- = disjunger/disharnesar un cavallo


uitspanning ZN

1 (vermaak) distraction, recreation
2 (café) café (F), caffe


uitspansel ZN

1 firmamento, celo, (DICHTERL) volta celeste/etheree, domo del celo


uitsparen WW

1 (besparen) sparniar, economisar
dertig gulden -- = sparniar/economisar trenta florinos
tijd -- = ganiar tempore
2 (openlaten) lassar aperte/libere/in blanco
openingen -- = lassar spatios aperte


uitsparing ZN

1 (besparing) sparnio, economia
2 (opengelaten ruimte) spatio vacue, parte libere
3 (inkeping) intalio


uitspatten WW

1 (spattend uiteen vliegen) erumper
2 (losbandig zijn) viver dissolutemente, esser sin frenos


uitspatting ZN

1 excesso, dissolution, intemperantia, licentia, extravagantia


uitspelen WW

1 (ten einde spelen) terminar/finir de jocar/le joco, jocar usque al fin, (MUZ) terminar/finir de sonar
haar rol is uitgespeeld = su rolo es terminate/finite
2 (in het spel werpen) jocar
een troef -- = jocar un triumpho
3
twee tegenstanders tegen elkaar -- = profitar del rivalitate inter duo adversarios/opponentes


uitspellen WW

1 orthographiar integremente, delitterar
de krant -- = leger le jornal del prime al ultime linea


uitspinnen WW

1 filar
die wol spint goed uit = iste lana es avantagiose a filar
2 (uitvoerig behandelen) tractar amplemente, detaliar
een uitgesponnen verhaal = un historia detaliate


uitspitten WW

1 (spittend uithalen) cavar, excavar
2 (FIG) tractar amplemente, ir al fundo de


uitsplitsen WW

1 (uit elkaar werken) distorquer, disfacer
een touw -- = disfacer un corda
2 (in onderdelen uit elkaar halen) divider, subdivider, separar, detaliar
naar leeftijd -- = divider secundo le etate
een rekening -- = detaliar un factura
een totaalbedrag -- per artikel = subdivider/detaliar le total per articulos


uitspoelen WW

1 (reinigen) rinciar, (MED) irrigar
flessen -- = rinciar botellas
2 (uithollen) cavar, minar, eroder


uitspoeling ZN

1 (reiniging) rinciage, rinciamento, (MED) irrigation
2 (uitholling) erosion


uitspoken WW

1 tramar, facer


uitspraak ZN

1 (wijze van uitspreken) pronunciation, articulation, accento, elocution
de -- van Interlingua = le pronunciation de Interlingua
correcte -- van Interlingua = pronunciation correcte de Interlingua
gebrekkige/slechte -- = pronunciation defectuose
hij heeft een duidelijke -- = ille ha un pronunciation clar
oefeningen ter verbetering van de -- = exercitios corrective de pronunciation
vreemde -- = accento estranie
het aangeven van de -- = transcription phonetic
2 (oordeel) judicamento, judicio
een -- doen = pronunciar un judicio
ergens geen -- over kunnen doen = non poter pronunciar se super un cosa
3 (uitlating, bewering) parolas, affirmation, assertion, phrase
een bekende -- = un phrase celebre
bevestigende -- = affirmativa
een -- herroepen = retraher/retractar un assertion
4 (gezegde) aphorismo, maxima, sententia, dicto
--en van een beroemd schrijver = maximas de un autor celebre
een -- van Cervantes = un dicto de Cervantes
5 (JUR) sententia, verdicto, judicio, judicamento, decision
definitieve -- = judicamento/judicio/sententia definitive
arbitrale -- = judicamento/judicio/sententia arbitral
een -- doen = pronunciar un sententia, judicar
tegen een -- in beroep gaan = appellar de un sententia
een -- uitstellen = remitter un judicamento
-- van de jury = verdicto del juratos/jury (E)
akkoord gaan met een -- = conformar se a un decision
zich aan een scheidsrechterlijke -- onderwerpen = submitter se a un decision de arbitros


uitspraakkundige ZN

1 orthoepista


uitspraakleer ZN

1 orthoepia


uitspraakverandering ZN

1 cambio de pronunciation


uitspreekbaar BN

1 pronunciabile, articulabile


uitspreekbaarheid ZN

1 pronunciabilitate


uitspreiden WW

1 extender, displicar
een jas op de grond -- = extender un mantello super le solo
zijn armen -- = aperir su bracios
de krant -- = aperir largemente/displicar le jornal


uitspreken WW

1 (sprekend laten horen) pronunciar
duidelijk -- = pronunciar ben, articular
(FON) met aanblazing -- = aspirar
hoe moet je dit woord --? = como debe on pronunciar iste parola?, como se pronuncia iste parola
dit woord is nauwelijks uit te spreken = iste parola es a pena pronunciabile
een woord goed -- = pronunciar un parola correctemente
deze letter wordt niet uitgesproken = iste littera non se pronuncia
2 (uiten) exprimer, formular, proferer, emitter, enunciar
zijn irritatie -- = exprimer su irritation
een mening -- = emitter un opinion
een oordeel -- = exprimer/emitter/enunciar un judicio/judicamento
een formule -- = enunciar un formula
een wens -- = exprimer/formular un desiro/desiderio
een gebed -- = dicer un precaria
zich tegen iets -- = declarar se contra un cosa
3 (bekendmaken) pronunciar
een vonnis -- = pronunciar un sententia
4
zich -- voor = pronunciar se/declarar se pro/in favor de
5 (ten einde spreken) finir/terminar (de parlar)
iemand laten -- = lassar terminar un persona, non interrumper un persona, lassar explicar se un persona


uitspringen WW

1 (vooruitsteken) salir, projectar
die twee huizen springen een beetje uit = iste duo casas sali un pauco/un poco
de garage springt iets naar buiten = le garage (F) ha un angulo saliente
2 (opvallen) distinguer se
zij is er bij de selectie uitgesprongen = illa se ha distinguite al/in/durante le selection
3
ergens mooi -- = liberar se de un cosa


uitspringend BN

1 saliente, protuberante
--e hoek = angulo saliente
--e tanden = dentes saliente


uitspringer ZN

1 (iets) puncta
2 (persoon) asse, crack (E)


uitsprong ZN

1 (BOUWK) projectura


uitspruiten WW

1 gemmar, germinar
de aardappels spruiten uit = le patatas germina


uitspruitsel ZN

1 (PLANTK) planton


uitspugen WW

1 Zie: uitspuwen


uitspuging ZN

1 Zie: uitspuwing


uitspuiten WW

1 (van sperma) ejacular
2 (blussen) extinguer
het vuur -- = extinguer le foco


uitspuiting ZN

1 (van sperma) ejaculation
2 (blussing) extinction


uitspuwen WW

1 exspuer, spuer, sputar, expectorar, (braken) vomer, vomitar
zijn gal over iets -- = sputar veneno super un cosa


uitspuwing ZN

1 exspuition, expectoration, (braking) vomito


uitstaan WW

1 (uitsteken) salir
2 (uitgezet zijn) esser placiate/ponite
--de schuld = debita active
3 (te doen hebben) esser in relation (con)
dat heeft er niets mee uit te staan = il non ha un relation
4 (verduren, verdragen) supportar, suffrer, indurar
koude/hitte/lawaai niet kunnen -- = non poter supportar/indurar le frigido/le calor/le ruito
iemand niet kunnen -- = non supportar/non poter suffrer un persona
doodsangsten -- = esser tormentate de/suffrer angustias mortal
veel pijn -- = indurar multe dolor


uitstalkast ZN

1 vitrina, monstra


uitstallen WW

1 exponer, exhiber, mitter in monstra/vitrina
zijn koopwaar -- = exponer su mercantias
zijn kennis -- = exhiber su cognoscentia/cognoscimentos/saper


uitstalling ZN

1 exhibition, exposition


uitstalraam ZN

1 monstra, vitrina


uitstamelen WW

1 balbutiar


uitstampmachine ZN

1 machina a/de stampar, stampator


uitstansen WW

1 stampar


uitstapje ZN

1 (plezierreis) excursion
een-- maken = facer un excursion
2 (uitweiding) divagation


uitstappen ZN

1 (uit bus/trein, etc.) descender
het -- = descendita, descension
uit de trein stappen = descender del traino
de buschauffeur heeft alle passagiers laten -- = le conductor del autobus ha facite descender tote le passageros


uitstedig BW

1 foras/foris del citate/del urbe, absente


uitstedigheid ZN

1 absentia


uitsteeksel ZN

1 projection, prominentia, protuberantia, (ANAT) processo, (BOUWK) projectura
gevaarlijke --s = projectiones periculose
--s van de ruggegraat = processos spinal/del columna vertebral


uitstek ZN

1 (BOUW) projectura
2
bij -- = per excellentia, in multo alte grado, preeminentemente


uitsteken WW

1 (naar buiten steken) (ONOVERG WW) salir
--de jukbeenderen = ossos jugal/zygomas saliente/prominente
2 (reiken, komen) salir
de toren steekt boven de huizen uit = le turre domina le casas
(FIG) boven alle anderen -- = superpassar tote le alteres
3 (naar buiten steken) (OVERG WW) tender, extender
de vlag -- = extender le bandiera
tegen iemand de tong -- = tirar foris/monstrar le lingua a un persona
4 (uitstrekken) tender, extender
de hand -- = tender/extender le mano
5
een figuur -- = gravar un figura
(FIG) iemand de ogen -- = provocar le invidia de un persona


uitstekend BN

1 saliente, prominente, protuberante
--e rand = bordo saliente
--e neus = naso prominente/saliente
--e jukbeenderen = ossos jugal/zygomas prominente/saliente


uitstekend BN

1 excellente, eminente, preeminente, egregie, superior, exquisite, de prime classe, de prime ordine, de prime categoria, de qualiate superior
-- idee = idea excellente
--e maaltijd = repasto excellente
--e vertaling = traduction excellente
produkt van --e kwaliteit = producto de qualitate superior/excellente
--e wijn = vino excellente/exquisite/superior
streek die bekend is om zijn --e wijnen = region cognite pro le excellentia de su vinos


uitstekendheid ZN

1 excellentia, eminentia


uitstel ZN

1 procrastination, ajornamento, prorogation, suspension, mora, demora, retardo, retardamento, retardation, temporisation
-- van schuldbetaling = moratorio
-- is geen afstel = differer non significa abandonar
-- van betaling = prorogation (del data) de pagamento
-- van betaling geven = prorogar le data del pagamento
-- verlenen aan iemand = conceder/accordar un prorogation a un persona
de zaak kan geen -- lijden = le cosa non admitte demora
zonder -- = sin retardo


