FANDOM


u

1 PERS VNW vos
2 WEDERK VNW vos


UAC

1 (Afk.: uniforme artikelcodering) codice de barras
2 (Afk.: universele auteursrechtenconventie) convention universal de derectos de autor


U.B.

1 (Afk.: universiteitsbibliotheek) Bibliotheca Universitari


überhaupt BW

1 absolutemente
2 in general


Übermensch ZN

1 superhomine


uberteit ZN

1 ubertate


ubiquitair BN

1 ubiquitari
mussen zijn -- in Nederland = le passeres es ubiquitari in Nederland
natrium is een -- element = natrium es un elemento ubiquitari


ubiquiteit ZN

1 ubiquitate


U-boot ZN

1 submarino, submersibile


U.D.C.

1 (Afk.: universele decimale classificatie) C.D.U. (= classification decimal universal)


udometer ZN

1 udometro, pluviometro


udometrie ZN

1 udometria


udometrisch BN

1 udometric


UFO

1 (Afk.: unidentified flying object) UFO, O.V.N.I. (= Objecto Volante Non Identificate)


ufologie ZN

1 ufologia


ufoloog ZN

1 ufologo, ufologista


ui ZN

1 (bolgewas) cepa, cibolla
rok van een -- = tunica de un cibolla
rist --en = corda de cibollas
--en poten = plantar cibollas
le --s germina = de uien schieten
van --en gaan mijn ogen tranen = le cibollas me face plorar
2 (grap) burla
--en tappen = contar burlas


uiachtig BN

1 alliacee


uienbed ZN

1 quadro/quadrato de cibollas


uienblad ZN

1 folio de cibolla


uienblad ZN

1 folio de cibolla


uienbrood ZN

1 pan al cibolla


uiengeur ZN

1 Zie: uienlucht


uienloof ZN

1 folios de cibolla


uienlucht ZN

1 odor de cibolla


uienplant ZN

1 cibolla


uiensaus ZN

1 sauce (F) al cibolla


uienschil ZN

1 tunica/pelle de un cibolla


uiensmaak ZN

1 gusto de cibolla
met -- = al gusto de cibolla


uiensoep ZN

1 suppa al/de cibollas
gegratineerde -- = suppa al/de cibollas gratinate


uiensorteermachine ZN

1 machina classificatori de cibollas


uientaart ZN

1 torta al cibolla


uienvlieg ZN

1 anthomyia antique


uienzaad ZN

1 semine de cibolla


uier ZN

1 ubere
zware -- = ubere pesante
volle -- = ubere plen


uierontsteking ZN

1 mastitis


uiig BN

1 comic


uil ZN

1 (vogel) strige, uluco
(strigidae) --en = strigides
2 (vlinder) papilion de nocte, noctuella
3 (sukkel) homine stupide/simple, imbecille, cretino


uilachtig BN

1 idiota, stupide, simple


uilenbal ZN

1 pelota de uluco


uilenbril ZN

1 grande berillos (in montatura) rotunde


uilenkop ZN

1 testa/capite de uluco


uilennest ZN

1 nido de uluco(s)


uilenspiegel ZN

1 buffon, clown (E)


uilenveer ZN

1 pluma de uluco


uilig BN

1 Zie: uilachtig


uilskuiken ZN

1 (jong van een uil) juvene uluco
2 (sukkel) Zie: uil-3


uiltje ZN

1 (kleine uil) parve uluco
2 (vlinder) papilion de nocte, noctuella
3
een -- vangen/knappen = facer un (parve) somno


uit VZ

1 de, ab, ex, per, foras de, foris de
-- het gebouw komen = sortir del edificio
-- school komen = sortir del schola
hij schenkt -- een fles = ille versa de un bottilia
iets -- het raam gooien = jectar un cosa per le fenestra
de treinen -- Frankrijk = le trainos que veni de Francia
vertaling -- Interlingua = traduction ab Interlingua
één -- duizend = un inter mille
een kilometer -- het strand = un kilometro del plagia
-- de stad = foras del urbe
-- eigen ervaring = per proprie experientia
-- liefde = per amor
-- medelijden = per compassion
-- dankbaarheid = per gratitude
-- principe = per principio
-- een pijp roken = fumar un pipa
-- het land trekken = emigrar


uit BN

1
de school is -- = le schola es terminate/finite
de kerk is -- = le servicio/officio es terminate
(TENNIS) de bal is -- = le balla es out (E)
dat moet nu eens -- zijn = isto debe finir
het is -- met de pret = le bon vita es finite
op iets -- zijn = visar un cosa


uit BW

1
hij loopt de kamer -- = ille sorti del camera
ik moet ook die kant -- = io va anque in iste direction
dag in dag -- = die/jorno post die/jorno, cata die/jorno, tote le dies/jornos
het zal mijn tijd wel -- duren = isto non cambiara durante mi vita
dat duurt nog de hele week -- = isto va durar tote le septimana
ik zou er graag eens -- willen zijn = io volerea ben esser disembarassate de tote iste cosas
er even helemaal -- zijn = esser lontano del problemas quotidian
ik ben er helemaal -- = (ik heb het opgelost) io ha solvite iste problema, (ik begrijp het helemaal) io lo comprende toto
ik kan er niet over -- = (ik kom steeds op hetzelfde terug) io reveni sempre/semper al mesme cosa/thema/subjecto, etc., (ik kan het niet geloven) io non pote creder lo
voor zich -- praten = parlar toto sol
voor zich -- zitten kijken = reguardar/mirar ante se/in le spatio
-- eten gaan = ir mangiar (in un restaurante)


uitademen WW

1 (adem uitblazen) expirar, exhalar
met kracht -- = expirar con fortia
2 (uitwasemen) (ook FIG) exhalar, respirar
rook -- = exhalar fumo
het bos ademde een sfeer van rust = le bosco respirava un atmosphera de pace/de tranquillitate


uitademing ZN

1 expiration, exhalation
inademing en -- = inspiration e expiration


uitademingsspieren ZN MV

1 musculos expiratori


uitbaatbaar BN

1 exploitabile {plwa}


uitbaggeren WW

1 excavar con draga, dragar
het -- = dragage


uitbaggering ZN

1 excavation con draga, dragage


uitbakenen WW

1 jalonar


uitbakening ZN

1 jalonamento


uitbakken WW

1 facer frir, facer friger


uitbal ZN

1 (SPORT) balla foras de joco, balla out (E)


uitbalanceren WW

1 balanciar, equilibrar
uitgebalanceerd dieet = dieta/regime (F) balanciate/equilibrate
een wiel -- = balanciar/equilibrar/centrar un rota


uitbannen WW

1 (verbannen) bannir, exilar, expeller, expulsar
2 (verdrijven) bannir, expeller, expulsar
de oorlog -- = bannir le guerra
hun twijfels -- = expeller/expulsar lor dubitas
de duivel -- = exorcisar/conjurar le demonio/diabolo


uitbanning ZN

1 bannimento, banno, expulsion, (van de duivel) exorcisation


uitbarsten WW

1 erumper, exploder, facer explosion, (van een vulkaan) facer eruption
in tranen -- = erumper in lacrimas
in lachen -- = erumper in riso/risada
in verwensingen -- = exploder/erumper in imprecationes
in woede -- = dar libere curso a su furor


uitbarsting ZN

1 explosion, eruption
-- van woede = explosion/transporto de ira/de cholera
onder-zeese -- = eruption submarin


uitbaten WW

1 (exploiteren) exploitar {plwa}
2 (uitbuiten) exploitar {plwa}


uitbater ZN

1 exploitator {plwa}, (manager) gerente


uitbazuinen WW

1 divulgar/proclamar/annunciar al sono del trompa, trompettar, critar super tote le tectos


uitbeelden WW

1 representar, figurar, interpretar, mimar, depinger, exprimer, describer in detalio
een personage -- = interpretar un personage
iets in gebarentaal -- = representar/exprimer un cosa per medio del linguage del gestos/per mimica/per gestos


uitbeeldend BN

1 figurative


uitbeelder ZN

1 interprete


uitbeelding ZN

1 (het uitbeelden) representation, figuration, evocation, depiction, expression
-- van een landelijk tafereel = figuration de un scena campestre
2 (voorstelling in beeld) representation (graphic), portrait (F)
3 (vertolking in een rol) interpretation


uitbeenmes ZN

1 cultello a/de/pro disossar


uitbeitelen WW

1 cisellar, gravar, (beeldhouwen) sculper
een opschrift in steen -- = cisellar/gravar un inscription in petra


uitbenen WW

1 (van vlees) disossar
een kalkoen -- = disossar un gallo de India
(FIG) (uitmelken) een persoon -- = pressar un persona como un citro
een onderwerp -- = tractar un thema de maniera exhaustive


uitbening ZN

1 (van vlees) disossamento
-- van een kalkoen = disossamento de un gallo de India


uitbesteden WW

1 (elders in de kost doen) mitter in pension, allogiar
de kinderen een week -- = confider le infantes a parentes/amicos, etc. durante un septimana, allogiar le infantes un septimana in le casa de altere personas
2 (aan een onderaannemer overdoen) confider a un subcontractor


uitbetalen WW

1 pagar, versar, disbursar, (bankwezen) discassar
een cheque -- = pagar/discassar un cheque (E)
een loon -- = pagar/versar un salario
iemand -- = pagar (un summa) a un persona
een bedrag in guldens -- = pagar un summa in florinos
per giro -- = pagar/transferer per giro, girar


uitbetaling ZN

1 paga, pagamento, disbursamento, (bankwezen) discassamento
opdracht tot -- = ordine de pagamento/de pagar


uitbetten WW

1 tamponar


uitbijten WW

1 (door een bijtende stof verwijderen) corroder, (met bleekmiddel) discolorar
2 (met de tanden wegnemen) morder (ab un cosa)
3 (door een bijtende werking aangetast worden) corroder se, (door bleekmiddel) discolorar se
uitgebeten plekken op het tafelblad = maculas de corrosion super le tabula


uitbijting ZN

1 corrosion


uitbikken WW

1 hachar {sj}, taliar


uitblazen WW

1 (door blazen naar buiten brengen) sufflar, (uitademen) expirar, exhalar
een ei -- = sufflar/vacuar un ovo
de laatste adem -- = exhalar/dar/render le ultime suspiro, expirar
2 (doven) sufflar, extinguer
een kaars -- = sufflar un candela
3 (op adem komen) respirar, reprender halito
laat u mij even -- = lassa me respirar


uitblijven WW

1 (wegblijven) non venir, non apparer, restar/remaner absente, facer se attender, (niet gebeuren) non occurrer, (ontbreken) mancar
lang -- = tardar
de voorspelde groei is uitgebleven = le crescimento previste non se ha producite
de gevolgen zijn niet uitgebleven = le consequentias non ha tardate a/in manifestar se/producer se
de koorts is uitgebleven = le febre non se ha manifestate
het antwoord bleef uit = on non ha respondite
protesten bleven uit = il non habeva protestos/protestationes
dit kan niet -- = isto debe occurrer, isto es inevitabile


uitblijver ZN

1 retardatario, noctambulo


uitblijving ZN

1 retardamento


uitblinken WW

1 exceller, brillar, distinguer se
bij een examen -- = exceller a/in un examine, passar brillantemente un examine
-- door behendigheid = exceller/brillar per agilitate


uitblinkend BN

1 eminente, preeminente, excellente, egregie


uitblinker ZN

1 persona brillante, asse, crack (E)


uitbloeden WW

1 perder tote su sanguine, sanguinar


uitbloeien WW

1 cessar de florar/florir, disflorar, disflorescer


uitblusbaar BN

1 extinguibile


uitblussen WW

1 extinguer, (van kalk) hydratar
het vuur -- = extinguer le foco
een uitgebluste blik in de ogen = un reguardo extincte
haar levenslust is uitgeblust = illa ha perdite le gusto de viver


uitblussing ZN

1 extinction, (van kalk) hydratation


uitboeken WW

1 rader (de un lista/de un registro, etc.)


uitboenen WW

1 fricar, nettar


uitboeten WW

1 expiar


uitboren WW

1 fresar, forar
iemand die uitboort = fresator, forator


uitborstelen WW

1 brossar
een mantel -- = brossar un mantello


uitbotten WW

1 gemmar
het -- = gemmation


uitbotting ZN

1 gemmation


uitbouw ZN

1 (aanbouwsel) construction saliente, parte adjuncte, aggrandimento, extension
2 (bijgebouw) edificio annexe
3 (FIG) disveloppamento


uitbouwen WW

1 (naar buiten bouwen) aggrandir, adder/adjunger un ala a (un edificio)
een uitgebouwde vleugel = un ala adjuncte
2 (verder ontwikkelen) disveloppar
een redenering -- = disveloppar un rationamento


uitbouwing ZN

1 Zie: uitbouw


uitbraak ZN

1 evasion, fuga, escappamento, escappata


uitbraakpoging ZN

1 tentativa de escappamento


uitbraaksel ZN

1 vomito


uitbraden WW

1 rostir completemente


uitbraken WW

1 vomer, vomitar, disgorgar, ructar
de vulkaan braakt lava uit = le vulcano vomita lava
verwensingen -- = vomer/proferer injurias/insultos
godslasteringen -- = vomitar blasphemias
zijn gal tegen iemand -- = discargar su bile contra un persona


uitbraking ZN

1 vomito


uitbranden WW

1 (opbranden) extinguer se
het vuur is uitgebrand = le foco se ha extinguite
(FIG) haar kaarsje is uitgebrand = illa ha pagate su tributo/debita al natura
2 (door vuur verwoest worden) esser consumite per le foco, esser reducite a cineres
3 (door vuur verwoesten) comburer, reducer in cineres
4 (MED) cauterisar
het -- = cauterisation
wratten -- = cauterisar verrucas


uitbrander ZN

1 reprimenda, reprehension, objurgation
een -- geven = dar un reprimenda, reprimendar


uitbranding ZN

1 (MED) cauterisation


uitbreiden WW

1 (vergroten) extender, expander, aggrandir, ampliar, amplificar, accrescer, multiplicar, disveloppar
de contacten -- = multiplicar le contactos
de stad breidt zich uit = le urbe/citate se extende
de brand breidde zich uit = le incendio se extendeva
een ziekenhuis -- = extender/aggrandir un hospital
een fabriek -- = ampliar un fabrica
zijn werkzaamheden -- = expander su activitates
zijn kennis -- = extender/accrescer/disveloppar/inricchir su cognoscentias/cognoscimentos
zijn woordenschat -- = ampliar/inricchir su vocabulario
de betrekkingen -- = extender/intensificar le relationes
een maatregel -- tot = extender le application de un mesura a
een administratieve maatregel -- tot alle categorieën = generalisar un mesura administrative
het aantal leden -- tot acht = augmentar/ampliar le numero de membros a octo
2 (uitstrekken) extender, displicar
de vleugels -- = displicar le alas


uitbreiding ZN

1 extension, expansion, aggrandimento, ampliation, amplification, accrescimento, augmentation
-- van een spoorlijn = extension de un ferrovia
-- van onze zaken = extension/expansion de nostre negotios
-- van een fabriek = ampliation de un fabrica
-- van een epidemie = extension/propagation de un epidemia
-- van de brand = propagation/progresso del incendio
-- van een bepaling in een contract = extension de un clausula de un contracto
-- van de betrekkingen = intensification del relationes
-- van een verzameling = inricchimento de un collection
-- van zijn kennis = extension/accrescimento/inricchamento de su cognoscentias/cognoscimentos
een welkome -- van mijn bibliotheek = un addition benvenite a mi bibliotheca


uitbreidingskosten ZN MV

1 costos de extension/de ampliation


uitbreidingsmogelijkheid ZN

1 possibilitate de extension/de ampliation


uitbreidingsplan ZN

1 plano de extension/disveloppamento, projecto de ampliation


uitbreken WW

1 (ontsnappen) evader, escappar, fugir
-- uit de gevangenis = evader/fugir del prision
er een uurtje -- = liberar se durante un hora
2 (plotseling zich vertonen) apparer, declarar se
er brak een epidemie uit = un epidemia se declarava
er brak brand uit = un incendio se declarava
3 (in alle hevigheid beginnen) erumper, discatenar
de oorlog is uitgebroken = le guerra ha erumpite
de oorlog kan elk ogenblik -- = le guerra es imminente
het -- van de oorlog = le discatenamento del guerra
in tranen -- = erumper in lacrimas
de crisis brak in 1929 uit = le crise/crisis ha supervenite in 1929
4 (lucht geven aan) erumper
in klachten -- = erumper in planctos
5 (door breken wegnemen) remover
een muur -- = demolir/abatter un muro
stenen -- = distachar {sj} petras de un muro


uitbreker ZN

1 prisionero evadite/escappate, fugitivo


uitbreking ZN

1 (ontsnapping) evasion, escappamento, escappata
2 (plotselinge vertoning) apparition


uitbrengen WW

1 (van zich doen uitgaan) emitter, exprimer, proferer, dicer
hij kon geen woord -- = ille non poteva proferer/dicer/pronunciar/producer/articular un parola/emitter un sono
2 (kenbaar maken) dar, emitter
een advies -- aan de minister = consiliar un ministro
zijn stem -- op een kandidaat = votar pro un candidato, dar su voto a un candidato
een verslag -- aan de vergadering = dar/presentar un reporto al reunion
3 (openbaren) revelar, facer public
een geheim -- = divulgar un secreto
een complot/samenzwering -- = revelar un complot/conspiration
4 (op de markt brengen) mitter in le commercio, lancear, (publiceren) publicar
nieuwe modellen -- = lancear nove modellos
boeken -- = publicar/lancear libros


uitbrieven WW

1 Zie: rondvertellen


uitbroeden WW

1 (eieren doen uitkomen) covar, incubar
eieren -- = covar/incubar ovos
2 (FIG) conciper, (PEJ) preparar, tramar, machinar, elucubrar, ordir
een plan -- = conciper/elucubrar un plano
een complot -- = tramar/ordir un complot/conspiration


uitbroeding ZN

1 incubation


uitbrullen WW

1 mugir, rugir, critar
het -- van de pijn = rugir de dolor


uitbuigen WW

1 (re)curvar verso foras


uitbuiten WW

1 exploitar {plwa}
het -- = exploitation
arbeiders -- = exploitar travaliatores/laboratores/obreros
een vergissing -- = exploitar in error


uitbuiter ZN

1 exploitator {plwa}, (woekeraar) usurero


uitbuiting ZN

1 exploitation {plwa}
-- van de mens door de mens = exploitation del homine per le homine


uitbulderen WW

1 (ten einde bulderen) cessar de mugir/rugir/critar/vociferar
2 (bulderend uiten) mugir, rugir, critar, vociferar


uitbundig BN

1 (bovenmatig) exuberante, phrenetic, enthusiasta, enthusiastic, (overdreven) excessive
-- applaus = applausos enthusiastic/phrenetic
2 (uitgelaten) exuberante, expansive
-- persoon = persona exuberante
-- temperament = temperamento exuberante


uitbundigheid ZN

1 exuberantia, enthusiasmo, (overdreven) exaltation


uitchecken WW

1 passar le controlo


uitcijferen WW

1 (uitrekenen) calcular, contar
2 (uitvlakken) excluder, ignorar, disdignar
3 (nauwkeurig onderzoeken) examinar scrupulosemente


uitclub ZN

1 equipa visitante


uitdagen WW

1 provocar, defiar
iemand tot een wedstrijd om de titel -- = defiar un persona pro un campionato
iemand tot een partij schaak -- = defiar un persona al chacos {sj}
iemand tot een duel -- = defiar/provocar un persona a un duello


uitdagend BN

1 defiante, provocante, provocative, provocatori
-- gebaar = gesto provocatori
--e houding = attitude defiante
--e blik = reguardo de defia
iemand -- aankijken = reguardar/mirar un persona provocativemente


uitdager ZN

1 provocator


uitdaging ZN

1 provocation, defia, defiantia
schriftelijke -- = cartel de defia
een -- aan de wetenschap = un defia al scientia
een -- aannemen = acceptar un defia


uitdagingsbrief ZN

1 cartel de defia


uitdampen WW

1 (doen uitdampen) evaporar, exhalar
het -- = evaporation, exhalation


uitdamping ZN

1 evaporation, exhalation


uitdelen WW

1 distribuer, dispensar, dar, repartir, (rijkelijk geven) dispender
opnieuw -- = redistribuer
folders -- = distribuer prospectos
snoep aan de kinderen -- = distribuer bonbones/cosas dulce al infantes, repartir bonbones/cosas dulce inter le infantes
rake klappen -- = dar colpos forte


uitdeler ZN

1 distributor, dispensator, repartitor


uitdelgen WW

1 (verdelgen) extirpar, exterminar, eradicar
2 (betalen) extinguer, amortisar, pagar, redimer
een schuld -- = extinguer un debita


uitdelging ZN

1 (verdelging) extirpation, extermination, eradication
2 (betaling) extinction, amortisation
-- van een schuld = extinction de un debita


uitdeling ZN

1 distribution, dispensation, repartition, apportionamento
-- houden = distribuer un cosa


uitdelven WW

1 disinterrar, excavar, extraher


uitdelving ZN

1 disinterramento, excavation, extraction


uitdenken WW

1 conciper, inventar, imaginar, idear, excogitar
een plan -- = conciper un plano/projecto


uitdenker ZN

1 inventor, excogitator


uitdenking ZN

1 invention


uitdeuken WW

1 lisiar, planar, applanar, explanar
het -- = lisiamento, applanamento
iemand die uitdeukt = lisiator, applanator


uitdienen WW

1 facer/complir su (tempore de) servicio
het zal mijn tijd wel -- = isto va durar mi tempore


uitdiepen WW

1 (ook FIG) render plus profunde, profundar, approfundar
een kanaal -- = approfundar un canal


uitdieping ZN

1 (ook FIG) approfundamento
-- van een kanaal = approfundamento de un canal


uitdijen WW

1 expander se, amplificar se, dilatar se, crescer
het heelal dijt uit = le universo se expande


uitdijing ZN

1 expansion, amplification, dilatation
de -- van het heelal = le expansion del universo


uitdoen WW

1 (uittrekken) levar, remover, retirar
zijn schoenen -- = discalcear se
zijn kleren -- = levar su vestimentos
2 (doven) extinguer, (uitschakelen) disconnecter, clauder
het licht -- = extinguer le lumine/luce
de radio -- = disconnecter/clauder le radio
de televisie - = disconnecter/clauder le television
3 (reinigen) mundar, nettar
4 (schrappen) rader
je kunt haar wel -- = tu pote rader la (de tu lista)


uitdokteren WW

1 inventar, decifrar


uitdoofbaar BN

1 extinguibile


uitdoppen WW

1 Zie: doppen


uitdossen WW

1 vestir
zich wonderlijk -- = vestir se bizarremente
zich belachelijk -- = vestir se de maniera ridicule


uitdossing ZN

1 vestimentos


uitdoven WW

1 (blussen) extinguer, (uitgaan) extinguer se
uitgedoofde vulkaan = vulcano extincte


uitdoving ZN

1 extinction


uitdraai ZN

1 (COMP) listage, output (E)


uitdraaien WW

1 (FIG) (ten einde draaien) terminar (in), finir (in)
op een mislukking -- = terminar/finir in un fiasco
op niets -- = conducer a nihil, non dar un resultato, esser sin resultato
2 (door draaien uithalen) disvitar
een schroef -- = laxar un vite
3 (de verbinding verbreken) extinguer, disconnecter
het licht -- = disconnecter le lumine/luce
het gas -- = extinguer/clauder le gas
4 (COMP) imprimer


uitdragen WW

1 (naar buiten dragen) portar foris/foras
een lijk/dode -- = portar un morto foris pro le interramento
2 (verbreiden) divulgar, diffunder, transmitter, propagar, disseminar, predicar
ideeën -- = diffunder ideas
het geloof -- = propagar/predicar le fide


uitdrager ZN

1 mercante/mercator de antiqualias/de cosas de secunde mano


uitdragerij ZN

1 boteca/commercio de antiqualias/de cosas de secunde mano


uitdrijven WW

1 (verjagen) expeller, expulsar, chassar {sj}
vee -- = chassar bestial al campos
boze geesten -- = exorcisar demones/demonios
door zweten -- = exsudar
2 (op de stroom verder drijven) lassar se flottar


uitdrijvend BN

1
-- middel = medicamento expulsive


uitdrijving ZN

1 expulsion, (mbt de duivel) exorcisation
2 (MED) expulsion


uitdrijvingsweeën ZN MV

1 dolores expulsive


uitdrinken WW

1 biber toto/completemente, vacuar
zijn glas -- = vacuar su vitro


uitdrogen WW

1 (droog worden) siccar se, exsiccar se, desiccar se, (MED) dishydratar se
de grond droogt uit = le terra/solo se desicca
de huid droogt uit = le pelle se dishydrata