uitstellen WW

1 differer, procrastinar, postponer, suspender, ajornar, prorogar, morar, remitter, retardar, temporisar
(JUR) een uitspraak -- = remitter un judicamento
het antwoord -- = differer le responsa
een huwelijk -- = suspender un matrimonio/maritage
de betalingen -- = prorogar/differer/procrastinar le pagamentos
de verkiezingen -- = procrastinar le electiones
de voltrekking van een vonnis -- = differer/postponer le execution de un sententia
voor onbepaalde tijd -- = postponer indefinitemente/pro tempore illimitate


uitsteller ZN

1 procrastinator, temporisator


uitstelling ZN

1 (R.K.) exposition (del Sanctissime Sacramento)


uitsterven WW

1 extinguer se
--de dieren = animales menaciate de extinction
uitgestorven dieren = animales extincte
bijna uitgestorven zijn = esser quasi extinguite, esser in via de extinction
het dorp was uitgestorven = le village esseva deserte


uitsterving ZN

1 extinction, disparition
-- van een soort = extinction/disparition de un specie


uitstijgen WW

1 (uitstappen) descender
2 (overtreffen) superar, superpassar
boven het aardse -- = transcender le materia


uitstippelen WW

1 provider de punctos conductor
2 (FIG) jalonar, traciar, delinear, definir, (plan) elaborar
een route -- = jalonar un itinerario
de weg -- = traciar le via
een strategie -- = delinear/definir un strategia


uitstoffen ZN

1 dispulverar


uitstomen WW

1 (van schip) salir/sortir del porto, quitar le porto
2 (met stoom reinigen) nettar con/al vapor


uitstoming ZN

1 nettation al vapor


uitstoot ZN

1 (wat wordt uitgestoten) emissiones de residuos industrial, discargas, restos, (van gassen) exhalationes, (van vulkaan) dejectiones
-- van giftige gassen = exhalationes toxic
2 (aantal werknemers dat ontslagen wordt) numero de licentiamentos


uitstorten WW

1 (stortend ledigen) versar, vacuar, disgorgar, (uitgieten) effunder
een mand met cadeaus -- = vacuar un paniero de presentes
sperma -- = ejacular
de rivier stort zich in de Rijn = le riviera se jecta/se discarga/flue in le Rheno
2 (FIG) (openhartig zijn) effunder
zijn hart -- = aperir su corde
3 (REL) infunder
het -- van de Heilige Geest = le infusion del Spirito Sancte


uitstorting ZN

1 (het (zich) uitstorten) disgorgamento, effusion, (mbt bloed) hemorrhagia, (van sperma) ejaculation, emission
2 (REL) infusion, descendita
-- van de Heilige Geest = infusion del Sancte Spirito


uitstoten WW

1 (verstoten) expeller, expulsar, excluder, ostracisar, (excommuniceren) excommunicar
iemand uit de groep -- = excluder un persona del gruppo
2 (uiten, voortbrengen) emitter, proferer
onverstaanbare klanken -- = emitter/proferer sonos inintelligibile
kreten -- = critar, dar critos
zijn hart bij iemand -- = aperir su corde a un persona
3 (naar buiten stoten) expulsar, expeller, emitter, ejectar, (uitbraken) disgorgar, (van sperma) ejacular
verbrandingsgassen -- = expulsar/expeller/emitter/evacuar gases combustibile/de combustion
4 (NAT) emitter, emaner
5
een raam -- = rumper un vitro


uitstoter ZN

1 (TECHN) ejector


uitstoting ZN

1 (verstoting) expulsion, exclusion, (excommunicatie) excommunication, (ban) banno
2 (van sperma) ejaculation
3 (NAT) emanation, emission
-- van een klank = emission de un sono


uitstotteren WW

1 balbutiar


uitstralen WW

1 (van zich laten uitgaan) emitter, radiar, irradiar
warmte -- = emitter/(ir)radiar calor
licht -- = emitter lumine/luce
de vuurtoren straalt zijn licht uit over de zee = le pharo irradia su luce super le mar
2 (FIG) (van pijn, vertrouwen, etc.) irradiar, radiar
zelfvertrouwen -- = radiar/irradiar confidentia in se mesme


uitstralend BN

1 radiante, irradiante
--e pijn = dolor irradiante/diffuse


uitstraler ZN

1 irradiator


uitstraling ZN

1 radiation, irradiation, radiantia, emission, emanation
warmteverlies door -- = perdita de calor per radiation
2 (FIG) (van pijn, etc.) irradiation
-- van pijn = irradiation dolorose
3 (FIG) aura, effluvio, charisma
een enorme -- hebben = haber/posseder multe charisma
iemand met -- = un persona charismatic


uitstralingspunt ZN

1 puncto radiante, centro de radiation


uitstralingsvermogen ZN

1 poter radiante


uitstralingswarmte ZN

1 calor radiante


uitstrekken WW

1 (zo ver mogelijk strekken) tender, extender, allongar
de hals -- = tender le collo
de hand -- = tender/extender le mano
de arm -- naar iets = tender/extender/allongar le bracio verso un cosa
zich op de grond -- = tender/extender se super le solo
2 (doen reiken) extender
zijn macht verder -- = extender su poter
3
deze wouden strekken zich uit tot de horizon = iste forestes se extende usque al horizonte
deze bepaling strekt zich niet uit tot ons geval = iste mesura/stipulation non se extende a/non include nostre caso


uitstrijken WW

1 extender
boter -- = extender butyro
terugbetaling -- over vier jaar = extender/repartir un reimbursamento super quatro annos


uitstrijkje

1 (MED) frottis (F)
een -- maken = facer un frottis


uitstrijkpreparaat ZN

1 Zie: uitstrijkje


uitstromen WW

1 (stromend naar buiten komen) escolar se, effluer, effunder, (van licht/warmte) emanar
2 (uitmonden) fluer, disbuccar, imbuccar
veel rivieren stromen in zee uit = multe fluvios disbucca in le mar


uitstroming ZN

1 escolamento, (van licht/warmte) emanation


uitstromingsbuis ZN

1 Zie: uitlozingsbuis


uitstrooien WW

1 (strooiend verspreiden) disseminar
2 (overal vertellen) divulgar, diffunder


uitstrooiing ZN

1 (het strooiend verspreiden) dissemination, dispersion
2 (FIG) divulgation


uitstrooisel ZN

1 rumor false, mentita


uitstroom ZN

1 fluxo, currente, (van personen) exodo


uitstroomopening ZN

1 (van sponsdieren) osculo


uitstuffen WW

1 rader con le gumma


uitstulpen WW

1 protuberar
2 (MED) evaginar, prolaber


uitstulping ZN

1 protuberantia
2 (MED) diverticulo, (prolaps) prolapso, evagination, (eversie) eversion


uitsturen WW

1 inviar
iemand op iets -- = inviar un persona pro haber novas/un cosa, etc.
2 (wegzenden) expeller, expulsar
(SPORT) een speler het veld -- = expulsar un jocator del campo


uittanden WW

1 dentar, indentar


uittanding ZN

1 dentation, indentation


uittarnen WW

1 dissuer


uittarten WW

1 provocar, defiar


uittarting ZN

1 provocation, defia, defiantia


uittekenen WW

1 designar
ik kan die plaats wel -- = io cognosce iste urbe a fundo/como mi tasca, io sape cata detalio de iste urbe


uittellen WW

1 (uitbetalen) pagar
ik heb hem zijn geld uitgeteld = io le ha pagate su moneta
2 (BOKSEN) contar usque a dece
3 (ten einde tellen) contar
4
tel uit je winst = (LETT) face le calculo, (FIG) reguarda/mira lo que isto te costa, calcula lo que tu gania
5
(FIG) uitgeteld zijn = esser completemente extenuate


uitteren WW

1 (doen vermageren) emaciar, discarnar, consumer
langzaam teerde hij uit = ille consumeva lentemente
de ziekte teerde hem uit = le maladia le ha emaciate/discarnate


uitterend BN

1 (MED) atrophe, atrophic


uittering ZN

1 emaciation, consumption, marasmo


uittesten WW

1 testar
een computerprogramma -- = testar un programma de computator/computer (E)


uittikken WW

1 (typen) typar, scriber a machina
2 (SPEL) eliminar


uittillen WW

1 (uitlichten) levar, sublevar, altiar
2 (tot een hoger niveau brengen) levar le nivello de


uittocht ZN

1 exodo
(BIJBEL) Uittocht = Exodo
massale -- = exodo massive
het was een hele -- = isto esseva un exodo complete
de jaarlijkse -- naar de zee = le exodo annual verso le mar


uittorenen WW

1 dominar, elevar se super
het flatgebouw torent boven de oude stad uit = le edificio de appartamentos domina le vetere urbe
(FIG) hoog boven iemand -- = superpassar un persona


uittornen WW

1 dissuer


uittrap ZN

1 colpo de pede del goal-keeper (E), (colpo de) remissa in joco


uittrappen WW

1 (uitdoen) quitar per un colpo de pede
zijn schoenen -- = discalcear se per un colpo de pede
2 (doven) extinguer con le pede
het vuur -- = extinguer le foco con le pede
3 (de bal door een uittrap in het spel brengen) (re)mitter in joco
4 (uit het speelveld trappen) inviar le ballon foris del/foras del terreno (per un colpo de pede)


uittreden WW

1 (naar buiten gaan) salir, exir
2 (mbt ambt/functie, etc.) retirar se, dimitter se
vervroegd -- = retirar se prematurmente/anticipatemente
uit de regering treden = quitar le governamento
een uitgetreden priester = un ancian prestre, un ex-prestre


uittreding ZN

1 (mbt functie, etc.) dimission, retiro
2 (PARAPSYCH) emersion


uittrekbaar BN

1 (extraheerbaar) extractibile
2
een tafel met -- blad = un tabula extensibile/allongabile


uittrekken WW

1 (uitdoen) levar, remover
zijn kleren -- = levar su vestimentos, levar se le vestimentos, disvestir se
zijn schoenen/kousen, etc. -- = discalcear se
2 (door trekken verwijderen) extraher, remover, eveller, aveller
een kurk -- = remover un corco
onkruid -- = extirpar mal herbas
tanden -- = extraher/aveller dentes
zich de haren -- = extraher se le capillos
3 (bestemmen) destinar, reservar, assignar
een bedrag voor iets -- = destinar un amonta a un cosa
twee uur voor iets -- = reservar duo horas pro un cosa
4 (uittreksel maken) extraher, excerper, facer un extracto/excerpto de, resumar, epitomar
een boek -- = facer le résumé (F) de un libro, resumer/extraher un libro
5 (uithalen) disfacer
6 (naar buiten trekken) tirar, traher
een lade -- = tirar/aperir un tiratorio
een uitschuiftafel -- = allongar un tabula extensibile
7 (onttrekken aan) extraher
kruiden -- = facer extractos herbal, macerar herbas
vocht -- = extraher molliatura/liquido
8 (langer maken) extirar
iets tot een draad -- = extirar un cosa usque a devenir un filo
9 (weggaan) sortir, exir, partir
de stad -- = sortir del urbe


uittrekking ZN

1 (het door trekken verwijderen) extraction, evulsion, avulsion
2 (bestemming) destination, assignation
3 (het onttrekken aan) extraction


uittreksel ZN

1 excerpto, extracto, abbreviation, abbreviamento, condensation, compendio, epitome, texto condensate, summa, summario, summarisation
een -- maken = resumar, excerper, extraher, epitomar, abbreviar, summarisar, condensar, compendiar
-- uit het doopregister = extracto de baptismo
-- uit het sterfteregister = extracto mortuari
--s maken = facer extractos


uittrekselboek ZN

1 libro de excerptos


uittrekselperiodiek ZN

1 digesto


uittrekselverzameling ZN

1 collection de excerptos


uittrektafel ZN

1 tabula allongabile/extendibile/extensibile


uittrompetten WW

1 Zie: uitbazuinen


uittypen WW

1 scriber a machina, dactylographar, typar
zij moest die brief nog -- = illa debeva ancora typar iste littera


uitvaagsel ZN

1 (vuil) immunditias, (personen) vermina, canalia, gentalia


uitvaardigen WW

1 proclamar, promulgar, (bij/als decreet) decretar
het -- = proclamation, promulgation
een wet -- = promulgar un lege
een decreet -- = promulgar un decreto
een bevel/gebod -- = promulgar un ordine
een voorschrift -- = decretar un regulamento


uitvaardiging ZN

1 proclamation, promulgation
-- van een decreet = promulgation de un decreto


uitvaart ZN

1 ceremonia/pompa funebre, funeres, exequias, inhumation/interramento solemne, obsequias


uitvaartdienst ZN

1 servicio mortuari/funeral/funebre/de interramento


uitvaartmis ZN

1 missa mortuari/funeral/funebre/de interramento


uitvaartonderneming ZN

1 interprisa de pompas funebre


uitvaartplechtigheden ZN MV

1 Zie: uitvaart


uitvaartstoet ZN

1 convoyo/procession mortuari/funeral/funebre/de interramento


uitvaartverzekering ZN

1 assecurantia funeral


uitvaartverzekeringsbedrijf ZN

1 interprisa de assecurantias funeral


uitvagen WW

1 rader


uitval ZN

1 (losbarsting in woorden) eruption, explosion, (boze) apostrophe, (hevige) diatriba
2 (MIL) (aanval op belegeraars) sortita
3 (SCHERMEN) assalto, attacca, passe (F)
4 (het uitvallen van haar/veren) cadita


uitvallen WW

1 (uitbarsten in woorden) erumper, exploder, fulminar
tegen iemand -- = fulminar contra un persona
2 (losgaande vallen) cader, (van bladeren) exfoliar se
zijn tanden/haren vallen uit = ille perde su dentes/su capillos
3 (wegvallen) abandonar, non haber loco, non participar, supprimer se
er zijn drie man bij die race uitgevallen = tres personas ha abandonate in iste cursa
Jan valt uit = Jan se retira
de radioverbinding is uitgevallen = le radiocommunication ha essite trenchate {sj}
de stroom is uitgevallen = il ha un panna de electricitate/de currente
deze trein is uitgevallen = on ha cancellate iste traino
4 (het genoemde resultaat hebben) resultar
in iemands voordeel -- = resultar avantagiose pro un persona, tornar al avantage/favor de un persona
goed -- = resultar ben, succeder
slecht -- = resultar mal, faller
hoe zal de stemming -- ? = como va esser le resultato del votation?
5 (de genoemde aard hebben)
hij is niet mak uitgevallen = ille non es docile del toto
6 (een uitval doen) (MIL) facer un sortita, (SCHERMEN) facer assalto/attacca/un passe (F)


uitvaller ZN

1 persona qui se retira, curritor/footballero {foet} etc. qui abandona


uitvalsbasis ZN

1 (MIL) base de operationes


uitvalsweg ZN

1 cammino de exito/sortita


uitvaltijd ZN

1 tempore de inactivitate


uitvaren WW

1 (naar zee varen) sortir del/quitar le porto, levar le ancora, prender le vela, facer vela
2 (tieren) inveher, invectivar, fulminar, tempestar, vituperar


uitvarend BN

1 (tierend) fulminatori


uitvechten WW

1 decider per le armas
een verschil van mening -- = solutionar un disaccordo


uitveegsel ZN

1 scopatura


uitvegen WW

1 (door vegen reinigen) scopar, essugar, nettar
een kast -- = essugar un armario
(FIG) iemand de mantel -- = reprobar/reprehender/reprimendar/admoner/admonestar severmente un persona
2 (door vegen wegmaken) rader
een woord -- = rader un parola


uitveging ZN

1 nettation


uitventen WW

1 facer le commercio ambulante


uitverdedigen WW

1 (SPORT) sortir del defensa, contraattaccar, passar del defensa al offensiva, passar al contraattacco


uitvergroten WW

1 aggrandir, ampliar
uitvergrote foto = photo(graphia) aggrandite
een detail -- = aggrandir/ampliar un detalio


uitvergroting ZN

1 aggrandimento, ampliation
-- van een foto = aggrandimento de un photo(graphia)


uitverkiezen WW

1 eliger, (pre)seliger, selectionar, (REL) predestinar
velen zijn geroepen, weinigen zijn uitverkoren = multes es le appellatos, pauches/poches es le eligitos


uitverkiezing ZN

1 (het verkiezen uit) election, (pre)selection
2 (REL) predestination


uitverkocht BN

1 (niet meer verkrijgbaar) exhauste, exhaurite, toto vendite
dit boek is -- = iste libro es exhauste
wij zijn totaal -- = nos ha exhaurite nostre stock (E)
2 (vol) complete, plen
--e schouwburg = theatro complete


uitverkoop ZN

1 liquidation, vendita total, saldo(s)
totale -- = liquidation total (del stock)
volgende week is het -- = le septimana proxime il ha saldos, le saldos es in le septimana proxime
-- houden = saldar, liquidar


uitverkoopprijs ZN

1 precio de saldo


uitverkopen WW

1 saldar, liquidar
het -- = liquidation


uitverkoren BN

1 electe, eligite, de election, predestinate, (geliefd) favorite, special, preferite
-- volk = populo electe/eligite/de election/del promissa
-- vat = vaso de election
-- vaderland = patria/terra de election
-- zoon = filio favorite
zijn -- plekje/hoekje = su angulo favorite/de predilection


uitverkorene ZN

1 (iemand die uitverkoren is) electo, eligito, predestinato
2 (geliefde) favorito, preferito, amato
hij is haar -- = ille es su preferito


uitvertellen WW

1 contar usque al fin, finir (un conto)


uitveteren WW

1 Zie: uitvaren-2


uitvezelen WW

1 disfilar


uitvieren WW

1
een touw -- = laxar un corda


uitvinden WW

1 (voor het eerst vinden) inventar
hij heeft het buskruit niet uitgevonden = ille non ha inventate le pulvere
2 (te weten komen) discoperir, trovar
heb je al uitgevonden hoe laat je daar moet zijn? = ha tu jam discoperite a que hora tu debe esser ibi?


uitvinder ZN

1 inventor
ingenieuze -- = inventor ingeniose
-- van de telescoop = inventor del telescopio


uitvinding ZN

1 invention
-- van de boekdrukkunst = invention del imprimeria
ingenieuze -- = invention ingeniose
de nieuwste -- = le ultime invention
een -- doen = facer un invention, inventar un cosa


uitvindingsgave ZN

1 spirito inventive


uitvindsel ZN

1 invention, fabula


uitvissen WW

1
een vijver -- = dispopular un stagno
2 (essayar de) discoperir, investigar
hoe heb je dat uitgevist? = como ha tu discoperite isto?


uitvlakken WW

1 rader, (met gummetje) rader con le gumma, gummar
(FIG) dat moet je niet -- = isto non es un cosa sin importantia, tu non debe subestimar le importantia de isto
je moet zijn vasthoudendheid niet -- = tu non debe sub(e)valutar/subestimar su tenacitate


uitvliegen WW

1 volar via, quitar/abandonar le nido, exir del nido, (van bijen) essamar


uitvloeien WW

1 escolar se, fluer de, effluer, defluer


uitvloeiing ZN

1 escolamento, fluxo


uitvloeiingsgesteente ZN

1 rocca de effusion


uitvloeisel ZN

1 consequentia, implication, corollario, resultato, effecto
een -- van deze visie = un consequentia/corollario de iste vision


uitvloeken WW

1 injuriar, invectivar


uitvlokken WW

1 floccular
het -- = flocculation


uitvlokking ZN

1 flocculation


uitvlooien WW

1 (van vlooien ontdoen) expulicar
2 (FIG) Zie: uitvissen


uitvlucht ZN

1 pretexto, subterfugio, excusa, escappatoria
een -- verzinnen/bedenken = inventar un pretexto/subterfugio, subterfugir


uitvoegen WW

1 cambiar de via


uitvoegstrook ZN

1 via de deceleration


uitvoer ZN

1 (export) exportation
invoer en -- = importation e exportation
de -- uit Nederland = le exportationes de Hollanda
2 (uitvoering) execution
ten -- brengen/leggen = applicar, executar, exequer, realisar, effectuar, implementar, poner/mitter a execution
een gerechtelijk vonnis ten -- leggen = executar un sententia judicial
een bevel ten -- brengen = executar un ordine
een wet ten -- brengen = applicar un lege
3 (COMP) output (E)


uitvoerartikel ZN

1 articulo/producto de exportation


uitvoerbaar BN

1 (exporteerbaar) exportabile
2 (doenlijk) realisabile, facibile, effectuabile, executabile, agibile, operabile, practicabile, possibile
gemakkelijk -- plan = projecto facilemente executabile/practicabile
3 (JUR) executori, executabile
een vonnis -- verklaren = render executabile un judicio


uitvoerbaarheid ZN

1 facibilitate, realisabilitate, agibilitate, effectuabilitate, practicabilitate
-- van een plan = effectuabilitate de un projecto