uitdrogend BN

1 exsiccante, desiccante, exsiccative, desiccative
een -- middel = un desiccativo


uitdroging ZN

1 exsiccation, desiccation, (MED) dishydratation
mummificatie door -- = mumification per desiccation


uitdrogingsscheur ZN

1 fissura de desiccation


uitdruipen WW

1 deguttar


uitdrukkelijk BN

1 expresse, explicite, formal
--e goedkeuring = approbation/consentimento expresse
--e voorwaarde = condition explicite/expresse
-- bevel = ordine explicite/formal/expresse, injunction
tegen mijn -- verbod = contra mi prohibition/interdiction expresse
zich -- distantiëren van = distantiar se explicitemente/formalmente de
iets -- verbieden = interdicer/prohiber un cosa explicitemente
iets -- zeggen = dicer un cosa formalmente
hij heeft -- verklaard dat = ille ha explicitemente declarate que
zijn --e wens was = su desiro/desiderio expresse esseva
behalve wanneer -- is bepaald = salvo exception formal/explicite


uitdrukkelijkheid ZN

1 character explicite/expresse/formal


uitdrukken WW

1 (onder woorden brengen) exprimer
zijn gedachten duidelijk -- = exprimer/render clarmente su pensata/pensamento
zijn gevoelens -- = exprimer su sentimentos
zich in een onberispelijk Interlingua -- = exprimer se in un Interlingua impeccabile
zich correct -- = exprimer se correctemente
zich vaag -- = exprimer se in terminos vage
zich in gebarentaal -- = exprimer se per gestos
een onbeholpen manier van -- = un elocution disgratiose
dat is wat al te sterk uitgedrukt = isto es un exaggeration, isto es un pauco/un poco exaggerate
2 (uitknijpen) pressar, exprimer
een citroen -- = pressar/exprimer un citro
3 (doven) extinguer
4 (naar buiten drukken) pressar
de tandpasta -- = pressar le dentifricio foras del tubo/tubetto
5
in guldens uitgedrukt = calculate in florinos


uitdrukking ZN

1 (uiting) expression
-- geven aan = dar expression a, exprimer
vol -- = expressive, plen de expression
2 (sprekende gelaatstrek) expression
zijn gezicht bleef zonder -- = su facie remaneva inscrutabile/impassibile/sin expression
3 (gezegde) expression, locution, termino, phrase
gangbare/courante -- = expression currente/usual
vulgaire -- = expression vulgar, vulgarismo
figuurlijke -- = expression figurate
dialectische -- = expression dialectal, dialectismo
spreekwoordelijke -- = expression proverbial
gewestelijke -- = regionalismo
-- uit de volkstaal = expression popular
-- uit de omgangstaal = expression familiar
geijkte/staande -- = expression consecrate/fixe
alledaagse -- = colloquialismo
voegwoordelijke -- = locution conjunctive
bijwoordelijke -- = locution adverbial
werkwoordelijke -- = locution verbal
spreekwoordelijke -- = locution proverbial
nieuwe -- = locution neologic


uitdrukkingskracht ZN

1 fortia expressive/de expression, expressivitate


uitdrukkingsloos BN

1 sin expression, inexpressive, inscrutabile, impassibile
--e blik = reguardo inexpressive
-- gezicht = visage inexpressive


uitdrukkingsmiddel ZN

1 medio/forma/modo expressive/de expression


uitdrukkingsmogelijkheden ZN MV

1 possibilitates expressive/de expression


uitdrukkingsvaardigheid ZN

1 aptitude/habilitate a exprimer se, facilitate/claritate de expression


uitdrukkingsvermogen ZN

1 facultate/poter/potentia de expression, habilitate/aptitude a exprimer se, expressivitate


uitdrukkingsvol BN

1 plen de expression, expressive
--le blik = reguardo expressive/eloquente


uitdrukkingsvorm ZN

1 Zie: uitdrukkingsmiddel


uitdrukkingswaarde ZN

1 valor expressive


uitdrukkingswijze ZN

1 modo de expression, diction, maniera de dicer
onbeholpen -- = elocution disgratiose


uitdruppen BN

1 Zie: uitdruipen


uitduiden WW

1 indicar, explicar, monstrar, (omschrijven) describer
iemand de weg -- = indicar le cammino a un persona
iets met gebaren -- = explicar con/per gestos


uitduiding ZN

1 indication, explication, description


uitduwen WW

1 expeller, expulsar


uitdweilen WW

1 nettar


uiteen BN

1 separate, lontan/distante le un del altere


uiteenbarsten WW

1 exploder, erumper


uiteendoen WW

1 separar


uiteendrijven WW

1 dispersar, dissipar, disseminar
de menigte -- = dispersar/dissipar le multitude


uiteengaan WW

1 separar se, dispersar se
het echtpaar gaat uiteen = le conjuges se separa
hier gaan onze wegen uiteen = nostre camminos se separa hic


uiteenhalen WW

1 (demonteren) disassemblar, disarticular
het -- = disassemblage, disarticulation


uiteenhouden WW

1 tener separate, distinguer, non confunder


uiteenjagen WW

1 Zie: uiteendrijven


uiteenleggen WW

1 displicar


uiteenlopen WW

1 (niet in dezelfde richting lopen) diverger
2 (verschillen) differer, diverger, variar, esser differente
de meningen liepen zeer uiteen = il habeva un grande differentia de opinion, le opiniones differeva/divergeva/variava multo
de schattingen lopen uiteen van zes tot tien miljoen = le estimationes varia de sex usque a dece milliones


uiteenlopend BN

1 divergente, differente, varie, variate, diverse, dissimilante, dissimile, diverse, discrepante, dispare, heteroclite, discrepante, (sterk --) opposite
--e verklaringen = interpretationes divergente
sterk --e karakters = characteres opposite/multo divergente, grande disparitate de characteres
--e meningen = opiniones dispare/diverse, disparitate de/diversitate de opiniones
--e belangen = diversitate de interesses
--e berichten = novas varie/variate/contradictori
essays over --e onderwerpen = essayos miscellanee
harde wind uit --e richtingen = ventos forte variabile


uiteenneembaar BN

1 dismontabile


uiteennemen WW

1 dismontar, disassemblar, disunir, decomponer, disfacer


uiteenrafelen WW

1 (ook FIG) disintricar


uiteenrollen WW

1 disrolar


uiteenrukken WW

1 disrumper
het -- = disruption


uiteenscheuren WW

1 lacerar
het -- = laceration


uiteenspatten WW

1 exploder, disintegrar se, fragmentar se
de bom spatte uiteen in talloze deeltjes = le bomba ha explodite in particulas innumerabile


uiteenspringen WW

1 exploder, disintegrar se, fragmentar se


uiteenstuiven WW

1 dispersar se


uiteenvallen WW

1 cader in pecias/in partes/in gruppos, etc., disassociar se, dissociar se, disaggregar se, disgregar se, decomponer se, dismembrar se, fragmentar se, divider se, disintegrar se
het keizerrijk viel uiteen = le imperio se dismembrava
een gezin uiteen doen vallen = dismembrar un familia
de organisatie valt uiteen in drie groeperingen = le organisation se divide in tres gruppos
-- in twee delen = scinder se in duo
affixen vallen in drie soorten uiteen = le affixos cade in tres gruppos


uiteenvliegen WW

1 dispersar se


uiteenwerken WW

1 disjunger se


uiteenwijken WW

1 diverger
het -- = divergentia


uiteenzetten WW

1 (van elkaar verwijderd zetten) poner/mitter separatemente/a parte, separar
2 (verklaren) exponer, explicar, explanar, presentar, enarrar, (analyseren) analysar, (tot in details) detaliar
zijn mening -- = exponer su opinion
de principes -- = explicar le principios
een probleem -- = exponer/presentar un problema
een plan -- = exponer/presentar un projecto
ik zal u de zaak -- = io va exponer/explanar vos le factos
iets glashelder -- = explicar un cosa con claritate
iemand die iets uiteenzet = expositor


uiteenzettend BN

1 expositive, expositori


uiteenzetting ZN

1 exposition, explication, explanation, enarration
-- van de feiten = exposition del factos
een -- geven over iets = dar/facer un explication de un cosa, exponer un cosa, dissertar super un cosa


uiteinde ZN

1 (uiterste punt) extremitate, termino, (puntig) puncta
tot aan de --n van de wereld = usque al confinios/ultime terminos del terra
de beide --n van de brug = le duo extremitates del ponte
de twee --n van een as = le duo extremitates de un axe
2 (afloop) fin
iemand een goed -- wensen = desirar un bon fin del anno/un felice Anno Nove a un persona


uiteindelijk BN

1 (aan het einde) final, ultimate, (onomkeerbaar) definitive
--e beslissing = decision final
--e gebruiker = usator ultimate
--e oorzaak = causa ultimate
het --e resultaat was positief = le resultato final/ultimate esseva positive


uiteindelijk BW

1 finalmente, ultimatemente, al fin


uiten WW

1 exprimer, manifestar, emitter, enunciar, proferer, professar, pronunciar, exteriorisar, formular
zijn bewondering -- = manifestar su admiration
een mening -- = emitter/exprimer un opinion
een gedachte -- = exteriorisar un pensata
zijn dankbaarheid -- = exprimer su recognoscentia/gratitude
zijn gevoelens -- = exprimer/manifestar/exteriorisar su sentimentos
zijn vreugde -- = exprimer/manifestar/exteriorisar su gaudio/joia
zijn verontwaardiging -- = exprimer su indignation
godslasteringen -- = proferer blasphemias, blasphemar
bedreigingen -- = proferer menacias
klachten -- = formular planctos
wensen -- = formular desiros/desiderios
een woord -- = emitter un parola
geen woord kunnen -- = non poter articular un parola
binnensmonds verwensingen -- = grunnir insultos
hij kan zich moeilijk -- = ille ha difficultates pro exprimer se
zijn verdriet niet -- = tacer su affliction
zich in welgekozen bewoordingen -- = exprimer se in terminos ben seligite
de behoefte om zich te -- = le besonio de exprimer se
een ziekte uit zich in bepaalde symptomen = un maladia se monstra/se manifesta in certe symptomas


uit-en-te(r)-na BW

1 (telkens) mille vices, constantemente, cata vice de novo, con insistentia, usque a satietate
iets -- herhalen = repeter mille vices/un cosa usque a satietate
2 (grondig) a fundo, usque al plus fin detalio, detaliatemente


uitentreuren BW

1 perpetualmente, continuemente, incessantemente, sin interruption


uiteraard BW

1 naturalmente, obviemente, evidentemente, sin alicun dubita
hier kunnen we -- niet van leven = naturalmente il nos es impossibile viver de isto


uiterlijk BW

1 (naar buiten toe) exteriormente, apparentemente, in apparentia
-- scheen hij kalm = ille dava un apparentia de calma
2 (op zijn laatst) al plus tarde, non plus tarde que
-- de eerste november = le prime de novembre al plus tarde


uiterlijk ZN

1 (voorkomen) apparentia, exterior, aspecto, aere, (gezicht) facie, visage
hij heeft zijn -- niet mee = su aere es contra ille
mensen op hun -- beoordelen = judicar homines secundo lor exterior
het -- van een artikel = le aspecto/presentation de un articulo
2 (schijn) apparentia (exterior), semblante, semblantia
dat is alleen maar voor het -- = isto es unicamente pro le apparentia/pro le forma/pro salvar le apparentias


uiterlijk BN

1 (uitwendig) exterior, externe, visibile
de --e gedaante van iets = le aspecto exterior de un cosa
--e kentekenen = signos/characteristicas exterior
--e indruk/verschijning = apparentia
op de --e schijn afgaan = judicar secundo le apparentias
2 (van buiten komend) extrinsec


uiterlijkheid ZN

1 aspecto/apparentia exterior, exterioritate
-- van een gevoel = exterioritate de un sentimento
op grond van --en oordelen = judicar secundo apparentias exterior


uitermate BW

1 extrememente, excessivemente, extraordinarimente, summemente, in grado extreme
-- belangrijk = extrememente/summemente importante
hij is -- geschikt vor dat werk = ille es le persona le plus adaptate pro iste labor/travalio
dat verheugt mij -- = isto me place multo


uiterst BN

1 (het meest verwijderd) extreme
het --e puntje = le extreme puncta
--e grens = limite extreme, extremo
(van evenredigheid) --e term = extremo
2 (hoogst) ultime, supreme, summe
--e poging = ultime tentativa, tentativa supreme
--e krachtsinspanning = effortio supreme
--e voorzichtigheid betrachten = prender le plus grande precautiones
3 (laagst) ultime, final
dat is mijn --e prijs = isto es mi ultime precio/offerta, isto es mi offerta final
4 (laatst) ultime
op het -- ogenblik = al ultime momento
--e datum = data limite
--e verkoopdatum = data limite de vendita
--e wil = ultime voluntate, testamento


uiterst BW

1 (in de hoogste mate) extrememente, excessivemente, summemente
een -- klein verschil = un differentia infime
die bloem is -- zeldzaam = iste flor es extrememente rar/es rarissime
die gevallen zijn -- zeldzaam = iste casos es toto exceptional


uiterste ZN

1 (het hoogste in zijn soort, het meest uiteenliggende) extremo, opposito
de --n raken elkaar, de --n hebben steeds punten van aanraking = le extremos se tocca/se incontra
2 (mbt een rangorde/intensiteit) extremo, excesso, limite
het andere -- = le altere extreme, le extremo opposite
van het ene -- in het andere vervallen = cader/passar/ir de un extremo/excesso al altere
--n trekken elkaar aan = le extremos se attrahe
het -- wagen = ir al limite, tentar le impossibile
de prijs tot het --e verhogen = augmentar le precio al extremo/maximo
hij ligt op het -- = ille es agonisante/in su ultime momentos
tot het -- = usque al extremo/limite, à outrance (F), a ultrantia
tot het -- gebracht = desperate
iemand tot het --e brengen = exasperar un persona
3 (einde) extremitate


uiterwaard ZN

1 lecto alte (del fluvio)


uiteten WW

1 (leeg eten) finir, vacuar (un platto)
2 (arm maken) exploitar {plwa}
3 (ten einde eten) finir/terminar su repasto


uitfiltreren WW

1 filtrar
ruis -- = filtrar ruito


uitflappen WW

1 dicer sin reflecter
er alles maar -- = dicer tote lo que veni super le lingua, dicer tote lo que passa per su testa/capite


uitfloepen WW

1 (mbt licht) extinguer bruscamente


uitfluiten WW

1 (door fluiten afkeuren) sibilar, conspuer
een spreker -- = conspuer un orator


uitfoeteren WW

1 reprimendar, insultar, injuriar, apostrophar


uitfrezen WW

1 fresar


uitgaan WW

1 (naar buiten gaan) sortir, exir
de kamer -- = sortir del camera, quitar le camera
op inlichtingen -- = ir/partir pro haber informationes, colliger informationes
het ene oor in-, het andere -- = entrar in un aure e exir del altere
2 (van huis gaan) sortir
een avondje -- = passar un vespere/vespera (in le theatro/in le cinema, etc.)
het huis -- = sortir del casa, quitar le casa
3 (doven) extinguer se
het vuur gaat uit = le foco se extingue
4 (verlaten worden)
de school gaat uit = le schola es finite
de bioscoop gaat uit = le cinema se vacua
5 (als uitgangspunt nemen) partir (de), basar se super
van een veronderstelling -- = partir de un supposition/hypothese (-esis)
van een beginsel -- = partir de un principio
er van -- dat = partir del idea que
-- van de laatste opiniepeilingen = basar se super le/partir del ultime sondages de opinion
het denkbeeld is van de directeur uitgegaan = le idea ha partite del director
de maatregel is van u uitgegaan = vos ha prendite le initiativa del mesura
er gaat geen enkele dreiging van uit = isto non constitue nulle menacia
er gaat een goede invloed van hem uit = ille emana un influentia positive
6 (verspreid worden) manar, emanar
deze verklaring gaat uit van het ministerie = iste declaration emana del ministerio
er gaat een geweldige invloed van haar uit = illa emana/exerce un influentia enorme
er gaat niets van hem uit = ille non face proba/prova de nulle initiativa
een brief met richtlijnen doen -- = facer circular un littera continente instructiones
7 (georganiseerd worden) esser organisate
deze concerten gaan uit van een vereniging = iste concertos es organisate per un societate
het onderwijs gaat hier in dit land van de Kerk uit = le inseniamento es in iste pais in le manos del Ecclesia
8 (ten einde gaan) ir al fin
9 (verwijderd worden) ir via, remover se
met dit wasmiddel gaan de vlekken er uit = con iste detersivo le maculas va via
10 (eindigen) terminar (se)
vele infinitieven in Interlingua gaan uit op -AR = multe infinitivos in Interlingua (se) termina in -AR
11
vrij -- = esser sin culpa, esser innocente
dat gaat boven de partijpolitiek uit = isto transcende le politica del partito
onze gelukwensen gaan uit naar je broer = nostre felicitationes es pro tu fratre, transmitte nostre felicitationes a tu fratre


uitgaand BN

1 que sorti, sortiente
--e brieven = litteras que sorti
--e goederen = mercantias exportate/de exportation
--e lading = carga sortiente
--e rechten = derectos de exportation
2
het --e publiek = le publico que va al theatro/que frequente le theatros


uitgaander ZN

1 persona qui sorti multo/qui ama sortir


uitgaansavond ZN

1 vespere/vespera que on sorti habitualmente/in lequal on sole sortir


uitgaanscentrum ZN

1 quartiero del restaurantes/cinemas/theatros, etc., centro de intertenimento, centro de activitates recreative


uitgaansdag ZN

1 die/jorno que on sorti


uitgaansgelegenheid ZN

1 cinemas, theatros, restaurantes, etc., loco de intertenimento


uitgaanskleding ZN

1 vestimentos elegante


uitgaansleven ZN

1 vita nocturne


uitgaansverbod ZN

1 prohibition/interdiction de sortir
een -- uitvaardigen = imponer/decretar un prohibition/interdiction de sortir


uitgalmen WW

1 facer resonar, (zingen) cantar a plen voce


uitgang ZN

1 (opening, uitweg) exito, egresso, porta
zich naar de -- begeven = diriger se/ir al exito
kunstmatige -- = ano artificial
2 (TECHN) (van versterker) output (E)
3 (TAAL) termination, desinentia, accidente
-- van het meervoud = termination del plural
-- van de genitief = desinentia del genitivo
grammaticale -- = termination/accidente grammatical
vrouwelijke -- = termination feminin
de --en van het werkwoord = le desinentias verbal


uitgangsimpedantie ZN

1 impedantia de output (E)


uitgangspositie ZN

1 Zie: uitgangspunt


uitgangspunt ZN

1 puncto/position initial/de partita, base
-- van een redenering = base de un rationamento
als -- nemen = partir de
op zijn -- terugkeren = retornar a su puncto de partita


uitgangsstelling ZN

1 (oorpronkelijke positie) position initial/de partita
2 (grondstelling) principio, presupposition


uitgangsvermogen ZN

1 (AUDIO) potentia output (E)


uitgave ZN

1 (het laten drukken van boeken) edition, publication, impression, tirage, tirada
2 (druk) edition
volledige -- = edition integral
eerste -- = edition original
-- voor schoolgebruik = edition (pro usage) scholar
kritische -- = edition critic
gekuiste -- = edition purgate
eenmalige -- = edition unic
clandestiene -- = edition furtive
definitieve -- = edition ne varietur (L)
goedkope -- = edition popular
nieuwe -- = reedition
tweetalige -- = edition bilingue
herziene -- = edition revisate/revidite/emendate
een -- bezorgen van = editar, eder
bezorger van een -- = editor
3 (het uitgeven van geld) dispensa
4 (uitgegeven geld) expensa, dispensa, costo(s)
overtollige --n = expensas superflue
collectieve --n = expensas collective/pro le collectivitate
buitensporige --n = expensas immoderate/extravagante/exorbitante
onvoorziene -- = expensas impreviste
--n in de privésfeer = costos personal
de --n dekken = coperir le expensas
de --n beperken/besnoeien = reducer/restringer le expensas
beperking/besnoeiing van de -- = reduction/restriction del expensas


uitgavenpatroon ZN

1 patrono de expensas


uitgebalanceerd BN

1 equilibrate
-- dieet = dieta equilibrate


uitgeblust BN

1 extincte
een --e indruk maken = facer un impression extincte
er -- uitzien = parer exhauste/extenuate


uitgebreid BN

1 (uitgestrekt) extendite, extense, extensive, ample, vaste
--e bezittingen = vaste proprietates
-- wegennet = systema extensive de camminos
2 (veelomvattend) extendite, extense, extensive, vaste, ample, comprehensive
een --e kennis van iets hebben = haber cognoscentias/cognoscimentos extendite/extensive/comprehensive de un cosa
--e woordenschat = vocabulario extendite/ric
3 (uitvoerig) extensive, detaliate, prolixe, ample
--e stijl = stilo prolixe
-- dineren = dinar copiosemente/sumptuosemente
iets -- behandelen = tractar un cosa in le detalio
het onderwerp kwam -- aan de orde = on ha tractate le thema extensemente
een machine -- testen = testar un machina extensivemente
hij vertelde me er -- over = ille me parlava amplemente de illo


uitgebreidheid ZN

1 (grootte) extension, dimension
2 (oppervlakte) extension, superficie
3 (grote omvang) extension, spatiositate, amplitude, immensitate, vastitate
4 (uitvoerigheid) extension, (te grote --) prolixitate


uitgediend BN

1 perimite, consumite


uitgedoofd BN

1 extincte
--e vulkaan = vulcano extincte


uitgedroogd BN

1 sic
2 (dorstig) assetate


uitgehongerd BN

1 affamate, famelic
de --e bevolking = le population affamate
--e bedelaar = mendico/mendicante famelic
--e kat = catto famelic


uitgekeken BN

1
-- op iets zijn = haber perdite le interessse pro un cosa


uitgekiend BN

1 calculate, astutiose, ingeniose
-- plan = projecto/plano astutiose/ben calculate


uitgekookt BN

1 astute, astutiose, maligne
--e tante = femina/dama astute/astutiose


uitgelaten BN

1 multo joiose/gaudiose/gai, euphoric, exuberante, delirante, hilare, (woelig) turbulente
-- vreugde = joia/gaudio exuberante
-- zijn = exuberar, delirar


uitgelatenheid ZN

1 grande joia/gaudio/gaitate, exuberantia, hilaritate, (woeligheid) turbulentia
de -- van de kinderen = le turbulentia del infantes


uitgeleefd BN

1 multo vetule/vetere, decrepite


uitgeleide ZN

1
iemand -- doen = accompaniar un persona (usque) al porta


uitgelezen BN

1 exquisite, selecte, raffinate
-- wijn = vino exquisite/selecte/superior
-- gerechten = plattos exquisite/raffinate
-- gedichtenverzameling = collection exquisite de poemas
-- troepen = truppas de élite (F)
-- gezelschap = societate selecte, gruppo selecte de personas


uitgelezenheid ZN

1 exquisitate, exquisitessa


uitgeluld BN

1
-- zijn = non haber altere cosas a dicer


uitgemaakt BN

1 decidite, irrevocabile
dit is een --e zaak = isto es un cosa decidite, isto es irrevocabile


uitgemergeld BN

1 exhauste, emaciate, discarnate, skeletic


uitgenomen VW

1 salvo que, excepte que, exceptate que


uitgenomen VZ

1 salvo, excepte, exceptate, al exception de


uitgepaaid BN

1 que ha fregate


uitgeput ZN

1 (doodop) multo fatigate, exhauste, extenuate
totaal -- = in un stato de exhaustion complete
-- raken = exhaurir se
2 (leeg) exhauste, vacuate
3 (op) exhauste


uitgerafeld BN

1 exfrangiate, exfilate


uitgerekend BW

1 precisemente, justemente


uitgerekend BN

1 egoista, interessate, calculator
een --e tante = un dama egoista/calculator


uitgerust BN

1 (fysiek) reposate
een -- voorkomen = un aspecto reposate
2 (voorzien van) munite (de), dotate (de)


uitgeschulpt BN

1 undulate


uitgeslagen BN

1 mucide, mucite, coperte de mucor


uitgeslapen BN

1 (pienter) argute, intelligente
2 (sluw) astute
3 (uitgerust) ben reposate


uitgesloten BN

1 (onmogelijk) excludite, impossibile
dat is -- = isto es impossibile
2 (buiten een kring geplaatst) excludite, expellite
(JUR) -- aansprakelijkheid = responsabilitate excludite


uitgesproken BN

1 marcate, pronunciate, explicite, (duidelijk) manifeste, clar
-- afkeer = aversion pronunciate
--e gelaatstrekken = tractos de visage pronunciate
-- mening = opinion manifeste
met een -- voorkeur voor Interlingua = con un preferentia marcate pro Interlingua
politicus met -- rechtse signatuur = politico de clar tendentias de dext(e)ra


uitgestorven BN

1 (zonder leven) deserte, morte, non habitate, abandonate
de straat was -- = le strata esseva deserte
2 (niet meer bestaand) extincte
een -- diersoort = un specie animal extincte


uitgestreken WW

1 impassibile
met een -- gezicht = con un facie impassibile


uitgestrekt BN

1 vaste, late, extense, extendite, extensive, spatiose, ample
plana -- = uitgestrekte vlakte
2 (voorover liggend) pron


uitgestrektheid ZN

1 Zie: uitgebreidheid-1-2-3


uitgestudeerd BN

1
zij is nog niet -- = illa non jam ha finite su studios
daar raak je nooit op -- = il ha sempre/semper nove cosas a apprender in illo
-- in = esser maestro in


uitgeteerd BN

1 emaciate, discarnate, cachectic {sj}
-- gezicht = visage emaciate


uitgeteld BN

1 (uitgeput) exhauste, extenuate
2 (mbt bokssport) knock-out (E), K.O.


uitgeven WW

1 (besteden) expender, dispensar, disbursar
geld -- = expender/dispensar moneta
2 (in omloop brengen) emitter
aandelen -- = emitter actiones
een communiqué -- = emitter/facer un communicato
3 (in druk laten verschijnen) editar, eder, publicar
een krant -- = publicar un jornal
4 (voor publicatie geschikt maken) editar
een middeleeuwse tekst -- = editar un texto medieval
5 (laten doorgaan voor) facer passar (pro)
zich voor iemand anders -- = facer se passar pro un altere persona
6 (verstrekken) dar, (uitlenen) prestar
orders -- = dar ordines
kaarten -- = distribuer cartas


uitgever ZN

1 (boekproducent) editor
2 (uitgeverij) editor, casa editorial/de edition
3 (tekstverzorger) editor
4 (verkwister) dilapidator, dissipator, guastator


uitgeverij ZN

1 (het uitgeven van boeken) edition
2 (uitgeverszaak) editor, casa editorial/de edition


uitgeverijbedrijf ZN

1 Zie: uitgeversbedrijf


uitgeversbedrijf ZN

1 editor, casa editorial/de edition


uitgeverscombinatie ZN

1 combination de editores


uitgeversfirma ZN

1 editor, casa editorial/de edition


uitgeversfonds ZN

1 fundo editorial


uitgeversmaatschappij ZN

1 compania/societate editorial/de edition/de publicationes


uitgeversrestanten ZN MV

1 libros de occasion


uitgeverssucces ZN

1 successo editorial/de edition


uitgeverszaak ZN

1 editor, casa editorial/de edition


uitgevloerd BN

1 knock-out (E), K.O.


uitgevoerd BN

1 realisate
niet -- = irrealisate


uitgewekene ZN

1 emigrato, emigrante, (vluchteling) refugiato, (banneling) exiliato


uitgewerkt BN

1 (geheel bewerkt) elaborate
een volledig -- plan = un plano completemente elaborate
2 (niet meer werkend) non plus habente effecto
de verdoving is -- = le anesthesia ha exhaurite su effecto
een --e vulkaan = un vulcano extincte


uitgewezene ZN

1 expulsato


uitgewoond BN

1 inhabitabile


uitgezakt BN

1 (futloos) collabite
2 (vormloos) deformate, deforme
een -- lichaam = un corpore deforme
3 (MED) prolabite


uitgezocht BN

1 selecte, exquisite, excellente, superior, perfecte
--e gelegenheid = occasion/opportunitate excellente/unic
het is een -- weertje = il face un tempore superbe


uitgezonderd VZ

1 salvo, extra, preter, excepte, exceptate, a/con exception de
iedereen was gekomen, -- hij = totes habeva venite, excepte ille


uitgieren WW

1 critar
zij gierden hun blijdschap uit = illes manifestava ruitosemente lor joia/gaudio


uitgieten WW

1 effunder, versar, (leeggieten) vacuar


uitgifte ZN

1 (verstrekking van goederen) distribution
2 (het in omloop brengen) emission
-- van aandelen = emission de actiones
-- van obligaties = emission de obligationes
-- van een lening = emission de un impresto
koers van -- = curso/precio de emission
3 (het in druk bekend maken) publicar


uitgiftekoers ZN

1 curso/precio de emission


uitgillen WW

1 critar, dar critos
zij gilde haar boosheid uit = illa critava su cholera/ira/furor
zij gilde het uit van de pijn = illa critava de dolor


uitglijden WW

1 (van zijn plaats glijden) glissar
de ladder gleed uit = le scala ha glissate
2 (glijdend vallen) glissar, (ook FIG) facer un passo false
ik gleed uit door de modder = io ha glissate in le fango
ik gleed uit over een bananeschil = io ha glissate super un pelle de banana


uitglijder ZN

1 error, (flater) gaffe


uitgloeien WW

1 calcinar, (van metalen) distemperar


uitgloeiing ZN

1 calcination


uitgommen

1 rader con le gumma, gummar


uitgooien WW

1 (uitwerpen) jectar, jectar foras
een anker -- = jectar un ancora
het raam -- = jectar per le fenestra
iemand er uit gooien = jectar un persona in le strata
2 (nonchalant uitdoen) disembarassar se (de)
zijn kleren -- = remover su vestimentos in haste
3 (al gooiend legen) vacuar
4 (SPORT) remitter in joco


uitgraven WW

1 cavar, excavar, disinterrar, exhumar, foder
een sloot -- = excavar un fossato
een lijk -- = disinterrar/exhumar un corpore morte
schatten -- = disinterrar/exhumar tresores


uitgraving ZN

1 excavation, disinterramento, exhumation


uitgroeien WW

1 (ontwikkelen) crecer usque a, disveloppar se, evolver se, expander se
die boom is flink uitgegroeid = iste arbore se ha disveloppate forte
tot een onbeheersbaar probleem -- = evolver se usque a un problema insolubile
2 (groeiende boven iets komen) emerger se super
boven anderen -- = emerger se super alteres


uitgroeisel ZN

1 excrescentia, protuberantia, prominentia


uitgroeven WW

1 cannellar


uitgummen WW

1 Zie: uitgommen


uithaal ZN

1 (het uitstrekken van arm of been) colpo (forte)
2 (het aanhouden van een toon) tono longe
3 (praal, ophef) pompa, apparato, ostentation, fasto
4 (SPORT) (ver/hard schot) tiro longe
5 (venijnige opmerking) remarca/observation con veneno, invectiva


uithakken WW

1 (uithollen) (ex)cavar (con le hacha {sj})
2 (door hakken vormen) taliar, sculper
een reliëf in een gevel -- = facer un relievo in un faciada
een beeld -- = sculper un sculptura


uithalen WW

1 (uitnemen) remover
een schakel uit een ketting halen = distachar {sj} un anello de un catena
een lade -- = tirar un tiratorio
eieren -- = disannidar ovos
draden -- = disfilar
breiwerk -- = dismaliar tricots (F)
een tand -- = extraher un dente
2 (leeghalen) vacuar
een lade -- = vacuar un tiratorio
een vogelnest -- = vacuar un nido, prender le ovos de un nido, disannidar le ovos
3 (uitvoeren) facer, committer
een stomme streek -- = facer un imbecillitate
4 (baten) esser utile
dat haalt niets uit = isto servira a nihil, isto non habera resultato(s)
5 (besparen) sparniar, economisar
6 (een arm/been uitstrekken) extender, extirar, (slaan) colpar, dar colpos/un colpo
de kat haalde naar hem uit = le catto le ha date un colpo de pata
7 (kritiek leveren) fulminar (contra)
fel -- naar iemand = inveher contra un persona, lancear un invectiva contra un persona
8 (zich flink inspannen) effortiar se multo


uitham ZN

1 lingua de terra


uithameren WW

1 martellar


uithangbord ZN

1 insignia


uithangen WW

1 (naar buiten hangen) mitter/poner foras
wij hangen de vlag uit = nos pone foras le bandiera
2 (in zijn volle lengte ophangen) pender
de gordijnen -- voordat je ze omzoomt = pender le cortinas ante que tu los orla
3 (zich bevinden) esser
waar hangt je broer uit? = ubi es tu fratre?
4 (zich voordoen) jocar, facer
de pias -- = jocar le buffon, buffonar, facer le paleasso/le clown (E)
de held -- = facer le heroe
de grote heer -- = dar se aeres de grande senior


uithangteken ZN

1 Zie: uithangbord


uitharden WW

1 siccar se ben, indurar se


uithebben WW

1 haber finite
ik heb het boek uit = io ha finite le libro


uitheems BN

1 estranier, exotic
--e planten = plantas exotic
--e dieren = animales exotic
--e zeden = mores estranier
--e gewoonten = habitudes estranier
-- gekleed gaan = esser vestite exoticamente/de maniera exotic, portar vestimentos exotic


uitheemsheid ZN

1 exotismo


uithoek ZN

1 angulo remote, loco isolate
uit alle --en van het land = de tote le confinios del pais


uithoesten WW

1 expectorar, sputar, spuer


uithof ZN

1 dependentia


uithollen WW

1 (hol maken) render cave, cavar, excavar, vacuar, foder
een boomstam -- = vacuar un trunco
2 (FIG) eroder, minar, sappar
de democratie -- = sappar/minar le democratia
iemands macht -- = sappar/minar le poter de un persona
3
het huis -- = sortir currente del casa


uitholling ZN

1 (handeling) excavation, (FIG) erosion
de -- van de democratie = le erosion/debilitation del democratia
2 (resultaat) excavation, (holle ruimte) cavo, cavitate
de natuurlijke --en in de bodem = le cavitates/depressiones natural del solo
-- overdwars = cammino irregular


uithongeren WW

1 affamar, facer patir fame, facer morir de fame
een belegerde stad -- = affamar un citate assediate


uithongering ZN

1 fame


uithoren WW

1 (uitvragen) interrogar, questionar
2 (ten einde horen) ascoltar usque al fin
een radioprogramma -- = ascoltar un programma de radio usque al fin


uithoring ZN

1 interrogation


uithouden WW

1 (verdragen) supportar, indurar, tolerar
uit te houden = supportabile, indurabile
de hitte was niet uit te houden = le calor esseva insupportabile/non esseva indurabile
2 (volhouden)
het ergens lang -- = restar/remaner in alicun loco durante un longe tempore
3 (uitgespreid houden) tener extendite


uithoudingsvermogen ZN

1 perseverantia, perseveration, resistentia


uithouwen WW

1 (uithollen) (ex)cavar (con le hacha {sj})
2 (door hakken vormen) taliar, sculper
in marmer -- = sculper in marmore
traptreden -- = taliar scalones
een weg door een bos -- = taliar un cammino a transverso un bosco


uithozen WW

1 vacuar le aqua, haurir


uithuilen WW

1 (huilen tot het over is) plorar usque al satietate
uitgehuild zijn = haber finite de plorar
2 (huilend uiten) exprimer plorante/per lacrimas
zij huilde haar droefheid uit = illa exprimeva su tristessa per lacrimas


uithuizig BN

1 absente, sempre/semper foras de casa


uithuizigheid ZN

1 habitude/costume de sortir multo, absentias frequente


uithuwelijken WW

1 maritar, dar in maritage
weer -- = remaritar


uiting ZN

1 (het uiten) expression, manifestation
de vrije -- van de gedachten = le libere expression del pensata/pensamento
-- geven aan zijn tevredenheid = dar expression a/exprimer su satisfaction
zijn dankbaarheid -- = exprimer su recognoscentia
tot -- komen = exprimer se, manifestar se
2 (wat men uit) expression, manifestation, demonstration, exteriorisation
--en van vreugde = manifestationes de joia/gaudio
-- van genegenheid = signo de affection
een verbaasde -- op zijn gezicht = un expression de surprisa in su facie
honger is de -- van een behoefte = le fame es le expression de un besonio


uitingsmogelijkheid ZN

1 medio de expression


uitingsvorm ZN

1 forma de manifestation, modo de exteriorisation


uitjagen WW

1 expeller, expulsar, chassar {sj}


uitjanken WW

1 Zie: uithuilen


uitje ZN

1 (kleine ui) cepula, parve cibolla
2 (uitstapje) excursion


uitjoelen WW

1 Zie: uitjouwen


uitjouwen WW

1 conspuer, invectivar, insultar
een spreker -- = conspuer un orator


uitjubelen WW

1
het -- = jubilar


uitkafferen WW

1 injuriar, insultar, invectivar, rebuffar, critar contra, apostrophar (rudemente/grossiermente)


uitkakken WW

1 cacar


uitkammen WW

1 (doorzoeken) pectinar, cercar minutiosemente, passar al setasso
een streek -- = pectinar un region
2 (kammend zuiveren) pectinar, (wol) cardar
3 (met een kam uit iets wegnemen) remover con un pectine


uitkappen WW

1 (door kappen vormen of aanbrengen) taliar, sculper


uitkauwen WW

1 masticar ben
een uitgekauwd verhaal = un historia repetite usque a satietate


uitkauwsel ZN

1 morsello masticate


uitkavelen WW

1 parcellar


uitkaveling ZN

1 parcellation


uitkepen WW

1 intaliar


uitkeren WW

1 pagar, versar
maandelijks wordt een vast bedrag uitgekeerd = un amonta fixe es pagate/versate tote le menses
rente -- = pagar interesse
dividend -- = pagar/distribuer un dividendo
de hoofdprijs wordt belastingvrij uitgekeerd = le prime premio/precio es pagate libere/exempte de taxa


uitkering ZN

1 (het uitkeren) pagamento, versamento, prestation, allocation
-- van dividend = distribution de dividendo
2 (uitgekeerd bedrag) pagamento, versamento, prestation, allocation, subvention (social), subsidio (social), (pensioen) pension, (schadeloosstelling) indemnitate
eenmalige -- = pagamento/prestation/subvention unic
maandelijkse -- = pagamento/versamento/allocation/subsidio mensual
periodieke -- = prestation periodic
vrijwilligerswerk met behoud van -- = travalio/labor benevole con mantenimento de allocation
van een -- leven = viver del adjuta statal


uitkeringsfonds ZN

1 fundo/cassa de allocationes/de prestationes/de subsidios social


uitkeringsgerechtigd BN

1 habente derecto a/de un allocation/un prestation/un subsidio social


uitkeringsgerechtigde ZN

1 persona qui ha derecto a un allocation/un prestation/un subsidio social


uitkeringstrekker ZN

1 persona qui ha un allocation/un prestation/un subsidio social, beneficiario de un allocation/un prestation/un subsidio social


uitkermen WW

1 pulsar gemimentos de dolor, gemer, critar


uitkerven WW

1 intaliar


uitkerving ZN

1 intalio


uitketteren WW

1 injuriar, insultar


uitkiemen WW

1 germinar
het -- = germination


uitkienen WW

1 calcular, excogitar, elucubrar


uitkiezen WW

1 eliger, seliger, selectionar
iets met zorg -- = seliger un cosa con cura


uitkijk ZN

1 (het uitkijken) surveliantia, vigilia
op de -- staan = vigilar, observar
2 (uitzicht) vista
men heeft hier niet veel -- = le vista non es extendite hic
3 (plaats waar men uitkijkt) posto de observation/de vigilia
4 (persoon) homine de vigilia, surveliator


uitkijken WW

1 (oppassen) facer attention, esser attente/attentive
goed -- hoor! = face ben attention!, sia attente/attentive!
2 (uitzicht hebben) haber vista (super), dar (super)
wij kijken uit op een druk plein = nos ha vista super un placia animate
deze kamer kijkt uit op de zee = iste camera da super le mar
3
naar een andere baan -- = esser al recerca de/in cerca de un altere empleo
4
naar iemand -- = attender un persona con impatientia
5
zijn ogen -- = aperir dismesuratemente su oculos
6
ik ben daar gauw op uitgekeken = io es rapidemente fatigate de illo


uitkijker ZN

1 Zie: uitkijk-4


uitkijkpost ZN

1 posto de observation/de vigilia, belvedere, mirador


uitkijktoren ZN

1 turre panoramic/de observation/de vigilia, belvedere, mirador


uitklapbaar BN

1 plicante, plicabile
-- bed = lecto plicabile
(in bioscoop, e.d.) -- stoeltje = strapuntin


uitklappen WW

1 (naar buiten opengaan) aperir se
2 (naar buiten opendoen) aperir


uitklaren WW

1 disdoanar
goederen -- = disdoanar mercantias


uitklaring ZN

1 (handeling) disdoanamento
2 (akte) certificato de disdoanamento


uitklaringsbiljet ZN

1 certificato de disdoanamento


uitklauteren WW

1 quitar scalante


uitkleden WW

1 (van kleren ontdoen) disvestir
(FIG) een bouwplan -- = simplificar un plano de construction
(FIG) een voorstel -- = remover le essential de un proposition
2 (afzetten) dupar, fraudar, defraudar, lassar sin camisa


uitkloppen WW

1 batter, succuter (le pulvere de)
een kleed -- = batter/succuter un tapis (F)/un tapete/un carpetta
een pijp -- = vacuar un pipa
2
een spijker -- = remover un clavo per le martello
3
deuken -- = applanar


uitknijpen WW

1 (uitpersen) pressar, premer, exprimer
een citroen -- = pressar/exprimer un citro
een puistje -- = premer un button
2 (doven) pinciar, extinguer
een kaars -- = pinciar un candela
3
er -- = discampar, escappar


uitknippen WW

1 (met een schaar wegnemen) trenchar {sj}
2 (knippend vormen) taliar
een kledingstuk -- = taliar un vestimento
3 (mbt een schakelaar) extinguer
het licht -- = extinguer le lumine/luce


uitknipsel ZN

1 retalio de jornal/de pressa


uitknobbelen WW

1 Zie: uitkienen


uitkoken WW

1 (door koken ontdoen van bestanddelen) extraher per cocer/coction
2 facer bullir, (door koken reinigen OOK) sterilisar
instrumenten -- = sterilisar/facer bullir instrumentos
het uitgekookte vet = le grassia bullite


uitkomen WW

1 (terechtkomen, arriveren) arrivar, attinger
wij komen uit op de binnenplaats = nos attinge le corte interne
ik kom er wel uit = il non es necessari de accompaniar me usque al porta
(FIG) na optelling van die cijfers kom ik uit op = le addition del cifras me da
2 (toegang geven tot) ducer (a), dar (super), disbuccar
de gang komt uit op de slaapkamer = le corridor da super le camera de lecto
die deur komt uit op de straat = iste porta da super le strata
dat pad komt uit op de hoofdweg = iste sentiero duce al cammino principal
3 (uitspruiten) producer plantones, germinar
de bloemen komen uit = le flores se aperi
4 (uit het ei komen) exir/sortir del ovo
de eieren komen uit = le ovos sorti/se aperi
5 (bekend worden) revelar se, divulgar se
het geheim is uitgekomen = le secreto se ha revelate
6 (bekennen) recognoscer, admitter
ruiterlijk voor iets -- = recognoscer/admitter francamente un cosa
7 (kloppen) esser exacte/correcte
de voorspelling kwam uit = le prediction esseva correcte
het kwam precies uit zoals voorspeld was = illo ha finite exactemente como on lo habeva previdite
8 (SPORT) (deelnemen) participar, (tegen) jocar (contra), (gekozen zijn) esser selectionate (pro), jocar (in)
in een wedstrijd -- = participar a/in un match (E), jocar in un match (E)
Ajax komt uit met drie buitenlandse spelers = Ajax joca con tres jocatores estranier, il ha tres jocatores estranier in le equipa/team (E) de Ajax
wedstrijd waarin twee teams tegen elkaar -- = match (E) que oppone duo equipas/teams (E)
-- voor het nationale elftal = jocar in le equipa/team (E) national
in de hoogste divisie -- = jocar in le prime division
9 (verschijnen) exir, sortir, parer, apparer
hij komt het huis uit = ille sorti del casa
een nieuw tijdschrift laten -- = publicar un nove revista
10 (tot slot/tot resultaat hebben) realisar se
dat komt goed uit = isto ha un bon resultato
11 (rondkomen) poter viver con, sufficer, haber bastante
met mijn salaris kom ik uit = mi salario suffice pro viver
12 (waarneembaar zijn) distachar {sj} se
tegen de lichte achtergrond komen de kleuren goed uit = super le fundo clar le colores se distacha ben


uitkomst ZN

1 (einde) resultato
de -- van de onderhandelingen = le resultato del negotiationes
de --en van een wetenschappelijk onderzoek = le resultatos de un investigation scientific
2 (redding) solution
-- brengen = offerer un solution
3 (resultaat) resultato, (van deling) quotiente, (van vermenigvuldiging) producto, (van optelling) summa, (van aftrekking) resto


uitkooksel ZN

1 decoction


uitkoop ZN

1 Zie: uitkoping


uitkopen WW

1 comprar toto
een compagnon -- = comprar le parte de su socio


uitkoping ZN

1 compra total


uitkotsen WW

1 vomer, vomitar, regurgitar, expectorar


uitkraaien WW

1 critar, dar critos
het kind kraaide het uit van plezier = le infante critava/dava critos de placer


uitkrabben WW

1 eveller
iemand de ogen -- = eveller le oculos a un persona


uitkramen WW

1
onzin -- = dicer nonsenso/absurditates
geleerdheid -- = facer monstra de erudition


uitkrassen WW

1 rader


uitkrijgen WW

1 (erin slagen uit te trekken) poter remover
tenslotte kreeg ik mijn laarzen uit = finalmente io poteva remover mi bottas
2 (ten einde lezen) leger usque al fin, terminar, finir, concluder
een boek -- = concluder un libro
ik krijg dit boek vanavond wel uit = io crede poter terminar iste libro iste vespere/vespera
3 (erin slagen op te lossen) resolvar, solutionar
een som -- = resolver/solutionar un problema de arithmetica, trovar le responsa de un problema arithmetic


uitkrijsen WW

1 critar, dar critos


uitkrijten WW

1 critar, dar critos


uitkristalliseren WW

1 crystallisar se
(FIG) haar ideeën moeten nog -- = su ideas debe ancora crystallisar se


uitkuisen WW

1 (schoonmaken) nettar, mundar, mundificar, (met water) lavar


uitlaat ZN

1 (van motor) (potto de) escappamento
2 (buis) tubo de escappamento


uitlaatbuis ZN

1 tubo de escappamento


uitlaatcenter ZN

1 garage (F) specialisate in le reparation de tubos de escappamento


uitlaatgas ZN

1 gas de escappamento


uitlaatklep ZN

1 valvula de escappamento


uitlaatpijp ZN

1 Zie: uitlaatbuis


uitlaatriool ZN

1 cloaca de discarga


uitlaatzijde ZN

1 latere de escappamento


uitlachen WW

1 rider (se), derider
iemand -- = rider (se) de un persona
iemand in zijn gezicht -- = rider in le facie de un persona


uitladen WW

1 discargar
het -- = discarga, discargamento
de auto -- = discargar le auto(mobile)


uitlader ZN

1 discargator


uitlading ZN

1 discarga, discargamento


uitlander ZN

1 estraniero, forastero


uitlandigheid ZN

1 sojorno al extero/estraniero


uitlands BN

1 Zie: uitheems


uitlaten WW

1 (naar buiten laten) lassar/facer exir/sortir
de kat -- = facer exir/sortir le catto
een bezoeker -- = accompaniar un visitante (usque) al porta
2 (niet aandoen) non mitter
zijn schoenen -- = non mitter su scarpas/calceos
3 (niet aansteken) non accender
het licht -- = non accender le lumine/luce
4
(zich uiten) zich -- = pronunciar se, exprimer se, dar su (proprie) opinion
zich over iets -- = pronunciar se super un cosa
zich niet -- over een onderwerp = guardar le silentio super un subjecto, esser silente/reticente super un subjecto, dicer nihil super un subjecto
zich optimistisch -- = exprimer un vista optimista/optimistic, esser optimista/optimistic
zich gunstig over iets -- = exprimer un opinion favorabile super un cosa
zich lovend over iemand -- = parlar de un persona in terminos laudative
5 (weglaten) omitter


uitlating ZN

1 (gezegde) declaration, opinion, remarca, observation, commento
de -- is niet zeer vleiend voor hem = le observation non parla in su favor
2 (weglating) omission


uitlatingsteken ZN

1 apostropho


uitleenbalie ZN

1 banco de presto


uitleenbibliotheek ZN

1 biblioteca de presto


uitleenboekerij ZN

1 Zie: uitleenbibliotheek


uitleenbureau ZN

1 officio/bureau (F) de presto


uitleendiscotheek ZN

1 discotheca de presto


uitleenexemplaar ZN

1 exemplar de presto


uitleentermijn ZN

1 durata/duration/periodo del presto
de -- is verstreken = le presto ha expirate


uitleg ZN

1 (tekstverklaring, i.h.b van de bijbel) exegese (-esis)
2 (toelichting) explication, explanation, interpretation, elucidation, clarification
iemand tekst en -- geven = dar plen explanation a un persona, explicar/explanar puncto per puncto a un persona
zonder verdere -- = sin altere explicationes
vatbaar voor -- = interpretabile
voor verkeerde -- vatbaar = aperte a misinterpretation
voor tweeërlei -- vatbaar = ambigue, equivoc
haar -- van wat er gebeurd is = su explanation del eventos