uitvoerbelasting ZN

1 taxa de exportation


uitvoerbelemmering ZN

1 Zie: uitvoerbeperking


uitvoerbepaling ZN

1 disposition de exportation


uitvoerbeperking ZN

1 restriction del exportation


uitvoerconsent ZN

1 autorisation de exportation


uitvoerder ZN

1 executor, realisator, (van muziekstuk) executante
2 (exporteur) exportator


uitvoerdokument ZN

1 documento de exportation


uitvoeren WW

1 (exporteren) exportar
het -- = exportation
weer -- = reexportar
goederen -- = exportar merces/mercantias
2 (verrichten) facer, executar, exequer, effectuar, complir, implementar
hij voert niets/geen steek uit = ille face nihil, ille otia
wat zal ik hier mee --? = que facera io con isto?
handwerk -- = facer/executar/exequer/effectuar travalios manual
een dienst -- = facer un servicio
caracoles -- = caracolar
3 (volbrengen) executar, exequer, realisar, effectuar, complir, implementar
een concert -- = dar/executar/exequer un concerto
een contract -- = executar/exequer/complir un contracto
een plan -- = realisar/executar/exequer/effectuar un plano
een berekening -- = executar/exequer/effectuar un calculo/un operation arithmetic
de wet -- = executar/exequer/complir le lege
een belofte -- = complir un promissa
een opdracht -- = complir un ordine/mission
instructies -- = complir instructiones
een taak -- = complir un carga
4 vertonen
een ballet -- = representar un ballet
5
een sieraad in goud -- = realisar un joiel in auro
het boek is goed uitgevoerd = le libro ha essite ben facite


uitvoerend BN

1 executive
-- comité = committee (E)/commission executive
-- bestuur van de Union Mundial pro Interlingua = consilio executive del Union Mundial pro Interlingua
--e macht = poter executive
2 exportator
olie -- land = pais exportator de petroleo


uitvoerende ZN

1 (MUZ) executante


uitvoergoederen ZN MV

1 merces/mercantias de exportation


uitvoerhandel ZN

1 commercio exportator/de exportation


uitvoerhaven ZN

1 porto de exportation


uitvoerig BN

1 detaliate, minute, minutiose, ample, exhaustive, (BW ook) in detalio, extensemente
--e beschrijving = description minute
--e inlichtingen = informationes detaliate
--e inhoudsopgave = tabula de contento detaliate
--e aantekeningen = annotationes detaliate
--e voorbereidselen = preparativos/preparationes minutiose/elaborate
-- diner = dinar copiose
een zaak -- beschrijven = describer un cosa in detalio


uitvoerigheid ZN

1 extension, profusion de detalios, (wijdlopigheid) prolixitate, circumstantialitate


uitvoering ZN

1 (voltrekking) realisation, effectuation, execution
-- van een plan = realisation de un projecto
-- van een besluit = realisation de un decision
-- van een bouwwerk = realisation de un construction
-- van een vonnis = execution de un judicamento
-- geven aan = dar execution a, poner/mitter in practica
2 (het spelen) (muziek) execution, interpretation, (toneelstuk) representation
de -- van het toneelstuk was schitterend = le representation del pièce (F) esseva superbe
integrale -- = interpretation integral
3 (wijze van bewerking) execution, presentation, version
wij hebben deze auto in twee --en = nos ha iste auto(mobile) in duo modellos/versiones
in een goedkopere -- = in un version plus economic
normale -- = modello currente
4 (presentatie) presentation
de -- van een artikel = le presentation de un articulo


uitvoeringsfase ZN

1 phase executive


uitvoeringskosten ZN MV

1 costos del execution


uitvoeringstechniek ZN

1 (TONEEL, MUZ) technica interpretative


uitvoerland ZN

1 pais exportator


uitvoerlijk BN

1 Zie: uitvoerbaar-2


uitvoermarkt ZN

1 mercato de exportation


uitvoermogelijkheden ZN MV

1 possibilitates de exportation


uitvoeroverschot ZN

1 excesso/excedente/surplus (F) de exportation


uitvoerpremie ZN

1 premio de exportation


uitvoerprijs ZN

1 precio de exportation


uitvoerprodukt ZN

1 producto de exportation


uitvoerrechten ZN MV

1 derectos de exportation, doana
vrij van -- = exempte de doana


uitvoerstatistiek ZN

1 statistica del exportation


uitvoerverbod ZN

1 interdiction/prohibition de exportation, embargo


uitvoervergunning ZN

1 licentia/permisso de exportation


uitvoervolume ZN

1 volumine de exportation


uitvoerwaarde ZN

1 valor de exportation


uitvogelen WW

1 discoperir, trovar un medio, examinar detaliatemente


uitvorsen WW

1 scrutar, investigar, inquirer, sondar
een geheim -- = essayar de penetrar un secreto, ir al fundo de un secreto
iemands bedoelingen -- = scrutar/sondar le intentiones de un persona


uitvorsing ZN

1 investigation, inquesta, sondage


uitvouwbaar BN

1 displicabile
--e kaart = carta/mappa displicabile


uitvouwen WW

1 displicar, extender, aperir


uitvragen WW

1 (uithoren) interrogar, questionar
een krijgsgevangene -- = interrogar un prisionero de guerra
2 (ten einde vragen)
ik ben nu uitgevraagd = io non ha questiones ulterior


uitvrager ZN

1 interrogator, questionator


uitvraging ZN

1 interrogation


uitvreten WW

1 (uitspoken) facer
2 (uitbijten) roder, corroder
de roest vreet het staal uit = le oxydo corrode le aciero
3
de muizen hebben de kaas uitgevreten = le muses/mures ha mangiate un parte del caseo


uitvreter ZN

1 parasito


uitvuller ZN

1 (DRUKK) justificator


uitwaaien WW

1 (gedoofd worden) extinguer se per le vento
2 (naar buiten gaan staan) displicar se
de vlaggen waaien uit = le bandieras se displica
3 (een frisse neus halen) prender un halito/buccata de aere fresc, prender aere
4 (ophouden met waaien) cessar de sufflar
de wind is uitgewaaid = le vento se ha calmate
5 (doven) extinguer


uitwaaieren WW

1 radiar, extender se
de startbanen waaieren uit naar alle richtingen = le pistas de volo se extende/radia in tote le directiones


uitwaarts BW

1 foras, foris


uitwalsen WW

1 laminar


uitwandelen WW

1 marchar {sj}/ir usque al fin
een straat -- = marchar usque al fin de un strata
de vierdaagse -- = ir usque al fin del quatro dies/jornos de marcha {sj}


uitwannen WW

1 vannar


uitwas ZN

1 (uitgroeisel) protuberantia, excrescentia, (gezwel) tumor
-- aan planten = excrescentias super plantas
(MED) vlezige -- = excrescentia carnose
(MED) sponsachtige -- = fungo
2 (ongewenste ontwikkeling) excesso, excrescentia
--sen van de beschaving = excessos/excrescentias del civilisation


uitwasbaar BN

1 delibile


uitwasemen WW

1 (als wasem verspreiden) exhalar, emanar, perspirar, transpirar, evaporar, (zweten) sudar
de bloemen wasemen heerlijke geuren uit = le flores exhala perfumes meraviliose


uitwaseming ZN

1 exhalation, emanation, evaporation, perspiration, transpiration, effluvio, (mbt rottin) miasma, (zweet) sudor
2 (MED) diaphorese (-esis)


uitwassen WW

1 (door wassen reinigen) lavar, nettar
vuil linnengoed -- = lavar lino immunde
vlekken -- = nettar/remover maculas
2 (tot zijn volle lengte komen) attinger su plen disveloppamento, disveloppar se
3 (uitlopen) germinar
4 (uit iets opgroeien) crescer


uitwassing ZN

1 lavage


uitwateren WW

1 disaquar (in), escolar (in), evacuar su aquas (in), discargar su aquas (in)
het kanaal waarop de polder uitwatert = le canal in le qual disaqua le polder (N)
rivieren die in de Oostzee -- = fluvios que discarga su aquas in le Baltico/in le Mar Baltic


uitwatering ZN

1 escolamento, disaquamento, evacuation


uitwateringskanaal ZN

1 canal de escolamento/disaquamento/evacuation, emissario


uitwateringssluis ZN

1 esclusa de escolamento/disaquamento/evacuation


uitwedstrijd ZN

1 partita/match (E) jocate foris de casa


uitweg ZN

1 (uitgang) via de exito, exito, egresso
het water moet een -- hebben = le aqua debe poter escolar se
recht van -- hebben = haber derecto de exito/egresso
2 (uitkomst) escappatoria, expediente, (oplossing) solution
een -- zoeken = cercar un expediente
iemand geen andere -- laten = accular un persona a un cosa, non lassar un altere apertura a un persona
hij zag geen -- meer = ille videva necun escappatoria
hij wist een -- = ille habeva un solution
een -- voor zijn opgekropte gevoelens = un escappatoria pro su sentimentos reprimite


uitwegen WW

1 (afwegen) pesar
een half pond -- = pesar un medie libra
2 (bij gewicht verkopen) vender al peso
kersen -- = vender ceresias al peso
3 (veel volume hebben voor zijn gewicht) esser legier, esser avantagiose al peso
deze koekjes wegen uit = iste biscuites es avantagiose al peso


uitweiden WW

1 extender se, discurrer, disserer, dissertar, digreder, facer un digression, divagar
over een onderwerp -- = extender se super un thema


uitweiding ZN

1 digression, (nutteloze) divagation
-- vooraf = preambulo


uitwendig BN

1 (uiterlijk) externe, exterior
--e hoofdslagader = carotide externe
--e gehoorgang = canal auditori externe, conducto auditive externe
-- oor = aure externe
--e kenmerken = characteristicas exterior/externe
-- gebruik = application/uso/usage externe
--e diameter = diametro externe/exterior
-- bespeurt men geen verandering = exteriormente on non percipe/vide un cambiamento, il non ha un cambiamento externe
aan het --e blijven hangen = restar/remaner superficial
2 (van buiten komend) extrinsec, externe
--e oorzaak = causa extrinsec/externe/alien
3 (MED) topic, externe
-- geneesmiddel = medicamento (pro/de uso) topic/externe, topico


uitwendige ZN

1 exterior


uitwendigheid ZN

1 aspecto/apparentia exterior, exterioritate


uitwenen WW

1 Zie: uithuilen


uitwerken WW

1 (in bijzonderheden bewerken) elaborar, disveloppar, (lijst van details opmaken) detaliar
een programma -- = elaborar un programma
de punten voor een plan -- = elaborar le punctos pro un plano/projecto
met uitgewerkte plannen voor de dag komen = presentar projectos elaborate/detaliate
een idee -- = disveloppar un idea
een formule -- = disveloppar un formula
een plot voor een roman -- = disveloppar un intriga pro un roman(ce)
steno-aantekeningen -- = transcriber notas stenographiate
2 (helemaal berekenen) calcular, computar
sommen -- = (re)solver problemas
3 (bewerkstelligen) effectuar, realisar, operar
hij kan daar niets -- = ille non pote realisar nihil illac
4 (figuren snijden in) sculper, cisellar
5 (uitwerking hebben) haber effecto, consequer
6 (uitgisten) cessar de fermentar