uitlegbaar BN

1 explicabile, interpretatabile


uitleggen WW

1 (uiteenzetten) explicar, explanar, enarrar, interpretar, clarar, clarificar, elucidar
de situatie -- = explicar le situation
de bijbel -- = explicar/interpretar le biblia
dromen -- = explicar/interpretar sonios
iets verkeerd -- = interpretar mal un cosa, misinterpretar un cosa
lang en breed -- = perder se in explicationes
hoe moet ik dat nu -- = como debe io leger isto?
2 (vergroten) extender, aggrandir, (breder/wijder maken) allargar, (langer maken) allongar
een jas -- = allongar un mantello
een zoom -- = allongar un orlo
3 (uitspreiden) displicar, extender


uitlegger ZN

1 explicator, explanator, interprete, elucidator, expositor, commentator, (FIL) hermeneuta, (i.h.b. van de bijbel) exegeta


uitlegging ZN

1 Zie: uitleg
2 (vergroting) extension, aggrandimento, (verbreding, verwijding) allargamento, (verlenging) allongamento


uitlegkunde ZN

1 (FIL, REL) hermenutica, (vooral van de bijbel) exegese (-esis)


uitlegkundige ZN

1 hermeneuta, (i.h.b. van de bijbel) exegeta


uitleiden WW

1 (over de grens zetten) deportar, expeller, expulsar
2
iemand -- = accompaniar un persona (usque) al porta
het nest is uitgeleid = le juvene aves ha quitate lor nido


uitleiding ZN

1 expulsion


uitlekgewicht ZN

1 peso nette


uitlekken WW

1 (uitdruipen) effluer gutta a gutta, guttar
een schaal laten -- = facer guttar un platto
2 (wegsijpelen) filtrar, percolar
3 (bekend worden) transpirar, divulgar se
het nieuws is uitgelekt = le nova ha transpirate


uitlenen WW

1 prestar, dar in presto/prestation
het -- = prestation
een boek -- = prestar un libro


uitlener ZN

1 prestator


uitlening ZN

1 presto


uitlepelen WW

1 servir con un coclear
2 mangiar con un coclear, vacuar a coclearatas


uitleren WW

1 apprender a fundo
men is nooit uitgeleerd = on apprende semper/sempre, on fini nunquam de apprender


uitleven WW

1
zich -- = displicar tote su energias vital, exhaurir su energias/fortias vital


uitleveren WW

1 extrader, livrar
het -- = extradition, livration
een misdadiger -- = extrader/livrar un criminal


uitlevering ZN

1 extradition, livration
-- van een misdadiger = extradition/livration de un criminal
verzoek tot -- = requesta/petition/demanda de extradition


uitleveringstraktaat ZN

1 Zie: uitleveringsverdrag


uitleveringsverdrag ZN

1 tractato de extradition


uitleveringsverzoek ZN

1 requesta/demanda/petition de extradition


uitlezen WW

1 (selecteren) seliger, selectionar, (ziften, builen) cerner
2 (geheel lezen) leger usque al fin, leger toto, (tot het eind lezen) terminar/finir de leger
ik heb het boek uitgelezen = io ha finite (de leger) le libro
een roman -- = terminar le lectura de un roman(ce)
3 (COMP) leger
het geheugen van een computer -- = leger le memoria de un computator/computer (E)


uitlichten WW

1 (uit iets lichten) prender de, levar de, extraher de
een deur -- = prender/levar un porta ex su cardines, discardinar un porta
een passage uit een geschrift lichten = prender/extraher un passage de un scripto
2 (FOTO) illuminar


uitlijnen WW

1 (TECHN) alinear, (mbt auto's OOK) equilibrar
de wielen van een auto -- = equilibrar/alinear le rotas de un auto(mobile)


uitlijnfout ZN

1 error de alineamento


uitlijnmerk ZN

1 marca de alineamento


uitlikken WW

1 (likkend leegmaken) leccar, lamber
een pot suiker -- = leccar un potto de sucro
2 (likkend zuiveren) leccar, lamber
honden likken hun wonden uit = le canes lecca lor vulneres


uitlogen WW

1 lixiviar, alcalisar, (SCHEI) eluer
het -- = lixiviation, alcalisation
uitgeloogde grond = solo lixiviate


uitloging ZN

1 lixiviation, alcalisation, (SCHEI) elution


uitlokken WW

1 (het doen van iets bevorderen) provocar, stimular, incoragiar
een beslissing -- = provocar un decision
commentaar -- = provocar commentarios
een conflict -- = provocar un conflicto
een discussie -- = provocar un discussion
een strafbaar feit -- = provocar un acto/facto delictuose
het ene woord lokte het andere uit = un parola duceva a un altere
2 (verleiden) invitar (a), seducer


uitlokker ZN

1 provocator


uitlokking ZN

1 provocation


uitloodsen WW

1 pilotar foras del porto


uitloop ZN

1 (mogelijkheid tot meer) possibilitate de un prolongation, extension
met een -- van twee weken = con un possibile prolongation de duo septimanas, con un margine de duo septimanas
een -- tot vier jaar = un extension usque a quatro annos, un durata/duration que pote attinger usque a quatro annos
de vergadering duurt tot vier uur met een -- tot half vijf = le reunion va durar usque a quatro horas con un extension possibile usque a quatro horas e medie
2 (uitstroming) exfluxo, defluxo, (opening) bucca, (afvoerbuis) tubo
3 (afstand nodig om tot stilstand te komen) distantia de arresto
4 (riviermond) bucca, imbuccatura


uitloopmogelijkheid ZN

1 (om functie te bereiken) possibilitate de promotion, (tijdsduur) possibilitate de prolongation, (hoeveelheid, bedrag) possibilitate de augmentation


uitlooppoging ZN

1 (SPORT) tentativa de escappar/fuga


uitlopen WW

1 (lopend uitgaan) exir de, sortir de, quitar
het gebouw -- = exir del/sortir del/quitar le edificio
de kamer -- = exir del/sortir del/quitar le camera
2 (geleidelijk snelheid verliezen) decelerar
een auto laten -- = lassar decelerar un auto(mobile)
3 (uitbotten) (van plant/boom) gemmar, pullular, (van zaad/bol/knol) germinar
in het voorjaar lopen de planten uit = in le primavera le plantas gemma
4 (uitkomen in/op) disbuccar (in/super), ducer (a)
in zee -- = disbuccar in le mar
dit straatje loopt op de markt uit = iste parve strata disbucca in/super le mercato/duce al mercato
5 (leiden tot) disbuccar (super), resultar (in), ducer (a), terminar (in), finir (in)
dat loopt op ruzie uit = isto duce a un disputa/querela
op een volslagen fiasco -- = resultar/finir in un fiasco complete
6 (SPORT) (een voorsprong nemen) prender un avantia, (een grotere voorsprong nemen) augmentar su avantia
de thuisclub liep uit tot 6-0 = le equipa local augmentava su avantia a 6-0
7 (meer tijd in beslag nemen) prolongar se, prender un tempore plus longe
de vergadering liep uit tot middernacht = le reunion se prolongava usque a medienocte
8 (breder worden) allargar se
een broek met uitlopende pijpen = un pantalon con gambas que se allarga
9 (mbt schoenen)
deze schoenen moeten nog -- = iste scarpas/calceas debe ancora adaptar se al pedes
schoenen -- = facer prender le forma del pedes al scarpas/calceas
10 (door wrijving uitslijten) abrader se (per friction)
uitgelopen lagers = cossinettos abradite (per friction)
11 (een bepaald eind hebben) terminar se (in)
puntig uitlopende messen = cultellos punctute
12 (met een doel ergens heen gaan) partir
de vissersvloot is uitgelopen = le flotta de pisca ha quitate le porto
het hele dorp was uitgelopen = tote le village esseva illac
13 (uitvloeien) effluer
14 (tot het einde lopen) terminar, finir
een wedstrijd -- = terminar/finir un cursa


uitloper ZN

1 (tak van een bergketen) contraforte
2 (van plant) nove ramo, stolon
--s vormend = stolonifere
3 (SPORT) (iemand met voorsprong) persona qui ha un avantia
4
--s van de depressie = extremos del zona de basse pressiones


uitloten WW

1 (door loten uitsluiten) excluder/eliminar per tirage/tiramento al sorte
2 (door loting trekken) tirar al sorte


uitloting ZN

1 tirage/tiramento al sorte


uitloven WW

1 offerer, proponer, promitter (publicamente)
een hoge beloning -- = offerer/promitter un grande recompensa


uitloving ZN

1 offerta, proposition, promissa


uitlozen WW

1 Zie: lozen


uitlozing ZN

1 Zie: lozing


uitlozingsbuis ZN

1 tubo/conducto de escolamento/disaquamento


uitlozingskanaal ZN

1 canal de escolamento/disaquamento


uitluchten WW

1 aerar, ventilar, renovar le aere de


uitluchting ZN

1 (blootstelling aan frisse lucht) aerage, aeration, ventilation


uitluiden WW

1 (door klokgelui het einde aankondigen van) sonar le fin de, annunciar le fin al sono del campanas
2 (het einde vieren van) celebrar le fin de
het schooljaar -- met een sportdag = celebrar le fin del anno scholar con un die/jorno de sports (E)
3 (naar zijn laatste rustplaats begeleiden) accompaniar/conducer (un persona) a su ultime demora
4 (iemands verdiensten bespreken bij zijn vertrek) facer le elogio de
5 (ten einde luiden) finir de sonar


uitluisteren WW

1 ascoltar usque al fin
de toespraak -- = ascoltar le discurso usque al fin, ascoltar tote le discurso


uitmaken WW

1 (verbreken) rumper, (beëindigen) finir, terminar, mitter fin a
een verloving -- = rumper un fidantiamento
een partij -- = finir un partita
een relatie -- = mitter fin a un relation
2 (zijn, vormen) constituer, formar, facer
een belangrijk deel van de kosten -- = constituer/formar un parte importante del costos
de waarde van iets -- = constituer/determinar le valor de un cosa
deel -- van = formar/facer parte de, pertiner a
de vreugde van iemand -- = facer le joia/gaudio/delicias de un persona
de hoop van de familie -- = esser le sperantia del familia
de koning en de ministers maken de regering uit = le rege e le ministros forma/constitue le governamento
3 (van belang zijn) facer, haber importantia, esser importante, importar
dat maakt niets uit = isto non ha importantia, isto non es importante
wat maakt dat uit? = que es le importantia de isto?
wat maakt nu tien gulden op de hele rekening uit? = que es dece florinos considerante tote le factura/nota?
heel wat -- = facer un grande differentia
weinig -- = importar pauco/poco, esser de pauc/poc importantia
4 (beslissen) decider, resolver, determinar
een kwestie -- = resolver un question
dat is moeilijk uit te maken = isto es difficile a determinar
dat moet ieder voor zich -- = tote le mundo debe decider pro se
dat maak ik zelf wel uit = io ipse debe decider lo
het is een uitgemaakte zaak dat = il es un cosa decidite que
5 (noemen) tractar (de)
iemand -- voor alles wat mooi en lelijk is = vilipender/injuriar un persona, coperir un persona de insultos/injurias
6 (blussen) extinguer
een brand -- = extinguer un incendio
7
vlekken -- = facer disparer maculas, dismacular


uitmalen WW

1 (naar buiten malen) pumpar via, disaquar per medio de un machina hydraulic/un molino
polderwater -- = pumpar via le aqua de un polder (N), evacuar le aqua de un polder (N), disaquar un polder (N)
2 (droogmalen) siccar per medio de un machina hydraulic/un molino
een plas -- = siccar un laco


uitmelken WW

1 (melkend legen) mulger completemente
de uiers -- = extraher tote le lacte del uberes
2 (FIG) (persoon) exploitar {plwa}
3
een onderwerp -- = exhaurir un subjecto, tractar un subjecto exhaustivemente


uitmergelen WW

1 exhaurir, (mager maken) discarnar, emaciar
een akker -- = exhaurir un campo
een uitgemergeld paard = un cavallo discarnate/emaciate


uitmergeling ZN

1 exhaustion, emaciation, (MED) (uitgeteerde toestand) cachexia


uitmesten WW

1 (van mest reinigen) levar/remover le stercore de, nettar le stabulo
2 (ontdoen van rommel) nettar a fundo


uitmeten WW

1 (iets uitvoerig bespreken) ponderar tote le aspectos de un cosa, ponderar detaliatemente un cosa, tractar de maniera exhaustive
2 (afmeten) mesurar, mensurar, prender le mesura/mensura de
het -- = mesura, mesuration, mensuration
iemand die uitmeet = mensor, mesurator, mensurator


uitmeting ZN

1 me(n)suration


uitmiddelpuntig BN

1 excentric, eccentric


uitmiddelpuntigheid ZN

1 excentricitate, eccentricitate


uitmikken WW

1 (afpassen) mesurar, mensurar, calcular
ik kon het niet zo precies -- = io non poteva calcular lo con tante precision
2 (regelen) arrangiar, organisar


uitmonden WW

1 (uitlopen in) disbuccar (in), imbuccar (in), disaquar (in), (con)fluer (in), jectar su aquas (in), discargar se (in)
een rivier die in zee uitmondt = un fluvio que disbucca in le mar
2 (uitlopen op) finir (in) terminar (in), resultar (in), ducer (a)
het gesprek mondde uit in een enorme ruzie = le conversation finiva in un disputa violente


uitmonding ZN

1 bucca, imbuccatura, disbuccamento, orificio


uitmonsteren WW

1 Zie: uitdossen
2 (voorzien van garnering) passamentar, guarnir, ornar, adornar, decorar
3 (uitrusten met) equipar (de)


uitmonstering ZN

1 (tooi) adornamento, parure (F)
2 (kleding) vestimentos
3 (kraag en opslagen op uniformen) passamenteria
4 (benodigde uitrusting) equipamento


uitmoorden WW

1 massacrar, exterminar
een geheel dorp -- = massacrar tote un village


uitmoording ZN

1 massacro, extermination


uitmunten WW

1 exceller, distinguer se
boven allen -- = exceller inter totes
hij munt uit door zijn gedrag en zijn bekwaamheid = ille se distingue per su comportamento/conducta e per su capacitates
in iets -- = exceller in un cosa, esser un experto in un cosa


uitmuntend BN

1 excellente, eminente, superior, egregie, perfecte, de prime categoria/classe
-- schrijver = scriptor excellente
-- verstand = intelligentia superior
van --e kwaliteit = de qualitate superior
een --e gelegenheid = un occasion/opportunitate excellente


uitmuntendheid ZN

1 excellentia


uitneembaar BN

1 (uitgenomen kunnende worden) distachabile {sj}, amovibile, separabile
2 (demontabel) dismontabile, clastic


uitnemen WW

1 remover, distachar {sj}


uitnemend BN

1 eminente, preeminente, excellente, egregie, optime


uitnemendheid ZN

1 excellentia
bij -- = per excellentia, in multo alte grado


uitnodigen WW

1 (inviteren) invitar, convitar
opnieuw -- = reinvitar
iemand die uitnodigt = invitator
hij nodigde mij uit voor een etentje = ille me ha invitate/convitate a dinar
wij hebben hem uitgenodigd voor een paar dagen = nos le ha invitate pro alicun dies/jornos
2 (verleiden, aanmoedigen) invitar, convitar
het fraaie weer nodigt uit tot wandelen = le belle tempore invita/convita a un promenada


uitnodiger ZN

1 invitator, invitante


uitnodiging ZN

1 invitation
op een -- ingaan = acceptar un invitation
een -- afslaan = refusar/declinar un invitation
een -- versturen = expedir/inviar un invitation
een -- ontvangen = reciper un invitation
een -- voor de lunch = un invitation a lunchar {sj}
op -- van = a(l) invitation de


uitnodigingsbrief ZN

1 (littera de) invitation


uitnodigingskaart ZN

1 (carta de) invitation


uitnodigingsschrijven ZN

1 (littera/carta de) invitation


uitoefenen WW

1 (bedrijven) practicar, exercer, facer
een kunst -- = practicar un arte
een ambacht -- = practicar un mestiero
een beroep -- = practicar un profession
praktijk/de geneeskunst -- = practicar/exercer le medicina
het onbevoegd -- van de geneeskunde = le exercitio illegal del medicina
2 (laten gelden) exercer, facer valer
gezag -- = exercer su autoritate, commandar
een recht -- = facer valer un derecto
kritiek -- op iets = criticar un cosa, facer le critica de un cosa
toezicht -- op = exercer controlo super
tucht -- = exercer disciplina
invloed -- = exercer influentia, influer, influentiar


uitoefening ZN

1 practica, exercitio, exercitation
-- van de geneeskunde = exercitio/exercitation del medicina
onbevoegde -- van de geneeskunde = exercitio illegal/illicite del medicina
-- van de regeringsmacht = exercitio del governamento
-- van een functie = exercitio/exercitation de un function
in de -- van zijn functie = in le exercitio de su functiones


uitpakken WW

1 (uit de verpakking nemen) disimballar, dispacchettar, (uit de doos nemen) discassar, disincassar
goederen -- = disimballar mercantias/merces
een cadeau -- = aperir un presente
2 (van zijn inhoud ontdoen) disfacer, vacuar, dispacchettar
de koffer -- = disfacer le valise (F)
een doos -- = vacuar un cassa
3 (aflopen) finir, terminar
verkeerd -- = finir/terminar mal
4 (royaal voor de dag komen) esser generose
5 (zijn gemoed luchten) fulminar, tempestar, discargar su bile


uitpakkerij ZN

1 Zie: uitpakking


uitpakking ZN

1 disimballage, dispacchettage, (uit de doos) discassage, discassamento, disincassamento


uitpellen WW

1 Zie: pellen
2 (MED) (van gezwel, etc.) enuclear
het -- = enucleation


uitpersen WW

1 (door persen van vocht ontdoen) exprimer, pressar
het -- = expression
een citroen -- = exprimer/pressar un citro
2 (afpersen) extorquer, exploitar {plwa}


uitpersing ZN

1 expression


uitpeuteren WW

1 (wegnemen) remover
zijn oren -- = nettar se le aures


uitpikken WW

1 (uitkiezen) eliger, seliger
iemand er zo maar -- = eliger uno al hasardo
2 (pikkend wegnemen) remover per colpos de becco


uitplanten WW

1 plantar


uitpletten WW

1 Zie: pletten


uitpluizen WW

1 disfilar, (FIG) examinar minutiosemente


uitpluizing ZN

1 (FIG) examine minutiose


uitplukken WW

1 plumar, displumar
een vogel de veren -- = (dis)plumar un ave


uitplunderen WW

1 (een stad) piliar, sacchear, (iemand) spoliar
het -- = piliage, saccheamento, spoliation, spoliamento


uitplundering ZN

1 (een stad) piliage, saccheamento, (iemand) spoliamento, spoliation


uitplussen WW

1 recercar minutiosemente


uitpoepen WW

1 (uit de darm ontlasten) defecar
2 (een hekel hebben aan) execrar


uitpoetsen WW

1 (glanzend maken) facer brillar, lustrar
2 (wegvegen) rader, obliterar


uitpompen WW

1 (legen) vacuar con le pumpa, exhaurir
2 (naar buiten brengen) pumpar foris
water -- = pumpar foris aqua


uitponden WW

1 vender in libras
2 vender individualmente/in singule partes/in lotes


uitporren WW

1 eveliar


uitpoten WW

1 plantar


uitpraten WW

1 (ten einde praten) parlar usque al fin, finir
iemand laten -- = lassar finir un persona
hij liet haar niet -- = ille la ha interrumpite
ze was gauw uitgepraat = illa habeva pauco/poco a dicer
2 (tot een oplossing brengen) regular (per un discussion)


uitprinten WW

1 imprimer


uitproberen WW

1 essayar, testar, provar, probar, experimentar, tentar
een nieuw produkt -- = essayar/testar un nove producto


uitproesten WW

1 erumper in riso/risada


uitpuilen WW

1 salir, inflar se, excrescer
zijn ogen puilden uit = su oculos saliva


uitpuilend WW

1 saliente
--e ogen = oculos saliente/globulose


uitpuiling ZN

1 inflation, excrescentia, turgescentia


uitputten WW

1 (opmaken, legen) exhaurir, vacuar
de voorraad raakt uitgeput = le stock (E) se exhauri
een onderwerp --, een onderwerp --d behandelen = exhaurir un subjecto, tractar completemente un subjecto
iemands geduld -- = exhaurir le patientia de un persona
daarmee zijn de mogelijkheden nog niet uitgeput = isto non exhauri le possibilitates
een --de opsomming = un enumeration exhausitive/complete
zich -- in lofprijzingen = cantar le elogios de
zich -- in superlatieven = esser profuse in superlativos
2 (afmatten) exhaurir, extenuar
zich -- = exhaurir se, extenuar se
3 (puttend leegmaken) disaquar


uitputtend BN

1 exhaustive
--e opsomming = enumeration exhaustive
een onderwerp -- behandelen = exhaurir un thema, tractar un thema exhaustivemente/a fundo


uitputting ZN

1 (het leeghalen) exhaustion
-- van de gasvoorraad = exhaustion del reservas de gas
2 (grote vermoeidheid) exhaustion, extenuation
toestand van -- = stato de extenuation
de -- nabij = al bordo del exhaustion
sterven van -- = morir exhauste
3 (door gebrek aan voedsel) inanition


uitputtingsoorlog ZN

1 guerra de extenuation


uitputtingsslag ZN

1 battalia extenuante


uitpuzzelen WW

1 decifrar, calcular, escogitar


uitrafelen WW

1 (in draden uiteen doen gaan) disfilar, exfilar
een stof -- = exfilar un texito
een touw -- = exfilar un corda
gevoelens -- = dissecar/analysar sentimentos
2 (in draden uiteengaan) disfilar se, exfilar se


uitragen WW

1 remover le telas de aranea


uitrangeren WW

1 (ook FIG) collocar/mitter super un via lateral, (FIG) excluder


uitrazen WW

1 (van een storm) calmar (se)
2 (van een woedende) dar libere curso a/discargar su cholera/su furor/su ira


uitredden WW

1 salvar


uitredder ZN

1 salvator


uitredding ZN

1 salvation


uitregenen WW

1 cessar de pluver


uitreiken ZN

1 dar, remitter, distribuer, livrar, erogar, conferer
beloningen -- = distribuer recompensas
diploma's -- = remitter diplomas
iemand een onderscheiding -- = dar/conferer un distinction a un persona


uitreiker ZN

1 distributor


uitreiking ZN

1 distribution


uitreis ZN

1 viage de ition


uitreisvisum ZN

1 visa de ition


uitrekbaar BN

1 Zie: rekbaar


uitrekbaarheid ZN

1 Zie: rekbaarheid


uitrekenen WW

1 calcular, facer le calculo de, computar
het bedrag -- = calcular le amonta


uitrekening ZN

1 calculo


uitrekken WW

1 (langer/breder maken) extender, extirar, distender, elongar
het -- = extension, distension, elongation


uitrekking ZN

1 extension, distension, extiramento, elongation


uitrichten WW

1 (doen) facer, effectuar
niet iets anders kunnen -- dan = non poter facer altere cosa que
dat zal niet veel -- = isto non va haber effecto
2 (in de lijn plaatsen) alinear, (centreren) centrar


uitrijden WW

1 (ten einde rijden) ir usque al fin
een wielerwedstrijd -- = terminar un cursa cyclistic
2 (verlaten) quitar, sortir (de), exir (de), (te paard) exir a cavallo
de trein reed langzaam het station uit = le traino sortiva/exiva lentemente del station


uitrijstrook ZN

1 via de deceleration


uitrijzen WW

1 elevar se (super), dominar
de torens die boven de stad uitrijzen = le turres que se eleva super/que domina le urbe


uitrit ZN

1 exito, entrata (de vehiculos)


uitroeien WW

1 (rooien) extirpar, eradicar
2 (verdelgen) exterminar, destruer, eradicar, extinguer, extirpar
ongedierte -- = exterminar vermina
het kwaad -- = extirpar le mal
3 (ten einde roeien) remar/canotar usque al fin
een wedstrijd -- = terminar un cursa de remage/canotage


uitroeier ZN

1 exterminator, extirpator, destructor, desolator, eradicator
een onverbiddelijke -- van alle vormen van corruptie = un inflexibile extirpator de omne formas de corruption


uitroeiing ZN

1 extermination, destruction, desolation, extirpation, extirpamento, eradication, extinction, annihilation
-- van de ketterij = extirpation/extirpamento del heresia
-- van het kwaad = eradication del mal
stelselmatige -- = destruction methodic


uitroeiingsoorlog ZN

1 guerra de extermination


uitroep ZN

1 exclamation, crito
--en van verbazing, verwonderde --en = exclamationes/critos de surprisa
-- van vreugde = crito de joia/gaudio


uitroepen WW

1 (roepend uiten) clamar, exclamar
zijn onschuld -- = clamar su innocentia
2 (proclameren) proclamar, instaurar
het -- = proclamation, instauration
de republiek -- = proclamar/instaurar le republica
het -- van de republiek = le proclamation/instauration del republica
3 (proclameren) proclamar
iemand tot koning -- = proclamar un persona rege
zij werd tot Miss Holland uitgeroepen = on la ha proclamate Miss (E) Hollanda


uitroeping ZN

1 (bekendmaking) proclamation
-- van de republiek = proclamation del republica
2 (uitroep) exclamation


uitroepteken ZN

1 signo/puncto exclamative/de exclamation


uitroken WW

1 (ten einde roken) fumar usque al fin
een pijp -- = fumar un pipa usque al fin
2 (door roken verdrijven) exterminar per fumigation
dassen -- = exterminar taxones per fumigation
3 (zuiveren) fumigar
het -- = fumigation
iemand die uitrookt = fumigator


uitroking ZN

1 (zuivering) fumigation
2 (verdelging) extermination per fumigation


uitrollen WW

1 (los/openrollen) disrolar, disinrolar, extender
een kaart -- = disrolar/extender un carta/mappa
de rode loper voor iemand -- = disrolar le tapete rubie ante un persona
deeg -- = extender pasta con le rolo


uitruimen WW

1 rangiar, disincombrar, vacuar
een kast -- = vacuar un armario


uitrukken WW

1 (trekkend verwijderen) eveller, aveller
het -- = evulsion, avulsion
2 (naar buiten rukken) sortir, mitter se/poner se in marcha {sj}


uitrukking ZN

1 (het trekkend verwijderen) evulsion, avulsion


uitrusten WW

1 (rusten tot men niet moe meer is) reposar
even --! = que nos reposa un momento!
2 (toerusten) equipar, fornir, dotar (de), (mbt een schip) armar
goed uitgeruste troepen = truppas ben equipate
een schip -- = armar un nave


uitrusting ZN

1 (outillage) equipamento, material, fornimento
de -- van een soldaat = le equipamento/fornimento de un soldato
toegevoegde -- = equipamento additional/auxiliar
2 (het uitrusten) equipamento, (van een schip) armamento


uitrustingskosten ZN MV

1 costos de equipamento


uitrustingsstukken ZN MV

1 equipamento


uitschakelaar ZN

1 interruptor (de currente), disjunctor


uitschakelen WW

1 (door schakeling buiten werking stellen) disconnecter, interrumper
een toestel -- = disconnecter un apparato
de stroom -- = interrumper le currente
het licht -- = disconnecter/extinguer le lumine/luce
het alarm -- = disconnecter le alarma
de motor -- = arrestar le motor
2 (FIG) eliminar, neutralisar
een mogelijkheid -- = eliminar/excluder un possibilitate
een tegenstander -- = neutralisar/liquidar un adversario
de tegenpartij -- voor de strijd om de Europacup = eliminar su adversario del Cuppa de Europa
een paar mededingers -- = neutralisar alicun concurrentes


uitschakeling ZN

1 (verbreking van de verbinding) disconnexion
2 (FIG) elimination
de -- van Ajax = le elimination de Ajax


uitschateren WW

1
het -- van het lachen = erumper in riso/risada


uitscheiden WW

1 (afzonderen) isolar, separar
2 (naar buiten afscheiden) eliminar, excretar, secretar
vochten -- = eliminar liquidos
3 (ophouden) cessar, discontinuar, finir, terminar


uitscheiding ZN

1 elimination, excretion, secretion


uitscheidingsorgaan ZN

1 organo excretori/de excretion


uitscheidingsprodukten ZN MV

1 (FYSIOL) productos de excretion
2 (excrementen) materias excrementose


uitschelden WW

1 insultar, invectivar, injuriar, apostrophar, coperir de insultos
iemand -- = insultar un persona


uitschenken WW

1 (leegschenken) vacuar
een fles bier -- = vacuar un bottilia de bira
2 (schenkend laten uitvloeien) versar


uitscheppen WW

1 (leegscheppen) vacuar, exhaurir
een put -- = vacuar un puteo


uitscheren WW

1 rasar
de nek -- = rasar le nuca


uitscheuren WW

1 (scheurend wegnemen) eveller, aveller, distachar {sj}
een blad -- = distachar un folio
2 (scheurend van elkaar gaan) lacerar se
het knoopsgat is uitgescheurd = le buttoniera se ha lacerate


uitscheuring ZN

1 evulsion, avulsion


uitschieten WW

1 (plotselinge beweging maken) derapar
het mes schoot uit = le cultello ha derapate
2 (heftig uitvallen) exploder, fulminar
tegen iemand -- = fulminar contra un persona
3 (mbt wind) saltar
4 (uitlopen) gemmar, (knol, bol, zaad) germinar
de aardappels schieten uit = le patatas germina
5 (uitsteken) salir, (FIG) exceller, distinguer se
hij schiet ver uit boven zijn klasgenoten = ille es multo plus grande que le altere alumnos de su classe
6 (haastig uittrekken) remover in haste
7 (door schieten wegnemen) remover per un colpo de foco
iemand een oog -- = remover un oculo de un persona per un colpo de foco
8 (naar buiten werpen) jectar (foras)
ballast -- = jectar (bal)last


uitschieter ZN

1 puncta, aberrantia, grande deviation
een slecht seizoen met enkele --s = un mal saison (F) con alicun punctas
--s naar boven en naar beneden = punctas verso le alto e verso le basso, altos e bassos
2 (onverwacht succes) successo inexpectate
3 (van de wind) salto del vento


uitschiften WW

1 (afzonderen) separar, (selecteren) seliger, selectionar
2 (zeven) cribrar, tamisar, passar per un cribro/un tamis


uitschijten WW

1 (lozen via anus) cacar


uitschilderen WW

1 pinger, facer le portrait (F) de


uitschoffelen WW

1 Zie: schoffelen


uitschoppen WW

1 remover per un colpo de pede
2 (SPORT) (re)mitter (le ballon) in joco


uitschot ZN

1 (slechte waar) pacotilia
2 (afval) residuo(s), resto(s)
3 (geboefte) canalia, gentalia
het -- van de maatschappij = le fece/scuma del societate


uitschrapen WW

1 raspar, grattar


uitschrappen WW

1 rader, deler, expunger
het -- = radimento, deletion, expunction


uitschreeuwen WW

1 clamar, exclamar, critar
het -- = exclamation
zijn pijn -- = clamar su dolor, critar de dolor


uitschreien WW

1 Zie: uithuilen


uitschrijven WW

1 (op schrift uitwerken) scriber, rediger, (overschrijven) copiar, transcriber
aantekeningen -- = transcriber/recopiar notas
de dokter heeft een recept voor me uitgeschreven = le medico/doctor me ha scribite un recepta
2 (bekendmaken) annunciar, convocar
een lening -- = emitter un presto
een prijsvraag -- = annunciar/organisar un concurso
een vergadering -- = convocar un reunion/assemblea
3 (schrappen uit een register) rader
iemand als lid -- = rader le nomine de un persona del lista de membrato
zich laten -- uit Beverwijk = notificar al stato civil su partita de Beverwijk
4 (invullen) rediger
rekeningen -- = facer facturas
een cheque -- = emitter un cheque (E)


uitschroeven WW

1 disvitar


uitschudden WW

1 (door schudden afscheiden) separar succutente
2 (leegschudden) vacuar succutente, succuter
de dekens -- = succuter le coperturas
de hond schudt zich uit = le can se succute
3 (plunderen) spoliar, robar


uitschudding ZN

1 (het uitschudden) le succuter
2 (beroving) spoliamento, robamento


uitschuieren WW

1 brossar


uitschuifbaar BN

1 extensibile, extendibile, allongabile, telescopic
--e paraplu = parapluvia extensibile/extendibile
--e ladder = scala extensibile/extendibile
--e hengel = canna a/de pisca/de piscar telescopic
--e antenne = antenna telescopic
--e tafel = tabula allongabile
-- statief = tripode telescopic


uitschuifladder ZN

1 scala extensibile/extendibile/allongabile


uitschuiftafel ZN

1 tabula extensibile/extendibile/allongabile


uitschuiven WW

1 (naar buiten schuiven) pulsar, aperir
een la -- = aperir/tirar un tiratorio
2 (door uit elkaar te schuiven vergroten) extender, allargar, allongar
een statief -- = extender un (tri)pede
een tafel -- = extender/allongar un tabula


uitschuld ZN

1 debita passive


uitschuren WW

1 (reinigen) mundar, nettar, mundificar
2 (door schuren uithollen of uitgehold worden) eroder, abrader
de rivier schuurt de oever uit = le fluvio abrade le ripa


uitschurend BN

1 abrasive, erosive
-- vermogen = abrasivitate, erosivitate


uitschuring ZN

1 (reiniging) mundification
2 (uitholling) erosion, abrasion


uitselecteren WW

1 selectionar
de gegevens -- = selectionar le datos


uitserveren WW

1 (opdienen) servir
2 (SPORT) servir out (E)


uitslaan WW

1 (uitvouwen) extender, aperir, displicar
de armen -- = extender/aperir le bracios
de vleugels -- = displicar/aperir/extender le alas
2 (door slaan uitdrijven) facer sortir per colpos
een spijker -- = facer sortir un clavo con un martello
iemand een tand -- = rumper un dente a un persona
de bodem van een ton -- = remover le fundo de un tonnello
3 (door slaan verwijderen) succuter
het stof -- = succuter le pulvere
4 (zuiveren) succuter
de sla -- = succuter le salata
een stofdoek -- = succuter un pannello de dispulverar
5 (pletten) applattar, applanar
tin -- = applattar stanno
6 (uiten) dicer
vuile taal -- = dicer obscenitates, imprecar
7 (naar buiten komen) exir foris, sortir
de vlammen slaan uit = le flammas exi foris
8 (bedekt worden met aanslag) esser coperite de mucor, exsudar, perspirar, transpirar
het -- = exsudation, perspiration, transpiration
de muren slaan uit = le muros exsuda
9 (ten einde slaan) finir/terminar de batter
10 (mbt wijzers) deviar
11 (in balspel beginnen) servir
12
de huid slaat uit = le pelle se coperi de eruptiones
13
water -- = pumpar aqua, disaquar


uitslag ZN

1 (wat van een vast oppervlak te voorschijn komt) (schimmel) mucor, (op muur) salpetra, (vocht) humiditate exsudate, (op huid) eruption cutanee, (puistjes) buttones, (bij besmettelijke ziekten) exanthema, eruption erythematose
koorts met -- = febre eruptive
-- van puistjes = eruption de buttones
2 (afloop, uitkomst) resultato, (mbt punten, stemmen OOK) score (E)
-- van de verkiezingen = resultato del electiones
-- van een studie = resultato de un studio
-- van het examen = resultato del examine
goede -- = bon resultato, resultato favorabile, successo
(sport)--en = resultatos sportive
3 (mbt een wijzer) deviation, deflexion
-- van het kompas = deviation/deflexion del bussola
4 (het uitslaan) (mbt water) pumpage, escolamento, disaquamento, (mbt balspel) servicio, (beweging) displicamento


uitslagenbord ZN

1 pannello del scores (E)


uitslagkoorts ZN

1 febre eruptive


uitslapen WW

1 dormir tarde/assatis
tot tien uur -- = dormir usque a dece horas
(FIG) goed uitgeslapen zijn = esser astute


uitslepen WW

1 (naar buiten slepen) traher foras
een schip de haven -- = remolcar un nave foras del porto


uitslibben WW

1 eroder
uitgeslibde oever = ripa erodite


uitslijten WW

1 eroder, abrader


uitslijting ZN

1 erosion, abrasion


uitsloven WW

1
zich -- = effortiar se multo


uitslover ZN

1 persona qui se effortia multo/troppo


uitsluiten WW

1 (buitensluiten) excluder
het een sluit het ander niet uit = un cosa non exclude le altere, le duo cosas non es incompatibile
de mogelijkheid -- = excluder/eliminar le possibilitate
dat is uitgesloten = isto es excludite
ik sluit niet uit dat = io non exclude que
ik acht het uitgesloten dat = secundo me il es impossibile que
zij wordt van verdere deelname uitgesloten = illa es excludite de participation ulterior, illa es disqualificate
2 (uitzonderen) excluder, exceptar
dit risico is uitgesloten van de dekking = iste risco non es coperte
3 (onmogelijk maken) excluder, precluder
om vergissingen uit te sluiten = pro precluder errores
elkaar -- = esser incompatibile, esser mutualmente exclusive


uitsluitend BN

1 (enkel en alleen) unic, sol, exclusive
-- volwassenenen = solmente adultos
hij denkt -- aan zichzelf = ille pensa solo a se ipse
2 (bij uitsluiting) exclusive
-- recht = derecto exclusive, monopolio
-- voor intern gebruik = exclusivemente pro uso interne


uitsluiting ZN

1 (het uitsluiten) exclusion, (van te voren) preclusion, (SPORT) disqualification, (van arbeiders) lock-out (E)
2 (uit/afzondering) exclusion, exception
bij -- = exclusivemente
met -- van = a/con exclusion/exception de, exclusive de


uitsluitingsclausule ZN

1 clausula de exclusion


uitsluitsel ZN

1 information, explication, explanation, exclaramento, elucidation, responsa definitive/decisive
daarover kan ik u nog geen -- geven = in iste momento io non pote dar vos un responsa definitive


uitslurpen WW

1 sorber/absorber/biber rumorosemente


uitsmelten WW

1 extraher per fusion, (metalen) funder


uitsmeren WW

1 (smerend uitspreiden) extender
boter -- = extender butyro
2 (gelijkmatig over tijd verdelen) repartir
de kosten -- over drie jaar = repartir le costos super tres annos


uitsmijten WW

1 jectar foras, expeller, expulsar
iemand de deur -- = jectar/poner un persona in le strata


uitsmijter ZN

1 (persoon) portero robuste
2 (gerecht) uitsmijter (N) (= pan con ovo(s) frite e caseo o gambon)
3 (slotnummer) numero final de un spectaculo, fin de festa


uitsnijden WW

1 (door snijden wegnemen) secar, trenchar {sj}, taliar
2 (MED) excisar, excider, (een deel wegsnijden) resecar, (gezwel, likdoorn) extirpar
een tumor -- = extirpar/excisar un tumor
een likdoorn -- = extirpar un callo
3 (door snijden vormen) taliar, intaliar, (beeldhouwen) sculper
in hout -- = (in)taliar in ligno


uitsnijding ZN

1 (het uitsnijden) trenchamento {sj}, taliatura
2 (MED) excision, extirpation, resection
-- van een tumor = extirpation de un tumor
-- van een likdoorn = extirpation de un callo
3 (resultaat) taliatura, (in kleding) décolleté (F)


uitsnuiten WW

1 Zie: snuiten


uitsoldering ZN

1 elimination de soldatura


uitsorteren WW

1 separar, eliminar
het -- = separation, elimination


uitspannen WW

1 (uitstrekken) tender, extender
de vingers -- = extender le digitos
2 (een trekdier) disjunger, (paard OOK) disharnesar, levar/remover le harnese
ossen -- = disjunger boves
een paard -- = disjunger/disharnesar un cavallo


uitspanning ZN

1 (vermaak) distraction, recreation
2 (café) café (F), caffe


uitspansel ZN

1 firmamento, celo, (DICHTERL) volta celeste/etheree, domo del celo


uitsparen WW

1 (besparen) sparniar, economisar
dertig gulden -- = sparniar/economisar trenta florinos
tijd -- = ganiar tempore
2 (openlaten) lassar aperte/libere/in blanco
openingen -- = lassar spatios aperte


uitsparing ZN

1 (besparing) sparnio, economia
2 (opengelaten ruimte) spatio vacue, parte libere
3 (inkeping) intalio


uitspatten WW

1 (spattend uiteen vliegen) erumper
2 (losbandig zijn) viver dissolutemente, esser sin frenos


uitspatting ZN

1 excesso, dissolution, intemperantia, licentia, extravagantia


uitspelen WW

1 (ten einde spelen) terminar/finir de jocar/le joco, jocar usque al fin, (MUZ) terminar/finir de sonar
haar rol is uitgespeeld = su rolo es terminate/finite
2 (in het spel werpen) jocar
een troef -- = jocar un triumpho
3
twee tegenstanders tegen elkaar -- = profitar del rivalitate inter duo adversarios/opponentes


uitspellen WW

1 orthographiar integremente, delitterar
de krant -- = leger le jornal del prime al ultime linea


uitspinnen WW

1 filar
die wol spint goed uit = iste lana es avantagiose a filar
2 (uitvoerig behandelen) tractar amplemente, detaliar
een uitgesponnen verhaal = un historia detaliate


uitspitten WW

1 (spittend uithalen) cavar, excavar
2 (FIG) tractar amplemente, ir al fundo de


uitsplitsen WW

1 (uit elkaar werken) distorquer, disfacer
een touw -- = disfacer un corda
2 (in onderdelen uit elkaar halen) divider, subdivider, separar, detaliar
naar leeftijd -- = divider secundo le etate
een rekening -- = detaliar un factura
een totaalbedrag -- per artikel = subdivider/detaliar le total per articulos


uitspoelen WW

1 (reinigen) rinciar, (MED) irrigar
flessen -- = rinciar botellas
2 (uithollen) cavar, minar, eroder


uitspoeling ZN

1 (reiniging) rinciage, rinciamento, (MED) irrigation
2 (uitholling) erosion


uitspoken WW

1 tramar, facer


uitspraak ZN

1 (wijze van uitspreken) pronunciation, articulation, accento, elocution
de -- van Interlingua = le pronunciation de Interlingua
correcte -- van Interlingua = pronunciation correcte de Interlingua
gebrekkige/slechte -- = pronunciation defectuose
hij heeft een duidelijke -- = ille ha un pronunciation clar
oefeningen ter verbetering van de -- = exercitios corrective de pronunciation
vreemde -- = accento estranie
het aangeven van de -- = transcription phonetic
2 (oordeel) judicamento, judicio
een -- doen = pronunciar un judicio
ergens geen -- over kunnen doen = non poter pronunciar se super un cosa
3 (uitlating, bewering) parolas, affirmation, assertion, phrase
een bekende -- = un phrase celebre
bevestigende -- = affirmativa
een -- herroepen = retraher/retractar un assertion
4 (gezegde) aphorismo, maxima, sententia, dicto
--en van een beroemd schrijver = maximas de un autor celebre
een -- van Cervantes = un dicto de Cervantes
5 (JUR) sententia, verdicto, judicio, judicamento, decision
definitieve -- = judicamento/judicio/sententia definitive
arbitrale -- = judicamento/judicio/sententia arbitral
een -- doen = pronunciar un sententia, judicar
tegen een -- in beroep gaan = appellar de un sententia
een -- uitstellen = remitter un judicamento
-- van de jury = verdicto del juratos/jury (E)
akkoord gaan met een -- = conformar se a un decision
zich aan een scheidsrechterlijke -- onderwerpen = submitter se a un decision de arbitros


uitspraakkundige ZN

1 orthoepista


uitspraakleer ZN

1 orthoepia


uitspraakverandering ZN

1 cambio de pronunciation


uitspreekbaar BN

1 pronunciabile, articulabile


uitspreekbaarheid ZN

1 pronunciabilitate


uitspreiden WW

1 extender, displicar
een jas op de grond -- = extender un mantello super le solo
zijn armen -- = aperir su bracios
de krant -- = aperir largemente/displicar le jornal


uitspreken WW

1 (sprekend laten horen) pronunciar
duidelijk -- = pronunciar ben, articular
(FON) met aanblazing -- = aspirar
hoe moet je dit woord --? = como debe on pronunciar iste parola?, como se pronuncia iste parola
dit woord is nauwelijks uit te spreken = iste parola es a pena pronunciabile
een woord goed -- = pronunciar un parola correctemente
deze letter wordt niet uitgesproken = iste littera non se pronuncia
2 (uiten) exprimer, formular, proferer, emitter, enunciar
zijn irritatie -- = exprimer su irritation
een mening -- = emitter un opinion
een oordeel -- = exprimer/emitter/enunciar un judicio/judicamento
een formule -- = enunciar un formula
een wens -- = exprimer/formular un desiro/desiderio
een gebed -- = dicer un precaria
zich tegen iets -- = declarar se contra un cosa
3 (bekendmaken) pronunciar
een vonnis -- = pronunciar un sententia
4
zich -- voor = pronunciar se/declarar se pro/in favor de
5 (ten einde spreken) finir/terminar (de parlar)
iemand laten -- = lassar terminar un persona, non interrumper un persona, lassar explicar se un persona


uitspringen WW

1 (vooruitsteken) salir, projectar
die twee huizen springen een beetje uit = iste duo casas sali un pauco/un poco
de garage springt iets naar buiten = le garage (F) ha un angulo saliente
2 (opvallen) distinguer se
zij is er bij de selectie uitgesprongen = illa se ha distinguite al/in/durante le selection
3
ergens mooi -- = liberar se de un cosa


uitspringend BN

1 saliente, protuberante
--e hoek = angulo saliente
--e tanden = dentes saliente


uitspringer ZN

1 (iets) puncta
2 (persoon) asse, crack (E)


uitsprong ZN

1 (BOUWK) projectura


uitspruiten WW

1 gemmar, germinar
de aardappels spruiten uit = le patatas germina


uitspruitsel ZN

1 (PLANTK) planton


uitspugen WW

1 Zie: uitspuwen


uitspuging ZN

1 Zie: uitspuwing


uitspuiten WW

1 (van sperma) ejacular
2 (blussen) extinguer
het vuur -- = extinguer le foco


uitspuiting ZN

1 (van sperma) ejaculation
2 (blussing) extinction


uitspuwen WW

1 exspuer, spuer, sputar, expectorar, (braken) vomer, vomitar
zijn gal over iets -- = sputar veneno super un cosa


uitspuwing ZN

1 exspuition, expectoration, (braking) vomito


uitstaan WW

1 (uitsteken) salir
2 (uitgezet zijn) esser placiate/ponite
--de schuld = debita active
3 (te doen hebben) esser in relation (con)
dat heeft er niets mee uit te staan = il non ha un relation
4 (verduren, verdragen) supportar, suffrer, indurar
koude/hitte/lawaai niet kunnen -- = non poter supportar/indurar le frigido/le calor/le ruito
iemand niet kunnen -- = non supportar/non poter suffrer un persona
doodsangsten -- = esser tormentate de/suffrer angustias mortal
veel pijn -- = indurar multe dolor


uitstalkast ZN

1 vitrina, monstra


uitstallen WW

1 exponer, exhiber, mitter in monstra/vitrina
zijn koopwaar -- = exponer su mercantias
zijn kennis -- = exhiber su cognoscentia/cognoscimentos/saper


uitstalling ZN

1 exhibition, exposition


uitstalraam ZN

1 monstra, vitrina


uitstamelen WW

1 balbutiar


uitstampmachine ZN

1 machina a/de stampar, stampator


uitstansen WW

1 stampar


uitstapje ZN

1 (plezierreis) excursion
een-- maken = facer un excursion
2 (uitweiding) divagation


uitstappen ZN

1 (uit bus/trein, etc.) descender
het -- = descendita, descension
uit de trein stappen = descender del traino
de buschauffeur heeft alle passagiers laten -- = le conductor del autobus ha facite descender tote le passageros


uitstedig BW

1 foras/foris del citate/del urbe, absente


uitstedigheid ZN

1 absentia


uitsteeksel ZN

1 projection, prominentia, protuberantia, (ANAT) processo, (BOUWK) projectura
gevaarlijke --s = projectiones periculose
--s van de ruggegraat = processos spinal/del columna vertebral


uitstek ZN

1 (BOUW) projectura
2
bij -- = per excellentia, in multo alte grado, preeminentemente


uitsteken WW

1 (naar buiten steken) (ONOVERG WW) salir
--de jukbeenderen = ossos jugal/zygomas saliente/prominente
2 (reiken, komen) salir
de toren steekt boven de huizen uit = le turre domina le casas
(FIG) boven alle anderen -- = superpassar tote le alteres
3 (naar buiten steken) (OVERG WW) tender, extender
de vlag -- = extender le bandiera
tegen iemand de tong -- = tirar foris/monstrar le lingua a un persona
4 (uitstrekken) tender, extender
de hand -- = tender/extender le mano
5
een figuur -- = gravar un figura
(FIG) iemand de ogen -- = provocar le invidia de un persona