uitwerking ZN

1 (bewerking) disveloppamento, elaboration
-- van een plan = elaboration de un plano/un projecto
deze verhandeling is de -- van een voordracht = iste tractato ha essite elaborate secundo un conferentia
de -- van een voorstel = le detalios ulterior de un proposition
2 (resultaat) effecto, consequentia, resultato
-- hebben = operar, haber effecto
de beoogde -- hebben = haber/producer le effecto volite/intendite/desirate/desiderate, esser effective
een averechtse -- hebben = esser contraproducente/contraproductive, haber un effecto contrari
een negatieve -- hebben = consequer negativemente
de medicijnen hadden geen -- = le medicamentos non habeva effecto
zonder -- = inoperante, inefficace, inefficiente
3 (berekening) calculo, computation, resultato


uitwerpen WW

1 (naar buiten werpen) jectar, ejectar, expeller, expulsar
een anker -- = jectar un ancora
zijn netten -- = jectar su retes
2 (door werpen verwijderen) rejectar, evacuar, vomer, ejectar, (FYSIOL) excretar
de vulkaan wierp as en lava uit = le vulcano vomeva/ejectava cineres e lava
3 (uitstoten) excluder, ejectar
4 (SPORT) remitter (le ballon) in joco
de doelman wierp de bal uit naar de libero = le goal-keeper (E) ha jectate le ballon in le direction del libero (I)


uitwerper ZN

1 (TECHN) ejector


uitwerpsel ZN

1 excremento, fece, excretion, dejection
--en = excrementos, feces, materias fecal, residuos excrementicie
dierlijke --en = excrementos de animales
vervuiling door --en = pollution fecal/de feces


uitwieden WW

1 disherbar, sarcular
het onkruid -- = extirpar le mal herbas


uitwijkeling ZN

1 exiliato, emigrato, refugiato


uitwijken WW

1 (uit de weg gaan) deviar, obliquar, ir a un latere
plotseling -- = executar un deviation brusc
naar rechts/links -- = deviar/obliquar al dext(e)ra/al sinistra
2 (uit het land gaan) quitar su pais, ir in exilio, emigrar, expatriar se, exiliar se, refugiar se
3 (uit elkaar wijken) (twee lijnen) diverger
de muur wijkt uit = le muro non es perpendicular/a plumbo


uitwijkhaven ZN

1 (SCHEEP) porto alternative
2 (LUCHTV) aeroporto/aerodromo alternative


uitwijking ZN

1 (emigratie) emigration, exilio, expatriation


uitwijkmanoeuvre ZN

1 deviation, (FIG) manovra evasive


uitwijkmogelijkheid ZN

1 (mogelijkheid om uit te wijken naar elders) alternativa, solution de reimplaciamento
2 (mogelijkheid om een naderende mogelijkheid te voorkomen) possibilitate de escappamento, escappatoria


uitwijzen WW

1 (aantonen) monstrar, demonstrar, revelar
de tijd zal het -- = le tempore lo monstrara
dat zal zich spoedig -- = on lo videra tosto
het onderzoek heeft uitgewezen dat = le investigation ha demonstrate que
2 (uit het land zetten) expeller, expulsar
3 (uitleveren) extrader
4 (beslissen) decider
de rechter moet het -- = le judice debe decider


uitwijzing ZN

1 (uitzetting) expulsion
2 (uitlevering) extradition


uitwijzingsbevel ZN

1 mandato de expulsion
2 mandato de extradition


uitwinnen WW

1 ganiar, economisar, sparniar
2 (JUR) evincer, expropriar


uitwinning ZN

1 ganio, economisation, sparnio
2 (JUR) eviction, expropriation


uitwippen WW

1 sortir un instante/momento


uitwisbaar ZN

1 delibile, que on pote rader
--e inkt = tinta delibile


uitwisselbaar BN

1 intercambiabile, trocabile
2 compatibile


uitwisselen WW

1 intercambiar, excambiar
gevangenen -- = excambiar prisioneros
meningen -- = excambiar opiniones
indrukken -- = excambiar impressiones
ervaringen -- = intercambiar experientias
hoogleraren -- = intercambiar professores universitari


uitwisseling ZN

1 excambio, intercambio
culturele -- = excambio/intercambio cultural
intellectuele -- = intercambio intellectual
-- van gegevens = excambio de datos
-- van ideeën = intercambio de ideas
-- van gevangenen = excambio de prisioneros


uitwisselingsenergie ZN

1 energia de excambio


uitwisselingsprogramma ZN

1 programma de excambio


uitwisselingsverdrag ZN

1 tractato de excambio/intercambio


uitwissen WW

1 (laten verdwijnen) remover, facer disparer, rader, expunger, deler, obliterar
het -- = rasura, radimento, expunction, deletion, obliteration
een spoor op een magneetband -- = remover/rader un pista super un banda magnetic
iets uit zijn geheugen wissen = rader un cosa de su memoria
2 (reinigen) nettar


uitwoeden WW

1 calmar se
de storm was uitgewoed = le tempesta se habeva calmate
de epidemie woedde uit = le epidemia finiva


uitwonen WW

1 ruinar/deteriorar un habitation, render inhabitabile
ze hebben het huis totaal uitgewoond = illes ha ruinate le casa, illes ha facite un ruina del casa


uitwonend BN

1 externe, non residente
--e leerling = scholar/discipulo/alumno externe


uitworp ZN

1 (SPORT) le remitter in joco (del goal-keeper (E))
2 (wat uitgestoten wordt) discarga, residuos, emission, emanationes
-- van zwaveldioxyde = emission/emanationes de dioxydo de sulfure


uitwrijven WW

1 (reinigen) fricar
het -- = fricamento, friction
zijn ogen -- = fricar se le oculos
(FIG) zich de ogen -- = aperir grande oculos
de schoenen -- = facer lustrar/brillar le scarpas/calceos
2 (uitspreiden) extender, (met was) cerar, incerar
de parketwas -- = incerar le parquet (F)


uitwringen WW

1 torquer, exprimer
zijn natte sokken -- = torquer su calcettas molliate


uitwringing ZN

1 torsion, expression


uitwuiven WW

1 salutar con le mano, dicer adeo con le mano, accompaniar (un persona qui parti)


uitzaai ZN

1 semination


uitzaaien WW

1 (zaaiend verspreiden) seminar, disseminar
het -- = semination, dissemination
2
(MED) zich -- = disseminar se, reproducer se, producer metastases
het gezwel had zich uitgezaaid = le tumor se habeva disseminate


uitzaaiing ZN

1 (het uitzaaien) semination, dissemination
2 (MED) dissemination, metastase (-asis), (mbt cellen) proliferation
-- van een gezwel = metastase (-asis) de un tumor
--en van kanker door het hele lichaam = generalisation del cancer
--en in de lever = metastase (-asis) in le hepate/ficato


uitzagen WW

1 serrar
iemand -- = liberar un persona con le serra


uitzakken WW

1 (uit zijn vorm zakken) deformar se
de muur is uitgezakt = le muro non es perpendicular/a plumbo
2 (MED) prolaber
de endeldarm is uitgezakt = le recto ha prolabite, il ha un prolapso del recto


uitzakking ZN

1 (het uit zijn vorm zakken) deformation
2 (MED) prolapso, evagination
aan een -- lijden = evaginar


uitzege ZN

1 victoria in campo contrari/foris de casa


uitzeilen WW

1 partir, prender le vela, facer vela
wij zeilen zeven mei uit = nos parti le septe de maio


uitzendarbeid ZN

1 Zie: uitzendwerk


uitzendbureau ZN

1 agentia de placiamento/de empleo/de travalio/labor interimari/temporanee/temporari


uitzenden WW

1 (RADIO, TV) diffunder, emitter, transmitter, (RADIO ook) radiodiffunder, (TV ook) telediffunder
een concert -- = diffunder un concerto
nieuws over de radio -- = diffunder novas per radio
2 (NAT) emitter
stralen -- = emitter radios
golven -- = emitter undas
3 (met een opdracht wegzenden) distachar {sj}, inviar
een technicus naar een ontwikkelingsland -- = inviar/distachar un technico a un pais subdisveloppate
iemand om boodschappen -- = inviar un persona pro facer commissiones/emptiones
4 (rondzenden) facer circular
diners -- = portar dinares a domicilio


uitzending ZN

1 (RADIO, TV) (het uitzenden) diffusion, emission, transmission
de -- van een radioprogramma = le transmission de un programma radiophonic
2 (RADIO, TV) (programma) emission, programma
live-uitzending = emission derecte
een -- aankondigen = presentar un emission
3 (NAT) (uitstraling, afgifte) emission


uitzendkracht ZN

1 empleato interime/interimari/temporanee/temporari


uitzendkrachten ZN MV

1 personal/mano de obra interime/interimari/temporanee/temporari


uitzendpost ZN

1 posto de emission


uitzendwerk ZN

1 travalio/labor interime/interimari/temporanee/temporari


uitzet ZN

1 dote, trousseau (F)
een -- geven aan = dotar


uitzetbaar BN

1 elastic, extensibile, extendibile, expandibile, expansibile, dilatabile, distensibile


uitzetbaarheid ZN

1 dilatabilitate, extendibilitate, expansibilitate, distensibilitate


uitzetten WW

1 (buiten iets zetten) expeller, expulsar, mitter/poner foras
ongewenste vreemdelingen -- = expeller/expulsar estranieros indesirabile
het vaderland -- = expatriar
2 (neerlaten)
de sloepen -- = mitter le chalupas {sj}/lanchas al mar
3 (uitspreiden) tender, displicar
een net -- = tender un rete
de zeilen -- = displicar le velas
de pauw zet zijn staart uit = le pavon aperi le cauda
4 (verspreid zetten) placiar, disponer
schildwachten -- = postar sentinellas
5 (uitplanten) plantar
6 (op interest zetten) placiar
7 (buiten werking stellen) arrestar, clauder, disconnecter
de radio -- = clauder/disconnecter le radio
8 (uitmeten, aftekenen) jalonar, picchettar, traciar, delimitar
een parcours voor een marathon -- = traciar/delimitar le percurso de marathon
(WISK) op de lijn AC een stuk AD --, gelijk aan PQ = traciar super le linea AC un segmento AD, equal a PQ
9 (in omvang doen toenemen) expander, dilatar, distender, extender
--de kracht = fortia expansive, expansibilitate
uitgezet hart = corde dilatate
10
een parcours -- = delimitar un percurso


uitzetting ZN

1 (verwijdering) expulsion, (JUR) eviction
-- van ongewenste vreemdelingen = expulsion de estranieros indesirabile
-- van een huurder die zijn huur niet betaalt = expulsion de un locatario qui non paga su location
bevel tot -- = ordine/mandato de expulsion
2 (vergroting) dilatation, expansion, distension, extension
-- van een gas = expansion de un gas
lineaire -- = dilatation linear
kubieke -- = dilatation cubic
3 (MED) (zwelling) turgor, turgiditate, turgescentia, (in)tumescentia
4 (ontscheping) disbarcamento, disimbarcation


uitzettingsbevel ZN

1 mandato/ordine de expulsion/eviction


uitzettingscoëfficiënt ZN

1 coefficiente de dilatation (thermic)
lineaire/kubieke -- = coefficiente de dilatation linear/cubic


uitzettingsgraad ZN

1 grado de expansion


uitzettingsscheur ZN

1 fissura de dilatation


uitzettingsvermogen ZN

1 dilatabilitate, expansibilitate, fortia/poter expansive
het grote -- van de gasses = le grande dilatabilitate del gases


uitzeven WW

1 Zie: uitziften


uitzicht ZN

1 (gelegenheid om naar buiten te zien) vista, prospecto
-- in 't rond, wijds/panoramisch -- = vista panoramic
iemand het -- belemmeren = celar le vista a un persona
2 (datgene waar men op uitkijkt) vista, panorama, prospecto
een fraai -- = un belle panorama/vista
-- op zee hebben = haber le vista del mar
van een mooi -- genieten = gauder de un belle vista
het -- bewonderen = admirar le panorama
3 (vooruitzicht) perspectiva, prospecto
hij had geen -- op promotie = ille non habeva le perspectiva de un promotion


uitzichtlengte ZN

1 distantia de visibilitate


uitzichtloos BN

1 sin perspectiva, sin futuro, sin sperantia
--e liefde = amor sin spero/sin sperantia
--e situatie = situation desperate/sin spero/sin sperantia/sin perspectiva


uitzichtloosheid ZN

1 manco/mancantia de perspectiva


uitzichtpunt ZN

1 puncto de vista


uitzichtterras ZN

1 belvedere, mirador


uitzichttoren ZN

1 turre panoramic/de observation/de vigilia, belvedere, mirador


uitzieken WW

1 lassar le maladia sequer su curso


uitzien WW

1 (verlangend wachten) expectar/desirar/desiderar con impatientia
-- naar de vakantie = expectar le vacantias con impatientia
2 (proberen te krijgen) esser al recerca (de)/in cerca de
-- naar een andere baan = esser al recerca de un altere empleo
3 (tot uitzicht hebben) dar (super), haber vista (super)
het raam ziet uit op de tuin = le fenestra da super le jardin
4 haber le aere/aspecto/apparentia
er bedroefd -- = haber le aere/apparentia triste
er gelukkig -- = haber le aere/apparentia felice
5 (ten einde zien) reguardar/vider usque al fin, vider integremente
een toneelstuk -- = vider un pecia de theatro usque al fin
6
het ziet ernaar uit dat hij niet komt = il pare/sembla que ille non veni
het ziet naar regen uit = il pare que il va pluver


uitziften WW

1 cribrar, tamisar, passar per un cribro/un tamis
het -- = tamisation


uitzijgen WW

1 filtrar


uitzijging ZN

1 filtration


uitzingen WW

1 (volhouden) perseverar
2 (ten einde zingen) cantar integralmente/usque al fin
3 (zingend uiten) cantar


uitzinnig BN

1 delirante, exultante, phrenetic, folle, discatenate
--e vreugde = gaudio/joia delirante
-- publiek = publico delirante
--e woede = furia discatenate


uitzinnigheid ZN

1 delirio, phrenesia, follia


uitzitten WW

1 complir, expiar
zijn straf -- = complir/expiar su pena
ik heb de vergadering niet helemaal uitgezeten = io ha partite ante le fin del reunion


uitzoeken WW

1 (uitpuzzelen) examinar, recercar, investigar
iets tot op de bodem -- = examinar/investigar un cosa a fundo
2 (sorteren) assortir, classar, classificar
3 (uitkiezen) eliger, seliger, selectionar


uitzonderen WW

1 exceptar, excluder
het -- = exception, exclusion
dit geval is van de regel uitgezonderd = iste caso es un exception al regula


uitzondering ZN

1 exception
de --en bevestigen de regel = le exceptiones confirma le regula
dat is een -- = isto es un exception
een -- maken = facer un exception, exceptar
een -- maken voor = facer un exception in favor de
een -- vormen = constituer un exception
met één enkele -- = con un sol exception
op een enkele -- na = salvo pauc/poc exceptiones
bij -- = exceptionalmente, per exception
met -- van = a(l) exception de, con le exception de
zonder -- = sin exception


uitzonderingsbepaling ZN

1 exception
er zijn enige --en gemaakt = on ha introducite alicun exceptiones


uitzonderingsgeval ZN

1 caso exceptional/special/isolate/de exception


uitzonderingsmaatregel ZN

1 mesura exceptional/special/de exception


uitzonderingspositie ZN

1 situation/position exceptional/special
zich in een -- bevinden = trovar se/esser in un situation exceptional


uitzonderingstarief ZN

1 tarifa de preferentia


uitzonderingstoestand ZN

1 stato de exception/de emergentia/de urgentia


uitzonderingswet ZN

1 lege de exception


uitzonderlijk BN

1 (een uitzondering vormend) exceptional, inusual, insolite, particular, special
2 (zeer groot/intens) excessive
--e koude = frigido excessive
-- begaafd = exceptionalmente dotate


uitzonderlijkheid ZN

1 character exceptional, exceptionalitate


uitzouten WW

1 dissalar


uitzuigen WW

1 (zuigend ledigen) suger, exsuger, extraher per suction
2 (uitbuiten) suger le sanguine, exploitar {plwa}, extorquer
het volk -- = exploitar le populo


uitzuiger ZN

1 (uitbuiter) exploitator {plwa}, sanguisuga, vampir


uitzuigerij ZN

1 exploitation {plwa}


uitzuiging ZN

1 (het zuigend ledigen) (ex)suction
2 (het uitbuiten) exploitation {plwa}


uitzuinigen WW

1 sparniar, economisar


uitzuiniging ZN

1 sparnio, economia


uitzwaaien WW

1 dicer adeo/adieu (F) con le mano
vrienden -- = accompaniar amicos (usque) al porta/a lor auto(mobile), etc.


uitzwavelen WW

1 sulfurar
het -- = sulfuration


uitzwaveling ZN

1 sulfuration


uitzwemmen WW

1 (ten einde zwemmen) natar usque al fin
zij heeft de hele wedstrijd uitgezwommen = illa ha finite le cursa de natation
2 (rustig verder zwemmen) natar


uitzwenken WW

1 deviar, obliquar, girar, curvar
de weg zwenkt naar links uit = le cammino face un curva a sinistra


uitzwermen WW

1 (van bijen, etc.) essamar
het -- = essamage, essamatura
2 (naar alle kanten uittrekken) dispersar se


uitzwerming ZN

1 (van bijen, etc.) essamage, essamatura


uitzweten WW

1 sudar, transsudar, exsudar, perspirar, transpirar
het -- = transsudation, exsudation, perspiration, transpiration
de muren zweten vocht uit = le muros exsuda humiditate


uitzweting ZN

1 transsudation, exsudation, perspiration, transpiration, (MED ook) diaphorese (-esis)


uiver ZN

1 ciconia


uiversnest ZN

1 nido de ciconia


uivormig BN

1 bulbiforme


uk ZN

1 (multo) parve infante, nano


U.K.

1 (Afk.: United Kingdom) Regno Unite


ukkepuk ZN

1 Zie: uk


ukulele ZN

1 ukulele


ulaan ZN

1 ulano


ulceratie ZN

1 ulceration


ulceratief BN

1 ulcerative


ulcereren WW

1 ulcerar se


ulcerogeen BN

1 ulcerogene


ulema ZN

1 ulema


ulevel ZN

1 pastilla de caramello


ullucus ZN

1 ulluco


ulna ZN

1 cubito


Ulster ZN EIGN

1 Ulster (E)
(korte winterjas) ulster = ulster


ulterieur BN

1 ulterior, posterior, subsequente


ultiem BN

1 ultime, ultimate, final, definitive
een --e poging = un ultime tentativa


ultimatief BN

1 ultimative, como un ultimatum (L)


ultimatum ZN

1 ultimatum (L)
aan het -- was een tijdslimiet verbonden = un limite de tempore esseva attachate {sj} al ultimatum
een -- stellen = presentar un ultimatum
een -- laten verlopen = lassar expirar un ultimatum


ultimo BW

1
-- januari = le 31 de/al fin de januario


ultra ZN

1 (radicaal, extremist) ultra


ultracentrifuge ZN

1 ultracentrifuga, ultracentrifugator


ultracentrifugeren WW

1 ultracentrifugar
het -- = ultracentrifugation


ultracentrifugering ZN

1 ultracentrifugation


ultraconservatief BN

1 ultraconservative, ultraconservatori


ultrafijn BN

1 ultrafin
--e snede = section ultrafin


ultrafilter ZN

1 ultrafiltro


ultrafiltrabel BN

1 ultrafiltrabile


ultrafiltratie ZN

1 ultrafiltration


ultrafiltreerbaar BN

1 ultrafiltrabile


ultrafiltreren WW

1 ultrafiltrar


ultrageluidgolf ZN

1 unda ultrasonic


ultragevoelig BN

1 ultrasensibile


ultrakort BN

1 ultracurte, ultrabreve
--e golf = unda ultracurte/ultrabreve


ultralaagfrequentie ZN

1 frequentia ultrabasse


ultraliberaal BN

1 ultraliberal


ultralicht BN

1 ultralegier
--e metalen = metallos ultralegier


ultralinks BN

1 de extreme sinistra


ultramarijn BN

1 ultramarin


ultramarijn ZN

1 color ultramarin


ultramicrobalans ZN

1 ultramicrobalancia


ultramicrometer ZN

1 ultramicrometro


ultramicroscoop ZN

1 ultramicroscopio


ultramicroscopie ZN

1 ultramicroscopia


ultramicroscopisch BN

1 ultramicroscopic


ultramicrosoom ZN

1 ultramicrosoma


ultramicrotoom ZN

1 ultramicrotomo


ultramodern BN

1 ultramoderne


ultramontaan ZN

1 ultramontano


ultramontaans BN

1 ultramontan


ultramontanisme ZN

1 ultramontanismo


ultraradicaal BN

1 ultraradical


ultrarechts BN

1 ultraderecte, ultraconservatori, de extreme dext(e)ra


ultrasnel BN

1 ultrarapide
--e fotografie = photographia ultrarapide


ultrasonisch BN

1 ultrasonic


ultrasonoor BN

1 ultrasonic
--e detector = detector ultrasonic
--e generator = generator ultrasonic
--e ontvanger = receptor ultrasonic
--e stroboscoop = stroboscopio ultrasonic
--e zender = transmissor ultrasonic