uitstekend BN

1 saliente, prominente, protuberante
--e rand = bordo saliente
--e neus = naso prominente/saliente
--e jukbeenderen = ossos jugal/zygomas prominente/saliente


uitstekend BN

1 excellente, eminente, preeminente, egregie, superior, exquisite, de prime classe, de prime ordine, de prime categoria, de qualiate superior
-- idee = idea excellente
--e maaltijd = repasto excellente
--e vertaling = traduction excellente
produkt van --e kwaliteit = producto de qualitate superior/excellente
--e wijn = vino excellente/exquisite/superior
streek die bekend is om zijn --e wijnen = region cognite pro le excellentia de su vinos


uitstekendheid ZN

1 excellentia, eminentia


uitstel ZN

1 procrastination, ajornamento, prorogation, suspension, mora, demora, retardo, retardamento, retardation, temporisation
-- van schuldbetaling = moratorio
-- is geen afstel = differer non significa abandonar
-- van betaling = prorogation (del data) de pagamento
-- van betaling geven = prorogar le data del pagamento
-- verlenen aan iemand = conceder/accordar un prorogation a un persona
de zaak kan geen -- lijden = le cosa non admitte demora
zonder -- = sin retardo


uitstellen WW

1 differer, procrastinar, postponer, suspender, ajornar, prorogar, morar, remitter, retardar, temporisar
(JUR) een uitspraak -- = remitter un judicamento
het antwoord -- = differer le responsa
een huwelijk -- = suspender un matrimonio/maritage
de betalingen -- = prorogar/differer/procrastinar le pagamentos
de verkiezingen -- = procrastinar le electiones
de voltrekking van een vonnis -- = differer/postponer le execution de un sententia
voor onbepaalde tijd -- = postponer indefinitemente/pro tempore illimitate


uitsteller ZN

1 procrastinator, temporisator


uitstelling ZN

1 (R.K.) exposition (del Sanctissime Sacramento)


uitsterven WW

1 extinguer se
--de dieren = animales menaciate de extinction
uitgestorven dieren = animales extincte
bijna uitgestorven zijn = esser quasi extinguite, esser in via de extinction
het dorp was uitgestorven = le village esseva deserte


uitsterving ZN

1 extinction, disparition
-- van een soort = extinction/disparition de un specie


uitstijgen WW

1 (uitstappen) descender
2 (overtreffen) superar, superpassar
boven het aardse -- = transcender le materia


uitstippelen WW

1 provider de punctos conductor
2 (FIG) jalonar, traciar, delinear, definir, (plan) elaborar
een route -- = jalonar un itinerario
de weg -- = traciar le via
een strategie -- = delinear/definir un strategia


uitstoffen ZN

1 dispulverar


uitstomen WW

1 (van schip) salir/sortir del porto, quitar le porto
2 (met stoom reinigen) nettar con/al vapor


uitstoming ZN

1 nettation al vapor


uitstoot ZN

1 (wat wordt uitgestoten) emissiones de residuos industrial, discargas, restos, (van gassen) exhalationes, (van vulkaan) dejectiones
-- van giftige gassen = exhalationes toxic
2 (aantal werknemers dat ontslagen wordt) numero de licentiamentos


uitstorten WW

1 (stortend ledigen) versar, vacuar, disgorgar, (uitgieten) effunder
een mand met cadeaus -- = vacuar un paniero de presentes
sperma -- = ejacular
de rivier stort zich in de Rijn = le riviera se jecta/se discarga/flue in le Rheno
2 (FIG) (openhartig zijn) effunder
zijn hart -- = aperir su corde
3 (REL) infunder
het -- van de Heilige Geest = le infusion del Spirito Sancte


uitstorting ZN

1 (het (zich) uitstorten) disgorgamento, effusion, (mbt bloed) hemorrhagia, (van sperma) ejaculation, emission
2 (REL) infusion, descendita
-- van de Heilige Geest = infusion del Sancte Spirito


uitstoten WW

1 (verstoten) expeller, expulsar, excluder, ostracisar, (excommuniceren) excommunicar
iemand uit de groep -- = excluder un persona del gruppo
2 (uiten, voortbrengen) emitter, proferer
onverstaanbare klanken -- = emitter/proferer sonos inintelligibile
kreten -- = critar, dar critos
zijn hart bij iemand -- = aperir su corde a un persona
3 (naar buiten stoten) expulsar, expeller, emitter, ejectar, (uitbraken) disgorgar, (van sperma) ejacular
verbrandingsgassen -- = expulsar/expeller/emitter/evacuar gases combustibile/de combustion
4 (NAT) emitter, emaner
5
een raam -- = rumper un vitro


uitstoter ZN

1 (TECHN) ejector


uitstoting ZN

1 (verstoting) expulsion, exclusion, (excommunicatie) excommunication, (ban) banno
2 (van sperma) ejaculation
3 (NAT) emanation, emission
-- van een klank = emission de un sono


uitstotteren WW

1 balbutiar


uitstralen WW

1 (van zich laten uitgaan) emitter, radiar, irradiar
warmte -- = emitter/(ir)radiar calor
licht -- = emitter lumine/luce
de vuurtoren straalt zijn licht uit over de zee = le pharo irradia su luce super le mar
2 (FIG) (van pijn, vertrouwen, etc.) irradiar, radiar
zelfvertrouwen -- = radiar/irradiar confidentia in se mesme


uitstralend BN

1 radiante, irradiante
--e pijn = dolor irradiante/diffuse


uitstraler ZN

1 irradiator


uitstraling ZN

1 radiation, irradiation, radiantia, emission, emanation
warmteverlies door -- = perdita de calor per radiation
2 (FIG) (van pijn, etc.) irradiation
-- van pijn = irradiation dolorose
3 (FIG) aura, effluvio, charisma
een enorme -- hebben = haber/posseder multe charisma
iemand met -- = un persona charismatic


uitstralingspunt ZN

1 puncto radiante, centro de radiation


uitstralingsvermogen ZN

1 poter radiante


uitstralingswarmte ZN

1 calor radiante


uitstrekken WW

1 (zo ver mogelijk strekken) tender, extender, allongar
de hals -- = tender le collo
de hand -- = tender/extender le mano
de arm -- naar iets = tender/extender/allongar le bracio verso un cosa
zich op de grond -- = tender/extender se super le solo
2 (doen reiken) extender
zijn macht verder -- = extender su poter
3
deze wouden strekken zich uit tot de horizon = iste forestes se extende usque al horizonte
deze bepaling strekt zich niet uit tot ons geval = iste mesura/stipulation non se extende a/non include nostre caso


uitstrijken WW

1 extender
boter -- = extender butyro
terugbetaling -- over vier jaar = extender/repartir un reimbursamento super quatro annos


uitstrijkje

1 (MED) frottis (F)
een -- maken = facer un frottis


uitstrijkpreparaat ZN

1 Zie: uitstrijkje


uitstromen WW

1 (stromend naar buiten komen) escolar se, effluer, effunder, (van licht/warmte) emanar
2 (uitmonden) fluer, disbuccar, imbuccar
veel rivieren stromen in zee uit = multe fluvios disbucca in le mar


uitstroming ZN

1 escolamento, (van licht/warmte) emanation


uitstromingsbuis ZN

1 Zie: uitlozingsbuis


uitstrooien WW

1 (strooiend verspreiden) disseminar
2 (overal vertellen) divulgar, diffunder


uitstrooiing ZN

1 (het strooiend verspreiden) dissemination, dispersion
2 (FIG) divulgation


uitstrooisel ZN

1 rumor false, mentita


uitstroom ZN

1 fluxo, currente, (van personen) exodo


uitstroomopening ZN

1 (van sponsdieren) osculo


uitstuffen WW

1 rader con le gumma


uitstulpen WW

1 protuberar
2 (MED) evaginar, prolaber


uitstulping ZN

1 protuberantia
2 (MED) diverticulo, (prolaps) prolapso, evagination, (eversie) eversion


uitsturen WW

1 inviar
iemand op iets -- = inviar un persona pro haber novas/un cosa, etc.
2 (wegzenden) expeller, expulsar
(SPORT) een speler het veld -- = expulsar un jocator del campo


uittanden WW

1 dentar, indentar


uittanding ZN

1 dentation, indentation


uittarnen WW

1 dissuer


uittarten WW

1 provocar, defiar


uittarting ZN

1 provocation, defia, defiantia


uittekenen WW

1 designar
ik kan die plaats wel -- = io cognosce iste urbe a fundo/como mi tasca, io sape cata detalio de iste urbe


uittellen WW

1 (uitbetalen) pagar
ik heb hem zijn geld uitgeteld = io le ha pagate su moneta
2 (BOKSEN) contar usque a dece
3 (ten einde tellen) contar
4
tel uit je winst = (LETT) face le calculo, (FIG) reguarda/mira lo que isto te costa, calcula lo que tu gania
5
(FIG) uitgeteld zijn = esser completemente extenuate


uitteren WW

1 (doen vermageren) emaciar, discarnar, consumer
langzaam teerde hij uit = ille consumeva lentemente
de ziekte teerde hem uit = le maladia le ha emaciate/discarnate


uitterend BN

1 (MED) atrophe, atrophic


uittering ZN

1 emaciation, consumption, marasmo


uittesten WW

1 testar
een computerprogramma -- = testar un programma de computator/computer (E)


uittikken WW

1 (typen) typar, scriber a machina
2 (SPEL) eliminar


uittillen WW

1 (uitlichten) levar, sublevar, altiar
2 (tot een hoger niveau brengen) levar le nivello de


uittocht ZN

1 exodo
(BIJBEL) Uittocht = Exodo
massale -- = exodo massive
het was een hele -- = isto esseva un exodo complete
de jaarlijkse -- naar de zee = le exodo annual verso le mar


uittorenen WW

1 dominar, elevar se super
het flatgebouw torent boven de oude stad uit = le edificio de appartamentos domina le vetere urbe
(FIG) hoog boven iemand -- = superpassar un persona


uittornen WW

1 dissuer


uittrap ZN

1 colpo de pede del goal-keeper (E), (colpo de) remissa in joco


uittrappen WW

1 (uitdoen) quitar per un colpo de pede
zijn schoenen -- = discalcear se per un colpo de pede
2 (doven) extinguer con le pede
het vuur -- = extinguer le foco con le pede
3 (de bal door een uittrap in het spel brengen) (re)mitter in joco
4 (uit het speelveld trappen) inviar le ballon foris del/foras del terreno (per un colpo de pede)


uittreden WW

1 (naar buiten gaan) salir, exir
2 (mbt ambt/functie, etc.) retirar se, dimitter se
vervroegd -- = retirar se prematurmente/anticipatemente
uit de regering treden = quitar le governamento
een uitgetreden priester = un ancian prestre, un ex-prestre


uittreding ZN

1 (mbt functie, etc.) dimission, retiro
2 (PARAPSYCH) emersion


uittrekbaar BN

1 (extraheerbaar) extractibile
2
een tafel met -- blad = un tabula extensibile/allongabile


uittrekken WW

1 (uitdoen) levar, remover
zijn kleren -- = levar su vestimentos, levar se le vestimentos, disvestir se
zijn schoenen/kousen, etc. -- = discalcear se
2 (door trekken verwijderen) extraher, remover, eveller, aveller
een kurk -- = remover un corco
onkruid -- = extirpar mal herbas
tanden -- = extraher/aveller dentes
zich de haren -- = extraher se le capillos
3 (bestemmen) destinar, reservar, assignar
een bedrag voor iets -- = destinar un amonta a un cosa
twee uur voor iets -- = reservar duo horas pro un cosa
4 (uittreksel maken) extraher, excerper, facer un extracto/excerpto de, resumar, epitomar
een boek -- = facer le résumé (F) de un libro, resumer/extraher un libro
5 (uithalen) disfacer
6 (naar buiten trekken) tirar, traher
een lade -- = tirar/aperir un tiratorio
een uitschuiftafel -- = allongar un tabula extensibile
7 (onttrekken aan) extraher
kruiden -- = facer extractos herbal, macerar herbas
vocht -- = extraher molliatura/liquido
8 (langer maken) extirar
iets tot een draad -- = extirar un cosa usque a devenir un filo
9 (weggaan) sortir, exir, partir
de stad -- = sortir del urbe


uittrekking ZN

1 (het door trekken verwijderen) extraction, evulsion, avulsion
2 (bestemming) destination, assignation
3 (het onttrekken aan) extraction


uittreksel ZN

1 excerpto, extracto, abbreviation, abbreviamento, condensation, compendio, epitome, texto condensate, summa, summario, summarisation
een -- maken = resumar, excerper, extraher, epitomar, abbreviar, summarisar, condensar, compendiar
-- uit het doopregister = extracto de baptismo
-- uit het sterfteregister = extracto mortuari
--s maken = facer extractos


uittrekselboek ZN

1 libro de excerptos


uittrekselperiodiek ZN

1 digesto


uittrekselverzameling ZN

1 collection de excerptos


uittrektafel ZN

1 tabula allongabile/extendibile/extensibile


uittrompetten WW

1 Zie: uitbazuinen


uittypen WW

1 scriber a machina, dactylographar, typar
zij moest die brief nog -- = illa debeva ancora typar iste littera


uitvaagsel ZN

1 (vuil) immunditias, (personen) vermina, canalia, gentalia


uitvaardigen WW

1 proclamar, promulgar, (bij/als decreet) decretar
het -- = proclamation, promulgation
een wet -- = promulgar un lege
een decreet -- = promulgar un decreto
een bevel/gebod -- = promulgar un ordine
een voorschrift -- = decretar un regulamento


uitvaardiging ZN

1 proclamation, promulgation
-- van een decreet = promulgation de un decreto


uitvaart ZN

1 ceremonia/pompa funebre, funeres, exequias, inhumation/interramento solemne, obsequias


uitvaartdienst ZN

1 servicio mortuari/funeral/funebre/de interramento


uitvaartmis ZN

1 missa mortuari/funeral/funebre/de interramento


uitvaartonderneming ZN

1 interprisa de pompas funebre


uitvaartplechtigheden ZN MV

1 Zie: uitvaart


uitvaartstoet ZN

1 convoyo/procession mortuari/funeral/funebre/de interramento


uitvaartverzekering ZN

1 assecurantia funeral


uitvaartverzekeringsbedrijf ZN

1 interprisa de assecurantias funeral


uitvagen WW

1 rader


uitval ZN

1 (losbarsting in woorden) eruption, explosion, (boze) apostrophe, (hevige) diatriba
2 (MIL) (aanval op belegeraars) sortita
3 (SCHERMEN) assalto, attacca, passe (F)
4 (het uitvallen van haar/veren) cadita


uitvallen WW

1 (uitbarsten in woorden) erumper, exploder, fulminar
tegen iemand -- = fulminar contra un persona
2 (losgaande vallen) cader, (van bladeren) exfoliar se
zijn tanden/haren vallen uit = ille perde su dentes/su capillos
3 (wegvallen) abandonar, non haber loco, non participar, supprimer se
er zijn drie man bij die race uitgevallen = tres personas ha abandonate in iste cursa
Jan valt uit = Jan se retira
de radioverbinding is uitgevallen = le radiocommunication ha essite trenchate {sj}
de stroom is uitgevallen = il ha un panna de electricitate/de currente
deze trein is uitgevallen = on ha cancellate iste traino
4 (het genoemde resultaat hebben) resultar
in iemands voordeel -- = resultar avantagiose pro un persona, tornar al avantage/favor de un persona
goed -- = resultar ben, succeder
slecht -- = resultar mal, faller
hoe zal de stemming -- ? = como va esser le resultato del votation?
5 (de genoemde aard hebben)
hij is niet mak uitgevallen = ille non es docile del toto
6 (een uitval doen) (MIL) facer un sortita, (SCHERMEN) facer assalto/attacca/un passe (F)


uitvaller ZN

1 persona qui se retira, curritor/footballero {foet} etc. qui abandona


uitvalsbasis ZN

1 (MIL) base de operationes


uitvalsweg ZN

1 cammino de exito/sortita


uitvaltijd ZN

1 tempore de inactivitate


uitvaren WW

1 (naar zee varen) sortir del/quitar le porto, levar le ancora, prender le vela, facer vela
2 (tieren) inveher, invectivar, fulminar, tempestar, vituperar


uitvarend BN

1 (tierend) fulminatori


uitvechten WW

1 decider per le armas
een verschil van mening -- = solutionar un disaccordo


uitveegsel ZN

1 scopatura


uitvegen WW

1 (door vegen reinigen) scopar, essugar, nettar
een kast -- = essugar un armario
(FIG) iemand de mantel -- = reprobar/reprehender/reprimendar/admoner/admonestar severmente un persona
2 (door vegen wegmaken) rader
een woord -- = rader un parola


uitveging ZN

1 nettation


uitventen WW

1 facer le commercio ambulante


uitverdedigen WW

1 (SPORT) sortir del defensa, contraattaccar, passar del defensa al offensiva, passar al contraattacco


uitvergroten WW

1 aggrandir, ampliar
uitvergrote foto = photo(graphia) aggrandite
een detail -- = aggrandir/ampliar un detalio


uitvergroting ZN

1 aggrandimento, ampliation
-- van een foto = aggrandimento de un photo(graphia)


uitverkiezen WW

1 eliger, (pre)seliger, selectionar, (REL) predestinar
velen zijn geroepen, weinigen zijn uitverkoren = multes es le appellatos, pauches/poches es le eligitos


uitverkiezing ZN

1 (het verkiezen uit) election, (pre)selection
2 (REL) predestination


uitverkocht BN

1 (niet meer verkrijgbaar) exhauste, exhaurite, toto vendite
dit boek is -- = iste libro es exhauste
wij zijn totaal -- = nos ha exhaurite nostre stock (E)
2 (vol) complete, plen
--e schouwburg = theatro complete


uitverkoop ZN

1 liquidation, vendita total, saldo(s)
totale -- = liquidation total (del stock)
volgende week is het -- = le septimana proxime il ha saldos, le saldos es in le septimana proxime
-- houden = saldar, liquidar


uitverkoopprijs ZN

1 precio de saldo


uitverkopen WW

1 saldar, liquidar
het -- = liquidation


uitverkoren BN

1 electe, eligite, de election, predestinate, (geliefd) favorite, special, preferite
-- volk = populo electe/eligite/de election/del promissa
-- vat = vaso de election
-- vaderland = patria/terra de election
-- zoon = filio favorite
zijn -- plekje/hoekje = su angulo favorite/de predilection


uitverkorene ZN

1 (iemand die uitverkoren is) electo, eligito, predestinato
2 (geliefde) favorito, preferito, amato
hij is haar -- = ille es su preferito


uitvertellen WW

1 contar usque al fin, finir (un conto)


uitveteren WW

1 Zie: uitvaren-2


uitvezelen WW

1 disfilar


uitvieren WW

1
een touw -- = laxar un corda


uitvinden WW

1 (voor het eerst vinden) inventar
hij heeft het buskruit niet uitgevonden = ille non ha inventate le pulvere
2 (te weten komen) discoperir, trovar
heb je al uitgevonden hoe laat je daar moet zijn? = ha tu jam discoperite a que hora tu debe esser ibi?


uitvinder ZN

1 inventor
ingenieuze -- = inventor ingeniose
-- van de telescoop = inventor del telescopio


uitvinding ZN

1 invention
-- van de boekdrukkunst = invention del imprimeria
ingenieuze -- = invention ingeniose
de nieuwste -- = le ultime invention
een -- doen = facer un invention, inventar un cosa


uitvindingsgave ZN

1 spirito inventive


uitvindsel ZN

1 invention, fabula


uitvissen WW

1
een vijver -- = dispopular un stagno
2 (essayar de) discoperir, investigar
hoe heb je dat uitgevist? = como ha tu discoperite isto?


uitvlakken WW

1 rader, (met gummetje) rader con le gumma, gummar
(FIG) dat moet je niet -- = isto non es un cosa sin importantia, tu non debe subestimar le importantia de isto
je moet zijn vasthoudendheid niet -- = tu non debe sub(e)valutar/subestimar su tenacitate


uitvliegen WW

1 volar via, quitar/abandonar le nido, exir del nido, (van bijen) essamar


uitvloeien WW

1 escolar se, fluer de, effluer, defluer


uitvloeiing ZN

1 escolamento, fluxo


uitvloeiingsgesteente ZN

1 rocca de effusion


uitvloeisel ZN

1 consequentia, implication, corollario, resultato, effecto
een -- van deze visie = un consequentia/corollario de iste vision


uitvloeken WW

1 injuriar, invectivar


uitvlokken WW

1 floccular
het -- = flocculation


uitvlokking ZN

1 flocculation


uitvlooien WW

1 (van vlooien ontdoen) expulicar
2 (FIG) Zie: uitvissen


uitvlucht ZN

1 pretexto, subterfugio, excusa, escappatoria
een -- verzinnen/bedenken = inventar un pretexto/subterfugio, subterfugir


uitvoegen WW

1 cambiar de via


uitvoegstrook ZN

1 via de deceleration


uitvoer ZN

1 (export) exportation
invoer en -- = importation e exportation
de -- uit Nederland = le exportationes de Hollanda
2 (uitvoering) execution
ten -- brengen/leggen = applicar, executar, exequer, realisar, effectuar, implementar, poner/mitter a execution
een gerechtelijk vonnis ten -- leggen = executar un sententia judicial
een bevel ten -- brengen = executar un ordine
een wet ten -- brengen = applicar un lege
3 (COMP) output (E)


uitvoerartikel ZN

1 articulo/producto de exportation


uitvoerbaar BN

1 (exporteerbaar) exportabile
2 (doenlijk) realisabile, facibile, effectuabile, executabile, agibile, operabile, practicabile, possibile
gemakkelijk -- plan = projecto facilemente executabile/practicabile
3 (JUR) executori, executabile
een vonnis -- verklaren = render executabile un judicio


uitvoerbaarheid ZN

1 facibilitate, realisabilitate, agibilitate, effectuabilitate, practicabilitate
-- van een plan = effectuabilitate de un projecto


uitvoerbelasting ZN

1 taxa de exportation


uitvoerbelemmering ZN

1 Zie: uitvoerbeperking


uitvoerbepaling ZN

1 disposition de exportation


uitvoerbeperking ZN

1 restriction del exportation


uitvoerconsent ZN

1 autorisation de exportation


uitvoerder ZN

1 executor, realisator, (van muziekstuk) executante
2 (exporteur) exportator


uitvoerdokument ZN

1 documento de exportation


uitvoeren WW

1 (exporteren) exportar
het -- = exportation
weer -- = reexportar
goederen -- = exportar merces/mercantias
2 (verrichten) facer, executar, exequer, effectuar, complir, implementar
hij voert niets/geen steek uit = ille face nihil, ille otia
wat zal ik hier mee --? = que facera io con isto?
handwerk -- = facer/executar/exequer/effectuar travalios manual
een dienst -- = facer un servicio
caracoles -- = caracolar
3 (volbrengen) executar, exequer, realisar, effectuar, complir, implementar
een concert -- = dar/executar/exequer un concerto
een contract -- = executar/exequer/complir un contracto
een plan -- = realisar/executar/exequer/effectuar un plano
een berekening -- = executar/exequer/effectuar un calculo/un operation arithmetic
de wet -- = executar/exequer/complir le lege
een belofte -- = complir un promissa
een opdracht -- = complir un ordine/mission
instructies -- = complir instructiones
een taak -- = complir un carga
4 vertonen
een ballet -- = representar un ballet
5
een sieraad in goud -- = realisar un joiel in auro
het boek is goed uitgevoerd = le libro ha essite ben facite


uitvoerend BN

1 executive
-- comité = committee (E)/commission executive
-- bestuur van de Union Mundial pro Interlingua = consilio executive del Union Mundial pro Interlingua
--e macht = poter executive
2 exportator
olie -- land = pais exportator de petroleo


uitvoerende ZN

1 (MUZ) executante


uitvoergoederen ZN MV

1 merces/mercantias de exportation


uitvoerhandel ZN

1 commercio exportator/de exportation


uitvoerhaven ZN

1 porto de exportation


uitvoerig BN

1 detaliate, minute, minutiose, ample, exhaustive, (BW ook) in detalio, extensemente
--e beschrijving = description minute
--e inlichtingen = informationes detaliate
--e inhoudsopgave = tabula de contento detaliate
--e aantekeningen = annotationes detaliate
--e voorbereidselen = preparativos/preparationes minutiose/elaborate
-- diner = dinar copiose
een zaak -- beschrijven = describer un cosa in detalio


uitvoerigheid ZN

1 extension, profusion de detalios, (wijdlopigheid) prolixitate, circumstantialitate


uitvoering ZN

1 (voltrekking) realisation, effectuation, execution
-- van een plan = realisation de un projecto
-- van een besluit = realisation de un decision
-- van een bouwwerk = realisation de un construction
-- van een vonnis = execution de un judicamento
-- geven aan = dar execution a, poner/mitter in practica
2 (het spelen) (muziek) execution, interpretation, (toneelstuk) representation
de -- van het toneelstuk was schitterend = le representation del pièce (F) esseva superbe
integrale -- = interpretation integral
3 (wijze van bewerking) execution, presentation, version
wij hebben deze auto in twee --en = nos ha iste auto(mobile) in duo modellos/versiones
in een goedkopere -- = in un version plus economic
normale -- = modello currente
4 (presentatie) presentation
de -- van een artikel = le presentation de un articulo


uitvoeringsfase ZN

1 phase executive


uitvoeringskosten ZN MV

1 costos del execution


uitvoeringstechniek ZN

1 (TONEEL, MUZ) technica interpretative


uitvoerland ZN

1 pais exportator


uitvoerlijk BN

1 Zie: uitvoerbaar-2


uitvoermarkt ZN

1 mercato de exportation


uitvoermogelijkheden ZN MV

1 possibilitates de exportation


uitvoeroverschot ZN

1 excesso/excedente/surplus (F) de exportation


uitvoerpremie ZN

1 premio de exportation


uitvoerprijs ZN

1 precio de exportation


uitvoerprodukt ZN

1 producto de exportation


uitvoerrechten ZN MV

1 derectos de exportation, doana
vrij van -- = exempte de doana


uitvoerstatistiek ZN

1 statistica del exportation


uitvoerverbod ZN

1 interdiction/prohibition de exportation, embargo


uitvoervergunning ZN

1 licentia/permisso de exportation


uitvoervolume ZN

1 volumine de exportation


uitvoerwaarde ZN

1 valor de exportation


uitvogelen WW

1 discoperir, trovar un medio, examinar detaliatemente


uitvorsen WW

1 scrutar, investigar, inquirer, sondar
een geheim -- = essayar de penetrar un secreto, ir al fundo de un secreto
iemands bedoelingen -- = scrutar/sondar le intentiones de un persona


uitvorsing ZN

1 investigation, inquesta, sondage


uitvouwbaar BN

1 displicabile
--e kaart = carta/mappa displicabile


uitvouwen WW

1 displicar, extender, aperir


uitvragen WW

1 (uithoren) interrogar, questionar
een krijgsgevangene -- = interrogar un prisionero de guerra
2 (ten einde vragen)
ik ben nu uitgevraagd = io non ha questiones ulterior


uitvrager ZN

1 interrogator, questionator


uitvraging ZN

1 interrogation


uitvreten WW

1 (uitspoken) facer
2 (uitbijten) roder, corroder
de roest vreet het staal uit = le oxydo corrode le aciero
3
de muizen hebben de kaas uitgevreten = le muses/mures ha mangiate un parte del caseo


uitvreter ZN

1 parasito


uitvuller ZN

1 (DRUKK) justificator


uitwaaien WW

1 (gedoofd worden) extinguer se per le vento
2 (naar buiten gaan staan) displicar se
de vlaggen waaien uit = le bandieras se displica
3 (een frisse neus halen) prender un halito/buccata de aere fresc, prender aere
4 (ophouden met waaien) cessar de sufflar
de wind is uitgewaaid = le vento se ha calmate
5 (doven) extinguer


uitwaaieren WW

1 radiar, extender se
de startbanen waaieren uit naar alle richtingen = le pistas de volo se extende/radia in tote le directiones


uitwaarts BW

1 foras, foris


uitwalsen WW

1 laminar


uitwandelen WW

1 marchar {sj}/ir usque al fin
een straat -- = marchar usque al fin de un strata
de vierdaagse -- = ir usque al fin del quatro dies/jornos de marcha {sj}


uitwannen WW

1 vannar


uitwas ZN

1 (uitgroeisel) protuberantia, excrescentia, (gezwel) tumor
-- aan planten = excrescentias super plantas
(MED) vlezige -- = excrescentia carnose
(MED) sponsachtige -- = fungo
2 (ongewenste ontwikkeling) excesso, excrescentia
--sen van de beschaving = excessos/excrescentias del civilisation


uitwasbaar BN

1 delibile


uitwasemen WW

1 (als wasem verspreiden) exhalar, emanar, perspirar, transpirar, evaporar, (zweten) sudar
de bloemen wasemen heerlijke geuren uit = le flores exhala perfumes meraviliose


uitwaseming ZN

1 exhalation, emanation, evaporation, perspiration, transpiration, effluvio, (mbt rottin) miasma, (zweet) sudor
2 (MED) diaphorese (-esis)


uitwassen WW

1 (door wassen reinigen) lavar, nettar
vuil linnengoed -- = lavar lino immunde
vlekken -- = nettar/remover maculas
2 (tot zijn volle lengte komen) attinger su plen disveloppamento, disveloppar se
3 (uitlopen) germinar
4 (uit iets opgroeien) crescer


uitwassing ZN

1 lavage


uitwateren WW

1 disaquar (in), escolar (in), evacuar su aquas (in), discargar su aquas (in)
het kanaal waarop de polder uitwatert = le canal in le qual disaqua le polder (N)
rivieren die in de Oostzee -- = fluvios que discarga su aquas in le Baltico/in le Mar Baltic


uitwatering ZN

1 escolamento, disaquamento, evacuation


uitwateringskanaal ZN

1 canal de escolamento/disaquamento/evacuation, emissario


uitwateringssluis ZN

1 esclusa de escolamento/disaquamento/evacuation


uitwedstrijd ZN

1 partita/match (E) jocate foris de casa


uitweg ZN

1 (uitgang) via de exito, exito, egresso
het water moet een -- hebben = le aqua debe poter escolar se
recht van -- hebben = haber derecto de exito/egresso
2 (uitkomst) escappatoria, expediente, (oplossing) solution
een -- zoeken = cercar un expediente
iemand geen andere -- laten = accular un persona a un cosa, non lassar un altere apertura a un persona
hij zag geen -- meer = ille videva necun escappatoria
hij wist een -- = ille habeva un solution
een -- voor zijn opgekropte gevoelens = un escappatoria pro su sentimentos reprimite


uitwegen WW

1 (afwegen) pesar
een half pond -- = pesar un medie libra
2 (bij gewicht verkopen) vender al peso
kersen -- = vender ceresias al peso
3 (veel volume hebben voor zijn gewicht) esser legier, esser avantagiose al peso
deze koekjes wegen uit = iste biscuites es avantagiose al peso


uitweiden WW

1 extender se, discurrer, disserer, dissertar, digreder, facer un digression, divagar
over een onderwerp -- = extender se super un thema


uitweiding ZN

1 digression, (nutteloze) divagation
-- vooraf = preambulo


uitwendig BN

1 (uiterlijk) externe, exterior
--e hoofdslagader = carotide externe
--e gehoorgang = canal auditori externe, conducto auditive externe
-- oor = aure externe
--e kenmerken = characteristicas exterior/externe
-- gebruik = application/uso/usage externe
--e diameter = diametro externe/exterior
-- bespeurt men geen verandering = exteriormente on non percipe/vide un cambiamento, il non ha un cambiamento externe
aan het --e blijven hangen = restar/remaner superficial
2 (van buiten komend) extrinsec, externe
--e oorzaak = causa extrinsec/externe/alien
3 (MED) topic, externe
-- geneesmiddel = medicamento (pro/de uso) topic/externe, topico


uitwendige ZN

1 exterior


uitwendigheid ZN

1 aspecto/apparentia exterior, exterioritate


uitwenen WW

1 Zie: uithuilen


uitwerken WW

1 (in bijzonderheden bewerken) elaborar, disveloppar, (lijst van details opmaken) detaliar
een programma -- = elaborar un programma
de punten voor een plan -- = elaborar le punctos pro un plano/projecto
met uitgewerkte plannen voor de dag komen = presentar projectos elaborate/detaliate
een idee -- = disveloppar un idea
een formule -- = disveloppar un formula
een plot voor een roman -- = disveloppar un intriga pro un roman(ce)
steno-aantekeningen -- = transcriber notas stenographiate
2 (helemaal berekenen) calcular, computar
sommen -- = (re)solver problemas
3 (bewerkstelligen) effectuar, realisar, operar
hij kan daar niets -- = ille non pote realisar nihil illac
4 (figuren snijden in) sculper, cisellar
5 (uitwerking hebben) haber effecto, consequer
6 (uitgisten) cessar de fermentar


uitwerking ZN

1 (bewerking) disveloppamento, elaboration
-- van een plan = elaboration de un plano/un projecto
deze verhandeling is de -- van een voordracht = iste tractato ha essite elaborate secundo un conferentia
de -- van een voorstel = le detalios ulterior de un proposition
2 (resultaat) effecto, consequentia, resultato
-- hebben = operar, haber effecto
de beoogde -- hebben = haber/producer le effecto volite/intendite/desirate/desiderate, esser effective
een averechtse -- hebben = esser contraproducente/contraproductive, haber un effecto contrari
een negatieve -- hebben = consequer negativemente
de medicijnen hadden geen -- = le medicamentos non habeva effecto
zonder -- = inoperante, inefficace, inefficiente
3 (berekening) calculo, computation, resultato


uitwerpen WW

1 (naar buiten werpen) jectar, ejectar, expeller, expulsar
een anker -- = jectar un ancora
zijn netten -- = jectar su retes
2 (door werpen verwijderen) rejectar, evacuar, vomer, ejectar, (FYSIOL) excretar
de vulkaan wierp as en lava uit = le vulcano vomeva/ejectava cineres e lava
3 (uitstoten) excluder, ejectar
4 (SPORT) remitter (le ballon) in joco
de doelman wierp de bal uit naar de libero = le goal-keeper (E) ha jectate le ballon in le direction del libero (I)


uitwerper ZN

1 (TECHN) ejector


uitwerpsel ZN

1 excremento, fece, excretion, dejection
--en = excrementos, feces, materias fecal, residuos excrementicie
dierlijke --en = excrementos de animales
vervuiling door --en = pollution fecal/de feces


uitwieden WW

1 disherbar, sarcular
het onkruid -- = extirpar le mal herbas


uitwijkeling ZN

1 exiliato, emigrato, refugiato


uitwijken WW

1 (uit de weg gaan) deviar, obliquar, ir a un latere
plotseling -- = executar un deviation brusc
naar rechts/links -- = deviar/obliquar al dext(e)ra/al sinistra
2 (uit het land gaan) quitar su pais, ir in exilio, emigrar, expatriar se, exiliar se, refugiar se
3 (uit elkaar wijken) (twee lijnen) diverger
de muur wijkt uit = le muro non es perpendicular/a plumbo


uitwijkhaven ZN

1 (SCHEEP) porto alternative
2 (LUCHTV) aeroporto/aerodromo alternative


uitwijking ZN

1 (emigratie) emigration, exilio, expatriation


uitwijkmanoeuvre ZN

1 deviation, (FIG) manovra evasive


uitwijkmogelijkheid ZN

1 (mogelijkheid om uit te wijken naar elders) alternativa, solution de reimplaciamento
2 (mogelijkheid om een naderende mogelijkheid te voorkomen) possibilitate de escappamento, escappatoria


uitwijzen WW

1 (aantonen) monstrar, demonstrar, revelar
de tijd zal het -- = le tempore lo monstrara
dat zal zich spoedig -- = on lo videra tosto
het onderzoek heeft uitgewezen dat = le investigation ha demonstrate que
2 (uit het land zetten) expeller, expulsar
3 (uitleveren) extrader
4 (beslissen) decider
de rechter moet het -- = le judice debe decider


uitwijzing ZN

1 (uitzetting) expulsion
2 (uitlevering) extradition


uitwijzingsbevel ZN

1 mandato de expulsion
2 mandato de extradition


uitwinnen WW

1 ganiar, economisar, sparniar
2 (JUR) evincer, expropriar


uitwinning ZN

1 ganio, economisation, sparnio
2 (JUR) eviction, expropriation


uitwippen WW

1 sortir un instante/momento


uitwisbaar ZN

1 delibile, que on pote rader
--e inkt = tinta delibile


uitwisselbaar BN

1 intercambiabile, trocabile
2 compatibile


uitwisselen WW

1 intercambiar, excambiar
gevangenen -- = excambiar prisioneros
meningen -- = excambiar opiniones
indrukken -- = excambiar impressiones
ervaringen -- = intercambiar experientias
hoogleraren -- = intercambiar professores universitari


uitwisseling ZN

1 excambio, intercambio
culturele -- = excambio/intercambio cultural
intellectuele -- = intercambio intellectual
-- van gegevens = excambio de datos
-- van ideeën = intercambio de ideas
-- van gevangenen = excambio de prisioneros


uitwisselingsenergie ZN

1 energia de excambio


uitwisselingsprogramma ZN

1 programma de excambio


uitwisselingsverdrag ZN

1 tractato de excambio/intercambio


uitwissen WW

1 (laten verdwijnen) remover, facer disparer, rader, expunger, deler, obliterar
het -- = rasura, radimento, expunction, deletion, obliteration
een spoor op een magneetband -- = remover/rader un pista super un banda magnetic
iets uit zijn geheugen wissen = rader un cosa de su memoria
2 (reinigen) nettar


uitwoeden WW

1 calmar se
de storm was uitgewoed = le tempesta se habeva calmate
de epidemie woedde uit = le epidemia finiva


uitwonen WW

1 ruinar/deteriorar un habitation, render inhabitabile
ze hebben het huis totaal uitgewoond = illes ha ruinate le casa, illes ha facite un ruina del casa


uitwonend BN

1 externe, non residente
--e leerling = scholar/discipulo/alumno externe


uitworp ZN

1 (SPORT) le remitter in joco (del goal-keeper (E))
2 (wat uitgestoten wordt) discarga, residuos, emission, emanationes
-- van zwaveldioxyde = emission/emanationes de dioxydo de sulfure


uitwrijven WW

1 (reinigen) fricar
het -- = fricamento, friction
zijn ogen -- = fricar se le oculos
(FIG) zich de ogen -- = aperir grande oculos
de schoenen -- = facer lustrar/brillar le scarpas/calceos
2 (uitspreiden) extender, (met was) cerar, incerar
de parketwas -- = incerar le parquet (F)


uitwringen WW

1 torquer, exprimer
zijn natte sokken -- = torquer su calcettas molliate


uitwringing ZN

1 torsion, expression


uitwuiven WW

1 salutar con le mano, dicer adeo con le mano, accompaniar (un persona qui parti)


uitzaai ZN

1 semination


uitzaaien WW

1 (zaaiend verspreiden) seminar, disseminar
het -- = semination, dissemination
2
(MED) zich -- = disseminar se, reproducer se, producer metastases
het gezwel had zich uitgezaaid = le tumor se habeva disseminate


uitzaaiing ZN

1 (het uitzaaien) semination, dissemination
2 (MED) dissemination, metastase (-asis), (mbt cellen) proliferation
-- van een gezwel = metastase (-asis) de un tumor
--en van kanker door het hele lichaam = generalisation del cancer
--en in de lever = metastase (-asis) in le hepate/ficato


uitzagen WW

1 serrar
iemand -- = liberar un persona con le serra


uitzakken WW

1 (uit zijn vorm zakken) deformar se
de muur is uitgezakt = le muro non es perpendicular/a plumbo
2 (MED) prolaber
de endeldarm is uitgezakt = le recto ha prolabite, il ha un prolapso del recto


uitzakking ZN

1 (het uit zijn vorm zakken) deformation
2 (MED) prolapso, evagination
aan een -- lijden = evaginar


uitzege ZN

1 victoria in campo contrari/foris de casa


uitzeilen WW

1 partir, prender le vela, facer vela
wij zeilen zeven mei uit = nos parti le septe de maio


uitzendarbeid ZN

1 Zie: uitzendwerk


uitzendbureau ZN

1 agentia de placiamento/de empleo/de travalio/labor interimari/temporanee/temporari


uitzenden WW

1 (RADIO, TV) diffunder, emitter, transmitter, (RADIO ook) radiodiffunder, (TV ook) telediffunder
een concert -- = diffunder un concerto
nieuws over de radio -- = diffunder novas per radio
2 (NAT) emitter
stralen -- = emitter radios
golven -- = emitter undas
3 (met een opdracht wegzenden) distachar {sj}, inviar
een technicus naar een ontwikkelingsland -- = inviar/distachar un technico a un pais subdisveloppate
iemand om boodschappen -- = inviar un persona pro facer commissiones/emptiones
4 (rondzenden) facer circular
diners -- = portar dinares a domicilio


uitzending ZN

1 (RADIO, TV) (het uitzenden) diffusion, emission, transmission
de -- van een radioprogramma = le transmission de un programma radiophonic
2 (RADIO, TV) (programma) emission, programma
live-uitzending = emission derecte
een -- aankondigen = presentar un emission
3 (NAT) (uitstraling, afgifte) emission


uitzendkracht ZN

1 empleato interime/interimari/temporanee/temporari


uitzendkrachten ZN MV

1 personal/mano de obra interime/interimari/temporanee/temporari


uitzendpost ZN

1 posto de emission


uitzendwerk ZN

1 travalio/labor interime/interimari/temporanee/temporari


uitzet ZN

1 dote, trousseau (F)
een -- geven aan = dotar


uitzetbaar BN

1 elastic, extensibile, extendibile, expandibile, expansibile, dilatabile, distensibile


uitzetbaarheid ZN

1 dilatabilitate, extendibilitate, expansibilitate, distensibilitate


uitzetten WW

1 (buiten iets zetten) expeller, expulsar, mitter/poner foras
ongewenste vreemdelingen -- = expeller/expulsar estranieros indesirabile
het vaderland -- = expatriar
2 (neerlaten)
de sloepen -- = mitter le chalupas {sj}/lanchas al mar
3 (uitspreiden) tender, displicar
een net -- = tender un rete
de zeilen -- = displicar le velas
de pauw zet zijn staart uit = le pavon aperi le cauda
4 (verspreid zetten) placiar, disponer
schildwachten -- = postar sentinellas
5 (uitplanten) plantar
6 (op interest zetten) placiar
7 (buiten werking stellen) arrestar, clauder, disconnecter
de radio -- = clauder/disconnecter le radio
8 (uitmeten, aftekenen) jalonar, picchettar, traciar, delimitar
een parcours voor een marathon -- = traciar/delimitar le percurso de marathon
(WISK) op de lijn AC een stuk AD --, gelijk aan PQ = traciar super le linea AC un segmento AD, equal a PQ
9 (in omvang doen toenemen) expander, dilatar, distender, extender
--de kracht = fortia expansive, expansibilitate
uitgezet hart = corde dilatate
10
een parcours -- = delimitar un percurso


uitzetting ZN

1 (verwijdering) expulsion, (JUR) eviction
-- van ongewenste vreemdelingen = expulsion de estranieros indesirabile
-- van een huurder die zijn huur niet betaalt = expulsion de un locatario qui non paga su location
bevel tot -- = ordine/mandato de expulsion
2 (vergroting) dilatation, expansion, distension, extension
-- van een gas = expansion de un gas
lineaire -- = dilatation linear
kubieke -- = dilatation cubic
3 (MED) (zwelling) turgor, turgiditate, turgescentia, (in)tumescentia
4 (ontscheping) disbarcamento, disimbarcation


uitzettingsbevel ZN

1 mandato/ordine de expulsion/eviction


uitzettingscoëfficiënt ZN

1 coefficiente de dilatation (thermic)
lineaire/kubieke -- = coefficiente de dilatation linear/cubic


uitzettingsgraad ZN

1 grado de expansion


uitzettingsscheur ZN

1 fissura de dilatation


uitzettingsvermogen ZN

1 dilatabilitate, expansibilitate, fortia/poter expansive
het grote -- van de gasses = le grande dilatabilitate del gases


uitzeven WW

1 Zie: uitziften


uitzicht ZN

1 (gelegenheid om naar buiten te zien) vista, prospecto
-- in 't rond, wijds/panoramisch -- = vista panoramic
iemand het -- belemmeren = celar le vista a un persona
2 (datgene waar men op uitkijkt) vista, panorama, prospecto
een fraai -- = un belle panorama/vista
-- op zee hebben = haber le vista del mar
van een mooi -- genieten = gauder de un belle vista
het -- bewonderen = admirar le panorama
3 (vooruitzicht) perspectiva, prospecto
hij had geen -- op promotie = ille non habeva le perspectiva de un promotion


uitzichtlengte ZN

1 distantia de visibilitate


uitzichtloos BN

1 sin perspectiva, sin futuro, sin sperantia
--e liefde = amor sin spero/sin sperantia
--e situatie = situation desperate/sin spero/sin sperantia/sin perspectiva


uitzichtloosheid ZN

1 manco/mancantia de perspectiva


uitzichtpunt ZN

1 puncto de vista


uitzichtterras ZN

1 belvedere, mirador


uitzichttoren ZN

1 turre panoramic/de observation/de vigilia, belvedere, mirador


uitzieken WW

1 lassar le maladia sequer su curso


uitzien WW

1 (verlangend wachten) expectar/desirar/desiderar con impatientia
-- naar de vakantie = expectar le vacantias con impatientia
2 (proberen te krijgen) esser al recerca (de)/in cerca de
-- naar een andere baan = esser al recerca de un altere empleo
3 (tot uitzicht hebben) dar (super), haber vista (super)
het raam ziet uit op de tuin = le fenestra da super le jardin
4 haber le aere/aspecto/apparentia
er bedroefd -- = haber le aere/apparentia triste
er gelukkig -- = haber le aere/apparentia felice
5 (ten einde zien) reguardar/vider usque al fin, vider integremente
een toneelstuk -- = vider un pecia de theatro usque al fin
6
het ziet ernaar uit dat hij niet komt = il pare/sembla que ille non veni
het ziet naar regen uit = il pare que il va pluver


uitziften WW

1 cribrar, tamisar, passar per un cribro/un tamis
het -- = tamisation


uitzijgen WW

1 filtrar


uitzijging ZN

1 filtration


uitzingen WW

1 (volhouden) perseverar
2 (ten einde zingen) cantar integralmente/usque al fin
3 (zingend uiten) cantar


uitzinnig BN

1 delirante, exultante, phrenetic, folle, discatenate
--e vreugde = gaudio/joia delirante
-- publiek = publico delirante
--e woede = furia discatenate


uitzinnigheid ZN

1 delirio, phrenesia, follia


uitzitten WW

1 complir, expiar
zijn straf -- = complir/expiar su pena
ik heb de vergadering niet helemaal uitgezeten = io ha partite ante le fin del reunion


uitzoeken WW

1 (uitpuzzelen) examinar, recercar, investigar
iets tot op de bodem -- = examinar/investigar un cosa a fundo
2 (sorteren) assortir, classar, classificar
3 (uitkiezen) eliger, seliger, selectionar


uitzonderen WW

1 exceptar, excluder
het -- = exception, exclusion
dit geval is van de regel uitgezonderd = iste caso es un exception al regula


uitzondering ZN

1 exception
de --en bevestigen de regel = le exceptiones confirma le regula
dat is een -- = isto es un exception
een -- maken = facer un exception, exceptar
een -- maken voor = facer un exception in favor de
een -- vormen = constituer un exception
met één enkele -- = con un sol exception
op een enkele -- na = salvo pauc/poc exceptiones
bij -- = exceptionalmente, per exception
met -- van = a(l) exception de, con le exception de
zonder -- = sin exception


uitzonderingsbepaling ZN

1 exception
er zijn enige --en gemaakt = on ha introducite alicun exceptiones


uitzonderingsgeval ZN

1 caso exceptional/special/isolate/de exception


uitzonderingsmaatregel ZN

1 mesura exceptional/special/de exception


uitzonderingspositie ZN

1 situation/position exceptional/special
zich in een -- bevinden = trovar se/esser in un situation exceptional


uitzonderingstarief ZN

1 tarifa de preferentia


uitzonderingstoestand ZN

1 stato de exception/de emergentia/de urgentia


uitzonderingswet ZN

1 lege de exception


uitzonderlijk BN

1 (een uitzondering vormend) exceptional, inusual, insolite, particular, special
2 (zeer groot/intens) excessive
--e koude = frigido excessive
-- begaafd = exceptionalmente dotate


uitzonderlijkheid ZN

1 character exceptional, exceptionalitate


uitzouten WW

1 dissalar


uitzuigen WW

1 (zuigend ledigen) suger, exsuger, extraher per suction
2 (uitbuiten) suger le sanguine, exploitar {plwa}, extorquer
het volk -- = exploitar le populo


uitzuiger ZN

1 (uitbuiter) exploitator {plwa}, sanguisuga, vampir


uitzuigerij ZN

1 exploitation {plwa}


uitzuiging ZN

1 (het zuigend ledigen) (ex)suction
2 (het uitbuiten) exploitation {plwa}


uitzuinigen WW

1 sparniar, economisar


uitzuiniging ZN

1 sparnio, economia


uitzwaaien WW

1 dicer adeo/adieu (F) con le mano
vrienden -- = accompaniar amicos (usque) al porta/a lor auto(mobile), etc.


uitzwavelen WW

1 sulfurar
het -- = sulfuration


uitzwaveling ZN

1 sulfuration


uitzwemmen WW

1 (ten einde zwemmen) natar usque al fin
zij heeft de hele wedstrijd uitgezwommen = illa ha finite le cursa de natation
2 (rustig verder zwemmen) natar


uitzwenken WW

1 deviar, obliquar, girar, curvar
de weg zwenkt naar links uit = le cammino face un curva a sinistra


uitzwermen WW

1 (van bijen, etc.) essamar
het -- = essamage, essamatura
2 (naar alle kanten uittrekken) dispersar se


uitzwerming ZN

1 (van bijen, etc.) essamage, essamatura


uitzweten WW

1 sudar, transsudar, exsudar, perspirar, transpirar
het -- = transsudation, exsudation, perspiration, transpiration
de muren zweten vocht uit = le muros exsuda humiditate


uitzweting ZN

1 transsudation, exsudation, perspiration, transpiration, (MED ook) diaphorese (-esis)


uiver ZN

1 ciconia


uiversnest ZN

1 nido de ciconia


uivormig BN

1 bulbiforme


uk ZN

1 (multo) parve infante, nano


U.K.