ultrasoon BN

1 ultrasonic
--e trilling = vibration ultrasonic, ultrasono


ultrasoonlassen ZN

1 soldatura per ultrasonos


ultrasoontherapie ZN

1 ultrasonotherapia


ultrasoontrilling ZN

1 vibration ultrasonic


ultrastraling ZN

1 radiation cosmic


ultrastructureel BN

1 ultrastructural
-- onderzoek = recercas ultrastructural


ultrastructuur ZN

1 ultrastructura


ultraviolet BN

1 ultraviolette
-- spectrum = spectro ultraviolette
radios -- = ultraviolette stralen


ultravioletfotografie ZN

1 photographia ultraviolette


ultravioletspectroscopie ZN

1 spectroscopia ultraviolette


ultravioletstraling ZN

1 radiation ultraviolette


ultravirus ZN

1 ultravirus


ultra-zuiver BN

1 ultra-pur
-- water = aqua ultra-pur


Ulysses ZN EIGN

1 Ulysses


Umbrië ZN EIGN

1 Umbria


Umbriër ZN

1 umbro


Umbrisch BN

1 umbre


Umbrisch ZN

1 (dialect) umbro


umlaut ZN

1 (teken) umlaut (D)
2 (klankwijziging) inflexion/mutation vocalic


umlautsfactor ZN

1 factor de umlaut (D)/de inflexion/mutation vocalic


umpire ZN

1 arbitro, umpire (E)


unaniem ZN

1 unanime
--e bijval = approbation unanime
zij antwoordden -- = illes respondeva como un sol homine
zij verklaarden -- = illes declarava unanimemente


unanimisme ZN

1 unanimismo


unanimist ZN

1 unanimista


unanimistisch BN

1 unanimista
de --e groep = le gruppo unanimista


unanimiteit ZN

1 unanimitate


unanimiteitsbeginsel ZN

1 principio/regula del unanimitate


unciaal BN

1 uncial


unciaalletter ZN

1 littera uncial


unciaalschrift ZN

1 scriptura uncial


underdog ZN

1
de --s van de maatschappij = le gruppos le plus disfavorate del societate
het team startte in de rol van -- = le equipa ha initiate in position de inferioritate


underground BN

1 underground (E)


undergroundcultuur ZN

1 cultura underground (E)


undergroundmuziek ZN

1 musica underground (E)


understatement ZN

1 litote


undine ZN

1 Zie: ondine


undulatie ZN

1 undulation


undulatietheorie ZN

1 theoria del undulation


unduleren WW

1 undular


UNESCO

1 (Afk.: United Nations Educational Scientific and Cultural Organisation) UNESCO, Organisation del Nationes Unite pro le Education, le Scientia e le Cultura


unfair BN

1 disloyal, injuste


uni BN

1 unicolor, monochrome


unicaat ZN

1 pecia unic


UNICEF

1 (Afk.: United Nations International Children's Emergency Fund) UNICEF (Fundo International del Nationes Unite pro le Adjuta al Infantia)


uniciteit ZN

1 unicitate
de -- van een geval = le unicitate de un caso
de -- van een voorbeeld = le unicitate de un exemplo


unicum ZN

1 (iets unieks) cosa/evento/caso unic
dit is een -- in de geschiedenis van de sport = isto es evento/caso unic in le historia del sport (E)
2 (enig exemplaar) exemplar/pecia unic


unicursaal BN

1 (WISK) unicursal


unie ZN

1 (vereniging, verbond) union
2 (aaneensluiting van staten) union
Unie van Socialistische Sovjetrepublieken = Union del Republicas Socialista Sovietic
Atlantische Unie = Union Atlantic
personele -- = union personal


uniek BN

1 (enig) unic, sin par, sin precedente, sol in su specie, inimitabile, incomparabile, sin parallel
-- exemplaar = exemplar unic
--e gelegenheid = occasion unic
-- geval = caso unic/exceptional/sin exemplo
dat is -- = isto es alco unic
2 (heerlijk, kostelijk) unic, inimitabile, meraviliose, splendide
-- gezicht = spectaculo unic


uniekheid ZN

1 unicitate


uniëren WW

1 unir


unificatie ZN

1 unification
-- van een land = unification de un pais


unificeren WW

1 unificar


unifocaal BN

1 unifocal


uniform BN

1 uniforme
--e prijzen = precios uniforme
-- reglement = regulamento uniforme
-- tarief = tarifa uniforme
(WISK) --e convergentie = convergentia uniforme
-- maken = uniformar, uniformisar


uniform ZN

1 uniforme
in -- steken = uniformar, uniformisar
in -- = in uniforme, uniformate


uniformeren WW

1 uniformar, uniformisar


uniformering ZN

1 uniformisation


uniformiteit ZN

1 uniformitate
-- van papierformaat = uniformitate de formato de papiro
de -- van de verklaringen = le conformitate del declarationes


uniformjas ZN

1 tunica


uniformpet ZN

1 kepi (F)


uniformstof ZN

1 stoffa pro uniformes


unilateraal BN

1 unilateral
-- contract = contracto unilateral


unilateraliteit ZN

1 unilateralitate
-- van een con-tract = unilateralitate de un contracto


unimodulair BN

1 unimodular
--e matrix = matrice unimodular


unimoleculair BN

1 unimolecular


unionisme ZN

1 unionismo


unionist ZN

1 unionista


unionistisch BN

1 unionista


uniovulair BN

1 uniovular, uniovulate


unipolair BN

1 unipolar
--e inductie = induction unipolar


unipolariteit ZN

1 unipolaritate


uniregionaal BN

1 uniregional


uniseks BN

1 (mbt kleding) unisex


uniseksmode ZN

1 moda unisex


unisono BW

1 (MUZ) in unisono


unit ZN

1 (afdeling) unitate
2 (eenheid voor prijsnotering) unitate
3 (bij elkaar horende zaken) unitate
visual display -- = unitate de visualisation


unitair BN

1 unitari


unitariër ZN

1 (voorstander van eenheid) unitario
2 (THEOL) unitario


unitarisme ZN

1 unitarismo


unitarist ZN

1 unitarista


unitaristisch BN

1 unitari, unitarista
Unitaristische Kerk = Ecclesio Unitari


uniteit ZN

1 unitate, unicitate


uniteitstheorema ZN

1 theorema de unitate/unicitate


universalisme ZN

1 universalismo


universalist ZN

1 universalista


universalistisch BN

1 universalista, universalistic
--e geschiedschrijving = conception universa-lista/universalistic del historia


universaliteit ZN

1 universalitate


universeel BN

1 universe, universal
-- erfgenaam = herede/hereditario/successor universe/universal
-- middel = remedio universe/universal
-- verschijnsel = phenomeno universal
--e taal = lingua universal
--e verklaring van de rechten van de mens = declaration universal del derectos del homine
voor -- gebruik = pro uso universal


universeelheid ZN

1 universalitate


universitair BN

1 universitari
-- onderwijs = inseniamento universitari
--e studies = studios universitari
--e opleiding = formation universitari


universiteit ZN

1 universitate
-- van Groningen = universitate de Groningen
open -- = universitate aperte
hij is op de -- = ille es (studente/studiante) al universitate
aan de -- studeren = studer/studiar in le universitate


universiteitsbibliotheek ZN

1 bibliotheca universitari/del universitate


universiteitscentrum ZN

1 centro universitari


universiteitscomplex ZN

1 citate universitari


universiteitsgebouw ZN MV

1 edificio universitari/del universitate, universitate
(complex) --en = centro universitari


universiteitsgemeenschap ZN

1 communitate universitari


universiteitsgids ZN

1 guida del studente/del studiante/del universitate


universiteitskringen ZN MV

1 circulos universitari


universiteitslaboratorium ZN

1 laboratorio universitari


universiteitsraad ZN

1 consilio del universitate


universiteitsstad ZN

1 citate/urbe universitari


universiteitswijk ZN

1 quartiero universitari


universum ZN

1 universo
onmetelijkheid/oneindigheid van het -- = immensitate del universo
uitdijing van het -- = expansion del universo
schepping van het -- = creation del universo


univociteit ZN

1 univocitate


UNO

1 (Afk.: United Nations Organisation) ONU (= Organisation del Nationes Unite)


unster ZN

1 balancia roman


Untermensch ZN

1 subhomine


updaten WW

1 actualisar


uperisatie ZN

1 uperisation


upgraden WW

1 actualisar un programma de computator/computer (E)


uppercut ZN

1 (BOKSEN) uppercut (E)


upper ten

1 elite (F), aristocratia, alte societate, alte circulos


uppie ZN

1
in z'n -- = toto sol


ups en downs ZN MV

1 le altos e le bassos


up-to-date BN

1 up-to-date (E), actual
een schoolboek -- maken = actualisar un manual scholar


uraan ZN

1 uranium


uraanpekerts ZN

1 pechblende (D)


uraanzuur ZN

1 acido uranic


uraat ZN

1 urato


uracil ZN

1 uracil


uranaat ZN

1 uranato


Urania ZN EIGN

1 Urania


urania ZN

1 (vlinder) urania


uraniet ZN

1 uranite


uranisme ZN

1 uranismo


uranium ZN

1 uranium
-- verrijken = inricchir uranium
verrijkt -- = uranium inricchite


uraniumatoom ZN

1 atomo de uranium


uraniumerts ZN

1 mineral de uranium


uraniumhoudend BN

1 uranifere
--e ertsen = minerales uranifere
--e laag = jacimento uranifere


uraniumisotoop ZN

1 isotopo de uranium


uraniumlaag ZN

1 jacimento de uranium


uraniummijn ZN

1 mina de uranium


uraniumverbinding ZN

1 composito de uranium


uraniumverrijking ZN

1 inricchimento del uranium


uraniumwinning ZN

1 extraction de uranium


uraniumzout ZN

1 sal de uranium


uranograaf ZN

1 uranographo


uranografie ZN

1 uranographia


uranografisch BN

1 uranographic


uranologie ZN

1 uranologia


uranologisch BN

1 uranologic


uranometrie ZN

1 uranometria


uranometrisch BN

1 uramometric


Uranus ZN EIGN

1 (MYTH) Urano
van -- = uranie
2 (ASTRON) Urano
van -- = uranie


uranyl ZN

1 uranyl


uranylzout ZN

1 sal de uranyl


urbaan BN

1 (mbt het stadsleven) urban
2 (wellevend) urban


urbanisatie ZN

1 (verstedelijking) urbanisation
2 (trek naar de stad) urbanisation


urbanisatiegraad ZN

1 grado de urbanisation


urbaniseren WW

1 urbanisar
het -- = urbanisation


urbanisering ZN

1 urbanisation


urbanisme ZN

1 urbanismo


urbanist ZN

1 urbanista


urbanistisch BN

1 urbanista, urbanistic


urbaniteit ZN

1 (stedelijk karakter) character urban
2 (wellevendheid) urbanitate


urbi et orbi ZN

1 urbi et orbi (L)


urdu ZN

1 urdu


ure ZN

1 hora
in de -- des gevaars = al hora del periculo
te(r) elfder -- = al ultime hora/minuta


uredo ZN

1 urtication


uredospore ZN

1 uredospora


uremie ZN

1 uremia


urenlang BW

1 (durante) horas e horas, durante horas integre


urenlang BN

1 que dura (multe) horas, interminabile
--e vergadering = reunion interminabile/que dura/ha durate horas


urenteller ZN

1 contator de horas


urenwijzer ZN

1 agulia del horas


ureometer ZN

1 ureometro


ureometrie ZN

1 ureometria


ureter ZN

1 ureter, conducto urinari
van de -- = ureteral
operatie aan de -- = ureterotomia


ureterontsteking ZN

1 ureteritis


urethra ZN

1 (pisbuis) urethra
van de -- = urethral
sluitspier van de -- = sphincter del urethra
ontsteking van de -- = urethritis


urethritis ZN

1 urethritis


urethroscoop ZN

1 urethroscopio


urethroscopie ZN

1 urethroscopia


ureum ZN

1 urea
van -- = ureal, ureic


ureumfabricage ZN

1 fabrication de urea


ureumfabriek ZN

1 fabrica de urea


ureumhars ZN

1 resina de urea


urgent BN

1 urgente
-- geval = caso urgente
-- zijn = esser urgente, urger


urgentie ZN

1 (het spoedeisende) urgentia
2 (dringende noodzaak) urgentia, emergentia


urgentiegeval ZN

1 caso de urgentia


urgentiegraad ZN

1 grado de urgentia


urgentieplan ZN

1 plano de urgentia


urgentieprogramma ZN

1 programma de urgentia


urgentieschema ZN

1 schema de urgentia


urgentieverklaring ZN

1 declaration de urgentia


urgentverklaring ZN

1 Zie: urgentieverklaring


urgeren WW

1 urger, esser urgente


urikemie ZN

1 uricemia


urinaal ZN

1 urinal


urine ZN

1 urina


urine(af)drijvend BN

1 diuretic
-- middel = diuretico


urineachtig BN

1 urinose


urineblaas ZN

1 vesica urinari/del urina


urineblaasontsteking ZN

1 cystitis


urinebuis ZN

1 urethra
van de -- = urethral
ontsteking van de -- = urethritis


urinekanaaltjes ZN MV

1 (in de nieren) tubos urinifere


urineleider ZN

1 conducto urinari, ureter
van de -- = ureteral
operatie aan de -- = ureterotomia


urinelozing ZN

1 emission/excretion/discarga de urina, urination, miction
onwillekeurige -- = miction involuntari(e), incontinentia de urina
pijnlijke -- = miction dolorose, dysuria


urinelucht ZN

1 odor urinose


urinemonster ZN

1 monstra de urina


urineonderzoek ZN

1 uroscopia, analyse (-ysis)/examine del urina


urineren WW

1 urinar


urineretentie ZN

1 retention de urina


urineuitscheiding ZN

1 Zie: urinelozing


urinevergiftiging ZN

1 uremia


urine-waarzeggerij ZN

1 uromantia


urinewegen ZN MV

1 vias urinari
ziekte van de -- = uropathia


urinezuur ZN

1 acido uric/lithic


urinoir ZN

1 urinatorio, (PEJ) pissatorio


urmen WW

1 lamentar se


urn ZN

1 urna
(ROM GESCH) bewaarplaats voor --en = columbario


urnengalerij ZN

1 columbario


urnenveld ZN

1 campo de urnas


urobiline ZN

1 urobilina


urobilinurie ZN

1 urobilinuria


urochroom ZN

1 urochromo


urogenitaal BN

1 urogenital, genito-urinari
-- systeem = systema urogenita/genito-urinari


urologie ZN

1 urologia


urologisch BN

1 urologic
--e aandoening = affection urologic
--e kliniek = clinica urologic


uroloog ZN

1 urologo, urologista


urometer ZN

1 urometro


uropepsine ZN

1 uropepsina


uroscopie ZN

1 uroscopia


uroscopisch BN

1 uroscopic


urotropine ZN

1 urotropina


ursuline ZN

1 ursulina


Uruguay ZN EIGN

1 (rivier, republiek) Uruguay


Uruguees BN

1 uruguyan


U.S.A.

1 U.S.A. (E), Statos Unite de America


usance ZN

1 uso, usage, usantia


usantie ZN

1 Zie: usance


usotarra ZN

1 tara usual


U.S.S.R.

1 U.R.S.S. (= Union del Republicas Socialista Sovietic)


usucapio ZN

1 usucapio (L)


usucapio ZN

1 usucapion


usueel BN

1 usual, currente, normal
--e betekenis van een woord = senso usual/currente/habitual de un parola


usufructuarius ZN

1 usufructuario


usufructus ZN

1 usufructo


usurpatie ZN

1 usurpation


usurpator ZN

1 usurpator


usurperen WW

1 usurpar
het -- = usurpation


usurperend BN

1 usurpatori


usus ZN

1 uso, costume


ut ZN

1 (MUZ) ut, do


uterologie ZN

1 uterologia


uterorectaal BN

1 uterorectal


uterus ZN

1 utero, matrice


uteruscarcinoom ZN

1 carcimoma del utero


utilisatie ZN

1 utilisation


utiliseren WW

1 utilisar


utilistisch BN

1 Zie: utilitair


utilitair BN

1 utilitari, practic


utilitarisme ZN

1 utilitarismo


utilitarist ZN

1 utilitarista, utilitario


utilitaristisch BN

1 utilitarista, utilitaristic, utilitari
een --e ethiek = un ethica utilitaristic
--e prin-cipes = principios utilitarista/utilitaristic


utiliteit ZN

1 utilitate


utiliteitsbeginsel ZN

1 Zie: utiliteitsprincipe


utiliteitsbouw ZN

1 construction de edificios utilitari


utiliteitsoverweging ZN

1 consideration utilitari/de utilitate


utiliteitsprincipe ZN

1 principio utilitari/de utilitate


Utopia ZN EIGN

1 Utopia
utopia = utopia, chimera


utopiaans BN

1 Zie: utopisch


utopisch BN

1 utopic, chimeric
-- plan = plano/projecto utopic
--e idealen = ideales utopic
-- socialisme = socialismo utopic


utopisme ZN

1 utopismo


utopist ZN

1 utopista


utopistisch BN

1 utopista, utopistic, utopic
--e ideeën = ideas utopista/utopistic
-- socialisme = socialismo utopic/utopistic


utriculus ZN

1 utriculo


uur ZN

1 hora
half -- = medie hora
anderhalf -- = un hora e medie
twaalf -- = (middaguur) mediedie, meridie, (in de nacht) medienocte
om twaalf -- = a mediedie/meridie
voor twaalf -- = ante mediedie/meridie
tegen twaalf -- = verso mediedie/meridie
na twaalf -- = post mediedie/meridie
de twaalf slagen van twaalf -- = le deceduo colpos de mediedie
over een uur = de hic a un hora
een -- gaans = un hora de marcha {sj}
(BIOL) 24-uurs-ritme = rhythmo circadian
(stervensuur) het laatste -- = su ultime hora/hora supreme
een laat -- = un hora avantiate
een goed -- = un grande hora
in de --e des gevaars = in le hora del periculo
te(r) elfder --e = a ultime hora
snelheid per -- = velocitate horari
het -- des onheils nadert = le hora del catastrophe approcha {sj}
per uur betaald worden = esser pagate al hora


uurcirkel ZN

1 (ASTRON) circulo horari


uurdienst ZN

1 servicio horari


uurdocent ZN

1 professor qui insenia a tempore partial


uurgemiddelde ZN

1 media horari


uurglas ZN

1 sabliero horari


uurhoek ZN

1 (ASTRON) angulo horari
-- van een ster = angulo horari de un astro


uurloner ZN

1 persona pagate al hora


uurloon ZN

1 salario/paga horari/al hora


uurrecord ZN

1 record (E) horari/del hora
het -- staat op naam van deze wielrenner = iste curritor detene le record del hora


uursnelheid ZN

1 velocitate horari


uurtarief ZN

1 tarifa horari/per hora


uurwerk ZN

1 (klok) horologio
digitaal -- = horologio digital
wijzers van een -- = agulias de un horologio
slinger van een -- = pendulo de un horologio
2 (binnenwerk van een klok) mechanismo


uurwerkindustrie ZN

1 industria horologier, horologieria


uurwerkmaker ZN

1 horologiero


uurwijzer ZN

1 agulia del horas, parve agulia


uvd

1 (Afk.: uiterste verkoopdatum) vender ante ...


uvea ZN

1 uvea
ontsteking van de -- = inflammation uveal, uveitis


uveïtis ZN

1 uveitis


U.V.-filter ZN

1 (FOTO) filtro U.V.


U-vormig BN

1 in (forma de) U


uvulair, uvulaar BN

1 uvular
-- foneem = phonema uvular


uvulitis ZN

1 uvulitis


uw

1 (BEZ VNW) vostre
2 (BEZ VNW BIJV) vostre


uwent ZN

1
te(n) -- = in vostre casa/urbe


uwenthalve BW

1 (wat u betreft) quanto a vos
2 (van uw kant, uit uw naam) de vostre parte
3 (ten behoeve van u) pro vos, in favor de vos


uwentwil(le) BW

1 pro vos, in favor de vos


uwerzijds BW

1 de vostre parte


Uzbeek ZN

1 uzbek


Uzbekistan ZN EIGN

1 Uzbekistan


uzi ZN

1 uzi


Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Altere sitos de Wikia

Wiki aleatori