1 (Afk.: United Kingdom) Regno Unite


ukkepuk ZN

1 Zie: uk


ukulele ZN

1 ukulele


ulaan ZN

1 ulano


ulceratie ZN

1 ulceration


ulceratief BN

1 ulcerative


ulcereren WW

1 ulcerar se


ulcerogeen BN

1 ulcerogene


ulema ZN

1 ulema


ulevel ZN

1 pastilla de caramello


ullucus ZN

1 ulluco


ulna ZN

1 cubito


Ulster ZN EIGN

1 Ulster (E)
(korte winterjas) ulster = ulster


ulterieur BN

1 ulterior, posterior, subsequente


ultiem BN

1 ultime, ultimate, final, definitive
een --e poging = un ultime tentativa


ultimatief BN

1 ultimative, como un ultimatum (L)


ultimatum ZN

1 ultimatum (L)
aan het -- was een tijdslimiet verbonden = un limite de tempore esseva attachate {sj} al ultimatum
een -- stellen = presentar un ultimatum
een -- laten verlopen = lassar expirar un ultimatum


ultimo BW

1
-- januari = le 31 de/al fin de januario


ultra ZN

1 (radicaal, extremist) ultra


ultracentrifuge ZN

1 ultracentrifuga, ultracentrifugator


ultracentrifugeren WW

1 ultracentrifugar
het -- = ultracentrifugation


ultracentrifugering ZN

1 ultracentrifugation


ultraconservatief BN

1 ultraconservative, ultraconservatori


ultrafijn BN

1 ultrafin
--e snede = section ultrafin


ultrafilter ZN

1 ultrafiltro


ultrafiltrabel BN

1 ultrafiltrabile


ultrafiltratie ZN

1 ultrafiltration


ultrafiltreerbaar BN

1 ultrafiltrabile


ultrafiltreren WW

1 ultrafiltrar


ultrageluidgolf ZN

1 unda ultrasonic


ultragevoelig BN

1 ultrasensibile


ultrakort BN

1 ultracurte, ultrabreve
--e golf = unda ultracurte/ultrabreve


ultralaagfrequentie ZN

1 frequentia ultrabasse


ultraliberaal BN

1 ultraliberal


ultralicht BN

1 ultralegier
--e metalen = metallos ultralegier


ultralinks BN

1 de extreme sinistra


ultramarijn BN

1 ultramarin


ultramarijn ZN

1 color ultramarin


ultramicrobalans ZN

1 ultramicrobalancia


ultramicrometer ZN

1 ultramicrometro


ultramicroscoop ZN

1 ultramicroscopio


ultramicroscopie ZN

1 ultramicroscopia


ultramicroscopisch BN

1 ultramicroscopic


ultramicrosoom ZN

1 ultramicrosoma


ultramicrotoom ZN

1 ultramicrotomo


ultramodern BN

1 ultramoderne


ultramontaan ZN

1 ultramontano


ultramontaans BN

1 ultramontan


ultramontanisme ZN

1 ultramontanismo


ultraradicaal BN

1 ultraradical


ultrarechts BN

1 ultraderecte, ultraconservatori, de extreme dext(e)ra


ultrasnel BN

1 ultrarapide
--e fotografie = photographia ultrarapide


ultrasonisch BN

1 ultrasonic


ultrasonoor BN

1 ultrasonic
--e detector = detector ultrasonic
--e generator = generator ultrasonic
--e ontvanger = receptor ultrasonic
--e stroboscoop = stroboscopio ultrasonic
--e zender = transmissor ultrasonic


ultrasoon BN

1 ultrasonic
--e trilling = vibration ultrasonic, ultrasono


ultrasoonlassen ZN

1 soldatura per ultrasonos


ultrasoontherapie ZN

1 ultrasonotherapia


ultrasoontrilling ZN

1 vibration ultrasonic


ultrastraling ZN

1 radiation cosmic


ultrastructureel BN

1 ultrastructural
-- onderzoek = recercas ultrastructural


ultrastructuur ZN

1 ultrastructura


ultraviolet BN

1 ultraviolette
-- spectrum = spectro ultraviolette
radios -- = ultraviolette stralen


ultravioletfotografie ZN

1 photographia ultraviolette


ultravioletspectroscopie ZN

1 spectroscopia ultraviolette


ultravioletstraling ZN

1 radiation ultraviolette


ultravirus ZN

1 ultravirus


ultra-zuiver BN

1 ultra-pur
-- water = aqua ultra-pur


Ulysses ZN EIGN

1 Ulysses


Umbrië ZN EIGN

1 Umbria


Umbriër ZN

1 umbro


Umbrisch BN

1 umbre


Umbrisch ZN

1 (dialect) umbro


umlaut ZN

1 (teken) umlaut (D)
2 (klankwijziging) inflexion/mutation vocalic


umlautsfactor ZN

1 factor de umlaut (D)/de inflexion/mutation vocalic


umpire ZN

1 arbitro, umpire (E)


unaniem ZN

1 unanime
--e bijval = approbation unanime
zij antwoordden -- = illes respondeva como un sol homine
zij verklaarden -- = illes declarava unanimemente


unanimisme ZN

1 unanimismo


unanimist ZN

1 unanimista


unanimistisch BN

1 unanimista
de --e groep = le gruppo unanimista


unanimiteit ZN

1 unanimitate


unanimiteitsbeginsel ZN

1 principio/regula del unanimitate


unciaal BN

1 uncial


unciaalletter ZN

1 littera uncial


unciaalschrift ZN

1 scriptura uncial


underdog ZN

1
de --s van de maatschappij = le gruppos le plus disfavorate del societate
het team startte in de rol van -- = le equipa ha initiate in position de inferioritate


underground BN

1 underground (E)


undergroundcultuur ZN

1 cultura underground (E)


undergroundmuziek ZN

1 musica underground (E)


understatement ZN

1 litote


undine ZN

1 Zie: ondine


undulatie ZN

1 undulation


undulatietheorie ZN

1 theoria del undulation


unduleren WW

1 undular


UNESCO

1 (Afk.: United Nations Educational Scientific and Cultural Organisation) UNESCO, Organisation del Nationes Unite pro le Education, le Scientia e le Cultura


unfair BN

1 disloyal, injuste


uni BN

1 unicolor, monochrome


unicaat ZN

1 pecia unic


UNICEF

1 (Afk.: United Nations International Children's Emergency Fund) UNICEF (Fundo International del Nationes Unite pro le Adjuta al Infantia)


uniciteit ZN

1 unicitate
de -- van een geval = le unicitate de un caso
de -- van een voorbeeld = le unicitate de un exemplo


unicum ZN

1 (iets unieks) cosa/evento/caso unic
dit is een -- in de geschiedenis van de sport = isto es evento/caso unic in le historia del sport (E)
2 (enig exemplaar) exemplar/pecia unic


unicursaal BN

1 (WISK) unicursal


unie ZN

1 (vereniging, verbond) union
2 (aaneensluiting van staten) union
Unie van Socialistische Sovjetrepublieken = Union del Republicas Socialista Sovietic
Atlantische Unie = Union Atlantic
personele -- = union personal


uniek BN

1 (enig) unic, sin par, sin precedente, sol in su specie, inimitabile, incomparabile, sin parallel
-- exemplaar = exemplar unic
--e gelegenheid = occasion unic
-- geval = caso unic/exceptional/sin exemplo
dat is -- = isto es alco unic
2 (heerlijk, kostelijk) unic, inimitabile, meraviliose, splendide
-- gezicht = spectaculo unic


uniekheid ZN

1 unicitate


uniëren WW

1 unir


unificatie ZN

1 unification
-- van een land = unification de un pais


unificeren WW

1 unificar


unifocaal BN

1 unifocal


uniform BN

1 uniforme
--e prijzen = precios uniforme
-- reglement = regulamento uniforme
-- tarief = tarifa uniforme
(WISK) --e convergentie = convergentia uniforme
-- maken = uniformar, uniformisar


uniform ZN

1 uniforme
in -- steken = uniformar, uniformisar
in -- = in uniforme, uniformate


uniformeren WW

1 uniformar, uniformisar


uniformering ZN

1 uniformisation


uniformiteit ZN

1 uniformitate
-- van papierformaat = uniformitate de formato de papiro
de -- van de verklaringen = le conformitate del declarationes


uniformjas ZN

1 tunica


uniformpet ZN

1 kepi (F)


uniformstof ZN

1 stoffa pro uniformes


unilateraal BN

1 unilateral
-- contract = contracto unilateral


unilateraliteit ZN

1 unilateralitate
-- van een con-tract = unilateralitate de un contracto


unimodulair BN

1 unimodular
--e matrix = matrice unimodular


unimoleculair BN

1 unimolecular


unionisme ZN

1 unionismo


unionist ZN

1 unionista


unionistisch BN

1 unionista


uniovulair BN

1 uniovular, uniovulate


unipolair BN

1 unipolar
--e inductie = induction unipolar


unipolariteit ZN

1 unipolaritate


uniregionaal BN

1 uniregional


uniseks BN

1 (mbt kleding) unisex


uniseksmode ZN

1 moda unisex


unisono BW

1 (MUZ) in unisono


unit ZN

1 (afdeling) unitate
2 (eenheid voor prijsnotering) unitate
3 (bij elkaar horende zaken) unitate
visual display -- = unitate de visualisation


unitair BN

1 unitari


unitariër ZN

1 (voorstander van eenheid) unitario
2 (THEOL) unitario


unitarisme ZN

1 unitarismo


unitarist ZN

1 unitarista


unitaristisch BN

1 unitari, unitarista
Unitaristische Kerk = Ecclesio Unitari


uniteit ZN

1 unitate, unicitate


uniteitstheorema ZN

1 theorema de unitate/unicitate


universalisme ZN

1 universalismo


universalist ZN

1 universalista


universalistisch BN

1 universalista, universalistic
--e geschiedschrijving = conception universa-lista/universalistic del historia


universaliteit ZN

1 universalitate


universeel BN

1 universe, universal
-- erfgenaam = herede/hereditario/successor universe/universal
-- middel = remedio universe/universal
-- verschijnsel = phenomeno universal
--e taal = lingua universal
--e verklaring van de rechten van de mens = declaration universal del derectos del homine
voor -- gebruik = pro uso universal


universeelheid ZN

1 universalitate


universitair BN

1 universitari
-- onderwijs = inseniamento universitari
--e studies = studios universitari
--e opleiding = formation universitari


universiteit ZN

1 universitate
-- van Groningen = universitate de Groningen
open -- = universitate aperte
hij is op de -- = ille es (studente/studiante) al universitate
aan de -- studeren = studer/studiar in le universitate


universiteitsbibliotheek ZN

1 bibliotheca universitari/del universitate


universiteitscentrum ZN

1 centro universitari


universiteitscomplex ZN

1 citate universitari


universiteitsgebouw ZN MV

1 edificio universitari/del universitate, universitate
(complex) --en = centro universitari


universiteitsgemeenschap ZN

1 communitate universitari


universiteitsgids ZN

1 guida del studente/del studiante/del universitate


universiteitskringen ZN MV

1 circulos universitari


universiteitslaboratorium ZN

1 laboratorio universitari


universiteitsraad ZN

1 consilio del universitate


universiteitsstad ZN

1 citate/urbe universitari


universiteitswijk ZN

1 quartiero universitari


universum ZN

1 universo
onmetelijkheid/oneindigheid van het -- = immensitate del universo
uitdijing van het -- = expansion del universo
schepping van het -- = creation del universo


univociteit ZN

1 univocitate


UNO

1 (Afk.: United Nations Organisation) ONU (= Organisation del Nationes Unite)


unster ZN

1 balancia roman


Untermensch ZN

1 subhomine


updaten WW

1 actualisar


uperisatie ZN

1 uperisation


upgraden WW

1 actualisar un programma de computator/computer (E)


uppercut ZN

1 (BOKSEN) uppercut (E)


upper ten

1 elite (F), aristocratia, alte societate, alte circulos


uppie ZN

1
in z'n -- = toto sol


ups en downs ZN MV

1 le altos e le bassos


up-to-date BN

1 up-to-date (E), actual
een schoolboek -- maken = actualisar un manual scholar


uraan ZN

1 uranium


uraanpekerts ZN

1 pechblende (D)


uraanzuur ZN

1 acido uranic


uraat ZN

1 urato


uracil ZN

1 uracil


uranaat ZN

1 uranato


Urania ZN EIGN

1 Urania


urania ZN

1 (vlinder) urania


uraniet ZN

1 uranite


uranisme ZN

1 uranismo


uranium ZN

1 uranium
-- verrijken = inricchir uranium
verrijkt -- = uranium inricchite


uraniumatoom ZN

1 atomo de uranium


uraniumerts ZN

1 mineral de uranium


uraniumhoudend BN

1 uranifere
--e ertsen = minerales uranifere
--e laag = jacimento uranifere


uraniumisotoop ZN

1 isotopo de uranium


uraniumlaag ZN

1 jacimento de uranium


uraniummijn ZN

1 mina de uranium


uraniumverbinding ZN

1 composito de uranium


uraniumverrijking ZN

1 inricchimento del uranium


uraniumwinning ZN

1 extraction de uranium


uraniumzout ZN

1 sal de uranium


uranograaf ZN

1 uranographo


uranografie ZN

1 uranographia


uranografisch BN

1 uranographic


uranologie ZN

1 uranologia


uranologisch BN

1 uranologic


uranometrie ZN

1 uranometria


uranometrisch BN

1 uramometric


Uranus ZN EIGN

1 (MYTH) Urano
van -- = uranie
2 (ASTRON) Urano
van -- = uranie


uranyl ZN

1 uranyl


uranylzout ZN

1 sal de uranyl


urbaan BN

1 (mbt het stadsleven) urban
2 (wellevend) urban


urbanisatie ZN

1 (verstedelijking) urbanisation
2 (trek naar de stad) urbanisation


urbanisatiegraad ZN

1 grado de urbanisation


urbaniseren WW

1 urbanisar
het -- = urbanisation


urbanisering ZN

1 urbanisation


urbanisme ZN

1 urbanismo


urbanist ZN

1 urbanista


urbanistisch BN

1 urbanista, urbanistic


urbaniteit ZN

1 (stedelijk karakter) character urban
2 (wellevendheid) urbanitate


urbi et orbi ZN

1 urbi et orbi (L)


urdu ZN

1 urdu


ure ZN

1 hora
in de -- des gevaars = al hora del periculo
te(r) elfder -- = al ultime hora/minuta


uredo ZN

1 urtication


uredospore ZN

1 uredospora


uremie ZN

1 uremia


urenlang BW

1 (durante) horas e horas, durante horas integre


urenlang BN

1 que dura (multe) horas, interminabile
--e vergadering = reunion interminabile/que dura/ha durate horas


urenteller ZN

1 contator de horas


urenwijzer ZN

1 agulia del horas


ureometer ZN

1 ureometro


ureometrie ZN

1 ureometria


ureter ZN

1 ureter, conducto urinari
van de -- = ureteral
operatie aan de -- = ureterotomia


ureterontsteking ZN

1 ureteritis


urethra ZN

1 (pisbuis) urethra
van de -- = urethral
sluitspier van de -- = sphincter del urethra
ontsteking van de -- = urethritis


urethritis ZN

1 urethritis


urethroscoop ZN

1 urethroscopio


urethroscopie ZN

1 urethroscopia


ureum ZN

1 urea
van -- = ureal, ureic


ureumfabricage ZN

1 fabrication de urea


ureumfabriek ZN

1 fabrica de urea


ureumhars ZN

1 resina de urea


urgent BN

1 urgente
-- geval = caso urgente
-- zijn = esser urgente, urger


urgentie ZN

1 (het spoedeisende) urgentia
2 (dringende noodzaak) urgentia, emergentia


urgentiegeval ZN

1 caso de urgentia


urgentiegraad ZN

1 grado de urgentia


urgentieplan ZN

1 plano de urgentia


urgentieprogramma ZN

1 programma de urgentia


urgentieschema ZN

1 schema de urgentia


urgentieverklaring ZN

1 declaration de urgentia


urgentverklaring ZN

1 Zie: urgentieverklaring


urgeren WW

1 urger, esser urgente


urikemie ZN

1 uricemia


urinaal ZN

1 urinal


urine ZN

1 urina


urine(af)drijvend BN

1 diuretic
-- middel = diuretico


urineachtig BN

1 urinose


urineblaas ZN

1 vesica urinari/del urina


urineblaasontsteking ZN

1 cystitis


urinebuis ZN

1 urethra
van de -- = urethral
ontsteking van de -- = urethritis


urinekanaaltjes ZN MV

1 (in de nieren) tubos urinifere


urineleider ZN

1 conducto urinari, ureter
van de -- = ureteral
operatie aan de -- = ureterotomia


urinelozing ZN

1 emission/excretion/discarga de urina, urination, miction
onwillekeurige -- = miction involuntari(e), incontinentia de urina
pijnlijke -- = miction dolorose, dysuria


urinelucht ZN

1 odor urinose


urinemonster ZN

1 monstra de urina


urineonderzoek ZN

1 uroscopia, analyse (-ysis)/examine del urina


urineren WW

1 urinar


urineretentie ZN

1 retention de urina


urineuitscheiding ZN

1 Zie: urinelozing


urinevergiftiging ZN

1 uremia


urine-waarzeggerij ZN

1 uromantia


urinewegen ZN MV

1 vias urinari
ziekte van de -- = uropathia


urinezuur ZN

1 acido uric/lithic


urinoir ZN

1 urinatorio, (PEJ) pissatorio


urmen WW

1 lamentar se


urn ZN

1 urna
(ROM GESCH) bewaarplaats voor --en = columbario


urnengalerij ZN

1 columbario


urnenveld ZN

1 campo de urnas


urobiline ZN

1 urobilina


urobilinurie ZN

1 urobilinuria


urochroom ZN

1 urochromo


urogenitaal BN

1 urogenital, genito-urinari
-- systeem = systema urogenita/genito-urinari


urologie ZN

1 urologia


urologisch BN

1 urologic
--e aandoening = affection urologic
--e kliniek = clinica urologic


uroloog ZN

1 urologo, urologista


urometer ZN

1 urometro


uropepsine ZN

1 uropepsina


uroscopie ZN

1 uroscopia


uroscopisch BN

1 uroscopic


urotropine ZN

1 urotropina


ursuline ZN

1 ursulina


Uruguay ZN EIGN

1 (rivier, republiek) Uruguay


Uruguees BN

1 uruguyan


U.S.A.

1 U.S.A. (E), Statos Unite de America


usance ZN

1 uso, usage, usantia


usantie ZN

1 Zie: usance


usotarra ZN

1 tara usual


U.S.S.R.

1 U.R.S.S. (= Union del Republicas Socialista Sovietic)


usucapio ZN

1 usucapio (L)


usucapio ZN

1 usucapion


usueel BN

1 usual, currente, normal
--e betekenis van een woord = senso usual/currente/habitual de un parola


usufructuarius ZN

1 usufructuario


usufructus ZN

1 usufructo


usurpatie ZN

1 usurpation


usurpator ZN

1 usurpator


usurperen WW

1 usurpar
het -- = usurpation


usurperend BN

1 usurpatori


usus ZN

1 uso, costume


ut ZN

1 (MUZ) ut, do


uterologie ZN

1 uterologia


uterorectaal BN

1 uterorectal


uterus ZN

1 utero, matrice


uteruscarcinoom ZN

1 carcimoma del utero


utilisatie ZN

1 utilisation


utiliseren WW

1 utilisar


utilistisch BN

1 Zie: utilitair


utilitair BN

1 utilitari, practic


utilitarisme ZN

1 utilitarismo


utilitarist ZN

1 utilitarista, utilitario


utilitaristisch BN

1 utilitarista, utilitaristic, utilitari
een --e ethiek = un ethica utilitaristic
--e prin-cipes = principios utilitarista/utilitaristic


utiliteit ZN

1 utilitate


utiliteitsbeginsel ZN

1 Zie: utiliteitsprincipe


utiliteitsbouw ZN

1 construction de edificios utilitari


utiliteitsoverweging ZN

1 consideration utilitari/de utilitate


utiliteitsprincipe ZN

1 principio utilitari/de utilitate


Utopia ZN EIGN

1 Utopia
utopia = utopia, chimera


utopiaans BN

1 Zie: utopisch


utopisch BN

1 utopic, chimeric
-- plan = plano/projecto utopic
--e idealen = ideales utopic
-- socialisme = socialismo utopic


utopisme ZN

1 utopismo


utopist ZN

1 utopista


utopistisch BN

1 utopista, utopistic, utopic
--e ideeën = ideas utopista/utopistic
-- socialisme = socialismo utopic/utopistic


utriculus ZN

1 utriculo


uur ZN

1 hora
half -- = medie hora
anderhalf -- = un hora e medie
twaalf -- = (middaguur) mediedie, meridie, (in de nacht) medienocte
om twaalf -- = a mediedie/meridie
voor twaalf -- = ante mediedie/meridie
tegen twaalf -- = verso mediedie/meridie
na twaalf -- = post mediedie/meridie
de twaalf slagen van twaalf -- = le deceduo colpos de mediedie
over een uur = de hic a un hora
een -- gaans = un hora de marcha {sj}
(BIOL) 24-uurs-ritme = rhythmo circadian
(stervensuur) het laatste -- = su ultime hora/hora supreme
een laat -- = un hora avantiate
een goed -- = un grande hora
in de --e des gevaars = in le hora del periculo
te(r) elfder --e = a ultime hora
snelheid per -- = velocitate horari
het -- des onheils nadert = le hora del catastrophe approcha {sj}
per uur betaald worden = esser pagate al hora


uurcirkel ZN

1 (ASTRON) circulo horari


uurdienst ZN

1 servicio horari


uurdocent ZN

1 professor qui insenia a tempore partial


uurgemiddelde ZN

1 media horari


uurglas ZN

1 sabliero horari


uurhoek ZN

1 (ASTRON) angulo horari
-- van een ster = angulo horari de un astro


uurloner ZN

1 persona pagate al hora


uurloon ZN

1 salario/paga horari/al hora


uurrecord ZN

1 record (E) horari/del hora
het -- staat op naam van deze wielrenner = iste curritor detene le record del hora


uursnelheid ZN

1 velocitate horari


uurtarief ZN

1 tarifa horari/per hora


uurwerk ZN

1 (klok) horologio
digitaal -- = horologio digital
wijzers van een -- = agulias de un horologio
slinger van een -- = pendulo de un horologio
2 (binnenwerk van een klok) mechanismo


uurwerkindustrie ZN

1 industria horologier, horologieria


uurwerkmaker ZN

1 horologiero


uurwijzer ZN

1 agulia del horas, parve agulia


uvd

1 (Afk.: uiterste verkoopdatum) vender ante ...


uvea ZN

1 uvea
ontsteking van de -- = inflammation uveal, uveitis


uveïtis ZN

1 uveitis


U.V.-filter ZN

1 (FOTO) filtro U.V.


U-vormig BN

1 in (forma de) U


uvulair, uvulaar BN

1 uvular
-- foneem = phonema uvular


uvulitis ZN

1 uvulitis


uw

1 (BEZ VNW) vostre
2 (BEZ VNW BIJV) vostre


uwent ZN

1
te(n) -- = in vostre casa/urbe


uwenthalve BW

1 (wat u betreft) quanto a vos
2 (van uw kant, uit uw naam) de vostre parte
3 (ten behoeve van u) pro vos, in favor de vos


uwentwil(le) BW

1 pro vos, in favor de vos


uwerzijds BW

1 de vostre parte


Uzbeek ZN

1 uzbek


Uzbekistan ZN EIGN

1 Uzbekistan


uzi ZN

1 uzi